Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210 van DavidH1732. GeeftH3051 den HEEREH3068, gij kinderenH1121 der machtigenH410! geeftH3051 den HEEREH3068 eerH3519 en sterkteH5797.
Een psalm van David. Geeft den HEERE, gij kinderen der machtigen! geeft den HEERE eer en sterkte.
KJV
[[A Psalm1
of David.]]2
Give3
unto the LORD,4
O ye mighty,5
give7
unto the LORD8
glory9
and strength.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
GeeftH3051 den HEEREH3068 de eerH3519 Zijns NaamsH8034, aanbidtH7812 den HEEREH3068 in de heerlijkheidH1927 des heiligdomsH6944.
Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.
KJV
Give1
unto the LORD2
the glory3
due unto his name;4
worship5
the LORD6
in the beauty7
of holiness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
De stemH6963 des HEERENH3068 is opH5921 de waterenH4325, de GodH410 der ereH3519 dondertH7481; de HEEREH3068 is opH5921 de groteH7227 waterenH4325.
De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren.
KJV
The voice1
of the LORD2
is upon the waters:4
the God5
of glory6
thundereth:7
the LORD8
is upon many11
waters.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
De stemH6963 des HEERENH3068 is met krachtH3581, de stemH6963 des HEERENH3068 is met heerlijkheidH1926.
De stem des HEEREN is met kracht, de stem des HEEREN is met heerlijkheid.
KJV
The voice1
of the LORD2
is powerful;3
the voice4
of the LORD5
is full of majesty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
De stemH6963 des HEERENH3068 breektH7665 de cederenH730; ja, de HEEREH3068 verbreektH7665 de cederenH730 van LibanonH3844.
De stem des HEEREN breekt de cederen; ja, de HEERE verbreekt de cederen van Libanon.
KJV
The voice1
of the LORD2
breaketh3
the cedars;4
yea, the LORD6
breaketh5
the cedars8
of Lebanon.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En Hij doet ze huppelenH7540 als een kalfH5695, de LibanonH3844 en SirjonH8303 als een jongenH1121 eenhoornH7214.
En Hij doet ze huppelen als een kalf, de Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn.
KJV
He maketh them also to skip1
like a calf;3
Lebanon4
and Sirion5
like a young7
unicorn.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De stemH6963 des HEERENH3068 houwtH2672 er vlammenH3852 vuursH784 uit.
De stem des HEEREN houwt er vlammen vuurs uit.
KJV
The voice1
of the LORD2
divideth3
the flames4
of fire.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De stemH6963 des HEERENH3068 doet de woestijnH4057 bevenH2342; de HEEREH3068 doet de woestijnH4057 KadesH6946 bevenH2342.
De stem des HEEREN doet de woestijn beven; de HEERE doet de woestijn Kades beven.
KJV
The voice1
of the LORD2
shaketh3
the wilderness;4
the LORD6
shaketh5
the wilderness7
of Kadesh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
De stemH6963 des HEERENH3068 doet de hindenH355 jongen werpenH2342, en ontblootH2834 de woudenH3295; maar in Zijn tempelH1964 zegtH559 Hem een iegelijkH3605 eerH3519.
De stem des HEEREN doet de hinden jongen werpen, en ontbloot de wouden; maar in Zijn tempel zegt Hem een iegelijk eer.
KJV
The voice1
of the LORD2
maketh the hinds4
to calve,3
and discovereth5
the forests:
and in his temple7
doth every one speak9
of his glory.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De HEEREH3068 heeft gezetenH3427 over den watervloedH3999; ja, de HEEREH3068 zitH3427, KoningH4428 in eeuwigheidH5769.
De HEERE heeft gezeten over den watervloed; ja, de HEERE zit, Koning in eeuwigheid.
KJV
The LORD1
sitteth3
upon the flood;2
yea, the LORD5
sitteth4
King6
for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
De HEEREH3068 zal Zijn volkH5971 sterkteH5797 gevenH5414; de HEEREH3068 zal Zijn volkH5971 zegenenH1288 met vredeH7965.
De HEERE zal Zijn volk sterkte geven; de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.
KJV
The LORD1
will give4
strength2
unto his people;3
the LORD5
will bless6
his people8
with peace.
kinderen
Dat is, gij machtigen, geweldigen, die boven anderen in macht en gezag op aarde verheven zijt. Alzo Ps. 89:7 .
Hertaald:
kinderen
Dat is: u machtigen, geweldigen, die boven anderen in macht en gezag op aarde verheven zijt. Zo ook Ps. 89:7.
aanbidt
Of, buigt u voor den HEERE. Zie Gen. 24:26 .
Hertaald:
aanbidt
Of: buigt u voor de HEERE. Zie Gen. 24:26.
heerlijkheid
Dat is, in zijn tabernakel, dien de grote God zelf met de heerlijke waartekenen zijner genade versierd heeft. Sommigen menen dat David dezen psalm gedicht heeft als hij de ark des verbonds met grote vreugde tot zich gehaald had in Zion, 2Sa 6 om de groten op aarde [die gemeenlijk trots en hoogmoedig zijn] onder de krachtige hand van den enigen waren God, die te Zion in zijn hius woonde, te vernederen, en door zijn voorbeeld te vermanen dat zij dezen God in zijne woning in alle nederigheid zouden komen eren; waartoe hij in in het volgende ook gebruikt de beschrijving van den donder dezes Gods, voor welken zich zelfs de allergrootsten op aarde moeten ontzetten en verschrikken, en dienvolgens den auteur daarvan behoren te kennen en naar zijne instelling te eren. Anders, in sieraad der heiligheid. Of, met sieraad, enz.
Hertaald:
heerlijkheid
Dat is: in Zijn tabernakel, die de grote God Zelf met de heerlijke tekenen van Zijn genade versierd heeft. Sommigen menen dat David deze psalm gedicht heeft toen hij de ark van het verbond met grote vreugde naar zich toe gehaald had in Sion, 2 Sam. 6, om de groten op aarde [die meestal trots en hoogmoedig zijn] onder de krachtige hand van de enige ware God, Die te Sion in Zijn huis woonde, te vernederen, en door zijn voorbeeld te vermanen dat zij deze God in Zijn woning in alle nederigheid zouden komen eren; waartoe hij in het vervolg ook de beschrijving gebruikt van de donder van deze God, voor Wie zelfs de allergrootsten op aarde ontsteld en verschrikt moeten raken, en die daarom de auteur daarvan behoren te erkennen en naar Zijn instelling te eren. Anders: in sieraad van de heiligheid. Of: met sieraad, enzovoort.
stem
Versta, den donder en het verschrikkelijk geluid van dien, gelijk Ps. 18:14 , en 2 Sam. 22:14 ; Job 28:26 , en Job 37:2 , Job 37:4-5 ; Ps. 46:7 , en Ps. 68:34 ; Jes. 30:30-31 .
Hertaald:
stem
Versta hieronder: de donder en het verschrikkelijke geluid daarvan, zoals Ps. 18:14, en 2 Sam. 22:14; Job 28:26, en Job 37:2, Job 37:4-5; Ps. 46:7, en Ps. 68:34; Jes. 30:30-31.
wateren,
Men kan dit verstaan van de bovenste wateren, te weten, de wolken, en ook van de onderste, waarop de donder vreeslijk geluid maakt. Anders, boven de wateren; dat is, heeft groter en sterker geluid dan het bruisen der wateren. Zie hiervan Ezech. 1:24 , en Ezech. 43:2 ; Openb. 1:15 , en Openb. 14:2 , en Openb. 19:6 .
Hertaald:
wateren,
Men kan dit betrekken op de bovenste wateren, namelijk de wolken, en ook op de onderste, waarop de donder een verschrikkelijk geluid maakt. Anders: boven de wateren; dat is: heeft een groter en sterker geluid dan het bruisen van de wateren. Zie hierover Ezech. 1:24, en Ezech. 43:2; Openb. 1:15, en Openb. 14:2, en Openb. 19:6.
der ere
Dat is de heerlijke God, die te eren is, gelijk 1 Kor. 2:8 .
Hertaald:
der ere
Dat is: de heerlijke God, Die geëerd moet worden, zoals 1 Kor. 2:8.
grote
Of, vele, geweldige.
Hertaald:
grote
Of: vele, geweldige.
Libanon
Een zeer vermaard gebergte, in de Schriftuur dikwijls vermeld, gelegen aan de noordelijke zijde van Kanaän, geroemd om de schone cederbomen. Zie Richt. 9:15 .
Hertaald:
Libanon
Een zeer beroemd gebergte, in de Schrift vaak vermeld, gelegen aan de noordelijke zijde van Kanaän, geroemd om de mooie cederbomen. Zie Richt. 9:15.
Sirjon
Zie Deut. 3:9 .
Hertaald:
Sirjon
Zie Deut. 3:9.
jongen
Hebr. een zoon der eenhoornen.
Hertaald:
jongen
Hebreeuws: een zoon van eenhoorns.
houwt
Of, slaat. Het Hebr. woord wordt eigenlijk van steenhouwen en houthouwen gebruikt.
Hertaald:
houwt
Of: slaat. Het Hebreeuwse woord wordt eigenlijk gebruikt voor steenhouwen en houthakken.
vlammen
Versta, de vuurvlammen des bliksems, die God bij den donder verspreidt, alsof Hij ze uit de wolken hieuw, dat de vuurstralen overal springen.
Hertaald:
vlammen
Versta hieronder: de vuurvlammen van de bliksem, die God bij de donder verspreidt, alsof Hij ze uit de wolken hakte, zodat de vuurstralen overal opspringen.
beven;
Anders, maakt dat zij in smart of arbeid komt; dat is, verschrikt de wilde gedierten der woestijn alzo, dat zij vóór den tijd den arbeid op den hals krijgen.
Hertaald:
beven;
Anders: maakt dat zij in pijn of barensnood komt; dat is: verschrikt de wilde dieren van de woestijn zodanig, dat zij voor de tijd de barensnood krijgen.
Kades
Den Joden bekend, waardoor anderen mede verstaan worden; zie Num. 33:36-37 , en elders meer.
Hertaald:
Kades
Bij de Joden bekend, waarmee ook anderen bedoeld worden; zie Num. 33:36-37, en elders meer.
hinden
Die [gelijk te zien is Job 39:4-6 , en de natuurbeschrijvers betuigen] anderzins zwaarlijk werpen. Of, doet de hinden in arbeid komen.
Hertaald:
hinden
Die [zoals te zien is Job 39:4-6, en de natuurbeschrijvers bevestigen] anders moeilijk werpen. Of: doet de hinden in barensnood komen.
ontbloot
Te weten, van bomen, die door donder, bliksem en storm van bladeren ontbloot, verbrand, uit de aarde gescheurd en nedergeveld worden; idem van dieren, die de donder in de holen jaagt, dat zij in de wouden niet durven omlopen.
Hertaald:
ontbloot
Namelijk: van bomen, die door donder, bliksem en storm van bladeren ontbloot, verbrand, uit de aarde gescheurd en neergeveld worden; en ook van dieren, die de donder in de holen jaagt, zodat zij niet durven rondlopen in de bossen.
tempel
Of, paleis; dat is, tabernakel, gelijk boven, Ps. 27:4 , alsof hij zeide: God laat zijne stem door den donder overal horen, maar in zijne gemeente en woning looft Hem een iede van hen, tw eten, der gelovigen, vanwege zijn grote daden in het algemeen, en in het bijzonder van de voren verhaalde; waarheen David de groten nodigd heeft te komen, vs.1.
Hertaald:
tempel
Of: paleis; dat is: tabernakel, zoals hierboven Ps. 27:4, alsof hij zei: God laat Zijn stem door de donder overal horen, maar in Zijn gemeente en woning looft Hem elk van hen, namelijk van de gelovigen, vanwege Zijn grote daden in het algemeen, en in het bijzonder vanwege de eerder vermelde; waarheen David de groten uitgenodigd heeft te komen, vers 1.
Hem
Of, spreekt een ieder van [zijne] eer, of glorie. Anders, al wat daarin is; te weten, in den tempel, spreekt [zijne] eer.
Hertaald:
Hem
Of: spreekt elk van [Zijn] eer, of glorie. Anders: alles wat daarin is; namelijk in de tempel, spreekt [Zijn] eer.
heeft
Of, zit in den watervloed; dat is ten tijde des watervloeds.
Hertaald:
heeft
Of: zit in de watervloed; dat is: ten tijde van de watervloed.
watervloed;
Dit verstaan velen van den zondvloed, waarvan het Hebr. woord in de Heilige Schrift alleenlijk gebruikt wordt, waarover de Heere als president, regent en rechter gezeten heeft; doch men kan het voorts uitstrekken tot alle watervloeden, die God alle tezamen regeert en bestuurt.
Hertaald:
watervloed;
Dit betrekken velen op de zondvloed, waarvoor het Hebreeuwse woord in de Heilige Schrift alleen gebruikt wordt, waarover de HEERE als voorzitter, heerser en rechter gezeten heeft; maar men kan het verder uitbreiden tot alle watervloeden, die God allemaal samen bestuurt en regeert.
vrede
Dat is, met allerlei welvaart, bijzonderlijk in Christus, die onze vrede is. Zie Richt. 6:24 .
Hertaald:
vrede
Dat is: met allerlei welvaart, in het bijzonder in Christus, Die onze vrede is. Zie Richt. 6:24. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De psalm begint in de hemel: "Geeft den HEERE, gij kinderen der machtigen! geeft den HEERE eer en sterkte" (Ps. 29:1). Dan komt het onweer opzetten vanaf de zee: "De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert" (Ps. 29:3). Zevenmaal klinkt in deze psalm die uitdrukking. De stem is met kracht en met heerlijkheid (Ps. 29:4), zij breekt de ceders van Libanon (Ps. 29:5), houwt vlammen vuurs uit (Ps. 29:7) en doet de woestijn beven (Ps. 29:8). Terwijl buiten alles kraakt, gebeurt er binnen iets anders: "maar in Zijn tempel zegt Hem een iegelijk eer" (Ps. 29:9). En dan wordt het stil: "De HEERE heeft gezeten over den watervloed; ja, de HEERE zit, Koning in eeuwigheid" (Ps. 29:10). Het laatste vers is het zachtste van de psalm: "de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede" (Ps. 29:11). Bijbelse betekenis: De psalm laat een storm over het hele land trekken en eindigt bij vrede. Dat is de beweging die erin zit, en zij zegt iets over hoe de Schrift over Gods macht spreekt: die macht is ontzagwekkend en zij komt Zijn volk ten goede. Merk op wat er met de ceders gebeurt. Dat waren de sterkste bomen die men kende, en zij breken; wat de mens onwrikbaar noemt, houdt het niet. Let ook op Ps. 29:10. Het woord dat hier met watervloed vertaald is, wordt in de Schrift vooral voor de zondvloed gebruikt; ook toen bleef God zitten als Koning. En let op de tegenstelling tussen buiten en binnen (Ps. 29:9). Terwijl het onweer alles doet beven, wordt in de tempel rustig lof gezegd. Typologie: Johannes hoort de verhoogde Christus met dezelfde stem spreken: "Zijn stem als een stem van vele wateren" (Op. 1:15). Ps. 29:1-11; Op. 1:15 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Deze psalm beschrijft een onweer dat over het land trekt: het komt van de zee, het gaat over de bossen van de Libanon, en het eindigt in de woestijn. Zevenmaal wordt daarbij dezelfde uitdrukking gebruikt. Wat een onweer heet, wordt hier zeven keer de stem des HEEREN genoemd — en de psalm eindigt met een Koning die zit. De psalm begint boven de aarde: geeft den HEERE, gij kinderen der machtigen, geeft den HEERE eer en sterkte. En dan komt het onweer, en het wordt van begin tot eind aangeduid met één uitdrukking. “De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert.” Dan: de stem des HEEREN is met kracht, met heerlijkheid. De stem breekt de cederen van de Libanon. De stem houwt vuurvlammen uit. De stem doet de woestijn beven. De stem doet de hinden jongen werpen en ontbloot de wouden. Zeven keer, en telkens hetzelfde begin. Dat is meer dan dichterlijke taal. De psalm zegt niet dat het onweer op Gods stem lijkt, maar dat het Zijn stem ís. Wat men buiten hoort rollen, is de God der ere Die spreekt. En wie dat leest naast het begin van de Bijbel, herkent de kracht ervan: daar sprak Diezelfde, en er wás licht. Waar de psalm eindigt is opmerkelijk. Na al dat geweld staat er niet dat God het onweer stilt, maar iets veel rustigers: “De HEERE heeft gezeten over den watervloed; ja, de HEERE zit, Koning in eeuwigheid.” Dat woord watervloed is in het Hebreeuws hetzelfde woord dat in Genesis voor de zondvloed gebruikt wordt. God zát boven het water dat de wereld verzwolg, en Hij zit er nog. En dan komt de laatste regel, die na negen verzen donder verrassend zacht is: “De HEERE zal Zijn volk sterkte geven; de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.” De storm gaat over het land; wat het volk ervan krijgt is kracht en vrede. Hier loopt de lijn naar het Evangelie langs een meer. Er was een boot in nood, en Iemand stond op en sprak de wind en de zee toe, en het werd grote stilte. De vraag die daarna klonk is precies de vraag die deze psalm oproept: hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn? En er is nog een tweede aanraking. Bij de doop in de Jordaan stond Iemand in het water, en er kwam een stem uit de hemel. Ook daar is de stem des HEEREN op de wateren — maar zij donderde niet. In het Nieuwe Testament: Markus 4:39-41; Mattheüs 3:16-17; Johannes 12:28-29; Genesis 1:3; Openbaring 1:15 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Psalm 29 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op twee dingen uit de psalm zelf: de zevenvoudige uitdrukking, en het slotvers waarin God Koning heet boven de watervloed. De verbinding met de storm op het meer en met de doop is een overeenkomst van beelden en woorden, geen aanhaling. Dat het woord in vers 10 hetzelfde is als in Genesis voor de zondvloed, is een gegeven van de taal.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Een scherpzinnig contrast. Spurgeon beschrijft hoe Satan het hart als een veroverd paleis beschouwt, en hoe hij het geweten stil houdt zodat zijn heerschappij ongestoord blijft — een… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Geef de HEERE de eer van Zijn Naam. Psalm 29 vers 2 Gods roem is het gevolg van Zijn natuur en… 5 De stem des HEEREN breekt de cederen; ja, de HEERE verbreekt de cederen van Libanon. 6 En Hij doet ze huppelen als een kalf, den Libanon en Sirjon… 1 Een psalm van David. Geeft den HEERE, gij kinderen der machtigen! geeft den HEERE eer en sterkte. 2 Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, aanbidt den HEERE… De HEERE zal Zijn volk sterkte geven, de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede. Psalm 29:11. David had zo juist de stem van de HEERE gehoord in een… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 29
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De stem des HEEREN op de wateren — 29:1-11
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
De vrede van satan, en de vrede van God
Geef de HEERE de eer van Zijn Naam.
