Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een lofzangH4210. Gij ganseH3605 aardeH776! juichtH7321 den HEEREH3068.
Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
KJV
[[A Psalm1
of praise.]]2
Make a joyful noise3
unto the LORD,4
all ye lands.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
DientH5647 den HEEREH3068 met blijdschapH8057, komtH935 voor Zijn aanschijnH6440 met vrolijk gezangH7445.
Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.
KJV
Serve1
the LORD3
with gladness:4
come5
before his presence6
with singing.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WeetH3045, dat de HEEREH3068 is GodH430; HijH1931 heeft ons gemaaktH6213 (en niet wij), Zijn volkH5971 en de schapenH6629 Zijner weideH4830.
Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.
KJV
Know1
ye that the LORD3
he is God:5
it is he that hath made7
us, and not we ourselves; we are his people,10
and the sheep11
of his pasture.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Gaat in tot Zijn poortenH8179 met lofH8426, in Zijn voorhovenH2691 met lofgezangH8416; looftH3034 Hem, prijstH1288 Zijn NaamH8034.
Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
KJV
Enter1
into his gates2
with thanksgiving,3
and into his courts4
with praise:5
be thankful6
unto him, and bless8
his name.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
WantH3588 de HEEREH3068 is goedH2896; Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769, en Zijn getrouwheidH530 van geslachtH1755 totH5704 geslachtH1755.
Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.
KJV
For the LORD3
is good;2
his mercy5
is everlasting;4
and his truth9
endureth to all7
generations.
lofpsalm
Deze titel staat voor geen psalm dan alleen voor dezen. Sommigen menen dat deze placht gezongen te worden bij het lofoffer, waarvan Lev. 7:12 .
Hertaald:
lofpsalm
Deze titel staat bij geen enkele andere psalm dan bij deze. Sommigen menen dat hij gezongen placht te worden bij het lofoffer, waarover Lev. 7:12.
Gij ganse
Dat is, al gij bewoners des aardrijks; doch versta onder dezen alleen de gelovige kinderen Gods.
Hertaald:
Gij ganse
Dat is: u allen die de aarde bewoont; maar versta daaronder alleen de gelovige kinderen van God.
HEERE
Dat is, ter ere van God.
Hertaald:
HEERE
Dat is: ter ere van God.
zijn aanschijn
Te weten, God, die zijne tegenwoordigheid boven de ark openbaarde.
Hertaald:
zijn aanschijn
Namelijk: God, Die Zijn tegenwoordigheid boven de ark openbaarde.
heeft ons
Versta dit alzo, dat Hij ons geschapen heeft in Christus Jezus tot goede werken, waarin wij wandelen zouden, Ef. 2:10 .
Hertaald:
heeft ons
Versta dit zo, dat Hij ons geschapen heeft in Christus Jezus tot goede werken, waarin wij wandelen zouden, Ef. 2:10.
en niet wij)
Anders, en de zijnen zijn wij. De Hebr. tekst wordt verscheidenlijk gelezen.
Hertaald:
en niet wij)
Anders: en de Zijnen zijn wij. De Hebreeuwse tekst wordt op verschillende manieren gelezen.
tot zijn poorten
Te weten, tot de poorten zijns tempel.
Hertaald:
tot zijn poorten
Namelijk: tot de poorten van Zijn tempel.
lof, in
Aldus worden de lofoffers genoemd, 2 Kron. 29:31 ; Jer. 17:26 .
Hertaald:
lof, in
Zo worden de lofoffers genoemd, 2 Kron. 29:31; Jer. 17:26.
zijn voorhoven
Versta, de voorhoven des tempels, zie de aantekening bij 1 Kon. 6:36 .
Hertaald:
zijn voorhoven
Versta: de voorhoven van de tempel; zie de aantekening bij 1 Kon. 6:36.
getrouwheid
Of, waarheid; te weten in het voltrekken zijner belofte.
Hertaald:
getrouwheid
Of: waarheid, namelijk in het volbrengen van Zijn belofte. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Gij ganse aarde! juicht den HEERE. Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang" (Ps. 100:1-2). Het dienen en de blijdschap staan hier in één zin. Dan volgt de kern: "Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide" (Ps. 100:3). Daarna de weg naar binnen: "Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang" (Ps. 100:4). En het slot noemt drie dingen die blijven: "de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht" (Ps. 100:5). Bijbelse betekenis: De vier woorden tussen haakjes in Ps. 100:3 dragen de hele psalm: en niet wij. Een mens heeft zichzelf niet gemaakt en het volk heeft zichzelf niet tot volk gemaakt; alles wat hier bezongen wordt is ontvangen. Merk op dat het weten voorop staat. Er wordt eerst iets vastgesteld en daarna gezongen; de blijdschap rust op kennis en niet omgekeerd. Let ten slotte op de volgorde van het binnengaan (Ps. 100:4). Men komt de poorten binnen met lof, dus het loven begint al buiten; de dankbaarheid wacht niet tot men er is. Typologie: Paulus zegt hetzelfde over de gemeente: "wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken" (Ef. 2:10). Ps. 100:1-5; Ef. 2:10 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Juich voor de HEERE, heel de aarde; dien de HEERE met blijdschap, kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang. Psalm 100:1-2 De geboorte van Jezus liet de hemel… Ga Zijn poorten binnen met een lofoffer, Zijn voorhoven met een lofzang; loof Hem, prijs Zijn Naam. Psalm 100:4 We mogen God vandaag met recht méér loven dan… Toen Hij reeds dicht bij de helling van de Olijfberg was gekomen, begon de hele menigte van de discipelen zich te verblijden en God met luide stem te… Dient de HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang. Psalm 100:2 Blijdschap in de eredienst is een teken van echte blijdschap. Degenen die Christus met… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Looft Hem, Prijst Zijn Naam. Psalm 100:4 De Heere wil dat Zijn volk grote en gelukkige gedachten over Hem heeft. Jezus… 1 Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE. 2 Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang. 3 Weet, dat de HEERE is God; Hij… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Dien de Heere met blijdschap. Psalm 100:2 Blijdschap in de dienst van God is een teken van aanneming. Zij, die God… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 100
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
De blijdschap van Jezus
Een hart vol dankbaarheid
Sion, loof je God
Dienen met blijdschap
Looft Hem, prijst Zijn Naam
Psalm 100
Dien de Heere met blijdschap


Psalmen 100
Psalmen 100:1.KruisverwijzingenPsalmen 98:4→Psalmen 66:1→Sefanja 3:14→Psalmen 32:11→Romeinen 15:10→Lukas 19:37→Psalmen 47:5→Jesaja 42:10→
— Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
Merkt u de zendingsgeest hier op? De Joden beschouwden God als de God van Israël, en zij hadden maar heel zwakke verlangens naar de bekering van andere volken; maar de Heilige Geest spreekt door David meer dan David zelf misschien geweten heeft: “Gij ganse aarde! juicht den HEERE.”
Wij behoren de lof van God uit te spreken en niet enkel te gevoelen, en die uit te spreken op de wijze die hier een vreugdegeluid heet; en al onze liederen tot God behoren een maat van blijdschap in zich te hebben. De goden van de heidenen werden aanbeden met klaaglijke geluiden, met droevige klanken en kreten van ellende; maar de God van de hemel moet met een vreugdegeluid aanbeden worden. O, dat de dag kwam dat China en India en heel Azië, Afrika, Amerika en Europa de blijde toon van de lof aan Jehova zouden overnemen!
Psalmen 100:2.KruisverwijzingenPsalmen 95:2→Filippenzen 4:4→Deuteronomium 28:47→Psalmen 42:4→2 Kronieken 20:27→Psalmen 71:23→1 Koningen 8:66→Deuteronomium 12:12→
— Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.
Wat een tekst is dat! Dien de HEERE, gehoorzaam Hem, bewijs Hem uw eerbied — maar dien Hem mét blijdschap. Hij wil geen slaven om Zijn troon op te sieren; Hij heeft de willige eredienst lief, de blijde eredienst, want Hij is de gelukkige God.
Zingen is verrukkelijk, maar zingen in Gods tegenwoordigheid is hemels. Komen de geesten die rein en heilig gemaakt zijn niet voor Zijn aangezicht, en komen zij niet met gezang? Ik zou wensen dat wij, wanneer wij ook zingen, zongen als in de tegenwoordigheid van God. Ik vrees dat wij soms machinaal door de melodie heen gaan en dat de woorden op onze lippen wegkwijnen.
Psalmen 100:3.KruisverwijzingenPsalmen 119:73→Psalmen 95:6→Psalmen 46:10→Ezechiël 34:30→1 Petrus 4:19→Efeze 2:10→Psalmen 149:2→1 Johannes 5:20→
— Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.
Iemand heeft gezegd: mens, ken uzelf. En een ander: het eigenlijke onderwerp van studie voor de mensheid is de mens. Niet zo! Mens, ken uw Gód; het eigenlijke onderwerp van studie voor de mensheid is God. Wie God kent, kent zichzelf — dat wil zeggen: hij weet dat hij niets is.
Er is maar één God, en het is dezelfde God in het Oude Testament als in het Nieuwe: Jehova, de God van Abraham, van Izak en van Jakob, de God en Vader van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus.
Let op de ontkenning, alsof zij wil ontkennen dat wij enige hand in ons eigen maaksel hadden; en dat is ook geestelijk het opmerken waard. Het is de HEERE die ons christenen gemaakt heeft, en niet wij zelf; Hij heeft ons geschapen in Christus Jezus. Er zijn er die zo veel nadruk leggen op de menselijke wil en ik weet niet wat nog meer in de mens, dat het nodig is de ontkenning naast de bevestiging te zetten: Híj heeft ons gemaakt, en niet wij.
Loof Hem dan. Loof Hem omdat Hij uw Maker is; loof Hem des te zoeter omdat Hij uw Herder is. Zijn wij Zijn volk, dan is hier Zijn verkiezende liefde, hier is Zijn krachtdadige roeping, hier is de genade van Zijn Geest die ons zo gemaakt heeft. Wij zijn Zijn volk en de schapen van Zijn weide. Hij leidt ons, Hij voedt ons, Hij beschermt ons, Hij heeft ons gekocht met Zijn dierbaar bloed. Waarlijk, dit is een goede reden om God een vreugdegeluid te maken en Hem met blijdschap te dienen.
Bent u Zijn volk? O mijn lieve hoorder, vraag het uzelf af: bent u een van de schapen van Zijn weide?
Psalmen 100:4.KruisverwijzingenPsalmen 116:17→Hebreeën 13:15→Psalmen 96:2→Jesaja 35:10→Psalmen 66:13→1 Kronieken 29:13→Kolossenzen 3:16→Psalmen 103:1→
— Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
De dankbaarheid is de olie die de wielen van het leven gemakkelijk doet draaien; en als iemand dankbaar behoort te zijn, dan zijn wij het toch zeker.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een lofpsalm, eveneens in de eerste plaats bestemd voor de viering van het Paasfeest in het jaar 515 vóór Christus (Ezra 6: 19-22). Bij het profetische gedeelte van den vorigen Psalm (99: 1-3) komt nu hier ene lyrische uitstorting van gevoel door de feestvierende gemeente, evenals de lyrische Psalm 98 al ene aanvulling bij den profetischen Psalm 97 kwam. Met dezen Psalm sluit de rij der 10 liederen, die met Psalm 91 begon, welke wel niet een en dezelfden maken hebben, want zij omvatten ene tijdruimte van ongeveer 200 jaren, 718-515 vóór Christus; zij hebben echter wel die “zachte verhevenheid, verwarmende helderheid, ondubbelzinnige geestelijkheid, Nieuw-Testamentische vrijheid” met elkaar gemeen, welke het 2de deed der profetieën van Jesaja kenmerkt, en dat gedeelte is eveneens uit den tijd na het jaar 718 vóór Christus (2 Koningen .15: 7 ). Wij zien daar duidelijk wel een groten invloed Jesaja, ook al trok hij zich uit het openbare leven terug, en al leefde hij meer in de toekomst dan in het tegenwoordige, op de harten van de stillen in den lande had, en door zijnen geest den geest der ware kinderen Gods in den tijd, die de ballingschap voorafging, en in de eerste jaren daarna beheerste. Onze Psalm wil de gehele wereld tot den dienst van den waren God opwekken; hij dringt daartoe tweemalen, en wordt alzo in twee delen verdeeld, van welke elk (de eerste regel van het eerste vers bij de twee regels van het tweede vers genomen) uit tweemaal drie delen bestaat en dus een hexasticon (zesregelig gedicht) vormt.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenPsalmen 119:73→Psalmen 95:6→Psalmen 46:10→Ezechiël 34:30→Psalmen 98:4→1 Petrus 4:19→Efeze 2:10→Psalmen 95:2→
— Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE. Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang. Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.
De eerste aandrang. Wat Israël ten tijde van geheel het Oude Testament van zich alleen zeggen kon in onderscheiding van de heidenwereld (Psalm 95: 7), dat kan nu, nu zij erkend heeft, dat de Heere God is, de gehele mensenwereld in gemeenschap met Israël uitspreken: “Wij zijn Zijn volk en de schapen Zijner weide,” daarom komt nu de vroeger aan Israël gegevene opwekking (Psalm 95: 1 vv.) thans tot de gehele wereld: “Dient den Heere met blijdschap; komt voor zijn aanschijn met vrolijk gezang.” Gij ganse aarde (Psalm 66: 1; 98: 4) juicht den HEERE, gelijk gij dat aan Hem, uwen Koning, verschuldigd zijt. Hij beveelt derhalve God met blijdschap te dienen, daarmee aanduidende, dat Hij zo goedertieren is jegens de Zijnen, dat Hij hen grote stof tot vreugde bereidt. Wat hij nog sterker in het derde vers uitdrukt, waar hij den overmoed der mensen kastijdt, die, door voor zich meerdere goden en meerdere erediensten te verzinnen, duidelijk van den waren God zijn afgevallen. Dewijl derhalve de menigte der goden de ware kennis Gods verduistert en begraaft, en Zijn roem verdonkert, vermaant de Profeet te recht alle stervelingen, om tot een gezonde kennis teruggekeerd, af te laten met God van Zijn eer te beroven, en hekelt hun onzinnigheid, omdat zij niet tevreden met één God in hun overleggingen zijn verdwaasd geworden.
Meent dan de Psalmist werkelijk met zijne opwekking de gehele mensheid te kunnen bereiken en op haar te kunnen werken? En toch schrijft Augustinus, heeft de gehele aarde deze stem gehoord; reeds juicht de gehele aarde den Heere, en die tot hiertoe nog niet juicht, die zal toch eens juichen voor Hem. In het juichen ligt tevens het toejuichen en huldigen, waaruit (vs. 2) het dienen volgt.
Eertijds waart gij heidenen, heengetrokken tot de stomme afgoden, vervreemd van het burgerschap Israël’s en van de verbonden der beloften maar nu zijt gij bekeerd tot den opziener uwer zielen. Dient dan den HEERE met blijdschap en niet al zuchtende; komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang, want de Heere heeft een welbehagen in vreugde. In Psalm 2: 11 staat: “dient den Heere met vrezen,” maar vrees en vreugde sluiten elkaar niet uit. De vreze is voor den verhevenen Heere en den heiligen ernst Zijner eisen, de vreugde voor den genadigen Heere en den gelukkigen dienst Zijner aanbidding.
Weet en erkent, nadat zo grote dingen aan u geschied zijn, zowel uitwendig als inwendig, dat de HEERE is God (Psalm 46: 11), de Enige en Waarachtige, en alzo Hem alleen en geheel het hart toebehoort. Hij heeft ons door schepping, door aanneming, door wedergeboorte gemaakt, wat wij nu zijn (1 (Samuel 12: 6, 15. Jes. 60: 21), (en niet wij)hebben door onze waardigheid of kracht of keuze onze harten veranderd; wij zijn Zijne gunst onwaardig. Het is Zijne vrije verkiezende genade, dat wij Zijn volk en a) de schapen Zijner weide zijn, geleid door den groten Herder en Heere.
Psalm 95: 7. Ezechiël. 34: 30,31 Het: “niet wij” is juist het tegenovergestelde van hetgeen de overmoedige Farao in Ezechiël. 29: 3 zegt. Volgens de kanttekening (Keri) zouden wij moeten lezen wil in plaats van al (vgl. Leviticus 11: 21 Aanm) en dan vertalen: wij zijn de Zijne,” dat eveneens een goeden zin geeft-Reeds menige ziel heeft uit deze woorden een balsemenden troost ontvangen bijv. Melanchton, toen hij in het jaar 1559 te Dresden over het lijk van zijnen zoon troosteloos weende, doch bijzonder getroost werd, toen hij bij het opslaan van den Bijbel dit woord las. Er ligt dan ook een bijzondere troost en vermaning in het: “Hij heeft ons gemaakt en wij zijn de Zijne,” want de Schepper is ook de eigenaar. Zijn hart hangt aan Zijn schepsel, en dit is alles verschuldigd aan Hem, zonder wie het niet zou zijn en zonder wie het niet zou bestaan.
4.
II. Vs. 4 KruisverwijzingenPsalmen 116:17→Hebreeën 13:15→Psalmen 96:2→Jesaja 35:10→Psalmen 66:13→1 Kronieken 29:13→Kolossenzen 3:16→Psalmen 103:1→
— Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
en 5. De tweede aandrang. Is Israël om den tempel geschaard, en heeft het dezen als plaats der aanbidding des Heren, zo kan de gehele mensenwereld, die opgeroepen is om voor Zijn aangezicht te verschijnen, aan zulk een aandrang slechts voldoening schenken, wanneer zij eveneens tot den heiligen berg opgaat, en zich met de in den tempel aanbiddende gemeente in lofgezangen verenigt. Wat de kern en de inhoud van dien lofzang moet zijn, is door den hoofdinhoud van alle lofzangen van Israël reeds aangewezen.
Gaat, Gij mensen van alle volken! in tot Zijne poorten met lof, tot de poorten van Zijn huis op Moria, in Zijne voorhoven, de plaats voor de aanbiddende gemeente (Psalm 84: 1, 11; 96:
, met lofgezang; looft Hem, prijst Zijnen naam. De gedachte, dat eens alle volken der aarde aan het rijk Gods zullen deelnemen, verschijnt hier, even als bij de profeten, in den vorm en de omkleding des Ouden Testaments; de volkeren der aarde eren den Heere met een veelstemmig koor in hetzelfde heiligdom, waarin thans slechts het zwakke lofgezang van een enkel volkje gehoord wordt. Dat echter het bedeksel reeds onder het Oude Testament zelfs als zodanig erkend werd, wijzen plaatsen als Jes. 66: 23 aan.
Dit vers spreekt ondubbelzinnig uit, de éénheid van Joden en Heidenen in een lichaam, waarvan Christus het hoofd is, en die allen te zamen in Zijne zegeningen delen, en Hem dienen in de enigheid des Geestes met blijdschap, lof en dankzeggingen.
Want, zo zult gij uit den mond der gemeente vernemen, waarin ook gij nu moogt instemmen (1 Kronieken 16: 34), de HEERE is goed; Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijne getrouwheid van geslacht tot geslacht. Nooit zal die keus berouwen, want de zaligheid door God beloofd zal uw deel zijn. Dit wijst ons naar het hoofdpunt van alle Goddelijke openbaring, naar de verschijning des Heren in den Zoon Zijner liefde, vol vriendelijkheid en vreugde, in wie de genade Gods aan alle mensen is verschenen (Tit. 2: 11; 3: 4). In Hem is ook de eeuwigdurende genade en trouw gewaarborgd en bezegeld; want Zijn raad kan niet veranderd worden. Zijn werk kan niemand verhinderen. Zijn woord kan nooit verbroken worden. Van dit genadewoord en deze beloofde trouw van zijnen God heeft Israël geleefd, het heeft geloofd en in dit geloof met verzienden blik en eerste en tweede toekomst des Heren zich voor ogen gesteld. Wij kinderen van het Nieuwe Verbond, die de eerste toekomst beleefd hebben, staan echter voor ons hopen en geloven op geen anderen grond, dan op de eeuwigdurende genade en trouw des Heren, in welke wij wachten op de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid des groten Gods en van onzen Heiland Jezus Christus (Tit. 2: 13). En voor alles, wat daartussen ligt en ons zal overkomen, voor den loop en het lot der Kerk in het algemeen, voor onzen druppel levenstijd in ‘t bijzonder blijft het de enige en vaste vertroosting van alle Zijne gelovigen: “De Heere is goed en Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid en Zijne getrouwheid van geslacht tot geslacht.”. Het verbond der genade, neergelegd in de Schriften van Oud en Nieuw Testament met de erfmaking van zo vele rijke beloften, dienende om het geloof van elke zwak gelovige te versterken, maakt het onderwerp uit van Gods lof en van de vreugde van Zijn volk, zo zeker, dat hoe zwak ook onze geest moge zijn, wanneer wij op ons zelven zien, wij stof hebben om God te prijzen, te danken en te zegenen, wanneer wij zien op Zijne goedheid en genade, en op hetgeen Hij in het woord van Zijne eeuwig waarheid tot onzen troost gezegd heeft.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel