Verbonden met Hem

“Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.”—1 Johannes 1:3

Lees verder: 2 Korinthe 5:11-6:1.

Wat de Vader doet, moeten wij ook doen. Ik spreek niet tegen iedereen, want Hij weet wie Hij gekozen heeft. En we doen niet alles wat Hij doet: we kunnen niet samen met de Vader alle werelden vasthouden. We kunnen geen stromen licht sturen als de zon opkomt. We kunnen de dieren op de duizend bergen niet voeden. Ook kunnen we niet aan alle andere schepselen die ademen voedsel en leven geven. Maar er is iets wat Hij doet en wat wij ook kunnen doen. Hij doet goed aan al Zijn schepselen, en dat kunnen wij ook. Hij getuigt van Zijn Zoon Jezus, en dat kunnen wij ook. “Mijn Vader werkt tot nu toe” (Johannes 5:17), opdat Zijn Zoon verheerlijkt wordt, en daar werken wij ook voor. O, eeuwige Werker! Hij redt zielen en wij zijn Zijn medewerkers. Wij horen bij Zijn huisgezin, wij zijn Zijn huis. Hij strooit het zaad van de waarheid, en wij ook. Zijn woorden troosten, en ook onze woorden troosten hen die moe zijn, als Gods Geest met ons is. We hopen te kunnen zeggen: “Het leven is mij Christus” (Filippenzen 1:21). Leeft God daar niet ook voor? We willen niets liever dan Hem verheerlijken. Dat is zowel de wil van de Vader als het gebed van Jezus Christus: “Verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke” (Johannes 17:1). Ziet u niet, broeders, dat we met de eeuwige God op hetzelfde podium staan? Als wij onze armen opheffen, heft Hij Zijn eeuwige armen op. Als wij spreken, spreekt Hij ook, en Hij spreekt hetzelfde. Als wij de heerlijkheid van Christus op het oog hebben, heeft Hij dat ook. Als wij ernaar verlangen de verdwaalde schapen weer thuis te brengen en de verloren zonen terug te roepen, dan verlangt Hij hetzelfde. In dat opzicht kunnen we dus zeggen dat onze gemeenschap ook is “met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus”.

Ter overdenking

Het eerste wat we moeten doen in het werk van God is geloven in de Heere Jezus Christus (Johannes 6:28-29). Geloof in Hem is niet alleen de weg tot verlossing, maar ook een aanstelling tot medewerker met God (Johannes 14:12; 2 Korinthe 6:1). Jezus is het Licht van de wereld (Johannes 8:12), en dat zijn ook Zijn volgelingen (Mattheüs 5:14).

Preek 409, 15 september 1861

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content