… vanuit mijn vlees zal ik God aanschouwen. Job 19:26
Spurgeon stierf in 1892. Jaren later sprak Susannah met een vriendin die ze al ongeveer veertig jaar kende. Ze praatten waarschijnlijk over de hemel. De vriendin vroeg: “Wie zou jij daar het liefst willen zien?” Wat denk je dat Susannah antwoordde? Ze zei: “Mijn man!”
Dat begrijpen we goed als we bedenken hoe hecht zij en Spurgeon samen waren geweest. Ze had hem enorm gemist en verlangde ernaar hem weer te zien. Maar Wie is de belangrijkste Persoon die we in de hemel zullen zien? Niet Spurgeon, niet ouders of vrienden — maar de Heere Jezus Christus. Dit is bijzonder: hoewel Susannah haar man graag terug wilde zien, zei ze vlak voor haar dood: “Gezegende Jezus! Gezegende Jezus! Ik zie de Koning in Zijn heerlijkheid!”
Toen Spurgeon en Susannah vroeger verkering hadden, zei hij vaak tegen haar: “Ontmoet me bij het paleis!” Welk paleis bedoelde hij? Niet Buckingham Palace, waar de koning of koningin woont, maar het Crystal Palace in Londen. Dat gebouw was beroemd omdat het voor een groot deel uit glas bestond. Daar ontmoetten Spurgeon en Susannah elkaar vaak.
Maar die woorden kregen later nog een mooiere betekenis. Toen Susannah stierf, ontmoetten zij elkaar opnieuw — in een veel heerlijker paleis: het paleis van de Heere Jezus Christus. Alle kinderen van God zullen Jezus zien in Zijn heerlijkheid. Job zei: “Ik weet echter: mijn Verlosser leeft… Ik zelf zal Hem aanschouwen.” Ook de apostel Johannes zag Jezus in een visioen. In Openbaring hoofdstuk 1 probeert hij Zijn heerlijkheid te beschrijven. Johannes was diep onder de indruk. Hij viel neer aan Jezus’ voeten. Maar Jezus zei liefdevol dat hij niet bang hoefde te zijn.
Zo zal het ook zijn wanneer wij Hem zien. En als we naar Zijn handen zouden kijken, zouden we daar littekens zien. Weet je waarvan die zijn? Van de spijkers waarmee Hij aan het kruis werd vastgemaakt. Die littekens herinneren ons eraan dat Hij stierf zodat wij eeuwig leven kunnen ontvangen.

