Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Numeri 11

1 En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschiedde, als het volkH5971 zich was beklagendeH596, dat het kwaadH7451 was in de orenH241 des HEERENH3068; want de HEEREH3068 hoordeH8085 het, zodat Zijn toornH639 ontstakH2734, en het vuurH784 des HEERENH3068 onder hen ontbranddeH1197, en verteerdeH398, in het uitersteH7097 des legersH4264. En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.

KJV And when the people2 complained,3 it displeased4 the LORD:6 and the LORD8 heard7 it; and his anger10 was kindled;9 and the fire13 of the LORD14 burnt11 among them, and consumed15 them that were in the uttermost parts16 of the camp.

1 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 כְּמִתְאֹ֣נְנִ֔ים H596 beklagende, klaagt complain 4 רַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 5 בְּאָזְנֵ֣י H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וַיִּשְׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וַיִּ֣חַר H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 10 אַפּ֔וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 11 וַתִּבְעַר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 12 בָּם֙ 13 אֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 וַתֹּ֖אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 16 בִּקְצֵ֥ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 17 הַֽמַּחֲנֶֽה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Toen riepH6817 het volkH5971 totH413 MozesH4872; en MozesH4872 badH6419 totH413 den HEEREH3068; en het vuurH784 werd gedemptH8257. Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt.

KJV And the people2 cried1 unto Moses;4 and when Moses6 prayed5 unto the LORD,8 the fire10 was quenched.

1 וַיִּצְעַ֥ק H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 2 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 וַיִּתְפַּלֵּ֤ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 6 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וַתִּשְׁקַ֖ע H8257 verdronken, zinken, gedempt make deep, let down, drown, quench, sink 10 הָאֵֽשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Daarom noemdeH7121 hij den naamH8034 dier plaatsH4725 Thab-eraH8404, omdatH3588 het vuurH784 des HEERENH3068 onder hen gebrandH1197 had. Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had.

KJV And he called1 the name2 of the4 place3 Taberah:5 because the fire9 of the LORD10 burnt

1 וַיִּקְרָ֛א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 שֵֽׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 הַמָּק֥וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 4 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 תַּבְעֵרָ֑ה H8404 Thab-era Taberah 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 בָעֲרָ֥ה H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 8 בָ֖ם 9 אֵ֥שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 10 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En het gemene volkH628, datH834 in het middenH7130 van hen was, werd met lustH8378 bevangenH183; daarom zo weendenH1058 ookH1571 de kinderenH1121 IsraelsH3478 wederomH7725, en zeidenH559: WieH4310 zal ons vleesH1320 te etenH398 geven? En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?

KJV And the mixt multitude1 that was among3 them fell a lusting:4 and the children9 of Israel10 also wept7 again,6 and said,11 Who shall give us flesh14 to eat?

1 וְהָֽאסַפְסֻף֙ H628 gemene volk mixt multitude 2 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 בְּקִרְבּ֔וֹ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 4 הִתְאַוּ֖וּ H183 begeert, begeerd, gelusten covet, (greatly) desire, be desirous, long, lust (after) 5 תַּאֲוָ֑ה H8378 begeerte, lust, wens dainty, desire, [idiom] exceedingly, [idiom] greedily, lust(ing), pleasant. See also H6914 (קִבְרוֹת הַתַּאֲוָה) 6 וַיָּשֻׁ֣בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 וַיִּבְכּ֗וּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 8 גַּ֚ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 וַיֹּ֣אמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 13 יַאֲכִלֵ֖נוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 14 בָּשָֽׂר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Wij gedenkenH2142 aan de vissenH1710, dieH834 wij in EgypteH4714 om niet atenH398; aan de komkommersH7180, en aan de pompoenenH20, en aan het lookH2682, en aan de ajuinenH1211, en aan het knoflookH7762. Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.

KJV We remember1 the fish,3 which we did eat5 in Egypt6 freely;7 the cucumbers,9 and the melons,11 and the leeks,13 and the onions,15 and the garlick:

1 זָכַ֨רְנוּ֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַדָּגָ֔ה H1710 vis, vissen fish 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נֹאכַ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 בְּמִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 7 חִנָּ֑ם H2600 om niet, zonder oorzaak, tevergeefs without a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain 8 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַקִּשֻּׁאִ֗ים H7180 komkommers cucumber 10 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָֽאֲבַטִּחִ֔ים H20 pompoenen melon 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הֶחָצִ֥יר H2682 gras, hooi, look grass, hay, herb, leek 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַבְּצָלִ֖ים H1211 ajuinen onion 16 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַשּׁוּמִֽים H7762 knoflook garlic
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Maar nuH6258 is onze zielH5315 dorH3002, er is niet met alH3605, behalve dit ManH4478 voor onze ogenH5869! Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!

KJV But now our soul2 is dried away:3 there is nothing at all, beside6 this manna,8 before our eyes.

1 וְעַתָּ֛ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 נַפְשֵׁ֥נוּ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 3 יְבֵשָׁ֖ה H3002 dorre, dor, drogen dried (away), dry 4 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 5 כֹּ֑ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 בִּלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הַמָּ֥ן H4478 Man, Manna manna 9 עֵינֵֽינוּ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 HetH1931 ManH4478 nu was als korianderzaadH1407, en zijn verfH5869 was als de verfH5869 van den bedolahH916. Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.

KJV And the manna1 was as coriander3 seed,2 and the colour5 thereof as the colour6 of bdellium.

1 וְהַמָּ֕ן H4478 Man, Manna manna 2 כִּזְרַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 3 גַּ֖ד H1407 korianderzaad coriander 4 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 וְעֵינ֖וֹ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 6 כְּעֵ֥ין H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 הַבְּדֹֽלַח H916 bedolah bdellium
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Het volkH5971 liepH7751 hier en daar, en verzameldeH3950 het, en maaldeH2912 het met molensH7347, ofH176 stietH1743 het in mortierenH4085, en zoodH1310 het in pottenH6517, en maakteH6213 daarvan koekenH5692; en zijnH1961 smaakH2940 was als de smaakH2940 van de beste vochtigheidH3955 der olieH8081. Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.

KJV And the people2 went about,1 and gathered3 it, and ground4 it in mills,5 or beat7 it in a mortar,8 and baked9 it in pans,10 and made11 cakes13 of it: and the taste15 of it was as the taste16 of fresh17 oil.

1 שָׁטוּ֩ H7751 trekken, Trek, doorlopen go (about, through, to and fro), mariner, rower, run to and fro 2 הָעָ֨ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 וְלָֽקְט֜וּ H3950 lezen, verzamelen, opgelezen gather (up), glean 4 וְטָחֲנ֣וּ H2912 malende, maal, maalde grind(-er) 5 בָרֵחַ֗יִם H7347 molen, molens, molenstenen mill (stone) 6 א֤וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 7 דָכוּ֙ H1743 stiet beat 8 בַּמְּדֹכָ֔ה H4085 mortieren mortar 9 וּבִשְּׁלוּ֙ H1310 koken, gezoden, gekookt bake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden) 10 בַּפָּר֔וּר H6517 pot, potten pan, pot 11 וְעָשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 עֻג֑וֹת H5692 koeken cake (upon the hearth) 14 וְהָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 טַעְמ֔וֹ H2940 smaak, gelaat, rede advice, behaviour, decree, discretion, judgment, reason, taste, understanding 16 כְּטַ֖עַם H2940 smaak, gelaat, rede advice, behaviour, decree, discretion, judgment, reason, taste, understanding 17 לְשַׁ֥ד H3955 sap, vochtigheid fresh, moisture 18 הַשָּֽׁמֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En wanneer de dauwH2919 des nachtsH3915 opH5921 het legerH4264 nedervielH3381, vielH3381 het ManH4478 opH5921 hetzelve neder. En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.

KJV And when the dew2 fell1 upon the camp4 in the night,5 the manna7 fell

1 וּבְרֶ֧דֶת H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 הַטַּ֛ל H2919 dauw, dauws dew 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַֽמַּחֲנֶ֖ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 5 לָ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 6 יֵרֵ֥ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 7 הַמָּ֖ן H4478 Man, Manna manna 8 עָלָֽיו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen hoordeH8085 MozesH4872 het volkH5971 wenenH1058 door hun huisgezinnenH4940, een iederH376 aan de deurH6607 zijner hutH168; en de toornH639 des HEERENH3068 ontstakH2734 zeerH3966; ook was het kwaadH7489 in de ogenH5869 van MozesH4872. Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.

KJV Then Moses2 heard1 the people4 weep5 throughout their families,6 every man7 in the door8 of his tent:9 and the anger11 of the LORD12 was kindled10 greatly;13 Moses15 also was displeased.16

1 וַיִּשְׁמַ֨ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 מֹשֶׁ֜ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 בֹּכֶה֙ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 6 לְמִשְׁפְּחֹתָ֔יו H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 7 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 לְפֶ֣תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 9 אָהֳל֑וֹ H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 10 וַיִּֽחַר H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 11 אַ֤ף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 12 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 מְאֹ֔ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 14 וּבְעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 15 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 16 רָֽע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Mozes zeide tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En MozesH4872 zeideH559 totH413 de HEEREH3068: WaaromH4100 hebt Gij aan Uw knechtH5650 kwalijkH7489 gedaan, en waaromH4100 heb ik geenH3808 genadeH2580 in Uw ogenH5869 gevondenH4672, dat Gij den lastH4853 van ditH2088 ganseH3605 volkH5971 opH5921 mij legtH7760? En Mozes zeide tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?

KJV And Moses2 said1 unto the LORD,4 Wherefore hast thou afflicted6 thy servant?7 and wherefore have I not found10 favour11 in thy sight,12 that thou layest13 the burden15 of all this people

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מֹשֶׁ֜ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 לָמָ֤ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 הֲרֵעֹ֨תָ֙ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 7 לְעַבְדֶּ֔ךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 8 וְלָ֛מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 9 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 מָצָ֥תִי H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 11 חֵ֖ן H2580 genade, aangenaam, gunst favour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured 12 בְּעֵינֶ֑יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 13 לָשׂ֗וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 מַשָּׂ֛א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 הָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 19 עָלָֽי H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Heb ik dan alH3605 ditH2088 volkH5971 ontvangenH2029? heb ikH595 het gebaardH3205? dat Gij totH413 mij zoudt zeggenH559: DraagH5375 het in uw schootH2436, gelijk als een voedstervaderH539 den zuigelingH3243 draagtH5375, tot dat landH127, hetwelkH834 Gij hun vaderenH1 gezworenH7650 hebt? Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?

KJV Have I conceived2 all this people?5 have I begotten9 them, that thou shouldest say11 unto me, Carry13 them in thy bosom,14 as a nursing father17 beareth16 the sucking child,19 unto the land21 which thou swarest23 unto their fathers?

1 הֶאָנֹכִ֣י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 2 הָרִ֗יתִי H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 3 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 9 יְלִדְתִּ֑יהוּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 10 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 תֹאמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 אֵלַ֜י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 שָׂאֵ֣הוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 14 בְחֵיקֶ֗ךָ H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 15 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 יִשָּׂ֤א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 17 הָאֹמֵן֙ H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הַיֹּנֵ֔ק H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 20 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 הָֽאֲדָמָ֔ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 22 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 23 נִשְׁבַּ֖עְתָּ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 24 לַאֲבֹתָֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Van waar zou ik het vleesH1320 hebben, om alH3605 ditH2088 volkH5971 te geven? WantH3588 zij wenenH1058 tegenH5921 mij, zeggendeH559: GeefH5414 ons vleesH1320, dat wij etenH398! Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!

KJV Whence1 should I have flesh3 to give4 unto all this people?6 for they weep9 unto me, saying,11 Give12 us flesh,14 that we may eat.

1 מֵאַ֤יִן H370 vanwaar? whence, where 2 לִי֙ 3 בָּשָׂ֔ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 4 לָתֵ֖ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 יִבְכּ֤וּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 10 עָלַי֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 תְּנָה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 לָּ֥נוּ 14 בָשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 15 וְנֹאכֵֽלָה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ik alleen kanH3201 alH3605 ditH2088 volkH5971 nietH3808 dragenH5375; wantH3588 het is mij te zwaarH3515! Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!

KJV I am not able2 to bear5 all this people8 alone,4 because it is too heavy

1 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אוּכַ֤ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 3 אָנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 4 לְבַדִּ֔י H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 5 לָשֵׂ֖את H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 כָבֵ֖ד H3515 zwaar, zware, zwaren (so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick 12 מִמֶּֽנִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En indien GijH859 alzo aan mij doetH6213, doodH2026 mij tochH4994 slechtsH2026, indienH518 ik genadeH2580 in Uw ogenH5869 gevondenH4672 heb; en laat mij mijn ongelukH7451 nietH408 aanzienH7200! En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!

KJV And if thou deal4 thus with me, kill6 me, I pray thee, out of hand,8 if I have found10 favour11 in thy sight;12 and let me not see14 my wretchedness.

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 כָּ֣כָה H3602 alzo, op deze wijze after that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus 3 אַתְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 4 עֹ֣שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 לִּ֗י 6 הָרְגֵ֤נִי H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 7 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 8 הָרֹ֔ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 9 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 10 מָצָ֥אתִי H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 11 חֵ֖ן H2580 genade, aangenaam, gunst favour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured 12 בְּעֵינֶ֑יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 13 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 14 אֶרְאֶ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 15 בְּרָעָתִֽי H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 MozesH4872: VerzamelH622 Mij zeventigH7657 mannenH376 uit de oudstenH2205 van IsraelH3478, dewelkeH3045 gij weet, dat zijH1992 de oudstenH2205 des volksH5971 en deszelfs ambtliedenH7860 zijn; en gij zult hen brengenH3947 voor de tentH168 der samenkomstH4150, en zij zullen zich daarH8033 bijH5973 u stellenH3320. En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.

KJV And the LORD2 said1 unto Moses,4 Gather5 unto me seventy7 men8 of the elders9 of Israel,10 whom thou knowest12 to be the elders15 of the people,16 and officers17 over them; and bring18 them unto the tabernacle21 of the congregation,22 that they may stand

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 אֶסְפָה H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 6 לִּ֞י 7 שִׁבְעִ֣ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 8 אִישׁ֮ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 מִזִּקְנֵ֣י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 10 יִשְׂרָאֵל֒ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יָדַ֔עְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 הֵ֛ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 זִקְנֵ֥י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 16 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 17 וְשֹׁטְרָ֑יו H7860 ambtlieden, ambtman officer, overseer, ruler 18 וְלָקַחְתָּ֤ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 19 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 22 מוֹעֵ֔ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 23 וְהִֽתְיַצְּב֥וּ H3320 stelde, stellen, stelt present selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up) 24 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 25 עִמָּֽךְ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zo zal Ik afkomenH3381 en met u aldaarH8033 sprekenH1696; en van den GeestH7307, dieH834 opH5921 u is, zal Ik afzonderenH680, en opH5921 hen leggenH7760; en zij zullen met u den lastH4853 van dit volkH5971 dragenH5375, opdat gij dien alleen nietH3808 draagtH5375. Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.

KJV And I will come down1 and talk2 with thee there: and I will take5 of the spirit7 which is upon thee, and will put10 it upon them; and they shall bear12 the burden14 of the people15 with thee, that thou bear

1 וְיָרַדְתִּ֗י H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 וְדִבַּרְתִּ֣י H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 3 עִמְּךָ֮ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 שָׁם֒ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 5 וְאָצַלְתִּ֗י H680 afzonderen, afzonderende, benauwder keep, reserve, straiten, take 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הָר֛וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָלֶ֖יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 וְשַׂמְתִּ֣י H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 עֲלֵיהֶ֑ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 וְנָשְׂא֤וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 13 אִתְּךָ֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 בְּמַשָּׂ֣א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 15 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 16 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 תִשָּׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 18 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 19 לְבַדֶּֽךָ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En totH413 het volkH5971 zult gij zeggenH559: HeiligtH6942 u tegen morgenH4279, en gij zult vleesH1320 etenH398; wantH3588 gij hebt voor de orenH241 des HEERENH3068 geweendH1058, zeggendeH559: WieH4310 zal ons vleesH1320 te etenH398 geven? wantH3588 het ging ons wel in EgypteH4714! Daarom zal de HEEREH3068 u vleesH1320 geven, en gij zult etenH398. En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.

KJV And say3 thou unto the people,2 Sanctify4 yourselves against to morrow,5 and ye shall eat6 flesh:7 for ye have wept9 in the ears10 of the LORD,11 saying,12 Who shall give us flesh15 to eat?14 for it was well17 with us in Egypt:19 therefore the LORD21 will give20 you flesh,23 and ye shall eat.

1 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 הָעָ֨ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 תֹּאמַ֜ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 הִתְקַדְּשׁ֣וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 5 לְמָחָר֮ H4279 morgen, Morgen time to come, tomorrow 6 וַאֲכַלְתֶּ֣ם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 7 בָּשָׂר֒ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 8 כִּ֡י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 בְּכִיתֶם֩ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 10 בְּאָזְנֵ֨י H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 11 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 14 יַאֲכִלֵ֨נוּ֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 15 בָּשָׂ֔ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 16 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 ט֥וֹב H2895 goeddunkt, goed, beter be (do) better, cheer, be (do, seem) good, (make) goodly, [idiom] please, (be, do, go, play) well 18 לָ֖נוּ 19 בְּמִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 20 וְנָתַ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 21 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 לָכֶ֛ם 23 בָּשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 24 וַאֲכַלְתֶּֽם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Gij zult niet eenH259 dagH3117, noch twee dagenH3117 etenH398, nochH3808 vijfH2568 dagenH3117, nochH3808 tienH6235 dagenH3117, nochH3808 twintigH6242 dagenH3117; Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;

KJV Ye shall not eat4 one3 day,2 nor two days,6 nor five8 days,9 neither ten11 days,12 nor twenty14 days;

1 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 אֶחָ֛ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 תֹּאכְל֖וּן H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יוֹמָ֑יִם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 חֲמִשָּׁ֣ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 9 יָמִ֗ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 וְלֹא֙ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 עֲשָׂרָ֣ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 12 יָמִ֔ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 וְלֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 עֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 15 יֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Tot een gehele maandH2320 toe, totdat het uit uw neusH639 uitgaH3318, en u tot walgingH2214 zijH1961; overmitsH3282 gij den HEEREH3068, Die in het middenH7130 van u is, verworpenH3988 hebt, en hebt voor Zijn aangezichtH6440 geweendH1058, zeggendeH559: WaaromH4100 nu zijn wij uit EgypteH4714 getogenH3318? Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?

KJV But even a whole month,2 until it come out6 at your nostrils,7 and it be loathsome10 unto you: because11 that ye have despised13 the LORD15 which is among17 you, and have wept18 before19 him, saying,20 Why came we forth23 out of Egypt?

1 עַ֣ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 2 חֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 3 יָמִ֗ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 עַ֤ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יֵצֵא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 מֵֽאַפְּכֶ֔ם H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 8 וְהָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לָכֶ֖ם 10 לְזָרָ֑א H2214 walging loathsome 11 יַ֗עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 מְאַסְתֶּ֤ם H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 בְּקִרְבְּכֶ֔ם H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 18 וַתִּבְכּ֤וּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 19 לְפָנָיו֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 20 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 21 לָ֥מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 22 זֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 23 יָצָ֥אנוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 24 מִמִּצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En MozesH4872 zeideH559: ZeshonderdH8337 duizendH505 te voetH7273 is dit volkH5971, in welks middenH7130 ikH595 ben; en GijH859 hebt gezegdH559: Ik zal hun vleesH1320 gevenH5414, en zij zullen een gehele maandH2320 etenH398! En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!

KJV And Moses2 said,1 The people,7 among10 whom I am, are six3 hundred4 thousand5 footmen;6 and thou hast said,12 I will give14 them flesh,13 that they may eat16 a whole18 month.

1 וַיֹּאמֶר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מֹשֶׁה֒ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 שֵׁשׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 4 מֵא֥וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 5 אֶ֨לֶף֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 6 רַגְלִ֔י H7273 voet, voetvolks, voetgangers (on) foot(-man) 7 הָעָ֕ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 10 בְּקִרְבּ֑וֹ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 11 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 12 אָמַ֗רְתָּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 בָּשָׂר֙ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 14 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לָהֶ֔ם 16 וְאָכְל֖וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 17 חֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 18 יָמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Zullen dan voor hen schapenH6629 en runderenH1241 geslachtH7819 worden, dat voor hen genoegH4672 zij? zullen alH3605 de vissenH1709 der zeeH3220 voor hen verzameldH622 worden, dat voor hen genoegH4672 zij? Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?

KJV Shall the flocks1 and the herds2 be slain3 for them, to suffice5 them? or shall all the fish10 of the sea11 be gathered together12 for them, to suffice

1 הֲצֹ֧אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 2 וּבָקָ֛ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 3 יִשָּׁחֵ֥ט H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 4 לָהֶ֖ם 5 וּמָצָ֣א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 6 לָהֶ֑ם 7 אִ֣ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 דְּגֵ֥י H1709 vissen, Vispoort, vis fish 11 הַיָּ֛ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 12 יֵאָסֵ֥ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 13 לָהֶ֖ם 14 וּמָצָ֥א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 15 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Doch de HEEREH3068 zeideH559 totH413 MozesH4872: Zou dan des HEERENH3068 handH3027 verkortH7114 zijn? Gij zult nuH6258 zienH7200, of Mijn woordH1697 u wedervarenH7136 zal, of nietH3808. Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.

KJV And the LORD2 said1 unto Moses,4 Is the LORD'S6 hand5 waxed short?7 thou shalt see9 now whether my word11 shall come to pass

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 הֲיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 תִּקְצָ֑ר H7114 maaien, maaiers, inoogsten [idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex 8 עַתָּ֥ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 9 תִרְאֶ֛ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 הֲיִקְרְךָ֥ H7136 wedervaren, ontmoet, ontmoeten appoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed 11 דְבָרִ֖י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 12 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 13 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En MozesH4872 ging uit, en sprakH1696 de woordenH1697 des HEERENH3068 totH413 het volkH5971; en hij verzameldeH622 zeventigH7657 mannenH376 uit de oudstenH2205 des volksH5971, en steldeH5975 hen rondomH5439 de tentH168. En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.

KJV And Moses2 went out,1 and told3 the people5 the words7 of the LORD,8 and gathered9 the seventy10 men11 of the elders12 of the people,13 and set14 them round about16 the tabernacle.

1 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 וַיְדַבֵּר֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 דִּבְרֵ֣י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וַיֶּאֱסֹ֞ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 10 שִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 11 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 מִזִּקְנֵ֣י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 13 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 וַֽיַּעֲמֵ֥ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 15 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 סְבִיבֹ֥ת H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 17 הָאֹֽהֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Toen kwam de HEEREH3068 af in de wolkH6051, en sprakH1696 totH413 hem, en afzonderendeH680 vanH4480 den GeestH7307, dieH834 op hem was, legdeH5414 Hem opH5921 de zeventigH7657 mannenH376, die oudstenH2205; en het geschieddeH1961, als de GeestH7307 opH5921 hen rustteH5117, dat zij profeteerdenH5012, maar daarna niet meer. Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.

KJV And the LORD2 came down1 in a cloud,3 and spake4 unto him, and took6 of the spirit8 that was upon him, and gave11 it unto the seventy13 elders:15 and it came to pass, that, when the spirit19 rested17 upon them, they prophesied,20 and did not cease.

1 וַיֵּ֨רֶד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 בֶּעָנָן֮ H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 4 וַיְדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 אֵלָיו֒ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 וַיָּ֗אצֶל H680 afzonderen, afzonderende, benauwder keep, reserve, straiten, take 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הָר֨וּחַ֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 וַיִּתֵּ֕ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 שִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 14 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 15 הַזְּקֵנִ֑ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 16 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 כְּנ֤וֹחַ H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 18 עֲלֵיהֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 הָר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 20 וַיִּֽתְנַבְּא֖וּ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 21 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 יָסָֽפוּ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Maar tweeH8147 mannenH582 waren in het legerH4264 overgeblevenH7604; des enenH259 naamH8034 was EldadH419, en des anderen naamH8034 MedadH4312; en die GeestH7307 rustteH5117 opH5921 hen (want zijH1992 waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tentH168 nietH3808 uitgegaanH3318 waren), en zij profeteerdenH5012 in het legerH4264. Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.

KJV But there remained1 two2 of the men in the camp,4 the name5 of the one6 was Eldad,7 and the name8 of the other9 Medad:10 and the spirit13 rested11 upon them; and they were of them that were written,15 but went not out17 unto the tabernacle:18 and they prophesied19 in the camp.

1 וַיִּשָּׁאֲר֣וּ H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 2 שְׁנֵֽי H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 אֲנָשִׁ֣ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בַּֽמַּחֲנֶ֡ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 5 שֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 הָאֶחָ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 אֶלְדָּ֡ד H419 Eldad Eldad 8 וְשֵׁם֩ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 הַשֵּׁנִ֨י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 10 מֵידָ֜ד H4312 Medad Medad 11 וַתָּ֧נַח H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 12 עֲלֵיהֶ֣ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הָר֗וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 וְהֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 בַּכְּתֻבִ֔ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 16 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יָצְא֖וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 18 הָאֹ֑הֱלָה H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 19 וַיִּֽתְנַבְּא֖וּ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 20 בַּֽמַּחֲנֶֽה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Toen liepH7323 een jongenH5288 heen, en boodschapteH5046 aan MozesH4872, en zeideH559: EldadH419 en MedadH4312 profeterenH5012 in het legerH4264. Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.

KJV And there ran1 a young man,2 and told3 Moses,4 and said,5 Eldad6 and Medad7 do prophesy8 in the camp.

1 וַיָּ֣רָץ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 2 הַנַּ֔עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 3 וַיַּגֵּ֥ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 4 לְמֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 וַיֹּאמַ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֶלְדָּ֣ד H419 Eldad Eldad 7 וּמֵידָ֔ד H4312 Medad Medad 8 מִֽתְנַבְּאִ֖ים H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 9 בַּֽמַּחֲנֶֽה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En JozuaH3091, de zoonH1121 van NunH5126, de dienaarH8334 van MozesH4872, een van zijn uitgelezen jongelingenH979, antwoorddeH6030 en zeideH559: Mijn heerH113 MozesH4872, verbiedH3607 hun! En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!

KJV And Joshua2 the son3 of Nun,4 the servant5 of Moses,6 one of his young men,7 answered1 and said,8 My lord9 Moses,10 forbid

1 וַיַּ֜עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 יְהוֹשֻׁ֣עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 3 בִּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 נ֗וּן H5126 Nun, Non Non, Nun 5 מְשָׁרֵ֥ת H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 6 מֹשֶׁ֛ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 7 מִבְּחֻרָ֖יו H979 jongelingschap, uitgelezen jongelingen young men, youth 8 וַיֹּאמַ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֲדֹנִ֥י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 10 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 11 כְּלָאֵֽם H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Doch MozesH4872 zeideH559 tot hem: Zijt gijH859 voor mij ijverendeH7065? OchH5414 of alH3605 dat volkH5971 des HEERENH3068 profetenH5030 waren, datH3588 de HEEREH3068 Zijn GeestH7307 overH5921 hen gaveH5414! Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!

KJV And Moses3 said1 unto him, Enviest4 thou for my sake? would God that all the8 LORD'S11 people10 were prophets,12 and that the LORD15 would put14 his spirit

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לוֹ֙ 3 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 4 הַֽמְקַנֵּ֥א H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 5 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 לִ֑י 7 וּמִ֨י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 8 יִתֵּ֜ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 עַ֤ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 נְבִיאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 13 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 יִתֵּ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 רוּח֖וֹ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 18 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Daarna verzamelde zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Daarna verzameldeH622 zich MozesH4872 totH413 het legerH4264, hijH1931 en de oudstenH2205 van IsraelH3478. Daarna verzamelde zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israel.

KJV And Moses2 gat1 him into the camp,4 he and the elders6 of Israel.

1 וַיֵּאָסֵ֥ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַֽמַּחֲנֶ֑ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 5 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 וְזִקְנֵ֥י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Toen voerH5265 een windH7307 uitH4480 van den HEEREH3068, en raapteH1468 kwakkelenH7958 van de zeeH3220, en strooideH5203 ze bij het legerH4264, omtrent een dagreizeH3117, en omtrent een dagreizeH3117 derwaarts, rondomH5439 het legerH4264; en zij waren omtrent twee ellenH520 boven de aardeH776. Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.

KJV And there went forth2 a wind1 from the LORD,4 and brought5 quails6 from the sea,8 and let them fall9 by the camp,11 as it were a day's13 journey12 on this side,14 and as it were a day's16 journey15 on the other side,17 round about18 the camp,19 and as it were two cubits20 high upon the face22 of the earth.

1 וְר֜וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 2 נָסַ֣ע H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 3 מֵאֵ֣ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַיָּ֣גָז H1468 afgesneden, raapte bring, cut off 6 שַׂלְוִים֮ H7958 kwakkelen quails 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הַיָּם֒ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 9 וַיִּטֹּ֨שׁ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הַֽמַּחֲנֶ֜ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 12 כְּדֶ֧רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 13 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 כֹּ֗ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 15 וּכְדֶ֤רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 16 יוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 כֹּ֔ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 18 סְבִיב֖וֹת H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 19 הַֽמַּחֲנֶ֑ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 20 וּכְאַמָּתַ֖יִם H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 21 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 23 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Toen maakte zich het volkH5971 op, dien gehelen dagH3117, en dienH1931 gansenH4283 nachtH3915, en den gansenH3605 anderen dagH3117, en verzameldenH622 de kwakkelenH7958; die het minstH4591 had, had tienH6235 homersH2563 verzameldH622; en zij spreiddenH7849 ze voor zich van elkander rondomH5439 het legerH4264. Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.

KJV And the people2 stood up1 all that day,4 and all that night,7 and all the next10 day,9 and they gathered11 the quails:13 he that gathered least14 gathered15 ten16 homers:17 and they spread18 them all abroad20 for themselves round about21 the camp.

1 וַיָּ֣קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 הָעָ֡ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַיּוֹם֩ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הַה֨וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַלַּ֜יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 8 וְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הַֽמָּחֳרָ֗ת H4283 daags, dag, gansen morrow, next day 11 וַיַּֽאַסְפוּ֙ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַשְּׂלָ֔ו H7958 kwakkelen quails 14 הַמַּמְעִ֕יט H4591 verminderen, minder, verminderd suffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing 15 אָסַ֖ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 16 עֲשָׂרָ֣ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 17 חֳמָרִ֑ים H2563 leem, homer, slijk clay, heap, homer, mire, motion 18 וַיִּשְׁטְח֤וּ H7849 breidt, spreidden, strek all abroad, enlarge, spread, stretch out 19 לָהֶם֙ 20 שָׁט֔וֹחַ H7849 breidt, spreidden, strek all abroad, enlarge, spread, stretch out 21 סְבִיב֖וֹת H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 22 הַֽמַּחֲנֶֽה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Dat vleesH1320 was nogH5750 tussenH996 hun tandenH8127, eerH2962 het gekauwdH3772 was, zo ontstakH2734 de toornH639 des HEERENH3068 tegen het volkH5971, en de HEEREH3068 sloegH5221 het volkH5971 met een zeerH3966 grote plaagH4347. Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.

KJV And while the flesh1 was yet5 between their teeth,4 ere it was chewed,6 the wrath7 of the LORD8 was kindled9 against the people,10 and the LORD12 smote11 the people13 with a very16 great15 plague.

1 הַבָּשָׂ֗ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 2 עוֹדֶ֨נּוּ֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 בֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 4 שִׁנֵּיהֶ֔ם H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 5 טֶ֖רֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 6 יִכָּרֵ֑ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 7 וְאַ֤ף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 חָרָ֣ה H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 10 בָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 וַיַּ֤ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 12 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 בָּעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 מַכָּ֖ה H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 15 רַבָּ֥ה H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 16 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Daarom heetH7121 men den naamH8034 derzelver plaatsH4725 Kibroth ThaavaH6914; wantH3588 daarH8033 begroevenH6912 zij het volkH5971, dat belustH183 was geweest. Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.

KJV And he called1 the name3 of that place4 Kibrothhattaavah:6 because there they buried10 the people12 that lusted.

1 וַיִּקְרָ֛א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שֵֽׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 הַמָּק֥וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 קִבְר֣וֹת H6914 Kibroth-thaava, Kibroth Thaava Kibroth-hattaavah 7 הַֽתַּאֲוָ֑ה H6914 Kibroth-thaava, Kibroth Thaava Kibroth-hattaavah 8 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 שָׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 10 קָֽבְר֔וּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 הַמִּתְאַוִּֽים H183 begeert, begeerd, gelusten covet, (greatly) desire, be desirous, long, lust (after)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Van Kibroth ThaavaH6914 verreisdeH5265 het volkH5971 naar HazerothH2698; en zijH1961 bleven in HazerothH2698. Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.

KJV And the people4 journeyed3 from Kibrothhattaavah1 unto Hazeroth;5 and abode at Hazeroth.

1 מִקִּבְר֧וֹת H6914 Kibroth-thaava, Kibroth Thaava Kibroth-hattaavah 2 הַֽתַּאֲוָ֛ה H6914 Kibroth-thaava, Kibroth Thaava Kibroth-hattaavah 3 נָסְע֥וּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 4 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 חֲצֵר֑וֹת H2698 Hazeroth Hazeroth 6 וַיִּהְי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 בַּחֲצֵרֽוֹת H2698 Hazeroth Hazeroth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 11:1 Leviticus 10:2 2 Koningen 1:12 Numeri 21:5 Psalmen 106:18 Psalmen 78:21 Numeri 16:35 Deuteronomium 9:22 Numeri 20:2
Numeri 11:2 Numeri 21:7 Jakobus 5:16 Numeri 16:45 Psalmen 106:23 Exodus 32:31 Genesis 18:23 Numeri 14:13 Psalmen 78:34
Numeri 11:3 Deuteronomium 9:22
Numeri 11:4 Exodus 12:38 1 Korinthe 10:6 Psalmen 106:14 1 Korinthe 15:33 Nehemia 13:3 Romeinen 13:14 Leviticus 24:10 Psalmen 78:18
Numeri 11:5 Exodus 16:3 Psalmen 17:14 Filippenzen 3:19
Numeri 11:6 Numeri 21:5 2 Samuël 13:4
Numeri 11:7 Exodus 16:31 Genesis 2:12 Exodus 16:14 1 Korinthe 1:23 Openbaring 2:17
Numeri 11:8 Exodus 16:31 Exodus 16:16 Johannes 6:27 Johannes 6:33 Exodus 16:23
Numeri 11:9 Exodus 16:13 Psalmen 78:23 Deuteronomium 32:2 Psalmen 105:40
Numeri 11:10 Psalmen 78:59 Numeri 14:1 Markus 10:14 Deuteronomium 32:22 Psalmen 139:21 Psalmen 106:25 Numeri 21:5 Jesaja 5:25
Numeri 11:11 Deuteronomium 1:12 Jeremia 20:14 Maleachi 3:14 Klaagliederen 3:39 Exodus 17:4 2 Korinthe 11:28 Numeri 11:15 Jeremia 15:10
Numeri 11:12 Exodus 13:5 Jesaja 49:23 Jesaja 40:11 1 Thessalonicenzen 2:7 Genesis 50:24 Genesis 26:3 Jesaja 49:15 Ezechiël 34:23
Numeri 11:13 Markus 8:4 Mattheüs 15:33 Johannes 6:5 Markus 9:23
Numeri 11:14 Exodus 18:18 Deuteronomium 1:9 Jesaja 9:6 Zacharia 6:13 Psalmen 89:19 2 Korinthe 2:16
Numeri 11:15 1 Koningen 19:4 Jona 4:3 Exodus 32:32 Job 7:15 Jona 4:8 Sefanja 3:15 Job 3:20 Filippenzen 1:20
Numeri 11:16 Exodus 24:9 Exodus 24:1 Deuteronomium 16:18 Deuteronomium 1:15 Deuteronomium 31:28 Genesis 46:27 Lukas 10:17 Lukas 10:1
Numeri 11:17 Numeri 11:25 2 Koningen 2:15 Joël 2:28 Romeinen 8:9 2 Koningen 2:9 1 Samuël 10:6 1 Korinthe 12:4 Nehemia 9:20
Numeri 11:18 Exodus 19:10 Handelingen 7:39 Numeri 11:1 Richteren 21:2 Genesis 35:2 Numeri 14:2 Numeri 11:4 Exodus 16:3
Numeri 11:20 Psalmen 106:15 Numeri 21:5 Exodus 16:13 Handelingen 13:41 Spreuken 27:7 Maleachi 1:6 1 Samuël 2:30 Jozua 24:27
Numeri 11:21 Exodus 12:37 Exodus 38:26 Numeri 1:46 Genesis 12:2 Numeri 2:32
Numeri 11:22 Mattheüs 15:33 Markus 8:4 Lukas 1:34 Lukas 1:18 Johannes 6:6 2 Koningen 7:2 Markus 6:37 Johannes 6:9
Numeri 11:23 Jesaja 59:1 Jesaja 50:2 Ezechiël 12:25 Ezechiël 24:14 Numeri 23:19 Mattheüs 24:35 2 Koningen 7:17 2 Koningen 7:2
Numeri 11:24 Numeri 11:16 Numeri 11:26
Numeri 11:25 Numeri 11:17 Numeri 12:5 1 Samuël 19:20 1 Samuël 10:10 Exodus 34:5 1 Korinthe 11:4 2 Koningen 2:15 Exodus 40:38
Numeri 11:26 Jeremia 36:5 Exodus 4:13 1 Samuël 10:22 1 Samuël 20:26 Jeremia 1:6 Exodus 3:11
Numeri 11:28 Jozua 1:1 Markus 9:38 Johannes 3:26 Lukas 9:49 Exodus 33:11 Exodus 17:9
Numeri 11:29 1 Korinthe 14:5 Jakobus 5:9 Mattheüs 9:37 1 Korinthe 3:3 Filippenzen 2:3 1 Korinthe 3:21 Jakobus 4:5 Handelingen 26:29
Numeri 11:31 Exodus 16:13 Psalmen 105:40 Exodus 10:13 Psalmen 135:7 Psalmen 78:26 Exodus 15:10 Exodus 10:19
Numeri 11:32 Ezechiël 45:11 Exodus 16:36
Numeri 11:33 Psalmen 78:30 Numeri 16:49 Psalmen 106:14 Numeri 25:9 Deuteronomium 28:27
Numeri 11:34 Deuteronomium 9:22 1 Korinthe 10:6 Numeri 33:16
Numeri 11:35 Numeri 33:17 Numeri 12:16 Deuteronomium 1:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 11 vers 1

als het volk zich was beklagende, Anders, en het volk was als zich beklagende; dat is, zeer klagend; of, zich treurig, moeilijk, ongezind, met veel tegenspreken aanstellende. De oorzaak hiervan schijnt geweest te zijn het ongemak en de moeilijkheid der reis.

Hertaald: als het volk zich was beklagende, Ook mogelijk: en het volk klaagde als het ware; dat is: zeer klagend; of: zich treurig, moeilijk, ongewild, met veel tegenspreken gedragend. De oorzaak hiervan lijkt het ongemak en de moeite van de reis geweest te zijn.

dat het kwaad was Dat is, mishaagde den Heere. Alzo wordt iemand gezegd kwaad te zijn in des Heeren ogen, voor degenen, die Hem mishaagt. Zie Gen. 38:7. Vergelijk onder, vs.10, en de aantekeningen.

Hertaald: dat het kwaad was Dat is: het mishaagde de HEERE. Zo wordt van iemand gezegd dat hij kwaad is in de ogen van de HEERE, voor wie Hem mishaagt. Zie Gen. 38:7. Vergelijk hieronder, vers 10, en de aantekeningen.

het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, Hetwelk de Heere uit den hemel over hen wonderbaarlijk had doen vallen, hetzij door den bliksem of anderszins, zodat zij wel bemerkten dat het van den Heere voortkwam, om hen over hun boos en verkeerd klagen te straffen. Vergelijk 2 Kon. 1:10, en zie de aantekeningen.

Hertaald: het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, Wat de HEERE wonderbaarlijk uit de hemel over hen had laten vallen, hetzij door bliksem of anderszins, zodat zij wel merkten dat het van de HEERE kwam, om hen te straffen voor hun kwaadaardig en verkeerd klagen. Vergelijk 2 Kon. 1:10, en zie de aantekeningen.

Numeri 11 vers 3

Thab-éra, Dit woord betekent aansteking, of brand. Hier is geweest een legerplaats der kinderen Israëls, anders genoemd Kibroth-Taäva; onder, vs.34,35, en Num. 33:16. De verscheidenheid der namen geeft ons te kennen de verscheidene gelegenheden der legerplaatsen, zijnde Tab-era bij Egypte, en Kibroth-Taäva bij Kanaän gelegen. In de telling der legerplaatsen wordt Tab-era verzwegen en Kibroth-Taäva alleen genoemd; onder, Num. 33:16.

Hertaald: Thab-éra, Dit woord betekent ontsteking, of brand. Hier was een legerplaats van de Israëlieten, ook wel Kibroth-Taäva genoemd; hieronder, vers 34, 35, en Num. 33:16. De verscheidenheid van de namen geeft ons de verschillende omstandigheden van de legerplaatsen aan, waarbij Tabera bij Egypte en Kibroth-Taäva bij Kanaän lag. Bij het opsommen van de legerplaatsen wordt Tabera niet genoemd en alleen Kibroth-Taäva vermeld; hieronder, Num. 33:16.

Numeri 11 vers 4

het gemene volk, Of, de samenroepende, of bijeen rottende menigte. Versta door dezen, die met de Israëlieten uit Egypte gekomen en aan het voedsel van dat land gewoon waren, en nu aan de Israëlieten oorzaak tot murmurering gaven. Zie van dezen Ex. 12:38.

Hertaald: het gemene volk, Of: de samengeraapte, of bijeengeschoolde menigte. Versta hieronder degenen die met de Israëlieten uit Egypte gekomen en aan het voedsel van dat land gewend waren, en die nu de Israëlieten aanleiding gaven tot morren. Zie hierover Ex. 12:38.

werd met lust bevangen; Hebreeuws, zij waren met lust belust, of belustten den lust; dat is, zij waren zeer belust om vlees te eten. Zie 2 Kron. 36:14.

Hertaald: werd met lust bevangen; Hebreeuws: zij waren met lust belust, of begeerden de lust; dat is: zij hadden een sterk verlangen om vlees te eten. Zie 2 Kron. 36:14.

zo weenden ook de kinderen Israëls Hebreeuws, daarom keerden en weenden ook de kinderen Israëls; dat is, weenden wederom. Het woord keren, bij een ander werkwoord gesteld zijnde, betekent dikwijls anders niet dan het vernieuwen en weder doen van hetzelfde werk.

Hertaald: zo weenden ook de kinderen Israëls Hebreeuws: daarom keerden en weenden ook de kinderen Israëls; dat is: weenden opnieuw. Het woord keren, gecombineerd met een ander werkwoord, betekent vaak niets anders dan het herhalen en opnieuw doen van hetzelfde.

Numeri 11 vers 6

ziel Dat is, leven. Zie Gen. 19:17.

Hertaald: ziel Dat is: leven. Zie Gen. 19:17.

dor, Dat is versmacht door gebrek aan verversing en vernieuwing van spijs.

Hertaald: dor, Dat is: verzwakt door gebrek aan afwisseling en vernieuwing van voedsel.

behalve dit Man voor onze ogen Hebreeuws, behalve onze ogen tot het man; dat is, onze ogen zien niets dan het man.

Hertaald: behalve dit Man voor onze ogen Hebreeuws: behalve onze ogen tot het manna; dat is: onze ogen zien niets dan het manna.

Numeri 11 vers 7

verf was als de verf van den bedolah Hebreeuws, oog; want de verf wordt met het oog gezien. De zin is, dat het man in zijn uiterlijke gedaante de kleur had van bedolah; zie daarvan Gen. 2:12. Het is gelooflijk, dat de naam bedolah hier betekent de gom, die uit den boom van dezen naam droop en zeer doorzichtig was.

Hertaald: verf was als de verf van den bedolah Hebreeuws: oog; want de kleur wordt met het oog gezien. De betekenis is dat het manna in zijn uiterlijke verschijning de kleur had van bedolah; zie hierover Gen. 2:12. Het is aannemelijk dat de naam bedolah hier verwijst naar de gom, die uit de boom met deze naam droop en zeer doorzichtig was.

Numeri 11 vers 8

potten, Of, ketels

Hertaald: potten, Of: ketels.

koeken; Zie Gen. 18:6.

Hertaald: koeken; Zie Gen. 18:6.

smaak van de beste vochtigheid der olie Dat is, het bovenste der olie, hetwelk van den droesem vrij was en zekere zoetigheid had. Zie Ex. 16:31.

Hertaald: smaak van de beste vochtigheid der olie Dat is: het bovenste van de olie, dat vrij was van bezinksel en een zekere zoetheid had. Zie Ex. 16:31.

Numeri 11 vers 10

was het kwaad in de ogen van Mozes Dat is, het mishaagde hem. Zie van de manier van spreken Gen. 21:11, en vergelijk boven de aantekeningen vs.1.

Hertaald: was het kwaad in de ogen van Mozes Dat is: het mishaagde hem. Zie voor deze manier van spreken Gen. 21:11, en vergelijk hierboven de aantekeningen bij vers 1.

Numeri 11 vers 11

genade in Uw ogen gevonden, Zie Gen. 6:8; alzo onder, vs.15.

Hertaald: genade in Uw ogen gevonden, Zie Gen. 6:8; zo ook hieronder, vers 15.

Numeri 11 vers 12

gebaard? Of, gegenereerd.

Hertaald: gebaard? Of: voortgebracht.

Numeri 11 vers 14

al dit volk niet dragen; Dat is, al den last van dit volk. Zie vs.11.

Hertaald: al dit volk niet dragen; Dat is: de hele last van dit volk. Zie vers 11.

Numeri 11 vers 15

dood mij toch slechts, Hebreeuws, dood mij toch dodende; dat is, laat mij maar ten eerste sterven, opdat ik van dezen last ontslagen zij.

Hertaald: dood mij toch slechts, Hebreeuws: dood mij toch dodend; dat is: laat mij nu maar sterven, zodat ik van deze last verlost ben.

ongeluk niet aanzien Hebreeuws, mijn kwaad; dat is, mijn verdriet en kwalijk varen. Vergelijk de aantekeningen Gen. 19:19.

Hertaald: ongeluk niet aanzien Hebreeuws: mijn kwaad; dat is: mijn verdriet en tegenspoed. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 19:19.

Numeri 11 vers 16

de oudsten van Israël, Zie van dezen Ex. 3:16, en Lev. 4:15.

Hertaald: de oudsten van Israël, Zie hierover Ex. 3:16 en Lev. 4:15.

dat zij de oudsten des volks Dat is, die in hun beroeping niet alleen den naam, maar ook de daad hebben.

Hertaald: dat zij de oudsten des volks Dat is: die niet alleen de naam, maar ook het gedrag van oudste van het volk hebben.

ambtlieden zijn; Versta, officieren en bevelhebbers. Vergelijk Ex. 5:6; Deut. 16:18.

Hertaald: ambtlieden zijn; Versta: functionarissen en leiders. Vergelijk Ex. 5:6; Deut. 16:18.

brengen voor de tent der samenkomst, Hebreeuws, nemen; dat is, genomen, of uitgekoren hebbende, brengen.

Hertaald: brengen voor de tent der samenkomst, Hebreeuws: nemen; dat is: nadat u hen genomen, of uitgekozen hebt, brengt u hen.

Numeri 11 vers 17

afkomen Menselijkerwijze van God gesproken; zie Gen. 11:5, en Gen. 35:13, met de aantekeningen; alzo onder, vs.25, en Num. 12:5.

Hertaald: afkomen Menselijkerwijs over God gesproken; zie Gen. 11:5 en Gen. 35:13, met de aantekeningen; zo ook hieronder, vers 25, en Num. 12:5.

van den Geest, Dat is, van dezelfde gaven des Geestes, en dat zonder verkorting van de gaven van Mozes. Het woord Geest wordt dikwijls voor de gaven des Geestes gebruikt; gelijk onder, Num. 27:18; Ps. 51:14; Joël 2:28; Joh. 7:39, enz.

Hertaald: van den Geest, Dat is: van dezelfde gaven van de Geest, en dat zonder dat Mozes' eigen gaven verminderen. Het woord Geest wordt vaak gebruikt voor de gaven van de Geest; zoals hieronder, Num. 27:18; Ps. 51:14; Joël 2:28; Joh. 7:39.

Numeri 11 vers 18

Heiligt u tegen morgen, Zie Lev. 11:44.

Hertaald: Heiligt u tegen morgen, Zie Lev. 11:44.

ging ons wel in Egypte Hebreeuws, ons was wel, of goed.

Hertaald: ging ons wel in Egypte Hebreeuws: het ging ons wel, of goed.

Numeri 11 vers 20

gehele maand toe, Hebreeuws, maand der dagen; dat is, een volle maand, hebbende al haar dagen. Zie Gen. 29:14, en alzo in vs.21.

Hertaald: gehele maand toe, Hebreeuws: maand der dagen; dat is: een volle maand, met al haar dagen. Zie Gen. 29:14, en zo ook in vers 21.

nu zijn wij uit Egypte getogen? Anders, dus, of herwaarts.

Hertaald: nu zijn wij uit Egypte getogen? Ook mogelijk: dus, of: hierheen.

Numeri 11 vers 21

Zeshonderd duizend te voet Boven, Num. 1:46, worden bij dit getal nog gevoegd drie duizend vijf honderd en vijftig. Waaruit het schijnt, dat van die telling af het getal nu verminderd was, of dat het Mozes hier genoeg is geweest, het even getal voor het oneven te gebruiken; gelijk men hetzelfde ook vindt Ex. 12:37. Vergelijk Gen. 15:13, en zie de aantekeningen.

Hertaald: Zeshonderd duizend te voet Hierboven, Num. 1:46, worden bij dit getal nog drieduizend vijfhonderdvijftig opgeteld. Hieruit lijkt het erop dat het aantal sinds die telling verminderd was, of dat het Mozes hier genoeg was om het even getal te gebruiken in plaats van het oneven; zoals men dat ook vindt in Ex. 12:37. Vergelijk Gen. 15:13, en zie de aantekeningen.

een gehele maand eten Hebreeuws, een maand der dagen.

Hertaald: een gehele maand eten Hebreeuws: een maand der dagen.

Numeri 11 vers 22

genoeg zij? Hebreeuws, opdat het voor hen vinde; te weten vlees, waarmede het verzaligd worde. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk vinden, maar voor genoeg zijn wordt het hier genomen, als ook Joz. 17:16; Richt. 21:14.

Hertaald: genoeg zij? Hebreeuws: opdat het voor hen vinde; namelijk vlees, waarmee het voldoende zou zijn. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk vinden, maar wordt hier gebruikt voor genoeg zijn, zoals ook Joz. 17:16; Richt. 21:14.

Numeri 11 vers 23

hand verkort zijn? Dat is, zijn vermogen te klein, dat Hij niet zou kunnen volbrengen hetgeen Hij gesproken heeft.

Hertaald: hand verkort zijn? Dat is: is Zijn vermogen te klein, zodat Hij niet zou kunnen volbrengen wat Hij gesproken heeft?

Numeri 11 vers 24

verzamelde zeventig mannen Gelijk God bevolen had boven, vs.16, hoewel twee hunner achterbleven; onder, vs.26.

Hertaald: verzamelde zeventig mannen Zoals God hierboven, vers 16, bevolen had, hoewel twee van hen achterbleven; hieronder, vers 26.

tent Te weten, der samenkomst. Zie boven, vs.16.

Hertaald: tent Namelijk: der samenkomst. Zie hierboven, vers 16.

Numeri 11 vers 25

in de wolk, Te weten, die den tabernakel bedekte; Ex. 40:38. Anders, in een wolk. Deze was een teken van Gods majesteit en tegenwoordige verschijning. Alzo onder, Num. 12:5.

Hertaald: in de wolk, Namelijk: die de tabernakel bedekte; Ex. 40:38. Ook mogelijk: in een wolk. Deze was een teken van Gods majesteit en tegenwoordige verschijning. Zo ook hieronder, Num. 12:5.

Geest, die op hem was, Zie boven, vs.17.

Hertaald: Geest, die op hem was, Zie hierboven, vers 17.

zij profeteerden, Dit woord betekent hier, door de ingeving des Heiligen Geestes, de grote deugden en daden Gods uitspreken en verkondigen. Zie dit woord in zulk een zin 1 Sam. 10:5-6; Joël 2:28; Hand. 2:17.

Hertaald: zij profeteerden, Dit woord betekent hier, door ingeving van de Heilige Geest, de grote deugden en daden van God uitspreken en verkondigen. Zie dit woord in zo'n betekenis 1 Sam. 10:5-6; Joël 2:28; Hand. 2:17.

daarna niet meer Te weten, profeteerden zij niet meer, zijnde dit zichtbaar teken voor eens genoeg, om in den dienst, waartoe zij geroepen waren, in zichzelven verzekerd en voor het volk bevestigd te worden: gelijk ook daarna aan Saul geschied is; 1 Sam. 10:6, 1 Sam. 10:10, 1 Sam. 10:13. Anderen: en hielden niet op, te weten, te profeteren; dat is, van dien dag aan begaf hun de Geest de profetie niet.

Hertaald: daarna niet meer Namelijk: profeteerden zij niet meer, aangezien dit zichtbare teken eenmalig genoeg was, om hen in de dienst waartoe zij geroepen waren, zelf zeker te maken en voor het volk te bevestigen: zoals ook later met Saul gebeurde; 1 Sam. 10:6, 1 Sam. 10:10, 1 Sam. 10:13. Anderen: en hielden niet op, namelijk met profeteren; dat is: vanaf die dag verliet de geest van profetie hen niet meer.

Numeri 11 vers 26

aangeschrevenen, Dat is, uit het getal der zeventig, die Mozes tot zich samengeroepen had; gelijk te zien is boven, vs.24,25.

Hertaald: aangeschrevenen, Dat is: uit het aantal van de zeventig, die Mozes bij zich had laten komen; zoals te zien is hierboven, vers 24, 25.

Numeri 11 vers 28

van zijn uitgelezen jongelingen, Anders, van zijn jeugd op.

Hertaald: van zijn uitgelezen jongelingen, Ook mogelijk: van zijn jeugd af aan.

Numeri 11 vers 29

Zijt gij voor mij ijverende? Dat is, zijt gij met nijdigheid bevangen of misgunt gij iemand, dat hij de gaven des Heiligen Geestes heeft gelijk ik? Vergelijk hiermede de jaloezie der discipelen van Johannes de Doper, Joh. 3:26.

Hertaald: Zijt gij voor mij ijverende? Dat is: bent u jaloers voor mij, of misgunt u het iemand dat hij de gaven van de Heilige Geest heeft zoals ik? Vergelijk hiermee de jaloezie van de discipelen van Johannes de Doper, Joh. 3:26.

Och, of al het volk des HEEREN profeten waren, Hebreeuws, wie zal geven? een manier van wensen bij de Hebreën. Zie van dezelve Deut. 5:29.

Hertaald: Och, of al het volk des HEEREN profeten waren, Hebreeuws: wie zal geven? Een manier van wensen bij de Hebreeën. Zie hierover Deut. 5:29.

Numeri 11 vers 32

homers verzameld; Van het woord homer, betekenende een maat, zie Lev. 27:16. Anders, hopen

Hertaald: homers verzameld; Voor het woord homer, een maat, zie Lev. 27:16. Ook mogelijk: hopen.

spreidden ze voor zich Hebreeuws, spreidende spreidden zij.

Hertaald: spreidden ze voor zich Hebreeuws: uitspreidend spreidden zij.

Numeri 11 vers 33

eer het gekauwd was, Uit vs.20 wordt afgenomen, dat dit geschied is ten einde van den maand. Zolang hebben zij hun lust geboet met vlees te eten.

Hertaald: eer het gekauwd was, Uit vers 20 is af te leiden dat dit gebeurde aan het einde van de maand. Zo lang hebben zij hun verlangen naar vlees eten bevredigd.

Numeri 11 vers 34

Kibrôth Tháäva; Dat is, lustgraven. Een legerplaats zo genaamd, omdat daar begraven waren degenen, die de walg hadden gehad van het man, en hun lusten met vlees verzadigd hadden, hetwelk de HEERE hun wel gegeven had, maar in zijn toorn.

Hertaald: Kibrôth Tháäva; Dat is: lustgraven. Een legerplaats die zo genoemd werd, omdat daar begraven werden wie een afkeer van het manna hadden gehad en hun verlangens met vlees hadden bevredigd, dat de HEERE hun weliswaar gegeven had, maar in Zijn toorn.

Numeri 11 vers 35

Hazerôth; Een andere legerplaats der Israëlieten in de woestijn. Zie van deze ook Num. 33:17, en Deut. 1:1.

Hertaald: Hazerôth; Een andere legerplaats van de Israëlieten in de woestijn. Zie hierover ook Num. 33:17 en Deut. 1:1.

bleven in Hazerôth Hebreeuws, zij waren.

Hertaald: bleven in Hazerôth Hebreeuws: zij waren.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Eldad  — God heeft liefgehad

Een van de zeventig oudsten die Mozes moesten bijstaan in het bestuur van het volk. Samen met Medad bleef hij in het kamp toen de anderen naar de tent gingen, en toch profeteerden zij beiden daar, tot ergernis van Jozua; maar Mozes verheugde zich erover en wenste dat heel het volk van de HEERE profeten mocht zijn (Num. 11:26-29).

Medad  — liefde

Samen met Eldad een van de zeventig oudsten, die, terwijl hij in het kamp gebleven was, daar toch door de Geest ging profeteren (Num. 11:26-29).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Thab-hera (Taberah)  — Hebreeuws voor "brand"

Ligging: Een pleisterplaats in de woestijn, kort na het vertrek van de Sinaï; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Hier ontstak het morrende volk de toorn van de HEERE, Die een vuur onder hen liet uitbreken, dat een deel van de legerplaats verteerde, totdat Mozes tot de HEERE bad en het vuur bedaarde (Num. 11:1-3).

Bijbelse betekenis: De eerste van een reeks murmureringen in Numeri: nog maar net van de Sinaï vertrokken, blijkt het volk alweer ontevreden, en de HEERE reageert met zowel oordeel als, op Mozes' voorbede, ontferming — een patroon dat de rest van de woestijnreis zal blijven kenmerken.

Num. 11:1-3

Kibroth-Hattaava  — Hebreeuws voor "graven der begeerlijkheid"

Ligging: Een pleisterplaats in de woestijn, dicht bij Hazeroth; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Hier begeerde het volk vlees en verachtte het manna; de HEERE zond kwakkelen in overvloed, maar terwijl het vlees nog tussen hun tanden was, sloeg Hij hen met een zeer grote plaag. Daar begroeven zij het volk dat begerig geweest was, en gaven de plaats daarom deze naam (Num. 11:31-34).

Bijbelse betekenis: Een aangrijpend voorbeeld van hoe God Zijn volk soms geeft waar het om vraagt, juist om te laten zien dat het verkeerd begeerde — een waarschuwing tegen ontevredenheid met Gods gaven, later in 1 Kor. 10:6 uitdrukkelijk als voorbeeld voor de gemeente aangehaald.

Num. 11:31-35; 33:16-17; Deut. 9:22; 1 Kor. 10:6

Hazeroth  — Hebreeuws voor "omheiningen" of "kampementen"

Ligging: Een pleisterplaats in de woestijn, meestal gezocht in het noordoosten van het Sinaïtisch schiereiland; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Hier legerde Israël zich na Kibroth-Hattaava (Num. 11:35), en hier vond ook de opstand van Mirjam en Aäron tegen Mozes plaats, waarna Mirjam met melaatsheid geslagen en zeven dagen buiten de legerplaats gesloten werd (Num. 12). Van hier trok het volk verder naar de woestijn Paran (Num. 12:16).

Bijbelse betekenis: De plaats waar zelfs Mozes' eigen broer en zuster zich tegen zijn door God gegeven gezag verhieven — en waar de HEERE Zelf voor Mozes opkwam, met de uitspraak dat Mozes getrouw was in geheel Zijn huis en met Hem sprak van mond tot mond (Num. 12:6-8).

Num. 11:35; 12:16; 33:17-18; Deut. 1:1

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Oudsten  — Hebreeuws: zaqeen, "oude, oudste"; Grieks: presbuteros — vanwaar het woord "presbyter, ouderling"

Toen de last van het volk Mozes te zwaar werd, gebood de HEERE hem zeventig mannen uit de oudsten van Israël te verzamelen bij de tent der samenkomst. God nam van de Geest Die op Mozes was en legde die op hen, zodat zij de last mee zouden dragen (Num. 11:16-17,24-25). Oudsten kwamen al eerder voor als de erkende vertegenwoordigers van het volk (Ex. 3:16; 24:1,9). Later regelt de wet hun taak bij de rechtspraak in de poort (Deut. 21:19; 22:15), en in het Nieuwe Testament worden in elke gemeente ouderlingen aangesteld (Hand. 14:23; Titus 1:5).

Bijbelse betekenis: Het opvallende in Numeri 11 is dat de bekwaamheid voor het ambt niet uit de mannen zelf voortkwam maar door God gegeven werd — en dat wat Mozes ontving daardoor niets minder werd. Wanneer Jozua wil dat Mozes Eldad en Medad verbiedt te profeteren, weigert Mozes juist dat: "Och, of al dat volk des HEEREN profeten waren" (Num. 11:29). Ambt is dienst en geen bezit.

Typologie: Het Nieuwe Testament neemt de instelling over en bindt haar aan het opzienerschap. De ouderlingen die wel regeren worden dubbele eer waardig geacht, vooral zij die arbeiden in het Woord en de leer (1 Tim. 5:17). Petrus vermaant hen de kudde te weiden, niet uit vuil gewin en niet als heerschappij voerend over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden die op de Overste Herder wachten (1 Petr. 5:1-4).

Num. 11:16-17,24-29; Ex. 24:1,9; Deut. 21:19; Hand. 14:23; Titus 1:5; 1 Tim. 5:17; 1 Petr. 5:1-4

Het graf der begeerlijkheid  — De naam die een plaats in de woestijn kreeg naar de begeerte die het volk daar het leven kostte (Num. 11:34)

Het gemene volk in het midden van Israël wordt met lust bevangen, en de kinderen Israëls wenen opnieuw met de vraag wie hun vlees te eten zal geven (Num. 11:4). Zij noemen op wat zij in Egypte om niet aten: de vissen, de komkommers, de pompoenen, het look, de ajuinen en het knoflook (Num. 11:5). Daartegenover zetten zij hun heden: "Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!" (Num. 11:6). God geeft wat zij vragen, in overvloed, en juist die vervulling wordt het oordeel: het vlees was nog tussen hun tanden toen de toorn van de HEERE ontstak (Num. 11:33). Daarom heet de plaats Kibroth-Thaäva, dat is het graf der begeerlijkheid, want daar begroef men het volk dat belust was geweest (Num. 11:34).

Bijbelse betekenis: Twee dingen maken deze geschiedenis zo ernstig. Het eerste is wat zij zeggen over het manna. Het brood uit de hemel wordt afgedaan met er is niets, behalve dit; de dagelijkse gave wordt tot niets gerekend omdat zij niet meer smaakt naar Egypte. Het tweede is de wijze van het oordeel. God weigert hun verzoek niet maar willigt het in, en de vervulling zelf wordt de straf. Dat is een ernstige mogelijkheid: het krijgen wat men eist, terwijl men beter niets had kunnen krijgen. De naam van de plaats hield die les vast, want die naam bleef.

Typologie: Asaf zingt van deze geschiedenis dat God hun hun begeerte gaf, en dat Hij magerheid zond in hun ziel (Ps. 106:15). Paulus noemt de woestijnjaren uitdrukkelijk voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben zoals zij die hadden (1 Kor. 10:6). En Jakobus tekent de gang van begeerte naar dood in drie stappen (Jak. 1:14-15).

Num. 11:4-6; Num. 11:33-34; Ps. 106:15; 1 Kor. 10:6; Jak. 1:14-15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

Och of al het volk profeten waren — 11:4-6, 10-17, 24-29

Het volk krijgt elke morgen manna, en het is er zat van. Er ontstaat een verlangen naar wat men in Egypte at, en het slaat om in geween door heel het leger. Mozes hoort het van tent tot tent, en hij bezwijkt eronder.

Onder de last van een klagend volk vraagt Mozes om te sterven, en God verdeelt zijn taak over zeventig anderen.

De klacht is opvallend concreet, en juist daarom herkenbaar: “Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.” Zij noemen zes gerechten en zij zwijgen over de zweepslagen. Het geheugen kiest wat het missen wil.

En dan komt de zin waarin zij het brood uit de hemel afserveren: “Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!” Wat wonder was, is sleur geworden.

Mozes' reactie is een van de openhartigste gebeden van de Schrift. Hij vraagt waarom God hem kwaad doet, en of hij dit hele volk soms ontvangen of gebaard heeft, dat hij het in zijn schoot moet dragen als een voedstervader. En hij besluit met: indien Gij alzo met mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb.

Gods antwoord is geen berisping maar een verdeling. Zeventig mannen van de oudsten moeten bij de tent komen, en God zegt dat Hij van de Geest die op Mozes is zal afzonderen en op hen leggen, opdat zij met hem de last van dit volk dragen. En zo gebeurt het: zij profeteren.

Twee van hen, Eldad en Medad, waren in het leger gebleven en profeteren daar, buiten de tent om. Jozua wil dat Mozes hen verbiedt. En dan komt de zin waar dit hoofdstuk om onthouden wordt: “Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!”

De man die net gevraagd had of hij mocht sterven, wenst dat iederéén zou krijgen wat hij heeft. Dat is geen verzuchting maar een wens die vooruitloopt op wat later beloofd wordt. Joël zegt dat God Zijn Geest uitstorten zal op alle vlees, en dat zonen en dochteren zullen profeteren. En op de Pinksterdag haalt Petrus juist die profetie aan om uit te leggen wat er die morgen gebeurd is.

Daarmee raakt dit hoofdstuk de lijn van de ambten. In het Oude Testament rust de Geest op enkelen: op een leidsman, op zeventig oudsten, op een profeet hier en daar. De wens van Mozes werd op de Pinksterdag ingelost, en het gebeurde bij mensen die geen ambt hadden.

Het hoofdstuk zelf eindigt somber. De kwakkels komen, in overvloed, en zij worden het volk tot een oordeel. Wat men met tranen afgedwongen had, is gegeven — en het is niet goed afgelopen.

  1. Numeri 11:5 — Zes gerechten worden genoemd, en de zweepslagen worden verzwegen.
  2. Numeri 11:6 — Het brood uit de hemel is sleur geworden.
  3. Numeri 11:14-15 — Mozes bezwijkt onder de last en vraagt om te sterven.
  4. Numeri 11:17 — God verdeelt: van de Geest die op hem is, wordt op zeventig anderen gelegd.
  5. Numeri 11:29 — Och of al het volk profeten waren, en de HEERE Zijn Geest over hen gave.
  6. Handelingen 2:16-18 — Op de Pinksterdag wordt de profetie van Joël aangehaald: op alle vlees.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 2:16-18; Joël 2:28-29; Johannes 6:31-35; 1 Korinthe 10:6; Markus 9:38-40

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Numeri 11 niet aan; wel verwijst Paulus in 1 Korinthe 10 naar het begeren van deze woestijnjaren als waarschuwing. De verbinding tussen de wens van Mozes en de Pinksterdag loopt via Joël 2, dat Petrus wél aanhaalt; dat Mozes aan die profetie dacht, staat er niet. Ook de gelijkenis met het verbieden van Eldad en Medad en het voorval in Markus 9 is een overeenkomst en geen aanhaling.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Numeri 11

Numeri 11:1.KruisverwijzingenLeviticus 10:22 Koningen 1:12Numeri 21:5Psalmen 106:18Psalmen 78:21Numeri 16:35Deuteronomium 9:22Numeri 20:2
— En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.
Uitleggers kunnen niet vaststellen waarover zij te klagen hadden. De vloek van de arbeid was weggenomen; zij verdienden hun brood niet in het zweet van hun aangezicht, want het viel elke dag uit de hemel. Zij hadden geen onkosten voor kleding, en al reisden zij, hun voeten zwollen niet op. Ik veronderstel dat zij over het weer klaagden. Het was te koud; het was te warm; het was te nat; het was te droog. Zij klaagden wanneer zij stilstonden: zij bleven veel te lang op één plaats. Zij klaagden wanneer zij optrokken: zij verhuisden te vaak.

Zij waren, om de waarheid te zeggen, veel op onszelf gelijkend: zij klaagden vaak het meest wanneer zij het minst te klagen hadden. Ontevredenheid is onze menselijke natuur ingeboren; en ik geloof niet dat de armsten de meest ontevredenen zijn. Vaak is het juist andersom. Wordt iemand op een plaats gezet waar hij niets te klagen heeft, dan gevoelt hij zich geheel niet op zijn gemak. Hij moet iets hebben om over te morren, iets dat een grief is, of anders is hij niet gelukkig.

God kon hun eerste gemor verdragen; zij waren nieuw in de woestijn, zij hadden honger, zij hadden dorst, en de Heere ontfermde Zich over hen. Maar nu, toen er geen enkele reden voor hun klagen was, bezocht Zijn vuur in een ontzettend oordeel Zijn volk, om hun opstand en hun morren tegen de goedheid van God.

Numeri 11:2-4.KruisverwijzingenExodus 12:38Numeri 21:7Deuteronomium 9:221 Korinthe 10:6Jakobus 5:16Numeri 16:45Psalmen 106:14Psalmen 106:23
— Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt. Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had. En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
Alle kwaad schijnt daar te beginnen: onder “het gemene volk” dat zich in hun midden bevond, zoals het ook begint onder die gemeenteleden die onbekeerd zijn, en onder die mensen die het met de haas willen houden en met de honden willen meelopen — die zowel christen als wereldling willen zijn. En zelfs het ware volk van God liet zich aansteken door het schuim dat zich onder hen mengde, en zij vielen aan het wenen.

Numeri 11:5.KruisverwijzingenExodus 16:3Psalmen 17:14Filippenzen 3:19
— Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
Fraai spul om je te binnen te brengen! “Maar”, zegt u, “u hebt eerder al iets voorgelezen dat hier sterk op lijkt.” Ik lees een ander verslag; maar er is geen oorspronkelijkheid in het morren: het is altijd weer hetzelfde oude liedje. U zou best kunnen menen dat ik in het boek Exodus las, maar dat doe ik niet; er liggen vele jaren tussen. Wie met een ontevreden hand een schilderij gaat maken, zal hetzelfde schilderij maken dat hij eerder maakte. Er is geen oorspronkelijkheid in het gemor, al brengen zij er enkele nieuwe streken in aan. Eerst waren het de vleespotten die zij zich herinnerden; nu komen er bij het vlees ook nog deze smakelijke gewassen: “de komkommers, en de meloenen, en het look, en de aäjuinen, en het knoflook”.

Numeri 11:6.KruisverwijzingenNumeri 21:52 Samuël 13:4
— Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
Hier gieten zij verachting uit over het brood der engelen, over de spijs des hemels, over de zegen van God. O, waarover zullen de mensen niet klagen?

Numeri 11:7.KruisverwijzingenExodus 16:31Genesis 2:12Exodus 16:141 Korinthe 1:23Openbaring 2:17
— Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
Een fijne witte kleur, als van een perl.

Numeri 11:8.KruisverwijzingenExodus 16:31Exodus 16:16Johannes 6:27Johannes 6:33Exodus 16:23
— Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
Eerst dachten zij dat het was als koeken met honing gemaakt. Toen zij er meer aan gewend raakten, beschreven zij het misschien even nauwkeurig maar niet meer zo lieflijk: zij zeiden dat het was als verse olie — en er is geen betere smaak dan die. Olie heeft, wanneer zij bij ons komt, gewoonlijk een sterke en ranzige smaak; maar in de olielanden is zij verrukkelijk, en wie brood heeft met een druppel of twee olie, zal bevinden dat hij met een maaltijd niet slecht voorzien is.

Numeri 11:9.KruisverwijzingenExodus 16:13Psalmen 78:23Deuteronomium 32:2Psalmen 105:40
— En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
God zorgde ervoor Zijn kostelijke gave te bewaren, door elk korreltje ervan in een druppel dauw te sluiten, die het fris hield. En wanneer de waarheid tot ons komt, gesloten in de dauw van de Geest, hoe zoet is haar smaak dan! Moge het zo voor ons zijn, telkens wanneer wij ons met Christus voeden.

Numeri 11:10.KruisverwijzingenPsalmen 78:59Numeri 14:1Markus 10:14Deuteronomium 32:22Psalmen 139:21Psalmen 106:25Numeri 21:5Jesaja 5:25
— Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
En geen wonder; zachtmoedig man als hij was, verdroten zij zijn genadige geest door hun onophoudelijk gemor. Laten wij, terwijl wij deze droeve geschiedenis lezen, onszelf daarin als in een spiegel zien; en laten wij ons diep bekeren van ons morren en klagen.

Numeri 11:23.KruisverwijzingenJesaja 59:1Jesaja 50:2Ezechiël 12:25Ezechiël 24:14Numeri 23:19Mattheüs 24:352 Koningen 7:172 Koningen 7:2
— Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
God had aan Mozes de bepaalde belofte gedaan dat Hij de uitgestrekte schare in de woestijn een hele maand met vlees zou voeden. Mozes, door een aanval van ongeloof overvallen, ziet op de uiterlijke middelen en weet niet hoe de belofte vervuld kan worden. Zullen de kudden en de runderen geslacht worden? Hoe zouden zij dan vee hebben om het land te bevolken waar zij hoopten spoedig binnen te gaan? En al zouden zij al hun beesten slachten, er zou niet genoeg voedsel zijn voor zo vraatzuchtig een volk voor een maand. Zullen alle vissen der zee hun waterig element verlaten en op de tafels van deze hongerige mensen komen? Ook dan zou er nauwelijks genoeg zijn om zo grote schare een maand te voeden.

Maar Mozes zag op het schepsel in plaats van op de Schepper. Verwacht de Schepper dat het schepsel Zijn belofte vervult? Nee, Zijn beloften hangen voor hun vervulling niet af van de medewerking van nietige menselijke kracht. God geeft als Soeverein een onvoorwaardelijke belofte; en Hij kan dat doen zonder vrees voor een misgreep, omdat Hij de almacht heeft om Zijn grootste woord te vervullen.

Zullen wij op de top van de Alpen zomerhitte zoeken? Zullen wij naar de Noordpool reizen om vruchten te vergaren die door de zon gerijpt zijn? Of zullen wij naar de linie reizen om ons lichaam door koele, verkwikkende winden te laten versterken? Wij zouden niet dwazer handelen dan wanneer wij op de zwakke zien voor kracht, of op het schepsel om het werk van de Schepper te doen. De grote dwaasheid van Mozes is de dwaasheid van de meeste gelovigen. De grond van het geloof is niet de toereikendheid van de zichtbare middelen voor de volbrenging van de belofte, maar de algenoegzaamheid van de onzichtbare God om zeker te doen wat Hij gezegd heeft.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

God geeft als Soeverein een onvoorwaardelijke belofte; en Hij kan dat doen zonder vrees voor een misgreep, omdat Hij de almacht heeft om Zijn grootste woord te vervullen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content