Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een dodeH4194 vliegH2070 doet de zalfH8081 des apothekersH7543 stinkenH887 en opwellenH5042; alzo een weinigH4592 dwaasheidH5531 een man, die kostelijkH3368 is van wijsheidH2451 en van eerH3519.
Een dode vlieg doet de zalf des apothekers stinken en opwellen; alzo een weinig dwaasheid een man, die kostelijk is van wijsheid en van eer.
KJV
Dead2
flies1
cause the ointment5
of the apothecary6
to send forth4
a stinking savour:3
so doth a little11
folly10
him that is in reputation7
for wisdom8
and honour.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Het hartH3820 des wijzenH2450 is tot zijn rechterhandH3225, maar het hartH3820 eens zotsH3684 is tot zijn linkerhandH8040.
Het hart des wijzen is tot zijn rechterhand, maar het hart eens zots is tot zijn linkerhand.
KJV
A wise man's2
heart1
is at his right hand;3
but a fool's5
heart4
at his left.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En ookH1571 wanneer de dwaasH5530 op den wegH1870 wandeltH1980, zijn hartH3820 ontbreektH2638 hem, en hij zegtH559 tot een iegelijkH3605, dat hij dwaasH5530 is.
En ook wanneer de dwaas op den weg wandelt, zijn hart ontbreekt hem, en hij zegt tot een iegelijk, dat hij dwaas is.
KJV
Yea also, when he that is a fool3
walketh4
by the way,2
his wisdom5
faileth6
him, and he saith7
to every one that he is a fool.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Als de geestH7307 des heersersH4910 tegenH5921 u oprijst, verlaatH3240 uw plaatsH4725 nietH408; wantH3588 het is medicijnH4832, het stiltH3240 groteH1419 zondenH2399.
Als de geest des heersers tegen u oprijst, verlaat uw plaats niet; want het is medicijn, het stilt grote zonden.
Ook in dit vers
tegen oprijstH5927
KJV
If the spirit2
of the ruler3
rise up4
against thee, leave8
not thy place;6
for yielding10
pacifieth11
great13
offences.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Er is nog een kwaadH7451, dat ik gezienH7200 heb onderH8478 de zonH8121, als een dwalingH7684, die van het aangezichtH6440 des overstenH7989 voortkomtH3318.
Er is nog een kwaad, dat ik gezien heb onder de zon, als een dwaling, die van het aangezicht des oversten voortkomt.
KJV
There is1
an evil2
which I have seen3
under the sun,5
as an error6
which proceedeth7
from8
the ruler:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Een dwaasH5529 wordt gezetH5414 in groteH7227 hooghedenH4791, maar de rijkenH6223 zittenH3427 in de laagteH8216.
Een dwaas wordt gezet in grote hoogheden, maar de rijken zitten in de laagte.
KJV
Folly2
is set1
in great4
dignity,3
and the rich5
sit7
in low place.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Ik heb knechtenH5650 te paardH5483 gezienH7200, en vorstenH8269, gaandeH1980 als knechtenH5650 opH5921 de aardeH776.
Ik heb knechten te paard gezien, en vorsten, gaande als knechten op de aarde.
KJV
I have seen1
servants2
upon horses,4
and princes5
walking6
as servants7
upon the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Wie een kuilH1475 graaftH2658, zal daarin vallenH5307; en wie een muurH1447 doorbreektH6555, een slangH5175 zal hem bijtenH5391.
Wie een kuil graaft, zal daarin vallen; en wie een muur doorbreekt, een slang zal hem bijten.
KJV
He that diggeth1
a pit2
shall fall4
into it; and whoso breaketh5
an hedge,6
a serpent8
shall bite
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Wie stenenH68 wegdraagtH5265, zal smartH6087 daardoor lijden; wie houtH6086 klieftH1234, zal daardoor in gevaarH5533 zijn.
Wie stenen wegdraagt, zal smart daardoor lijden; wie hout klieft, zal daardoor in gevaar zijn.
KJV
Whoso removeth1
stones2
shall be hurt3
therewith; and he that cleaveth5
wood6
shall be endangered
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
IndienH518 hij het ijzerH1270 heeft stompH6949 gemaakt, en hij slijptH7043 de snedeH6440 nietH3808, dan moet hij meerder krachtH2428 te werk stellenH1396; maar de wijsheidH2451 is een uitnemendeH3504 zaak, om iets rechtH3787 te maken.
Indien hij het ijzer heeft stomp gemaakt, en hij slijpt de snede niet, dan moet hij meerder kracht te werk stellen; maar de wijsheid is een uitnemende zaak, om iets recht te maken.
KJV
If the iron3
be blunt,2
and he do not whet7
the edge,6
then must he put9
to more strength:8
but wisdom12
is profitable10
to direct.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
IndienH518 de slangH5175 gebetenH5391 heeft, eer der bezweringH3908 geschied is, dan is er geen nuttigheidH3504 voor den allerwelsprekendstenH3956 bezweerder.
Indien de slang gebeten heeft, eer der bezwering geschied is, dan is er geen nuttigheid voor den allerwelsprekendsten bezweerder.
KJV
Surely the serpent3
will bite2
without enchantment;5
and a babbler9
is no better.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De woordenH1697 van een wijzenH2450 mondH6310 zijn aangenaamH2580; maar de lippenH8193 van een zotH3684 verslindenH1104 hemzelve.
De woorden van een wijzen mond zijn aangenaam; maar de lippen van een zot verslinden hemzelve.
KJV
The words1
of a wise man's3
mouth2
are gracious;4
but the lips5
of a fool6
will swallow up
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Het beginH8462 der woordenH1697 zijns mondsH6310 is dwaasheidH5531, en het eindeH319 zijns mondsH6310 is bozeH7451 dolligheidH1948.
Het begin der woorden zijns monds is dwaasheid, en het einde zijns monds is boze dolligheid.
KJV
The beginning1
of the words2
of his mouth3
is foolishness:4
and the end5
of his talk6
is mischievous8
madness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
De dwaasH5530 maakt wel veel woordenH1697; maar de mensH120 weetH3045 nietH3808, wat het zijH1961, datH834 geschiedenH310 zal; en wat na hem geschiedenH1961 zal, wieH4310 zal het hem te kennenH5046 geven?
De dwaas maakt wel veel woorden; maar de mens weet niet, wat het zij, dat geschieden zal; en wat na hem geschieden zal, wie zal het hem te kennen geven?
Ook in dit vers
maakt veelH7235
KJV
A fool1
also is full2
of words:3
a man6
cannot tell5
what shall be; and what shall be after11
him, who can tell
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
De arbeidH5999 der zottenH3684 maakt een iegelijk van hen moedeH3021; dewijl zij nietH3808 wetenH3045 naarH413 de stadH5892 te gaanH3212.
De arbeid der zotten maakt een iegelijk van hen moede; dewijl zij niet weten naar de stad te gaan.
KJV
The labour1
of the foolish2
wearieth3
every one of them, because he knoweth6
not how to go7
to the city.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
WeeH337 u, landH776! welks koningH4428 een kindH5288 is, en welks vorstenH8269 tot in den morgenstondH1242 etenH398!
Wee u, land! welks koning een kind is, en welks vorsten tot in den morgenstond eten!
KJV
Woe1
to thee, O land,3
when thy king4
is a child,5
and thy princes6
eat8
in the morning!
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
WelgelukzaligH835 zijt gij, landH776! welks koningH4428 een zoonH1121 der edelenH2715 is, en welks vorstenH8269 ter rechter tijdH6256 etenH398, tot sterkteH1369 en nietH3808 tot drinkerijH8358.
Welgelukzalig zijt gij, land! welks koning een zoon der edelen is, en welks vorsten ter rechter tijd eten, tot sterkte en niet tot drinkerij.
KJV
Blessed1
art thou, O land,2
when thy king3
is the son4
of nobles,5
and thy princes6
eat8
in due season,7
for strength,9
and not for drunkenness!
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Door grote luiheidH6103 verzwaktH4355 het gebintH4746, en door slapheidH8220 der handenH3027 wordt het huisH1004 doorlekkendeH1811.
Door grote luiheid verzwakt het gebint, en door slapheid der handen wordt het huis doorlekkende.
KJV
By much slothfulness1
the building3
decayeth;2
and through idleness4
of the hands5
the house7
droppeth through.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Men maaktH6213 maaltijdenH3899 om te lachenH7814, en de wijnH3196 verheugtH8055 de levendenH2416, en het geldH3701 verantwoordtH6030 allesH3605.
Men maakt maaltijden om te lachen, en de wijn verheugt de levenden, en het geld verantwoordt alles.
KJV
A feast3
is made2
for laughter,1
and wine4
maketh merry:5
but money7
answereth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
VloekH7043 den koningH4428 nietH408, zelfsH1571 in uw gedachtenH4093, en vloekH7043 den rijkeH6223 nietH408 in het binnenste uwer slaapkamerH2315; wantH3588 het gevogelteH5775 des hemelsH8064 zou de stemH6963 wegvoerenH3212, en het gevleugeldeH1167 zou het woordH1697 te kennenH5046 geven.
Vloek den koning niet, zelfs in uw gedachten, en vloek den rijke niet in het binnenste uwer slaapkamer; want het gevogelte des hemels zou de stem wegvoeren, en het gevleugelde zou het woord te kennen geven.
KJV
Curse5
not the king,3
no not in thy thought;2
and curse9
not the rich10
in thy bedchamber:6
for a bird12
of the air13
shall carry14
the voice,16
and that which hath17
wings18
shall tell19
the matter.
dode vlieg
Hebr. vliegen des doods doet stinken; dat is, elke dode vlieg doet stinken. De zin is: Ofschoon een vlieg maar een klein beestje is, zo doet het evenwel een welriekende olie of zalf stinken; te weten indien zij daarin valt en blijft liggen.
Hertaald:
dode vlieg
Hebreeuws: vliegen van de dood doen stinken — dat is: elke dode vlieg doet stinken. De betekenis is: al is een vlieg maar een klein beestje, toch doet zij een welriekende olie of zalf stinken, namelijk wanneer zij erin valt en erin blijft liggen.
de zalf des apothekers
Dat is een zalf of olie, die door de apothekers kunstig toebereid en gemaakt wordt.
Hertaald:
de zalf des apothekers
Dat is: een zalf of olie die door de apothekers kunstig bereid en gemaakt wordt.
alzo
De zin is: Alzo is ook een weinig dwaasheid oorzaak dat een treffelijk beroemd man zijn eer en achting verliest.
Hertaald:
alzo
De betekenis is: zo is ook een weinig dwaasheid de oorzaak dat een voortreffelijk, beroemd man zijn eer en aanzien verliest.
van wijsheid
Dat is, vanwege zijn wijsheid en eer.
Hertaald:
van wijsheid
Dat is: vanwege zijn wijsheid en eer.
Het hart des wijzen
Dat is, een wijs man stelt zijn zaken wijselijk aan, alles tevoren in zijn hart wijselijk en wel overleggende. Men moet geenszins uit deze woorden besluiten dat Salomo hier wil zeggen, dat het hart der wijzen in hun boezem anders ligt dan der dwazen, want zo der wijzen als der dwazen hart ligt in het midden der borst, een weinig naar de linkerzijde aan strekkende. Het is een gelijkenis, genomen van de rechter en linkerhand, in het uitvoeren van enige zaak, hetzij wel of kwalijk. Het grootste deel der mensen gebruikt de rechterhand om iets wel en terdeeg te doen, zodat als iemand iets wel doet en met wijsheid die uit het hart komt zo schijnt het dat hij het hart aan de rechterhand heeft liggende, om zijn zaken wel te verrichten; integendeel, die zijn zaken niet wel, noch bekwamelijk of wijselijk uitricht, schijnt dat hem het hart links ligt.
Hertaald:
Het hart des wijzen
Dat is: een wijs man pakt zijn zaken wijs aan en overweegt alles vooraf in zijn hart goed en zorgvuldig. Men moet uit deze woorden beslist niet afleiden dat Salomo hier wil zeggen dat het hart van de wijzen anders in hun borst ligt dan dat van de dwazen. Want zowel bij de wijzen als bij de dwazen ligt het hart midden in de borst, iets naar de linkerkant toe. Het is een vergelijking, ontleend aan de rechter- en de linkerhand bij het uitvoeren van een zaak, goed of slecht. De meeste mensen gebruiken de rechterhand om iets goed en degelijk te doen. Wanneer iemand dus iets goed doet en met een wijsheid die uit het hart komt, dan lijkt het alsof hij het hart aan de rechterhand heeft liggen om zijn zaken goed te verrichten. Omgekeerd lijkt het bij wie zijn zaken niet goed, niet handig en niet wijs uitvoert alsof het hart hem links ligt.
is tot zijn linkerhand
Dat is, hij stelt zijn zaken dwaaslijk aan.
Hertaald:
is tot zijn linkerhand
Dat is: hij pakt zijn zaken dwaas aan.
zijn hart ontbreekt
Dat is, zo blijken en openbaren zich de gebreken van zijn hart.
Hertaald:
zijn hart ontbreekt
Dat is: dan blijken en openbaren zich de gebreken van zijn hart.
hij zegt
Dat is, hij geeft openlijk genoeg te kennen te weten, door zijn gang, gelaat, kleren en gebaren dat hij niet wijs is.
Hertaald:
hij zegt
Dat is: hij geeft duidelijk genoeg te kennen, namelijk door zijn gang, gezicht, kleding en gebaren, dat hij niet wijs is.
tot een iegelijk,
Dat is, tot alle man, die hem over straat ziet gaan of wandelen. Anders: van een iegelijke die dwaas is.
Hertaald:
tot een iegelijk,
Dat is: tegen iedereen die hem over straat ziet gaan of wandelen. Anders: van ieder die dwaas is.
de geest des heersers
Dat is, de toorn. Zie de aantekening Richt. 8:3 .
Hertaald:
de geest des heersers
Dat is: de toorn. Zie de aantekening bij Richt. 8:3.
uw plaats niet;
Dat is, uw beroeping, ambt, staat, betrekking. Anders: verlaat uw plaats niet; dat is: betoon en gedraag u gelijk het een onderzaat betaamt, namelijk deemoedig en nederig.
Hertaald:
uw plaats niet;
Dat is: uw roeping, ambt, stand of betrekking. Anders: verlaat uw plaats niet — dat is: betoon en gedraag u zoals het een onderdaan betaamt, namelijk deemoedig en nederig.
medicijn,
Anders: zachtigheid of zachtzinnigheid, dat is, zachtzinnige toegeving stilt, enz.
Hertaald:
medicijn,
Anders: zachtheid of zachtmoedigheid — dat is: zachtmoedig toegeven stilt, enzovoort.
stilt grote zonden
Die anders een regent in zijn toorn aan u zou mogen begaan; daarom, zoek liever met zoete woorden zijn toorn te vermurwen of te verzachten. Het kan ook in deze zin genomen worden: zachte en ootmoedige woorden stillen, dat is komen voor, of nemen weg, of bedekken, grote beledegingen of misdaden, die gij aan de prins moogt begaan hebben.
Hertaald:
stilt grote zonden
Namelijk: zonden die een heerser in zijn toorn anders tegen u zou kunnen begaan. Probeer daarom liever met vriendelijke woorden zijn toorn te vermurwen of te verzachten. Men kan het ook zo opvatten: zachte en ootmoedige woorden stillen — dat is: voorkomen, nemen weg of bedekken — grote beledigingen of misdaden die u tegen de vorst mocht hebben begaan.
dwaling,
Dat is een grote fout, als zijnde fouten, die herkomen van de prinsen of groten des lands. Want hoe groter of hoger iemand verheven is, des te groter en schadelijker zijn ook de fouten die hij begaat.
Hertaald:
dwaling,
Dat is: een grote fout, omdat het fouten zijn die van de vorsten of de groten van het land uitgaan. Want hoe groter of hoger iemand verheven is, des te groter en schadelijker zijn ook de fouten die hij begaat.
voortkomt
Dat is, begaan wordt.
Hertaald:
voortkomt
Dat is: begaan wordt.
Een dwaas
Of, de dwazen, dat is lomperds, die geheel onbekwaam zijn om anderen te regeren en ambten te bedienen, worden verheven tot staten en ambten. Het belieft God somtijds dat dusdanige landen en steden zullen regeren, om alzo dezelve te plagen. Hebr. de dwaasheid wordt, enz.; dat is, zulk een mens, die de dwaasheid zelf is.
Hertaald:
Een dwaas
Of: de dwazen — dat is: lomperds, die volstrekt ongeschikt zijn om anderen te regeren en ambten te bekleden, worden tot hoge posten en ambten verheven. Het behaagt God soms dat zulke mensen landen en steden regeren, om die zo te plagen. Hebreeuws: de dwaasheid wordt, enzovoort — dat is: zo'n mens die de dwaasheid zelf is.
in grote hoogheden,
Of, in vele hoogheden.
Hertaald:
in grote hoogheden,
Of: in vele hoogheden.
de rijken zitten
Te weten, in wijsheid, of die zinrijk zijn, of die rijk zijn en tegelijk wijs; dat is, die verstand en wetenschap genoeg hebben om de ambten wel te bedienen.
Hertaald:
de rijken zitten
Namelijk: rijk in wijsheid, of mensen die scherpzinnig zijn, of die rijk en tegelijk wijs zijn — dat is: die verstand en kennis genoeg hebben om de ambten goed te bekleden.
in de laagte
Dat is, in een lage plaats, in nederheid.
Hertaald:
in de laagte
Dat is: op een lage plaats, in nederigheid.
knechten te paard
Dat is, zulken, die een knechtelijk onwijs gemoed hadden, of die van knechten en slaven afkomstig waren.
Hertaald:
knechten te paard
Dat is: mensen die een knechtelijk, onverstandig gemoed hadden, of die van knechten en slaven afstamden.
vorsten, gaande als knechten
Dat is, kloeke en verstandige mannen die zodanig een gemoed hadden als de prinsen hebben, of behoorden te hebben.
Hertaald:
vorsten, gaande als knechten
Dat is: flinke en verstandige mannen die zo'n gemoed hadden als vorsten hebben of behoorden te hebben.
op de aarde
Dat is, te voet gaan, ja zelfs anderen dienen.
Hertaald:
op de aarde
Dat is: te voet gaan, ja zelfs anderen dienen.
Wie een kuil graaft
Dat is, wie tegen iemand anders ongelijk berokkent, die zal het kwalijk gaan door Gods rechtvaardig oordeel. Salomo wijst in dit en in het Spr. 10:9 , aan, met vier gelijkenissen, hoe schadelijk de onvoorzichtigheid is. Zie Ps. 62:4 .
Hertaald:
Wie een kuil graaft
Dat is: wie een ander onrecht berokkent, die zal het slecht vergaan door Gods rechtvaardig oordeel. Salomo wijst hier en in Spr. 10:9 met vier vergelijkingen aan hoe schadelijk de onvoorzichtigheid is. Zie Ps. 62:4.
een slang zal hem bijten
De slangen liggen gemeenlijk in de reten en spleten, of in de gaten der muren; als men de muren afbreekt, zo komen zij te voorschijn en bijten of steken degenen, die zij het eerst vinden. Het schijnt dat Salomo hier wil zeggen dat zij, die de wetten en ordinantien der kerk, of politieke wetten verbreken, niet ongestraft zullen blijven.
Hertaald:
een slang zal hem bijten
De slangen liggen gewoonlijk in de reten en spleten of in de gaten van de muren; wanneer men de muren afbreekt, komen zij tevoorschijn en bijten of steken degenen die zij het eerst tegenkomen. Het lijkt erop dat Salomo hier wil zeggen dat zij die de wetten en verordeningen van de kerk of de politieke wetten verbreken, niet ongestraft zullen blijven.
stenen
Te weten grote stenen, die hem te zwaar zijn om te verroeren. Anders: de stenen die zijn nabuurs landpalen van de zijne onderscheiden om alzo zijn akker te vergroten. Zie Deut. 27:17 .
Hertaald:
stenen
Namelijk: grote stenen, die te zwaar voor hem zijn om te verplaatsen. Anders: de stenen die de grenzen van zijn buurman van de zijne scheiden, om zo zijn eigen akker te vergroten. Zie Deut. 27:17.
wegdraagt,
Of, verzet.
Hertaald:
wegdraagt,
Of: verzet.
zal smart daardoor lijden
De zin is: Gelijk degenen, die zware stenen verheffen of verwentelen, of van de ene plaats tot de andere dragen, zware arbeid doen, alzo hebben alle ambten en bedieningen hun zwarigheid.
Hertaald:
zal smart daardoor lijden
De betekenis is: zoals zij die zware stenen optillen, wentelen of van de ene plaats naar de andere dragen zwaar werk verrichten, zo hebben alle ambten en bedieningen hun eigen zwaarte.
in gevaar zijn
Alzo dat hij in het klieven zijn hand of voet of een ander lid van zijn lichaam lichtelijk zal kwetsen of bezeren. Anders: hij zal daardoor warm worden. In deze betekenis wordt het Hebreeuwse woord genomen, 1 Kon. 1:2 . De zin is: Zwaarwichtige zaken worden niet uitgevoerd dan met grote moeite, veel zweet en zwarigheid.
Hertaald:
in gevaar zijn
Zo dat hij bij het klieven gemakkelijk zijn hand of voet of een ander lichaamsdeel zal kwetsen of bezeren. Anders: hij zal het daardoor warm krijgen. In die betekenis wordt het Hebreeuwse woord genomen in 1 Kon. 1:2. De betekenis is: zaken van gewicht worden niet uitgevoerd dan met grote moeite, veel zweet en zwarigheid.
hij
Te weten, die met een stompe bijl hout wil klieven.
Hertaald:
hij
Namelijk: hij die met een stompe bijl hout wil klieven.
het ijzer
Dat is, een ijzer werktuig, hetzij een bijl, of dergelijk instrument.
Hertaald:
het ijzer
Dat is: een ijzeren werktuig, hetzij een bijl of een dergelijk stuk gereedschap.
de snede niet
Hebr. het aangezicht; dat is het voorste deel dat het hout klieft.
Hertaald:
de snede niet
Hebreeuws: het aangezicht — dat is: het voorste deel, dat het hout klieft.
dan moet
Hebr. dan moet hij de krachten versterken.
Hertaald:
dan moet
Hebreeuws: dan moet hij de krachten versterken.
maar de wijsheid
Dat is: maar de wijsheid is de beste hulp om iets terdeegs goed te maken. Anders: maar de wijsheid is een treffelijke beslechting; dat is, als men iets recht en wel verrichten wil, zo is het met geweld niet te doen, gelijk als wanneer men hout klieft, maar met wijsheid en verstand.
Hertaald:
maar de wijsheid
Dat is: maar de wijsheid is de beste hulp om iets goed te doen. Anders: maar de wijsheid is een voortreffelijk middel om iets tot een goed einde te brengen — dat is: wil men iets recht en goed verrichten, dan gaat dat niet met geweld, zoals wanneer men hout klieft, maar met wijsheid en verstand.
eer der bezwering
Of, voor de bezwering, eer zij bezworen wordt. Hebr. zonder bezwering.
Hertaald:
eer der bezwering
Of: vóór de bezwering, voordat zij bezworen wordt. Hebreeuws: zonder bezwering.
is er geen nuttigheid
Dat is, alsdan helpt de bezweerder zijn bewerking niet, maar hare steek is dodelijk. Zie Ps. 58:5 , en Ps. 140:4 . Hebr. zo is er niets overig voor de meester der tong; dat is voor dien die zijne tong tot bezwering gebruikt. Zie dergelijke manier van spreken Gen. 14:13 ; Ps. 140:12 .
Hertaald:
is er geen nuttigheid
Dat is: dan helpt de bezweerder zijn bezwering niet, maar haar steek is dodelijk. Zie Ps. 58:5 en Ps. 140:4. Hebreeuws: dan is er niets over voor de meester van de tong — dat is: voor hem die zijn tong voor bezwering gebruikt. Zie een soortgelijke manier van spreken in Gen. 14:13 en Ps. 140:12.
bezweerder
Versta hierbij: Alzo helpt het een onderzaat niet, dat hij alsdan eerst zijn prins met smekende woorden zoekt te vermurwen, nadat de prins begonnen heeft hem in zijn toorn te straffen. En alzo voorts in het algemeen, dat het tevergeefs is middelen te gebruiken tegen het kwaad als het te laat is. Anders: indien de slang bijt, niet bezworen zijnde, zo is de klapper niet beter.
Hertaald:
bezweerder
Versta hierbij: zo helpt het een onderdaan ook niet dat hij pas met smekende woorden zijn vorst probeert te vermurwen nadat die hem in zijn toorn begonnen is te straffen. En zo in het algemeen: het is tevergeefs middelen tegen het kwaad te gebruiken wanneer het te laat is. Anders: als de slang bijt zonder dat zij bezworen is, dan is de babbelaar er niet beter aan toe.
zijn aangenaam;
Hebr. zijne gunst; dat is, zij maken een wijze man aangenaam, en dienvolgens zijn ze hem bevorderlijk en voordelig.
Hertaald:
zijn aangenaam;
Hebreeuws: zijn gunst — dat is: zij maken een wijs man geliefd, en daarom zijn ze hem tot voordeel en bevordering.
verslinden hemzelven
Dat is, zij brengen hem in verdriet.
Hertaald:
verslinden hemzelven
Dat is: zij brengen hem in verdriet.
zijns monds
Dat is, de woorden zijns monds.
Hertaald:
zijns monds
Dat is: de woorden van zijn mond.
is boze dolligheid
Dat is, schadelijke dolligheid, namelijk omdat zijne dolligheid meer en meer toeneemt.
Hertaald:
is boze dolligheid
Dat is: schadelijke dolheid, namelijk omdat zijn dolheid steeds verder toeneemt.
De dwaas
Dat is, hij maakt wel veel gepraat van hetgeen hij voorheeft te doen, zeggende tot anderen hoe en wat hij al doen wil, alsof hij kon uitvoeren al wat hij wil of voorneemt. Maar hij zal zich bedrogen vinden in zijn ijdele hoop. Zie Jak. 4:13-14 .
Hertaald:
De dwaas
Dat is: hij maakt veel praat over wat hij van plan is te doen en vertelt anderen hoe en wat hij allemaal wil doen, alsof hij alles kon uitvoeren wat hij wil of zich voorneemt. Maar hij zal zich in zijn ijdele hoop bedrogen zien. Zie Jak. 4:13-14.
wat na hem
Of, hoe.
Hertaald:
wat na hem
Of: hoe.
een iegelijk van hen moede
Hebr. hem; een iegelijk van hen.
Hertaald:
een iegelijk van hen moede
Hebreeuws: hem; ieder van hen.
dewijl zij niet weten
Dat is, een zot mag vergeleken worden met dengene, die naar een stad willende gaan, de weg niet weet en derhalve met veel moeite door kromme wegen derwaarts gaat. De zin is: Hij weet niet hoe of op wat wijze hij zal uitvoeren hetgeen hij voorgenomen heeft. Anderen nemen de woorden van het vers in deze zin: De zotten, of vele onverstandige mensen, bekommeren zich met veel zware hoogwichtige zaken, waar zij zichzelf zeer in kwellen, daar zij toch gemene dingen niet weten noch verstaan, zijnde zo bekend als de straat, of weg naar een stad toegaande, die de kinderen en slechte lieden zelfs bekend is. Het schijnt een spreekwoord te zijn. Waardoor grote onwetendheid wordt te kennen gegeven.
Hertaald:
dewijl zij niet weten
Dat is: een dwaas kan vergeleken worden met iemand die naar een stad wil gaan maar de weg niet weet en daarom met veel moeite langs kromme wegen daarheen gaat. De betekenis is: hij weet niet hoe of op welke manier hij zal uitvoeren wat hij zich voorgenomen heeft. Anderen vatten de woorden van dit vers zo op: de dwazen, of veel onverstandige mensen, houden zich bezig met allerlei zware en gewichtige zaken waarin zij zichzelf zeer kwellen, terwijl zij de gewone dingen niet weten of begrijpen die zo bekend zijn als de straat of de weg naar een stad, die zelfs kinderen en eenvoudige mensen kennen. Het lijkt een spreekwoord te zijn waarmee een grote onwetendheid wordt aangeduid.
land, welks koning
Dat is, gij inwoners des lands.
Hertaald:
land, welks koning
Dat is: u, inwoners van het land.
een kind is,
Hetzij in jaren, of in verstand.
Hertaald:
een kind is,
Hetzij in jaren, hetzij in verstand.
vorsten
Dat is, raadsheren, ambtlieden, rechters en dergelijke hoge ambtdragende personen.
Hertaald:
vorsten
Dat is: raadsheren, ambtenaren, rechters en dergelijke hoge ambtsdragers.
tot in den morgenstond
Dat is, ter onbekwamer tijd: te weten te dien tijde als zij behoorden terecht te zitten en raad te houden; zie Jer. 21:12 .
Hertaald:
tot in den morgenstond
Dat is: op een ongepaste tijd, namelijk op het uur waarop zij recht behoorden te spreken en raad te houden. Zie Jer. 21:12.
eten
Dat is, goede sier maken en banketteren.
Hertaald:
eten
Dat is: goede sier maken en feestvieren.
een zoon der edelen is,
Dat is, die van edele stam en afkomst is. Versta hierbij, en die in godzaligheid, wijsheid en alle deugd is opgevoed. Hebr. een zoon der witten; dat is der edelen, die witte kleren plachten te dragen. Zie Neh. 2:16 ; Spr. 22:29 worden de onedelen genoemd verduisterden.
Hertaald:
een zoon der edelen is,
Dat is: iemand die van edele stam en afkomst is. Versta hierbij: en die in godzaligheid, wijsheid en alle deugd is opgevoed. Hebreeuws: een zoon van de witten — dat is: van de edelen, die gewoonlijk witte kleren droegen. Zie Neh. 2:16. In Spr. 22:29 worden de onedelen verduisterden genoemd.
ter rechter tijd eten
Dat is, te dien tijde als men gewoon is te eten; te weten nadat men zijn noodwendige zaken heeft uitgericht.
Hertaald:
ter rechter tijd eten
Dat is: op de tijd waarop men gewoon is te eten, namelijk nadat men zijn noodzakelijke zaken heeft afgehandeld.
tot sterkte
Dat is, om het lichaam te versterken, niet om dronken te worden.
Hertaald:
tot sterkte
Dat is: om het lichaam te versterken, niet om dronken te worden.
grote luiheid
Hebr. twee luiheden; dat is dubbele luiheid, of luiheid van beide handen.
Hertaald:
grote luiheid
Hebreeuws: twee luiheden — dat is: dubbele luiheid, of luiheid van beide handen.
verzwakt het gebint
Anders: zinken de balken; dat is, gaat het huis teniet, en alles gaat verloren.
Hertaald:
verzwakt het gebint
Anders: zakken de balken — dat is: gaat het huis teniet en gaat alles verloren.
door slapheid der handen
Of, nederlating.
Hertaald:
door slapheid der handen
Of: het laten hangen van de handen.
wordt het huis doorlekkende
Of, verlekt het huis. Versta hierbij, hoeveel meer zal het land te schande komen, in hetwelk onachtzame en tot alle ongerechtigheid begeven prinsen regeren.
Hertaald:
wordt het huis doorlekkende
Of: lekt het huis. Versta hierbij: hoeveel te meer zal het land te schande komen waarin achteloze vorsten regeren die zich aan alle ongerechtigheid overgeven.
Men maakt
Hebr. zij zijn makende.
Hertaald:
Men maakt
Hebreeuws: zij zijn makende.
maaltijden
Hebr. brood, gelijk Dan. 5:1 .
Hertaald:
maaltijden
Hebreeuws: brood, zoals in Dan. 5:1.
lachen,
Dat is, tot vrolijkheid, om lustig en vrolijk te zijn.
Hertaald:
lachen,
Dat is: tot vrolijkheid, om opgewekt en blij te zijn.
de levenden,
Of, het leven.
Hertaald:
de levenden,
Of: het leven.
verantwoordt alles
Of, het geld doet alles antwoorden; dat is, het maakt dat ieder ding daar is. Elk ding staat onder de gehoorzaamheid des gelds, derhalve behoorde zich een ieder te benaarstigen dat hij door zijn arbeid en door behoorlijke middelen iets mocht vergaderen en in voorraad hebben.
Hertaald:
verantwoordt alles
Of: het geld doet alles antwoorden — dat is: het zorgt ervoor dat elk ding er is. Elk ding staat onder de gehoorzaamheid van het geld; daarom behoorde ieder zich ervoor in te spannen dat hij door zijn arbeid en met eerlijke middelen iets kan vergaren en in voorraad hebben.
in uw gedachten,
Of, in uw geweten of hart. alsof hij zeide: Al gaat het aldus toe in de hoven der koningen en prinsen, denk en spreek evenwel niet kwalijk van hen; ja zelfs niet in het binnenste en geheimste van uw huis.
Hertaald:
in uw gedachten,
Of: in uw geweten of hart. Alsof hij zei: al gaat het zo toe aan de hoven van de koningen en vorsten, denk en spreek toch geen kwaad van hen, ja zelfs niet in het binnenste en meest verborgen deel van uw huis.
want het gevogelte
Dat is, het zal niet lang verborgen blijven, al zouden het de vogelen des hemels uitbrengen. De koningen en prinsen hebben vele oren en vele ogen, gelijk zij ook lange handen hebben.
Hertaald:
want het gevogelte
Dat is: het zal niet lang verborgen blijven, al zouden de vogels van de hemel het uitbrengen. De koningen en vorsten hebben veel oren en veel ogen, zoals zij ook lange handen hebben.
wegvoeren,
Te weten tot de koning, die het wonderbaarlijk zou wijs worden.
Hertaald:
wegvoeren,
Namelijk: naar de koning, die er op wonderlijke wijze achter zou komen.
het gevleugelde
Hebr. de heer, of de bezitter der vleugelen, of der vederen; dat is die vleugelen hebben; gelijk Spr. 1:17 .
Hertaald:
het gevleugelde
Hebreeuws: de heer of de bezitter van de vleugels of van de veren — dat is: wat vleugels heeft, zoals in Spr. 1:17.
het woord
Of, de zaak.
Hertaald:
het woord
Of: de zaak.
te kennen geven
Te weten aan de koning, die u straffen zou, vernemende dat gij hem gevloekt hebt.
Hertaald:
te kennen geven
Namelijk: aan de koning, die u zou straffen wanneer hij vernam dat u hem vervloekt hebt. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Een dode vlieg doet de zalf des apothekers stinken en opwellen; alzo een weinig dwaasheid een man, die kostelijk is van wijsheid en van eer" (Pred. 10:1). De verhouding is het punt: één vlieg tegenover een hele pot kostbare zalf. Het hoofdstuk werkt dat uit bij het spreken. De woorden van een wijze mond zijn aangenaam, maar de lippen van een zot verslinden hemzelf (Pred. 10:12). Zijn woorden beginnen bij dwaasheid en eindigen bij dolheid (Pred. 10:13), en hij maakt er veel, terwijl niemand weet wat er komen zal (Pred. 10:14). Het hoofdstuk sluit met een waarschuwing die verrassend ver gaat: vloek de koning zelfs niet in uw gedachten, want het gevogelte zou de stem wegvoeren (Pred. 10:20). Bijbelse betekenis: Wat hier gezegd wordt over reputatie is hard maar waar. Een leven lang wijsheid kan door één dwaasheid bedorven worden, en dat is niet eerlijk verdeeld; zo werkt het wel. Merk op dat de vergelijking met zalf gekozen is. Zalf is er om goed te ruiken, en juist daarom valt het bederf zo op. Bij iemand van wie men wijsheid verwacht, wordt de misstap harder gehoord dan bij een ander. Let ook op wat het hoofdstuk daarna doet: het gaat vrijwel meteen over op de mond. Daar begint het meestal, en niet bij grote misdaden. En let op Pred. 10:20. Wie in het verborgene kwaad spreekt, moet er rekening mee houden dat het naar buiten komt; de prediker zegt dat met een spreekwoord en niet met een dreiging. Typologie: Paulus gebruikt hetzelfde soort verhouding voor de gemeente: "Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg" (Gal. 5:9). Pred. 10:1; Pred. 10:12-14; Pred. 10:20; Gal. 5:9 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Ik heb dienaren te paard gezien en vorsten die als dienaren te voet over de aarde gingen. Prediker 10:7 Vaak nemen… Indien hij het ijzer heeft stomp gemaakt, en hij slijpt de snede niet, dan moet hij meerder kracht te werk stellen; maar de wijsheid is een uitnemende zaak,… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Wie hout klieft, zal daardoor in gevaar zijn. Prediker 10:9 Onderdrukkers kunnen arme en behoeftige mensen even gemakkelijk hun wil opleggen… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Prediker 10
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Vorsten als dienaren
Arbeid is niet tevergeefs
Dagelijks door gevaar omringd


Prediker 10
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Ene dode, vergiftige vlieg doet evenzo (zie Hoofdstuk 9: 18) de kostbare zalfolie des apothekers, des zalfbereiders stinken en opzwellen, of gisten, wanneer zij er invalt en verrot, inzonderheid in die oosterse landen, waar veel onreine en vergiftige vliegen zijn, waar de zalfolie ook zuiverder wordt bereid en de lucht veel heter is dan in onze gewesten; alzo een weinig dwaasheid enen man, die kostelijk is van wijsheid en van eer.
Hoe meer iemand uitmunt in wijsheid en aanzien, des te omzichtiger moet hij zijn in zijnen wandel, omdat ene enkele dwaasheid en onvoorzichtigheid zijnen goeden naam kan bevlekken, even als de vlekken het meest en het eerst bespeurd worden op de fijnste en witste klederen. Daarom vermaant ook Paulus de Filippensen (Filipp. 2: 15), dat zij als kinderen Gods, onberispelijk, oprecht en onbestraffelijk zouden zijn te midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welken zij schenen als lichten in de wereld.
De goede naam en achting welke niet dan met veel moeite en door een zorgvuldig wijs gedrag verkregen wordt, kan zeer lichtelijk en slechts door een weinigje dwaasheid verloren worden, omdat de nijd zich ten eerste aan de voortreffelijke verdiensten vasthecht en den minsten misslag of het geringste wangedrag van zulk een mens terstond met vergroting, onder het verheffen van hare bitse stem alom verspreidt en scherpelijk doorstrijkt.
De bedoeling van den Prediker is duidelijk. Ene dode vlieg, ene vergiftige vlieg bederft den arbeid van den zalfbereider, maakt ze waardeloos, zo ook maakt een weinig dwaasheid den wijze tot een dwaas. Zijne wijsheid wordt dan als niets geacht, dewijl de dwaasheid het licht der wijsheid in duisternis heeft omgezet.
Het hart, de gezindheid en het verstand, het willen en denken des wijzen is tot zijne rechter, 1) tot wat recht is, maar het hart eens zots is tot zijne linkerhand, al wat hij denkt en doet, is links en verkeerd, is averechts.
Hij doet niet anders dan hetgeen recht is en goed en alles op de rechte wijze. De dwaas daarentegen gaat net te werk als iemand, die links is. Zulk een mens geraakt dan ook lichtelijk op slinkse en verkeerde wegen en stort zich in het verderf.
Tot geeft hier de richting aan. Het wil hier niet zeggen, dat het hart, dat is het willen en denken van den wijze op zijn rechte plaats zit, maar dat zijn willen en denken uitgaat naar wat recht is. Daarentegen gaat het hart van den dwaas uit naar hetgeen onrecht is.
En ook, wanneer de dwaas op den weg wandelt, zijn hart, zijn verstand ontbreekt hem, zodat hij een ieder op allerlei wijze laat zien, dat hij een dwaas is, waarom hij beter deed met zijne dwaasheid te huis te blijven, en hij zegt tot een iegelijk, dat hij dwaas is, omdat hij zich zelven alleen voor wijs houdt, en dewijl hij een dwaas is, kan hij ook niet anders; want indien hij zich zelven als een dwaas erkende, dan had hij reeds ene schrede op den weg der wijsheid gedaan.
Hoe verstandelozer en geestelozer iemand wordt, des te opgeblazener wordt hij, en des te meer houdt hij alle anderen, in vergelijking met zichzelven, voor dwazen, waardoor hij dan met één het zegel op zijne dwaasheid zet.
De dwaas doet geen schrede zonder dat hij toont, dat zijn verstand er niet bij is, dat hij het, om het zo eens uit te drukken, niet medegenomen, maar te huis heeft gelaten. Ja hij draagt zijne domheid zo in het openbaar ten toon en pocht daarmee alsof het wijsheid ware. Hij zegt in alles, dat hij is een dwaas.
VAN DE OVERHEID EN DE ONDERDANEN. (vs. 4-7).
Als de geest des heersers in toorn en hartstocht tegen uwe bedoeling in, tegen u oprijst, verlaat uwe plaats niet, laat u dan niet van uw stuk brengen, maar blijf bedaard, opdat gij niet, indien gij in ene heftige gemoedsbeweging geraaktet, door ene veranderde houding des lichaams verraden zoudt, wat er in uw hart omging, hetgeen u in gevaar zou brengen; want het is medicijn, het stilt grote zonden, 1) die zulk een heerser in zijne dwaasheid op het punt was tegen u te bedrijven, zodat zij niet tot uitbarsting komen, maar reeds in de geboorte verstikken.
Wanneer de geest eens heersers tegen u oprijst, zo verlaat uwe plaats niet; want Christus heeft u hoger geplaatst en Gods evenbeeld geschonken. Handhaaf u zelven op die van God ontvangen hogere plaats des geloofd en der godzaligheid, opdat gij, als de hoger geplaatste, den bozen geest, die bij den aardsgezinden wereldling oprijst, zoudt kunnen terugdrijven, en opdat uw hart niet door dien geest bevlekt worde, en hij de deuren van uw hart niet in bezit neme.
In het Hebr. Ki marfee janiach chatim gedalim. Het tweede woord is door onze Staten-overzetters vertaald door, medicijn. Dit kan het ook betekenen, maar evenzeer zachtzinnigheid, gelatenheid. En die betekenis moeten we hier hebben. Immers, door niet heen te gaan, wanneer de toorn des heersers opbruist, maar kalm te blijven, kan men diens toorn dikwijls bezweren en veel kwaads voorkomen. Betere vertaling is dan ook: Want gelatenheid zal grote overtredingen verhinderen.
De Engelse vertaling heeft: Inschikkelijkheid bevredigt grote beledigingen of ergernissen en misdrijven.
Er is nog een kwaad dat ik gezien heb onder de zon, als ene dwaling, die uit onverstand, of door opvolging van ene luim, van het aangezicht des oversten voortkomt, van de machthebbers uitgaat, en deze dwaling heeft veel ongelukkiger gevolgen, dan wanneer een onderdaan hetzelfde doet:
Een dwaas, woordelijk de gepersonificeerde dwaasheid wordtb.v. door de gril van enen dwazen vorst gezet in grote hoogheden, maar de rijken, de waarlijk edelen en wijzen, wien alleen rijkdom, eer en aanzien toekomen, zitten in de laagte, worden door hem in armoede gedompeld en aan verachting prijs gegeven.
Ik heb verder dezulken, die wat hun gezindheid betrof, niets anders dan knechten waren, te paard gezien, en als vorsten zien rondrijden (Esther 6: 8 vv.), en daarentegen dezulken, die naar hun gezindheid waarlijk vorsten waren, gaande als knechten te voet op de aarde. 1)
O Heer, hoe gaat het toch zo wonderlijk toe onder de zon! Hoe is alles zo ijdel en juist het omgekeerde van hetgeen het zijn moest! Hoe lang zult Gij het aanzien, dat zij heersen, die geen verstand hebben, en zij, die wijs zijn in U, niet gehoord worden? Zullen Uwe wijzen niet regeren en Uwe koningen, die Gij daartoe verkoren hebt, niet heersen? Wij zien enen anderen tijd naderen, wanneer God den loop der dingen onder de zon veranderen zal, wanneer zon en maan een helderder licht van zich zullen geven, en de duisternis, met hetgeen in haar geschiedt, zal wijken. Dan zullen zij, die waarlijk koningen zijn en het kwade overwonnen hebben in heerlijkheid regeren.
De Prediker erkent hier, dat het slecht is de dwazen te verheffen en in aanzienlijke posten te stellen, terwijl mensen van verstand en vermogen, of die tevens rijk zijn en belang hebben, dat de eigendommen gehandhaafd worden, benevens de zodanigen verlaagd en zelfs door de grote knevelarijen als in de laagte gehouden worden. Het staat ook slecht met het volk als de onwaardigen bevorderd en de waardigsten in het voetzand gehouden, of in het vergeetboek gesteld worden. Het is ongerijmd, dat men geringe dienstlingen of lijfeigenen steeds tot ere-ambten verheven te paard moet zien rijden, schoon zij geen andere verdienste hebben, dan de begunstiging van den gevleiden vorst, die zij naar hun handen weten te zetten, terwijl de edelen des lands, de zonen der groten, die als wijze vorsten waren aan te merken en door alle goede hoedanigheden verre boven deze laffe en lage geesten uitmunten, genoodzaakt zijn om te voet te wandelen en zich allerwege veracht zien of met de geringen onder het volk gelijk gesteld. Wanneer dit gebeurt, mag men wel denken, dat God in Zijne Voorzienigheid de goddeloze volken straft.
1) Wie a) enen kuil graaft, zal lichtelijk zelf daarin vallen; en wie enen ouden muur doorbreekt, ene slang, die zo gaarne op zulke plaatsen huist, zal hem bijten (Jes. 34: 15 34.15 Amos 5: 19).
Spreuken 26: 27.
In vs. 8-11 wordt door voorbeelden, uit het dagelijks leven genomen, aangemaand tot het betrachten der wijsheid, ook in de meest gewone dingen des levens. Sommigen menen, dat deze met de vorige, waarin van de Overheid en de onderdanen sprake is, ten nauwste verbonden moeten worden. Noodzakelijk is dit niet, terwijl zelfs het verband moeilijk in alle delen is aan te wijzen. De Prediker vermaant hier veeleer, om toe te zien bij al wat men doet, zijne maatregelen te nemen bij moeilijke en gevaarlijke bezigheden. Dit is zowel op tijdelijk als op geestelijk gebied waar.
Al wat hier van het tijdelijke gezegd wordt, of aan het tijdelijke ontleend wordt heeft ongetwijfeld een geestelijke en zedelijke betekenis.
Of wie stenen wegdraagt, volgens anderen: wie stenen uit de aarde losbreekt, zal smart daardoor lijden, zich licht pijn doende; en wie hout klieft, zal daardoor licht in gevaar zijn, zich te kwetsen, wanneer de bijl uitschiet, of een splinter van het hout afspringt.
Indien hij het ijzer van den bijl heeft stomp gemaakt, en hij slijpt de snede niet, dan moet hij meerder kracht met zijn bijl te werk stellen, maar hij zal toch ondanks al zijne inspanning weinig kunnen uitrichten; zo gaat het ook met die zotten, die de edelen en wijzen uit hun plaats verdrongen hebben, zij kunnen zich niet staande houden, want hun hart is een stompen bijl gelijk, die trots alle inspanning niet snijden wil; maar de wijsheid is ene uitnemende zaak om iets recht te maken. Volgens den Duitsen tekst: daarentegen veel meer voordeel brengt het aan, met de wijsheid naarstig om te gaan, en met haar enen gelaten, nederigen en daarbij toch nijveren zin te hebben; dat leidt sneller en zekerder tot het geluk, ja tot het bestendige, ware geluk.
De wijsheid munt onder anderen ook daarin boven de dwaasheid en het onverstand uit, dat zij hare bezitters en beminnaars onderwijst en bekwaam maakt, om alles goed in te richten en uit te voeren, zodat zij zelfs de werken der dwazen op uitstekende wijze weet te verbeteren.
Daarom maak vlijtig en ter rechter tijd gebruik van de middelen, die de wijsheid u aanbiedt, wees werkzaam en omzichtig; want indien de slang gebeten heeft, eer de bezwering geschied is, dan is er gene nuttigheid voor den allerwelsprekendsten bezweerder, die de kunst verstaat, om door het uitspreken van toverspreuken vergiftige slangen onschadelijk te maken en te verdrijven; verzuimt hij echter zijne kunst te rechter tijd uit te oefenen, dan baat ze hem niet.
Het Hebreeuwse baäl halaschon kan ook de “snapper de babbelaar” betekenen, daar het woordelijk vertaald door: heer der tong, in welken zin Luther het ook opvat. Dewijl echter in het overige gedeelte van het vers gesproken wordt van de kunst om slangen te bezweren, zo moet “heer der tong, een die vaardig is met zijne tong,” ongetwijfeld een bezweerder aanduiden, die de kunst verstaat, om met ene radde tong krachtige toverspreuken zacht te murmelen. -Ongetwijfeld onderstelt de Prediker hier niet alleen de mogelijkheid, maar ook het werkelijk bestaan van de kunst om slangen te bezweren, zo als die ook thans veel in het Oosten beoefend wordt. (Vergelijk daarover Exodus 7: 9 Psalm 58: 5 vv. Mark. 16: 18. Luk. 10: 19).
De woorden van enen wijzen mond zijn aangenaam, een wijze moet dus niet zwijgen, zo als die nalatige slangenbezweerder deed; maar dikwijls en te rechter tijd spreken, omdat hij daardoor veel goeds kan stichten, en zich zelven de liefde en toegenegenheid der harten kan verwerven; maar de lippen van enen zot verslinden hem zelven, 1) zij doen anderen geen nut, verwekken veeleer afkeer en richten hem veeltijds ten gronde (Spreuken 15: 2; 10: 8,21; 13: 16).
Wijsheid is het, zoals de vorige Spreuken getoond hebben, voorzorgsmaatregelen te nemen, zich te voren van de rechte middelen te verzekeren en den rechten tijd waar te nemen. Deze drieërlei karaktertrek van den wijze heeft vs. 11 door een voorbeeld, genomen uit de kring van iemand, wien de tong tot werktuig dient, duidelijk gemaakt. Een Spreuk komt alzo niet ongemerkt, die betrekking heeft op dat, wat de rede zowel van den wijze als van den dwaas uitwerkt.
De lippen des dwazen maken hem niet alleen verachtelijk en belachenswaardig, maar brengen hem ook dikwijls in gevaar en storten hem wel eens in het verderf, hetzij door zijne oproerigheid of door zijne goddeloosheid. Zo sprak Adonia dwaselijk tegen zijn eigen leven en dus zijn voor velen hun tongen ten verderf geweest.
Het begin der woorden zijns mond is dwaasheid, en het eindeder woorden zijns monds is wederom niets dan boze, anderen en hemzelven schade aanbrengende dolligheid; hij mag zeggen wat hij wil, er komt niets verstandigs, maar enkel onzin uit zijnen mond voort (Spreuken 18: 7).
De dwaas maakt wel vele woorden, daar toch zijne woorden, die van zijn onverstand (vs. 13) getuigen, weinigen moeten zijn. Bovendien spreekt hij het liefst over die dingen, welke hij in het geheel niet weten en beoordelen kan, namelijk over de duistere toekomst; maar hoe zou hij de toekomst kennen; want toch de mens op zich zelf weet reeds niet, wat het zij, dat geschieden zal; en een voorspeller van de toekomst is er evenmin; want wat na hem geschieden zal, wie onder de mensen zal het hem te kennen geven (Prediker 6: 12)? 1)
De ongerijmdheden van den veelprater worden bevestigd door algemene onwetendheid en menselijke onmacht, welke echter voornamelijk heersende, is bij de onkundige dwazen.
Duidelijk gispt hier de Prediker het spreken over dingen, waarvan men niets weet met zekerheid, en vooral het spreken van den dwaze daarover, van den onwetende. Deze wil liefst voor een alleswetende doorgaan, terwijl hij toch in den grond der zaak niets weet.
Van zulk een ijdel gesnap is zijne geestelijke traagheid en onmacht de eigenlijke oorzaak: De arbeid der zotten is van weinig betekenis; wel is waar schijnen zij zich soms geweldig in te spannen, maar ‘t is ook slechts voor een ogenblik, want die arbeid maakt een iegelijk van hen moede, waarom zij hem ook weer laten varen. Dit is echter geen wonder, dewijl zij niet eens, zo als het spreekwoord zegt, weten naar de stad te gaan, 1) ofschoon de weg daarheen zo veel begaan wordt, en daarom zo gemakkelijk te vinden is; ook de eenvoudigste en meest alledaagse zaken zijn voor hen nog te hoog.
Denk aan de stad des levenden Gods (Hebr. 12: 22); en leer den weg daarheen, die smal en niet gemakkelijk te vinden is, goed kennen. (Luk. 13: 24).
De weg naar de stad is, wat wij noemen: de bekende weg. De Prediker spreekt hier van de dwazen en zotten, dat zij zich aanstellen, alsof zij alles tot een goed einde willen en zullen brengen, alle diepzinnige vraagstukken zullen oplossen, maar al heel spoedig vermoeit hen alles, dewijl de meest bekende en zeer alledaagse zaken voor hen nog te hoog zijn.
1) Welk een treurige aanblik is het echter inzonderheid, wanneer een zwak, onbeduidend vorst den troon bestijgt! a) Wee u, land! welks koning een kind, alzo een onervaren, een voor de regering ongeschikte dwaas is (1 Koningen 3: 7), en welks b) vorsten reeds in den morgenstond eten, en zo hun leven in wellusten doorbrengen.
Jes. 3: 4,12. Hos. 13: 11. b) Jes. 5: 11. Amos 6: 4.
Ofschoon een bekwaam vorst dikwijls een vloek voor zijn land is, zo is zijn bestuur toch noch voor ene weldaad Gods te achten, wanneer daarmee vergeleken wordt het verderfelijk bestuur van den groten hoop, die zijne banden verscheurt en ene onbetamelijke, ongebonden vrijheid verkregen heeft, waarvan genoeg voorbeelden uit de oudere en nieuwere tijden kunnen gevonden worden.
Met vs. 16 keert de Prediker weer terug tot zijne Spreuken, omtrent de Overheid en de onderdanen, de regering van het land. Hij spreekt het wee uit over het land, noemt het land ongelukkig, welks koning een kind is, dat is een minderjarige, die door slechte, voor alles veil zijnde raadslieden omringd is, door vorsten, die reeds in den morgenstond eten.
Dit laatste komt ons wellicht vreemd voor. Maar men wete vooreerst, dat eten hier opgevat moet worden in den zin van, het leven als een eten beschouwen, als een opgaan in den wellust en de genoegens der wereld.
En vervolgens, dat de vrome Israëliet den morgenstond wijdde aan het gebed en zich sterkte door het gebed tot den arbeid, terwijl de gemeenschappelijke maaltijd eerst om 12 uur werd aangericht.
Bij deze vorsten, die hier bedoeld worden, had echter het eten de plaats van het gebed ingenomen. Van allen godsdienst, innerlijken, geestelijken godsdienst, waren zij gespeend. En daarom kon een vorst, die door zulke wellustelingen en dienaren van den god des buiks omringd was, niet gelukkig regeren.
Welgelukzalig zijt gij daarentegen, land! welks koning een zoon der edelen, niet alleen naar zijne geboorte, maar veel meer naar zijne gezindheid, is, en welks vorsten ter rechter tijd eten en drinken; tot sterkte, en niet tot drinkerij, 1) die alzo een goed gebruik maken van de gaven Gods (Psalm 104: 15. 1 Tim. 5: 23. Spreuken 31: 4).
Dit vers vormt een volstrekte tegenstelling met het vorige. Hier wordt gesproken van een koning, een vorst, wiens raadslieden mannen zijn, die ter rechter tijd eten, voor wie niet de buik een afgod is, maar die in waarheid allereerst vragen naar hetgeen op geestelijk en zedelijk gebied te verrichten is. De koning wordt een zoon der edelen genoemd, en dit laatste edelen is inzonderheid op te vatten in ethischen zin.
In vs. 16 wordt van den dwaze op den troon, in vs. 17 van den wijze als heerser gesproken.
Door grote luiheid verzwakt het gebinte van een huis, totdat het eindelijk instort, en door slapheid der handen wordt het huiseindelijk doorlekkende; want de regen zal overal door de niet dicht gemaakte gaten van het dak en de zoldering heendringen; evenzo moet ook het gebouw van den staat eindelijk instorten, wanneer trage vorsten, die zich daarbij aan brasserijen overgeven, aan het hoofd staan.
Zie voor alle dingen toe, dat niet het huis uwer ziel door uwe nalatigheid te gronde gericht wordt, doordien gij uw vlees en deszelfs zondige neigingen heerschappij over u laat voeren.
Vergeten de regeerders hun plicht, terwijl zij hun hoge plaats misbruiken, hun lust den vrijen teugel laten, zo wordt het rijk tot een bouwvallig en geen toevlucht meer biedend huis en ten leste tot een ingestort gebouw.
Men maakt, of zij, namelijk zulke verderfelijke heersers maken maaltijden om te lachen, alzo niet om zich te versterken, maar om zich aan onzinnige vreugde te kunnen overgeven, en de wijn verheugt de levenden, of hun leven en het geld verantwoordt alles. Doet hun alles verrichten.
Daarop beroemen zich goddeloze heersers, dat zij zich met hun door afpersingen opgehoopte schatten elk genot verschaffen, allen tegenstand der wereld overwinnen en hun lust den vrijen teugel kunnen laten.
Moet gij te midden van zulke geweldenaars leven, wees dan, indien gij u niet nodeloos in het ongeluk wilt brengen, listig als de slangen, en a) vloek den koning niet, zelfs niet in uwe gedachten, en vloekook den rijke, den vorst, die in den raad des konings zit, niet in het binnenste uwer slaapkamer; want het gevogelte des hemels zou de stem wegvoeren, en het gevleugelde zou het woord te kennen geven; 1) langs voor u onbekende, onbegrijpelijke wegen zou zelfs de gezindheid uws harten aan zulk enen koning bekend worden; daarom duld en zwijg, opdat gij u als een wijze gedraagt en niettegenstaande den rampspoed, gelukkig blijft.
Exodus 22: 28.
Men moet, al maken de Overheden zich al aan sommige dwalingen schuldig, toch hun regeringswijze niet altoos en overal zoeken te bekladden, maar de menselijkheid wat toegeven en liever inschikkelijk over hen zijn, wier oogluiking wij zelf soms zozeer behoeven en die ons door hun macht alom de voet kunnen dwars zetten.
Ook hier wederom komt de Prediker tot de slotsom, om de Overheid te eren, niet alleen de goeden, maar ook de kwaden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel