BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 2 juli
2 juli — Avond
“Tot U roep ik, HEERE! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in den kuil nederdalen.”—Psalm 28:1
Een kreet is de natuurlijke uiting van verdriet. Het is ook een passende uiting wanneer alle andere manieren om iets te vragen ons in de steek laten. Maar de kreet moet alleen tot de Heere gericht zijn, want roepen tot mensen is onze smeekbeden aan de lucht verspillen. Als we bedenken hoe bereid de Heere is om te horen en hoe machtig Hij is om te helpen, zien we goede reden om al onze smeekbeden meteen te richten tot de God van onze redding. Het zal nutteloos zijn om in de dag van het oordeel tot de rotsen te roepen. Maar onze Rots luistert naar ons roepen.
“Houd U niet als doof van mij af.” Mensen die alleen de vorm volgen, zijn misschien tevreden zonder antwoord op hun gebeden, maar echte smekelingen niet. Zij zijn niet tevreden met wat bidden zelf oplevert: een tot rust gebracht gemoed en een onderworpen wil. Ze moeten verder gaan en echte antwoorden uit de hemel krijgen, anders vinden ze geen rust. En die antwoorden willen ze meteen ontvangen. Ze zijn bang voor zelfs een korte stilte van God. Gods stem is vaak zo schrikwekkend dat ze de woestijn doet beven. Maar Zijn stilte is voor iemand die vurig smeekt even ontzagwekkend. Als God Zijn oor lijkt te sluiten, moeten wij daarom onze mond niet sluiten, maar juist ernstiger roepen. Want als onze stem scherp wordt van heftigheid en verdriet, zal Hij ons niet lang gehoor weigeren. Wat zouden we er verschrikkelijk aan toe zijn als de Heere voor altijd stil zou worden voor onze gebeden! “Opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in den kuil nederdalen.” Zonder de God Die gebeden verhoort, zouden we er ellendiger aan toe zijn dan de doden in het graf, en we zouden gauw zinken tot het niveau van de verlorenen in de hel. We moeten antwoorden op ons gebed hebben. Ons geval is dringend en de nood is groot. De Heere zal vast vrede spreken tot onze onrustige gedachten, want Hij kan het nooit over Zijn hart verkrijgen Zijn eigen uitverkorenen te laten omkomen.

