Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 5

1 En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 zij kwamenG2064 over opG1519 de andere zijde der zeeG2281, inG1519 het landG5561 der GadarenenG1046. En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen.

KJV And1 they came over2 unto3 the other side5 of the sea,7 into8 the country10 of the Gadarenes.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θαλασσης G2281 zee sea 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 χωραν G5561 land, landen, lands coast, county, fields, ground, land, region 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γαδαρηνων G1046 Gadarenen Gadarene
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 zo HijG846 uitG1537 het schipG4143 gegaanG1831 was, terstondG2112 ontmoetteG528 HemG846, uitG1537 de gravenG3419, een mensG444 metG1722 een onreinenG169 geestG4151; En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest;

KJV And1 when he3 was come2 out of4 the ship,6 immediately7 there met8 him9 out of10 the tombs12 a man13 with14 an unclean16 spirit,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθοντι G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πλοιου G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 7 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 8 απηντησεν G528 ontmoeten, ontmoette, ontmoet meet 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μνημειων G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 13 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 16 ακαθαρτω G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Dewelke zijn woningG2731 inG1722 de gravenG3419 hadG2192, en niemandG3762 konG1410 hemG846 bindenG1210, ook zelfsG3777 niet met ketenenG254. Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen.

KJV Who1 had4 his dwelling3 among5 the tombs;7 and8 no man11 could12 bind14 him,13 no, not9 with chains:

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κατοικησιν G2731 woning dwelling 4 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μνημειοις G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 10 αλυσεσιν G254 ketenen, keten bonds, chain 11 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 12 ηδυνατο G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 δησαι G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Want hijG846 was menigmaalG4178 met boeienG3976 enG2532 ketenenG254 gebondenG1210 geweest, enG2532 de ketenenG254 waren vanG5259 hemG846 in stukken getrokkenG1288, en de boeienG3976 verbrijzeldG4937, enG2532 niemandG3762 was machtigG2480 omG1223 hemG846 te temmenG1150. Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen.

KJV Because1 that he3 had been often4 bound8 with fetters5 and6 chains,7 and9 the chains14 had been plucked asunder10 by11 him,12 and15 the fetters17 broken in pieces:18 neither19 could22 any man tame23 him.21

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πολλακις G4178 menigmaal, dikmaals, dikwijls oft(-en, -entimes, -times) 5 πεδαις G3976 boeien fetter 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 αλυσεσιν G254 ketenen, keten bonds, chain 8 δεδεσθαι G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 διεσπασθαι G1288 stukken getrokken, verscheurd pluck asunder, pull in pieces 11 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αλυσεις G254 ketenen, keten bonds, chain 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πεδας G3976 boeien fetter 18 συντετριφθαι G4937 gebroken, gekrookte, verbrijzeld break (in pieces), broken to shivers (+ -hearted), bruise 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 21 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 ισχυεν G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 23 δαμασαι G1150 getemd, temmen tame
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hij wasG1510 altijdG1275, nachtG3571 enG2532 dagG2250, opG1722 de bergenG3735 enG2532 inG1722 de gravenG3418, roependeG2896 enG2532 slaandeG2629 zichzelvenG1438 met stenenG3037. En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen.

KJV And1 always,3 night8 and9 day,10 he was in11 the mountains,13 and14 in15 the tombs,17 crying,19 and20 cutting21 himself22 with stones.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 διαπαντος G1275 altijd, tijd, geduriglijk alway(-s), continually 5 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 6 παντος G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ορεσιν G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μνημασιν G3418 graf, graven grave, sepulchre, tomb 18 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 κραζων G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 κατακοπτων G2629 slaande cut 22 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 23 λιθοις G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Als hij nuG1161 JezusG2424 vanG575 verreG3113 zagG1492, liepG5143 hij toe, en aanbadG4352 Hem. Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.

KJV But2 when he saw Jesus4 afar off,5 he ran7 and8 worshipped9 him,

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 μακροθεν G3113 verre afar off, from far 7 εδραμεν G5143 lopen, liep, gelopen have course, run 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 προσεκυνησεν G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 met een groteG3173 stemG5456 roependeG2896, zeideG2036 hij: WatG5101 heb ikG1473 met U te doen, JezusG2424, Gij ZoneG5207 GodsG2316, des AllerhoogstenG5310? Ik bezweerG3726 UG4771 bij GodG2316, dat Gij mijG1473 nietG3361 pijnigtG928! En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!

KJV And1 cried2 with a loud4 voice,3 and said, What6 have I to do8 with thee, Jesus,10 thou Son11 of the most high15 God?13 I adjure16 thee by God,19 that thou torment22 me not.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 κραξας G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 3 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 4 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 εμοι G1473 mij, ik I, me 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 υιε G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 υψιστου G5310 Allerhoogsten, hoogste, Allerhoogste most high, highest 16 ορκιζω G3726 bezweer, bezweren adjure, charge 17 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 21 με G1473 mij, ik I, me 22 βασανισης G928 gepijnigd, pijnigt, gekweld pain, toil, torment, toss, vex

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 (Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 (WantG1063 Hij zeideG3004 tot hem: Gij onreineG169 geestG4151, ga uitG1537 van den mensG444!) (Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)

KJV For2 he said1 unto him,3 Come4 out of9 the man,11 thou unclean8 spirit.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εξελθε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ακαθαρτον G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG2532 Hij vraagdeG1905 hemG846: WelkeG5101 is uw naamG3686? EnG2532 hij antwoorddeG611, zeggendeG3004: Mijn naamG3686 is LegioG3003; wantG3754 wij zijnG1510 velenG4183. En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.

KJV And1 he asked2 him,3 What4 is thy name?6 And7 he answered,8 saying,9 My name11 is Legion:10 for13 we are many.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επηρωτα G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 λεγεων G3003 Legio, legioen, legioenen legion 11 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 12 μοι G1473 mij, ik I, me 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 15 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 hij badG3870 Hem zeer, datG2443 Hij hen buitenG1854 het landG5561 nietG3361 wegzondG649. En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.

KJV And1 he besought2 him3 much4 that he would8 not send them7 away out of9 the country.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρεκαλει G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αποστειλη G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 9 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 χωρας G5561 land, landen, lands coast, county, fields, ground, land, region
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG1161 aldaar aanG4314 de bergenG3735 wasG1510 een groteG3173 kuddeG34 zwijnenG5519, weidendeG1006. En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende.

KJV Now2 there was there3 nigh4 unto the mountains6 a great9 herd7 of swine8 feeding.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ορη G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 7 αγελη G34 kudde herd 8 χοιρων G5519 zwijnen swine 9 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 10 βοσκομενη G1006 weidden, weidende, Weid feed, keep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 alG3956 de duivelenG1142 badenG3870 HemG846, zeggendeG3004: ZendG3992 ons inG1519 die zwijnenG5519, opdatG2443 wij inG1519 dezelveG846 mogen varenG1525. En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.

KJV And1 all4 the devils6 besought2 him,3 saying,7 Send8 us into10 the swine,12 that13 we may enter16 into14 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρεκαλεσαν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δαιμονες G1142 duivelen, duivel devil 7 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 πεμψον G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 9 ημας G1473 mij, ik I, me 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 χοιρους G5519 zwijnen swine 13 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 εισελθωμεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En JezusG2424 lietG2010 het hunG846 terstondG2112 toe. En de onreineG169 geestenG4151, uitgevarenG1831 zijnde, voerenG1525 in de zwijnenG5519; en de kuddeG34 stortteG3729 van de steilteG2911 af in de zeeG2281 (daar warenG1510 er nuG1161 omtrent twee duizendG1367), en versmoordenG4155 in de zeeG2281. En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee.

KJV And1 forthwith4 Jesus6 gave2 them3 leave. And7 the unclean12 spirits10 went out,8 and entered13 into14 the swine:16 and17 the herd20 ran18 violently down21 a steep place23 into24 the sea,26 (they were about29 two thousand;)30 and31 were choked32 in33 the sea.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επετρεψεν G2010 toegelaten, liet, toelaten give leave (liberty, license), let, permit, suffer 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εξελθοντα G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ακαθαρτα G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 13 εισηλθον G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 χοιρους G5519 zwijnen swine 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ωρμησεν G3729 stortte, liepen gedruis, vielen run (violently), rush 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αγελη G34 kudde herd 21 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 κρημνου G2911 steilte steep place 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 θαλασσαν G2281 zee sea 27 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 28 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 29 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 30 δισχιλιοι G1367 twee duizend two thousand 31 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 32 επνιγοντο G4155 greep, keel, versmoorden choke, take by the throat 33 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 34 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 θαλασση G2281 zee sea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En die de zwijnenG5519 weiddenG1006 zijn gevluchtG5343, en boodschaptenG312 zulks inG1519 de stadG4172 en opG1519 het landG68. En zij gingenG1831 uit, om te zienG1492, watG5101 het wasG1510, dat er geschiedG1096 was. En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was.

KJV And2 they that fed3 the swine5 fled,6 and7 told8 it in9 the city,11 and12 in13 the country.15 And16 they went out17 to see what19 it was that was done.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 βοσκοντες G1006 weidden, weidende, Weid feed, keep 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 χοιρους G5519 zwijnen swine 6 εφυγον G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ανηγγειλαν G312 verkondigen, boodschapten, verkondigd declare, rehearse, report, show, speak, tell 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πολιν G4172 stad, steden city 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αγρους G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εξηλθον G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 18 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 19 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 γεγονος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En zij kwamenG2064 totG4314 JezusG2424, enG2532 zagenG2334 den bezeteneG1139 zittendeG2521, enG2532 gekleedG2439, enG2532 wel bij zijn verstandG4993, namelijk die het legioenG3003 gehad had, enG2532 zij werden bevreesdG5399. En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.

KJV And1 they come2 to3 Jesus,5 and6 see7 him that was possessed with the devil,9 and had16 the legion,18 sitting,10 and11 clothed,12 and13 in his right mind:14 and19 they were afraid.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 θεωρουσιν G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δαιμονιζομενον G1139 duivel bezeten, bezetene, bezetenen have a (be vexed with, be possessed with) devil(-s) 10 καθημενον G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ιματισμενον G2439 gekleed clothe 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 σωφρονουντα G4993 verstand, gematigd, matig be in right mind, be sober (minded), soberly 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εσχηκοτα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 λεγεωνα G3003 Legio, legioen, legioenen legion 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εφοβηθησαν G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En die het gezienG3708 hadden, verteldenG1334 hunG846, wat den bezeteneG1139 geschiedG1096 was, en ook vanG4012 de zwijnenG5519. En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen.

KJV And1 they that saw it told2 them3 how6 it befell7 to him that was possessed with the devil,9 and10 also concerning11 the swine.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διηγησαντο G1334 verhalen, verhaalde, verhaalden declare, shew, tell 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 7 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δαιμονιζομενω G1139 duivel bezeten, bezetene, bezetenen have a (be vexed with, be possessed with) devil(-s) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χοιρων G5519 zwijnen swine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 zij begonnenG756 Hem te biddenG3870, dat Hij vanG575 hunG846 landpalenG3725 weggingG565. En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.

KJV And1 they began2 to pray3 him4 to depart5 out of6 their9 coasts.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 3 παρακαλειν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 απελθειν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 6 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οριων G3725 landpalen, landpale border, coast 9 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG2532 als Hij inG1519 het schipG4143 ging, badG3870 HemG846 degene, die bezetenG1139 wasG1510 geweest, datG2443 hij metG3326 Hem mochtG5600 zijn. En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.

KJV And1 when he3 was come2 into4 the ship,6 he that had been possessed with the devil10 prayed7 him8 that11 he might be with13 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμβαντος G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 7 παρεκαλει G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δαιμονισθεις G1139 duivel bezeten, bezetene, bezetenen have a (be vexed with, be possessed with) devil(-s) 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Doch JezusG2424 lietG863 hemG846 dat nietG3756 toe, maar zeideG3004 totG4314 hemG846: Ga heen naarG1519 uw huisG3624 tot de uwen, en boodschapG312 hunG846, wat grote dingen uG4771 de HeereG2962 gedaanG4160 heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermdG1653 heeft. Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.

KJV Howbeit2 Jesus3 suffered5 him6 not,4 but7 saith8 unto him,9 Go10 home11 to15 thy friends,17 and18 tell19 them20 how great things21 the Lord24 hath done25 for thee, and26 hath had compassion27 on thee.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 16 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σους G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 αναγγειλον G312 verkondigen, boodschapten, verkondigd declare, rehearse, report, show, speak, tell 20 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 22 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 23 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 25 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 ηλεησεν G1653 ontferm, barmhartigheid, ontfermd have compassion (pity on), have (obtain, receive, shew) mercy (on) 28 σε G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 hij gingG565 heen, enG2532 begonG756 te verkondigenG2784 inG1722 het land van DekapolisG1179, wat grote dingen hemG846 JezusG2424 gedaanG4160 had; enG2532 zij verwonderdenG2296 zich allenG3956. En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen.

KJV And1 he departed,2 and3 began4 to publish5 in6 Decapolis8 how great things9 Jesus13 had done10 for him:11 and14 all15 men did marvel.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 5 κηρυσσειν G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δεκαπολει G1179 Dekapolis Decapolis 9 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 10 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 εθαυμαζον G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En als JezusG2424 wederomG3825 in het schipG4143 overgevarenG1276 was aan de andere zijde, vergaderdeG4863 een grote schareG3793 bij Hem; enG2532 Hij wasG1510 bij de zeeG2281. En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee.

KJV And1 when Jesus4 was passed over2 again8 by5 ship7 unto9 the other side,11 much14 people13 gathered12 unto15 him:16 and17 he was nigh19 unto the sea.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διαπερασαντος G1276 overgevaren, overkomen, overvoer go over, pass (over), sail over 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πλοιω G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 8 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 12 συνηχθη G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 13 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 14 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 15 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θαλασσαν G2281 zee sea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 zietG3708, er kwamG2064 eenG1520 van de oversten der synagogeG752, met nameG3686 JairusG2383; enG2532 Hem ziendeG1492, vielG4098 hij aanG4314 Zijn voetenG4228, En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,

KJV And,1 behold, there cometh3 one4 of the rulers of the synagogue,6 Jairus8 by name;7 and9 when he saw him,11 he fell12 at13 his16 feet,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αρχισυναγωγων G752 overste synagoge, oversten synagoge, synagoge (chief) ruler of the synagogue 7 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 8 ιαειρος G2383 Jairus Jairus 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 πιπτει G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 badG3870 HemG846 zeer, zeggendeG3004: Mijn dochtertjeG2365 is in haar uitersteG2079; ikG1473 bid U, dat Gij komtG2064 en de handenG5495 op haarG846 legtG2007, opdatG2443 zij behoudenG4982 worde, enG2532 zij zal levenG2198. En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.

KJV And1 besought2 him3 greatly,4 saying,5 My little daughter8 lieth10 at the point of death:11 I pray thee, come13 and12 lay14 thy hands17 on her,15 that18 she may be healed;19 and20 she shall live.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρεκαλει G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θυγατριον G2365 dochtertje little (young) daughter 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 εσχατως G2079 uiterste point of death 11 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 επιθης G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 15 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 χειρας G5495 handen, hand hand 18 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 19 σωθη G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ζησεται G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En Hij gingG565 metG3326 hem; en een grote schareG3793 volgdeG190 Hem, enG2532 zij verdrongenG4918 Hem. En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.

KJV And1 Jesus went2 with3 him;4 and5 much9 people8 followed6 him,7 and10 thronged11 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 3 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηκολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 9 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 συνεθλιβον G4918 verdringt, verdrongen throng 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 een zekereG5100 vrouwG1135, die twaalfG1427 jarenG2094 den vloedG4511 des bloedsG129 gehad had, En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had,

KJV And1 a certain3 woman,2 which had an5 issue6 of blood7 twelve9 years,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 ουσα G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 ρυσει G4511 vloed issue 7 αιματος G129 bloed, bloeds, bloede blood 8 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 9 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 veelG4183 geledenG3958 had vanG5259 veleG4183 medicijnmeestersG2395, en alG3956 het hareG1438 daaraan ten koste gelegdG1159 enG2532 geen baatG5623 gevonden had, maarG235 met welke het veeleerG3123 ergerG1519 geworden was; En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;

KJV And1 had suffered3 many things2 of4 many5 physicians,6 and7 had spent8 all12 that she11 had,10 and13 was15 nothing14 bettered, but16 rather17 grew21 worse,18

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 3 παθουσα G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex 4 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 5 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 ιατρων G2395 medicijnmeester, medicijnmeesters, Medicijnmeester physician 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 δαπανησασα G1159 doorbrengen, koste gelegd, kosten be at charges, consume, spend 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 11 εαυτης G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 12 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 μηδεν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 15 ωφεληθεισα G5623 nut, baat, nuttigheid advantage, better, prevail, profit 16 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 χειρον G5501 erger, ergere, ergers sorer, worse 21 ελθουσα G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Deze vanG4012 JezusG2424 horendeG191, kwamG2064 onderG1722 de schareG3793 van achterenG3693, en raakteG680 Zijn kleedG2440 aan. Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan.

KJV When she had heard1 of2 Jesus,4 came5 in6 the press8 behind,9 and touched10 his13 garment.

1 ακουσασα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ελθουσα G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οχλω G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 9 οπισθεν G3693 achteren, achter, buiten after, backside, behind 10 ηψατο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιματιου G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Want zijG846 zeideG3004: Indien ik maar Zijn klederenG2440 mag aanrakenG680, zal ik gezondG4982 worden. Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.

KJV For2 she said,1 If4 I may touch8 but his7 clothes,6 I shall be whole.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 καν G2579 en indien, al ware het and (also) if (so much as), if but, at the least, though, yet 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιματιων G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αψωμαι G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 9 σωθησομαι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG2532 terstondG2112 is de fonteinG4077 haarsG846 bloedsG129 opgedroogdG3583, enG2532 zij gevoeldeG1097 aan haar lichaamG4983, datG3754 zij vanG575 die kwaalG3148 genezenG2390 was. En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.

KJV And1 straightway2 the fountain5 of her8 blood7 was dried up;3 and9 she felt10 in her body12 that13 she was healed14 of15 that plague.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 εξηρανθη G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away) 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πηγη G4077 fontein, fonteinen fountain, well 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αιματος G129 bloed, bloeds, bloede blood 8 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εγνω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σωματι G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 ιαται G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 15 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μαστιγος G3148 geselen, kwaal, kwalen plague, scourging
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 terstondG2112 JezusG2424, bekennendeG1921 inG1722 ZichzelvenG1438 de krachtG1411, die vanG1537 HemG846 uitgegaanG1831 was, keerdeG1994 Zich om inG1722 de schareG3793, en zeideG3004: WieG5101 heeft Mijn klederenG2440 aangeraaktG680? En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?

KJV And1 Jesus,4 immediately2 knowing5 in6 himself7 that virtue11 had gone12 out of9 him,10 turned him about13 in14 the press,16 and said,17 Who18 touched20 my clothes?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 επιγνους G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 δυναμιν G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 12 εξελθουσαν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 13 επιστραφεις G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again) 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 οχλω G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 17 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 19 μου G1473 mij, ik I, me 20 ηψατο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 21 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ιματιων G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare U verdringt, en zegt Gij: Wie heeft Mij aangeraakt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En Zijn discipelenG3101 zeidenG3004 tot HemG846: Gij ziet, dat de schareG3793 U verdringtG4918, enG2532 zegtG3004 Gij: WieG5101 heeft MijG1473 aangeraaktG680? En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare U verdringt, en zegt Gij: Wie heeft Mij aangeraakt?

KJV And1 his3 disciples5 said2 unto him,6 Thou seest7 the multitude9 thronging10 thee, and12 sayest thou,13 Who14 touched16 me?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 βλεπεις G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 10 συνθλιβοντα G4918 verdringt, verdrongen throng 11 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 μου G1473 mij, ik I, me 16 ηψατο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En Hij zag rondom om haar te zien, die dat gedaan had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG2532 Hij zag rondomG4017 om haar te zienG1492, die dat gedaanG4160 had. En Hij zag rondom om haar te zien, die dat gedaan had.

KJV And1 he looked round about2 to see her that had done6 this thing.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περιεβλεπετο G4017 rondom aangezien, rondom ziende, overzien look (round) about (on) 3 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 ποιησασαν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En de vrouw, vrezende en bevende, wetende, wat aan haar geschied was, kwam en viel voor Hem neder, en zeide Hem al de waarheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En de vrouwG1135, vrezendeG5399 en bevendeG5141, wetendeG1492, watG3739 aanG1909 haar geschiedG1096 was, kwamG2064 en vielG4363 voor HemG846 neder, en zeideG2036 HemG846 alG3956 de waarheidG225. En de vrouw, vrezende en bevende, wetende, wat aan haar geschied was, kwam en viel voor Hem neder, en zeide Hem al de waarheid.

KJV But2 the woman3 fearing4 and5 trembling,6 knowing7 what8 was done9 in10 her,11 came12 and13 fell down before14 him,15 and16 told him18 all19 the truth.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 4 φοβηθεισα G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 τρεμουσα G5141 bevende, schromen be afraid, trembling 7 ειδυια G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 προσεπεσεν G4363 neder, viel, viel neder beat upon, fall (down) at (before) 15 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αληθειαν G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En Hij zeideG2036 tot haar: DochterG2364, uw geloofG4102 heeft uG4771 behoudenG4982; ga heen inG1519 vredeG1515, en zijtG1510 genezenG5199 vanG575 deze uw kwaalG3148. En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.

KJV And2 he said unto her,4 Daughter,5 thy faith7 hath made9 thee whole; go11 in12 peace,13 and14 be whole16 of17 thy plague.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 θυγατερ G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 σεσωκεν G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 10 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 11 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ισθι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 υγιης G5199 gezond, genezen sound, whole 17 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μαστιγος G3148 geselen, kwaal, kwalen plague, scourging 20 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis des oversten der synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 TerwijlG846 Hij nog sprakG2980, kwamenG2064 enigen vanG575 het huis des oversten der synagogeG752, zeggendeG3004: Uw dochterG2364 is gestorvenG599; watG5101 zijt gijG4771 den MeesterG1320 nog moeilijkG4660? Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis des oversten der synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk?

KJV While1 he2 yet15 spake,3 there came4 from5 the ruler of the synagogue's7 house certain which said,8 Thy daughter11 is dead:13 why14 troublest thou16 the Master18 any further?

1 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 2 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 λαλουντος G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 4 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αρχισυναγωγου G752 overste synagoge, oversten synagoge, synagoge (chief) ruler of the synagogue 8 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θυγατηρ G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 14 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 16 σκυλλεις G4660 moeielijk, moeilijk, neem moeite trouble(self) 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 διδασκαλον G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG1161 JezusG2424, terstondG2112 gehoordG191 hebbende het woordG3056, dat er gesprokenG2980 werd, zeideG3004 tot den overste der synagogeG752: VreesG5399 nietG3361; geloofG4100 alleenlijk. En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.

KJV As soon as2 Jesus3 heard5 the word7 that was spoken,8 he saith9 unto the ruler of the synagogue,11 Be13 not12 afraid, only14 believe.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 5 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 λαλουμενον G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 9 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αρχισυναγωγω G752 overste synagoge, oversten synagoge, synagoge (chief) ruler of the synagogue 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 φοβου G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 14 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 15 πιστευε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En Hij liet niemand toe Hem te volgen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, den broeder van Jakobus;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En Hij lietG863 niemandG3756 toe HemG846 te volgenG4870, dan PetrusG4074, enG2532 JakobusG2385, enG2532 JohannesG2491, den broederG80 van JakobusG2385; En Hij liet niemand toe Hem te volgen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, den broeder van Jakobus;

KJV And1 he suffered3 no man4 to follow6 him,5 save Peter,9 and10 James,11 and12 John13 the brother15 of James.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 4 ουδενα G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 συνακολουθησαι G4870 tezamen gevolgd, volgen follow 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ιακωβον G2385 Jakobus, Jakobi James 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ιωαννην G2491 Johannes John 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 16 ιακωβου G2385 Jakobus, Jakobi James
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En kwam in het huis des oversten der synagoge; en zag de beroerte en degenen, die zeer weenden en huilden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En kwamG2064 inG1519 het huisG3624 des oversten der synagogeG752; enG2532 zagG2334 de beroerteG2351 en degenen, die zeer weendenG2799 enG2532 huildenG214. En kwam in het huis des oversten der synagoge; en zag de beroerte en degenen, die zeer weenden en huilden.

KJV And1 he cometh2 to3 the house5 of the ruler of the synagogue,7 and8 seeth9 the tumult,10 and them that wept15 and13 wailed17 greatly.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αρχισυναγωγου G752 overste synagoge, oversten synagoge, synagoge (chief) ruler of the synagogue 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 θεωρει G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 10 θορυβον G2351 oproer, beroerte tumult, uproar 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 κλαιοντας G2799 weent, wenende, weende bewail, weep 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αλαλαζοντας G214 huilden, luidende tinkle, wail 18 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En ingegaan zijnde, zeide Hij tot hen: Wat maakt gij beroerte, en wat weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG2532 ingegaanG1525 zijnde, zeideG3004 Hij tot hen: WatG5101 maakt gij beroerte, enG2532 wat weentG2799 gij? Het kindG3813 is nietG3756 gestorvenG599, maarG235 het slaaptG2518. En ingegaan zijnde, zeide Hij tot hen: Wat maakt gij beroerte, en wat weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.

Ook in dit vers maakt beroerteG2350

KJV And1 when he was come in,2 he saith3 unto them,4 Why5 make ye this ado,6 and7 weep?8 the damsel10 is12 not11 dead, but13 sleepeth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 θορυβεισθε G2350 beroerd, beroerden, maakt beroerte make ado (a noise), trouble self, set on an uproar 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 κλαιετε G2799 weent, wenende, weende bewail, weep 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 παιδιον G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 13 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 καθευδει G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En zij belachtenG2606 Hem; maarG1161 Hij, als Hij hen allen had uitgedrevenG1544, namG3880 bij Zich den vaderG3962 en de moederG3384 des kindsG3813, en degenen die metG3326 HemG846 warenG1510, en ging binnen, waar het kindG3813 lagG2258. En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.

KJV And1 they laughed2 him3 to scorn. But5 when he had put6 them all7 out, he taketh8 the father10 and13 the mother15 of the damsel,12 and16 them that were with18 him,19 and20 entereth in21 where22 the damsel25 was lying.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 κατεγελων G2606 belachten laugh to scorn 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 6 εκβαλων G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 7 απαντας G537 alles all (things), every (one), whole 8 παραλαμβανει G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 παιδιου G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μητερα G3384 moeder, moeders mother 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 εισπορευεται G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 22 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 23 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 παιδιον G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 26 ανακειμενον G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En Hij vatteG2902 de handG5495 des kindsG3813, en zeideG3004 tot haarG846: TalithaG5008 kumiG2891! hetwelkG3739 isG1510, zijnde overgezetG3177: Gij dochtertjeG2877 (Ik zeg u), staG1453 op. En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op.

KJV And1 he took2 the damsel6 by the hand,4 and said7 unto her,8 Talitha9 cumi;10 which11 is, being interpreted,13 Damsel,15 I say17 unto thee, arise.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 κρατησας G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 3 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρος G5495 handen, hand hand 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 παιδιου G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ταλιθα G5008 Talitha talitha 10 κουμι G2891 kumi cumi 11 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 μεθερμηνευομενον G3177 overgezet (by) interpret(-ation) 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κορασιον G2877 dochtertje damsel, maid 16 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 17 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 EnG2532 terstondG2112 stondG450 het dochtertjeG2877 op, enG2532 wandeldeG4043; wantG1063 het wasG1510 twaalfG1427 jarenG2094 oud; enG2532 zij ontzettenG1839 zich met groteG3173 ontzettingG1611. En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.

KJV And1 straightway2 the damsel5 arose,3 and6 walked;7 for9 she was of the age of twelve11 years.10 And12 they were astonished13 with a great15 astonishment.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 ανεστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κορασιον G2877 dochtertje damsel, maid 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 περιεπατει G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 ετων G2094 jaren, jaar, lang year 11 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εξεστησαν G1839 ontzetten, oud ontzetten, buiten zinnen amaze, be (make) astonished, be beside self (selves), bewitch, wonder 14 εκστασει G1611 ontzetting, vertrekking zinnen + be amazed, amazement, astonishment, trance 15 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En Hij gebood hun zeer, dat niemand datzelve zou weten; en zeide, dat men haar zou te eten geven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG2532 Hij geboodG1291 hunG846 zeer, dat niemandG3367 datzelve zou wetenG1097; enG2532 zeideG2036, dat men haarG846 zou te etenG5315 gevenG1325. En Hij gebood hun zeer, dat niemand datzelve zou weten; en zeide, dat men haar zou te eten geven.

KJV And1 he charged2 them3 straitly4 that5 no man6 should know7 it; and9 commanded that something should be given11 her12 to eat.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διεστειλατο G1291 gebood, bevolen, geboden charge, that which was (give) commanded(-ment) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 μηδεις G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 7 γνω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 8 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 δοθηναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 12 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 5:1 Markus 4:35 Lukas 8:26 Mattheüs 8:28
Markus 5:2 Markus 1:23 Jesaja 65:4 Markus 5:8 Markus 4:1 Markus 3:30 Markus 1:26 Markus 7:25 Lukas 8:27
Markus 5:3 Jesaja 65:4 Daniël 4:32 Lukas 8:29 Markus 9:18
Markus 5:4 Jakobus 3:7
Markus 5:5 Job 2:7 1 Koningen 18:28 Johannes 8:44
Markus 5:6 Jakobus 2:19 Lukas 4:41 Handelingen 16:17 Psalmen 66:3 Psalmen 72:9
Markus 5:7 Mattheüs 8:29 Handelingen 16:17 Handelingen 19:13 Lukas 8:28 Mattheüs 26:63 Openbaring 12:12 Mattheüs 4:3 Mattheüs 16:16
Markus 5:8 Markus 1:25 Markus 9:25 Handelingen 16:18
Markus 5:9 Mattheüs 26:53 Lukas 8:30 Markus 5:15 Lukas 11:21 Mattheüs 12:45
Markus 5:10 Markus 5:13 Markus 3:22
Markus 5:11 Jesaja 66:3 Jesaja 65:4 Deuteronomium 14:8 Leviticus 11:7 Lukas 8:32 Mattheüs 8:30
Markus 5:12 2 Korinthe 2:11 1 Petrus 5:8 Job 2:5 Job 1:10 Lukas 22:31
Markus 5:13 Johannes 8:44 Openbaring 20:7 1 Petrus 3:22 Openbaring 13:5 1 Koningen 22:22 Openbaring 9:11 Job 1:12 Job 2:6
Markus 5:14 Lukas 8:34 Mattheüs 8:33
Markus 5:15 2 Timotheüs 1:7 Markus 5:9 Kolossenzen 1:13 1 Kronieken 15:13 1 Samuël 16:4 1 Samuël 6:20 Job 13:11 Markus 5:16
Markus 5:17 Mattheüs 8:34 Markus 5:7 Markus 1:24 Handelingen 16:39 Lukas 8:37 Lukas 5:8 Deuteronomium 5:25 Genesis 26:16
Markus 5:18 Lukas 8:38 Lukas 23:42 Markus 5:7 Filippenzen 1:23 Lukas 17:15 Psalmen 116:12 Markus 5:17
Markus 5:19 Psalmen 66:16 Jesaja 38:9 Handelingen 22:1 Handelingen 26:4 Daniël 4:37 Daniël 4:1 Daniël 6:25 Johannes 4:29
Markus 5:20 Mattheüs 4:25 Markus 7:31
Markus 5:21 Mattheüs 9:1 Lukas 8:40 Markus 4:1
Markus 5:22 Lukas 13:14 Handelingen 18:8 Handelingen 13:15 Handelingen 18:17 Markus 5:35 Markus 5:38 Markus 5:33 Openbaring 22:8
Markus 5:23 Lukas 13:13 Markus 16:18 Lukas 4:40 Handelingen 28:8 Markus 8:23 Markus 7:32 2 Samuël 12:15 Lukas 7:12
Markus 5:24 Markus 5:31 Lukas 7:6 Lukas 19:3 Markus 3:9 Lukas 12:1 Markus 3:20 Lukas 8:42 Lukas 8:45
Markus 5:25 Leviticus 15:25 Mattheüs 9:20 Lukas 8:43 Lukas 13:11 Leviticus 15:19 Johannes 5:5 Handelingen 9:33 Handelingen 4:22
Markus 5:26 Jeremia 8:22 Job 13:4 Psalmen 108:12 Jeremia 51:8 Jeremia 30:12
Markus 5:27 Handelingen 19:12 Handelingen 5:15 2 Koningen 13:21 Markus 6:56 Mattheüs 14:36
Markus 5:29 Markus 3:10 Markus 5:34 Psalmen 30:2 1 Koningen 8:37 Leviticus 20:18 Psalmen 103:3 Job 33:24 Lukas 7:21
Markus 5:30 Lukas 6:19 Lukas 5:17 Lukas 8:46 1 Petrus 2:9
Markus 5:31 Lukas 8:45 Lukas 9:12
Markus 5:33 Psalmen 116:12 Psalmen 66:16 Markus 4:41 Psalmen 30:2 Psalmen 103:2 Lukas 8:47 Lukas 1:12 Lukas 1:29
Markus 5:34 Lukas 8:48 Mattheüs 9:22 Lukas 7:50 Lukas 18:42 1 Samuël 20:42 Lukas 17:19 Mattheüs 9:2 Markus 5:29
Markus 5:35 Markus 5:22 Johannes 11:28 Markus 10:17 Lukas 8:49 Johannes 11:21 Johannes 5:25 Johannes 11:39 Lukas 7:6
Markus 5:36 Lukas 8:50 Romeinen 4:18 Mattheüs 9:28 Markus 5:34 Markus 9:23 Johannes 4:48 Mattheüs 17:20 2 Kronieken 20:20
Markus 5:37 Markus 9:2 Markus 14:33 Handelingen 9:40 Lukas 8:51 2 Korinthe 13:1
Markus 5:38 Handelingen 9:39 Jeremia 9:17 Markus 5:22 Mattheüs 11:17 Lukas 8:52 Mattheüs 9:23
Markus 5:39 Handelingen 20:10 1 Thessalonicenzen 4:13 1 Korinthe 11:30 Johannes 11:11 1 Thessalonicenzen 5:10 Daniël 12:2
Markus 5:40 Psalmen 22:7 2 Koningen 4:33 Genesis 19:14 Nehemia 2:19 Mattheüs 7:6 Job 12:4 Psalmen 123:3 Handelingen 17:32
Markus 5:41 Markus 1:31 Johannes 5:28 Lukas 7:14 Johannes 11:43 Lukas 8:54 Handelingen 9:40 Romeinen 4:17 Filippenzen 3:21
Markus 5:42 Markus 4:41 Markus 1:27 Handelingen 3:10 Markus 7:37 Markus 6:51
Markus 5:43 Mattheüs 8:4 Lukas 24:30 Lukas 5:14 Markus 1:43 Markus 7:36 Mattheüs 17:9 Lukas 24:42 Mattheüs 12:16
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 5 vers 1

Gadarenen Mattheus zegt: der Gergesenen. Zie daarvan de aantekeningen op Matt. 8:28 .

Hertaald: Gadarenen Mattheüs zegt: van de Gergesenen. Zie daarover de aantekeningen bij Matth. 8:28.

Markus 5 vers 2

met een onreinen geest; Grieks, in een onreinen geest. Matt. 8:28 , zegt dat er twee bezetenen waren, doch Markus vermeldt maar van een, omdat deze òf de ellendigste was, òf meest het woord gevoerd en met Christus gesproken heeft.

Hertaald: met een onreinen geest; Grieks: in een onreine geest. Matth. 8:28 zegt dat er twee bezetenen waren, maar Markus vermeldt er maar één, omdat die óf de ellendigste was, óf het meest het woord gevoerd en met Christus gesproken heeft.

Markus 5 vers 3

in de graven had, Zie hiervan Matt. 8:28 . Grieks, in de bergen; dat is, in de spelonken, die in de bergen waren.

Hertaald: in de graven had, Zie hierover Matth. 8:28. Grieks: in de bergen; dat is: in de spelonken die in de bergen waren.

Markus 5 vers 7

Ik bezweer U bij God, Dat is, ik vermaan u in den naam Gods. Want bezweren is met aanroeping of melding van Gods naam iemand iets opleggen, of van iemand iets begeren. Zie Hand. 19:13 ; 1 Thess. 5:27 .

Hertaald: Ik bezweer U bij God, Dat is: ik vermaan U in de naam van God. Want bezweren is: iemand met aanroeping of vermelding van Gods naam iets opleggen of iets van hem vragen. Zie Hand. 19:13; 1 Thess. 5:27.

pijnigt Dat is, in den afgrond werpt, om daar gepijnigd te worden, Luc. 8:31 .

Hertaald: pijnigt Dat is: in de afgrond werpt om daar gepijnigd te worden, Luk. 8:31.

Markus 5 vers 8

Hij zeide tot hem Namelijk Jezus.

Hertaald: Hij zeide tot hem Namelijk Jezus.

Markus 5 vers 9

Legio; Legio was een regiment krijgsknechten, waarvan zie Matt. 26:53 .

Hertaald: Legio; Legio was een legereenheid; zie daarover Matth. 26:53.

Markus 5 vers 10

hij bad Hem zeer, Namelijk een van deze duivelen, die als het hoofd van de anderen het woord voerde.

Hertaald: hij bad Hem zeer, Namelijk een van deze duivelen, die als hoofd van de anderen het woord voerde.

Markus 5 vers 12

Zend ons in die zwijnen, Dit begeren zij van Christus om Hem daarmede hatelijk te maken bij de inwoners aldaar.

Hertaald: Zend ons in die zwijnen, Dit vragen zij van Christus om Hem daarmee gehaat te maken bij de inwoners daar.

varen Grieks, ingaan.

Hertaald: varen Grieks: ingaan.

Markus 5 vers 13

liet het hun terstond toe Zie de aantekeningen op Matt. 8:30 .

Hertaald: liet het hun terstond toe Zie de aantekeningen bij Matth. 8:30.

uitgevaren zijnde, Grieks, uitgegaan.

Hertaald: uitgevaren zijnde, Grieks: uitgegaan.

voeren in de zwijnen; Grieks gingen in.

Hertaald: voeren in de zwijnen; Grieks: gingen in.

versmoorden Grieks, verstikken.

Hertaald: versmoorden Grieks: verstikten.

zee Dat is, in het meer dat omtrent Gadara was, hetwelk voor de Galilese zee zelve wordt gehouden, waaraan Gadara lag. Zie de aantekeningen op Matt. 8:28 .

Hertaald: zee Dat is: in het meer dat bij Gadara lag, dat voor de zee van Galilea zelf gehouden wordt, waaraan Gadara lag. Zie de aantekeningen bij Matth. 8:28.

Markus 5 vers 16

wat den bezetene geschied was, Grieks, hoe het; dat is, hoe de genezing aan hem geschied was.

Hertaald: wat den bezetene geschied was, Grieks: hoe het; dat is: hoe de genezing aan hem gebeurd was.

Markus 5 vers 17

dat Hij van hun landpalen wegging Namelijk uit vrees van meer schade te lijden, tonende daarmede dat zij hun tijdelijke goederen liever hadden dan Christus en zijn Evangelie.

Hertaald: dat Hij van hun landpalen wegging Namelijk uit vrees meer schade te lijden. Daarmee lieten zij zien dat zij hun tijdelijke goederen liever hadden dan Christus en Zijn Evangelie.

Markus 5 vers 18

als Hij in het schip ging, Namelijk om weder over te varen naar Galilea.

Hertaald: als Hij in het schip ging, Namelijk om weer over te varen naar Galilea.

Markus 5 vers 20

in het land van Dekápolis, Van dit land zie de aantekeningen op Matt. 4:25 .

Hertaald: in het land van Dekápolis, Zie over dit land de aantekeningen bij Matth. 4:25.

Markus 5 vers 22

oversten der synagoge, Deze waren als kerkeraden over de synagogen gesteld om die in goede orde te houden en te regeren. Zie Hand. 13:15 .

Hertaald: oversten der synagoge, Dezen waren als kerkenraden over de synagogen aangesteld om die in goede orde te houden en te besturen. Zie Hand. 13:15.

Markus 5 vers 23

is in haar uiterste; Bij Matt. 9:18 , staat dat hij gezegd heeft: Mijne dochter is gestorven, ziende op hetgeen hem daarna geboodschapt werd, vs.35.

Hertaald: is in haar uiterste; In Matth. 9:18 staat dat hij gezegd heeft: mijn dochter is gestorven — met het oog op wat hem daarna bericht werd, vers 35.

behouden worde, Namelijk bij het leven.

Hertaald: behouden worde, Namelijk in het leven.

leven Dat is, levend blijven.

Hertaald: leven Dat is: in leven blijven.

Markus 5 vers 28

aanraken, Zie hiervan de aantekeningen op Matt. 9:21 , en Matt. 14:36 .

Hertaald: aanraken, Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 9:21 en Matth. 14:36.

gezond worden Grieks, behouden.

Hertaald: gezond worden Grieks: behouden.

Markus 5 vers 29

gevoelde aan haar lichaam, Of bekende.

Hertaald: gevoelde aan haar lichaam, Of: merkte.

kwaal genezen was Grieks, gesel. Zie Marc. 3:10 .

Hertaald: kwaal genezen was Grieks: gesel. Zie Mark. 3:10.

Markus 5 vers 30

kracht, Dat is, de werking, die door zijn goddelijke natuur aan deze vrouw was geschied. Of dat deze kracht van Hem uitgegaan was.

Hertaald: kracht, Dat is: de werking die door Zijn goddelijke natuur aan deze vrouw gebeurd was. Of: dat deze kracht van Hem uitgegaan was.

Markus 5 vers 33

de waarheid Namelijk van hetgeen zij gedacht en gedaan had.

Hertaald: de waarheid Namelijk van wat zij gedacht en gedaan had.

Markus 5 vers 35

moeilijk? Namelijk om verder te gaan.

Hertaald: moeilijk? Namelijk om verder te gaan.

Markus 5 vers 38

En kwam in het huis des oversten der synagoge; Zie van deze geschiedenis verder de aantekeningen op Matt. 9:23 .

Hertaald: En kwam in het huis des oversten der synagoge; Zie over deze geschiedenis verder de aantekeningen bij Matth. 9:23.

beroerte Of het getier, het gewoel.

Hertaald: beroerte Of: het getier, het gewoel.

Markus 5 vers 40

uitgedreven, Grieks, uitgeworpen.

Hertaald: uitgedreven, Grieks: uitgeworpen.

die met Hem waren, Namelijk Petrus, Johannes en Jakobus, die hij met zich genomen had, vs.37.

Hertaald: die met Hem waren, Namelijk Petrus, Johannes en Jakobus, die Hij met Zich genomen had, vers 37.

Markus 5 vers 41

Talitha kûmi De evangelist houdt de Syrische woorden, die Christus gebruikt heeft, om ons Christus gelijk als in zijne taal zelve te doen horen spreken.

Hertaald: Talitha kûmi De evangelist houdt de Syrische woorden aan die Christus gebruikt heeft, om ons Christus als het ware in Zijn eigen taal te laten horen spreken.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jaïrus  — hij zal verlichten

Een overste van de synagoge, die voor Jezus' voeten neerviel en Hem smeekte zijn stervende dochtertje te komen genezen; onderweg kwam het bericht dat zij gestorven was, maar Jezus wekte haar op uit de dood (Mark. 5:22-24, 35-43).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Onreine geest (bezetenheid en uitdrijving)  — Grieks: pneuma akatharton, "onreine geest"; daimonion, "boze geest, duivel" — in de Statenvertaling ook "bezeten" van daimonizomai

Het eerste wonder dat Markus verhaalt is een uitdrijving, en het gebeurt in de synagoge te Kapernaüm. De onreine geest roept het uit voordat iemand anders het zegt: "Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods." Jezus bestraft hem met twee woorden: zwijg stil, en ga uit van hem. De omstanders verbazen zich niet over een genezing maar over gezag: Hij gebiedt de onreine geesten en zij zijn Hem gehoorzaam (Mark. 1:23-27). Markus verhaalt daarna nog meer van deze geschiedenissen dan de andere Evangelisten. Hij vertelt van de bezetene in het land der Gadarenen die "Legio" heet omdat de geesten met velen waren (Mark. 5:1-20), de dochter van de Syro-Fenicische vrouw (Mark. 7:24-30) en de jongen die de discipelen niet konden helpen (Mark. 9:14-29). Hij geeft ook macht tot uitdrijving aan de twaalf (Mark. 3:14-15; 6:7).

Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen in Markus op. De geesten weten precies wie Hij is, terwijl de mensen om Hem heen het niet weten — en juist die belijdenis wordt hun verboden. Verder is er nergens een bezweringsformule of een ritueel: Hij spreekt en het geschiedt, en dat is voor de omstanders de eigenlijke schok. En de geschiedenissen worden zonder opsmuk verteld, met de ellende erin: de man in het land der Gadarenen woonde in de graven en sloeg zichzelf met stenen (Mark. 5:5). Bij de jongen in Mark. 9 wijst Christus daarnaast op gebed, en op het geloof van de vader die bidt: ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp (Mark. 9:24,29).

Typologie: Christus legt Zelf uit wat er in deze uitdrijvingen te zien is: niemand kan het huis van een sterke ingaan en zijn vaten ontroven, tenzij hij eerst die sterke bindt (Mark. 3:27). De uitdrijvingen zijn dus geen losse wonderen maar tekenen dat de Sterkere gekomen is. Johannes vat het samen: hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1 Joh. 3:8). En Paulus zegt dat Hij de overheden en machten uitgetogen en openlijk ten toon gesteld heeft, over hen getriomfeerd hebbende in het kruis (Kol. 2:15). Daarom is de strijd van de gelovige niet tegen vlees en bloed, en zijn de wapenen geestelijk (Ef. 6:11-12).

Mark. 1:23-27; Mark. 3:14-15,27; Mark. 5:1-20; Mark. 6:7; Mark. 7:24-30; Mark. 9:14-29; Ef. 6:11-12; Kol. 2:15; 1 Joh. 3:8

Zwijggebod (de verborgenheid van Zijn Messiasschap)  — De herhaalde opdracht van Christus om over Zijn daden en over Wie Hij is te zwijgen — een trek die in Markus het sterkst uitkomt

Het loopt door heel Markus heen. De onreine geesten die Hem kennen, moeten zwijgen (Mark. 1:25,34; 3:11-12). De genezen melaatse krijgt te horen: "Zie, dat gij niemand iets zegt" (Mark. 1:44). Bij de dochter van Jaïrus beveelt Hij nadrukkelijk dat niemand het weten zal (Mark. 5:43). Na de genezing van de dove bij Dekapolis verbiedt Hij het opnieuw, en en hoe meer Hij het verbood, hoe meer zij het uitriepen (Mark. 7:36). Het scherpst staat het bij de belijdenis van Petrus: op "Gij zijt de Christus" volgt niet een bevestiging voor het volk maar een streng gebod dat zij het niemand zouden zeggen van Hem (Mark. 8:29-30). Onmiddellijk daarna volgt de eerste aankondiging van Zijn lijden (Mark. 8:31). Na de verheerlijking op de berg geldt het verbod tot na de opstanding (Mark. 9:9).

Bijbelse betekenis: De reden ligt in de tekst zelf en niet in geheimzinnigheid. De titel Christus was in die dagen met politieke verwachtingen beladen; wie Hem als Messias uitriep zonder het kruis, riep iets anders uit dan Hij was. Vandaar de vaste orde in Markus 8: eerst de belijdenis, dan het zwijggebod, dan het lijden — en wie die orde omkeert, krijgt hetzelfde antwoord als Petrus. Opvallend is dat het verbod eindigt waar het lijden begint: vanaf Mark. 9:9 geldt het tot na de opstanding, en voor de hogepriester zwijgt Hij niet meer maar belijdt Hij openlijk (Mark. 14:61-62). Wie Hij is, kan pas gezegd worden als duidelijk is wat Hij doen zou.

Typologie: Jesaja had die stilte al getekend: Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem op de straten laten horen (Jes. 42:2), en juist die woorden past Mattheüs op Hem toe bij een van deze verboden (Matt. 12:16-19). Paulus noemt hetzelfde met een ander woord een verborgenheid die van alle eeuwen verzwegen is geweest maar nu geopenbaard (Rom. 16:25-26). Hij zegt ook dat geen van de oversten dezer wereld haar gekend heeft, want indien zij haar gekend hadden, zo zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben (1 Kor. 2:7-8). Het zwijgen was dus geen achterhouden maar een tijdorde: eerst het kruis, dan de prediking — en na de opstanding volgt het bevel om het juist overal te zeggen (Mark. 16:15).

Mark. 1:25,34,44; Mark. 3:11-12; Mark. 5:43; Mark. 7:36; Mark. 8:29-31; Mark. 9:9; Mark. 14:61-62; Mark. 16:15; Jes. 42:2; Matt. 12:16-19; Rom. 16:25-26; 1 Kor. 2:7-8

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Wie heeft Mijn klederen aangeraakt? — 5:25-34, 41-42

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Hij is op weg naar het huis van een overste van de synagoge, wiens dochtertje op sterven ligt. De schare verdringt zich. Onderweg raakt iemand Hem aan van wie niemand het merkt.

Twee mensen worden geholpen die volgens de wet allebei onrein waren, en het onderweg-oponthoud kost het meisje haar leven — schijnbaar.

**Wie zij was.** Twaalf jaar bloedvloeiend. Naar de wet betekende dat: onrein, en alles wat zij aanraakte werd onrein. Twaalf jaar geen tempel, geen feest, geen aanraking.

Markus voegt er een pijnlijk detail aan toe: zij had veel geleden van vele medicijnmeesters, al het hare eraan uitgegeven, en het was erger geworden.

**Wat zij doet.** Zij komt van achteren, in de menigte, en raakt Zijn kleed aan. Dat is precies wat zij niet mocht doen. En zij redeneert: “Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.”

**Wat er gebeurt.** De onreinheid slaat niet van haar over. Het gaat de andere kant op: de genezing komt van Hem naar haar toe. De kanttekening verklaart de kracht die uitging als de werking die door Zijn Goddelijke natuur aan deze vrouw geschied is.

**Waarom Hij toch vraagt.** “Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?” De discipelen vinden het een onzinnige vraag met zo'n menigte. Maar Hij laat het niet bij een stille genezing. Zij moet ervoor uitkomen — en zij vertelt Hem de hele waarheid.

En dan krijgt zij iets wat zij niet gevraagd had: een woord. Dochter, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede. Twaalf jaar buitengesloten, en het eerste dat Hij haar noemt is dochter.

**Ondertussen.** Het oponthoud kost tijd, en er komt bericht dat het kind gestorven is. Zo staat het verhaal in het verhaal: de vrouw is twaalf jaar ziek, het meisje is twaalf jaar oud. Wat de vrouw aan jaren verloor, was precies het leven dat het kind gekregen had.

**In het huis.** Hij neemt de hand van een dode — opnieuw iets wat onrein maakte — en zegt twee woorden in haar eigen taal: “Talitha kumi!” Markus vertaalt ze erbij.

**Waar dit bij hoort.** In de verlossingslijn gaat het om mensen die zichzelf er niet uit kunnen halen: een volk in Egypte, een man in de baren des doods, een vrouw die haar geld en haar jaren aan artsen kwijt is. En elke keer komt de uitkomst van buiten henzelf.

  1. Leviticus 15:25 — Een vrouw met een vloed is onrein, en wat zij aanraakt ook.
  2. Numeri 19:11 — En wie een dode aanraakt, is zeven dagen onrein.
  3. Markus 5:27 — Zij raakt van achteren Zijn kleed aan.
  4. Markus 5:30 — De kracht gaat van Hem uit; de onreinheid slaat niet over.
  5. Markus 5:34 — En zij hoort zich dochter noemen.
  6. Markus 5:41 — In het huis neemt Hij de hand van een dode, en zegt: sta op.

In het Nieuwe Testament: Leviticus 15:25; Numeri 19:11; Maleachi 4:2; Lukas 8:46; Mattheüs 9:20-22; Jesaja 53:4

Hoever dit reikt: Dat de wet op de onreinheid hier meespeelt, staat er niet met zoveel woorden; het volgt uit Leviticus 15 en Numeri 19, waarnaar deze post verwijst. De kanttekening verklaart alleen de kracht die van Hem uitging. Wat de vrouw dacht over Zijn kleed wordt door de tekst weergegeven, maar niet goedgekeurd of afgekeurd.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 5

Markus 5:1.KruisverwijzingenMarkus 4:35Lukas 8:26Mattheüs 8:28
— En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen.
“En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen.”

Onze Heere stak de zee van Galilea over met het uitdrukkelijke doel deze arme man te verlossen uit de macht van de onreine geest die hem bezat. Hij wist dat er velen waren die Hem aan de Galilese kant van het meer nodig hadden, en Hij kon de storm voorzien die het scheepje dreigde te doen zinken. En toch zei Hij kalm tot Zijn discipelen: laat ons overvaren aan de andere zijde.

Zij hadden een heel bewogen overtocht gehad over die kleine maar stormachtige zee, en Christus had bewezen de opperbevelhebber van de zee te zijn. Maar nu Hij aan land stapt, zullen zij Zijn macht even duidelijk getoond zien als op de stormachtige golf.

Markus 5:2-3.KruisverwijzingenMarkus 1:23Jesaja 65:4Markus 5:8Daniël 4:32Markus 4:1Markus 3:30Markus 1:26Markus 7:25
— En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest; Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen.
“En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest; Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen.”

Zodra de grote Geneesmeester aan land was, verscheen er een ontzettende gedaante. Uit de graven kwam een man aanstormen, huilend en gillend als een wild dier — of erger nog, onder de invloed van satan, die van hem bezit genomen had.

Die oude begraafplaatsen lagen op afgelegen plaatsen, want de mensen waren te wijs om hun doden binnen de steden te begraven. Heel vaak waren de graven uitgehouwen in holen in de zijden van heuvels en rotsen, en daar werden de doden gelegd.

Wie een graf aanraakte, was daardoor naar de wet onrein. De graven waren dus geschikte plaatsen voor een onreine man die door een onreine geest bezeten was. Wat een gruwelijke woonplaats! Wat een grimmig verblijf, en toch heel passend, want hij was gevaarlijk voor iedereen die voorbijkwam.

Markus 5:3-4.KruisverwijzingenJesaja 65:4Daniël 4:32Jakobus 3:7Lukas 8:29Markus 9:18
— Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen. Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen.
“Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen. Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen.”

Zie hoe de wereld met razend schuldige mensen omgaat. Zij probeert hen te boeien, of anders hen te temmen; hen in bedwang te houden door vrees voor straf, of anders hen te onderwerpen aan een zachtaardige zedelijkheid. Armzalig werk is dat!

Christus boeit niet en temt niet; Hij verándert en vernieuwt. Och, dat overal Zijn hulp gezocht werd, en dat men niet zozeer vertrouwde op de boeien van de wet of op de macht van de zeden!

Markus 5:5.KruisverwijzingenJob 2:71 Koningen 18:28Johannes 8:44
— En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen.
“En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen.”

Zijn gehuil moet de nacht werkelijk afschuwelijk gemaakt hebben. Wie langs die weg kwamen, schrokken op van zijn onaardse kreten. Hij was een verschrikking voor het hele gebied; men kon het niet verdragen ergens in de buurt te wonen van de plaatsen waar hij zich ophield.

Nacht en dag was hij zichzelf een ellende en allen om hem heen een verschrikking. Een droevig beeld van sommigen die wij tot onze smart kennen, die razend de zonde in gegaan zijn. Het ís razernij, wat het verder ook zijn mag; en gaan razernij en boosheid samen, wat wordt zo iemand dan een verschrikking!

Maar hoe vreselijk moet de toestand van dat arme schepsel zelf geweest zijn! Wij krijgen er even een blik op door die woorden: altijd in de bergen en in de graven, roepende en zichzelf met stenen slaande. Zie wat satan doet met wie in zijn macht zijn.

Markus 5:6.KruisverwijzingenJakobus 2:19Lukas 4:41Handelingen 16:17Psalmen 66:3Psalmen 72:9
— Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.
“Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.”

Er gaat een wonderlijke aantrekkingskracht uit van de persoon van onze goddelijke Heere en Meester. Al was Hij nog ver weg, toch ging er een genadige, magnetische invloed van Hem uit waardoor Hij dit arme voorwerp van medelijden tot Zich trok.

De duivel doet het niet graag, maar als het zijn doel dient zal hij zich voordoen als een aanbidder van Christus. Hij komt soms ook hier; hij gaat naar allerlei plaatsen van samenkomst en maakt aanbidders van mensen die geen aanbidding in hun hart hebben. Want er komt geen einde aan de diepte van zijn listigheid, en velen hebben de duivel het best gediend terwijl zij deden alsof zij Christus aanbaden.

Markus 5:7.KruisverwijzingenMattheüs 8:29Handelingen 16:17Handelingen 19:13Lukas 8:28Mattheüs 26:63Openbaring 12:12Mattheüs 4:3Mattheüs 16:16
— En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!
“En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!”

Wie sprak daar? De man zelf, of de duivel in hem? Dat is heel moeilijk te zeggen. De man en de duivel waren twee personen, maar zij waren zo volkomen tot één vermengd dat nauwelijks te zeggen is wanneer de man sprak en wanneer de duivel.

Zo krijgt de zonde, wanneer zij in iemand binnenkomt, hem volkomen in zijn eigen natuur te pakken. Dan voelen wij soms dat het wel de boze geest moet zijn die in de mens spreekt. En toch valt niet met zekerheid te zeggen dat het zo is, en wij kunnen de mens zelf niet vrijspreken van de schuld van zijn woorden en daden.

Satan sprak in hem en door hem heen, met de lippen van deze arme man. Hij is bang voor Christus. Deze hond van de hel kent zijn Meester en krimpt aan Zijn voeten ineen. Hij smeekt de Zoon van de allerhoogste God hem niet te pijnigen voor zijn tijd.

Markus 5:8.KruisverwijzingenMarkus 1:25Markus 9:25Handelingen 16:18
— (Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)
“(Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)”

Christus verspilt nooit woorden aan de duivel. Hij spreekt heel kort en heel scherp tegen hem. Het zou soms goed zijn als wij kernachtiger konden zijn wanneer wij met het kwaad te maken hebben. Het verdient onze woorden niet, zoals het ook de woorden van Christus niet in acht nam.

De HEERE behandelt hem als de hond die hij is: “Gij onreine geest, ga uit van den mens!” Christus heeft geen plichtplegingen voor duivelen. Het is jammer dat sommigen van Zijn dienstknechten zulke zachte woorden hebben wanneer zij met het ongeloof te maken hebben. Dat ongeloof is toch ook maar een duivel, of een van de duivelsjongen.

Markus 5:9.KruisverwijzingenMattheüs 26:53Lukas 8:30Markus 5:15Lukas 11:21Mattheüs 12:45
— En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.
“En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.”

De duivel is verplicht zijn naam te zeggen wanneer Christus hem als een ondervraagd kind behandelt. Hij moet voor Christus ineenkrimpen als een geslagen hond aan de voeten van zijn meester.

Markus 5:10.KruisverwijzingenMarkus 5:13Markus 3:22
— En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.
“En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.”

De duivel kan bidden; hij deed het in dit geval. Het is niet omdat iemand vloeiend bidt dat wij zeker zijn van zijn zaligheid. Het is niet omdat iemand zo vurig bidt dat zijn knieen tegen elkaar slaan, dat wij mogen besluiten dat hij een heilige is. Het kan zijn dat hij beeft uit vrees voor het oordeel van God.

Satan klemt zich vast aan deze wereld, en aan elke plaats waar hij een opvallende zegepraal behaald heeft — zoals hier tussen de graven en de rotsige kloven.

Markus 5:11-12.Kruisverwijzingen2 Korinthe 2:111 Petrus 5:8Jesaja 66:3Jesaja 65:4Deuteronomium 14:8Leviticus 11:7Lukas 8:32Mattheüs 8:30
— En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende. En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.
“En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende. En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.”

Satan wil liever zwijnen kwellen dan helemaal geen kwaad doen. Hij is zo verzot op het kwaad dat hij het aan dieren zou bedrijven als hij het niet aan mensen bedrijven kan.

Maar let op hun eensgezindheid. Met alle gebreken die men de demonen aanwrijven kan, u vindt hen niet verdeeld en twistend. Zij zijn eensgezind in het kwaad. En het is een schande dat zij die volgelingen van Christus zijn zo vaak verdeeld zijn, terwijl het koninkrijk van satan niet tegen zichzelf verdeeld is. Laten wij van onze grote vijand ten minste deze ene les leren.

Markus 5:13.KruisverwijzingenJohannes 8:44Openbaring 20:71 Petrus 3:22Openbaring 13:51 Koningen 22:22Openbaring 9:11Job 1:12Job 2:6
— En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee.
“En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee.”

De duivel kan zelfs geen varken binnengaan zonder verlof van Christus. Zo kan hij ook u niet verzoeken zonder toestemming van onze Heere. U mag er gerust op zijn dat zelfs dit grote monster van boosheid onder het bestuur van Christus staat. Hij kan u niet lastigvallen voordat Jezus hem verlof geeft.

Er zit een ketting om de brullende leeuw, en hij kan maar zo ver gaan als de HEERE hem toelaat.

Het was vreemd dat er zoveel zwijnen waren in het land waar het volk van God, Israel, woonde. En omdat zij daar geen recht hadden te zijn en er tegen de Joodse wet in waren, was het goed dat zij vernietigd werden.

Markus 5:14-15.Kruisverwijzingen2 Timotheüs 1:7Markus 5:9Kolossenzen 1:131 Kronieken 15:131 Samuël 16:41 Samuël 6:20Job 13:11Lukas 8:34
— En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was. En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.
“En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was. En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.”

Ach, hoe verschillend kijken mensen naar dezelfde zaak! Waren u en ik daarheen gegaan, en hadden wij deze arme krankzinnige geheel hersteld gezien, dan zouden wij met een heilige blijdschap vervuld geweest zijn. Wij zouden nieuwe lofzangen gedicht hebben ter ere van de grote Geneesmeester Die hem genezen had.

Maar deze mensen werden bevreesd, in de vervreemding van hun hart van de Heere Jezus Christus. Zij vreesden en beefden in de tegenwoordigheid van de almachtige barmhartigheid. De almachtige liefde wekte geen vreugde in hun hart, maar de geest van de dienstbaarheid lag op hen.

U zou verwacht hebben dat er stond: zij verwonderden zich en prezen Christus om deze grote en wonderlijke daad. Nee, zij werden bevreesd. Ziet u een ander bekeerd worden, wees dan niet bevreesd, maar heb liever hoop dat u zelf ook behouden mag worden.

Wat een schoon gezicht kregen deze mensen te zien: zij komen tot Jezus en zien de bezetene zitten, en gekleed, en wel bij zijn verstand! Die gedachte had hen moeten doen verblijden in plaats van vrezen. Er zijn nog altijd mensen die bang zijn voor wat er gebeuren zal wanneer zij zien dat Christus iemand geestelijk gezegend heeft.

Markus 5:16-17.KruisverwijzingenMattheüs 8:34Markus 5:7Markus 1:24Handelingen 16:39Lukas 8:37Lukas 5:8Deuteronomium 5:25Genesis 26:16
— En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen. En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.
“En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen. En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.”

U kunt er zeker van zijn dat zij bij het láátste deel van het verhaal bleven stilstaan. Het verlies van de zwijnen raakte hen meer dan de genezing van de bezetene.

O lieve vrienden, laat niemand van ons ooit in zo’n gemoedsgesteldheid komen dat wij Christus bidden van ons weg te gaan! En toch hebben wij mensen zo vreselijk zien handelen. Iemand met een verontrust geweten heeft gezegd: ik ga nooit meer naar die prediker luisteren, ik kan er ‘s nachts niet van slapen. Ik zal dat en dat boek nooit meer lezen, het verontrust mij zo dat ik nergens meer van genieten kan.

Dat is feitelijk Christus bidden uit uw gebied te vertrekken. Wat — is de zaligheid zo weinig waard dat u er geen zorg voor hebt haar te bezitten? Is Christus Zelf zo’n kleine zegen dat u er zelfs voor beeft dat Hij uw natuur zou veranderen en u zalig maken? Ik meen dat er op die oever van Gadara meer krankzinnigen waren dan één. De mensen waren in hun hart allen even dol als die ene arme man in zijn hoofd.

Komt Jezus vandaag tot u, vraag Hem dan niet weg te gaan. Zet de deur van uw hart wijd open en smeek de HEERE binnen te komen en daar voor eeuwig te wonen. Dit verhaal leert ons dat de Heere Jezus Christus wéggaat wanneer men Hem dat vraagt. Hij blijft niet waar men Zijn kamer liever heeft dan Zijn gezelschap.

Markus 5:18.KruisverwijzingenLukas 8:38Lukas 23:42Markus 5:7Filippenzen 1:23Lukas 17:15Psalmen 116:12Markus 5:17
— En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.
“En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.”

Christus zal van u weggaan als u dat wilt. Hij dringt Zich aan niemand op; de genade van God doet de wil van de mens geen geweld aan. Zij werkt in overeenstemming met de natuur van de mens en bereikt het goddelijke doel zonder de eigenheid van de mens te verstoren.

Was dat geen gepast gebed van de genezen man? Ik meen dat niet alleen zijn natuur maar zijn nieuwe natuur hem deze bede ingegeven moet hebben: hij bad Christus bij Hem te mogen zijn.

In onze dagen is het heel natuurlijk dat wij, zodra wij bekeerd zijn, naar huis naar de hemel zouden willen gaan. Maar waarom mag dat niet? Opdat wij hier op aarde getuigenis van Christus afleggen en anderen tot Hem inzamelen.

Markus 5:19.KruisverwijzingenPsalmen 66:16Jesaja 38:9Handelingen 22:1Handelingen 26:4Daniël 4:37Daniël 4:1Daniël 6:25Johannes 4:29
— Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.
“Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.”

Dat is een van de voornaamste punten waarover wij altijd behoren te spreken. Niet alleen de grootheid van de verandering vertellen die de genade van God in ons gewerkt heeft, maar vooral getuigen van de tederheid van God tegenover ons.

Och, hoe zacht ging Hij met onze gebroken beenderen om! Die goede Geneesmeester van ons heeft het hart van een leeuw, maar de hand van een vrouw. Hij spaart ons de nodige pijn niet, maar Hij brengt ons nooit ook maar één steek toe die onnodig is. En och, het medelijden van Zijn hart tegenover ons wanneer Hij het verdriet ziet dat onze zonde ons gebracht heeft!

Markus 5:20.KruisverwijzingenMattheüs 4:25Markus 7:31
— En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen.
“En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen.”

Hem was gezegd te verkondigen wat de HEERE aan hem gedaan had. Hij ging heen en verkondigde wat Jézus aan hem gedaan had. Vergiste hij zich? O nee! Het is maar een andere naam voor dezelfde Persoon, want Jezus ís de HEERE. En spreekt u van Hem als goddelijk en in bewoordingen die alleen God passen, dan spreekt u niet anders dan naar recht.

Dit is het slag kant-en-klare prediker wiens dienst voor zijn Heere gewoonlijk het meest uitricht. Denk aan iemand die over veel punten weinig gestudeerd heeft, maar bij ondervinding weet wat de genade van God voor hem gedaan heeft. Hij houdt zich aan dat ene onderwerp en vertelt het verhaal met eenvoudige, ongeschoolde welsprekendheid. Díe man doet veel voor zijn Meester.

Was hij in diepe leerstellige onderwerpen gedoken, dan zouden de mensen hem misschien belachelijk gemaakt hebben. Maar omdat hij sprak van wat hij wél wist, en van de grootheid en de genadigheid van God vertelde, verwonderden zich allen.

Zo liet onze Heere hen allen in verwondering achter. Hij liet deze ene boodschapper achter om van Hem te getuigen en ging elders heen om zegeningen te brengen aan vele anderen aan de overzijde van de zee.

Markus 5:21-23.KruisverwijzingenMattheüs 9:1Lukas 13:14Handelingen 18:8Handelingen 13:15Handelingen 18:17Lukas 13:13Markus 16:18Lukas 4:40
— En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee. En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten, En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.
“En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee. En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten, En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.”

Waar wij dat woord zien staan — ziet — zegt het ons: let goed op wat er komt.

Het was ongewoon dat een overste van de synagoge aan de voeten van Jezus lag, en toch is dat voor ons allen de beste plaats. Heeft God iemand van ons in een aanzienlijke plaats gezet, dan zal het ons goeddoen aan de voeten van Jezus te vallen zoals Jaïrus deed.

Wat bracht Jaïrus daar? Het was zijn grote nood, en dat is ook wat ons daar brengen zal. Och, dat wij allen zo baden voor onze kleine dochters en onze kleine zonen! Er is zonde in hen, en zonde betekent geestelijke dood.

Markus 5:25-28.KruisverwijzingenLeviticus 15:25Mattheüs 9:20Lukas 8:43Lukas 13:11Handelingen 19:12Leviticus 15:19Johannes 5:5Handelingen 5:15
— En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had, En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was; Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan. Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.
“En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had, En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was; Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan. Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.”

Het kind van Jaïrus was twaalf jaar aan het léven geweest, en deze vrouw twaalf jaar aan het stérven. Kon Christus dus de vrouw genezen die twaalf jaar aan het sterven was, dan kon Hij ook het kind opwekken dat twaalf jaar geleefd had.

En al leek Jaïrus sterk in het geloof, hij was het niet werkelijk. Hij zette de beste kant van zijn geloof naar voren. Deze vrouw daarentegen wás sterk in het geloof. En toch kwam zij achter Christus aan en raakte zij Hem als het ware heimelijk aan; zíj zette de zwakste kant van haar geloof naar voren.

Wij hebben dat bij anderen ook zo gezien. Sommigen die sterk in het geloof lijken, zijn dat lang niet altijd. En sommigen die zwak in het geloof lijken, zijn juist de sterksten.

Markus 5:35-36.KruisverwijzingenLukas 8:50Romeinen 4:18Mattheüs 9:28Markus 5:34Markus 5:22Johannes 11:28Markus 9:23Markus 10:17
— Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis des oversten der synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk? En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.
“Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis des oversten der synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk? En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.”

Ik kan mij voorstellen dat Jaïrus, als hij niet een man van veel geloof geweest was, de Zaligmaker met een veelbetekenende blik aangekeken zou hebben. Alsof hij zeggen wilde: alleen geloven? Kunt U meer van mij vragen nu mijn kind gestorven is? En toch gebiedt U mij: geloof alleen.

Maar broeders, juist hier ligt het gebied van het geloof. Waar men niet waden kan, moet men zwemmen; en waar geen hoop op het schepsel is, moeten wij ons op de Schepper werpen. Zo maakte de dood van het kind ruimte voor het geloof van de vader.

Markus 5:39.KruisverwijzingenHandelingen 20:101 Thessalonicenzen 4:131 Korinthe 11:30Johannes 11:111 Thessalonicenzen 5:10Daniël 12:2
— En ingegaan zijnde, zeide Hij tot hen: Wat maakt gij beroerte, en wat weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.
“En ingegaan zijnde, zeide Hij tot hen: Wat maakt gij beroerte, en wat weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.”

Zij was dood, maar niet dood wat het voornemen van Christus betrof. Zij was niet zo dood dat zij dood blijven zou. Hij was van plan haar spoedig weer tot het leven terug te brengen, en daarom was het voor Hem alsof zij maar sliep.

Markus 5:40.KruisverwijzingenPsalmen 22:72 Koningen 4:33Genesis 19:14Nehemia 2:19Mattheüs 7:6Job 12:4Psalmen 123:3Handelingen 17:32
— En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.
“En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.”

Wat een wonderlijk tafereel moet dit geweest zijn: de Heere der heerlijkheid in het midden van een spottend gezelschap dat Hem uitlachte!

Maar niet hij die uitgelachen wordt is daarom verachtelijk; het zijn vaak de lachers die de verachting het meest verdienen. Zo was het in de dagen van Christus, en zo is het sindsdien dikwijls geweest. Zij waren het niet waard op enige andere manier beantwoord te worden.

Markus 5:41-42.KruisverwijzingenMarkus 1:31Johannes 5:28Lukas 7:14Johannes 11:43Lukas 8:54Handelingen 9:40Romeinen 4:17Filippenzen 3:21
— En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op. En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.
“En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op. En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.”

Wat werden de mensen in de dagen van Christus dikwijls ontzet! Soms staat er dat zij zich verwonderden, dan weer dat zij verbaasd waren, of dat zij zich verwonderd hadden.

Het zou goed geweest zijn als die verwondering zich altijd in geloof omgezet had. Maar soms bedierf zij tot haat. God geve dat onze verwondering over Christus altijd van die soort mag zijn die zich tot liefde uitkristalliseert!

Markus 5:43.KruisverwijzingenMattheüs 8:4Lukas 24:30Lukas 5:14Markus 1:43Markus 7:36Mattheüs 17:9Lukas 24:42Mattheüs 12:16
— En Hij gebood hun zeer, dat niemand datzelve zou weten; en zeide, dat men haar zou te eten geven.
“En Hij gebood hun zeer, dat niemand datzelve zou weten; en zeide, dat men haar zou te eten geven.”

Het leven moet gevoed worden, en jong leven heeft in het bijzonder dikwijls voedsel nodig. Heeft Christus uw kind geestelijk levend gemaakt, zorg er dan voor dat u het kind passend voedsel geeft.

Hebt u op de zondagsschool iemand voor Christus gewonnen? Draag er dan zorg voor dat de onvervalste melk van het Woord gebracht wordt. Zo wordt het pasgeboren kind gevoed en gesterkt totdat het komt tot de volkomen mannelijke leeftijd in Christus Jezus.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content