BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 16 oktober
16 oktober — Avond
“Want bij U is de fontein des levens”—Psalm 36:10
Er zijn tijden in ons geestelijk leven waarin menselijke raad, medeleven of godsdienstige gebruiken ons niet meer troosten of helpen. Waarom laat onze genadige God dat toe? Misschien komt het doordat we te veel buiten Hem om hebben geleefd. Dan neemt Hij alles weg waarop we gewend waren te leunen, om ons naar Zichzelf toe te drijven. Het is heerlijk om bij de bron zelf te leven. Zolang onze leren waterzakken vol zijn, zijn we tevreden om, net als Hagar en Ismaël, de woestijn in te gaan. Maar als die leeg zijn, helpt niets ons meer, behalve: “Gij, God des aanziens!” We zijn als de verloren zoon. We houden van de varkenstroggen en vergeten het huis van onze Vader. Bedenk dat we zelfs van de vormen van godsdienst varkenstroggen en schillen kunnen maken. Ze zijn een zegen, maar we kunnen ze op Gods plaats zetten, en dan zijn ze waardeloos. Alles wordt een afgod als het ons bij God vandaan houdt. Zelfs de koperen slang is te verachten als “Nehustan,” wanneer we haar aanbidden in plaats van God. De verloren zoon was nooit veiliger dan toen hij naar de borst van zijn vader werd gedreven, omdat hij nergens anders voedsel kon vinden. Onze Heere stuurt ons soms een hongersnood in het land, zodat we Hemzelf juist meer zoeken. De beste plek voor een christen is om helemaal en rechtstreeks van Gods genade te leven, nog steeds op de plek waar hij in het begin stond: “als niets hebbende, en nochtans alles bezittende.” Laten we nooit een ogenblik denken dat onze positie voor God berust op onze heiliging, onze afsterving van de zonde, onze deugden of onze gevoelens. Laten we weten dat we gered zijn omdat Christus een volledige verzoening heeft gebracht. Want wij zijn volkomen in Hem. Wij hebben zelf niets om op te vertrouwen, maar rusten op de verdiensten van Jezus. Zijn lijden en heilige leven zijn de enige vaste grond voor ons vertrouwen. Geliefden, als we in een toestand van dorst terechtkomen, zullen we zeker vol verlangen naar de fontein des levens gaan.

