Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand verzamelden zich de kinderen Israels met vasten en met zakken, en aarde was op hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Voorts op den vierH702 en twintigstenH6242dagH3117 dezer maandH2320verzameldenH622 zich de kinderenH1121IsraelsH3478 met vastenH6685 en met zakkenH8242, en aardeH127 was opH5921 hen.Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand verzamelden zich de kinderen Israels met vasten en met zakken, en aarde was op hen.
KJVNow in the twenty2and fourth3day1of this month4the children7of Israel8were assembled6with fasting,9and with sackclothes,10and earth
1וּבְיוֹם֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2עֶשְׂרִ֨יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3וְאַרְבָּעָ֜הH702vier, vierhonderd, veertienfour4לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6נֶאֶסְפ֤וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw7בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9בְּצ֣וֹםH6685vasten, vast, vastendagfast(-ing)10וּבְשַׂקִּ֔יםH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)11וַאֲדָמָ֖הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land12עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
2En het zaad Israels scheidde zich af van alle vreemden. En zij stonden, en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En het zaadH2233IsraelsH3478scheiddeH914 zich af van alleH3605vreemdenH1121. En zij stondenH5975, en deden belijdenisH3034 van hun zondenH2403 en hunner vaderenH1ongerechtighedenH5771.En het zaad Israels scheidde zich af van alle vreemden. En zij stonden, en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden.
KJVAnd the seed2of Israel3separated1themselves from all strangers,5and stood7and confessed8their sins,10and the iniquities11of their fathers.
1וַיִּבָּֽדְלוּ֙H914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly2זֶ֣רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6נֵכָ֑רH5236vreemden, vreemde, vreemdalien, strange ([phrase] -er)7וַיַּעַמְד֗וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8וַיִּתְוַדּוּ֙H3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10חַטֹּ֣אתֵיהֶ֔םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)11וַעֲוֺנ֖וֹתH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin12אֲבֹתֵיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
3Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Want als zij opgestaanH6965 waren opH5921 hun standplaatsH5977, zo lazenH7121 zij in het wetboekH5612 des HEERENH3068, huns GodsH430, een vierendeelH7243 van den dagH3117; en op een ander vierendeelH7243 deden zij belijdenisH3034, en aanbadenH7812 den HEEREH3068, hun GodH430.Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God.
KJVAnd they stood up1in their place,3and read4in the book5of the law6of the LORD7their God8one fourth part9of the day;10and another fourth part11they confessed,12and worshipped13the LORD14their God.
1וַיָּק֨וּמוּ֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3עָמְדָ֔םH5977standplaats, stand, stondplace, ([phrase] where) stood, upright4וַֽיִּקְרְא֗וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5בְּסֵ֨פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll6תּוֹרַ֧תH8451wet, wetten, leerlaw7יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵיהֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9רְבִעִ֣יתH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)10הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וּרְבִעִית֙H7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)12מִתְוַדִּ֣יםH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)13וּמִֽשְׁתַּחֲוִ֔יםH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship14לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֵיהֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
4Jesua nu, en Bani, Kadmiel, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Chenani, stonden op het hoge gestoelte der Levieten, en riepen met luider stem tot den HEERE, hun God;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4JesuaH3442 nu, en BaniH1137, KadmielH6934, SebanjaH7645, BunniH1138, SerebjaH8274, BaniH1137 en ChenaniH3662, stondenH6965opH5921 het hoge gestoelteH4608 der LevietenH3881, en riepenH2199 met luiderH1419stemH6963totH413 den HEEREH3068, hun GodH430;Jesua nu, en Bani, Kadmiel, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Chenani, stonden op het hoge gestoelte der Levieten, en riepen met luider stem tot den HEERE, hun God;
KJVThen stood up1upon the stairs,3of the Levites,4Jeshua,5and Bani,6Kadmiel,7Shebaniah,8Bunni,9Sherebiah,10Bani,11and Chenani,12and cried13with a loud15voice14unto the LORD17their God.
1וַיָּ֜קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3מַֽעֲלֵ֣הH4608opgang, opgangen, hoge gestoelteascent, before, chiefest, cliff, that goeth up, going up, hill, mounting up, stairs4הַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5יֵשׁ֨וּעַH3442Jesua, Jesua-joabJeshua6וּבָנִ֜יH1137BaniBani7קַדְמִיאֵ֧לH6934KadmielKadmiel8שְׁבַנְיָ֛הH7645SebanjaShebaniah9בֻּנִּ֥יH1138Bunni, BuniBunni10שֵׁרֵבְיָ֖הH8274SerebjaSherebiah11בָּנִ֣יH1137BaniBani12כְנָ֑נִיH3662ChenaniChenani13וַֽיִּזְעֲקוּ֙H2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed14בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell15גָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֵיהֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
5En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de LevietenH3881, JesuaH3442, en KadmielH6934, BaniH1137, HasabnejaH2813; SerebjaH8274, HodiaH1941, SebanjaH7645, PetahjaH6611, zeidenH559: StaatH6965opH5921, looftH1288 den HEEREH3068, uw GodH430, vanH4480eeuwigheidH5769totH5704 in eeuwigheidH5769; en men loveH1288 den NaamH8034 Uwer heerlijkheidH3519, die verhoogdH7311 is boven allenH3605lofH1293 en prijsH8416!En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!
KJVThen the Levites,2Jeshua,3and Kadmiel,4Bani,5Hashabniah,6Sherebiah,7Hodijah,8Shebaniah,9and Pethahiah,10said,1Stand up11and bless12the LORD14your God15for ever17and ever:19and blessed20be thy glorious22name,21which is exalted23above all blessing26and praise.
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַלְוִיִּ֡םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3יֵשׁ֣וּעַH3442Jesua, Jesua-joabJeshua4וְ֠קַדְמִיאֵלH6934KadmielKadmiel5בָּנִ֨יH1137BaniBani6חֲשַׁבְנְיָ֜הH2813HasabnejaHashabniah7שֵׁרֵֽבְיָ֤הH8274SerebjaSherebiah8הֽוֹדִיָּה֙H1941HodiaHodijah9שְׁבַנְיָ֣הH7645SebanjaShebaniah10פְתַֽחְיָ֔הH6611Petahja, PethahjaPethakiah11ק֗וּמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)12בָּרֲכוּ֙H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹֽהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with17הָעוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)18עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet19הָעוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)20וִיבָֽרְכוּ֙H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank21שֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report22כְּבוֹדֶ֔ךָH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)23וּמְרוֹמַ֥םH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms24עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with25כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)26בְּרָכָ֖הH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present27וּתְהִלָּֽהH8416lof, roem, lofzangpraise
6Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; en het heir der hemelen aanbidt U.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Gij zijt die HEEREH3068 alleen, GijH859 hebt gemaaktH6213 den hemelH8064, den hemelH8064 der hemelenH8064, en al hun heirH6635, de aardeH776 en al watH834 daarop is, de zeeenH3220 en al watH834 daarin is, en GijH859maaktH3605 die allen levendH2421; en hetH1931heirH6635 der hemelenH8064aanbidtH7812 U.Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; en het heir der hemelen aanbidt U.
KJVThou, even thou, art LORD3alone; thou hast made6heaven,8the heaven9of heavens,10with all their host,12the earth,13and all things that are therein, the seas,17and all that is therein, and thou preservest22them all; and the host25of heaven26worshippeth
1אַתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4לְבַדֶּךָ֒H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength5אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6עָשִׂ֡יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַשָּׁמַיִם֩H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9שְׁמֵ֨יH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)10הַשָּׁמַ֜יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12צְבָאָ֗םH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)13הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָלֶ֨יהָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הַיַּמִּים֙H3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)18וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20בָּהֶ֔ם21וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you22מְחַיֶּ֣הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24כֻּלָּ֑םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25וּצְבָ֥אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)26הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)27לְךָ֥28מִשְׁתַּחֲוִֽיםH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship
7Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeen uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7GijH859 zijt die HEEREH3068, de GodH430, Die AbramH87 hebt verkorenH977, en hemH1931 uit UrH218 der ChaldeenH3778uitgevoerdH3318; en Gij hebt zijn naamH8034gesteldH7760AbrahamH85.Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeen uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham.
KJVThou art the LORD3the God,4who didst choose6Abram,7and broughtest him forth8out of Ur9of the Chaldees,10and gavest11him the name12of Abraham;
1אַתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בָּחַ֨רְתָּ֙H977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require7בְּאַבְרָ֔םH87Abram, AbramsAbram8וְהוֹצֵאת֖וֹH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9מֵא֣וּרH218UrUr10כַּשְׂדִּ֑יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea11וְשַׂ֥מְתָּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12שְּׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13אַבְרָהָֽםH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham
8En Gij hebt zijn hart getrouw gevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaanieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En Gij hebt zijn hartH3824getrouwH539gevondenH4672 voor Uw aangezichtH6440, en hebt een verbondH1285metH5973 hem gemaakt, dat Gij zoudt gevenH5414 het landH776 der KanaanietenH3669, der HethietenH2850, der AmorietenH567, en der FerezietenH6522, en der JebusietenH2983, en der GirgasietenH1622, dat Gij het zijn zadeH2233 zoudt gevenH5414; en Gij hebt Uw woordenH1697bevestigdH6965, omdatH3588GijH859rechtvaardigH6662 zijt.En Gij hebt zijn hart getrouw gevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaanieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt.
KJVAnd foundest1his heart3faithful4before5thee, and madest6a covenant8with him to give9the land11of the Canaanites,12the Hittites,13the Amorites,14and the Perizzites,15and the Jebusites,16and the Girgashites,17to give18it, I say, to his seed,19and hast performed20thy words;22for thou art righteous:
1וּמָצָ֣אתָH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3לְבָבוֹ֮H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding4נֶאֱמָ֣ןH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right5לְפָנֶיךָ֒H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6וְכָר֨וֹתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want7עִמּ֜וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8הַבְּרִ֗יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league9לָתֵ֡תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֶרֶץ֩H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12הַכְּנַעֲנִ֨יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker13הַחִתִּ֜יH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities14הָאֱמֹרִ֧יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite15וְהַפְּרִזִּ֛יH6522Ferezieten, FerezietPerizzite16וְהַיְבוּסִ֥יH2983Jebusieten, Jebusiet, JebusiJebusite(-s)17וְהַגִּרְגָּשִׁ֖יH1622Girgasiet, Girgasieten, GirgazietenGirgashite, Girgasite18לָתֵ֣תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19לְזַרְע֑וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time20וַתָּ֨קֶם֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22דְּבָרֶ֔יךָH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work23כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24צַדִּ֖יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)25אָֽתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you
9En Gij hebt aangezien onzer vaderen ellende in Egypte, en Gij hebt hun geroep gehoord aan de Schelfzee;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En Gij hebt aangezienH7200 onzer vaderenH1ellendeH6040 in EgypteH4714, en Gij hebt hun geroepH2201gehoordH8085aanH5921 de SchelfzeeH5488;En Gij hebt aangezien onzer vaderen ellende in Egypte, en Gij hebt hun geroep gehoord aan de Schelfzee;
1וַתֵּ֛רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עֳנִ֥יH6040ellende, verdrukking, drukafflicted(-ion), trouble4אֲבֹתֵ֖ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7זַעֲקָתָ֥םH2201geroep, gekrijt, geschreeuwscry(-ing)8שָׁמַ֖עְתָּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יַםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)11סֽוּףH5488Schelfzee, biezen, Sufflag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)
10En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En Gij hebt tekenenH226 en wonderenH4159 gedaan aan FaraoH6547, en aan alH3605 zijn knechtenH5650, en aan alH3605 het volkH5971 zijns landsH776; wantH3588 Gij wistH3045, dat zij trotselijkH2102tegenH5921 hen handeldenH2102; en Gij hebt U een NaamH8034gemaaktH6213, alsH3588 het is te dezenH2088dageH3117.En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage.
KJVAnd shewedst1signs2and wonders3upon Pharaoh,4and on all his servants,6and on all the people8of his land:9for thou knewest11that they dealt proudly13against them. So didst thou get15thee a name,17as it is this day.
1וַ֠תִּתֵּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֹתֹ֨תH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token3וּמֹֽפְתִ֜יםH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)4בְּפַרְעֹ֤הH6547FaraoPharaoh5וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֲבָדָיו֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9אַרְצ֔וֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11יָדַ֔עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13הֵזִ֖ידוּH2102trotselijk, gekookt, handeldenbe proud, deal proudly, presume, (come) presumptuously, sod14עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15וַתַּֽעַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16לְךָ֥17שֵׁ֖םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report18כְּהַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
11En Gij hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden der zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt Gij in de diepten geworpen, als een steen in sterke wateren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En Gij hebt de zeeH3220 voor hun aangezichtH6440gekliefdH1234, dat zij in het middenH8432 der zeeH3220 op het drogeH3004 zijn doorgegaanH5674; en hun vervolgersH7291 hebt Gij in de dieptenH4688geworpenH7993, als een steenH68 in sterkeH5794waterenH4325.En Gij hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden der zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt Gij in de diepten geworpen, als een steen in sterke wateren.
KJVAnd thou didst divide2the sea1before3them, so that they went through4the midst5of the sea6on the dry land;7and their persecutors9thou threwest10into the deeps,11as a stone13into the mighty15waters.
1וְהַיָּם֙H3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)2בָּקַ֣עְתָּH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win3לִפְנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4וַיַּֽעַבְר֥וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5בְתוֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6הַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)7בַּיַּבָּשָׁ֑הH3004drogedry (ground, land)8וְֽאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9רֹ֨דְפֵיהֶ֜םH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)10הִשְׁלַ֧כְתָּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw11בִמְצוֹלֹ֛תH4688diepten, diepte, grondelozebottom, deep, depth12כְּמוֹH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth13אֶ֖בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)14בְּמַ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))15עַזִּֽיםH5794sterke, sterken, sterkfierce, [phrase] greedy, mighty, power, roughly, strong
12En Gij hebt ze des daags geleid met een wolkkolom, en des nachts met een vuurkolom, om hen te lichten op den weg, waarin zij zouden wandelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Gij hebt ze des daagsH3119geleidH5148 met een wolkkolomH6051, en des nachtsH3915 met een vuurkolomH5982, om hen te lichtenH215 op den wegH1870, waarin zij zouden wandelenH3212.En Gij hebt ze des daags geleid met een wolkkolom, en des nachts met een vuurkolom, om hen te lichten op den weg, waarin zij zouden wandelen.
KJVMoreover thou leddest3them in the day4by a cloudy2pillar;1and in the night7by a pillar5of fire,6to give them light8in the way11wherein they should go.
1וּבְעַמּ֣וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar2עָנָ֔ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)3הִנְחִיתָ֖םH5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten4יוֹמָ֑םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)5וּבְעַמּ֥וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar6אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot7לַ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8לְהָאִ֣ירH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine9לָהֶ֔ם10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יֵֽלְכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak14בָֽהּ
13En Gij zijt neergedaald op den berg Sinai, en hebt met hen gesproken uit den hemel; en Gij hebt hun gegeven rechtmatige rechten, en getrouwe wetten, goede inzettingen en geboden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En Gij zijt neergedaaldH3381opH5921 den bergH2022SinaiH5514, en hebt metH5973 hen gesprokenH1696 uit den hemelH8064; en Gij hebt hun gegevenH5414rechtmatigeH3477rechtenH4941, en getrouweH571wettenH8451, goedeH2896inzettingenH2706 en gebodenH4687.En Gij zijt neergedaald op den berg Sinai, en hebt met hen gesproken uit den hemel; en Gij hebt hun gegeven rechtmatige rechten, en getrouwe wetten, goede inzettingen en geboden.
KJVThou camest down4also upon mount2Sinai,3and spakest5with them from heaven,7and gavest8them right11judgments,10and true13laws,12good16statutes14and commandments:
1וְעַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3סִינַי֙H5514SinaiSinai4יָרַ֔דְתָּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5וְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6עִמָּהֶ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7מִשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)8וַתִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לָהֶ֜ם10מִשְׁפָּטִ֤יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong11יְשָׁרִים֙H3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)12וְתוֹר֣וֹתH8451wet, wetten, leerlaw13אֱמֶ֔תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity14חֻקִּ֥יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task15וּמִצְוֺ֖תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept16טוֹבִֽיםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
14En Gij hebt Uw heiligen sabbat bekend gemaakt; en Gij hebt hun geboden, en inzettingen en een wet bevolen, door de hand van Uw knecht Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En Gij hebt Uw heiligenH6944sabbatH7676bekendH3045 gemaakt; en Gij hebt hun gebodenH4687, en inzettingenH2706 en een wetH8451bevolenH6680, door de handH3027 van Uw knechtH5650MozesH4872.En Gij hebt Uw heiligen sabbat bekend gemaakt; en Gij hebt hun geboden, en inzettingen en een wet bevolen, door de hand van Uw knecht Mozes.
KJVAnd madest known4unto them thy holy3sabbath,2and commandedst9them precepts,6statutes,7and laws,8by the hand11of Moses12thy servant:
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שַׁבַּ֥תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath3קָדְשְׁךָ֖H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary4הוֹדַ֣עַתָH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot5לָהֶ֑ם6וּמִצְו֤וֹתH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept7וְחֻקִּים֙H2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task8וְתוֹרָ֔הH8451wet, wetten, leerlaw9צִוִּ֣יתָH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order10לָהֶ֔ם11בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12מֹשֶׁ֥הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses13עַבְדֶּֽךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
15En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hun honger, en hun water uit de steenrots voortgebracht voor hun dorst; en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uw hand ophieft, dat Gij het hun zoudt geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En Gij hebt hun broodH3899 uit den hemelH8064gegevenH5414 voor hun hongerH7458, en hun waterH4325 uit de steenrotsH5553voortgebrachtH3318 voor hun dorstH6772; en Gij hebt tot hen gezegdH559, dat zij zouden ingaanH935 om te ervenH3423 het landH776, waarover Gij Uw handH3027ophieftH5375, dat Gij het hun zoudt geven.En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hun honger, en hun water uit de steenrots voortgebracht voor hun dorst; en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uw hand ophieft, dat Gij het hun zoudt geven.
KJVAnd gavest3them bread1from heaven2for their hunger,5and broughtest forth8water6for them out of the rock7for their thirst,10and promisedst11them that they should go in13to possess14the land16which thou hadst sworn20to give
1וְ֠לֶחֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals2מִשָּׁמַ֜יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)3נָתַ֤תָּהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לָהֶם֙5לִרְעָבָ֔םH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger6וּמַ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7מִסֶּ֛לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold8הוֹצֵ֥אתָH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9לָהֶ֖ם10לִצְמָאָ֑םH6772dorst, dorstigthirst(-y)11וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לָהֶ֗ם13לָבוֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14לָרֶ֣שֶׁתH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18נָשָׂ֥אתָH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20יָדְךָ֖H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21לָתֵ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22לָהֶֽם
16Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hun nek verhard, en niet gehoord naar Uw geboden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Maar zij en onze vadersH1 hebben trotselijkH2102 gehandeld, en zij hebben hun nekH6203verhardH7185, en nietH3808gehoordH8085naarH413 Uw gebodenH4687;Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hun nek verhard, en niet gehoord naar Uw geboden;
KJVBut they and our fathers2dealt proudly,3and hardened4their necks,6and hearkened8not to thy commandments,
1וְהֵ֥םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2וַאֲבֹתֵ֖ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'3הֵזִ֑ידוּH2102trotselijk, gekookt, handeldenbe proud, deal proudly, presume, (come) presumptuously, sod4וַיַּקְשׁוּ֙H7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עָרְפָּ֔םH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)7וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8שָׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מִצְוֺתֶֽיךָH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept
17En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En zij hebben geweigerdH3985 te horenH8085, en nietH3808gedachtH2142 aan Uw wonderenH6381, dieH834 Gij bijH5973 hen gedaanH6213 hadt, en hebben hun nekH6203verhardH7185, en in hun wederspannigheidH4805 een hoofdH7218gesteldH5414, om weder te kerenH7725 tot hun dienstbaarheidH5659. Doch GijH859, een GodH433 van vergevingenH5547, genadigH2587 en barmhartigH7349, lankmoedigH750, en grootH7227 van weldadigheidH2617, hebt hen evenwel nietH3808verlatenH5800.En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.
KJVAnd refused1to obey,2neither were mindful4of thy wonders5that thou didst7among them; but hardened9their necks,11and in their rebellion16appointed12a captain13to return14to their bondage:15but thou art a God18ready to pardon,19gracious20and merciful,21slow22to anger,23and of great24kindness,25and forsookest
1וַיְמָאֲנ֣וּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly2לִשְׁמֹ֗עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4זָכְר֤וּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well5נִפְלְאֹתֶ֨יךָ֙H6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8עִמָּהֶ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9וַיַּקְשׁוּ֙H7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עָרְפָּ֔םH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)12וַיִּתְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13רֹ֛אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top14לָשׁ֥וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15לְעַבְדֻתָ֖םH5659dienstbaarheidbondage16בְּמִרְיָ֑םH4805wederspannig, wederspannigheid, kwaadbitter, (most) rebel(-lion, -lious)17וְאַתָּה֩H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you18אֱל֨וֹהַּH433God, Gods, godGod, god. See H430 (אֱלֹהִים)19סְלִיח֜וֹתH5547vergevingen, vergevingforgiveness, pardon20חַנּ֧וּןH2587genadig, Genadiggracious21וְרַח֛וּםH7349barmhartig, Barmhartigfull of compassion, merciful22אֶֽרֶךְH750lankmoedig, lankmoedige, langlong(-suffering, -winged), patient, slow (to anger)23אַפַּ֥יִםH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath24וְרַבH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)25חֶ֖סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing26וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without27עֲזַבְתָּֽםH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely
18Zelfs, als zij zich een gegoten kalf gemaakt hadden, en gezegd: Dit is uw God, Die u uit Egypte heeft opgevoerd; en grote lasteren gedaan hadden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18ZelfsH637, alsH3588 zij zich een gegotenH4541kalfH5695gemaaktH6213 hadden, en gezegdH559: DitH2088 is uw GodH430, Die u uit EgypteH4714 heeft opgevoerdH5927; en groteH1419lasterenH5007gedaanH6213 hadden;Zelfs, als zij zich een gegoten kalf gemaakt hadden, en gezegd: Dit is uw God, Die u uit Egypte heeft opgevoerd; en grote lasteren gedaan hadden;
KJVYea, when they had made3them a molten6calf,5and said,7This is thy God9that brought thee up11out of Egypt,12and had wrought13great15provocations;
1אַ֗ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3עָשׂ֤וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4לָהֶם֙5עֵ֣גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf6מַסֵּכָ֔הH4541beeld, beelden, gegotencovering, molten (image), vail7וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הֶעֶלְךָ֖H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12מִמִּצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13וַֽיַּעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14נֶאָצ֖וֹתH5007lasteren, lastering, lasteringenblasphemy15גְּדֹלֽוֹתH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
19Hebt Gij hen nochtans door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom des nachts, om hen te lichten, en dat, op den weg, waarin zij zouden wandelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Hebt GijH859 hen nochtans door Uw groteH7227barmhartigheidH7356nietH3808verlatenH5800 in de woestijnH4057; de wolkkolomH5982weekH5493nietH3808 van hen des daagsH3119, om hen opH5921 den wegH1870 te leidenH5148, noch de vuurkolomH5982 des nachtsH3915, om hen te lichtenH215, en datH834, op den wegH1870, waarin zij zouden wandelenH3212.Hebt Gij hen nochtans door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom des nachts, om hen te lichten, en dat, op den weg, waarin zij zouden wandelen.
KJVYet thou in thy manifold3mercies2forsookest5them not in the wilderness:6the pillar8of the cloud9departed11not from them by day,13to lead14them in the way;15neither the pillar17of fire18by night,19to shew them light,20and the way23wherein they should go.
1וְאַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בְּרַחֲמֶ֣יךָH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb3הָֽרַבִּ֔יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5עֲזַבְתָּ֖םH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely6בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עַמּ֣וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar9הֶ֠עָנָןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)10לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11סָ֨רH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without12מֵעֲלֵיהֶ֤םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13בְּיוֹמָם֙H3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)14לְהַנְחֹתָ֣םH5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten15בְּהַדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17עַמּ֨וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar18הָאֵ֤שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot19בְּלַ֨יְלָה֙H3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)20לְהָאִ֣ירH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine21לָהֶ֔ם22וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23הַדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)24אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection25יֵֽלְכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak26בָֽהּ
20En Gij hebt Uw goeden Geest gegeven om hen te onderwijzen; en Uw Manna hebt Gij niet geweerd van hun mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hun dorst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En Gij hebt Uw goedenH2896GeestH7307gegevenH5414 om hen te onderwijzenH7919; en Uw MannaH4478 hebt Gij nietH3808geweerdH4513 van hun mondH6310, en waterH4325 hebt Gij hun gegevenH5414 voor hun dorstH6772.En Gij hebt Uw goeden Geest gegeven om hen te onderwijzen; en Uw Manna hebt Gij niet geweerd van hun mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hun dorst.
KJVThou gavest3also thy good2spirit1to instruct4them, and withheldest7not thy manna5from their mouth,8and gavest10them water9for their thirst.
21Alzo hebt Gij hen veertig jaren onderhouden in de woestijn; zij hebben geen gebrek gehad; hun klederen zijn niet veroud, en hun voeten niet gezwollen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Alzo hebt Gij hen veertigH705jarenH8141onderhoudenH3557 in de woestijnH4057; zij hebben geenH3808gebrekH2637 gehad; hun klederenH8008 zijn nietH3808veroudH1086, en hun voetenH7272nietH3808gezwollenH1216.Alzo hebt Gij hen veertig jaren onderhouden in de woestijn; zij hebben geen gebrek gehad; hun klederen zijn niet veroud, en hun voeten niet gezwollen.
KJVYea, forty1years2didst thou sustain3them in the wilderness,4so that they lacked6nothing; their clothes7waxed not old,9and their feet10swelled
1וְאַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty2שָׁנָ֛הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3כִּלְכַּלְתָּ֥םH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)4בַּמִּדְבָּ֖רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6חָסֵ֑רוּH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want7שַׂלְמֹֽתֵיהֶם֙H8008klederen, kleed, kledingclothes, garment, raiment8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9בָל֔וּH1086verouderd, oud, veroudenconsume, enjoy long, become (make, wax) old, spend, waste10וְרַגְלֵיהֶ֖םH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12בָצֵֽקוּH1216gezwollenswell
22Voorts hebt Gij hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken. Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van Sihon, te weten, het land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Voorts hebt Gij hun koninkrijkenH4467 en volkenH5971gegevenH5414, en hebt hen verdeeldH2505 in hoekenH6285. Alzo hebben zij erfelijkH3423 bezeten het landH776 van SihonH5511, te weten, het landH776 des koningsH4428 van HesbonH2809, en het landH776 van OgH5747, koningH4428 van BasanH1316.Voorts hebt Gij hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken. Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van Sihon, te weten, het land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan.
KJVMoreover thou gavest1them kingdoms3and nations,4and didst divide5them into corners:6so they possessed7the land9of Sihon,10and the land12of the king13of Heshbon,14and the land16of Og17king18of Bashan.
1וַתִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָהֶ֤ם3מַמְלָכוֹת֙H4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal4וַעֲמָמִ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וַֽתַּחְלְקֵ֖םH2505delen, uitgedeeld, verdeelddeal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er)6לְפֵאָ֑הH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side7וַיִּֽירְשׁ֞וּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10סִיח֗וֹןH5511SihonSihon11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֶ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14חֶשְׁבּ֔וֹןH2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17ע֥וֹגH5747OgOg18מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal19הַבָּשָֽׁןH1316Bazan, BasanBashan
23Gij hebt ook hun kinderen vermenigvuldigd, als de sterren des hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun vaderen hadt gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te bezitten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Gij hebt ook hun kinderenH1121vermenigvuldigdH7235, als de sterrenH3556 des hemelsH8064; en Gij hebt hen gebrachtH935 in het landH776, waarvan Gij totH413 hun vaderenH1 hadt gezegdH559, datH834 zij zouden ingaanH935 om het erfelijkH3423 te bezitten.Gij hebt ook hun kinderen vermenigvuldigd, als de sterren des hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun vaderen hadt gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te bezitten.
KJVTheir children1also multipliedst2thou as the stars3of heaven,4and broughtest5them into the land,7concerning which thou hadst promised9to their fathers,10that they should go in11to possess
1וּבְנֵיהֶ֣םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2הִרְבִּ֔יתָH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very3כְּכֹכְבֵ֖יH3556sterren, sterstar(-gazer)4הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)5וַתְּבִיאֵם֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אָמַ֥רְתָּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10לַאֲבֹתֵיהֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11לָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12לָרָֽשֶׁתH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly
24Alzo zijn de kinderen daarin gekomen, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaanieten, voor hun aangezicht ten ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun koningen en de volken des lands, om daarmede te doen naar hun welgevallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Alzo zijn de kinderenH1121 daarin gekomenH935, en hebben dat landH776erfelijkH3423 ingenomen; en Gij hebt de inwonersH3427 des landsH776, de KanaanietenH3669, voor hun aangezichtH6440 ten ondergebrachtH3665, en hebt hen in hun handH3027gegevenH5414, mitsgaders hun koningenH4428 en de volkenH5971 des landsH776, om daarmede te doenH6213 naar hun welgevallenH7522.Alzo zijn de kinderen daarin gekomen, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaanieten, voor hun aangezicht ten ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun koningen en de volken des lands, om daarmede te doen naar hun welgevallen.
KJVSo the children2went in1and possessed3the land,5and thou subduedst6before7them the inhabitants9of the land,10the Canaanites,11and gavest12them into their hands,13with their kings,15and the people17of the land,18that they might do19with them as they would.
1וַיָּבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הַבָּנִים֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3וַיִּֽירְשׁ֣וּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6וַתַּכְנַ֨עH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue7לִפְנֵיהֶ֜םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יֹשְׁבֵ֤יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11הַכְּנַ֣עֲנִ֔יםH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker12וַֽתִּתְּנֵ֖םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13בְּיָדָ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מַלְכֵיהֶם֙H4428koning, konings, koningenking, royal16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17עַֽמְמֵ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20בָּהֶ֖ם21כִּרְצוֹנָֽםH7522welgevallen, welbehagen, aangenaam(be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would
25En zij hebben vaste steden en een vet land ingenomen, en erfelijk bezeten, huizen, vol van alle goed, uitgehouwen bornputten, wijngaarden, olijfgaarden en bomen van spijze, in menigte; en zij hebben gegeten, en zijn zat en vet geworden, en hebben in wellust geleefd, door Uw grote goedigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En zij hebben vasteH1219stedenH5892 en een vet landH127ingenomenH3920, en erfelijkH3423 bezeten, huizenH1004, volH4392 van alleH3605goedH2898, uitgehouwenH2672bornputtenH953, wijngaardenH3754, olijfgaardenH2132 en bomenH6086 van spijzeH3978, in menigteH7230; en zij hebben gegetenH398, en zijn zat en vet geworden, en hebben in wellust geleefdH5727, door Uw groteH1419goedigheidH2898.En zij hebben vaste steden en een vet land ingenomen, en erfelijk bezeten, huizen, vol van alle goed, uitgehouwen bornputten, wijngaarden, olijfgaarden en bomen van spijze, in menigte; en zij hebben gegeten, en zijn zat en vet geworden, en hebben in wellust geleefd, door Uw grote goedigheid.
Ook in dit vers
vetH8080
vetH8082
KJVAnd they took1strong3cities,2and a fat5land,4and possessed6houses7full8of all goods,10wells11digged,12vineyards,13and oliveyards,14and fruit16trees15in abundance:17so they did eat,18and were filled,19and became fat,20and delighted21themselves in thy great23goodness.
1וַֽיִּלְכְּד֞וּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take2עָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3בְּצֻרוֹת֮H1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold4וַאֲדָמָ֣הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land5שְׁמֵנָה֒H8082vette, vet, smoutigfat, lusty, plenteous6וַיִּֽירְשׁ֡וּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly7בָּתִּ֣יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8מְלֵֽאִיםH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10ט֠וּבH2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with11בֹּר֨וֹתH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well12חֲצוּבִ֜יםH2672uitgehouwen, houwers, gehouwencut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason13כְּרָמִ֧יםH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)14וְזֵיתִ֛יםH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet15וְעֵ֥ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood16מַאֲכָ֖לH3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual17לָרֹ֑בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)18וַיֹּאכְל֤וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite19וַֽיִּשְׂבְּעוּ֙H7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of20וַיַּשְׁמִ֔ינוּH8080vetbecome (make, wax) fat21וַיִּֽתְעַדְּנ֖וּH5727wellust geleefddelight self22בְּטוּבְךָ֥H2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with23הַגָּדֽוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
26Maar zij zijn wederspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uw wet achter hun rug geworpen, en Uw profeten gedood die tegen hen betuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren gedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Maar zij zijn wederspannigH4784 geworden, en hebben tegen U gerebelleerdH4775, en Uw wetH8451achterH310 hun rugH1458geworpenH7993, en Uw profetenH5030gedoodH2026dieH834 tegen hen betuigdenH5749, om hen te doen wederkerenH7725totH413 U; alzo hebben zij groteH1419lasterenH5007 gedaan.Maar zij zijn wederspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uw wet achter hun rug geworpen, en Uw profeten gedood die tegen hen betuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren gedaan.
KJVNevertheless they were disobedient,1and rebelled2against thee, and cast4thy law6behind7their backs,8and slew11thy prophets10which testified13against them to turn15them to thee, and they wrought17great19provocations.
1וַיַּמְר֨וּH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)2וַֽיִּמְרְד֜וּH4775wederspannig, gerebelleerd, rebelleerderebel(-lious)3בָּ֗ךְ4וַיַּשְׁלִ֤כוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6תּוֹרָֽתְךָ֙H8451wet, wetten, leerlaw7אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with8גַוָּ֔םH1458rugback9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10נְבִיאֶ֣יךָH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet11הָרָ֔גוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הֵעִ֥ידוּH5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness14בָ֖ם15לַהֲשִׁיבָ֣םH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16אֵלֶ֑יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17וַֽיַּעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18נֶאָצ֖וֹתH5007lasteren, lastering, lasteringenblasphemy19גְּדוֹלֹֽתH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
27Daarom hebt Gij hen gegeven in de hand hunner benauwers, die hen benauwd hebben; maar als zij in den tijd hunner benauwdheid tot U riepen, hebt Gij van den hemel gehoord, en hun naar Uw grote barmhartigheden verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Daarom hebt Gij hen gegevenH5414 in de handH3027 hunner benauwersH6862, die hen benauwdH6887 hebben; maar als zij in den tijdH6256 hunner benauwdheidH6869 tot U riepenH6817, hebt GijH859 van den hemelH8064gehoordH8085, en hun naar Uw groteH7227barmhartighedenH7356verlossersH3467gegevenH5414, die hen uit de handH3027 hunner benauwersH6862verlostenH3467.Daarom hebt Gij hen gegeven in de hand hunner benauwers, die hen benauwd hebben; maar als zij in den tijd hunner benauwdheid tot U riepen, hebt Gij van den hemel gehoord, en hun naar Uw grote barmhartigheden verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten.
KJVTherefore thou deliveredst1them into the hand2of their enemies,3who vexedthem: and in the time6of their trouble,7when they cried8unto thee, thou heardest12them from heaven;11and according to thy manifold14mercies13thou gavest15them saviours,17who saved18them out of the hand19of their enemies.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
28Maar als zij rust hadden, keerden zij weder om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Maar als zij rustH5117 hadden, keerdenH7725 zij weder om kwaadH7451 te doenH6213 voor Uw aangezichtH6440; zo verlietH5800 Gij hen in de handH3027 hunner vijandenH341, dat zij over hen heerstenH7287; als zij zich dan bekeerdenH7725, en U aanriepenH2199, zo hebt GijH859 hen van den hemelH8064gehoordH8085, en hebt hen naar Uw barmhartighedenH7356 tot veleH7227tijdenH6256uitgeruktH5337.Maar als zij rust hadden, keerden zij weder om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt.
KJVBut after they had rest,1they did4evil5again3before6thee: therefore leftest7thou them in the hand8of their enemies,9so that they had the dominion10over them: yet when they returned,12and cried13unto thee, thou heardest16them from heaven;15and many19times20didst thou deliver17them according to thy mercies;
1וּכְנ֣וֹחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)2לָהֶ֔ם3יָשׁ֕וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5רַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6לְפָנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7וַתַּֽעַזְבֵ֞םH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely8בְּיַ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9אֹֽיְבֵיהֶם֙H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe10וַיִּרְדּ֣וּH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take11בָהֶ֔ם12וַיָּשׁ֨וּבוּ֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13וַיִּזְעָק֔וּךָH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed14וְאַתָּ֞הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15מִשָּׁמַ֧יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)16תִּשְׁמַ֛עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness17וְתַצִּילֵ֥םH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)18כְּֽרַחֲמֶ֖יךָH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb19רַבּ֥וֹתH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)20עִתִּֽיםH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when
29En Gij hebt tegen hen betuigd, om hen te doen wederkeren tot Uw wet; maar zij hebben trotselijk gehandeld, en niet gehoord naar Uw geboden, en tegen Uw rechten, tegen dezelve hebben zij gezondigd, door dewelke een mens, die ze doet, leven zal; en zij hebben hun schouder teruggetogen, en hun nek verhard, en niet gehoord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En Gij hebt tegen hen betuigdH5749, om hen te doen wederkerenH7725totH413 Uw wetH8451; maar zijH1992 hebben trotselijk gehandeldH2102, en nietH3808gehoordH8085 naar Uw gebodenH4687, en tegen Uw rechtenH4941, tegen dezelve hebben zij gezondigdH2398, door dewelkeH834 een mensH120, die ze doetH6213, levenH2421 zal; en zij hebben hun schouderH3802teruggetogenH5414, en hun nekH6203verhardH7185, en nietH3808gehoordH8085.En Gij hebt tegen hen betuigd, om hen te doen wederkeren tot Uw wet; maar zij hebben trotselijk gehandeld, en niet gehoord naar Uw geboden, en tegen Uw rechten, tegen dezelve hebben zij gezondigd, door dewelke een mens, die ze doet, leven zal; en zij hebben hun schouder teruggetogen, en hun nek verhard, en niet gehoord.
KJVAnd testifiedst1against them, that thou mightest bring them again3unto thy law:5yet they dealt proudly,7and hearkened9not unto thy commandments,10but sinned12against thy judgments,11(which if a man16do,15he shall live17in them;) and withdrew19the shoulder,20and hardened23their neck,22and would not hear.
1וַתָּ֨עַדH5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness2בָּהֶ֜ם3לַהֲשִׁיבָ֣םH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5תּוֹרָתֶ֗ךָH8451wet, wetten, leerlaw6וְהֵ֨מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7הֵזִ֜ידוּH2102trotselijk, gekookt, handeldenbe proud, deal proudly, presume, (come) presumptuously, sod8וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9שָׁמְע֤וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10לְמִצְוֺתֶ֨יךָ֙H4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept11וּבְמִשְׁפָּטֶ֣יךָH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong12חָֽטְאוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass13בָ֔ם14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person17וְחָיָ֣הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole18בָהֶ֑ם19וַיִּתְּנ֤וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20כָתֵף֙H3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter21סוֹרֶ֔רֶתH5637afvalligen, wederstrevig, afvallen[idiom] away, backsliding, rebellious, revolter(-ing), slide back, stubborn, withdrew22וְעָרְפָּ֥םH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)23הִקְשׁ֖וּH7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))24וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without25שָׁמֵֽעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
30Doch Gij vertoogt het vele jaren over hen, en betuigdet tegen hen door Uw Geest, door den dient Uwer profeten, maar zij neigden het oor niet; daarom hebt Gij hen gegeven in de hand van de volken der landen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Doch Gij vertoogtH4900 het veleH7227jarenH8141 over hen, en betuigdetH5749 tegen hen door Uw GeestH7307, door den dient Uwer profetenH5030, maar zij neigden het oor nietH3808; daarom hebt Gij hen gegevenH5414 in de handH3027 van de volkenH5971 der landenH776.Doch Gij vertoogt het vele jaren over hen, en betuigdet tegen hen door Uw Geest, door den dient Uwer profeten, maar zij neigden het oor niet; daarom hebt Gij hen gegeven in de hand van de volken der landen.
Ook in dit vers
neigden oorH238
dienstH3027
KJVYet many4years3didst thou forbear1them, and testifiedst5against them by thy spirit7in8thy prophets:9yet would they not give ear:11therefore gavest12thou them into the hand13of the people14of the lands.
31Doch door Uw grote barmhartigheden hebt Gij hen niet vernield, noch hen verlaten; want Gij zijt een genadig en barmhartig God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Doch door Uw groteH7227barmhartighedenH7356 hebt Gij hen nietH3808vernieldH6213, nochH3808 hen verlatenH5800; wantH3588 Gij zijt een genadigH2587 en barmhartigH7349GodH410.Doch door Uw grote barmhartigheden hebt Gij hen niet vernield, noch hen verlaten; want Gij zijt een genadig en barmhartig God.
KJVNevertheless for thy great2mercies'1sake thou didst4not utterly consume5them, nor forsake7them; for thou art a gracious10and merciful11God.
1וּֽבְרַחֲמֶ֧יךָH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb2הָרַבִּ֛יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4עֲשִׂיתָ֥םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5כָּלָ֖הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance6וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7עֲזַבְתָּ֑םH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely8כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֵֽלH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'10חַנּ֥וּןH2587genadig, Genadiggracious11וְרַח֖וּםH7349barmhartig, Barmhartigfull of compassion, merciful12אָֽתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you
32Nu dan, o onze God, Gij grote, Gij machtige, en Gij vreselijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt; laat voor Uw aangezicht niet gering zijn al de moeite, die ons getroffen heeft, onze koningen, onze vorsten, en onze priesteren; en onze profeten, en onze vaderen, en Uw ganse volk, van de dagen der koningen van Assur af tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Nu dan, o onze God, Gij groteH1419, Gij machtigeH1368, en Gij vreselijkeH3372 God, Die het verbondH1285 en de weldadigheidH2617houdtH8104; laat voor Uw aangezichtH6440nietH408geringH4591 zijn alH3605 de moeiteH8513, die ons getroffenH4672 heeft, onze koningenH4428, onze vorstenH8269, en onze priesterenH3548; en onze profetenH5030, en onze vaderenH1, en Uw ganseH3605volkH5971, van de dagenH3117 der koningenH4428 van AssurH804 af tot op dezenH2088dagH3117.Nu dan, o onze God, Gij grote, Gij machtige, en Gij vreselijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt; laat voor Uw aangezicht niet gering zijn al de moeite, die ons getroffen heeft, onze koningen, onze vorsten, en onze priesteren; en onze profeten, en onze vaderen, en Uw ganse volk, van de dagen der koningen van Assur af tot op dezen dag.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJVNow therefore, our God,2the great,4the mighty,5and the terrible6God,3who keepest7covenant8and mercy,9let not all the trouble15seem little11before12thee, that hath come17upon us, on our kings,18on our princes,19and on our priests,20and on our prophets,21and on our fathers,22and on all thy people,24since the time25of the kings26of Assyria27unto this day.
1וְעַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אֱ֠לֹהֵינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3הָאֵ֨לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'4הַגָּד֜וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very5הַגִּבּ֣וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man6וְהַנּוֹרָא֮H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)7שׁוֹמֵ֣רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)8הַבְּרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league9וְהַחֶסֶד֒H2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing10אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11יִמְעַ֣טH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing12לְפָנֶ֡יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַתְּלָאָ֣הH8513moeitetravail, travel, trouble16אֲֽשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17מְ֠צָאַתְנוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on18לִמְלָכֵ֨ינוּH4428koning, konings, koningenking, royal19לְשָׂרֵ֧ינוּH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward20וּלְכֹהֲנֵ֛ינוּH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer21וְלִנְבִיאֵ֥נוּH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet22וְלַאֲבֹתֵ֖ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'23וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)24עַמֶּ֑ךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people25מִימֵי֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger26מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal27אַשּׁ֔וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)28עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet29הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger30הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
33Doch Gij zijt rechtvaardig, in alles, wat ons overkomen is; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Doch GijH859 zijt rechtvaardigH6662, in allesH3605, wat ons overkomenH935 is; wantH3588 Gij hebt trouwelijkH571gehandeldH6213, maar wij hebben goddelooslijkH7561 gehandeld.Doch Gij zijt rechtvaardig, in alles, wat ons overkomen is; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld.
KJVHowbeit thou art just2in all that is brought5upon us; for thou hast done9right,8but we have done wickedly:
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2צַדִּ֔יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)3עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַבָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6עָלֵ֑ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אֱמֶ֥תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity9עָשִׂ֖יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10וַאֲנַ֥חְנוּH587wijourselves, us, we11הִרְשָֽׁעְנוּH7561goddelooslijk, verdoemen, goddelooscondemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness)
34En onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze vaders hebben Uw wet niet gedaan; en zij hebben niet geluisterd naar Uw geboden, en naar Uw getuigenissen, die Gij tegen hen betuigdet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En onze koningenH4428, onze vorstenH8269, onze priestersH3548 en onze vadersH1 hebben Uw wetH8451 niet gedaanH6213; en zij hebben niet geluisterdH7181naarH413 Uw gebodenH4687, en naar Uw getuigenissenH5715, dieH834 Gij tegen hen betuigdetH5749.En onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze vaders hebben Uw wet niet gedaan; en zij hebben niet geluisterd naar Uw geboden, en naar Uw getuigenissen, die Gij tegen hen betuigdet.
35Want zij hebben U niet gediend in hun koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed, dat Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven hadt; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Want zij hebben U niet gediendH5647 in hunH1992koninkrijkH4438, en in Uw menigvuldigH7227goedH2898, datH834 Gij hun gaaftH5414, en in dat wijdeH7342 en dat vetteH8082landH776, dat Gij voor hun aangezichtH6440gegevenH5414 hadt; en zij hebben zich niet bekeerdH7725 van hun bozeH7451werkenH4611.Want zij hebben U niet gediend in hun koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed, dat Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven hadt; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken.
KJVFor they have not served15thee in their kingdom,2and in thy great4goodness3that thou gavest6them, and in the large9and fat10land8which thou gavest12before13them, neither turned17they from their wicked19works.
1וְהֵ֣םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2בְּמַלְכוּתָם֩H4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal3וּבְטוּבְךָ֨H2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with4הָרָ֜בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6נָתַ֣תָּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לָהֶ֗ם8וּבְאֶ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9הָרְחָבָ֧הH7342wijd, wijde, bredenbroad, large, at liberty, proud, wide10וְהַשְּׁמֵנָ֛הH8082vette, vet, smoutigfat, lusty, plenteous11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12נָתַ֥תָּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לִפְנֵיהֶ֖םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15עֲבָד֑וּךָH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,16וְֽלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17שָׁ֔בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw18מִמַּֽעַלְלֵיהֶ֖םH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work19הָרָעִֽיםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
36Zie, wij zijn heden knechten; ja, het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt, om de vrucht daarvan, en het goede daarvan te eten, zie, daarin zijn wij knechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36ZieH2009, wij zijn hedenH3117knechtenH5650; ja, het landH776, datH834 Gij onzen vaderenH1gegevenH5414 hebt, om de vruchtH6529 daarvan, en het goedeH2898 daarvan te etenH398, zieH2009, daarin zijn wij knechtenH5650.Zie, wij zijn heden knechten; ja, het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt, om de vrucht daarvan, en het goede daarvan te eten, zie, daarin zijn wij knechten.
KJVBehold, we are servants4this day,3and for the land5that thou gavest7unto our fathers8to eat9the fruit11thereof and the good13thereof, behold, we are servants
1הִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see2אֲנַ֥חְנוּH587wijourselves, us, we3הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4עֲבָדִ֑יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5וְהָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נָתַ֣תָּהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לַאֲבֹתֵ֗ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9לֶאֱכֹ֤לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11פִּרְיָהּ֙H6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13טוּבָ֔הּH2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with14הִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see15אֲנַ֥חְנוּH587wijourselves, us, we16עֲבָדִ֖יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant17עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
37En het vermenigvuldigt zijn inkomste voor den koningen, die Gij over ons gesteld hebt, om onzer zonden wil; en zij heersen over onze lichamen en over onze beesten, naar hun welgevallen; alzo zijn wij in grote benauwdheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En het vermenigvuldigtH7235 zijn inkomsteH8393 voor den koningenH4428, dieH834 Gij over ons gesteldH5414 hebt, om onzer zondenH2403 wil; en zij heersenH4910overH5921 onze lichamenH1472 en over onze beestenH929, naar hun welgevallenH7522; alzo zijn wij in groteH1419benauwdheidH6869.En het vermenigvuldigt zijn inkomste voor den koningen, die Gij over ons gesteld hebt, om onzer zonden wil; en zij heersen over onze lichamen en over onze beesten, naar hun welgevallen; alzo zijn wij in grote benauwdheid.
KJVAnd it yieldeth much2increase1unto the kings3whom thou hast set5over us because of our sins:7also they have dominion10over our bodies,9and over our cattle,11at their pleasure,12and we are in great14distress.
1וּתְבוּאָתָ֣הּH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue2מַרְבָּ֗הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very3לַמְּלָכִ֛יםH4428koning, konings, koningenking, royal4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָתַ֥תָּהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6עָלֵ֖ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7בְּחַטֹּאותֵ֑ינוּH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)8וְעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9גְּ֠וִיֹּתֵינוּH1472lichaam, lichamen, dode lichamen(dead) body, carcase, corpse10מֹשְׁלִ֤יםH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power11וּבִבְהֶמְתֵּ֨נוּ֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle12כִּרְצוֹנָ֔םH7522welgevallen, welbehagen, aangenaam(be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would13וּבְצָרָ֥הH6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble14גְדוֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very15אֲנָֽחְנוּH587wijourselves, us, we
38En in dit alles maken wij een vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En in dit allesH3695 maken wij een vastH548 verbond en schrijvenH3789 het; en onze vorstenH8269, onze LevietenH3881 en onze priesterenH3548 zullen het verzegelenH2856.En in dit alles maken wij een vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen.
1וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2זֹ֕אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus3אֲנַ֛חְנוּH587wijourselves, us, we4כֹּרְתִ֥יםH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want5אֲמָנָ֖הH548vast, zekercertain portion, sure6וְכֹתְבִ֑יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)7וְעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הֶֽחָת֔וּםH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop9שָׂרֵ֥ינוּH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10לְוִיֵּ֖נוּH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite11כֹּהֲנֵֽינוּH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Nehemia 9:1— Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand verzamelden zich de kinderen Israels met vasten en met zakken, en aarde was op hen.Jozua 7:6→Nehemia 8:2→1 Samuël 4:12→Ezra 8:23→Esther 4:3→2 Samuël 1:2→2 Kronieken 7:10→Esther 4:16→
Nehemia 9:2— En het zaad Israels scheidde zich af van alle vreemden. En zij stonden, en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden.Nehemia 13:3→Nehemia 13:30→Ezra 10:11→Daniël 9:20→Daniël 9:3→Hosea 5:7→Psalmen 144:11→Nehemia 1:6→
Nehemia 9:3— Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God.Nehemia 8:7→Nehemia 8:3→
Nehemia 9:4— Jesua nu, en Bani, Kadmiel, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Chenani, stonden op het hoge gestoelte der Levieten, en riepen met luider stem tot den HEERE, hun God;Nehemia 8:7→2 Kronieken 20:19→Nehemia 12:8→Nehemia 10:9→Psalmen 77:1→Johannes 11:43→Psalmen 3:4→Psalmen 130:1→
Nehemia 9:5— En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!Psalmen 103:1→Mattheüs 11:25→Psalmen 117:1→Psalmen 72:18→1 Petrus 1:3→Ezra 3:11→1 Kronieken 29:13→Psalmen 16:2→
Nehemia 9:6— Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; en het heir der hemelen aanbidt U.Genesis 1:1→2 Koningen 19:15→Deuteronomium 10:14→Genesis 2:1→Jesaja 37:16→Deuteronomium 6:4→Jesaja 44:8→Jesaja 44:6→
Nehemia 9:7— Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeen uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham.Genesis 11:31→Genesis 17:5→Handelingen 7:2→Deuteronomium 10:15→Jozua 24:2→Genesis 12:1→Jesaja 51:2→Jesaja 41:8→
Nehemia 9:8— En Gij hebt zijn hart getrouw gevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaanieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt.Genesis 15:6→Genesis 15:18→Jozua 23:14→Genesis 12:7→Hebreeën 6:18→Genesis 17:7→Jozua 21:43→Psalmen 105:43→
Nehemia 9:9— En Gij hebt aangezien onzer vaderen ellende in Egypte, en Gij hebt hun geroep gehoord aan de Schelfzee;Exodus 14:10→Exodus 2:25→Exodus 3:16→Handelingen 7:34→Exodus 3:7→
Nehemia 9:10— En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage.Daniël 9:15→Jeremia 32:20→Exodus 14:1→Deuteronomium 4:34→Jesaja 63:12→Exodus 5:2→Exodus 18:11→Jesaja 63:14→
Nehemia 9:11— En Gij hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden der zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt Gij in de diepten geworpen, als een steen in sterke wateren.Psalmen 78:13→Exodus 14:21→Exodus 14:27→Jesaja 63:11→Psalmen 136:13→Psalmen 66:6→Psalmen 106:9→Hebreeën 11:29→
Nehemia 9:12— En Gij hebt ze des daags geleid met een wolkkolom, en des nachts met een vuurkolom, om hen te lichten op den weg, waarin zij zouden wandelen.Exodus 13:21→Nehemia 9:19→Psalmen 105:39→Exodus 14:19→Psalmen 107:7→Psalmen 143:8→Psalmen 78:14→
Nehemia 9:13— En Gij zijt neergedaald op den berg Sinai, en hebt met hen gesproken uit den hemel; en Gij hebt hun gegeven rechtmatige rechten, en getrouwe wetten, goede inzettingen en geboden.Exodus 20:1→Exodus 19:11→Deuteronomium 5:22→Psalmen 119:127→Psalmen 119:160→Deuteronomium 4:33→Habakuk 3:3→Hebreeën 12:18→
Nehemia 9:14— En Gij hebt Uw heiligen sabbat bekend gemaakt; en Gij hebt hun geboden, en inzettingen en een wet bevolen, door de hand van Uw knecht Mozes.Genesis 2:3→Exodus 20:8→Ezechiël 20:20→Ezechiël 20:12→Deuteronomium 4:5→Johannes 1:17→Nehemia 1:8→Deuteronomium 4:45→
Nehemia 9:15— En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hun honger, en hun water uit de steenrots voortgebracht voor hun dorst; en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uw hand ophieft, dat Gij het hun zoudt geven.Deuteronomium 1:8→Exodus 17:6→1 Korinthe 10:3→Exodus 16:14→Exodus 16:4→Psalmen 105:40→Deuteronomium 8:3→Psalmen 77:15→
Nehemia 9:16— Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hun nek verhard, en niet gehoord naar Uw geboden;Nehemia 9:10→Nehemia 9:29→Psalmen 81:11→Deuteronomium 31:27→Exodus 15:26→Deuteronomium 9:13→Deuteronomium 9:6→Psalmen 81:8→
Nehemia 9:17— En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.Psalmen 86:5→Psalmen 86:15→Psalmen 78:11→Psalmen 78:42→Joël 2:13→Numeri 14:3→Psalmen 145:8→Psalmen 106:43→
Nehemia 9:18— Zelfs, als zij zich een gegoten kalf gemaakt hadden, en gezegd: Dit is uw God, Die u uit Egypte heeft opgevoerd; en grote lasteren gedaan hadden;Exodus 32:4→Psalmen 106:19→Ezechiël 20:7→Exodus 32:31→Deuteronomium 9:12→
Nehemia 9:19— Hebt Gij hen nochtans door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom des nachts, om hen te lichten, en dat, op den weg, waarin zij zouden wandelen.Nehemia 9:27→Nehemia 9:12→Psalmen 106:45→Nehemia 9:31→1 Korinthe 10:1→Daniël 9:9→Daniël 9:18→Numeri 14:14→
Nehemia 9:20— En Gij hebt Uw goeden Geest gegeven om hen te onderwijzen; en Uw Manna hebt Gij niet geweerd van hun mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hun dorst.Numeri 11:17→Nehemia 9:30→Exodus 16:15→Exodus 17:6→Exodus 16:35→Jesaja 63:11→Psalmen 143:10→Jesaja 41:17→
Nehemia 9:21— Alzo hebt Gij hen veertig jaren onderhouden in de woestijn; zij hebben geen gebrek gehad; hun klederen zijn niet veroud, en hun voeten niet gezwollen.Deuteronomium 2:7→Deuteronomium 8:4→Deuteronomium 29:5→Exodus 16:35→Handelingen 13:18→Numeri 14:33→Psalmen 34:10→Deuteronomium 8:2→
Nehemia 9:22— Voorts hebt Gij hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken. Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van Sihon, te weten, het land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan.Numeri 21:21→Psalmen 136:17→Deuteronomium 3:1→Jozua 11:23→Jozua 10:11→Deuteronomium 32:26→Psalmen 135:10→Psalmen 105:44→
Nehemia 9:23— Gij hebt ook hun kinderen vermenigvuldigd, als de sterren des hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun vaderen hadt gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te bezitten.Genesis 22:17→Genesis 15:5→Genesis 17:8→1 Kronieken 27:23→Genesis 12:7→Genesis 13:15→Jozua 1:1→Genesis 15:18→
Nehemia 9:24— Alzo zijn de kinderen daarin gekomen, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaanieten, voor hun aangezicht ten ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun koningen en de volken des lands, om daarmede te doen naar hun welgevallen.Jozua 18:1→Jozua 21:43→Jozua 11:23→Psalmen 44:2→1 Kronieken 22:18→Numeri 14:31→2 Timotheüs 2:26→Jozua 21:45→
Nehemia 9:25— En zij hebben vaste steden en een vet land ingenomen, en erfelijk bezeten, huizen, vol van alle goed, uitgehouwen bornputten, wijngaarden, olijfgaarden en bomen van spijze, in menigte; en zij hebben gegeten, en zijn zat en vet geworden, en hebben in wellust geleefd, door Uw grote goedigheid.Deuteronomium 32:15→Nehemia 9:35→Deuteronomium 3:5→Deuteronomium 32:13→Deuteronomium 6:10→Hosea 3:5→1 Koningen 8:66→Ezechiël 20:6→
Nehemia 9:26— Maar zij zijn wederspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uw wet achter hun rug geworpen, en Uw profeten gedood die tegen hen betuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren gedaan.1 Koningen 14:9→Richteren 2:11→Nehemia 9:18→1 Koningen 18:4→1 Koningen 19:10→Handelingen 7:52→Mattheüs 21:35→2 Kronieken 36:16→
Nehemia 9:27— Daarom hebt Gij hen gegeven in de hand hunner benauwers, die hen benauwd hebben; maar als zij in den tijd hunner benauwdheid tot U riepen, hebt Gij van den hemel gehoord, en hun naar Uw grote barmhartigheden verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten.2 Koningen 13:5→1 Samuël 12:10→2 Kronieken 36:17→Richteren 10:15→Richteren 2:18→Deuteronomium 31:16→Obadja 1:21→Richteren 6:6→
Nehemia 9:28— Maar als zij rust hadden, keerden zij weder om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt.Richteren 3:30→Richteren 3:11→Richteren 5:31→Richteren 4:1→Jesaja 63:15→1 Koningen 8:33→1 Koningen 8:39→Psalmen 106:43→
Nehemia 9:29— En Gij hebt tegen hen betuigd, om hen te doen wederkeren tot Uw wet; maar zij hebben trotselijk gehandeld, en niet gehoord naar Uw geboden, en tegen Uw rechten, tegen dezelve hebben zij gezondigd, door dewelke een mens, die ze doet, leven zal; en zij hebben hun schouder teruggetogen, en hun nek verhard, en niet gehoord.Nehemia 9:16→Nehemia 9:10→Nehemia 9:26→Leviticus 18:5→Zacharia 7:11→Jeremia 43:2→Deuteronomium 4:26→Jeremia 17:23→
Nehemia 9:30— Doch Gij vertoogt het vele jaren over hen, en betuigdet tegen hen door Uw Geest, door den dient Uwer profeten, maar zij neigden het oor niet; daarom hebt Gij hen gegeven in de hand van de volken der landen.Handelingen 7:51→Jesaja 42:24→Klaagliederen 2:17→2 Koningen 17:13→Jesaja 63:10→Zacharia 7:13→Nehemia 9:26→2 Kronieken 36:15→
Nehemia 9:31— Doch door Uw grote barmhartigheden hebt Gij hen niet vernield, noch hen verlaten; want Gij zijt een genadig en barmhartig God.Jeremia 4:27→Nehemia 9:17→Psalmen 103:8→Jeremia 5:18→Jeremia 5:10→Psalmen 145:8→Klaagliederen 3:22→2 Koningen 13:23→
Nehemia 9:32— Nu dan, o onze God, Gij grote, Gij machtige, en Gij vreselijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt; laat voor Uw aangezicht niet gering zijn al de moeite, die ons getroffen heeft, onze koningen, onze vorsten, en onze priesteren; en onze profeten, en onze vaderen, en Uw ganse volk, van de dagen der koningen van Assur af tot op dezen dag.2 Koningen 17:3→Nehemia 1:5→Deuteronomium 7:9→Deuteronomium 7:21→2 Koningen 15:19→2 Koningen 15:29→Jesaja 7:17→1 Koningen 8:23→
Nehemia 9:33— Doch Gij zijt rechtvaardig, in alles, wat ons overkomen is; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld.Genesis 18:25→Psalmen 106:6→Jeremia 12:1→Daniël 9:5→Psalmen 145:17→Job 33:27→Job 34:23→Psalmen 119:137→
Nehemia 9:34— En onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze vaders hebben Uw wet niet gedaan; en zij hebben niet geluisterd naar Uw geboden, en naar Uw getuigenissen, die Gij tegen hen betuigdet.Deuteronomium 31:21→2 Koningen 17:13→Nehemia 9:30→Jeremia 29:19→2 Koningen 17:15→
Nehemia 9:35— Want zij hebben U niet gediend in hun koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed, dat Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven hadt; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken.Deuteronomium 28:47→Deuteronomium 8:7→Deuteronomium 32:12→Deuteronomium 31:21→Nehemia 9:25→Romeinen 3:4→Jeremia 5:19→
Nehemia 9:36— Zie, wij zijn heden knechten; ja, het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt, om de vrucht daarvan, en het goede daarvan te eten, zie, daarin zijn wij knechten.Ezra 9:9→Deuteronomium 28:48→2 Kronieken 12:8→
Nehemia 9:37— En het vermenigvuldigt zijn inkomste voor den koningen, die Gij over ons gesteld hebt, om onzer zonden wil; en zij heersen over onze lichamen en over onze beesten, naar hun welgevallen; alzo zijn wij in grote benauwdheid.Deuteronomium 28:33→Deuteronomium 28:51→Leviticus 26:17→Ezra 7:24→Ezra 6:8→Ezra 4:13→Nehemia 5:8→Deuteronomium 28:48→
Nehemia 9:38— En in dit alles maken wij een vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen.Nehemia 10:1→Nehemia 10:29→2 Kronieken 34:31→2 Kronieken 29:10→2 Kronieken 23:16→Ezra 10:3→2 Koningen 23:3→2 Kronieken 15:12→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Nehemia 9 vers 1— Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand verzamelden zich de kinderen Israels met vasten en met zakken, en aarde was op hen.
dezer maand
Te weten, der zevende maand, gelijk boven, Neh. 8:1 , als het vreugdefeest der loofhutten met den twee en twintigsten derzelfde maand besloten was.
Hertaald:dezer maand
Namelijk: van de zevende maand, zoals hierboven Neh. 8:1, toen het vreugdefeest van de loofhutten met de tweeëntwintigste van diezelfde maand afgesloten was.
zakken,
Zie Gen. 37:34 .
Hertaald:zakken,
Zie Gen. 37:34.
aarde
Tot een teken hunner nietigheid en onwaardigheid, mitsgaders vernedering voor den Heere en berouw over hun zonden. Vergelijk 2 Sam. 1:2 .
Hertaald:aarde
Als teken van hun nietigheid en onwaardigheid, en ook van vernedering voor de HEERE en berouw over hun zonden. Vergelijk 2 Sam. 1:2.
Nehemia 9 vers 2— En het zaad Israels scheidde zich af van alle vreemden. En zij stonden, en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden.
vreemden
Dat is, uitlandse heidenen, die tot de heilige gemeenschap Israëls niet behoorden. Hebreeuws, kinderen des vreemden. Vergelijk onder, Neh. 13:3 .
Hertaald:vreemden
Dat is: buitenlandse heidenen, die niet tot de heilige gemeenschap van Israël behoorden. Hebreeuws: kinderen van de vreemdeling. Vergelijk hieronder Neh. 13:3.
Nehemia 9 vers 3— Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God.
lazen zij
Te weten, de Levieten. Vergelijk vs.7,8.
Hertaald:lazen zij
Namelijk: de Levieten. Vergelijk vers 7, 8.
vierendeel
Dat is, drie uren; want de dag was in twaalf uren afgedeeld, Joh. 11:9 . Het is te vermoeden dat zij drie uren na den middag zijn verzameld geweest. Anders, viermaal des daags, en zo in het volgende.
Hertaald:vierendeel
Dat is: drie uur; want de dag was in twaalf uren verdeeld, Joh. 11:9. Het is aannemelijk dat zij drie uur na de middag bijeengekomen waren. Anders: vier keer per dag, en zo ook in het vervolg.
Nehemia 9 vers 4— Jesua nu, en Bani, Kadmiel, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Chenani, stonden op het hoge gestoelte der Levieten, en riepen met luider stem tot den HEERE, hun God;
het hoge gestoelte
Hebreeuws, hoogte, verheven plaats, hoge stoel; niet dat zij allen tezamen op een gestoelte of stellage bij elkander hebben gestaan en geroepen [hetwelk een zeer ongerijmd en verward werk zou geweest zijn] maar een ieder van hen op zijnen stoel voor een bijzondere partij der gemeente, om elkander niet te beletten, en alle gedeelten des volks wel te bedienen; vergelijk boven, Neh. 8:8 .
Hertaald:het hoge gestoelte
Hebreeuws: hoogte, verheven plaats, hoge zetel; niet dat zij allemaal samen op één verhoging of stelling bij elkaar hebben gestaan en geroepen [wat een zeer onlogisch en verward geheel zou zijn geweest], maar ieder van hen op zijn eigen plaats voor een aparte groep van de gemeente, om elkaar niet te hinderen en alle delen van het volk goed te bedienen; vergelijk hierboven Neh. 8:8.
luider stem
Hebreeuws, groter.
Hertaald:luider stem
Hebreeuws: groter.
Nehemia 9 vers 5— En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!
looft den HEERE,
Hebreeuws, zegent.
Hertaald:looft den HEERE,
Hebreeuws: zegent.
men love
Hebreeuws, dat zij zegenen.
Hertaald:men love
Hebreeuws: dat zij zegenen.
Uwer heerlijkheid,
Dat is, uw heerlijken naam. Vergelijk Hand. 7:2 ; 1 Kor. 2:8 .
Hertaald:Uwer heerlijkheid,
Dat is: Uw heerlijke naam. Vergelijk Hand. 7:2; 1 Kor. 2:8.
lof en prijs
Hebreeuws, zegening; dat is, die zo hoog en heerlijk is, dat men die niet genoeg kan loven en prijzen.
Hertaald:lof en prijs
Hebreeuws: zegening; dat is: die zo hoog en heerlijk is dat men die niet genoeg kan loven en prijzen.
Nehemia 9 vers 6— Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; en het heir der hemelen aanbidt U.
hemel der hemelen,
Den derden of allerhoogsten hemel. Zie 1 Kon. 8:27 ; 2 Kor. 12:2 .
Hertaald:hemel der hemelen,
De derde of allerhoogste hemel. Zie 1 Kon. 8:27; 2 Kor. 12:2.
al hun heir,
Zie Gen. 2:1 .
Hertaald:al hun heir,
Zie Gen. 2:1.
levend;
Dat is, Gij onderhoudt hen in hun wezen, dat Gij hun gegeven hebt.
Hertaald:levend;
Dat is: U onderhoudt hen in hun bestaan, dat U hun gegeven hebt.
heir der hemelen
Zie Gen. 2:1 .
Hertaald:heir der hemelen
Zie Gen. 2:1.
aanbidt U
Dat is, eert, gehoorzaamt en dient U, elk naar zijn aard en naar uw heiligen wil.
Hertaald:aanbidt U
Dat is: eert, gehoorzaamt en dient U, ieder naar zijn eigen aard en naar Uw heilige wil.
Nehemia 9 vers 8— En Gij hebt zijn hart getrouw gevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaanieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt.
rechtvaardig zijt
Houdende uwe beloften aan uw volk, en de goddelozen rechtvaardiglijk straffende.
Hertaald:rechtvaardig zijt
Terwijl U Uw beloften aan Uw volk houdt en de goddelozen rechtvaardig straft.
Nehemia 9 vers 10— En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage.
gedaan aan Faraö,
Hebreeuws, gegeven, gesteld.
Hertaald:gedaan aan Faraö,
Hebreeuws: gegeven, gesteld.
Nehemia 9 vers 13— En Gij zijt neergedaald op den berg Sinai, en hebt met hen gesproken uit den hemel; en Gij hebt hun gegeven rechtmatige rechten, en getrouwe wetten, goede inzettingen en geboden.
hemel;
Dat is, uit de lucht.
Hertaald:hemel;
Dat is: uit de lucht.
getrouwe wetten,
Hebreeuws, wetten der getrouwheid, of waarheid.
Hertaald:getrouwe wetten,
Hebreeuws: wetten van de trouw, of waarheid.
Nehemia 9 vers 14— En Gij hebt Uw heiligen sabbat bekend gemaakt; en Gij hebt hun geboden, en inzettingen en een wet bevolen, door de hand van Uw knecht Mozes.
hand van Uw knecht Mozes
Dat is, dienst.
Hertaald:hand van Uw knecht Mozes
Dat is: dienst.
Nehemia 9 vers 15— En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hun honger, en hun water uit de steenrots voortgebracht voor hun dorst; en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uw hand ophieft, dat Gij het hun zoudt geven.
hemel
Dat is, uit de lucht.
Hertaald:hemel
Dat is: uit de lucht.
Uw hand
Dat is, dat Gij gezworen hebt hun te zullen geven. Zie Gen. 14:22 .
Hertaald:Uw hand
Dat is: dat U gezworen hebt hun te zullen geven. Zie Gen. 14:22.
Nehemia 9 vers 16— Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hun nek verhard, en niet gehoord naar Uw geboden;
nek
Zie Ex. 32:9 .
Hertaald:nek
Zie Ex. 32:9.
Nehemia 9 vers 17— En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.
vergevingen,
Dat is, die vele en grote zonden vergeeft.
Hertaald:vergevingen,
Dat is: Die veel en grote zonden vergeeft.
Hertaald:weldadigheid,
Of: goedertierenheid, welwillendheid; zo ook vers 32.
Nehemia 9 vers 19— Hebt Gij hen nochtans door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom des nachts, om hen te lichten, en dat, op den weg, waarin zij zouden wandelen.
grote
Of vele. Alzo vs.27, 31.
Hertaald:grote
Of: vele. Zo ook vers 27, 31.
dat op den weg,
Of, hen, en den weg, enz.
Hertaald:dat op den weg,
Of: hen, en de weg, enzovoort.
Nehemia 9 vers 22— Voorts hebt Gij hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken. Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van Sihon, te weten, het land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan.
hoeken
Of, omstreken. Sommigen verstaan dit van de kinderen Israëls, wien God de ingenomen landen uitgedeeld heeft, een iegelijk zijn erfdeel. Anderen verstaan het van de overwonnen vijanden, die God hier en daar in hoeken heeft verstoten, zodat zijn volk het land vrijelijk ingenomen heeft, en in erfelijk bezit ervan gebleven is.
Hertaald:hoeken
Of: omstreken. Sommigen betrekken dit op de kinderen van Israël, aan wie God de ingenomen landen uitgedeeld heeft, ieder zijn erfdeel. Anderen betrekken het op de overwonnen vijanden, die God hier en daar in hoeken verstoten heeft, zodat Zijn volk het land vrijelijk kon innemen en er blijvend in bezit van gebleven is.
Hesbon,
Versta, het land, dat de koning der Moabieten eertijds bezeten had en door den koning Sihon hem ontnomen was. Zie Num. 21:26-27 .
Hertaald:Hesbon,
Versta hieronder het land dat de koning van de Moabieten eerder bezeten had en dat door koning Sihon van hem was afgenomen. Zie Num. 21:26-27.
Nehemia 9 vers 25— En zij hebben vaste steden en een vet land ingenomen, en erfelijk bezeten, huizen, vol van alle goed, uitgehouwen bornputten, wijngaarden, olijfgaarden en bomen van spijze, in menigte; en zij hebben gegeten, en zijn zat en vet geworden, en hebben in wellust geleefd, door Uw grote goedigheid.
alle goed,
Dat is, allerlei.
Hertaald:alle goed,
Dat is: allerlei.
van spijze,
Dat is, dragende eetbare vruchten.
Hertaald:van spijze,
Dat is: dragend eetbare vruchten.
hebben in wellust
Of, hebben zich verlustigd over uw groot goed; dat is, grote en vele goederen, die Gij hun gaaft.
Hertaald:hebben in wellust
Of: hebben zich verheugd over Uw grote goed; dat is: de grote en vele bezittingen die U hun gaf.
Nehemia 9 vers 26— Maar zij zijn wederspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uw wet achter hun rug geworpen, en Uw profeten gedood die tegen hen betuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren gedaan.
achter hun rug
Vergelijk Ps. 50:17 ; Ezech. 23:35 , enz.
Hertaald:achter hun rug
Vergelijk Ps. 50:17; Ezech. 23:35, enzovoort.
tegen hen
Of, onder hen; alzo vs.29,30, 34.
Hertaald:tegen hen
Of: onder hen; zo ook vers 29, 30, 34.
Nehemia 9 vers 29— En Gij hebt tegen hen betuigd, om hen te doen wederkeren tot Uw wet; maar zij hebben trotselijk gehandeld, en niet gehoord naar Uw geboden, en tegen Uw rechten, tegen dezelve hebben zij gezondigd, door dewelke een mens, die ze doet, leven zal; en zij hebben hun schouder teruggetogen, en hun nek verhard, en niet gehoord.
zij hebben hun schouder
Hebreeuws, een afwijkenden schouder gegeven. Een gelijkenis, genomen van de beesten, die niet aan het juk of lastdragen willen.
Hertaald:zij hebben hun schouder
Hebreeuws: een afwijkende schouder gegeven. Een beeld ontleend aan dieren die niet onder het juk of de last willen.
nek
Zie Ex. 32:9 .
Hertaald:nek
Zie Ex. 32:9.
Nehemia 9 vers 30— Doch Gij vertoogt het vele jaren over hen, en betuigdet tegen hen door Uw Geest, door den dient Uwer profeten, maar zij neigden het oor niet; daarom hebt Gij hen gegeven in de hand van de volken der landen.
vertoogt
Gij hadt geduld met hen en verschoondet hen, de straf uitstellende.
Hertaald:vertoogt
U had geduld met hen en spaarde hen, door de straf uit te stellen.
vele jaren
Zolang als de koninkrijken van Juda en Israël geduurd hebben.
Hertaald:vele jaren
Zolang de koninkrijken van Juda en Israël bestaan hebben.
den dienst
Hebreeuws, hand.
Hertaald:den dienst
Hebreeuws: hand.
Nehemia 9 vers 31— Doch door Uw grote barmhartigheden hebt Gij hen niet vernield, noch hen verlaten; want Gij zijt een genadig en barmhartig God.
hebt Gij
Hebreeuws, hebt Gij hun geen voleinding of vernieling gemaakt. Vergelijk Jer. 4:27 met de aantekening.
Hertaald:hebt Gij
Hebreeuws: hebt U hun geen voleinding of vernietiging gemaakt. Vergelijk Jer. 4:27 met de aantekening.
Nehemia 9 vers 32— Nu dan, o onze God, Gij grote, Gij machtige, en Gij vreselijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt; laat voor Uw aangezicht niet gering zijn al de moeite, die ons getroffen heeft, onze koningen, onze vorsten, en onze priesteren; en onze profeten, en onze vaderen, en Uw ganse volk, van de dagen der koningen van Assur af tot op dezen dag.
moeite,
Dat is, alle straffen en ellenden, die ons zijn overkomen.
Hertaald:moeite,
Dat is: alle straffen en ellende die ons overkomen zijn.
getroffen heeft,
Hebreeuws, gevonden.
Hertaald:getroffen heeft,
Hebreeuws: gevonden.
Assur
Dat is, Assyrië.
Hertaald:Assur
Dat is: Assyrië.
Nehemia 9 vers 33— Doch Gij zijt rechtvaardig, in alles, wat ons overkomen is; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld.
trouwelijk
Hebreeuws, waarheid, of trouw gedaan.
Hertaald:trouwelijk
Hebreeuws: waarheid, of trouw gehandeld.
Nehemia 9 vers 35— Want zij hebben U niet gediend in hun koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed, dat Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven hadt; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken.
aangezicht
Dat is, hun opengesteld en overgegeven hadt, om het in te nemen en te bezitten. Alzo elders dikwijls.
Hertaald:aangezicht
Dat is: hun opengesteld en overgegeven had om het in te nemen en te bezitten. Zo ook elders vaak.
Nehemia 9 vers 37— En het vermenigvuldigt zijn inkomste voor den koningen, die Gij over ons gesteld hebt, om onzer zonden wil; en zij heersen over onze lichamen en over onze beesten, naar hun welgevallen; alzo zijn wij in grote benauwdheid.
het vermenigvuldigt
Te weten, het land. Anders, zijn inkomst, of opkomst is groot, of menigvuldig; maar [willen zij zeggen] die is voor vreemde koningen en niet voor ons.
Hertaald:het vermenigvuldigt
Namelijk: het land. Anders: zijn opbrengst is groot, of overvloedig; maar [willen zij zeggen] die is voor vreemde koningen en niet voor ons.
Nehemia 9 vers 38— En in dit alles maken wij een vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen.
in dit alles
Of, om dit alles; te weten, al dit kwaad, dat ons is overkomen en nog tegenwoordig drukt; of van dit alles, dat is om te betuigen, dat wij dit alles oprechtelijk menen en ons verplichten tot ware bekering, om uw rechtvaardigen toorn af te wenden en uw zegen te ontvangen. Zie onder Neh. 10:29 .
Hertaald:in dit alles
Of: om dit alles; namelijk al dit kwaad dat ons overkomen is en nu nog drukt; of: van dit alles, dat is: om te betuigen dat wij dit alles oprecht menen en ons verplichten tot ware bekering, om Uw rechtvaardige toorn af te wenden en Uw zegen te ontvangen. Zie hieronder Neh. 10:29.
maken
Zie Gen. 15:17-18 .
Hertaald:maken
Zie Gen. 15:17-18.
vast
Hebreeuws, een vastigheid.
Hertaald:vast
Hebreeuws: een vastheid.
verzegelen
Hebreeuws, [zijn, of zullen zijn] tot, of over de zegeling, of het gezegelde; te weten, uit onzer aller naam. Anders, tot, of over de verzegeling [waren], enz. Verstaande dat de belijdenis met vs.37 nu wijders verhaald wordt wat zij na de belijdenis gedaan hebben tot hare bekrachtiging. Daarom hechten zij vs.38 aan Neh 10 , en zetten het aldus over: Van dit alles nu maakten wij een vast verbond en schreven het, enz.
Hertaald:verzegelen
Hebreeuws: [zijn, of zullen zijn] tot, of over de verzegeling, of het gezegelde; namelijk uit naam van ons allen. Anders: tot, of over de verzegeling [waren], enzovoort. Hierbij wordt begrepen dat de belijdenis in vers 37 nu verder wordt aangevuld met wat zij na de belijdenis gedaan hebben ter bevestiging ervan. Daarom sluiten zij vers 38 aan bij Neh. 10, en vertalen het zo: van dit alles nu maakten wij een vast verbond en schreven het op, enzovoort.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Doch Gij zijt rechtvaardig in alles wat ons overkomen is — het grote boetgebed loopt de hele geschiedenis van Israël door en komt telkens op hetzelfde uit: "Doch Gij zijt rechtvaardig, in alles, wat ons overkomen is; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld" (Neh. 9:33)
Op de vierentwintigste dag van dezelfde maand komt het volk samen met vasten en zakken, en met aarde op zich (Neh. 9:1). Zij zonderen zich af van alle vreemden en doen belijdenis van hun eigen zonden en van de ongerechtigheden van hun vaderen (Neh. 9:2). Een vierde deel van de dag lezen zij in het wetboek, en een vierde deel doen zij belijdenis en aanbidden zij (Neh. 9:3). Dan roepen de Levieten met luider stem, en zij beginnen niet bij de zonde maar bij God: Hij alleen is de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft en die alle levend maakt (Neh. 9:5-6). Vanaf de roeping van Abram loopt het gebed de geschiedenis door (Neh. 9:7-8). Telkens keert dezelfde beweging terug. Het volk verhardde de nek en weigerde te horen, en toch verliet God hen niet, want Hij is een God van vergevingen, genadig en barmhartig (Neh. 9:16-17). Zelfs bij het gouden kalf week de wolkkolom niet, werd de goede Geest gegeven om hen te onderwijzen, en veertig jaren lang ontbrak het hun aan niets (Neh. 9:18-21). Ook na de intocht ging het zo door: God waarschuwde hen door Zijn Geest, door de dienst van de profeten, maar zij neigden het oor niet, waarop Hij hen in de hand van de volken gaf (Neh. 9:29-30). Toch heeft Hij hen niet vernield (Neh. 9:31). Het gebed eindigt bij het heden: zij zijn knechten in hun eigen land, de opbrengst gaat naar vreemde koningen, en zij zijn in grote benauwdheid (Neh. 9:36-37). Daarom maken zij een vast verbond en schrijven het op, en de vorsten, Levieten en priesters zullen het verzegelen (Neh. 9:38).
Bijbelse betekenis: Dit is een van de langste gebeden van het Oude Testament, en het is opgebouwd als een geschiedenisles die op de knieën gehouden wordt. Wat het volk hier doet is hun eigen verhaal opnieuw vertellen met God als hoofdpersoon, en daarbij niets weglaten. De zonde van het gouden kalf wordt genoemd, de verharding onder de profeten, de ballingschap; en telkens staat er tegenover wat God deed. Het scharnier van het hele gebed staat in Neh. 9:33: Gij zijt rechtvaardig, wij hebben goddeloos gehandeld. Er wordt niets afgedongen op het oordeel en niets goedgepraat. Juist die eerlijkheid maakt het gebed vrijmoedig, want wie zijn eigen zaak niet meer hoeft te verdedigen, houdt zijn handen vrij om te pleiten op Gods barmhartigheid. Opmerkelijk is verder dat de belijdenis samengaat met het lezen: een vierde deel van de dag het Woord, een vierde deel belijdenis. Zonder het Woord weet een mens niet waarvan hij belijdenis doen moet.
Typologie: Jeremia trok in de puinhopen van Jeruzalem dezelfde slotsom als Neh. 9:31: "Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben" (Klaagl. 3:22). Beide gebeden verklaren het voortbestaan van het volk niet uit zijn eigen taaiheid maar uit Gods trouw. Dezelfde gestalte kwamen wij eerder tegen bij Ezra en Daniël (reeds behandeld bij Een nagel in Zijn heilige plaats, Ezra 9:5-15).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
Het lange gebed dat de hele geschiedenis doorloopt — 9:5-38
Het volk staat bijeen, in zakken gekleed en met aarde op het hoofd. De wet is voorgelezen en verstaan, en nu wordt er beleden. Het gebed dat volgt is het langste van het Oude Testament.
Zij lopen hun eigen geschiedenis door en komen telkens op hetzelfde uit: God hield Zijn woord, en zij hielden het niet.
Het gebed begint bij de schepping — Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen — en loopt dan de hele geschiedenis af: Abraham, Egypte, de Schelfzee, de Sinaï, de woestijn, het land, de richters, de profeten, de ballingschap.
En bij elke ronde staat hetzelfde patroon. God gaf, zij vergaten. Hij waarschuwde, zij hoorden niet. Hij gaf hen over, zij riepen, Hij verloste. Zij hebben zich weerspannig gedragen, staat er, en hun nek verhard.
Wat het gebed draagt is niet hun beterschap maar Gods volhouden. In de woestijn, zeggen zij, hebt Gij Uw goeden Geest gegeven om hen te onderwijzen, en Uw manna niet geweerd van hun mond, en water gegeven voor hun dorst. Veertig jaar lang zijn hun klederen niet verouderd en hun voeten niet gezwollen.
Het slot is niet triomfantelijk. Zij zijn terug in het land en toch knechten, en de opbrengst gaat naar vreemde koningen. Ziet, wij zijn heden knechten. Daarop sluiten zij een verbond en zetten er hun zegel onder.
Maar wie dit gebed uitleest, weet inmiddels wat zo'n verbond waard is, want zij hebben er zojuist zelf een geschiedenis van gebroken verbonden bij verteld. Dat is precies de bodem waarop Jeremia's belofte rust: er komt een verbond dat God zelf in het hart schrijft, waarbij Hij hun ongerechtigheid vergeeft en aan hun zonden niet meer gedenkt.
Nehemia 9:6 — Het gebed begint bij de schepping: Gij zijt die HEERE alleen.
Nehemia 9:20 — Uw goeden Geest, Uw manna, water voor hun dorst — God hield vol.
Nehemia 9:26 — Zij werden weerspannig en wierpen Uw wet achter hun rug.
Nehemia 9:36 — Ziet, wij zijn heden knechten — het herstel is onvoltooid.
Jeremia 31:33 — Daarom een nieuw verbond, in het hart geschreven.
Hebreeën 8:12 — Ik zal hun zonden en hun ongerechtigheden geenszins meer gedenken.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 8:6-12; Romeinen 3:23-24; Lukas 22:20
Hoever dit reikt: Niveau 3. Het Nieuwe Testament haalt dit gebed niet aan. De lijn loopt over de zaak zelf: een verbond dat door de mens telkens gebroken wordt, roept om een verbond dat God zelf houdt.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Nehemia 9:17.KruisverwijzingenPsalmen 86:5→Psalmen 86:15→Psalmen 78:11→Psalmen 78:42→Joël 2:13→Numeri 14:3→Psalmen 145:8→Psalmen 106:43→ — En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten. Als wij onszelf door en door onderzoeken, kunnen wij in onze gevallen natuur niets vinden dat ons bij de Allerhoogste kan aanbevelen. Menen wij dat wij een aanspraak op Gods goedheid hebben, dan zijn wij in de duisternis en bedriegen wij onszelf. Wanneer het ware licht van God komt, openbaart het onze naaktheid van alle verdienste of verontschuldiging, en toont het dat er in de menselijke natuur niets is dan wat de Heere tergt.
Zo is het gesteld met onze toestand zolang wij onwedergeboren zijn; en toch bevindt de ware gelovige zich vaak, wanneer de duisternis zich om hem samentrekt, in bijna dezelfde toestand. De kentekenen branden zwak, de kaars des Heeren schijnt gedoofd, en wat het ergste is: de zon van de goddelijke gunst is niet te bespeuren. Dan, terwijl wij overal rondtasten, kunnen wij in onszelf niets ontdekken dan wat ons doet zuchten en kermen; en in zo’n staat moesten wij het grote anker van het geloof uitwerpen en uit onszelf tot onze God vluchten. Het is altijd goed dat te doen, maar in het bijzonder op de donkere en duistere dag.
Tot Wie zouden wij ons om licht wenden dan tot de Zon der gerechtigheid? Waar kunnen wij om genade zien dan tot de God aller genade? Als wat ik ben mij doet vertwijfelen, laat mij dan bedenken wat God in Christus is, en ik zal hoop hebben. Hij is een vergevend God. Hij hoeft niet overreed te worden om te vergeven. Hij is een God Die wil, en meer dan wil — gereed, klaarstaand om genadig te zijn. Wij hebben een God Die staat als een gastheer bij een maal dat geheel bezorgd en toebereid is, en Die zegt: mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft (Matth. 22:4). Niet alleen zijn alle dingen gereed, maar God Zelf is gereed: En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over ulieden ontferme (Jes. 30:18).
II. Vs. 1-37.KruisverwijzingenNehemia 13:3→Genesis 1:1→Nehemia 13:30→Ezra 10:11→2 Koningen 19:15→Genesis 11:31→Deuteronomium 10:14→Genesis 2:1→ — Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand verzamelden zich de kinderen Israels met vasten en met zakken, en aarde was op hen. En het zaad Israels scheidde zich af van alle vreemden. En zij stonden, en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden. Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God. Jesua nu, en Bani, Kadmiel, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Chenani, stonden op het hoge gestoelte der Levieten, en riepen met luider stem tot den HEERE, hun God; En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs! Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; en het heir der hemelen aanbidt U. Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeen uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham. En Gij hebt zijn hart getrouw gevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaanieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt. En Gij hebt aangezien onzer vaderen ellende in Egypte, en Gij hebt hun geroep gehoord aan de Schelfzee; En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage. De dag, volgende op den verbodsdag, den 23sten Tisri, wordt als een gewone dag doorgebracht; op den 24sten van dezelfde maand komt de vastende en treurende gemeente weer bijeen, om gemeenschappelijk belijdenis te doen voor hun zonden, en om nu, dewijl zij op den dag der nieuwe maan (Hoofdstuk 8: 1 vv.) om de vreugde van dien blijden feestdag niet te storen, de uiting hunner smart hadden moeten inhouden, nu rouw te bedrijven en boete te doen voor de overtreding der hun voorgelezene wet. Drie uren lang duurt nu op dezen dag de voorlezing der wet; daarna doen zij in de daarop volgende drie uren belijdenis van hun zonden, waarbij de Levieten van hun standplaatsen voorgaan in het zingen en uitspreken van boet- en bede-psalmen, om den Heere te smeken zich te erbarmen over de gemeente, die om genade bidt; waarna zij in lof- en dank-psalmen Gods heerlijken naam verhogen in een uitgebreider lied, dat met ene belijdenis van zonden eindigt, en de bereidwilligheid der gemeente uitdrukt, om het verbond met God te vernieuwen en zich opnieuw aan Zijnen dienst te verbinden.
KruisverwijzingenJozua 7:6→Nehemia 8:2→1 Samuël 4:12→Ezra 8:23→Esther 4:3→2 Samuël 1:2→2 Kronieken 7:10→Esther 4:16→— Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand verzamelden zich de kinderen Israels met vasten en met zakken, en aarde was op hen.
Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand Tisri, nadat de 23ste dag zonder heilige vergadering was voorbij gegaan, verzamelden zich de kinderen Israël’s weer op de heilige plaats en wel deze keer om de boetedoening, die door de toespraak van Nehemia, Ezra en de Levieten was afgebroken, (Hoofdstuk 8: 9), weer op te nemen, met vasten en met zakken haren boetegewaad, en aarde was op hen (Deuteronomium 14: 2 ).
KruisverwijzingenNehemia 13:3→Nehemia 13:30→Ezra 10:11→Daniël 9:20→Daniël 9:3→Hosea 5:7→Psalmen 144:11→Nehemia 1:6→— En het zaad Israels scheidde zich af van alle vreemden. En zij stonden, en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden.
En het zaad Israël’s scheidde zich, omdat de gemeente alleen met haren God wilde verkeren, en hare aangelegenheden met Hem wilde vereffenen, af van alle vreemden 1); zij namen de nauwkeurigste voorzorgen, dat alleen zuivere leden van het verbondsvolk in de vergadering tegenwoordig waren. En zij stonden en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden 2), schaarden zich bij elkaar om plechtig den Heere te bekennen, dat zij en hun vaderen gezondigd hebben.
Zij, die door gebeden en verbondmakingen zich met God verenigen, moeten zich van de zonde en zondaren afscheiden, want wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?.
Vasten zonder bidden is een lichaam zonder ziel. Het vasten moet dienen ter voorbereiding van een waar en waarachtig schuld belijden. Zulk een vastendag als hier plaats had, was niet in de Wet Gods voorgeschreven, maar is vrij zeker door Nehemia ingesteld, opdat de heiligheid des volks bevorderd zou worden en Israël zich zou kennen, als een afgezonderd, den Heere geheiligd, volk.
KruisverwijzingenNehemia 8:7→Nehemia 8:3→— Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God.
Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zonder hun plaats op de markt voor de Waterpoort (Hoofdstuk 8: 1 en 7) te verlaten, zo lazen zij de in het vorige Hoofdstuk genoemden, voor de gemeente (Hoofdstuk 8: 4 vv.) in het wetboek des HEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag d.i. drie uren lang (Exodus 12: 2 ), en op een of, het ander vierendeel, nadat de voorlezingen geëindigd waren deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hunnen God 1), op de wijze zoals in vs. 4 wordt opgegeven.
Eerst werden drie uren besteed aan het lezen en behandelen van Gods Woord en Wet en daarna verenigde men zich, bij monde van de in vs. 4 genoemden, in gemeenschappelijk gebed en dankzegging tot den Heere God. Want wat ons in de volgende verzen wordt meegedeeld en wat de genoemde Levieten uitriepen, was aan de ene zijde een roemen in de goedheid en genade Gods, en aan de andere zijde een belijden van schuld en een tot den Heere vlieden met belijdenis van zonde. Zagen zij op den Heere, dan was er ruime stof, om des Heren Naam te danken, zagen zij op zich zelven, dan was er overvloedige reden tot schuldbelijdenis. Zo behoort het altijd, bij het naderen tot den Heere, te zijn. Een juist inzicht in de genade Gods houdt den biddende klein en doet hem met schaamte tot zich zelven inkeren.
KruisverwijzingenNehemia 8:7→2 Kronieken 20:19→Nehemia 12:8→Nehemia 10:9→Psalmen 77:1→Johannes 11:43→Psalmen 3:4→Psalmen 130:1→— Jesua nu, en Bani, Kadmiel, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Chenani, stonden op het hoge gestoelte der Levieten, en riepen met luider stem tot den HEERE, hun God;
Jesua nu, en Bani, Kadmiël, Sebanja, Bunni 1), of Binnui zoals die naam in Hoofdstuk 10: 9 wordt opgegeven, Serebja, Bani en Chenani, de hoofden der verschillende afdelingen der Levieten, stonden toen de openbare belijdenis van zonden, in het tweede vierendeel des daags zou aanvangen, op het hoge gestoelte der Levieten, vermoedelijk niet allen op één gestoelte, dit zou slechts verwarring hebben veroorzaakt, maar ieder zal op ene verhevene plaats hebben gestaan en riepen 2), in een door hen aangeheven gezang van boet- en bedepsalmen met luider stem tot den HEERE, hunnen God, voor de ganse gemeente.
Sommigen menen, dat deze naam, die voor de tweede maal voorkomt, bij vergissing hier is opgegeven, anderen geven hier den naam van Banni op.
Anderen, zoals Rambach, zijn van gevoelen, dat de Levieten elkaar hebben afgewisseld, zodat elk op zijn beurt tot den Heere riep. Het is duidelijk, dat wat in vs. 4 en in vs. 5 wordt vermeld, wel is te onderscheiden, en wel zo, dat eerst een roepen tot den Heere heeft plaats gehad, en dat daarna (vs. 6) er een loven van den Heere heeft plaats gehad in een boet- en bedepsalm.
KruisverwijzingenPsalmen 103:1→Mattheüs 11:25→Psalmen 117:1→Psalmen 72:18→1 Petrus 1:3→Ezra 3:11→1 Kronieken 29:13→Psalmen 16:2→— En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!
En de Levieten, de hoofden der afdelingen Jesua, en Kadmiël, Bani, Hasabneja, Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, hoewel andere mannen als in vs. 4 genoemd zijn, toch komen enkele overeen; zij zeiden, Staat op, looft nu, enigszins doelende op de genadige verhoring van de zo-even opgezondene gebeden, den HEERE, uwen God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den naam Uwer heerlijkheid, o Heere, die verhoogd is boven allen lof en prijs 1) veel te hoog, dan dat Hij naar waarde zou kunnen geloofd en geprezen worden!
Eerst richtten de Levieten het woord tot het volk, maar ook terstond daarop breidden zij hun handen uit voor den Heere God, opdat Hij Zijne Goddelijke goedkeuring en zegen mocht schenken op wat nu zou plaats hebben. Volgens de Septuaginta heeft het volk bij monde van Ezra gesproken, wat nu verder vermeld wordt.
KruisverwijzingenGenesis 1:1→2 Koningen 19:15→Deuteronomium 10:14→Genesis 2:1→Jesaja 37:16→Deuteronomium 6:4→Jesaja 44:8→Jesaja 44:6→— Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; en het heir der hemelen aanbidt U.
1) Daarop begon het lof- en prijsgezang: Gij zijt die HEERE alleen, die den naam van Heere verdient a); Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen (Deuteronomium 10: 14 ), en al hun heir, zon, maan en sterren aan den zichtbaren, de engelen echter in den onzichtbaren hemel, de aarde en al wat daarop is, de zeeën, en al wat daarin is (Hand. 4: 24), en Gij maakt die allen levend, wat op aarde en in de zee leeft; en het heir der hemelen, de heilige engelen, aanbidt U, (Psalm 103: 21; 148: 2).
Met vs. 6 heft het lofgezang aan met de bekentenis, dat Jehova de Schepper en Onderhouder is van hemel en aarde, Abraham verkozen heeft en een verbond met hem heeft gesloten, om zijn zaad het land Kanaän te geven, en dit woord heeft vervuld (6-8). Deze verzen vormen het thema van dit lofgezang ter ere der heerlijkheid Gods, hetwelk dan in vier afdelingen met feiten uit Israël’s geschiedenis wordt opgehelderd. a. Als God de ellende van zijn volk in Egypte zag, heeft Hij door tekenen en wonderen het uit het geweld van Farao verlost, bij Sinaï het Zijn recht en Zijne wetten gegeven, in de woestijn het wonderbaar met brood en water verzorgd en hun geboden het beloofde land in te nemen (9-15). b. Ofschoon nu de vaderen reeds in de woestijn zich tegen Hem hadden gekeerd, heeft God desniettegenstaande Zijne genade hun niet onttrokken, maar ze 40 jaren lang in de woestijn met alle nooddruft verzorgd, en koningen voor hun aangezicht verslagen, opdat zij het land veroveren en in bezit konden nemen (vs. 16-25). c. Ook daarna in het vaderland stonden zij weer tegen Hem op, zodat God hen in de handen hunner verdrukkers moest geven, maar zo dikwijls zij weer tot Hem riepen, hielp Hij hen ook weer, totdat Hij hen eindelijk wegens hun voortdurend wederstreven in het geweld der volken der landen moest geven, echter zonder hen naar Zijne barmhartigheid geheel te verwerpen (vs. 26-31). d. Zo moge Hij dan ook nu de ellende van Zijn volk aanzien, als die God, die het Verbond en de Genade bewaart, ofschoon zij de moeilijkheid, die zij ondervinden, door hun zonden hebben verdiend.
KruisverwijzingenGenesis 11:31→Genesis 17:5→Handelingen 7:2→Deuteronomium 10:15→Jozua 24:2→Genesis 12:1→Jesaja 51:2→Jesaja 41:8→— Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeen uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham.
Gij zijt die HEERE, de God, die Abram hebt verkoren, en hem a) uit Ur der Chaldeeën uitgevoerd; en Gij hebt zijnen b) naam gesteld Abraham.
(Genesis 11: 31,32 12: 1. b) Genesis 17: 5.
KruisverwijzingenGenesis 15:6→Genesis 15:18→Jozua 23:14→Genesis 12:7→Hebreeën 6:18→Genesis 17:7→Jozua 21:43→Psalmen 105:43→— En Gij hebt zijn hart getrouw gevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaanieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt.
a) En gij hebt zijn hart getrouw, gelovig gevonden voor Uw aangezicht en hebt een verbond met hem gemaakt b) a dat Gij zoudt geven het land der Kanaänieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijnen zade zoudt geven; en Gij hebt Uwe woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig 1) zijt, en getrouw in de vervulling Uwer eenmaal gedane beloften.
God wordt hier rechtvaardig genoemd, omdat Hij vervult, wat Hij belooft, omdat Zijne woorden en Zijne daden volstrekt met elkaar in overeenstemming zijn.
KruisverwijzingenExodus 14:10→Exodus 2:25→Exodus 3:16→Handelingen 7:34→Exodus 3:7→— En Gij hebt aangezien onzer vaderen ellende in Egypte, en Gij hebt hun geroep gehoord aan de Schelfzee;
a) En Gij hebt aangezien onzer vaderen ellende in Egypte (Exodus 1: 11), en Gij hebt hun geroep gehoord aan de Schelfzee (Exod 15: 4);
Exodus 3: 7; 14: 10.
KruisverwijzingenDaniël 9:15→Jeremia 32:20→Exodus 14:1→Deuteronomium 4:34→Jesaja 63:12→Exodus 5:2→Exodus 18:11→Jesaja 63:14→— En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage.
a) En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijne knechten, en aan al het volk zijns lands (Deuteronomium 6: 22); want Gij wist, dat zij, de Egyptenaren, trotselijk tegen hen handelden, hen in overmoed onderdrukten; en Gij hebt U enen naam gemaakt, als het is te dezen dage 1), want nu nog wordt Gij als de God geprezen, die tekenen en wonderen doet.
Exodus 7: 8-14.
Dit wil niet alleen zeggen, dat nu nog aan de wonderen en tekenen gedacht wordt. Ook dit, maar ook, dat de Heere zich nog altijd als diezelfde God openbaart, die Zijne wonderen groot maakt. De Onveranderlijkheid God wordt hier door het volk Israël’s groot gemaakt. De Naam Gods was ook hierdoor groot gemaakt, dat Israël weer op eigen erve was gesteld.
KruisverwijzingenPsalmen 78:13→Exodus 14:21→Exodus 14:27→Jesaja 63:11→Psalmen 136:13→Psalmen 66:6→Psalmen 106:9→Hebreeën 11:29→— En Gij hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden der zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt Gij in de diepten geworpen, als een steen in sterke wateren.
a) En Gij hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden der zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt Gij in de diepte geworpen, als enen steen in sterke wateren.
Exodus 14: 21 vv.; 15: 5,10,19.
KruisverwijzingenExodus 13:21→Nehemia 9:19→Psalmen 105:39→Exodus 14:19→Psalmen 107:7→Psalmen 143:8→Psalmen 78:14→— En Gij hebt ze des daags geleid met een wolkkolom, en des nachts met een vuurkolom, om hen te lichten op den weg, waarin zij zouden wandelen.
a) En Gij hebt hen des daags geleid met ene wolkkolom, en des nachts met ene vuurkolom, om hen te lichten op den weg, waarin zij zouden wandelen (Numeri 14: 14. 14.14 (Psalm 78: 14,53).
Exodus 13: 21; 14: 19; 40: 38; Psalm 105: 39.
KruisverwijzingenExodus 20:1→Exodus 19:11→Deuteronomium 5:22→Psalmen 119:127→Psalmen 119:160→Deuteronomium 4:33→Habakuk 3:3→Hebreeën 12:18→— En Gij zijt neergedaald op den berg Sinai, en hebt met hen gesproken uit den hemel; en Gij hebt hun gegeven rechtmatige rechten, en getrouwe wetten, goede inzettingen en geboden.
a) En Gij zijt nedergedaald op den berg Sinaï, en hebt met hen gesproken uit den hemel; en Gij hebt hen gegeven rechtmatige rechten, en getrouwe wetten, goede inzettingen en geboden.
Exodus 19: 20; 20: 1 vv. Deuteronomium 4: 36.
KruisverwijzingenGenesis 2:3→Exodus 20:8→Ezechiël 20:20→Ezechiël 20:12→Deuteronomium 4:5→Johannes 1:17→Nehemia 1:8→Deuteronomium 4:45→— En Gij hebt Uw heiligen sabbat bekend gemaakt; en Gij hebt hun geboden, en inzettingen en een wet bevolen, door de hand van Uw knecht Mozes.
En Gij hebt hun Uwen heiligen sabbat bekend gemaakt 1); en Gij hebt hun geboden, en inzettingen en ene wet bevolen, door de hand van Uwen knecht Mozes (Exodus 16: 23).
De instelling, of liever de handhaving van den Sabbat wordt nog eens opzettelijk vermeld, hoewel deze ook behoorde tot de rechten en wetten, in het vorige vers genoemd. Waarom? omdat zij een bijzondere blijk was van Gods goedheid, hen onderscheidende van alle de heidense volken en bovenal dienstig was, om de gemeenschap met God te onderhouden, om den Heere op dien dag inzonderheid te dienen. Op de geestelijke zijde van den Sabbat wordt hier vooral gewezen, op het grote doel, het opzettelijk en op bijzondere wijze dienen van den Heere God.
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:8→Exodus 17:6→1 Korinthe 10:3→Exodus 16:14→Exodus 16:4→Psalmen 105:40→Deuteronomium 8:3→Psalmen 77:15→— En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hun honger, en hun water uit de steenrots voortgebracht voor hun dorst; en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uw hand ophieft, dat Gij het hun zoudt geven.
a) En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hunnen honger, en hun b) water uit de steenrots voortgebracht voor hunnen dorst (Exodus 17: 4. (Psalm 105: 40; 78: 24 vv.), en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uwe hand ophieft (Numeri 14: 30), wat Gij met ede beloofd hebt, dat gij het hen zoudt geven.
(Exodus 16: 4. b) Exodus 17: 6. Num 20: 9.
KruisverwijzingenNehemia 9:10→Nehemia 9:29→Psalmen 81:11→Deuteronomium 31:27→Exodus 15:26→Deuteronomium 9:13→Deuteronomium 9:6→Psalmen 81:8→— Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hun nek verhard, en niet gehoord naar Uw geboden;
Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hunnen nek verhard, en niet gehoord naar Uwe geboden (Jer. 7: 26; 17: 23).
KruisverwijzingenPsalmen 86:5→Psalmen 86:15→Psalmen 78:11→Psalmen 78:42→Joël 2:13→Numeri 14:3→Psalmen 145:8→Psalmen 106:43→— En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.
En zij hebben geweigerd te horen 1), en niet gedacht aan Uwe wonderen, die Gij bij hen gedaan hebt, en hebben hunnen nek verhard, en in hun weerspannigheid een a) hoofd, een leidsman, gesteld, die hen zou aanvoeren om weer te keren tot hun dienstbaarheid, die toch hun vroeger zo ondraaglijk geweest was. Doch Gij b), een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.
(Numeri 14: 4. b) Exodus 34: 7. Numeri 14: 18 Psalm 86: 5.
Trotsheid en hoogmoed is de grond van ‘s mensen hardnekkigheid en ongehoorzaamheid. Zij achtten het beneden zich den nek te buigen onder het juk van Gods geboden, en hielden het voor een groot meesterstuk hun eigen wil dien van God te doen wederstreven. Twee dingen zijn er, op welken zij niet genoeg letten, anders hadden zij geenszins zo verkeerdelijk en tegen hun eigen belang aan te werk gegaan. Zij hoorden het Woord van God wel lezen en verklaren, maar luisterden geenszins naar Gods wetten en bevelen. Zij zagen ten anderen wel Gods wetten, maar letten er niet op en erkenden ze in geen geval voor wonderdaden; want hadden zij ze in dit licht beschouwd en geloofd, zij zouden den Heere dan ook wel, uit een beginsel van ware vreze en een heilig geloof, gehoorzaamd hebben en hadden zij op zijne goedertierenheid gelet, zo zouden zij Gods geboden uit een beginsel van zuivere dankbaarheid en heilige liefde opgevolgd en waargenomen hebben.
Het is dikwijls even moeilijk om de gebrokenen van harte te doen hopen, als het vroeger was ze te doen vrezen. Is het ook zo met u? Beschouw deze heerlijke belofte-een God gereed om te vergeven. Dit is bemoedigend voor hen, die door genade geleerd hebben te geloven. De gelovigen zijn vijanden van de zonde, maar toch zijn in hun lichamen hun plichten bezoedeld, en zij moeten uitroepen: “Zo Gij, Heere, onze ongerechtigheden aanziet, o Heere, wie zal bestaan? Maar in plaats van ons terug te trekken van God door het gevoel van onze onwaardigheid, waartoe de vijand onzer zielen ons aanzet, laat ons met vrijmoedigheid toegaan tot dan troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om ter bekwamer tijd geholpen te worden. Hij is een God, die gaarne vergeeft.
KruisverwijzingenExodus 32:4→Psalmen 106:19→Ezechiël 20:7→Exodus 32:31→Deuteronomium 9:12→— Zelfs, als zij zich een gegoten kalf gemaakt hadden, en gezegd: Dit is uw God, Die u uit Egypte heeft opgevoerd; en grote lasteren gedaan hadden;
a) Zelfs 1), als zij zich een gegoten kalf gemaakt hadden, en gezegd: Dit is uw God, die u uit Egypte heeft opgevoerd, en grote lasteren, smaadheden tegen God, gedaan hadden;
Exodus 32: 1 vv.
Of: Ja, een gegoten kalf hebben zij zich gemaakt, en gezegd: Op burgerlijk en godsdienstig gebied hebben zij tegen den Heere gezondigd, dewijl zij niet een theocratisch volk wilden zijn.
KruisverwijzingenNehemia 9:27→Nehemia 9:12→Psalmen 106:45→Nehemia 9:31→1 Korinthe 10:1→Daniël 9:9→Daniël 9:18→Numeri 14:14→— Hebt Gij hen nochtans door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom des nachts, om hen te lichten, en dat, op den weg, waarin zij zouden wandelen.
Hebt Gij of, Gij echter hebt hen nochtans door Uwe grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn: de a) wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom 1) des nachts, om hen te lichten, en dat op den weg, waarin zij zouden wandelen.
Exodus 13: 22; 40: 38. Numeri 14: 14.
Daarin, dat de wolk- en vuurkolom bij hen bleef, erkent de dichter het feit, dat de Heere God Zijn volk niet verliet. Waarom? Omdat de Heere in die wolk- en vuurkolom was. Die wolk was het symbool van des Heren tegenwoordigheid, zodat wij dan ook lezen, dat de Heere uit die wolk tot Israël sprak.
KruisverwijzingenNumeri 11:17→Nehemia 9:30→Exodus 16:15→Exodus 17:6→Exodus 16:35→Jesaja 63:11→Psalmen 143:10→Jesaja 41:17→— En Gij hebt Uw goeden Geest gegeven om hen te onderwijzen; en Uw Manna hebt Gij niet geweerd van hun mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hun dorst.
a) En Gij hebt hun Uwen goeden Geest (Psalm 143: 10) gegeven in de woorden, die Mozes ook daar tot hen sprak en waar Gij aan de zeventig oudsten den Geest der profetie gaaft, om hen te onderwijzen; en Uw Man b) hebt Gij niet geweerd van hunnen mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hunnen dorst (Numeri 20: 8).
(Numeri 11: 17. b) Jozua 5: 12.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:7→Deuteronomium 8:4→Deuteronomium 29:5→Exodus 16:35→Handelingen 13:18→Numeri 14:33→Psalmen 34:10→Deuteronomium 8:2→— Alzo hebt Gij hen veertig jaren onderhouden in de woestijn; zij hebben geen gebrek gehad; hun klederen zijn niet veroud, en hun voeten niet gezwollen.
a) Alzo hebt Gij hen veertig jaar onderhouden in de woestijn: zij hebben geen gebrek gehad: hun klederen zijn niet veroud, en hun voeten zijn niet gezwollen.
Deuteronomium 2: 7; 8: 4; 29: 5.
KruisverwijzingenNumeri 21:21→Psalmen 136:17→Deuteronomium 3:1→Jozua 11:23→Jozua 10:11→Deuteronomium 32:26→Psalmen 135:10→Psalmen 105:44→— Voorts hebt Gij hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken. Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van Sihon, te weten, het land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan.
Voorts hebt Gij hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken, naar bepaalde grenzen in het oosten, het zuiden, het westen en het noorden. Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van a) Sihon, te weten, het land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan (Numeri 21: 24,35).
Numeri 21: 21,33.
KruisverwijzingenGenesis 22:17→Genesis 15:5→Genesis 17:8→1 Kronieken 27:23→Genesis 12:7→Genesis 13:15→Jozua 1:1→Genesis 15:18→— Gij hebt ook hun kinderen vermenigvuldigd, als de sterren des hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun vaderen hadt gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te bezitten.
Gij hebt ook hun kinderen a) vermenigvuldigd, nadat er zeer velen in de woestijn waren gevallen van wege ongeloof, als de sterren des hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun vaderen hebt gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te bezitten. (Deuteronomium 1: 10: 7: 12 vv. (Jozua 1: 11).
Genesis 22: 17.
KruisverwijzingenJozua 18:1→Jozua 21:43→Jozua 11:23→Psalmen 44:2→1 Kronieken 22:18→Numeri 14:31→2 Timotheüs 2:26→Jozua 21:45→— Alzo zijn de kinderen daarin gekomen, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaanieten, voor hun aangezicht ten ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun koningen en de volken des lands, om daarmede te doen naar hun welgevallen.
Alzo zijn de kinderen a) daarin gekomen, dewijl de vaderen in de woestijn waren omgekomen, behalve Jozua en Hun, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaänieten, voor het aangezicht te ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun koningen en de volken des lands, om daarmee te doen naar hun welgevallen, naar hun welgevallen.
Jozua 1,2,3 vv. Deuteronomium 9.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:15→Nehemia 9:35→Deuteronomium 3:5→Deuteronomium 32:13→Deuteronomium 6:10→Hosea 3:5→1 Koningen 8:66→Ezechiël 20:6→— En zij hebben vaste steden en een vet land ingenomen, en erfelijk bezeten, huizen, vol van alle goed, uitgehouwen bornputten, wijngaarden, olijfgaarden en bomen van spijze, in menigte; en zij hebben gegeten, en zijn zat en vet geworden, en hebben in wellust geleefd, door Uw grote goedigheid.
En zij hebben vaste steden, zoals Jericho en Al, en een vet land (Numeri 13: 20) ingenomen, en erfelijk bezeten, huizen vol van alle goed (Deuteronomium 6:
,uitgehouwene bornputten, wijngaarden, olijfgaarden en bomen van spijze, in menigte; en zij hebben gegeten, en zijn zat en vet geworden (Deuteronomium 32: 15. Jer. 5: 28), en hebben in wellust geleefd, door Uwe grote goedigheid.
Kruisverwijzingen1 Koningen 14:9→Richteren 2:11→Nehemia 9:18→1 Koningen 18:4→1 Koningen 19:10→Handelingen 7:52→Mattheüs 21:35→2 Kronieken 36:16→— Maar zij zijn wederspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uw wet achter hun rug geworpen, en Uw profeten gedood die tegen hen betuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren gedaan.
Maar zij zijn weerspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uwe wet achter hunnen rug geworpen, en a) Uwe profeten gedood, die tegen hen getuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren, ondeugden, gedaan 1).
1 Koningen 18: 4; 19: 10. 2 Kronieken 24: 20.
De dichter geeft hier een overzicht over den gehelen tijd, van af de inneming van Kanaän tot aan de Ballingschap. Het verlossers geven (vs. 27) ziet wel op de tijden der richters, maar het doden der profeten op de latere tijden der koningen. In de volgende verzen wordt er meer op bijzonderheden gewezen, zodat wat in vs. 27 wordt meegedeeld, op den tijd der Richteren slaat en in vs. 29 en 30 op de dagen der koningen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 13:5→1 Samuël 12:10→2 Kronieken 36:17→Richteren 10:15→Richteren 2:18→Deuteronomium 31:16→Obadja 1:21→Richteren 6:6→— Daarom hebt Gij hen gegeven in de hand hunner benauwers, die hen benauwd hebben; maar als zij in den tijd hunner benauwdheid tot U riepen, hebt Gij van den hemel gehoord, en hun naar Uw grote barmhartigheden verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten.
a) Daarom hebt Gij hen gegeven in de hand hunner benauwers, die hen benauwd hebben (Richteren 2: 6 vv.); maar als zij in den tijd hunner benauwdheid tot U riepen, hebt Gij van den hemel gehoord, en hun naar Uwe grote barmhartigheden verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten.
Richteren 2: 14. vv.
KruisverwijzingenRichteren 3:30→Richteren 3:11→Richteren 5:31→Richteren 4:1→Jesaja 63:15→1 Koningen 8:33→1 Koningen 8:39→Psalmen 106:43→— Maar als zij rust hadden, keerden zij weder om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt.
Maar als zij rust hadden, keerden zij weer om kwaad te doen, voor Uw aangezicht, zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uwe barmhartigheden tot vele tijden tot vele malen uitgerukt uit hun benauwdheden.
KruisverwijzingenNehemia 9:16→Nehemia 9:10→Nehemia 9:26→Leviticus 18:5→Zacharia 7:11→Jeremia 43:2→Deuteronomium 4:26→Jeremia 17:23→— En Gij hebt tegen hen betuigd, om hen te doen wederkeren tot Uw wet; maar zij hebben trotselijk gehandeld, en niet gehoord naar Uw geboden, en tegen Uw rechten, tegen dezelve hebben zij gezondigd, door dewelke een mens, die ze doet, leven zal; en zij hebben hun schouder teruggetogen, en hun nek verhard, en niet gehoord.
En gij hebt tegen hen betuigd, door den mond der vele profeten in den tijd der koningen om hen te doen wederkeren tot Uwe wet; maar zij hebben niet geluisterd maar trotselijk gehandeld, en niet gehoord naar Uwe geboden, en tegen Uwe rechten, tegen deze hebben zij gezondigd a), door welke een mens, die ze doet, leven (Leviticus 18: 5),zal; en zij hebben hunnen schouder teruggetogen, als ene onbandige koe, die het juk niet dragen wil (Hosea 4:
zo hebben zij de geboden Gods niet willen aannemen en hunnen nek verhard en niet gehoord.
KruisverwijzingenHandelingen 7:51→Jesaja 42:24→Klaagliederen 2:17→2 Koningen 17:13→Jesaja 63:10→Zacharia 7:13→Nehemia 9:26→2 Kronieken 36:15→— Doch Gij vertoogt het vele jaren over hen, en betuigdet tegen hen door Uw Geest, door den dient Uwer profeten, maar zij neigden het oor niet; daarom hebt Gij hen gegeven in de hand van de volken der landen.
Doch Gij vertoogt het vele jaren over hen Gij hebt Uwe oordelen langen tijd opgeschort, en a) betuigdet tegen hen door Uwen Geest, door den dienst Uwer profeten (2 (Kronieken 24: 19 v. 36: 15. Jer. 35: 15), maar zij neigden het oor niet, daarom hebt Gij hen gegeven in de hand van de volken der landen van de Assyriërs en de Babyloniërs (Psalm 106: 40 vv.).
2 Koningen 17: 13. 2 Kronieken 36: 15.
Kruisverwijzingen2 Koningen 17:3→Nehemia 1:5→Deuteronomium 7:9→Deuteronomium 7:21→2 Koningen 15:19→2 Koningen 15:29→Jesaja 7:17→1 Koningen 8:23→— Nu dan, o onze God, Gij grote, Gij machtige, en Gij vreselijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt; laat voor Uw aangezicht niet gering zijn al de moeite, die ons getroffen heeft, onze koningen, onze vorsten, en onze priesteren; en onze profeten, en onze vaderen, en Uw ganse volk, van de dagen der koningen van Assur af tot op dezen dag.
Nu dan, o onze God, Gij grote, Gij machtige en Gij vreselijke God, die het verbond der weldadigheid houdt (Hoofdstuk 1: 5. Deuteronomium 7: 21)! laat voor Uw aangezicht niet gering zijn wil niet gering achten, maar merkt het aan als iets zwaars, als een zware tuchtroede al de moeite, die ons getroffen heeft, onze koningen, onze vorsten, en onze priesters, en onze profeten en onze vaderen, en Uw ganse volk, van de dagen der koningen van Assur, waarmee de heerschappij der Heidense koningen begonnen is, af, tot op dezen dag.
KruisverwijzingenGenesis 18:25→Psalmen 106:6→Jeremia 12:1→Daniël 9:5→Psalmen 145:17→Job 33:27→Job 34:23→Psalmen 119:137→— Doch Gij zijt rechtvaardig, in alles, wat ons overkomen is; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld.
Doch Gij zijt a) rechtvaardig, in of, bij alles, wat ons overkomen is want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld.
Deuteronomium 32: 4. Dan. 9: 14.
KruisverwijzingenDeuteronomium 31:21→2 Koningen 17:13→Nehemia 9:30→Jeremia 29:19→2 Koningen 17:15→— En onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze vaders hebben Uw wet niet gedaan; en zij hebben niet geluisterd naar Uw geboden, en naar Uw getuigenissen, die Gij tegen hen betuigdet.
En onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze vaders 1) hebben Uwe wet niet gedaan: zij hebben niet geluisterd naar Uwe geboden, en naar Uwe getuigenissen, die Gij door middel van de Profeten tegen hen betuigdet.
Bij de opsomming van de verschillende standen, missen we dien der profeten, dewijl zij wel hebben geleden om de zonde des volks, maar tegen de zonde en overtreding hebben getuigd en gesproken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:47→Deuteronomium 8:7→Deuteronomium 32:12→Deuteronomium 31:21→Nehemia 9:25→Romeinen 3:4→Jeremia 5:19→— Want zij hebben U niet gediend in hun koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed, dat Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven hadt; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken.
Want zij hebben U niet gediend in hun zelfstandig koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed onder de bewijzen uwer vele zegeningen, dat die Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven had; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken 1).
Tegenover over de vele en velerlei zegeningen Gods, wordt hier niets verzwegen van de zonde des volks. Er spreekt zich hier een diep gevoel van schuld en zonde uit, en in dit ootmoedig schuld belijden ontvangt God, de Heere, de ere van al Zijn werk. Wanneer dan ook in de volgende verzen gewezen wordt op de ellende, waarin men verkeert, schrijft men God niet voor, wat Hij doen moet, om Zijn volk te zegenen, maar geeft men zich geheel aan het vrij en vrijmachtig welbehagen Gods over, opdat Hij in vrije gunst met het teruggekeerde Israël moge handelen naar Zijn welbehagen.
KruisverwijzingenEzra 9:9→Deuteronomium 28:48→2 Kronieken 12:8→— Zie, wij zijn heden knechten; ja, het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt, om de vrucht daarvan, en het goede daarvan te eten, zie, daarin zijn wij knechten.
Zie, wij zijn heden knechten, ja het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt, om de vrucht daarvan, en het goede daarvan te eten, zie, daarin zijn wij knechten, want wij hangen geheel af van de macht der Perzische koningen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:33→Deuteronomium 28:51→Leviticus 26:17→Ezra 7:24→Ezra 6:8→Ezra 4:13→Nehemia 5:8→Deuteronomium 28:48→— En het vermenigvuldigt zijn inkomste voor den koningen, die Gij over ons gesteld hebt, om onzer zonden wil; en zij heersen over onze lichamen en over onze beesten, naar hun welgevallen; alzo zijn wij in grote benauwdheid.
En het vermenigvuldigt zijne inkomsten, zijne voortbrengselen niet voor ons, de rechtmatige bezitters van het land, maar voor de koningen, die Gij over ons gesteld hebt, om onzer zonden wil; en zij heersen over onze lichamen, want wij zijn genoodzaakt in hun legers te dienen, en over onze beesten, want zij bedienen zich van onze trekdieren om hun werk te verrichten, naar hun welgevallen, naar hun goeddunken; alzo zijn wij in grote benauwdheid; help ons dan, zo het U behaagt, uit onzen nood, en laat ons op nieuw een zelfstandig volk worden. Hier zou, tegen de gewone indeling in, het 10de hoofdstuk moeten aanvangen, omdat vs. 38 zich geheel daaraan aansluit. De lofzang eindigt met vs. 37, en met vs 38 begint de geschiedenis van het verzegelde verbond van de kinderen Israël’s. Wij vangen dus hier ene nieuwe afdeling aan.
In den Hebr. Bijbel begint met vs. 38 dan ook Hoofdstuk 10. 38.
III. Vs. 38KruisverwijzingenNehemia 10:1→Nehemia 10:29→2 Kronieken 34:31→2 Kronieken 29:10→2 Kronieken 23:16→Ezra 10:3→2 Koningen 23:3→2 Kronieken 15:12→ — En in dit alles maken wij een vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen. -Hoofdstuk 10: 31. Hierop wordt ene formele verbintenis opgesteld en door Nehemia en de hoofden des volks getekend, en in orde gebracht; daarin verplicht zich de gehele gemeente in het algemeen, om in Gods wet te wandelen, maar belooft ook in het bijzonder, om die geboden streng te houden, welker volbrenging in dien tijd zeer moeilijk, maar ook in den hoogsten graad gewichtig was, namelijk het gebod van zich te onthouden van de vreemde vrouwen, het houden van den Sabbat en het vieren van het jubeljaar-enkel zaken, die toen op den voorgrond van het theocratische leven der gemeente stonden.
KruisverwijzingenNehemia 10:1→Nehemia 10:29→2 Kronieken 34:31→2 Kronieken 29:10→2 Kronieken 23:16→Ezra 10:3→2 Koningen 23:3→2 Kronieken 15:12→— En in dit alles maken wij een vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen.
En in op den grondslag van dit alles, wat wij op den 24sten dag der zevende maand (vs. 1 vv.) hadden verricht als gevolg van den boet- en bededag, maken (maakten) wij een vast 1) verbond, verplichtten ons in ene formele wederkerige verbintenis tot ene trouwe opvolging der Goddelijke wet, en schrijven schreven het, ondertekenden de schriftelijk ontworpen verbintenis; en onze vorsten, onze Levieten, en onze priesters zullen het verzegelen, of, verzegelden het.
In het Hebr. Amanah. Dit betekent niet alleen vast, maar hier: een vast verbond, een vast verdrag, gelijk het stamverwante Arabisch ook aanduidt. In Nehemia 11: 23 betekent het een decreet.
Zij kwamen ten laatste tot het besluit-dat zij wilden terugkeren tot God en tot hunnen plicht, en zij wilden beloven, om steeds de wet des Heren te blijven gehoorzamen. Deze verbintenis geschiedde na ernstige beraadslaging; zij werd beschreven, opdat zij een gedenkteken voor alle eeuwen mocht zijn; zij werd verzegeld, en als een gedenkstuk neergelegd, opdat het tegen hen zou getuigen, indien zij het verbond verbraken. Er werden enige vorsten, priesters en Levieten verkozen, als vertegenwoordigers van de gemeente, om in den naam der gemeente te ondertekenen en te verzegelen. Nu wordt de belofte vervuld aan de Joden, dat, wanneer zij uit hun gevangenschap zonden teruggekeerd zijn, zij zich aan den Heere zouden overgeven in een eeuwig verbond (Jer. 50: 5 en Jes. 44: 5) “Zij zullen komen, en den Heere toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten,” en “gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des Heren!”.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Waar kunnen wij om genade zien dan tot de God aller genade?
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Nehemia 9
Nehemia 9:17.KruisverwijzingenPsalmen 86:5→Psalmen 86:15→Psalmen 78:11→Psalmen 78:42→Joël 2:13→Numeri 14:3→Psalmen 145:8→Psalmen 106:43→
— En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.
Als wij onszelf door en door onderzoeken, kunnen wij in onze gevallen natuur niets vinden dat ons bij de Allerhoogste kan aanbevelen. Menen wij dat wij een aanspraak op Gods goedheid hebben, dan zijn wij in de duisternis en bedriegen wij onszelf. Wanneer het ware licht van God komt, openbaart het onze naaktheid van alle verdienste of verontschuldiging, en toont het dat er in de menselijke natuur niets is dan wat de Heere tergt.
Zo is het gesteld met onze toestand zolang wij onwedergeboren zijn; en toch bevindt de ware gelovige zich vaak, wanneer de duisternis zich om hem samentrekt, in bijna dezelfde toestand. De kentekenen branden zwak, de kaars des Heeren schijnt gedoofd, en wat het ergste is: de zon van de goddelijke gunst is niet te bespeuren. Dan, terwijl wij overal rondtasten, kunnen wij in onszelf niets ontdekken dan wat ons doet zuchten en kermen; en in zo’n staat moesten wij het grote anker van het geloof uitwerpen en uit onszelf tot onze God vluchten. Het is altijd goed dat te doen, maar in het bijzonder op de donkere en duistere dag.
Tot Wie zouden wij ons om licht wenden dan tot de Zon der gerechtigheid? Waar kunnen wij om genade zien dan tot de God aller genade? Als wat ik ben mij doet vertwijfelen, laat mij dan bedenken wat God in Christus is, en ik zal hoop hebben. Hij is een vergevend God. Hij hoeft niet overreed te worden om te vergeven. Hij is een God Die wil, en meer dan wil — gereed, klaarstaand om genadig te zijn. Wij hebben een God Die staat als een gastheer bij een maal dat geheel bezorgd en toebereid is, en Die zegt: mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft (Matth. 22:4). Niet alleen zijn alle dingen gereed, maar God Zelf is gereed: En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over ulieden ontferme (Jes. 30:18).
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-37.KruisverwijzingenNehemia 13:3→Genesis 1:1→Nehemia 13:30→Ezra 10:11→2 Koningen 19:15→Genesis 11:31→Deuteronomium 10:14→Genesis 2:1→
— Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand verzamelden zich de kinderen Israels met vasten en met zakken, en aarde was op hen. En het zaad Israels scheidde zich af van alle vreemden. En zij stonden, en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden. Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God. Jesua nu, en Bani, Kadmiel, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Chenani, stonden op het hoge gestoelte der Levieten, en riepen met luider stem tot den HEERE, hun God; En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs! Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; en het heir der hemelen aanbidt U. Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeen uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham. En Gij hebt zijn hart getrouw gevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaanieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt. En Gij hebt aangezien onzer vaderen ellende in Egypte, en Gij hebt hun geroep gehoord aan de Schelfzee; En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage.
De dag, volgende op den verbodsdag, den 23sten Tisri, wordt als een gewone dag doorgebracht; op den 24sten van dezelfde maand komt de vastende en treurende gemeente weer bijeen, om gemeenschappelijk belijdenis te doen voor hun zonden, en om nu, dewijl zij op den dag der nieuwe maan (Hoofdstuk 8: 1 vv.) om de vreugde van dien blijden feestdag niet te storen, de uiting hunner smart hadden moeten inhouden, nu rouw te bedrijven en boete te doen voor de overtreding der hun voorgelezene wet. Drie uren lang duurt nu op dezen dag de voorlezing der wet; daarna doen zij in de daarop volgende drie uren belijdenis van hun zonden, waarbij de Levieten van hun standplaatsen voorgaan in het zingen en uitspreken van boet- en bede-psalmen, om den Heere te smeken zich te erbarmen over de gemeente, die om genade bidt; waarna zij in lof- en dank-psalmen Gods heerlijken naam verhogen in een uitgebreider lied, dat met ene belijdenis van zonden eindigt, en de bereidwilligheid der gemeente uitdrukt, om het verbond met God te vernieuwen en zich opnieuw aan Zijnen dienst te verbinden.
Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand Tisri, nadat de 23ste dag zonder heilige vergadering was voorbij gegaan, verzamelden zich de kinderen Israël’s weer op de heilige plaats en wel deze keer om de boetedoening, die door de toespraak van Nehemia, Ezra en de Levieten was afgebroken, (Hoofdstuk 8: 9), weer op te nemen, met vasten en met zakken haren boetegewaad, en aarde was op hen (Deuteronomium 14: 2 ).
En het zaad Israël’s scheidde zich, omdat de gemeente alleen met haren God wilde verkeren, en hare aangelegenheden met Hem wilde vereffenen, af van alle vreemden 1); zij namen de nauwkeurigste voorzorgen, dat alleen zuivere leden van het verbondsvolk in de vergadering tegenwoordig waren. En zij stonden en deden belijdenis van hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden 2), schaarden zich bij elkaar om plechtig den Heere te bekennen, dat zij en hun vaderen gezondigd hebben.
Zij, die door gebeden en verbondmakingen zich met God verenigen, moeten zich van de zonde en zondaren afscheiden, want wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?.
Vasten zonder bidden is een lichaam zonder ziel. Het vasten moet dienen ter voorbereiding van een waar en waarachtig schuld belijden. Zulk een vastendag als hier plaats had, was niet in de Wet Gods voorgeschreven, maar is vrij zeker door Nehemia ingesteld, opdat de heiligheid des volks bevorderd zou worden en Israël zich zou kennen, als een afgezonderd, den Heere geheiligd, volk.
Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zonder hun plaats op de markt voor de Waterpoort (Hoofdstuk 8: 1 en 7) te verlaten, zo lazen zij de in het vorige Hoofdstuk genoemden, voor de gemeente (Hoofdstuk 8: 4 vv.) in het wetboek des HEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag d.i. drie uren lang (Exodus 12: 2 ), en op een of, het ander vierendeel, nadat de voorlezingen geëindigd waren deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hunnen God 1), op de wijze zoals in vs. 4 wordt opgegeven.
Eerst werden drie uren besteed aan het lezen en behandelen van Gods Woord en Wet en daarna verenigde men zich, bij monde van de in vs. 4 genoemden, in gemeenschappelijk gebed en dankzegging tot den Heere God. Want wat ons in de volgende verzen wordt meegedeeld en wat de genoemde Levieten uitriepen, was aan de ene zijde een roemen in de goedheid en genade Gods, en aan de andere zijde een belijden van schuld en een tot den Heere vlieden met belijdenis van zonde. Zagen zij op den Heere, dan was er ruime stof, om des Heren Naam te danken, zagen zij op zich zelven, dan was er overvloedige reden tot schuldbelijdenis. Zo behoort het altijd, bij het naderen tot den Heere, te zijn. Een juist inzicht in de genade Gods houdt den biddende klein en doet hem met schaamte tot zich zelven inkeren.
Jesua nu, en Bani, Kadmiël, Sebanja, Bunni 1), of Binnui zoals die naam in Hoofdstuk 10: 9 wordt opgegeven, Serebja, Bani en Chenani, de hoofden der verschillende afdelingen der Levieten, stonden toen de openbare belijdenis van zonden, in het tweede vierendeel des daags zou aanvangen, op het hoge gestoelte der Levieten, vermoedelijk niet allen op één gestoelte, dit zou slechts verwarring hebben veroorzaakt, maar ieder zal op ene verhevene plaats hebben gestaan en riepen 2), in een door hen aangeheven gezang van boet- en bedepsalmen met luider stem tot den HEERE, hunnen God, voor de ganse gemeente.
Sommigen menen, dat deze naam, die voor de tweede maal voorkomt, bij vergissing hier is opgegeven, anderen geven hier den naam van Banni op.
Anderen, zoals Rambach, zijn van gevoelen, dat de Levieten elkaar hebben afgewisseld, zodat elk op zijn beurt tot den Heere riep. Het is duidelijk, dat wat in vs. 4 en in vs. 5 wordt vermeld, wel is te onderscheiden, en wel zo, dat eerst een roepen tot den Heere heeft plaats gehad, en dat daarna (vs. 6) er een loven van den Heere heeft plaats gehad in een boet- en bedepsalm.
En de Levieten, de hoofden der afdelingen Jesua, en Kadmiël, Bani, Hasabneja, Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, hoewel andere mannen als in vs. 4 genoemd zijn, toch komen enkele overeen; zij zeiden, Staat op, looft nu, enigszins doelende op de genadige verhoring van de zo-even opgezondene gebeden, den HEERE, uwen God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den naam Uwer heerlijkheid, o Heere, die verhoogd is boven allen lof en prijs 1) veel te hoog, dan dat Hij naar waarde zou kunnen geloofd en geprezen worden!
Eerst richtten de Levieten het woord tot het volk, maar ook terstond daarop breidden zij hun handen uit voor den Heere God, opdat Hij Zijne Goddelijke goedkeuring en zegen mocht schenken op wat nu zou plaats hebben. Volgens de Septuaginta heeft het volk bij monde van Ezra gesproken, wat nu verder vermeld wordt.
1) Daarop begon het lof- en prijsgezang: Gij zijt die HEERE alleen, die den naam van Heere verdient a); Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen (Deuteronomium 10: 14 ), en al hun heir, zon, maan en sterren aan den zichtbaren, de engelen echter in den onzichtbaren hemel, de aarde en al wat daarop is, de zeeën, en al wat daarin is (Hand. 4: 24), en Gij maakt die allen levend, wat op aarde en in de zee leeft; en het heir der hemelen, de heilige engelen, aanbidt U, (Psalm 103: 21; 148: 2).
Genesis 1 vv. Psalm 14: 6. Hand. 14: 16; 17: 24. Openbaring 14: 7.
Met vs. 6 heft het lofgezang aan met de bekentenis, dat Jehova de Schepper en Onderhouder is van hemel en aarde, Abraham verkozen heeft en een verbond met hem heeft gesloten, om zijn zaad het land Kanaän te geven, en dit woord heeft vervuld (6-8). Deze verzen vormen het thema van dit lofgezang ter ere der heerlijkheid Gods, hetwelk dan in vier afdelingen met feiten uit Israël’s geschiedenis wordt opgehelderd. a. Als God de ellende van zijn volk in Egypte zag, heeft Hij door tekenen en wonderen het uit het geweld van Farao verlost, bij Sinaï het Zijn recht en Zijne wetten gegeven, in de woestijn het wonderbaar met brood en water verzorgd en hun geboden het beloofde land in te nemen (9-15). b. Ofschoon nu de vaderen reeds in de woestijn zich tegen Hem hadden gekeerd, heeft God desniettegenstaande Zijne genade hun niet onttrokken, maar ze 40 jaren lang in de woestijn met alle nooddruft verzorgd, en koningen voor hun aangezicht verslagen, opdat zij het land veroveren en in bezit konden nemen (vs. 16-25). c. Ook daarna in het vaderland stonden zij weer tegen Hem op, zodat God hen in de handen hunner verdrukkers moest geven, maar zo dikwijls zij weer tot Hem riepen, hielp Hij hen ook weer, totdat Hij hen eindelijk wegens hun voortdurend wederstreven in het geweld der volken der landen moest geven, echter zonder hen naar Zijne barmhartigheid geheel te verwerpen (vs. 26-31). d. Zo moge Hij dan ook nu de ellende van Zijn volk aanzien, als die God, die het Verbond en de Genade bewaart, ofschoon zij de moeilijkheid, die zij ondervinden, door hun zonden hebben verdiend.
Gij zijt die HEERE, de God, die Abram hebt verkoren, en hem a) uit Ur der Chaldeeën uitgevoerd; en Gij hebt zijnen b) naam gesteld Abraham.
(Genesis 11: 31,32 12: 1. b) Genesis 17: 5.
a) En gij hebt zijn hart getrouw, gelovig gevonden voor Uw aangezicht en hebt een verbond met hem gemaakt b) a dat Gij zoudt geven het land der Kanaänieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijnen zade zoudt geven; en Gij hebt Uwe woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig 1) zijt, en getrouw in de vervulling Uwer eenmaal gedane beloften.
(Genesis 15: 6. b) Genesis 12: 7; 13: 15; 15: 18; 17: 8; 8: 5.
God wordt hier rechtvaardig genoemd, omdat Hij vervult, wat Hij belooft, omdat Zijne woorden en Zijne daden volstrekt met elkaar in overeenstemming zijn.
a) En Gij hebt aangezien onzer vaderen ellende in Egypte (Exodus 1: 11), en Gij hebt hun geroep gehoord aan de Schelfzee (Exod 15: 4);
Exodus 3: 7; 14: 10.
a) En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijne knechten, en aan al het volk zijns lands (Deuteronomium 6: 22); want Gij wist, dat zij, de Egyptenaren, trotselijk tegen hen handelden, hen in overmoed onderdrukten; en Gij hebt U enen naam gemaakt, als het is te dezen dage 1), want nu nog wordt Gij als de God geprezen, die tekenen en wonderen doet.
Exodus 7: 8-14.
Dit wil niet alleen zeggen, dat nu nog aan de wonderen en tekenen gedacht wordt. Ook dit, maar ook, dat de Heere zich nog altijd als diezelfde God openbaart, die Zijne wonderen groot maakt. De Onveranderlijkheid God wordt hier door het volk Israël’s groot gemaakt. De Naam Gods was ook hierdoor groot gemaakt, dat Israël weer op eigen erve was gesteld.
a) En Gij hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden der zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt Gij in de diepte geworpen, als enen steen in sterke wateren.
Exodus 14: 21 vv.; 15: 5,10,19.
a) En Gij hebt hen des daags geleid met ene wolkkolom, en des nachts met ene vuurkolom, om hen te lichten op den weg, waarin zij zouden wandelen (Numeri 14: 14. 14.14 (Psalm 78: 14,53).
Exodus 13: 21; 14: 19; 40: 38; Psalm 105: 39.
a) En Gij zijt nedergedaald op den berg Sinaï, en hebt met hen gesproken uit den hemel; en Gij hebt hen gegeven rechtmatige rechten, en getrouwe wetten, goede inzettingen en geboden.
Exodus 19: 20; 20: 1 vv. Deuteronomium 4: 36.
En Gij hebt hun Uwen heiligen sabbat bekend gemaakt 1); en Gij hebt hun geboden, en inzettingen en ene wet bevolen, door de hand van Uwen knecht Mozes (Exodus 16: 23).
De instelling, of liever de handhaving van den Sabbat wordt nog eens opzettelijk vermeld, hoewel deze ook behoorde tot de rechten en wetten, in het vorige vers genoemd. Waarom? omdat zij een bijzondere blijk was van Gods goedheid, hen onderscheidende van alle de heidense volken en bovenal dienstig was, om de gemeenschap met God te onderhouden, om den Heere op dien dag inzonderheid te dienen. Op de geestelijke zijde van den Sabbat wordt hier vooral gewezen, op het grote doel, het opzettelijk en op bijzondere wijze dienen van den Heere God.
a) En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hunnen honger, en hun b) water uit de steenrots voortgebracht voor hunnen dorst (Exodus 17: 4. (Psalm 105: 40; 78: 24 vv.), en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uwe hand ophieft (Numeri 14: 30), wat Gij met ede beloofd hebt, dat gij het hen zoudt geven.
(Exodus 16: 4. b) Exodus 17: 6. Num 20: 9.
Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hunnen nek verhard, en niet gehoord naar Uwe geboden (Jer. 7: 26; 17: 23).
En zij hebben geweigerd te horen 1), en niet gedacht aan Uwe wonderen, die Gij bij hen gedaan hebt, en hebben hunnen nek verhard, en in hun weerspannigheid een a) hoofd, een leidsman, gesteld, die hen zou aanvoeren om weer te keren tot hun dienstbaarheid, die toch hun vroeger zo ondraaglijk geweest was. Doch Gij b), een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.
(Numeri 14: 4. b) Exodus 34: 7. Numeri 14: 18 Psalm 86: 5.
Trotsheid en hoogmoed is de grond van ‘s mensen hardnekkigheid en ongehoorzaamheid. Zij achtten het beneden zich den nek te buigen onder het juk van Gods geboden, en hielden het voor een groot meesterstuk hun eigen wil dien van God te doen wederstreven. Twee dingen zijn er, op welken zij niet genoeg letten, anders hadden zij geenszins zo verkeerdelijk en tegen hun eigen belang aan te werk gegaan. Zij hoorden het Woord van God wel lezen en verklaren, maar luisterden geenszins naar Gods wetten en bevelen. Zij zagen ten anderen wel Gods wetten, maar letten er niet op en erkenden ze in geen geval voor wonderdaden; want hadden zij ze in dit licht beschouwd en geloofd, zij zouden den Heere dan ook wel, uit een beginsel van ware vreze en een heilig geloof, gehoorzaamd hebben en hadden zij op zijne goedertierenheid gelet, zo zouden zij Gods geboden uit een beginsel van zuivere dankbaarheid en heilige liefde opgevolgd en waargenomen hebben.
Het is dikwijls even moeilijk om de gebrokenen van harte te doen hopen, als het vroeger was ze te doen vrezen. Is het ook zo met u? Beschouw deze heerlijke belofte-een God gereed om te vergeven. Dit is bemoedigend voor hen, die door genade geleerd hebben te geloven. De gelovigen zijn vijanden van de zonde, maar toch zijn in hun lichamen hun plichten bezoedeld, en zij moeten uitroepen: “Zo Gij, Heere, onze ongerechtigheden aanziet, o Heere, wie zal bestaan? Maar in plaats van ons terug te trekken van God door het gevoel van onze onwaardigheid, waartoe de vijand onzer zielen ons aanzet, laat ons met vrijmoedigheid toegaan tot dan troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om ter bekwamer tijd geholpen te worden. Hij is een God, die gaarne vergeeft.
a) Zelfs 1), als zij zich een gegoten kalf gemaakt hadden, en gezegd: Dit is uw God, die u uit Egypte heeft opgevoerd, en grote lasteren, smaadheden tegen God, gedaan hadden;
Exodus 32: 1 vv.
Of: Ja, een gegoten kalf hebben zij zich gemaakt, en gezegd: Op burgerlijk en godsdienstig gebied hebben zij tegen den Heere gezondigd, dewijl zij niet een theocratisch volk wilden zijn.
Hebt Gij of, Gij echter hebt hen nochtans door Uwe grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn: de a) wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom 1) des nachts, om hen te lichten, en dat op den weg, waarin zij zouden wandelen.
Exodus 13: 22; 40: 38. Numeri 14: 14.
Daarin, dat de wolk- en vuurkolom bij hen bleef, erkent de dichter het feit, dat de Heere God Zijn volk niet verliet. Waarom? Omdat de Heere in die wolk- en vuurkolom was. Die wolk was het symbool van des Heren tegenwoordigheid, zodat wij dan ook lezen, dat de Heere uit die wolk tot Israël sprak.
a) En Gij hebt hun Uwen goeden Geest (Psalm 143: 10) gegeven in de woorden, die Mozes ook daar tot hen sprak en waar Gij aan de zeventig oudsten den Geest der profetie gaaft, om hen te onderwijzen; en Uw Man b) hebt Gij niet geweerd van hunnen mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hunnen dorst (Numeri 20: 8).
(Numeri 11: 17. b) Jozua 5: 12.
a) Alzo hebt Gij hen veertig jaar onderhouden in de woestijn: zij hebben geen gebrek gehad: hun klederen zijn niet veroud, en hun voeten zijn niet gezwollen.
Deuteronomium 2: 7; 8: 4; 29: 5.
Voorts hebt Gij hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken, naar bepaalde grenzen in het oosten, het zuiden, het westen en het noorden. Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van a) Sihon, te weten, het land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan (Numeri 21: 24,35).
Numeri 21: 21,33.
Gij hebt ook hun kinderen a) vermenigvuldigd, nadat er zeer velen in de woestijn waren gevallen van wege ongeloof, als de sterren des hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun vaderen hebt gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te bezitten. (Deuteronomium 1: 10: 7: 12 vv. (Jozua 1: 11).
Genesis 22: 17.
Alzo zijn de kinderen a) daarin gekomen, dewijl de vaderen in de woestijn waren omgekomen, behalve Jozua en Hun, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaänieten, voor het aangezicht te ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun koningen en de volken des lands, om daarmee te doen naar hun welgevallen, naar hun welgevallen.
Jozua 1,2,3 vv. Deuteronomium 9.
En zij hebben vaste steden, zoals Jericho en Al, en een vet land (Numeri 13: 20) ingenomen, en erfelijk bezeten, huizen vol van alle goed (Deuteronomium 6:
,uitgehouwene bornputten, wijngaarden, olijfgaarden en bomen van spijze, in menigte; en zij hebben gegeten, en zijn zat en vet geworden (Deuteronomium 32: 15. Jer. 5: 28), en hebben in wellust geleefd, door Uwe grote goedigheid.
Maar zij zijn weerspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uwe wet achter hunnen rug geworpen, en a) Uwe profeten gedood, die tegen hen getuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren, ondeugden, gedaan 1).
1 Koningen 18: 4; 19: 10. 2 Kronieken 24: 20.
De dichter geeft hier een overzicht over den gehelen tijd, van af de inneming van Kanaän tot aan de Ballingschap. Het verlossers geven (vs. 27) ziet wel op de tijden der richters, maar het doden der profeten op de latere tijden der koningen. In de volgende verzen wordt er meer op bijzonderheden gewezen, zodat wat in vs. 27 wordt meegedeeld, op den tijd der Richteren slaat en in vs. 29 en 30 op de dagen der koningen.
a) Daarom hebt Gij hen gegeven in de hand hunner benauwers, die hen benauwd hebben (Richteren 2: 6 vv.); maar als zij in den tijd hunner benauwdheid tot U riepen, hebt Gij van den hemel gehoord, en hun naar Uwe grote barmhartigheden verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten.
Richteren 2: 14. vv.
Maar als zij rust hadden, keerden zij weer om kwaad te doen, voor Uw aangezicht, zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uwe barmhartigheden tot vele tijden tot vele malen uitgerukt uit hun benauwdheden.
En gij hebt tegen hen betuigd, door den mond der vele profeten in den tijd der koningen om hen te doen wederkeren tot Uwe wet; maar zij hebben niet geluisterd maar trotselijk gehandeld, en niet gehoord naar Uwe geboden, en tegen Uwe rechten, tegen deze hebben zij gezondigd a), door welke een mens, die ze doet, leven (Leviticus 18: 5),zal; en zij hebben hunnen schouder teruggetogen, als ene onbandige koe, die het juk niet dragen wil (Hosea 4:
zo hebben zij de geboden Gods niet willen aannemen en hunnen nek verhard en niet gehoord.
Leviticus 18: 5. Ezechiël. 20: 11. Rom. 10: 5. Gal. 3: 12.
Doch Gij vertoogt het vele jaren over hen Gij hebt Uwe oordelen langen tijd opgeschort, en a) betuigdet tegen hen door Uwen Geest, door den dienst Uwer profeten (2 (Kronieken 24: 19 v. 36: 15. Jer. 35: 15), maar zij neigden het oor niet, daarom hebt Gij hen gegeven in de hand van de volken der landen van de Assyriërs en de Babyloniërs (Psalm 106: 40 vv.).
2 Koningen 17: 13. 2 Kronieken 36: 15.
Nu dan, o onze God, Gij grote, Gij machtige en Gij vreselijke God, die het verbond der weldadigheid houdt (Hoofdstuk 1: 5. Deuteronomium 7: 21)! laat voor Uw aangezicht niet gering zijn wil niet gering achten, maar merkt het aan als iets zwaars, als een zware tuchtroede al de moeite, die ons getroffen heeft, onze koningen, onze vorsten, en onze priesters, en onze profeten en onze vaderen, en Uw ganse volk, van de dagen der koningen van Assur, waarmee de heerschappij der Heidense koningen begonnen is, af, tot op dezen dag.
Doch Gij zijt a) rechtvaardig, in of, bij alles, wat ons overkomen is want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld.
Deuteronomium 32: 4. Dan. 9: 14.
En onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze vaders 1) hebben Uwe wet niet gedaan: zij hebben niet geluisterd naar Uwe geboden, en naar Uwe getuigenissen, die Gij door middel van de Profeten tegen hen betuigdet.
Bij de opsomming van de verschillende standen, missen we dien der profeten, dewijl zij wel hebben geleden om de zonde des volks, maar tegen de zonde en overtreding hebben getuigd en gesproken.
Want zij hebben U niet gediend in hun zelfstandig koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed onder de bewijzen uwer vele zegeningen, dat die Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven had; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken 1).
Tegenover over de vele en velerlei zegeningen Gods, wordt hier niets verzwegen van de zonde des volks. Er spreekt zich hier een diep gevoel van schuld en zonde uit, en in dit ootmoedig schuld belijden ontvangt God, de Heere, de ere van al Zijn werk. Wanneer dan ook in de volgende verzen gewezen wordt op de ellende, waarin men verkeert, schrijft men God niet voor, wat Hij doen moet, om Zijn volk te zegenen, maar geeft men zich geheel aan het vrij en vrijmachtig welbehagen Gods over, opdat Hij in vrije gunst met het teruggekeerde Israël moge handelen naar Zijn welbehagen.
Zie, wij zijn heden knechten, ja het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt, om de vrucht daarvan, en het goede daarvan te eten, zie, daarin zijn wij knechten, want wij hangen geheel af van de macht der Perzische koningen.
En het vermenigvuldigt zijne inkomsten, zijne voortbrengselen niet voor ons, de rechtmatige bezitters van het land, maar voor de koningen, die Gij over ons gesteld hebt, om onzer zonden wil; en zij heersen over onze lichamen, want wij zijn genoodzaakt in hun legers te dienen, en over onze beesten, want zij bedienen zich van onze trekdieren om hun werk te verrichten, naar hun welgevallen, naar hun goeddunken; alzo zijn wij in grote benauwdheid; help ons dan, zo het U behaagt, uit onzen nood, en laat ons op nieuw een zelfstandig volk worden. Hier zou, tegen de gewone indeling in, het 10de hoofdstuk moeten aanvangen, omdat vs. 38 zich geheel daaraan aansluit. De lofzang eindigt met vs. 37, en met vs 38 begint de geschiedenis van het verzegelde verbond van de kinderen Israël’s. Wij vangen dus hier ene nieuwe afdeling aan.
In den Hebr. Bijbel begint met vs. 38 dan ook Hoofdstuk 10. 38.
III. Vs. 38KruisverwijzingenNehemia 10:1→Nehemia 10:29→2 Kronieken 34:31→2 Kronieken 29:10→2 Kronieken 23:16→Ezra 10:3→2 Koningen 23:3→2 Kronieken 15:12→
— En in dit alles maken wij een vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen.
-Hoofdstuk 10: 31. Hierop wordt ene formele verbintenis opgesteld en door Nehemia en de hoofden des volks getekend, en in orde gebracht; daarin verplicht zich de gehele gemeente in het algemeen, om in Gods wet te wandelen, maar belooft ook in het bijzonder, om die geboden streng te houden, welker volbrenging in dien tijd zeer moeilijk, maar ook in den hoogsten graad gewichtig was, namelijk het gebod van zich te onthouden van de vreemde vrouwen, het houden van den Sabbat en het vieren van het jubeljaar-enkel zaken, die toen op den voorgrond van het theocratische leven der gemeente stonden.
En in op den grondslag van dit alles, wat wij op den 24sten dag der zevende maand (vs. 1 vv.) hadden verricht als gevolg van den boet- en bededag, maken (maakten) wij een vast 1) verbond, verplichtten ons in ene formele wederkerige verbintenis tot ene trouwe opvolging der Goddelijke wet, en schrijven schreven het, ondertekenden de schriftelijk ontworpen verbintenis; en onze vorsten, onze Levieten, en onze priesters zullen het verzegelen, of, verzegelden het.
In het Hebr. Amanah. Dit betekent niet alleen vast, maar hier: een vast verbond, een vast verdrag, gelijk het stamverwante Arabisch ook aanduidt. In Nehemia 11: 23 betekent het een decreet.
Zij kwamen ten laatste tot het besluit-dat zij wilden terugkeren tot God en tot hunnen plicht, en zij wilden beloven, om steeds de wet des Heren te blijven gehoorzamen. Deze verbintenis geschiedde na ernstige beraadslaging; zij werd beschreven, opdat zij een gedenkteken voor alle eeuwen mocht zijn; zij werd verzegeld, en als een gedenkstuk neergelegd, opdat het tegen hen zou getuigen, indien zij het verbond verbraken. Er werden enige vorsten, priesters en Levieten verkozen, als vertegenwoordigers van de gemeente, om in den naam der gemeente te ondertekenen en te verzegelen. Nu wordt de belofte vervuld aan de Joden, dat, wanneer zij uit hun gevangenschap zonden teruggekeerd zijn, zij zich aan den Heere zouden overgeven in een eeuwig verbond (Jer. 50: 5 en Jes. 44: 5) “Zij zullen komen, en den Heere toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten,” en “gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des Heren!”.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel