Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210 van DavidH1732, voor den opperzangmeesterH5329, op de NeginothH5058.
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
KJV
[[To the chief Musician1
on Neginoth,2
A Psalm3
of David.]]4
Hear
me when I call,
O God
of my righteousness:
thou hast enlarged
me when I was in distress;
have mercy
upon me, and hear
my prayer.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Als ik roepH7121, verhoorH6030 mij, o GodH430 mijner gerechtigheidH6664! In benauwdheidH6862 hebt Gij mij ruimteH7337 gemaakt; wees mij genadigH2603, en hoorH8085 mijn gebedH8605.
Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed.
KJV
O ye sons
of men,
how long
will ye turn my glory
into shame?
how long will ye love
vanity,
and seek
after leasing?
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Gij, mannen, hoe lang zal mijn eerH3519 totH5704 schandeH3639 zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheidH7385 beminnenH157, de leugenH3577 zoekenH1245? SelaH5542.
Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.
Ook in dit vers
mannenH1121
KJV
But know
that the LORD
hath set apart
him that is godly
for himself: the LORD
will hear
when I call
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WeetH3045 toch, datH3588 de HEEREH3068 Zich een gunstgenootH2623 heeft afgezonderdH6395; de HEEREH3068 zal horenH8085, als ik totH413 Hem roepH7121.
Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.
KJV
Stand in awe,
and sin
not: commune
with your own heart
upon your bed,
and be still.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Zijt beroerdH7264, en zondigtH2398 nietH408; spreektH559 in ulieder hartH3824 opH5921 uw legerH4904, en zijt stilH1826. SelaH5542.
Zijt beroerd, en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil. Sela.
KJV
Offer
the sacrifices
of righteousness,
and put your trust
in the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
OffertH2076 offeranden der gerechtigheidH6664, en vertrouwtH982 op den HEEREH3068.
Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE.
Ook in dit vers
offerandenH2077
KJV
There be many
that say,
Who will shew
us any good?
LORD,6
lift thou up
the light
of thy countenance
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
VelenH7227 zeggenH559: WieH4310 zal ons het goedeH2896 doen zienH7200? Verhef Gij overH5921 ons het lichtH216 Uws aanschijnsH6440, o HEEREH3068!
Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE!
Ook in dit vers
VerhefH5375
KJV
Thou hast put
gladness
in my heart,
more than in the time
that their corn
and their wine
increased.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Gij hebt vreugdeH8057 in mijn hartH3820 gegevenH5414, meer dan ter tijdH6256, als hun korenH1715 en hun mostH8492 vermenigvuldigdH7231 zijn.
Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn.
KJV
I will both
lay me down
in peace,
and sleep:
for thou, LORD,
only
makest me dwell
in safety.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Ik zal in vredeH7965 te zamenH3162 nederliggenH7901 en slapenH3462; wantH3588 GijH859, o HEERE! alleen zult mij doen zekerH983 wonenH3427.
Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen.
opperzangmeester
Dat is, die den opperzangmeester gegeven werd, om dien in het huis des Heeren te doen spelen en zingen. Het Hebr. woord overwinnaar, en voorts aandrijver, voortdrijver, die anderen, onder zijn opzicht gesteld zijnde, in kloekheid overwint of teboven gaat, en het werk aandrijft totdat het als overwonnen en ten einde gebracht is; en vervolgens in zake van gezang, een meester, opziener, voorganger van de zangers en speellieden. Verg. Ps. 13:1 , en zie 2 Kron. 2:2 , 2 Kron. 2:18 , 2 Kron. 34:12-13 ; Ezra 3:8-9 . Aangaande deze ordinantie in de muziek van den godsdienst, zie 1 Kron. 6:31 , enz., en 1 Kron. 15:16-17 , enz., en 1 Kron. 16:4-5 , 1 Kron. 16:7 , en 1 Kron. 25:1-2 , enz.
Hertaald:
opperzangmeester
Dat is: die aan de opperzangmeester gegeven werd, om die in het huis van de HEERE te laten spelen en zingen. Het Hebreeuwse woord betekent overwinnaar, en verder aandrijver, voortdrijver, die anderen die onder zijn leiding staan in bekwaamheid overtreft of overwint, en het werk aandrijft totdat het als het ware overwonnen en voltooid is; en vervolgens, in verband met gezang, een meester, opzichter, voorganger van de zangers en muzikanten. Vergelijk Ps. 13:1, en zie 2 Kron. 2:2, 2 Kron. 2:18, 2 Kron. 34:12-13; Ezra 3:8-9. Zie over deze regeling in de muziek van de eredienst 1 Kron. 6:31, enzovoort, en 1 Kron. 15:16-17, enzovoort, en 1 Kron. 16:4-5, 1 Kron. 16:7, en 1 Kron. 25:1-2, enzovoort.
neginòth
Of, in, met Neginoth. Hierdoor verstaan sommigen het snarenspel, of de instumenten van muziek, waarop met vingers gegrepen, geslagen of gespeeld werd, gelijk bij ons zijn luiten, harpen, cithers, vedelen, clavecimbalen, enz. Anderen houden het voor zekeren toon van de muziek.
Hertaald:
neginòth
Of: in, met Neginoth. Hieronder verstaan sommigen het snarenspel, of de muziekinstrumenten waarop met de vingers getokkeld, geslagen of gespeeld werd, zoals bij ons luiten, harpen, citers, vedels, klavecimbels, enzovoort. Anderen houden het voor een bepaalde toonsoort van de muziek.
roep,
Te weten, tot U, gelijk Ps. 1:4 , dat is, vuriglijk bid. Zie Job 36:13 ; alzo dikwijls.
Hertaald:
roep,
Namelijk: tot U, zoals Ps. 1:4, dat is: bid vurig. Zie Job 36:13; zo ook vaak.
gerechtigheid
Dat is, die mijn rechtvaardige zaak voorstaat.
Hertaald:
gerechtigheid
Dat is: Die mijn rechtvaardige zaak voorstaat.
Gij mannen,
Hebr. mans zonen, of mans kinderen, Alzo worden de grote of aanzienlijke lieden en heren genoemd, gelijk de gemene, onaanzienlijke lieden kinderen, of zonen der mensen, in tegenstelling genoemd worden; Ps. 49:3 , Ps. 62:10 ; Spr. 8:4 . Verg. ook Jes. 2:9 .
Hertaald:
Gij mannen,
Hebreeuws: mannenzonen, of mannenkinderen. Zo worden de grote of aanzienlijke mensen en heren genoemd, terwijl de gewone, onaanzienlijke mensen daartegenover kinderen, of zonen van de mensen, genoemd worden; Ps. 49:3, Ps. 62:10; Spr. 8:4. Vergelijk ook Jes. 2:9.
eer tot
Dat mij God door Samuël tot een koning heeft doen zalven.
Hertaald:
eer tot
Dat God mij door Samuël tot koning heeft laten zalven.
leugen
Om mij met valse beschuldiging te bezwaren, of, u daarop verlaten, waarmede gij bedrogen zult uitkomen, dat toch feilen en u bedriegen zal. In zulk een zin kan het Hebreeuwse woord ook bekwamelijk worden genomen, uit vergelijking van 2 Kon. 4:16 ; Job 40:28 ; Ps. 89:36 ; Jes. 58:11 . Verg. voorts Ps. 7:15 , en Ps. 60:13 .
Hertaald:
leugen
Om mij met valse beschuldiging te belasten, of: u daarop verlaten, waarmee u bedrogen zult uitkomen, wat toch zal falen en u bedriegen. In deze zin kan het Hebreeuwse woord ook goed opgevat worden, af te leiden uit 2 Kon. 4:16; Job 40:28; Ps. 89:36; Jes. 58:11. Vergelijk verder Ps. 7:15, en Ps. 60:13.
Sela
Zie van dit woord Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie over dit woord Ps. 3:3.
gunstgenoot
Te weten, mij, dien God onverdiende goedertierenheid, gunst en weldadigheid bewijst, welke ik genietende en gevoelende, ook van harte genegen ben anderen gunst en we`ldadigheid te bewijzen, zelfs mijnen haters, naar den aard en plicht der kinderen Gods. Zie Matt. 5:44-45 ; 1 Joh. 4:11 , en voorts van het Hebr. woord zie 2 Kron. 6:41 .
Hertaald:
gunstgenoot
Namelijk: mij, aan wie God onverdiende goedertierenheid, gunst en weldadigheid bewijst, wat ik, dat genietend en voelend, ook van harte geneigd ben aan anderen te bewijzen, zelfs aan mijn haters, naar de aard en plicht van Gods kinderen. Zie Matth. 5:44-45; 1 Joh. 4:11, en zie verder over het Hebreeuwse woord 2 Kron. 6:41.
heeft afgezonderd;
Te weten, tot het koninkrijk. Het Hebr. woord heeft betekenis van wonderlijk handelen en ook afzonderen. Waarom sommigen het overzetten: wonderlijk afgezonderd. Zie Ex. 9:4 , en Ex. 11:7 , en Ex. 33:16 ; idem Ps. 17:7 , enz.
Hertaald:
heeft afgezonderd;
Namelijk: tot het koninkrijk. Het Hebreeuwse woord heeft de betekenis van wonderlijk handelen en ook van afzonderen. Daarom vertalen sommigen het met: wonderlijk afgezonderd. Zie Ex. 9:4, en Ex. 11:7, en Ex. 33:16; eveneens Ps. 17:7, enzovoort.
Zijt beroerd,
Alsof hij zeide: Zo gij u vertoornt of onstelt, òf over mijne verkiezing tot het koninkrijk, òf dat de zaken in het land kwalijk gaan, vergrijpt u daarom niet tegen mij, maar bekeert u en verzoent u met God; of, zijt beroerd; te weten door vrees van Gods zwaren toorn, dien gij op u laadt, en vaart niet voort in het zondigen.
Hertaald:
Zijt beroerd,
Alsof hij zei: als u zich vertoornt of van streek raakt, hetzij over mijn verkiezing tot het koninkrijk, hetzij dat de zaken in het land verkeerd gaan, vergrijp u dan niet tegen mij, maar bekeer u en verzoen u met God; of: word beroerd; namelijk door vrees voor Gods zware toorn, die u op u laadt, en ga niet door met zondigen.
spreekt
Dat is, denkt, overpeinst bij uzelven, [verg. Ps. 14:1 , en Ps. 35:25 ; Matt. 24:48 ; Rom. 10:6 , Openb. 18:7 ] , overwegende uw doen, oordelende uzelven.
Hertaald:
spreekt
Dat is: denkt, overpeinst bij uzelf, [vergelijk Ps. 14:1, en Ps. 35:25; Matth. 24:48; Rom. 10:6, Openb. 18:7], uw daden overwegend, uzelf oordelend.
zijt stil
Laat af van mij te vervolgen.
Hertaald:
zijt stil
Houd op mij te vervolgen.
offeranden
Dat is, wettelijke offeranden, vergezelschapt met een oprecht geloof en bekering des harten. Alzo onder Ps. 51:21 .
Hertaald:
offeranden
Dat is: wettige offers, gepaard met een oprecht geloof en bekering van het hart. Zo ook hieronder Ps. 51:21.
Wie
Of, och of iemand ons het goede deed zien? een manier van wensen. Zie Deut. 5:29 , alsof zij zeiden: Hoe zullen wij nog eens uit deze onrusten en kwellingen geraken? Of: och mochten wij een vruchtbaar en vredelijk jaar hebben!
Hertaald:
Wie
Of: och, of iemand ons het goede liet zien? Een manier van wensen. Zie Deut. 5:29, alsof zij zeiden: hoe zullen wij nog eens uit deze onrust en kwelling geraken? Of: och, mochten wij een vruchtbaar en vredig jaar hebben!
zien?
Dat is, doen genieten. Zie Job 7:7 .
Hertaald:
zien?
Dat is: doen genieten. Zie Job 7:7.
Verhef Gij
Alsof de profeet zeide: Ik daarentegen zeg: Alles zal wel zijn, als maar Gij, o God, enz.
Hertaald:
Verhef Gij
Alsof de profeet zei: ik daarentegen zeg: alles zal goed komen, als U maar, o God, enzovoort.
licht
Zie Num. 6:25-26 .
Hertaald:
licht
Zie Num. 6:25-26.
Gij hebt
O God.
Hertaald:
Gij hebt
O God.
vreugde
Geestelijke vreugde, door het licht uws aanschijns, die groter is dan de hunne placht te zijn over een overvloedigen oogst. Verg. Hoogl. 1:2 , Hoogl. 1:4 , en zie de aantekening bij Hos. 9:1 .
Hertaald:
vreugde
Geestelijke vreugde, door het licht van Uw aangezicht, die groter is dan de vreugde die zij gewoonlijk hadden over een overvloedige oogst. Vergelijk Hoogl. 1:2, Hoogl. 1:4, en zie de aantekening bij Hos. 9:1. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt" (Ps. 4:2). David herinnert God aan wat Hij eerder deed, en dat is de grond van zijn vragen. Dan spreekt hij de mannen aan die zijn eer te schande maken (Ps. 4:3). Daarop volgt de raad die het bekendst geworden is: "Zijt beroerd, en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil" (Ps. 4:5). Er wordt dus niet gezegd dat men niet ontroerd mag zijn, maar dat de ontroering niet tot zonde mag worden. Tegenover de vraag van velen — "Wie zal ons het goede doen zien?" — zet hij een gebed: "Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE!" (Ps. 4:7). En de psalm eindigt bij vreugde die groter is dan die van de oogsttijd (Ps. 4:8). Bijbelse betekenis: Deze psalm gaat over de avond, en dat is te merken. Het is het uur waarop het onrecht van de dag terugkomt en men het in gedachten nog eens overdoet. Daar wordt hier iets tegenover gezet: spreek in uw hart en wees stil. Merk op dat dit geen verbod op boosheid is. De ontroering mag er zijn; zij mag alleen niet uitlopen op zonde, en de nacht is daarin een gevaarlijk uur. Let ook op de tegenstelling in Ps. 4:7-8. Velen vragen naar het goede en bedoelen daarmee koren en most; David vraagt naar het licht van Gods aangezicht en zegt dat de vreugde daarvan groter is. Wie dat leest naast de oogst, begrijpt hoe hoog dat gegrepen is. Typologie: Paulus haalt Ps. 4:5 aan en zegt er de grens bij die de psalm bedoelt: "Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid" (Ef. 4:26). Ps. 4:2-8; Ef. 4:26 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Psalm 4:5 Zorg dat er altijd een moment is voor stille tijd. Ik vind dat… Weet toch, dat de Heere Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd Psalmen 4:3 Niet alle mensen zijn gelovig. Helaas zijn de goddeloze mensen de grote meerderheid van het menselijk… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Aanzienlijken, hoe lang zult u mijn eer te schande maken? Psalm 4 vers 3 Het volk van Israël was verblind ten… Zijt beroerd, en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil. Sela. Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op de HEERE. Psalm 4:5-6 David werd… Weet toch, dat de Heere Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de Heere zal horen, als ik tot Hem roep. PSALM 4:3 Je ziet, dat God godsvrucht in mensen… 7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE! 8 Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer… 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. 2 Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt; wees… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 4
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Stille tijd met God
De godvruchtige mens
Aanzienlijken, hoe lang?
Ga naar het hoogste Gerechtshof
Gods mantel van liefde
Psalm 4:7-9
Psalm 4:1-6


Psalmen 4
Psalmen 4:2.KruisverwijzingenHosea 4:7→Psalmen 5:6→Psalmen 3:3→Efeze 4:25→1 Samuël 12:21→Prediker 8:11→Psalmen 72:2→Jesaja 59:4→
— Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed.
Voorbije ervaring is een zoete vertroosting in het uur van de moeite: in benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt. Denk aan wat God voor u geweest is, u beproefden, want Hij zal nog dezelfde zijn. En zou Hij u geleerd hebben op Zijn Naam te vertrouwen, en u zover gebracht hebben om u te beschamen? Is dat Gods weg — genadig te zijn aan Zijn volk en Zich dan tegen hen te keren? Dat zij verre. Bid dan met de dankbare herinnering aan al Zijn goedertierenheid.
Goede mensen willen gehoord worden wanneer zij bidden; zij zijn niet tevreden met enkel bidden, zij moeten Gods antwoorden op hun smekingen hebben. Zie hoe David pleit op de voorbije barmhartigheid die hij van God ontvangen heeft. Kan mijn eigen hart niet terugzien op Gods goedertierenheid jegens mij in vervlogen dagen? O ja! En daar Hij dezelfde God is, is wat Hij in het verleden gedaan heeft een bewijsgrond voor wat Hij in de toekomst doen zal.
Psalmen 4:3.Kruisverwijzingen2 Petrus 2:9→Psalmen 50:5→Psalmen 6:8→Johannes 15:16→Psalmen 34:15→Psalmen 31:23→Psalmen 91:14→1 Petrus 2:9→
— Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.
Hoe lang zult u de leugen liefhebben? Hoe lang zult u een karakter belasteren dat uw blaam niet verdient? Hoe lang zult u God verachten, Wie u dienen moest? Hij spreekt tot hen alsof zij het niet wisten, terwijl zij zichzelf voor de meest wetende mensen ter wereld hielden. Hoe lang zult u mij belasteren, hoe lang zult u God belasteren, hoe lang zult u het Evangelie tot spot maken, hoe lang zult u de Geest van God wederstaan? En waarom zoeken mensen de leugen? Welke aantrekkelijkheid kan zij voor hen hebben? Wel, alleen deze: dat het een dwazenhart past zich met leugen te voeden.
Psalmen 4:4.KruisverwijzingenEfeze 4:26→Psalmen 77:6→Psalmen 63:6→Psalmen 46:10→2 Korinthe 13:5→Psalmen 33:8→Psalmen 3:2→Psalmen 119:161→
— Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.
De Heere heeft hem afgezonderd om Zijn eigen bijzondere schat te zijn. Des HEEREN deel is Zijn volk; Jakob is het snoer Zijner erve. Heeft God nu Zijn volk afgezonderd om het Zijne te zijn, dan zal Hij het ook verdedigen. Hij zal het bewaren tegen elke tegenstander. Zij zullen niet verdelgd worden. U kunt hem geen kwaad doen, want God heeft een heining om hem gezet. U kunt tegen hem zeggen wat u wilt, maar God heeft hem lief en zal voor hem zorgen.
De zoete verzekering dat het gebed kracht zal hebben, is een van de beste vertroostingen in de bewolkte en donkere dag. Wat een zoete verzekering! O broeders, de genadetroon staat altijd voor ons open! Het zal een gezegende zaak zijn als ieder van ons met David kan zeggen: de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.
Psalmen 4:5.KruisverwijzingenPsalmen 37:3→Deuteronomium 33:19→Psalmen 62:8→Psalmen 51:19→Jesaja 26:3→Psalmen 50:14→1 Petrus 4:19→2 Samuël 15:12→
— Zijt beroerd, en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil. Sela.
Beeft en zondigt niet. Helaas, er zijn er velen die zondigen en niet beven; zij keren de tekst om. Een bevende heilige is vaak des te meer een heilige omdat hij beeft. Is er geen mengeling van gebed bij onze hoop en ons vertrouwen, dan is het als vlees zonder zout: het bederft licht in voorspoedig zonnig weer. O, om de vreze Gods in ons hart te hebben! Dit is ook goede raad voor ongodvruchtige mensen: laten zij de ontzagwekkendheid van Gods tegenwoordigheid recht gevoelen, dan moeten zij zich van de zonde afkeren. Heilige eerbied is een groot behoedmiddel tegen de zonde.
Spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil. Een mens behoort voor zichzelf het beste gezelschap te zijn. Het is een van de redenen waarom wij goed bekend behoren te zijn met het Woord van God: opdat wij, als wij ooit alleen gelaten worden, goede gezellen voor onszelf mogen zijn. Breng die spraakverwarring tot zwijgen. Laat God spreken. Ga naar uw bed, weg van het lawaai van de straten en het rollen van het verkeer. Sommige mensen kunnen de stilte niet verdragen; de rust van hun eigen hart verontrust hen. Er moet iets zeer bedorven zijn in het leven van iemand die geen enkele tijd van eenzaamheid liefheeft. Sommigen van ons zijn minder alleen wanneer zij alleen zijn, en het meest thuis juist wanneer anderen menen dat zij buitenshuis zijn. Wij zijn veel te luidruchtig, de meesten van ons spreken te veel. Het zou mensen vaak wijzer maken als zij stiller waren. Al maakt een stille tong nog geen wijs hoofd, zij helpt wel in die richting.
Psalmen 4:6.KruisverwijzingenPsalmen 80:19→Numeri 6:26→Psalmen 80:7→Psalmen 119:135→Psalmen 89:15→Psalmen 67:1→Jakobus 4:13→Psalmen 44:3→
— Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE.
Breng uw gebeden, uw lofzeggingen. Stel God uw hart voor, uw liefde, uw vertrouwen. Dit is een uitnemende regel voor heel het leven: dien God en vertrouw op Hem; doe wat recht is en rust in de God van het recht.
Psalmen 4:7.KruisverwijzingenJesaja 9:3→Psalmen 63:2→Hooglied 1:4→Richteren 9:27→Handelingen 14:17→Psalmen 37:4→Psalmen 43:4→1 Petrus 1:8→
— Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE!
Zij gapen rond naar iets goeds; zij dorsten, en zij weten zelf niet waarnaar zij dorsten. “Wie zal ons het goede doen zien?” Kom uit het oosten of het westen, uit het noorden of het zuiden; breng ons alleen maar iets dat vermaak belooft, en wij zijn uw mannen. Er zijn er velen die zeggen: “Wie zal ons het goede doen zien?” Maar wij zeggen dat niet; ons zeggen is van een andere soort.
David begon de psalm met een persoonlijke bede — als ik roep, verhoor mij — maar nu begint hij in de geest te gloeien, en terwijl zijn gebed heviger brandt bidt hij ook voor anderen: verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns. Dit is onze hoogste vreugde, dit is ons grootste goed: te wandelen in het licht van Gods aangezicht. Hebben wij de gunst van God en weten wij dat wij die hebben, dan hoeven wij om niets anders te vragen, want elke andere zegen is verzekerd aan wie de gunst van God hebben. Is dat niet wat velen van u zeggen? U weet wat u nodig hebt. U weet dat er niets anders is dat u voldoen zal.
Psalmen 4:8.KruisverwijzingenPsalmen 3:5→Leviticus 25:18→Deuteronomium 12:10→Leviticus 26:5→Psalmen 16:8→Spreuken 3:24→Romeinen 8:35→Deuteronomium 33:27→
— Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn.
De oogst en de wijnlezing waren in het Oosten de twee tijden van de grootste vreugde; men juichte bij het binnenhalen dat de vruchten van de aarde weer ingezameld waren, en men dronk de nieuwe wijn en danste van blijdschap. Maar David zegt tot de Heere: Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn. Wanneer God vreugde in het hart geeft, dan is het werkelijke vreugde, want God is niet de Gever van een schijnvreugde; en het is blijvende vreugde, want God geeft geen tijdelijke gaven.
Psalmen 4:8.KruisverwijzingenPsalmen 3:5→Leviticus 25:18→Deuteronomium 12:10→Leviticus 26:5→Psalmen 16:8→Spreuken 3:24→Romeinen 8:35→Deuteronomium 33:27→
— Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn.
Wie Jehova tot zijn God heeft is thuis zelfs wanneer hij buitenshuis is; hij is wel bewaakt zelfs wanneer hij niemand op aarde heeft om hem te beschermen; en hij kan in kalm vertrouwen gaan slapen wanneer anderen in hun gemoed verontrust en te bevreesd zouden zijn om hun ogen te sluiten. Boaz ging slapen op de dorsvloer, maar wie op de boezem van God slaapt heeft een veel zachter bed dan dat.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een psalm (Psalm 3: 1) van David voor den opperzangmeester, om dien over te geven, opdat hij dien met zijne zangers lere, op de Neginoth “met snarenspel” en niet met andere instrumenten te begeleiden. 2. Aan het morgenlied sluit zich een avondlied van David aan, eveneens tijdens Absaloms opstand gedicht, doch later dan de vorige toen zijne wederpartijders reeds enigen tijd zich verzet hadden en onder zijne hem trouw geblevene vrienden radeloosheid en moedeloosheid de overhand dreigden te nemen. (2 Samuel 17: 21 )
I. Vs. 2-6.KruisverwijzingenEfeze 4:26→Psalmen 77:6→Hosea 4:7→Psalmen 37:3→Deuteronomium 33:19→Psalmen 5:6→Psalmen 3:3→2 Petrus 2:9→
— Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed. Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela. Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep. Zijt beroerd, en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil. Sela. Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE.
Door vijanden omgeven en verdrukt, wendt zich de heilige zanger tot den Heere, zijnen rechtvaardigen God, met een kort aanroepen van hem om hulp (vs. 2); daarop richt hij zich tot de tegenpartijen. Hij vermaant hen afstand te doen van hun onderneming, om hem zijne waardigheid te willen ontroven, die hem toch van God gegeven is, en die de Heere zeker voor hem bewaren zal; hij raadt hun het vruchteloos en leugenachtig drijven, dat de kiem des verderfs in zich omdraagt, na te laten (vs. 3,4). Hij dringt hen, niet verder door hartstochtelijke opwinding zich te bezondigen, maar de hand in den boezem te steken, wanneer de stem des gewetens hun zeggen zal wat zij doen moeten, ook niet langer te wanen, dat zij door huichelachtige offeranden Gods gunst winnen, en op den voorrang van menselijke hulpmiddelen zich niet te verlaten, maar integendeel in des Heren heiligdom rechtvaardige offers te brengen en op den Heere zelven en onmiddellijk hun vertrouwen te stelen. (vs. 5 en
.
Als ik roep, in mijnen ellendigen toestand U om bijstand smeek, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! 1) in benauwdheid hebt Gij mij reeds zo dikwijls ruimte gemaakt, reeds zo dikwijls redding gegeven; wees mij ook thans genadig, Gij, dien ik ken als degene die de miskenden en vervolgden rechtvaardigt en redt, en hoor mijn gebed.
David geeft te kennen, dat hij de hulp niet van ene partijdige voorliefde van zijnen God voor hem, maar van zijnen God als den rechtvaardige verwacht, die aan zijne rechtvaardige zaak bijstand moet verlenen. Hij geeft daardoor een regel voor ieder gebed in gelijken nood. Om hulp bidden, zonder dat men God alzo kan noemen, staat met ene godslastering gelijk, want in plaats van te verlangen, dat hij overeenkomstig Zijn Wezen zou handelen, verlangt men daarmee, dat Hij Zijn Wezen zou verloochenen.
De naam, met welken de Heere hier genoemd wordt: God mijner gerechtigheid, heeft verklaring nodig, te meer daar die in geen ander gedeelte der Schrift gebruikt wordt. Hij bedoelt: Gij zijt de oorzaak, de openbaarder, de onderhouder, de kennen en de beloner van mijne gerechtigheid; op U beroep ik mij van de lasteringen en harde veroordelingen der mensen.
Jehova is eigenaar der gerechtigheid, oorsprong der gerechtigheid, handhaver der miskende en vervolgde gerechtigen. Dezen God der gerechtigheid noemt David vol vertrouwen den Zijne, want de gerechtigheid, die hij bezit, bezit hij in Hem, en de gerechtigheid, die hij verwacht, verwacht hij van Hem.
Gij mannen, die u zelven voor de edelsten en voornaamsten van het volk houdt! hoe lang zal mijne eer, mijne koninklijke waardigheid die gij geroofd hebt, tot schande zijn, door u geschandvlekt worden? hoe lang zult gij de ijdelheid, den laster beminnen, de leugen zoeken? want al het recht, dat gij voor den opstand voorgeeft, is niets dan schijn en het middel niets dan een leugenachtig voorwendsel (2 Samuel 11: 1 vv.). Sela zie Psalm 3: 3 In tegenoverstelling tot Benee-Adam “de grote menigte” betekent Benee-isch, mannen die boven haar uitsteken (vgl. Psalm 49: 3; 62: 10. Spreuken 8: 4. Jes. 2: 9; 5: 15). Van zijn ontaarden zoon spreekt David in dezen en in den vorigen Psalm zo weinig als in de Psalmen uit den tijd der vervolging door Saul van dien verblinden koning; hij richt het woord tot de Aristocratische partij, wier werktuig Absalom geworden was.
De uitdrukking is ironisch; zij hielden zich voor edel en verstandig, terwijl slechts ene blinde woede hen tot hun schandelijke ondernemingen dreef.
Weet toch, dat de voorspoed, dien gij tot hiertoe genoot, geen bewijs is, dat gij recht hebt en God met u is, weet, dat de HEERE Zich enen gunstgenoot heeft afgezonderd, mij, dien Hij als Zijnen dienaar kende (1 Samuel 13: 14; 15: 28), tot deze waardigheid van koning over Israël verkoren heeft (1 Samuel 16: 7), en gij dus tegen God strijdt. De uitkomst zal tegen uwe verwachting zijn, want de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep, op dezen nacht volgt een morgen van licht, op deze vernedering verhoging. Wie zich van zijne verkiezing en begenadiging voor God recht bewust is, verliest alle mensenvrees. Maar hij moet ook in den hem geschonken toestand leven, hij moet zich niet alleen tegen aanvallen verdedigen, maar zich in de genade door overgave aan God bevestigen, en anderen, zelfs de tegenstanders, aan hunnen plicht herinneren en door waarschuwing, vermaning en aansporing tot het volbrengen van hun schuld dringen.
Er is tweeërlei gerustheid, ene vleselijke, die doemwaardig is; ene geestelijke, die te prijzen is en uit het geloof voortkomt.
Zijt beroerd, gevoelt gij u ontroerd, toornig, is er iets dat uwe ontevredenheid over mijn bestuur opwekt, (ik weet toch, dat ik een zondig mens ben, die dwalen kan) zo maakt geen opstand en zondigt niet (Efeziers 4: 26); spreekt liever in ulieder hart 1) op uw leger, overdenkt die in de afzondering, waar de betere stem des harten zich kan laten horen, en zijt stil 2), geeft op die stem acht, totdat uw hart volkomen rustig geworden is. Sela 3).
Het hart is de plaats des gewetens en de Geest Gods verbergt zich, gelijk bij deze plaats Haman opmerkt in onze eigene stem, zodat wij zijne toespraak, Zijnen raad, Zijne wijsheid uit ons eigen stenen hart zien voortkomen.
De vermaning heeft ene bijzondere betekenis door de opmerking, dat het een avondlied is. David vermaant zijne vijanden, datgene te doen, wat hijzelf doet en waarvan hij zelf den rijken zegen ondervond. In de stilte van den nacht onderhoudt hij zich in zijn kamertje en op zijn leger met God; daar wordt hem alles zo helder, alles zo licht. Mocht toch zijnen vijanden dezelfde zegen ten deel zijn! Wat zij op deze wijze konden winnen, toont onze Psalm, de vrucht van David’s nachtelijk nadenken; de toon is zo rustig zo zacht, geen toorn tegen de stoute oproermakers, maar liefdevol leedgevoel, teder medelijden met hen, dat zij hun eigene ziel zo verwoesten, vervult hem.
Opent den mond niet, om de zonde te verontschuldigen.
Het eerste vers der beide strofen in vs. 3 vv. en vs. 5 vv. bevat de afmaning; het tweede de aanmaning; in het midden beide keren ene pauze als om hun tijd tot nadenken te geven, hen pensief te maken. Men denke zich in plaats aan Sela een streep, die tot overpeinzing dringt.
Offert, in plaats van de huichelachtige offers, waarmee gij in ‘t heiligdom uwe slechte zaak zoekt te wijden en God tot u te trekken a)offeranden der gerechtigheid 1), Hem in de rechte, Gode welgevallige, stemming gebracht, en vertrouwt 2) op den HEERE, in plaats van op de menselijke hulpmiddelen, op welke gij u verlaat; dit kunt gij zeker niet doen zonder u van uwe eigene zaak, die zondig is, af te keren.
Deuteronomium 33: 19.
Offert offeranden der gerechtigheid, zodat gij van zonde en toorn aflaat en uwen plicht volbrengt, want anders zal uw geloof ijdel en uwe gehelen dienst te vergeefs zijn, al offerde gij nog zo veel. Het is niet genoeg offers te brengen, maar zij moeten ook een goeden grond hebben. Die zijnen broeder haat, kan gene aangename gave op het altaar brengen; zijn gebed zelfs zou zonde zijn. De Heere haat den godsdienst, die met ongerechtigheid, vijandschap, belediging van den naaste en nalaten der verschuldigde gehoorzaamheid verbonden is; er behoort een boetvaardig en gebroken hart tot een waar offer en een ootmoedig en dankbaar geloof, dat men zich zelven Gode tot een levendig offer stelt, en zijne leden tot wapenen der gerechtigheid (Psalm 51: 19; 50: 14,23. Rom. 6: 13; 12: 1).
In het Hebr. Bitchoe el-Jahweh). Het eerste woord betekent wel vertrouwen, maar dan in een zeer uitgebreiden zin. Het betekent vertrouwen met de bijbetekenis van aanhangen. Vertrouwen op den Heere wil dan zoveel zeggen: Op Hem niet alleen zijn vertrouwen zetten, maar ook Hem aanhangen, zich vol vertrouwen aan God in waarheid overgeven. Hun zonde was niet alleen, dat zij den koning hadden verworpen, maar daardoor ook, dat zij in blind zelfvertrouwen God de gehoorzaamheid hadden opgezegd die David tot koning had verkozen. En zo zij het ijdele zelfvertrouwen zouden laten varen en weer zich aan God onderwerpen, dan zouden zij ook zelf hun daden van ontevredenheid en opstand afkeuren, ja, dan zouden die daden en gedachten vaarwel worden gezegd, en in plaats van de wrevelige stemming zou er weer een opgeruimde stemming komen. Het stamverwante woord in het Arabisch geeft juist aan, dat de vrucht van zulk een vertrouwen een opgeruimde stemming is. 7.
II. Vs. 7-9.KruisverwijzingenJesaja 9:3→Psalmen 3:5→Leviticus 25:18→Psalmen 63:2→Deuteronomium 12:10→Leviticus 26:5→Hooglied 1:4→Richteren 9:27→
— Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE! Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn. Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen.
Terugziende van de wederpartijders daarbuiten op het eigene, kleine leger van vrienden, dat hij bij zich heeft, denkt hij hoe men wel spotten moet met het vertrouwen, dat hem nog vervult. Hij weet echter wie zijn Helper is, en bidt den Heere, het licht van Zijn aangezicht over hem en de zijnen te verheffen. Terwijl hij nu in de gemeenschap met God zich rijker en gelukkiger gevoelt dan zijne tegenstanders, middenin den overvloed, legt hij zich getroost en blijmoedig ter ruste, wetende dat hij ook voortaan in rust en vrede zal inslapen.
Velen 1) dergenen, die hier in de vesting Mahanaïm bij mij zijn, terwijl de vijanden daarbuiten zich ten strijde verzamelen (2 (Samuel 17: 24 vv.), zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? van waar zal ons hulpe komen; het ontbreekt ons zelfs aan de nodige levensmiddelen? Nochtans vrees ik niet; ik weet van waar mijne hulpe komen zal en bid: verhef Gij over ons, gelijk Gij in den zegen van Aäron beloofd hebt (Numeri 6: 24) voor Uw volk te zullen doen, het licht Uws aanschijns, o HEERE! 2) want zodra, Uw aangezicht Zich in genade tot ons wendt, is de duisternis verdreven, gelijk de aardse zon den nacht verjaagt.
Velen. Dezen zijn te zoeken in de omgeving van David. Zij hadden al lang verwacht een omkering van zaken en nu scheen het wel, dat niet David, maar Absalom de overwinnende partij zou zijn. David heeft dan hier niet alleen den strijd tegen vijanden daarbuiten, maar ook tegen twijfel en moedeloosheid daarbinnen, in zijne omgeving. En daarom van alle mensen afgebracht, is het zijne ootmoedige bede, dat de Heere, en Hij alleen, zijn helper en redder zou zijn, dat de Heere Zijn goedgunstig Aangezicht over hem en zijne vrienden zou doen lichten. Want alleen het licht Gods in de ziele zou den donkeren nevel van twijfelzucht en ongeloof kunnen wegvagen.
Waar deze bede het hart vervult, daar wordt aan vele dwaze verwachtingen, nutteloze bekommeringen, zondige klachten een einde gemaakt; waar deze bede verhoord wordt, daar smaakt men ene vreugde boven alle vreugde, daar blijft men kalm en gerust bij elke nood, daar gevoelt men in zich kracht en moed tot de grote taak des levens.
Het is beter, zei iemand: Gods gunst in onze verslagene harten te gevoelen, dan het gehele leven te zitten in den warmsten zonneschijn, die deze wereld oplevert. Christus in het hart is beter dan koren in de schuur of wijn in het vat. Koren en wijn zijn slechts vruchten der wereld, maar het licht van Gods aangezicht is de rijpe vrucht des hemels. “Gij zijt met mij” is een veel meer gezegend woord dan “een oogstlied!” Laat mijn korenschuur ledig zijn, ik ben vol van zegeningen, indien Jezus Christus mij toelacht, maar indien ik de gehele wereld heb, zonder Hem ben ik arm.
Gij, Heere, op wiens genadige leiding ik met vrolijk vertrouwen steun, hebt reeds nu, ondanks al het gevaarvolle van den tegenwoordigen tijd, vreugde in mijn hart gegeven 1), zo dat ik gene reden heb om mijne vijanden te benijden, meer vreugde dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn; hoewel ons hier alles ontbreekt, en wij als ene bende van bedelaars dwalen (2 (Samuel 17: 27), ruil ik met mijne tegenstanders in al hunnen overvloed niet.
Nooit derhalve vervult ons een zoete vrede en een liefelijke vreugde, dan wanneer Gods gunst ons bestraalt. Ofschoon de gelovigen hun inkomsten ook voor zich zelven begeren, toch worden ze er niet zó door vervoerd, of zij laten er zich geduldig van beroven, indien zij het slechts vatten, dat God hun verzorger is.
Ik zal in vrede te zamen (straks) neerliggen en slapen, in plaats van mij door zorgen te laten kwellen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen; hoewel gene menselijke wachters mij omgeven, als toen ik nog den koningstroon bezat, toch zal ik gerust zijn, ja nu nog meer, daar mijn vertrouwen op gene menselijke bescherming berust, maar alleen op Gods trouw. De gelovigen vinden bij Jezus rust voor hun zielen in dit leven, rust voor hun lichaam in den dood, en rust voor lichaam en ziel in de eeuwigheid (MATTHEUS. 11: 29. Jes. 57: 2. Hebr. 4:
. In de laatste regels gaat het avondlied zelf ter rust; de Jamben, met welke het sluit, zijn als de laatste klanken van een wiegelied, welke zachtkens dommelend klinken. Dante zegt in zijn convito terecht, dat de lieflijkheid en de harmonie van den Hebr. Psalm in de Griekse en Latijnse overzetting verloren gegaan is.
Welk een kinderlijk geloofsvertrouwen. Hoe blijkt het hier, dat David weet, dat zijn God een verzoend God is, die zelf het wolkgordijn heeft verscheurd en Zich nu weer door Zijn kind in het lieflijk Aangezicht laat zien.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel