Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 6

1 Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Hebt achtG4337, dat gijG4771 uw aalmoesG1654 niet doetG4160 voor de mensenG444, om van henG846 gezien te worden; andersG1490 zoG1487 hebtG2192 gijG4771 geen loonG3408 bijG4314 uw VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is. Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.

KJV Take heed1 that ye do6 not5 your alms3 before7 men,9 to be seen10 of them:13 otherwise16 ye have19 no18 reward17 of20 your Father22 which2 is in25 heaven.

1 προσεχετε G4337 wacht, begeven, acht (give) attend(-ance, -ance at, -ance to, unto), beware, be given to, give (take) heed (to unto); have regard 2 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ελεημοσυνην G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 4 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεαθηναι G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 13 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 μηγε G1490 anders, Anderszins, anderszins (or) else, if (not, otherwise), otherwise 17 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 18 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 20 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 21 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 πατρι G3962 Vader, vader, vaders father, parent 23 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 24 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Wanneer gij dan aalmoes doet, zo laat voor u niet trompetten, gelijk de geveinsden in de synagogen en op de straten doen, opdat zij van de mensen geeerd mogen worden. Voorwaar zeg Ik u: Zij hebben hun loon weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Wanneer gij dan aalmoesG1654 doetG4160, zo laat voor u nietG3361 trompettenG4537, gelijk de geveinsdenG5273 inG1722 de synagogenG4864 enG2532 opG1722 de stratenG4505 doenG4160, opdat zij vanG5259 de mensenG444 geeerdG1392 mogen worden. VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Zij hebben hunG846 loonG3408 wegG568. Wanneer gij dan aalmoes doet, zo laat voor u niet trompetten, gelijk de geveinsden in de synagogen en op de straten doen, opdat zij van de mensen geeerd mogen worden. Voorwaar zeg Ik u: Zij hebben hun loon weg.

KJV Therefore2 when1 thou doest3 thine alms,4 do6 not5 sound a trumpet before7 thee, as9 the hypocrites11 do12 in13 the synagogues15 and16 in17 the streets,19 that20 they may have glory21 of22 men.24 Verily25 I say26 unto you, They have28 their31 reward.

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ποιης G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 4 ελεημοσυνην G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 σαλπισης G4537 gebazuind, bazuinen, bazuin (which are yet to) sound (a trumpet) 7 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υποκριται G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 12 ποιουσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ρυμαις G4505 straat, straten, wijken lane, street 20 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 21 δοξασθωσιν G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 22 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 23 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 25 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 26 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 27 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 28 απεχουσιν G568 weg, houdt, ontvangen be, have, receive 29 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 31 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Maar als gij aalmoes doet, zo laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 MaarG1161 als gijG4771 aalmoesG1654 doetG4160, zo laat uw linkerG710 hand nietG3361 wetenG1097, watG5101 uw rechterG1188 doetG4160; Maar als gij aalmoes doet, zo laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet;

KJV But2 when thou doest3 alms,4 let6 not5 thy left hand8 know what10 thy right hand13 doeth:

1 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ποιουντος G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 4 ελεημοσυνην G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 γνωτω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αριστερα G710 linker left (hand) 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δεξια G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Opdat uw aalmoesG1654 inG1722 het verborgenG2927 zij; enG2532 uw VaderG3962, Die inG1722 het verborgenG2927 ziet, Die zal het uG4771 inG1722 het openbaarG5318 vergeldenG591. Opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden.

KJV That1 thine alms5 may be in6 secret:8 and9 thy Father11 which4 seeth14 in15 secret17 himself18 shall reward19 thee openly.21

1 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 2 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ελεημοσυνη G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 βλεπων G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 18 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 αποδωσει G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 20 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 φανερω G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 wanneer gij bidtG4336, zo zult gij nietG3756 zijnG1510 gelijk de geveinsdenG5273; wantG3754 die plegen gaarneG5368, inG1722 de synagogenG4864 enG2532 opG1722 de hoekenG1137 der stratenG4113 staandeG2476, te biddenG4336, opdat zij van de mensenG444 mogenG5316 gezien worden. VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 zij hunG846 loonG3408 wegG568 hebben. En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.

KJV And1 when2 thou prayest,3 thou shalt not4 be as6 the hypocrites8 are: for9 they love10 to pray21 standing20 in11 the synagogues13 and14 in15 the corners17 of the streets,19 that22 they may23 be seen24 of men.26 Verily27 I say28 unto you,30 They have31 their34 reward.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 3 προσευχη G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 εση G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υποκριται G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 φιλουσιν G5368 lief, liefheeft, liefheb kiss, love 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 γωνιαις G1137 hoeks, hoeken, hoek corner, quarter 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πλατειων G4113 straten, straat street 20 εστωτες G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 21 προσευχεσθαι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 22 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 23 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 24 φανωσιν G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think 25 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 27 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 28 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 29 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 30 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 31 απεχουσιν G568 weg, houdt, ontvangen be, have, receive 32 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 34 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 gijG4771, wanneer gijG4771 bidtG4336, gaat in uw binnenkamerG5009, en uw deurG2374 geslotenG2808 hebbende, bidtG4336 uw VaderG3962, Die in het verborgenG2927 is; en uw VaderG3962, Die in het verborgenG2927 ziet, zal het uG4771 in het openbaarG5318 vergeldenG591. Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

KJV But2 thou,1 when3 thou prayest,4 enter5 into6 thy closet,8 and10 when thou hast shut11 thy door,13 pray15 to thy Father17 which7 is in20 secret;22 and23 thy Father25 which12 seeth28 in29 secret31 shall reward32 thee openly.34

1 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 4 προσευχη G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 5 εισελθε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ταμιειον G5009 binnenkamer, binnenkameren, binnenkamers secret chamber, closet, storehouse 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 κλεισας G2808 gesloten, sluit, sluiten shut (up) 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 προσευξαι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πατρι G3962 Vader, vader, vaders father, parent 18 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 26 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 27 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 βλεπων G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 29 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 30 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 32 αποδωσει G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 33 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 34 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 35 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 36 φανερω G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG1161 als gij bidtG4336, zo gebruiktG945 geenG3361 ijdel verhaal van woordenG945, gelijk de heidenenG1482; want zij menenG1380, datG3754 zij doorG1722 hun veelheid van woorden zullen verhoordG1522 worden. En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden.

Ook in dit vers veelheid woordenG4180

KJV But2 when ye pray,1 use4 not3 vain repetitions, as5 the heathen7 do: for9 they think8 that10 they shall be heard15 for11 their14 much speaking.

1 προσευχομενοι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 βαττολογησητε G945 gebruikt, ijdel verhaal van woorden use vain repetitions 5 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εθνικοι G1482 heiden, heidenen heathen (man) 8 δοκουσιν G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πολυλογια G4180 veelheid woorden much speaking 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εισακουσθησονται G1522 verhoord, horen hear
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Wordt danG3767 hun nietG3361 gelijk; wantG1063 uw VaderG3962 weetG1492, watG3739 gijG4771 van nodeG5532 hebtG2192, eerG4253 gijG4771 HemG846 bidtG154. Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.

KJV Be3 not1 ye therefore2 like unto them:4 for6 your Father8 knoweth5 what things10 ye have12 need of,11 before13 ye ask16 him.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ομοιωθητε G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οιδεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 6 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 12 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 16 αιτησαι G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 GijG4771 danG3767 bidtG4336 aldusG3779: Onze VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 zijt! Uw NaamG3686 worde geheiligdG37. Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd.

KJV After this manner1 therefore2 pray3 ye: Our Father5 which7 art in8 heaven,10 Hallowed be11 thy name.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 προσευχεσθε G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 4 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 5 πατερ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 6 ημων G1473 mij, ik I, me 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 11 αγιασθητω G37 geheiligd, heiligt, geheiligden hallow, be holy, sanctify 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Uw KoninkrijkG932 komeG2064. Uw wilG2307 geschiedeG1096, gelijkG5613 inG1722 den hemelG3772 alzo ookG2532 op de aardeG1093. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.

KJV Thy kingdom3 come.1 Thy will7 be done5 in13 earth,15 as12 it is in10 heaven.

1 ελθετω G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 4 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 5 γενηθητω G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Geef ons heden ons dagelijks brood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 GeefG1325 ons hedenG4594 ons dagelijksG1967 broodG740. Geef ons heden ons dagelijks brood.

KJV Give6 us this day8 our daily5 bread.

1 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 3 ημων G1473 mij, ik I, me 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 επιουσιον G1967 dagelijks daily 6 δος G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 ημιν G1473 mij, ik I, me 8 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 vergeefG863 ons onze schuldenG3783, gelijkG5613 ookG2532 wij vergevenG863 onzen schuldenarenG3781. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

KJV And1 forgive2 us our debts,5 as8 we forgive10 our debtors.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αφες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 3 ημιν G1473 mij, ik I, me 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οφειληματα G3783 schuld, schulden debt 6 ημων G1473 mij, ik I, me 7 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ημεις G1473 mij, ik I, me 10 αφιεμεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 οφειλεταις G3781 schuldenaars, schuldenaar, schuldenaren debtor, which owed, sinner 13 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 leidG1533 ons nietG3361 inG1519 verzoekingG3986, maarG235 verlosG4506 ons vanG575 den bozeG4190. WantG3754 Uw isG1510 het KoninkrijkG932, enG2532 de krachtG1411, enG2532 de heerlijkheidG1391, inG1519 der eeuwigheidG165, amenG281. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.

KJV And1 lead3 us not2 into5 temptation,6 but7 deliver8 us from10 evil:12 For13 thine is the kingdom,17 and18 the power,20 and21 the glory,23 for24 ever.26 Amen.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 εισενεγκης G1533 leid, brengen, brengt bring (in), lead into 4 ημας G1473 mij, ik I, me 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 πειρασμον G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try 7 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 ρυσαι G4506 verlost, verlossen, verlos deliver(-er) 9 ημας G1473 mij, ik I, me 10 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πονηρου G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δυναμις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 δοξα G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αιωνας G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 27 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantG1063 indien gijG4771 den mensenG444 hunG846 misdadenG3900 vergeeftG863, zoG1437 zal uw hemelseG3770 VaderG3962 ookG2532 uG4771 vergevenG863. Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.

KJV For2 if1 ye forgive3 men5 their8 trespasses,7 your heavenly16 Father13 will also10 forgive9 you:

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αφητε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παραπτωματα G3900 misdaden, misdaad, val fall, fault, offence, sin, trespass 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αφησει G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 14 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ουρανιος G3770 hemelse, Hemels, hemelsen heavenly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 MaarG1161 indien gijG4771 den mensenG444 hunG846 misdadenG3900 nietG3361 vergeeftG863, zoG1437 zal ook uw VaderG3962 uw misdadenG3900 niet vergevenG863. Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.

KJV But2 if ye forgive4 not men6 their9 trespasses,8 neither10 will your Father12 forgive14 your trespasses.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 αφητε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 παραπτωματα G3900 misdaden, misdaad, val fall, fault, offence, sin, trespass 9 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 13 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 14 αφησει G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 παραπτωματα G3900 misdaden, misdaad, val fall, fault, offence, sin, trespass 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG1161 wanneer gij vastG3522, toontG1096 geenG3361 droevigG4659 gezicht, gelijk de geveinsdenG5273; want zij mismakenG853 hun aangezichtenG4383, opdat zijG846 van de mensenG444 mogenG5316 gezien worden, als zij vastenG3522. VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 zij hun loonG3408 wegG568 hebben. En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.

KJV Moreover2 when1 ye fast,3 be5 not,4 as6 the hypocrites,8 of a sad countenance:9 for11 they disfigure10 their14 faces,13 that15 they may appear16 unto men18 to fast.19 Verily20 I say21 unto you,23 They have24 their27 reward.

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 νηστευητε G3522 vasten, vast, vastten fast 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 γινεσθε G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υποκριται G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 9 σκυθρωποι G4659 droevig of a sad countenance 10 αφανιζουσιν G853 verderft, verdwijnt, mismaken corrupt, disfigure, perish, vanish away 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 προσωπα G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 16 φανωσιν G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think 17 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 19 νηστευοντες G3522 vasten, vast, vastten fast 20 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 21 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 22 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 23 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 24 απεχουσιν G568 weg, houdt, ontvangen be, have, receive 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 27 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 MaarG1161 gijG4771, als gijG4771 vastG3522, zalftG218 uw hoofdG2776, en wastG3538 uw aangezichtG4383; Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht;

KJV But2 thou,1 when thou fastest,3 anoint4 thine head,7 and8 wash12 thy face;

1 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 νηστευων G3522 vasten, vast, vastten fast 4 αλειψαι G218 gezalfd, zalfden, zalfde anoint 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 νιψαι G3538 wassen, gewassen, wies wash
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Opdat het van de mensenG444 nietG3361 gezien worde, als gij vastG3522, maarG235 van uw VaderG3962, Die inG1722 het verborgenG2927 is; enG2532 uw VaderG3962, Die inG1722 het verborgenG2927 ziet, zal het uG4771 inG1722 het openbaarG5318 vergeldenG591. Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

KJV That1 thou appear3 not2 unto men5 to fast,6 but7 unto thy Father9 which4 is in12 secret:14 and15 thy Father,17 which8 seeth20 in21 secret,23 shall reward24 thee openly.26

1 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 φανης G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 νηστευων G3522 vasten, vast, vastten fast 7 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πατρι G3962 Vader, vader, vaders father, parent 10 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 18 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βλεπων G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 24 αποδωσει G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 25 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 φανερω G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 VergadertG2343 uG4771 geenG3361 schattenG2344 opG1909 de aardeG1093, waar ze de motG4597 enG2532 de roestG1035 verderftG853, enG2532 waar de dievenG2812 doorgravenG1358 enG2532 stelenG2813; Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen;

KJV Lay2 not1 up for yourselves treasures4 upon5 earth,7 where8 moth9 and10 rust11 doth corrupt,12 and13 where14 thieves15 break through16 and17 steal:

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 θησαυριζετε G2343 vergadert, Vergadert, schat lay up (treasure), (keep) in store, (heap) treasure (together, up) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 θησαυρους G2344 schat, schatten treasure 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 8 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 9 σης G4597 mot moth 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 βρωσις G1035 spijs, roest, spijze eating, food, meat 12 αφανιζει G853 verderft, verdwijnt, mismaken corrupt, disfigure, perish, vanish away 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 15 κλεπται G2812 dief, dieven thief 16 διορυσσουσιν G1358 doorgraven break through (up) 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 κλεπτουσιν G2813 stelen, gestolen, stele steal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 MaarG1161 vergadertG2343 uG4771 schattenG2344 inG1722 den hemelG3772, waar ze noch motG4597 noch roestG1035 verderftG853, en waar de dievenG2812 nietG3756 doorgravenG1358 noch stelenG2813; Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen;

KJV But2 lay up1 for yourselves treasures4 in5 heaven,6 where7 neither8 moth9 nor10 rust11 doth corrupt,12 and13 where14 thieves15 do17 not16 break through nor18 steal:

1 θησαυριζετε G2343 vergadert, Vergadert, schat lay up (treasure), (keep) in store, (heap) treasure (together, up) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 θησαυρους G2344 schat, schatten treasure 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 7 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 8 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 9 σης G4597 mot moth 10 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 11 βρωσις G1035 spijs, roest, spijze eating, food, meat 12 αφανιζει G853 verderft, verdwijnt, mismaken corrupt, disfigure, perish, vanish away 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 15 κλεπται G2812 dief, dieven thief 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 διορυσσουσιν G1358 doorgraven break through (up) 18 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 19 κλεπτουσιν G2813 stelen, gestolen, stele steal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 WantG1063 waar uw schatG2344 isG1510, daar zal ookG2532 uw hartG2588 zijnG1510. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

KJV For2 where1 your treasure5 is, there7 will your heart11 be also.

1 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θησαυρος G2344 schat, schatten treasure 6 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 7 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 8 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig is, zo zal uw gehele lichaam verlicht wezen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 De kaarsG3088 des lichaamsG4983 isG1510 het oogG3788; indienG1437 danG3767 uw oogG3788 eenvoudigG573 isG1510, zo zal uw gehele lichaamG4983 verlichtG5460 wezenG1510; De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig is, zo zal uw gehele lichaam verlicht wezen;

KJV The light2 of the body4 is the eye:7 if8 therefore9 thine eye11 be single,13 thy whole15 body17 shall be full of light.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 λυχνος G3088 kaars, Kaars, kaarsen candle, light 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σωματος G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 απλους G573 eenvoudig single 14 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 18 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 19 φωτεινον G5460 verlicht, luchtige bright, full of light 20 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar indien uw oog boos is, zo zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien dan het licht, dat in u is, duisternis is, hoe groot zal de duisternis zelve zijn!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 MaarG1161 indien uw oogG3788 boosG4190 isG1510, zo zal geheelG3650 uw lichaamG4983 duisterG4652 zijnG1510. Indien dan het lichtG5457, dat inG1722 uG4771 is, duisternisG4655 isG1510, hoeG4214 groot zal de duisternisG4655 zelve zijn! Maar indien uw oog boos is, zo zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien dan het licht, dat in u is, duisternis is, hoe groot zal de duisternis zelve zijn!

KJV But2 if1 thine eye4 be evil,6 thy whole8 body10 shall be full of darkness.12 If14 therefore15 the light17 that is in19 thee be darkness,21 how great25 is that darkness!

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 πονηρος G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 7 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 σκοτεινον G4652 duister dark, full of darkness 13 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 15 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 21 σκοτος G4655 duisternis darkness 22 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 23 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 σκοτος G4655 duisternis darkness 25 ποσον G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 NiemandG3762 kanG1410 tweeG1417 herenG2962 dienenG1398; wantG1063 ofG2228 hij zal den enenG1520 hatenG3404 enG2532 den anderen liefhebbenG25, ofG2228 hij zal den enenG1520 aanhangenG472 enG2532 den anderen verachtenG2706; gij kuntG1410 nietG3756 GodG2316 dienenG1398 enG2532 den MammonG3126. Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.

KJV No man1 can2 serve5 two3 masters:4 for7 either6 he will hate10 the one,9 and11 love14 the other;13 or else15 he will hold17 to the one,16 and18 despise21 the other.20 Ye cannot22 serve25 God24 and26 mammon.

1 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 2 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 3 δυσιν G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 4 κυριοις G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 δουλευειν G1398 dienen, dient, Dienende be in bondage, (do) serve(-ice) 6 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 10 μισησει G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ετερον G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 14 αγαπησει G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 15 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 16 ενος G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 17 ανθεξεται G472 aanhangen, ondersteunt, vasthoudt hold fast, hold to, support 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ετερου G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 21 καταφρονησει G2706 veracht, verachten, verachte despise 22 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 24 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 25 δουλευειν G1398 dienen, dient, Dienende be in bondage, (do) serve(-ice) 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 μαμμωνα G3126 Mammon mammon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Daarom zegG3004 Ik uG4771: Zijt nietG3361 bezorgdG3309 voor uw levenG5590, watG5101 gijG4771 etenG5315, enG2532 watG5101 gij drinkenG4095 zult; noch voor uw lichaamG4983, waarmede gij u kledenG1746 zult; isG1510 het levenG5590 niet meer dan het voedselG5160, enG2532 het lichaamG4983 dan de kledingG1742? Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?

KJV Therefore1 I say3 unto you, Take no5 thought6 for your life,8 what10 ye shall eat,11 or12 what13 ye shall drink;14 nor yet for15 your body,17 what19 ye shall put on.20 Is not21 the life23 more than meat,27 and28 the body30 than raiment?

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 μεριμνατε G3309 bezorgd, bekommert, bezorgen (be, have) care(-ful), take thought 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ψυχη G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 9 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 10 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 φαγητε G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 14 πιητε G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 15 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σωματι G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 18 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 19 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 20 ενδυσησθε G1746 aangedaan, aandoen, gekleed array, clothe (with), endue, have (put) on 21 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 22 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ψυχη G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 24 πλειον G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 25 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 26 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 τροφης G5160 spijze, voedsel, spijs food, meat 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 31 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 ενδυματος G1742 kleding, schaapsklederen clothing, garment, raiment
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 AanzietG1689 de vogelenG4071 des hemelsG3772, datG3754 zij nietG3756 zaaienG4687, noch maaienG2325, noch verzamelenG4863 inG1519 de schurenG596; enG2532 uw hemelseG3770 VaderG3962 voedtG5142 nochtans dezelveG846; gaat gijG4771 dezelveG846 nietG3756 zeer veelG3123 te boven? Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?

KJV Behold1 the fowls4 of the air:6 for7 they sow9 not,8 neither10 do they reap,11 nor12 gather13 into2 barns;15 yet16 your heavenly21 Father18 feedeth22 them.23 Are27 ye not24 much26 better than they?

1 εμβλεψατε G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 2 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 3 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετεινα G4071 vogelen, dieren vogelen, gevogelte bird, fowl 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 σπειρουσιν G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 10 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 11 θεριζουσιν G2325 maaien, maait, maai reap 12 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 13 συναγουσιν G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 αποθηκας G596 schuur, schuren barn, garner 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 19 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ουρανιος G3770 hemelse, Hemels, hemelsen heavenly 22 τρεφει G5142 gespijzigd, gevoed, voedt bring up, feed, nourish 23 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 25 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 26 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 27 διαφερετε G1308 verschilt, verschillen, droeg be better, carry, differ from, drive up and down, be (more) excellent, make matter, publish, be of more value 28 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 WieG5101 toch van uG4771 kanG1410, metG1537 bezorgdG3309 te zijn, eenG1520 elG4083 totG1909 zijn lengteG2244 toedoenG4369? Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?

KJV Which3 of you by taking thought5 can6 add7 one13 cubit12 unto8 his11 stature?

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 5 μεριμνων G3309 bezorgd, bekommert, bezorgen (be, have) care(-ful), take thought 6 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 7 προσθειναι G4369 toegedaan, toedoen, toegeworpen add, again, give more, increase, lay unto, proceed further, speak to any more 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ηλικιαν G2244 grootte, lengte, ouderdom age, stature 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 πηχυν G4083 el, ellen cubit 13 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de lelien des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En watG5101 zijt gij bezorgdG3309 voor de kledingG1742? AanmerktG2648 de lelienG2918 des veldsG68, hoeG4459 zij wassenG837; zij arbeidenG2872 niet, en spinnenG3514 niet; En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de lelien des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet;

KJV And1 why4 take ye thought5 for2 raiment?3 Consider6 the lilies8 of the field,10 how11 they grow;12 they toil14 not,13 neither15 do they spin:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 3 ενδυματος G1742 kleding, schaapsklederen clothing, garment, raiment 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 μεριμνατε G3309 bezorgd, bekommert, bezorgen (be, have) care(-ful), take thought 6 καταμαθετε G2648 Aanmerkt consider 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κρινα G2918 lelien lily 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αγρου G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 11 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 12 αυξανει G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 κοπια G2872 arbeiden, gearbeid, arbeide (bestow) labour, toil, be wearied 15 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 16 νηθει G3514 spinnen spin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG1161 Ik zegG3004 uG4771, dat ook SalomoG4672, inG1722 alG3956 zijn heerlijkheidG1391, niet is bekleedG4016 geweest, gelijkG5613 eenG1520 van dezeG3778. En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.

KJV And yet2 I say1 unto you, That4 even5 Solomon6 in7 all8 his11 glory10 was12 not arrayed like13 one14 of these.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 6 σολομων G4672 Salomo, Salomon Solomon 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 παση G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δοξη G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 περιεβαλετο G4016 bekleed, gekleed, Werp array, cast about, clothe(-d me), put on 13 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 14 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 15 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 IndienG1487 nuG1161 GodG2316 het grasG5528 des veldsG68, dat hedenG4594 isG1510, en morgenG839 inG1519 den ovenG2823 geworpenG906 wordt, alzoG3779 bekleedtG294, zal Hij u nietG3756 veelG4183 meer kleden, gijG4771 kleingelovigenG3640? Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen?

KJV Wherefore,2 if1 God15 so16 clothe17 the grass4 of the field,6 which to day7 is, and9 to morrow10 is cast13 into11 the oven,12 shall he not18 much19 more20 clothe you, O ye of little faith?

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χορτον G5528 gras, kruid, hooi blade, grass, hay 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αγρου G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 7 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 8 οντα G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 κλιβανον G2823 oven oven 13 βαλλομενον G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 17 αμφιεννυσιν G294 bekleed, bekleedt clothe 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 πολλω G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 20 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 21 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 22 ολιγοπιστοι G3640 kleingelovigen, kleingelovige of little faith
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Daarom zijt nietG3361 bezorgdG3309, zeggendeG3004: WatG5101 zullen wij etenG5315, ofG2228 watG5101 zullen wij drinkenG4095, ofG2228 waarmede zullen wij ons kledenG4016? Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?

KJV Therefore2 take no1 thought,3 saying,4 What5 shall we eat?6 or,7 What8 shall we drink?9 or,10 Wherewithal11 shall we be clothed?

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 μεριμνησητε G3309 bezorgd, bekommert, bezorgen (be, have) care(-ful), take thought 4 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 φαγωμεν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 7 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 πιωμεν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 περιβαλωμεθα G4016 bekleed, gekleed, Werp array, cast about, clothe(-d me), put on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Want al deze dingen zoekenG1934 de heidenenG1484; want uw hemelseG3770 VaderG3962 weetG1492, dat gijG4771 al dezeG3778 dingen behoeftG5535. Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.

KJV (For2 after6 all1 these things do the Gentiles5 seek:) for8 your heavenly13 Father10 knoweth7 that14 ye have need15 of all17 these things.

1 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εθνη G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 επιζητει G1934 verzoekt, zoeken, zoek desire, enquire, seek (after, for) 7 οιδεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ουρανιος G3770 hemelse, Hemels, hemelsen heavenly 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 χρηζετε G5535 behoeft, behoeven, mogen (have) need 16 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 απαντων G537 alles all (things), every (one), whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 MaarG1161 zoektG2212 eerstG4412 het KoninkrijkG932 GodsG2316 en Zijn gerechtigheidG1343, en alG3956 dezeG3778 dingen zullen uG4771 toegeworpenG4369 worden. Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

KJV But2 seek ye1 first3 the kingdom5 of God,7 and8 his11 righteousness;10 and12 all14 these things shall be added15 unto you.

1 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 προστεθησεται G4369 toegedaan, toedoen, toegeworpen add, again, give more, increase, lay unto, proceed further, speak to any more 16 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Zijt danG3767 nietG3361 bezorgdG3309 tegen den morgenG839; wantG1063 de morgenG839 zal voor het zijne zorgenG3309; elke dagG2250 heeft genoegG713 aanG1519 zijn zelfsG846 kwaadG2549. Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad.

KJV Take3 therefore2 no1 thought10 for4 the morrow:6 for8 the morrow9 shall take thought for the things5 of itself.12 Sufficient13 unto the day15 is the evil17 thereof.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 μεριμνησητε G3309 bezorgd, bekommert, bezorgen (be, have) care(-ful), take thought 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 10 μεριμνησει G3309 bezorgd, bekommert, bezorgen (be, have) care(-ful), take thought 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εαυτης G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 13 αρκετον G713 genoeg enough, suffice (-ient) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 16 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κακια G2549 boosheid, kwaadheid, kwaad evil, malice(-iousness), naughtiness, wickedness 18 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 6:1 Mattheüs 23:5 Hebreeën 6:10 Galaten 6:12 Johannes 12:43 Mattheüs 16:27 Mattheüs 25:40 Lukas 11:35 Mattheüs 23:28
Mattheüs 6:2 Mattheüs 6:5 Mattheüs 6:16 Prediker 11:2 Jakobus 2:15 Efeze 4:28 Jesaja 9:17 Lukas 12:33 Handelingen 11:29
Mattheüs 6:3 Johannes 7:4 Markus 1:44 Mattheüs 9:30
Mattheüs 6:4 Jeremia 17:10 Mattheüs 6:18 Mattheüs 6:6 Psalmen 44:21 Jeremia 23:24 Openbaring 2:23 Hebreeën 4:13 1 Samuël 2:30
Mattheüs 6:5 Mattheüs 6:2 Lukas 18:10 Markus 11:25 Lukas 14:12 Lukas 18:1 Mattheüs 7:7 Spreuken 15:8 Jesaja 1:15
Mattheüs 6:6 2 Koningen 4:33 Jesaja 26:20 Jesaja 65:24 Mattheüs 6:18 Psalmen 34:15 Mattheüs 26:36 Romeinen 8:5 Handelingen 9:40
Mattheüs 6:7 Prediker 5:2 Prediker 5:7 1 Koningen 18:26 Mattheüs 26:44 Mattheüs 26:39 1 Koningen 8:26 Mattheüs 26:42 Mattheüs 18:17
Mattheüs 6:8 Mattheüs 6:32 Psalmen 38:9 Filippenzen 4:6 Lukas 12:30 Johannes 16:23 Psalmen 69:17
Mattheüs 6:9 Ezechiël 36:23 Lukas 11:1 Maleachi 1:11 Romeinen 8:15 Jesaja 57:15 Habakuk 2:14 Zacharia 14:9 Mattheüs 7:11
Mattheüs 6:10 Mattheüs 3:2 1 Thessalonicenzen 5:18 1 Petrus 2:15 Mattheüs 12:50 Efeze 6:6 Hebreeën 10:36 Johannes 4:34 Mattheüs 26:42
Mattheüs 6:11 Spreuken 30:8 Exodus 16:16 Lukas 11:3 Mattheüs 4:4 1 Timotheüs 6:8 Jesaja 33:16 Psalmen 34:10 Psalmen 33:18
Mattheüs 6:12 Markus 11:25 Efeze 4:32 1 Koningen 8:39 Psalmen 32:1 Exodus 34:7 Efeze 1:7 Psalmen 130:4 1 Johannes 1:7
Mattheüs 6:13 1 Korinthe 10:13 Johannes 17:15 Mattheüs 26:41 Jeremia 15:21 2 Korinthe 1:20 1 Kronieken 16:36 1 Thessalonicenzen 1:10 Mattheüs 6:10
Mattheüs 6:14 Efeze 4:32 Markus 11:25 Kolossenzen 3:13 Mattheüs 7:2 Spreuken 21:13 Jakobus 2:13 Mattheüs 6:12 1 Johannes 3:10
Mattheüs 6:15 Mattheüs 18:35
Mattheüs 6:16 Jesaja 58:3 Mattheüs 6:2 Psalmen 35:13 Psalmen 69:10 Lukas 18:12 Mattheüs 6:5 1 Koningen 21:27 Zacharia 7:3
Mattheüs 6:17 Ruth 3:3 Prediker 9:8 Daniël 10:2 2 Samuël 14:2 2 Samuël 12:20
Mattheüs 6:18 Mattheüs 6:4 Mattheüs 6:6 1 Petrus 1:7 Romeinen 2:6 Kolossenzen 3:22 2 Korinthe 5:9 2 Korinthe 10:18 1 Petrus 2:13
Mattheüs 6:19 Hebreeën 13:5 Jakobus 5:1 1 Johannes 2:15 Lukas 12:21 1 Timotheüs 6:8 1 Timotheüs 6:17 Prediker 5:10 Spreuken 16:16
Mattheüs 6:20 Lukas 12:33 1 Petrus 1:4 1 Timotheüs 6:19 Mattheüs 19:21 Hebreeën 11:26 1 Petrus 5:4 Lukas 18:22 Openbaring 2:9
Mattheüs 6:21 Kolossenzen 3:1 Spreuken 4:23 Lukas 12:34 Romeinen 7:5 2 Korinthe 4:18 Mattheüs 12:34 Jeremia 4:14 Hebreeën 3:12
Mattheüs 6:22 Lukas 11:34 2 Korinthe 11:3
Mattheüs 6:23 1 Korinthe 1:18 Romeinen 2:17 Mattheüs 6:22 Jesaja 5:20 Jeremia 4:22 Jesaja 44:18 1 Johannes 2:11 Openbaring 3:17
Mattheüs 6:24 Lukas 16:13 1 Johannes 2:15 Jakobus 4:4 Galaten 1:10 Lukas 16:11 1 Timotheüs 6:9 2 Koningen 17:33 Lukas 16:9
Mattheüs 6:25 Mattheüs 6:31 Filippenzen 4:6 1 Petrus 5:7 Mattheüs 6:34 Mattheüs 6:27 Lukas 12:22 1 Korinthe 7:32 Psalmen 55:22
Mattheüs 6:26 Psalmen 147:9 Job 38:41 Lukas 12:24 Psalmen 104:27 Mattheüs 10:29 Mattheüs 7:9 Job 35:11 Psalmen 145:15
Mattheüs 6:27 Prediker 3:14 Lukas 12:25 Mattheüs 5:36 Psalmen 39:5 1 Korinthe 12:18
Mattheüs 6:28 Mattheüs 6:25 Mattheüs 6:31 Lukas 12:27 Filippenzen 4:6 Lukas 22:35 Mattheüs 10:10 Lukas 3:11
Mattheüs 6:29 2 Kronieken 9:20 1 Petrus 3:2 2 Kronieken 9:4 1 Timotheüs 2:9 1 Koningen 10:4
Mattheüs 6:30 Mattheüs 16:8 Mattheüs 14:31 Mattheüs 8:26 1 Petrus 1:24 Jakobus 1:10 Markus 9:19 Johannes 20:27 Hebreeën 3:12
Mattheüs 6:31 1 Petrus 5:7 Mattheüs 15:33 Psalmen 37:3 Lukas 12:29 Psalmen 55:22 Leviticus 25:20 Psalmen 78:18 Mattheüs 4:4
Mattheüs 6:32 Mattheüs 6:8 Lukas 12:30 Efeze 4:17 Psalmen 17:14 Psalmen 103:13 Mattheüs 20:25 Lukas 11:11 1 Thessalonicenzen 4:5
Mattheüs 6:33 Mattheüs 5:6 Lukas 12:31 Johannes 6:27 Markus 10:29 Psalmen 34:9 Spreuken 3:9 Psalmen 84:11 Spreuken 2:1
Mattheüs 6:34 Mattheüs 6:25 Johannes 14:27 Hebreeën 13:5 Klaagliederen 3:23 Johannes 16:33 Exodus 16:18 Lukas 11:3 Deuteronomium 33:25
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 6 vers 1

aalmoes niet doet voor de mensen, Het Griekse woord eleemosyne waar aalmoes van komt, betekent in het algemeen een werk der barmhartigheid, en in het bijzonder de weldadigheid jegens de armen, omdat die uit medelijden moeten voortkomen, 1 Kor. 13:3 . Sommige Griekse boeken hebben: gerechtigheid.

Hertaald: aalmoes niet doet voor de mensen, Het Griekse woord eleemosyne, waar aalmoes van komt, betekent in het algemeen een werk van barmhartigheid, en in het bijzonder de weldadigheid jegens de armen, omdat die uit medelijden moet voortkomen, 1 Kor. 13:3. Sommige Griekse handschriften hebben: gerechtigheid.

Mattheüs 6 vers 2

geveinsden in de synagogen Gr. hypocriten; welk woord de personaadjes in een kamerspel betekent, die een anderen persoon vertonen dan zij inderdaad zijn.

Hertaald: geveinsden in de synagogen Grieks: hypocrieten. Dat woord duidt de personages in een toneelstuk aan, die een andere persoon voorstellen dan zij in werkelijkheid zijn.

zij hebben hun loon weg Want de eer, die zij zoeken bij de mensen, is hun loon.

Hertaald: zij hebben hun loon weg Want de eer die zij bij de mensen zoeken is hun loon.

Mattheüs 6 vers 3

zo laat uw linker- hand Dat is, doet het op het allerheimelijkste, zonder roem daardoor te zoeken.

Hertaald: zo laat uw linker- hand Dat is: doe het in het diepste verborgene, zonder daarmee roem te zoeken.

Mattheüs 6 vers 4

in het openbaar vergelden Namelijk dikwijls hier, maar inzonderheid hiernamaals in het uiterste oordeel. Zie Matt. 25:34 .

Hertaald: in het openbaar vergelden Namelijk vaak hier al, maar vooral hierna in het laatste oordeel. Zie Matth. 25:34.

Mattheüs 6 vers 5

bidt, Namelijk in het bijzonder. Want ook de gewone gebeden in de vergaderingen zijn God aangenaam en hebben bijzondere beloften: Matt. 18:19 .

Hertaald: bidt, Namelijk in het bijzonder. Want ook de gemeenschappelijke gebeden in de samenkomsten zijn God aangenaam en hebben bijzondere beloften: Matth. 18:19.

synagogen Namelijk buiten de tijd van de gemene gebeden.

Hertaald: synagogen Namelijk buiten de tijd van de gemeenschappelijke gebeden.

opdat zij van de mensen mogen gezien worden Of, opdat zij den mensen schijnbaar zijn.

Hertaald: opdat zij van de mensen mogen gezien worden Of: opdat zij bij de mensen in het oog lopen.

Mattheüs 6 vers 6

binnenkamer, Het Griekse woord betekent een plaats of kamer, waar men iets weglegt of opsluit.

Hertaald: binnenkamer, Het Griekse woord duidt een plaats of kamer aan waar men iets wegbergt of opsluit.

Mattheüs 6 vers 7

ijdel verhaal van woorden, Grieks, Battlogia; dat is, wanneer enige woorden of rede zonder nood of ernst dikwijls herhaald worden.

Hertaald: ijdel verhaal van woorden, Grieks: battologia; dat is: wanneer bepaalde woorden of zinnen zonder noodzaak of zonder ernst telkens herhaald worden.

Mattheüs 6 vers 9

aldus Dat is, richt al uw gebeden naar dit formulier. Niet dat wij aan deze woorden alleen of altijd zouden gehouden zijn, want in voorvallende noden is het ook wel geoorloofd enige beden verder uit te breiden, en ook met andere woorden uit te drukken. Zie Joh 17 , en Hand. 4:24 .

Hertaald: aldus Dat is: richt al uw gebeden naar dit formulier. Niet dat wij alleen of altijd aan deze woorden gebonden zouden zijn, want in voorkomende nood is het ook geoorloofd sommige beden verder uit te werken en ook met andere woorden te verwoorden. Zie Joh. 17 en Hand. 4:24.

in de hemelen zijt, Dat is, in den derden hemel, 2 Kor. 12:2 , waar Hij zijne majesteit en heerlijkheid allermeest openbaart: Ps. 103:19 .

Hertaald: in de hemelen zijt, Dat is: in de derde hemel, 2 Kor. 12:2, waar Hij Zijn majesteit en heerlijkheid het meest openbaart: Ps. 103:19.

geheiligd Dat is, van ons met woorden en werken groot gemaakt.

Hertaald: geheiligd Dat is: door ons met woorden en werken grootgemaakt.

Mattheüs 6 vers 10

koninkrijk Namelijk zo der genade in deze wereld, als der heerlijkheid in de hemel.

Hertaald: koninkrijk Namelijk zowel het koninkrijk van de genade in deze wereld als dat van de heerlijkheid in de hemel.

in den hemel Namelijk van de heilige engelen, Ps. 103:20-21 , en van de zalige en volmaakte zielen; Hebr. 12:23 .

Hertaald: in den hemel Namelijk door de heilige engelen, Ps. 103:20-21, en door de zalige en volmaakte zielen; Hebr. 12:23.

Mattheüs 6 vers 11

dagelijks Dat is genoegzaam en nodig tot onderhoud van ons leven voor deze dag, of ons bescheiden deel; Spr. 30:8 .

Hertaald: dagelijks Dat is: genoeg en nodig voor het onderhoud van ons leven voor deze dag, of: ons toegemeten deel; Spr. 30:8.

brood Dat is, alle nooddruft des lichaams; Gen. 3:19 .

Hertaald: brood Dat is: alles wat het lichaam nodig heeft; Gen. 3:19.

Mattheüs 6 vers 12

schulden, Dat is, zonden, Luc. 11:4 , die ons schuldig maken aan de straf. Zie Matt. 18:24 .

Hertaald: schulden, Dat is: zonden, Luk. 11:4, die ons schuldig maken aan de straf. Zie Matth. 18:24.

Mattheüs 6 vers 13

leid ons niet Of, breng ons niet; dat is, geef ons niet over.

Hertaald: leid ons niet Of: breng ons niet; dat is: geef ons niet over.

verzoeking, Namelijk des satans, der wereld en van ons vlees, om ons te brengen tot zondigen, of tot kwaad. Zie Jak. 1:13-14 .

Hertaald: verzoeking, Namelijk van de satan, de wereld en ons eigen vlees, om ons tot zondigen of tot het kwade te brengen. Zie Jak. 1:13-14.

Amen Het is een Hebreeuws woord, en zoveel te zeggen als: het zij of worde alzo; of, het is zekerlijk alzo. Zie Deut. 27:15 ; Neh. 8:7 .

Hertaald: Amen Het is een Hebreeuws woord en betekent zoveel als: zo zij het, of: zo gebeure het; of: het is zeker zo. Zie Deut. 27:15; Neh. 8:7.

Mattheüs 6 vers 15

misdaden niet vergeven Grieks, misvallen; waardoor allerlei zonden verstaan worden.

Hertaald: misdaden niet vergeven Grieks: misslagen, waarmee allerlei zonden bedoeld worden.

Mattheüs 6 vers 16

vast, Namelijk in het bijzonder. Want in gemeente noden of vasten is het geoorloofd een droevig gelaat te tonen, als het zonder geveinsdheid geschiedt.

Hertaald: vast, Namelijk in het bijzonder. Want bij algemene nood of vasten is het geoorloofd een bedroefd gezicht te tonen, mits het zonder huichelarij gebeurt.

mismaken hun aangezichten, Of, verdonkeren, verderven.

Hertaald: mismaken hun aangezichten, Of: verduisteren, ontsieren.

Mattheüs 6 vers 17

zalft uw hoofd Christus spreekt hier naar het gebruik der Joden, die in tijden van vrolijkheid zich zalfden en wiesen; Ps. 23:5 ; Am. 6:6 ; Luc. 7:46 .

Hertaald: zalft uw hoofd Christus spreekt hier naar de gewoonte van de Joden, die zich in tijden van vreugde zalfden en wasten; Ps. 23:5; Amos 6:6; Luk. 7:46.

Mattheüs 6 vers 19

Vergadert u geen schatten op de aarde, Namelijk voornamelijk, of alzo dat gij daarvan uw werk zoudt maken, zonder de hemelse recht te betrachten. Zie 1 Tim. 6:8 .

Hertaald: Vergadert u geen schatten op de aarde, Namelijk in de eerste plaats, of zo dat u daarvan uw levenswerk zou maken zonder de hemelse schatten naar behoren na te jagen. Zie 1 Tim. 6:8.

roest verderft, Grieks, eting, ineting.

Hertaald: roest verderft, Grieks: aanvreting, invreting.

Mattheüs 6 vers 22

De kaars des lichaams is het oog; Dat is, gelijk het lichaam door het oog, zo wordt des mensen doen en laten door het verstand geleid en gericht.

Hertaald: De kaars des lichaams is het oog; Dat is: zoals het lichaam door het oog geleid wordt, zo wordt het doen en laten van de mens door het verstand geleid en gericht.

Mattheüs 6 vers 23

boos is, Dat is, verblind of verdorven.

Hertaald: boos is, Dat is: verblind of verdorven.

Mattheüs 6 vers 24

twee heren dienen; Namelijk die elkander tegen zijn.

Hertaald: twee heren dienen; Namelijk twee heren die tegenover elkaar staan.

aanhangen Of, zich aan den enen houden.

Hertaald: aanhangen Of: zich aan de een houden.

mammon Het is een Syrisch woord en betekent rijkdom, winst of schatten, die de mensen dikwijls als een god eren en dienen.

Hertaald: mammon Het is een Syrisch woord en betekent rijkdom, winst of schatten, die de mensen vaak als een god eren en dienen.

Mattheüs 6 vers 25

Zijt niet bezorgd Namelijk met angstige en onmatige zorg, spruitende uit kleingelovigheid en verhinderende de zorg der zaligheid. Anders zo zijn wij ook schuldig voor deze dingen te zorgen; 1 Tim. 5:8 .

Hertaald: Zijt niet bezorgd Namelijk met angstige en overmatige zorg, die voortkomt uit kleingelovigheid en de zorg voor de zaligheid verhindert. Overigens zijn wij ook verplicht voor deze dingen te zorgen; 1 Tim. 5:8.

leven, Grieks, ziel; waardoor het leven betekent wordt. Zie Job 2:6 ; Matt. 2:20 .

Hertaald: leven, Grieks: ziel, waarmee het leven aangeduid wordt. Zie Job 2:6; Matth. 2:20.

Mattheüs 6 vers 26

hemels, Dat is, der lucht. Zie Ps. 8:9 .

Hertaald: hemels, Dat is: van de lucht. Zie Ps. 8:9.

gaat gij dezelve niet zeer veel teboven? Grieks, verschilt gij niet zeer veel van dezelve?

Hertaald: gaat gij dezelve niet zeer veel teboven? Grieks: verschilt u niet zeer veel van hen?

Mattheüs 6 vers 27

een el tot zijn lengte toedoen? Grieks, een cubit; dat is, de lengte des arms van den elleboog of tot het uiterste van den middensten vinger, of anderhalve voet.

Hertaald: een el tot zijn lengte toedoen? Grieks: een cubitus; dat is: de lengte van de arm van de elleboog tot het uiterste van de middelvinger, ofwel anderhalve voet.

Mattheüs 6 vers 29

Sálomo, in al zijn heerlijkheid Lees van dezelve 1Ki 4 .

Hertaald: Sálomo, in al zijn heerlijkheid Lees daarover 1 Kon. 4.

Mattheüs 6 vers 30

morgen in den oven geworpen wordt, Dat is, dat kort daarna verdroogd zijnde, bijna nergens anders toe dient, dan om daarmede de ovens te heten.

Hertaald: morgen in den oven geworpen wordt, Dat is: dat kort daarna verdroogd is en dan bijna nergens anders meer toe dient dan om er de ovens mee te stoken.

Mattheüs 6 vers 32

zoeken de heidenen; Namelijk met angst en bekommernis, alsof hunne gelukzaligheid daarin gelegen ware.

Hertaald: zoeken de heidenen; Namelijk met angst en bekommernis, alsof hun geluk daarin gelegen was.

Mattheüs 6 vers 33

en Zijn gerechtigheid, Namelijk Gods, gelijk uit den Grieksen tekst blijkt; dat is, die God aangenaam is, voor Hem bestaat en in het Evangelie ons geopenbaard is.

Hertaald: en Zijn gerechtigheid, Namelijk van God, zoals uit de Griekse tekst blijkt; dat is: de gerechtigheid die God aangenaam is, die voor Hem standhoudt en die ons in het Evangelie geopenbaard is.

toegeworpen worden Grieks, toegelegd, of toegegeven; namelijk als een toemaat of toegift. Zie Ps. 127:2 .

Hertaald: toegeworpen worden Grieks: toegelegd, of toegegeven; namelijk als toemaat of toegift. Zie Ps. 127:2.

Mattheüs 6 vers 34

zijn eigen kwaad Dat is, kwelling, bekommernis en zwarigheid, die op elken dag voorvalt.

Hertaald: zijn eigen kwaad Dat is: de kwelling, bekommernis en moeite die op elke dag voorkomt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Koninkrijk der hemelen  — Grieks: basileia ton ouranon; bij de andere Evangelisten "Koninkrijk Gods" — Mattheüs vermijdt uit eerbied de Godsnaam

Het is de uitdrukking waarmee zowel Johannes de Doper als Christus Zelf begint: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" (Matt. 3:2; 4:17). Mattheüs gebruikt haar meer dan dertig maal. Zij duidt niet een gebied aan maar een heerschappij: God die regeert, en mensen die zich onder die regering stellen. De Bergrede opent en sluit met dat Koninkrijk (Matt. 5:3,10). Het staat ook in het middelpunt van het gebed dat de Heere Zijn discipelen leert — "Uw Koninkrijk kome" (Matt. 6:10) — en het is de zaak die men eerst zoeken moet (Matt. 6:33). In hoofdstuk 13 legt Christus met zeven gelijkenissen uit hoe het zich in deze wereld gedraagt. Het begint klein als een mosterdzaad, het werkt verborgen als zuurdeeg, en het groeit op tussen onkruid dat pas bij de oogst gescheiden wordt (Matt. 13:24-33,47-50).

Bijbelse betekenis: Het Koninkrijk is in Mattheüs tegelijk nabij en nog niet voleindigd, en die spanning is geen onduidelijkheid maar de zaak zelf. Het is nabij gekomen in de Koning die er staat, het wordt ingegaan door bekering en niet door afkomst of prestatie, en het wordt pas bij de oogst van alle vermenging gezuiverd. Vandaar dat het geweld aangedaan wordt (Matt. 11:12) en tegelijk gegeven wordt aan wie als een kind wordt (Matt. 18:3; 19:14). En vandaar dat de eis om het eerst te zoeken niet zwaar valt: wie het zoekt, ontvangt de rest toe.

Typologie: Daniël zag reeds dat de God des hemels een Koninkrijk zou oprichten dat in eeuwigheid niet verstoord zal worden (Dan. 2:44). Hij zag ook dat de Zoon des mensen heerschappij, eer en het koninkrijk ontving (Dan. 7:13-14) — de woorden waarmee Christus Zich voor de hogepriester bekende (Matt. 26:64). Paulus zegt dat de Zoon het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgeven wanneer Hij alle vijanden onder Zijn voeten gesteld heeft (1 Kor. 15:24-25). En Openbaring bezingt dat de koninkrijken der wereld de koninkrijken van onze Heere geworden zijn (Op. 11:15).

Matt. 3:2; Matt. 4:17; Matt. 5:3,10; Matt. 6:10,33; Matt. 13:24-33,47-50; Matt. 18:3; Matt. 26:64; Dan. 2:44; Dan. 7:13-14; 1 Kor. 15:24-25; Op. 11:15

Gerechtigheid  — Grieks: dikaiosune, "gerechtigheid, het rechte zijn voor God"; Hebreeuws: tsedaqah

Het woord loopt als een draad door Mattheüs. Christus laat Zich dopen om alle gerechtigheid te vervullen (Matt. 3:15); zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid (Matt. 5:6); en zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil (Matt. 5:10). Dan volgt de eis die de hele Bergrede beheerst: "Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij" dan die van de Schriftgeleerden en de Farizeeën, zal men het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan (Matt. 5:20). Hoofdstuk 6 waarschuwt vervolgens tegen het doen van de gerechtigheid vóór de mensen om gezien te worden (Matt. 6:1), en hetzelfde hoofdstuk sluit met de opdracht eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid te zoeken (Matt. 6:33).

Bijbelse betekenis: De eis van Matt. 5:20 is geen oproep tot méér van hetzelfde. De Farizeeën waren nauwgezet; wie hen alleen wil overtreffen in nauwgezetheid, blijft in hun stelsel. De Bergrede snijdt dieper: bij de doodslag hoort de toorn, bij het echtbreken de begeerlijke blik (Matt. 5:21-28). Daarmee wordt duidelijk dat een gerechtigheid die overvloediger is dan die van de nauwgezetste mens, niet uit de mens kan komen. Juist daarom staat er vlak vóór die eis dat men naar haar hongeren en dorsten moet als naar iets dat men niet heeft.

Typologie: Paulus geeft de ontknoping: er is een gerechtigheid Gods geopenbaard buiten de wet, namelijk door het geloof van Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven (Rom. 3:21-22). Van Christus wordt gezegd dat God Hem tot zonde gemaakt heeft voor ons, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem (2 Kor. 5:21). Zelf begeerde hij niet zijn eigen gerechtigheid uit de wet maar die uit het geloof van Christus (Fil. 3:9). Zo is de gerechtigheid die overvloediger is dan die der Farizeeën niet een hogere prestatie maar een geschonken stand — en de honger van Matt. 5:6 wordt in Christus verzadigd.

Matt. 3:15; Matt. 5:6,10,20-28; Matt. 6:1,33; Rom. 3:21-22; 2 Kor. 5:21; Fil. 3:9

Gebed (het Onze Vader)  — Grieks: proseuche; het gebed dat de Heere Zijn discipelen leerde wordt naar de aanhef het Onze Vader genoemd

In de Bergrede onderwijst Christus het gebed eerst negatief. Het moet niet zijn zoals bij de huichelaars, die staande in de synagogen en op de hoeken der straten bidden om van de mensen gezien te worden. Het moet ook niet met een overvloed van woorden als bij de heidenen, want de Vader weet wat men nodig heeft voordat men bidt (Matt. 6:5-8). Daarop volgt het gebed zelf, met een aanspraak en zes beden: de eerste drie voor Gods Naam, Koninkrijk en wil, de laatste drie voor brood, vergeving en bewaring (Matt. 6:9-13). Onmiddellijk erna staat de enige bede die Hij uitlegt, en het is de moeilijkste: wie de mensen hun misdaden niet vergeeft, wordt ook zelf niet vergeven (Matt. 6:14-15). Elders leert Hij volharding in het gebed — bidt, en u zal gegeven worden (Matt. 7:7-11) — en dat waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn, Hij in het midden is (Matt. 18:19-20).

Bijbelse betekenis: De orde van de beden is het onderwijs. Er wordt niet begonnen bij de nood van de bidder maar bij de eer van God, en het brood komt pas op de vierde plaats. Het meervoud valt eveneens op: ons, onze, wij — het is een gebed dat men niet alleen bidt. En de aanspraak zelf is het grootste: dat een mens God "onze Vader" mag noemen, is in het Oude Testament nauwelijks gehoord en hier het uitgangspunt.

Typologie: Dat dit geen aangeleerde formule maar een geschonken vrijmoedigheid is, legt Paulus uit: wij hebben niet ontvangen de geest der dienstbaarheid tot vrees, maar de Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader (Rom. 8:15; vgl. Gal. 4:6). En omdat wij niet weten wat wij bidden zullen, pleit de Geest Zelf voor ons (Rom. 8:26). Daarbij komt de voorbede van Christus: Hij leeft altijd om voor hen te bidden (Hebr. 7:25), en door Hem hebben wij de toegang tot de Vader in één Geest (Ef. 2:18). Het Onze Vader is dus niet de prestatie van de bidder maar de vrucht van het werk van de Middelaar.

Matt. 6:5-15; Matt. 7:7-11; Matt. 18:19-20; Rom. 8:15,26; Gal. 4:6; Ef. 2:18; Hebr. 7:25

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Mattheüs 6

Mattheüs 6:1.KruisverwijzingenMattheüs 23:5Hebreeën 6:10Galaten 6:12Johannes 12:43Mattheüs 16:27Mattheüs 25:40Lukas 11:35Mattheüs 23:28
— Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.
“Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.”

Onze gezegende Heere zegt Zijn discipelen niet dat zij aalmoezen moeten geven; Hij neemt aan dat zij dat dóen. Hoe konden zij Zijn discipelen zijn als zij dat niet deden? Maar Hij zegt hun te zorgen dat zij het niet doen om er eer en aanzien mee te krijgen.

Och, hoeveel wordt er in deze wereld gedaan dat zeer goed zou zijn, maar dat in het doen bedorven wordt door het motief: om door de mensen gezien te worden. U kunt niet verwachten twee keer betaald te worden. Neemt u uw loon dus in de toejuiching van mensen die u een hoge naam voor mildheid geven, dan kunt u geen loon van God verwachten.

Wij behoren enkel het oog gericht te hebben op de vraag of God aanneemt wat wij geven. En wij behoren weinig of niet te denken aan wat de mensen over onze gaven zeggen.

Mattheüs 6:2.KruisverwijzingenMattheüs 6:5Mattheüs 6:16Prediker 11:2Jakobus 2:15Efeze 4:28Jesaja 9:17Lukas 12:33Handelingen 11:29
— Wanneer gij dan aalmoes doet, zo laat voor u niet trompetten, gelijk de geveinsden in de synagogen en op de straten doen, opdat zij van de mensen geeerd mogen worden. Voorwaar zeg Ik u: Zij hebben hun loon weg.
En meer zullen zij niet hebben. Bij hen wordt er geen schat van goede werken voor God weggelegd. Wat zij ook gedaan hebben, zij hebben er de volle eer voor genomen in de lof van de mensen. Zij zijn er eenmaal voor betaald door de goedkeuring van hun medemensen, en zij zullen nooit enig verder loon ontvangen.

Mattheüs 6:3-4.KruisverwijzingenJeremia 17:10Mattheüs 6:18Mattheüs 6:6Johannes 7:4Psalmen 44:21Jeremia 23:24Openbaring 2:23Hebreeën 4:13
— Maar als gij aalmoes doet, zo laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet; Opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden.
“Maar als gij aalmoes doet, zo laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet;”

Doe het zo in het verborgen dat u het zelf nauwelijks weet. Denk er wat uzelf betreft zo weinig over, dat u nauwelijks weet dat u het gedaan hebt. Doe het voor God; laat Híj het weten.

Er ligt een gezegende nadruk op dat woord “Zelf”. Want zal God ons vergelden, wat een vergelding zal dat zijn! Elke lof van Zijn lippen, elk loon uit Zijn handen, zal onschatbaar zijn. Och, om met het oog dáárop alleen te leven!

Mattheüs 6:5.KruisverwijzingenMattheüs 6:2Lukas 18:10Markus 11:25Lukas 14:12Lukas 18:1Mattheüs 7:7Spreuken 15:8Jesaja 1:15
— En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.
Hij zegt Zijn discipelen ook niet dat zij bidden moeten; opnieuw neemt Hij aan dat zij het doen. En hij kan geen christen zijn die niet bidt. Een gebedloze ziel is een Christusloze ziel.

Wij behoren in de gemeente te bidden, en wij mogen ook op de hoeken van de straten bidden. Het verkeerde is het te doen om door de mensen gezien te worden. Dat wil zeggen: uit te zien naar een tegenwoordig loon in de lof die van menselijke lippen valt.

Dat is alles wat zij ooit zullen krijgen. Mensen zeggen: wat een wonderlijk godvruchtig man is dat, die op de straathoek staat te bidden. Ja, maar dát is het loon. Het gebed sterft waar het gedaan werd.

Ik heb wel grote lof horen toekennen aan mensen in het oosten. Waar zij ook zijn, zij stellen zich in de houding van het gebed. En dat op het uur van de zonsopgang, of op het uur dat het geluid van de top van de moskee komt. God verhoede dat ik hun de eer zou ontnemen die zij verdienen. Maar het zij ver van ons hen ooit na te volgen. Wij hoeven ons niet over onze gebeden te schamen, maar zij zijn geen dingen voor de openbare straat. Zij zijn bedoeld voor Gods oog en Gods oor.

Mattheüs 6:6.Kruisverwijzingen2 Koningen 4:33Jesaja 26:20Jesaja 65:24Mattheüs 6:18Psalmen 34:15Mattheüs 26:36Romeinen 8:5Handelingen 9:40
— Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.
“Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.”

Zoek een stil hoekje op, een verborgen plaats, waar het ook is. Doe de deur toe, zodat niemand u horen kan — en wens zelfs niet dat iemand weet dat u aan het bidden bent.

Mattheüs 6:7-8.KruisverwijzingenPrediker 5:2Mattheüs 6:32Prediker 5:7Psalmen 38:91 Koningen 18:26Filippenzen 4:6Lukas 12:30Johannes 16:23
— En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden. Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.
Sommigen schijnen aan een bepaalde vorm van woorden een soort kracht toe te schrijven, alsof het een tovermiddel was, en zij herhalen die telkens en telkens weer. Niet alleen de arme mohammedanen en de heidenen gebruiken zulke ijdele herhalingen. De leden van de kerk van Rome en van andere kerken die ik zou kunnen noemen doen hetzelfde. Zij herhalen telkens weer woorden waaraan zij maar een zeer geringe betekenis toekennen en waarin zij weinig of geen hart leggen. Het is alsof er in de woorden zelf een kracht kon zitten.

Laat het bij u niet zo zijn, geliefden. Bid in het verborgen zo lang als u wilt. Maar bid niet lang met de gedachte dat God u horen zal alleen omdat u lange tijd aan uw gebeden bezig bent.

Het is niet zo gemakkelijk dezelfde woorden vaak te herhalen zonder dat het een ijdele herhaling wordt. Een herhaling is trouwens niet verboden, maar een íjdele herhaling. En hoe zeer dwalen zij die gebeden bij de el meten! Zij menen zoveel gebeden te hebben omdat zij zo lang gebeden hebben. Terwijl het het werk van het hart is — het werkelijke uitgieten van het verlangen voor God — waarnaar gekeken moet worden.

Hoedanigheid, niet hoeveelheid; waarheid, niet lengte. Dikwijls zit er in de kortste gebeden het meeste gebed. In de hemel worden gebeden nooit bij de el gemeten; zij worden op hun gewicht geschat. Is er ernst in, en waarheid en oprechtheid, dan neemt God ze aan, hoe kort zij ook zijn. Ja, kortheid is in het gebed vaak een uitnemendheid.

God hoeft niet ingelicht te worden en zelfs niet overreed. Louter woorden hebben in Zijn oren geen waarde. Moet u veel woorden gebruiken, vraag dan de mensen u hun oren te leen te geven, want die hebben er misschien weinig anders mee te doen. Maar God geeft niet om woorden alleen; het is de gedachte, het verlangen van het hart waar Hij altijd op ziet.

Mattheüs 6:9-13.KruisverwijzingenSpreuken 30:8Exodus 16:161 Korinthe 10:13Ezechiël 36:23Mattheüs 3:21 Thessalonicenzen 5:181 Petrus 2:15Mattheüs 12:50
— Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.
Hier is een voorbeeldgebed voor u om na te volgen, zover als het op uw geval past. Het kan nooit overtroffen worden en het bevat alle delen van de godsvrucht. Zij doen goed die hun gebeden naar dit gebed vormen.

Elk onderdeel ervan is in een leerzame hoofdgedachte te vatten. “Onze Vader, Die in de hemelen zijt” — ik ben een kind ver van huis. “Uw Naam worde geheiligd” — ik ben een aanbidder. “Uw Koninkrijk kome” — ik ben een onderdaan. “Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde” — ik ben een knecht. “Geef ons heden ons dagelijks brood” — ik ben een bedelaar. “En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren” — ik ben een zondaar. “En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze” — ik ben een zondaar die gevaar loopt een nog groter zondaar te worden.

Nadat iemand bekeerd is en vergeving van zonden ontvangen heeft, zal hij spoedig door de duivel verzocht worden. Want de satan kan het niet verdragen zijn onderdanen te verliezen. En ziet de satan iemand de grens over gaan en aan zijn hand ontkomen? Dan verzamelt hij al zijn krachten en gebruikt hij al zijn listigheid om hem meteen te doden.

Om die bijzondere aanval te ontmoeten maakt de HEERE het hart waakzaam. Dit is dus een gebed van waakzaamheid, en dat is nodig van het begin van het christenleven tot aan het einde ervan. Er is geen uur waarin een gelovige zich slaap kan veroorloven. En naast de waakzaamheid mag een gelovige nooit met overleg de verzoeking binnengaan. Wie dat doet, is een leugenaar voor God.

Mattheüs 6:14-15.KruisverwijzingenEfeze 4:32Markus 11:25Kolossenzen 3:13Mattheüs 7:2Mattheüs 18:35Spreuken 21:13Jakobus 2:13Mattheüs 6:12
— Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.
“Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.”

Er zijn er die dit veranderd hebben en zo bidden: vergeef ons onze schulden, gelijk wij onze schuldenaren wensen te vergeven. Dat gaat niet op. U zult God om vergeving moeten vragen, en tevergeefs vragen, als u zo bidt.

Het moet komen tot dit punt van letterlijke, onmiddellijke, volledige vergeving van elke belediging die u aangedaan is, als u verwacht dat God u vergeeft. Daar valt niet onderuit te wringen. Wie weigert te vergeven, weigert vergeven te worden.

God geve dat niemand van ons boosaardigheid in het hart duldt. De toorn schiet ook wel door de boezem van wijze mensen, maar hij brándt alleen in het hart van de dwaze. Mochten wij hem uitblussen en gevoelen dat wij vrij en volledig en van hart vergeven, wetend dat wij vergeven zijn.

Om in het gebed te slagen moeten wij dus een hart hebben dat gezuiverd is van een geest van wraak en van alle onvriendelijkheid. Wij moeten zelf liefhebbend en vergevend zijn, of wij kunnen niet verwachten dat God onze smekingen hoort wanneer wij Zijn vergeving komen vragen.

Mattheüs 6:16.KruisverwijzingenJesaja 58:3Mattheüs 6:2Psalmen 35:13Psalmen 69:10Lukas 18:12Mattheüs 6:51 Koningen 21:27Zacharia 7:3
— En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.
Eenvoudige mensen prijzen die huichelaars en denken hoog over hen. En zij pronken daarmee en houden zich voor de allerbeste mensen. Zij hebben hun loon — en een armzalig loon is het.

Zij schenen tegen ieder die naar hen keek te zeggen: wij zijn zo in onze godsvrucht verdiept geweest dat wij zelfs geen tijd gevonden hebben ons gezicht te wassen. Maar de Zaligmaker zegt tegen Zijn volgelingen: volg die huichelaars niet na; maak onze verborgen godsdienstige oefeningen niet openbaar, doe ze voor God en niet voor de mensen.

Mattheüs 6:17-18.KruisverwijzingenRuth 3:3Mattheüs 6:4Mattheüs 6:6Prediker 9:8Daniël 10:22 Samuël 14:22 Samuël 12:201 Petrus 1:7
— Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht; Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.
En toch heb ik mensen over zekere uitgemergelde geestelijken horen spreken als zulke wonderlijk heilige mannen. Hoe moeten zij gevast hebben! Zij zien er ook naar uit; u kunt het aan hun gezicht zien.

Waarschijnlijk komt dat veel eerder van een gebrek in hun spijsvertering dan van iets anders. En zo niet — moeten wij aannemen dat de magerheid van iemand het teken van zijn heiligheid is? Dan was het wandelende skelet een heilige in volmaaktheid. Maar door zulke dwaasheden laten wij ons niet misleiden.

De christen vast wel, maar hij zorgt ervoor dat niemand het weet. Hij draagt geen ring en geen teken, ook niet wanneer zijn hart zwaar is. Heel vaak zet hij een blij gezicht op, opdat hij niemand nodeloze smart meedeelt. En hij zal in gezelschap naar het uiterlijk vrolijk en gelukkig zijn, om te voorkomen dat de anderen bedroefd worden. Want het is hem genoeg dat hij zelf bedroefd is, en bedroefd voor het aangezicht van zijn Vader.

God geve ons die bescheiden, onzelfzuchtige geest die voor Hem leeft en niet in het schijnlicht van de achting van mensen wil wandelen! Wat doet het uiteindelijk toe wat mensen van ons denken? De huichelaar beroemt zich hoogmoedig als hij een beetje lof van zijn medemensen wint. Maar wat is dat anders dan zoveel wind?

Mattheüs 6:19-21.KruisverwijzingenHebreeën 13:5Jakobus 5:1Kolossenzen 3:1Lukas 12:331 Johannes 2:15Lukas 12:211 Timotheüs 6:8Spreuken 4:23
— Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen; Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
“Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen; Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”

Christus leert ons hier eerst hoe wij bidden moeten, en dan hoe wij werkelijk leven moeten. Hij keert onze gedachten af van dat doel in het leven dat zo velen verlokt en schaadt, en dat uiteindelijk toch een doel is dat ons zoeken niet waard is. En Hij gebiedt ons iets hogers en beters te zoeken.

Er is meer dan één manier om uw schat voor u uit naar de hemel te zenden. Gods armen zijn Zijn geldkisten, Zijn schatkamer; door hun middel kunt u uw schat naar de hemel overmaken. En ook het werk van de wereld te evangeliseren door de arbeid van Gods knechten in de dienst van het evangelie — ook daaraan kunt u helpen. Zo kunt u uw schat in de schatkamer van de Koning overbrengen, en uw hart zal die volgen.

Ik heb gehoord van iemand die zei dat zijn godsdienst hem geen gulden per jaar kostte. En er werd opgemerkt dat die godsdienst tegen die prijs waarschijnlijk nog duur was. U zult merken dat mensen een tamelijk nauwkeurige schatting van de waarde van hun eigen godsdienst geven met de verhouding waarin zij bereid zijn er iets voor op te geven.

Het is zeker zo: uw hart zal uw schat volgen. Zend hem daarom weg naar de eeuwige heuvelen; leg schat in dat gezegende land voordat u er zelf komt.

Mattheüs 6:22-23.KruisverwijzingenLukas 11:341 Korinthe 1:18Romeinen 2:17Mattheüs 6:22Jesaja 5:20Jeremia 4:22Jesaja 44:181 Johannes 2:11
— De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig is, zo zal uw gehele lichaam verlicht wezen; Maar indien uw oog boos is, zo zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien dan het licht, dat in u is, duisternis is, hoe groot zal de duisternis zelve zijn!
Is uw motief enkelvoudig — hebt u maar één motief, en dat een recht motief, het hoofdmotief van God te verheerlijken — dan is uw oog eenvoudig.

Wanneer iemands hoogste motief zichzelf is, wat een duistere en zelfzuchtige natuur heeft hij dan. Maar wanneer zijn hoogste motief zijn God is, wat een helderheid van licht zal er dan over alles schijnen.

Is uw oog verstopt met gouddeeltjes, of leeft u voor uzelf en voor deze wereld? Dan zal uw hele leven een duister leven zijn, en dan zal uw hele wezen in duisternis wonen. Maar, zegt iemand, mag ik niet voor deze wereld en voor de volgende tegelijk leven? Hoor dan wat er volgt.

Mattheüs 6:24.KruisverwijzingenLukas 16:131 Johannes 2:15Jakobus 4:4Galaten 1:10Lukas 16:111 Timotheüs 6:92 Koningen 17:33Lukas 16:9
— Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.
“Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.”

Iemand kan heel gemakkelijk twee personen dienen. Wat dat aangaat kan hij er twintig dienen — maar geen twee méésters. Er kunnen in iemands hart geen twee hoofdbeginselen zijn, en in iemands ziel geen twee hoofddriften.

Hij kan twee mensen dienen wier belangen met elkaar botsen, maar zij kunnen niet beide zijn meester zijn. Of de een of de ander zal meester zijn. Zij staan zo tegenover elkaar dat zij nooit tot een verdeelde dienst zullen instemmen. Het is de Heere Jezus Christus Die dit zegt; probeer dus niet te doen wat Hij onmogelijk verklaart. Al is het leven van sommige mensen één lange proefneming op de vraag hoe ver zij die twee kunnen dienen.

Mattheüs 6:25-26.KruisverwijzingenMattheüs 6:31Psalmen 147:9Filippenzen 4:6Job 38:41Lukas 12:241 Petrus 5:7Mattheüs 6:34Psalmen 104:27
— Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?
Het moest zijn: neemt geen afleidende zorg voor uw leven. U bent verplicht uw leven aan God te laten; waarom dan niet ook alle zorg over uw voedsel en uw kleding aan Hem gelaten?

Gelooft u dat God u, na al uw ernstige arbeid en uw vlijt, van honger zal laten omkomen, terwijl deze schepselen die niet arbeiden toch gevoed worden?

Mattheüs 6:27-29.KruisverwijzingenPrediker 3:14Lukas 12:25Mattheüs 5:36Mattheüs 6:25Mattheüs 6:312 Kronieken 9:20Psalmen 39:5Lukas 12:27
— Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen? En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de lelien des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.
Christus vraagt of zij door zorg te dragen één el aan hun leven kunnen toevoegen. Ik vat Zijn vraag zo op: of zij op enige manier de maat van hun bestaan langer konden maken dan hij was. Dat konden zij niet. Korter maken konden zij hem wél, en heel vaak heeft de knagende zorg mensen in hun graf gebracht.

Daarna gebood Christus hun op te merken hoe de lelies groeien — zo mooi dat zelfs Salomo hen in schoonheid niet overtreffen kon.

Mattheüs 6:30-33.KruisverwijzingenMattheüs 5:6Lukas 12:31Johannes 6:27Markus 10:29Psalmen 34:9Spreuken 3:9Psalmen 84:11Spreuken 2:1
— Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen? Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft. Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
“Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.”

Hebt u touw en pakpapier nodig, dan hoeft u daarvoor geen winkel binnen te gaan. Maar koopt u bepaalde artikelen, dan krijgt u het touw en het pakpapier op de koop toe. Zo is het ook wanneer u tot God gaat en eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid zoekt. Die andere dingen zijn als het ware maar de verpakking, en die worden u op de koop toe gegeven. Die u de gouden schatten van de hemel geeft, zal u de koperen schatten van de aarde niet laten missen.

Mattheüs 6:34.KruisverwijzingenMattheüs 6:25Johannes 14:27Hebreeën 13:5Klaagliederen 3:23Johannes 16:33Exodus 16:18Lukas 11:3Deuteronomium 33:25
— Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad.
U kunt niet in de dag van morgen leven, dus maak u over de dag van morgen niet ongerust. U leeft in de dag van vandaag. Denk dus aan vandaag, besteed vandaag aan Gods eer, en laat de zorg over morgen liggen tot morgen komt.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

De Juiste Maat

Voor kinderen

'Uw Vader weet wat u nodig hebt, voordat u tot Hem bidt.' Mattheüs 6:8 In de vorige verhalen heb je gehoord over arme mensen die hulp nodig hadden,…

Abba Vader

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Uw hemelse Vader. Mattheüs 6:26 Wist je dat je op twee manieren Gods kind bent? Hij heeft je gemaakt – je bent Zijn schepsel – en in Christus…

Gods wil geschiede in de hemel

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. Mattheüs 6:1 Let op het woord ‘geschiede’, want daarin ligt de kern van deze tekst. Gods…

Houd het niet te stevig vast

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Verzamel schatten voor u in de hemel… Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Mattheüs 6:20–21 Hecht je niet aan zekerheden in het hier…

Tijd en eeuwigheid

Voor kinderen

Verzamel schatten voor u in de hemel. Mattheüs 6:20 Zoals je ongetwijfeld weet was de Metropolitan Tabernacle een heel groot gebouw. Aan de voorkant stond een grote preekstoel,…

Een kleine jongen genaamd Bob

Voor kinderen

Geef ons heden ons dagelijks brood. Mattheüs 6:11 Spurgeon was zo bezorgd en geïnteresseerd in de kinderen van het weeshuis dat hij hen vaak bezocht, en zij waren erg…

Het schip vergaat — een waarschuwing

Voor Iedere Dag

Vlucht voor uw leven… U hebt Uw grote goedertierenheid aan mij bewezen door mijn ziel in leven te houden. (Genesis 19:17,19) Lees verder Lukas 17:28–33. Dit alarm vraagt van…

Uw Naam, Uw Koninkrijk, Uw wil

Voor Iedere Dag

Men zal voortdurend voor Hem bidden, de hele dag zal men Hem zegenen.(Psalm 72:15) Lees verder Mattheüs 6:9—13. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot…

Laat mij leven

Voor Iedere Dag

Ze kwamen bij de koning van Israël en zeiden: Uw dienaar Benhadad zegt: Laat mij toch in leven. En hij zei: Leeft hij dan nog? Hij is mijn…

Spreken met God

Voor Iedere Dag

Och, wist ik maar dat ik Hem zou vinden, dan zou ik naar Zijn woonplaats toe komen. Ik zou de rechtszaak voor Zijn aangezicht uiteenzetten, en ik zou…

Bidden en vasten

Voor Iedere Dag

Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij alleen waren: Waarom konden wij hem niet uitdrijven? Jezus zei tegen hen: Vanwege uw ongeloof, want voorwaar, Ik…

Leer ons bidden

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Bidt u dan alzo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt… Mattheüs 6 vers 9 Dit gebed wordt gebeden vanuit de…

Verzoekingen

Nabij De Zon

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Mattheüs 6:13 Wat ons in het gebed geleerd wordt te zoeken of te mijden, moeten we…

Koper en goud?

Aan De Voeten Van De Meester

Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt…

De woonplaats van het hart

Aan De Voeten Van De Meester

Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; Maar vergadert u schatten in den hemel,…

Een heldere blik

Met Spurgeon Het Jaar Door

Zie dan toe, dat niet het licht hetwelk in u is, duisternis zij. Lukas 11:35 Indien dan het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot zal de duisternis…

Uw hemelse Vader

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Uw hemelse Vader… Mattheüs 6 vers 26 De gelovigen worden ook wel Gods kinderen genoemd; en dit heeft een dubbele betekenis.…

Wees rijk in God

Aan De Voeten Van De Meester

Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; Maar vergadert u schatten in den hemel,…

God eerst, dan de extra's

Bank Des Geloofs

Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Mattheüs 6:33 Let er eens op hoe de Bijbel begint; ‘In…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content