BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 13 december
13 december — Avond
“En uw glasvensters zal Ik kristallijnen maken”—Jesaja 54:12
De gemeente wordt heel leerzaam afgebeeld als een gebouw dat door hemelse kracht is opgericht en door goddelijke wijsheid is ontworpen. Zo’n geestelijk huis mag niet donker zijn, want de Israëlieten hadden licht in hun woningen. Er moeten dus ramen zijn om het licht binnen te laten en de bewoners naar buiten te laten kijken. Die ramen zijn kostbaar als agaat. De manieren waarop de gemeente haar Heere, de hemel en de geestelijke waarheid in het algemeen ziet, verdienen onze hoogste waardering. Agaat is niet de meest doorzichtige edelsteen. Op zijn best is het maar half doorschijnend:
“Onze kennis van dat leven is klein,
ons geloofsoog is dof.”
Het geloof is een van deze kostbare agaatramen. Maar helaas, het is vaak zo beslagen en vertroebeld dat wij maar donker zien en veel van wat wij zien verkeerd begrijpen. Ook al kunnen wij niet door ramen van diamant kijken en nog niet kennen zoals wij gekend zijn, toch is het heerlijk om de Allerliefelijkste te zien, ook al is het glas wazig als agaat. De ervaring is een ander van deze doffe maar kostbare ramen. Zij geeft ons een gedempt, gewijd licht, waarin wij door ons eigen lijden het lijden van de Man van smarten zien. Onze zwakke ogen zouden de heerlijkheid van de Meester niet kunnen verdragen als die door ramen van helder glas binnenkwam. Maar als zij dof zijn van het huilen, worden de stralen van de Zon der gerechtigheid getemperd en schijnen zij door de agaatramen met een zachte glans, die aangevochten zielen onuitsprekelijk troost geeft. De heiliging, die ons aan onze Heere gelijkvormig maakt, is nog een agaatraam. Alleen als wij hemels worden, kunnen wij hemelse dingen begrijpen. De reinen van hart zien een reine God. Wie op Jezus lijken, zien Hem zoals Hij is. Omdat wij zo weinig op Hem lijken, is het raam maar agaat. Omdat wij enigszins op Hem lijken, is het toch agaat. Wij danken God voor wat wij hebben en verlangen naar meer. Wanneer zullen wij God en Jezus, de hemel en de waarheid van aangezicht tot aangezicht zien?

