Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 14

1 Te dierzelver tijd hoorde Herodes, de viervorst, het gerucht van Jezus;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Te dierzelver tijdG2540 hoordeG191 HerodesG2264, de viervorstG5076, het geruchtG189 van JezusG2424; Te dierzelver tijd hoorde Herodes, de viervorst, het gerucht van Jezus;

Ook in dit vers dierzelfderG1565

KJV At1 that2 time4 Herod6 the tetrarch8 heard5 of the fame10 of Jesus,

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 εκεινω G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 καιρω G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 5 ηκουσεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 ηρωδης G2264 Herodes Herod 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 τετραρχης G5076 viervorst tetrarch 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ακοην G189 gehoor, prediking, gerucht audience, ear, fame, which ye heard, hearing, preached, report, rumor 11 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zeide tot zijn knechten: Deze is Johannes de Doper; hij is opgewekt van de doden, en daarom werken die krachten in Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 zeideG2036 tot zijn knechtenG3816: DezeG3778 isG1510 JohannesG2491 de DoperG910; hijG846 is opgewektG1453 vanG575 de dodenG3498, enG2532 daarom werkenG1754 dieG3778 krachtenG1411 inG1722 HemG846. En zeide tot zijn knechten: Deze is Johannes de Doper; hij is opgewekt van de doden, en daarom werken die krachten in Hem.

KJV And1 said unto his5 servants,4 This6 is John8 the Baptist;10 he11 is risen12 from13 the dead;15 and16 therefore17 mighty works20 do shew forth themselves21 in22 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παισιν G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ιωαννης G2491 Johannes John 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 βαπτιστης G910 Doper Baptist 11 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 18 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 21 ενεργουσιν G1754 werkt, gewrocht, werken do, (be) effectual (fervent), be mighty in, shew forth self, work (effectually in) 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want Herodes had Johannes gevangen genomen, en hem gebonden, en in den kerker gezet, om Herodias' wil, de huisvrouw van Filippus, zijn broeder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantG1063 HerodesG2264 had JohannesG2491 gevangenG2902 genomen, en hemG846 gebondenG1210, en inG1722 den kerkerG5438 gezetG5087, omG1223 Herodias'G2266 wil, de huisvrouwG1135 van FilippusG5376, zijn broederG80. Want Herodes had Johannes gevangen genomen, en hem gebonden, en in den kerker gezet, om Herodias' wil, de huisvrouw van Filippus, zijn broeder.

KJV For2 Herod3 had laid hold4 on John,6 and bound7 him,8 and9 put10 him in11 prison12 for13 Herodias'14 sake, his20 brother19 Philip's17 wife.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ηρωδης G2264 Herodes Herod 4 κρατησας G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιωαννην G2491 Johannes John 7 εδησεν G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εθετο G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 φυλακη G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch 13 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 14 ηρωδιαδα G2266 Herodias, Herodias' Herodias 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 17 φιλιππου G5376 Filippus, Filippi Philip 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αδελφου G80 broeders, broeder, broederen brother 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want Johannes zeide tot hem: Het is u niet geoorloofd haar te hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantG1063 JohannesG2491 zeideG3004 tot hemG846: Het is uG4771 nietG3756 geoorloofdG1832 haarG846 te hebbenG2192. Want Johannes zeide tot hem: Het is u niet geoorloofd haar te hebben.

KJV For2 John5 said1 unto him,3 It is7 not6 lawful for thee to have9 her.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιωαννης G2491 Johannes John 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 8 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 9 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En willende hem doden, vreesde hij het volk, omdat zij hem hielden voor een profeet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 willendeG2309 hemG846 dodenG615, vreesdeG5399 hij het volkG3793, omdatG3754 zij hem hieldenG2192 voor een profeetG4396. En willende hem doden, vreesde hij het volk, omdat zij hem hielden voor een profeet.

KJV And1 when he would2 have put4 him3 to death, he feared5 the multitude,7 because8 they counted12 him11 as9 a prophet.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 θελων G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 5 εφοβηθη G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar als de dag der geboorte van Herodes gehouden werd, danste de dochter van Herodias in het midden van hen, en zij behaagde aan Herodes.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 als de dag der geboorteG1077 van HerodesG2264 gehouden werd, dansteG3738 de dochterG2364 van HerodiasG2266 inG1722 het middenG3319 van hen, en zij behaagdeG700 aan HerodesG2264. Maar als de dag der geboorte van Herodes gehouden werd, danste de dochter van Herodias in het midden van hen, en zij behaagde aan Herodes.

KJV But2 when Herod's5 birthday1 was kept,3 the daughter8 of Herodias10 danced6 before them,11 and14 pleased15 Herod.

1 γενεσιων G1077 geboorte, dag birthday 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αγομενων G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ηρωδου G2264 Herodes Herod 6 ωρχησατο G3738 danste, gedanst dance 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θυγατηρ G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ηρωδιαδος G2266 Herodias, Herodias' Herodias 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ηρεσεν G700 behagen, behaagde, behaag please 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ηρωδη G2264 Herodes Herod
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Waarom hij haar met ede beloofde te geven, wat zij ook eisen zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Waarom hij haar metG3326 edeG3727 beloofdeG3670 te gevenG1325, watG3739 zij ook eisenG154 zou. Waarom hij haar met ede beloofde te geven, wat zij ook eisen zou.

KJV Whereupon1 he promised4 with2 an oath3 to give6 her5 whatsoever7 she would ask.

1 οθεν G3606 Waaruit, waaruit from thence, (from) whence, where(-by, -fore, -upon) 2 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 3 ορκου G3727 eed, eden, ede oath 4 ωμολογησεν G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 5 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 αιτησηται G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zij, te voren onderricht zijnde van haar moeder, zeide: Geef mij hier in een schotel het hoofd van Johannes den Doper.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG1161 zij, te voren onderricht zijnde vanG5259 haarG846 moederG3384, zeideG5346: GeefG1325 mijG1473 hier in een schotelG4094 het hoofdG2776 van JohannesG2491 den DoperG910. En zij, te voren onderricht zijnde van haar moeder, zeide: Geef mij hier in een schotel het hoofd van Johannes den Doper.

Ook in dit vers tevoren onderrichtG4264

KJV And2 she, being before instructed3 of4 her7 mother,6 said,10 Give8 me here11 John16 Baptist's18 head15 in12 a charger.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προβιβασθεισα G4264 tevoren onderricht, voortkomen draw, before instruct 4 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μητρος G3384 moeder, moeders mother 7 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 δος G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 9 μοι G1473 mij, ik I, me 10 φησιν G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 11 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 πινακι G4094 schotel, schotels charger, platter 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 16 ιωαννου G2491 Johannes John 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 βαπτιστου G910 Doper Baptist
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En de koning werd bedroefd; doch om de eden, en degenen, die met hem aanzaten, gebood hij, dat het haar zou gegeven worden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En de koningG935 werd bedroefdG3076; dochG1161 omG1223 de edenG3727, en degenen, die met hem aanzatenG4873, geboodG2753 hij, dat het haar zou gegevenG1325 worden; En de koning werd bedroefd; doch om de eden, en degenen, die met hem aanzaten, gebood hij, dat het haar zou gegeven worden;

KJV And1 the king4 was sorry:2 nevertheless for6 the oath's sake,8 and9 them which sat with him at meat,11 he commanded12 it to be given

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελυπηθη G3076 bedroefd, droevig, bedroef cause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 5 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ορκους G3727 eed, eden, ede oath 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 συνανακειμενους G4873 mede aanzaten, aanzaten, aanzitten sit (down, at the table, together) with (at meat) 12 εκελευσεν G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 13 δοθηναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zondG3992 heen, en onthoofddeG607 JohannesG2491 inG1722 den kerkerG5438. En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker.

KJV And1 he sent,2 and beheaded3 John5 in6 the prison.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πεμψας G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 3 απεκεφαλισεν G607 onthoofd, onthoofdde behead 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιωαννην G2491 Johannes John 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 φυλακη G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zijn hoofd werd gebracht in een schotel, en het dochtertje gegeven; en zij droeg het tot haar moeder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zijn hoofdG2776 werd gebrachtG5342 in een schotelG4094, en het dochtertjeG2877 gegevenG1325; enG2532 zij droegG5342 het totG1909 haarG846 moederG3384. En zijn hoofd werd gebracht in een schotel, en het dochtertje gegeven; en zij droeg het tot haar moeder.

KJV And1 his5 head4 was brought2 in6 a charger,7 and8 given9 to the damsel:11 and12 she brought13 it to her16 mother.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηνεχθη G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κεφαλη G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 πινακι G4094 schotel, schotels charger, platter 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κορασιω G2877 dochtertje damsel, maid 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ηνεγκεν G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μητρι G3384 moeder, moeders mother 16 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zijn discipelen kwamen, en namen het lichaam weg, en begroeven hetzelve; en gingen en boodschapten het Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En zijn discipelenG3101 kwamen, en namenG142 het lichaamG4983 weg, enG2532 begroevenG2290 hetzelveG846; enG2532 gingenG2064 en boodschaptenG518 het JezusG2424. En zijn discipelen kwamen, en namen het lichaam weg, en begroeven hetzelve; en gingen en boodschapten het Jezus.

KJV And1 his5 disciples4 came,2 and took up6 the body,8 and9 buried10 it,11 and12 went13 and told14 Jesus.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ηραν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εθαψαν G2290 begraven, begroeven, begrave bury 11 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 απηγγειλαν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En als Jezus dit hoorde, vertrok Hij van daar te scheep, naar een woeste plaats alleen; en de scharen, dat horende, zijn Hem te voet gevolgd uit de steden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 als JezusG2424 dit hoordeG191, vertrokG402 Hij van daar te scheepG4143, naar een woesteG2048 plaatsG5117 alleen; enG2532 de scharenG3793, dat horendeG191, zijn HemG846 te voetG3979 gevolgdG190 uitG575 de stedenG4172. En als Jezus dit hoorde, vertrok Hij van daar te scheep, naar een woeste plaats alleen; en de scharen, dat horende, zijn Hem te voet gevolgd uit de steden.

KJV When1 Jesus4 heard2 of it, he departed5 thence6 by7 ship8 into9 a desert10 place11 apart:12 and14 when the people17 had heard15 thereof, they followed18 him19 on foot20 out of21 the cities.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ανεχωρησεν G402 vertrok, vertrokken, gegaan depart, give place, go (turn) aside, withdraw self 6 εκειθεν G1564 vandaar, van die plaats from that place, (from) thence, there 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 πλοιω G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 ερημον G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 11 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 12 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 13 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 18 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 19 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 πεζη G3979 voet a- (on) foot 21 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πολεων G4172 stad, steden city
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun kranken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En JezusG2424 uitgaandeG1831, zagG1492 een grote schareG3793, enG2532 werd innerlijk met ontfermingG4697 overG1909 henG846 bewogenG4697, enG2532 genasG2323 hunG846 krankenG732. En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun kranken.

KJV And1 Jesus4 went forth,2 and saw a great6 multitude,7 and8 was moved with compassion9 toward10 them,11 and12 he healed13 their16 sick.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 πολυν G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εσπλαγχνισθη G4697 ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogen have (be moved with) compassion 10 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αρρωστους G732 kranken, zieken sick (folk, -ly) 16 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En als het nu avond werd, kwamen Zijn discipelen tot Hem, zeggende: Deze plaats is woest, en de tijd is nu voorbijgegaan; laat de scharen van U, opdat zij heengaan in de vlekken en zichzelven spijs kopen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En als het nuG1161 avondG3798 werdG1096, kwamen Zijn discipelenG3101 tot HemG846, zeggendeG3004: Deze plaatsG5117 isG1510 woestG2048, en de tijdG5610 is nu voorbijgegaanG3928; laat de scharenG3793 van U, opdatG2443 zij heengaanG565 inG1519 de vlekkenG2968 en zichzelvenG1438 spijsG1033 kopenG59. En als het nu avond werd, kwamen Zijn discipelen tot Hem, zeggende: Deze plaats is woest, en de tijd is nu voorbijgegaan; laat de scharen van U, opdat zij heengaan in de vlekken en zichzelven spijs kopen.

KJV And2 when it was3 evening,1 his5 disciples7 came4 to him,8 saying,9 This is a desert10 place,13 and14 the time16 is now17 past;18 send19 the multitude21 away, that22 they may go23 into24 the villages,26 and buy27 themselves28 victuals.

1 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 προσηλθον G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ερημος G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 τοπος G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 17 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 18 παρηλθεν G3928 voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaan come (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress 19 απολυσον G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 20 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οχλους G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 22 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 23 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 κωμας G2968 vlek, vlekken town, village 27 αγορασωσιν G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 28 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 29 βρωματα G1033 spijze, spijzen, spijs meat, victuals
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 MaarG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot hen: Het is hun nietG3756 van nodeG5532 heen te gaanG565, geeftG1325 gijG4771 hunG846 te etenG5315. Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten.

KJV But2 Jesus3 said unto them,5 They need7 not6 depart;9 give10 ye them11 to eat

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 8 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 9 απελθειν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 10 δοτε G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 11 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 13 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 DochG1161 zij zeidenG3004 tot HemG846: Wij hebbenG2192 hier niet, dan vijfG4002 brodenG740 en tweeG1417 vissenG2486. Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.

KJV And2 they say3 unto him,4 We have6 here7 but5 five10 loaves,11 and12 two13 fishes.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 8 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 11 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 14 ιχθυας G2486 vissen, vis fish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG1161 Hij zeideG2036: BrengtG5342 MijG1473 dezelve hier. En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.

KJV He said, Bring4 them6 hither7 to me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 φερετε G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 5 μοι G1473 mij, ik I, me 6 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Hij bevalG2753 de scharenG3793 neder te zitten op het grasG5528, en namG2983 de vijfG4002 brodenG740 en de tweeG1417 vissenG2486, en opwaarts ziendeG308 naarG1519 den hemelG3772, zegendeG2127 dezelve; en als Hij ze gebrokenG2806 had, gafG1325 Hij de brodenG740 den discipelenG3101, en de discipelenG3101 aan de scharenG3793. En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.

Ook in dit vers neder zittenG347

KJV And1 he commanded2 the multitude4 to sit down5 on6 the grass,8 and9 took10 the five12 loaves,13 and14 the two16 fishes,17 and looking up18 to19 heaven,21 he blessed,22 and23 brake,24 and gave25 the loaves29 to his disciples,27 and31 the disciples32 to the multitude.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 κελευσας G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλους G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 ανακλιθηναι G347 aanzitten, nederzitten, leide lay, (make) sit down 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 χορτους G5528 gras, kruid, hooi blade, grass, hay 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 13 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 17 ιχθυας G2486 vissen, vis fish 18 αναβλεψας G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 22 ευλογησεν G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 κλασας G2806 brak, gebroken, breken break 25 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 26 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 28 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 30 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 32 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 33 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 34 οχλοις G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En zij atenG5315 allenG3956 en werden verzadigdG5526, enG2532 zij namenG142 op, het overschotG4052 der brokkenG2801, twaalfG1427 volleG4134 korvenG2894. En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.

KJV And1 they did2 all3 eat, and4 were filled:5 and6 they took up7 of the fragments11 that remained9 twelve12 baskets13 full.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εφαγον G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 3 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 εχορτασθησαν G5526 verzadigd, verzadigen feed, fill, satisfy 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ηραν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 περισσευον G4052 overvloedig, overvloed, overgeschoten (make, more) abound, (have, have more) abundance (be more) abundant, be the better, enough and to spare, exceed, excel, increase, be left, redound, remain (over and above) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κλασματων G2801 brokken broken, fragment 12 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 13 κοφινους G2894 korven basket 14 πληρεις G4134 vol, volle full
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Die nuG1161 gegetenG2068 hadden, warenG1510 omtrent vijf duizendG4000 mannenG435, zonder de vrouwenG1135 en kinderenG3813. Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.

KJV And2 they that had eaten3 were about6 five thousand7 men,5 beside8 women9 and10 children.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εσθιοντες G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 4 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 6 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 7 πεντακισχιλιοι G4000 vijf duizend five thousand 8 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 9 γυναικων G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 παιδιων G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 terstondG2112 dwongG315 JezusG2424 Zijn discipelenG3101 inG1519 het schipG4143 te gaan, enG2532 voor Hem af te varenG4254 naarG1519 de andere zijde, terwijlG2193 Hij de scharenG3793 van Zich zou latenG630. En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten.

KJV And1 straightway2 Jesus5 constrained3 his8 disciples7 to get9 into10 a ship,12 and13 to go before14 him15 unto16 the other side,18 while19 he sent21 the multitudes23 away.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 ηναγκασεν G315 genoodzaakt, dwong, dwing compel, constrain 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εμβηναι G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 προαγειν G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 19 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 20 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 21 απολυση G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 22 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οχλους G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En als Hij nu de scharenG3793 van Zich gelatenG630 had, klomG305 Hij op den bergG3735 alleen, omG1519 te biddenG4336. En als het nuG1161 avondG3798 was gewordenG1096, zo was Hij daar alleen. En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen.

KJV And1 when he had sent2 the multitudes4 away, he went up5 into6 a mountain8 apart9 to pray:11 and13 when the evening12 was come,14 he was there17 alone.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απολυσας G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλους G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 ανεβη G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 9 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 10 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 11 προσευξασθαι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 12 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 15 μονος G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En het schipG4143 was nu middenG3319 in de zeeG2281, zijnde in noodG928 vanG5259 de barenG2949; wantG1063 de windG417 wasG1510 hun tegen. En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen.

KJV But2 the ship3 was now4 in the midst5 of the sea,7 tossed9 with10 waves:12 for14 the wind17 was contrary.

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 4 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 5 μεσον G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θαλασσης G2281 zee sea 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 βασανιζομενον G928 gepijnigd, pijnigt, gekweld pain, toil, torment, toss, vex 10 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κυματων G2949 baren, golven wave 13 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 15 εναντιος G1727 tegenover, wederpartijdige (over) against, contrary 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ανεμος G417 wind, winden wind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 MaarG1161 ter vierdeG5067 wakeG5438 des nachtsG3571 kwam JezusG2424 af totG4314 henG846, wandelendeG4043 opG1909 de zeeG2281. Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee.

KJV And2 in the fourth1 watch3 of the night5 Jesus10 went6 unto7 them,8 walking11 on12 the sea.

1 τεταρτη G5067 vierde, vier four(-th) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 φυλακη G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 6 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 περιπατων G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θαλασσης G2281 zee sea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vrees.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 de discipelenG3101, ziendeG1492 HemG846 opG1909 de zeeG2281 wandelenG4043, werden ontroerdG5015, zeggendeG3004: Het isG1510 een spookselG5326! EnG2532 zij schreeuwdenG2896 vanG575 vreesG5401. En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vrees.

KJV And1 when the disciples5 saw him3 walking9 on6 the sea,8 they were troubled,10 saying,11 It is a spirit;13 and15 they cried out19 for16 fear.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θαλασσαν G2281 zee sea 9 περιπατουντα G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 10 εταραχθησαν G5015 ontroerd, beroerd, beroerde trouble 11 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 φαντασμα G5326 spooksel spirit 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 φοβου G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 19 εκραξαν G2896 riepen, roepende, riep cry (out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 MaarG1161 terstondG2112 sprakG2980 JezusG2424 henG846 aan, zeggendeG3004: Zijt goedsmoedsG2293, IkG1473 benG1510 het, vreestG5399 nietG3361. Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.

KJV But2 straightway1 Jesus6 spake3 unto them,4 saying,7 Be of good cheer;8 it is10 I;9 be12 not11 afraid.

1 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 θαρσειτε G2293 goeden moed, wees welgemoed, Wees welgemoed be of good cheer (comfort) 9 εγω G1473 mij, ik I, me 10 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 φοβεισθε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En PetrusG4074 antwoorddeG611 HemG846, en zeideG2036: HeereG2962! indienG1487 GijG4771 het zijtG1510, zo gebiedG2753 mijG1473 totG4314 UG4771 te komenG2064 opG1909 het waterG5204. En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water.

KJV And2 Peter5 answered1 him3 and said, Lord,7 if8 it be thou,9 bid11 me come15 unto13 thee on16 the water.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 9 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 κελευσον G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 12 με G1473 mij, ik I, me 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 15 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 υδατα G5204 water, wateren, waters water

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En Hij zeideG2036: KomG2064. En PetrusG4074 klom nederG2597 vanG575 het schipG4143, en wandeldeG4043 opG1909 het waterG5204, om totG4314 JezusG2424 te komenG2064. En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen.

KJV And2 he said, Come.4 And5 when Peter11 was come down6 out of7 the ship,9 he walked12 on13 the water,15 to go16 to17 Jesus.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 ελθε G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 καταβας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 7 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πλοιου G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 12 περιεπατησεν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 υδατα G5204 water, wateren, waters water 16 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 17 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 MaarG1161 ziendeG991 den sterkenG2478 windG417, werd hij bevreesdG5399, en als hij begonG756 neder te zinken, riepG2896 hij, zeggendeG3004: HeereG2962, behoudG4982 mijG1473! Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!

Ook in dit vers neder zinkenG2670

KJV But2 when he saw1 the wind4 boisterous,5 he was afraid;6 and7 beginning8 to sink,9 he cried,10 saying,11 Lord,12 save13 me.

1 βλεπων G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ανεμον G417 wind, winden wind 5 ισχυρον G2478 sterke, sterken, sterker boisterous, mighty(-ier), powerful, strong(-er, man), valiant 6 εφοβηθη G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 αρξαμενος G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 9 καταποντιζεσθαι G2670 neder zinken, verzonken drown, sink 10 εκραξεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 11 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 σωσον G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 14 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En JezusG2424, terstondG2112 de handG5495 uitstekendeG1614, greepG1949 hemG846 aan, en zeideG3004 tot hemG846: Gij kleingelovigeG3640! waaromG5101 hebt gij gewankeldG1365? En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld?

KJV And2 immediately1 Jesus4 stretched forth5 his hand,7 and caught8 him,9 and10 said11 unto him,12 O thou of little faith,13 wherefore14 didst thou doubt?

1 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εκτεινας G1614 strekte, Strek, uitstrekkende cast, put forth, stretch forth (out) 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χειρα G5495 handen, hand hand 8 επελαβετο G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on) 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ολιγοπιστε G3640 kleingelovigen, kleingelovige of little faith 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 16 εδιστασας G1365 gewankeld, twijfelden doubt
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG2532 als zijG846 inG1519 het schipG4143 geklommenG1684 waren, stildeG2869 de windG417. En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.

KJV And1 when they3 were come2 into4 the ship,6 the wind9 ceased.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμβαντων G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 7 εκοπασεν G2869 stilde, liggen cease 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ανεμος G417 wind, winden wind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Die nu inG1722 het schipG4143 waren, kwamenG2064 en aanbadenG4352 HemG846, zeggendeG3004: WaarlijkG230, Gij zijtG1510 GodsG2316 ZoonG5207! Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!

KJV Then2 they that were in3 the ship5 came6 and worshipped7 him,8 saying,9 Of a truth10 thou art the Son12 of God.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πλοιω G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 6 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 προσεκυνησαν G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 13 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En overgevaren zijnde, kwamen zij in het land Gennesaret.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 overgevarenG1276 zijnde, kwamenG2064 zij inG1519 het landG1093 GennesaretG1082. En overgevaren zijnde, kwamen zij in het land Gennesaret.

KJV And1 when they were gone over,2 they came3 into4 the land6 of Gennesaret.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διαπερασαντες G1276 overgevaren, overkomen, overvoer go over, pass (over), sail over 3 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 7 γεννησαρετ G1082 Gennesareth, Gennesaret Gennesaret
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En als de mannen van die plaats Hem werden kennende, zonden zij in dat gehele omliggende land, en brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En als de mannenG435 van dieG1565 plaatsG5117 Hem werden kennendeG1921, zondenG649 zijG846 inG1519 dat gehele omliggende landG4066, enG2532 brachtenG4374 tot Hem allenG3956, dieG1565 kwalijkG2560 gesteldG2192 waren; En als de mannen van die plaats Hem werden kennende, zonden zij in dat gehele omliggende land, en brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren;

KJV And1 when the men5 of that8 place7 had knowledge2 of him,3 they sent out9 into10 all11 that14 country round about,13 and15 brought16 unto him17 all18 that were21 diseased;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επιγνοντες G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 τοπου G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 8 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 9 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 ολην G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 περιχωρον G4066 omliggende land, land rondom, omliggenden lands country (round) about, region (that lieth) round about 14 εκεινην G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 προσηνεγκαν G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 19 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κακως G2560 kwalijk, ziek, deerlijk amiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore 21 εχοντας G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En baden Hem, dat zij alleenlijk den zoom Zijns kleeds zouden mogen aanraken; en zovelen als Hem aanraakten, werden gezond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG2532 badenG3870 Hem, datG2443 zijG846 alleenlijk den zoomG2899 Zijns kleedsG2440 zouden mogen aanrakenG680; enG2532 zovelenG3745 als Hem aanraaktenG680, werden gezondG1295. En baden Hem, dat zij alleenlijk den zoom Zijns kleeds zouden mogen aanraken; en zovelen als Hem aanraakten, werden gezond.

KJV And1 besought2 him3 that4 they might6 only5 touch14 the hem8 of his11 garment:10 and12 as many as13 touched were made perfectly whole.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρεκαλουν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 6 αψωνται G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κρασπεδου G2899 zoom, zomen border, hem 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιματιου G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 14 ηψαντο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 15 διεσωθησαν G1295 behouden, gezond, ontkomen bring safe, escape (safe), heal, make perfectly whole, save
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 14:1 Lukas 3:1 Markus 8:15 Handelingen 4:27 Lukas 9:7 Lukas 23:7 Lukas 23:15 Markus 6:14 Handelingen 12:1
Mattheüs 14:2 Mattheüs 16:14 Mattheüs 11:11 Markus 8:28 Johannes 10:41
Mattheüs 14:3 Markus 6:17 Mattheüs 4:12 Lukas 3:19 Mattheüs 11:2 Johannes 3:23 Markus 6:22 Lukas 13:1 Markus 6:19
Mattheüs 14:4 Leviticus 18:16 Leviticus 20:21 1 Koningen 21:19 Deuteronomium 25:5 Handelingen 24:24 2 Samuël 12:7 Jesaja 8:20 Spreuken 28:1
Mattheüs 14:5 Mattheüs 11:9 Mattheüs 21:26 Handelingen 5:26 Markus 11:30 Lukas 20:6 Mattheüs 21:32 Markus 6:19 Handelingen 4:21
Mattheüs 14:6 Markus 6:21 Genesis 40:20 Lukas 3:19 Esther 2:18 Esther 1:2 Mattheüs 22:24 Hosea 1:5 Markus 6:19
Mattheüs 14:7 Esther 5:3 Esther 5:6 Esther 7:2
Mattheüs 14:8 Spreuken 29:10 1 Koningen 18:13 2 Kronieken 22:2 Markus 6:24 2 Koningen 11:1 1 Koningen 18:4 1 Koningen 19:2 Numeri 7:19
Mattheüs 14:9 Mattheüs 14:1 1 Samuël 25:32 2 Koningen 6:31 Johannes 19:12 Mattheüs 27:17 Numeri 30:5 Lukas 13:32 Mattheüs 14:5
Mattheüs 14:10 Mattheüs 17:12 2 Kronieken 36:16 Mattheüs 21:35 Jeremia 2:30 Lukas 9:9 Markus 9:13 Mattheüs 23:34 Openbaring 11:7
Mattheüs 14:11 Ezechiël 19:2 Openbaring 17:6 Spreuken 29:10 Ezechiël 16:3 Spreuken 27:4 Openbaring 16:6 Ezechiël 35:6 Jeremia 22:17
Mattheüs 14:12 Handelingen 8:2 Mattheüs 27:58
Mattheüs 14:13 Lukas 9:10 Mattheüs 12:15 Mattheüs 10:23 Johannes 6:1 Markus 6:30 Mattheüs 15:32 Mattheüs 14:1
Mattheüs 14:14 Mattheüs 9:36 Hebreeën 4:15 Mattheüs 4:23 Markus 6:34 Johannes 11:33 Lukas 7:13 Markus 8:1 Lukas 19:41
Mattheüs 14:15 Mattheüs 15:23 Markus 6:35 Lukas 9:12 Markus 8:3
Mattheüs 14:16 2 Koningen 4:42 2 Korinthe 8:2 Lukas 3:11 Johannes 13:29 Spreuken 11:24 Prediker 11:2 Job 31:16 2 Korinthe 9:7
Mattheüs 14:17 Mattheüs 16:9 Mattheüs 15:33 Johannes 6:5 Numeri 11:21 Markus 8:4 Markus 6:37 Lukas 9:13 Psalmen 78:19
Mattheüs 14:19 1 Samuël 9:13 Lukas 24:30 Handelingen 27:35 Markus 6:41 Johannes 11:41 1 Timotheüs 4:4 Romeinen 14:6 Mattheüs 26:26
Mattheüs 14:20 Markus 6:42 Lukas 1:53 Markus 8:8 Mattheüs 16:8 Lukas 9:17 Spreuken 13:25 Johannes 6:11 2 Koningen 4:43
Mattheüs 14:21 Handelingen 4:4 Filippenzen 4:19 2 Korinthe 9:8 Johannes 6:10 Handelingen 4:34
Mattheüs 14:22 Johannes 6:15 Markus 6:45 Mattheüs 15:39 Mattheüs 13:36
Mattheüs 14:23 Lukas 6:12 Markus 6:46 Johannes 6:15 Handelingen 6:4 Lukas 9:28 Mattheüs 26:36 Mattheüs 6:6
Mattheüs 14:24 Markus 6:48 Johannes 6:18 Mattheüs 8:24 Jesaja 54:11
Mattheüs 14:25 Job 9:8 Mattheüs 24:43 Psalmen 93:3 Johannes 6:19 Markus 6:48 Openbaring 10:8 Lukas 12:38 Psalmen 104:3
Mattheüs 14:26 Openbaring 1:17 Lukas 24:37 Job 4:14 Markus 6:49 Lukas 1:11 Lukas 24:5 Lukas 24:45 Handelingen 12:15
Mattheüs 14:27 Handelingen 23:11 Mattheüs 9:2 Mattheüs 17:7 Openbaring 1:17 Johannes 16:33 Johannes 6:20 Jesaja 41:10 Lukas 24:38
Mattheüs 14:28 Romeinen 12:3 Lukas 22:31 Mattheüs 26:33 Johannes 6:68 Mattheüs 19:27 Johannes 13:36 Lukas 22:49 Markus 14:31
Mattheüs 14:29 Filippenzen 4:13 Romeinen 4:19 Handelingen 3:16 Markus 11:22 Markus 9:23 Mattheüs 21:21 Mattheüs 17:20 Lukas 17:6
Mattheüs 14:30 2 Timotheüs 4:16 Psalmen 116:3 Klaagliederen 3:54 Johannes 18:25 Lukas 22:54 Markus 14:66 Psalmen 3:7 Markus 14:38
Mattheüs 14:31 Genesis 22:14 Jakobus 1:6 Mattheüs 16:8 1 Petrus 1:5 Romeinen 4:18 Deuteronomium 32:36 Markus 11:23 Mattheüs 17:20
Mattheüs 14:32 Psalmen 107:29 Markus 6:51 Markus 4:41 Johannes 6:21
Mattheüs 14:33 Psalmen 2:7 Johannes 11:27 Johannes 1:49 Markus 1:1 Mattheüs 26:63 Markus 15:39 Mattheüs 16:16 Lukas 4:41
Mattheüs 14:34 Lukas 5:1 Markus 6:53 Johannes 6:24
Mattheüs 14:35 Mattheüs 4:24 Markus 1:28 Markus 6:55 Markus 3:8 Markus 2:1
Mattheüs 14:36 Markus 3:10 Lukas 6:19 Mattheüs 9:20 Handelingen 4:9 Johannes 6:37 Mattheüs 23:5 Handelingen 19:11 Exodus 28:33
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 14 vers 1

Heródes Deze was een zoon van Herodes den Grote, en was toegenaamd Antipas.

Hertaald: Heródes Dit was een zoon van Herodes de Grote, toegenaamd Antipas.

viervorst Grieks, Tetrarches; dat is een vorst over een vierde deel van een rijk. Want na den dood van Herodes den Grote is zijn rijk door de kerizer Augustus verdeeld onder zijn zonen; waarvan bijna de helft, namelijk Judea, Samaria en Idumea, had Archelaus de oudste zoon; een vierde part, namelijk Galilea en het land over de Jordaan deze Herodes; en het laatste vierde part, namelijk Iturea en Trachonitis had Filippus de jongste zoon. Zie Matt. 2:22 ; Luc. 3:1 , Luc. 3:19 , en bij JosEf. Antiq. lib.17, cap.13. Deze tetrarchen worden ook koningen genaamd, omdat zij als koningen regeerden. Zie hier vs.9; Marc. 6:14 ; Hand. 25:24 .

Hertaald: viervorst Grieks: tetrarches; dat is: een vorst over een vierde deel van een rijk. Want na de dood van Herodes de Grote is zijn rijk door keizer Augustus onder zijn zonen verdeeld. Bijna de helft daarvan, namelijk Judea, Samaria en Idumea, kreeg Archelaüs, de oudste zoon; een vierde deel, namelijk Galilea en het land aan de overzijde van de Jordaan, kreeg deze Herodes; en het laatste vierde deel, namelijk Iturea en Trachonitis, kreeg Filippus, de jongste zoon. Zie Matth. 2:22; Luk. 3:1, Luk. 3:19, en bij Josefus, Antiquitates boek 17, hoofdstuk 13. Deze tetrarchen worden ook koningen genoemd, omdat zij als koningen regeerden. Zie vers 9; Mark. 6:14; Hand. 25:24.

Mattheüs 14 vers 3

Heródes Deze geschiedenis wordt hier bij gelegenheid verhaald, hoewel zij tevoren geschied is. Zie Matt. 4:12 .

Hertaald: Heródes Deze geschiedenis wordt hier bij gelegenheid verteld, hoewel zij eerder gebeurd is. Zie Matth. 4:12.

Heródias, Deze Herodias was de huisvrouw van Filippus, den broeder van Herodes, door wien zij verleid zijde, haren man verlaten heeft, en bij diens leven Herodes tot zijne vrouw genomen was. Zie JosEf. Antiq. lib. 18, cap.7,9.

Hertaald: Heródias, Deze Herodias was de vrouw van Filippus, de broer van Herodes. Door hem verleid heeft zij haar man verlaten, en terwijl die nog leefde nam Herodes haar tot vrouw. Zie Josefus, Antiquitates boek 18, hoofdstuk 7 en 9.

Mattheüs 14 vers 4

te hebben Namelijk ter vrouw.

Hertaald: te hebben Namelijk als vrouw.

Mattheüs 14 vers 6

geboorte gehouden werd, Van zulk vieren der geboortedagen heeft men nog een voorbeeld Gen. 40:20 .

Hertaald: geboorte gehouden werd, Van zo'n viering van geboortedagen is nog een voorbeeld te vinden in Gen. 40:20.

Mattheüs 14 vers 8

tevoren onderricht zijnde Of, opgemaakt en aangestuwd zijnde; nadat zij daarover hare moeder raad gevraagd had; Marc. 6:24 .

Hertaald: tevoren onderricht zijnde Of: opgestookt en aangespoord, nadat zij daarover haar moeder om raad gevraagd had; Mark. 6:24.

Mattheüs 14 vers 9

bedroefd; Niet zozeer om Johannes' wil, als om den ondanks des volks, dat hij vreesde.

Hertaald: bedroefd; Niet zozeer om Johannes, als wel om de afkeuring van het volk, die hij vreesde.

de eden en degenen, Namelijk die hij deze lichtvaardige danseres onbehoorlijk gedaan had, vs.7.

Hertaald: de eden en degenen, Namelijk de eden die hij deze lichtzinnige danseres onbehoorlijk gezworen had, vers 7.

Mattheüs 14 vers 10

zond heen Namelijk een trawant of scherprechter, gelijk te zien is Marc. 6:27 .

Hertaald: zond heen Namelijk een lijfwacht of scherprechter, zoals te zien is in Mark. 6:27.

Mattheüs 14 vers 13

vertrok hij vandaar Niet alleen om het gevaar te ontgaan, alzo zijne ure nog niet gekomen was, maar ook omdat zijne discipelen rust nodig hadden; Marc. 6:30-31 .

Hertaald: vertrok hij vandaar Niet alleen om het gevaar te ontgaan, aangezien Zijn uur nog niet gekomen was, maar ook omdat Zijn discipelen rust nodig hadden; Mark. 6:30-31.

alleen; Of, uit den weg, aan de ene zijde.

Hertaald: alleen; Of: uit de weg, terzijde.

te voet gevolgd Want Christus was niet gevaren naar de ander zijde van de zee, maar over een inham, blijvende aan dezelfde zijde, waar zij Hem te voet konden volgen.

Hertaald: te voet gevolgd Want Christus was niet naar de overkant van het meer gevaren, maar over een inham, terwijl Hij aan dezelfde zijde bleef waar zij Hem te voet konden volgen.

Mattheüs 14 vers 14

grote schare, Dat is, dat er veel volk was.

Hertaald: grote schare, Dat is: dat er veel volk was.

Mattheüs 14 vers 15

de tijd is nu voorbijgegaan; Grieks, de ure; namelijk van eten, of voedsel te nemen, of des daags, om het volk niet langer op te houden.

Hertaald: de tijd is nu voorbijgegaan; Grieks: het uur; namelijk om te eten of voedsel te nemen, of het uur van de dag, om het volk niet langer op te houden.

Mattheüs 14 vers 19

zegende Hij Het Grieks, woord betekent somtijds wel dankzeggen, maar moet hier voor zegenen, dat met dankzegging gevoegd is, genomen worden, gelijk te zien is Luc. 9:16 , welke zegening geschied is door een bijzonder gebed, dat deze broden tot verzadiging van allen mochten gedijen; 1 Tim. 4:4-5 .

Hertaald: zegende Hij Het Griekse woord betekent soms wel danken, maar moet hier opgevat worden als zegenen, wat met dankzegging gepaard gaat, zoals te zien is in Luk. 9:16. Die zegening gebeurde door een bijzonder gebed, dat deze broden tot verzadiging van allen mochten strekken; 1 Tim. 4:4-5.

Mattheüs 14 vers 20

zij namen op Namelijk de discipelen van Christus, gelijk blijkt uit Joh. 6:12 .

Hertaald: zij namen op Namelijk de discipelen van Christus, zoals blijkt uit Joh. 6:12.

Mattheüs 14 vers 22

dwong Jezus Namelijk met ernstige woorden, daar zij van Hem niet gaarne wilden scheiden.

Hertaald: dwong Jezus Namelijk met nadrukkelijke woorden, omdat zij niet graag van Hem wilden scheiden.

Mattheüs 14 vers 23

alleen, Zie het voorgaande vs.13.

Hertaald: alleen, Zie het voorgaande vers 13.

Mattheüs 14 vers 24

zijnde in nood van de baren; Grieks, gepijnigd; dat is, zeer geslingerd of geslagen van de baren.

Hertaald: zijnde in nood van de baren; Grieks: gepijnigd; dat is: hevig geslingerd of geslagen door de golven.

Mattheüs 14 vers 25

wake des nachts De nacht werd toen afgedeeld in vier waken, elk van drie uren, waarvan de vierde met den dag eindigde: waarom dezelve ook de morgenwake genoemd wordt; Ex. 14:24 ; 1 Sam. 11:11 . Zie Luc. 12:38 .

Hertaald: wake des nachts De nacht werd toen verdeeld in vier waken, elk van drie uur, waarvan de vierde met het aanbreken van de dag eindigde; daarom wordt die ook de morgenwake genoemd; Ex. 14:24; 1 Sam. 11:11. Zie Luk. 12:38.

Mattheüs 14 vers 26

spooksel; Dat is, een geest, verschijnende in lichamelijke gedaante.

Hertaald: spooksel; Dat is: een geest die in lichamelijke gedaante verschijnt.

Mattheüs 14 vers 27

Ik ben het, Namelijk in der waarheid, en het is geen schijnsel of spook.

Hertaald: Ik ben het, Namelijk in werkelijkheid; het is geen schijnbeeld of spook.

Mattheüs 14 vers 31

gewankeld? Of, getwijfeld.

Hertaald: gewankeld? Of: getwijfeld.

Mattheüs 14 vers 36

zoom zijns kleed Namelijk tot een teken dat zij van Hem wilden geholpen wezen, niet dat zij den zoom zulk ene kracht toeschreven. Zie dergelijke Matt. 9:21 .

Hertaald: zoom zijns kleed Namelijk als teken dat zij door Hem geholpen wilden worden, niet dat zij aan de zoom zelf zo'n kracht toeschreven. Zie iets dergelijks in Matth. 9:21.

hem aanraakten Of, dien, namelijk den zoom.

Hertaald: hem aanraakten Of: die, namelijk de zoom.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Herodes (de Grote)  — (Griekse naam: heldhaftig geslacht)

Koning der Joden ten tijde van Jezus' geboorte. Ontsteld door het bericht van de wijzen over de geboren "Koning der Joden", trachtte hij door list de plaats van het Kind te weten te komen; toen dit mislukte, liet hij alle jongens van twee jaar en jonger in Bethlehem en omstreken doden. Na zijn dood keerden Jozef en Maria met Jezus terug uit Egypte (Matth. 2:1-19).

Johannes de Doper  — de HEERE is genadig

Een profeet, prediker van bekering in de woestijn van Judea, gekleed in kemelshaar met een lederen gordel, levend van sprinkhanen en wilde honing. Hij doopte het volk in de Jordaan tot bekering, en doopte ook Jezus, ondanks zijn aanvankelijke weigering, waarna de hemel geopend werd en Gods stem Jezus als Zijn geliefde Zoon aanwees (Matth. 3).

Simon Petrus  — Simon: hij heeft gehoord; Petrus: steen, rots

Een visser aan het meer van Galilea, broer van Andreas. Jezus riep hem, samen met zijn broer, om Hem te volgen en "vissers der mensen" te worden; hij liet terstond zijn netten achter en volgde Jezus na (Matth. 4:18-20). Hij zou uitgroeien tot de voorman onder de twaalf apostelen.

Johannes (zoon van Zebedeüs)  — de HEERE is genadig

Zoon van Zebedeüs en broer van Jakobus; een visser, geroepen door Jezus om Hem te volgen (Matth. 4:21-22); niet dezelfde persoon als Johannes de Doper. Hij zou een van de twaalf apostelen worden en het naar hem genoemde Evangelie en andere boeken van het Nieuwe Testament schrijven.

Herodes Antipas (de viervorst)  — (Griekse naam: heldhaftig geslacht)

Zoon van Herodes de Grote, viervorst (tetrarch) over Galilea en Perea. Hij liet Johannes de Doper gevangen zetten en onthoofden vanwege diens kritiek op zijn huwelijk met Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus (Matth. 14:1-12). Niet dezelfde persoon als Herodes de Grote, onder wie Jezus geboren werd.

Herodias  — (vrouwelijke vorm van Herodes)

Vrouw van Filippus, de broer van Herodes Antipas; zij verliet haar man om met Herodes Antipas te trouwen. Toen Johannes de Doper dit huwelijk openlijk afkeurde, liet Herodes hem gevangen zetten; op aanstichten van Herodias eiste haar dochter tijdens een feestmaal het hoofd van Johannes, wat Herodes met tegenzin liet gebeuren (Matth. 14:3-11).

Filippus (broer van Herodes Antipas)  — liefhebber der paarden

Zoon van Herodes de Grote en broer van Herodes Antipas; zijn vrouw Herodias verliet hem om met zijn broer te trouwen (Matth. 14:3). Niet dezelfde persoon als de apostel Filippus.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Ik ben het, vreest niet — 14:24-33

De Engel des HEEREN niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Vijfduizend mensen zijn gevoed. Hij stuurt de discipelen vooruit over het meer en gaat alleen de berg op om te bidden. Het schip komt niet vooruit, de wind is tegen, en het is het laatste deel van de nacht.

Zij zien iets op het water lopen en denken aan een spook; wat zij horen is een naam.

**Wat zij zien.** “Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee.” De vierde wake is tussen drie en zes uur — het donkerste stuk, na een nacht roeien.

Hun eerste gedachte is niet vroom: “Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vrees.”

**Wat zij horen.** “Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.”

De kanttekening houdt het bij de eenvoudige betekenis: Ik ben het werkelijk, en geen schijnsel of spook. Maar de woorden staan er wel, en zij staan er vaker: bij het brandende bos, en later in de hof, waar dezelfde twee woorden een arrestatieploeg achteruit deden deinzen.

**Waarom het water ertoe doet.** In het Oude Testament is de zee het onbeheersbare. Wie erover heerst, is God. Job zegt van Hem dat Hij alleen de hemelen uitbreidt en treedt op de hoogten der zee. En de psalm zegt dat Zijn pad in grote wateren is, en dat men Zijn voetstappen niet kent.

Hier loopt er Iemand.

**Petrus.** Hij vraagt of hij komen mag, krijgt één woord — Kom — en loopt. En dan kijkt hij naar de wind. Wat er dan gebeurt staat er zonder omhaal: hij begint te zinken en roept drie woorden. Het antwoord is een hand, en pas daarna een vraag.

**Het slot.** “Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!”

Dat is de vaste uitwerking in deze lijn: waar God verschijnt, gaat de mens neer. Bij Jozua, bij Manoach, bij Daniël, bij Johannes op Patmos. Hier gebeurt het op een dek, midden op een meer, terwijl de wind gaat liggen.

  1. Job 9:8 — Van God alleen wordt gezegd dat Hij treedt op de hoogten der zee.
  2. Psalm 77:20 — Uw weg was in de zee, en Uw voetstappen werden niet bekend.
  3. Mattheüs 14:25 — In de vierde nachtwake loopt Hij over het water naar hen toe.
  4. Mattheüs 14:27 — En Hij zegt: Ik ben het, vreest niet.
  5. Mattheüs 14:31 — Petrus zinkt, en het antwoord is eerst een hand.
  6. Mattheüs 14:33 — Zij aanbidden Hem: waarlijk, Gij zijt Gods Zoon.

In het Nieuwe Testament: Job 9:8; Psalm 77:20; Exodus 3:14; Markus 6:50; Johannes 18:6; Psalm 107:29

Hoever dit reikt: De kanttekening verstaat Ik ben het hier als een bevestiging dat Hij het werkelijk is en geen verschijnsel. Dat in deze woorden ook de Naam uit Exodus 3 meeklinkt, is een gevolgtrekking. Zij rust op het gebruik van diezelfde woorden elders; Mattheüs zegt het hier niet. Wat vaststaat is dat zij Hem aanbaden en dat Hij dat niet afwees.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 14

Mattheüs 14:13.KruisverwijzingenLukas 9:10Mattheüs 12:15Mattheüs 10:23Johannes 6:1Markus 6:30Mattheüs 15:32Mattheüs 14:1
— En als Jezus dit hoorde, vertrok Hij van daar te scheep, naar een woeste plaats alleen; en de scharen, dat horende, zijn Hem te voet gevolgd uit de steden.
Het is goed voor ons om alleen met God te zijn wanneer Hij de besten en getrouwsten van Zijn knechten thuishaalt. Kerk noch wereld kon een man als Johannes de Doper missen. Het was dus goed dat de discipelen van Christus zich met Hem in een woeste plaats terugtrokken. Zo kon Hij hun de les van de dood van die eerste martelaar leren.

Mattheüs 14:14.KruisverwijzingenMattheüs 9:36Hebreeën 4:15Mattheüs 4:23Markus 6:34Johannes 11:33Lukas 7:13Markus 8:1Lukas 19:41
— En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun kranken.
“En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun kranken.”

Hij had rust nodig, maar Hij kon die niet krijgen. En toch werd Hij niet bewogen met verontwaardiging over de menigte die Hem opgezocht had; Hij werd innerlijk met ontferming bewogen. Uit de volheid van Zijn hart van liefde boog Hij Zich neer om voor de mensen te doen wat zij het meest nodig hadden.

Verschillende mensen kijken verschillend naar een menigte, naar de gesteldheid van hun gemoed. Menig officier bedenkt bij het zien van een menigte hoe lang het zou duren om hen van de ene plaats naar de andere te laten marcheren. Een ander begint uit te rekenen hoeveel voedsel zij allen nodig zullen hebben. Weer een ander begint hun vermogen te schatten, en nog een ander berekent hoeveel procent er in het jaar sterven zal.

Maar het hart van de Heere Jezus Christus was zo vol medelijden en barmhartigheid, dat het bij het zien van hen voor Hem vanzelf sprak Zich over hen te ontfermen. Hij genas hun zieken en hielp hen in hun smarten.

Mattheüs 14:15.KruisverwijzingenMattheüs 15:23Markus 6:35Lukas 9:12Markus 8:3
— En als het nu avond werd, kwamen Zijn discipelen tot Hem, zeggende: Deze plaats is woest, en de tijd is nu voorbijgegaan; laat de scharen van U, opdat zij heengaan in de vlekken en zichzelven spijs kopen.
Menselijk medelijden had de discipelen wel iets vriendelijkers kunnen doen zeggen dan dat harteloze verzoek: laat de scharen van U. Misschien wilden zij zichzelf het gezicht van zoveel nood besparen.

Wat zij zeiden betekende eigenlijk: help ons uit de moeilijkheid. Er was geen hoop dat zovelen in de dorpen eten konden krijgen. Maar de discipelen zeiden als het ware: wij kunnen het niet aanzien dat zij honger lijden; help ons het te vergeten.

Mattheüs 14:16.Kruisverwijzingen2 Koningen 4:422 Korinthe 8:2Lukas 3:11Johannes 13:29Spreuken 11:24Prediker 11:2Job 31:162 Korinthe 9:7
— Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten.
“Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten.”

Christus zei als het ware tot Zijn discipelen: gebruik alleen maar de kracht die binnen uw bereik ligt, met Míj in uw midden. Dan bent u tegen deze nood opgewassen.

U weet niet wat u doen kunt, nu Ik bij u ben. U kunt hen allen voeden. O christelijke gemeente, geef het moeilijkste vraagstuk nooit op! Het kan opgelost worden. De stad kan geëvangeliseerd worden, hoe vol ook; de volken kunnen tot Christus gebracht worden, hoe bijgelovig ook. Want Hij is met ons.

Mattheüs 14:17-18.KruisverwijzingenMattheüs 16:9Mattheüs 15:33Johannes 6:5Numeri 11:21Markus 8:4Markus 6:37Lukas 9:13Psalmen 78:19
— Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen. En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.
“En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.”

Zij zijn klein genoeg in uw handen, maar zij zullen ruim voldoende zijn wanneer zij in de Mijne komen. Wanneer alles wat wij hebben in de handen van Christus is, is het wonderlijk hoeveel Hij ervan maken kan. Breng uw talent tot de Heere Jezus, hoe klein het ook is. Heilig elke mogelijkheid die binnen uw bereik ligt aan Hem; u kunt niet zeggen hoeveel Hij ermee doen kan en zal.

Hij wil niet zonder ons werken. Welke kleine gave of bekwaamheid wij ook hebben, zij moet toegewijd worden. Christus had gemakkelijk broden en vissen kunnen maken zonder hun kleine voorraad te nemen, maar dat is Zijn manier van werken niet. Krijgen wij ooit een gemeente die haar hele voorraad tot Christus brengt, dan zal het Hem behagen genoeg te maken voor de menigte.

Mattheüs 14:19.Kruisverwijzingen1 Samuël 9:13Lukas 24:30Handelingen 27:35Markus 6:41Johannes 11:411 Timotheüs 4:4Romeinen 14:6Mattheüs 26:26
— En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.
“En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.”

Het moet een prachtig gezicht geweest zijn: die duizenden mannen, vrouwen en kinderen die allen tegelijk Zijn bevel gehoorzaamden. Er waren vijf broden en twee vissen — waarschijnlijk vijf kleine gerstekoeken en een paar visjes. De mensen hadden dus kunnen zeggen: wat heeft het voor nut dat zo’n menigte in het gras gaat zitten voor zulke schrale kost?

Maar dat zeiden zij niet. Er lag een goddelijke kracht in het allereenvoudigste bevel van Christus, die tot ogenblikkelijke gehoorzaamheid dwong.

Dit was die zegen van de HEERE waarvan Salomo zegt dat zij rijk maakt en dat Hij er geen smart bij doet. Krijgt u die zegen op uw vijf broden en twee vissen, dan kunt u er vijfduizend mannen mee voeden, behalve de vrouwen en de kinderen.

Mattheüs 14:20.KruisverwijzingenMarkus 6:42Lukas 1:53Markus 8:8Mattheüs 16:8Lukas 9:17Spreuken 13:25Johannes 6:112 Koningen 4:43
— En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.
“En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.”

Veel meer dan waarmee zij begonnen. Want het is een wet van het hemelse Koninkrijk dat wie aan God geeft er niet bij verliest. Zijn vijf broden en twee vissen worden twaalf volle korven, nadat duizenden gegeten hebben en verzadigd zijn. Hoe meer er van volkomen toewijding aan Christus en Zijn gezegende dienst is, hoe meer loon er zijn zal in de wereld die komt — en mogelijk zelfs hier al.

Wat een wonderlijke avond moet dat geweest zijn. Juist toen de schuine stralen van de zon op die geweldige menigte vielen, strooide Jezus Christus, de Zon der gerechtigheid, tegelijk Zijn stralen van barmhartigheid over hen uit. Voor Hem is het niets om vijfduizend mensen te voeden, en niets om het met vijf broden te doen. Waar Hij tegenwoordig is mogen wij wonderen verwachten — tenzij ons ongeloof Hem belemmert.

Mattheüs 14:21-22.KruisverwijzingenJohannes 6:15Markus 6:45Handelingen 4:4Filippenzen 4:192 Korinthe 9:8Mattheüs 15:39Johannes 6:10Handelingen 4:34
— Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen. En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten.
Hij neemt altijd de zwaarste taak op Zich. Zij mogen alvast weggaan, maar Hij blijft om de scharen weg te zenden. Trouwens, niemand dan Christus had het kunnen doen; alleen Hij Die hen had doen aanzitten kon hen ook naar huis doen gaan.

“Terstond” is een zakelijk woord: Jezus verliest geen tijd. Zodra de maaltijd voorbij is, zendt Hij de gasten naar huis. Hij Die de menigte had doen aanzitten, kon de menigte ook wegzenden — en dat was nodig, want zij gingen niet graag.

Voordat Hij weer de zee oversteekt, doet Hij nog een daad van zelfverloochening. Want Hij kan niet vertrekken voordat Hij de schare gelukkig uiteen ziet gaan. Dat werk neemt Hij Zelf op Zich, en zo geeft Hij de discipelen de gelegenheid in vrede te vertrekken. Zoals de kapitein de laatste is die het schip verlaat, zo is de Heere de laatste die het toneel van de arbeid verlaat.

De discipelen hadden liever in Zijn gezelschap willen blijven en de dank van het volk willen genieten. Maar Hij dwong hen in het schip te gaan. Hij kon op dat ogenblik niemand van Zich weg krijgen zonder te zenden en te dwingen; deze zeilsteen heeft grote aantrekkingskracht.

Blijkbaar beloofde Hij Zijn discipelen dat Hij hen volgen zou, want er staat dat zij Hem vooruit moesten varen naar de andere zijde. Hóe Hij volgen zou, zei Hij niet. Maar Hij kon altijd een weg vinden om Zijn afspraken na te komen. Wat een bedachtzaamheid van Hem om in het gedrang te blijven wachten terwijl de discipelen in vrede wegzeilden. Hij neemt altijd het zware eind van de last Zelf.

Mattheüs 14:23.KruisverwijzingenLukas 6:12Markus 6:46Johannes 6:15Handelingen 6:4Lukas 9:28Mattheüs 26:36Mattheüs 6:6
— En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen.
“En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen.”

Het was een zeer drukke dag geweest. Leest u het verhaal zelf, dan zult u verbaasd staan over het aantal wonderen dat Hij die dag deed — en dat alles náást de prediking. Hij moet dus wel afgemat geweest zijn van vermoeidheid. En toch zocht Hij eerder de rust en verkwikking van het gebed dan die van de slaap.

Nu de menigte weg is, kan Hij Zijn rust nemen, en Hij vindt die in het gebed. Hij ging op een berg alleen: op een plaats waar Hij hardop kon spreken zonder afgeluisterd of gestoord te worden, en daar had Hij gemeenschap met de Vader alleen. Dat was Zijn verkwikking en Zijn vermaak. Hij bleef daarin totdat de dichtste schaduwen van de nacht gevallen waren en de dag voorbij was.

Alleen, en toch niet alleen: Hij dronk nieuwe kracht in terwijl Hij met Zijn Vader sprak. Hij moet deze verborgen zaak aan de evangelist verteld hebben, en zeker met de bedoeling dat wij van Zijn voorbeeld zouden leren. Wij kunnen ons niet veroorloven altijd in gezelschap te zijn, want zelfs onze gezegende Heere gevoelde dat Hij alleen moest zijn.

De dichter Watts had gelijk toen hij tot zijn Heere zei dat de koude bergen en de middernachtelijke lucht getuigen waren van de vurigheid van Zijn gebed. Hij is nu niet meer op de kale berghelling, maar Hij is daarboven voor de troon van Zijn Vader met hetzelfde heilige werk bezig.

Mattheüs 14:24.KruisverwijzingenMarkus 6:48Johannes 6:18Mattheüs 8:24Jesaja 54:11
— En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen.
“En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen.”

Zo staat het vandaag met het goede schip van de gemeente van Christus: het wordt door de golven geslingerd, en de wind is tegen. Hij is op dit ogenblik zeer tegen. Maar Christus pleit nog altijd voor het schip en voor allen die aan boord zijn — en zolang Hij pleit, kan het nooit zinken.

Toen zij de oever verlieten was het mooi varen in de koelte van de avond. Maar er pakte zich haastig een storm samen toen de nacht de hemel bedekte. Op het meer van Galilea stort de wind zich uit de kloven tussen de bergen naar beneden en brengt kleine boten in ernstig gevaar. Soms tilt hij ze zelfs uit het water, en dan weer bedelft hij ze onder de golven.

Zij waren ver van land, want zij waren in het midden van de zee, even ver van beide oevers. De wind was tegen en liet hen niet gaan waar zij heen wilden. Het was een wervelwind, en zij werden erdoor rondgeslingerd zonder hem voor een van beide oevers te kunnen gebruiken.

Hoezeer leek hun geval op het onze wanneer wij in bittere nood zijn! Wij worden heen en weer geslingerd en kunnen niets doen. Maar één gelukkig feit blijft: Jezus pleit aan de oever terwijl wij op zee worstelen. Het is ook troostrijk te weten dat wij zijn waar Híj ons gedwongen heeft te gaan, en dat Hij beloofd heeft te zijner tijd tot ons te komen.

Mattheüs 14:25.KruisverwijzingenJob 9:8Mattheüs 24:43Psalmen 93:3Johannes 6:19Markus 6:48Openbaring 10:8Lukas 12:38Psalmen 104:3
— Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee.
“Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee.”

Jezus komt zeker. De nacht schrijdt voort en de duisternis wordt dichter; de vierde wake van de nacht nadert. Maar waar is Hij? Het geloof zegt: Hij móét komen. Al zou Hij wegblijven tot bijna het aanbreken van de dag, Hij moet komen. Het ongeloof vraagt: hoe kán Hij komen?

Ach, Hij zal Zelf antwoorden: Hij kan Zijn eigen weg maken. Hij komt de wind recht in het gezicht en over het vlak van de golf. Vrees nooit dat Hij de door de storm geslingerde boot niet bereiken zal; Zijn liefde vindt de weg wel. Of het nu een enkele discipel geldt of de gemeente als geheel, Jezus zal op Zijn eigen uitgekozen uur verschijnen — en Zijn tijd is zeker de meest gelegen tijd.

Mattheüs 14:26.KruisverwijzingenOpenbaring 1:17Lukas 24:37Job 4:14Markus 6:49Lukas 1:11Lukas 24:5Lukas 24:45Handelingen 12:15
— En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vrees.
“En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vrees.”

Ja, de discipelen zágen Hem; zij zagen Jezus, hun Heere, en putten uit dat gezicht geen troost. Het gezichtsvermogen van de arme menselijke natuur is een blind ding, vergeleken bij het zien van een geestelijk geloof. Zij zagen, maar zij wisten niet wat zij zagen.

Wat kon het anders zijn dan een spook? Hoe kon een werkelijk mens op die schuimende baren wandelen? Hoe kon Hij staande blijven in de vlaag van zo’n orkaan? Zij waren al ten einde raad, en die verschijning maakte een einde aan hun moed. Wij menen hun kreet van schrik te horen.

Er staat niet dat zij eerder verontrust waren. Zij waren oude zeelieden en hadden geen vrees voor de krachten van de natuur. Maar een geest — ach, dat was hun te veel. Zij waren nu op hun slechtst, en toch waren zij, als zij het geweten hadden, op de rand van hun best.

Het is opmerkelijk dat hoe dichter Jezus bij hen was, hoe groter hun vrees werd. Gebrek aan onderscheiding maakt de ziel blind voor haar rijkste vertroostingen. HEERE, wees nabij, en laat mij U kennen!

Mattheüs 14:27.KruisverwijzingenHandelingen 23:11Mattheüs 9:2Mattheüs 17:7Openbaring 1:17Johannes 16:33Johannes 6:20Jesaja 41:10Lukas 24:38
— Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.
“Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.”

Hij hield hen niet in spanning: “terstond sprak Jezus hen aan”. Hoe lieflijk klonk die liefdevolle en majesteitelijke stem! Boven het gebrul van de golven en het huilen van de winden uit hoorden zij de stem van de Heere.

De meest afdoende reden tot moed was Zijn eigen tegenwoordigheid: Ik ben het, vreest niet. Is Jezus nabij, en is de geest van de storm ten slotte de Heere van de liefde, dan is alle ruimte voor vrees weg. Kan Jezus door de storm heen tot ons komen? Dan zullen wij hem doorstaan en tot Hem komen. Hij Die de storm beheerst is niet de duivel, niet het toeval, niet een boosaardige vijand, maar Jezus. Dat behoort alle vrees te beëindigen.

Mattheüs 14:28.KruisverwijzingenRomeinen 12:3Lukas 22:31Mattheüs 26:33Johannes 6:68Mattheüs 19:27Johannes 13:36Lukas 22:49Markus 14:31
— En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water.
“En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water.”

Petrus moet de eerste zijn om te spreken; hij is opbruisend, en bovendien was hij een soort voorman in het gezelschap. De eerste spreker is niet altijd de wijste man.

De vrezen van Petrus zijn weg, op één “indien” na. Maar dat “indien” deed hem geen goed, want het leek zijn Meester uit te dagen. En wat een toets stelt hij voor: gebied mij tot U te komen op het water! Wat moest Petrus met wandelen op de golven? Zijn naam had kunnen doen vermoeden dat hij als een steen naar de bodem zou gaan.

Het was een onbezonnen verzoek: het was de slag van de slinger in Petrus, van de wanhoop naar een onverstandig wagen. Hij wist zeker niet wat hij zei. En toch hebben ook wij onze Heere op bijna even ongepaste manier op de proef gesteld. Hebben wij niet gezegd: als U mij ooit gezegend hebt, geef mij dan dit of dat? Ook wij hebben ons wandelen op het water gehad, en zijn ons gewaagd waar niets dan bijzondere genade ons houden kon.

Mattheüs 14:29.KruisverwijzingenFilippenzen 4:13Romeinen 4:19Handelingen 3:16Markus 11:22Markus 9:23Mattheüs 21:21Mattheüs 17:20Lukas 17:6
— En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen.
Wanneer goede mensen onverstandig en vermetel zijn, kan het tot hun blijvend nut zijn dat zij hun dwaasheid door ervaring leren. Hij zei: kom. De Heere van Petrus staat op het punt hem een praktische les te leren.

Hij vroeg of hem geboden werd te komen. Hij mag komen. Hij kómt. Hij verlaat de boot, hij betreedt de golf, hij is op weg naar zijn Heere. Wij kunnen alles doen als wij goddelijke machtiging hebben en moed genoeg om de Heere op Zijn woord te nemen. Nu waren er twee op de zee, twee wonderen! Welk van beide was het grootste? Denk daar eens over na.

En u die tot Jezus wilt komen, doe een wanhopige poging om bij Hem te komen — loop desnoods over het water om bij Jezus te komen. Op het water wandelen kan een ijdele en boze vertoning zijn; maar op het water wandelen om tot Jezus te gaan is iets anders.

Mattheüs 14:30.Kruisverwijzingen2 Timotheüs 4:16Psalmen 116:3Klaagliederen 3:54Johannes 18:25Lukas 22:54Markus 14:66Psalmen 3:7Markus 14:38
— Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!
“Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!”

Toen hij begon te vrezen, begon hij te zinken. Zolang zijn vertrouwen op zijn Meester duurde, kon hij op de golven wandelen. Zijn oog was van zijn Heere af en op het woeden van de wind. Zijn hart begaf hem, en toen begaven zijn voeten hem.

Hij begon te zinken. Dat is een verschrikkelijk ogenblik, en toch was het maar een begínnen; hij had nog tijd om tot zijn Heere te roepen, Die niet zonk. Petrus riep, en hij was veilig. Zijn gebed was even vol als het kort was.

Hij had zijn oog en zijn geloof tot Jezus teruggebracht, want hij riep: Heere. Hij was door gehoorzaamheid in dit gevaar gekomen, en daarom had hij een beroep in dat woord “Heere”. In gevaar of niet, Jezus was nog altijd zijn Heere. Hij is een verloren man, en hij gevoelt het, tenzij zijn Heere hem redden wil. Wat een gezegend gebed: Heere, behoud mij!

Petrus was dichter bij zijn Heere toen hij zonk dan toen hij wandelde. In onze lage staat zijn wij vaak dichter bij Jezus dan in onze heerlijker tijden.

Mattheüs 14:31.KruisverwijzingenGenesis 22:14Jakobus 1:6Mattheüs 16:81 Petrus 1:5Romeinen 4:18Deuteronomium 32:36Markus 11:23Mattheüs 17:20
— En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld?
“En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld?”

Onze Heere talmt niet wanneer ons gevaar dringend is en ons roepen dringend. “Terstond” stak Jezus Zijn hand uit. Hij greep hem eerst, en onderwees hem daarna. Jezus behoudt eerst en bestraft daarna, wanneer Hij dat doen moet.

Zodra Petrus begint te zinken en om verlossing roept, is er in de beweging van de Zaligmaker openlijke welwillendheid en snelle hulp. Onze Heere bleef niet staan om te redetwisten. Hij beschuldigde Petrus niet en zei niet tot hem: u hebt Mij door uw ongeloof onteerd. Jezus klaagde hem niet hard aan, bestrafte hem niet streng en strafte hem niet zwaar. Hij liet hem niet tweemaal wegzinken om hem pas de derde keer op te halen. Zo zou Hij de angsten van de dood over hem gebracht hebben zonder de uiterste straf ervan. Nee! De snelle hulp van de Zaligmaker stond gereed voor de dringende nood van wie in nood was.

Onze twijfels zijn onredelijk: waarom hebt u getwijfeld? Is er reden voor een klein geloof, dan is er kennelijk reden voor een groot vertrouwen. Is het goed Jezus überhaupt te vertrouwen, waarom Hem dan niet helemaal vertrouwen? Het vertrouwen was de sterkte van Petrus, de twijfel was zijn gevaar.

Het leek een groot geloof toen Petrus op het water wandelde. Maar een beetje wind bewees al snel dat het een klein geloof was. Voordat ons geloof beproefd is, kunnen wij er geen betrouwbare schatting van maken. Nadat zijn Heere hem bij de hand genomen had, zonk Petrus niet verder maar hervatte hij de wandel van het geloof. Hoe gemakkelijk is het geloof te hebben wanneer wij dicht bij Jezus zijn!

Mattheüs 14:32.KruisverwijzingenPsalmen 107:29Markus 6:51Markus 4:41Johannes 6:21
— En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.
“En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.”

De wandel van Petrus en zijn redding waren dus midden in de storm gebeurd. Hij kon heel goed op het water wandelen zolang zijn Heere zijn hand vasthield — en zo kunnen wij het ook.

Wat een gezicht: Jezus en Petrus, hand in hand wandelend op de zee! De twee gingen meteen naar het schip; wonderen worden nooit onnodig gerekt. Het is goed veilig te zijn in een storm, maar het is nog aangenamer de kalmte te zien terugkeren en de orkaan te zien eindigen.

Het Griekse woord geeft te kennen dat de wind moe was, uitgeput, zoals wij zeggen: op. Hij had zijn onstuimige tijd gehad en zijn kracht verbruikt. En nu kende hij de stem van zijn Heere, en viel hij als een vermoeid kind in slaap.

Mattheüs 14:33.KruisverwijzingenPsalmen 2:7Johannes 11:27Johannes 1:49Markus 1:1Mattheüs 26:63Markus 15:39Mattheüs 16:16Lukas 4:41
— Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!
“Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!”

Dit schijnt de eerste keer geweest te zijn dat de discipelen zo stellig tot deze slotsom kwamen. En toch, hadden zij dit niet even goed kunnen zeggen na de wonderlijke vermenigvuldiging van de broden en de vissen?

Soms treft het ene wonder ons echter meer dan het andere. Mogelijk kwam het doordat zij bij dit tweede wonder zelf in gevaar waren, en daarom de komst van Christus tot hen te middernacht des te meer waardeerden. Bij de spijziging van de menigte liepen zij geen gevaar; misschien hadden zij zelf geen honger. Wat het dichtst bij ons komt, treft ons het meest.

Zij mochten Hem wel aanbidden, want zij hadden overvloedig bewijs van Zijn Godheid gezien. Zij konden met “Gij zijt waarlijk Gods Zoon” niet bedoeld hebben: U bent een voortreffelijk mens. Waren zij Joden, dan zouden zij nooit een gewoon mens aanbeden hebben. De Babylonische gevangenschap had het Hebreeuwse volk volkomen van de afgoderij verlost. Zij kunnen in bijgeloof van een andere soort vervallen, maar nooit in afgoderij. Er is sinds die tijd geen mens van Joodse afkomst geweest die Christus aanbeden zou hebben als hij niet geloofd had dat Hij God was.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Een roep om hulp

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Toen hij begon te zinken, riep hij: Heere, red mij! Mattheüs 14:30 Soms gaat het leven niet zoals je hoopt. Juist als je de Heere wil volgen, zijn…

Korte gebeden zijn lang genoeg

Nabij De Zon

En als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij! Mattheüs 14:30 Voor de knechten van de Heere zijn tijden waarin ze neerzinken tijden van…

Slechts brokjes

Nabij De Zon

En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven. Mattheüs 14:20 Christus zorgt er altijd voor dat alle overgeschoten…

Apostelen van ongeloof

Aan De Voeten Van De Meester

Doch hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steke in het teken der nagelen, en steke mijn…

Heere, zegen ons

Met Spurgeon Het Jaar Door

En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar de hemel, zegende dezelve. Mattheüs…

Wie wil, die kome!

Met Spurgeon Het Jaar Door

En Jezus uitgaande zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen. Mattheüs 14:14 Hier waren vijfduizend mannen, en een andere keer zo’n vierduizend, behalve de vrouwen…

Jezus geen spooksel

Preken

En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: het is een spooksel! En zij schreeuwden van vreze. Mattheüs 14:26 Sommige van de rijkste vertroostingen gaan…

Klein geloof en groot geloof

Preken

Gij kleingelovige! Waarom hebt gij gewankeld? Mattheus 14:31 O vrouw! Groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. Mattheus 15:28 Tussen de allerlaagste trap van het geloof en een…

Heere, behoud mij!

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" En als bij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij! Mattheus 14:30 Tijden van zinken zijn tijden van…

Hoge gedachten

Korte Overdenkingen

Heere! indien Gij het zijt zo gebied mij tot U te komer op het water. Matth. 14:28 Een hoge dunk van jezelf is geen teken van geloof; het…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content