“De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.”—Mattheüs 4:4
Als God het zo wilde, konden we leven zonder brood, zoals Jezus veertig dagen deed. Maar zonder Zijn Woord kunnen we niet leven. Door dat Woord zijn we geschapen en alleen daardoor kunnen we in leven blijven, want Hij “alle dingen draagt door het woord Zijner kracht”. Brood is een tweede oorzaak. De Heere Zelf is de eerste bron van ons levensonderhoud. Hij kan werken zonder de tweede oorzaak, net zo goed als met haar. We mogen Hem niet vastbinden aan één manier van werken. Laten we niet te gretig zijn naar het zichtbare, maar opzien naar de onzichtbare God. We hebben gelovigen horen zeggen dat in diepe armoede, toen het brood schaars werd, ook hun eetlust kleiner werd. En aan anderen heeft de Heere onverwachte hulp gestuurd toen het gewone voedsel ontbrak.
Maar het Woord van de Heere moeten we hebben. Alleen daarmee kunnen we de duivel weerstaan. Neem dat van ons weg, en onze vijand heeft ons in zijn macht, want we worden snel flauw. Onze ziel heeft voedsel nodig, en daarvoor is er buiten het Woord van de Heere niets. Alle boeken en alle predikers van de wereld kunnen ons niet één maaltijd geven. Alleen het Woord uit de mond van God kan de mond van een gelovige vullen. Heere, geef ons altijd dit brood. Wij waarderen het meer dan koninklijke lekkernijen.

