BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 17 oktober
17 oktober — Avond
“Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen”—Jesaja 40:11
Onze goede Herder heeft in Zijn kudde schapen met allerlei ervaringen. Sommigen zijn sterk in de Heere en anderen zijn zwak in het geloof. Maar Hij zorgt onpartijdig voor al Zijn schapen, en het zwakste lam is Hem even dierbaar als het meest gevorderde schaap van de kudde. Lammeren blijven vaak achter, dwalen gemakkelijk af en worden snel moe. Maar tegen alle gevaren die bij die zwakheden horen, beschermt de Herder hen met Zijn arm van macht. Hij vindt pasgeboren zielen, zoals jonge lammeren, op het punt van omkomen. Hij voedt hen totdat het leven krachtig wordt. Hij vindt zwakke geesten die op het punt staan te bezwijken en te sterven. Hij troost hen en geeft hun nieuwe kracht. Alle kleintjes brengt Hij bij elkaar, want het is de wil van onze hemelse Vader niet dat één van hen verloren gaat. Wat een scherp oog moet Hij hebben om hen allemaal te zien! Wat een teder hart om voor hen allemaal te zorgen! Wat een arm die zo ver reikt en zo machtig is, om hen allemaal bij elkaar te brengen! Toen Hij op aarde leefde, was Hij een groot verzamelaar van de zwakkeren. En nu Hij in de hemel woont, gaat Zijn liefdevolle hart uit naar de zachtmoedigen en verslagenen, de bangen en zwakken, de angstigen en flauwvallenden hier beneden. Hoe zachtjes heeft Hij mij bij Zichzelf gebracht, bij Zijn waarheid, bij Zijn bloed, bij Zijn liefde, bij Zijn gemeente! Met hoeveel krachtige genade heeft Hij mij gedwongen om bij Hem te komen! Hoe vaak heeft Hij mij sinds mijn eerste bekering hersteld van mijn dwalingen en mij opnieuw binnengebracht in de kring van Zijn eeuwige arm! Het beste van alles is dat Hij dit alles Zelf persoonlijk doet. Hij geeft die taak van liefde niet door aan anderen, maar buigt Zich Zelf neer om Zijn onwaardigste dienaar te redden en te bewaren. Hoe kan ik Hem genoeg liefhebben en Hem waardig dienen? Ik zou Zijn Naam zo graag groot maken tot aan de uiteinden van de aarde. Maar wat kan mijn zwakheid voor Hem doen? Grote Herder, voeg bij Uw ontferming nog één ding: een hart om U oprechter lief te hebben, zoals ik dat hoor te doen.

