Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Prediker 11

1 Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 WerpH7971 uw broodH3899 uit opH5921 het waterH4325, wantH3588 gij zult het vindenH4672 na veleH7230 dagenH3117. Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.

KJV Cast1 thy bread2 upon4 the waters:5 for thou shalt find9 it after many7 days.

1 שַׁלַּ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 לַחְמְךָ֖ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 הַמָּ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 בְרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 8 הַיָּמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 תִּמְצָאֶֽנּוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 GeefH5414 een deelH2506 aan zevenH7651, ja, ookH1571 aan achtH8083; wantH3588 gij weetH3045 nietH3808, watH4100 kwaadH7451 opH5921 de aardeH776 wezenH1961 zal. Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal.

KJV Give1 a portion2 to seven,3 and also to eight;5 for thou knowest8 not what evil11 shall be upon the earth.

1 תֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 חֵ֥לֶק H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 3 לְשִׁבְעָ֖ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 וְגַ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 5 לִשְׁמוֹנָ֑ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 6 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תֵדַ֔ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 יִּהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 רָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op de aarde; en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt, in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Als de wolkenH5645 volH4390 geworden zijn, zo stortenH7324 zij plasregenH1653 uit opH5921 de aardeH776; en als de boomH6086 naar het zuidenH1864, of als hij naar het noordenH6828 valtH5307, in de plaatsH4725, waar de boomH6086 valtH5307, daar zal hij wezen. Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op de aarde; en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt, in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen.

KJV If the clouds3 be full2 of rain,4 they empty7 themselves upon the earth:6 and if the tree10 fall9 toward the south,11 or toward the north,13 in the place14 where the tree16 falleth,15 there it shall be.

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 יִמָּלְא֨וּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 3 הֶעָבִ֥ים H5645 wolken, wolk, dichte clay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי) 4 גֶּ֨שֶׁם֙ H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 יָרִ֔יקוּ H7324 uittrekken, afgieten, breng [idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out) 8 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 יִפּ֥וֹל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 10 עֵ֛ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 11 בַּדָּר֖וֹם H1864 zuiden, zuiderpoort, zuidzijde south 12 וְאִ֣ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 13 בַּצָּפ֑וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 14 מְק֛וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 15 שֶׁיִּפּ֥וֹל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 16 הָעֵ֖ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 17 שָׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 18 יְהֽוּא H1933 wees, Wees be, [idiom] have
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien, en wie op de wolken ziet, die zal niet maaien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Wie op den windH7307 achtH8104 geeft, die zal nietH3808 zaaienH2232, en wie op de wolkenH5645 zietH7200, die zal nietH3808 maaienH7114. Wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien, en wie op de wolken ziet, die zal niet maaien.

KJV He that observeth1 the wind2 shall not sow;4 and he that regardeth5 the clouds6 shall not reap.

1 שֹׁמֵ֥ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 2 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יִזְרָ֑ע H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 5 וְרֹאֶ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 בֶעָבִ֖ים H5645 wolken, wolk, dichte clay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי) 7 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יִקְצֽוֹר H7114 maaien, maaiers, inoogsten [idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Gelijk gij niet weet, welke de weg des winds zij, of hoedanig de beenderen zijn in den buik van een zwangere vrouw, alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Gelijk gij niet weetH3045, welkeH834 de wegH1870 des windsH7307 zij, of hoedanig de beenderenH6106 zijn in den buikH990 van een zwangereH4392 vrouw, alzo weetH3045 gij het werkH4639 GodsH430 niet, DieH834 het allesH3605 maaktH6213. Gelijk gij niet weet, welke de weg des winds zij, of hoedanig de beenderen zijn in den buik van een zwangere vrouw, alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt.

KJV As thou knowest3 not what is the way5 of the spirit,6 nor how the bones7 do grow in the womb8 of her that is with child:9 even so thou knowest12 not the works14 of God15 who maketh

1 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 אֵֽינְךָ֤ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 3 יוֹדֵ֨עַ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 4 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 5 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 הָר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 כַּעֲצָמִ֖ים H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 8 בְּבֶ֣טֶן H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb 9 הַמְּלֵאָ֑ה H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 10 כָּ֗כָה H3602 alzo, op deze wijze after that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus 11 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 תֵדַע֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 מַעֲשֵׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 15 הָֽאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 יַעֲשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הַכֹּֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zaai uw zaad in den morgenstond, en trek uw hand des avonds niet af; want gij weet niet, wat recht wezen zal, of dit of dat, of dat die beide te zamen goed zijn zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 ZaaiH2232 uw zaadH2233 in den morgenstondH1242, en trekH3240 uw handH3027 des avondsH6153 niet af; wantH3588 gij weetH3045 niet, wat rechtH3787 wezen zal, of dit of dat, of dat die beideH8147 te zamenH259 goedH2896 zijn zullen. Zaai uw zaad in den morgenstond, en trek uw hand des avonds niet af; want gij weet niet, wat recht wezen zal, of dit of dat, of dat die beide te zamen goed zijn zullen.

KJV In the morning1 sow2 thy seed,4 and in the evening5 withhold7 not thine hand:8 for thou knowest11 not whether12 shall prosper,14 either this or that, or whether they both19 shall be alike20 good.

1 בַּבֹּ֨קֶר֙ H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 2 זְרַ֣ע H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 זַרְעֶ֔ךָ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 5 וְלָעֶ֖רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 6 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 7 תַּנַּ֣ח H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 8 יָדֶ֑ךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אֵֽינְךָ֨ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 יוֹדֵ֜ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 אֵ֣י H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 13 זֶ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 14 יִכְשָׁר֙ H3787 recht direct, be right, prosper 15 הֲזֶ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 16 אוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 17 זֶ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 18 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 19 שְׁנֵיהֶ֥ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 20 כְּאֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 21 טוֹבִֽים H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Verder, het licht is zoet, en het is den ogen goed de zon te aanschouwen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Verder, het lichtH216 is zoetH4966, en het is den ogenH5869 goedH2896 de zonH8121 te aanschouwenH7200; Verder, het licht is zoet, en het is den ogen goed de zon te aanschouwen;

KJV Truly the light2 is sweet,1 and a pleasant3 thing it is for the eyes4 to behold5 the sun:

1 וּמָת֖וֹק H4966 zoet, zoeter, zoetigheid sweet(-er, -ness) 2 הָא֑וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 3 וְט֥וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 4 לַֽעֵינַ֖יִם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 לִרְא֥וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַשָּֽׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Maar indien de mens veel jaren heeft, en verblijdt zich in die allen, zo laat hem ook gedenken aan de dagen der duisternis, want die zullen veel zijn; en al wat zal gekomen is, is ijdelheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 MaarH3588 indien de mensH120 veelH7235 jarenH8141 heeft, en verblijdtH8055 zich in die allenH3605, zoH518 laat hem ook gedenkenH2142 aan de dagenH3117 der duisternisH2822, wantH3588 die zullen veelH7235 zijnH1961; en alH3605 wat zal gekomenH935 is, is ijdelheidH1892. Maar indien de mens veel jaren heeft, en verblijdt zich in die allen, zo laat hem ook gedenken aan de dagen der duisternis, want die zullen veel zijn; en al wat zal gekomen is, is ijdelheid.

Ook in dit vers leeftH2421

KJV But if a man6 live5 many4 years,3 and rejoice8 in them all; yet let him remember9 the days11 of darkness;12 for they shall be many.14 All that cometh17 is vanity.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 שָׁנִ֥ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 הַרְבֵּ֛ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 5 יִחְיֶ֥ה H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 6 הָאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 7 בְּכֻלָּ֣ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 יִשְׂמָ֑ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 9 וְיִזְכֹּר֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 הַחֹ֔שֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 הַרְבֵּ֥ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 15 יִהְי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 שֶׁבָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 הָֽבֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 VerblijdH8055 u, o jongelingH970! in uw jeugdH3208, en laat uw hartH3820 zich vermakenH2895 in de dagenH3117 uwer jongelingschapH979, en wandelH1980 in de wegenH1870 uws hartenH3820, en in de aanschouwingenH4758 uwer ogenH5869; maar weetH3045, datH3588 GodH430, om alH3605 dezeH428 dingen, u zal doen komenH935 voor het gerichtH4941. Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.

KJV Rejoice,1 O young man,2 in thy youth;3 and let thy heart5 cheer thee in the days6 of thy youth,7 and walk8 in the ways9 of thine heart,10 and in the sight11 of thine eyes:12 but know13 thou, that for all these things God19 will bring18 thee into judgment.

1 שְׂמַ֧ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 2 בָּח֣וּר H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 3 בְּיַלְדוּתֶ֗יךָ H3208 jeugd childhood, youth 4 וִֽיטִֽיבְךָ֤ H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 5 לִבְּךָ֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 6 בִּימֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 בְחוּרוֹתֶ֔ךָ H979 jongelingschap, uitgelezen jongelingen young men, youth 8 וְהַלֵּךְ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 בְּדַרְכֵ֣י H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 10 לִבְּךָ֔ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 וּבְמַרְאֵ֖י H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 12 עֵינֶ֑יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 13 וְדָ֕ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 14 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 אֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 18 יְבִֽיאֲךָ֥ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 בַּמִּשְׁפָּֽט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zo doe dan de toornigheid wijken van uw hart, en doe het kwade weg van uw vlees, want de jeugd, en de jonkheid is ijdelheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zo doe dan de toornigheidH3708 wijkenH5493 van uw hartH3820, en doe het kwadeH7451 wegH5674 van uw vleesH1320, wantH3588 de jeugdH3208, en de jonkheidH7839 is ijdelheidH1892. Zo doe dan de toornigheid wijken van uw hart, en doe het kwade weg van uw vlees, want de jeugd, en de jonkheid is ijdelheid.

KJV Therefore remove1 sorrow2 from thy heart,3 and put away4 evil5 from thy flesh:6 for childhood8 and youth9 are vanity.

1 וְהָסֵ֥ר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 2 כַּ֨עַס֙ H3708 verdriet, toornigheid, terging anger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath 3 מִלִּבֶּ֔ךָ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 וְהַעֲבֵ֥ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 רָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 6 מִבְּשָׂרֶ֑ךָ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 הַיַּלְד֥וּת H3208 jeugd childhood, youth 9 וְהַֽשַּׁחֲר֖וּת H7839 jonkheid youth 10 הָֽבֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Prediker 11:1 Spreuken 19:17 Mattheüs 10:42 Hebreeën 6:10 Prediker 11:6 Galaten 6:8 Jesaja 32:20 Lukas 14:14 Jesaja 32:8
Prediker 11:2 Psalmen 112:9 1 Timotheüs 6:18 Efeze 5:16 Spreuken 6:16 Job 5:19 Micha 5:5 Galaten 6:1 Mattheüs 5:42
Prediker 11:3 Psalmen 65:9 Mattheüs 3:10 Lukas 16:22 Lukas 13:7 1 Johannes 3:17 1 Koningen 18:45 Jesaja 55:10
Prediker 11:4 Spreuken 22:13 Spreuken 3:27 Spreuken 20:4
Prediker 11:5 Johannes 3:8 Prediker 8:17 Psalmen 92:5 Psalmen 104:24 Jesaja 40:28 Job 36:24 Job 5:9 Prediker 7:24
Prediker 11:6 Prediker 9:10 2 Timotheüs 4:2 Johannes 4:36 Hagai 2:17 Jesaja 55:10 2 Korinthe 9:6 Markus 4:26 Zacharia 8:11
Prediker 11:7 Prediker 7:11 Mattheüs 5:45 Spreuken 15:30 Job 33:30 Spreuken 29:13 Psalmen 84:11 Prediker 6:5 Job 33:28
Prediker 11:8 Job 14:10 Prediker 2:26 Prediker 6:11 Prediker 4:8 Prediker 7:14 Judas 1:18 Prediker 8:12 Prediker 6:6
Prediker 11:9 Prediker 12:14 Prediker 3:17 Prediker 2:10 Romeinen 14:10 Job 31:7 Genesis 3:6 Jeremia 44:16 Hebreeën 9:27
Prediker 11:10 2 Timotheüs 2:22 2 Korinthe 7:1 2 Petrus 3:11 Prediker 1:14 Prediker 12:1 Job 20:11 Prediker 1:2 Psalmen 39:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Prediker 11 vers 1

uw brood uit Dat is, doe wel aan een iegelijk, zo bekenden als onbekenden.

Hertaald: uw brood uit Dat is: doe goed aan iedereen, aan bekenden zowel als aan onbekenden.

op het water, Hebr. op het aangezicht des waters, of der wateren. Verstaande door het water de armen, die niet hebben om wederom te vergelden, zodat het schijnt verloren te zijn wat men hun geeft. Aldus spreken wij ook: Het is zoveel alsof men in het water of in de zee wierp.

Hertaald: op het water, Hebreeuws: op het aangezicht van het water of van de wateren. Onder het water moet men de armen verstaan, die niets hebben om iets terug te geven, zodat het lijkt alsof wat men hun geeft verloren is. Zo zeggen wij ook: het is net alsof men het in het water of in de zee wierp.

gij zult het vinden Dat is, God zal het u wedergeven; ja veellicht ook wel de mensen zelf, wie gij voorlang enige weldaad of hulp gedaan hebt.

Hertaald: gij zult het vinden Dat is: God zal het u teruggeven, ja misschien ook de mensen zelf aan wie u lang geleden een weldaad of hulp bewezen hebt.

na vele dagen Hebr. na veelheid van dagen; dat is nadat vele dagen of jaren zullen vervlogen zijn.

Hertaald: na vele dagen Hebreeuws: na een veelheid van dagen — dat is: nadat er veel dagen of jaren voorbij zijn gegaan.

Prediker 11 vers 2

Geef een deel aan Te weten, uwe aalmoezen, of uw brood.

Hertaald: Geef een deel aan Namelijk: uw aalmoezen, of uw brood.

zeven, Een zeker getal voor een onzeker, gelijk Spr. 6:16 ; Mi. 5:4 . Christus zegt: Geeft een iegelijk, die het begeert; Luc. 6:30 . Verg. Deut. 15:7-8 .

Hertaald: zeven, Een bepaald getal voor een onbepaald aantal, zoals in Spr. 6:16 en Micha 5:4. Christus zegt: geef aan ieder die het van u vraagt; Luk. 6:30. Vergelijk Deut. 15:7-8.

want gij weet niet, Alsof hij zeide: De tijd kan komen dat gij van al het uwe zult beroofd en tot een bedelaar gemaakt worden; dan zult gij wel wensen dat anderen u ook milde bijstand deden; doe dan ook alzo bij anderen. Zie Luc. 16:9 ; Gal. 6:9 .

Hertaald: want gij weet niet, Alsof hij zei: de tijd kan komen dat u van al uw bezit beroofd en tot een bedelaar gemaakt wordt; dan zou u wel wensen dat anderen u ook mild bijstonden. Doe dus zo ook bij anderen. Zie Luk. 16:9 en Gal. 6:9.

Prediker 11 vers 3

Als de wolken Hij wil zeggen dat de rijken aan de armen hun milddadigheid rijkelijk behoorden te betonen, gelijk de regen het dorre land rijkelijk bevochtigt, zonder onderscheid van plaatsen of akkers; God doet zijn regen vallen zowel over de kwade als over de goede.

Hertaald: Als de wolken Hij wil zeggen dat de rijken hun mildheid rijkelijk aan de armen behoorden te betonen, zoals de regen het dorre land rijkelijk bevochtigt zonder onderscheid van plaatsen of akkers; God laat Zijn regen zowel over de kwaden als over de goeden vallen.

zo storten zij Hebr. zo ledigen zij.

Hertaald: zo storten zij Hebreeuws: dan legen zij zich uit.

de boom naar het zuiden, De zin is: Gelijk een boom, die eens valt of geveld wordt, niet wederom opstaat en geen vruchten meer draagt, alzo ook, wanneer wij eens gestorven zijn, hetzij in wat staat het moge zijn naar de ziel, zo staan wij niet weder op om in dit tijdelijk leven te komen, zodat wij na onze dood de armen niet meer iets geven of mededelen kunnen; en behoren derhalve goed te doen in dit leven. zie Gal. 6:10 .

Hertaald: de boom naar het zuiden, De betekenis is: zoals een boom die eenmaal valt of geveld wordt niet weer opstaat en geen vruchten meer draagt, zo staan ook wij, wanneer wij eenmaal gestorven zijn — in welke staat de ziel zich dan ook bevindt — niet weer op om in dit tijdelijke leven terug te komen. Daardoor kunnen wij na onze dood de armen niets meer geven of meedelen, en behoren wij dus in dit leven goed te doen. Zie Gal. 6:10.

Prediker 11 vers 4

Wie op den wind acht geeft, Salomo wil zeggen: Die al te angstvallig op wind en weder past, en van tijd tot tijd nog al beter weder verwacht, niet willende zaaien totdat hij weder heeft, hetwelk geheel naar zijn wens en wil is, die zal niet lichtelijk aan het zaaien komen, maar hij zal de bekwaamste zaaitijd verzuimen; alzo ook die in de maaltijd al te zeer op wind en weer let. Enige duiden deze woorden op het uitdelen der aalmoezen, aldus: Alzo ook, indien iemand al te angstvallig zou willen denken op alle veranderingen van tijden, denkende dat hij zelf arm kon worden, enz., of op de onwaardigheid of ondankbaarheid der armen enz., die zal nimmermeer aalmoezen geven, en hij zodoende nimmermeer doen wat hij te doen schuldig is.

Hertaald: Wie op den wind acht geeft, Salomo wil zeggen: wie al te angstvallig op wind en weer let en telkens nog beter weer verwacht, en niet wil zaaien voordat hij weer heeft dat geheel naar zijn wens en wil is, die zal niet gemakkelijk aan het zaaien toekomen, maar de beste zaaitijd voorbij laten gaan. Zo gaat het ook met wie bij de oogst al te zeer op wind en weer let. Sommigen betrekken deze woorden op het uitdelen van de aalmoezen en leggen ze zo uit: zo zal ook iemand die al te angstvallig aan alle veranderingen van tijden wil denken — met de gedachte dat hij zelf arm zou kunnen worden, enzovoort, of aan de onwaardigheid of ondankbaarheid van de armen, enzovoort — nooit aalmoezen geven, en daardoor nooit doen wat hij verplicht is te doen.

Prediker 11 vers 5

gij niet weet, Te weten, vanwaar hij komt, waar hij heenvliegt, hoe lang en hoe sterk hij uit een gewest waaien zal; Joh. 3:8 .

Hertaald: gij niet weet, Namelijk: waar hij vandaan komt, waarheen hij wegwaait, hoe lang en hoe sterk hij uit een bepaalde streek waaien zal; Joh. 3:8.

de beenderen zijn in den buik Door de beenderen moet men hier verstaan de gehele massa of vracht, of het kind in der moeder lichaam.

Hertaald: de beenderen zijn in den buik Onder de beenderen moet men hier de hele massa of vrucht verstaan, ofwel het kind in het lichaam van de moeder.

een zwangere Hebr. een volle vrouw.

Hertaald: een zwangere Hebreeuws: een volle vrouw.

weet gij het werk Dat is, gij weet en kunt de regering Gods niet weten, noch verstaan wat Hij in zijn alwijze raad besloten heeft; hoelang gij uwe goederen zult hebben en behouden. Laat derhalve uw onnutte zorg varen, en doe de armen goed, zolang als u God het leven en de macht geeft.

Hertaald: weet gij het werk Dat is: u weet Gods regering niet en kunt die ook niet kennen, en u kunt evenmin begrijpen wat Hij in Zijn alwijze raad besloten heeft, en hoelang u uw goederen zult hebben en behouden. Laat daarom uw nutteloze zorg varen en doe de armen goed zolang God u het leven en de mogelijkheid geeft.

Die het alles maakt Of, dat hij aan, of met allen doet.

Hertaald: Die het alles maakt Of: wat Hij aan allen of met allen doet.

Prediker 11 vers 6

in den morgenstond, Dat is, vroeg.

Hertaald: in den morgenstond, Dat is: vroeg.

af; Te weten van zaaien, of van het zaad in de aarde werpen.

Hertaald: af; Namelijk: van het zaaien, of van het zaad in de aarde werpen.

wat recht wezen zal Dat is, of dat wel opwassen zal dat gij des avonds gezaaid hebt, of dat beter opwassen zal, dat gij des morgens gezaaid hebt.

Hertaald: wat recht wezen zal Dat is: of wat u 's avonds gezaaid hebt goed zal opkomen, dan wel of wat u 's morgens gezaaid hebt beter zal opkomen.

te zamen goed zijn zullen Hebr. als een; dat is, even goed.

Hertaald: te zamen goed zijn zullen Hebreeuws: als één — dat is: even goed.

Prediker 11 vers 7

Verder, Of, trouwens, of zekerlijk; alsof hij zeide: het is wel waar, enz.

Hertaald: Verder, Of: trouwens, of zeker. Alsof hij zei: het is wel waar, enzovoort.

het licht Dat is, dit tijdelijke leven, dat men het licht der zon moge aanschouwen.

Hertaald: het licht Dat is: dit tijdelijke leven, waarin men het licht van de zon mag aanschouwen.

is zoet, Dat is, het is de mens aangenaam.

Hertaald: is zoet, Dat is: het is de mens aangenaam.

goed de zon Dat is, lieflijk.

Hertaald: goed de zon Dat is: lieflijk.

Prediker 11 vers 8

aan de dagen Dat is, aan de dood. Want de doden legt men in het graf, waar het duister is.

Hertaald: aan de dagen Dat is: aan de dood. Want de doden legt men in het graf, waar het donker is.

al wat gekomen is, Dat is, al wat hem bejegend is.

Hertaald: al wat gekomen is, Dat is: alles wat hem overkomen is.

is ijdelheid Hij zal moeten bekennen dat er in dit leven niets bestendig is, waarin men zich volkomenlijk mag verblijden.

Hertaald: is ijdelheid Hij zal moeten erkennen dat er in dit leven niets blijvends is waarin men zich volkomen verheugen kan.

Prediker 11 vers 9

vermaken Hebr. goed doen.

Hertaald: vermaken Hebreeuws: goeddoen.

wandel in de wegen Dat is, doe wat uw hart lust en wat uw ogen behaagt. Uit deze woorden blijkt genoegzaam dat Salomo hier niet in ernst spreekt, maar schertsend, of schimpsgewijze; jegens degenen, die zulks, gelijk hier staat, met ernst spreken of gevoelen, namelijk dat men de jonge jaren met wellustigheid moet of mag doorbrengen. Num. 15:39 verbiedt God te wandelen in de wegen des harten.

Hertaald: wandel in de wegen Dat is: doe waar uw hart zin in heeft en wat uw ogen bevalt. Uit deze woorden blijkt duidelijk genoeg dat Salomo hier niet in ernst spreekt maar spottend, bij wijze van schimp, tegen hen die dit wat hier staat wel in ernst zeggen of menen, namelijk dat men de jonge jaren in wellust moet of mag doorbrengen. In Num. 15:39 verbiedt God juist te wandelen in de wegen van het hart.

in de aanschouwingen uwer ogen Dat is, in al wat uwe ogen behagelijk en aangenaam is, volg dat vrij, neem uw genoegen in dit leven.

Hertaald: in de aanschouwingen uwer ogen Dat is: volg vrijelijk alles wat uw ogen behaaglijk en aangenaam is, en neem uw genoegen in dit leven.

u zal doen komen Alsof hij zeide: Gij zult daar wel ongaarne aankomen, maar God zal u wel doen komen, om rekenschap te geven van al wat gij gesproken en gedaan hebt. Zie onder Pred. 12:14 .

Hertaald: u zal doen komen Alsof hij zei: u zult daar wel ongaarne aankomen, maar God zal u er zeker brengen om rekenschap te geven van alles wat u gesproken en gedaan hebt. Zie hieronder Pred. 12:14.

Prediker 11 vers 10

de toornigheid Onder de toornigheid begrijpt hij alle kwade bewegingen des harten, die hetzelve ontroeren, als zij vermaand worden de wellusten te verlaten en de vreze Gods aan te nemen. Anderen verstaan door de toornigheid de zonde, die de toorn Gods verwekt over de mensen. Anders, verdriet, moeilijkheid, treurigheid.

Hertaald: de toornigheid Onder de toornigheid vat hij alle kwade bewegingen van het hart samen die het in beroering brengen wanneer het vermaand wordt de wellusten te verlaten en de vreze Gods aan te nemen. Anderen verstaan onder de toornigheid de zonde, die Gods toorn over de mensen opwekt. Anders: verdriet, moeite, treurigheid.

het kwade Dat is, allerlei kwade begeerlijkheid en kwade lusten, of zonden.

Hertaald: het kwade Dat is: allerlei kwade begeerten en kwade lusten, of zonden.

van uw vlees, Dat is, van uw lichaam. Zie Rom. 6:13 , en 1 Kor. 6:15 .

Hertaald: van uw vlees, Dat is: van uw lichaam. Zie Rom. 6:13 en 1 Kor. 6:15.

de jonkheid Het woord, hetwelk in de Hebreeuwse tekst staat, betekent eigenlijk de dageraad. De jonkheid of kinderjaren zijn als de morgenstond van het menselijk leven. de morgenstond is haast voorbij, de dag vervliegt snellijk, en dan komt straks de nacht, in welke niemand werken kan.

Hertaald: de jonkheid Het woord dat in de Hebreeuwse tekst staat betekent eigenlijk de dageraad. De jeugd of de kinderjaren zijn als de morgenstond van het menselijk leven. De morgenstond is snel voorbij, de dag vliegt heen, en dan komt al gauw de nacht, waarin niemand werken kan.

is ijdelheid Dewijl zij vergankelijk, haast voorbijgaande en vol dwaasheid is.

Hertaald: is ijdelheid Omdat zij vergankelijk is, snel voorbijgaat en vol dwaasheid is.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het brood op het water  — handelen en geven terwijl niets zeker is; het hoofdstuk maakt van onzekerheid een reden om te beginnen (Pred. 11:1-6)

"Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen" (Pred. 11:1). Het beeld is dat van de koopman die zijn graan over zee stuurt, of van de zaaier die zijn zaad kwijtraakt om het terug te krijgen. Het volgende vers maakt er een opdracht van tot spreiding: "Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal" (Pred. 11:2). Daarna komt de boer die blijft wachten op beter weer: "Wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien, en wie op de wolken ziet, die zal niet maaien" (Pred. 11:4). En de reden staat erbij: zoals niemand de weg van de wind kent, zo kent niemand het werk van God (Pred. 11:5). Daarom: "Zaai uw zaad in den morgenstond, en trek uw hand des avonds niet af" (Pred. 11:6).

Bijbelse betekenis: Dit gedeelte keert de gewone gevolgtrekking om. Omdat een mens de toekomst niet kent, zou hij kunnen wachten met alles; de prediker zegt dat hij juist daarom moet zaaien en geven. Wie zekerheid afwacht, begint nooit. Merk op dat het uitzaaien hier ook op weldadigheid ziet. Brood over het water werpen en aan zeven of acht geven, is niet alleen handel; het is loslaten wat men niet meer kan volgen. Let ook op Pred. 11:6. Er wordt niet gevraagd om de beste tijd te kiezen maar om beide te doen, 's morgens en 's avonds, omdat niemand weet wat lukt. Dat is de nuchtere vlijt die dit boek telkens aanbeveelt naast al zijn ernst.

Typologie: Paulus gebruikt hetzelfde beeld voor de weldadigheid: "Die spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien" (2 Kor. 9:6). En hij bemoedigt wie geen vrucht ziet: "laat ons, goed doende, niet vertragen" (Gal. 6:9).

Pred. 11:1-6; 2 Kor. 9:6; Gal. 6:9

De vreugde van de jeugd  — een oprechte aansporing tot vreugde, met één zin erachter die alles op zijn plaats zet (Pred. 11:9)

"Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht" (Pred. 11:9). De aansporing is echt gemeend en niet spottend bedoeld; het vers ervoor zegt dat het licht zoet is en dat het goed is de zon te aanschouwen (Pred. 11:7). Maar er staat een grens omheen. Het volgende vers voegt eraan toe: "Zo doe dan de toornigheid wijken van uw hart, en doe het kwade weg van uw vlees" (Pred. 11:10).

Bijbelse betekenis: Twee dingen die vaak tegen elkaar uitgespeeld worden, staan hier in één zin. De jeugd mag vrolijk zijn — dat wordt geboden, niet toegestaan — en tegelijk is er een gericht. Wie alleen de eerste helft leest, houdt lichtzinnigheid over; wie alleen de tweede leest, maakt van het geloof een rem op alles wat mooi is. Merk op waar de nadruk ligt. Er wordt niet gedreigd; er wordt gezegd: maar weet. Het is een mededeling die de vreugde niet wegneemt maar haar richting geeft. Let ook op Pred. 11:10. De twee dingen die weg moeten, zijn de toorn en het kwade, en dat is iets anders dan de blijdschap zelf. Zo wordt een jong mens niet somber gemaakt maar wel serieus genomen.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde over het gericht waarnaar dit vers wijst: "wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus" (2 Kor. 5:10).

Pred. 11:7-10; 2 Kor. 5:10

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Prediker 11

Prediker 11:1.KruisverwijzingenSpreuken 19:17Mattheüs 10:42Hebreeën 6:10Prediker 11:6Galaten 6:8Jesaja 32:20Lukas 14:14Jesaja 32:8
— Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.
Hamster uw brood niet op; want doet u dat, dan zal het beschimmelen en u van geen nut zijn. Werp het uit op het water; strooi het rond; geef het desnoods aan onwaardige mensen. Sommigen hebben hier een toespeling gezien op het uitwerpen van het zaad in de Nijl wanneer die buiten zijn oevers stroomde: wanneer het water zakte, zou het koren opkomen en na vele dagen ingezameld worden.

Prediker 11:2.KruisverwijzingenPsalmen 112:91 Timotheüs 6:18Efeze 5:16Spreuken 6:16Job 5:19Micha 5:5Galaten 6:1Mattheüs 5:42
— Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal.
En is dat een volmaakt getal, geef dan nog verder. Geef aan meer mensen dan u zich veroorloven kunt. Help sommigen over wie u twijfelt, sommigen die buiten het volmaakte getal vallen, en geef hun een deel — een behoorlijk deel. Onze Zaligmaker ging Salomo nog te boven, want Hij zei: “geeft een iegelijk, die van u begeert.”

U weet niet welke behoefte er aan uw hulp kan zijn, en ook niet welke nood over u kan komen, en hoe u zelf geholpen mag worden door wie u nu helpt.

Prediker 11:3.KruisverwijzingenPsalmen 65:9Mattheüs 3:10Lukas 16:22Lukas 13:71 Johannes 3:171 Koningen 18:45Jesaja 55:10
— Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op de aarde; en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt, in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen.
De boom valt de kant op waarnaar hij overhelt; maar wanneer hij gevallen is, daar moet hij blijven. God geve dat u en ik de goede kant op vallen wanneer de bijl van de dood ons omhakt! Welke kant helt óns over?

Prediker 11:4-5.KruisverwijzingenJohannes 3:8Prediker 8:17Spreuken 22:13Spreuken 3:27Psalmen 92:5Spreuken 20:4Psalmen 104:24Jesaja 40:28
— Wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien, en wie op de wolken ziet, die zal niet maaien. Gelijk gij niet weet, welke de weg des winds zij, of hoedanig de beenderen zijn in den buik van een zwangere vrouw, alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt.
Er zijn grote verborgenheden die wij nooit kunnen begrijpen. God alleen weet hoe de ziel in het lichaam komt, of zelfs hoe het lichaam gevormd wordt. Dat moet bij Hem blijven. Wij weten niet hoe zondaren wedergeboren worden. Wij weten niet hoe de Geest van God op het gemoed van de mens werkt en de zondaar in een heilige verandert.

Er zijn er die al te veel willen weten. O, dat wij God meer liefhadden en God meer vertrouwden! Dan zouden wij misschien de hemel bereiken al wisten wij nog minder dan wij nu weten.

Prediker 11:6.KruisverwijzingenPrediker 9:102 Timotheüs 4:2Johannes 4:36Hagai 2:17Jesaja 55:102 Korinthe 9:6Markus 4:26Zacharia 8:11
— Zaai uw zaad in den morgenstond, en trek uw hand des avonds niet af; want gij weet niet, wat recht wezen zal, of dit of dat, of dat die beide te zamen goed zijn zullen.
U kunt het Evangelie niet in het hart van mensen doen binnengaan. U kunt niet zeggen hoe het binnengaat en hen verandert; de Geest van God doet dat. Maar uw plicht is voort te gaan met het uit te spreken. Ga voort met de kennis van Christus rond te strooien: in de morgen en in de avond en de hele dag door, strooi het goede zaad van het koninkrijk.

Het is ons werk het goede zaad van het koninkrijk te zaaien, het breeduit te zaaien, het te allen tijde te zaaien: zaai uw zaad in de morgen en trek uw hand in de avond niet terug. De uitkomst van ons zaaien rust niet bij ons maar bij de grote Heere van de oogst. Een deel van het zaad mag langs de weg vallen, een deel onder de doornen, een deel op een steenrots of op steenachtige grond met maar een dunne laag aarde — maar heeft God ons tot zaaiers geroepen en zaaien wij werkelijk goed zaad, dan is dat onze zaak niet.

Prediker 11:7.KruisverwijzingenPrediker 7:11Mattheüs 5:45Spreuken 15:30Job 33:30Spreuken 29:13Psalmen 84:11Prediker 6:5Job 33:28
— Verder, het licht is zoet, en het is den ogen goed de zon te aanschouwen;
Neem Christus weg, en dit is een waarachtige schatting van het menselijke leven. Zet Christus in de rekening, en Salomo raakt het doel in het geheel niet. Hebben wij Christus met ons, dan wandelen wij in het licht of de dagen nu licht of donker zijn, en onze ziel is gelukkig en blij. Maar buiten Christus is de schatting van het leven die hier gegeven wordt precies juist: een weinig helderheid en een lange duisternis, een flits en dan middernacht.

En zoals het voor de natuurlijke ogen zo aangenaam is de natuurlijke zon te aanschouwen, hoeveel aangenamer is het dan voor het geestelijke oog de Zon der gerechtigheid te aanschouwen! Zo zoet als het licht van de zon is, het licht van de Zon der gerechtigheid is verre zoeter.

Prediker 11:8-9.KruisverwijzingenPrediker 12:14Prediker 3:17Prediker 2:10Romeinen 14:10Job 31:7Job 14:10Prediker 2:26Prediker 6:11
— Maar indien de mens veel jaren heeft, en verblijdt zich in die allen, zo laat hem ook gedenken aan de dagen der duisternis, want die zullen veel zijn; en al wat zal gekomen is, is ijdelheid. Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.
Niemand die bij zijn verstand is veronderstelt dat Salomo jonge mensen aanspoorde naar hun eigen hart en naar het zien van hun ogen te wandelen. Dit is een gewone manier van spreken; zoals wij tot iemand die zich aan de drank te buiten gaat mogen zeggen: nu, drink u vol en word dronken — maar u zult ervoor moeten lijden. Het zal eerlang zeker een straf van u eisen. Niemand zou zo dwaas zijn te zeggen dat wij die man tot de dronkenschap aangespoord hadden.

Jongeman, zult u het dan wagen uw driften en de vindingen van uw eigen hart te volgen, met dit achter u: God zal u in het gericht brengen? O nee — de raad van Salomo, die schijnbaar zo boos is, wordt aan het einde door de waarschuwing zelf beantwoord.

Prediker 11:10.Kruisverwijzingen2 Timotheüs 2:222 Korinthe 7:12 Petrus 3:11Prediker 1:14Prediker 12:1Job 20:11Prediker 1:2Psalmen 39:5
— Zo doe dan de toornigheid wijken van uw hart, en doe het kwade weg van uw vlees, want de jeugd, en de jonkheid is ijdelheid.
“Doe de verdriet weg” — of eerder: de toorn, de eerzucht, of wat ook maar verdriet veroorzaken zou — van uw hart, en doe het kwade van uw vlees weg. Laat uw vleselijke natuur niet over u heersen; u bent in de tijd waarin het vlees sterk is naar het kwade en waarin de ijdelheid de ondergang van velen is.

Er is geen twijfel aan dat wij gelukkig zouden zijn als wij heilig waren. Raden wij mensen dus aan het verdriet uit hun hart weg te doen, dan moeten wij hun eraan herinneren dat zij dat niet kunnen dan door de zónde weg te doen. De wortels van het kwaad moeten geheel uitgeruimd worden; anders kan het afsnijden van de scheuten, met de wortels erin gelaten, het kwaad op de lange duur juist versterken.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Ik heb niet half zoveel begeerte om te wéten als om te geloven en lief te hebben.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content