Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Welk is dan het voordeelG4053 van den JoodG2453? OfG2228 welk is de nuttigheidG5622 der besnijdenisG4061?
Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis?
KJV
What1
advantage4
then2
hath the Jew?6
or7
what8
profit10
is there of circumcision?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
VeleG4183 in alleG3956 manierG5158; want dit is wel het eersteG4412, datG3754 hun de WoordenG3051 GodsG2316 zijn toebetrouwdG4100.
Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.
KJV
Much1
every2
way:4
chiefly,5
because6
that8
unto them were committed9
the oracles11
of God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantG1063 watG5101 is het, al zijn sommigenG5100 ongelovigG569 geweest? Zal hunG846 ongelovigheidG570 het geloofG4102 van GodG2316 te nietG3361 doen?
Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen?
KJV
For2
what1
if3
some5
did not believe?4
shall14
their9
unbelief8
make
the faith11
of God13
without effect?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Dat zij verreG3361. DochG1161 GodG2316 zij waarachtigG227, maarG1161 alleG3956 mensG444 leugenachtigG5583; gelijk als geschrevenG1125 is: Opdat Gij gerechtvaardigdG302 wordtG1096 inG1722 Uw woordenG3056, en overwintG3528, wanneer GijG4771 oordeeltG2919.
Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig; gelijk als geschreven is: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.
KJV
God forbid:1
yea,4
let2
God6
be3
true,7
but9
every8
man10
a liar;11
as12
it is written,13
That14
thou mightest15
be justified16
in17
thy
sayings,19
and21
mightest overcome22
when23
thou
art judged.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
IndienG1487 nuG1161 onze ongerechtigheidG93 GodsG2316 gerechtigheidG1343 bevestigtG4921, watG5101 zullen wij zeggenG2046? Is GodG2316 onrechtvaardigG94, als Hij toornG3709 over ons brengtG2018? (IkG1473 spreekG3004 naarG2596 den mensG444.)
Indien nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij zeggen? Is God onrechtvaardig, als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek naar den mens.)
KJV
But2
if1
our
unrighteousness4
commend8
the righteousness7
of God,6
what9
shall we say?10
Is God14
unrighteous12
who taketh16
vengeance?18
(I speak21
as19
a man)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Dat zij verreG3361, anderszinsG1893 hoeG4459 zal GodG2316 de wereldG2889 oordelenG2919?
Dat zij verre, anderszins hoe zal God de wereld oordelen?
KJV
God forbid:1
for then3
how4
shall5
God7
judge
the world?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
WantG1063 indienG1487 de waarheidG225 GodsG2316 doorG1722 mijnG1699 leugenG5582 overvloedigerG4052 is geworden, totG1519 Zijn heerlijkheidG1391, watG5101 word ik ook nog alsG5613 een zondaarG268 geoordeeldG2919?
Want indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik ook nog als een zondaar geoordeeld?
KJV
For2
if1
the truth4
of God6
hath more abounded11
through7
my9
lie10
unto12
his15
glory;14
why16
yet17
am21
I also18
judged
as19
a sinner?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
EnG2532 zeggen wij nietG3361 liever (gelijk wij gelasterdG987 worden, enG2532 gelijk sommigenG5100 zeggen, dat wij zeggen): Laat ons het kwadeG2556 doenG4160, opdatG2443 het goedeG18 daaruit komeG2064? Welker verdoemenisG2917 rechtvaardigG1738 isG1510.
En zeggen wij niet liever (gelijk wij gelasterd worden, en gelijk sommigen zeggen, dat wij zeggen): Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome? Welker verdoemenis rechtvaardig is.
Ook in dit vers
[liever]G2531
zeggenG3004
zeggenG5346
KJV
And1
not2
rather, (as3
we be slanderously reported,4
and5
as6
some8
affirm7
that we
say,)10
Let us do12
evil,14
that15
good18
may come?16
whose19
damnation21
is
just.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
WatG5101 danG3767? Zijn wij uitnemenderG4284? GanselijkG3843 nietG3756; wantG1063 wij hebben te voren beschuldigd beidenG5037 JodenG2453 enG2532 GriekenG1672, dat zij allenG3956 onderG5259 de zondeG266 zijnG1510;
Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn;
Ook in dit vers
tevoren beschuldigdG4256
KJV
What1
then?2
are we better3
than they? No,4
in no wise:5
for7
we have before proved6
both9
Jews8
and10
Gentiles,11
that they are
all12
under13
sin;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Gelijk geschrevenG1125 is: Er is niemandG3756 rechtvaardigG1342, ook niet eenG1520;
Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;
KJV
As1
it is written,2
There is
none4
righteous,6
no, not7
one:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Er is niemandG3756, die verstandigG4920 is, er is niemandG3756, die GodG2316 zoektG1567.
Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
KJV
There is
none1
that understandeth,4
there is
none5
that seeketh after8
God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
AllenG3956 zijn zij afgewekenG1578, te zamenG260 zijn zij onnutG889 geworden; er is niemandG3756, die goedG5544 doetG4160, er is ook niet tot eenG1520 toe.
Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
KJV
They are2
all1
gone out of the way,
they are4
together3
become unprofitable;
there is
none5
that doeth7
good,8
no, not9
one.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Hun keelG2995 is een geopendG455 grafG5028; met hun tongenG1100 plegen zijG846 bedrog; slangenvenijnG2447 is onderG5259 hunG846 lippenG5491.
Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.
Ook in dit vers
plegen bedrogG1387
KJV
Their5
throat4
is an open2
sepulchre;1
with their8
tongues7
they have used deceit;9
the poison10
of asps11
is under12
their15
lips:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Welker mondG4750 volG1073 is van vervloekingG685 enG2532 bitterheidG4088;
Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
KJV
Whose1
mouth3
is full7
of cursing4
and5
bitterness:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
HunG846 voetenG4228 zijn snelG3691 om bloedG129 te vergietenG1632;
Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
KJV
Their4
feet3
are swift1
to shed5
blood:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
VernielingG4938 enG2532 ellendigheidG5004 is inG1722 hunG846 wegenG3598;
Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
KJV
Destruction1
and2
misery3
are in4
their7
ways:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
EnG2532 den wegG3598 des vredesG1515 hebben zij nietG3756 gekendG1097.
En den weg des vredes hebben zij niet gekend.
KJV
And1
the way2
of peace3
have5
they not4
known:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Er isG1510 geenG3756 vrezeG5401 GodsG2316 voor hunG846 ogenG3788.
Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
KJV
There is
no1
fear3
of God4
before5
their8
eyes.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Wij wetenG1492 nuG1161, dat al wat de wetG3551 zegtG3004, zij dat spreektG2980 tot degenen, die onderG1722 de wetG3551 zijn; opdatG2443 alleG3956 mondG4750 gestoptG5420 wordeG1096 en de geheleG3956 wereldG2889 voor GodG2316 verdoemelijkG5267 zij.
Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
KJV
Now2
we know1
that3
what things soever4
the law6
saith,7
it saith12
to them who are under9
the law:11
that13
every14
mouth15
may be stopped,16
and17
all20
the world22
may become19
guilty18
before God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Daarom zal uitG1537 de werkenG2041 der wetG3551 geenG3756 vleesG4561 gerechtvaardigdG1344 worden, voor HemG846; wantG1063 doorG1223 de wetG3551 is de kennisG1922 der zondeG266.
Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
KJV
Therefore1
by2
the deeds3
of the law4
there shall6
no7
flesh8
be justified
in his10
sight:9
for12
by11
the law13
is the knowledge14
of sin.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Maar nu is de rechtvaardigheidG1343 GodsG2316 geopenbaardG5319 geworden zonder de wetG3551, hebbende getuigenisG3140 vanG5259 de wetG3551 en de profetenG4396:
Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
KJV
But2
now1
the righteousness5
of God6
without3
the law4
is manifested,7
being witnessed8
by9
the law11
and12
the prophets;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Namelijk de rechtvaardigheidG1343 GodsG2316 doorG1223 het geloofG4102 van JezusG2424 ChristusG5547, tot allenG3956, en overG1909 allenG3956, die gelovenG4100; wantG1063 er isG1510 geenG3756 onderscheidG1293.
Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
KJV
Even2
the righteousness1
of God3
which is by4
faith5
of Jesus6
Christ7
unto8
all9
and10
upon11
all12
them that believe:14
for16
there is
no15
difference:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
WantG1063 zij hebben allenG3956 gezondigdG264, enG2532 dervenG5302 de heerlijkheidG1391 GodsG2316;
Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
KJV
For2
all1
have sinned,3
and4
come short5
of the glory7
of God;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En worden omG1223 niet gerechtvaardigdG1344, uit Zijn genadeG5485, door de verlossingG629, die inG1722 ChristusG5547 JezusG2424 is;
En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
KJV
Being justified1
freely2
by his4
grace5
through6
the redemption8
that is in10
Christ11
Jesus:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
WelkenG3739 GodG2316 voorgesteldG4388 heeft tot een verzoeningG2435, door het geloofG4102 in Zijn bloedG129, totG1519 een betoningG1732 van Zijn rechtvaardigheidG1343, door de vergevingG3929 der zondenG265, die te voren geschied zijn onderG1722 de verdraagzaamheidG463 GodsG2316;
Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
Ook in dit vers
tevorenG4266
KJV
Whom1
God4
hath set forth2
to be a propitiation5
through6
faith8
in9
his11
blood,12
to13
declare14
his17
righteousness16
for18
the remission20
of sins23
that are past,22
through
the forbearance
of God;
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
TotG4314 een betoningG1732 van Zijn rechtvaardigheidG1343 in dezenG3568 tegenwoordigen tijdG2540; opdat HijG846 rechtvaardigG1342 zij, enG2532 rechtvaardigendeG1344 dengene, die uitG1537 het geloofG4102 van JezusG2424 is.
Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
KJV
To6
declare,7
I say, at1
this13
time14
his10
righteousness:9
that15
he might be
just,19
and20
the justifier21
of him18
which believeth24
in23
Jesus.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
Waar is danG3767 de roemG2746? Hij is uitgeslotenG1576. DoorG1223 wat wetG3551? Der werkenG2041? NeenG3780, maarG235 doorG1223 de wetG3551 des geloofsG4102.
Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
KJV
Where1
is boasting4
then?2
It is excluded.5
By6
what7
law?8
of works?10
Nay:11
but12
by13
the law14
of faith.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Wij besluitenG3049 danG3767, dat de mensG444 door het geloofG4102 gerechtvaardigdG1344 wordt, zonder de werkenG2041 der wetG3551.
Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.
KJV
Therefore2
we conclude1
that a man5
is justified4
by faith3
without6
the deeds7
of the law.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Is GodG2316 een God der JodenG2453 alleen? en is Hij het niet ookG2532 der heidenenG1484? Ja, ookG2532 der heidenenG1484;
Is God een God der Joden alleen? en is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen;
KJV
Is he1
the God4
of the Jews2
only?5
is he not6
also7
of the Gentiles?9
Yes,10
of the Gentiles12
also:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
NademaalG1897 Hij een enigG1520 GodG2316 is, DieG3739 de besnijdenisG4061 rechtvaardigenG1344 zal uitG1537 het geloofG4102, enG2532 de voorhuidG203 doorG1223 het geloofG4102.
Nademaal Hij een enig God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof.
KJV
Seeing1
it is one2
God,4
which5
shall justify6
the circumcision7
by8
faith,9
and10
uncircumcision11
through12
faith.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
Doen wij danG3767 de wetG3551 te niet doorG1223 het geloofG4102? Dat zij verreG3361; maarG235 wij bevestigenG2476 de wetG3551.
Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.
KJV
Do we3
then2
make void
the law1
through4
faith?6
God forbid:7
yea,9
we establish11
the law.
het voordeel
Of, de uitnemendheid, namelijk boven de heidenen, indien het uitwendig Jodendom en de besnijdenis voor God niet geldt tot rechtvaardigheid, gelijk in de laatste vijf verzen in het voorgaande hfdst. geleerd is.
Hertaald:
het voordeel
Of: de uitnemendheid, namelijk boven de heidenen, wanneer het uiterlijke Jodendom en de besnijdenis bij God niet gelden tot gerechtigheid, zoals in de laatste vijf verzen van het voorgaande hoofdstuk geleerd is.
het eerste
Dat is het voornaamste, dat het fondament is van alle andere voordelen, die de apostel breder verhaalt, Rom. 9:4 ; Ef. 2:11-12 .
Hertaald:
het eerste
Dat is: het voornaamste, dat de grondslag is van alle andere voordelen die de apostel uitvoeriger opsomt; Rom. 9:4; Ef. 2:11-12.
de woorden Gods
Dat is, de instrumenten zijns verbonds, begrepen in de schriften van Mozes en der profeten; Ps. 147:19-20 ; Hand. 7:38 .
Hertaald:
de woorden Gods
Dat is: de documenten van Zijn verbond, vervat in de geschriften van Mozes en de profeten; Ps. 147:19-20; Hand. 7:38.
al zijn sommigen
Dat is, een groot deel derzelve, namelijk die door hun eigen ongeloof de voordelen, hun van God verleend, krachteloos maken. Zie Hebr. 3:16-18 ; en Hos. 8:12 .
Hertaald:
al zijn sommigen
Dat is: een groot deel van hen, namelijk zij die door hun eigen ongeloof de voordelen die God hun verleend heeft krachteloos maken. Zie Hebr. 3:16-18 en Hos. 8:12.
hunne ongelovigheid
Dat is, derzelver, of zulker ongelovigheid.
Hertaald:
hunne ongelovigheid
Dat is: het ongeloof van dezen, of van zulke mensen.
het geloof Gods
Dat is, de trouw en waarheid Gods, die onder dat volk, niettegenstaande de ondankbaarheid van velen, altijd de zijnen heeft willen behouden en nog behoudt, op welken de beloften Gods inzonderheid zien, en hunne kracht hebben; Rom. 9:8 , Rom. 9:27 , en Rom. 11:1 , enz.
Hertaald:
het geloof Gods
Dat is: de trouw en waarheid van God, Die onder dat volk, ondanks de ondankbaarheid van velen, altijd de Zijnen heeft willen behouden en nog behoudt; op hen zien de beloften van God in het bijzonder en aan hen hebben zij hun kracht; Rom. 9:8, Rom. 9:27 en Rom. 11:1, enzovoort.
zij waarachtig
Namelijk in het onderhouden van Zijn verbond en volbrengen van Zijne beloften, al is het dat de mensen die onwaardig zijn.
Hertaald:
zij waarachtig
Namelijk in het houden van Zijn verbond en het vervullen van Zijn beloften, ook al zijn de mensen dat onwaardig.
gerechtvaardigd
Dat is, rechtvaardig en trouw erkend.
Hertaald:
gerechtvaardigd
Dat is: als rechtvaardig en trouw erkend.
overwint
Dat is, in uw oordelen zuiver en zonder blaam bevonden wordt. David breekt uit in deze bekentenis, uit aanmerking van zijne zonde tegen God begaan, en van de belofte der vergeving hem van Nathan verkondigd.
Hertaald:
overwint
Dat is: in Uw oordelen zuiver en zonder blaam bevonden wordt. David breekt in deze belijdenis uit met het oog op de zonde die hij tegen God begaan had en op de belofte van vergeving die Nathan hem verkondigd had.
oordeelt
Of, geoordeeld wordt ; want het Griekse woord kan beide deze overzettingen verdragen; maar de Hebreeuwse tekst vereist het eerste, hetwelk ook best overeenkomt met Paulus' voornemen, hetwelk is te bewijzen dat God altijd zuiver en rechtvaardig blijft, of overwint, wanneer Hij oordeelt, dat is, de zonder der mensen in de kinderen der ongehoorzaamheid naar verdiensten straft, of wanneer Hij, naar Zijn beloften, Zich ontfermt over de zonden van Zijne kinderen, hetwelk ook door Gods oordeel, doch in Zijn barhartigheid, geschiedt; Matt. 12:18 , Matt. 12:20 . En wordt de waarheid Gods, In het houden van Zijne beloften, ook in de Schrift gerechtigheid Gods genaamd; Ps. 143:11 , en 1 Joh. 1:9 .
Hertaald:
oordeelt
Of: geoordeeld wordt; want het Griekse woord kan allebei deze vertalingen verdragen. Maar de Hebreeuwse tekst vereist de eerste, die ook het best overeenkomt met wat Paulus wil bewijzen: dat God altijd zuiver en rechtvaardig blijft, of overwint, wanneer Hij oordeelt — dat is: wanneer Hij de zonden van de mensen in de kinderen van de ongehoorzaamheid naar verdienste straft, of wanneer Hij Zich naar Zijn beloften over de zonden van Zijn kinderen ontfermt, wat ook door Gods oordeel gebeurt, maar dan in Zijn barmhartigheid; Matth. 12:18, Matth. 12:20. Ook wordt Gods waarheid in het houden van Zijn beloften in de Schrift gerechtigheid van God genoemd; Ps. 143:11 en 1 Joh. 1:9.
Gods gerechtigheid
Dat is, trouw en waarheid, gelijk voren.
Hertaald:
Gods gerechtigheid
Dat is: trouw en waarheid, zoals hierboven.
bevestigt,
Of, recommandeert ; dat is, prijselijk en blijkelijk maakt; Rom. 5:8 .
Hertaald:
bevestigt,
Of: aanprijst; dat is: prijzenswaardig en zichtbaar maakt; Rom. 5:8.
toorn
Dat is, straf, eigenlijk genoemd over sommigen, of ook vaderlijke kastijdingen over de zijnen; Ps. 6:2 .
Hertaald:
toorn
Dat is: straf, in eigenlijke zin over sommigen, of ook vaderlijke kastijdingen over de Zijnen; Ps. 6:2.
naar den mens.)
Dat is, naar menselijke bedenking, of oordeel, hetwelk menen zou dat God niet behoorde te straffen hetgeen Zijne eer vordert.
Hertaald:
naar den mens.)
Dat is: naar menselijke overweging of oordeel, dat zou menen dat God niet behoorde te straffen wat Zijn eer bevordert.
Dat zij verre,
Grieks het geschiede niet; namelijk dat God, al doet Hij zulks, daarom zou onrechtvaardig zijn, dewijl Hij een rechter is der gehele wereld, die alles altijd wijs en rechtvaardig doet, al kunnen de mensen dat niet altijd begrijpen. Zie Gen. 18:25 ; Mal. 2:17 .
Hertaald:
Dat zij verre,
Grieks: dat het niet gebeure; namelijk dat God, ook al doet Hij dat, daarom onrechtvaardig zou zijn — Hij is namelijk Rechter van de hele wereld, Die altijd alles wijs en rechtvaardig doet, ook al kunnen de mensen dat niet altijd begrijpen. Zie Gen. 18:25; Mal. 2:17.
door mijn leugen
Dat is, trouweloosheid, ongehoorzaamheid; en wordt hier gesteld tegen de waarheid of getrouwheid Gods in het houden van Zijne beloften.
Hertaald:
door mijn leugen
Dat is: trouweloosheid, ongehoorzaamheid; het wordt hier tegenover de waarheid of trouw van God in het houden van Zijn beloften gesteld.
overvloediger is geworden,
Dat is, openbaarder, blijkelijker.
Hertaald:
overvloediger is geworden,
Dat is: duidelijker, zichtbaarder.
als een zondaar geoordeeld?
Dat is, gehouden en gestraft, vs.5.
Hertaald:
als een zondaar geoordeeld?
Dat is: beschouwd en gestraft, vers 5.
gelijk wij gelasterd worden,
Dat is, gelijk zulke gevolgen uit hetgeen wij van Gods genade en rechtvaardigheid leren, ons lasterlijk nageduid worden.
Hertaald:
gelijk wij gelasterd worden,
Dat is: zoals zulke gevolgtrekkingen uit wat wij over Gods genade en gerechtigheid leren, ons lasterlijk in de mond gelegd worden.
sommigen zeggen,
Namelijk verkeerde mensen, die onze leer verdraaien.
Hertaald:
sommigen zeggen,
Namelijk verkeerde mensen die onze leer verdraaien.
Welker verdoemenis rechtvaardig is
In deze woorden is een korte wederlegging van hetgeen hier voren vs.7-8 tegen de leer van Paulus is ingevoerd, namelijk dat het zover vandaar is, dat hij zelfs degenen, die dat zeggen, met Gods oordeel dreigt.
Hertaald:
Welker verdoemenis rechtvaardig is
In deze woorden ligt een korte weerlegging van wat hiervoor in vers 7 en 8 tegen de leer van Paulus is ingebracht: het is er zover vandaan, dat hij zelfs hen die dat zeggen met Gods oordeel bedreigt.
wij
Namelijk Joden.
Hertaald:
wij
Namelijk wij Joden.
uitnemender?
Dat is, van onszelven beter, rechtvaardiger, namelijk dan de heidenen.
Hertaald:
uitnemender?
Dat is: uit onszelf beter, rechtvaardiger, namelijk dan de heidenen.
te voren
Namelijk in de eerste twee hoofdstukken.
Hertaald:
te voren
Namelijk in de eerste twee hoofdstukken.
beschuldigd
Dat is, met vaste redenen bewezen, of overtuigd. Het Griekse woord betekent dikmaals iemand in rechten beschuldigen en met goed bewijs overtuigen.
Hertaald:
beschuldigd
Dat is: met vaste redenen bewezen, of overtuigd. Het Griekse woord betekent vaak: iemand in rechte beschuldigen en met goed bewijs overtuigen.
Gelijk geschreven is
Uit al deze plaatsen bewijst de apostel dat niet alleen de heidenen maar ook de Joden in zichzelven onrechtvaardig zijn voor God.
Hertaald:
Gelijk geschreven is
Uit al deze plaatsen bewijst de apostel dat niet alleen de heidenen maar ook de Joden in zichzelf onrechtvaardig zijn voor God.
verstandig is,
Namelijk om God recht te kennen.
Hertaald:
verstandig is,
Namelijk om God recht te kennen.
God zoekt
Namelijk om Hem recht te dienen.
Hertaald:
God zoekt
Namelijk om Hem recht te dienen.
onnut geworden;
Dat is, onbekwaam om goed te doen, gelijk verrotte en stinkende dingen, die men wegwerpt.
Hertaald:
onnut geworden;
Dat is: onbekwaam om goed te doen, zoals verrotte en stinkende dingen die men wegwerpt.
een geopend graf;
Namelijk waar niets dan vuiligheid in is, en niets dan stank uitkomt.
Hertaald:
een geopend graf;
Namelijk waarin niets dan vuiligheid zit en waaruit niets dan stank opstijgt.
slangenvenijn
Dat is, dodelijk vergif van kwaad spreken.
Hertaald:
slangenvenijn
Dat is: dodelijk vergif van kwaadspreken.
bloed te vergieten;
Dat is, allerlei wreedheid en geweld te doen.
Hertaald:
bloed te vergieten;
Dat is: allerlei wreedheid en geweld te bedrijven.
ellendigheid
Namelijk die zij anderen aandoen.
Hertaald:
ellendigheid
Namelijk de ellende die zij anderen aandoen.
den weg des vredes
Namelijk om zelf in rust te leven, en anderen in rust te laten.
Hertaald:
den weg des vredes
Namelijk om zelf in rust te leven en anderen met rust te laten.
vreze Gods
Namelijk die de grond en fontein is van alle andere deugden, waarmede de apostel besluit, niet dat al deze ondeugden in alle natuurlijke mensen even krachtig altijd uitbreken, maar omdat de kwade fontein van deze alle in hen is, en dat altijd enige daarvan in hun leven openbaar zijn.
Hertaald:
vreze Gods
Namelijk de vreze Gods, die de grond en bron van alle andere deugden is. Daarmee besluit de apostel, niet dat al deze ondeugden in alle natuurlijke mensen even sterk naar buiten komen, maar omdat de kwade bron van al deze dingen in hen is en er altijd enkele daarvan in hun leven zichtbaar zijn.
spreekt tot degenen,
Deze reden doet de apostel daarbij, om te tonen dat hij dit terecht op de Joden duidt, dewijl God in zijn Woord door Zijne profeten tot de Joden spreekt.
Hertaald:
spreekt tot degenen,
Deze redengeving voegt de apostel eraan toe om te tonen dat hij dit terecht op de Joden toepast, aangezien God in Zijn Woord door Zijn profeten tot de Joden spreekt.
verdoemelijk zij
Dat is der verdoemenis, of des rechtvaardigen oordeels Gods schuldig.
Hertaald:
verdoemelijk zij
Dat is: schuldig sta aan de verdoemenis, of aan het rechtvaardig oordeel van God.
Daarom zal uit de werken der wet
Hier besluit Paulus uit het geheel voorgaande bewijs van Rom. 1:17 tot hier toe, dat de mens door zijne werken niet kan gerechtvaardigd worden voor God.
Hertaald:
Daarom zal uit de werken der wet
Hier trekt Paulus uit het hele voorgaande betoog, van Rom. 1:17 tot hier, de conclusie dat de mens door zijn werken niet gerechtvaardigd kan worden voor God.
geen vlees
Dat is, geen levend mens; Ps. 143:2 ; Gal. 2:16 .
Hertaald:
geen vlees
Dat is: geen levend mens; Ps. 143:2; Gal. 2:16.
gerechtvaardigd worden,
Hetwelk niet betekent rechtvaardigheid of heiligheid instorten; want het zou geen zin hier hebben, geen vlees kan de rechtvaardigheid in gestort worden voor God; maar het betekent voor Gods oordeel van de verdoemenis vrijgesproken, en voor rechtvaardig gehouden worden. Zie Job 9:2-3 ; Ps. 143:2 ; Rom. 8:33-34 ; Gal. 2:16-17 , enz.
Hertaald:
gerechtvaardigd worden,
Dat betekent niet: gerechtigheid of heiligheid ingestort krijgen; dat zou hier geen zin geven — geen vlees kan de gerechtigheid ingestort krijgen voor God. Maar het betekent: voor Gods oordeel van de verdoemenis vrijgesproken en voor rechtvaardig gehouden worden. Zie Job 9:2-3; Ps. 143:2; Rom. 8:33-34; Gal. 2:16-17, enzovoort.
de kennis der zonde
Namelijk wanneer de wet den mens voorstelt wat God gebiedt en verbiedt; en de conscientie des mensen hem overtuigd, dat hij daartegen met gedachten, lusten, woorden en werken heeft misdaan; Rom. 7:7 ; Gal. 3:19 , Gal. 3:22 .
Hertaald:
de kennis der zonde
Namelijk wanneer de wet de mens voorhoudt wat God gebiedt en verbiedt, en zijn geweten hem ervan overtuigt dat hij daartegen met gedachten, begeerten, woorden en werken misdaan heeft; Rom. 7:7; Gal. 3:19, Gal. 3:22.
de rechtvaardigheid Gods
Dat is, die voor God geldt, en die God schenkt.
Hertaald:
de rechtvaardigheid Gods
Dat is: de gerechtigheid die voor God geldt en die God schenkt.
zonder de wet,
Dat is, niet door de wet, die volkomen gehoorzaamheid van den mens zelven eist, maar door het Evangelie, dat ons op Christus' gehoorzaamheid wijst; Rom. 1:16-17 .
Hertaald:
zonder de wet,
Dat is: niet door de wet, die volkomen gehoorzaamheid van de mens zelf eist, maar door het Evangelie, dat ons op de gehoorzaamheid van Christus wijst; Rom. 1:16-17.
van de wet
Dat is, van de schriften van Mozes, die van de rechtvaardigheid Gods door Christus getuigen, gelijk ook de profeten. Zie Joh. 5:46 ; Hand. 15:11 , en Hand. 26:22 , enz.
Hertaald:
van de wet
Dat is: van de geschriften van Mozes, die van de gerechtigheid van God door Christus getuigen, evenals de profeten. Zie Joh. 5:46; Hand. 15:11 en Hand. 26:22, enzovoort.
geen onderscheid
Namelijk tussen Joden en Grieken, als zij maar geloven.
Hertaald:
geen onderscheid
Namelijk tussen Joden en Grieken, als zij maar geloven.
derven de heerlijkheid Gods;
Grieks Hysterountai; hetwelk betekent eigenlijk in het verkrijgen van enige zaken, inzonderheid in het lopen naar den prijs, verachteren of tekortkomen en derhalve dien moeten derven; gelijk alle mensen tekortkomen, die door hunne werken de heerlijkheid Gods, dat is het eeuwige leven zoeken te verkrijgen.
Hertaald:
derven de heerlijkheid Gods;
Grieks: hysterountai; dat betekent eigenlijk: bij het verkrijgen van iets, en vooral bij het lopen om de prijs, achterblijven of tekortkomen en het daarom moeten missen — zoals alle mensen tekortkomen die door hun werken de heerlijkheid van God, dat is: het eeuwige leven, proberen te verkrijgen.
En worden
Van hier voort beschrijft de apostel al de oorzaken en eigenschappen van de rechtvaardigmaking des geloofs, die ons in het Evangelie geopenbaard is. De opperste oorzaak dan is de onverdiende genade Gods, de bewegende en verdienende oorzaak is de verzoening en verlossing door Christus geschied; het middel, waardoor ons die wordt toegerekend, is het geloof in het bloed van Christus; het einde is de betoning van Gods gerechtigheid en de vergeving der zonden. De eigenschap is dat alle roem des mensen voor God hierdoor wordt uitgesloten, en dezelve geopenbaard is, niet alleen voor de Joden, maar ook voor de heidenen.
Hertaald:
En worden
Vanaf hier beschrijft de apostel alle oorzaken en eigenschappen van de rechtvaardigmaking door het geloof, die ons in het Evangelie geopenbaard is. De hoogste oorzaak is de onverdiende genade van God. De bewegende en verdienende oorzaak is de verzoening en verlossing die door Christus tot stand gebracht is. Het middel waardoor die ons toegerekend wordt, is het geloof in het bloed van Christus; en het doel is het betonen van Gods gerechtigheid en de vergeving van de zonden. De eigenschap is dat alle roem van de mens voor God hierdoor uitgesloten wordt, en dat zij geopenbaard is niet alleen voor de Joden maar ook voor de heidenen.
om niet
Grieks tegeefs; dat is, door enkele gifte, zonder enige verdienste.
Hertaald:
om niet
Grieks: om niet; dat is: door louter gave, zonder enige verdienste.
de verlossing,
Grieks apolytrosis; hetwelk, hoewel het somwijlen wat breder genomen wordt voor allerlei verlossing, zo betekent het nochtans eigenlijk ene verlossing, die geschiedt door opbrenging of betaling van rantsoen, gelijk Christus zelf spreekt Matt. 20:28 . Zie ook 1 Kor. 7:23 ; 1 Petr. 1:18 .
Hertaald:
de verlossing,
Grieks: apolytrosis. Hoewel dat woord soms wat ruimer opgevat wordt voor allerlei verlossing, betekent het toch eigenlijk een verlossing die tot stand komt door het opbrengen of betalen van losgeld, zoals Christus Zelf zegt in Matth. 20:28. Zie ook 1 Kor. 7:23; 1 Petr. 1:18.
voorgesteld heeft
Namelijk eerst in Zijn eeuwigen raad, en daarna door uitvoering van dien in de volheid des tijds, en eindelijk door de predikatie des Evangelies; 2 Tim. 1:9-11 ; 1 Petr. 1:20-22 .
Hertaald:
voorgesteld heeft
Namelijk eerst in Zijn eeuwige raad, daarna door de uitvoering daarvan in de volheid van de tijd, en ten slotte door de prediking van het Evangelie; 2 Tim. 1:9-11; 1 Petr. 1:20-22.
verzoening,
Grieks hilasterion; dat is, om te zijn een verzoener, namelijk der zondaren. De apostel ziet hier op den genadestoel of het verzoendeksel van zuiver goud gemaakt, dat de ark des verbonds, waar de tafelen der wet in lagen, bedekte; hetwelk ook hilasterion genaamd wordt, Hebr. 9:5 , en was een voorbeeld dat Christus door Zijne zuiverheid en gehoorzaamheid onze overtredingen tegen de wet voor Gods aanschijn zou bedekken en ons met God verzoenen.
Hertaald:
verzoening,
Grieks: hilasterion; dat is: om een verzoener te zijn, namelijk van de zondaars. De apostel ziet hier op het verzoendeksel van zuiver goud dat de ark van het verbond bedekte, waarin de tafelen van de wet lagen; dat wordt ook hilasterion genoemd (Hebr. 9:5) en was een voorafbeelding dat Christus door Zijn zuiverheid en gehoorzaamheid onze overtredingen tegen de wet voor Gods aangezicht zou bedekken en ons met God zou verzoenen.
in Zijn bloed,
Dat is in, of door Zijn bloedig lijden en sterven. Deze woorden kunnen gevoegd worden òf bij het woord verzoening, dat Christus ons door Zijn bloed met God verzoend heeft; òf met het woord geloof, omdat het geloof, waardoor wij gerechtvaardigd worden, voornamelijk ziet op de gehoorzaamheid van Christus tot den dood des kruises toe, en daarop steunt en vertrouwt; hetwelk met het oogmerk des apostels schijnt best overeen te komen. Zie ook 2 Kor. 5:19-21 ; Gal. 2:20 .
Hertaald:
in Zijn bloed,
Dat is: in of door Zijn bloedig lijden en sterven. Deze woorden kunnen verbonden worden óf met het woord verzoening — dat Christus ons door Zijn bloed met God verzoend heeft — óf met het woord geloof. Want het geloof waardoor wij gerechtvaardigd worden ziet vooral op de gehoorzaamheid van Christus tot de kruisdood toe, en steunt en vertrouwt daarop; dat laatste lijkt het best overeen te komen met wat de apostel bedoelt. Zie ook 2 Kor. 5:19-21; Gal. 2:20.
tot een betoning
Dat is, om te betonen Zijne trouw en waarheid in het houden van Zijn beloften, Luc. 1:69-70 , of ook om te bewijzen dat Hij rechtvaardig is, dewijl Hij zelfs in Christus de zonden straft, welke Hij in het Oude Testament vergeven heeft om deze verzoening, die geschieden zou, en in het Nieuwe dagelijks vergeeft den gelovigen om dezelfde voldoening, die nu geschied is; hetwelk de volgende woorden schijnen mede te brengen.
Hertaald:
tot een betoning
Dat is: om Zijn trouw en waarheid te tonen in het houden van Zijn beloften (Luk. 1:69-70), of ook om te bewijzen dat Hij rechtvaardig is, aangezien Hij zelfs in Christus de zonden straft die Hij in het Oude Testament vergeven heeft om deze verzoening die nog gebeuren zou, en die Hij in het Nieuwe Testament dagelijks aan de gelovigen vergeeft om diezelfde voldoening die nu tot stand gekomen is; dat lijken de volgende woorden mee te brengen.
die te voren geschied zijn
Namelijk onder het Oude Testament, die God in Christus eerst in de volheid des tijds gestraft heeft, tot dien tijd dezelve overziende; Hebr. 9:15 . Of die de mensen gedaan hebben, eer zij door het geloof gerechtvaardigd worden. Hoewel ook de zonden, die na de bekering gedaan worden, niet anders worden vergeven dan om de voldoening van Christus; Fil. 3:9 ; Hebr. 10:14 ; 1 Joh. 1:7 , en 1 Joh. 2:2 .
Hertaald:
die te voren geschied zijn
Namelijk onder het Oude Testament: die zonden heeft God pas in de volheid van de tijd in Christus gestraft, terwijl Hij ze tot dan toe voorbijzag (Hebr. 9:15). Of: de zonden die de mensen gedaan hebben voordat zij door het geloof gerechtvaardigd worden. Hoewel ook de zonden die na de bekering gedaan worden niet anders vergeven worden dan om de voldoening van Christus; Filipp. 3:9; Hebr. 10:14; 1 Joh. 1:7 en 1 Joh. 2:2.
onder de verdraagzaamheid Gods;
Grieks in. Deze woorden worden van sommigen gevoegd met vs.26, doch hangen beter aan het voorgaande.
Hertaald:
onder de verdraagzaamheid Gods;
Grieks: in. Deze woorden worden door sommigen met vers 26 verbonden, maar zij horen beter bij het voorgaande.
Tot een betoning
Zie der verklaring van vs.25.
Hertaald:
Tot een betoning
Zie de verklaring bij vers 25.
roem?
Namelijk waar enig mens in zijne rechtvaardigmaking voor God van zou mogen roemen.
Hertaald:
roem?
Namelijk waarop enig mens bij zijn rechtvaardigmaking voor God zou kunnen roemen.
de wet des geloofs
Dat is het voorschrift, of de leer des geloofs, die hij door een Hebreeuwse wijze van spreken bij gelijkenis ene wet noemt, gelijk Jes. 2:3 .
Hertaald:
de wet des geloofs
Dat is: het voorschrift of de leer van het geloof, die hij naar een Hebreeuwse manier van spreken bij wijze van vergelijking een wet noemt, zoals Jes. 2:3.
zonder de werken der wet
Namelijk die niet alleen voor de bekering geschieden, maar ook na de bekering, gelijk van den apostel in het navolgende hoofdstuk met het voorbeeld van Abraham en David klaarlijk zal bewezen worden.
Hertaald:
zonder de werken der wet
Namelijk de werken die niet alleen vóór de bekering gebeuren, maar ook daarna, zoals de apostel in het volgende hoofdstuk met het voorbeeld van Abraham en David duidelijk zal bewijzen.
Is God een God der Joden alleen?
Namelijk nu in het Nieuew Testament, wanneer het onderscheid tussen Joden en heidenen is weggenomen; Ef. 2:16-18 .
Hertaald:
Is God een God der Joden alleen?
Namelijk nu in het Nieuwe Testament, waarin het onderscheid tussen Joden en heidenen weggenomen is; Ef. 2:16-18.
de besnijdenis
Dat is, de Joden.
Hertaald:
de besnijdenis
Dat is: de Joden.
de voorhuid door het geloof
Dat is, de heidenen van afkomst.
Hertaald:
de voorhuid door het geloof
Dat is: de heidenen van afkomst.
wij bevestigen de wet
Namelijk omdat de leer des Evangelies verklaart dat Christus de wet voor ons heeft volbracht, tot onze rechtvaardigmaking; en dat Hij degenen, die gerechtvaardigd worden, ook door Zijnen Geest alzo vernieuwt, dat zij naar alle geboden Gods hun leven zoeken te richten; Rom. 8:1-3 . Niet om daardoor voor God gerechtvaardigd te worden, maar om God voor deze Zijne weldaad behoorlijke dankbaarheid te bewijzen, zijnen naaste te stichten, en van zijne eigen rechtvaardigmaking voor God meer en meer verzekerd te worden; gelijk Paulus hierna hfdst. 6, 7, 8, breder zal verklaren.
Hertaald:
wij bevestigen de wet
Namelijk omdat de leer van het Evangelie verklaart dat Christus de wet voor ons volbracht heeft tot onze rechtvaardigmaking, en dat Hij hen die gerechtvaardigd worden ook door Zijn Geest zo vernieuwt dat zij hun leven naar alle geboden van God proberen te richten (Rom. 8:1-3) — niet om daardoor voor God gerechtvaardigd te worden, maar om God voor deze weldaad de behoorlijke dankbaarheid te bewijzen, hun naaste te stichten en van hun eigen rechtvaardigmaking voor God meer en meer verzekerd te worden, zoals Paulus hierna in hoofdstuk 6, 7 en 8 uitvoeriger zal verklaren. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Na de sombere conclusie dat allen gezondigd hebben en de heerlijkheid Gods derven (Rom. 3:23), tekent Paulus de oplossing in juridische en cultische taal ineen: gelovigen worden "om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is" (Rom. 3:24), en God heeft Christus "voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods" (Rom. 3:25). Het doel staat in het vers erna: "opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is" (Rom. 3:25-26). Het woord hilasterion is precies het woord dat de Statenvertaling van het Oude Testament (via de Griekse vertaling ervan) gebruikt voor het verzoendeksel. Dat was de gouden plaat boven de ark, overschaduwd door de cherubs, waarop de hogepriester op de Grote Verzoendag het bloed sprengde (Lev. 16:15, reeds behandeld bij Verzoendag). Bijbelse betekenis: Christus is dus niet alleen het offer, maar tegelijk de plaats van verzoening zelf. Daar ontmoeten Gods rechtvaardige toorn tegen de zonde en Zijn genade elkaar, zonder dat het een het ander verdringt. God blijft rechtvaardig, want Hij laat de zonde niet ongestraft, en Hij rechtvaardigt de gelovige tegelijk. Dit is de kern van de verzoeningsleer: geen omzeiling van Gods gerechtigheid, maar de volledige voldoening eraan in Christus. Typologie: Hebreeën beschrijft hetzelfde Oudtestamentische beeld nog uitvoeriger (Hebr. 9:5, met heel Hebr. 9-10 als de volle uitwerking, reeds aangehaald bij Het is volbracht, Joh. 19). Zo wordt zichtbaar dat het gehele stelsel van de Verzoendag (Lev. 16) een vooruitwijzing was naar dit ene, volbrachte offer. Rom. 3:23-26; Lev. 16:15; Hebr. 9:5 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het offer en de plaatsvervanging niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe Paulus heeft twee en een half hoofdstuk lang de aanklacht opgebouwd: de heidenen zijn schuldig, de moralist is schuldig, de Jood is schuldig. Alle mond is gestopt en de gehele wereld is voor God verdoemelijk. En dan komt: maar nu. God vergeeft niet door de schuld door de vingers te zien, maar door haar te laten betalen — en Paulus gebruikt daarvoor het woord van het verzoendeksel. Het probleem is niet of God vergeven wil. Het probleem is hoe een rechtvaardig Rechter de schuldige kan vrijspreken zonder zelf onrechtvaardig te worden. Een rechter die een dief laat gaan omdat hij hem aardig vindt, is geen goede rechter. Paulus geeft het antwoord met een woord dat elke Jood kende: Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening. De kanttekening wijst aan wat daar staat: het Griekse woord is hilastèrion, en de apostel ziet hier op het verzoendeksel van zuiver goud dat de ark bedekte, waarin de tafelen van de wet lagen — hetzelfde woord dat in Hebreeën 9:5 voor dat deksel gebruikt wordt. Daarmee staat heel Exodus 25 in dit vers. Onderin de kist de gebroken wet, daarboven het deksel met bloed, en dáár sprak God. Nu is Christus zelf die plaats geworden, en het bloed is niet van een bok. En dan het doel, tweemaal genoemd: tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid. Het kruis is niet alleen een daad van liefde maar ook van recht. God had eeuwenlang zonden voorbij laten gaan onder Zijn verdraagzaamheid — en de vraag hing in de lucht of Hij dat zomaar kon. Het slot is een van de dichtste zinnen van de Bijbel: opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene die uit het geloof van Jezus is. Beide tegelijk. Niet rechtvaardig ten koste van genade, en niet genadig ten koste van recht. Daarom besluit Paulus dat er geen roem overblijft. Wie om niet gerechtvaardigd wordt, heeft niets bijgedragen — en juist daarom kan hij er niets van claimen. In het Nieuwe Testament: Hebreeën 9:5; 1 Johannes 2:2; 2 Korinthe 5:21; Galaten 2:16
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Thomas Spurgeon vergeleek het leven van een christen met een reis op het schip ‘Vrije genade’. Alleen Gods genade brengt zondaren veilig naar de hemelse haven. We hebben gezien hoe de goddeloze gerechtvaardigd wordt en hebben de grote waarheid beschouwd dat alleen God een mens kan rechtvaardigen. Nu gaan we een stap verder en… Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. (Romeinen 3:25) Lees verder Exodus 25:17—22. God heeft Christus openlijk aangewezen als middel tot… Wij hebben de goddeloze gerechtvaardigd gezien, en de grote waarheid overwogen dat God alleen de mens kan rechtvaardigen. Thans gaan wij nog een stap verder en vragen: Hoe… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Hij is Zelf rechtvaardig, en Hij rechtvaardigt diegene die uit het geloof in Jezus is. Romeinen 3 vers 26 Wij die… Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven; want er is geen onderscheid. Want zij hebben allen gezondigd, en derven de… Christus Jezus, dewelken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed Romeinen 3:25 We begonnen de diensten in dit kerkgebouw met de verklaring dat Christus… Om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is. Romeinen 3:24 De heuvel van vertroosting is de heuvel Calvarië. Het huis van vertroosting… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet. Romeinen 3:31 Zodra… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Romeinen 3
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende — 3:19-31
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Het schip ‘Vrije genade’
Rechtvaardig en Hij Die rechtvaardigt
Christus aangewezen als verzoening
Rechtvaardig en Die rechtvaardig maakt
Hij rechtvaardigt diegene die uit het geloof in Jezus is
Christus stierf voor zondaars
Christus voorgesteld tot een verzoening
Rechtvaardiging uit genade
Wij bevestigen de wet


Romeinen 3
Romeinen 3:1-2
KruisverwijzingenHandelingen 7:38→Romeinen 11:15→Romeinen 9:4→2 Timotheüs 3:15→Hebreeën 5:12→1 Petrus 4:11→Psalmen 147:19→Nehemia 9:13→— Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis? Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.
Het was een groot voorrecht, in die oude tijd een Jood te zijn. Terwijl de rest van de wereld in het duister verkeerde, hadden de Joden het licht: “hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.”
Romeinen 3:3-4
KruisverwijzingenPsalmen 51:4→2 Timotheüs 2:13→Hebreeën 4:2→Psalmen 116:11→Romeinen 10:16→Romeinen 11:1→Romeinen 9:6→Numeri 23:19→— Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen? Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig; gelijk als geschreven is: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.
Betekent dit, dat als zij niet geloofden, God daardoor onwaarachtig werd? Wat de mensen onder de oude wet ook deden, hoe ontrouw zij ook waren, God bleef waarachtig en getrouw.
Romeinen 3:5-6
KruisverwijzingenGalaten 3:15→Romeinen 6:19→1 Korinthe 9:8→Genesis 18:25→Romeinen 7:7→Deuteronomium 32:39→Romeinen 2:5→Romeinen 4:1→— Indien nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij zeggen? Is God onrechtvaardig, als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek naar den mens.) Dat zij verre, anderszins hoe zal God de wereld oordelen?
Wanneer iemand ook maar suggereert dat God niet rechtvaardig is, komt Paulus daartegen in verzet. Nee, zegt hij, God moet wel rechtvaardig zijn, omdat Hij God is. Want hoe zou Hij de wereld kunnen oordelen, als Hij onrechtvaardig was?
Romeinen 3:7-8
KruisverwijzingenRomeinen 6:1→Romeinen 6:15→Romeinen 3:4→Handelingen 2:23→Romeinen 9:19→2 Koningen 8:10→Handelingen 13:27→1 Koningen 13:26→— Want indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik ook nog als een zondaar geoordeeld? En zeggen wij niet liever (gelijk wij gelasterd worden, en gelijk sommigen zeggen, dat wij zeggen): Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome? Welker verdoemenis rechtvaardig is.
Geen christen heeft ooit gezegd: laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome. Zegt iemand anders dat wel, dan is zijn verdoemenis alleszins rechtvaardig. Ook al gebruikt God in Zijn oneindige wijsheid zelfs de zonde van de mens om de grootheid van Zijn genade te doen uitkomen, dat verontschuldigt de zonde volstrekt niet. Zij blijft een afschuwelijk kwaad, ten hoogste hatelijk in de ogen van de drie maal heilige Jehova.
Romeinen 3:9-10
KruisverwijzingenPsalmen 53:1→Psalmen 14:1→Galaten 3:22→Romeinen 3:23→Markus 7:21→Romeinen 3:19→Romeinen 6:15→Job 15:14→— Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn; Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;
Lees de eerdere hoofdstukken van deze brief, hoofdstukken die het hart doen walgen bij het lezen, en het hoofd doen pijnigen bij de herinnering eraan. Hebt u ze gelezen, dan zult u erkennen dat Paulus bewezen heeft dat zowel Joden als heidenen onder de zonde zijn. Het eerste hoofdstuk van de brief aan de Romeinen geeft zo’n verschrikkelijke beschrijving van het zedelijk gedrag van de heidenen. Het is daarmee een van de pijnlijkste hoofdstukken van de Schrift om te lezen. Niet lang geleden werd een van onze zendelingen in China hierover aangevallen. Een geleerde zei tot hem: “Deze Bijbel van u kan niet zo oud zijn als u beweert, want het is overduidelijk dat dit hoofdstuk geschreven moet zijn door iemand die in China is geweest, en die de zeden en gewoonten van dit volk gezien heeft.” Zo nauwkeurig kende de Heilige Geest de zeden, gewoonten en heimelijke ondeugden van de heidenen, toen en nog. Maar de Joden zeiden: “Ach, maar dit is een beschrijving van de heidenen.” Waarop Paulus antwoordt: “Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet.”
Romeinen 3:10-18
KruisverwijzingenPsalmen 5:9→Psalmen 53:1→Psalmen 14:3→Psalmen 140:3→Psalmen 36:1→Psalmen 14:1→Psalmen 14:2→Psalmen 53:2→— Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een; Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe. Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen. Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid; Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten; Vernieling en ellendigheid is in hun wegen; En den weg des vredes hebben zij niet gekend. Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
Let er in het gedeelte dat wij nu gaan lezen op, hoe Paulus de veranderingen luidt tussen die twee woorden: “allen” en “geen.” Hij begint met het woord “geen.” Toch komen er mensen tot ons om te spreken over de rechtvaardige heiden, wiens deugden zij prijzen — de denkbeeldige goede mens, want zulke mensen bestaan in werkelijkheid niet. Hier spreekt de Heere Zelf, en de Geest van God haalt gedeelten uit het Oude Testament aan, die Hij samenvoegt om het karakter van de mensheid te beschrijven. Hoe allesomvattend zijn al deze uitdrukkingen! “Er is niemand rechtvaardig, ook niet een. Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.” Dit zijn allemaal aanhalingen uit het Oude Testament, uit hun eigen psalmdichters en profeten. Paulus haalt ze aan tegenover de Joden, opdat zij zouden zien wat hun eigen karakter van nature is.
Romeinen 3:13-16
KruisverwijzingenPsalmen 5:9→Psalmen 140:3→Psalmen 10:7→Jesaja 59:7→Spreuken 1:16→Jakobus 3:5→Jeremia 5:16→Jeremia 9:3→— Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen. Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid; Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten; Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
Hoe waar is dat laatste vers van velen vandaag! Hun zonden verderven hen; de begeerten van het vlees verderven het lichaam; dronkenschap en dergelijke zonden zijn verwoestende gewoonten, en zij maken wie ze beoefenen ellendig: “Vernieling en ellendigheid is in hun wegen.” Wat een ellendige mensen, wat een ellendige gezinnen, wat een ellendige landen worden gemaakt door toegeven aan de zonde! Er is geen ware gelukzaligheid zonder heiligheid.
Romeinen 3:17
KruisverwijzingenJesaja 59:8→Lukas 1:79→Romeinen 5:1→Jesaja 57:21→Mattheüs 7:14→— En den weg des vredes hebben zij niet gekend.
Rust, geluk en vrede zijn de zondige mens onbekend. Hij bevindt zich niet op de weg om vrede te vinden.
Romeinen 3:18
KruisverwijzingenPsalmen 36:1→Genesis 20:11→Lukas 23:40→Spreuken 23:17→Spreuken 8:13→Spreuken 16:6→Openbaring 19:5→— Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
Hoe waar is deze verschrikkelijke aanklacht, vooral in deze tegenwoordige tijd! De mensen lijken alle vreze Gods af te leggen. Wie de menselijke geschiedenis leest, zal, denk ik, bespeuren dat de huidige toestand van de samenleving in ons land, godsdienstig gezien, opmerkelijk lijkt op de toestand van Frankrijk. Dat was vóór de grote Revolutie. Die bracht zoveel bloedvergieten met zich mee. Alles lijkt losser te worden, ruimer, en neerwaarts te neigen; en vooral: “er is geen vreze Gods voor hun ogen.”
Romeinen 3:19
KruisverwijzingenJohannes 15:25→Ezechiël 16:63→Romeinen 2:12→Job 5:16→Psalmen 107:42→Job 9:2→Galaten 4:21→1 Korinthe 9:20→— Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
Van nature probeert ieder mens zijn mond te openen, en het beste voor zichzelf te zeggen wat hij kan. Maar het is het doel van Gods wet, ieders mond te stoppen. Wanneer wij tot die toestand komen, dan is er hoop voor ons. Hebben wij niets meer voor onszelf te zeggen, dan zal de Heere Jezus voor de stommen Zijn mond openen, en voor de schuldigen pleiten in de hoven van God. De wet was aan de Joden gegeven, en de beschrijvingen die zij geeft, moeten dus beschrijvingen van de Joden zijn. “Daarom,” zegt Paulus, “zoals de monden van de heidenen reeds gestopt zijn door de beschrijving van hun ondeugden, zo wordt ook úw mond, het bevoorrechte volk van God, gestopt door de beschrijvingen van uzelf, ontleend aan uw eigen profeten.”
Romeinen 3:19-20
KruisverwijzingenGalaten 2:16→Handelingen 13:39→Romeinen 4:15→Romeinen 3:28→Galaten 2:19→Romeinen 9:32→Johannes 15:25→Ezechiël 16:63→— Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij. Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
Er is geen gerechtigheid van de werken op de aardbodem te vinden. De wet zelf beschrijft de mens als zondig van de keel tot de voeten; bijna elk lichaamsdeel wordt genoemd en beschreven als besmet met zonde. Maar, zegt Paulus, er is nog een andere gerechtigheid op de aardbodem, en dat is de gerechtigheid van Gods genade, die komt door het geloof in Christus. De wet kan overtuigen en veroordelen, maar zij kan de schuldige nooit rechtvaardigen. Haar bijzondere werk is te bewijzen dat zij niet gerechtvaardigd zijn in hun zondigen, en hun mond te stoppen voor elk excuus voor hun zonde.
Al wat de wet kan doen, is ons onze zonde te tonen. De wet is een spiegel: kijkt u erin, dan ziet u uw vlekken; maar in een spiegel kunt u zich niet wassen. Wilt u van uw vlekken gereinigd worden, dan moet u ergens anders heen. Het doel van Gods wet is niet ons te reinigen, maar ons te tonen hoezeer wij reiniging nodig hebben; onze ziekte te openbaren, niet er een geneesmiddel voor te vinden.
Romeinen 3:21-22
KruisverwijzingenRomeinen 10:12→Galaten 3:28→Handelingen 10:43→Kolossenzen 3:11→Jeremia 33:16→Romeinen 1:2→Romeinen 1:17→Galaten 2:16→— Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten: Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
U ziet, wij kunnen door de wet niet rechtvaardig worden. Paulus zegt dat niemand ooit langs die weg gerechtigheid verkregen heeft. Wij hebben integendeel zo gezondigd, dat wij nooit door de wet rechtvaardig kunnen worden. Maar er is een nieuwe weg van gerechtigheid, de weg van de gerechtigheid Gods; en Gods gerechtigheid is veel beter dan de beste menselijke gerechtigheid ooit zou kunnen zijn. Er is een gerechtigheid die tot ons komt door het geloof in Jezus Christus, niet door te doen, maar door te geloven. Het is een gerechtigheid die vrijelijk geschonken wordt aan allen die geloven.
Romeinen 3:21-24
KruisverwijzingenPrediker 7:20→1 Johannes 1:8→Romeinen 3:9→Galaten 3:22→Romeinen 3:19→1 Thessalonicenzen 2:12→Romeinen 10:12→Romeinen 11:32→— Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten: Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
Nu komt er een nieuw beginsel binnen: het beginsel van de genade. Dat volbrengt wat de wet nooit kon volbrengen, namelijk de vrije rechtvaardiging van alle schuldigen die in Jezus geloven. En deze rechtvaardiging is een rechtvaardige, aangezien zij gegrond is op “de verlossing die in Christus Jezus is.” Ik heb mensen horen vragen: “Waarom zegt u ‘vrije genade’? Als het genade is, moet het toch vrij zijn?” Welnu, wij zeggen “vrije genade,” omdat de Schrift zegt “om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade”; en omdat de Heere nooit overtollige woorden gebruikt, menen wij niet schuldig te zijn aan herhaling wanneer wij zeggen “vrije genade.”
Romeinen 3:21-27
KruisverwijzingenPrediker 7:20→1 Johannes 1:8→Romeinen 3:9→Galaten 3:22→Romeinen 3:19→1 Thessalonicenzen 2:12→Romeinen 10:12→Romeinen 11:32→— Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten: Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is; Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is. Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
Wordt de zaligheid aan schuldigen geschonken, en zijn allen schuldig — kan niemand zich op vrijstelling beroepen, en wordt de zaligheid toch vrijelijk gegeven — wat dan? Welnu, dan moet de zaligheid zuiver uit genade van God zijn; laat de genade dan alle eer hebben. “Waar is dan de roem?”
Romeinen 3:25-26
Kruisverwijzingen1 Johannes 4:10→1 Johannes 2:2→Leviticus 16:15→Handelingen 17:30→Openbaring 13:8→Exodus 25:17→Psalmen 22:31→Handelingen 13:38→— Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
Niet van hem die voor de zaligheid werkt, maar van hem die gelooft; niet van hem die verdient, maar van hem die vertrouwt. Dit is Gods weg van de gerechtigheid, en wij zijn gezonden om haar te verkondigen. Och, dat de Geest van God gegeven wordt, om deze verkondiging aangenaam te maken aan uw hart!
Romeinen 3:25-27
Kruisverwijzingen1 Johannes 4:10→1 Johannes 2:2→Romeinen 2:23→Romeinen 4:2→1 Korinthe 1:29→Leviticus 16:15→Handelingen 17:30→Romeinen 2:17→— Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is. Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
Het geloof ontvangt met een lege hand de vrije gave van de genade, en juist dat feit sluit alle roem uit.
Romeinen 3:27
KruisverwijzingenRomeinen 2:23→Romeinen 4:2→1 Korinthe 1:29→Romeinen 2:17→Romeinen 11:6→Ezechiël 16:62→Romeinen 10:5→1 Johannes 5:11→— Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
Uitgesloten, gedaan mee. Nee, de wet van de werken zou ons hebben toegestaan te roemen. Wij zouden verdiend hebben wat wij ook door onze eigen voortreffelijkheid verworven hadden, en wij zouden erin hebben kunnen roemen. De wet van de werken helpt de roem soms voort, want een mens verblijdt en beroemt zich in wat hij gedaan heeft. Toch behoort de wet van de werken onze roem te stuiten, omdat wij schuldig zijn in Gods oog. De wet van het geloof stopt werkelijk onze mond, omdat wij verplicht staan aan God. Wij durven niet te roemen, want wij hebben niets goeds dan wat wij van God ontvangen hebben.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Gedeelte mist in digitale bronnen
Het volgende gedeelte mist in meerdere digitale bronnen van de Bijbelverklaring van Dächsel. Geprobeerd wordt om dit gedeelte later toe te voegen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel