Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalm van DavidH1732. Ik zal U lovenH3034 met mijn geheleH3605 hartH3820; in de tegenwoordigheidH5048 der godenH430 zal ik U psalmzingenH2167.
Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
KJV
[[A Psalm of David.]]1
I will praise2
thee with my whole heart:4
before the gods6
will I sing praise
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Ik zal mij nederbuigenH7812 naarH413 het paleisH1964 Uwer heiligheidH6944, en ik zal Uw NaamH8034 lovenH3034, om Uw goedertierenheidH2617 en om Uw waarheidH571; wantH3588 Gij hebt vanwegeH5921 Uw gansenH3605 NaamH8034 Uw woordH565 grootH1431 gemaakt.
Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
KJV
I will worship1
toward thy holy4
temple,3
and praise5
thy name7
for thy lovingkindness9
and for thy truth:11
for thou hast magnified13
thy word17
above all thy name.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Ten dageH3117, als ik riepH7121, zo hebt Gij mij verhoordH6030; Gij hebt mij versterktH7292 met krachtH5797 in mijn zielH5315.
Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
KJV
In the day1
when I cried2
thou answeredst3
me, and strengthenedst4
me with strength6
in my soul.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
AlleH3605 koningenH4428 der aardeH776 zullen U, o HEEREH3068! lovenH3034, wanneer zij gehoordH8085 zullen hebben de redenenH561 Uws mondsH6310.
Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.
KJV
All the kings4
of the earth5
shall praise1
thee, O LORD,2
when they hear7
the words8
of thy mouth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En zij zullen zingenH7891 van de wegenH1870 des HEERENH3068, wantH3588 de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 is grootH1419.
En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot.
KJV
Yea, they shall sing1
in the ways2
of the LORD:3
for great5
is the glory6
of the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
WantH3588 de HEEREH3068 is hoogH7311, nochtans zietH7200 Hij de nederigeH8217 aan, en den verheveneH1364 kentH3045 Hij van verreH4801.
Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.
KJV
Though the LORD3
be high,2
yet hath he respect5
unto the lowly:4
but the proud6
he knoweth8
afar off.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
AlsH518 ik wandelH3212 in het middenH7130 der benauwdheidH6869, maakt Gij mij levendH2421; Uw handH3027 strektH7971 Gij uit tegenH5921 den toornH639 mijner vijandenH341, en Uw rechterhandH3225 behoudtH3467 mij.
Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.
KJV
Though I walk2
in the midst3
of trouble,4
thou wilt revive5
me: thou shalt stretch forth9
thine hand10
against the wrath7
of mine enemies,8
and thy right hand12
shall save
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De HEEREH3068 zal het voor mij voleindenH1584; Uw goedertierenheidH2617, HEEREH3068! is in der eeuwigheidH5769; en laat nietH408 varenH7503 de werkenH4639 Uwer handenH3027.
De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE! is in der eeuwigheid; en laat niet varen de werken Uwer handen.
KJV
The LORD1
will perfect2
that which concerneth me: thy mercy,5
O LORD,4
endureth for ever:6
forsake10
not the works7
of thine own hands.
in de tegenwoordigheid
Hebr. tegenover, of voor.
Hertaald:
in de tegenwoordigheid
Hebreeuws: tegenover, of voor.
der goden
Dat is, koningen, prinsen, vorsten, gelijk onder vs.4. Zie Ps. 82:1 , Ps. 82:6 , en Ps. 119:46 . Anderen verstaan hier door de goden de engelen Gods, die zich ook in de verzamelingen der gelovigen laten vinden; 1 Kor. 11:10 .
Hertaald:
der goden
Dat is: koningen, prinsen, vorsten, zoals hieronder vers 4. Zie Ps. 82:1, Ps. 82:6, en Ps. 119:46. Anderen verstaan hier onder de goden de engelen van God, die zich ook in de samenkomsten van de gelovigen laten vinden; 1 Kor. 11:10.
zal ik U psalmzingen
Te weten, zonder schroom of vrees.
Hertaald:
zal ik U psalmzingen
Namelijk: zonder schroom of vrees.
naar het paleis
Mijn aangezicht wendende naar de ark, staande in de tent of den tabernakel. Zie 1 Kron. 16:1 , en Ps. 99:5 . Anders: naar uw heiligen tempel.
Hertaald:
naar het paleis
Terwijl ik mijn gezicht wend naar de ark, die in de tent of de tabernakel staat. Zie 1 Kron. 16:1, en Ps. 99:5. Anders: naar Uw heilige tempel.
om Uw goedertierenheid
Dat is, vanwege. Anders: over, voor.
Hertaald:
om Uw goedertierenheid
Dat is: vanwege. Anders: over, voor.
vanwege Uw gansen
Dat is, alleen en ganselijk om uws naams wil. Anders: boven uw gansen naam; dat is, boven al de eigenschappen, waarmede Gij genaamd wordt.
Hertaald:
vanwege Uw gansen
Dat is: alleen en geheel om Uw Naams wil. Anders: boven Uw hele Naam; dat is: boven alle eigenschappen waarmee U genoemd wordt.
Uw woord groot
Dat is, uwe belofte en toezegging aangaande Christus. Dit is het grootste en voornaamste werk, waardoor Gij uw goedheid hebt doen blijken. Anders verstaan dit van de belofte, die God David gedaan en volbracht heeft aangaande het koninkrijk.
Hertaald:
Uw woord groot
Dat is: Uw belofte en toezegging aangaande Christus. Dit is het grootste en voornaamste werk waardoor U Uw goedheid hebt laten blijken. Anderen verstaan dit van de belofte die God aan David gedaan en vervuld heeft aangaande het koningschap.
met kracht
Dat is, met kracht, die ik, o Heere, van U ontvangen heb; Ef. 3:16 , Ef. 3:20 .
Hertaald:
met kracht
Dat is: met kracht die ik, o Heere, van U ontvangen heb; Ef. 3:16, Ef. 3:20.
wanneer zij gehoord
Dit is als een profetie van de bekering aller volken tot Christus, door de predikatie van het heilige Evangelie, als de Messias zou verschenen zijn. Zie Ps. 102:16 , Ps. 102:23 , en de aantekening aldaar. Maar indien men deze woorden verstaan van de belofte, die God David gedaan heeft aangaande het koninkrijk, zo versta door de koningen Hiram, den koning van Tirus; 2 Sam. 5:11 , en Thoi, den koning van Hamath; 2 Sam. 8:10 , en de andere naburige koningen.
Hertaald:
wanneer zij gehoord
Dit is als een profetie van de bekering van alle volken tot Christus, door de prediking van het heilige Evangelie, wanneer de Messias verschenen zou zijn. Zie Ps. 102:16, Ps. 102:23, en de aantekening daar. Maar als men deze woorden verstaat van de belofte die God aan David gedaan heeft aangaande het koningschap, versta dan onder de koningen Hiram, de koning van Tyrus, 2 Sam. 5:11, en Toï, de koning van Hamath, 2 Sam. 8:10, en de andere naburige koningen.
van de wegen
Dat is, van de wonderbare regering en werken des Heeren. Anders: in de wegen des Heeren; te weten, met vrolijkheid wandelen.
Hertaald:
van de wegen
Dat is: van de wonderlijke regering en werken van de Heere. Anders: in de wegen van de Heere, namelijk met vreugde wandelen.
ziet Hij de
Dat is, Hij draagt zorg voor den nederige. Neem een exempel van David zelf, welken God van een herder der schapen heeft verheven tot de koninklijke waardigheid. Anders, het nederige.
Hertaald:
ziet Hij de
Dat is: Hij draagt zorg voor de nederige. Neem een voorbeeld aan David zelf, die God van een herder van de schapen tot de koninklijke waardigheid verheven heeft. Anders: het nederige.
den verhevene
Dat is, den hovaardige. Anders, het verhevene.
Hertaald:
den verhevene
Dat is: de hoogmoedige. Anders: het verhevene.
kent Hij van
Te weten, alzo, dat Hij hem vernederen en straffen wil.
Hertaald:
kent Hij van
Namelijk zó, dat Hij hem wil vernederen en straffen.
maakt Gij mij
Zie Ps. 119:25 . Anders: Als ik zal wandelen, enz. zult Gij mij levend maken, en alzo in het volgende.
Hertaald:
maakt Gij mij
Zie Ps. 119:25. Anders: wanneer ik zal wandelen, enzovoort, zult U mij levend maken; en zo ook in het vervolg.
tegen den toorn
Te weten, om dien te temmen en te tomen, gelijk Ps. 3:8 . Anders, tegen den neus, of het aangezicht; te weten, om hen in het aangezicht te smijten. Het Hebr. woord Aph betekent zowel den neus als toorn.
Hertaald:
tegen den toorn
Namelijk: om die te temmen en te beteugelen, zoals Ps. 3:8. Anders: tegen de neus, of het aangezicht, namelijk om hen in het gezicht te slaan. Het Hebreeuwse woord Aph betekent zowel de neus als de toorn.
