“Het is alzo, dat Hij het Zijn beminden als in den slaap geeft.”—Psalm 127:2
Ons leven is geen leven van angstige zorgen, maar van blij geloof. Onze hemelse Vader zorgt voor wat Zijn eigen kinderen nodig hebben, en Hij weet wat wij nodig hebben voordat wij het Hem vragen. Daarom mogen we op het juiste uur naar bed gaan en ons niet uitputten door tot laat op te blijven om plannen te smeden en te bedenken. Als we geleerd hebben op onze God te vertrouwen, liggen we niet wakker met angst die aan ons hart knaagt. Dan laten we onze zorg bij de Heere, wordt het zoet om aan Hem te denken en geeft Hij ons verkwikkende slaap.
Een beminde van de Heere zijn is de hoogste eer die er is. Wie die eer heeft, mag beseffen dat zelfs de eerzucht niet méér zou kunnen wensen. Daarom kan elke zelfzuchtige wens in slaap vallen. Wat is er zelfs in de hemel meer dan de liefde van God? Rust dan, o mijn ziel, want je hebt alles. Toch woelen we heen en weer, tenzij de Heere Zelf ons niet alleen de redenen voor rust geeft, maar de rust zelf. Ja, dat doet Hij. Jezus Zelf is onze vrede, onze rust, ons alles. Aan Zijn borst slapen we in volkomen veiligheid, in het leven en in het sterven.
Opnieuw besprenkeld met vergevend bloed
leg ik me neer om te rusten,
als in de armen van mijn God,
of aan de borst van mijn Zaligmaker.

