“Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.”—1 Petrus 5:6
Dit komt neer op een belofte: als wij ons neerbuigen, zal de Heere ons opheffen. Nederigheid leidt tot eer; onderwerping is de weg naar verhoging. Diezelfde hand van God die ons neerdrukt, wacht erop ons op te richten zodra we klaar zijn om de zegen te dragen. We bukken om te overwinnen. Velen kruipen voor mensen en missen toch de gunst waar ze naar verlangen; maar wie zich vernedert onder de hand van God, zal zeker verrijkt, verheven, ondersteund en getroost worden door de altijd genadige Heere. Het is Jehova’s gewoonte om de hoogmoedigen neer te werpen en de nederigen op te heffen.
Toch is er een tijd voor het werk van de Heere. Wij moeten ons nu vernederen, op dit moment al; en we zijn verplicht daarmee door te gaan, of de Heere Zijn kastijdende hand nu op ons legt of niet. Wanneer de Heere slaat, is het onze bijzondere plicht de tuchtiging in diepe onderwerping te aanvaarden. Maar wat Zijn verhoging van ons betreft: die kan alleen komen “te Zijner tijd”, en God is de beste rechter over die dag en dat uur. Roepen we ongeduldig om de zegen? Willen we een eer die te vroeg komt? Waar zijn we mee bezig? Dan zijn we zeker niet echt vernederd; anders zouden we in stille onderwerping wachten. Laten we dat dus doen.