Uw rechterhand
Of, Gij behoudt mij met uwe rechterhand.
Hertaald:
Uw rechterhand
Of: U behoudt mij met Uw rechterhand.
HEERE
Of, de Heere voleinde het voor mij.
Hertaald:
HEERE
Of: de Heere voleindige het voor mij.
zal het voor
Te weten, hetgeen Hij in mij begonnen heeft tegen mijne vijanden. Of, zijne genade te mijwaarts, gelijk Ps. 57:3 .
Hertaald:
zal het voor
Namelijk: wat Hij in mij begonnen is tegen mijn vijanden. Of: Zijn genade jegens mij, zoals Ps. 57:3.
varen de werken
Of, vertragen, verslappen. Hij bidt dat God het goede werk, hetwelk Hij in hem had begonnen, niet wil nalaten, maar voltrekken tot den dag van Jezus Christus; Fil. 1:6 .
Hertaald:
varen de werken
Of: vertragen, verslappen. Hij bidt dat God het goede werk dat Hij in hem begonnen is niet zal laten liggen, maar zal voltooien tot de dag van Jezus Christus; Fil. 1:6. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Ik zal U loven met mijn gehele hart" (Ps. 138:1). Van Gods woord wordt iets bijzonders gezegd: "Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt" (Ps. 138:2). Dan volgt de ervaring: "Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel" (Ps. 138:3). De verwachting reikt verder dan Israël: alle koningen van de aarde zullen loven wanneer zij de redenen van Gods mond gehoord hebben (Ps. 138:4). En dan komt het vers waar de psalm om draait: "Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre" (Ps. 138:6). Het slot is een belofte en een gebed tegelijk: "De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE! is in der eeuwigheid; en laat niet varen de werken Uwer handen" (Ps. 138:8). Bijbelse betekenis: Ps. 138:6 zet twee dingen tegenover elkaar die men andersom zou verwachten. De nederige wordt van dichtbij aangezien en de verhevene van verre gekend; hoogte bij mensen schept afstand tot God. Merk op wat er in Ps. 138:3 gebeurt. Het gebed werd verhoord, maar het antwoord bestond eerst in kracht in de ziel; de omstandigheden worden niet genoemd. Let ten slotte op Ps. 138:8. Hij zegt eerst dat God het voleinden zal en vraagt daarna of Hij het werk van Zijn handen niet wil laten varen; de zekerheid sluit het bidden niet uit maar draagt het. Typologie: Paulus zegt hetzelfde over het werk dat God begint: "Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus" (Fil. 1:6). Ps. 138:1-8; Fil. 1:6 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien. Psalm 138:8 Het vertrouwen dat de psalmist uitdrukt, is een Goddelijk vertrouwen. Zijn afhankelijkheid was alleen op de Heere gericht.… En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot. Psalm 138:5 De tijd waarin christenen voor het eerst zingen zoals de… Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE. Psalm 138:5 Het moment waarop je begint te zingen op de weg van de Heere, is vaak het moment… Ik zal u loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid van de goden zal ik u psalmzingen. Ik zal mij neerbuigen naar het paleis u uw heiligheid,… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" De Heere zal Zijn werk voor mij voltooien. Psalm 138 vers 8 Het vertrouwen dat uit onze tekst spreekt, is een… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot. Psalm 138 vers 5 Wanneer… 4 Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds. 5 En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN,… 1 Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen. 2 Ik zal mij nederbuigen naar het… Als ik midden in de benauwdheid verkeer, maakt U mij levend; U strekt Uw hand uit tegen de toorn van mijn vijanden, Uw rechterhand verlost mij. Psalm 138:7… De HEERE zal het voor mij voleinden. Psalm 138:8 Hij, die het is begonnen, zal het werk voortzetten, dat gewrocht wordt in mijn ziel. De HEERE heeft belang bij… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 138
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
God zal Zijn werk in jou voltooien
Zing voor de Heere
Zingen voor de Heere
Ps. 138:1–3 - Openbaar loven en belijden
De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien
Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE
Psalm 138:4-8
Psalm 138:1-3
Een lied van vertrouwen
De HEERE zal het voor mij voleinden


Psalmen 138
Psalmen 138:1.KruisverwijzingenPsalmen 111:1→Psalmen 95:3→Johannes 10:34→Psalmen 119:46→Psalmen 82:1→Psalmen 96:4→Psalmen 82:6→Hebreeën 1:14→
— Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
Voor de heidense goden, hoe hoog verheven ook — ik zal Uw lof zingen recht in hun aangezicht; en de magistraten en vorsten en koningen die zich goden op aarde achten — ik zal hen niet vrezen en door hen niet tot zwijgen gebracht worden.
“Goden of geen goden, wat zij ook zijn: ik zal U loven met mijn hele hart. Ik zal mij niet schamen mijn vertrouwen in Jehova te verklaren, wie er ook naar mij luistert.” De goden van de heidenen hadden hun vereerders; zou Jehova dan door Zijn getrouwe onderdanen verlaten worden?
Psalmen 138:2.KruisverwijzingenPsalmen 5:7→Mattheüs 5:18→Mattheüs 24:35→Jesaja 42:21→Psalmen 56:10→Psalmen 28:2→1 Koningen 8:29→Lukas 1:68→
— Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
Want U was verre heerlijker in de openbaring dan in de schepping; Uw belofte overtrof elke andere ontplooiing van Uzelf, boven alles wat wij ooit van U geweten of ons voorgesteld hebben. U hebt Uzelf groot gemaakt door Uw verbond van genade en door Uw werken van genade aan Uw volk.
Psalmen 138:3.KruisverwijzingenPsalmen 18:6→Filippenzen 4:13→Efeze 3:16→2 Korinthe 12:8→Zacharia 10:12→Kolossenzen 1:11→Psalmen 34:4→Jesaja 12:2→
— Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
Dat is iets om iemand tot koning te maken: wanneer God in de dag van benauwdheid tot hem komt, zijn gebed hoort en zijn verlossing bewerkt, terwijl niemand anders helpen kan. Gods reddingen eisen onze dankbare liederen; Zijn verlossingen onze nieuwe lofzangen van juichende lof.
Welke vereerder van beelden zou dat ooit van zijn god kunnen zeggen? Oren hebben zij, maar zij horen het geroep van hun vereerders niet. Handen hebben zij, maar zij kunnen wie tot hen roepen niet verlossen. Voeten hebben zij, maar zij kunnen hun aanhangers niet te hulp komen.
Psalmen 138:4.KruisverwijzingenPsalmen 102:15→Psalmen 72:11→Psalmen 22:27→Psalmen 22:22→Jesaja 60:3→Psalmen 102:22→Jesaja 60:16→Psalmen 69:30→
— Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.
Wanneer Uw Evangelie gepredikt wordt en zij het kennen, zullen zij het hun eer achten U te eren. Het is de onwetendheid van zijn heerlijkheid en genade die het zwijgen mogelijk maakt; maar het te horen als Gods woord van zorgende liefde is gedwongen worden Hem te verheffen.
Psalmen 138:5.KruisverwijzingenPsalmen 21:5→Maleachi 1:11→Openbaring 4:11→Openbaring 19:1→Sefanja 3:14→Efeze 1:6→Johannes 13:31→Openbaring 7:12→
— En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot.
David was een koning, en hij danste voor de ark; en hij zag de tijd tegemoet dat andere koningen zich niet zouden schamen voor een overvloeiende vreugde in de Koning der koningen. Denk daaraan: koningen zingend op de wegen van de HEERE, gekroonde vorsten die koorzangers worden in Gods dienst!
Psalmen 138:6.KruisverwijzingenJakobus 4:6→Spreuken 3:34→Jesaja 57:15→Psalmen 113:5→Daniël 5:20→Jesaja 2:17→Psalmen 51:17→1 Samuël 2:7→
— Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.
Dat is een zoete tekst. Iemand die spotter was ontmoette eens op een morgen een nederig kind van God en zei tot hem: zeg mij, is uw God een grote God of een kleine God? En de arme man zei: mijnheer, Hij is beide; want al is Hij zo groot dat de hemel der hemelen Hem niet bevatten kan, toch maakt Hij Zich zo klein dat Hij in mijn hart wonen wil.
De hoogmoedigen kent Hij van verre. Hij heeft er genoeg van; Hij wil niet dat zij nabij Hem komen. Wanneer zij mijlen ver weg zijn, weet Hij alles van hen. Zij maken een fraaie schijn, maar Hij ziet dat het alles verdichtsel en voorwendsel is.
Psalmen 138:7.KruisverwijzingenPsalmen 71:20→Psalmen 23:3→Jesaja 5:25→Jesaja 41:10→Psalmen 85:6→Micha 7:8→Job 19:25→Psalmen 60:5→
— Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.
Hij was een koning, en toch verwachtte hij moeite. En klaagt u dan wanneer die tot uw hutje komt, nadat zij in het paleis van David geweest is? Hij verwachtte eerst levend gemaakt te worden en daarna beschermd. Hij geloofde dat God Zijn hand zou uitstrekken zoals mensen doen wanneer zij een uiterste inspanning doen en al hun kracht inzetten.
Psalmen 138:8.KruisverwijzingenFilippenzen 1:6→Psalmen 57:2→1 Thessalonicenzen 5:24→Jesaja 26:12→Psalmen 136:1→Psalmen 100:3→1 Petrus 4:19→Psalmen 71:6→
— De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE! is in der eeuwigheid; en laat niet varen de werken Uwer handen.
“Alles wat met mij te doen heeft — mijn zaken, mijn gezin, mijn werk, mijn tijdelijke en mijn eeuwige belangen; dat wat mij aangaat en dat wat mij verontrust en mijn hart met de diepste zorg beweegt: Jehova zal het volmaken.”
En Hij zal het werk dat Hij begonnen is niet in de steek laten; Hij zal het tot voltooiing doorvoeren, geloofd zij Zijn heilige naam!
Dit vers werd mij onder de aandacht gebracht door een dierbare vriend, een eerwaardig dienaar van de Kerk van Engeland en een oprecht liefhebber van de waarheid van God in Jezus. Hij zendt mij altijd aan het begin van het jaar, of een dag of twee ervoor, een klein verzegeld envelopje dat ik niet mag openen tot nieuwjaarsdag, met daarin een gedrukte tekst van de Schrift die hij wenst dat ons als een staf zal dienen om er het jaar door op te leunen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm (1 Kronieken 25: 31 )van David (2 Samuel 23: 7 ), Thans volgt in Psalm 138-143 een cyclus (kring) van Davidische Psalmen, die hun ontstaan te danken hebben aan Davids peinzen over de belofte in 2 Samuel 7: 12 vv. en door de zorg voor de toekomst, die hem vervulde. Hij vergezelt de zijnen door de geschiedenis heen en biedt hun het anker aan, dat redt in stormen, die hen wachten, gelijk hij uit zijn eigen levenslot zag. Wij hebben hier een profetisch testament van David, dat overeenkomst heeft met zijne laatste woorden in 2 Samuel 23. Dat deze Psalmen de rij der Davidische besluiten, is zeker niet bij toeval, maar staat in verband met hun inhoud en den tijd, waarin zij vervaardigd zijn. In Psalm 138 stelt David den zijnen de belofte voor ogen; in Psalm 139 leidt hij hen vermanend en vertroostend voor den alomtegenwoordigen God, in Psalm 140 neemt hij nader met hen de omstandigheden, die hen wachten, het gevaar van de vijanden, in ogenschouw; in Psalm 141 sterkt hij hen tegen de inwendige gevaren, waarmee de uitwendige nood hen bedreigde; in Psalm 142 en 143 raadt hij hun aan, hoe zij zich moeten gedragen, wanneer de nood op het hoogst gekomen is; Psalm 144 vormt den overgang van de Psalmen des gebeds tot het lofgezang, waarmee Psalm 145 het geheel besloten wordt. Er is, gelijk men duidelijk kan opmerken, ene wederkerige betrekking tussen Psalm 138, het gejubel over de belofte des Heeren, en Psalm 145 het gejubel over hare vervulling; de klacht en de bede wordt door loven en danken ingesloten.
Er zal een tijd komen, dat het lied des Heeren, dat in Israëls mond tegenover de heidenen moest verstommen, door de koningen der heidenen zelf zal worden aangeheven, deze gedachte die men in Psalm 137: 3 vv. en 138: 5 in tegenoverstelling tegen elkaar vindt, heeft aanleiding gegeven tot het nevens elkaar plaatsen der beide liederen.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenPsalmen 111:1→Psalmen 18:6→Psalmen 5:7→Filippenzen 4:13→Efeze 3:16→Psalmen 95:3→Mattheüs 5:18→Mattheüs 24:35→
— Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen. Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt. Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
Van de belofte, die Gij naar Uwe genade mij bewijst, en voor welker vervulling Uwe trouw mij borg staat, is mijn hart zo vervuld, dat de dank daarvoor niet uit een enkelen hoek, maar uit de gehele ruimte daarvan voorkomt. De koningen der heidenen zullen in mijn lofzang duidelijk worden in hun nietigheid, als die niets dergelijks kunnen aanwijzen, zoals Gij grote dingen aan Uwe dienaren doet. Ja, Gij verhoort het gebed en vervult het hart van een mens met een verheven gevoel; zo iets kan slechts de hoge God doen. Ik zal U, o Heere! (Psalm 9: 9) loven met mijn gehele hart, voor de buitengewone genade, die Gij mij hebt bewezen, en waarvan mijne ziel vol is; in de tegenwoordigheid der goden van de overheden zal ik U psalmzingen 1) (Psalm 80: 1,6. (Psalm 119: 46).
David was van herder koning geworden. God had hem op den troon gezet, en nu spreekt hij het uit, dat hij in de tegenwoordigheid van alle overheden den naam des Heeren zal groot maken, opdat niet alleen door hem, maar ook door deze de Heere worde geheiligd, als de God, die daar heerst en regeert over allen, aan Wien alle koningen hun macht ontlenen.
Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, Uwen tabernakel, dien ik nevens mijn paleis heb opgericht (2 (Samuel 6: 17. (Psalm 5: 8). en ik zal Uwen naam loven om Uwe goedertierenheid 1), die in zo overvloedige mate mij ten deel is geworden (2 Samuel 7: 21), en om Uwe waarheid, Uwe getrouwheid, waarin Gij datgene, wat Uwe goedheid mij heeft toegezegd, ten volle hebt verwezenlijkt; want, om het nader uit te drukken, welke grote zaak mijne ziel zo bezig houdt, Gij hebt van wege Uwen gansen naam, alleen om Uws naams wil, Uw woord groot gemaakt 2), grote beloften gegeven, en die heerlijk vervuld (Psalm 18: 51).
Die goedertierenheid is ‘s Heeren vrije en rijke liefde; die waarheid, Zijne trouw, die aan David in het Woord der belofte Gods was toegezegd en bevestigd geworden. Dat Woord der belofte had de Heere groot gemaakt, verheven en verheerlijkt door het meer dan overvloedig van het ogenblik aan, dat Hij het gesproken had, te vervullen.
Alleen en ganselijk om Uws naams wil, Anders: “Boven Uwen gansen naam,” d.i. boven al de eigenschappen, waarmee Gij genaamd wordt. “Uw Woord,” dat is: Uwe belofte en toezegging aangaande Christus. Dit is het grootste en voornaamste werk, waardoor Gij Uwe goedheid hebt doen blijken. Anderen verstaan dit van de belofte, die God David gedaan en volbracht heeft, aangaande het koninkrijk. “Gij hebt Uwen naam boven alles heerlijk gemaakt door Uwe beloften,” ‘t geen v. Gerlach aldus verklaart: “den roem, dien Gij bereids bezat, hebt Gij door Uwe beloften verhoogd.
Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord 1), Gij hebt mij versterkt met kracht in mijne ziel (Psalm 21: 5 ).
Ofschoon God dikwijls onzen wens voorkomt en ons als in den slaap tegenkomt, daarom wekt Hij de Zijnen toch door de werking van Zijn Geest zoveel mogelijk tot gebed op, opdat Hij des te meer Zijne genade doe schitteren, wanneer zij erkennen, dat zij niet te vergeefs, of zonder vrucht hebben gebeden. Te recht merkt David op, dat het alzo niet hij geval kon schijnen, dat hij uit het gevaar was uitgerukt, dewijl het duidelijk was gebleken, dat hij door Hem was verhoord.
Stond het er niet reeds boven, uit wiens ziel dit lofgezang is gekomen, men zou spoedig den meesterlijken zanger raden, zowel aan de volheid gelijk aan die van ene bron, als aan het diepe gevoel van zijn lofzang. Even als ene sterke, rijke bron uit de diepten der aarde in overvloeiende volheid golf op golf hoopt, zo stroomt uit de diepte van Davids ziel vier malen achter elkaar de heilige begeerte van het lofoffer. Hij noemt zelfs niet eens den naam van Hem, wien hij het wil brengen; hij behoeft dien ook niet te noemen, want Hij is de welbekende, die bij hem altijd in het hart en in de gedachte is als het onmisbare element van zijn leven, zijne liefde, zijnen lof.
Wij hebben enen van die Psalmen voor ons, welke een antwoord zijn op die grote belofte in 2 Samuel 7 en 1 Kronieken 17, die den troon van David en van zijn zaad tot een eeuwigen maakte, en die aan de genade en waarheid, welke de geschiedenis van het koninkrijk Gods tot in Christus ontvouwt (Joh. 1: 17), Davids huis als de plaats van oorsprong aanwees.
Volgens vs. 3 was deze belofte voor David ene gebedsverhoring; hij bad God om in zijne nakomelingen te mogen voortleven, en deze wens werd door God in de hoogste mate vervuld. Gelijk het eerste lid van het vers het dat der gebedsverhoring aantoont, zo wijst het tweede het hoe aan: God heeft Davids ziel door de belofte van eeuwige heerschappij van zijnen stam en de bescherming van dien tegen alle aanvallen der wereld met kracht en moed vervuld.
4.
II. Vs. 4-6.KruisverwijzingenJakobus 4:6→Spreuken 3:34→Psalmen 102:15→Psalmen 72:11→Psalmen 22:27→Psalmen 22:22→Psalmen 21:5→Maleachi 1:11→
— Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds. En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot. Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.
Nu is het nog slechts een enkel koning, die den Heere zijnen lof toebrengt voor de ontvangene belofte, maar eens, wanneer deze zal vervuld zijn, en de geschiedenis door de profetie bewezen zal zijn, zodat men de heerlijke bevestiging van Gods Woord voor ogen heeft, en tengevolge daarvan alle koningen der aarde zich tot den Heere bekeren, dan zullen ook deze Hem danken en Zijne eer verkondigen, Deze lof is: “Gij verlost het bedrukte volk, maar de hoge ogen vernedert Gij” (Psalm 18: 28).
Alle koningen der aarde zullen, wanneer hun bekering, die ik in den geest voorzie, zal hebben plaats gehad (Psalm 68: 30 vv.; 102: 16), U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds, van het eeuwig koninkrijk van Hem, die op mijnen stoel zal zitten (2 Samuel 7: 12 vv.).
En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, van de wegen, van de gave des heils; want, of, dat de heerlijkheid des HEEREN is groot, welke zich vooral geopenbaard heeft in de leiding met Zijn knecht David. De tijd, dat de Christenen van de wegen des Heeren beginnen te zingen is eerst, wanneer zij hun pak aan den voet van het kruis verliezen. Zelfs de lofzangen der engelen klinken niet zo lieflijk als het eerste vreugdegezang, dat stroomt uit de diepte der ziel van het kind Gods, dat vergeving heeft gevonden. Bunyan zegt, dat toen de arme pelgrim zijn pak bij het kruis verloor, hij van vreugde driemaal opsprong en zijnen weg vervolgde, terwijl hij aanving te zingen: Gezegend kruis, gezegend graf! gezegend meer nog Hij, Die Zich zo willig overgaf, Aan kruis en graf voor mij.
Ook de heidense koningen, als zij hoorden van de wonderlijke leiding met David, zouden moeten erkennen, dat de Heere groot is, Hij, die Zijn gezalfde bewaard heeft tegen alle listen en lagen van Saul, hem omringd heeft met Zijn trouwe zorg en hem eindelijk heeft gezet op den troon van Zijn volk Israël. Maar gelijk de heidense koningen dit van David zouden zeggen, hoeveel te meer zou dit getuigd worden als ook de heidenen zouden horen van den Gezalfde en van het heil, hetwelk God, de Heere, in Hem heeft aangebracht voor een in zichzelf verloren zondaar.
Want -dit is de ere, die zij in God zullen erkennen en prijzen-de HEERE is hoog (Psalm 113: 5 vv.), verheven, wonderbaar in Majesteit, a) nochtans ziet Hij in Zijne nederbuigende goedertierenheid den nederige aan, die zich voor Hem verootmoedigt en buigt (2 Samuel 6:
(Psalm 131: 1), en den verhevene, den trotse, die zich gedraagt, alsof hij aan niemand verantwoording schuldig was (Psalm 10: 4),kent Hij van verre, om hem, wanneer zijn tijd komt, neer te storten, terwijl Hij den nederige uit het stof verheft (Luk. 1: 51 vv.). Deus tanto a te erit altior, quanto tu elatior: Hoe opgeblazener gij zijt, des te verder zal God van u zijn. Christus rijk is: hoog gezeten zijn en den nederige helpen. De Heere kent dien volkomen, zoals Hij, als de Alwetende, al Zijne schepselen kent, maar niet van nabij. Hij woont niet hij hen in Zijn gunst en gemeenschap, maar Hij kent hen van verre, om hen op Zijn tijd te oordelen en te vernederen.
In dit vers prijst hij de Voorzienigheid Gods, waardoor de gehele wereld geregeerd wordt. Doch dit is wel voornamelijk nuttig om gekend te worden, dat ons nut niet door God veronachtzaamd wordt; dewijl, ofschoon allen erkennen, dat het waar is, de angst echter ook bij het minste onheil onze kleinmoedigheid openbaart, terwijl wie er waarlijk van overtuigd is, dat hij door de Vaderlijke zorg Gods gekoesterd wordt, niet zo gemakkelijk verslagen is.
7.
III. Vs. 7 KruisverwijzingenPsalmen 71:20→Psalmen 23:3→Jesaja 5:25→Jesaja 41:10→Psalmen 85:6→Micha 7:8→Job 19:25→Psalmen 60:5→
— Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.
en 8. Dit weet ik, dat voordat het einde Uwer wegen, die Gij met mij en mijn geslacht begonnen zijt, daar is, het nog door vele noden en door groten toorn van vijanden zal gaan; maar ik weet ook, dat Gij mij midden in den angst verkwikt, den toorn der vijanden stilt en mij tot de zaligheid brengt. Ik heb een vertrouwend geloof in de zegenrijke volvoering van het werk, dat Uwe handen zijn begonnen.
Als Ik wandel (Psalm 23: 4) in het midden der benauwdheid (Psalm 118: 5 Aanm), maakt Gij mij levend, zodat ik nieuwen levensadem schep (Psalm 71: 20). Gij bemoedigt, Gij verkwikt mij door Uwe uitreddingen en geestelijke vertroostingen; Uwe hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden, zodat zij moeten ophouden met tegen mij te woeden, en Uwe rechterhand behoudt mij 1), zodat ik uit de engte en uit het gedrang in de ruimte kom (Psalm 31: 9).
David is hier van de vreze des doods verlost. Hij spreekt hier zijn geloofservaring en zijn geloofsroem uit, straks gevolgd door het geloofsgebed. Te midden aan grote benauwdheid klemt hij zich aan zijn Verbonds-God vast, steunt op Diens Verbondstrouw en geeft zich over aan Diens Verbondsgenade. Hij spreekt het hier uit, dat hij zijn God kent als den Rotssteen, Wiens werk volkomen is. Dit is de ervaring van alle Gods kinderen in meerdere of mindere mate en daarom is deze Psalm een der meest geliefkoosde Psalmen van Gods volk.
De HEERE zal het voor mij voleinden; Hij zal wat Hij mij beloofd heeft, en alzo ook dat, waartoe Hij mij heeft uitverkoren, ook heerlijk ten uitvoer brengen; Uwe goedertierenheid, HEERE! is in eeuwigheid, en is mij borg voor ene gezegende uitkomst overeenkomstig Uwe beloften. Zegen mij, Heere! en laat niet varen het werk Uwer handen, dat Gij van mijne redding uit de handen van Saul af tot op het schenken der belofte in 2 Samuel 7: 12 vv. reeds zo ver hebt doen vorderen; verlaat het niet, maar wil het ten einde toe volbrengen (Psalm 90:
. Het doel van David is Christus, het einde van het koninkrijk der belofte is het hemel en aarde omvattende rijk van Jezus Christus.
Alles, wat in Davids leven reeds geschied was, was slechts een Goddelijk begin van een door Goddelijke daden der genade met de verzekering van zijne voltooiing tegemoet gevoerd Goddelijk voornemen en werken, en heeft alzo een profetisch karakter.
Gelukkigen wij, als wij gelijk David in zulk ene nauwe gemeenschap met den Heere staan, en zoveel ondervinding van Zijne gunst en genade mogen hebben, dan zullen wij, door zijn voorbeeld aangespoord, ons verlustigen ook in het heiligdom aan God gewijd, en in het geloof zeggen: “De Heere zal het voor mij voleinden.” Zulk ene verwachting bepaalt alleen de voleinding van hetgeen God zelf begon, hetwelk Hij beloofde en waaraan Hij kenbaar de hand had gelegd. Zulk ene verwachting zal nimmer beschaamd doen uitkomen, dewijl zij gegrond is op den Heere zelven, op Zijn Woord en werk, gerugsteund wordt door zo menige ondervinding, en telkens helderder wordt, naarmate wij meer in den weg des Heeren wandelen.
Alles wat de natuur spint zal door dien tijd ontrafeld worden tot eeuwige schade van allen, die daarmee bekleed zijn. Het is de Heere, die het goede werk in ons begonnen heeft; Hij is het, die het voortzet, en zo Hij het niet ten einde brengt, zal het nooit volkomen worden. Indien er slechts één steek in het hemelse kleed onzer gerechtigheid is, dien wij zelf te maken hebben, dan zijn wij verloren. Moesten wij alleen met onze ranke vaartuigen op zulk ene ruwe zee voortvaren, dan konden wij de reis wel in wanhoop opgeven; maar, Gode zij dank! Hij zal het voor ons voleinden en ons tot de haven onzer begeerte brengen. Wij kunnen nooit te veel vertrouwen hebben, wanneer wij op Hem alleen bouwen, en nooit te veel wagen met zulk een geloof.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel