Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Micha 7

1 Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 AiH480 mij! want ik ben, alsH3588 wanneer de zomervruchtenH7019 zijnH1961 ingezameldH625; als wanneer de nalezingenH5955 in den wijnoogstH1210 geschiedH369 zijn; er is geen druifH811 om te etenH398; mijn zielH5315 begeertH183 vroegrijpe vruchtH1063. Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.

KJV Woe1 is me! for I am as when they have gathered5 the summer fruits,6 as the grapegleanings7 of the vintage:8 there is no cluster10 to eat:11 my soul14 desired13 the firstripe fruit.

1 אַ֣לְלַי H480 Ai, wee woe 2 לִ֗י 3 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 הָיִ֨יתִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 כְּאָסְפֵּי H625 ingezameld, inzameling, verzameld gathering 6 קַ֔יִץ H7019 zomervruchten, zomer, zomerhuis summer (fruit, house) 7 כְּעֹלְלֹ֖ת H5955 nalezing, nalezingen (gleaning) (of the) grapes, grapegleanings 8 בָּצִ֑יר H1210 wijnoogst vintage 9 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 אֶשְׁכּ֣וֹל H811 tros, trossen, bezien cluster (of grapes) 11 לֶאֱכ֔וֹל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 בִּכּוּרָ֖ה H1063 eerste vrucht, vroegrijpe vrucht firstripe (fruit) 13 אִוְּתָ֥ה H183 begeert, begeerd, gelusten covet, (greatly) desire, be desirous, long, lust (after) 14 נַפְשִֽׁי H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De goedertiereneH2623 is vergaanH6 uitH4480 het landH776, en er is niemandH369 oprechtH3477 onder de mensenH120; zij loerenH693 altemaal op bloedH1818, zij jagenH6679, een iegelijk zijn broederH251, met een jachtgarenH2764. De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren.

KJV The good2 man is perished1 out of the earth:4 and there is none upright5 among men:6 they all lie in wait10 for blood;9 they hunt14 every man11 his brother13 with a net.

1 אָבַ֤ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 2 חָסִיד֙ H2623 gunstgenoten, goedertierene, gunstgenoot godly (man), good, holy (one), merciful, saint, (un-) godly 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְיָשָׁ֥ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 6 בָּאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 7 אָ֑יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 כֻּלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 לְדָמִ֣ים H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 10 יֶאֱרֹ֔בוּ H693 achterlage, lagen, loeren (lie in) ambush(-ment), lay (lie in) wait 11 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אָחִ֖יהוּ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 יָצ֥וּדוּ H6679 jagen, jaagt, gejaagd chase, hunt, sore, take (provision) 15 חֵֽרֶם H2764 verbannene, ban, verbannen (ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Om met beide handenH3709 wel dapperH3190 kwaadH7451 te doen, zo eistH7592 de vorstH8269, en de rechterH8199 oordeelt om vergeldingH7966; en de groteH1419 spreektH1696 de verdervingH1942 zijner zielH5315, en zijH1931 draaienH5686 ze dicht ineen. Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.

KJV That they may do evil2 with both hands3 earnestly,4 the prince5 asketh,6 and the judge7 asketh for a reward;8 and the great9 man, he uttereth10 his mischievous11 desire:12 so they wrap it up.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 הָרַ֤ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 כַּפַּ֨יִם֙ H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 4 לְהֵיטִ֔יב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 5 הַשַּׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 שֹׁאֵ֔ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 7 וְהַשֹּׁפֵ֖ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 8 בַּשִׁלּ֑וּם H7966 vergelding, vergeldingen recompense, reward 9 וְהַגָּד֗וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 10 דֹּבֵ֨ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 הַוַּ֥ת H1942 ellende, verderving, verdervingen calamity, iniquity, mischief, mischievous (thing), naughtiness, naughty, noisome, perverse thing, substance, very wickedness 12 נַפְשׁ֛וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 13 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 וַֽיְעַבְּתֽוּהָ H5686 draaien wrap up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 De besteH2896 van hen is als een doornH2312; de oprechtsteH3477 is scherper dan een doornhegH4534; de dagH3117 uwer wachtersH6822, uw bezoekingH6486, is gekomenH935; nuH6258 zal hunlieder verwarringH3998 wezen. De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.

KJV The best1 of them is as a brier:2 the most upright3 is sharper than a thorn hedge:4 the day5 of thy watchmen6 and thy visitation7 cometh;8 now shall be their perplexity.

1 טוֹבָ֣ם H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 2 כְּחֵ֔דֶק H2312 doorn brier, thorn 3 יָשָׁ֖ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 4 מִמְּסוּכָ֑ה H4534 doornheg thorn hedge 5 י֤וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 מְצַפֶּ֨יךָ֙ H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 7 פְּקֻדָּתְךָ֣ H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 8 בָ֔אָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 עַתָּ֥ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 10 תִהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 מְבוּכָתָֽם H3998 verwarring perplexity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 GelooftH539 een vriendH7453 nietH408, vertrouwtH982 niet op een voornaamsten vriendH441; bewaarH8104 de deurenH6607 uws mondsH6310 voor haar, die in uw schootH2436 ligtH7901. Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.

KJV Trust2 ye not in a friend,3 put ye not confidence5 in a guide:6 keep9 the doors10 of thy mouth11 from her that lieth7 in thy bosom.

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תַּאֲמִ֣ינוּ H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right 3 בְרֵ֔עַ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 4 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 5 תִּבְטְח֖וּ H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 6 בְּאַלּ֑וּף H441 vorst, vorsten, leidsman captain, duke, (chief) friend, governor, guide, ox 7 מִשֹּׁכֶ֣בֶת H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 8 חֵיקֶ֔ךָ H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 9 שְׁמֹ֖ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 10 פִּתְחֵי H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 11 פִֽיךָ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WantH3588 de zoonH1121 verachtH5034 den vaderH1, de dochterH1323 staatH6965 op tegen haar moederH517, de schoondochterH3618 tegen haar schoonmoederH2545; eens mansH376 vijandenH341 zijn zijn huisgenotenH582. Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten.

KJV For the son2 dishonoureth3 the father,4 the daughter5 riseth up6 against her mother,7 the daughter in law8 against her mother in law;9 a man's11 enemies10 are the men of his own house.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בֵן֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 מְנַבֵּ֣ל H5034 afvallen, afvalt, vervallen disgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither 4 אָ֔ב H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 בַּ֚ת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 קָמָ֣ה H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 בְאִמָּ֔הּ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 8 כַּלָּ֖ה H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 9 בַּחֲמֹתָ֑הּ H2545 schoonmoeder mother in law 10 אֹיְבֵ֥י H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 11 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 בֵיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Maar ik zal uitzienH6822 naar den HEEREH3068, ikH589 zal wachtenH3176 op de GodH430 mijns heilsH3468; mijn GodH430 zal mij horenH8085. Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.

KJV Therefore I will look3 unto the LORD;2 I will wait4 for the God5 of my salvation:6 my God8 will hear

1 וַאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 בַּיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֲצַפֶּ֔ה H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 4 אוֹחִ֖ילָה H3176 hopen, gehoopt, hope (cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait 5 לֵאלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 יִשְׁעִ֑י H3468 heils, heil, Heil safety, salvation, saving 7 יִשְׁמָעֵ֖נִי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 אֱלֹהָֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 VerblijdH8055 u nietH408 over mij, o mijn vijandinH341! wanneer ik gevallenH5307 ben, zal ik weder opstaanH6965; wanneer ik in duisternisH2822 zal gezetenH3427 zijn, zal de HEEREH3068 mij een lichtH216 zijn. Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.

KJV Rejoice2 not against me, O mine enemy:3 when I fall,6 I shall arise;7 when I sit9 in darkness,10 the LORD11 shall be a light

1 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תִּשְׂמְחִ֤י H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 3 אֹיַ֨בְתִּי֙ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 4 לִ֔י 5 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 נָפַ֖לְתִּי H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 7 קָ֑מְתִּי H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אֵשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 בַּחֹ֔שֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 11 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 א֥וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 13 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij brengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Ik zal des HEERENH3068 gramschapH2197 dragenH5375, wantH3588 ik heb tegen Hem gezondigdH2398; totdatH5704 Hij mijn twistH7379 twisteH7378, en mijn rechtH4941 uitvoereH6213; Hij zal mij brengen aan het lichtH216; ik zal mijn lust zienH7200 aan Zijn gerechtigheidH6666. Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij brengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.

Ook in dit vers uitbrengenH3318

KJV I will bear3 the indignation1 of the LORD,2 because I have sinned5 against him, until he plead9 my cause,10 and execute11 judgment12 for me: he will bring me forth13 to the light,14 and I shall behold15 his righteousness.

1 זַ֤עַף H2197 gramschap, grimmigheid, ontsteld indignation, rage(-ing), wrath 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶשָּׂ֔א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 4 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 חָטָ֖אתִי H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 6 ל֑וֹ 7 עַד֩ H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 יָרִ֤יב H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 10 רִיבִי֙ H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 11 וְעָשָׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 מִשְׁפָּטִ֔י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 13 יוֹצִיאֵ֣נִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 לָא֔וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 15 אֶרְאֶ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 בְּצִדְקָתֽוֹ H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk der straten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En mijn vijandinH341 zal het zienH7200, en schaamteH955 zal haar bedekkenH3680; die tot mij zegtH559: Waar is de HEEREH3068, uw GodH430? Mijn ogenH5869 zullen aan haar zienH7200; nuH6258 zal zijH1961 worden tot vertredingH4823, als slijkH2916 der stratenH2351. En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk der straten.

KJV Then she that is mine enemy2 shall see1 it, and shame4 shall cover3 her which said5 unto me, Where is the LORD8 thy God?9 mine eyes10 shall behold11 her: now shall she be trodden down15 as the mire16 of the streets.

1 וְתֵרֶ֤א H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֹיַ֨בְתִּי֙ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 3 וּתְכַסֶּ֣הָ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 4 בוּשָׁ֔ה H955 schaamte shame 5 הָאֹמְרָ֣ה H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אַיּ֖וֹ H346 waar? where 8 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֱלֹהָ֑יִךְ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 עֵינַי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 11 תִּרְאֶ֣ינָּה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 בָּ֔הּ 13 עַתָּ֛ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 14 תִּֽהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 לְמִרְמָ֖ס H4823 vertreding, vertreden tread (down) -ing, (to be) trodden (down) under foot 16 כְּטִ֥יט H2916 slijk, klei, modder clay, dirt, mire 17 חוּצֽוֹת H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ten dage als Hij uw muren zal herbouwen, te dien dage zal het besluit verre heengaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Ten dageH3117 als Hij uw murenH1447 zal herbouwenH1129, te dien dageH3117 zal hetH1931 besluitH2706 verre heengaanH7368. Ten dage als Hij uw muren zal herbouwen, te dien dage zal het besluit verre heengaan.

KJV In the day1 that thy walls3 are to be built,2 in that day4 shall the decree7 be far removed.

1 י֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 לִבְנ֣וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 גְּדֵרָ֑יִךְ H1447 muur, muren, heiningmuur fence, hedge, wall 4 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 יִרְחַק H7368 verre, wees verre, ver (a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off) 7 חֹֽק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Te dien dageH3117 zal hetH1931 ook komenH935 tot u toe, vanH4480 AssurH804 af, zelfs tot de vasteH4693 stedenH5892 toe; en vanH4480 de vestingenH4693 tot aan de rivierH5104, en van zeeH3220 tot zeeH3220, en van gebergteH2022 tot gebergteH2022. Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.

KJV In that day1 also he shall come4 even to thee from Assyria,6 and from the fortified10 cities,7 and from the fortress even to the river,12 and from sea13 to sea,14 and from mountain15 to mountain.

1 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 וְעָדֶ֣יךָ H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 יָב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 לְמִנִּ֥י H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 אַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 7 וְעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 מָצ֑וֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 9 וּלְמִנִּ֤י H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 מָצוֹר֙ H4693 belegerde plaatsen, gedamde, vaste besieged places, defense, fortified 11 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 נָהָ֔ר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 13 וְיָ֥ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 14 מִיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 15 וְהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 16 הָהָֽר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Maar dit land zal worden tot een verwoesting, zijner inwoners halve, vanwege de vrucht hunner handelingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Maar dit landH776 zal worden tot een verwoestingH8077, zijner inwonersH3427 halveH5921, vanwege de vruchtH6529 hunner handelingenH4611. Maar dit land zal worden tot een verwoesting, zijner inwoners halve, vanwege de vrucht hunner handelingen.

KJV Notwithstanding the land2 shall be desolate3 because of them that dwell5 therein, for the fruit6 of their doings.

1 וְהָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 לִשְׁמָמָ֖ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 יֹֽשְׁבֶ֑יהָ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 מִפְּרִ֖י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 7 מַֽעַלְלֵיהֶֽם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde Uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Gij dan, weidH7462 Uw volkH5971 met Uw stafH7626, de kuddeH6629 Uwer erfenisH5159, die alleen woontH7931, in het woudH3293, in het middenH8432 van een vruchtbaar landH3760; laat ze weidenH7462 in BasanH1316 en GileadH1568, als in de dagenH3117 van oudsH5769. Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde Uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.

KJV Feed1 thy people2 with thy rod,3 the flock4 of thine heritage,5 which dwell6 solitarily7 in the wood,8 in the midst9 of Carmel:10 let them feed11 in Bashan12 and Gilead,13 as in the days14 of old.

1 רְעֵ֧ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 2 עַמְּךָ֣ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 בְשִׁבְטֶ֗ךָ H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 4 צֹ֚אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 5 נַֽחֲלָתֶ֔ךָ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 6 שֹׁכְנִ֣י H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 7 לְבָדָ֔ד H910 eenzaam alone, desolate, only, solitary 8 יַ֖עַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood 9 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 10 כַּרְמֶ֑ל H3760 Karmel, schonen velds, vruchtbaar land Carmel, fruitful (plentiful) field, (place) 11 יִרְע֥וּ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 12 בָשָׁ֛ן H1316 Bazan, Basan Bashan 13 וְגִלְעָ֖ד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 14 כִּימֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen, toen gij uit Egypteland uittoogt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ik zal haar wonderenH6381 doen zienH7200, als in de dagenH3117, toen gij uit EgyptelandH776 uittoogtH3318. Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen, toen gij uit Egypteland uittoogt.

KJV According to the days1 of thy coming2 out of the land3 of Egypt4 will I shew5 unto him marvellous

1 כִּימֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 צֵאתְךָ֖ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 אַרְאֶ֖נּוּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 נִפְלָאֽוֹת H6381 wonderen, wonderlijk, wonderwerken accomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 De heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn, vanwege al hun macht; zij zullen de hand op den mond leggen; hun oren zullen doof worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 De heidenenH1471 zullen het zienH7200, en beschaamdH954 zijn, vanwege alH3605 hun machtH1369; zij zullen de handH3027 opH5921 den mondH6310 leggenH7760; hun orenH241 zullen doofH2790 worden. De heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn, vanwege al hun macht; zij zullen de hand op den mond leggen; hun oren zullen doof worden.

KJV The nations2 shall see1 and be confounded3 at all their might:5 they shall lay6 their hand7 upon their mouth,9 their ears10 shall be deaf.

1 יִרְא֤וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 גוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 וְיֵבֹ֔שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 4 מִכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 גְּבֽוּרָתָ֑ם H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength 6 יָשִׂ֤ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 יָד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פֶּ֔ה H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 אָזְנֵיהֶ֖ם H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 11 תֶּחֱרַֽשְׁנָה H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zij zullen het stof lekken, als de slang; als kruipende dieren der aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, en zullen voor U vrezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zij zullen het stofH6083 lekkenH3897, als de slangH5175; als kruipende dierenH2119 der aardeH776, zullen zij zich beroerenH7264 uitH4480 hun slotenH4526; zij zullen met vervaardheid komenH6342 totH413 den HEEREH3068, onzen GodH430, en zullen voor U vrezenH3372. Zij zullen het stof lekken, als de slang; als kruipende dieren der aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, en zullen voor U vrezen.

KJV They shall lick1 the dust2 like a serpent,3 they shall move6 out of their holes7 like worms4 of the earth:5 they shall be afraid11 of the LORD9 our God,10 and shall fear

1 יְלַחֲכ֤וּ H3897 lekken, lekte, oplikken lick (up) 2 עָפָר֙ H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 3 כַּנָּחָ֔שׁ H5175 slang, slangen serpent 4 כְּזֹחֲלֵ֣י H2119 geschroomd, kruipende dieren, slangen be afraid, serpent, worm 5 אֶ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 יִרְגְּז֖וּ H7264 beroerd, woeden, beroerden be afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth 7 מִמִּסְגְּרֹֽתֵיהֶ֑ם H4526 lijsten, lijst, sloten border, close place, hole 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֱלֹהֵ֨ינוּ֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 יִפְחָ֔דוּ H6342 vervaard, vrezen, schrikken be afraid, stand in awe, (be in) fear, make to shake 12 וְיִֽרְא֖וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 13 מִמֶּֽךָּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WieH4310 is een GodH410 gelijk Gij, Die de ongerechtigheidH5771 vergeeftH5375, en de overtredingH6588 van het overblijfselH7611 Zijner erfenisH5159 voorbijgaatH5674? Hij houdtH2388 Zijn toornH639 nietH3808 in eeuwigheidH5703; wantH3588 Hij heeft lustH2654 aanH5921 goedertierenheidH2617. Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.

KJV Who is a God2 like unto thee, that pardoneth4 iniquity,5 and passeth by6 the transgression8 of the remnant9 of his heritage?10 he retaineth12 not his anger14 for ever,13 because he delighteth16 in mercy.

1 מִי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 אֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 3 כָּמ֗וֹךָ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 4 נֹשֵׂ֤א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 עָוֺן֙ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 6 וְעֹבֵ֣ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 פֶּ֔שַׁע H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 9 לִשְׁאֵרִ֖ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 10 נַחֲלָת֑וֹ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 11 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 הֶחֱזִ֤יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 13 לָעַד֙ H5703 eeuwigheid, altoos, eeuwiglijk eternity, ever(-lasting, -more), old, perpetually, [phrase] world without end 14 אַפּ֔וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 חָפֵ֥ץ H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would 17 חֶ֖סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 18 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Hij zal Zich onzer weder ontfermenH7355; Hij zal onze ongerechtighedenH5771 dempenH3533; ja, Gij zult alH3605 hun zondenH2403 in de dieptenH4688 der zeeH3220 werpenH7993. Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.

KJV He will turn again,1 he will have compassion2 upon us; he will subdue3 our iniquities;4 and thou wilt cast5 all their sins9 into the depths6 of the sea.

1 יָשׁ֣וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 יְרַֽחֲמֵ֔נוּ H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 3 יִכְבֹּ֖שׁ H3533 ondergebracht, onderworpen, onderwerpen bring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection 4 עֲוֺֽנֹתֵ֑ינוּ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 5 וְתַשְׁלִ֛יךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 6 בִּמְצֻל֥וֹת H4688 diepten, diepte, grondeloze bottom, deep, depth 7 יָ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 חַטֹּאותָֽם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Gij zult Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid geven, die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Gij zult JakobH3290 de trouwH571, AbrahamH85 de goedertierenheidH2617 gevenH5414, dieH834 Gij onzen vaderenH1 van oudeH6924 dagenH3117 af gezworenH7650 hebt. Gij zult Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid geven, die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt.

KJV Thou wilt perform1 the truth2 to Jacob,3 and the mercy4 to Abraham,5 which thou hast sworn7 unto our fathers8 from the days9 of old.

1 תִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֱמֶת֙ H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 3 לְיַֽעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 4 חֶ֖סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 5 לְאַבְרָהָ֑ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 נִשְׁבַּ֥עְתָּ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 8 לַאֲבֹתֵ֖ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 מִ֥ימֵי H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 קֶֽדֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Micha 7:1 Jesaja 24:13 Jesaja 28:4 Hosea 9:10 Jesaja 17:6 Jesaja 24:16 Jeremia 45:3 Jeremia 4:31 Jesaja 6:5
Micha 7:2 Psalmen 12:1 Jeremia 5:26 Jesaja 57:1 Jesaja 59:7 Spreuken 1:11 Psalmen 14:1 1 Samuël 24:11 1 Samuël 26:20
Micha 7:3 Micha 3:11 Amos 5:12 Jeremia 8:10 Spreuken 4:16 1 Koningen 21:9 Hosea 4:18 Jeremia 3:5 1 Korinthe 4:5
Micha 7:4 Jesaja 22:5 Ezechiël 2:6 2 Samuël 23:6 Jesaja 10:3 Ezechiël 12:23 Hebreeën 6:8 Nahum 1:10 Jesaja 55:13
Micha 7:5 Jeremia 9:4 Psalmen 118:8 Richteren 16:5 Mattheüs 10:16 Job 6:14
Micha 7:6 Mattheüs 10:35 Mattheüs 10:21 Lukas 12:53 Ezechiël 22:7 2 Samuël 16:21 Obadja 1:7 Genesis 49:4 2 Samuël 16:11
Micha 7:7 Jesaja 25:9 Psalmen 37:7 Psalmen 25:5 Jesaja 45:22 Psalmen 62:1 1 Johannes 5:14 Lukas 2:25 Psalmen 40:1
Micha 7:8 Jesaja 9:2 Psalmen 112:4 Psalmen 107:10 2 Korinthe 4:6 Johannes 8:12 Psalmen 27:1 Obadja 1:12 Job 31:29
Micha 7:9 Psalmen 37:6 1 Samuël 24:15 1 Korinthe 4:5 2 Thessalonicenzen 1:5 2 Samuël 16:11 Klaagliederen 3:39 1 Samuël 26:10 Psalmen 43:1
Micha 7:10 Joël 2:17 Zacharia 10:5 Psalmen 18:42 Psalmen 42:10 2 Samuël 22:43 Psalmen 35:26 Micha 4:11 Psalmen 115:2
Micha 7:11 Jesaja 54:11 Nehemia 2:17 Nehemia 4:3 Nehemia 2:8 Nehemia 3:1 Ezra 4:12 Daniël 9:25 Amos 9:11
Micha 7:12 Jesaja 19:23 Hosea 11:11 Jesaja 11:16 Jesaja 43:6 Jeremia 3:18 Ezechiël 37:21 Jeremia 23:3 Jeremia 31:8
Micha 7:13 Jesaja 3:10 Jeremia 25:11 Micha 3:12 Jeremia 17:10 Job 4:8 Spreuken 31:31 Leviticus 26:33 Jeremia 21:14
Micha 7:14 Micha 5:4 Amos 9:11 Jeremia 50:19 Psalmen 23:1 Psalmen 95:7 Jesaja 49:10 Psalmen 28:9 Jesaja 40:11
Micha 7:15 Jesaja 11:16 Jesaja 63:11 Jeremia 23:7 Exodus 3:20 Jesaja 51:9 Psalmen 68:22 Psalmen 78:12
Micha 7:16 Jesaja 26:11 Job 29:9 Job 40:4 Jesaja 52:15 Job 21:5 Zacharia 12:9 Ezechiël 38:23 Zacharia 8:20
Micha 7:17 Jesaja 49:23 Psalmen 72:9 Psalmen 18:45 Jozua 2:9 Klaagliederen 3:29 Jozua 9:24 Jesaja 60:14 Jesaja 2:19
Micha 7:18 Jesaja 43:25 Jeremia 50:20 Jeremia 32:41 Micha 2:12 Exodus 15:11 Exodus 34:6 Psalmen 103:8 Micha 4:7
Micha 7:19 Jesaja 38:17 Jeremia 50:20 Hosea 14:4 Jeremia 31:34 Psalmen 103:12 Psalmen 130:8 Jesaja 63:15 Jesaja 43:25
Micha 7:20 Lukas 1:72 Genesis 28:13 Genesis 17:7 Deuteronomium 7:8 Handelingen 3:25 Psalmen 105:8 Hebreeën 6:13 Genesis 26:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Micha 7 vers 1

mij Dit is een weeklacht van den profeet, in naam der kerk, over de algemene boosheid van het volk.

Hertaald: mij Dit is een weeklacht van de profeet, in naam van de kerk, over de algemene boosheid van het volk.

want ik ben, Of, dat ik ben, enz.

Hertaald: want ik ben, Of: dat ik ben, enzovoort.

als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; Hebr. als de inzamelingen der zomervruchten, [of des zomers] en als de nalezingen van den wijnoogst; dat is, het gaat mij als een reiziger, die na den oogst geen rijpe vruchten vindt om zich te verkwikken, dat hem zeer verdrietig valt; alzo [wil de profeet zeggen] verdriet het mij ten hoogste, dat ik niets goeds onder het volk zie of verneem, gelijk in het volgende verklaard wordt. Verg. hiermede Deut. 32:32 ; Ps. 12:2 , Ps. 12:8 , en Ps. 14:2-3 ; Jes. 24:13 ; Jer. 5:1 ; Ezech. 22:30 ; Hos. 11:7 , enz.

Hertaald: als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; Hebreeuws: als de inzamelingen van de zomervruchten en als de nalezingen van de wijnoogst; dat is: het gaat mij als een reiziger die na de oogst geen rijpe vruchten vindt om zich te verkwikken, wat hem zeer teleurstelt. Zo, wil de profeet zeggen, doet het mij het meeste verdriet dat ik niets goeds onder het volk zie of hoor, zoals in het vervolg verklaard wordt. Vergelijk hiermee Deut. 32:32; Ps. 12:2, Ps. 12:8 en Ps. 14:2-3; Jes. 24:13; Jer. 5:1; Ezech. 22:30; Hos. 11:7, enzovoort.

druif om te eten; Of, tros van druiven, gelijk Num. 13:23-24 .

Hertaald: druif om te eten; Of: tros druiven, zoals Num. 13:23-24.

mijn ziel begeert Anders: [noch] vroegrijpe vrucht, [die] mijne ziel begeert.

Hertaald: mijn ziel begeert Anders: noch vroegrijpe vrucht, die mijn ziel begeert.

vroegrijpe vrucht Die zeer aangenaam is en waarnaar men zeer verlangt, en verblijd is als men ze vindt. Zie Jes. 28:4 ; Jer. 24:2 ; Hos. 9:10 met de aantekening.

Hertaald: vroegrijpe vrucht Die zeer aangenaam is, waarnaar men sterk verlangt en waarover men blij is wanneer men die vindt. Zie Jes. 28:4; Jer. 24:2; Hos. 9:10 met de aantekening.

Micha 7 vers 2

goedertierene is vergaan Verg. Ps. 12:2 ; Jes. 57:1 met de aantekening aldaar.

Hertaald: goedertierene is vergaan Vergelijk Ps. 12:2; Jes. 57:1 met de aantekening daar.

uit het land, Anders: van de aarde.

Hertaald: uit het land, Anders: van de aarde.

oprecht onder de mensen; Hebr. recht, of richting. Zie Ps. 7:11 . Hetzelfde woord staat ook in vs.4.

Hertaald: oprecht onder de mensen; Hebreeuws: recht, of rechtheid. Zie Ps. 7:11. Hetzelfde woord staat ook in vers 4.

bloed, Hber. bloeden; dat is, doodslag en moordenarij. Zie Gen. 4:10 , en Gen. 37:26 .

Hertaald: bloed, Hebreeuws: bloeden; dat is: doodslag en moord. Zie Gen. 4:10 en Gen. 37:26.

jachtgaren Om hem met handelingen in het net te krijgen, te vangen, en als een roof te verslinden. Verg. Ps. 10:8-11 , en Ezech. 19:3 , Ezech. 19:6 , enz.

Hertaald: jachtgaren Om hem door listen in het net te krijgen, te vangen en als een prooi te verslinden. Vergelijk Ps. 10:8-11 en Ezech. 19:3, Ezech. 19:6, enzovoort.

Micha 7 vers 3

Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, Of, de handen zijn tot kwaad, om goed te doen, [dat is, iemands zaak te bevorderen] eist de vorst [te weten, geschenken] en de rechter [te weten, eist] tot vergelding. Of, ten kwade zijn de handen zeer kloek, enz. Of, opdat beide handen, enz. kwaad mogen doen. Of, beide handen [zijn er op uit, of zijn bezig], om dergelijk, [of] dapperlijk, meesterlijk, kunstiglijk kwaad te doen, dat is te beschadigen. Zij zijn met al hun verstand leggen zij zich daarop. Van het Hebr. woord, dat hier is overgezet wel dapper, zie Jona 4:4 .

Hertaald: Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, Of: de handen zijn op het kwaad gericht; om goed te doen — dat is: om iemands zaak te bevorderen — eist de vorst geschenken en de rechter een vergoeding. Of: ten kwade zijn de handen zeer bedreven, enzovoort. Of: opdat beide handen kwaad mogen doen. Of: beide handen zijn ermee bezig om terdege, meesterlijk en kunstig kwaad te doen, dat is: schade toe te brengen; met heel hun verstand leggen zij zich daarop toe. Over het Hebreeuwse woord dat hier met terdege weergegeven is, zie Jona 4:4.

eist de vorst, Te weten, giften, geschenken. Verg. Hos. 4:18 .

Hertaald: eist de vorst, Namelijk giften en geschenken. Vergelijk Hos. 4:18.

vergelding; Dat is, om geschenken.

Hertaald: vergelding; Dat is: om geschenken.

grote spreekt Zie 2 Kon. 25:9 .

Hertaald: grote spreekt Zie 2 Kon. 25:9.

verderving Dat is, hij durft wel onbeschaamd spreken wat verdriet, schade en jammer hij voorheeft anderen aan te doen; of hetgeen waardoor hij zijn eigen ziel in het verderf brengt.

Hertaald: verderving Dat is: hij durft onbeschaamd te zeggen welk verdriet, welke schade en welke ellende hij van plan is anderen aan te doen; of datgene waarmee hij zijn eigen ziel in het verderf stort.

ziel, Dat is, waar bij lust of begeerte toe heeft, wat hem slechts lust dat durft hij zeggen, bedenken en doen. Zie Ps. 27:12 , en verg. Mi. 2:2 .

Hertaald: ziel, Dat is: waar hij lust of begeerte toe heeft; wat hem maar aanstaat durft hij te zeggen, te bedenken en te doen. Zie Ps. 27:12, en vergelijk Micha 2:2.

draaien ze dicht ineen Te weten, de schenderij. Gelijk men verscheidene kleine koorden of zelen tezamen draait om een dik touw daarvan te maken, alzo draaien zij hun schendige praktijken met elkander vast en dicht ineen, samenspannende met elkander, en zich verbindende, sterkende, om zonder fout hunne boosheid uit te werken. Verg. Pred. 4:12 ; Ps. 129:4 ; Jes. 5:18 .

Hertaald: draaien ze dicht ineen Namelijk de schennis. Zoals men verschillende dunne koorden samendraait om er een dik touw van te maken, zo draaien zij hun schandelijke praktijken vast en dicht ineen, spannen zij samen en verbinden en versterken zij elkaar om hun boosheid onfeilbaar uit te voeren. Vergelijk Pred. 4:12; Ps. 129:4; Jes. 5:18.

Micha 7 vers 4

beste van hen is Dat is, dien men voor den minste in boosheid zou rekenen.

Hertaald: beste van hen is Dat is: degene die men voor de minst boze zou houden.

doorn; Zie Ezech. 2:6 .

Hertaald: doorn; Zie Ezech. 2:6.

doornheg; Verg. Spr. 15:19 .

Hertaald: doornheg; Vergelijk Spr. 15:19.

dag uwer De bestemde tijd. Zie Joël 1:15 .

Hertaald: dag uwer De vastgestelde tijd. Zie Joël 1:15.

wachters, Dat is, profeten; versta, dien de profeten, u van God toegezonden, geprofeteerd hebben. Zie Ezech. 3:17 .

Hertaald: wachters, Dat is: de profeten; versta: de dag die de profeten die God u gezonden heeft geprofeteerd hebben. Zie Ezech. 3:17.

uw Of, uwer bezoeking; versta den dag uwer bezoeking.

Hertaald: uw Of: van uw bezoeking; versta: de dag van uw bezoeking.

bezoeking, Dat is, straf. Zie Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoeking, Dat is: straf. Zie Gen. 21:1.

is gekomen; Dat is, zal zekerlijk komen, het is ophanden, dat u God bezoeken zal.

Hertaald: is gekomen; Dat is: zal zeker komen; het staat op het punt te gebeuren dat God u zal bezoeken.

nu zal Dat is, al haast. Zie Hos. 10:3 .

Hertaald: nu zal Dat is: heel spoedig. Zie Hos. 10:3.

hunlieder Deze booswichten, die boven beschreven zijn.

Hertaald: hunlieder Namelijk van deze booswichten die hierboven beschreven zijn.

verwarring wezen Gelijk zij alle verwarring hebben ingevoerd en alle boosheid samengedraaid, alzo zullen zij nu in de uiterste verwarring en verbijstering wederingewikkeld worden, zulks dat zij van benauwdheid niet zullen weten wat te doen of te laten, waaruit of waarin, gelijk men zegt. Verg. 2Ch 36 ; Jer 39 ; Eze 4 , en Ezech. 24:3-6 , Ezech. 24:9-11 .

Hertaald: verwarring wezen Zoals zij alle verwarring ingevoerd en alle boosheid ineengedraaid hebben, zo zullen zij nu in de uiterste verwarring en verbijstering verstrikt raken, zodat zij van benauwdheid niet zullen weten wat zij moeten doen of laten, waar zij het zoeken moeten. Vergelijk 2 Kron. 36; Jer. 39; Ezech. 4 en Ezech. 24:3-6, Ezech. 24:9-11.

Micha 7 vers 5

Gelooft een vriend niet, Of, vertrouwt; geloof en trouw is weg, wil de profeet zeggen. Verg. Jer. 9:4-5 . Sommigen nemen het als een heilzamen raad, dien den profeet den vromen geeft van hetgeen zij hadden te vermijden.

Hertaald: Gelooft een vriend niet, Of: vertrouwt. Geloof en trouw zijn weg, wil de profeet zeggen. Vergelijk Jer. 9:4-5. Sommigen vatten het op als een heilzame raad die de profeet de vromen geeft over wat zij moesten vermijden.

voornaamsten vriend; Of, leidsman, voorganger, leraar, die met raad en daad voorgaat en bijstaat. Zie Ps. 55:14 ; Spr. 16:28 , en Spr. 17:9 met de aantekening.

Hertaald: voornaamsten vriend; Of: leidsman, voorganger, leraar, die met raad en daad voorgaat en bijstaat. Zie Ps. 55:14; Spr. 16:28 en Spr. 17:9 met de aantekening.

bewaar de deuren uws monds Dat gij de geheimen van uw hart niet openbaart, om niet bedrogen en verraden te worden.

Hertaald: bewaar de deuren uws monds Zodat u de geheimen van uw hart niet prijsgeeft en niet bedrogen en verraden wordt.

haar, Dat is, uw vrouw; verg. Deut. 13:6 , en zie de aantekening aldaar. Hebr. de liggende, of liggeres van uwen schoot.

Hertaald: haar, Dat is: uw vrouw; vergelijk Deut. 13:6 en zie de aantekening daar. Hebreeuws: zij die in uw schoot ligt.

schoot Of, boezem.

Hertaald: schoot Of: boezem.

ligt Of, slaapt, ligt te slapen; gelijk nederliggen voor slapen genomen wordt, en wijders ook voor sterven, of ontslapen; zie Deut. 31:16 .

Hertaald: ligt Of: slaapt, ligt te slapen; zoals neerliggen opgevat wordt als slapen, en verder ook als sterven of ontslapen; zie Deut. 31:16.

Micha 7 vers 6

veracht den vader, Of, onteert, acht klein, of gering.

Hertaald: veracht den vader, Of: onteert, acht klein of gering.

mans vijanden Of, eens mensen. Deze plaats heeft de Heere Christus gebruikt, Matt. 10:35-36 ; hoewel tot een ander einde.

Hertaald: mans vijanden Of: van een mens. Deze plaats heeft de Heere Christus gebruikt in Matth. 10:35-36, hoewel met een ander doel.

zijn huisgenoten Hber. mensen, of lieden van zijn huis; dat is, die van zijn eigen huisgezin zijn hem ontrouw, verraden hem.

Hertaald: zijn huisgenoten Hebreeuws: mensen of lieden van zijn huis; dat is: zij die tot zijn eigen huisgezin behoren zijn hem ontrouw en verraden hem.

Micha 7 vers 7

Maar ik zal Of, daaRom.

Hertaald: Maar ik zal Of: daarom.

uitzien naar den HEERE, Of, wacht houden. Verg. Ps. 5:4 met de aantekening. Dit spreekt de profeet in den naam der kerk, of de kerk zelve, zich oprichtende door geloof op Gods genade en belofte.

Hertaald: uitzien naar den HEERE, Of: wacht houden. Vergelijk Ps. 5:4 met de aantekening. Dit spreekt de profeet in naam van de kerk, of de kerk zelf, terwijl zij zich door het geloof opricht aan Gods genade en belofte.

wachten op de God mijns heils; Of, hopen.

Hertaald: wachten op de God mijns heils; Of: hopen.

Micha 7 vers 8

mij, Omdat ik in kruis en lijden ben.

Hertaald: mij, Omdat ik in kruis en lijden ben.

vijandin Gij gemeente der goddelozen, mijne vervolgster. De kerk vergelijkt zichzelf bij ene vrouw, en alzo ook hare vijanden.

Hertaald: vijandin U, gemeente van de goddelozen, mijn vervolgster. De kerk vergelijkt zichzelf met een vrouw, en zo ook haar vijanden.

gevallen ben, In kruis en tegenspoed. Zie Spr. 24:16 .

Hertaald: gevallen ben, In kruis en tegenspoed. Zie Spr. 24:16.

zal ik weder opstaan; Of, sta ik, enz. Hebr. eigenlijk, ben ik weder opgestaan, dat is, zal ik zekerlijk weder opstaan, te weten, uit mijn kruis.

Hertaald: zal ik weder opstaan; Of: sta ik op, enzovoort. Hebreeuws eigenlijk: ben ik weer opgestaan, dat is: zal ik zeker weer opstaan, namelijk uit mijn kruis.

duisternis Zie Gen. 15:12 .

Hertaald: duisternis Zie Gen. 15:12.

zal gezeten zijn, Of, zitte, is mij de HEERE een licht.

Hertaald: zal gezeten zijn, Of: zit, is de HEERE mij een licht.

licht zijn Zie Ps. 27:1 .

Hertaald: licht zijn Zie Ps. 27:1.

Micha 7 vers 9

gramschap Dat is, plagen, kastijden, uit zijne gramschap voortkomende; verg. Ezech. 7:3 .

Hertaald: gramschap Dat is: de plagen en kastijdingen die uit Zijn gramschap voortkomen; vergelijk Ezech. 7:3.

dragen, Met een boetvaardig en geduldig hart, gelijk het volgende uitwijst.

Hertaald: dragen, Met een boetvaardig en geduldig hart, zoals het vervolg uitwijst.

twist twiste, en mijn recht uitvoere; Dat is, mijn rechtzaak, mijn proces, dat ik niet tegen God [voor wien ik mij schuldig ken] maar tegen mijne vijanden open heb staan. Zie Ps. 35:1 .

Hertaald: twist twiste, en mijn recht uitvoere; Dat is: mijn rechtszaak, mijn proces, dat ik niet tegen God heb lopen — voor Wie ik mij schuldig weet — maar tegen mijn vijanden. Zie Ps. 35:1.

brengen aan het licht; Of, hervoorbrengen, uitvoeren, uit de duisternis, gelijk in het voorgaande vers gezegd.

Hertaald: brengen aan het licht; Of: tevoorschijn brengen, uitvoeren, uit de duisternis, zoals in het vorige vers gezegd is.

mijn lust Dit is hier ingevoegd om den zin der Hebr. manier van spreken uit te drukken. Zie Ps. 22:18 ; alzo in het volgende vers. Anders: ik zal zijne gerechtigheid aanzien.

Hertaald: mijn lust Dit is hier ingevoegd om de betekenis van de Hebreeuwse manier van spreken weer te geven. Zie Ps. 22:18; zo ook in het volgende vers. Anders: ik zal Zijn gerechtigheid aanschouwen.

gerechtigheid Door welke Hij mij recht zal geven tegen mijne vijandin, mij verlossende en haar straffende; of aan zijn heil, dat Hij mij, naar zijne beloften, getrouwelijk zal bewijzen. Verg. Mi. 6:5 met de aantekening.

Hertaald: gerechtigheid Waardoor Hij mij recht zal verschaffen tegen mijn vijandin, door mij te verlossen en haar te straffen. Of: aan Zijn heil, dat Hij mij naar Zijn beloften trouw zal bewijzen. Vergelijk Micha 6:5 met de aantekening.

Micha 7 vers 10

mijn vijandin zal het zien, Anders: Gij [o Heere] zult mijne vijandin aanzien, [te weten, met een toornig aangezicht] en haar [met] schaamte bedekken.

Hertaald: mijn vijandin zal het zien, Anders: U, o HEERE, zult mijn vijandin aanzien, namelijk met een toornig gelaat, en haar met schaamte bedekken.

zien; Te weten, mijne begeerte, verwachting; of Gods rechtvaardige wraak. Zie Ps. 54:9 met de aantekening.

Hertaald: zien; Namelijk mijn verlangen en verwachting; of Gods rechtvaardige wraak. Zie Ps. 54:9 met de aantekening.

nu zal zij worden tot vertreding, Dat is, alhaast, het zal niet lang duren, gelijk in Mi. 4:10 , en Mi. 5:3 .

Hertaald: nu zal zij worden tot vertreding, Dat is: heel spoedig, het zal niet lang duren, zoals Micha 4:10 en Micha 5:3.

slijk der straten Dat is, tot de uiterste schande en versmaadheid gebracht worden. Zie Job 30:19 ; Jes. 41:25 ; Ps. 40:3 , met de aantekening; idem 2 Sam. 22:43 , en Ps. 18:43 .

Hertaald: slijk der straten Dat is: tot de uiterste schande en versmading gebracht worden. Zie Job 30:19; Jes. 41:25; Ps. 40:3 met de aantekening, en ook 2 Sam. 22:43 en Ps. 18:43.

Micha 7 vers 11

uw Dit is een aanspraak tot de kerk van Christus.

Hertaald: uw Dit is een aanspraak tot de kerk van Christus.

muren zal herbouwen, Versta heiningmuren. Van het Hebr. woord, zie Ps. 62:4 . Dit is een Evangelische belofte van de herstelling en verzameling der kerk ten tijde van het Nieuwe Testament door den Messias. Verg. Am. 9:11 ; idem Mi. 4:1-3 , en Mi. 5:3-5 .

Hertaald: muren zal herbouwen, Versta: omheiningsmuren. Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 62:4. Dit is een evangelische belofte over het herstel en de vergadering van de kerk in de tijd van het Nieuwe Testament door de Messias. Vergelijk Amos 9:11, en ook Micha 4:1-3 en Micha 5:3-5.

besluit verre heengaan Of, inzetting, ordinantie, te weten, Gods, van zijn eniggeboren Zoon, den Messias; dat is, het Evangelie zal wijd en verre uitgebreid worden. Verg. Ps. 2:7 , met de aantekening, en Ps. 110:2 ; Jes. 2:3 , en Mi. 4:1 , enz., en zie hier van de verklaring in vs.14, enz. Anders: de schatting, of het tribuut, of bevel [des vijands tirannie en overlast] zal verre [van u] weggedaan worden. Het Hebr. woord, dat hier en Ps. 2:7 gebruikt wordt van het Evangelische genadebesluit van God, wordt Ezech. 20:25 , gebruikt van goddelijke besluiten, of gezette vonnissen zijner straffen en oordelen, zie aldaar.

Hertaald: besluit verre heengaan Of: inzetting, verordening, namelijk van God over Zijn eniggeboren Zoon, de Messias; dat is: het Evangelie zal wijd en zijd verbreid worden. Vergelijk Ps. 2:7 met de aantekening, en Ps. 110:2; Jes. 2:3 en Micha 4:1, enzovoort, en zie de uitwerking hiervan in vers 14, enzovoort. Anders: de schatting of het bevel — de tirannie en overlast van de vijand — zal ver van u weggedaan worden. Het Hebreeuwse woord dat hier en in Ps. 2:7 gebruikt wordt voor Gods evangelische genadebesluit, wordt in Ezech. 20:25 gebruikt voor goddelijke besluiten of vastgestelde vonnissen van Zijn straffen en oordelen; zie daar.

Micha 7 vers 12

het ook komen tot u toe, Te weten, het voorgemelde besluit. Of, men zal tot u komen, verstaande zulks van den toeloop der volken tot de kerk Gods. Verg. Jes. 19:23-24 , enz. Anders: Hij [de] Messias zal tot u komen, enz.

Hertaald: het ook komen tot u toe, Namelijk het genoemde besluit. Of: men zal tot u komen, waarbij men dat opvat van de toeloop van de volken tot Gods kerk. Vergelijk Jes. 19:23-24, enzovoort. Anders: Hij, de Messias, zal tot u komen, enzovoort.

Assur af, Noordwaarts van Kanaän gelegen.

Hertaald: Assur af, Dat ten noorden van Kanaän lag.

vaste steden toe; Namelijk Egypte, gelegen in het zuiden, zijnde zeer vast door de natuurlijke gelegenheid van wateren en groten arbeid en kunst der mensen. Hebr. steden der vesting. Hebr. Mazor, dat enige gelijkheid heeft met Mizraïm, dat is Egypte. Verg. Jes. 19:6 met de aantekening.

Hertaald: vaste steden toe; Namelijk Egypte, dat in het zuiden ligt en zeer sterk is door de natuurlijke ligging met wateren en door veel arbeid en kunst van mensen. Hebreeuws: steden van de vesting; Hebreeuws Mazor, dat enige gelijkenis vertoont met Mizraïm, dat is: Egypte. Vergelijk Jes. 19:6 met de aantekening.

vestingen Hebr. vesting, of vastigheid.

Hertaald: vestingen Hebreeuws: vesting of vastheid.

rivier, Eufraat.

Hertaald: rivier, Namelijk de Eufraat.

zee tot zee, Hebr. [tot] zee van zee; dat is, van de ene zee tot de andere, van het ene gebergte tot het andere; van het noorden tot het zuiden, van het oosten tot het westen. Kanaän had gebergten in het noorden, oosten en zuiden, en de Dode zee was in het oosten, de Middellandse in het westen; door welke ligging en grenzen van Kanaän de uitbreiding van het Evangelie door de ganse wereld en de vereniging der Joden en heidenen in Christus wordt afgebeeld.

Hertaald: zee tot zee, Hebreeuws: tot zee van zee; dat is: van de ene zee tot de andere, van het ene gebergte tot het andere, van het noorden tot het zuiden en van het oosten tot het westen. Kanaän had bergen in het noorden, oosten en zuiden; de Dode Zee lag in het oosten en de Middellandse in het westen. Met die ligging en die grenzen van Kanaän wordt de uitbreiding van het Evangelie over de hele wereld en de vereniging van Joden en heidenen in Christus afgebeeld.

Micha 7 vers 13

Maar dit land zal worden tot een verwoesting, Of, nadat, of als dit land zal geworden zijn, enz., of evenwel, nochtans zal dit land, versta Kanaän. Dit is eerst geschied ten tijde der Babylonische verwoesting, en naderhand bij de tijden van het Nieuwe Testament, en gaat voort nog vast ten huidigen dage. Verg. Dan. 9:26-27 , enz.

Hertaald: Maar dit land zal worden tot een verwoesting, Of: nadat dit land tot een verwoesting geworden zal zijn, enzovoort; of: toch zal dit land, enzovoort. Versta: Kanaän. Dit is eerst gebeurd bij de Babylonische verwoesting en daarna in de tijd van het Nieuwe Testament, en het duurt tot op de dag van vandaag voort. Vergelijk Dan. 9:26-27, enzovoort.

zijner inwoners halve, Of, met zijne inwoners.

Hertaald: zijner inwoners halve, Of: met zijn inwoners.

vrucht hunner handelingen Dat is, verdienste, loon. Zie Spr. 1:31 .

Hertaald: vrucht hunner handelingen Dat is: het verdiende loon. Zie Spr. 1:31.

Micha 7 vers 14

Gij dan, Hier spreekt de kerk [verheugd zijnde in den geest] den Messias, den oppersten Herder der kerk, Jezus Christus, aan alsof zij Hem zag staan weiden en zijn herdersambt verrichten; verg. Mi. 5:3 ; dit dient tot verklaring en vervolg van vs.11,12.

Hertaald: Gij dan, Hier spreekt de kerk, verheugd in de geest, de Messias aan — Jezus Christus, de opperste Herder van de kerk — alsof zij Hem zag staan weiden en Zijn herdersambt zag uitoefenen; vergelijk Micha 5:4. Dit dient ter verklaring en voortzetting van vers 11 en 12.

volk Dat is, kerk, verstrooid op aarde en gehaat van de kinderen dezer wereld.

Hertaald: volk Dat is: Zijn kerk, verstrooid over de aarde en gehaat door de kinderen van deze wereld.

staf, Dat is, Woord en Geest. Verg. Ps. 23:4 .

Hertaald: staf, Dat is: Woord en Geest. Vergelijk Ps. 23:4.

kudde De schaapskudde, waarbij de gelovigen hier en elders dikwijls worden vergeleken.

Hertaald: kudde De schaapskudde, waarmee de gelovigen hier en elders vaak vergeleken worden.

erfenis, Zie Deut. 32:9 , met de aantekening.

Hertaald: erfenis, Zie Deut. 32:9 met de aantekening.

alleen woont, Als een afgezonderd volk Gods, niet vermengd met de wereld, ketterijen en secten, [waarom zij ook dikwijls vervolgd en in eenzaamheid verdreven wordt] levende nochtans in zekerheid en vertrouwen tegen alle vijanden en de poorten der hel, onder bescherming van haren Herder; zie Num. 23:9 ; Deut. 33:28 ; Joh. 15:19 ; 1 Petr. 2:9 ; 1 Joh. 5:19 , en verg. de manier van spreken met Jer. 49:31 .

Hertaald: alleen woont, Als een afgezonderd volk van God, niet vermengd met de wereld, met ketterijen en sekten — waarom zij ook vaak vervolgd en in eenzaamheid verdreven wordt — maar toch levend in zekerheid en vertrouwen tegen alle vijanden en de poorten van de hel, onder de bescherming van haar Herder. Zie Num. 23:9; Deut. 33:28; Joh. 15:19; 1 Petr. 2:9; 1 Joh. 5:19, en vergelijk de manier van spreken met Jer. 49:31.

vruchtbaar land; Hebr. Karmel. Zie Jer. 2:7 , met de aantekening.

Hertaald: vruchtbaar land; Hebreeuws: Karmel. Zie Jer. 2:7 met de aantekening.

Basan en Gilead, Overvloeiende van schone weiden. Zie Deut. 32:14 ; Ps. 22:13 ; Jer. 50:19 , en van Gilead, Gen. 31:21 ; Jer. 22:6 , met de aantekening.

Hertaald: Basan en Gilead, Die overvloeien van mooie weiden. Zie Deut. 32:14; Ps. 22:13; Jer. 50:19; en over Gilead Gen. 31:21; Jer. 22:6 met de aantekening.

Micha 7 vers 15

haar wonderen doen zien, Mijne kudde, dat is kerk, waarvan in het voorgaande vers. Dit is Jezus Christus' antwoord op de voorgaande aanspraak der kerk.

Hertaald: haar wonderen doen zien, Namelijk Mijn kudde, dat is: Mijn kerk, waarover het vorige vers. Dit is het antwoord van Jezus Christus op de voorgaande aanspraak van de kerk.

gij uit Egypteland uittoogt O Israël.

Hertaald: gij uit Egypteland uittoogt O Israël.

Micha 7 vers 16

heidenen zullen het zien, Of, natiën, [te weten, de vijanden der kerk] zullen de heerlijkheid van het koninkrijk van Christus, of van zijne kerk moeten aanschouwen. Sommigen verstaan dit van de uitverkorenen onder de heidenen, die met schaamte en bekentenis hunner zonden tot gemeenschap der kerk zullen aankomen, uit vergelijking met Hos. 3:5 , en Hos. 11:10-11 ; idem Jes. 45:14 .

Hertaald: heidenen zullen het zien, Of: de naties, namelijk de vijanden van de kerk, zullen de heerlijkheid van het koninkrijk van Christus of van Zijn kerk moeten aanschouwen. Sommigen verstaan dit van de uitverkorenen onder de heidenen, die met schaamte en met belijdenis van hun zonden tot de gemeenschap van de kerk zullen komen, op grond van de vergelijking met Hos. 3:5 en Hos. 11:10-11, en ook met Jes. 45:14.

vanwege al hun macht; Omdat al hun woelen en woeden tegen Gods werk en kerk vergeefs is; of [gelijk sommigen] om de geestelijke macht, die God zijne kerk bij de predikatie van het Evangelie zal verlenen. Zie 2 Kor. 10:4-6 , en verg. Mi. 5:5 , Mi. 5:8 , enz.; Ps. 149:6-9 , met de aantekening.

Hertaald: vanwege al hun macht; Omdat al hun woelen en woeden tegen Gods werk en kerk tevergeefs is. Volgens sommigen: vanwege de geestelijke macht die God Zijn kerk bij de prediking van het Evangelie zal verlenen. Zie 2 Kor. 10:4-6, en vergelijk Micha 5:5, Micha 5:8, enzovoort; Ps. 149:6-9 met de aantekening.

hand op den mond leggen; Niet kunnende of durvende tegenspreken. Zie Richt. 18:19 ; Job 21:5 .

Hertaald: hand op den mond leggen; Omdat zij niet kunnen of durven tegenspreken. Zie Richt. 18:19; Job 21:5.

doof worden Van hetgeen zij zullen moeten horen en niet kunnen verdragen; of [gelijk sommigen] de zaken, die zij zullen horen, zullen zo vreemd, wonderlijk en groot zijn, dat hun de oren van het horen, vermits verwondering [om zo te spreken] verdoven zullen.

Hertaald: doof worden Van wat zij zullen moeten horen en niet zullen kunnen verdragen. Volgens sommigen: de dingen die zij zullen horen zullen zo vreemd, wonderlijk en groot zijn dat hun de oren, om zo te zeggen, van verbazing zullen doof worden.

Micha 7 vers 17

stof lekken, als de slang; Tot een teken van de uiterste vrees en onderwerping, zijnde hun pracht en hoogmoed als ter aarde nedergeworpen, gelijk men in de Oosterse landen zich placht ter aarde neder te buigen, tot een teken van onderwerping en nederigheid. Zie Ps. 72:9 , met de aantekening, en verg. Jes. 49:23 , alwaar desgelijks gezegd wordt van de bekeerde heidenen.

Hertaald: stof lekken, als de slang; Als teken van de uiterste vrees en onderwerping, waarbij hun praal en hoogmoed als het ware ter aarde geworpen zijn — zoals men zich in de oosterse landen ter aarde placht te buigen als teken van onderwerping en nederigheid. Zie Ps. 72:9 met de aantekening, en vergelijk Jes. 49:23, waar hetzelfde over de bekeerde heidenen gezegd wordt.

kruipende dieren der aarde, Of, slangen, wormen der aarde, enz. Zie Deut. 32:24 met de aantekening.

Hertaald: kruipende dieren der aarde, Of: slangen, wormen van de aarde, enzovoort. Zie Deut. 32:24 met de aantekening.

zich beroeren uit hun sloten; Dat is, met beroerte, al vrezende, bevende en kruipende uit hunne sloten, of vaste, besloten plaatsen voortkomende [verg. 2 Sam. 22:46 ; Ps. 18:46 , met de aantekening] gelijk slangen, of andere kruipende dieren, uit hare holen voortkruipen.

Hertaald: zich beroeren uit hun sloten; Dat is: met beving, vrezend en kruipend uit hun holen of vaste, gesloten plaatsen tevoorschijn komend (vergelijk 2 Sam. 22:46; Ps. 18:46 met de aantekening), zoals slangen of andere kruipende dieren uit hun holen naar buiten kruipen.

met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, Hebr. zij zullen vervaard zijn, of vrezen tot den Heere, enz. gelijk Hos. 3:5 ; zie aldaar, en verg. Hos. 11:10-11 . Anders: zij zullen vrezen, of vervaard zijn voor den Heere, enz.

Hertaald: met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, Hebreeuws: zij zullen vrezen tot de HEERE, enzovoort, zoals Hos. 3:5; zie daar, en vergelijk Hos. 11:10-11. Anders: zij zullen vrezen voor de HEERE, enzovoort.

U vrezen Versta, [veranderende den persoon, gelijk elders] God zelf, den Messias, dien den profeet met opheffing des harten en verwondering aanspreekt, gelijk in het volgende; of de kerk, met de heerlijkheid en macht van haar Hoofd begenadigd zijnde; verg. Jes. 19:16-18 , enz. met de aantekening.

Hertaald: U vrezen Versta — met verandering van persoon, zoals elders — God Zelf, de Messias, Die de profeet met opgeheven hart en verwondering aanspreekt, zoals in het vervolg. Of: de kerk, die met de heerlijkheid en macht van haar Hoofd begenadigd is; vergelijk Jes. 19:16-18, enzovoort, met de aantekening.

Micha 7 vers 18

vergeeft, Of, wegneemt; zie Ps. 25:18 .

Hertaald: vergeeft, Of: wegneemt; zie Ps. 25:18.

overblijfsel Zijner erfenis Dat is, zijne uitverkorenen, gelovigen, of kerk; zie vs.14.

Hertaald: overblijfsel Zijner erfenis Dat is: Zijn uitverkorenen, gelovigen, of Zijn kerk; zie vers 14.

voorbijgaat? Dat is, overziet, niet toerekent, niet aanziet naar zijne gerechtigheid, of in toorn; verg. 2 Sam. 12:13 , met de aantekening.

Hertaald: voorbijgaat? Dat is: door de vingers ziet, niet toerekent, niet naar Zijn gerechtigheid of in toorn aanziet; vergelijk 2 Sam. 12:13 met de aantekening.

houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; Verg. Jer. 3:5 , Jer. 3:12 , en zie het tegendeel ten aanzien van Gods en zijns volks vijanden, Nah. 1:2 .

Hertaald: houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; Vergelijk Jer. 3:5, Jer. 3:12, en zie het tegendeel met betrekking tot de vijanden van God en van Zijn volk in Nah. 1:2.

want Hij heeft lust aan goedertierenheid Of, maar.

Hertaald: want Hij heeft lust aan goedertierenheid Of: maar.

Micha 7 vers 19

weder ontfermen; Hebr. Hij zal wederkeren, Hij zal zich onzer ontfermen; verg. Ps. 71:20 , en Ps. 85:7 met de aantekening, idem Num. 11:4 ; Ps. 45:5 .

Hertaald: weder ontfermen; Hebreeuws: Hij zal wederkeren, Hij zal Zich over ons ontfermen; vergelijk Ps. 71:20 en Ps. 85:7 met de aantekening, en ook Num. 11:4; Ps. 45:5.

dempen; Of, tenonderbrengen, onderwerpen, zodat zij niet kunnen opkomen of opstaan tegen ons in het gericht; en voorts door zijne Geest de heerschappij en tirannie der zonden [onder welke wij als dienstknechten en slaven verkocht waren] afschaffen, en ons heilig maken en vernieuwen, hier aanvankelijk, hierna volkomenlijk op welke laatste weldaad dit sommigen alleen duiden. Zie Jes. 52:1 ; Rom. 6:7 .

Hertaald: dempen; Of: eronder brengen, onderwerpen, zodat zij niet kunnen opkomen of tegen ons opstaan in het gericht. En verder: door Zijn Geest de heerschappij en tirannie van de zonden — waaronder wij als dienstknechten en slaven verkocht waren — afschaffen en ons heiligen en vernieuwen, hier in beginsel en hierna volkomen. Sommigen betrekken dit alleen op die laatste weldaad. Zie Jes. 52:1; Rom. 6:7.

hun zonden Der uitverkorenen en gelovigen.

Hertaald: hun zonden Namelijk van de uitverkorenen en gelovigen.

diepten der zee werpen Een schone en zeer troostelijke gelijkenis, betekenende dat onze zonden van God niet aangezien, maar in eeuwige vergetenis gesteld, bedekt en als ongeacht en versmoord zullen zijn; verg. Ps. 103:12 ; Jes. 43:25 ; Jer. 31:34 , Jer. 31:37 , enz.

Hertaald: diepten der zee werpen Een mooie en zeer troostrijke vergelijking, die aangeeft dat onze zonden door God niet aangezien zullen worden, maar in eeuwige vergetelheid gesteld, bedekt en als het ware verdronken zullen zijn; vergelijk Ps. 103:12; Jes. 43:25; Jer. 31:34, Jer. 31:37, enzovoort.

Micha 7 vers 20

Jakob de trouw, Dat is, Jakobs en Abrahams nakomelingen; zie Rom. 9:6-8 . Of, de trouw, of waarheid van Jakob, de goedertierenheid, of weldadigheid van Abraham, dat is, die Gij hun beloofd hebt. Verg. Jer. 2:2 , en versta hierdoor den Messias, den Middelaar van het genadeverbond, en alles met Hem. Verg. Luc. 1:68-73 ; Rom. 8:32 ; een heerlijk besluit der profetie, vol van geloof en verwachting van den Messias.

Hertaald: Jakob de trouw, Dat is: de nakomelingen van Jakob en Abraham; zie Rom. 9:6-8. Of: de trouw of waarheid aan Jakob, de goedertierenheid of weldadigheid aan Abraham, dat is: die U hun beloofd hebt. Vergelijk Jer. 2:2, en versta hieronder de Messias, de Middelaar van het genadeverbond, en alles wat met Hem gegeven wordt. Vergelijk Luk. 1:68-73; Rom. 8:32. Het is een heerlijk slot van de profetie, vol geloof en verwachting van de Messias.

geven, Of, leveren; dat is, daarstellen, metterdaad bewijzen en volbrengen.

Hertaald: geven, Of: leveren; dat is: metterdaad bewijzen en volbrengen.

oude dagen af gezworen hebt Hebr. van de dagen der oudheid; dat is, voor langen tijd.

Hertaald: oude dagen af gezworen hebt Hebreeuws: van de dagen van de oudheid; dat is: sinds lange tijd.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Er is geen druif om te eten  — een klacht over een land waarin trouw is verdwenen, tot in het eigen gezin toe (Micha 7:1-6)

"Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht" (Micha 7:1). Wat er ontbreekt, wordt genoemd: "De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen" (Micha 7:2). Het loopt uit op het gezin zelf: "Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten" (Micha 7:6).

Bijbelse betekenis: Merk op het beeld waarmee dit klaaglied begint: een oogst die al binnen is, zodat er niets meer te vinden is, terwijl de honger nog blijft. Zo tekent Micha de staat van zijn volk: leeggeplukt van trouw. Let vervolgens op de opbouw van de klacht: eerst het volk in het algemeen (Micha 7:2), dan de leiders (Micha 7:3), en ten slotte, in Micha 7:6, het gezin zelf. De ontrouw begint niet bij vreemden maar dringt door tot in het meest vertrouwde verband dat er is. Let ten slotte op wat dit vers zegt over vertrouwen: als zelfs huisgenoten elkaars vijanden worden, is er nergens meer een vanzelfsprekende veiligheid.

Typologie: De Heere Jezus haalt dit vers letterlijk aan wanneer Hij Zijn discipelen waarschuwt wat Zijn komst zal brengen: "Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder" (Matt. 10:35). Het vers erna trekt de conclusie: "En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn" (Matt. 10:36).

Micha 7:1-2,6; Matt. 10:35-36

Maar ik zal uitzien naar den HEERE  — temidden van de klacht klinkt een persoonlijk vertrouwen (Micha 7:7-9)

Na de opsomming van ontrouw komt de wending: "Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen" (Micha 7:7). Tegen de eigen vijandin zegt de profeet: "Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn" (Micha 7:8). En zelfs de eigen schuld wordt niet ontkend: "Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere" (Micha 7:9).

Bijbelse betekenis: Merk op het woordje maar waarmee Micha 7:7 begint: het staat tegenover de hele klacht die eraan voorafging. Ondanks alles wat er ontbreekt in het land, blijft er één zekerheid over: mijn God zal mij horen. Let vervolgens op Micha 7:8: gevallen, en tóch weer opstaand; in duisternis, en tóch met licht. Het vertrouwen ontkent de nood niet, maar plaatst er iets tegenover. Let ten slotte op Micha 7:9: de profeet erkent zelf schuldig te zijn, en verwacht toch recht — niet omdat hij onschuldig is, maar omdat hij weet dat de HEERE zijn twist zal twisten.

Typologie: Habakuk spreekt hetzelfde vertrouwen uit temidden van een land zonder vrucht: "Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils" (Hab. 3:18).

Micha 7:7-9; Hab. 3:18

Wie is een God gelijk Gij  — het boek sluit met een lofprijzing op Gods vergevende trouw (Micha 7:18-20)

"Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid" (Micha 7:18). Dan volgt een beeld van diepte: "Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen" (Micha 7:19). Het boek eindigt met een beroep op de oude belofte: "Gij zult Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid geven, die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt" (Micha 7:20).

Bijbelse betekenis: Merk op de vraag waarmee dit slot opent: wie is een God gelijk Gij. In het Hebreeuws ligt daarin een klank die op de naam van de profeet zelf lijkt — Micha betekent zoveel als: wie is als de HEERE. Het boek sluit dus af met een vraag die de naam van de schrijver zelf weerspiegelt. Let vervolgens op het beeld in Micha 7:19: zonden in de diepten der zee geworpen — niet weggenomen om ergens anders te blijven liggen, maar verdwenen in een diepte waar niemand ze weer opvist. Let ten slotte op Micha 7:20: het laatste woord van het boek is geen nieuwe belofte maar een beroep op een oude — het verbond met Abraham en Jakob, waarop het hele boek uiteindelijk rust.

Typologie: Ditzelfde beeld van zonden die uit het zicht verdwijnen, tekent de psalmist met een ander beeld: "Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons" (reeds behandeld bij Ps. 103:12). En Paulus stelt dezelfde vraag als Micha 7:18 in een andere vorm: "Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt" (Rom. 8:33).

Micha 7:18-20; Ps. 103:12; Rom. 8:33

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Wie is een God gelijk Gij? — 7:14-20

Micha eindigt zijn boek na hoofdstukken vol aanklacht: rechters die geschenken aannemen, profeten die voorspellen voor geld, en een volk waarin men zijn eigen huisgenoten niet vertrouwen kan. En juist daar komt de lofprijzing.

De profeet vraagt wie er een God is zoals deze — Eén Die de zonde niet alleen vergeeft maar wegdoet waar zij niet terug te halen is.

Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? In de naam Micha zit die vraag zelf al opgesloten: wie is als de HEERE.

De kanttekening scherpt beide werkwoorden. Vergeven is hier ook: wegnemen. En voorbijgaan wordt uitgelegd als door de vingers zien, niet toerekenen, niet naar Zijn gerechtigheid of in toorn aanzien.

Daarna komen twee beelden die elkaar aanvullen. Hij zal onze ongerechtigheden dempen. De kanttekening verklaart dat als eronder brengen en onderwerpen, zodat zij niet meer tegen ons kunnen opstaan in het gericht. Zij ziet er ook het afschaffen in van de heerschappij van de zonde, waaronder wij als slaven verkocht waren.

En dan: Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen. Niet aan de kant leggen, niet in een la; in zee, waar niemand ze terugvindt.

Het slot verankert dit alles waar het thuishoort: Gij zult Jakob de trouw en Abraham de goedertierenheid geven, die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt. De vergeving hangt dus niet aan de stemming van het ogenblik maar aan een eed van eeuwen her.

Hoe die eed wordt waargemaakt, zegt Micha niet. Dat staat in de brief aan de Hebreeën: Hij is Middelaar geworden van een beter verbond, en van hun zonden en ongerechtigheden zegt God dat Hij die niet meer gedenken zal. En in de lofzang van Zacharias klinken beide namen weer: de barmhartigheid aan onze vaderen, en de eed dien Hij Abraham gezworen heeft.

  1. Genesis 22:16-18 — God zweert bij Zichzelf aan Abraham.
  2. Micha 7:18 — Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft?
  3. Micha 7:19 — Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
  4. Micha 7:20 — Zoals Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt.
  5. Lukas 1:72-73 — Zacharias zingt van die barmhartigheid en die eed.
  6. Hebreeën 8:12 — Hunner zonden zal Ik geenszins meer gedenken.

In het Nieuwe Testament: Lukas 1:72-73; Hebreeën 8:6-12; Romeinen 11:27; 1 Johannes 1:9

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Micha 7

Micha 7:1.KruisverwijzingenJesaja 24:13Jesaja 28:4Hosea 9:10Jesaja 17:6Jesaja 24:16Jeremia 45:3Jeremia 4:31Jesaja 6:5
— Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.
Het is een verschrikkelijk ding voor een goed mens om te merken dat goede mensen zeer schaars worden, en te zien dat goddeloze mensen goddelozer worden dan ooit. Het doet hem zijn eenzaamheid scherp gevoelen, en de blijdschap lijkt uit zijn hart verbannen.

Micha 7:2.KruisverwijzingenPsalmen 12:1Jeremia 5:26Jesaja 57:1Jesaja 59:7Spreuken 1:11Psalmen 14:11 Samuël 24:111 Samuël 26:20
— De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren.
Het waren droeve tijden waarin Micha leefde. En toch zou men in zeker opzicht bereid en zelfs blij kunnen zijn in zulke tijden te leven. Want als men ooit nuttig voor zijn medemensen kon zijn, dan toch wel toen. God had een stem nodig als die van de profeet Micha in de dagen dat Zijn eredienst verlaten was en het ware geloof onder de mensen bijna uitgestorven. Had God niet hier en daar een Micha overgelaten, dan zou het land als Sodom geworden zijn en aan Gomorra gelijk gemaakt. Hoe onaangenamer die tijd voor de goede man dus was, hoe noodzakelijker en nuttiger hij voor die tijd was.

Micha 7:3.KruisverwijzingenMicha 3:11Amos 5:12Jeremia 8:10Spreuken 4:161 Koningen 21:9Hosea 4:18Jeremia 3:51 Korinthe 4:5
— Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.
Ik wilde wel dat de belijdende volgelingen van Christus met beide handen goed deden: met elk vermogen, met elke bekwaamheid, op elke manier en bij elke gelegenheid. Zo doen goddeloze mensen immers ernstig kwaad met beide handen.

De eerlijkheid leek uit het volk verdwenen. De hoogsten in het land, die boven de macht van de omkoping verheven hadden moeten zijn, verkochten de rechtsbedeling aan de hoogste bieder. Ach, dat waren werkelijk kwade tijden.

Micha 7:4.KruisverwijzingenJesaja 22:5Ezechiël 2:62 Samuël 23:6Jesaja 10:3Ezechiël 12:23Hebreeën 6:8Nahum 1:10Jesaja 55:13
— De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.
De zonde brengt droefheid in haar gevolg. En omdat volken als volk geen toekomst zullen hebben, handelt God met de nationale zonde hier op aarde en bezoekt Hij haar met nationale straffen. Nu de zonde in Israël zo welig gegroeid was, zou het de tijd van hun verwarring zijn.

Wanneer de zonden als kippen naar huis komen om te roesten, dan zal het de tijd van de verwarring van de zondaar zijn. Hij laat zijn zonden uitvliegen en denkt dat zij, als de zwervende vogels van de hemel, spoedig weg zullen zijn en dat hij ze nooit terug zal zien. Maar zij zullen allemaal naar hem terugkomen. En hij zal bitter berouw krijgen over de dag waarop hij meende dat hij winst kon maken door de rechtvaardige wet van de HEERE te overtreden.

Micha 7:5.KruisverwijzingenJeremia 9:4Psalmen 118:8Richteren 16:5Mattheüs 10:16Job 6:14
— Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.
Het volk was zo doortrokken van oneerlijkheid dat het kwaad zelfs tot in het huiselijk leven doorgedrongen was. Waar alles in een staat van wederzijds gelukkig vertrouwen had moeten zijn, gevoelde de profeet zich gedrongen hun te zeggen dat er geen vertrouwen kon bestaan. Niet tussen mensen die vrienden schenen te zijn, en zelfs niet tussen man en vrouw.

Micha 7:6.KruisverwijzingenMattheüs 10:35Mattheüs 10:21Lukas 12:53Ezechiël 22:72 Samuël 16:21Obadja 1:7Genesis 49:42 Samuël 16:11
— Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten.
En dat is in zekere mate nog altijd waar. Zonder de vreze van God zult u bemerken dat zelfs de nauwste en dierbaarste betrekkingen de onbekeerden er niet van weerhouden de vijanden van de godvruchtigen te zijn. In dat opzicht kan een begenadigd man niet vertrouwen op haar die in zijn schoot ligt, als zij geen waar kind van God is.

Let nu op de grootsheid van het geloof. Zet deze witte plek midden in de zwarte duisternis waarover wij gelezen hebben.

Micha 7:7.KruisverwijzingenJesaja 25:9Psalmen 37:7Psalmen 25:5Jesaja 45:22Psalmen 62:11 Johannes 5:14Lukas 2:25Psalmen 40:1
— Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.
“Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.”

Er was voor de profeet nergens anders om naar uit te zien. Naar wat hij ons vertelt, waren alle mensen vals geworden. Daarom, zegt hij, zal ik uitzien naar de HEERE.

En dat is al het licht dat Gods volk nodig heeft. Al is het de duisternis van een zwarte Egyptische nacht waarin onze geest gevallen is: als God ons maar verschijnen wil, zal er spoedig licht voor ons zijn. Dr. Watts zong naar waarheid dat, wanneer Hij in de donkerste schaduwen verschijnt, onze dageraad begonnen is; Hij is de zoete morgenster van onze ziel en Hij onze opgaande zon.

Micha 7:9.KruisverwijzingenPsalmen 37:61 Samuël 24:151 Korinthe 4:52 Thessalonicenzen 1:52 Samuël 16:11Klaagliederen 3:391 Samuël 26:10Psalmen 43:1
— Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij brengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.
“Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij brengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.”

Luister naar dit getuigenis van de profeet, beproefd kind van God. Ook wanneer u in uw eigen huisgezin vijanden vindt, stel uw vertrouwen op God, want Hij zal nog verschijnen om u te verlossen. Laat dit uw blijdschap zijn.

Zit stil in ootmoedig geduld en draag de gramschap van de HEERE. Want al is er moeite op u gelegd, zij is niet zo zwaar als zij had kunnen zijn. En niet zo streng als zij geweest zou zijn wanneer de HEERE naar strikte gerechtigheid met u gehandeld had. Bezit daarom uw ziel in lijdzaamheid en wacht stil voor uw God. Wees niet zonder hoop; verwacht dat Hij uw twist twisten zal en uw recht uitvoeren. Waak op Zijn licht, dat zeker komen zal, en waarin u niet uw eigen gerechtigheid zult zien, maar de Zijne.

Micha 7:10.KruisverwijzingenJoël 2:17Zacharia 10:5Psalmen 18:42Psalmen 42:102 Samuël 22:43Psalmen 35:26Micha 4:11Psalmen 115:2
— En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk der straten.
Dit vers gaat over het volk dat Israël in die tijd verdrukte. Ook zij zou haar beurt van lijden krijgen, want zij zou onder de voet van de HEERE verpletterd worden zoals het slijk op de straten vertreden wordt.

Micha 7:11-12.KruisverwijzingenJesaja 19:23Hosea 11:11Jesaja 11:16Jesaja 54:11Nehemia 2:17Nehemia 4:3Nehemia 2:8Nehemia 3:1
— Ten dage als Hij uw muren zal herbouwen, te dien dage zal het besluit verre heengaan. Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.
Dit zou hun overkomen die tegen God gezondigd hadden en Zijn volk verdrukt hadden. Hij zou de verdrukkers op hen loslaten, en zij zouden van alle kanten vijanden vinden.

Micha 7:13.KruisverwijzingenJesaja 3:10Jeremia 25:11Micha 3:12Jeremia 17:10Job 4:8Spreuken 31:31Leviticus 26:33Jeremia 21:14
— Maar dit land zal worden tot een verwoesting, zijner inwoners halve, vanwege de vrucht hunner handelingen.
Dat is een wonderlijke uitdrukking: de vrucht van hun handelingen. Alle handelingen dragen vrucht van de een of andere soort, en zondige handelingen dragen bittere en dodelijke vrucht. Wee de mens die de vrucht van zijn eigen handelingen eten moet! Wat mensen op aarde eten, zullen zij misschien in de hel moeten verteren. Daar zullen zij voor eeuwig liggen, de verschrikkelijke brokken verterend die zij hier beneden met zoveel smaak aten.

Micha 7:14.KruisverwijzingenMicha 5:4Amos 9:11Jeremia 50:19Psalmen 23:1Psalmen 95:7Jesaja 49:10Psalmen 28:9Jesaja 40:11
— Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde Uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.
Soms zijn er weiden midden in de wouden. En Gods volk was in de dagen van Micha als een kleine kudde schapen, voor hun vijanden verborgen in het midden van een woud. Maar God zal hen te zijner tijd uitbrengen in veel ruimere vrijheid. Zij zullen Basan en Gilead nog tot weide hebben, als in de dagen van ouds. Zo zal de kleine tot duizend worden en de geringe tot een machtig volk. En zij die vanwege hun vele vijanden weggeborgen waren, zullen zo’n vrijheid hebben dat zij overal de HEERE hun God zullen aanbidden en prijzen.

Micha 7:15-17.KruisverwijzingenJesaja 26:11Jesaja 49:23Jesaja 11:16Psalmen 72:9Jesaja 63:11Jeremia 23:7Exodus 3:20Jesaja 51:9
— Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen, toen gij uit Egypteland uittoogt. De heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn, vanwege al hun macht; zij zullen de hand op den mond leggen; hun oren zullen doof worden. Zij zullen het stof lekken, als de slang; als kruipende dieren der aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, en zullen voor U vrezen.
De dag zal komen dat er zo’n vrees voor het volk van God zal zijn bij hen die het vroeger vervolgden. Zij zullen beven voor de HEERE en bang zijn voor juist die mensen die zij eens bespot en verdrukt hebben.

Micha 7:18.KruisverwijzingenJesaja 43:25Jeremia 50:20Jeremia 32:41Micha 2:12Exodus 15:11Exodus 34:6Psalmen 103:8Micha 4:7
— Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.
“Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.”

Hij heeft nooit behagen in toorn, en zeker niet in toorn tegen Zijn eigen volk. Dat is maar een tijdelijke toorn, en per slot van rekening niet meer dan een andere vorm van liefde. Want de ouderlijke toorn die de zonde in een lief kind haat, is niet anders dan liefde in vuur en vlam.

God geve dat wij nooit zonder meer zondigen mogen zonder dat Hij zo toornig op ons is! Wij zouden Hem haast willen smeken de zonde in ons nooit te dulden. Laat Hij ons liever met de roede slaan dan toelaten dat wij gelukkig zijn te midden van het kwaad. Misschien is de ergste van alle verschrikkingen wel de vrede te midden van de ongerechtigheid, het geluk terwijl de zonde overal om ons heen is.

Micha 7:19.KruisverwijzingenJesaja 38:17Jeremia 50:20Hosea 14:4Jeremia 31:34Psalmen 103:12Psalmen 130:8Jesaja 63:15Jesaja 43:25
— Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
Wij hebben in het eerste deel van dit hoofdstuk over hun zonden gelezen, en wat een afschuwelijke lijst van kwaad was dat! En toch lezen wij hier: “Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft?” Zelfs die bergen van zonden waarover de profeet schrijft, zal de HEERE bij de wortel uitrukken en in de diepten van de zee werpen.

Micha 7:20.KruisverwijzingenLukas 1:72Genesis 28:13Genesis 17:7Deuteronomium 7:8Handelingen 3:25Psalmen 105:8Hebreeën 6:13Genesis 26:3
— Gij zult Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid geven, die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt.
Daar ligt onze vertroosting: onze God is de verbondhoudende God, Die elke belofte die Hij gedaan heeft vervullen zal. Zelfs geldt: “Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.” Geloofd zij Zijn heilige naam.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content