Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalm van DavidH1732. Aleph. OntsteekH2734 u nietH408 over de boosdoenersH7489; benijdH7065 hen nietH408, die onrechtH5766 doenH6213.
Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.
KJV
[[A Psalm of David.]]1
Fret3
not thyself because of evildoers,4
neither be thou envious6
against the workers7
of iniquity.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Want als grasH2682 zullen zij haastH4120 worden afgesnedenH5243, en als de groeneH3418 grasscheutjesH1877 zullen zij afvallenH5034.
Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.
KJV
For they shall soon3
be cut down4
like the grass,2
and wither7
as the green5
herb.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Beth. VertrouwH982 op den HEEREH3068, en doeH6213 het goedeH2896; bewoonH7931 de aardeH776, en voedH7462 u met getrouwigheidH530.
Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.
KJV
Trust1
in the LORD,2
and do3
good;4
so shalt thou dwell5
in the land,6
and verily8
thou shalt be fed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En verlustigH6026 u in den HEEREH3068, zo zal Hij u gevenH5414 de begeertenH4862 uws hartenH3820.
En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten.
KJV
Delight1
thyself also in the LORD;3
and he shall give4
thee the desires6
of thine heart.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Gimel. WentelH1556 uw wegH1870 opH5921 den HEEREH3068, en vertrouwH982 opH5921 Hem; Hij zal het makenH6213;
Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;
KJV
Commit1
thy way4
unto the LORD;3
trust5
also in him; and he shall bring it to pass.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En zal uw gerechtigheidH6664 doen voortkomenH3318 als het lichtH216, en uw rechtH4941 als den middagH6672.
En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
KJV
And he shall bring forth1
thy righteousness3
as the light,2
and thy judgment4
as the noonday.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Daleth. ZwijgH1826 den HEEREH3068, en verbeidH2342 Hem; ontsteekH2734 u nietH408 over dengene, wiens wegH1870 voorspoedigH6743 is; over een manH376, die listige aanslagenH4209 uitvoertH6213.
Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.
KJV
Rest1
in the LORD,2
and wait patiently3
for him: fret6
not thyself because of him who prospereth7
in his way,8
because of the man9
who bringeth10
wicked devices11
to pass.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
He. Laat af van toornH639, en verlaatH5800 de grimmigheidH2534; ontsteekH2734 u niet, immers niet, om kwaadH7489 te doen.
He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.
KJV
Cease1
from anger,2
and forsake3
wrath:4
fret6
not thyself in any wise7
to do evil.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
WantH3588 de boosdoenersH7489 zullen uitgeroeidH3772 worden, maar die den HEEREH3068 verwachtenH6960, dieH1992 zullen de aardeH776 erfelijkH3423 bezitten.
Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.
KJV
For evildoers2
shall be cut off:3
but those that wait4
upon the LORD,5
they shall inherit7
the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Vau. En nogH5750 een weinigH4592, en de goddelozeH7563 zal er nietH369 zijn; en gij zult acht nemenH995 opH5921 zijn plaatsH4725, maar hij zal er nietH369 wezen.
Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.
KJV
For yet a little while,2
and the wicked4
shall not be: yea, thou shalt diligently consider5
his place,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
De zachtmoedigenH6035 daarentegen zullen de aardeH776 erfelijkH3423 bezitten, en zich verlustigenH6026 overH5921 groten vredeH7965.
De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.
KJV
But the meek1
shall inherit2
the earth;3
and shall delight4
themselves in the abundance6
of peace.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Zain. De goddelozeH7563 bedenkt listige aanslagenH2161 tegen den rechtvaardigeH6662, en hij knerstH2786 overH5921 hem met zijn tandenH8127.
Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.
KJV
The wicked2
plotteth1
against the just,3
and gnasheth4
upon him with his teeth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
De HeereH136 belachtH7832 hem, wantH3588 Hij zietH7200, datH3588 zijn dagH3117 komtH935.
De Heere belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.
KJV
The Lord1
shall laugh2
at him: for he seeth5
that his day8
is coming.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Cheth. De goddelozenH7563 hebben het zwaardH2719 uitgetrokkenH6605, en hun boogH7198 gespannenH1869, om den ellendigeH6041 en nooddruftigeH34 neder te vellen, om te slachtenH2873, die oprechtH3477 van wegH1870 zijn.
Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn.
Ook in dit vers
neder vellenH5307
KJV
The wicked3
have drawn out2
the sword,1
and have bent4
their bow,5
to cast down6
the poor7
and needy,8
and to slay9
such as be of upright10
conversation.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Hun zwaardH2719 zal in hunlieder hartH3820 gaan; en hun bogenH7198 zullen verbrokenH7665 worden.
Hun zwaard zal in hunlieder hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden.
KJV
Their sword1
shall enter2
into their own heart,3
and their bows4
shall be broken.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Teth. Het weinigeH4592, dat de rechtvaardigeH6662 heeft, is beterH2896 dan de overvloedH1995 velerH7227 goddelozenH7563.
Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.
KJV
A little2
that a righteous man3
hath is better1
than the riches4
of many6
wicked.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
WantH3588 de armenH2220 der goddelozenH7563 zullen verbrokenH7665 worden; maar de HEEREH3068 ondersteuntH5564 de rechtvaardigenH6662.
Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.
KJV
For the arms2
of the wicked3
shall be broken:4
but the LORD7
upholdeth5
the righteous.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Jod. De HEEREH3068 kentH3045 de dagenH3117 der oprechtenH8549; en hun erfenisH5159 zal in eeuwigheidH5769 blijven.
Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.
KJV
The LORD2
knoweth1
the days3
of the upright:4
and their inheritance5
shall be for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Zij zullen nietH3808 beschaamdH954 worden in den kwadeH7451 tijdH6256, en in de dagenH3117 des hongersH7459 zullen zij verzadigdH7646 worden.
Zij zullen niet beschaamd worden in den kwade tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.
KJV
They shall not be ashamed2
in the evil4
time:3
and in the days5
of famine6
they shall be satisfied.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Caph. MaarH3588 de goddelozenH7563 zullen vergaanH6, en de vijandenH341 des HEERENH3068 zullen verdwijnenH3615, als het kostelijksteH3368 der lammerenH3733; met den rookH6227 zullen zij verdwijnenH3615.
Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen.
KJV
But the wicked2
shall perish,3
and the enemies4
of the LORD5
shall be as the fat6
of lambs:7
they shall consume;8
into smoke9
shall they consume away.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Lamed. De goddelozeH7563 ontleentH3867 en geeft nietH3808 weder; maar de rechtvaardigeH6662 ontfermtH2603 zich, en geeft.
Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.
Ook in dit vers
geeftH5414
geeftH7999
KJV
The wicked2
borroweth,1
and payeth not again:4
but the righteous5
sheweth mercy,6
and giveth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
WantH3588 zijn gezegendenH1288 zullen de aardeH776 erfelijkH3423 bezitten; maar zijn vervloektenH7043 zullen uitgeroeidH3772 worden.
Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.
KJV
For such as be blessed2
of him shall inherit3
the earth;4
and they that be cursed5
of him shall be cut off.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Mem. De gangenH4703 deszelven mansH1397 worden van den HEEREH3068 bevestigdH3559; en Hij heeft lustH2654 aan zijn wegH1870.
Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.
KJV
The steps2
of a good man3
are ordered4
by the LORD:1
and he delighteth6
in his way.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
AlsH3588 hij valtH5307, zo wordt hij nietH3808 weggeworpenH2904, wantH3588 de HEEREH3068 ondersteuntH5564 zijn handH3027.
Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.
KJV
Though he fall,2
he shall not be utterly cast down:4
for the LORD6
upholdeth7
him with his hand.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Nun. Ik ben jongH5288 geweestH1961, ookH1571 ben ik oudH2204 geworden, maar heb nietH3808 gezienH7200 den rechtvaardigeH6662 verlatenH5800, noch zijn zaadH2233 zoekendeH1245 broodH3899.
Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood.
KJV
I have been young,1
and now am old;4
yet have I not seen6
the righteous7
forsaken,8
nor his seed9
begging10
bread.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
Den gansenH3605 dagH3117 ontfermtH2603 hij zich, en leentH3867; en zijn zaadH2233 is tot zegeningH1293.
Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening.
KJV
He is ever2
merciful,3
and lendeth;4
and his seed5
is blessed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
Samech. WijkH5493 af van het kwadeH7451, en doeH6213 het goedeH2896, en woonH7931 in eeuwigheidH5769.
Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid.
KJV
Depart1
from evil,2
and do3
good;4
and dwell5
for evermore.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
WantH3588 de HEEREH3068 heeft het rechtH4941 liefH157, en zal Zijn gunstgenotenH2623 nietH3808 verlatenH5800; in eeuwigheidH5769 worden zij bewaardH8104; maar het zaadH2233 der goddelozenH7563 wordt uitgeroeidH3772.
Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid.
KJV
For the LORD2
loveth3
judgment,4
and forsaketh6
not his saints;8
they are preserved10
for ever:9
but the seed11
of the wicked12
shall be cut off.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
De rechtvaardigenH6662 zullen de aardeH776 erfelijkH3423 bezitten, en in eeuwigheidH5703 daarop wonenH7931.
De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.
KJV
The righteous1
shall inherit2
the land,3
and dwell4
therein for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
Pe. De mondH6310 des rechtvaardigenH6662 vermeldtH1897 wijsheidH2451, en zijn tongH3956 spreektH1696 het rechtH4941.
Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.
KJV
The mouth1
of the righteous2
speaketh3
wisdom,4
and his tongue5
talketh6
of judgment.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
De wetH8451 zijns GodsH430 is in zijn hartH3820; zijn gangenH838 zullen nietH3808 slibberenH4571.
De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.
KJV
The law1
of his God2
is in his heart;3
none of his steps6
shall slide.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
Tsade. De goddelozeH7563 loertH6822 op den rechtvaardigeH6662, en zoektH1245 hem te dodenH4191.
Tsade. De goddeloze loert op den rechtvaardige, en zoekt hem te doden.
KJV
The wicked2
watcheth1
the righteous,3
and seeketh4
to slay
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
Maar de HEEREH3068 laat hem nietH3808 in zijn handH3027; en Hij verdoemtH7561 hem nietH3808, als hij geoordeeldH8199 wordt.
Maar de HEERE laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij geoordeeld wordt.
KJV
The LORD1
will not leave3
him in his hand,4
nor condemn6
him when he is judged.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
Koph. WachtH6960 op den HEEREH3068, en houdH8104 Zijn wegH1870, en Hij zal u verhogenH7311, om de aardeH776 erfelijkH3423 te bezitten; gij zult zienH7200, dat de goddelozenH7563 worden uitgeroeidH3772.
Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.
KJV
Wait1
on the LORD,3
and keep4
his way,5
and he shall exalt6
thee to inherit7
the land:8
when the wicked10
are cut off,9
thou shalt see
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
Resch. Ik heb gezienH7200 een gewelddrijvende goddelozeH7563, die zich uitbreiddeH6168 als een groeneH7488 inlandse boomH249.
Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvende goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.
Ook in dit vers
gewelddrijvendenH6184
KJV
I have seen1
the wicked2
in great power,3
and spreading4
himself like a green6
bay tree.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
Maar hij gingH5674 door, en zieH2009, hij was er niet meer; en ik zochtH1245 hem, maar hij werd niet gevondenH4672.
Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.
KJV
Yet he passed away,1
and, lo, he was not: yea, I sought4
him, but he could not be found.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
Schin. LetH8104 op den vromeH8535, en zieH7200 naar den oprechteH3477; wantH3588 het eindeH319 van dien manH376 zal vredeH7965 zijn.
Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.
KJV
Mark1
the perfect2
man, and behold3
the upright:4
for the end6
of that man7
is peace.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
Maar de overtredersH6586 worden te zamenH3162 verdelgdH8045. het eindeH319 der goddelozenH7563 wordt uitgeroeidH3772.
Maar de overtreders worden te zamen verdelgd. het einde der goddelozen wordt uitgeroeid.
KJV
But the transgressors1
shall be destroyed2
together:3
the end4
of the wicked5
shall be cut off.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
Thau. Doch het heilH8668 der rechtvaardigenH6662 is van den HEEREH3068; hun SterkteH4581 ter tijdH6256 van benauwdheidH6869.
Thau. Doch het heil der rechtvaardigen is van den HEERE; hun Sterkte ter tijd van benauwdheid.
KJV
But the salvation1
of the righteous2
is of the LORD:3
he is their strength4
in the time5
of trouble.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40
En de HEEREH3068 zal hen helpenH5826, en zal hen bevrijdenH6403; Hij zal ze bevrijdenH6403 van de goddelozenH7563, en zal ze behoudenH3467; wantH3588 zij betrouwenH2620 op Hem.
En de HEERE zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.
KJV
And the LORD2
shall help1
them, and deliver3
them: he shall deliver4
them from the wicked,5
and save6
them, because they trust
Alef
Van het Hebr. A, b, zie op op den titel van den 25sten Psalm.
Hertaald:
Alef
Over het Hebreeuwse A, B: zie bij de titel van Psalm 25.
boosdoeners
Die op aarde voorspoedig en gelukkig zijn, gelijk in het volgende verklaard wordt; waaruit blijkt dat de schone beloften, die in dezen psalm en elders den vromen gedaan worden, den tijdelijken voorspoed der bozen en het kruis of tegenspoed der vromen niet uitsluiten; zodat deze psalm [gelijk ook ander] bijzonderlijk dient om de ergenis, die de vromen daaruit zouden mogen scheppen, voor te komen. Zie ook Ps. 34:13 . Maar in dit alles blijft Gods zegen over de vromen en de vloek op de goddelozen, zodat die eeuwiglijk zalig, en deze integendeel eeuwig verloren zullen zijn. Verg. Job 9:23 . Ps. 73:2 . enz.
Hertaald:
boosdoeners
Die op aarde voorspoedig en gelukkig zijn, zoals in het vervolg wordt uitgelegd. Daaruit blijkt dat de mooie beloften die in deze psalm en elders aan de vromen gedaan worden, de tijdelijke voorspoed van de bozen en het kruis of de tegenspoed van de vromen niet uitsluiten. Zo dient deze psalm [net als andere] er in het bijzonder toe om de ergernis te voorkomen die de vromen daaruit zouden kunnen opvatten. Zie ook Ps. 34:13. Maar bij dit alles blijft Gods zegen op de vromen rusten en de vloek op de goddelozen, zodat de eersten eeuwig zalig en de laatsten juist eeuwig verloren zullen zijn. Vergelijk Job 9:23; Ps. 73:2, enzovoort.
groene
Hebr. de groente van het jonge gras.
Hertaald:
groene
Hebreeuws: het groen van het jonge gras.
afvallen
Of, verwelken, gelijk de afvallende bladeren; gelijk Ps. 1:3 . zie aldaar.
Hertaald:
afvallen
Of: verwelken, als de afvallende bladeren; zoals Ps. 1:3, zie daar.
bewoon
Dat is, zo zult gij de aarde in het algemeen, en het land Kanaän [dat een voorbeeld was van het hemelse] in het bijzonder, bewonen en u voeden, of gevoed worden, enz. alzo vs.27, en elders. Zulke beloften, gebiedenderwijze gesproken, zijn zeer krachtig, als voerende de vromen in dadelijke genieting en bezit van hetgeen beloofd wordt. Verg. Spr. 3:3 .
Hertaald:
bewoon
Dat is: zo zult u de aarde in het algemeen en het land Kanaän [dat een voorafbeelding was van het hemelse] in het bijzonder bewonen en uzelf voeden, of gevoed worden, enzovoort; zo ook vers 27 en elders. Zulke beloften, in de gebiedende wijs uitgesproken, zijn zeer krachtig, omdat zij de vromen brengen in het werkelijke genot en bezit van wat beloofd wordt. Vergelijk Spr. 3:3.
voed
Hebr. weid u, of wordt geweid; dat is, de Heere zal u getrouwelijk voeden, naar zijne beloften, gelijk in het volgende verklaard wordt. Of, onderhoud uzelven met de overdenking van Gods getrouwe beloften, die niet feilen. Sommigen nemen het Hebr. woord emuna voor zekerheid, bestendigheid; dat is, ene bestendige en vaste staat dien God den vromen toezegt, zelfs in het midden van het kruis, waar der goddelozen vreugde als gras des velds haast verdwijnt. Verg. Spr. 2:7 .
Hertaald:
voed
Hebreeuws: weid u, of: word geweid; dat is: de Heere zal u trouw voeden naar Zijn beloften, zoals in het vervolg wordt uitgelegd. Of: onderhoud uzelf met het overdenken van Gods trouwe beloften, die niet falen. Sommigen vatten het Hebreeuwse woord emuna op als zekerheid, bestendigheid; dat is: een bestendige en vaste staat die God de vromen toezegt, zelfs midden onder het kruis, terwijl de vreugde van de goddelozen als gras van het veld snel verdwijnt. Vergelijk Spr. 2:7.
Wentel
Of, rol uwen weg; dat is, draag al uw voornemen en doen, zorg, bekommernis, den Heere op, beveel het Hem; zie Ps. 22:9 . en verg. Matt. 6:25 . enz. en Luc. 12:22 . enz.
Hertaald:
Wentel
Of: rol uw weg; dat is: draag al uw voornemen en doen, uw zorg en bekommering aan de Heere op, beveel het Hem. Zie Ps. 22:9, en vergelijk Matth. 6:25, enzovoort, en Luk. 12:22, enzovoort.
maken
Of, uitvoeren, uitrichten.
Hertaald:
maken
Of: uitvoeren, tot stand brengen.
licht
Der zon, of des daags, dat is, dat zij zo klaar blijke als de zon op den hellen middag schijnt. Verg. Job 5:14 .
Hertaald:
licht
Van de zon, of van de dag; dat is: dat zij zo helder mag blijken als de zon op het heldere middaguur schijnt. Vergelijk Job 5:14.
Zwijg
Dat is, murmureer niet tegen den Heere, maar neem het op met geduld. Zie van zulk stilzwijgen, of stilte des gedulds en der hoop, Ps. 39:10 ; Ps. 62:2 , Ps. 62:6 ; Ps. 65:2 . Jes. 30:15 . Klaagl. 3:26-28 . Sef. 1:7 .
Hertaald:
Zwijg
Dat is: mor niet tegen de Heere, maar neem het geduldig op. Zie over zo'n zwijgen, of stilte van geduld en hoop, Ps. 39:10; Ps. 62:2, Ps. 62:6; Ps. 65:2; Jes. 30:15; Klaagl. 3:26-28; Zef. 1:7.
verbeid
Anders, draagt smart om zijnentwil.
Hertaald:
verbeid
Anders: lijd smart om Zijnentwil.
wiens
Dat is, wiens voornemen en doel wel gelukt, al deugt het niet.
Hertaald:
wiens
Dat is: wiens voornemen en doel wel slaagt, al deugt het niet.
uitvoert
Hebr. doet.
Hertaald:
uitvoert
Hebreeuws: doet.
kwaad
Dat is, alzo dat gij u zoudt vergrijpen met twijfeling aan Gods voorzienigheid en trouw, of met alval, dat gij der goddelozen exempel zoudt begeren te volgen, omdat bij hen alles voor den wind schijnt te zijn. Zie Ps. 125:3 .
Hertaald:
kwaad
Dat is: zó dat u zich zou vergrijpen door te twijfelen aan Gods voorzienigheid en trouw, of door afval, doordat u het voorbeeld van de goddelozen zou willen volgen omdat bij hen alles voor de wind lijkt te gaan. Zie Ps. 125:3.
weinig
Hij zal maar een korte tijd de vromen kwellen. Zie Ps. 30:6 .
Hertaald:
weinig
Hij zal de vromen maar een korte tijd kwellen. Zie Ps. 30:6.
plaats
Waar hij stond, bloeiende als een schone boom, onder, vs.35,36.
Hertaald:
plaats
Waar hij stond, bloeiend als een mooie boom, hieronder vers 35, 36.
hij zal
Of, zij; te weten, zijne plaats; dat is zijne woning, hijzelf met al zijn staat en heerlijkheid. Zie Job 7:10 . met de aantekening.
Hertaald:
hij zal
Of: zij; namelijk zijn plaats; dat is: zijn woning, hijzelf met heel zijn staat en heerlijkheid. Zie Job 7:10 met de aantekening.
zachtmoedigen
Zie Ps. 10:15 .
Hertaald:
zachtmoedigen
Zie Ps. 10:15.
groten
Hebr. grootheid, of, veelheid van vrede; dat is, grote welvaart, veelvoudige welstand, voornamelijk in het geestelijke. Verg. Jes. 48:18 . en zie Gen. 37:14 .
Hertaald:
groten
Hebreeuws: grootheid, of: veelheid van vrede; dat is: grote welvaart, veelvoudige welstand, vooral in het geestelijke. Vergelijk Jes. 48:18, en zie Gen. 37:14.
knerst
Gelijk Ps. 35:16 . Zie aldaar.
Hertaald:
knerst
Zoals Ps. 35:16. Zie daar.
belacht
Zie Ps. 2:4 .
Hertaald:
belacht
Zie Ps. 2:4.
zijn dag
De dag der wraak des Heeren, of de dag van des goddelozen verdrf en ondergang, hem door Gods rechtvaardig oordeel toegelegd. Zie Job 18:20 . Jer. 17:18 ; Jer. 18:17 . Ezech. 7:10 , Ezech. 7:12 ; Ezech. 27:27 ; Ezech. 30:2-3 , Ezech. 30:9 ; Ezech. 32:10 . Hos. 1:11 . Anders wordt ook iemands dag bloot genomen voor des mensen strefdag, gelijk Job 15:32 ; alsook des mensen tijd, Pred. 7:17 .
Hertaald:
zijn dag
De dag van de wraak van de Heere, of de dag van het verderf en de ondergang van de goddeloze, die hem door Gods rechtvaardig oordeel toebedeeld is. Zie Job 18:20; Jer. 17:18; Jer. 18:17; Ezech. 7:10, Ezech. 7:12; Ezech. 27:27; Ezech. 30:2-3, Ezech. 30:9; Ezech. 32:10; Hos. 1:11. Anders wordt iemands dag ook eenvoudig opgevat als de sterfdag van de mens, zoals Job 15:32; en ook als de tijd van de mens, Pred. 7:17.
uitgetrokken
Hebr. geopend; omdat de schede door het uittrekken van het zwaard geopend wordt.
Hertaald:
uitgetrokken
Hebreeuws: geopend; omdat de schede geopend wordt door het uittrekken van het zwaard.
gespannen
Hebr. getreden. Zie Ps. 7:13 .
Hertaald:
gespannen
Hebreeuws: getreden. Zie Ps. 7:13.
ellendige
Deze titels der vromen verklaren de belofte, die hun God hier doet. Zie vs.1, en verg. vs.16, 19, 21, 25,26.
Hertaald:
ellendige
Deze benamingen van de vromen verklaren de belofte die God hun hier doet. Zie vers 1, en vergelijk vers 16, 19, 21, 25, 26.
weg zijn
Dat is, van leven en wandel; alzo vs.23.
Hertaald:
weg zijn
Dat is: van leven en wandel; zo ook vers 23.
zwaard
Dat is, hunne aanslagen zullen tot hun eigen verderf strekken.
Hertaald:
zwaard
Dat is: hun aanslagen zullen tot hun eigen verderf uitlopen.
beter
Als rechtvaardig bezeten en godvruchtelijk gebruikt.
Hertaald:
beter
Als het rechtvaardig bezeten en godvruchtig gebruikt wordt.
overvloed
Hebr. eigenlijk, veelheid, menigte; te weten, van goederen, dat is, rijkdom, gelijk Pred. 5:9 .
Hertaald:
overvloed
Hebreeuws letterlijk: veelheid, menigte; namelijk van goederen, dat is: rijkdom, zoals Pred. 5:9.
armen
Dat is, hunne macht, middelen en geweld. Zie Job 22:8 .
Hertaald:
armen
Dat is: hun macht, middelen en geweld. Zie Job 22:8.
De HEERE
Verg. Ps. 1:6 .
Hertaald:
De HEERE
Vergelijk Ps. 1:6.
dagen der
Dat is, den staat huns levens, hoe zij hun tijd doorbrengen, in kruis, vroomheid en geduld. Verg. Ps. 31:16 .
Hertaald:
dagen der
Dat is: de staat van hun leven, hoe zij hun tijd doorbrengen, onder kruis, in vroomheid en geduld. Vergelijk Ps. 31:16.
oprechten
Zie Gen. 6:9 . alzo onder vs.37.
Hertaald:
oprechten
Zie Gen. 6:9; zo ook hieronder vers 37.
blijven
Hebr. zijn; alzo Jer. 17:8 ; Jer. 27:22 ; Jer. 32:5 . Dan. 1:21 ; enz.
Hertaald:
blijven
Hebreeuws: zijn; zo ook Jer. 17:8; Jer. 27:22; Jer. 32:5; Dan. 1:21, enzovoort.
kwade
Of, tentijde des kwaads; dat is, als allerlei ongeval en ellenden omgaan, gelijk volgt van den honger.
Hertaald:
kwade
Of: ten tijde van het kwaad; dat is: als allerlei ongeluk en ellende rondgaan, zoals hier volgt over de honger.
kostelijkste
dat is, het vette, dat men houdt voor het beste en kostelijkste, en naar de wet Gods in de offeranden met vuur moest verteerd worden, waarop de profeet in deze gelijkenis schijnt te zien. Zie Lev. 3:10-11 , Lev. 3:14-16 . Of, de kostelijkste lammeren. Hebr. de kostelijkste der lammeren. Anders, het kostelijkste der velden, of weiden; omdat hHet Hebr. woord elders alzo ook genomen wordt.
Hertaald:
kostelijkste
Dat is: het vet, dat men voor het beste en kostbaarste houdt en dat naar Gods wet in de offers met vuur verbrand moest worden; daarop lijkt de profeet in deze vergelijking te zien. Zie Lev. 3:10-11, Lev. 3:14-16. Of: de kostbaarste lammeren. Hebreeuws: het kostbaarste van de lammeren. Anders: het kostbaarste van de velden of weiden, omdat het Hebreeuwse woord elders ook zo opgevat wordt.
ontfermt
Of, handelt goediglijk, gunstiglijk, liberalijk.
Hertaald:
ontfermt
Of: handelt goedgunstig, vriendelijk, vrijgevig.
zijn gezegenden
Dat is, die van den HEERE gezegend zijn; alzo terstond, zijn vervloekten, dat is, die van Hem vervloekt zijn, vs.20, alwaar gesproken is van de vijanden des HEEREN. Zie Matt. 25:34 , Matt. 25:41 . en aangaande de manier van spreken, verg. Ps. 69:27 , Ps. 69:34 . Jes. 16:4 .
Hertaald:
zijn gezegenden
Dat is: die door de HEERE gezegend zijn; zo ook meteen daarna: Zijn vervloekten, dat is: die door Hem vervloekt zijn, vers 20, waar gesproken is over de vijanden van de HEERE. Zie Matth. 25:34, Matth. 25:41; en wat de manier van spreken betreft, vergelijk Ps. 69:27, Ps. 69:34; Jes. 16:4.
gangen
Of, treden, stappen.
Hertaald:
gangen
Of: treden, stappen.
mans
Die van den Heere gezegend is, uit het voorgaande vs.22, of des rechtvaardigen, uit vs.21.
Hertaald:
mans
Die door de Heere gezegend is, uit het voorgaande vers 22, of: van de rechtvaardige, uit vers 21.
bevestigd
Of, gestierd, gericht; dat is, Hij regeert en zegent zijn voornemen, en of hij somtijds aan het vallen mocht geraken, zo bewaart Hij hem toch dat hij niet ten enenmale vervalle; maar richt hem weder op, gelijk volgt.
Hertaald:
bevestigd
Of: gestuurd, gericht; dat is: Hij regeert en zegent zijn voornemen, en als hij soms aan het vallen raakt, bewaart Hij hem toch dat hij niet helemaal wegzinkt, maar Hij richt hem weer op, zoals hierna volgt.
valt
Verg. Spr. 24:16 .
Hertaald:
valt
Vergelijk Spr. 24:16.
jong
Of, een jongeling. Zie Jer. 1:6 .
Hertaald:
jong
Of: een jongeman. Zie Jer. 1:6.
zaad
Dat is, zijne kinderen en nakomelingen, alzo vs.26, 28, tenware het God beliefde naar zijn vrij en vaderlijk welbehagen zijne kinderen met armoede en hongersnood tot zijne eer en hun best te beproeven en oefenen, waarin Hij hen nochtans niet verlaat, maar allermeest bijstaat en sterkt, zodat zij vergenoegd en als verzadigd zijn. Zie vs.1, 14, idem vs.19, en verg. Luc. 16:20-21 . 2 Kor. 11:27 . Fil. 4:11 . Hebr. 11:37 .
Hertaald:
zaad
Dat is: zijn kinderen en nakomelingen, zo ook vers 26, 28 — tenzij het God naar Zijn vrije en vaderlijke welbehagen zou behagen Zijn kinderen met armoede en hongersnood te beproeven en te oefenen, tot Zijn eer en tot hun bestwil. Toch verlaat Hij hen daarin niet, maar staat Hij hen juist het meest bij en sterkt Hij hen, zodat zij tevreden en als verzadigd zijn. Zie vers 1, 14, en ook vers 19, en vergelijk Luk. 16:20-21; 2 Kor. 11:27; Fil. 4:11; Hebr. 11:37.
tot zegening
Of, in zegening; dat is, wordt van God gezegend, ervende den zegen Abrahams. Verg. Gen. 12:2 . idem 1 Petr. 3:9 .
Hertaald:
tot zegening
Of: in zegening; dat is: het wordt door God gezegend en erft de zegen van Abraham. Vergelijk Gen. 12:2, en ook 1 Petr. 3:9.
woon
Zie op vs.3.
Hertaald:
woon
Zie bij vers 3.
gunstgenoten
Zie Ps. 4:4 .
Hertaald:
gunstgenoten
Zie Ps. 4:4.
zaad
Zie Job 18:19 . Ps. 21:11 ; Ps. 109:13 .
Hertaald:
zaad
Zie Job 18:19; Ps. 21:11; Ps. 109:13.
De rechtvaardigen
Dit vers begint niet van de letter Ajin, gelijk naar de orde van het Hebr. A, B, zou zijn.
Hertaald:
De rechtvaardigen
Dit vers begint niet met de letter Ajin, zoals volgens de orde van het Hebreeuwse A, B te verwachten zou zijn.
aarde
Hoewel zij vreemdelingen op aarde zijn, nochtans zullen zij in het land der beloften, [zijnde een pand van het hemelse] en voorts waar zij op aarde zijn, in het midden van de ongerustheid der goddelozen en de onzekerheid des levens, onder de vaderlijke bescherming en het toezicht Gods, door het geloof, vertrouwen en de zalige hoop, een bestendigen, zekeren en gerusten staat hebben, als rechte bezitters en erfgenamen van alle zegeningen Abrahams in den eniggeboren Zoon Gods, den Messias; Rom. 8:17 ; Gal. 3:14 .
Hertaald:
aarde
Hoewel zij vreemdelingen op aarde zijn, zullen zij toch in het land van de belofte [dat een onderpand is van het hemelse] en verder overal waar zij op aarde zijn, midden in de onrust van de goddelozen en de onzekerheid van het leven, onder de vaderlijke bescherming en het toezicht van God een bestendige, zekere en geruste staat hebben, door het geloof, het vertrouwen en de zalige hoop, als de ware bezitters en erfgenamen van alle zegeningen van Abraham in de eniggeboren Zoon van God, de Messias; Rom. 8:17; Gal. 3:14.
het recht
Of, wat recht is. Zie Job 34:4 .
Hertaald:
het recht
Of: wat recht is. Zie Job 34:4.
hart
Verg. Deut. 6:6 . Jer. 31:33 . Hebr. 8:10 .
Hertaald:
hart
Vergelijk Deut. 6:6; Jer. 31:33; Hebr. 8:10.
zullen
Hebr. zal niet waggelen, of slibberen; dat is, niet een zijner gangen zal slibberen of wankelen; dat is, hij zal voor misval en verderf, of voor afval van Gods wet behoed worden. Verg. het volgende en voorgaande. vs.30, en vs.32.
Hertaald:
zullen
Hebreeuws: zal niet waggelen, of: uitglijden; dat is: geen van zijn schreden zal uitglijden of wankelen; dat is: hij zal bewaard worden voor misstap en verderf, of voor afval van Gods wet. Vergelijk het voorgaande en het volgende, vers 30 en vers 32.
geoordeeld
Als hij voor recht gesteld wordt, zal hij een gunstigen en genadigen God hebben.
Hertaald:
geoordeeld
Als hij voor het gerecht gesteld wordt, zal hij een gunstig en genadig God hebben.
zien
Met lust en vreugde in den Heere; of, als de goddelozen worden uitgeroeid, zult gij het aanzien.
Hertaald:
zien
Met lust en vreugde in de Heere; of: als de goddelozen uitgeroeid worden, zult u het aanzien.
gewelddrijvende
Of, verschrikkelijke tiran.
Hertaald:
gewelddrijvende
Of: schrikwekkende tiran.
goddeloze
Hoedanig geweest zijn, Saul, Doëg, Absalom, Achitofel, enz.
Hertaald:
goddeloze
Zoals Saul, Doëg, Absalom, Achitofel en anderen geweest zijn.
uitbreidde
Of, zich ontdoende. Hebr. eigenlijk, zich ontblotende; omdat de stam, die tevoren, [als de takken klein en dicht aan elkander rondom het bovenste van den stam waren] als bedekt was, daarna, als de takken groot worden en zich uitbreiden, ontbloot wordt.
Hertaald:
uitbreidde
Of: zich uitspreidend. Hebreeuws letterlijk: zich ontblotend; omdat de stam die eerst als bedekt was [toen de takken nog klein waren en dicht bij elkaar rondom de top van de stam stonden], daarna ontbloot wordt wanneer de takken groot worden en zich uitbreiden.
inlandse
Of, zelfs gewassen, die niet elders gebracht en overgeplant is, maar uit zijn eigen natuurlijken grond is opgekomen, daarop staande gebleven, en gemeenlijk langer duurt en beter groeit dan een die verplant is. Het Hebr. woord betekent ook een inboorling, gesteld tegen een vreemdeling, Ex. 12:19 . Lev. 16:29 . sommigen verstaan hier een laurierboom, anderen een cederboom, doch de eigen betekent van het woord is in den tekst gevolgd.
Hertaald:
inlandse
Of: vanzelf gegroeid, die niet van elders is gehaald en overgeplant, maar uit zijn eigen natuurlijke bodem is opgekomen, daarop is blijven staan en gewoonlijk langer duurt en beter groeit dan een boom die verplant is. Het Hebreeuwse woord betekent ook een inboorling, tegenover een vreemdeling, Ex. 12:19; Lev. 16:29. Sommigen verstaan hier een laurierboom, anderen een cederboom, maar in de tekst is de eigenlijke betekenis van het woord gevolgd.
ging door
Dat is, hij verdween haastelijk als een doorgaande wolk, die in korten tijd verdwijnt. Anders, men ging er voorbij, enz.
Hertaald:
ging door
Dat is: hij verdween snel als een voorbijdrijvende wolk, die in korte tijd verdwijnt. Anders: men ging eraan voorbij, enzovoort.
oprechte
Hebr. rechten, richtigen, enz. Zie boven Ps. 7:11 .
Hertaald:
oprechte
Hebreeuws: rechten, oprechten, enzovoort. Zie hierboven Ps. 7:11.
einde van
Hebr. achterste, uiterste, laatste. Verg. Deut. 32:20 ; Spr. 14:12 . Dat is, hij zal ten laatste welvaren, het zal hem eindelijk welgaan; dat zult gij bevinden zo gij daarop acht geeft. Anders, want daar is loon voor den vreedzamen man. Sommigen verstaan het van de nakomelingen, alzo in het volgende. Verg. Ps. 109:13 . Jer. 31:17 .
Hertaald:
einde van
Hebreeuws: achterste, uiterste, laatste. Vergelijk Deut. 32:20; Spr. 14:12. Dat is: hij zal ten slotte welvaren, het zal hem uiteindelijk goed gaan; dat zult u ondervinden als u erop let. Anders: want er is loon voor de vreedzame man. Sommigen verstaan het van de nakomelingen, zoals in het vervolg. Vergelijk Ps. 109:13; Jer. 31:17.
einde der
Dat is, de goddelozen worden ten laatste uitgeroeid, gelijk een boom met wortel en al.
Hertaald:
einde der
Dat is: de goddelozen worden ten slotte uitgeroeid, als een boom met wortel en al. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen" (Ps. 37:1). Die aansporing keert in dit hoofdstuk driemaal terug (Ps. 37:1, Ps. 37:7, Ps. 37:8). De reden staat er telkens bij: hun voorspoed duurt niet. Zij worden afgesneden als gras (Ps. 37:2), en na een weinig is de goddeloze er niet meer (Ps. 37:10). Tegenover het zich ontsteken staan vier opdrachten. Vertrouw op de HEERE en doe het goede (Ps. 37:3), "verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten" (Ps. 37:4), "Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken" (Ps. 37:5), en: "Zwijg den HEERE, en verbeid Hem" (Ps. 37:7). Van de zachtmoedigen wordt gezegd dat zij de aarde erfelijk zullen bezitten (Ps. 37:11). Bijbelse betekenis: De psalm bestrijdt geen verkeerde daad maar een verkeerde blik. Wie voortdurend naar de voorspoed van de goddeloze kijkt, wordt vanzelf verbitterd; daarom wordt de aandacht verlegd. Merk op wat Ps. 37:4 belooft en wat niet. Er staat niet dat God alles geeft wat iemand wil, maar dat Hij de begeerten van het hart geeft aan wie zich in Hém verlustigt; wie zijn vreugde in God vindt, gaat vanzelf andere dingen begeren. Let ook op het woord zwijgen in Ps. 37:7. Er wordt niet gevraagd om onverschilligheid maar om het staken van de innerlijke discussie. En let op Ps. 37:16, dat elders in de Schrift terugkeert: het weinige van de rechtvaardige is beter dan de overvloed van velen die goddeloos zijn (reeds behandeld bij Spr. 15:16). Typologie: De Heere Jezus neemt Ps. 37:11 op in de zaligsprekingen: "Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven" (Matt. 5:5). Ps. 37:1-20; Spr. 15:16; Matt. 5:5 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Wie God vreest en geheel Gods knecht is, draagt geen ketenen; hij mag leven zoals hij wil, want hij wil leven zoals hij behoort. Een preek uitgesproken door C.H. Spurgeon, op zondagmorgen 14 januari 1877, in de Metropolitan Tabernacle. Rust in de Heere. Psalm 37:7 (Eng. KJV vertaling) Het feit dat onze… Vertrouw op de HEERE en doe het goede. Psalm 37:3 Sommige mensen die Spurgeon ontmoette waren het niet met hem eens en gingen weleens met hem in discussie.… Schep vreugde in de HEERE. Psalm 37:4 Het leven van wie Christus volgt, wordt vooral gekenmerkt door blijdschap in de Heere. Daarom weten wij zeker dat echte godsvrucht… De voetstappen van die man worden door de HEERE vastgezet, Hij vindt vreugde in zijn weg. Psalm 37:23 Wie loopt, hoeft niet zelf te bedenken welke stap hij… Doch het heil van de rechtvaardigen is van de Heere. Ps. 37:39 Heil of verlossing is een woord van grote en ruime betekenis, het beschrijft het gehele leven… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Schep vreugde in de Heere… Psalm 37 vers 4 De bedoeling van deze woorden zal mensen die geen levende godsvrucht kennen,… Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die de HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten. Psalm 37:9 God heeft duidelijk geopenbaard dat Hij het gebed van… En verlustig u in de HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten. Psalm 37:4 Zalig is de mens die niet langer de plannen en begeerten van… Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden... De gangen deszelven mans worden van de HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn… 34 Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden… 25 Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood. 26 Den gansen dag ontfermt hij… 16 Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. 17 Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de… 9 Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten. 10 Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er… 1 Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen. 2 Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als… Vertrouw op de HEERE en doe het goede; bewoon de aarde en voed u met de getrouwigheid. Psalm 37:3. Vertrouwen en doen zijn woorden, die goed samengaan in de… Verlustig u in de HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten. Psalm 37:4. Verlustiging in God heeft een veranderende kracht, en verheft een mens boven de… De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen. Psalm 37:31 Leg de wet in het hart, en de mens is geheel rechtvaardig. Dit… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 37
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Spurgeon Citaten
Verdiepende artikelen
Rust in de Heere
De man die het met alles eens was
De blijdschap van een christen
Hij zal leiden; wij moeten wandelen
Ps. 37:39 - Salus Jehovae
Schep vreugde in de Heere
De Heere verwachten
Veilig wandelen
God leidt Zijn volk
Psalm 37:34-40
Psalm 37:25-33
Psalm 37:16-24
Psalm 37: 9-15
Psalm 37:1-8
Vertrouw op de HEERE en doe het goede
Verlustig u in de HEERE
De wet in het hart


Psalmen 37
Moge de Geest Gods deze psalm genadiglijk op ons hart toepassen en ons vertroosten zoals niemand anders dat kan! Is Hij niet de Trooster, en welke betere hartsterking heeft Hij voor onze geest dan Zijn eigen Woord? David raadt hier eerst zichzelf en ons een veelvoorkomend kwaad af: dat wij de goddelozen benijden om hun voorspoed en tegen God morren omdat wij misschien in onze aardse zaken niet zo begunstigd zijn.
Psalmen 37:1-2.KruisverwijzingenSpreuken 23:17→Spreuken 24:19→Psalmen 37:7→Psalmen 73:3→Spreuken 3:31→Spreuken 24:1→1 Samuël 1:6→Spreuken 19:3→
— Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen. Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.
Een gewone verzoeking. Velen van Gods heiligen hebben eronder geleden. Leer uit hun ervaring en ontwijk dit gevaar. Er zit werkelijk geen kracht in zodra het hart eenmaal in God tot rust gekomen is — maar het is een droevige kwelling zolang het hart die rust níet heeft.
Niemand benijdt het gras, hoe groen het ook staat; niemand benijdt de bloemen, hoe geurig zij ook zijn, want wij weten dat het gras gemaaid moet worden en dat de bloemen verwelken moeten. Laten wij de goddelozen in datzelfde licht bezien: hun tijd van vergaan komt spoedig, hun einde snelt met haast aan. Laat alle benijden daarom achterwege blijven, want zij zijn zulke kortlevende wezens. Het kwaad kan niet blijven duren. Het is een zwak gewas, zoals het gras en het onkruid die de zeis van de maaier spoedig neerlegt en in de brandende zon laat verdorren.
Psalmen 37:3.KruisverwijzingenJeremia 17:7→1 Korinthe 15:57→Psalmen 62:8→Lukas 22:35→Jesaja 1:16→Mattheüs 6:31→Hebreeën 6:10→Psalmen 34:9→
— Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.
Daar hebt u het geheim van het werkzame leven van de christen. De wortel van zijn werkzaamheid ligt in zijn geloof: “Vertrouw op den HEERE.” De uitwendige openbaring van zijn innerlijke leven ligt in het goede dat hij doet. En waar dit geloof is, door goede werken bewezen een levend geloof te zijn, daar volgt de belofte.
Er staat niet: jongeman, u zult zeker voorspoedig zijn in de handel. Er staat niet: o eerzuchtige, u zult in een paleis wonen of in weelde zwelgen. Maar er staat wél tot u, o nederige christen die op God vertrouwt: “voed u met getrouwigheid.” U weet dat, waar het woord “voorwaar” gebruikt wordt, God er Zijn zegel op zet dat het waar is. Gods “voorwaars” zijn beter dan de eden van mensen. Geloof dan, christenen, en laat er geen gemor meer zijn over uw tijdelijke beproevingen. Ik weet dat u hier vanavond heel bezorgd binnengekomen bent, en gekweld door zorg en verdriet; neem dit “voorwaar” en leg het, gelijk Jesaja’s klomp vijgen, op de zweer, en u zult vast en zeker spoedig genezen zijn.
Psalmen 37:4.KruisverwijzingenJohannes 15:7→Psalmen 145:19→Jesaja 58:14→Johannes 15:16→1 Johannes 5:14→Job 22:26→Psalmen 21:1→Job 27:10→
— En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten.
Maak Hem tot uw verlustiging, en zorg ervoor dat u zich werkelijk verlustigt. Gevoel een volheid van blijdschap in Hem. Verlustiging is een plicht van de christen. Treuren, rouwen, wanhopen — die horen de gelovige niet toe. Hier is een rivier om in te zwemmen, christenen: spring erin. Hier is een bodemloze afgrond van verlustigingen: de Persoon, de genade, de werken, de eigenschappen van onze Verbondsgod.
Denk niet eerst aan de begeerten van uw hart, maar denk eerst aan het zich verlustigen in uw God. Hebt u Hem aangenomen als uw Heere, dan is Hij de uwe; verlustig u dan in Hem, en dan zal Hij u geven de begeerten van uw hart. Want wanneer het hart zich in God verlustigt, dan zijn zijn begeerten alle van dien aard dat God ze veilig inwilligen kan. Hij zegt niet tot iedereen, en zelfs niet tot ieder biddend mens: Ik zal u de begeerten van uw hart geven; maar Hij zegt: “verlustig u in den HEERE” — en dán zal Hij het doen.
Er is een oude mens, en die moet het vlees met zijn genegenheden en begeerlijkheden verloochenen. Maar er is ook een nieuwe mens, een pasgeboren geest, de nieuwe mens in Christus Jezus. Onze godsdienst bestaat daar in geen enkele zelfverloochening. Neen, laat die de volle ruimte van zijn wensen en begeerten hebben: alles wat hij wensen kan, alles waarnaar hij hijgen kan, alles wat hij begeert te genieten.
Wanneer ik mensen hoor zeggen: mijn godsdienst bestaat in sommige dingen die ik moet doen en sommige die ik niet mag doen, dan antwoord ik: de mijne bestaat in dingen die ik graag doe en in het mijden van dingen die ik haat en zou versmaden te doen. Ik gevoel geen ketenen in mijn godsdienst, want ik ben vrij, en niemand is vrijer. Wie God vreest mag zijn volle begeerten hebben, want zijn begeerten zijn heilig, hemels en goddelijk. Hij mag de volle omvang van zijn wensen nemen en alles hebben wat hij nodig heeft en alles wat hij wenst, want God heeft hem de belofte gegeven en God zal hem de vervulling ervan geven.
Psalmen 37:5.KruisverwijzingenSpreuken 16:3→1 Petrus 5:7→Psalmen 55:22→Filippenzen 4:6→Mattheüs 6:25→Psalmen 22:8→Jakobus 4:15→Job 22:28→
— Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;
Geef het aan Hem over om het te besturen en om u te leiden bij elke stap. Leg het roer van uw schip in de hand van den almachtigen Stuurman. Laat de leiding van uw pelgrimstocht over aan Hem Die vroeger vele karavanen door de woestijn geleid heeft en nooit heeft toegelaten dat er een omkwam.
Wat een gemakkelijke weg is dit, en toch, hoe moeilijk vinden wij het hem te bewandelen! Het komt erop neer dat wij ons van onze last ontdoen en die op onze God leggen. Vertrouw dan op Hem, zo volkomen als een klein kind op zijn moeder vertrouwt. “Hij zal het maken.” Het is volstrekt zeker dat ú het niet maken kunt, dus doet u wijs het over te laten aan Hem Die kan wat u niet kunt.
Psalmen 37:6.KruisverwijzingenJob 11:17→Jesaja 54:17→Micha 7:8→Jesaja 58:10→Jesaja 58:8→Maleachi 3:18→Psalmen 31:20→1 Korinthe 4:5→
— En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
Het is beter onze goede naam aan God toe te vertrouwen dan aan de bekwaamste raadsman. De laster mag een eerlijke naam een tijdlang overtrekken en verduisteren, maar God is de Wreker van alle rechtvaardigen. Er zal aan het einde een opstanding van de goede namen zijn, zo goed als een opstanding van de personen. Alleen moeten wij hem aan God overgeven.
Laat uw goede naam bij God; daar is hij veilig. Mensen mogen er modder naar werpen, maar bij een waar gelovige blijft die nooit lang plakken; hij valt er spoedig weer af, en u zult er des te heerlijker om zijn door de laster van mensen. U kunt het licht en de middag niet maken; dat werk gaat uw macht verre te boven. Maar uw God kan u beide geven.
Psalmen 37:7.KruisverwijzingenPsalmen 27:14→Psalmen 40:1→Jeremia 12:1→Psalmen 62:5→Psalmen 62:1→Spreuken 20:22→Habakuk 2:3→Jakobus 5:7→
— Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.
Dat is het zoetste woord van alle: rust. Ga niet verder. Ontsteek u niet meer. Draag uw lasten niet langer. Maak deze dag tot een sabbat voor uw ziel. En verbeid Hem geduldig — heb geen haast. De HEERE heeft oneindige tijd; deel daarin zoveel u kunt.
Psalmen 37:7-8.KruisverwijzingenPsalmen 27:14→Psalmen 40:1→Jeremia 12:1→Psalmen 62:5→Psalmen 62:1→Spreuken 20:22→Efeze 4:31→Spreuken 14:29→
— Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert. He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.
Een ontstoken geest wordt spoedig een toornige geest, en wanneer wij de boosdoeners beginnen te benijden, worden wij zelf maar al te licht boosdoeners. Menig eerlijk man heeft naar overhaaste winst gegrepen omdat hij de voorspoed van de onrechtvaardigen benijdde, en heeft zich daardoor met vele smarten doorstoken.
Er is een oud spreekwoord dat het moeilijk is voor een lege zak om rechtop te staan. Wanneer u dus in tijdelijke moeite bent, vraag den HEERE dan u met Zijn genade te vullen, want dan zult u rechtop staan en te zijner tijd verlost worden. Toornige hartstochten branden op het vuur van de onrust; daarom: “Laat af van toorn.”
Psalmen 37:9-10.KruisverwijzingenJesaja 60:21→Job 24:24→Psalmen 25:13→Psalmen 55:23→Job 7:10→Psalmen 37:29→Job 20:23→Jesaja 57:13→
— Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten. Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.
Is er hier iets goeds te krijgen, dan zullen mensen die op God wachten het hebben. Is er één graankorrel te vinden te midden van deze hopen kaf, dan zullen gelovigen die op den HEERE vertrouwen hem vinden. Hun beurt komt te zijner tijd. Zij komt het laatst, maar dan komt zij ook om te blijven, want er is niets dat na het laatste nog komt.
Hoe vergankelijk zijn de vreugden van de goddelozen! De rijkdom die zij vergaren, de schoonheid die zij op hun bezit menen te zien — het is alles niet meer dan de geschilderde kleuren van een zeepbel, die nauwelijks gezien wordt of hij is al verdwenen. Zou u dat benijden? Zou u een klein kind zijn speelgoed benijden, dat binnen een uur stuk is? Zou u een krankzinnige de strooien kroon benijden die hij vlecht en op zijn hoofd zet wanneer hij zich koning waant? Wees toch niet zo dwaas. Uw erfenis is eeuwig, en u bent onsterfelijk. Waarom zou u het schepsel van een uur benijden?
Psalmen 37:11.KruisverwijzingenMattheüs 5:5→Psalmen 119:165→Psalmen 72:7→Jesaja 57:18→Psalmen 36:8→Jesaja 48:18→Johannes 14:27→Galaten 5:22→
— De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.
Dit is nu een evangeliezegen, want Christus sprak hem uit op de berg te midden van Zijn andere zaligsprekingen: “Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.” Op de een of andere wijze zijn de enigen die het leven werkelijk genieten en geluk uit dit tegenwoordige tranendal halen, de zachtmoedigen van geest — de mensen die zeggen kunnen: mij zijn de dalen en mij de bergen; mijn Vader heeft ze alle gemaakt.
Zelfs de bezittingen van anderen maken deze mensen blij. Zij zijn als de man van wie wij gehoord hebben, die in China een mandarijn ontmoette die met juwelen bedekt was, en die voor hem boog en zei: dank u voor die juwelen. Toen hij dat vele malen gedaan had, vroeg de mandarijn eindelijk naar de reden van zijn dankbaarheid. “Wel”, zei de arme maar wijze man, “ik dank u dat u die juwelen hebt, want ik zie ze even goed als u; maar ik heb niet de moeite ze te dragen, ze ‘s morgens om te doen en ‘s avonds af te leggen, en een wachter over ze te laten waken terwijl ik slaap. Ik dank u ervoor; zij zijn mij evenveel waard als u.”
Zo kan de zachtmoedige over de brede akkers van een rijk man lopen, hij kan diens prachtige eiken en andere woudbomen zien, en hij kan zeggen: God zij dank voor dit alles! Ik heb er evenveel genot van als de rijke zelf, want zij zijn even werkelijk de mijne om van te genieten als de zijne. “En zich verlustigen over groten vrede” — niet over grote rijkdom, maar over grote vrede. Voor een zachtmoedige is vrede zijn rijkdom, en heilige stilte en kalmte zijn ware schat.
Psalmen 37:12-13.KruisverwijzingenPsalmen 35:16→Psalmen 2:4→Daniël 8:12→Spreuken 1:26→1 Samuël 26:10→Micha 2:1→Psalmen 31:13→Daniël 5:26→
— Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden. De Heere belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.
Zo is het van den beginne geweest, en het zaad van de oude slang zal zijn zoals die oude slang, van wie geschreven staat: “De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds.” De goddeloze beraamt aanslagen tegen den rechtvaardige — hij beraamt ze tegen het volk des HEEREN, maar de Heere belacht hem, want Hij ziet dat zijn dag komt.
Psalmen 37:14-18.KruisverwijzingenPsalmen 145:14→Psalmen 63:8→Jesaja 41:10→Jesaja 42:1→Psalmen 10:15→Psalmen 37:24→Job 38:15→Psalmen 119:116→
— Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn. Hun zwaard zal in hunlieder hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden. Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen. Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.
Hij kent hun donkere dagen, en Hij zal hun licht zijn; Hij kent hun zonnige dagen, en Hij zal hun beschutting zijn; Hij kent hun laatste dag, en Hij zal hun vertrouwen zijn; Hij kent hun opstandingsdag, en Hij zal hun heerlijkheid zijn. Hun erfenis zal in eeuwigheid blijven — Hij geeft hun een eeuwig deel door een eeuwig verbond.
Psalmen 37:17.KruisverwijzingenPsalmen 145:14→Psalmen 63:8→Jesaja 41:10→Jesaja 42:1→Psalmen 10:15→Psalmen 37:24→Job 38:15→Psalmen 119:116→
— Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.
Zij moeten dus staande blijven, want hoe zou hij vallen dien God ondersteunt?
Psalmen 37:19.KruisverwijzingenPsalmen 33:19→Spreuken 10:3→Job 5:20→Jesaja 33:16→Prediker 9:12→Micha 2:3→Efeze 5:16→Amos 5:13→
— Zij zullen niet beschaamd worden in den kwade tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.
Er is niets dat zij zelf krijgen kunnen, maar God zal hun geven wat zij zichzelf niet verschaffen kunnen. Hij zal hemel en aarde doorzoeken om voedsel voor Zijn volk te vinden. Het zijn nu slechte tijden; iedereen klaagt, en er schijnt waarlijk overvloedige reden toe, want de nood is algemeen. Maar laten wij terugvallen op de belofte: “in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.”
Psalmen 37:20-23.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:9→Spreuken 4:26→Jeremia 10:23→Spreuken 16:9→Psalmen 119:133→Psalmen 121:8→Psalmen 102:3→Spreuken 3:33→
— Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen. Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft. Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden. Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.
Zelfs zijn gangen — de kleine bewegingen van zijn leven, niet alleen zijn grote plannen en eerzuchtige ondernemingen — worden van den HEERE bevestigd. En er is een wederzijdse verlustiging, ziet u: verlustigen wij ons in God, dan verlustigt God Zich in ons. Hij heeft lust aan de wandel van Zijn volk. Wanneer zij met Hem wandelen, schept Hij behagen in iedere stap die zij zetten.
Wat zegt u daarvan, broeders en zusters? Hebt u vandaag zo getracht te leven dat God behagen in u kon hebben? Hij kan dat niet doen wanneer wij zorgeloos, of vruchteloos, of zelfzuchtig geleefd hebben. Maar wanneer wij Hem leven, dan heeft de HEERE lust aan onze weg.
Psalmen 37:23.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:9→Spreuken 4:26→Jeremia 10:23→Spreuken 16:9→Psalmen 119:133→Psalmen 121:8→Psalmen 121:3→Psalmen 85:13→
— Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.
Hij ziet Zijn kind graag lopen. Gelijk ouders er behagen in scheppen de eerste wankele stapjes van hun kleintjes gade te slaan, zo schept Hij, Die “geen welgevallen aan de benen des mans” heeft, wel behagen in de wegen van Zijn volk.
Psalmen 37:24.KruisverwijzingenPsalmen 145:14→Spreuken 24:16→Johannes 10:27→Psalmen 94:18→Lukas 22:31→Micha 7:7→Lukas 2:34→Psalmen 40:2→
— Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.
Een tijdlang kan het schijnen alsof hij eindelijk verslagen is; het kan schijnen dat alles hem tegenloopt. Maar hij wordt niet weggeworpen: hij was net op het punt te vallen, en daar kwam de tussenbeide komende hand. De genade vangt ons op waar de zonde ons zou neerwerpen.
Psalmen 37:25.KruisverwijzingenHebreeën 13:5→Psalmen 25:13→1 Samuël 12:22→Psalmen 37:28→Hebreeën 12:5→Psalmen 112:2→2 Korinthe 4:9→Spreuken 13:22→
— Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood.
En ook wij kunnen nog spreken van de getrouwheid van Jehova. Hij Die in Davids dagen voor Zijn volk zorgde, is sindsdien niet veranderd. Wij hebben den rechtvaardige niet verlaten gezien. Het was zo ongewoon dat David het nooit gezien had.
Ik heb verscheidene malen het zaad van den rechtvaardige om brood zien zoeken, maar in elk geval was het door hun dronkenschap of hun luiheid, of door een ondeugd die zij zelf over zich gebracht hadden. Maar in de regel zorgt God voor de kinderen van Zijn kinderen. Hij laat hun geen gebrek lijden. Zij mogen in grote engten gebracht worden, maar Hij zal niet toelaten dat zij tot bedelen komen.
Psalmen 37:26.KruisverwijzingenPsalmen 112:5→Psalmen 112:9→Psalmen 37:21→Psalmen 147:13→Deuteronomium 15:8→Spreuken 20:7→Mattheüs 5:7→Jeremia 32:39→
— Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening.
God heeft een bijzondere achting voor de kinderen van gelovigen. De genade loopt niet in het bloed, maar zij loopt er wel vaak naast. De God van Abraham is de God van Izak, en de God van Jakob, en de God van Jozef, en de God van Manasse en Efraïm.
Psalmen 37:27-29.KruisverwijzingenPsalmen 34:14→Psalmen 21:10→Spreuken 2:22→Psalmen 11:7→Psalmen 37:9→Spreuken 2:21→Jesaja 59:21→Psalmen 37:11→
— Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid. Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid. De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.
Ik heb u vaak opgemerkt dat, hoewel de wolf zeer sterk en fel is en het schaap zeer zwak en schuw, er toch meer schapen in de wereld zijn dan wolven; en de dag zal komen dat de laatste wolf dood is, en dan zullen de schapen de vlakten bedekken en op de heuvels weiden. Hoe zwak de rechtvaardigen ook vaak zijn, zij zullen de aarde erfelijk bezitten wanneer de goddelozen van de aarde uitgeroeid zullen zijn.
Er komt een heerlijke tijd — och, of God hem verhaastte! — wanneer waarheid en gerechtigheid de aarde zullen regeren, en dan zullen de godvruchtigen hun deel hebben.
Psalmen 37:30.KruisverwijzingenSpreuken 25:11→Psalmen 71:15→Deuteronomium 6:7→Spreuken 10:31→Spreuken 15:7→Kolossenzen 4:6→Psalmen 71:24→Mattheüs 12:35→
— Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.
Wat in het hart ligt komt in de mond boven, en u mag er gerust op zijn dat mensen billijk beoordeeld worden naar de gewone stroom van hun gesprekken. U kunt een mens vaak aan zijn mond kennen. De geneesheer kijkt naar de tong om te zien hoe het met de mens gesteld is; en zo wordt een rechtvaardig man gekend aan zijn mond en zijn tong, want zijn tong spreekt het recht.
Psalmen 37:31-33.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:6→2 Petrus 2:9→Psalmen 109:31→Jesaja 51:7→Psalmen 37:23→Psalmen 40:8→Romeinen 8:1→Jeremia 31:33→
— De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen. Tsade. De goddeloze loert op den rechtvaardige, en zoekt hem te doden. Maar de HEERE laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij geoordeeld wordt.
Hoe verschrikkelijk zou het voor den godvruchtige zijn als de HEERE hem in de hand van den goddeloze liet! U herinnert zich hoe David die ramp trachtte te ontgaan toen hij tussen honger, pestilentie en het zwaard van zijn vijanden moest kiezen: “laat ons toch in de hand des HEEREN vallen, want Zijn barmhartigheden zijn vele, maar laat mij in de hand van mensen niet vallen.” Laten wij God danken dat, ook al zouden wij in de hand der goddelozen geraken, de HEERE ons daar niet laat en ons niet verdoemt wanneer wij geoordeeld worden.
Psalmen 37:34-37.KruisverwijzingenPsalmen 27:14→Job 5:3→Psalmen 52:5→Psalmen 37:9→Psalmen 91:8→Psalmen 37:10→Spreuken 20:22→Psalmen 37:3→
— Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid. Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvende goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom. Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden. Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.
Aan die man komt geen einde, want hij zal blijven in alle eeuwigheid. En in welke zin er ook een einde aan hem komt, zijn einde is eeuwige vrede.
Psalmen 37:38-39.KruisverwijzingenPsalmen 3:8→Psalmen 9:9→Psalmen 91:15→Psalmen 1:4→Spreuken 14:32→Psalmen 52:5→Psalmen 46:1→Mattheüs 13:49→
— Maar de overtreders worden te zamen verdelgd. het einde der goddelozen wordt uitgeroeid. Thau. Doch het heil der rechtvaardigen is van den HEERE; hun Sterkte ter tijd van benauwdheid.
Hebt u dat niet zo ondervonden, geliefde broeders en zusters in Christus? Ik weet dat u tijden van moeite gehad hebt, maar is God in al die tijden niet op een heel bijzondere wijze uw sterkte geweest?
Psalmen 37:40.KruisverwijzingenJesaja 31:5→1 Kronieken 5:20→Daniël 3:17→Daniël 6:23→Jesaja 46:4→Daniël 3:28→1 Johannes 2:13→Psalmen 27:2→
— En de HEERE zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.
Hij is en Hij zal altijd hun Helper zijn. En let op de grond ervan: niet om enige verdienste van hen, en niet om enige bekwaamheid van hen, maar “want zij betrouwen op Hem”. Heere, help ons dan op U te vertrouwen! Amen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm van David, weer even als reeds Psalm 9, 10, 25 en 34, een alfabetische. In dezen Psalm van David is bijna gene orde in ‘t oog gehouden, geen samenhang der delen, behalve dat ene en dezelfde zaak onder de meest verschillende wendingen en in de menigvuldigste variaties daarin behandeld wordt, hoewel elke van deze eigenaardige schoonheden bezit, zodat zij niet anders onder elkaar samenhangen dan als verscheidene edelgesteenten of paarlen, die aan enen draad geregen een halsband vormen. Luther noemt den Psalm “der vromen kleed, hetwelk ten opschrift draagt: “hier is de lijdzaamheid der heiligen.” (Openbaring 14: 12). De toestand, dien David aan het slot van den vorigen Psalm voorzag, dat de trotsen hem zouden vertreden, en de goddelozen hem zouden trachten ten onder te brengen, is nu gekomen door Absaloms opstand. Hij is uit Jeruzalem verdreven, van den troon gestoten en vertoeft als vluchteling en onder veel ontbering, aan gene zijde van den Jordaan, terwijl de oproerige zoon met zijnen goddelozen aanhang in het genot van zijne goederen zwelgt. Thans toont hij, dat hij de verzoeking, die in zulk een toestand ontstaat, om aan Gods goedheid, waarheid en gerechtigheid, waarvan hij in den vorigen Psalm zo schoon gezongen beeft, te twijfelen, reeds meester is; dit hij zich het geloof niet laat ontnemen, waarmee bij daar eindigde, dat de boosdoeners daar zullen vallen, waar zij nu schijnen te staan, en dat zij zullen neergestoten worden, om nooit weer op te staan. (2 Samuel 16: 23 ).
I. Vs. 1-7.KruisverwijzingenJohannes 15:7→Psalmen 145:19→Jesaja 58:14→Johannes 15:16→1 Johannes 5:14→Job 22:26→Psalmen 21:1→Job 27:10→
— Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen. Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen. Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid. En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten. Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken; En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag. Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.
Ene rij van zeven spreuken, die een bepaald paraenetisch karakter hebben, vormt het begin. Bovenaan wordt de hoofdgedachte geplaatst, die den gehelen Psalm doorgaat, terwijl zich daaraan aanstonds de vermaningen aansluiten, die daarbij behoren. (vs. 3-7). Aleph. a) Ontsteek u niet over de boosdoeners, dat gij in woesten ijver vuur uit den hemel op hetzelfde ogenblik zoudt willen laten komen (Luk. 9: 54); benijd hen niet, die onrecht doen, wanneer het hun een tijdlang wel gaat, terwijl u, die God vreest, leed op leed treft (Spreuken 24: 19, (Prediker 10: 4).
Spreuken 23: 17; 24: 1.
Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, zodat het algemene menselijke lot (Psalm 90: 5 vv. Jes. 40: 6 vv.) hen nog in bijzonderen zin op in het oog vallende wijze treft, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen (Psalm 1: 3). Aanstonds grijpt en treft de profeet de hoofdzaak in deze aanvechting, en neemt hij alle reden daartoe weg. Hij spreekt aanstonds: O mens gij zijt toornig gij hebt er reden toe, gelijk gij meent, want er zijn boze mensen en deze doen onrecht en veel kwaad, en toch gaat het hun wel, zodat de natuur meent, dat hier werkelijk reden is om toornig te zijn. Niet alzo, lief kind! laat hier genade en niet natuur regeren; leg den toorn af en wacht nog een kleinen tijd; laat hen kwaad doen, laat het hun welgaan-geloof mij het zal u gene schade doen. Dan zegt de mens: Ja, maar wanneer zal het ophouden? Wie kan het zo lang uithouden? Hij antwoordt: “want als gras, enz.” Een schone gelijkenis, verschrikkelijk voor de geveinsden en troostrijk voor de lijdenden.
Als het gras zijn tijd gehad heeft, zo wordt het afgemaaid; alzo, wanneer de goddelozen met hun geluk hun doel bereikt hebben, zendt God iemand over hen, die hen afhouwt, gelijk wij aan Saul en Achab zien- als zij rijp waren zond God vijanden, die hen afhieuwen. Wanneer de bloemen en het groene, kruid hunnen tijd gestaan en gebloeid hebben, vallen zij van zelf af en verwelken: alzo zijn alle goddelozen met hun groot tijdelijk geluk. Er zijn echter zulke bloemen-wanneer zij eens zijn afgevallen, komen zij niet weer, maar zullen eeuwig verdorren en verwelken en nooit weer bloeien. Och wat zou men zich dan over hen toornig maken en hun het tijdelijk geluk misgunnen, men mocht zich wel over hun blindheid ontfermen.
Toorn en nijd tegen de bozen komen uit een verkeerden grond voort, uit twijfel aan de goddelijke Voorzienigheid, en hebben de treurigste gevolgen. Uit den toorn komt de wraak voort, uit den nijd het streven, om zich door eigene middelen tot een gelijk geluk te verheffen. Zo wordt uit hem, die over de bozen zich vertoornd maakt, en die hen benijdt, zelf een booswicht; hij plaatst tegenover geweld geweld, tegenover boosheid boosheid.
Beth. Vertrouw op den HEERE, in plaats van toornig te worden, en wacht met geduld wat Hij doen zal, en doe het goede, laat u door niets van het pad der gerechtigheid afleiden; bewoon de aarde of het land 1), het land, dat de Heere, uw God, u tot ene woonplaats gegeven heeft, en dat ene in beloften zo rijke toekomst als glorierijk verleden heeft, en voed u met getrouwigheid; laat die kostelijke deugd, de trouw, uwe spijze zijn, bemin die en beoefen ze met alle vlijt.
Het “land” is in den Psalm het beloofde heilige, nl. het oord van Jehova’s tegenwoordigheid, het land, dat niet enkel een roemvol verleden, maar ook een veelbelovende toekomst heeft, en eindelijk op volkomen wijze daar onder Jozua, het erfdeel van het ware Israël.
Met deze woorden kondigt hij een voortdurenden staat aan, dewijl, ofschoon zij vreemdelingen en bijwoners zijn in de wereld, de Heere echter hen met Zijn hand beschermt, opdat zij zeker wonen.
En verlustig u in den HEERE 1), terwijl gij in Zijne gemeenschap leeft en door Zijne genade gezegend wordt, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten, want iets tegen God kunt gij in zulk ene levensgemeenschap niet wensen, en iets wat de in liefde tot God geheiligde wil begeert en zoekt, kan de Heere niet weigeren (Psalm 20: 6; 21: 3).
Deze verlustiging wordt gesteld tegen de ijdele en valse vermaken der wereld, welke de ijdele mensen zo druk maken, dat zij, terwijl zij de weldaden Gods verachten, van geen ander genot dromen, dan dat wat voor het ogenblik hun ogen bekoort. Maar deze tegenstelling tussen de valse en ijdele vreugde, waarmee de wereld zich bedriegt, en de ware rust, waarin de gelovigen zich verheugen, is wel degelijk op te merken, dewijl hetzij alles ons tegenlacht, hetzij de Heere ons door onheilen oefent, dit beginsel vast te houden is: Dewijl God ons deel is, zijn de snoeren ons in lieflijke plaatsen gevallen. De begeerten Gods en de begeerten der rechtvaardigen stemmen overeen, zij zijn van één gemoed in hun begeerten.
Gimel. a). Wentel 1) uwen weg op den HEERE, wentel den zorgenlast van uwen levensweg met zijnen voortgang en de uitkomst op des Heren schouders, daar de uwe voor dezen last nog niet berekend zijn; en vertrouw op Hem, laat Hem de besturing van uw leven over, zonder zelf daarin te willen grijpen; Hij zal het maken, het tot een goed einde brengen.
Psalm 22: 9; 55: 23. Spreuken 16: 3. MATTHEUS. 6: 25. Luk. 12: 22. 1 Petrus 5: 7.
Als Gods kinderen zelf hun lasten moesten dragen, zou den deze te zwaar voor hen zijn; maar hier vermaant de dichter alle gelovigen, om al hun zorgen en moeite op den Heere over te dragen, opdat Hij Zijn schouder en onder zou zetten. Velerlei kruis legt de Heere Zijne geliefde kinderen op, maar wanneer in beoefening wordt gebracht, om het zwaarste eind den Heere te laten dragen, dan zal ook het zwaarste hun ten leste niet te zwaar te dragen zijn. Gode zij dank, de gelovige mag bij enen geopenden, genadetroon alle zijne lasten neerleggen.
En de Heere zal Uwe gerechtigheid, al wordt die nu ook nog zo belasterd, doen voortkomen als het licht der zon, wanneer het ‘s morgens doorbreekt, en uw recht, dat vertreden is, als den middag, wanneer de zon het helderst schijnt en gene wolk voor haar bestaan kan (Job 37: 21).
Daleth. Zwijg, daar Hij alzo doen zal, den HEERE; zie op Hem, in plaats van u zelven uwe gerechtigheid met woord of daad te willen verschaffen, en verbeid Hem, wacht geduldig, totdat Hij, die wonderbaar van raad en daad is, het werk heeft volbracht, waarover gij u bekommert; ontsteek u niet, ik herhaal wat ik reeds zei (vs. 1), over degene, wiens weg voorspoedig is, over enen man, die listige aanslagen uitvoert, die de verkeerde dingen, die hij bedacht heeft, ook ten uitvoer kan leggen. 8.
II. Vs. 8-33.KruisverwijzingenPsalmen 145:14→Psalmen 63:8→Jesaja 41:10→Jesaja 42:1→Psalmen 10:15→Psalmen 37:24→Job 38:15→Psalmen 119:116→
— He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen. Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten. Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen. De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede. Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden. De Heere belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt. Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn. Hun zwaard zal in hunlieder hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden. Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.
Nu volgt het hoofddoel van het lied, waarin de toon van bedaarde voorstelling en diepe beschouwing heerst; ook hier, even als in den gehelen Psalm, blijkt ene grote verwantschap met de Salomonische spreukendichting, die zonder twijfel reeds in David haren grondlegger heeft,
He. Laat af van toorn, bedwing dien, wanneer hij zich in u wil verheffen, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet 1), om kwaad te doen.
Het woord “niet” staat niet in den grondtekst. De zin is: ontsteek u niet, want dit zou immers ten gevolge hebben, dat gij kwaad deed. Bij den nijd ligt de zonde aan de deur.
Er is dan ook gene reden tot toornig worden, alsof gij de straffende gerechtigheid Gods te hulp moest komen. De Heere zal ter rechter tijd weten, wat Hij doen moet; want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden; maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten (Psalm 25: 13); dat gij dan tot deze behoort, daaraan alleen is alles gelegen.
Van. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijne plaats, maar hij zal er niet wezen.
De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten 1), en zich verlustigen over groten vrede 2) (Psalm 119: 165).
De Septuaginta vertaalt: of de praeiv klh-ronomhsousi ghn Vergelijk MATTHEUS. 5: 5.
Daar zij vrede bewaard hebben, wordt hun na verdelging der bozen de vrede ten deel (vs.
. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven (MATTHEUS. 5: 5). Deze zaligspreking is de bevestiging en verklaring van de uitspraak van den Psalmist. De aarde, het land Kanaän, Israël’s erfdeel als volk Gods, was het voorbeeld en onderpand hunner eeuwige erve in den Messias. De dichter ziet hier dan op die eeuwige erve, hij, die als een zachtmoedige hier Kanaän uit de hand van God in het geloof ten erve had, hem wachtte een eeuwige bezitting, waar hij zich eeuwig in het heil des Heren verlustigen zou. Die belofte was en is de grond der hope voor de ware godvruchtigen van alle tijden, als het hun helder is voor het oog der ziele, zien zij er naar uit, en in droevige en bange dagen en nachten leren zij dan Gode zwijgen en verbeiden, want hun heil komt.
Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijne tanden in woede (Job 16: 9).
De HEERE belacht hem (Psalm 2: 4) want Hij ziet, dat zijn dag komt, wanneer het op eens met al zijne boze plannen en ondernemingen een einde neemt. Deze goddelijke wijze van beschouwen moeten ook de rechtvaardigen tot de hun maken, zo zal in plaats van het wenen het lachen komen, reeds voordat de Goddelijke hulp verschijnt.
Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hunnen boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neer te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn.
Maar hun zwaard zal in hunlieder hart gaan, en hun bogen zullen verbroken worden (Psalm 7: 16 v.; 9: 16 v.; 57: 7. Spreuken 26: 27).
Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen (Spreuken 15: 16; 16: 8).
Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; zodat zij noch anderen schade noch zich zelven meer nut kunnen doen (Psalm 10: 15. 1 Samuel 2: 31); maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen, en vergoedt door Zijnen bijstand alles, wat het gebrek aan tijdelijk goed en aan eigene kracht hen doet ontberen.
Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten, hun leven met al zijne wisselingen slaat Hij nauwlettend gade, met vaderlijke zorg (Psalm 1: 6; 31: 8); en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven 1), de late nakomelingen zullen nog erven, wat zij met God en in ere bezitten.
Niet zonder oorzaak komt David er zo dikwijls op terug, dat daarom de rechtvaardigen gelukkig zijn, dewijl God in hun nooddruft voorziet. Wij zien toch hoe gaarne het verstand der mensen geneigd is tot twijfelen, en hoe een overbodige zorg hen kwelt, waaraan zij geen grens of maat kunnen stellen. Ondertussen bekruipt hen een andere ondeugd, dat zij boven hetgeen geoorloofd is willen vooruit zorgen. En echter, hoe sterk zij zijn in vlijt en ijver, herhaaldelijk falen zij in het nemen van plannen, en komen niet zelden bedrogen uit wat de uitkomst betreft. Waarom niets nuttiger is, dan bij voortduring ons de Voorzichtigheid Gods voor ogen te stellen, welke alleen het best voor ons kan zorgen. Hier nu zegt David, dat de dagen der rechtvaardigen Gode bekend zijn, dat is, dat Hem geenszins verbolgen is, in welke gevaren zij gewikkeld zin en welke ondersteuning zij van node hebben.
Zij zullen niet beschaamd worden in den kwaden tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden (Psalm 33: 19).
Caph. Dit neemt niet weg, dat de rechtvaardigen dikwijls door de goddelozen bedreigd en benadeeld worden; maar de goddelozen zullen vergaan en de vijanden des HEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren 1), als het gemeste slachtvee; een tijdlang hebben zij het wel en puilen de ogen uit van vet (Psalm 73: 7), maar zij gaan daarheen als een os ter slachting en worden in een ogenblik gedood; met den rook zullen zij verdwijnen, wanneer het gras aangestoken en verbrand wordt.
Of: “als het vet der rammen,” zodat de dichter op de offerande doelt, die verbrand wordt. Het punt van vergelijking ligt dan niet in de voortreffelijkheid der offerande, maar alleen in het verdwijnen in rook; ” zulk ene figuur noemt men oxumoren.”.
Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weer; hij gaat steeds achteruit, zodat bij het geldende niet weer betalen kan; maar de rechtvaardige komt, naar de belofte (Deuteronomium 15: 6), in zulk een gezegenden stand, dat hij de middelen bezit om weldadigheid te bewijzen (Psalm 112: 5); hij ontfermt zich, en geeft.
Want Zijne (des Heren) gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten, maar Zijne vervloekten zullen uitgeroeid worden; dat is het, waarop Gods regering uitloopt, daarom moet het ook weer daartoe komen, dat de rijken gebrek en honger lijden, maar die den Heere zoeken, hebben geen gebrek aan enige goed (Psalm 34: 11). Wanneer men vraagt, van wie meer milddadigheid en barmhartigheid uitgaat, van het arme volk der vromen of van de rijke schaar der godvergetenen, zou dan niet blijken, dat het zakje van de eersten, hoewel het bestendig geledigd wordt, toch door geheimen invloed van Boven, even als het oliekruikje van de weduwe van Sarfat (1 Koningen 17: 8 v.), altijd op nieuw gevuld wordt? Zou niet reeds daarin zijn waar te nemen, dat zij mensen zijn, voor wie Gods schatkamer ten gebruike staat?.
Mem. De gangen des zelven mans van dien rechtvaardige worden van den HEERE bevestigd, en Hij, de Heere, heeft lust aan zijnen weg, heeft daarin een welbehagen, en daarom zegent hij hem.
Als hij valt, door ongeluk of door een mistred, zo wordt hij niet weggeworpen, dat hij voor altijd zou moeten blijven liggen, want de HEERE ondersteunt zijne hand grijpt hem bij de hand en richt hem weer op (Psalm 145: 14). De Psalmist spreekt in dezen Psalm van het oefenen van godzaligheid, en dat de Heere hun gerechtigheid zal doen voortkomen als het licht (vs. 3-6), en verklaart hier, dat ze nog onvolmaakt zijn en wel struikelen en vallen, maar evenwel niet zullen weggeworpen worden, omdat de Heere hen ondersteunt.
Hun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar ik heb in dezen langen leeftijd niet gezien den rechtvaardige verlaten, hoewel het voor een korten tijd scheen te zijn, noch zijn zaad zoekende brood, zodat hem zou getroffen hebben, wat den overtreders Uwer wet gedreigd is (Deuteronomium 14: 4 v.; 28: 28, 38 vv.). Gesteld, het kwam onder geheel bijzondere gebeurtenissen daartoe, dat zulk een, naar den schijn van God en mensen verlaten, voor het ogenblik bedelen moest; -een bedelaar kan hij nooit worden! Het zou voorzeker bijzonder moeten toegaan, zo een voor God en mensen beproefd leven gene beproefde vrienden in den nood verwekt had, vreemd moeten toegaan, wanneer hij, die voor velen in den nood een vriend was, niet zelf in den nood een vriend kon vinden.
Hier hebben wij het zelfde als wat de Apostel uitspreekt, dat de godzaligheid de beloften hoeft des tegenwoordigen en des toekomende levens. Het is waar, er zijn uitzonderingen, maar toch, het is ook zeker, dat de Heere God nooit Zijn volk onthoudt, wat zij nodig hebben. Voor het oog van den mens mag God schijnbaar Zijn volk verlaten, maar straks blijkt het weer zo duidelijk mogelijk, dat dit schijnbaar was, want dat God nooit verlaat, wie Hem in geest en waarheid aanbidden.
Den gansen dag, ten allen tijde, als hij behoefte ziet,ontfermt hij zich, en leent, en zijn zaad is tot zegening, zelf gezegend van den Heere is het ook weer anderen tot zegen. Wanneer de kinderen van den rechtvaardige niet godvrezend zijn, daarvoor moet enige reden zijn in het verwaarlozen der ouders, of enig, andere schuldige oorzaak. De vriend van den vader is de vriend der familie. De God van Abraham is de God van Izaak en van Jakob.
Samech. Wijk, gelijk in vs. 3 gezegd werd, af van het kwade en doe het goede, en woon in eeuwigheid; gij zult dan een vreedzaam en veilig verblijf in het land der belofte hebben (Deuteronomium 4: 40; 5: 16, 33).
Want de HEERE: heeft het recht lief 1), en zal Zijne gunstgenoten niet verlaten: in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid.
Het beginsel der ware Godzaligheid, niet der wet, maar des geloofs, moet zich openbaren en bewijzen in een afwijken van het kwade, in een haten en vlieden van alle zonden, en in een najagen en betrachten van het goede, van alle gerechtigheid. Wij behoeven tot een leven in ware godzaligheid de kennis niet van vele en velerlei voorschriften en geboden, maar alleen een vernieuwd hart en een geheiligd geweten, om te beproeven, wat den Heere welbehaaglijk is.
God verlustigt Zich in het recht te handhaven en Hij heeft een vermaak in degene, die recht en gerechtigheid oefenen. En daarom zal Hij Zijne heiligen, Zijne gunstgenoten in hun verdrukkingen niet verlaten, zelfs niet, als zij verflauwen in hun liefde voor Hem, of zich beginnen vreemd en afkerig van Hem, of van deze Zijne kastijdingen te gedragen. Hij blijft echter de handen aan hen houden en zal hen tot in eeuwigheid bewaren, dat is, Hij zal ze heiligen, voor alle tijden en eeuwen in Zijne hoede en bescherming nemen, opdat zijn overblijfsel beveiligd blijft tot aan het einde der eeuwen.
De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid, voor altijd daarop, wonen (vs. 22).
Pe. Opdat echter gij, die deze den rechtvaardige gegevene beloften leest, ze niet ten onrechte op u zelven toepast, wil ik nader verklaren, wie ik rechtvaardigen noem. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijne tong spreekt het recht, zo maakt hun spraak hen openbaar.
a) Wij hebben bovendien op het hart te letten en op de werken.De wet zijns Gods is in zijn hart; zijne gangen zuilen niet slibberen1), maar hij gaat met vasten tred op de wegen des Heren.
Psalm 40: 9. Jes. 51: 7.
Niet slibberen in den zin van, niet wankelen, niet ter rechter of linker zijde uitwijken, en zo dit al geschiedt, zal hij door Zijn God weer op den rechten weg worden gebracht.
Nu kan het wel zijn, dat de belofte, die den rechtvaardige gegeven is, een tijdlang uitblijft, voordat zij vervuld wordt (Habakuk. 2: 3), gelijk aan mij in mijn tegenwoordigen toestand te zien is. De goddeloze loert op den rechtvaardige om hem te benadelen, en zoekt hem te doden (Psalm 10: 9).
Maar de HEERE laat hem, den rechtvaardige, niet, geeft hem niet over in zijne, in des goddelozen hand, en Hij verdoemt hem niet, zodat Hij Zich voor altijd van hem zou afwenden, als hij door zijne wederpartijders, omdat hij eenmaal tot een val kwam. als een verworden zondaar geoordeeld wordt (2 Samuel 15: 16 ); God neemt hem weer in genade aan (2 Samuel 16: 12 ). 34.
III. Vs. 34-40.KruisverwijzingenPsalmen 27:14→Job 5:3→Psalmen 3:8→Psalmen 9:9→Jesaja 31:5→1 Kronieken 5:20→Psalmen 52:5→Psalmen 37:9→
— Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid. Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvende goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom. Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden. Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn. Maar de overtreders worden te zamen verdelgd. het einde der goddelozen wordt uitgeroeid. Thau. Doch het heil der rechtvaardigen is van den HEERE; hun Sterkte ter tijd van benauwdheid. En de HEERE zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.
Even als aan het hoofddeel een begin van paraenetischen inhoud voorafging, die in het volgende gedeelte nader werd verklaard, zo vinden wij hier een slot eveneens hoofdzakelijk van paraenetischen aard.
Koph. Wacht, zie moedig op den HEERE, en houd Zijnen weg, dien Hij in Zijn Woord u heeft voorgeschreven, zonder u daarvan door vervolging of veroordeling af te laten brengen, en Hij zal u uit alle geringheid, waarin gij een tijdlang moet zijn, verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid, om voor u plaats te maken.
Resch. Ik heb gezien enen gewelddrijvenden goddeloze, -denk aan koning Saul! -die zich uitbreidde als een groene inlandse boom, als een boom, die in die luchtstreek te huis behoort, en dus welig groeit.
Maar hoe lang heeft het met hem geduurd? hij ging door, hij verdween als ene doorgaande wolk (anders: men ging er voorbij), en zie, hij was er niet meer, en ik zocht hem, daar ik Zijn verdwijnen nauwelijks kon geloven, maar hij werd niet gevonden. God doet op merkwaardige wijze de ontwerpen van voorspoedige goddelozen te niet gaan, vooral wanneer zij Zijne dienstknechten vervolgen.
Schin. Let op den vrome en ziet naar den oprechte; diens lot is zo geheel anders, want het einde van dien man zal vrede zijn, de uitkomst zal gezegend wezen, hem wacht ene toekomst vol vrede (vgl. 2 Samuel 22: 36 ). Deze tekst kan in twee delen verdeeld worden. 1. De eigenschap van een godzalig man. 2. Het voorrecht van een godzalig man. Zijne eigenschap is vroomheid, zijn weg is vrede. Hier is het karakter der heiligen en de kroon der heiligen. Hij wordt aangeduid door oprechtheid en gekroond met vrede. Hier is des Christus weg en zijn einde, zijn streven en zijne rust. Zijn weg is heiligmaking, zijn einde geluk; zijn streven is naar volmaaktheid. Zijne rust is vrede aan het einde zijner dagen. Ik had nooit kunnen geloven, zei ene stervende vrome, dat het ene zo liefelijke zaak was te sterven, of dat het mogelijk was zulke gezichten in de hemelse wereld te hebben als ik nu geniet. Melanchton zong in zijnen slaap juist vóór zijn dood: “Ik zal niets meer eten totdat het volmaakt zal zijn in het koninkrijk van God.” Hij scheen rusteloos, en gevraagd zijnde door iemand, of hij nog iets verlangde, antwoordde hij: “Aliud nihil nisi coelum” niets dan den hemel alleen. Wij moeten niet denken Lazarus dood te kunnen hebben en het leven van dan rijken man, gelijk die bij Plutarchus, die met Croesus wilde leven, maar met Socrates sterven. Neen! de wensen van Bileam zijn dwaas en vruchteloos. Indien gij wel wilt sterven, Christenen! moet gij zorgen wél te leven: qualis vita, finis illa: indien gij gerust wilt sterven, moet gij nauwgezet leven; indien gij getroost wilt sterven, moet gij gehoorzaam leven; indien gij gelukkig wilt sterven, moet gij heilig leven.
Maar de overtreders worden te zamen verdelgd; het einde der goddelozen wordt uitgeroeid, zodat zij gene toekomst hebben.
Thau. Doch, en dit is de somma van ‘t geen ik in dezen Psalm wille leren: het heil der rechtvaardigen is van den HEERE; Hij is hun Sterkte ter tijd van benauwdheid.
En de HEERE zal hen helpen en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden, want zij betrouwen op Hem. O, welk ene schandelijke ontrouw, welk een wantrouwen, welk een doemwaardig ongeloof, dat wij zulke rijke, machtige, troostvolle toezeggingen Gods niet geloven, dat wij zo licht als in nood worstelen bij geringen ergernissen, als wij maar boze woorden van de goddelozen horen. Help ons. o Heere! dat wij ware gelovigen worden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel