BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 30 juni
30 juni — Avond
“Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.”—Jeremia 32:17
Precies toen de Chaldeën Jeruzalem omsingelden en het zwaard, de hongersnood en de pest het land hadden verwoest, kreeg Jeremia van God de opdracht een akker te kopen. Hij moest de koopakte wettig laten verzegelen en door getuigen laten ondertekenen. Dat was een vreemde aankoop voor een verstandig mens. Voorzichtigheid kon het niet verantwoorden, want hij kocht terwijl er nauwelijks kans was dat de koper het bezit ooit zou kunnen genieten. Maar voor Jeremia was het genoeg dat zijn God het hem had opgedragen. Hij wist heel goed dat God door al Zijn kinderen in het gelijk wordt gesteld. Hij redeneerde zo: “Ach, Heere HEERE! U kunt dit stuk grond nuttig voor mij maken. U kunt dit land bevrijden van deze onderdrukkers. U kunt maken dat ik nog zit onder mijn wijnstok en mijn vijgenboom in het erfdeel dat ik heb gekocht. Want ‘Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt’, en ‘geen ding is U te wonderlijk’.” Dit gaf de vroege heiligen iets groots: op Gods bevel durfden ze dingen te doen die het menselijke verstand zou veroordelen. Of het nu Noach is die een schip moet bouwen op het droge, Abraham die zijn enige zoon moet offeren, Mozes die de schatten van Egypte moet versmaden, of Jozua die Jericho zeven dagen lang moet belegeren met niets dan het geschal van ramshoorns als wapen: ze handelen allemaal op Gods bevel, tegen de stem van het menselijke verstand in. En de Heere beloont hun gehoorzame geloof rijkelijk. Och, kregen wij in het geloofsleven van deze moderne tijd maar een krachtiger dosis van dit heldhaftige geloof in God! Als wij meer zouden wagen op de blote belofte van God, zouden we een wereld vol wonderen binnengaan, die we nu nog niet kennen. Laten wij ons vertrouwen stellen waar Jeremia het stelde: niets is te moeilijk voor de God Die de hemelen en de aarde heeft geschapen.