Psalm 29:5-11
Psalm 29:1-4
De HEERE zal Zijn volk sterkte geven


Psalmen 29
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm (Psalm 3: 1) van David. “De Heere is hunlieder sterkte,” zo heette het in Psalm 28: 8 en: “de Heere zal Zijn volk sterkte geven,” zo horen wij aan het slot van dezen 29sten Psalm. Beide Psalmen staan alzo, gelijk zij op elkaar volgen, ook in ene zekere inwendige betrekking tot elkaar. Volgens den verderen inhoud en naar den tijd van ‘t ontstaan behoort echter Psalm 29 veelmeer tot Psalm 8 en 19 aan de ene zijde en tot Psalm 33 aan de andere (1 Koningen 1: 1 ) en neemt met reden de derde plaats onder deze vier bij elkaar behorende Psalmen in. Hadden wij; in Psalm 8 een nacht-lied van den hoogbejaarden koning voor ons, dat de scheppingsgeschiedenis uit Genesis 1 tot een gebed maakt, en in Psalm 19 een lied, dat bij het zien van den hemel bij dag gemaakt is, waarin de zanger, die zich in het aanbrekend zonlicht verheugt, zich voor het dagwerk, dat hem wacht, in het licht der Goddelijke wet stelt; zo heeft het Psalm 29 met een ander natuurverschijnsel te doen, met een onweder, dat geweldig opkomt, en zich vreselijk ontlast. Gelijk nu Psalm 19 naast den God der openbaring in de natuur den God der bijzondere openbaring stelt, zo blijkt ook Psalm 29 niet bij het uitwendige majestueuze natuurverschijnsel staan, maar verneemt daarin ene betuiging van Jehova, den God der bijzondere openbaring, die, gelijk in den hemel, ook op aarde Zijne gemeente heeft. Zij, deze gemeente des Heren, een tegenbeeld der ark ten tijde van den zondvloed, is ene plaats des vredes, en geen voorwerp van het vonnis des Goddelijken toorns, terwijl het daarbuiten dondert en bliksemt.
I. Vs. 1 KruisverwijzingenPsalmen 96:7→1 Kronieken 16:28→Psalmen 68:31→Jesaja 60:12→Openbaring 5:11→Psalmen 2:10→Jeremia 13:16→
— Een psalm van David. Geeft den HEERE, gij kinderen der machtigen! geeft den HEERE eer en sterkte.
en 2. De zanger, verdiept in de beschouwing van het opstijgend onweder, richt zijne oproeping om God te loven het eerst tot de hemelse gemeente, tot de gehele ontelbare menigte van hogere geesten, want zij, die den troon Gods omringen en zich onmiddellijk op de plaats bevinden, van waar de donder als woorden der Goddelijke macht klinkt, en waar alle Goddelijke beslissingen worden voorbereid, zien des Heren werk als in zijnen oorsprong, en verstaan het naar zijn werkelijk doel. Geeft den HEERE, gij kinderen der machtigen! gij godenzonen 1), die als het ware het hemelse huisgezin van God vormt, gij engelen (Psalm 89: 7; 103: 20 v.); a) geeft den HEERE eer en sterkte, geeft Zijne heerlijkheid en macht, die zich in de geschapene wereld openbaart, in lof en prijs als ene blijde echo weer.
Psalm 96: 7,8.
Of: de voornaamste der priesters, zie vs. 2.
Geeft den HEERE de ere Zijns naams, looft Hem, die zich door de openbaring Zijner heerlijkheid en macht enen naam gegeven heeft, aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms (liever: “in heilig feestgewaad,” Exodus 28: 23. 2 Kronieken 20: 21, of “priesterlijk gewaad), Vergelijk het gebruik, dat van deze woorden in betrekking tot de volkeren in het algemeen of op het volk Gods in ‘t bijzonder in Psalm 96: 7 vv. en 110: 3 gemaakt wordt. Om de diepe gevoelens te verstaan waarmee het afkomend onweder David’s hart vervult, moet men zich een onweder voorstellen, gelijk dit in het Oosten, voornamelijk in ‘t bergachtige Palestina, veel grootser en ontzettender dan bij ons plaats heeft. De reiziger Wilson beschrijft ook zulk een uit de landstreek van Baälbek: “Ik werd door een onweder overvallen, alsof zich de sluizen des hemels geopend hadden; in een ogenblik kwam het op en woedde het met een geweld, dat aan het einde aller dingen deed denken. Over het gehele land was ene plechtige duisternis verbreid; de regen werd als in stromen naar beneden gegoten, en van de bergen afstortende werd hij door de ontzettende macht van den storm in dikke nevelwolken veranderd.”. 3.
II. Vs. 3-9.KruisverwijzingenPsalmen 18:13→Deuteronomium 3:9→Numeri 13:26→Psalmen 93:3→Psalmen 24:7→Openbaring 17:14→Openbaring 16:18→Openbaring 19:6→
— De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren. De stem des HEEREN is met kracht, de stem des HEEREN is met heerlijkheid. De stem des HEEREN breekt de cederen; ja, de HEERE verbreekt de cederen van Libanon. En Hij doet ze huppelen als een kalf, de Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn. De stem des HEEREN houwt er vlammen vuurs uit. De stem des HEEREN doet de woestijn beven; de HEERE doet de woestijn Kades beven. De stem des HEEREN doet de hinden jongen werpen, en ontbloot de wouden; maar in Zijn tempel zegt Hem een iegelijk eer.
Nu volgt de schildering van de openbaring der Goddelijke macht in het zich ontlastend onweder zelf, gelijk dit zich eerst boven in de lucht vertoont (vs. 3 en 4), dan de hoogten en bergen in het noorden van het land aangrijpt (vs. 5-7) en ten slotte in de zuidelijk aan Palestina grenzende woestijn gezien wordt (vs. 3 en 9); dan doen de machtigen in den hemel gelijk zij aan het begin van den Psalm daartoe opgewekt waren en verkondigen Gods eer.
De stem des HEREN in het daar rollend onweder is op de wateren, op de in donkere, zware onweerswolken verzamelde watermassa 1) (Psalm 18: 12); a) de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren.
Ex 9: 23.
Of: “op de zee, op den oceaan.” Het onweder wordt hier juist beschreven, gelijk het doorgaans in Palestina zich vertoont; het komt op uit het Westen, over de Middellandse zee; het valt zwaar neer op den Libanon, en trekt van daar naar de Arabische woestijn.
Hij zegt niet, dat de zon dagelijks opgaat en door zijne stralen het levendmakende licht verspreidt; hij zegt niet, dat de regen zachtkens vliet, welke door haar sappen de aarde vaak groeizaam maakt, maar hij noemt den donder, de hevige winden en wat door hun schrikwekkende beweging de gemoederen der mensen in beweging brengt. God spreekt gewis in al Zijne schepselen, maar die stemmen vermeldt de Profeet, die door hun rumoer onze slaperigheid, of liever onze loomheid verbeteren. Want voornamelijk op hen heeft deze rede betrekking, die door hun onbuigzame hardheid alle kennis Gods, voor zover die in hen is, uitschudden. En de spreekfiguren drukken genoeg uit, dat David zich voorstelde, de hardnekkigheid door schrik ten onder te brengen, die anders niet vrijwillig wijkt. Driemalen toch drukt hij er op, dat de stem Gods in de grote en geweldige wateren gehoord wordt, en in het volgende vers voegt hij er bij, dat zij vol is van kracht en grote heerlijkheid.
De wateren zijn niet, die beneden op aarde zijn; aan welke toch zou men dan moeten denken? Waren die van de Middellandse zee bedoeld, zij zouden zeker in een zo aanschouwelijke tekening nader zijn aangeduid. Maar passend bij het begin des lieds is het te denken aan de watermassa in de dikke, donkere onweerswolken verzameld. Het dreunen van Jehova is, gelijk de dichter vs. 3b verklaart, de daarboven veroorzaakte donder, die voortrolt op de boven de aarde in het luchtruim zwevende zee.
De stem des HEREN 1) is met kracht; de stem des HEREN is met heerlijkheid, daar zij een krachtige, prachtige echo geeft, die ene openbaring, is van Zijne eigene kracht en majesteit.
Dit ontzagwekkend herhalen gelijkt op een rij van donderslagen; men meent het vreselijk geschut te horen van het hemelse vuren, salvo na salvo; terwijl de echo het gedruis op elke donderslag doet volgen.
Stem des Heren is ook het suizen der zachte koelte; de gehele natuur predikt Zijne heerlijkheid; door alles spreekt God tot den mens; maar omdat onze oren te doof zijn, wordt vooral dat als Zijne stem aangegeven waardoor Hij ook het duidelijkst toeroept, ook tegen ‘s mensenwil Zijne almacht en majesteit ons predikt.
De stem des HEREN breekt door het geweld van den nevensgaanden onweersstorm de cederen, die prachtigste en verhevenste onder de bomen; ja de HEERE verbreekt met zijne almacht, die in een ogenblik kan vernietigen al wat Hem in den weg staat, de cederen van Libanon, die de statelijkste onder alle cederbomen zijn. Deze grote bomen Gods, die eeuwen lang de kracht van den storm doorstonden, die hun kolossale groene takken in het rijk van eeuwige sneeuw verheffen, zijn de eerste voorwerpen van de kracht der bliksemen, die gelijk men weet, het eerst de hoogste voorwerpen bezoeken.
En Hij doet ze, de bergen, van welke aanstonds nader zal gesproken worden, huppelen als een kalf; door de macht van het gekraak des donders springen zij als het ware in de hoogte (Jes. 35: 6 ). Hij doet den Libanon en Sirjon, den Anti-Libanon, hier genoemd naar zijn zuidelijk voorgebergte, den groten Hermon (Deuteronomium 3: 8 v), springen als een jongen eenhoorn 1) (Deuteronomium 33: 17 ).
In vs. 3 wordt de donder het eerst gehoord, terwijl in vs. 4 vermeld wordt, dat deze nader komt en in vs. 5 de losbarsting beschreven wordt, waarna de uitwerking in vs. 6-9 29.6-9 wordt gemeld. Wanneer hier van een huppelen van de bergen gesproken wordt, van den Libanon en Sirjon, dan wil de dichter daarmee zeggen, dat de toppen met bossen bedekt, schudden. Wij weten, dat als de donder gehoord wordt, het is alsof de aarde wordt bewogen.
De stem des HEREN houwt er vlammen vuurs uit, daar op elke bliksemstraal een donderslag volgt. De kortheid van het vers is overeenkomstig aan het plotseling schitteren en ras verdwijnen van den bliksem.
De stem des HEREN, wanneer het onweder van het noordelijk gebergte naar het zuiden is afgedreven, doet de zich daar bevindende Arabische woestijn beven; zij, zo groot en vreselijk, dat zij niets dan schrik verwekt (Deuteronomium 1: 19; 8: 15; 32: 10), siddert nu zelf van schrik; de HEERE doet de woestijn Kades, door welke eens de kinderen Israël’s trokken (Numeri 13: 1 ) beven1).
Van het noordelijk gebergte drijft het onweder naar het zuiden van Palestina, in de woestijn van Arabië, n.l. zoals 8b gezegd wordt, de woestijn bij Kades (K. Barnea), die wat men ook omtrent hare ligging moge bepalen, toch zeker bij de steile, westelijke helling van het Edomietische gebergte moet gelegen hebben. Deze woestijn brengt Jehova’s dreunen, d.i. de onweersstorm aan het kronkelen, terwijl het zand dwarrelend voortgejaagd wordt en in het gebergte doet het, n.l. het hevig donderen en weerlichten, de hinden zich krommen, zodat ze in den angst ontijdig baren.
De stem des HEREN doet de hinden jongen werpen 1) in het naburige Edomietengebergte ten gevolge van den schrik, en ontbloot de wouden, daar hun tooi, bladeren en takken, door den onweersstorm worden afgerukt. Maar in Zijnen tempel, waar zich Zijn volk verzameld heeft 2), zegt Hem een iegelijk eer 3), roept alles, terwijl deze heerlijke dingen en betoningen van Gods macht geschieden: “Ere, Majesteit.”
Het kan niet verwonderen, dat een zo vreesachtig schepsel als de hinde, zozeer ontroerd is door dat ontzagverwekkende natuurtoneel, wanneer zelfs de stoutste man, die er bestaan heeft, beefde. Augustus, de keizer van Rome, was volgens Suetonius zo verschrikt als het donderde, dat hij zich in het vel van een zeekalf wikkelde, menende zich voor het licht te zullen beveiligen, en zich in ene verborgene kamer opsloot, totdat de storm was voorbijgegaan. De dwingeland Caligula, die soms den schijn aannam, alsof hij Jupiter zelven bedreigde, bedekte zijn hoofd of verborg zich onder een bed, en Horatius bekent, dat hij van het atheïsme teruggekomen was door den schrik voor donder en bliksem, welks uitwerkselen hij als altijd met schone woorden beschrijft. (Od. I, 1. 34).
Men kan dit verstaan van het hemelse heiligdom, waar de Engelen Hem lofzingen, of van de priesters, die in hun feestgewaad God loven. Zie vs. 1 en 2. De tegenstelling van hinden en bossen leidt, gelijk het schijnt, tot de gedachte hoe de Heere bij het onweder Zijne macht over al het geschapene betoont, van het grootste tot het kleinste, zodat het grote Hem niet door zijne grootheid, het kleine niet door zijne kleinheid onbereikbaar is.
De uitdrukking “stem des Heren” keert zevenmaal weer; in Openbaring 10: 3 v. lezen wij van zeven donderslagen. God sprak tot de kinderen Israël’s van den Sinaï met begeleiding van donder, bliksem en dikke duisternis; de donder werd daarna bij de Hebreeën steeds beschouwd als de stem van Jehova.
Het aardse heiligdom is hier symbool van het hemelse. Gelijk de Engelen in den hemel bij het zien van de Majesteits Gods, Hem de ere van Zijn Naam geven, zo zegt hier David ook, dat Gods volk onder den indruk van de Majesteit Gods bij het vernemen van den donder en bij het aanschouwen van het weerlicht in het aards heiligdom Hem de ere geven. De goddeloze verbergt zich, maar de godvrezende buigt zich neer voor dien majestueuzen God.
Er is veel meer koninklijke macht in den donder van het woord dan in het woord van den donder; dit verschrikt tot overtuiging, maar het eerste tot behoudenis. 10.
III. Vs. 10 KruisverwijzingenGenesis 6:17→Psalmen 10:16→Genesis 8:1→Psalmen 2:6→1 Timotheüs 1:17→Markus 4:41→Psalmen 99:1→Job 38:25→
— De HEERE heeft gezeten over den watervloed; ja, de HEERE zit, Koning in eeuwigheid.
en 11. Ten slotte wordt de zo even geschilderde openbaring van Goddelijke macht op Zijn rijk toegepast en alzo onder het gezichtspunt der bijzondere openbaring geplaatst.
De HEERE heeft gezeten over den watervloed 1). “Hij, die als gebieder der natuur den zondvloed de aarde deed overstelpen, Hij vertoont Zich nog als dezelfde Machtige en Hooggeduchte; ” ja de HEERE zit op Zijnen troon, gelijk toen; Hij is a) Koning in eeuwigheid, door gerichten en door zegeningen Zijne macht op aarde bekend makende.
Psalm 10: 16.
Ongetwijfeld heeft de dichter hier het oog gehad op den zondvloed in de dagen van Noach, al is het waar wat Calvijn hierbij aantekent: “dat deze woorden ene verdere strekking hebben. Want naar zijn oordeel gast David verder, er aan herinnerende, dat ook de overstromingen, die de aarde met ondergang bedreigen, zo door de Voorzienigheid Gods getemperd worden, dat het blijkt, dat Hij zelf het bestuur altijd in handen houdt.” David wijst dan hier op den God des heelals die tot in eeuwigheid als Koning heerst over alles wat bestaat, en die nooit het Verbond zal vergeten, wat hij in Noach met de ganse mensheid heeft opgericht.
De HEERE zal Zijnen volke, waaraan Hij beloofd heeft Zijne genade te zullen verheerlijken, sterkte geven; de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede, waarvan zinnebeeld en onderpand is de regenboog, die na het onweder zich in de wolken vertoont (Genesis 9: 8 vv.). Er is drievoudige vrede, externa, interna, aeterna, tijdelijke, geestelijke en eeuwige vrede. Er is uitwendige vrede, de zegen; inwendige vrede, de genade; en eeuwige vrede, de heerlijkheid. Het begin van den Psalm toont ons een geopenden hemel en den troon Gods in het midden van der Engelen lofgezang; het slot wijst ons op de aarde, te midden van de stem van Jehova, die alles doet beven. Zijn over innend en met vrede gezegend volk. Gloria in excelsis, (Ere zij God in de hoogte) is het begin, pax in terris, (vrede op aarde) het einde.
Van Jehova, Wiens macht en majesteit met zoveel verhevenheid in dezen Psalm ontvouwd worden, moeten wij met gelovig gebed sterkte verwachten om onze vijanden, zo wel de geestelijke als de vleselijke, te overwinnen, en alzo de zegeningen des vredes, die de vruchten van de overwinning zijn. Gij, o Christus! zijt de machtige God, en daarom de Vorst des vredes. Oude kerkvaders verklaren onzen Psalm van het Evangelie, of van Gods Woord in ‘t algemeen, dat zij onder de stem des Heren in het middelste gedeelte verstaan; de zondvloed in het derde deel past men dan toe op het waterbad van den heiligen Doop (1 Petrus 3: 20 v.); van deze wijze van verklaring geldt hetzelfde, als wanneer men in Psalm 19, onder den hemel den hemel van de kerk en hare leraren en dienaren verstaat, dat dit toepassing en niet verklaring is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel