Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 28

1 En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En laat na de sabbatG4521, als het begon te lichtenG2020, tegen den eerstenG3391 dag der weekG4521, kwamG2064 MariaG3137 MagdalenaG3094, en de andere MariaG3137, omG1519 het grafG5028 te bezienG2334. En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien.

KJV In the end2 of the sabbath,3 as it began to dawn5 toward6 the first day of the week,8 came9 Mary10 Magdalene12 and13 the other15 Mary16 to see17 the sepulchre.

1 οψε G3796 laat, tegen de avond (at) even, in the end 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 σαββατων G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 επιφωσκουση G2020 lichten begin to dawn, X draw on 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 σαββατων G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 9 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 μαρια G3137 Maria Mary 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μαγδαληνη G3094 Magdalena Magdalene 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αλλη G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 16 μαρια G3137 Maria Mary 17 θεωρησαι G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ταφον G5028 graf, graven sepulchre, tomb

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat op denzelven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zietG3708, er geschieddeG1096 een groteG3173 aardbevingG4578; wantG1063 een engelG32 des HeerenG2962, nederdalendeG2597 uitG1537 den hemelG3772, kwam toe, en wenteldeG617 de steenG3037 af van de deurG2374, enG2532 zat op denzelvenG846. En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat op denzelven.

KJV And,1 behold, there was4 a great5 earthquake:3 for7 the angel6 of the Lord8 descended9 from10 heaven,11 and came12 and rolled back13 the stone15 from16 the door,18 and19 sat20 upon21 it.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 σεισμος G4578 aardbeving, aardbevingen, onstuimigheid earthquake, tempest 4 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 6 αγγελος G32 engel, engelen, engels angel, messenger 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 καταβας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 10 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 12 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 13 απεκυλισεν G617 afgewenteld, afwentelen, wentelde roll away (back) 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 16 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θυρας G2374 deur, deuren, Deur door, gate 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εκαθητο G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 21 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zijn gedaanteG2397 was gelijkG5613 een bliksemG796, en zijn kledingG1742 witG3022 gelijk sneeuwG5510. En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw.

KJV His5 countenance4 was like6 lightning,7 and8 his11 raiment10 white12 as13 snow:

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιδεα G2397 gedaante countenance 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 7 αστραπη G796 bliksem, bliksemen, schijnsel lightning, bright shining 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ενδυμα G1742 kleding, schaapsklederen clothing, garment, raiment 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 λευκον G3022 witte, wit, witten white 13 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 14 χιων G5510 sneeuw snow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En uit vreesG5401 van hemG846 zijn de wachtersG5083 zeer verschriktG4579 gewordenG1096, en werden als dodenG3498. En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden.

KJV And2 for1 fear4 of him5 the keepers8 did shake,6 and9 became10 as11 dead

1 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φοβου G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εσεισθησαν G4579 beefde, beroerd, bewegen move, quake, shake 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 τηρουντες G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εγενοντο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 12 νεκροι G3498 doden, dood, dode dead
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 MaarG1161 de engelG32, antwoordendeG611, zeideG2036 tot de vrouwenG1135: VreestG5399 gijliedenG4771 nietG3361; want ik weetG1492, datG3754 gij zoektG2212 JezusG2424, Die gekruisigdG4717 was. Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.

KJV And2 the angel4 answered1 and said unto the women,7 Fear9 not8 ye: for12 I know11 that13 ye seek17 Jesus,14 which3 was crucified.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αγγελος G32 engel, engelen, engels angel, messenger 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γυναιξιν G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 φοβεισθε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 10 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 11 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εσταυρωμενον G4717 gekruist, gekruisigd, kruisigen crucify 17 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Hij is hier nietG3756; wantG1063 Hij isG1510 opgestaanG1453, gelijk Hij gezegdG2036 heeft. KomtG1205 herwaarts, zietG3708 de plaatsG5117, waar de HeereG2962 gelegenG2749 heeft. Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft.

KJV He is not1 here:3 for5 he is risen,4 as6 he said. Come,8 see the place11 where12 the Lord15 lay.

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 4 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 5 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 6 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 δευτε G1205 Komt, komt, Volgt come, X follow 9 ιδετε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 12 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 13 εκειτο G2749 gezet, liggen, liggende be (appointed, laid up, made, set), lay, lie 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En gaat haastelijk heen, en zegt Zijn discipelen, dat Hij opgestaan is van de doden; en ziet, Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult gij Hem zien. Ziet, ik heb het ulieden gezegd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En gaat haastelijkG5035 heen, en zegtG2036 Zijn discipelenG3101, datG3754 HijG846 opgestaanG1453 is vanG575 de dodenG3498; enG2532 zietG3708, Hij gaat uG4771 voor naarG1519 GalileaG1056, daar zult gijG4771 Hem zienG3700. ZietG3708, ik heb het ulieden gezegdG2036. En gaat haastelijk heen, en zegt Zijn discipelen, dat Hij opgestaan is van de doden; en ziet, Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult gij Hem zien. Ziet, ik heb het ulieden gezegd.

KJV And1 go3 quickly,2 and tell his7 disciples6 that8 he is risen9 from10 the dead;12 and,13 behold, he goeth before15 you into17 Galilee;19 there20 shall ye see him:21 lo, I have told you.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ταχυ G5035 haastelijk, haastiglijk, haast lightly, quickly 3 πορευθεισαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 4 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 10 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 15 προαγει G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 16 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 γαλιλαιαν G1056 Galilea, Galilese Galilee 20 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 21 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 οψεσθε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 23 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 24 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 25 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En haastelijk uitgaande van het graf, met vreze en grote blijdschap, liepen zij heen, om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En haastelijkG5035 uitgaandeG1831 vanG575 het grafG3419, metG3326 vrezeG5401 enG2532 groteG3173 blijdschapG5479, liepenG5143 zij heen, om hetzelve Zijn discipelenG3101 te boodschappenG518. En haastelijk uitgaande van het graf, met vreze en grote blijdschap, liepen zij heen, om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen.

KJV And1 they departed2 quickly3 from4 the sepulchre6 with7 fear8 and9 great11 joy;10 and did run12 to bring13 his16 disciples15 word.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθουσαι G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 ταχυ G5035 haastelijk, haastiglijk, haast lightly, quickly 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μνημειου G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 7 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 8 φοβου G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 χαρας G5479 blijdschap, vreugde gladness, X greatly, (X be exceeding) joy(-ful, -fully, -fulness, -ous) 11 μεγαλης G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 12 εδραμον G5143 lopen, liep, gelopen have course, run 13 απαγγειλαι G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En alsG5613 zij heengingenG4198, om Zijn discipelenG3101 te boodschappenG518, zietG3708, JezusG2424 is haar ontmoetG528, zeggendeG3004: Weest gegroetG5463! En zij, tot Hem komendeG4334, grepenG2902 Zijn voetenG4228, en aanbadenG4352 HemG846. En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.

KJV And2 as1 they went3 to tell4 his7 disciples,6 behold, Jesus11 met12 them,13 saying,14 All hail.15 And17 they came18 and held19 him20 by the feet,22 and8 worshipped24 him.

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επορευοντο G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 4 απαγγειλαι G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 12 απηντησεν G528 ontmoeten, ontmoette, ontmoet meet 13 αυταις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 χαιρετε G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 16 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 προσελθουσαι G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 19 εκρατησαν G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 προσεκυνησαν G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 25 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen zeideG3004 JezusG2424 tot haarG846: VreestG5399 nietG3361; gaat henen, boodschaptG518 Mijn broederenG80, datG2443 zij heengaanG5217 naarG1519 GalileaG1056, en aldaar zullen zij MijG1473 zienG3700. Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.

KJV Then1 said2 Jesus5 unto them,3 Be7 not6 afraid: go8 tell9 my brethren11 that13 they go14 into15 Galilee,17 and there18 shall they see me.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυταις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 φοβεισθε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 8 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 9 απαγγειλατε G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αδελφοις G80 broeders, broeder, broederen brother 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 14 απελθωσιν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 γαλιλαιαν G1056 Galilea, Galilese Galilee 18 κακει G2546 en daar and there, there (thither) also 19 με G1473 mij, ik I, me 20 οψονται G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En als zijG846 heengingenG4198, zietG3708, enigenG5100 van de wachtG2892 kwamenG2064 inG1519 de stadG4172, en boodschaptenG518 den overpriestersG749 al de dingen, die geschiedG1096 waren. En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.

KJV Now2 when they3 were going,1 behold, some5 of the watch7 came8 into9 the city,11 and shewed12 unto the chief priests14 all the things15 that were done.

1 πορευομενων G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κουστωδιας G2892 wacht watch 8 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πολιν G4172 stad, steden city 12 απηγγειλαν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 13 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αρχιερευσιν G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 15 απαντα G537 alles all (things), every (one), whole 16 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 γενομενα G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 zij vergaderdG4863 zijnde metG3326 de ouderlingenG4245, en te zamen raadG4824 genomenG2983 hebbende, gavenG1325 zij den krijgsknechtenG4757 veelG2425 geldsG694, En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds,

KJV And1 when they were assembled2 with3 the elders,5 and7 had taken8 counsel,6 they gave11 large10 money9 unto the soldiers,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συναχθεντες G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 3 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πρεσβυτερων G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 6 συμβουλιον G4824 tezamen raad, raad consultation, counsel, council 7 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 8 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 9 αργυρια G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 10 ικανα G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 11 εδωκαν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 στρατιωταις G4757 krijgsknechten, krijgsknecht, krijgslieden soldier
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zeidenG3004: ZegtG2036: Zijn discipelenG3101 zijn des nachtsG3571 gekomenG2064, en hebben HemG846 gestolenG2813, als wij sliepenG2837. En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.

KJV Saying,1 Say ye,3 His6 disciples5 came8 by night,7 and stole9 him10 away while we slept.

1 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 8 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 εκλεψαν G2813 stelen, gestolen, stele steal 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ημων G1473 mij, ik I, me 12 κοιμωμενων G2837 ontslapen, slaapt, ontsliep (be a-, fall a-, fall on) sleep, be dead

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En indienG1437 zulks komt gehoordG191 te worden van den stadhouderG2232, wij zullen hemG846 tevreden stellenG3982, enG2532 makenG4160, datG3778 gijG4771 zonder zorgG275 zijt. En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt.

KJV And1 if2 this come3 to5 the governor's7 ears, we will persuade9 him,10 and11 secure13 you.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 ακουσθη G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 4 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ηγεμονος G2232 stadhouder, stadhouders, stadhouderen governor, prince, ruler 8 ημεις G1473 mij, ik I, me 9 πεισομεν G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 13 αμεριμνους G275 bekommernis, zorg without care(-fulness), secure 14 ποιησομεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En zij, het geldG694 genomenG2983 hebbende, dedenG4160, gelijkG5613 zij geleerdG1321 waren. En ditG3778 woordG3056 is verbreidG1310 geworden bij de JodenG2453 tot op den huidigen dagG4594. En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.

KJV So2 they took3 the money,5 and did6 as7 they were taught:8 and9 this13 saying12 is commonly reported10 among14 the Jews15 until16 this day.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αργυρια G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 6 εποιησαν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 8 εδιδαχθησαν G1321 lerende, leerde, leren teach 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 διεφημισθη G1310 ruchtbaar, verbreid, verbreiden blaze abroad, commonly report, spread abroad, fame 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 13 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 15 ιουδαιοις G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 16 μεχρι G3360 tot, totdat till, (un-)to, until 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG1161 de elfG1733 discipelenG3101 zijn heengegaanG4198 naarG1519 GalileaG1056, naarG1519 den bergG3735, waar JezusG2424 henG846 bescheidenG5021 had. En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.

KJV Then2 the eleven3 disciples4 went away5 into6 Galilee,8 into9 a mountain11 where12 Jesus16 had appointed13 them.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ενδεκα G1733 elven, elf eleven 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 επορευθησαν G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γαλιλαιαν G1056 Galilea, Galilese Galilee 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 12 ου G3757 waar where(-in), whither(-soever) 13 εταξατο G5021 geordineerd, gesteld, bescheiden addict, appoint, determine, ordain, set 14 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En als zij Hem zagenG1492, badenG4352 zij HemG846 aan; dochG1161 sommigen twijfeldenG1365. En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.

KJV And1 when they saw him,3 they worshipped4 him:5 but7 some doubted.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 προσεκυνησαν G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 εδιστασαν G1365 gewankeld, twijfelden doubt

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG2532 JezusG2424, bij hen komendeG4334, sprakG2980 totG1909 henG846, zeggendeG3004: MijG1473 is gegevenG1325 alleG3956 machtG1849 inG1722 hemelG3772 enG2532 op aardeG1093. En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

KJV And1 Jesus4 came2 and spake5 unto them,6 saying,7 All10 power11 is given8 unto me in12 heaven13 and14 in15 earth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 9 μοι G1473 mij, ik I, me 10 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Gaat danG3767 henen, onderwijstG3100 al de volkenG1484, dezelveG846 dopendeG907 inG1519 de NaamG3686 des VadersG3962, enG2532 des ZoonsG5207, enG2532 des HeiligenG40 GeestesG4151; lerendeG1321 hen onderhoudenG5083 allesG3956, wat Ik u gebodenG1781 heb. Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.

KJV Go ye1 therefore,2 and teach3 all4 nations,6 baptizing7 them8 in9 the name11 of the Father,13 and14 of the Son,16 and17 of the Holy19 Ghost:

1 πορευθεντες G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 μαθητευσατε G3100 discipel, discipelen, onderwezen be disciple, instruct, teach 4 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εθνη G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 βαπτιζοντες G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 υιου G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 20 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 zietG3708, IkG1473 benG1510 metG3326 ulieden alG3956 de dagenG2250 tot de voleindingG4930 der wereldG165. AmenG281. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.

KJV Teaching1 them2 to observe3 all things4 whatsoever5 I have commanded6 you: and,8 lo, I10 am13 with11 you alway,14 even unto17 the end19 of the world.21 Amen.

1 διδασκοντες G1321 lerende, leerde, leren teach 2 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 τηρειν G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 4 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 6 ενετειλαμην G1781 geboden, bevelen, gebood (give) charge, (give) command(-ments), injoin 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 εγω G1473 mij, ik I, me 11 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 πασας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 17 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 συντελειας G4930 voleinding end 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 22 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 28:1 Mattheüs 27:61 Mattheüs 27:56 Johannes 20:1 Lukas 24:22 Markus 16:1 Lukas 23:56
Mattheüs 28:2 Johannes 20:12 Handelingen 16:26 Openbaring 11:19 Mattheüs 27:51 Lukas 24:2 Johannes 20:1 1 Petrus 1:12 Markus 16:3
Mattheüs 28:3 Markus 9:3 Handelingen 1:10 Markus 16:5 Johannes 20:12 Ezechiël 1:4 Openbaring 10:1 Openbaring 1:14 Openbaring 3:4
Mattheüs 28:4 Openbaring 1:17 Mattheüs 28:11 Handelingen 16:29 Mattheüs 27:65 Psalmen 48:6 Handelingen 9:3 Daniël 10:7 Job 4:14
Mattheüs 28:5 Hebreeën 1:14 Lukas 1:30 Mattheüs 28:10 Jesaja 35:4 Psalmen 105:3 Johannes 20:13 Daniël 10:19 Openbaring 1:17
Mattheüs 28:6 Mattheüs 16:21 Mattheüs 27:63 Johannes 10:17 Lukas 24:12 Lukas 24:23 Mattheüs 17:9 Markus 16:6 Mattheüs 12:40
Mattheüs 28:7 Mattheüs 28:10 Mattheüs 26:32 Markus 16:7 Markus 14:28 Johannes 14:29 Mattheüs 28:16 Markus 16:13 1 Korinthe 15:6
Mattheüs 28:8 Psalmen 2:11 Lukas 24:36 Markus 16:8 Johannes 20:20 Ezra 3:12 Johannes 16:22 Johannes 16:20
Mattheüs 28:9 Mattheüs 28:17 Lukas 24:52 Johannes 20:28 Johannes 20:14 Johannes 12:3 Mattheüs 14:33 Markus 16:9 Johannes 20:19
Mattheüs 28:10 Johannes 20:17 Romeinen 8:29 Mattheüs 28:5 Mattheüs 14:27 Mattheüs 28:7 Markus 3:33 Mattheüs 25:45 Mattheüs 12:48
Mattheüs 28:11 Mattheüs 27:65 Mattheüs 28:4
Mattheüs 28:12 Mattheüs 26:3 Handelingen 4:5 Mattheüs 27:1 Psalmen 2:1 Mattheüs 27:62 Handelingen 5:40 Johannes 12:10 Johannes 11:47
Mattheüs 28:13 Mattheüs 26:64
Mattheüs 28:14 Mattheüs 27:2 Handelingen 12:19
Mattheüs 28:15 Mattheüs 27:8 1 Timotheüs 6:10 Mattheüs 26:15
Mattheüs 28:16 Mattheüs 26:32 Mattheüs 28:10 Mattheüs 28:7 Markus 16:14 Handelingen 1:13 1 Korinthe 15:15 Johannes 6:70
Mattheüs 28:17 Mattheüs 28:9 1 Korinthe 15:6 Johannes 5:23 Psalmen 45:11 Psalmen 2:12 Mattheüs 16:28
Mattheüs 28:18 1 Petrus 3:22 Efeze 1:20 Johannes 3:35 Mattheüs 11:27 1 Korinthe 15:27 Hebreeën 2:8 Daniël 7:13 Hebreeën 1:2
Mattheüs 28:19 Markus 16:15 Handelingen 13:46 Handelingen 2:38 Handelingen 1:8 Handelingen 19:3 Handelingen 2:41 Jesaja 49:6 Galaten 3:27
Mattheüs 28:20 Jesaja 41:10 Handelingen 18:9 Jozua 1:5 Genesis 39:2 Psalmen 46:11 Openbaring 22:20 Psalmen 46:7 Mattheüs 18:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 28 vers 1

laat na den sabbat, Grieks, laat der sabbaten; dat is, gelijk verklaard wordt Marc. 16:1 , toen de sabbatdag voorbij was. Want door het woord sabbaten in het getal van velen wordt ook de sabbatdag of zevende dag verstaan, Matt. 12:1 ; Hand. 13:14 .

Hertaald: laat na den sabbat, Grieks: laat van de sabbatten; dat is, zoals verklaard wordt in Mark. 16:1: toen de sabbatdag voorbij was. Want met het woord sabbatten in het meervoud wordt ook de sabbatdag of zevende dag bedoeld, Matth. 12:1; Hand. 13:14.

eersten dag Grieks, enen; dat is, eersten, gelijk verklaard wordt Marc. 16:9 .

Hertaald: eersten dag Grieks: één; dat is: de eerste, zoals verklaard wordt in Mark. 16:9.

der week, Grieks, der sabbaten; welk woord somtijds ook genomen wordt voor de gehele week; Marc. 16:9 ; Joh. 20:1 ; 1 Kor. 16:2 .

Hertaald: der week, Grieks: van de sabbatten; dat woord wordt soms ook opgevat als de hele week; Mark. 16:9; Joh. 20:1; 1 Kor. 16:2.

Maria Magdalena, Bij welke twee nog enige andere waren, die genoemd worden Marc. 16:1 ; Luc. 24:10 .

Hertaald: Maria Magdalena, Bij deze twee waren er nog enkele anderen, die genoemd worden in Mark. 16:1; Luk. 24:10.

om het graf te bezien Hebbende bij zich specerijen, Luc. 24:1 , om het lichaam van Christus te zalven, Marc. 16:1 .

Hertaald: om het graf te bezien Terwijl zij specerijen bij zich hadden, Luk. 24:1, om het lichaam van Christus te zalven, Mark. 16:1.

Mattheüs 28 vers 2

nederdalende uit den hemel, Namelijk in de gedaante van een jongeling, Marc. 16:5 .

Hertaald: nederdalende uit den hemel, Namelijk in de gedaante van een jongeman, Mark. 16:5.

wentelde den steen af Namelijk om het graf te openen. Niet dat Christus zulks door zijn goddelijke kracht zelf niet zou hebben kunnen doen, maar om aan te wijzen de waarheid Zijner menselijke natuur, ook na Zijne verrijzenis, gelijk ook Joh. 11:39 , Joh. 11:41 , te zien is.

Hertaald: wentelde den steen af Namelijk om het graf te openen. Niet dat Christus dat door Zijn goddelijke kracht niet Zelf had kunnen doen, maar om de waarheid van Zijn menselijke natuur aan te wijzen, ook na Zijn opstanding, zoals ook te zien is in Joh. 11:39, Joh. 11:41.

Mattheüs 28 vers 3

gedaante Dat is, aangezicht.

Hertaald: gedaante Dat is: het aangezicht.

Mattheüs 28 vers 4

verschrikt geworden Grieks, schuddende, bevende.

Hertaald: verschrikt geworden Grieks: schuddend, bevend.

Mattheüs 28 vers 6

gelijk hij gezegd heeft Gelijk te zien is Matt. 26:32 .

Hertaald: gelijk hij gezegd heeft Zoals te zien is in Matth. 26:32.

Heere gelegen heeft Dat is het dode lichaam des Heeren, hetwelk zelfs na den dood met zijn goddelijke natuur verenigd is gebleven, gelijk ook de ziel in den hemel.

Hertaald: Heere gelegen heeft Dat is: het dode lichaam van de Heere, dat zelfs na de dood met Zijn goddelijke natuur verenigd gebleven is, evenals de ziel in de hemel.

Mattheüs 28 vers 8

vreze De vrees was uit menselijke zwakheid, omdat zij de heerlijkheid des engels zagen en de blijdschap uit de blijde boodschap van de opstanding van Christus.

Hertaald: vreze De vrees kwam voort uit menselijke zwakheid, omdat zij de heerlijkheid van de engel zagen; en de blijdschap uit de blijde boodschap van de opstanding van Christus.

Mattheüs 28 vers 9

grepen Zijn voeten Dat is, vielen aan Zijn voeten, die omvangende, tot een teken van liefde en eerbied, gelijk te zien is 2 Kon. 4:27 ; Luc. 7:38 .

Hertaald: grepen Zijn voeten Dat is: zij vielen aan Zijn voeten en omvatten die, als teken van liefde en eerbied, zoals te zien is in 2 Kon. 4:27; Luk. 7:38.

Mattheüs 28 vers 10

broederen Zo noemt Hij zijn discipelen tot hun troost, om te tonen, hoewel zij Hem verlaten hadden, dat Zijn liefde tot hen evenwel niet ophield of verminderd was. Zie Joh. 20:7 .

Hertaald: broederen Zo noemt Hij Zijn discipelen tot hun troost, om te laten zien dat Zijn liefde tot hen niet ophield of verminderd was, hoewel zij Hem verlaten hadden. Zie Joh. 20:17.

Galilea, Aldaar heeft Christus zichzelf voornamelijk willen openbaren, omdat Hij aldaar de meeste discipelen had, en dat het aldaar voor hem het allerzekerst was.

Hertaald: Galilea, Daar heeft Christus Zich vooral willen openbaren, omdat Hij daar de meeste discipelen had en het daar voor hen het veiligst was.

Mattheüs 28 vers 11

die geschied waren Namelijk omtrent de opstanding van Christus.

Hertaald: die geschied waren Namelijk rondom de opstanding van Christus.

Mattheüs 28 vers 12

veel geld Grieks, genoegzaam geld, of genoegzame zilverlingen; dat is, zilveren penningen.

Hertaald: veel geld Grieks: voldoende geld, of voldoende zilverlingen; dat is: zilveren munten.

Mattheüs 28 vers 14

tevreden stellen Of, zulks wijsmaken, Hem overreden; dat is met redenen doen geloven.

Hertaald: tevreden stellen Of: het hem wijsmaken, hem overreden; dat is: hem met argumenten doen geloven.

Mattheüs 28 vers 15

dit woord is verbreid geworden Namelijk dat de discipelen Christus' lichaam des nachts hadden weggenomen.

Hertaald: dit woord is verbreid geworden Namelijk dat de discipelen het lichaam van Christus 's nachts hadden weggenomen.

Mattheüs 28 vers 16

elf discipelen Want de twaalfde namelijk Judas, was van hem afgeweken.

Hertaald: elf discipelen Want de twaalfde, namelijk Judas, was van Hem afgeweken.

bescheiden had Grieks, bevolen, of verordineerd had; namelijk om aldaar bij Hem te komen.

Hertaald: bescheiden had Grieks: bevolen of verordend had; namelijk om daar bij Hem te komen.

Mattheüs 28 vers 17

twijfelden Zie hiervan breder Luc. 24:38 , Luc. 24:41 .

Hertaald: twijfelden Zie hierover uitvoeriger Luk. 24:38, Luk. 24:41.

Mattheüs 28 vers 18

macht in hemel en op aarde Dat is, alle gezag en vermogen, namelijk om als het hoofd der gemeente deze door de gehele wereld te vergaderen, regeren en beschermen.

Hertaald: macht in hemel en op aarde Dat is: alle gezag en vermogen, namelijk om als het Hoofd van de gemeente haar door de hele wereld te vergaderen, te regeren en te beschermen.

Mattheüs 28 vers 19

onderwijst al de volkeren, Of, maakt discipelen onder alle volken; gelijk dit woord ook genomen wordt Hand. 14:21 . Zie ook Marc. 16:15 .

Hertaald: onderwijst al de volkeren, Of: maakt discipelen onder alle volken, zoals dit woord ook opgevat wordt in Hand. 14:21. Zie ook Mark. 16:15.

in den naam des Vaders Dat is, opdat zij alzo uit Gods bevel mogen geheiligd worden tot kinderen en bondgenoten des waren Gods, des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, en dienvolgens tot Zijn dienst en gehoorzaamheid verplicht. Zie 1 Kor. 1:15 .

Hertaald: in den naam des Vaders Dat is: opdat zij zo op Gods bevel geheiligd mogen worden tot kinderen en bondgenoten van de ware God — de Vader, de Zoon en de Heilige Geest — en daarmee tot Zijn dienst en gehoorzaamheid verplicht zijn. Zie 1 Kor. 1:15.

Mattheüs 28 vers 20

met ulieden al de dagen Namelijk met u mijn discipelen, en al uw navolgers in mijn gemeente; en dat naar mijn godheid, majesteit, genade en geest. Zie Matt. 26:11 .

Hertaald: met ulieden al de dagen Namelijk met u, Mijn discipelen, en met al uw navolgers in Mijn gemeente; en dat naar Mijn godheid, majesteit, genade en Geest. Zie Matth. 26:11.

Amen Wat dit woord betekent, zie Matt. 6:13 ; 1 Kor. 14:16 ; 2 Kor. 1:20 , en wordt hier aan het einde van dit Evangelie, alsook van meest al de schriften des Nieuwen Testaments, bijgevoegd, om aan te wijzen de vastigheid en zekerheid van hetgeen in dezelve begrepen is, Zie Joh. 21:24 .

Hertaald: Amen Zie wat dit woord betekent bij Matth. 6:13; 1 Kor. 14:16; 2 Kor. 1:20. Het wordt hier aan het einde van dit Evangelie toegevoegd, zoals aan bijna alle geschriften van het Nieuwe Testament, om de vastheid en zekerheid aan te wijzen van wat daarin vervat is. Zie Joh. 21:24.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Maria Magdalena  — (vrouw) uit Magdala

Een volgelinge van Jezus, die getuige was van Zijn kruisiging, met de andere vrouwen Zijn graf gadesloeg, en op de eerste dag van de week met de andere Maria naar het graf ging, waar zij als een van de eersten de opgestane Heere ontmoette (Matth. 27:56, 61; 28:1-10).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Doop  — Grieks: baptisma, van baptizo, "indopen, onderdompelen"

Johannes de Doper trad op in de woestijn van Judea met de prediking "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen", en zij die tot hem kwamen werden gedoopt in de Jordaan "belijdende hun zonden" (Matt. 3:1-6). Hij eist daarbij vruchten die der bekering waardig zijn en wijst het beroep op de afstamming van Abraham uitdrukkelijk af: God kan uit stenen Abraham kinderen verwekken (Matt. 3:7-9). Johannes onderscheidt zijn eigen doop met water van de doop met de Heilige Geest en met vuur, die de Komende geven zal (Matt. 3:11). Christus Zelf liet Zich dopen, niet om vergeving maar omdat, zoals Hij Johannes antwoordde, "aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen" (Matt. 3:13-15). Bij Zijn heengaan gaf Hij het bevel de volken te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (Matt. 28:19).

Bijbelse betekenis: In Mattheüs 3 komen twee dingen samen. De doop staat in het teken van de belijdenis: er wordt gedoopt terwijl men de zonden belijdt, en de eis van vrucht gaat eraan vooraf. En de doop is geen erfstuk: juist tegen wie zich op Abraham beriep, klinkt dat afstamming niets vrijwaart. Van de doop van Christus Zelf zegt de Schrift bovendien nadrukkelijk dat zij een ander doel had dan die van de zondaar — Hij had geen zonde te belijden, en Johannes weigerde eerst juist daarom.

Typologie: Paulus legt uit waarnaar de doop verwijst: wij zijn met Christus begraven door de doop in de dood, opdat wij ook in nieuwheid des levens zouden wandelen (Rom. 6:3-4). Elders zegt hij dat de gelovigen met Hem begraven zijn in de doop en mede opgewekt door het geloof (Kol. 2:12). In Handelingen gaan prediking, geloof en doop steeds in die orde: wie het woord aannam werd gedoopt (Hand. 2:41), de Samaritanen werden gedoopt nadat zij Filippus geloofd hadden (Hand. 8:12), en de kamerling wordt gedoopt op zijn belijdenis (Hand. 8:35-38). Daarom houdt de reformatorisch-baptistische opvatting vast aan de doop op belijdenis van het geloof: het teken volgt op de zaak en gaat er niet aan vooraf. Wie dit anders verstaat, beroept zich doorgaans op de plaats van de besnijdenis in het verbond (zie *Besnijdenis*, Gen. 17); maar het Nieuwe Testament verbindt de doop nergens aan de geboorte en overal aan het geloof.

Matt. 3:1-15; Matt. 28:19; Rom. 6:3-4; Kol. 2:12; Hand. 2:41; Hand. 8:12,35-38

Zendingsbevel (de doopopdracht)  — De opdracht waarmee Mattheüs zijn Evangelie afsluit, sinds oude tijden het zendingsbevel genoemd

Op een berg in Galilea, waar de opgestane Heere Zijn elf discipelen had ontboden, spreekt Hij drie dingen achter elkaar (Matt. 28:16-20). Eerst een grond: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Dan een opdracht met één hoofdwerkwoord en twee nadere bepalingen: onderwijst alle volken, hen dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, en lerende hen onderhouden alles wat Hij bevolen heeft. En ten slotte een belofte: Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Waar de zending in Matt. 10:5-6 nog tot Israël beperkt was, gaat zij nu naar alle volken.

Bijbelse betekenis: De orde is onomkeerbaar: eerst de macht, dan de opdracht, dan de belofte. De kerk gaat niet uit in eigen kracht en ook niet in eigen naam. Verder is de doop hier aan onderwijs en aan het onderhouden van Zijn geboden gekoppeld, niet aan afstamming — dezelfde lijn die dit register bij *Doop* (Matt. 3) aanhoudt. En dat de drie namen naast elkaar staan, in het enkelvoud van de éne Naam, is een van de duidelijkste plaatsen waaruit de kerk de belijdenis van Vader, Zoon en Heilige Geest heeft afgeleid. Ten slotte tekent Mattheüs eerlijk aan dat sommigen twijfelden terwijl zij Hem aanbaden (Matt. 28:17): de opdracht wordt aan geen volmaakten gegeven.

Typologie: Handelingen laat zien hoe die opdracht in beweging komt: gij zult Mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria, en tot het uiterste der aarde (Hand. 1:8). Paulus leidt uit dezelfde zaak de noodzaak van de prediking af: hoe zullen zij geloven zonder te horen, en hoe zullen zij horen zonder prediker (Rom. 10:14-15). En het einde staat in Openbaring: een schare uit alle geslacht en taal en volk en natie, gekocht met bloed (Op. 5:9; 7:9). De belofte "Ik ben met ulieden" sluit het Evangelie waar het begon, bij Emmanuël, God met ons (Matt. 1:23).

Matt. 28:16-20; Matt. 1:23; Matt. 10:5-6; Hand. 1:8; Rom. 10:14-15; Op. 5:9; Op. 7:9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Ik ben met ulieden al de dagen — 28:16-20

Het graf is leeg en de elf zijn naar Galilea gegaan, naar een berg waarheen Hij hen besteld had. Daar staat Hij, en met vijf verzen sluit Mattheüs zijn evangelie.

Het boek begint met een naam die God met ons betekent, en het eindigt met de zin waarin die naam wordt waargemaakt.

Wie deze laatste bladzijde naast de eerste legt, ziet dat Mattheüs zijn evangelie tussen twee haken heeft gezet.

In het eerste hoofdstuk haalt hij Jesaja aan: “Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuel; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.” Hij vertaalt de naam er zelf bij, alsof hij niet wil dat de lezer eroverheen leest.

En in het laatste hoofdstuk, na de kruisiging, na het graf, na alles wat ertussen ligt, klinkt: “En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.”

Dat is dezelfde zin, en de tweede keer wordt hij door Hemzelf uitgesproken.

Daarmee komt dit slot in de lijn te staan van het wonen van God bij mensen. Die lijn liep van de hof, waar God wandelde en de mens zich verborg, via de tent en de tempel, die beide een voorhangsel hadden. Zij kwam uit bij het Woord dat vlees werd en onder ons woonde. Maar juist daar leek het te eindigen, want een lichaam is aan één plaats gebonden. Zolang Hij in Galilea was, was Hij niet in Judea.

Dat is wat er in dit slot verandert, en het staat er in de zin ervóór: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” De kanttekening legt uit waartoe die macht dient: om als het Hoofd van de gemeente haar door de gehele wereld te vergaderen, te regeren en te beschermen. En bij de belofte van vers 20 tekent zij aan hoe Hij met hen is — naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest. Niet meer aan één plaats gebonden.

De woorden over de macht komen bovendien ergens vandaan. Daniël zag hoe iemand als eens mensen zoon tot de Oude van dagen naderde, en er staat: “En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natien en tongen eren zouden.” Alle volken. En het eerste woord van de opdracht die volgt is precies dat: gaat dan henen, onderwijst al de volken.

Er staat nog iets bij dat men gemakkelijk overslaat. Toen zij Hem zagen, baden zij Hem aan — doch sommigen twijfelden. Mattheüs laat dat gewoon staan. De laatste belofte wordt gedaan aan een groepje waarvan een deel het nog niet rond had.

En dan het slotwoord van het boek. Het is geen afscheid. Er staat niet dat Hij weggaat, hoewel Hij weggaat; er staat dat Hij blijft. Wat de tabernakel voorstelde en de tempel afbeeldde, staat hier als een toezegging aan elf mannen op een berg — en het laatste woord van Mattheüs is: Amen.

  1. Genesis 3:8 — God wandelde in de hof, en de mens verborg zich.
  2. Exodus 25:8 — Een heiligdom, opdat Ik in het midden van hen wone.
  3. Jesaja 7:14 — Zijn naam zal Emmanuel heten: God met ons.
  4. Mattheüs 1:23 — Mattheüs opent zijn evangelie met die naam, en vertaalt hem.
  5. Daniël 7:14 — Aan de Zoon des mensen wordt heerschappij over alle volken gegeven.
  6. Mattheüs 28:20 — En Hij besluit: Ik ben met ulieden al de dagen.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:23; Jesaja 7:14; Daniël 7:13-14; Exodus 25:8; Openbaring 21:3

Hoever dit reikt: Dat Mattheüs zijn evangelie bewust tussen Emmanuel en deze belofte inklemt, wordt door hem niet uitgelegd. Het blijkt uit de plaatsing van beide zinnen, en daaruit dat hij de naam in hoofdstuk 1 zelf vertaalt. Hoe Hij met de Zijnen is nu Hij lichamelijk is opgevaren, wordt hier niet uiteengezet; de kanttekening onderscheidt daarin Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 28

Mattheüs 28:1.KruisverwijzingenMattheüs 27:61Mattheüs 27:56Johannes 20:1Lukas 24:22Markus 16:1Lukas 23:56
— En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien.
“En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien.”

Zolang de Joodse sabbat duurde, gaven zij die de eer die hem toekwam. Zij gingen zelfs niet naar het graf om de vriendelijke dienst van het balsemen te verrichten. Maar toen de oude sabbat wegstierf en de nieuwe en betere sabbat begon aan te lichten, vonden deze heilige vrouwen hun weg terug naar het graf van hun Heere.

De vrouw moest de eerste zijn bij het graf, zoals zij de laatste was bij het kruis. Wij mogen gerust vergeten dat zij de eerste was in de overtreding; de eer die Christus haar aandeed heeft die schande weggenomen.

En wie anders dan Maria Magdalena zou de eerste bij het graf zijn? Uit haar had Christus zeven duivelen uitgeworpen, en nu handelt zij alsof Hij zeven engelen in haar gezonden had. Zij had zoveel genade ontvangen dat zij vol liefde tot haar Heere was.

U kunt hen als het ware zien in het grijze licht van de dageraad. Het is nog niet helder genoeg om hun gestalte te onderscheiden. Maar in de schemering komen zij de hof binnen en vinden zij hun weg naar het nieuwe graf.

Mattheüs 28:2.KruisverwijzingenJohannes 20:12Handelingen 16:26Openbaring 11:19Mattheüs 27:51Lukas 24:2Johannes 20:11 Petrus 1:12Markus 16:3
— En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat op denzelven.
“En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat op denzelven.”

De vrouwen moeten zich verwonderd hebben toen zij die beving onder hun voeten voelden. Hebt u ooit een aardbeving meegemaakt, dan vergeet u die nooit; en dit was een grote, geen gewone.

De dood werd opgebroken, en alle grendels van het graf begonnen te bersten. Toen de Koning uit de slaap van de dood ontwaakte, deed Hij de wereld schudden. De slaapkamer waarin Hij een korte tijd gerust had beefde toen de hemelse Held van Zijn rustbed opstond.

En de Koning stond niet onbegeleid op. Het was niet zomaar een van de engelenschare, maar een machtige engel die voor Gods aangezicht staat: “een engel des Heeren”.

Jezus was in de gevangenis van het graf gelegd als een onderpand voor Zijn volk. Daarom moest Hij er niet op eigen gezag uitbreken. De hemelse gerechtsdienaar moest het bevel tot Zijn invrijheidstelling brengen en de gevangene loslaten. Hij was opgesloten om de schuld van mensen; maar de schuld is betaald, dus moet Hij vrijuit gaan.

Als een vuurflits daalt de engel neer van de rechterhand van God. Hij staat aan de mond van het graf, hij raakt de grote steen aan, verzegeld als die was en bewaakt door de soldaten, en de steen wentelt weg. En als hij de steen van de deur weggewenteld heeft, zet hij zich erop, alsof hij aarde en hel tart die ooit weer terug te wentelen.

Die grote steen schijnt de zonde van al het volk van Christus af te beelden, die hen in de gevangenis opsloot. Hij kan nooit meer over de mond van het graf van enig kind van God gelegd worden. Christus is opgestaan, en al Zijn heiligen moeten ook opstaan. Ik meen daar een van de heerlijkste gezichten te zien die een mens ooit aanschouwd heeft. Iemand die groter is dan een aards koning zit op iets dat beter is dan een troon.

Mattheüs 28:3-4.KruisverwijzingenMarkus 9:3Handelingen 1:10Markus 16:5Johannes 20:12Openbaring 1:17Ezechiël 1:4Openbaring 10:1Openbaring 1:14
— En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw. En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden.
“En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw. En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden.”

Zijn gedaante was verblindend in haar reinheid, als de kleding die Christus op de berg van de verheerlijking droeg, witter dan enige voller ze maken kan.

Eerst een verlamming van vrees, en toen een verstijving van schrik viel er op de bewakers, want zij hadden nog nooit zo’n gezicht gezien. Het waren Romeinse soldaten, die niet wisten wat lafhartigheid was; en toch beefden zij bij het zien van deze boodschapper van God en werden zij als doden.

Hij zei niets terwijl hij de steen wegwentelde; hij zwaaide geen zwaard naar hen of boven hen om hun schrik aan te jagen. De tegenwoordigheid van de volmaakte reinheid, de tegenwoordigheid van hemelse dingen, is een verschrikking voor goddeloze mensen. Mogen u en ik zo zijn dat onze aanwezigheid in gezelschap er alleen al stilte over brengt! Van een goed man werd gezegd, wanneer hij in gewoon gesprek sprak, dat het was alsof een engel zijn vleugels bewoog. Moge er zoveel hemels aan ons zijn dat de machten van het kwaad voor ons terugdeinzen!

Mattheüs 28:5-7.KruisverwijzingenMattheüs 26:32Hebreeën 1:14Mattheüs 16:21Mattheüs 27:63Lukas 1:30Mattheüs 28:10Jesaja 35:4Psalmen 105:3
— Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was. Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft. En gaat haastelijk heen, en zegt Zijn discipelen, dat Hij opgestaan is van de doden; en ziet, Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult gij Hem zien. Ziet, ik heb het ulieden gezegd.
“Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was. Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft. En gaat haastelijk heen, en zegt Zijn discipelen, dat Hij opgestaan is van de doden; en ziet, Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult gij Hem zien. Ziet, ik heb het ulieden gezegd.”

Wij hadden hen bijna vergeten; wij hadden gedacht aan de aardbeving, aan de engel, aan de vlammende bliksem en aan de verschrikte soldaten. Maar de gedachten van deze engel gaan geheel uit naar de vrouwen. Hij wiens gedaante als de bliksem was en wiens kleding wit als sneeuw was, zei tot de vrouwen: “Vreest gijlieden niet.”

En toch merk ik dat zij wél vreesden, hoewel de engel zei: vreest niet. Mensen noch engelen kunnen zo spreken dat de vrees in bevende harten zwijgt; maar Jezus kan dat. Eén woord van Zijn lippen heeft oneindig meer kracht dan alle woorden van engelen of van heiligen.

Let op de woorden van de engel: eerst komt en ziet, en dan gaat haastelijk heen. U kunt de boodschap niet vertellen voordat u haar kent. U die God wilt dienen, moet eerst zelf onderwezen worden. Komt herwaarts, ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft — en dán: gaat haastelijk heen. Hebt u gezien, ga dan. Blijf niet zitten om het gezicht te bewonderen en de duizenden te vergeten die het nooit gezien hebben.

Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Een paar woorden maar, maar wat een wereld van betekenis! Hij doet altijd gelijk Hij gezegd heeft. Hij geeft altijd gelijk Hij gezegd heeft. Hij openbaart Zich altijd gelijk Hij gezegd heeft, en niet anders. Nooit verzuimt Hij een belofte te vervullen, en Hij vergeet zelfs de wijze van beloven niet.

Zulk goed nieuws behoort snel verbreid te worden. Gaat heen en zegt het Zijn discipelen — zij beven, zij zijn gevlucht — dat Hij opgestaan is van de doden. Broeders, dit is goed nieuws voor ons, al voelen wij misschien niet allen de kracht ervan. Hij is opgestaan: wij hebben geen dode Christus, wij dienen een levende Zaligmaker.

Er is in het evangelie van Mattheüs heel wat over Galilea te doen. Het is het evangelie van het Koninkrijk, en toch spreekt het dikwijls over dat grensland, dat aan de heidenen raakt zowel als aan het uitverkoren zaad van Abraham. Daar is de plaats waar Jezus Zijn volk ontmoeten zal, in het grensland tussen Jood en heiden; daar zal de opgestane Christus de eerste algemene vergadering van Zijn gemeente houden.

Dat is een heel schone trek van neerbuiging van de kant van de Zaligmaker, dat Hij Zijn discipelen zou voorgaan naar Galilea. Galilea was juist het tegendeel van een geleerde streek; het was een landstreek die zeer veracht werd. De boerenkinkels, de mensen zonder ontwikkeling en zonder aanzien, woonden in wat de Schrift “Galilea der volken” noemt. En toch zegt Christus: daar zal Ik u ontmoeten.

Het was de eigen plaats van samenkomst van de Koning — niet in de hoven van aardse vorsten, niet in de paleizen van de priesters, maar ver weg in Galilea. Wat geeft Hij om de grootsheid van mensen, om hun lege praal en hun geroemde wijsheid? Hij gaat naar plaatsen die veracht worden, om ze door de heerlijkheid van Zijn licht op te heffen.

Mattheüs 28:8.KruisverwijzingenPsalmen 2:11Lukas 24:36Markus 16:8Johannes 20:20Ezra 3:12Johannes 16:22Johannes 16:20
— En haastelijk uitgaande van het graf, met vreze en grote blijdschap, liepen zij heen, om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen.
“En haastelijk uitgaande van het graf, met vreze en grote blijdschap, liepen zij heen, om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen.”

Wat een mengeling: vrees en blijdschap! Maar let erop dat de vrees niet gróót was en de blijdschap wél: met vreze en grote blijdschap. Let op de verhoudingen van de mengeling. Hebt u vandaag enige vrees, dan hoop ik dat u toch grote blijdschap hebben zult; en dan zal de bitterheid van de vrees voorbijgaan. Een heilige vrees, vermengd met grote blijdschap, is een van de liefelijkste mengsels die wij op Gods altaar kunnen brengen.

Toch was er voor beide aandoeningen reden genoeg. Wie zou niet vrezen die een aardbeving gevoeld had, een engel gezien had en het graf opengebroken had zien staan? En wie zou zich niet verheugen die zo’n bemoedigende boodschap gekregen had, en zo’n verzekering dat de gekruisigde Christus opgestaan was van de doden?

De ervaring is de beste verklaring van de ervaring; u moet deze twee aandoeningen zelf samen ondervinden voordat u begrijpen kunt hoe zij tegelijk in iemand kunnen leven. Deze heilige vrouwen brachten andere specerijen naar het graf, maar dít waren de specerijen die zij ervan meenamen: vrees en grote blijdschap.

Goede vrouwen! Zij liepen. Deze bezadigde moeders liepen — en wie zou niet lopen om van een opgestane Heere te vertellen?

Mattheüs 28:9.KruisverwijzingenMattheüs 28:17Lukas 24:52Johannes 20:28Johannes 20:14Johannes 12:3Mattheüs 14:33Markus 16:9Johannes 20:19
— En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.
“En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.”

Zalig zijn de dienaars die hun Heere ontmoeten terwijl zij de preekstoel opgaan; zalig zijn de onderwijzers die Jezus ontmoeten terwijl zij naar hun klas gaan. Zij zullen zeker goed preken en goed onderwijzen wanneer dat het geval is.

Hij liet Maria Magdalena dit niet doen toen zij alleen waren, want Hij zei tot haar: raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader. Maar nu staat Jezus deze godvrezende vrouwen toe Hem bij de voeten te grijpen. Het was een daad van ootmoed: aanbidden en vasthouden, en niet Zijn handen vasthouden maar Zijn voeten.

Zij moeten de nagellittekens eerder gezien hebben dan Thomas, terwijl zij Hem bij de voeten hielden en aanbaden. Ik vind niet dat deze vrouwen naar de engelen liepen; zij deinsden eerder voor hen terug. Maar zij kwamen tot Jezus.

Er moet na Zijn opstanding uit de doden een nieuwe aantrekkingskracht in Christus geweest zijn. Iets liefelijkers in de klank van Zijn stem; iets bekoorlijkers aan dat gelaat dat in Gethsemane, op Gabbatha en op Golgotha zo geschonden was.

Deze heilige vrouwen loochenden de Godheid van Christus niet; omdat zij wisten dat Jezus de Zoon van God was, aarzelden zij niet Hem te aanbidden. Misschien klemden deze schuchtere zielen zich aan hun Heere vast uit vrees dat Hij hun opnieuw ontnomen zou worden. Zo hielden zij Hem bij de voeten en aanbaden zij Hem, terwijl vrees en geloof in hen om de voorrang streden.

Mattheüs 28:10.KruisverwijzingenJohannes 20:17Romeinen 8:29Mattheüs 28:5Mattheüs 14:27Mattheüs 28:7Markus 3:33Mattheüs 25:45Mattheüs 12:48
— Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.
“Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.”

Hij zag hun kloppende harten en bemerkte dat zij nog geheel van hun stuk waren, want de engel had hun vrees niet verdreven.

De engel sprak van discipelen; Christus spreekt van broeders. Hij heeft altijd het liefelijker woord.

Let erop hoe Jezus bij dit verachte Galilea blijft stilstaan; ik zou er ook graag bij stilstaan. Hij zei niets over het klassieke Korinthe, of over het keizerlijke Rome, of over het trotse Jeruzalem. Maar Zijn boodschap is: zegt Mijn broederen dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien. Willen wij nederig zijn, willen wij de hovaardij van het leven afleggen, dan zullen wij daar Hem ontmoeten Die zachtmoedig en nederig van hart is.

Mattheüs 28:11.KruisverwijzingenMattheüs 27:65Mattheüs 28:4
— En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.
“En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.”

Terwijl goede mensen bezig waren, waren kwade mensen ook bezig. Het is wonderlijk om te bedenken hoeveel goed en kwaad er tegelijk gedaan wordt. Terwijl wij dankbaar zijn dat heilige vrouwen met heilige boodschappen voor Christus lopen, komen daar de soldaten van de wacht, en die gaan naar die verdorven priesters toe.

Mattheüs 28:12-13.KruisverwijzingenMattheüs 26:3Handelingen 4:5Mattheüs 27:1Psalmen 2:1Mattheüs 27:62Mattheüs 26:64Handelingen 5:40Johannes 12:10
— En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds, En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.
“En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds, En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.”

Zij hadden zich onmiddellijk moeten bekeren toen de wacht kwam en hun vertelde dat Jezus opgestaan was. Hadden zij niet moeten gaan en aan Zijn voeten neervallen en om barmhartigheid smeken? Maar in plaats daarvan gaven zij de soldaten veel geld.

Geld schijnt overal waar het binnenkomt onheil aan te richten. Voor geld werd Christus verraden, en voor geld werd de waarheid over Zijn opstanding zoveel mogelijk achtergehouden. Geld heeft op sommige van de hoogste knechten van God een verhardende werking gehad. Allen die met dat vuile gewin om moeten gaan hebben nodig te bidden om genade die hen voor schade bewaart.

Sliepen zij, hoe wisten zij dan wat er gebeurd was? Hoe konden zij het weten als zij sliepen? Een getuigenis dat gegeven wordt door mensen die op dat ogenblik sliepen is kennelijk niets waard. Maar wie een leugen moet vertellen, kiest wat hem uitkomt. Zoals elke stok goed genoeg is om een hond mee te slaan, zo is elke leugen goed genoeg om iemand mee te belasteren die men haat.

U zult wel dikwijls opgemerkt hebben wat een vermenging van leugens dit was. U sliep; weet u zeker dat u sliep? Ja. En toch zegt u dat de discipelen kwamen; u wist dat het de discipelen waren, hoewel u sliep. En dat zij Hem wegstalen? U weet hoe zij het deden; u kunt de heimelijke manier beschrijven waarop zij het lichaam van Jezus wegnamen. U was er getuige van, hoewel u al die tijd vast sliep.

Ga heen, heren, het is erger dan beuzelarij te luisteren naar de leugen van een getuige die begint met te zweren dat hij de hele tijd vast sliep. En toch was dit het verhaal dat de soldaten omgekocht werden te vertellen. Er is menige ergere leugen dan deze verteld om de waarheid van God in verlegenheid te brengen.

De hedendaagse wijsbegeerte wordt naar voren geschoven om een smet te werpen op de grote waarheden van de openbaring. Zij verdient niet meer geloof dan deze leugen die de soldaten in de mond gelegd werd. En toch geeft het algemene gerucht haar gangbaarheid, en in een zekere kring betaalt zij zich uit.

Mattheüs 28:14-15.KruisverwijzingenMattheüs 27:8Mattheüs 27:2Handelingen 12:191 Timotheüs 6:10Mattheüs 26:15
— En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt. En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.
“En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt. En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.”

U hebt ongetwijfeld gehoord van de man die zei dat hij niet alle artikelen van zijn kerk geloofde. Zijn salaris was zo klein, zei hij, dat men van hem niet kon verwachten dat hij ze voor dat geld allemaal geloofde. Och, de bedervende en verlagende macht van heel dat stelsel van omkoping en leugen! Mogen wij nooit in zaken van leer, van plicht en van recht en onrecht door overwegingen van winst en verlies bewogen worden.

U kunt een leugen op gang brengen, maar u kunt hem niet meer stoppen; er is niet te zeggen hoe lang hij leven zal. Laten wij zelfs het geringste dwaalbegrip nooit aan een klein kind leren, want het kan voortleven en een grote ketterij worden lang nadat wij gestorven zijn. Er is nauwelijks een grens aan zijn leven en aan zijn macht.

Maar de soldaten zeiden natuurlijk: wij zullen ter dood gebracht worden omdat wij op wacht geslapen hebben. Waarop de overpriesters als het ware antwoordden: wij kunnen nog wat meer geven van die argumenten die in uw handen zo overtuigend geweest zijn. Bij de stadhouder zullen zij even goed werken als bij u.

Genoeg mensen doen dit nog. En ik twijfel er niet aan dat zij ermee doorgaan zolang de wereld is wat zij is: zij namen het geld en deden zoals zij geleerd waren.

Mattheüs 28:16.KruisverwijzingenMattheüs 26:32Mattheüs 28:10Mattheüs 28:7Markus 16:14Handelingen 1:131 Korinthe 15:15Johannes 6:70
— En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.
“En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.”

Weg van de drukte van de mensen, waar Hij gewoon was te zijn, in een land dat hun vertrouwd was en dat Hem vertrouwd was — in een veracht land, in “Galilea der volken”.

Mattheüs 28:17.KruisverwijzingenMattheüs 28:91 Korinthe 15:6Johannes 5:23Psalmen 45:11Psalmen 2:12Mattheüs 16:28
— En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.
“En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.”

Waarschijnlijk was dit de gelegenheid waarop Paulus doelt, toen de opgestane Zaligmaker gezien is van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal.

Er waren toen enkele oprechte twijfelaars. Dat slag is sindsdien in stand gebleven; alleen zijn er nu veel meer onoprechte twijfelaars dan oprechte. Waar zal meneer Twijfelmoedig met de overige leden van zijn lastige familie niet te vinden zijn?

Wij kunnen nooit verwachten geheel vrij van twijfelaars in de gemeente te zijn, want zelfs in de tegenwoordigheid van de pas opgestane Christus twijfelden sommigen. En toch openbaarde de Heere Zich aan het verzamelde gezelschap. Hij wist dat sommigen onder hen zouden twijfelen of het werkelijk hun Heere was Die uit de doden opgestaan was.

Mattheüs 28:18-20.KruisverwijzingenMarkus 16:151 Petrus 3:22Efeze 1:20Johannes 3:35Mattheüs 11:271 Korinthe 15:27Hebreeën 2:8Daniël 7:13
— En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.
“En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”

Alle macht op aarde is in de handen van Christus gelegd. Daarom kan Hij ook al Zijn knechten met een heilige kracht bekleden, waardoor hun handen genoeg voor hen zijn in hun hoge roeping. Zonder hen in de voorste gelederen te brengen, kan Hij hen op hun aangewezen plaats laten staan tot Hij komt, met een goddelijke kracht die hen nuttig maakt.

Ondanks de smarten van Zijn lijden en Zijn dood had Jezus geen gedachte aan wraak. Hij had Zijn discipelen kunnen zeggen het Joodse volk voorbij te gaan wanneer zij predikten. Maar nee, Hij droeg hun uitdrukkelijk op in Jeruzalem te beginnen — en gebood daarmee Zijn discipelen het evangelie eerst te prediken aan hen die Hem gedood hadden.

Omdat Jezus alle macht heeft, werd Zijn knechten geboden alle volken tot discipelen te maken. De weg waarlangs Jezus voorstelde alle dingen te onderwerpen lijkt volstrekt ontoereikend. Zijn plan was dat wij discipelen zouden maken, hen zouden dopen en hen zouden leren, en zouden toezien dat zij in het geloof opwassen.

Alleen Hij Die alle macht heeft kan Zijn bevel door een enkel woord doen uitvoeren en het zonder alle geweld stellen, behalve dat van de liefde.

De woorden dat Jezus tot hen kwam schijnen in te houden dat Hij dichter bij hen kwam dan Hij eerst was. Hij ontsluierde Zich nog meer en openbaarde Zich nog duidelijker.

Onderwijst al de volken: dat wil zeggen, maakt alle volken tot discipelen. En dan staat er opnieuw over onderwijzen: lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.

Het is voor de christen evenzeer een plicht te onderwijzen ná de doop als er vóór; hij moet altijd bezig zijn te onderwijzen. Daarom moeten gelovigen altijd leerlingen blijven, want Christus wil dat Zijn knechten altijd leraars zijn.

Wij hebben geen evangelie uit te vinden. Wij hebben het niet te veranderen, te verschuiven, te besnoeien en om te vormen om het bij de vooruitgang van de tijd te doen passen. Het bevel van Christus is duidelijk: lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.

Zij hebben hun opdracht, en hier is het zegel erop. Hier is de bron van hun kracht; hier is het gezelschap waarin zij te werken hebben: ziet, Ik ben met ulieden al de dagen. Wij gaan uit om voor Christus te onderwijzen. God geve dat u en ik altijd het geluid van de voeten van onze Meester bij ons mogen hebben, tot “de voleinding der wereld” toe! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Kom naar het graf en vind rust

Het Kruis

Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. Mattheüs 28:6 Elke gebeurtenis die verbonden is met het leven van Christus is voor de christen buitengewoon belangrijk. Heel…

Hij zal je nooit verlaten

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Mattheüs 28:20 Er is Eén die altijd dezelfde blijft en die altijd met je meegaat.…

Vreugde en Blijdschap

Het Kruis

Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. Mattheüs 28:6b Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. Aanschouw het met diep ontzag, want jij en…

De tegenwoordigheid van God

Hij Verkwikt Mijn Ziel

En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Mattheüs 28:20 De Heere Jezus is in het midden van Zijn Kerk. Niet…

De opdracht van de zendeling

Preken

En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken,…

Onze toekomst

Het Kruis

Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. Mattheüs 28:6b Het eerste wat je opmerkt, wanneer je bij Zijn lege graf staat, is Zijn Goddelijkheid. De doden…

Het lege graf

Preken

Komt herwaarts, ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft. Mattheüs 28:6 Iedere gebeurtenis die in verband staat met het leven van Christus, is voor een christen van…

Gehoorzaam aan Jezus alleen

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

We ontkennen dat een koning of het parlement wetten kan maken voor de kerk van Christus. Voor de rooms katholieke kerk mogen ze als ze willen, maar voor…

Zou u gaan?

Aan De Voeten Van De Meester

Zo heb ik dan roem in Christus Jezus in die dingen, die God aangaan. Want ik zou niet durven iets zeggen, hetwelk Christus door mij niet gewrocht heeft, tot…

En zie, Ik ben met u al de dagen

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" En zie, Ik ben met u al de dagen. Mattheüs 28:20 Wat is het goed dat er Eén is, Die altijd…

De Opgestane!

Preken

Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaart, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft. Mattheus 28:6 De heilige vrouwen, Maria Magdalena…

De steen afgewenteld

Preken

...een engel des Heeren, nederdalende uit de hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat op denzelven. Mattheus 28:2 Toen de heilige vrouwen naar…

Zie Zijn lege graf

Met Spurgeon Het Jaar Door

Komt herwaarts, ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft. Mattheüs 28:6 En nu, medechristenen, ‘komt herwaarts, ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft’, om wat onderwijs…

Gebruik uw tijd goed

Met Spurgeon Het Jaar Door

Komt herwaarts, ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft. Mattheüs 28:6 We weten niet wanneer de mens sterft. Eén lichte zucht, en de geest maakt zich los.…

Ik ben met ulieden al de dagen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" En zie, Ik ben met ulieden al de dagen. Mattheus 28:20 De Heere Jezus is in het midden van Zijn Kerk; Hij…

Maria Magdalena kwam om het graf zien

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Als het begon te lichten kwam Maria Magdalena om het graf te bezien. Mattheus 28:1 Laat ons van Maria Magdalena leren, hoe…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content