Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde, als het volkH5971 zich was beklagendeH596, dat het kwaadH7451 was in de orenH241 des HEERENH3068; want de HEEREH3068hoordeH8085 het, zodat Zijn toornH639ontstakH2734, en het vuurH784 des HEERENH3068 onder hen ontbranddeH1197, en verteerdeH398, in het uitersteH7097 des legersH4264.En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.
KJVAnd when the people2complained,3it displeased4the LORD:6and the LORD8heard7it; and his anger10was kindled;9and the fire13of the LORD14burnt11among them, and consumed15them that were in the uttermost parts16of the camp.
2Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen riepH6817 het volkH5971totH413MozesH4872; en MozesH4872badH6419totH413 den HEEREH3068; en het vuurH784 werd gedemptH8257.Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt.
KJVAnd the people2cried1unto Moses;4and when Moses6prayed5unto the LORD,8the fire10was quenched.
1וַיִּצְעַ֥קH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)2הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5וַיִּתְפַּלֵּ֤לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication6מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וַתִּשְׁקַ֖עH8257verdronken, zinken, gedemptmake deep, let down, drown, quench, sink10הָאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
3Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarom noemdeH7121 hij den naamH8034 dier plaatsH4725Thab-eraH8404, omdatH3588 het vuurH784 des HEERENH3068 onder hen gebrandH1197 had.Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had.
KJVAnd he called1the name2of the4place3Taberah:5because the fire9of the LORD10burnt
1וַיִּקְרָ֛אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2שֵֽׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)4הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5תַּבְעֵרָ֑הH8404Thab-eraTaberah6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7בָעֲרָ֥הH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste8בָ֖ם9אֵ֥שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
4En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En het gemene volkH628, datH834 in het middenH7130 van hen was, werd met lustH8378bevangenH183; daarom zo weendenH1058ookH1571 de kinderenH1121IsraelsH3478wederomH7725, en zeidenH559: WieH4310 zal ons vleesH1320 te etenH398 geven?En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
KJVAnd the mixt multitude1that was among3them fell a lusting:4and the children9of Israel10also wept7again,6and said,11Who shall give us flesh14to eat?
1וְהָֽאסַפְסֻף֙H628gemene volkmixt multitude2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3בְּקִרְבּ֔וֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self4הִתְאַוּ֖וּH183begeert, begeerd, gelustencovet, (greatly) desire, be desirous, long, lust (after)5תַּאֲוָ֑הH8378begeerte, lust, wensdainty, desire, [idiom] exceedingly, [idiom] greedily, lust(ing), pleasant. See also H6914 (קִבְרוֹת הַתַּאֲוָה)6וַיָּשֻׁ֣בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7וַיִּבְכּ֗וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep8גַּ֚םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God13יַאֲכִלֵ֖נוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14בָּשָֽׂרH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin
5Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Wij gedenkenH2142 aan de vissenH1710, dieH834 wij in EgypteH4714 om niet atenH398; aan de komkommersH7180, en aan de pompoenenH20, en aan het lookH2682, en aan de ajuinenH1211, en aan het knoflookH7762.Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
KJVWe remember1the fish,3which we did eat5in Egypt6freely;7the cucumbers,9and the melons,11and the leeks,13and the onions,15and the garlick:
1זָכַ֨רְנוּ֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַדָּגָ֔הH1710vis, vissenfish4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נֹאכַ֥לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6בְּמִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7חִנָּ֑םH2600om niet, zonder oorzaak, tevergeefswithout a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain8אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַקִּשֻּׁאִ֗יםH7180komkommerscucumber10וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָֽאֲבַטִּחִ֔יםH20pompoenenmelon12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הֶחָצִ֥ירH2682gras, hooi, lookgrass, hay, herb, leek14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַבְּצָלִ֖יםH1211ajuinenonion16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַשּׁוּמִֽיםH7762knoflookgarlic
6Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Maar nuH6258 is onze zielH5315dorH3002, er is niet met alH3605, behalve dit ManH4478 voor onze ogenH5869!Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
KJVBut now our soul2is dried away:3there is nothing at all, beside6this manna,8before our eyes.
1וְעַתָּ֛הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2נַפְשֵׁ֥נוּH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it3יְבֵשָׁ֖הH3002dorre, dor, drogendried (away), dry4אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5כֹּ֑לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בִּלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַמָּ֥ןH4478Man, Mannamanna9עֵינֵֽינוּH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
7Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7HetH1931ManH4478 nu was als korianderzaadH1407, en zijn verfH5869 was als de verfH5869 van den bedolahH916.Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
KJVAnd the manna1was as coriander3seed,2and the colour5thereof as the colour6of bdellium.
8Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Het volkH5971liepH7751 hier en daar, en verzameldeH3950 het, en maaldeH2912 het met molensH7347, ofH176stietH1743 het in mortierenH4085, en zoodH1310 het in pottenH6517, en maakteH6213 daarvan koekenH5692; en zijnH1961smaakH2940 was als de smaakH2940 van de beste vochtigheidH3955 der olieH8081.Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
KJVAnd the people2went about,1and gathered3it, and ground4it in mills,5or beat7it in a mortar,8and baked9it in pans,10and made11cakes13of it: and the taste15of it was as the taste16of fresh17oil.
1שָׁטוּ֩H7751trekken, Trek, doorlopengo (about, through, to and fro), mariner, rower, run to and fro2הָעָ֨םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3וְלָֽקְט֜וּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean4וְטָחֲנ֣וּH2912malende, maal, maaldegrind(-er)5בָרֵחַ֗יִםH7347molen, molens, molenstenenmill (stone)6א֤וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether7דָכוּ֙H1743stietbeat8בַּמְּדֹכָ֔הH4085mortierenmortar9וּבִשְּׁלוּ֙H1310koken, gezoden, gekooktbake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden)10בַּפָּר֔וּרH6517pot, pottenpan, pot11וְעָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עֻג֑וֹתH5692koekencake (upon the hearth)14וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15טַעְמ֔וֹH2940smaak, gelaat, redeadvice, behaviour, decree, discretion, judgment, reason, taste, understanding16כְּטַ֖עַםH2940smaak, gelaat, redeadvice, behaviour, decree, discretion, judgment, reason, taste, understanding17לְשַׁ֥דH3955sap, vochtigheidfresh, moisture18הַשָּֽׁמֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine
9En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En wanneer de dauwH2919 des nachtsH3915opH5921 het legerH4264nedervielH3381, vielH3381 het ManH4478opH5921 hetzelve neder.En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
KJVAnd when the dew2fell1upon the camp4in the night,5the manna7fell
1וּבְרֶ֧דֶתH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2הַטַּ֛לH2919dauw, dauwsdew3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַֽמַּחֲנֶ֖הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents5לָ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)6יֵרֵ֥דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7הַמָּ֖ןH4478Man, Mannamanna8עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
10Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen hoordeH8085MozesH4872 het volkH5971wenenH1058 door hun huisgezinnenH4940, een iederH376 aan de deurH6607 zijner hutH168; en de toornH639 des HEERENH3068ontstakH2734zeerH3966; ook was het kwaadH7489 in de ogenH5869 van MozesH4872.Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
KJVThen Moses2heard1the people4weep5throughout their families,6every man7in the door8of his tent:9and the anger11of the LORD12was kindled10greatly;13Moses15also was displeased.16
1וַיִּשְׁמַ֨עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5בֹּכֶה֙H1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep6לְמִשְׁפְּחֹתָ֔יוH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)7אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8לְפֶ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place9אָהֳל֑וֹH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)11אַ֤ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well14וּבְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses16רָֽעH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse
11En Mozes zeide tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En MozesH4872zeideH559totH413 de HEEREH3068: WaaromH4100 hebt Gij aan Uw knechtH5650kwalijkH7489 gedaan, en waaromH4100 heb ik geenH3808genadeH2580 in Uw ogenH5869gevondenH4672, dat Gij den lastH4853 van ditH2088ganseH3605volkH5971opH5921 mij legtH7760?En Mozes zeide tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?
KJVAnd Moses2said1unto the LORD,4Wherefore hast thou afflicted6thy servant?7and wherefore have I not found10favour11in thy sight,12that thou layest13the burden15of all this people
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לָמָ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6הֲרֵעֹ֨תָ֙H7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse7לְעַבְדֶּ֔ךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8וְלָ֛מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10מָצָ֥תִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11חֵ֖ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured12בְּעֵינֶ֑יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)13לָשׂ֗וּםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מַשָּׂ֛אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)19עָלָֽיH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
12Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Heb ik dan alH3605ditH2088volkH5971ontvangenH2029? heb ikH595 het gebaardH3205? dat Gij totH413 mij zoudt zeggenH559: DraagH5375 het in uw schootH2436, gelijk als een voedstervaderH539 den zuigelingH3243draagtH5375, tot dat landH127, hetwelkH834 Gij hun vaderenH1gezworenH7650 hebt?Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
KJVHave I conceived2all this people?5have I begotten9them, that thou shouldest say11unto me, Carry13them in thy bosom,14as a nursing father17beareth16the sucking child,19unto the land21which thou swarest23unto their fathers?
1הֶאָנֹכִ֣יH595ik, mijI, me, [idiom] which2הָרִ֗יתִיH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor3אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which9יְלִדְתִּ֑יהוּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11תֹאמַ֨רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֵלַ֜יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13שָׂאֵ֣הוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield14בְחֵיקֶ֗ךָH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within15כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16יִשָּׂ֤אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield17הָאֹמֵן֙H539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19הַיֹּנֵ֔קH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)20עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21הָֽאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land22אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23נִשְׁבַּ֖עְתָּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear24לַאֲבֹתָֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
13Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Van waar zou ik het vleesH1320 hebben, om alH3605ditH2088volkH5971 te geven? WantH3588 zij wenenH1058tegenH5921 mij, zeggendeH559: GeefH5414 ons vleesH1320, dat wij etenH398!Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!
KJVWhence1should I have flesh3to give4unto all this people?6for they weep9unto me, saying,11Give12us flesh,14that we may eat.
1מֵאַ֤יִןH370vanwaar?whence, where2לִי֙3בָּשָׂ֔רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin4לָתֵ֖תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9יִבְכּ֤וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep10עָלַי֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12תְּנָהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לָּ֥נוּ14בָשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin15וְנֹאכֵֽלָהH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
14Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Ik alleen kanH3201alH3605ditH2088volkH5971nietH3808dragenH5375; wantH3588 het is mij te zwaarH3515!Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!
KJVI am not able2to bear5all this people8alone,4because it is too heavy
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אוּכַ֤לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3אָנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which4לְבַדִּ֔יH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength5לָשֵׂ֖אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11כָבֵ֖דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick12מִמֶּֽנִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
15En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En indien GijH859 alzo aan mij doetH6213, doodH2026 mij tochH4994slechtsH2026, indienH518 ik genadeH2580 in Uw ogenH5869gevondenH4672 heb; en laat mij mijn ongelukH7451nietH408aanzienH7200!En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!
KJVAnd if thou deal4thus with me, kill6me, I pray thee, out of hand,8if I have found10favour11in thy sight;12and let me not see14my wretchedness.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2כָּ֣כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus3אַתְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4עֹ֣שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לִּ֗י6הָרְגֵ֤נִיH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely7נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh8הָרֹ֔גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10מָצָ֥אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11חֵ֖ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured12בְּעֵינֶ֑יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)13וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than14אֶרְאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15בְּרָעָתִֽיH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
16En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de HEEREH3068zeideH559totH413MozesH4872: VerzamelH622 Mij zeventigH7657mannenH376 uit de oudstenH2205 van IsraelH3478, dewelkeH3045 gij weet, dat zijH1992 de oudstenH2205 des volksH5971 en deszelfs ambtliedenH7860 zijn; en gij zult hen brengenH3947 voor de tentH168 der samenkomstH4150, en zij zullen zich daarH8033bijH5973 u stellenH3320.En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Gather5unto me seventy7men8of the elders9of Israel,10whom thou knowest12to be the elders15of the people,16and officers17over them; and bring18them unto the tabernacle21of the congregation,22that they may stand
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5אֶסְפָהH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw6לִּ֞י7שִׁבְעִ֣יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)8אִישׁ֮H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9מִזִּקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator10יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יָדַ֔עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14הֵ֛םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye15זִקְנֵ֥יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator16הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17וְשֹׁטְרָ֑יוH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler18וְלָקַחְתָּ֤H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win19אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent22מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)23וְהִֽתְיַצְּב֥וּH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)24שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither25עִמָּֽךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
17Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Zo zal Ik afkomenH3381 en met u aldaarH8033sprekenH1696; en van den GeestH7307, dieH834opH5921 u is, zal Ik afzonderenH680, en opH5921 hen leggenH7760; en zij zullen met u den lastH4853 van dit volkH5971dragenH5375, opdat gij dien alleen nietH3808draagtH5375.Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.
KJVAnd I will come down1and talk2with thee there: and I will take5of the spirit7which is upon thee, and will put10it upon them; and they shall bear12the burden14of the people15with thee, that thou bear
1וְיָרַדְתִּ֗יH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2וְדִבַּרְתִּ֣יH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3עִמְּךָ֮H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4שָׁם֒H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither5וְאָצַלְתִּ֗יH680afzonderen, afzonderende, benauwderkeep, reserve, straiten, take6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הָר֛וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וְשַׂמְתִּ֣יH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12וְנָשְׂא֤וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield13אִתְּךָ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14בְּמַשָּׂ֣אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute15הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17תִשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield18אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you19לְבַדֶּֽךָH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
18En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En totH413 het volkH5971 zult gij zeggenH559: HeiligtH6942 u tegen morgenH4279, en gij zult vleesH1320etenH398; wantH3588 gij hebt voor de orenH241 des HEERENH3068geweendH1058, zeggendeH559: WieH4310 zal ons vleesH1320 te etenH398 geven? wantH3588 het ging ons wel in EgypteH4714! Daarom zal de HEEREH3068 u vleesH1320 geven, en gij zult etenH398.En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.
KJVAnd say3thou unto the people,2Sanctify4yourselves against to morrow,5and ye shall eat6flesh:7for ye have wept9in the ears10of the LORD,11saying,12Who shall give us flesh15to eat?14for it was well17with us in Egypt:19therefore the LORD21will give20you flesh,23and ye shall eat.
19Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Gij zult niet eenH259dagH3117, noch twee dagenH3117etenH398, nochH3808vijfH2568dagenH3117, nochH3808tienH6235dagenH3117, nochH3808twintigH6242dagenH3117;Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;
KJVYe shall not eat4one3day,2nor two days,6nor five8days,9neither ten11days,12nor twenty14days;
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3אֶחָ֛דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4תֹּאכְל֖וּןH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יוֹמָ֑יִםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8חֲמִשָּׁ֣הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)9יָמִ֗יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10וְלֹא֙H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11עֲשָׂרָ֣הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen12יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13וְלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14עֶשְׂרִ֥יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)15יֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
20Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Tot een gehele maandH2320 toe, totdat het uit uw neusH639uitgaH3318, en u tot walgingH2214zijH1961; overmitsH3282 gij den HEEREH3068, Die in het middenH7130 van u is, verworpenH3988 hebt, en hebt voor Zijn aangezichtH6440geweendH1058, zeggendeH559: WaaromH4100 nu zijn wij uit EgypteH4714getogenH3318?Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?
KJVBut even a whole month,2until it come out6at your nostrils,7and it be loathsome10unto you: because11that ye have despised13the LORD15which is among17you, and have wept18before19him, saying,20Why came we forth23out of Egypt?
1עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet2חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon3יָמִ֗יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4עַ֤דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יֵצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7מֵֽאַפְּכֶ֔םH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath8וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לָכֶ֖ם10לְזָרָ֑אH2214walgingloathsome11יַ֗עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מְאַסְתֶּ֤םH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17בְּקִרְבְּכֶ֔םH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self18וַתִּבְכּ֤וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep19לְפָנָיו֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet21לָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why22זֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)23יָצָ֥אנוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter24מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
21En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En MozesH4872zeideH559: ZeshonderdH8337duizendH505 te voetH7273 is dit volkH5971, in welks middenH7130ikH595 ben; en GijH859 hebt gezegdH559: Ik zal hun vleesH1320gevenH5414, en zij zullen een gehele maandH2320etenH398!En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!
KJVAnd Moses2said,1The people,7among10whom I am, are six3hundred4thousand5footmen;6and thou hast said,12I will give14them flesh,13that they may eat16a whole18month.
1וַיֹּאמֶר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁה֒H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth4מֵא֥וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5אֶ֨לֶף֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand6רַגְלִ֔יH7273voet, voetvolks, voetgangers(on) foot(-man)7הָעָ֕םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which10בְּקִרְבּ֑וֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self11וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12אָמַ֗רְתָּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13בָּשָׂר֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin14אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לָהֶ֔ם16וְאָכְל֖וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite17חֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon18יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
22Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zullen dan voor hen schapenH6629 en runderenH1241geslachtH7819 worden, dat voor hen genoegH4672 zij? zullen alH3605 de vissenH1709 der zeeH3220 voor hen verzameldH622 worden, dat voor hen genoegH4672 zij?Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?
KJVShall the flocks1and the herds2be slain3for them, to suffice5them? or shall all the fish10of the sea11be gathered together12for them, to suffice
1הֲצֹ֧אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)2וּבָקָ֛רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox3יִשָּׁחֵ֥טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter4לָהֶ֖ם5וּמָצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6לָהֶ֑ם7אִ֣םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10דְּגֵ֥יH1709vissen, Vispoort, visfish11הַיָּ֛םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)12יֵאָסֵ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw13לָהֶ֖ם14וּמָצָ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on15לָהֶֽם
23Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Doch de HEEREH3068zeideH559totH413MozesH4872: Zou dan des HEERENH3068handH3027verkortH7114 zijn? Gij zult nuH6258zienH7200, of Mijn woordH1697 u wedervarenH7136 zal, of nietH3808.Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Is the LORD'S6hand5waxed short?7thou shalt see9now whether my word11shall come to pass
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5הֲיַ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7תִּקְצָ֑רH7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex8עַתָּ֥הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas9תִרְאֶ֛הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10הֲיִקְרְךָ֥H7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed11דְבָרִ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
24En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En MozesH4872 ging uit, en sprakH1696 de woordenH1697 des HEERENH3068totH413 het volkH5971; en hij verzameldeH622zeventigH7657mannenH376 uit de oudstenH2205 des volksH5971, en steldeH5975 hen rondomH5439 de tentH168.En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.
KJVAnd Moses2went out,1and told3the people5the words7of the LORD,8and gathered9the seventy10men11of the elders12of the people,13and set14them round about16the tabernacle.
1וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וַיְדַבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וַיֶּאֱסֹ֞ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw10שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)11אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12מִזִּקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator13הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14וַֽיַּעֲמֵ֥דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry15אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16סְבִיבֹ֥תH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side17הָאֹֽהֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
25Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen kwam de HEEREH3068 af in de wolkH6051, en sprakH1696totH413 hem, en afzonderendeH680vanH4480 den GeestH7307, dieH834 op hem was, legdeH5414 Hem opH5921 de zeventigH7657mannenH376, die oudstenH2205; en het geschieddeH1961, als de GeestH7307opH5921 hen rustteH5117, dat zij profeteerdenH5012, maar daarna niet meer.Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.
KJVAnd the LORD2came down1in a cloud,3and spake4unto him, and took6of the spirit8that was upon him, and gave11it unto the seventy13elders:15and it came to pass, that, when the spirit19rested17upon them, they prophesied,20and did not cease.
1וַיֵּ֨רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בֶּעָנָן֮H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)4וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5אֵלָיו֒H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וַיָּ֗אצֶלH680afzonderen, afzonderende, benauwderkeep, reserve, straiten, take7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הָר֨וּחַ֙H7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וַיִּתֵּ֕ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)14אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15הַזְּקֵנִ֑יםH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator16וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17כְּנ֤וֹחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)18עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הָר֔וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)20וַיִּֽתְנַבְּא֖וּH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet21וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יָסָֽפוּH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield
26Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Maar tweeH8147mannenH582 waren in het legerH4264overgeblevenH7604; des enenH259naamH8034 was EldadH419, en des anderen naamH8034MedadH4312; en die GeestH7307rustteH5117opH5921 hen (want zijH1992 waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tentH168nietH3808uitgegaanH3318 waren), en zij profeteerdenH5012 in het legerH4264.Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.
KJVBut there remained1two2of the menin the camp,4the name5of the one6was Eldad,7and the name8of the other9Medad:10and the spirit13rested11upon them; and they were of them that were written,15but went not out17unto the tabernacle:18and they prophesied19in the camp.
1וַיִּשָּׁאֲר֣וּH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest2שְׁנֵֽיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3אֲנָשִׁ֣יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4בַּֽמַּחֲנֶ֡הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents5שֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6הָאֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7אֶלְדָּ֡דH419EldadEldad8וְשֵׁם֩H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9הַשֵּׁנִ֨יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)10מֵידָ֜דH4312MedadMedad11וַתָּ֧נַחH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)12עֲלֵיהֶ֣םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָר֗וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)14וְהֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye15בַּכְּתֻבִ֔יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יָצְא֖וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter18הָאֹ֑הֱלָהH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent19וַיִּֽתְנַבְּא֖וּH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet20בַּֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
27Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen liepH7323 een jongenH5288 heen, en boodschapteH5046 aan MozesH4872, en zeideH559: EldadH419 en MedadH4312profeterenH5012 in het legerH4264.Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.
KJVAnd there ran1a young man,2and told3Moses,4and said,5Eldad6and Medad7do prophesy8in the camp.
28En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En JozuaH3091, de zoonH1121 van NunH5126, de dienaarH8334 van MozesH4872, een van zijn uitgelezen jongelingenH979, antwoorddeH6030 en zeideH559: Mijn heerH113MozesH4872, verbiedH3607 hun!En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!
KJVAnd Joshua2the son3of Nun,4the servant5of Moses,6one of his young men,7answered1and said,8My lord9Moses,10forbid
1וַיַּ֜עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2יְהוֹשֻׁ֣עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3בִּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4נ֗וּןH5126Nun, NonNon, Nun5מְשָׁרֵ֥תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on6מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7מִבְּחֻרָ֖יוH979jongelingschap, uitgelezen jongelingenyoung men, youth8וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֲדֹנִ֥יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'10מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses11כְּלָאֵֽםH3607besloten, geweerd, onthoudenfinish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold
29Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Doch MozesH4872zeideH559 tot hem: Zijt gijH859 voor mij ijverendeH7065? OchH5414 of alH3605 dat volkH5971 des HEERENH3068profetenH5030 waren, datH3588 de HEEREH3068 Zijn GeestH7307overH5921 hen gaveH5414!Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!
KJVAnd Moses3said1unto him, Enviest4thou for my sake? would God that all the8LORD'S11people10were prophets,12and that the LORD15would put14his spirit
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לוֹ֙3מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4הַֽמְקַנֵּ֥אH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)5אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6לִ֑י7וּמִ֨יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God8יִתֵּ֜ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עַ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12נְבִיאִ֔יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet13כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14יִתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17רוּח֖וֹH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)18עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
30Daarna verzamelde zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Daarna verzameldeH622 zich MozesH4872totH413 het legerH4264, hijH1931 en de oudstenH2205 van IsraelH3478.Daarna verzamelde zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israel.
KJVAnd Moses2gat1him into the camp,4he and the elders6of Israel.
1וַיֵּאָסֵ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents5ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6וְזִקְנֵ֥יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator7יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
31Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Toen voerH5265 een windH7307uitH4480 van den HEEREH3068, en raapteH1468kwakkelenH7958 van de zeeH3220, en strooideH5203 ze bij het legerH4264, omtrent een dagreizeH3117, en omtrent een dagreizeH3117 derwaarts, rondomH5439 het legerH4264; en zij waren omtrent twee ellenH520 boven de aardeH776.Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.
KJVAnd there went forth2a wind1from the LORD,4and brought5quails6from the sea,8and let them fall9by the camp,11as it were a day's13journey12on this side,14and as it were a day's16journey15on the other side,17round about18the camp,19and as it were two cubits20high upon the face22of the earth.
1וְר֜וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)2נָסַ֣עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way3מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיָּ֣גָזH1468afgesneden, raaptebring, cut off6שַׂלְוִים֮H7958kwakkelenquails7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַיָּם֒H3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)9וַיִּטֹּ֨שׁH5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַֽמַּחֲנֶ֜הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents12כְּדֶ֧רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14כֹּ֗הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder15וּכְדֶ֤רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16יוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17כֹּ֔הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder18סְבִיב֖וֹתH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side19הַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents20וּכְאַמָּתַ֖יִםH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you23הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
32Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Toen maakte zich het volkH5971 op, dien gehelen dagH3117, en dienH1931gansenH4283nachtH3915, en den gansenH3605 anderen dagH3117, en verzameldenH622 de kwakkelenH7958; die het minstH4591 had, had tienH6235homersH2563verzameldH622; en zij spreiddenH7849 ze voor zich van elkander rondomH5439 het legerH4264.Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.
KJVAnd the people2stood up1all that day,4and all that night,7and all the next10day,9and they gathered11the quails:13he that gathered least14gathered15ten16homers:17and they spread18them all abroad20for themselves round about21the camp.
1וַיָּ֣קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2הָעָ֡םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַיּוֹם֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הַה֨וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַלַּ֜יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8וְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַֽמָּחֳרָ֗תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day11וַיַּֽאַסְפוּ֙H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַשְּׂלָ֔וH7958kwakkelenquails14הַמַּמְעִ֕יטH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing15אָסַ֖ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw16עֲשָׂרָ֣הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen17חֳמָרִ֑יםH2563leem, homer, slijkclay, heap, homer, mire, motion18וַיִּשְׁטְח֤וּH7849breidt, spreidden, strekall abroad, enlarge, spread, stretch out19לָהֶם֙20שָׁט֔וֹחַH7849breidt, spreidden, strekall abroad, enlarge, spread, stretch out21סְבִיב֖וֹתH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side22הַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
33Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Dat vleesH1320 was nogH5750tussenH996 hun tandenH8127, eerH2962 het gekauwdH3772 was, zo ontstakH2734 de toornH639 des HEERENH3068 tegen het volkH5971, en de HEEREH3068sloegH5221 het volkH5971 met een zeerH3966 grote plaagH4347.Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.
KJVAnd while the flesh1was yet5between their teeth,4ere it was chewed,6the wrath7of the LORD8was kindled9against the people,10and the LORD12smote11the people13with a very16great15plague.
1הַבָּשָׂ֗רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin2עוֹדֶ֨נּוּ֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within4שִׁנֵּיהֶ֔םH8127tanden, tand, elpenbenencrag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth5טֶ֖רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet6יִכָּרֵ֑תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want7וְאַ֤ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9חָרָ֣הH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)10בָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11וַיַּ֤ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בָּעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14מַכָּ֖הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)15רַבָּ֥הH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)16מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
34Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Daarom heetH7121 men den naamH8034 derzelver plaatsH4725Kibroth ThaavaH6914; wantH3588daarH8033begroevenH6912 zij het volkH5971, dat belustH183 was geweest.Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.
KJVAnd he called1the name3of that place4Kibrothhattaavah:6because there they buried10the people12that lusted.
1וַיִּקְרָ֛אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שֵֽׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)5הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6קִבְר֣וֹתH6914Kibroth-thaava, Kibroth ThaavaKibroth-hattaavah7הַֽתַּאֲוָ֑הH6914Kibroth-thaava, Kibroth ThaavaKibroth-hattaavah8כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10קָֽבְר֔וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13הַמִּתְאַוִּֽיםH183begeert, begeerd, gelustencovet, (greatly) desire, be desirous, long, lust (after)
35Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Van Kibroth ThaavaH6914verreisdeH5265 het volkH5971 naar HazerothH2698; en zijH1961 bleven in HazerothH2698.Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.
KJVAnd the people4journeyed3from Kibrothhattaavah1unto Hazeroth;5and abode at Hazeroth.
1מִקִּבְר֧וֹתH6914Kibroth-thaava, Kibroth ThaavaKibroth-hattaavah2הַֽתַּאֲוָ֛הH6914Kibroth-thaava, Kibroth ThaavaKibroth-hattaavah3נָסְע֥וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way4הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5חֲצֵר֑וֹתH2698HazerothHazeroth6וַיִּהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7בַּחֲצֵרֽוֹתH2698HazerothHazeroth
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 11:1— En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.Leviticus 10:2→2 Koningen 1:12→Numeri 21:5→Psalmen 106:18→Psalmen 78:21→Numeri 16:35→Deuteronomium 9:22→Numeri 20:2→
Numeri 11:2— Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt.Numeri 21:7→Jakobus 5:16→Numeri 16:45→Psalmen 106:23→Exodus 32:31→Genesis 18:23→Numeri 14:13→Psalmen 78:34→
Numeri 11:3— Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had.Deuteronomium 9:22→
Numeri 11:4— En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?Exodus 12:38→1 Korinthe 10:6→Psalmen 106:14→1 Korinthe 15:33→Nehemia 13:3→Romeinen 13:14→Leviticus 24:10→Psalmen 78:18→
Numeri 11:5— Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.Exodus 16:3→Psalmen 17:14→Filippenzen 3:19→
Numeri 11:6— Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!Numeri 21:5→2 Samuël 13:4→
Numeri 11:7— Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.Exodus 16:31→Genesis 2:12→Exodus 16:14→1 Korinthe 1:23→Openbaring 2:17→
Numeri 11:8— Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.Exodus 16:31→Exodus 16:16→Johannes 6:27→Johannes 6:33→Exodus 16:23→
Numeri 11:9— En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.Exodus 16:13→Psalmen 78:23→Deuteronomium 32:2→Psalmen 105:40→
Numeri 11:10— Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.Psalmen 78:59→Numeri 14:1→Markus 10:14→Deuteronomium 32:22→Psalmen 139:21→Psalmen 106:25→Numeri 21:5→Jesaja 5:25→
Numeri 11:11— En Mozes zeide tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?Deuteronomium 1:12→Jeremia 20:14→Maleachi 3:14→Klaagliederen 3:39→Exodus 17:4→2 Korinthe 11:28→Numeri 11:15→Jeremia 15:10→
Numeri 11:12— Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?Exodus 13:5→Jesaja 49:23→Jesaja 40:11→1 Thessalonicenzen 2:7→Genesis 50:24→Genesis 26:3→Jesaja 49:15→Ezechiël 34:23→
Numeri 11:13— Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!Markus 8:4→Mattheüs 15:33→Johannes 6:5→Markus 9:23→
Numeri 11:14— Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!Exodus 18:18→Deuteronomium 1:9→Jesaja 9:6→Zacharia 6:13→Psalmen 89:19→2 Korinthe 2:16→
Numeri 11:15— En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!1 Koningen 19:4→Jona 4:3→Exodus 32:32→Job 7:15→Jona 4:8→Sefanja 3:15→Job 3:20→Filippenzen 1:20→
Numeri 11:16— En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.Exodus 24:9→Exodus 24:1→Deuteronomium 16:18→Deuteronomium 1:15→Deuteronomium 31:28→Genesis 46:27→Lukas 10:17→Lukas 10:1→
Numeri 11:17— Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.Numeri 11:25→2 Koningen 2:15→Joël 2:28→Romeinen 8:9→2 Koningen 2:9→1 Samuël 10:6→1 Korinthe 12:4→Nehemia 9:20→
Numeri 11:18— En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.Exodus 19:10→Handelingen 7:39→Numeri 11:1→Richteren 21:2→Genesis 35:2→Numeri 14:2→Numeri 11:4→Exodus 16:3→
Numeri 11:20— Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?Psalmen 106:15→Numeri 21:5→Exodus 16:13→Handelingen 13:41→Spreuken 27:7→Maleachi 1:6→1 Samuël 2:30→Jozua 24:27→
Numeri 11:21— En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!Exodus 12:37→Exodus 38:26→Numeri 1:46→Genesis 12:2→Numeri 2:32→
Numeri 11:22— Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?Mattheüs 15:33→Markus 8:4→Lukas 1:34→Lukas 1:18→Johannes 6:6→2 Koningen 7:2→Markus 6:37→Johannes 6:9→
Numeri 11:23— Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.Jesaja 59:1→Jesaja 50:2→Ezechiël 12:25→Ezechiël 24:14→Numeri 23:19→Mattheüs 24:35→2 Koningen 7:17→2 Koningen 7:2→
Numeri 11:24— En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.Numeri 11:16→Numeri 11:26→
Numeri 11:25— Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.Numeri 11:17→Numeri 12:5→1 Samuël 19:20→1 Samuël 10:10→Exodus 34:5→1 Korinthe 11:4→2 Koningen 2:15→Exodus 40:38→
Numeri 11:26— Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.Jeremia 36:5→Exodus 4:13→1 Samuël 10:22→1 Samuël 20:26→Jeremia 1:6→Exodus 3:11→
Numeri 11:28— En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!Jozua 1:1→Markus 9:38→Johannes 3:26→Lukas 9:49→Exodus 33:11→Exodus 17:9→
Numeri 11:29— Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!1 Korinthe 14:5→Jakobus 5:9→Mattheüs 9:37→1 Korinthe 3:3→Filippenzen 2:3→1 Korinthe 3:21→Jakobus 4:5→Handelingen 26:29→
Numeri 11:31— Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.Exodus 16:13→Psalmen 105:40→Exodus 10:13→Psalmen 135:7→Psalmen 78:26→Exodus 15:10→Exodus 10:19→
Numeri 11:32— Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.Ezechiël 45:11→Exodus 16:36→
Numeri 11:33— Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.Psalmen 78:30→Numeri 16:49→Psalmen 106:14→Numeri 25:9→Deuteronomium 28:27→
Numeri 11:34— Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.Deuteronomium 9:22→1 Korinthe 10:6→Numeri 33:16→
Numeri 11:35— Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.Numeri 33:17→Numeri 12:16→Deuteronomium 1:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 11 vers 1— En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.
als het volk zich was beklagende,
Anders, en het volk was als zich beklagende; dat is, zeer klagend; of, zich treurig, moeilijk, ongezind, met veel tegenspreken aanstellende. De oorzaak hiervan schijnt geweest te zijn het ongemak en de moeilijkheid der reis.
Hertaald:als het volk zich was beklagende,
Ook mogelijk: en het volk klaagde als het ware; dat is: zeer klagend; of: zich treurig, moeilijk, ongewild, met veel tegenspreken gedragend. De oorzaak hiervan lijkt het ongemak en de moeite van de reis geweest te zijn.
dat het kwaad was
Dat is, mishaagde den Heere. Alzo wordt iemand gezegd kwaad te zijn in des Heeren ogen, voor degenen, die Hem mishaagt. Zie Gen. 38:7. Vergelijk onder, vs.10, en de aantekeningen.
Hertaald:dat het kwaad was
Dat is: het mishaagde de HEERE. Zo wordt van iemand gezegd dat hij kwaad is in de ogen van de HEERE, voor wie Hem mishaagt. Zie Gen. 38:7. Vergelijk hieronder, vers 10, en de aantekeningen.
het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde,
Hetwelk de Heere uit den hemel over hen wonderbaarlijk had doen vallen, hetzij door den bliksem of anderszins, zodat zij wel bemerkten dat het van den Heere voortkwam, om hen over hun boos en verkeerd klagen te straffen. Vergelijk 2 Kon. 1:10, en zie de aantekeningen.
Hertaald:het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde,
Wat de HEERE wonderbaarlijk uit de hemel over hen had laten vallen, hetzij door bliksem of anderszins, zodat zij wel merkten dat het van de HEERE kwam, om hen te straffen voor hun kwaadaardig en verkeerd klagen. Vergelijk 2 Kon. 1:10, en zie de aantekeningen.
Numeri 11 vers 3— Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had.
Thab-éra,
Dit woord betekent aansteking, of brand. Hier is geweest een legerplaats der kinderen Israëls, anders genoemd Kibroth-Taäva; onder, vs.34,35, en Num. 33:16. De verscheidenheid der namen geeft ons te kennen de verscheidene gelegenheden der legerplaatsen, zijnde Tab-era bij Egypte, en Kibroth-Taäva bij Kanaän gelegen. In de telling der legerplaatsen wordt Tab-era verzwegen en Kibroth-Taäva alleen genoemd; onder, Num. 33:16.
Hertaald:Thab-éra,
Dit woord betekent ontsteking, of brand. Hier was een legerplaats van de Israëlieten, ook wel Kibroth-Taäva genoemd; hieronder, vers 34, 35, en Num. 33:16. De verscheidenheid van de namen geeft ons de verschillende omstandigheden van de legerplaatsen aan, waarbij Tabera bij Egypte en Kibroth-Taäva bij Kanaän lag. Bij het opsommen van de legerplaatsen wordt Tabera niet genoemd en alleen Kibroth-Taäva vermeld; hieronder, Num. 33:16.
Numeri 11 vers 4— En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
het gemene volk,
Of, de samenroepende, of bijeen rottende menigte. Versta door dezen, die met de Israëlieten uit Egypte gekomen en aan het voedsel van dat land gewoon waren, en nu aan de Israëlieten oorzaak tot murmurering gaven. Zie van dezen Ex. 12:38.
Hertaald:het gemene volk,
Of: de samengeraapte, of bijeengeschoolde menigte. Versta hieronder degenen die met de Israëlieten uit Egypte gekomen en aan het voedsel van dat land gewend waren, en die nu de Israëlieten aanleiding gaven tot morren. Zie hierover Ex. 12:38.
werd met lust bevangen;
Hebreeuws, zij waren met lust belust, of belustten den lust; dat is, zij waren zeer belust om vlees te eten. Zie 2 Kron. 36:14.
Hertaald:werd met lust bevangen;
Hebreeuws: zij waren met lust belust, of begeerden de lust; dat is: zij hadden een sterk verlangen om vlees te eten. Zie 2 Kron. 36:14.
zo weenden ook de kinderen Israëls
Hebreeuws, daarom keerden en weenden ook de kinderen Israëls; dat is, weenden wederom. Het woord keren, bij een ander werkwoord gesteld zijnde, betekent dikwijls anders niet dan het vernieuwen en weder doen van hetzelfde werk.
Hertaald:zo weenden ook de kinderen Israëls
Hebreeuws: daarom keerden en weenden ook de kinderen Israëls; dat is: weenden opnieuw. Het woord keren, gecombineerd met een ander werkwoord, betekent vaak niets anders dan het herhalen en opnieuw doen van hetzelfde.
Numeri 11 vers 6— Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
ziel
Dat is, leven. Zie Gen. 19:17.
Hertaald:ziel
Dat is: leven. Zie Gen. 19:17.
dor,
Dat is versmacht door gebrek aan verversing en vernieuwing van spijs.
Hertaald:dor,
Dat is: verzwakt door gebrek aan afwisseling en vernieuwing van voedsel.
behalve dit Man voor onze ogen
Hebreeuws, behalve onze ogen tot het man; dat is, onze ogen zien niets dan het man.
Hertaald:behalve dit Man voor onze ogen
Hebreeuws: behalve onze ogen tot het manna; dat is: onze ogen zien niets dan het manna.
Numeri 11 vers 7— Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
verf was als de verf van den bedolah
Hebreeuws, oog; want de verf wordt met het oog gezien. De zin is, dat het man in zijn uiterlijke gedaante de kleur had van bedolah; zie daarvan Gen. 2:12. Het is gelooflijk, dat de naam bedolah hier betekent de gom, die uit den boom van dezen naam droop en zeer doorzichtig was.
Hertaald:verf was als de verf van den bedolah
Hebreeuws: oog; want de kleur wordt met het oog gezien. De betekenis is dat het manna in zijn uiterlijke verschijning de kleur had van bedolah; zie hierover Gen. 2:12. Het is aannemelijk dat de naam bedolah hier verwijst naar de gom, die uit de boom met deze naam droop en zeer doorzichtig was.
Numeri 11 vers 8— Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
potten,
Of, ketels
Hertaald:potten,
Of: ketels.
koeken;
Zie Gen. 18:6.
Hertaald:koeken;
Zie Gen. 18:6.
smaak van de beste vochtigheid der olie
Dat is, het bovenste der olie, hetwelk van den droesem vrij was en zekere zoetigheid had. Zie Ex. 16:31.
Hertaald:smaak van de beste vochtigheid der olie
Dat is: het bovenste van de olie, dat vrij was van bezinksel en een zekere zoetheid had. Zie Ex. 16:31.
Numeri 11 vers 10— Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
was het kwaad in de ogen van Mozes
Dat is, het mishaagde hem. Zie van de manier van spreken Gen. 21:11, en vergelijk boven de aantekeningen vs.1.
Hertaald:was het kwaad in de ogen van Mozes
Dat is: het mishaagde hem. Zie voor deze manier van spreken Gen. 21:11, en vergelijk hierboven de aantekeningen bij vers 1.
Numeri 11 vers 11— En Mozes zeide tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?
genade in Uw ogen gevonden,
Zie Gen. 6:8; alzo onder, vs.15.
Hertaald:genade in Uw ogen gevonden,
Zie Gen. 6:8; zo ook hieronder, vers 15.
Numeri 11 vers 12— Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
gebaard?
Of, gegenereerd.
Hertaald:gebaard?
Of: voortgebracht.
Numeri 11 vers 14— Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!
al dit volk niet dragen;
Dat is, al den last van dit volk. Zie vs.11.
Hertaald:al dit volk niet dragen;
Dat is: de hele last van dit volk. Zie vers 11.
Numeri 11 vers 15— En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!
dood mij toch slechts,
Hebreeuws, dood mij toch dodende; dat is, laat mij maar ten eerste sterven, opdat ik van dezen last ontslagen zij.
Hertaald:dood mij toch slechts,
Hebreeuws: dood mij toch dodend; dat is: laat mij nu maar sterven, zodat ik van deze last verlost ben.
ongeluk niet aanzien
Hebreeuws, mijn kwaad; dat is, mijn verdriet en kwalijk varen. Vergelijk de aantekeningen Gen. 19:19.
Hertaald:ongeluk niet aanzien
Hebreeuws: mijn kwaad; dat is: mijn verdriet en tegenspoed. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 19:19.
Numeri 11 vers 16— En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
de oudsten van Israël,
Zie van dezen Ex. 3:16, en Lev. 4:15.
Hertaald:de oudsten van Israël,
Zie hierover Ex. 3:16 en Lev. 4:15.
dat zij de oudsten des volks
Dat is, die in hun beroeping niet alleen den naam, maar ook de daad hebben.
Hertaald:dat zij de oudsten des volks
Dat is: die niet alleen de naam, maar ook het gedrag van oudste van het volk hebben.
brengen voor de tent der samenkomst,
Hebreeuws, nemen; dat is, genomen, of uitgekoren hebbende, brengen.
Hertaald:brengen voor de tent der samenkomst,
Hebreeuws: nemen; dat is: nadat u hen genomen, of uitgekozen hebt, brengt u hen.
Numeri 11 vers 17— Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.
afkomen
Menselijkerwijze van God gesproken; zie Gen. 11:5, en Gen. 35:13, met de aantekeningen; alzo onder, vs.25, en Num. 12:5.
Hertaald:afkomen
Menselijkerwijs over God gesproken; zie Gen. 11:5 en Gen. 35:13, met de aantekeningen; zo ook hieronder, vers 25, en Num. 12:5.
van den Geest,
Dat is, van dezelfde gaven des Geestes, en dat zonder verkorting van de gaven van Mozes. Het woord Geest wordt dikwijls voor de gaven des Geestes gebruikt; gelijk onder, Num. 27:18; Ps. 51:14; Joël 2:28; Joh. 7:39, enz.
Hertaald:van den Geest,
Dat is: van dezelfde gaven van de Geest, en dat zonder dat Mozes' eigen gaven verminderen. Het woord Geest wordt vaak gebruikt voor de gaven van de Geest; zoals hieronder, Num. 27:18; Ps. 51:14; Joël 2:28; Joh. 7:39.
Numeri 11 vers 18— En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.
Heiligt u tegen morgen,
Zie Lev. 11:44.
Hertaald:Heiligt u tegen morgen,
Zie Lev. 11:44.
ging ons wel in Egypte
Hebreeuws, ons was wel, of goed.
Hertaald:ging ons wel in Egypte
Hebreeuws: het ging ons wel, of goed.
Numeri 11 vers 20— Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?
gehele maand toe,
Hebreeuws, maand der dagen; dat is, een volle maand, hebbende al haar dagen. Zie Gen. 29:14, en alzo in vs.21.
Hertaald:gehele maand toe,
Hebreeuws: maand der dagen; dat is: een volle maand, met al haar dagen. Zie Gen. 29:14, en zo ook in vers 21.
nu zijn wij uit Egypte getogen?
Anders, dus, of herwaarts.
Hertaald:nu zijn wij uit Egypte getogen?
Ook mogelijk: dus, of: hierheen.
Numeri 11 vers 21— En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!
Zeshonderd duizend te voet
Boven, Num. 1:46, worden bij dit getal nog gevoegd drie duizend vijf honderd en vijftig. Waaruit het schijnt, dat van die telling af het getal nu verminderd was, of dat het Mozes hier genoeg is geweest, het even getal voor het oneven te gebruiken; gelijk men hetzelfde ook vindt Ex. 12:37. Vergelijk Gen. 15:13, en zie de aantekeningen.
Hertaald:Zeshonderd duizend te voet
Hierboven, Num. 1:46, worden bij dit getal nog drieduizend vijfhonderdvijftig opgeteld. Hieruit lijkt het erop dat het aantal sinds die telling verminderd was, of dat het Mozes hier genoeg was om het even getal te gebruiken in plaats van het oneven; zoals men dat ook vindt in Ex. 12:37. Vergelijk Gen. 15:13, en zie de aantekeningen.
een gehele maand eten
Hebreeuws, een maand der dagen.
Hertaald:een gehele maand eten
Hebreeuws: een maand der dagen.
Numeri 11 vers 22— Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?
genoeg zij?
Hebreeuws, opdat het voor hen vinde; te weten vlees, waarmede het verzaligd worde. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk vinden, maar voor genoeg zijn wordt het hier genomen, als ook Joz. 17:16; Richt. 21:14.
Hertaald:genoeg zij?
Hebreeuws: opdat het voor hen vinde; namelijk vlees, waarmee het voldoende zou zijn. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk vinden, maar wordt hier gebruikt voor genoeg zijn, zoals ook Joz. 17:16; Richt. 21:14.
Numeri 11 vers 23— Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
hand verkort zijn?
Dat is, zijn vermogen te klein, dat Hij niet zou kunnen volbrengen hetgeen Hij gesproken heeft.
Hertaald:hand verkort zijn?
Dat is: is Zijn vermogen te klein, zodat Hij niet zou kunnen volbrengen wat Hij gesproken heeft?
Numeri 11 vers 24— En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.
verzamelde zeventig mannen
Gelijk God bevolen had boven, vs.16, hoewel twee hunner achterbleven; onder, vs.26.
Hertaald:verzamelde zeventig mannen
Zoals God hierboven, vers 16, bevolen had, hoewel twee van hen achterbleven; hieronder, vers 26.
tent
Te weten, der samenkomst. Zie boven, vs.16.
Hertaald:tent
Namelijk: der samenkomst. Zie hierboven, vers 16.
Numeri 11 vers 25— Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.
in de wolk,
Te weten, die den tabernakel bedekte; Ex. 40:38. Anders, in een wolk. Deze was een teken van Gods majesteit en tegenwoordige verschijning. Alzo onder, Num. 12:5.
Hertaald:in de wolk,
Namelijk: die de tabernakel bedekte; Ex. 40:38. Ook mogelijk: in een wolk. Deze was een teken van Gods majesteit en tegenwoordige verschijning. Zo ook hieronder, Num. 12:5.
Geest, die op hem was,
Zie boven, vs.17.
Hertaald:Geest, die op hem was,
Zie hierboven, vers 17.
zij profeteerden,
Dit woord betekent hier, door de ingeving des Heiligen Geestes, de grote deugden en daden Gods uitspreken en verkondigen. Zie dit woord in zulk een zin 1 Sam. 10:5-6; Joël 2:28; Hand. 2:17.
Hertaald:zij profeteerden,
Dit woord betekent hier, door ingeving van de Heilige Geest, de grote deugden en daden van God uitspreken en verkondigen. Zie dit woord in zo'n betekenis 1 Sam. 10:5-6; Joël 2:28; Hand. 2:17.
daarna niet meer
Te weten, profeteerden zij niet meer, zijnde dit zichtbaar teken voor eens genoeg, om in den dienst, waartoe zij geroepen waren, in zichzelven verzekerd en voor het volk bevestigd te worden: gelijk ook daarna aan Saul geschied is; 1 Sam. 10:6, 1 Sam. 10:10, 1 Sam. 10:13. Anderen: en hielden niet op, te weten, te profeteren; dat is, van dien dag aan begaf hun de Geest de profetie niet.
Hertaald:daarna niet meer
Namelijk: profeteerden zij niet meer, aangezien dit zichtbare teken eenmalig genoeg was, om hen in de dienst waartoe zij geroepen waren, zelf zeker te maken en voor het volk te bevestigen: zoals ook later met Saul gebeurde; 1 Sam. 10:6, 1 Sam. 10:10, 1 Sam. 10:13. Anderen: en hielden niet op, namelijk met profeteren; dat is: vanaf die dag verliet de geest van profetie hen niet meer.
Numeri 11 vers 26— Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.
aangeschrevenen,
Dat is, uit het getal der zeventig, die Mozes tot zich samengeroepen had; gelijk te zien is boven, vs.24,25.
Hertaald:aangeschrevenen,
Dat is: uit het aantal van de zeventig, die Mozes bij zich had laten komen; zoals te zien is hierboven, vers 24, 25.
Numeri 11 vers 28— En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!
van zijn uitgelezen jongelingen,
Anders, van zijn jeugd op.
Hertaald:van zijn uitgelezen jongelingen,
Ook mogelijk: van zijn jeugd af aan.
Numeri 11 vers 29— Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!
Zijt gij voor mij ijverende?
Dat is, zijt gij met nijdigheid bevangen of misgunt gij iemand, dat hij de gaven des Heiligen Geestes heeft gelijk ik? Vergelijk hiermede de jaloezie der discipelen van Johannes de Doper, Joh. 3:26.
Hertaald:Zijt gij voor mij ijverende?
Dat is: bent u jaloers voor mij, of misgunt u het iemand dat hij de gaven van de Heilige Geest heeft zoals ik? Vergelijk hiermee de jaloezie van de discipelen van Johannes de Doper, Joh. 3:26.
Och, of al het volk des HEEREN profeten waren,
Hebreeuws, wie zal geven? een manier van wensen bij de Hebreën. Zie van dezelve Deut. 5:29.
Hertaald:Och, of al het volk des HEEREN profeten waren,
Hebreeuws: wie zal geven? Een manier van wensen bij de Hebreeën. Zie hierover Deut. 5:29.
Numeri 11 vers 32— Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.
homers verzameld;
Van het woord homer, betekenende een maat, zie Lev. 27:16. Anders, hopen
Hertaald:homers verzameld;
Voor het woord homer, een maat, zie Lev. 27:16. Ook mogelijk: hopen.
spreidden ze voor zich
Hebreeuws, spreidende spreidden zij.
Hertaald:spreidden ze voor zich
Hebreeuws: uitspreidend spreidden zij.
Numeri 11 vers 33— Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.
eer het gekauwd was,
Uit vs.20 wordt afgenomen, dat dit geschied is ten einde van den maand. Zolang hebben zij hun lust geboet met vlees te eten.
Hertaald:eer het gekauwd was,
Uit vers 20 is af te leiden dat dit gebeurde aan het einde van de maand. Zo lang hebben zij hun verlangen naar vlees eten bevredigd.
Numeri 11 vers 34— Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.
Kibrôth Tháäva;
Dat is, lustgraven. Een legerplaats zo genaamd, omdat daar begraven waren degenen, die de walg hadden gehad van het man, en hun lusten met vlees verzadigd hadden, hetwelk de HEERE hun wel gegeven had, maar in zijn toorn.
Hertaald:Kibrôth Tháäva;
Dat is: lustgraven. Een legerplaats die zo genoemd werd, omdat daar begraven werden wie een afkeer van het manna hadden gehad en hun verlangens met vlees hadden bevredigd, dat de HEERE hun weliswaar gegeven had, maar in Zijn toorn.
Numeri 11 vers 35— Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.
Hazerôth;
Een andere legerplaats der Israëlieten in de woestijn. Zie van deze ook Num. 33:17, en Deut. 1:1.
Hertaald:Hazerôth;
Een andere legerplaats van de Israëlieten in de woestijn. Zie hierover ook Num. 33:17 en Deut. 1:1.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Eldad — God heeft liefgehad
Een van de zeventig oudsten die Mozes moesten bijstaan in het bestuur van het volk. Samen met Medad bleef hij in het kamp toen de anderen naar de tent gingen, en toch profeteerden zij beiden daar, tot ergernis van Jozua; maar Mozes verheugde zich erover en wenste dat heel het volk van de HEERE profeten mocht zijn (Num. 11:26-29).
Medad — liefde
Samen met Eldad een van de zeventig oudsten, die, terwijl hij in het kamp gebleven was, daar toch door de Geest ging profeteren (Num. 11:26-29).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Thab-hera (Taberah) — Hebreeuws voor "brand"
Ligging: Een pleisterplaats in de woestijn, kort na het vertrek van de Sinaï; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hier ontstak het morrende volk de toorn van de HEERE, Die een vuur onder hen liet uitbreken, dat een deel van de legerplaats verteerde, totdat Mozes tot de HEERE bad en het vuur bedaarde (Num. 11:1-3).
Bijbelse betekenis: De eerste van een reeks murmureringen in Numeri: nog maar net van de Sinaï vertrokken, blijkt het volk alweer ontevreden, en de HEERE reageert met zowel oordeel als, op Mozes' voorbede, ontferming — een patroon dat de rest van de woestijnreis zal blijven kenmerken.
Num. 11:1-3
Kibroth-Hattaava — Hebreeuws voor "graven der begeerlijkheid"
Ligging: Een pleisterplaats in de woestijn, dicht bij Hazeroth; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hier begeerde het volk vlees en verachtte het manna; de HEERE zond kwakkelen in overvloed, maar terwijl het vlees nog tussen hun tanden was, sloeg Hij hen met een zeer grote plaag. Daar begroeven zij het volk dat begerig geweest was, en gaven de plaats daarom deze naam (Num. 11:31-34).
Bijbelse betekenis: Een aangrijpend voorbeeld van hoe God Zijn volk soms geeft waar het om vraagt, juist om te laten zien dat het verkeerd begeerde — een waarschuwing tegen ontevredenheid met Gods gaven, later in 1 Kor. 10:6 uitdrukkelijk als voorbeeld voor de gemeente aangehaald.
Num. 11:31-35; 33:16-17; Deut. 9:22; 1 Kor. 10:6
Hazeroth — Hebreeuws voor "omheiningen" of "kampementen"
Ligging: Een pleisterplaats in de woestijn, meestal gezocht in het noordoosten van het Sinaïtisch schiereiland; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hier legerde Israël zich na Kibroth-Hattaava (Num. 11:35), en hier vond ook de opstand van Mirjam en Aäron tegen Mozes plaats, waarna Mirjam met melaatsheid geslagen en zeven dagen buiten de legerplaats gesloten werd (Num. 12). Van hier trok het volk verder naar de woestijn Paran (Num. 12:16).
Bijbelse betekenis: De plaats waar zelfs Mozes' eigen broer en zuster zich tegen zijn door God gegeven gezag verhieven — en waar de HEERE Zelf voor Mozes opkwam, met de uitspraak dat Mozes getrouw was in geheel Zijn huis en met Hem sprak van mond tot mond (Num. 12:6-8).
Toen de last van het volk Mozes te zwaar werd, gebood de HEERE hem zeventig mannen uit de oudsten van Israël te verzamelen bij de tent der samenkomst. God nam van de Geest Die op Mozes was en legde die op hen, zodat zij de last mee zouden dragen (Num. 11:16-17,24-25). Oudsten kwamen al eerder voor als de erkende vertegenwoordigers van het volk (Ex. 3:16; 24:1,9). Later regelt de wet hun taak bij de rechtspraak in de poort (Deut. 21:19; 22:15), en in het Nieuwe Testament worden in elke gemeente ouderlingen aangesteld (Hand. 14:23; Titus 1:5).
Bijbelse betekenis: Het opvallende in Numeri 11 is dat de bekwaamheid voor het ambt niet uit de mannen zelf voortkwam maar door God gegeven werd — en dat wat Mozes ontving daardoor niets minder werd. Wanneer Jozua wil dat Mozes Eldad en Medad verbiedt te profeteren, weigert Mozes juist dat: "Och, of al dat volk des HEEREN profeten waren" (Num. 11:29). Ambt is dienst en geen bezit.
Typologie: Het Nieuwe Testament neemt de instelling over en bindt haar aan het opzienerschap. De ouderlingen die wel regeren worden dubbele eer waardig geacht, vooral zij die arbeiden in het Woord en de leer (1 Tim. 5:17). Petrus vermaant hen de kudde te weiden, niet uit vuil gewin en niet als heerschappij voerend over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden die op de Overste Herder wachten (1 Petr. 5:1-4).
Het graf der begeerlijkheid — De naam die een plaats in de woestijn kreeg naar de begeerte die het volk daar het leven kostte (Num. 11:34)
Het gemene volk in het midden van Israël wordt met lust bevangen, en de kinderen Israëls wenen opnieuw met de vraag wie hun vlees te eten zal geven (Num. 11:4). Zij noemen op wat zij in Egypte om niet aten: de vissen, de komkommers, de pompoenen, het look, de ajuinen en het knoflook (Num. 11:5). Daartegenover zetten zij hun heden: "Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!" (Num. 11:6). God geeft wat zij vragen, in overvloed, en juist die vervulling wordt het oordeel: het vlees was nog tussen hun tanden toen de toorn van de HEERE ontstak (Num. 11:33). Daarom heet de plaats Kibroth-Thaäva, dat is het graf der begeerlijkheid, want daar begroef men het volk dat belust was geweest (Num. 11:34).
Bijbelse betekenis: Twee dingen maken deze geschiedenis zo ernstig. Het eerste is wat zij zeggen over het manna. Het brood uit de hemel wordt afgedaan met er is niets, behalve dit; de dagelijkse gave wordt tot niets gerekend omdat zij niet meer smaakt naar Egypte. Het tweede is de wijze van het oordeel. God weigert hun verzoek niet maar willigt het in, en de vervulling zelf wordt de straf. Dat is een ernstige mogelijkheid: het krijgen wat men eist, terwijl men beter niets had kunnen krijgen. De naam van de plaats hield die les vast, want die naam bleef.
Typologie: Asaf zingt van deze geschiedenis dat God hun hun begeerte gaf, en dat Hij magerheid zond in hun ziel (Ps. 106:15). Paulus noemt de woestijnjaren uitdrukkelijk voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben zoals zij die hadden (1 Kor. 10:6). En Jakobus tekent de gang van begeerte naar dood in drie stappen (Jak. 1:14-15).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Och of al het volk profeten waren — 11:4-6, 10-17, 24-29
Het volk krijgt elke morgen manna, en het is er zat van. Er ontstaat een verlangen naar wat men in Egypte at, en het slaat om in geween door heel het leger. Mozes hoort het van tent tot tent, en hij bezwijkt eronder.
Onder de last van een klagend volk vraagt Mozes om te sterven, en God verdeelt zijn taak over zeventig anderen.
De klacht is opvallend concreet, en juist daarom herkenbaar: “Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.” Zij noemen zes gerechten en zij zwijgen over de zweepslagen. Het geheugen kiest wat het missen wil.
En dan komt de zin waarin zij het brood uit de hemel afserveren: “Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!” Wat wonder was, is sleur geworden.
Mozes' reactie is een van de openhartigste gebeden van de Schrift. Hij vraagt waarom God hem kwaad doet, en of hij dit hele volk soms ontvangen of gebaard heeft, dat hij het in zijn schoot moet dragen als een voedstervader. En hij besluit met: indien Gij alzo met mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb.
Gods antwoord is geen berisping maar een verdeling. Zeventig mannen van de oudsten moeten bij de tent komen, en God zegt dat Hij van de Geest die op Mozes is zal afzonderen en op hen leggen, opdat zij met hem de last van dit volk dragen. En zo gebeurt het: zij profeteren.
Twee van hen, Eldad en Medad, waren in het leger gebleven en profeteren daar, buiten de tent om. Jozua wil dat Mozes hen verbiedt. En dan komt de zin waar dit hoofdstuk om onthouden wordt: “Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!”
De man die net gevraagd had of hij mocht sterven, wenst dat iederéén zou krijgen wat hij heeft. Dat is geen verzuchting maar een wens die vooruitloopt op wat later beloofd wordt. Joël zegt dat God Zijn Geest uitstorten zal op alle vlees, en dat zonen en dochteren zullen profeteren. En op de Pinksterdag haalt Petrus juist die profetie aan om uit te leggen wat er die morgen gebeurd is.
Daarmee raakt dit hoofdstuk de lijn van de ambten. In het Oude Testament rust de Geest op enkelen: op een leidsman, op zeventig oudsten, op een profeet hier en daar. De wens van Mozes werd op de Pinksterdag ingelost, en het gebeurde bij mensen die geen ambt hadden.
Het hoofdstuk zelf eindigt somber. De kwakkels komen, in overvloed, en zij worden het volk tot een oordeel. Wat men met tranen afgedwongen had, is gegeven — en het is niet goed afgelopen.
Numeri 11:5 — Zes gerechten worden genoemd, en de zweepslagen worden verzwegen.
Numeri 11:6 — Het brood uit de hemel is sleur geworden.
Numeri 11:14-15 — Mozes bezwijkt onder de last en vraagt om te sterven.
Numeri 11:17 — God verdeelt: van de Geest die op hem is, wordt op zeventig anderen gelegd.
Numeri 11:29 — Och of al het volk profeten waren, en de HEERE Zijn Geest over hen gave.
Handelingen 2:16-18 — Op de Pinksterdag wordt de profetie van Joël aangehaald: op alle vlees.
In het Nieuwe Testament: Handelingen 2:16-18; Joël 2:28-29; Johannes 6:31-35; 1 Korinthe 10:6; Markus 9:38-40
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Numeri 11 niet aan; wel verwijst Paulus in 1 Korinthe 10 naar het begeren van deze woestijnjaren als waarschuwing. De verbinding tussen de wens van Mozes en de Pinksterdag loopt via Joël 2, dat Petrus wél aanhaalt; dat Mozes aan die profetie dacht, staat er niet. Ook de gelijkenis met het verbieden van Eldad en Medad en het voorval in Markus 9 is een overeenkomst en geen aanhaling.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Numeri 11:1.KruisverwijzingenLeviticus 10:2→2 Koningen 1:12→Numeri 21:5→Psalmen 106:18→Psalmen 78:21→Numeri 16:35→Deuteronomium 9:22→Numeri 20:2→ — En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers. Uitleggers kunnen niet vaststellen waarover zij te klagen hadden. De vloek van de arbeid was weggenomen; zij verdienden hun brood niet in het zweet van hun aangezicht, want het viel elke dag uit de hemel. Zij hadden geen onkosten voor kleding, en al reisden zij, hun voeten zwollen niet op. Ik veronderstel dat zij over het weer klaagden. Het was te koud; het was te warm; het was te nat; het was te droog. Zij klaagden wanneer zij stilstonden: zij bleven veel te lang op één plaats. Zij klaagden wanneer zij optrokken: zij verhuisden te vaak.
Zij waren, om de waarheid te zeggen, veel op onszelf gelijkend: zij klaagden vaak het meest wanneer zij het minst te klagen hadden. Ontevredenheid is onze menselijke natuur ingeboren; en ik geloof niet dat de armsten de meest ontevredenen zijn. Vaak is het juist andersom. Wordt iemand op een plaats gezet waar hij niets te klagen heeft, dan gevoelt hij zich geheel niet op zijn gemak. Hij moet iets hebben om over te morren, iets dat een grief is, of anders is hij niet gelukkig.
God kon hun eerste gemor verdragen; zij waren nieuw in de woestijn, zij hadden honger, zij hadden dorst, en de Heere ontfermde Zich over hen. Maar nu, toen er geen enkele reden voor hun klagen was, bezocht Zijn vuur in een ontzettend oordeel Zijn volk, om hun opstand en hun morren tegen de goedheid van God.
Numeri 11:2-4.KruisverwijzingenExodus 12:38→Numeri 21:7→Deuteronomium 9:22→1 Korinthe 10:6→Jakobus 5:16→Numeri 16:45→Psalmen 106:14→Psalmen 106:23→ — Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt. Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had. En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Alle kwaad schijnt daar te beginnen: onder “het gemene volk” dat zich in hun midden bevond, zoals het ook begint onder die gemeenteleden die onbekeerd zijn, en onder die mensen die het met de haas willen houden en met de honden willen meelopen — die zowel christen als wereldling willen zijn. En zelfs het ware volk van God liet zich aansteken door het schuim dat zich onder hen mengde, en zij vielen aan het wenen.
Numeri 11:5.KruisverwijzingenExodus 16:3→Psalmen 17:14→Filippenzen 3:19→ — Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook. Fraai spul om je te binnen te brengen! “Maar”, zegt u, “u hebt eerder al iets voorgelezen dat hier sterk op lijkt.” Ik lees een ander verslag; maar er is geen oorspronkelijkheid in het morren: het is altijd weer hetzelfde oude liedje. U zou best kunnen menen dat ik in het boek Exodus las, maar dat doe ik niet; er liggen vele jaren tussen. Wie met een ontevreden hand een schilderij gaat maken, zal hetzelfde schilderij maken dat hij eerder maakte. Er is geen oorspronkelijkheid in het gemor, al brengen zij er enkele nieuwe streken in aan. Eerst waren het de vleespotten die zij zich herinnerden; nu komen er bij het vlees ook nog deze smakelijke gewassen: “de komkommers, en de meloenen, en het look, en de aäjuinen, en het knoflook”.
Numeri 11:6.KruisverwijzingenNumeri 21:5→2 Samuël 13:4→ — Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen! Hier gieten zij verachting uit over het brood der engelen, over de spijs des hemels, over de zegen van God. O, waarover zullen de mensen niet klagen?
Numeri 11:7.KruisverwijzingenExodus 16:31→Genesis 2:12→Exodus 16:14→1 Korinthe 1:23→Openbaring 2:17→ — Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah. Een fijne witte kleur, als van een perl.
Numeri 11:8.KruisverwijzingenExodus 16:31→Exodus 16:16→Johannes 6:27→Johannes 6:33→Exodus 16:23→ — Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie. Eerst dachten zij dat het was als koeken met honing gemaakt. Toen zij er meer aan gewend raakten, beschreven zij het misschien even nauwkeurig maar niet meer zo lieflijk: zij zeiden dat het was als verse olie — en er is geen betere smaak dan die. Olie heeft, wanneer zij bij ons komt, gewoonlijk een sterke en ranzige smaak; maar in de olielanden is zij verrukkelijk, en wie brood heeft met een druppel of twee olie, zal bevinden dat hij met een maaltijd niet slecht voorzien is.
Numeri 11:9.KruisverwijzingenExodus 16:13→Psalmen 78:23→Deuteronomium 32:2→Psalmen 105:40→ — En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder. God zorgde ervoor Zijn kostelijke gave te bewaren, door elk korreltje ervan in een druppel dauw te sluiten, die het fris hield. En wanneer de waarheid tot ons komt, gesloten in de dauw van de Geest, hoe zoet is haar smaak dan! Moge het zo voor ons zijn, telkens wanneer wij ons met Christus voeden.
Numeri 11:10.KruisverwijzingenPsalmen 78:59→Numeri 14:1→Markus 10:14→Deuteronomium 32:22→Psalmen 139:21→Psalmen 106:25→Numeri 21:5→Jesaja 5:25→ — Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes. En geen wonder; zachtmoedig man als hij was, verdroten zij zijn genadige geest door hun onophoudelijk gemor. Laten wij, terwijl wij deze droeve geschiedenis lezen, onszelf daarin als in een spiegel zien; en laten wij ons diep bekeren van ons morren en klagen.
Numeri 11:23.KruisverwijzingenJesaja 59:1→Jesaja 50:2→Ezechiël 12:25→Ezechiël 24:14→Numeri 23:19→Mattheüs 24:35→2 Koningen 7:17→2 Koningen 7:2→ — Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet. God had aan Mozes de bepaalde belofte gedaan dat Hij de uitgestrekte schare in de woestijn een hele maand met vlees zou voeden. Mozes, door een aanval van ongeloof overvallen, ziet op de uiterlijke middelen en weet niet hoe de belofte vervuld kan worden. Zullen de kudden en de runderen geslacht worden? Hoe zouden zij dan vee hebben om het land te bevolken waar zij hoopten spoedig binnen te gaan? En al zouden zij al hun beesten slachten, er zou niet genoeg voedsel zijn voor zo vraatzuchtig een volk voor een maand. Zullen alle vissen der zee hun waterig element verlaten en op de tafels van deze hongerige mensen komen? Ook dan zou er nauwelijks genoeg zijn om zo grote schare een maand te voeden.
Maar Mozes zag op het schepsel in plaats van op de Schepper. Verwacht de Schepper dat het schepsel Zijn belofte vervult? Nee, Zijn beloften hangen voor hun vervulling niet af van de medewerking van nietige menselijke kracht. God geeft als Soeverein een onvoorwaardelijke belofte; en Hij kan dat doen zonder vrees voor een misgreep, omdat Hij de almacht heeft om Zijn grootste woord te vervullen.
Zullen wij op de top van de Alpen zomerhitte zoeken? Zullen wij naar de Noordpool reizen om vruchten te vergaren die door de zon gerijpt zijn? Of zullen wij naar de linie reizen om ons lichaam door koele, verkwikkende winden te laten versterken? Wij zouden niet dwazer handelen dan wanneer wij op de zwakke zien voor kracht, of op het schepsel om het werk van de Schepper te doen. De grote dwaasheid van Mozes is de dwaasheid van de meeste gelovigen. De grond van het geloof is niet de toereikendheid van de zichtbare middelen voor de volbrenging van de belofte, maar de algenoegzaamheid van de onzichtbare God om zeker te doen wat Hij gezegd heeft.
I. Vs. 1-34.KruisverwijzingenExodus 12:38→Numeri 21:7→1 Korinthe 10:6→Exodus 16:3→Exodus 16:31→Leviticus 10:2→Genesis 2:12→Exodus 16:13→ — En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers. Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt. Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had. En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook. Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen! Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah. Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie. En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder. Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes. Reeds op de eerste rustplaats, waar Israël na zijn vertrek van de Sinaï, na 3 dagreizen aankwam, breekt de ongoddelijke vleselijke zin, die in de harten woont, opnieuw uit, en God moet nu in een reeks van steeds toenemende strafgerichten, de tijd van de bezoeking laten aanbreken, die Hij zich had voorbehouden. In het eerst is het slechts een meer algemene mismoedigheid en ontevredenheid over al de bezwaren, die de tocht door de woestijn oplevert, welke nog geen bepaalde vorm van klacht aanneemt. Een vuur, dat de Heere in de uiterste omgeving van het leger uitbreken laat, heeft ten doel de verkeerde stemming van het volk in de kiem te smoren. Het is evenwel nauwelijks op de voorbede van Mozes opgeheven, of er ontstaat een meer bepaald gemor. Het laagste volk namelijk, dat uit Egypte getrokken was, uit zijn begeerte naar de genietingen van het verlaten land, welke zij nu al zolang hadden moeten missen, en brengt het gehele volk tot een luid jammeren en wenen, dat men hier in de woestijn geen vlees met sapvolle en smakelijke bijgerechten, maar dag aan dag niets anders dan alleen maar manna te eten had. Mozes klaagt tot de Heere, dat de last om dit volk te leiden, hem alleen te zwaar wordt, en krijgt tot medeverzorgers 70 oudsten, op wie de Heere Zijn Geest legt. Daarop werd ook de begeerte van het volk naar ander spijs, door een ongehoorde menigte van wachtels of kwakkels, die de zuidoosten wind van over zee aanvoerde, een gehele maand lang, bevredigd; maar het wonder van de goddelijke hulp wordt door de straf van een goddelijke plaag op de voet gevolgd, zodat er velen omkomen en dezelfde plaats, die te voren tot een brandplaats geworden was, een grafplaats voor het naar zingenot hakende volk werd.
KruisverwijzingenLeviticus 10:2→2 Koningen 1:12→Numeri 21:5→Psalmen 106:18→Psalmen 78:21→Numeri 16:35→Deuteronomium 9:22→Numeri 20:2→— En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.
En het geschiedde, als het volk, dat door het gerust en geschikt verblijf in de water- en weiderijke nabijheid van de Sinaï verwend geworden was, zich was beklagende, 1) dat het kwaad was in de oren van de HEERE, tegen wie het volk zich aldus met ondankbaarheid en wantrouwen aankantte; want de HEERE hoorde het twisten tegen Hem, dat in het begin slechts met zachte stem geschiedde, maar zich langs zo meer onverholen lucht gaf, waarom Hij daarop niet meer zwijgen kon, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur van de HEERE onder hen, die nu aan het einde van de driedaagse tocht gekomen waren, ontbrandde en, wat het maar ontmoette, verteerde in het uiterste van het leger. 2)
Men lere hieruit: 1e. de ijselijkheid van de zonde, welke gelegenheid neemt uit de geboden zelf, om zoveel te meer zondigende te zijn; 2e. de krachteloosheid van de wet door het vlees (Rom.8:3). De wet ontdekt de zonde, maar zij kan ze niet wegnemen; zij beteugelt de zonde voor een kleine tijd, maar zij kan ze niet overwinnen, noch haar van haar macht en heerschappij beroven.
KruisverwijzingenNumeri 21:7→Jakobus 5:16→Numeri 16:45→Psalmen 106:23→Exodus 32:31→Genesis 18:23→Numeri 14:13→Psalmen 78:34→— Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt.
Het vuur brak niet, zoals in Leviticus. 10:2, uit de wolk voort, maar werd door een bliksemstraal of op een andere, onmiddellijke wijze, door de Heere, misschien in het kreupelhout, dat de Israëlitische legerplaats omgaf, ontstoken, zodat het van daar de nabijgelegen tenten aangreep en de gehele legerplaats met vernietiging dreigde. Naar het schijnt, bleef hierbij nog elk mensenleven verschoond, en wilde God Zijn macht om de morrenden te straffen, vooreerst nog slechts van verre tonen, om het volk een heilzame schrik in te boezemen. Het is intussen een zinrijk teken, dat aanstonds de eerste legerplaats de naam van brandplaats (vs.3), alsook die van lustgraven (vs.34) krijgt, want die bedreiging (Exodus. 32:34), “ten dage van Mijn bezoek, zo zal Ik hun zonde over hen bezoeken,” hebben de kinderen van Israël, wegens hun onbuigzaam en onbekeerlijk hart, van de Sinaï meegenomen als een vloek, die over hen zweeft. Door Gods toorn zal dus het vuur ontbranden (Exodus. 32:22), en de woestijn zal heel het huidig geslacht in zijn zand begraven (Numeri. 14:29)
Toen riep het volk, als het zag hoe het vuur steeds verder om zich greep, tot Mozes, de kracht van wiens voorbede, aan de Sinaï zo treffend gebleken (Exodus. 32-34), hun nog levendig voor de geest stond; en Mozes bad tot deHEERE; en het vuur werd gedempt 1) (Amos 7:4-6).
Eigenlijk staat er: Het vuur zonk neer. Thab-éra en hij Kebrôth-Thaäva zijn niet twee verschillende plaatsen. Het uiterste van het leger werd met eerstgenoemde naam aangeduid. De gehele plaats met laatstgenoemde. Het is mogelijk, dat geen mensenlevens te betreuren vielen, maar de Schrift zwijgt ervan. Er zijn er, die gemeend hebben, dat hier aan een verzengend vuur moet gedacht worden, die de achterblijvenden en de morrenden naar de legerplaats dreef, maar o.i. zonder grond. Duidelijk staat er: het vuur van de Heere.
KruisverwijzingenDeuteronomium 9:22→— Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had.
Daarom noemde hij de naam van die plaats Thab-éra, brand of brandplaats, omdat het vuur van de HEERE onder hen gebrand had.
KruisverwijzingenExodus 12:38→1 Korinthe 10:6→Psalmen 106:14→1 Korinthe 15:33→Nehemia 13:3→Romeinen 13:14→Leviticus 24:10→Psalmen 78:18→— En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
En, want de boze natuur van het hart was door dit proefgericht nog geenszins overwonnen, maar brak weldra, nog tijdens de legering in Disahab opnieuw uit, het gewone volk, 1) dat in het midden van hen was (Exodus. 12:38), werd met lust bevangen naar spijzen zoals zij daar gegeten hadden en vooral naar vlees, daarom zo weenden ook de kinderen van Israël; die zij met hun ontevredenheid hadden aangestoken, opnieuw, evenals zij vroeger (Exodus. 16:2 vv.) gedaan hadden, en zeiden: wie zal ons eindelijk, nadat wij het zolang hebbenmoeten missen, vlees 2) te eten geven?
In het Hebreeuws Haasaphsuph, eigenlijk het gepeupel. Dit is het vermengd volk uit Exodus. 12:38, dat hier Israël tot een valstrik begint te worden. De Engelse vertaling geeft: de vermengde menigte.
Onder vlees hebben wij hier te verstaan, een meer krachtiger spijs dan het Manna, en al wat zij in Egypte in overvloed en voor een klein prijs konden verkrijgen.
KruisverwijzingenExodus 16:3→Psalmen 17:14→Filippenzen 3:19→— Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
Wij denken aan de vissen, die wij in Egypte, bij de grote overvloed, waarin de Nijl en andere wateren deze opleveren, zo goed als om niet aten; aan de, in het welig Egypte zo goed gedijende komkommers, en aan de pompoenen, watermeloenen, en aan het bieslook, en aan de uien, en aan de knoflook. 1)
Zowel de vissen als de groenten, hier opgesomd waren in Egypte voor een kleine prijs te verkrijgen. In de woestijn was hiervan niets te krijgen. Het gemengd volk was alleen voordeelshalve meegetrokken. Toen zij niet spoedig hun wensen zagen vervuld, werden zij wrevelig, begonnen te mopperen en er spijt over te voelen, dat zij met Israël uit Egypte waren opgetrokken.
KruisverwijzingenNumeri 21:5→2 Samuël 13:4→— Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
Maar nu, in deze dorre, onvruchtbare woestijn, waarin wij nu al langer dan een jaar omtrekken, is onze ziel dor van de droge, saploze kost, die we hier eten moeten, er is niet van dit alles, behalve dit eenzelvige en flauwe Mannavoor onze ogen.
KruisverwijzingenExodus 16:31→Genesis 2:12→Exodus 16:14→1 Korinthe 1:23→Openbaring 2:17→— Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
Het Manna nu, waarvan zij met zulk een verachting spraken, was, wat zijn vorm betreft, zo fijn en schoon als korianderzaad, 1) en zijn verf of kleur was als de verf van de bedólah of bedellion, een welriekende en doorzichtige harssoort, niet ongelijk aan was, en dus reeds als zodanig voor het oog een liefelijke gave van de hemel.
Ook: zie Ex 16.31.
KruisverwijzingenExodus 16:31→Exodus 16:16→Johannes 6:27→Johannes 6:33→Exodus 16:23→— Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
Het volk liep, in naarstige bedrijvigheid hier en daar en verzamelde het, zoveel als het maar voor zijn dagelijkse behoeften nodig had, en maalde het met molens of stootte het fijn in mortieren, en kookte het in potten, en maakte daarvan koeken; 1) en zijn smaak was als de smaak van gebakken, die met de beste vochtigheid van de olie toebereid zijn en anders voor een lekkere spijze doorgaan (Exodus. 16:31).
Het manna liet zich op verschillende wijzen tot spijze gereed maken (zie Ex 16.24).
KruisverwijzingenExodus 16:13→Psalmen 78:23→Deuteronomium 32:2→Psalmen 105:40→— En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
En wanneer de dauw van de nacht op het leger neerviel, viel het Manna hierop mede neer, en bleek dus telkens opnieuw brood te zijn, dat hun dagelijks vers van de hemel gegeven werd (Psalm. 78; Psalm. 105:40); zijechter hielden meer van het scherpe en bijtende, en gaven daarom aan de genietingen van Egypte ver de voorkeur boven zo’n onmiddellijke gave van de Heere.
Het moet ons niet verwonderen, dat Mozes hier nogmaals zo’n nauwkeurige beschrijving van het manna geeft, zonder naar het eerder, uitvoerig bericht te verwijzen. Het behoort juist tot het eigenaardige van de Bijbelse verhaaltrant, om zich telkens in het nu aanwezige te verdiepen en, in weerwil van zijn grote beknoptheid, daar, waar enige bijzonderheid voor de gang van de geschiedenis bijzondere betekenis heeft, deze dan ook, zonder verder omzien, zuiver en volledig voor te stellen. Het verhaal neemt in zo’n geval de natuur van de daden zelf aan, want ook deze zijn hoewel zij herhaaldelijk plaats hebben, toch voor elk tijdpunt, dat zij innemen, weer een bijzonderheid op zichzelf. Overigens vindt men hier ook geenszins een blote herhaling, maar er komen ook nieuwe trekken omtrent gedaante, bereiding en smaak van het manna bij, om de gave, die Israël versmaadde en in plaats waarvan het vlees met de scherpe planten van Egypte begeerde, en in al haar waarde te doen kennen. Maar dat is de ontstemde of bedorven natuur van de mens, die in het rustig genot van het reine en onvermengde niet kan uithouden, maar, wegens haar innerlijke disharmonie, het bijvoegen van de prikkel van de zure en scherpe dingen verlangt. Wie als Israël de woestijn van het leven doortrekt, wie namelijk als een verloste van God, onder de onbepaalde leiding van de goddelijke wil in de wereld leeft, die zal weldra ervaren, dat hij met manna gevoed wordt, dat is, met het hemelse woord van God, dat alle stoffen tot zijn genot heiligt en veredelt; maar hij zal vervolgens ook iets van die verveling ondervinden, waardoor Israël bevangen werd, omdat de zichzelf steeds gelijkblijvende, rustige kracht van Gods Woord in strijd is met zijn natuur, wier verlangen naar de strelende en prikkelende genietingen van de wereld uitgaat.
Wat nog de bovengenoemde Egyptische voedingsmiddelen aangaat, ook tegenwoordig nog behoren gezouten vis, komkommers, pompoenen, bieslook, ui en knoflook tot de meest geliefde spijzen van de lagere Egyptische volksklasse; met name zijn de Egyptische uien beter dan die van alle andere landen; zij worden soms gebraden, soms als moeskruid gekookt en met vlees genuttigd.
KruisverwijzingenPsalmen 78:59→Numeri 14:1→Markus 10:14→Deuteronomium 32:22→Psalmen 139:21→Psalmen 106:25→Numeri 21:5→Jesaja 5:25→— Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
Toen 1) hoorde Mozes het volk wenen, door al hun gezinnen, het een zowel als het andere, een ieder, zo algemeen was het gejammer in het leger, aan de deur van zijn hut; en de toorn van de HEERE ontstak zeer; ook was het geklaag van het volk kwaad in de ogen van Mozes, die tevens het ongenoegen van de Heere opmerkte, en geen raad wist, hoe hij het volk bedaren en de toorn van de Heere afwenden zou, maar zich reeds voorbereidde op een treurige afloop met Israël, waarvan de leiding in zijn handen berustte en dat hij toch zo graag in vrede en welvaart in Kanaän brengen zou.
Beter is de vertaling: Toen Mozes het volk hoorde wenen naar zijn gezinnen, een ieder aan de deur van zijn hut (of tent) en de toorn van de Heere zeer ontstak: Mozes echter de zaak ongevallig was; in vs.11 is dan de nazin en moet alzo gelezen worden: Zo zei Mozes tot de Heere.
Wenen door (of naar) hun gezinnen duidt aan, een algemeen wenen, een morren, dat overal, het gehele leger door, gehoord werd.
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:12→Jeremia 20:14→Maleachi 3:14→Klaagliederen 3:39→Exodus 17:4→2 Korinthe 11:28→Numeri 11:15→Jeremia 15:10→— En Mozes zeide tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?
En Mozes ging in het Heilige der Heiligen van de tabernakel (vs.24), om daar raad en troost van de Heere te erlangen (Exodus. 25:22 Numeri. 7:89), en alzo zei hij tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan mij, Uw knecht kwalijk gedaan, 1) of: verwekt Gij mij zo veel zorg, doordat ik herhaaldelijk in zulke moeiten geraak? en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij mij niet ten minste raadslieden en helpers ter zijde stelt, maar dat Gij de last van dit gehelee volk op mij legt? 2)
Ook: zie Ge 15.3.
Dit ziet niet alleen op het mopperen van het volk, maar ook op het ontbranden van de toorn van de Heere over het mopperen van Israël.
Onder last van dit gehele volk is te verstaan de zorg, om hen te regeren en hen van alle nooddruft te voorzien. Mozes klaagt hier God zijn nood. Niet uit ongeloof, of uit verzet tegen hetgeen de Heere hem heeft opgedragen, maar uit kleinmoedigheid, bij de ervaring van het klagen en mopperen van het volk.
KruisverwijzingenExodus 13:5→Jesaja 49:23→Jesaja 40:11→1 Thessalonicenzen 2:7→Genesis 50:24→Genesis 26:3→Jesaja 49:15→Ezechiël 34:23→— Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
Heb ik dan al het volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zou zeggen: Draag het in uw schoot, zoals een voedstervader of een voedster de zuigeling draagt, tot dat land, dat Ik hun toegedacht heb? En al heb ik werkelijkvan dit gehele volk zwanger gegaan en het ter wereld gebracht, zodat ik nu verplicht ben, om het als een moeder haar kind, aan mijn boezem naar dat land te dragen, dat Gij hun vaderen gezworen hebt, zijt Gij dan toch niet de Schepper en Vader van Israël (Exodus. 4:22; Jes.66:16) en alzo gehouden om dit Uw kind op de weg te verzorgen en te voeden?
KruisverwijzingenMarkus 8:4→Mattheüs 15:33→Johannes 6:5→Markus 9:23→— Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!
Van waar zou ik het vlees hebben of verkrijgen, om al dit volk te geven? want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!
Alsof raad ik moet schaffen; en Gij, die toch alleen hier helpen kunt, bevredigt hun verlangen niet. Zo wekken zij des te meer Uw toorn op, en ik moet zien dat ik hen Uw strafgericht en niet het beloofde land tegemoet voer.
KruisverwijzingenExodus 18:18→Deuteronomium 1:9→Jesaja 9:6→Zacharia 6:13→Psalmen 89:19→2 Korinthe 2:16→— Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!
Ik alleen kan al dit volk, met zijn begeerten en noden niet dragen; want het is mij te zwaar.
Kruisverwijzingen1 Koningen 19:4→Jona 4:3→Exodus 32:32→Job 7:15→Jona 4:8→Sefanja 3:15→Job 3:20→Filippenzen 1:20→— En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!
En indien Gij alzo aan mij doet en mij alleen onder deze last laat staan, zo dood mij toch slechts liever in eens, dan mij langzamerhand te laten bezwijken, indien ik nog enigszins in uw ogen genade gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk, waaronder ik ten laatste toch zou moeten omkomen, niet langer aanzien en de lasten, die het volk mij oplaadt, niet langer voortslepen!
Met een zo stoute taal als Mozes hier en in Exodus. 32:31 vv. voert, waagde het ook Luther tot de Heere te naderen, toen Ph.Melanthon, in juni 1540, op reis naar de samenkomst te Hagenau, onderweg zo ziek geworden was, dat voor hem niets anders meer dan een zekere dood te wachten scheen. Luther werd naar Weimar tot hem geroepen, en vond hem in een ontzettende toestand, zodat hij tot zijn reisgenoten zei: God beware ons; hoe heeft mij de duivel (Melanthons ziekte was namelijk een gevolg van kwaad geweten; hij erkende, dat hij in de ergerlijke zaak van het beoogde, dubbele huwelijk van de landgraaf Filips van Hessen, zich ver van de rechte weg had laten afvoeren) -dit orgaan (uitverkoren werktuig) te schande gemaakt! Daarop wendde hij zich spoedig naar het venster en bad daar tot God op een wijze, waarvan hij zelf verhaalt: aldaar moest de Heere God mij verstaan; want ik wierp Hem de zak voor de deur en riep tot Zijn oren met alle beloften, dat gebeden verhoord worden, die ik uit de Heilige Schrift maar wist bij te brengen, dat Hij mij verhoren moest, indien ik op Zijn beloften zou blijven vertrouwen. Hierop vatte hij Melanthon bij de hand en sprak hem toe: wees getroost Philippus, gij zult geenszins sterven! Deze werd inderdaad ook weer gezond en bekende later: dat hij door goddelijke kracht uit de dood tot het leven teruggeroepen was, maar dat hij zeker zou gestorven zijn, indien Luther niet was gekomen. Luther intussen schreef aan zijn vrouw: dat, ofschoon wat de rijksdag van Hagenau betrof, moeite en arbeid verloren was, hij toch Magister Philippus weer uit de hel gehaald had, en hem, zo God wilde, weer vol goede moed uit zijn graf zou naar huis brengen (zie Ge 18.32).
Mozes’ hart spreekt zich hier uit; het Middelaarshart van Mozes, waarop de noden en behoeften van het volk zwaar weegt, maar er zelf ook nameloos onder lijdt, als het de toorn van God tegen dat volk ziet ontbranden.
KruisverwijzingenExodus 24:9→Exodus 24:1→Deuteronomium 16:18→Deuteronomium 1:15→Deuteronomium 31:28→Genesis 46:27→Lukas 10:17→Lukas 10:1→— En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
En de HEERE, die de dubbele klacht van Zijn knecht met dubbele hulp wilde beantwoorden, zei 1) tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten of hoofden van de verschillende stammen, geslachten en families van Israël, van wie gij weet, dat zij de oudsten van het volk en diens ambtslieden zijn; 2) en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
Dat het geen morrend ongeloof was geweest, blijkt uit het antwoord van de Heere. Immers, waar de Heere het ongeloof bestraft, daar steunt en sterkt Hij altijd de bijna bezwijkende zondaar en neemt het zwak geloof in Zijn goddelijke bescherming. Helder blijkt hier, dat de Heere de klacht van Zijn knecht genadig aanneemt en aan zijn wens tegemoet komt. Hij ontslaat hem niet van zijn ambt, maar schenkt hem hulpmiddelen.
KruisverwijzingenNumeri 11:25→2 Koningen 2:15→Joël 2:28→Romeinen 8:9→2 Koningen 2:9→1 Samuël 10:6→1 Korinthe 12:4→Nehemia 9:20→— Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.
Zo zal Ik, in de wolk (Numeri. 11:25) van de plaats, waar zij op de tabernakel rust (Exodus. 40:34), afkomen tot de plaats, waar gij staat, en met u aldaar spreken; en van de Geest, die op u is, zal Ik afzonderen en op hen, de 70 oudsten, leggen, 1) en zij zullen met u de last van dit volk dragen, opdat gij die langer alleen niet draagt. 2)
Niet, dat Mozes daardoor minder van de Geest had, omdat zij evenzo daarmee werden begiftigd, want de fontein van Gods algenoegzaamheid is onuitputtelijk en overvloedig toereikende voor allen, die Hij gelieft te begenadigen, noch dat zij daardoor hem gelijk werden gemaakt, want Mozes was steeds zonder weerga, en daar was geen profeet meer in Israël, zoals Mozes (Deuteronomium. 34:10). Hierdoor werden zij, zoals Mozes voorheen en nog was, in staat gesteld, zo tot het kennen van verborgen en toekomstige zaken, als tot het oplossen van zwaarwichtige gevallen, in de regering van het volk voorkomende.
Het dragen van de last van Israël, die Mozes dreigde te zwaar te worden, was een werk van de Geest; daarom was een mededeling van de Geest nodig voor hen, door wier bijstand de Heere hem verlichting wilde aanbrengen, en ware een bloot zinnelijke wijding, zoals bij de priesters en de Levieten, bij deze oudsten niet voldoende geweest. Hun college zou echter geen zelfstandig, maar slechts een aan Mozes ondergeschikt ambt bekleden; daarom geschiedt de mededeling van de Geest aan hen, door een mededeling van zijn Geest, evenals de vrouw, daar zij slechts een vervollediging en hulp voor de man is, van deze genomen werd (Genesis 2:20 vv.). De mate van de Geest, die Mozes bezat, was op zichzelf volkomen genoegzaam; alleen zijn lichaamskracht had versterking of bijstand nodig; en deze werd hem verleend in de mannen, die hem werden ter zijde gesteld. Terwijl echter van zijn Geest op hen zal gelegd worden, wordt de mate van de Geest bij hem zelf zo weinig verminderd, als een licht van zijn kracht om te lichten en een vuur van zijn kracht om te branden iets verliest, doordat men er nog andere lichten en andere vuren mee aansteekt; het wint integendeel door zulk een extensie of uitzetting naar buiten nog des te meer aan intensiteit en wordt innerlijk des te krachtiger en werkzamer.
KruisverwijzingenExodus 19:10→Handelingen 7:39→Numeri 11:1→Richteren 21:2→Genesis 35:2→Numeri 14:2→Numeri 11:4→Exodus 16:3→— En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.
En tot het volk, dat zowel bevrediging van zijn begeerte, als gij verlichting van uw last verkrijgen zal, zult gij zeggen: Heiligt u, door heilige wassingen (Genesis 35:2 Exodus 19:10) voorde morgen, en gij zult vlees eten, zo als gij verlangd hebt; want gij hebt voor de oren van de HEERE geweend, zeggende: wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte, maar hier in de woestijn zien onze ogen niets anders dan manna! daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult tot verzadiging eten.
— Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;
Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen.
KruisverwijzingenPsalmen 106:15→Numeri 21:5→Exodus 16:13→Handelingen 13:41→Spreuken 27:7→Maleachi 1:6→1 Samuël 2:30→Jozua 24:27→— Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?
Maar tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga 1) en u tot een walging zij; 2) omdat gij de HEERE, die in het midden van u is, verworpen hebt en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: waarom nu zijn wij uit Egypte getrokken?
Wij zouden zeggen: dat het u de keel uitkomt.
Anderen denken hier aan een zo hevig braken, dat zij haar weg ten dele door de neus neemt.
De Septuaginta vertaalt deze woorden aldus: het zal u tot galziekte (cholera) zijn; waaruit blijkt, dat deze ziekte reeds ten tijde, dat die vertaling reeds gemaakt werd, kan voorgekomen zijn; en dat dit werkelijk het geval was, wordt door beschrijvingen van geneeskundigen uit de oudheid zeer waarschijnlijk. Het is intussen verkeerd in de Hebreeuwse woorden (Prediker. 6:2) cholira (boze plagen) reeds den naam van die ziekte te willen vinden.
De belofte, dat aan hun wens zou voldaan worden, gaat hier in een bedreiging over. De zegen zal in een vloek verkeerd worden, omdat het volk de weldaden van de Heeren en Zijn, op bijzondere wijze, in de noden van het volk voorzienende hand veracht hebben.
KruisverwijzingenExodus 12:37→Exodus 38:26→Numeri 1:46→Genesis 12:2→Numeri 2:32→— En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!
En Mozes, wie het bijkans ongelooflijk voorkwam, dat een zo verbazend grote menigte volk, een hele maand lang, met vlees, tot walgens toe, zou verzadigd worden, zei tot de Heere zeshonderdduizend man te voet, 1) de vrouwenen kinderen niet eens meegerekend, is dit volk, in wiens midden ik ben; en gij hebt gezegd: ik zal hun vlees geven, en zij zullen een hele maand eten!
Mozes noemt slechts het ronde getal (hoofdstuk 1:46 zie Ex 12.37)
KruisverwijzingenMattheüs 15:33→Markus 8:4→Lukas 1:34→Lukas 1:18→Johannes 6:6→2 Koningen 7:2→Markus 6:37→Johannes 6:9→— Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?
Zullen er dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? Zullen al de vissen van de zee voor hen verzameld worden, zodat er voor hen genoeg zij? 1)
Deze vraag van Mozes is een nieuw bewijs, dat wij boven (zie Nu 10.36) de plaats van de lustgraven juist hebben aangewezen. Wordt deze rustplaats midden in de woestijn gesteld, zoals door vele uitleggers gedaan wordt, zo heeft de vraag geen voegzame zin en klinkt zeer zonderling, maar in de nabijheid van de zee verklaart zij zich vanzelf. Het bezwaar, dat zich voor de tocht van de Sinaï naar Disahab geen grond of reden laat aanvoeren, terwijl deze tocht het volk niet nader tot het doel bracht, maar veeleer van Kanaän afvoerde, is van geen belang, daar Gods wegen dikwijls genoeg geheel anders zijn dan de onze, ja, zelfs dwaas schijnen in het oog van de menselijke kortzichtigheid.
Deze vraag herinnert ons aan de vraag van de discipelen: Van waar zal iemand deze met broden in de woestijn kunnen verzadigen (Mark.8:4)? In die vraag ligt enige kleingelovigheid opgesloten, kleingelovigheid als gevolg van de moedeloze toestand, waarin hij verkeerd had en verkeerde. Daarom openbaart zich de Heere hier ook weer aan Mozes als El-Schaddai, als God, de Almachtige, Wiens arm niet verkort is.
KruisverwijzingenJesaja 59:1→Jesaja 50:2→Ezechiël 12:25→Ezechiël 24:14→Numeri 23:19→Mattheüs 24:35→2 Koningen 7:17→2 Koningen 7:2→— Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
Doch de HEERE zei tot Mozes: zou dan de hand van de HEERE, die reeds zo vele wonderen gedaan heeft, verkort zijn, 1) of aan macht verloren hebben; zodat Hij niet zou kunnen volvoeren, hetgeen Hij zich voorgenomen heeft?Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren d.i. vervuld worden zal of niet. 2)
Met deze vraag wil de Heere Mozes in het geheugen terugroepen, al wat Hij reeds gedaan heeft: hoe Hij zich geopenbaard heeft als de Sterke God. Met een bestraffing komt de Heere ook nu niet, maar toestand en behoefte van Zijn knecht in aanmerking nemende, wijst Hij hem op het verleden, opdat hij voor de toekomst moed zou grijpen. Hij betoonde zich ook hier de beste Zielearts te zijn.
Ook: zie Ex 14.12.
KruisverwijzingenNumeri 11:16→Numeri 11:26→— En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.
En Mozes ging uit de tabernakel, waar hij (vs.11 vv.) God zijn nood geklaagd had, en sprak de woorden van de HEERE, die zowel hem zelf verlichting van zijn al te zware last, alsook Israël de vervulling van hun begeerte toezegden, die woorden sprak hij tot het volk; en hij verzamelde, volgens het bevel, dat hem gegeven was (vs.16), zeventig mannen 1) uit de oudsten van het volk, en stelde hen, in een halve cirkel, rondom de tent, terwijl hij zelf aan haar ingang stond, het gelaat gekeerd naar de menigte, die in de voorhof vergaderdwas.
De Rabbijnen hebben beweerd, dat uit deze zeventig oudsten het Sanhedrin is ontstaan; dat daarom deze Raad er al geweest is in de dagen van Mozes, doch ten onrechte. In latere dagen leest men er niet meer van, zelfs niet in de dagen, kort na de Babylonische ballingschap.
KruisverwijzingenNumeri 11:17→Numeri 12:5→1 Samuël 19:20→1 Samuël 10:10→Exodus 34:5→1 Korinthe 11:4→2 Koningen 2:15→Exodus 40:38→— Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.
Toen kwam de HEERE van de tabernakel af in de wolk, zodat deze, die op het achterste gedeelte van de tabernakel rustte, zich langzaam en Majestueus naar den voorste ingang voortbewoog en eindelijk boven het hoofd van Mozes staanbleef, en de Heere sprak tot hem uit de wolk, wat thans aan de zeventig oudsten geschieden zou en op welke wijze zij Mozes met raad en daad ter zijde zouden staan, en afzonderende van de Geest, die op hem was, legde de Heere, waarschijnlijk doordat de wolk, die boven Mozes’ hoofd zweefde, ook hun schouders aanraakte, hem, nl. de van Mozes genomen Geest, op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest nu ook op hen rustte, dat zij profeteerden, d.i. in een toestand van verrukking geraakten en in verheven taal, die op alle omstanders een diepe indruk maakte, zich ontboezemden, zodat het ook uiterlijk bleek, dat er iets groots in hun binnenste geschied was (zie “1Sa 10.11), maar daarna profeteerden zij niet meer. 1)
Daarna niet meer. Zo worden de oorspronkelijke woorden door onze Statenvertalers vertolkt; en voor déze opvatting pleit alleszins de wijze, waarop de woorden in de grondtaal geschreven zijn. Er staat letterlijk: zij voegden er niet bij, hetgeen wel niets anders betekenen kan dan dat het profeteren van die 70 zich later niet meer herhaalde; hoewel zij bleven in het bezit van de Geest.
In het voetspoor van de Vulgata vertaalt Luther: en zij hielden niet op, volgens welke vertaling die oudsten ook nog later herhaaldelijk zullen geprofeteerd hebben en de gave van de profetie hun was meegedeeld. Voor deze opvatting laat zich aanvoeren, dat de betekenis van het Hebreeuwse woord jasaph (bijvoegen) niet alleen in de naam van joseph (Jozef, Genesis 30:28 vv.)) geheel en al overgaat in die van een ander, klankverwant woord asaf (terugtrekken, wegnemen), maar dat ook de van deze beide woorden (jasaph en asaf) afgeleide vormen niet zelden met elkaar verwisseld worden (Exodus. 5:7 Psalm. 104:29). Volgens de Lutherse vertaling zouden we hier een kort bericht hebben van de verdere werkzaamheid van de oudsten; zij stonden Mozes dan op soortgelijke wijze ter zijde, als later de profetenleerlingen (zie 1Sa 1.20) Samuël ter zijde stonden, alzo zij in heilige geestdrift, op het volk met indrukwekkende vermaningen invloed uitoefenden en de om zich grijpende afval tegenwerkten. Volgens de Statenvertaling wordt daarentegen gezegd, dat weliswaar de buitengewone genadegave van de profetie, nadat zij als bewijs van de ontvangen Geestesmededeling gediend had, van die oudsten weer geweken, maar niettemin de Geest, die zij ter uitoefening van hun ambt behoefden, bij hen gebleven is en hen ook verder bekwaam maakte om Mozes, als medeverzorgers, in zijn betrekking van Israëls leidsman, bij te staan. Van hun verdere werkzaamheid lezen wij, met uitzondering alleen van hoofdstuk 16:25, niets meer. Zo laat zich dan ook niet nader bepalen op welke wijze zij Mozes zijn last hielpen dragen.
De talmoedisten en rabijnen beweren, dat de 70 een bestendig college hebben uitgemaakt, dat van Mozes af tot aan de Babylonische ballingschap bleef bestaan en na de ballingschap weer hersteld is in het Sanhedrin of de grote Raad. (Matth.2:4. de Aant.)
KruisverwijzingenJeremia 36:5→Exodus 4:13→1 Samuël 10:22→1 Samuël 20:26→Jeremia 1:6→Exodus 3:11→— Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.
Maar twee mannen waren in het leger overgebleven: de naam van de ene was Eldad, en van de andere Medad; en die Geest, die zich, terwijl het (vs.25) verhaalde bij de tabernakel plaats had, aan hen zowel alsaan de anderen meedeelde, rustte op hen, want zij waren onder de aangeschrevenen, 1) die Mozes, volgens vs.16 moest uitkiezen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren, en zij profeteerden ten gevolge van de Geestesmededeling in het leger, 2) evenals de anderen bij de tabernakel.
Beter: beschrevenen (een conscripti). Zij waren schriftelijk uitgenodigd, dit blijkt hieruit, om tot de tabernakel te komen. Waarom zij niet kwamen, weet men niet. Calvijn gelooft, dat zij niet te vinden waren, toen zij geroepen waren, anderen schrijven het toe aan een gevoel van onwaardigheid en onbekwaamheid. De Heere echter deelt ook hen mee van de Geest, zodat ook zij in het leger beginnen te profeteren.
Ook bij deze gelegenheid moest het blijken, dat de Geest des Heeren aan geen menselijke regelen gebonden was, maar in onbeperkte vrijheid werkte, evenals bij de voorkeur aan Jakob boven Ezau, aan Efraïm boven Manasse verleend, en evenals bij de uitstorting van de Heilige Geest vóór den doop in het huis van Cornelius (Hand.10:47)
— Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.
Toen liep een jongen 1) heen, naar de tabernakel, en boodschapte aan Mozes, en zei: Eldad en Medad profeteren in het leger! 2)
Ook: zie Ge 14.13.
Deze zaak verwekte, zoals men denken kan, bij degenen, die hen in het leger omringden, groot opzien en veel verwondering. Daarom zond men in allerijl een bode naar Mozes.
KruisverwijzingenJozua 1:1→Markus 9:38→Johannes 3:26→Lukas 9:49→Exodus 33:11→Exodus 17:9→— En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!
En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, één van zijn uitgelezen jongemannen, 1)die het voor een ongepaste aanmatiging en voor een inbreuk op het ambt van zijn heer hield, dat die twee zo onafhankelijk van Mozes enzijn tussenkomst profeteerden; antwoordde en zei: Mijn heer Mozes! verbied hun! 2)
Exodus. 17:9.
Joh.3:25 vv. Mark.9:38 vv.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 14:5→Jakobus 5:9→Mattheüs 9:37→1 Korinthe 3:3→Filippenzen 2:3→1 Korinthe 3:21→Jakobus 4:5→Handelingen 26:29→— Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!
Doch Mozes zei tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Let gij alleen op mijn eer en aanzien, en laat gij u alzo vervoeren om het grote werk, dat de Heere in Israël doet, te miskennen, terwijl gij u daarover verheugen moest? Och of al het volk van de HEERE profeten waren, zoals dezen, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave! 1) Dan ware mijn vurigste hartewens vervuld en ik zou met blijdschap mijn plaats van middelaar verlaten!
Wij moeten niet voorbarig zijn, om te veroordelen hen, die in min wezenlijke dingen van ons verschillen, alsof zij Christus niet volgden, omdat zij zich niet bij ons voegen. Wij moeten niet verwerpen, degenen, die Christus niet verwerpt, noch geen mensen verhinderen, goed te doen, omdat zij in alle omstandigheden niet van onze mening zijn. Mozes was van een andere geaardheid; in plaats van aan die twee het profeteren te verbieden, en de Geest, die in hen was, uit te blussen, wenste hij integendeel, dat al het volk van de Heere profeten waren en dat Hij zijn Geest over hen uitstorten wilde. Niet dat Hij hen voor Profeten wilde gehouden hebben, welke het ontbrak aan de nodige gave, of dat hij wenste, dat de gave van de geest tot het waarnemen van het regeringsambt, aan al het volk mocht meegedeeld worden, hetgeen ongerijmd zou wezen, maar hij drukte op die wijze de liefde en achting uit, die hij voor al het volk van de Heere had, wensende dat zij allen mochten bevoorrecht en opgewekt worden tot de lof en de verheerlijking van God.
De mededeling van de Geest staat buiten het verband met de instelling van de raad van oudsten. Het geldt hier geen blijvende gave, maar een voorbijgaand verschijnen, en bijgevolg een teken voor Mozes, het volk en de Kerk van het Nieuwe Verbond.
Zowel voor de mening, dat deze oudsten dezelfden zijn, als de 70 richters vroeger op Jethro’s raad aangesteld, als voor die, dat dezelfde vroeger met Mozes en Aäron op de berg zijn geweest, is geen voldoende grond te vinden. Wel vindt men telkens het getal 70, maar dit toont duidelijk, welke betekenis de getallen 7 en 10 in de Heilige Schrift hebben.
— Daarna verzamelde zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israel.
Daarna, toen hij, in de ontvangen helpers, bevrediging van zijn eigen klacht verkregen had, verzamelde of begaf zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israël, die voortaan in vereniging met hem de last van het volk dragenzouden (hoofdstuk 16:25).
KruisverwijzingenExodus 16:13→Psalmen 105:40→Exodus 10:13→Psalmen 135:7→Psalmen 78:26→Exodus 15:10→Exodus 10:19→— Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.
a) Toen voer een wind uit van de HEERE, die Hij als Zijn middel en werktuig gebruiken wilde, om ook de klachten van het volk tegemoet te komen, en raapte, zoals ook vroeger reeds (Exodus. 16:13) eens geschied was, kwakkels van de zee, van de Elanitische golf, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreis ver hierheen, en omtrent een dagreis ver daarheen, rondom het leger, en wel in zo’n overvloed, dat zij waren omtrent twee el boven de aarde. 1)
Psalm. 78:27,28
Zij waren omtrent twee el boven de aarde. Dit betekent niet, dat zij omtrent twee el van de aarde verwijderd waren, zodat men ze dan vangen moest, maar, dat zij in zo’n grote menigte neervielen, dat de hoop als twee el hoog was. In het Hebreeuws staat toch uitdrukkelijk: Op het leger neerwerpen.
KruisverwijzingenEzechiël 45:11→Exodus 16:36→— Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.
Toen maakte zich het volk uit de legerplaats op, die gehele dag en die gehele nacht, en de gehele volgende dag, en verzamelde de kwakkels; die het minst had, had tien homers 1) verzameld, en zij spreidden ze voor zich van elkaar rondom het leger. 2)
Homer, de grootste maat voor droge waren, bij de Hebreeërs 10 Efa’s bevattende, bedroeg, naar de kleinste berekening van Thenius, 101,43 kubieke duimen. Met deze menigte wil God het volk Zijn macht, om hen niet voor één of voor weinige dagen, maar voor een hele maand vlees te kunnen geven, tonen, tot beschaming van hun ongeloof, maar tegelijk ook om daarmee hun begeerlijkheid te bestraffen.
Wat zij niet terstond verbruikten, hingen zij buiten het leger bij rijen op, om ze in de zon te laten drogen en ze alzo voor de volgende dagen te bewaren; zoals zij in Egypte gewoon waren geweest met de vis te handelen.
KruisverwijzingenPsalmen 78:30→Numeri 16:49→Psalmen 106:14→Numeri 25:9→Deuteronomium 28:27→— Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.
Dat vlees nu was, nadat zij hun lust reeds een maand lang voldaan hadden (Psalm. 78:29 vv.) nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, dat wil zeggen: het was nog niet verteerd, nog niet verbruikt, nog niet op, zo ontstak de toorn van de HEERE tegen het volk, dat (vs.20) Hem verworpen had, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag, die veel van hen, en wel juist de gezondste en sterkste (Psalm. 78:31), plotseling neervelde.
Niet alsof het genot van het kwakkelvlees op zichzelf zo gevaarlijk voor hen geworden was, maar de plaag was een strafgericht, dat de Heere op buitengewone wijze beschikte. Te midden van hun genot moesten zo velen van hun overvloed scheiden; hetgeen ook nog de ongelovigen en vleselijk gezinde kinderen van de wereld overkomt (Luk.12:20 Boek der Wijsheid 5:7 vv)
KruisverwijzingenDeuteronomium 9:22→1 Korinthe 10:6→Numeri 33:16→— Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.
Daarom noemt men de naam van deze plaats, die, naar het (vs.1 vv.) vermelde voorval reeds Thab-éra genoemd was, met een tweede woord, dat later (hoofdstuk 33:16) die eerste naam verving, Kibrôth Thaäva: d.i. graven van de lust of lustgraven; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest op vlees, en waarvan de begeerte de Heere wel bevredigde, maar dat Hij daarna ook in Zijn toorn ten dele deed omkomen.
De zichtbare gave was hier dus geen onderpand van de goddelijke genade. Dikwijls gebeurt het dan ook, dat aan enig mens een lang, eigenzinnig en driftig gekoesterde begeerte, onder zichtbare werking van de voorzienigheid Gods, ingewilligd wordt, maar dat met die inwilliging het Godsgericht aanvangt.
Als God ons onze vleselijke wil geeft, dan zijn wij verloren. Bidden wij daarom altijd: “Niet onze, maar Uw wil geschiedde?”.
De “lustgraven” prediken aan Israël en alle volgende eeuwen, dat zelfs Gods bijzondere gaven geen waarachtige zegen bereiden kunnen, wanneer zij zonder dankzegging en zonder mate genoten worden.
De plaag, waardoor de gave van de kwakkels wordt achtervolgd, wordt niet veroorzaakt door het overmatig gebruik van een spijze, waaraan het volk ontwend was, maar is als een strafgericht te beschouwen (Numeri. 11:20,33 Psalm. 78:29,31)
Ook vroeger had Israël om vlees gevraagd en verkregen. Nu echter wordt het gestraft, waar het weer moppert, omdat de betrekking, na Sinaï’s wetgeving, veel inniger was geworden tussen God en Zijn volk.
II. Vs. 35KruisverwijzingenNumeri 33:17→Numeri 12:16→Deuteronomium 1:1→ — Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth. -Hoofdstuk 12:15. Na een verdere tocht van omstreeks twee dagreizen komt Israël op de tweede rustplaats te Hazerôth aan. Hier kantten Mirjam en Aäron zich aan tegen Mozes en de bevoorrechte plaats, waarop hij voor zich aanspraak maakte, alzo hij alleen de profeet van de Heere en de Middelaar van de Goddelijke openbaring zijn wilde. Terwijl zij met minachting spreken van zijn familiebetrekkingen, verheffen zij zich op eigen gaven en krachten, maar de Heere, aan wie Mozes deze ergerlijke zaak met een zachtmoedig stilzwijgen overliet, treedt voor Zijn trouwe knecht op, trekt de tegenstrevers voor zijn gericht en verklaart de bestredene uitdrukkelijk voor Zijn hoogste profeet. Als daarna Mirjam tot straf voor haar opstand, waardoor de betekenis van haar naam (Mirjam = hun wederstrevigheid) in een bepaald feit vervuld werd, melaats werd als sneeuw, verzoekt Aäron Mozes om vergiffenis van het aangedane onrecht en neemt hij voor hun beider zuster de toevlucht tot diens voorbede. Deze wordt haar dan ook verleend, zij moet evenwel naar de wil van de Heere, ter heilzame verootmoediging wegens haar trots, eerst zeven dagen buiten het leger gesloten blijven, voordat zij weer opname in Israëls volk en gemeenschap verkrijgen kan.
KruisverwijzingenNumeri 33:17→Numeri 12:16→Deuteronomium 1:1→— Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.
Van Kibrôth Thaäva, lustgraven in Disahab, vertrok het volk, toen de wolk, na een oponthoud aldaar van meer dan een maand, opnieuw het teken tot vertrek gaf, naar het noordelijk gelegen Hazerôth; en zij bleven enige tijd in Hazerôth.
Omstreeks 5 Duitse mijl ten noorden van Dahab bevindt zich de bron el Hudhera of Hadhra met een wel, die gedurende het hele jaar tamelijk goed, slechts enigszins zout water geeft. Verreweg de meeste uitleggers stellen daarom Hazerôth in dit oord. Hier begint de grote en huiveringwekkende (Deuteronomium. 1:19; 8:15) woestijn Paran, waarvan verder bij hoofdstuk 12:16 zal gesproken worden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
God geeft als Soeverein een onvoorwaardelijke belofte; en Hij kan dat doen zonder vrees voor een misgreep, omdat Hij de almacht heeft om Zijn grootste woord te vervullen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 11
Numeri 11:1.KruisverwijzingenLeviticus 10:2→2 Koningen 1:12→Numeri 21:5→Psalmen 106:18→Psalmen 78:21→Numeri 16:35→Deuteronomium 9:22→Numeri 20:2→
— En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.
Uitleggers kunnen niet vaststellen waarover zij te klagen hadden. De vloek van de arbeid was weggenomen; zij verdienden hun brood niet in het zweet van hun aangezicht, want het viel elke dag uit de hemel. Zij hadden geen onkosten voor kleding, en al reisden zij, hun voeten zwollen niet op. Ik veronderstel dat zij over het weer klaagden. Het was te koud; het was te warm; het was te nat; het was te droog. Zij klaagden wanneer zij stilstonden: zij bleven veel te lang op één plaats. Zij klaagden wanneer zij optrokken: zij verhuisden te vaak.
Zij waren, om de waarheid te zeggen, veel op onszelf gelijkend: zij klaagden vaak het meest wanneer zij het minst te klagen hadden. Ontevredenheid is onze menselijke natuur ingeboren; en ik geloof niet dat de armsten de meest ontevredenen zijn. Vaak is het juist andersom. Wordt iemand op een plaats gezet waar hij niets te klagen heeft, dan gevoelt hij zich geheel niet op zijn gemak. Hij moet iets hebben om over te morren, iets dat een grief is, of anders is hij niet gelukkig.
God kon hun eerste gemor verdragen; zij waren nieuw in de woestijn, zij hadden honger, zij hadden dorst, en de Heere ontfermde Zich over hen. Maar nu, toen er geen enkele reden voor hun klagen was, bezocht Zijn vuur in een ontzettend oordeel Zijn volk, om hun opstand en hun morren tegen de goedheid van God.
Numeri 11:2-4.KruisverwijzingenExodus 12:38→Numeri 21:7→Deuteronomium 9:22→1 Korinthe 10:6→Jakobus 5:16→Numeri 16:45→Psalmen 106:14→Psalmen 106:23→
— Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt. Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had. En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
Alle kwaad schijnt daar te beginnen: onder “het gemene volk” dat zich in hun midden bevond, zoals het ook begint onder die gemeenteleden die onbekeerd zijn, en onder die mensen die het met de haas willen houden en met de honden willen meelopen — die zowel christen als wereldling willen zijn. En zelfs het ware volk van God liet zich aansteken door het schuim dat zich onder hen mengde, en zij vielen aan het wenen.
Numeri 11:5.KruisverwijzingenExodus 16:3→Psalmen 17:14→Filippenzen 3:19→
— Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
Fraai spul om je te binnen te brengen! “Maar”, zegt u, “u hebt eerder al iets voorgelezen dat hier sterk op lijkt.” Ik lees een ander verslag; maar er is geen oorspronkelijkheid in het morren: het is altijd weer hetzelfde oude liedje. U zou best kunnen menen dat ik in het boek Exodus las, maar dat doe ik niet; er liggen vele jaren tussen. Wie met een ontevreden hand een schilderij gaat maken, zal hetzelfde schilderij maken dat hij eerder maakte. Er is geen oorspronkelijkheid in het gemor, al brengen zij er enkele nieuwe streken in aan. Eerst waren het de vleespotten die zij zich herinnerden; nu komen er bij het vlees ook nog deze smakelijke gewassen: “de komkommers, en de meloenen, en het look, en de aäjuinen, en het knoflook”.
Numeri 11:6.KruisverwijzingenNumeri 21:5→2 Samuël 13:4→
— Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
Hier gieten zij verachting uit over het brood der engelen, over de spijs des hemels, over de zegen van God. O, waarover zullen de mensen niet klagen?
Numeri 11:7.KruisverwijzingenExodus 16:31→Genesis 2:12→Exodus 16:14→1 Korinthe 1:23→Openbaring 2:17→
— Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
Een fijne witte kleur, als van een perl.
Numeri 11:8.KruisverwijzingenExodus 16:31→Exodus 16:16→Johannes 6:27→Johannes 6:33→Exodus 16:23→
— Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
Eerst dachten zij dat het was als koeken met honing gemaakt. Toen zij er meer aan gewend raakten, beschreven zij het misschien even nauwkeurig maar niet meer zo lieflijk: zij zeiden dat het was als verse olie — en er is geen betere smaak dan die. Olie heeft, wanneer zij bij ons komt, gewoonlijk een sterke en ranzige smaak; maar in de olielanden is zij verrukkelijk, en wie brood heeft met een druppel of twee olie, zal bevinden dat hij met een maaltijd niet slecht voorzien is.
Numeri 11:9.KruisverwijzingenExodus 16:13→Psalmen 78:23→Deuteronomium 32:2→Psalmen 105:40→
— En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
God zorgde ervoor Zijn kostelijke gave te bewaren, door elk korreltje ervan in een druppel dauw te sluiten, die het fris hield. En wanneer de waarheid tot ons komt, gesloten in de dauw van de Geest, hoe zoet is haar smaak dan! Moge het zo voor ons zijn, telkens wanneer wij ons met Christus voeden.
Numeri 11:10.KruisverwijzingenPsalmen 78:59→Numeri 14:1→Markus 10:14→Deuteronomium 32:22→Psalmen 139:21→Psalmen 106:25→Numeri 21:5→Jesaja 5:25→
— Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
En geen wonder; zachtmoedig man als hij was, verdroten zij zijn genadige geest door hun onophoudelijk gemor. Laten wij, terwijl wij deze droeve geschiedenis lezen, onszelf daarin als in een spiegel zien; en laten wij ons diep bekeren van ons morren en klagen.
Numeri 11:23.KruisverwijzingenJesaja 59:1→Jesaja 50:2→Ezechiël 12:25→Ezechiël 24:14→Numeri 23:19→Mattheüs 24:35→2 Koningen 7:17→2 Koningen 7:2→
— Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
God had aan Mozes de bepaalde belofte gedaan dat Hij de uitgestrekte schare in de woestijn een hele maand met vlees zou voeden. Mozes, door een aanval van ongeloof overvallen, ziet op de uiterlijke middelen en weet niet hoe de belofte vervuld kan worden. Zullen de kudden en de runderen geslacht worden? Hoe zouden zij dan vee hebben om het land te bevolken waar zij hoopten spoedig binnen te gaan? En al zouden zij al hun beesten slachten, er zou niet genoeg voedsel zijn voor zo vraatzuchtig een volk voor een maand. Zullen alle vissen der zee hun waterig element verlaten en op de tafels van deze hongerige mensen komen? Ook dan zou er nauwelijks genoeg zijn om zo grote schare een maand te voeden.
Maar Mozes zag op het schepsel in plaats van op de Schepper. Verwacht de Schepper dat het schepsel Zijn belofte vervult? Nee, Zijn beloften hangen voor hun vervulling niet af van de medewerking van nietige menselijke kracht. God geeft als Soeverein een onvoorwaardelijke belofte; en Hij kan dat doen zonder vrees voor een misgreep, omdat Hij de almacht heeft om Zijn grootste woord te vervullen.
Zullen wij op de top van de Alpen zomerhitte zoeken? Zullen wij naar de Noordpool reizen om vruchten te vergaren die door de zon gerijpt zijn? Of zullen wij naar de linie reizen om ons lichaam door koele, verkwikkende winden te laten versterken? Wij zouden niet dwazer handelen dan wanneer wij op de zwakke zien voor kracht, of op het schepsel om het werk van de Schepper te doen. De grote dwaasheid van Mozes is de dwaasheid van de meeste gelovigen. De grond van het geloof is niet de toereikendheid van de zichtbare middelen voor de volbrenging van de belofte, maar de algenoegzaamheid van de onzichtbare God om zeker te doen wat Hij gezegd heeft.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-34.KruisverwijzingenExodus 12:38→Numeri 21:7→1 Korinthe 10:6→Exodus 16:3→Exodus 16:31→Leviticus 10:2→Genesis 2:12→Exodus 16:13→
— En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers. Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt. Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had. En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook. Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen! Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah. Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie. En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder. Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
Reeds op de eerste rustplaats, waar Israël na zijn vertrek van de Sinaï, na 3 dagreizen aankwam, breekt de ongoddelijke vleselijke zin, die in de harten woont, opnieuw uit, en God moet nu in een reeks van steeds toenemende strafgerichten, de tijd van de bezoeking laten aanbreken, die Hij zich had voorbehouden. In het eerst is het slechts een meer algemene mismoedigheid en ontevredenheid over al de bezwaren, die de tocht door de woestijn oplevert, welke nog geen bepaalde vorm van klacht aanneemt. Een vuur, dat de Heere in de uiterste omgeving van het leger uitbreken laat, heeft ten doel de verkeerde stemming van het volk in de kiem te smoren. Het is evenwel nauwelijks op de voorbede van Mozes opgeheven, of er ontstaat een meer bepaald gemor. Het laagste volk namelijk, dat uit Egypte getrokken was, uit zijn begeerte naar de genietingen van het verlaten land, welke zij nu al zolang hadden moeten missen, en brengt het gehele volk tot een luid jammeren en wenen, dat men hier in de woestijn geen vlees met sapvolle en smakelijke bijgerechten, maar dag aan dag niets anders dan alleen maar manna te eten had. Mozes klaagt tot de Heere, dat de last om dit volk te leiden, hem alleen te zwaar wordt, en krijgt tot medeverzorgers 70 oudsten, op wie de Heere Zijn Geest legt. Daarop werd ook de begeerte van het volk naar ander spijs, door een ongehoorde menigte van wachtels of kwakkels, die de zuidoosten wind van over zee aanvoerde, een gehele maand lang, bevredigd; maar het wonder van de goddelijke hulp wordt door de straf van een goddelijke plaag op de voet gevolgd, zodat er velen omkomen en dezelfde plaats, die te voren tot een brandplaats geworden was, een grafplaats voor het naar zingenot hakende volk werd.
En het geschiedde, als het volk, dat door het gerust en geschikt verblijf in de water- en weiderijke nabijheid van de Sinaï verwend geworden was, zich was beklagende, 1) dat het kwaad was in de oren van de HEERE, tegen wie het volk zich aldus met ondankbaarheid en wantrouwen aankantte; want de HEERE hoorde het twisten tegen Hem, dat in het begin slechts met zachte stem geschiedde, maar zich langs zo meer onverholen lucht gaf, waarom Hij daarop niet meer zwijgen kon, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur van de HEERE onder hen, die nu aan het einde van de driedaagse tocht gekomen waren, ontbrandde en, wat het maar ontmoette, verteerde in het uiterste van het leger. 2)
Men lere hieruit: 1e. de ijselijkheid van de zonde, welke gelegenheid neemt uit de geboden zelf, om zoveel te meer zondigende te zijn; 2e. de krachteloosheid van de wet door het vlees (Rom.8:3). De wet ontdekt de zonde, maar zij kan ze niet wegnemen; zij beteugelt de zonde voor een kleine tijd, maar zij kan ze niet overwinnen, noch haar van haar macht en heerschappij beroven.
Het vuur brak niet, zoals in Leviticus. 10:2, uit de wolk voort, maar werd door een bliksemstraal of op een andere, onmiddellijke wijze, door de Heere, misschien in het kreupelhout, dat de Israëlitische legerplaats omgaf, ontstoken, zodat het van daar de nabijgelegen tenten aangreep en de gehele legerplaats met vernietiging dreigde. Naar het schijnt, bleef hierbij nog elk mensenleven verschoond, en wilde God Zijn macht om de morrenden te straffen, vooreerst nog slechts van verre tonen, om het volk een heilzame schrik in te boezemen. Het is intussen een zinrijk teken, dat aanstonds de eerste legerplaats de naam van brandplaats (vs.3), alsook die van lustgraven (vs.34) krijgt, want die bedreiging (Exodus. 32:34), “ten dage van Mijn bezoek, zo zal Ik hun zonde over hen bezoeken,” hebben de kinderen van Israël, wegens hun onbuigzaam en onbekeerlijk hart, van de Sinaï meegenomen als een vloek, die over hen zweeft. Door Gods toorn zal dus het vuur ontbranden (Exodus. 32:22), en de woestijn zal heel het huidig geslacht in zijn zand begraven (Numeri. 14:29)
Toen riep het volk, als het zag hoe het vuur steeds verder om zich greep, tot Mozes, de kracht van wiens voorbede, aan de Sinaï zo treffend gebleken (Exodus. 32-34), hun nog levendig voor de geest stond; en Mozes bad tot deHEERE; en het vuur werd gedempt 1) (Amos 7:4-6).
Eigenlijk staat er: Het vuur zonk neer. Thab-éra en hij Kebrôth-Thaäva zijn niet twee verschillende plaatsen. Het uiterste van het leger werd met eerstgenoemde naam aangeduid. De gehele plaats met laatstgenoemde. Het is mogelijk, dat geen mensenlevens te betreuren vielen, maar de Schrift zwijgt ervan. Er zijn er, die gemeend hebben, dat hier aan een verzengend vuur moet gedacht worden, die de achterblijvenden en de morrenden naar de legerplaats dreef, maar o.i. zonder grond. Duidelijk staat er: het vuur van de Heere.
Daarom noemde hij de naam van die plaats Thab-éra, brand of brandplaats, omdat het vuur van de HEERE onder hen gebrand had.
En, want de boze natuur van het hart was door dit proefgericht nog geenszins overwonnen, maar brak weldra, nog tijdens de legering in Disahab opnieuw uit, het gewone volk, 1) dat in het midden van hen was (Exodus. 12:38), werd met lust bevangen naar spijzen zoals zij daar gegeten hadden en vooral naar vlees, daarom zo weenden ook de kinderen van Israël; die zij met hun ontevredenheid hadden aangestoken, opnieuw, evenals zij vroeger (Exodus. 16:2 vv.) gedaan hadden, en zeiden: wie zal ons eindelijk, nadat wij het zolang hebbenmoeten missen, vlees 2) te eten geven?
In het Hebreeuws Haasaphsuph, eigenlijk het gepeupel. Dit is het vermengd volk uit Exodus. 12:38, dat hier Israël tot een valstrik begint te worden. De Engelse vertaling geeft: de vermengde menigte.
Onder vlees hebben wij hier te verstaan, een meer krachtiger spijs dan het Manna, en al wat zij in Egypte in overvloed en voor een klein prijs konden verkrijgen.
Wij denken aan de vissen, die wij in Egypte, bij de grote overvloed, waarin de Nijl en andere wateren deze opleveren, zo goed als om niet aten; aan de, in het welig Egypte zo goed gedijende komkommers, en aan de pompoenen, watermeloenen, en aan het bieslook, en aan de uien, en aan de knoflook. 1)
Zowel de vissen als de groenten, hier opgesomd waren in Egypte voor een kleine prijs te verkrijgen. In de woestijn was hiervan niets te krijgen. Het gemengd volk was alleen voordeelshalve meegetrokken. Toen zij niet spoedig hun wensen zagen vervuld, werden zij wrevelig, begonnen te mopperen en er spijt over te voelen, dat zij met Israël uit Egypte waren opgetrokken.
Maar nu, in deze dorre, onvruchtbare woestijn, waarin wij nu al langer dan een jaar omtrekken, is onze ziel dor van de droge, saploze kost, die we hier eten moeten, er is niet van dit alles, behalve dit eenzelvige en flauwe Mannavoor onze ogen.
Het Manna nu, waarvan zij met zulk een verachting spraken, was, wat zijn vorm betreft, zo fijn en schoon als korianderzaad, 1) en zijn verf of kleur was als de verf van de bedólah of bedellion, een welriekende en doorzichtige harssoort, niet ongelijk aan was, en dus reeds als zodanig voor het oog een liefelijke gave van de hemel.
Ook: zie Ex 16.31.
Het volk liep, in naarstige bedrijvigheid hier en daar en verzamelde het, zoveel als het maar voor zijn dagelijkse behoeften nodig had, en maalde het met molens of stootte het fijn in mortieren, en kookte het in potten, en maakte daarvan koeken; 1) en zijn smaak was als de smaak van gebakken, die met de beste vochtigheid van de olie toebereid zijn en anders voor een lekkere spijze doorgaan (Exodus. 16:31).
Het manna liet zich op verschillende wijzen tot spijze gereed maken (zie Ex 16.24).
En wanneer de dauw van de nacht op het leger neerviel, viel het Manna hierop mede neer, en bleek dus telkens opnieuw brood te zijn, dat hun dagelijks vers van de hemel gegeven werd (Psalm. 78; Psalm. 105:40); zijechter hielden meer van het scherpe en bijtende, en gaven daarom aan de genietingen van Egypte ver de voorkeur boven zo’n onmiddellijke gave van de Heere.
Het moet ons niet verwonderen, dat Mozes hier nogmaals zo’n nauwkeurige beschrijving van het manna geeft, zonder naar het eerder, uitvoerig bericht te verwijzen. Het behoort juist tot het eigenaardige van de Bijbelse verhaaltrant, om zich telkens in het nu aanwezige te verdiepen en, in weerwil van zijn grote beknoptheid, daar, waar enige bijzonderheid voor de gang van de geschiedenis bijzondere betekenis heeft, deze dan ook, zonder verder omzien, zuiver en volledig voor te stellen. Het verhaal neemt in zo’n geval de natuur van de daden zelf aan, want ook deze zijn hoewel zij herhaaldelijk plaats hebben, toch voor elk tijdpunt, dat zij innemen, weer een bijzonderheid op zichzelf. Overigens vindt men hier ook geenszins een blote herhaling, maar er komen ook nieuwe trekken omtrent gedaante, bereiding en smaak van het manna bij, om de gave, die Israël versmaadde en in plaats waarvan het vlees met de scherpe planten van Egypte begeerde, en in al haar waarde te doen kennen. Maar dat is de ontstemde of bedorven natuur van de mens, die in het rustig genot van het reine en onvermengde niet kan uithouden, maar, wegens haar innerlijke disharmonie, het bijvoegen van de prikkel van de zure en scherpe dingen verlangt. Wie als Israël de woestijn van het leven doortrekt, wie namelijk als een verloste van God, onder de onbepaalde leiding van de goddelijke wil in de wereld leeft, die zal weldra ervaren, dat hij met manna gevoed wordt, dat is, met het hemelse woord van God, dat alle stoffen tot zijn genot heiligt en veredelt; maar hij zal vervolgens ook iets van die verveling ondervinden, waardoor Israël bevangen werd, omdat de zichzelf steeds gelijkblijvende, rustige kracht van Gods Woord in strijd is met zijn natuur, wier verlangen naar de strelende en prikkelende genietingen van de wereld uitgaat.
Wat nog de bovengenoemde Egyptische voedingsmiddelen aangaat, ook tegenwoordig nog behoren gezouten vis, komkommers, pompoenen, bieslook, ui en knoflook tot de meest geliefde spijzen van de lagere Egyptische volksklasse; met name zijn de Egyptische uien beter dan die van alle andere landen; zij worden soms gebraden, soms als moeskruid gekookt en met vlees genuttigd.
Toen 1) hoorde Mozes het volk wenen, door al hun gezinnen, het een zowel als het andere, een ieder, zo algemeen was het gejammer in het leger, aan de deur van zijn hut; en de toorn van de HEERE ontstak zeer; ook was het geklaag van het volk kwaad in de ogen van Mozes, die tevens het ongenoegen van de Heere opmerkte, en geen raad wist, hoe hij het volk bedaren en de toorn van de Heere afwenden zou, maar zich reeds voorbereidde op een treurige afloop met Israël, waarvan de leiding in zijn handen berustte en dat hij toch zo graag in vrede en welvaart in Kanaän brengen zou.
Beter is de vertaling: Toen Mozes het volk hoorde wenen naar zijn gezinnen, een ieder aan de deur van zijn hut (of tent) en de toorn van de Heere zeer ontstak: Mozes echter de zaak ongevallig was; in vs.11 is dan de nazin en moet alzo gelezen worden: Zo zei Mozes tot de Heere.
Wenen door (of naar) hun gezinnen duidt aan, een algemeen wenen, een morren, dat overal, het gehele leger door, gehoord werd.
En Mozes ging in het Heilige der Heiligen van de tabernakel (vs.24), om daar raad en troost van de Heere te erlangen (Exodus. 25:22 Numeri. 7:89), en alzo zei hij tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan mij, Uw knecht kwalijk gedaan, 1) of: verwekt Gij mij zo veel zorg, doordat ik herhaaldelijk in zulke moeiten geraak? en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij mij niet ten minste raadslieden en helpers ter zijde stelt, maar dat Gij de last van dit gehelee volk op mij legt? 2)
Ook: zie Ge 15.3.
Dit ziet niet alleen op het mopperen van het volk, maar ook op het ontbranden van de toorn van de Heere over het mopperen van Israël.
Onder last van dit gehele volk is te verstaan de zorg, om hen te regeren en hen van alle nooddruft te voorzien. Mozes klaagt hier God zijn nood. Niet uit ongeloof, of uit verzet tegen hetgeen de Heere hem heeft opgedragen, maar uit kleinmoedigheid, bij de ervaring van het klagen en mopperen van het volk.
Heb ik dan al het volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zou zeggen: Draag het in uw schoot, zoals een voedstervader of een voedster de zuigeling draagt, tot dat land, dat Ik hun toegedacht heb? En al heb ik werkelijkvan dit gehele volk zwanger gegaan en het ter wereld gebracht, zodat ik nu verplicht ben, om het als een moeder haar kind, aan mijn boezem naar dat land te dragen, dat Gij hun vaderen gezworen hebt, zijt Gij dan toch niet de Schepper en Vader van Israël (Exodus. 4:22; Jes.66:16) en alzo gehouden om dit Uw kind op de weg te verzorgen en te voeden?
Van waar zou ik het vlees hebben of verkrijgen, om al dit volk te geven? want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!
Alsof raad ik moet schaffen; en Gij, die toch alleen hier helpen kunt, bevredigt hun verlangen niet. Zo wekken zij des te meer Uw toorn op, en ik moet zien dat ik hen Uw strafgericht en niet het beloofde land tegemoet voer.
Ik alleen kan al dit volk, met zijn begeerten en noden niet dragen; want het is mij te zwaar.
En indien Gij alzo aan mij doet en mij alleen onder deze last laat staan, zo dood mij toch slechts liever in eens, dan mij langzamerhand te laten bezwijken, indien ik nog enigszins in uw ogen genade gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk, waaronder ik ten laatste toch zou moeten omkomen, niet langer aanzien en de lasten, die het volk mij oplaadt, niet langer voortslepen!
Met een zo stoute taal als Mozes hier en in Exodus. 32:31 vv. voert, waagde het ook Luther tot de Heere te naderen, toen Ph.Melanthon, in juni 1540, op reis naar de samenkomst te Hagenau, onderweg zo ziek geworden was, dat voor hem niets anders meer dan een zekere dood te wachten scheen. Luther werd naar Weimar tot hem geroepen, en vond hem in een ontzettende toestand, zodat hij tot zijn reisgenoten zei: God beware ons; hoe heeft mij de duivel (Melanthons ziekte was namelijk een gevolg van kwaad geweten; hij erkende, dat hij in de ergerlijke zaak van het beoogde, dubbele huwelijk van de landgraaf Filips van Hessen, zich ver van de rechte weg had laten afvoeren) -dit orgaan (uitverkoren werktuig) te schande gemaakt! Daarop wendde hij zich spoedig naar het venster en bad daar tot God op een wijze, waarvan hij zelf verhaalt: aldaar moest de Heere God mij verstaan; want ik wierp Hem de zak voor de deur en riep tot Zijn oren met alle beloften, dat gebeden verhoord worden, die ik uit de Heilige Schrift maar wist bij te brengen, dat Hij mij verhoren moest, indien ik op Zijn beloften zou blijven vertrouwen. Hierop vatte hij Melanthon bij de hand en sprak hem toe: wees getroost Philippus, gij zult geenszins sterven! Deze werd inderdaad ook weer gezond en bekende later: dat hij door goddelijke kracht uit de dood tot het leven teruggeroepen was, maar dat hij zeker zou gestorven zijn, indien Luther niet was gekomen. Luther intussen schreef aan zijn vrouw: dat, ofschoon wat de rijksdag van Hagenau betrof, moeite en arbeid verloren was, hij toch Magister Philippus weer uit de hel gehaald had, en hem, zo God wilde, weer vol goede moed uit zijn graf zou naar huis brengen (zie Ge 18.32).
Mozes’ hart spreekt zich hier uit; het Middelaarshart van Mozes, waarop de noden en behoeften van het volk zwaar weegt, maar er zelf ook nameloos onder lijdt, als het de toorn van God tegen dat volk ziet ontbranden.
En de HEERE, die de dubbele klacht van Zijn knecht met dubbele hulp wilde beantwoorden, zei 1) tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten of hoofden van de verschillende stammen, geslachten en families van Israël, van wie gij weet, dat zij de oudsten van het volk en diens ambtslieden zijn; 2) en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
Dat het geen morrend ongeloof was geweest, blijkt uit het antwoord van de Heere. Immers, waar de Heere het ongeloof bestraft, daar steunt en sterkt Hij altijd de bijna bezwijkende zondaar en neemt het zwak geloof in Zijn goddelijke bescherming. Helder blijkt hier, dat de Heere de klacht van Zijn knecht genadig aanneemt en aan zijn wens tegemoet komt. Hij ontslaat hem niet van zijn ambt, maar schenkt hem hulpmiddelen.
Exodus. 1:7; 3:16; 4:29; 5:11; 12:21; 17:5 vv.; 18:12; 19:7.
Zo zal Ik, in de wolk (Numeri. 11:25) van de plaats, waar zij op de tabernakel rust (Exodus. 40:34), afkomen tot de plaats, waar gij staat, en met u aldaar spreken; en van de Geest, die op u is, zal Ik afzonderen en op hen, de 70 oudsten, leggen, 1) en zij zullen met u de last van dit volk dragen, opdat gij die langer alleen niet draagt. 2)
Niet, dat Mozes daardoor minder van de Geest had, omdat zij evenzo daarmee werden begiftigd, want de fontein van Gods algenoegzaamheid is onuitputtelijk en overvloedig toereikende voor allen, die Hij gelieft te begenadigen, noch dat zij daardoor hem gelijk werden gemaakt, want Mozes was steeds zonder weerga, en daar was geen profeet meer in Israël, zoals Mozes (Deuteronomium. 34:10). Hierdoor werden zij, zoals Mozes voorheen en nog was, in staat gesteld, zo tot het kennen van verborgen en toekomstige zaken, als tot het oplossen van zwaarwichtige gevallen, in de regering van het volk voorkomende.
Het dragen van de last van Israël, die Mozes dreigde te zwaar te worden, was een werk van de Geest; daarom was een mededeling van de Geest nodig voor hen, door wier bijstand de Heere hem verlichting wilde aanbrengen, en ware een bloot zinnelijke wijding, zoals bij de priesters en de Levieten, bij deze oudsten niet voldoende geweest. Hun college zou echter geen zelfstandig, maar slechts een aan Mozes ondergeschikt ambt bekleden; daarom geschiedt de mededeling van de Geest aan hen, door een mededeling van zijn Geest, evenals de vrouw, daar zij slechts een vervollediging en hulp voor de man is, van deze genomen werd (Genesis 2:20 vv.). De mate van de Geest, die Mozes bezat, was op zichzelf volkomen genoegzaam; alleen zijn lichaamskracht had versterking of bijstand nodig; en deze werd hem verleend in de mannen, die hem werden ter zijde gesteld. Terwijl echter van zijn Geest op hen zal gelegd worden, wordt de mate van de Geest bij hem zelf zo weinig verminderd, als een licht van zijn kracht om te lichten en een vuur van zijn kracht om te branden iets verliest, doordat men er nog andere lichten en andere vuren mee aansteekt; het wint integendeel door zulk een extensie of uitzetting naar buiten nog des te meer aan intensiteit en wordt innerlijk des te krachtiger en werkzamer.
En tot het volk, dat zowel bevrediging van zijn begeerte, als gij verlichting van uw last verkrijgen zal, zult gij zeggen: Heiligt u, door heilige wassingen (Genesis 35:2 Exodus 19:10) voorde morgen, en gij zult vlees eten, zo als gij verlangd hebt; want gij hebt voor de oren van de HEERE geweend, zeggende: wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte, maar hier in de woestijn zien onze ogen niets anders dan manna! daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult tot verzadiging eten.
Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen.
Maar tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga 1) en u tot een walging zij; 2) omdat gij de HEERE, die in het midden van u is, verworpen hebt en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: waarom nu zijn wij uit Egypte getrokken?
Wij zouden zeggen: dat het u de keel uitkomt.
Anderen denken hier aan een zo hevig braken, dat zij haar weg ten dele door de neus neemt.
De Septuaginta vertaalt deze woorden aldus: het zal u tot galziekte (cholera) zijn; waaruit blijkt, dat deze ziekte reeds ten tijde, dat die vertaling reeds gemaakt werd, kan voorgekomen zijn; en dat dit werkelijk het geval was, wordt door beschrijvingen van geneeskundigen uit de oudheid zeer waarschijnlijk. Het is intussen verkeerd in de Hebreeuwse woorden (Prediker. 6:2) cholira (boze plagen) reeds den naam van die ziekte te willen vinden.
De belofte, dat aan hun wens zou voldaan worden, gaat hier in een bedreiging over. De zegen zal in een vloek verkeerd worden, omdat het volk de weldaden van de Heeren en Zijn, op bijzondere wijze, in de noden van het volk voorzienende hand veracht hebben.
En Mozes, wie het bijkans ongelooflijk voorkwam, dat een zo verbazend grote menigte volk, een hele maand lang, met vlees, tot walgens toe, zou verzadigd worden, zei tot de Heere zeshonderdduizend man te voet, 1) de vrouwenen kinderen niet eens meegerekend, is dit volk, in wiens midden ik ben; en gij hebt gezegd: ik zal hun vlees geven, en zij zullen een hele maand eten!
Mozes noemt slechts het ronde getal (hoofdstuk 1:46 zie Ex 12.37)
Zullen er dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? Zullen al de vissen van de zee voor hen verzameld worden, zodat er voor hen genoeg zij? 1)
Deze vraag van Mozes is een nieuw bewijs, dat wij boven (zie Nu 10.36) de plaats van de lustgraven juist hebben aangewezen. Wordt deze rustplaats midden in de woestijn gesteld, zoals door vele uitleggers gedaan wordt, zo heeft de vraag geen voegzame zin en klinkt zeer zonderling, maar in de nabijheid van de zee verklaart zij zich vanzelf. Het bezwaar, dat zich voor de tocht van de Sinaï naar Disahab geen grond of reden laat aanvoeren, terwijl deze tocht het volk niet nader tot het doel bracht, maar veeleer van Kanaän afvoerde, is van geen belang, daar Gods wegen dikwijls genoeg geheel anders zijn dan de onze, ja, zelfs dwaas schijnen in het oog van de menselijke kortzichtigheid.
Deze vraag herinnert ons aan de vraag van de discipelen: Van waar zal iemand deze met broden in de woestijn kunnen verzadigen (Mark.8:4)? In die vraag ligt enige kleingelovigheid opgesloten, kleingelovigheid als gevolg van de moedeloze toestand, waarin hij verkeerd had en verkeerde. Daarom openbaart zich de Heere hier ook weer aan Mozes als El-Schaddai, als God, de Almachtige, Wiens arm niet verkort is.
Doch de HEERE zei tot Mozes: zou dan de hand van de HEERE, die reeds zo vele wonderen gedaan heeft, verkort zijn, 1) of aan macht verloren hebben; zodat Hij niet zou kunnen volvoeren, hetgeen Hij zich voorgenomen heeft?Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren d.i. vervuld worden zal of niet. 2)
Met deze vraag wil de Heere Mozes in het geheugen terugroepen, al wat Hij reeds gedaan heeft: hoe Hij zich geopenbaard heeft als de Sterke God. Met een bestraffing komt de Heere ook nu niet, maar toestand en behoefte van Zijn knecht in aanmerking nemende, wijst Hij hem op het verleden, opdat hij voor de toekomst moed zou grijpen. Hij betoonde zich ook hier de beste Zielearts te zijn.
Ook: zie Ex 14.12.
En Mozes ging uit de tabernakel, waar hij (vs.11 vv.) God zijn nood geklaagd had, en sprak de woorden van de HEERE, die zowel hem zelf verlichting van zijn al te zware last, alsook Israël de vervulling van hun begeerte toezegden, die woorden sprak hij tot het volk; en hij verzamelde, volgens het bevel, dat hem gegeven was (vs.16), zeventig mannen 1) uit de oudsten van het volk, en stelde hen, in een halve cirkel, rondom de tent, terwijl hij zelf aan haar ingang stond, het gelaat gekeerd naar de menigte, die in de voorhof vergaderdwas.
De Rabbijnen hebben beweerd, dat uit deze zeventig oudsten het Sanhedrin is ontstaan; dat daarom deze Raad er al geweest is in de dagen van Mozes, doch ten onrechte. In latere dagen leest men er niet meer van, zelfs niet in de dagen, kort na de Babylonische ballingschap.
Toen kwam de HEERE van de tabernakel af in de wolk, zodat deze, die op het achterste gedeelte van de tabernakel rustte, zich langzaam en Majestueus naar den voorste ingang voortbewoog en eindelijk boven het hoofd van Mozes staanbleef, en de Heere sprak tot hem uit de wolk, wat thans aan de zeventig oudsten geschieden zou en op welke wijze zij Mozes met raad en daad ter zijde zouden staan, en afzonderende van de Geest, die op hem was, legde de Heere, waarschijnlijk doordat de wolk, die boven Mozes’ hoofd zweefde, ook hun schouders aanraakte, hem, nl. de van Mozes genomen Geest, op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest nu ook op hen rustte, dat zij profeteerden, d.i. in een toestand van verrukking geraakten en in verheven taal, die op alle omstanders een diepe indruk maakte, zich ontboezemden, zodat het ook uiterlijk bleek, dat er iets groots in hun binnenste geschied was (zie “1Sa 10.11), maar daarna profeteerden zij niet meer. 1)
Daarna niet meer. Zo worden de oorspronkelijke woorden door onze Statenvertalers vertolkt; en voor déze opvatting pleit alleszins de wijze, waarop de woorden in de grondtaal geschreven zijn. Er staat letterlijk: zij voegden er niet bij, hetgeen wel niets anders betekenen kan dan dat het profeteren van die 70 zich later niet meer herhaalde; hoewel zij bleven in het bezit van de Geest.
In het voetspoor van de Vulgata vertaalt Luther: en zij hielden niet op, volgens welke vertaling die oudsten ook nog later herhaaldelijk zullen geprofeteerd hebben en de gave van de profetie hun was meegedeeld. Voor deze opvatting laat zich aanvoeren, dat de betekenis van het Hebreeuwse woord jasaph (bijvoegen) niet alleen in de naam van joseph (Jozef, Genesis 30:28 vv.)) geheel en al overgaat in die van een ander, klankverwant woord asaf (terugtrekken, wegnemen), maar dat ook de van deze beide woorden (jasaph en asaf) afgeleide vormen niet zelden met elkaar verwisseld worden (Exodus. 5:7 Psalm. 104:29). Volgens de Lutherse vertaling zouden we hier een kort bericht hebben van de verdere werkzaamheid van de oudsten; zij stonden Mozes dan op soortgelijke wijze ter zijde, als later de profetenleerlingen (zie 1Sa 1.20) Samuël ter zijde stonden, alzo zij in heilige geestdrift, op het volk met indrukwekkende vermaningen invloed uitoefenden en de om zich grijpende afval tegenwerkten. Volgens de Statenvertaling wordt daarentegen gezegd, dat weliswaar de buitengewone genadegave van de profetie, nadat zij als bewijs van de ontvangen Geestesmededeling gediend had, van die oudsten weer geweken, maar niettemin de Geest, die zij ter uitoefening van hun ambt behoefden, bij hen gebleven is en hen ook verder bekwaam maakte om Mozes, als medeverzorgers, in zijn betrekking van Israëls leidsman, bij te staan. Van hun verdere werkzaamheid lezen wij, met uitzondering alleen van hoofdstuk 16:25, niets meer. Zo laat zich dan ook niet nader bepalen op welke wijze zij Mozes zijn last hielpen dragen.
De talmoedisten en rabijnen beweren, dat de 70 een bestendig college hebben uitgemaakt, dat van Mozes af tot aan de Babylonische ballingschap bleef bestaan en na de ballingschap weer hersteld is in het Sanhedrin of de grote Raad. (Matth.2:4. de Aant.)
Maar twee mannen waren in het leger overgebleven: de naam van de ene was Eldad, en van de andere Medad; en die Geest, die zich, terwijl het (vs.25) verhaalde bij de tabernakel plaats had, aan hen zowel alsaan de anderen meedeelde, rustte op hen, want zij waren onder de aangeschrevenen, 1) die Mozes, volgens vs.16 moest uitkiezen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren, en zij profeteerden ten gevolge van de Geestesmededeling in het leger, 2) evenals de anderen bij de tabernakel.
Beter: beschrevenen (een conscripti). Zij waren schriftelijk uitgenodigd, dit blijkt hieruit, om tot de tabernakel te komen. Waarom zij niet kwamen, weet men niet. Calvijn gelooft, dat zij niet te vinden waren, toen zij geroepen waren, anderen schrijven het toe aan een gevoel van onwaardigheid en onbekwaamheid. De Heere echter deelt ook hen mee van de Geest, zodat ook zij in het leger beginnen te profeteren.
Ook bij deze gelegenheid moest het blijken, dat de Geest des Heeren aan geen menselijke regelen gebonden was, maar in onbeperkte vrijheid werkte, evenals bij de voorkeur aan Jakob boven Ezau, aan Efraïm boven Manasse verleend, en evenals bij de uitstorting van de Heilige Geest vóór den doop in het huis van Cornelius (Hand.10:47)
Toen liep een jongen 1) heen, naar de tabernakel, en boodschapte aan Mozes, en zei: Eldad en Medad profeteren in het leger! 2)
Ook: zie Ge 14.13.
Deze zaak verwekte, zoals men denken kan, bij degenen, die hen in het leger omringden, groot opzien en veel verwondering. Daarom zond men in allerijl een bode naar Mozes.
En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, één van zijn uitgelezen jongemannen, 1)die het voor een ongepaste aanmatiging en voor een inbreuk op het ambt van zijn heer hield, dat die twee zo onafhankelijk van Mozes enzijn tussenkomst profeteerden; antwoordde en zei: Mijn heer Mozes! verbied hun! 2)
Exodus. 17:9.
Joh.3:25 vv. Mark.9:38 vv.
Doch Mozes zei tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Let gij alleen op mijn eer en aanzien, en laat gij u alzo vervoeren om het grote werk, dat de Heere in Israël doet, te miskennen, terwijl gij u daarover verheugen moest? Och of al het volk van de HEERE profeten waren, zoals dezen, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave! 1) Dan ware mijn vurigste hartewens vervuld en ik zou met blijdschap mijn plaats van middelaar verlaten!
Wij moeten niet voorbarig zijn, om te veroordelen hen, die in min wezenlijke dingen van ons verschillen, alsof zij Christus niet volgden, omdat zij zich niet bij ons voegen. Wij moeten niet verwerpen, degenen, die Christus niet verwerpt, noch geen mensen verhinderen, goed te doen, omdat zij in alle omstandigheden niet van onze mening zijn. Mozes was van een andere geaardheid; in plaats van aan die twee het profeteren te verbieden, en de Geest, die in hen was, uit te blussen, wenste hij integendeel, dat al het volk van de Heere profeten waren en dat Hij zijn Geest over hen uitstorten wilde. Niet dat Hij hen voor Profeten wilde gehouden hebben, welke het ontbrak aan de nodige gave, of dat hij wenste, dat de gave van de geest tot het waarnemen van het regeringsambt, aan al het volk mocht meegedeeld worden, hetgeen ongerijmd zou wezen, maar hij drukte op die wijze de liefde en achting uit, die hij voor al het volk van de Heere had, wensende dat zij allen mochten bevoorrecht en opgewekt worden tot de lof en de verheerlijking van God.
De mededeling van de Geest staat buiten het verband met de instelling van de raad van oudsten. Het geldt hier geen blijvende gave, maar een voorbijgaand verschijnen, en bijgevolg een teken voor Mozes, het volk en de Kerk van het Nieuwe Verbond.
Zowel voor de mening, dat deze oudsten dezelfden zijn, als de 70 richters vroeger op Jethro’s raad aangesteld, als voor die, dat dezelfde vroeger met Mozes en Aäron op de berg zijn geweest, is geen voldoende grond te vinden. Wel vindt men telkens het getal 70, maar dit toont duidelijk, welke betekenis de getallen 7 en 10 in de Heilige Schrift hebben.
Daarna, toen hij, in de ontvangen helpers, bevrediging van zijn eigen klacht verkregen had, verzamelde of begaf zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israël, die voortaan in vereniging met hem de last van het volk dragenzouden (hoofdstuk 16:25).
a) Toen voer een wind uit van de HEERE, die Hij als Zijn middel en werktuig gebruiken wilde, om ook de klachten van het volk tegemoet te komen, en raapte, zoals ook vroeger reeds (Exodus. 16:13) eens geschied was, kwakkels van de zee, van de Elanitische golf, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreis ver hierheen, en omtrent een dagreis ver daarheen, rondom het leger, en wel in zo’n overvloed, dat zij waren omtrent twee el boven de aarde. 1)
Psalm. 78:27,28
Zij waren omtrent twee el boven de aarde. Dit betekent niet, dat zij omtrent twee el van de aarde verwijderd waren, zodat men ze dan vangen moest, maar, dat zij in zo’n grote menigte neervielen, dat de hoop als twee el hoog was. In het Hebreeuws staat toch uitdrukkelijk: Op het leger neerwerpen.
Toen maakte zich het volk uit de legerplaats op, die gehele dag en die gehele nacht, en de gehele volgende dag, en verzamelde de kwakkels; die het minst had, had tien homers 1) verzameld, en zij spreidden ze voor zich van elkaar rondom het leger. 2)
Homer, de grootste maat voor droge waren, bij de Hebreeërs 10 Efa’s bevattende, bedroeg, naar de kleinste berekening van Thenius, 101,43 kubieke duimen. Met deze menigte wil God het volk Zijn macht, om hen niet voor één of voor weinige dagen, maar voor een hele maand vlees te kunnen geven, tonen, tot beschaming van hun ongeloof, maar tegelijk ook om daarmee hun begeerlijkheid te bestraffen.
Wat zij niet terstond verbruikten, hingen zij buiten het leger bij rijen op, om ze in de zon te laten drogen en ze alzo voor de volgende dagen te bewaren; zoals zij in Egypte gewoon waren geweest met de vis te handelen.
Dat vlees nu was, nadat zij hun lust reeds een maand lang voldaan hadden (Psalm. 78:29 vv.) nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, dat wil zeggen: het was nog niet verteerd, nog niet verbruikt, nog niet op, zo ontstak de toorn van de HEERE tegen het volk, dat (vs.20) Hem verworpen had, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag, die veel van hen, en wel juist de gezondste en sterkste (Psalm. 78:31), plotseling neervelde.
Niet alsof het genot van het kwakkelvlees op zichzelf zo gevaarlijk voor hen geworden was, maar de plaag was een strafgericht, dat de Heere op buitengewone wijze beschikte. Te midden van hun genot moesten zo velen van hun overvloed scheiden; hetgeen ook nog de ongelovigen en vleselijk gezinde kinderen van de wereld overkomt (Luk.12:20 Boek der Wijsheid 5:7 vv)
Daarom noemt men de naam van deze plaats, die, naar het (vs.1 vv.) vermelde voorval reeds Thab-éra genoemd was, met een tweede woord, dat later (hoofdstuk 33:16) die eerste naam verving, Kibrôth Thaäva: d.i. graven van de lust of lustgraven; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest op vlees, en waarvan de begeerte de Heere wel bevredigde, maar dat Hij daarna ook in Zijn toorn ten dele deed omkomen.
De zichtbare gave was hier dus geen onderpand van de goddelijke genade. Dikwijls gebeurt het dan ook, dat aan enig mens een lang, eigenzinnig en driftig gekoesterde begeerte, onder zichtbare werking van de voorzienigheid Gods, ingewilligd wordt, maar dat met die inwilliging het Godsgericht aanvangt.
Als God ons onze vleselijke wil geeft, dan zijn wij verloren. Bidden wij daarom altijd: “Niet onze, maar Uw wil geschiedde?”.
De “lustgraven” prediken aan Israël en alle volgende eeuwen, dat zelfs Gods bijzondere gaven geen waarachtige zegen bereiden kunnen, wanneer zij zonder dankzegging en zonder mate genoten worden.
De plaag, waardoor de gave van de kwakkels wordt achtervolgd, wordt niet veroorzaakt door het overmatig gebruik van een spijze, waaraan het volk ontwend was, maar is als een strafgericht te beschouwen (Numeri. 11:20,33 Psalm. 78:29,31)
Ook vroeger had Israël om vlees gevraagd en verkregen. Nu echter wordt het gestraft, waar het weer moppert, omdat de betrekking, na Sinaï’s wetgeving, veel inniger was geworden tussen God en Zijn volk.
II. Vs. 35KruisverwijzingenNumeri 33:17→Numeri 12:16→Deuteronomium 1:1→
— Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.
-Hoofdstuk 12:15. Na een verdere tocht van omstreeks twee dagreizen komt Israël op de tweede rustplaats te Hazerôth aan. Hier kantten Mirjam en Aäron zich aan tegen Mozes en de bevoorrechte plaats, waarop hij voor zich aanspraak maakte, alzo hij alleen de profeet van de Heere en de Middelaar van de Goddelijke openbaring zijn wilde. Terwijl zij met minachting spreken van zijn familiebetrekkingen, verheffen zij zich op eigen gaven en krachten, maar de Heere, aan wie Mozes deze ergerlijke zaak met een zachtmoedig stilzwijgen overliet, treedt voor Zijn trouwe knecht op, trekt de tegenstrevers voor zijn gericht en verklaart de bestredene uitdrukkelijk voor Zijn hoogste profeet. Als daarna Mirjam tot straf voor haar opstand, waardoor de betekenis van haar naam (Mirjam = hun wederstrevigheid) in een bepaald feit vervuld werd, melaats werd als sneeuw, verzoekt Aäron Mozes om vergiffenis van het aangedane onrecht en neemt hij voor hun beider zuster de toevlucht tot diens voorbede. Deze wordt haar dan ook verleend, zij moet evenwel naar de wil van de Heere, ter heilzame verootmoediging wegens haar trots, eerst zeven dagen buiten het leger gesloten blijven, voordat zij weer opname in Israëls volk en gemeenschap verkrijgen kan.
Van Kibrôth Thaäva, lustgraven in Disahab, vertrok het volk, toen de wolk, na een oponthoud aldaar van meer dan een maand, opnieuw het teken tot vertrek gaf, naar het noordelijk gelegen Hazerôth; en zij bleven enige tijd in Hazerôth.
Omstreeks 5 Duitse mijl ten noorden van Dahab bevindt zich de bron el Hudhera of Hadhra met een wel, die gedurende het hele jaar tamelijk goed, slechts enigszins zout water geeft. Verreweg de meeste uitleggers stellen daarom Hazerôth in dit oord. Hier begint de grote en huiveringwekkende (Deuteronomium. 1:19; 8:15) woestijn Paran, waarvan verder bij hoofdstuk 12:16 zal gesproken worden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel