Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En JezusG2424, volG4134 des HeiligenG40GeestesG4151, keerde wederomG5290vanG575 de JordaanG2446, en werd doorG1722 den GeestG4151geleidG71 in de woestijnG2048;En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;
KJVAnd2Jesus1being full5of the Holy4Ghost3returned6from7Jordan,9and10was led11by12the Spirit14into15the wilderness,
1ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3πνευματοςG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind4αγιουG40heiligen, Heiligen, Heilige(most) holy (one, thing), saint5πληρηςG4134vol, vollefull6υπεστρεψενG5290wedergekeerd, keerden wederom, keerdencome again, return (again, back again), turn back (again)7αποG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with8τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9ιορδανουG2446JordaanJordan10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11ηγετοG71brachten, brengen, geleidbe, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open12ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)13τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14πνευματιG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind15ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with16τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17ερημονG2048woestijn, woeste, woestdesert, desolate, solitary, wilderness
2En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En werd veertigG5062dagenG2250verzochtG3985vanG5259 den duivelG1228; enG2532atG5315gansG3762nietG3756inG1722dieG1565dagenG2250, enG2532 als dezelveG846geeindigdG4931 waren, zo hongerdeG3983 Hem ten laatsteG5305.En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
KJVBeing3forty2days1temptedof4the devil.6And7in11those14days13he did eat9nothing:8and15when they17were ended,16he afterward18hungered.
1ημεραςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years2τεσσαρακονταG5062veertigforty3πειραζομενοςG3985verzocht, verzoekende, verzoektassay, examine, go about, prove, tempt(-er), try4υποG5259van, onder, dooramong, by, from, in, of, under, with5τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6διαβολουG1228duivel, duivels, lasteressenfalse accuser, devil, slanderer7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but9εφαγενG5315eten, gegeten, eeteat, meat10ουδενG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought11ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)12ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13ημεραιςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years14εκειναιςG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16συντελεσθεισωνG4931voleindigd, geeindigd, oprichtenend, finish, fulfil, make17αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which18υστερονG5305laatste, namaalsafterward, (at the) last (of all)19επεινασενG3983hongerde, hongerig, hongerenbe an hungered
3En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3EnG2532 de duivelG1228zeideG2036 tot HemG846: IndienG1487 Gij GodsG2316ZoonG5207zijtG1510, zegG2036 tot dezenG5129steenG3037, dat hij broodG740wordeG1096.En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
KJVAnd1the devil5saidunto him,3If6thou bethe Son7of God,10commandthisstone13that15it be made16bread.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5διαβολοςG1228duivel, duivels, lasteressenfalse accuser, devil, slanderer6ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether7υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son8ειG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was9τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10θεουG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)11ειπεG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter12τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13λιθωG3037steen, stenen, gesteente(mill-, stumbling-)stone14τουτωG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who15ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to16γενηταιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought17αρτοςG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4EnG2532JezusG2424antwoorddeG611hemG846, zeggendeG3004: Er is geschrevenG1125, datG3754 de mensG444bijG1909broodG740 alleen nietG3756 zal levenG2198, maarG235bijG1909alleG3956woordG4487GodsG2316.En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
Ook in dit vers
totG4314
KJVAnd1Jesus3answered2him,4saying,6It is written,7That8man15shall13not9liveby10bread11alone,12but16by17every18word19of God.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2απεκριθηG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer3ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus4προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)5αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6λεγωνG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter7γεγραπταιG1125geschreven, schrijf, schrijvendescribe, write(-ing, -ten)8οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why9ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but10επG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with11αρτωG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf12μονωG3441alleen, enigalone, only, by themselves13ζησεταιG2198leven, levenden, leeftlife(-time), (a-)live(-ly), quick14οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15ανθρωποςG444mensen, mens, Menscertain, man16αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet17επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with18παντιG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever19ρηματιG4487woorden, woord, Woord+ evil, + nothing, saying, word20θεουG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)
5En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5EnG2532 als Hem de duivelG1228geleidG321 had op een hogenG5308bergG3735, toondeG1166hijG846 Hem alG3956 de koninkrijkenG932 der wereldG3625, in een ogenblikG4743tijdsG5550.En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.
KJVAnd1the devil,5taking2him3upinto6an high8mountain,7shewed9unto him10all11the kingdoms13of the world15in16a moment17of time.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αναγαγωνG321afgevaren, voeren, brachtenbring (again, forth, up again), depart, launch (forth), lead (up), loose, offer, sail, set forth, take up3αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5διαβολοςG1228duivel, duivels, lasteressenfalse accuser, devil, slanderer6ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with7οροςG3735berg, bergen, Olijfberghill, mount(-ain)8υψηλονG5308hogen, hoge, hogerhigh(-er, -ly) (esteemed)9εδειξενG1166tonen, toonde, getoondshew10αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which11πασαςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever12ταςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13βασιλειαςG932Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijkskingdom, + reign14τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15οικουμενηςG3625wereld, aardbodem, aardrijkearth, world16ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)17στιγμηG4743ogenblikmoment18χρονουG5550tijd, tijden, tijds+ years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while
6En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6EnG2532 de duivelG1228zeideG2036 tot HemG846: Ik zal UG4771 al dezeG3778machtG1849, enG2532 de heerlijkheidG1391 derzelver koninkrijken geven; wantG3754zijG846 is mijG1473overgegevenG3860, enG2532 ik geefG1325 ze, wien ik ook wilG2309;En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
Ook in dit vers
[koninkrijken]G1325
KJVAnd1the devil5saidunto him,3All11thispower9will I give7thee,and12the glory14of them:15for16that is delivered18unto me;and19to20whomsoever21I will22I give23it.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5διαβολοςG1228duivel, duivels, lasteressenfalse accuser, devil, slanderer6σοιG4771u, gij, gijliedenthou7δωσωG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield8τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9εξουσιανG1849macht, machten, gebiedauthority, jurisdiction, liberty, power, right, strength10ταυτηνG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who11απασανG537allesall (things), every (one), whole12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14δοξανG1391heerlijkheid, eer, heerlijkhedendignity, glory(-ious), honour, praise, worship15αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why17εμοιG1473mij, ikI, me18παραδεδοταιG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20ωG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc21εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)22θελωG2309wil, wilt, willendesire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))23διδωμιG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield24αυτηνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7IndienG1437GijG4771danG3767mijG1473 zult aanbiddenG4352, zo zal het allesG3956 Uw zijnG1510.Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.
1συG4771u, gij, gijliedenthou2ουνG3767dan, zo, nuand (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore3εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)4προσκυνησηςG4352aanbidden, aanbaden, aanbadworship5ενωπιονG1799voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid vanbefore, in the presence (sight) of, to6μουG1473mij, ikI, me7εσταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was8σουG4771u, gij, gijliedenthou9πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
8En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8EnG2532JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot hemG846: Ga wegG5217 van MijG1473, satanG4567, wantG1063 er is geschrevenG1125: GijG4771 zult den HeereG2962, uw GodG2316, aanbiddenG4352, enG2532HemG846 alleen dienenG3000.En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αποκριθειςG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer3αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus7υπαγεG5217heenga, heengaan, heengaatdepart, get hence, go (a-)way8οπισωG3694achter, achterwaarts, nagegaanafter, back(-ward), (+ get) behind, + follow9μουG1473mij, ikI, me10σαταναG4567satan, satanas, satansSatan11γεγραπταιG1125geschreven, schrijf, schrijvendescribe, write(-ing, -ten)12γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet13προσκυνησειςG4352aanbidden, aanbaden, aanbadworship14κυριονG2962Heere, Heeren, heerGod, Lord, master, Sir15τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16θεονG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)17σουG4771u, gij, gijliedenthou18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which20μονωG3441alleen, enigalone, only, by themselves21λατρευσειςG3000dienen, diene, dienendeserve, do the service, worship(-per)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En hij leiddeG71HemG846naarG1519JeruzalemG2419, enG2532steldeG2476HemG846 op de tinneG4419 des tempelsG2411, enG2532zeideG2036 tot HemG846: IndienG1487 Gij de ZoonG5207GodsG2316zijtG1510, werpG906 Uzelven van hier nederwaartsG2736;En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;
KJVAnd1he brought2him3to4Jerusalem,5and6set7him8on9a pinnacle11of the temple,13and14saidunto him,16If17thou bethe Son19of God,22cast23thyself24down26from hence:
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηγαγενG71brachten, brengen, geleidbe, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open3αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with5ιερουσαλημG2419Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7εστησενG2476stond, staande, staanabide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)8αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which9επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with10τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11πτερυγιονG4419tinnepinnacle12τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13ιερουG2411tempel, tempels, heiligetemple14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter16αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which17ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether18οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son20ειG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was21τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22θεουG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)23βαλεG906geworpen, wierp, werpenarise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust24σεαυτονG4572uzelfthee, thine own self, (thou) thy(-self)25εντευθενG1782weg(from) hence, on either side26κατωG2736beneden, nederwaarts, oudbeneath, bottom, down, under
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Want er is geschrevenG1125, datG3754 Hij Zijn engelenG32vanG4012 U bevelenG1781 zal, dat zij UG4771bewarenG1314 zullen;Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
KJVFor2it is written,1He shall give7his6angels5chargeover8thee,to keep11thee:
1γεγραπταιG1125geschreven, schrijf, schrijvendescribe, write(-ing, -ten)2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why4τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5αγγελοιςG32engel, engelen, engelsangel, messenger6αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7εντελειταιG1781geboden, bevelen, gebood(give) charge, (give) command(-ments), injoin8περιG4012van, over, aangaande(there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with9σουG4771u, gij, gijliedenthou10τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11διαφυλαξαιG1314bewarenkeep12σεG4771u, gij, gijliedenthou
11En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11EnG2532datG3754 zij UG4771opG1909 de handenG5495nemenG142 zullen, opdat GijG4771 Uw voetG4228 niet te eniger tijdG3379aanG4314 een steenG3037stootG4350.En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
KJVAnd1in3their hands4they shall bear5theeup,lest at any time7thou dash8thyfoot12against9a stone.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why3επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with4χειρωνG5495handen, handhand5αρουσινG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)6σεG4771u, gij, gijliedenthou7μηποτεG3379tijd, Geenszins, mogelijkif peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not8προσκοψηςG4350stoot, aangeslagen, aanstootbeat upon, dash, stumble (at)9προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)10λιθονG3037steen, stenen, gesteente(mill-, stumbling-)stone11τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12ποδαG4228voeten, voet, voetstapfoot(-stool)13σουG4771u, gij, gijliedenthou
12En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12EnG2532JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot hemG846: Er is gezegdG2046: GijG4771 zult den HeereG2962, uw GodG2316, nietG3756verzoekenG1598.En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.
KJVAnd1Jesus6answering2saidunto him,4It is said,7Thou shalt10not9temptthe Lord11thyGod.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13EnG2532 als de duivelG1228alleG3956verzoekingG3986voleindigdG4931 had, weekG868 hij vanG575HemG846 voor een tijdG2540.En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.
KJVAnd1when the devil6had ended2all3the temptation,4he departed7from8him9for10a season.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2συντελεσαςG4931voleindigd, geeindigd, oprichtenend, finish, fulfil, make3πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever4πειρασμονG3986verzoeking, verzoekingentemptation, X try5οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6διαβολοςG1228duivel, duivels, lasteressenfalse accuser, devil, slanderer7απεστηG868week, wijken, Houdtdepart, draw (fall) away, refrain, withdraw self8απG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with9αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which10αχριG891tot, totdat, zolang alsas far as, for, in(-to), till, (even, un-)to, until, while11καιρουG2540tijd, tijden, gelegenhedenX always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while
14En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14EnG2532JezusG2424keerde wederomG5290, door de krachtG1411 des GeestesG4151, naar GalileaG1056; enG2532 het geruchtG5345vanG4012HemG846 ging uit door het gehele omliggende landG4066.En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
KJVAnd1Jesus4returned2in5the power7of the Spirit9into10Galilee:12and13there went out15a fame14of20him21through16all17the region round about.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2υπεστρεψενG5290wedergekeerd, keerden wederom, keerdencome again, return (again, back again), turn back (again)3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus5ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)6τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7δυναμειG1411kracht, krachten, vermogenability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work8τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9πνευματοςG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind10ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with11τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12γαλιλαιανG1056Galilea, GalileseGalilee13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14φημηG5345geruchtfame15εξηλθενG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad16καθG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with17οληςG3650geheel, alles, gansenall, altogether, every whit, + throughout, whole18τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19περιχωρουG4066omliggende land, land rondom, omliggenden landscountry (round) about, region (that lieth) round about20περιG4012van, over, aangaande(there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with21αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
15En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En Hij leerdeG1321inG1722 hun synagogenG4864, en werd vanG5259allenG3956geprezenG1392.En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.
16En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En Hij kwamG2064 te NazarethG3478, daar Hij opgevoedG5142 was, enG2532 ging, naar Zijn gewoonteG1486, op den dagG2250 des sabbatsG4521 in de synagogeG4864; enG2532stondG450 op omG1519 te lezenG314.En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.
KJVAnd1he came2to3Nazareth,9where10he had beenbrought up:12and,13as15his18custom17was,he went14into24the synagogue26on19the sabbath23day,21and27stood up28for to read.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηλθενG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set3ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with4τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6ναζαρετ8ναζαρεθ10ουG3757waarwhere(-in), whither(-soever)11ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was12τεθραμμενοςG5142gespijzigd, gevoed, voedtbring up, feed, nourish13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14εισηλθενG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)15καταG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with16τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17ειωθοςG1486gewoon, gewoontebe custom (manner, wont)18αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which19ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)20τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21ημεραG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years22τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23σαββατωνG4521sabbat, week, sabbatssabbath (day), week24ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with25τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc26συναγωγηνG4864synagoge, synagogen, vergaderingassembly, congregation, synagogue27καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet28ανεστηG450stond, opgestaan, opstaanarise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)29αναγνωναιG314gelezen, leest, lezenread
17En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En Hem werd gegevenG1929 het boekG975 van den profeetG4396JesajaG2268; enG2532 als Hij het boekG975opengedaanG380 had, vondG2147 Hij de plaatsG5117, daar geschrevenG1125wasG1510;En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;
KJVAnd1there was delivered2unto him3the book4of the prophet7Esaias.5And8when he had opened9the book,11he found12the place14where15it waswritten,
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2επεδοθηG1929gaven, gegevendeliver unto, give, let (+ (her drive)), offer3αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4βιβλιονG975boek, boeken, boeksbill, book, scroll, writing5ησαιουG2268JesajaEsaias6τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7προφητουG4396profeten, profeet, Profeetprophet8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9αναπτυξαςG380opengedaanopen10τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11βιβλιονG975boek, boeken, boeksbill, book, scroll, writing12ευρενG2147gevonden, vinden, vondenfind, get, obtain, perceive, see13τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14τοπονG5117plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaatscoast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where15ουG3757waarwhere(-in), whither(-soever)16ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was17γεγραμμενονG1125geschreven, schrijf, schrijvendescribe, write(-ing, -ten)
18De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18De GeestG4151 des HeerenG2962 is op MijG1473, daarom heeft Hij MijG1473gezalfdG5548; Hij heeft MijG1473gezondenG649, om den armenG4434 het EvangelieG2097 te verkondigenG2784, om te genezenG2390, dieG3739gebrokenG4937 zijn van hartG2588;De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;
KJVThe Spirit1of the Lord2is upon3me,because6he hath anointed7meto preach the gospel9to the poor;10he hath sent11meto heal13the brokenhearted,15to preach18deliverance20to the captives,19and21recovering of sight23to the blind,22to set24at26liberty27them that are bruised,
1πνευμαG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind2κυριουG2962Heere, Heeren, heerGod, Lord, master, Sir3επG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with4εμεG1473mij, ikI, me5ουG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc6ενεκενG1752wil, aanzien, oorzaakbecause, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that7εχρισενG5548gezalfdanoint8μεG1473mij, ikI, me9ευαγγελιζεσθαιG2097Evangelie, verkondigd, verkondigendeclare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel)10πτωχοιςG4434armen, arme, armbeggar(-ly), poor11απεσταλκενG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)12μεG1473mij, ikI, me13ιασασθαιG2390gezond, genezen, genezeheal, make whole14τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15συντετριμμενουςG4937gebroken, gekrookte, verbrijzeldbreak (in pieces), broken to shivers (+ -hearted), bruise16τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17καρδιανG2588hart, harten, harte(+ broken-)heart(-ed)18κηρυξαιG2784gepredikt, prediken, predikendepreacher(-er), proclaim, publish19αιχμαλωτοιςG164gevangenencaptive20αφεσινG859vergeving, loslating, vrijheiddeliverance, forgiveness, liberty, remission21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22τυφλοιςG5185blinden, blind, blindeblind23αναβλεψινG309gezichtrecovery of sight24αποστειλαιG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)25τεθραυσμενουςG2352verslagenenbruise26ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)27αφεσειG859vergeving, loslating, vrijheiddeliverance, forgiveness, liberty, remission
19Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Om den gevangenenG164 te predikenG2784loslatingG859, en den blindenG5185 het gezichtG309, om de verslagenenG2352 heen te zendenG649 in vrijheidG859; om te predikenG2784 het aangenameG1184jaarG1763 des HeerenG2962.Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En als Hij het boekG975toegedaanG4428enG2532 den dienaarG5257wedergegevenG591 had, zat Hij nederG2523; enG2532 de ogenG3788 van allenG3956inG1722 de synagogeG4864warenG1510 op HemG846geslagenG816.En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.
KJVAnd1he closed2the book,4and he gave it again5to the minister,7and sat down.8And9the eyes15of all them10that werein11the synagogue13were fastened17on him.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2πτυξαςG4428toegedaanclose3τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4βιβλιονG975boek, boeken, boeksbill, book, scroll, writing5αποδουςG591vergelden, betaald, betalendeliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield6τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7υπηρετηG5257dienaars, dienaren, dienaarminister, officer, servant8εκαθισενG2523gezeten, zitten, nedercontinue, set, sit (down), tarry9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10παντωνG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever11ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)12τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13συναγωγηG4864synagoge, synagogen, vergaderingassembly, congregation, synagogue14οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15οφθαλμοιG3788ogen, oog, Ogeneye, sight16ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was17ατενιζοντεςG816ogen, houdende, sterkbehold earnestly (stedfastly), fasten (eyes), look (earnestly, stedfastly, up stedfastly), set eyes18αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
21En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21EnG1161 Hij begonG756totG4314henG846 te zeggenG3004: HedenG4594 is dezeG3778SchriftG1124inG1722 uw orenG3775vervuldG4137.En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
22En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22EnG2532 zij gavenG3140HemG846allenG3956getuigenisG3140, enG2532verwonderdenG2296 zich overG1909 de aangenameG5485woordenG3056, die uitG1537 Zijn mondG4750voortkwamenG1607; enG2532zeidenG3004: IsG1510dezeG3778nietG3756 de ZoonG5207 van JozefG2501?En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
23En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23EnG2532 Hij zeideG2036totG4314 hen: GijG4771 zult zonder twijfelG3843 tot MijG1473ditG3778spreekwoordG3850zeggenG2046: MedicijnmeesterG2395, geneesG2323 Uzelven; al wat wij gehoordG191 hebben, dat in KapernaumG2584geschiedG1096 is, doeG4160 dat ookG2532 hier inG1722 Uw vaderlandG3968.En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
KJVAnd1he saidunto3them,4Ye will6surely5sayunto methisproverb,9Physician,11heal12thyself:13whatsoever14we have heard15done16in17Capernaum,19do20also21here22in23thycountry.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)4αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5παντωςG3843ganselijk, Ganselijk, gansby all means, altogether, at all, needs, no doubt, in (no) wise, surely6ερειτεG2046zeggen, gezegd, gesprokencall, say, speak (of), tell7μοιG1473mij, ikI, me8τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9παραβοληνG3850gelijkenis, gelijkenissen, afbeeldingcomparison, figure, parable, proverb10ταυτηνG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who11ιατρεG2395medicijnmeester, medicijnmeesters, Medicijnmeesterphysician12θεραπευσονG2323genezen, genas, genezendecure, heal, worship13σεαυτονG4572uzelfthee, thine own self, (thou) thy(-self)14οσαG3745zoveel als, allen dieall (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever)15ηκουσαμενG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand16γενομεναG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought17ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)18τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19καπερναουμG2584KapernaumCapernaum20ποιησονG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22ωδεG5602hier, op deze plaatshere, hither, (in) this place, there23ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)24τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc25πατριδιG3968vaderland(own) country26σουG4771u, gij, gijliedenthou
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24EnG1161HijG846zeideG2036: VoorwaarG281 Ik zegG3004uG4771, datG3754 geen profeetG4396aangenaamG1184isG1510inG1722 zijn vaderlandG3968.En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.
1ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3αμηνG281Voorwaar, Amen, voorwaaramen, verily4λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5υμινG4771u, gij, gijliedenthou6οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why7ουδειςG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought8προφητηςG4396profeten, profeet, Profeetprophet9δεκτοςG1184aangenaam, aangename, aangenamenaccepted(-table)10εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was11ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)12τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13πατριδιG3968vaderland(own) country14αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25MaarG1161 Ik zegG3004uG4771 in der waarheidG225: Er warenG1510veleG4183weduwenG5503 in IsraelG2474 in de dagenG2250 van EliasG2243, toen de hemelG3772drieG1909jarenG2094 en zesG1803maandenG3376geslotenG2808 was, zodat er groteG3173hongersnoodG3042werdG1096 over het geheleG3956landG1093.Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
1επG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with2αληθειαςG225waarheid, Waarheid, waretrue, X truly, truth, verity3δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)4λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5υμινG4771u, gij, gijliedenthou6πολλαιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly7χηραιG5503weduwen, weduwe, zekere weduwewidow8ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was9ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)10ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ημεραιςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years12ηλιουG2243Elias, EliaElias13ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)14τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15ισραηλG2474Israels, IsraelIsrael16οτεG3753toen, wanneerafter (that), as soon as, that, when, while17εκλεισθηG2808gesloten, sluit, sluitenshut (up)18οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19ουρανοςG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky20επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with21ετηG2094jaren, jaar, langyear22τριαG5140drie, Driethree23καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet24μηναςG3376maanden, maandmonth25εξG1803zes, Zessix26ωςG5613als, gelijk, hoeabout, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed27εγενετοG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought28λιμοςG3042honger, hongersnood, hongersnodendearth, famine, hunger29μεγαςG3173grote, groot, groten(+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years30επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with31πασανG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever32τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc33γηνG1093aarde, land, Egyptelandcountry, earth(-ly), ground, land, world
26En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26EnG2532totG4314geenG3361 van haarG846 werd EliasG2243gezondenG3992, dan naarG1519SareptaG4558SidonisG4605, totG4314 een vrouwG1135, die weduweG5503 was.En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.
KJVBut1unto2none3of them4was5Elias6sent,saveunto9Sarepta,10a city of Sidon,12unto13a woman14that was a widow.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)3ουδεμιανG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought4αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5επεμφθηG3992gezonden, zenden, zondsend, thrust in6ηλιαςG2243Elias, EliaElias7ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether8μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without9ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with10σαρεπταG4558SareptaSarepta11τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12σιδωνοςG4605Sidon, SidonisSidon13προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)14γυναικαG1135vrouw, vrouwen, Vrouwwife, woman15χηρανG5503weduwen, weduwe, zekere weduwewidow
27En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27EnG2532 er warenG1510veleG4183melaatsenG3015inG1722IsraelG2474, ten tijdeG1909 van den profeetG4396ElisaG1666; enG2532geenG3361 van henG846 werd gereinigdG2511, dan NaamanG3497, de SyrierG4948.En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.
KJVAnd1many2lepers3werein9Israel11in the time5of Eliseus6the prophet;8and12none13of them14was cleansed,15savingNaaman18the Syrian.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly3λεπροιG3015melaatse, melaatsenleper4ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was5επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with6ελισσαιουG1666ElisaElissæus7τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8προφητουG4396profeten, profeet, Profeetprophet9ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)10τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ισραηλG2474Israels, IsraelIsrael12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13ουδειςG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought14αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15εκαθαρισθηG2511gereinigd, reinigen, reinigt(make) clean(-se), purge, purify16ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether17μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without18νεεμανG3497NaamanNaaman19οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20συροςG4948SyrierSyrian
28En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28EnG2532 zij werden allenG3956 in de synagogeG4864metG1722toornG2372vervuldG4130, als zij ditG3778hoordenG191.En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden.
KJVAnd1all they3in5the synagogue,7when they heard8these things,were filled2with wrath,
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2επλησθησανG4130vervuld, vulden, gevuldaccomplish, full (…come), furnish3παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever4θυμουG2372toorn, toorns, toornigheidfierceness, indignation, wrath5ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)6τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7συναγωγηG4864synagoge, synagogen, vergaderingassembly, congregation, synagogue8ακουοντεςG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand9ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
29En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29EnG2532opstaandeG450, wierpenG1544 zij HemG846 uit, buitenG1854 de stadG4172, enG2532leiddenG71HemG846 op den topG3790 des bergsG3735, op denwelken hun stadG4172gebouwdG3618 was, omG1519 Hem van de steilte af te werpen.En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
30Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30MaarG1161HijG846, doorG1223 het middenG3319 van henG846doorgegaanG1330 zijnde, ging wegG4198.Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
KJVBut2he1passing3through4the midst5of them6went his way,
1αυτοςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3διελθωνG1330doorgegaan, doorgaande, doorgereisdcome, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through4διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)5μεσουG3319midden, middernachtamong, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way6αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7επορευετοG4198reisde, reizen, reisden--depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk
31En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En Hij kwam af te KapernaumG2584, een stadG4172 van GalileaG1056, enG2532leerdeG1321henG846 op de sabbatdagenG4521.En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen.
32En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32EnG2532 zij versloegenG1605 zich overG1909 Zijn leerG1322, wantG3754 Zijn woordG3056wasG1510metG1722machtG1849.En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
KJVAnd1they were astonished2at3his6doctrine:5for7his13word12waswith8power.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εξεπλησσοντοG1605verslagen, ontzetten, versloegenamaze, astonish3επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with4τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5διδαχηG1322leer, lering, leringendoctrine, hath been taught6αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why8ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)9εξουσιαG1849macht, machten, gebiedauthority, jurisdiction, liberty, power, right, strength10ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was11οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12λογοςG3056woord, Woord, woordenaccount, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work13αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
33En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme,
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33EnG2532inG1722 de synagogeG4864wasG1510 een mensG444, hebbendeG2192 een geestG4151 eens onreinenG169duivelsG1140; enG2532 hij riepG349 uit met groteG3173stemmeG5456,En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme,
KJVAnd1in2the synagogue4there wasa man,6which had7a spirit8of an unclean10devil,9and11cried out12with a loud14voice,
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)3τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4συναγωγηG4864synagoge, synagogen, vergaderingassembly, congregation, synagogue5ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was6ανθρωποςG444mensen, mens, Menscertain, man7εχωνG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use8πνευμαG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind9δαιμονιουG1140duivelen, duivel, duivelsdevil, god10ακαθαρτουG169onreine, onreinen, onreinfoul, unclean11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12ανεκραξενG349riep, roepende, schreeuwdencry out13φωνηG5456stem, stemmen, stemmenoise, sound, voice14μεγαληG3173grote, groot, groten(+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years
34Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34ZeggendeG3004: Laat af, watG5101 hebben wij met U te doen, Gij JezusG2424NazarenerG3479? Zijt Gij gekomenG2064, om ons te verdervenG622? IkG1473kenG1492 U, wieG5101 Gij zijtG1510, namelijk de HeiligeG40GodsG2316.Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
KJVSaying,1Let us alone;2what3have we to dowith thee,5thou Jesus7of Nazareth?8art thou come9to destroy10us?I know12theewho14thou art;the Holy One17of God.
1λεγωνG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter2εαG1436let alone3τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why4ημινG1473mij, ikI, me5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6σοιG4771u, gij, gijliedenthou7ιησουG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus8ναζαρηνεG3479Nazarenerof Nazareth9ηλθεςG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set10απολεσαιG622verloren, verliezen, verdervendestroy, die, lose, mar, perish11ημαςG1473mij, ikI, me12οιδαG1492weet, zag, ziendebe aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot13σεG4771u, gij, gijliedenthou14τιςG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why15ειG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was16οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17αγιοςG40heiligen, Heiligen, Heilige(most) holy (one, thing), saint18τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19θεουG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)
35En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En JezusG2424bestrafteG2008hemG846, zeggendeG3004: Zwijg stilG5392, en ga van hem uitG1537. En de duivelG1140, hemG846inG1519 het middenG3319geworpenG4496 hebbende, voerG1831vanG575 hem uit, zonder hem ietsG3367 te beschadigenG984.En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.
36En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En er kwam een verbaasdheidG2285overG1909allenG3956; enG2532 zij spraken samenG4814totG4314elkanderG240, zeggendeG3004: WatG5101woordG3056 is ditG3778, dat Hij metG1722machtG1849enG2532krachtG1411 den onreinenG169geestenG4151gebiedtG2004, enG2532 zij varenG1831 uit?En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?
KJVAnd1they were2all4amazed,3and6spake7among8themselves,9saying,10What11a word13is this!14for15with16authority17and18power19he commandeth20the unclean22spirits,23and24they come out.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εγενετοG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought3θαμβοςG2285verbaasdheidX amazed, + astonished, wonder4επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with5πανταςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7συνελαλουνG4814gesproken, samensprekende, sprakcommune (confer, talk) with, speak among8προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)9αλληλουςG240elkander, ander, onderlingeeach other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))10λεγοντεςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter11τιςG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why12οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13λογοςG3056woord, Woord, woordenaccount, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work14ουτοςG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who15οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why16ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)17εξουσιαG1849macht, machten, gebiedauthority, jurisdiction, liberty, power, right, strength18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19δυναμειG1411kracht, krachten, vermogenability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work20επιτασσειG2004gebiedt, gebood, bevalcharge, command, injoin21τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22ακαθαρτοιςG169onreine, onreinen, onreinfoul, unclean23πνευμασινG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind24καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet25εξερχονταιG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad
37En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37EnG2532 het geruchtG2279vanG4012HemG846 ging uit inG1519alleG3956plaatsenG5117 des omliggenden landsG4066.En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.
KJVAnd1the fame3of4him5went out2into6every7place8of the country round about.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εξεπορευετοG1607uitgaan, uitgaat, uitgingcome (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of)3ηχοςG2279geklank, geluid, geruchtfame, sound4περιG4012van, over, aangaande(there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with5αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with7πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever8τοπονG5117plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaatscoast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where9τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10περιχωρουG4066omliggende land, land rondom, omliggenden landscountry (round) about, region (that lieth) round about
38En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En Jezus, opgestaanG450 zijnde uitG1537 de synagogeG4864, ging inG1519 het huisG3614vanG4012SimonG4613; en SimonsG4613vrouws moederG3994wasG1510 met een groteG3173koortsG4446bevangenG4912, en zij badenG2065 Hem voor haar.En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.
1ανασταςG450stond, opgestaan, opstaanarise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)4τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5συναγωγηςG4864synagoge, synagogen, vergaderingassembly, congregation, synagogue6εισηλθενG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)7ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with8τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9οικιανG3614huis, huizen, huizehome, house(-hold)10σιμωνοςG4613Simon, SimonsSimon11ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12πενθεραG3994schoonmoeder, vrouws moedermother in law, wife's mother13δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)14τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15σιμωνοςG4613Simon, SimonsSimon16ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was17συνεχομενηG4912bevangen, gedrongen, benauwenconstrain, hold, keep in, press, lie sick of, stop, be in a strait, straiten, be taken with, throng18πυρετωG4446koorts, koortsenfever19μεγαλωG3173grote, groot, groten(+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years20καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet21ηρωτησανG2065baden, bid, badask, beseech, desire, intreat, pray22αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which23περιG4012van, over, aangaande(there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with24αυτηςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
39En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En staandeG2186 boven haarG846, bestrafteG2008 Hij de koortsG4446, en de koorts verlietG863 haar; en zij van stondeG3916 aan opstaandeG450, diendeG1247 henlieden.En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
40En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40EnG1161 als de zonG2246ondergingG1416, brachtenG71allenG3956, die krankenG770haddenG2192, met verscheidenen ziektenG3554 bevangen, die totG4314 Hem, enG1161 Hij legdeG2007eenG1520iegelijkG1538 van hen de handenG5495 op, en genasG2323 dezelve.En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.
41En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En er voerenG1831ookG2532duivelenG1140 uit van velenG4183, roependeG2896 en zeggendeG3004: GijG4771zijtG1510 de ChristusG5547, de ZoneG5207GodsG2316! En hen bestraffendeG2008, lietG1439HijG846 die nietG3756sprekenG2980, omdatG3754 zij wistenG1492, dat HijG846 de ChristusG5547wasG1510.En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
42En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En als het dagG2250werdG1096, ging Hij uit, en trokG4198naarG1519 een woesteG2048plaatsG5117; en de scharenG3793zochtenG2212HemG846, en kwamenG2064 tot bij HemG846, en hieldenG2722 Hem op, dat Hij vanG575 hen nietG3361 zou weggaanG4198.En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.
KJVAnd2when it was1day,3he departed4and went5into6a desert7place:8and9the people11sought12him,13and14came15unto16him,17and18stayed19him,20that he should not22depart23from24them.
1γενομενηςG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ημεραςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years4εξελθωνG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad5επορευθηG4198reisde, reizen, reisden--depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk6ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with7ερημονG2048woestijn, woeste, woestdesert, desolate, solitary, wilderness8τοπονG5117plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaatscoast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11οχλοιG3793schare, scharen, volkcompany, multitude, number (of people), people, press12εζητουνG2212zoekt, zochten, zoekenbe (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means)13αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15ηλθονG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set16εωςG2193tot, totdateven (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s)17αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19κατειχονG2722behouden, behoudt, houdenhave, hold (fast), keep (in memory), let, X make toward, possess, retain, seize on, stay, take, withhold20αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which21τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without23πορευεσθαιG4198reisde, reizen, reisden--depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk24απG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with25αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
43Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43MaarG1161 Hij zeideG2036totG4314henG846: IkG1473moetG1163ookG2532 anderen stedenG4172 het EvangelieG2097 van het KoninkrijkG932GodsG2316verkondigenG2097; wantG3754 daartoe ben Ik uitgezondenG649.Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.
KJVAnd2he saidunto4them,5Imust13preach11the kingdom15of God17to other9cities10also:7for6therefore19am I sent.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter4προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)5αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9ετεραιςG2087ander, anders, zoekealtered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange10πολεσινG4172stad, stedencity11ευαγγελισασθαιG2097Evangelie, verkondigd, verkondigendeclare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel)12μεG1473mij, ikI, me13δειG1163moet, moest, moetenbehoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should14τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15βασιλειανG932Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijkskingdom, + reign16τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17θεουG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)18οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why19ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with20τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who21απεσταλμαιG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44EnG2532 Hij predikteG2258inG1722 de synagogenG4864 van GalileaG1056.En Hij predikte in de synagogen van Galilea.
KJVAnd1he preached3in4the synagogues6of Galilee.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was3κηρυσσωνG2784gepredikt, prediken, predikendepreacher(-er), proclaim, publish4ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)5ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6συναγωγαιςG4864synagoge, synagogen, vergaderingassembly, congregation, synagogue7τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8γαλιλαιαςG1056Galilea, GalileseGalilee
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 4:1— En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;Mattheüs 4:1→Markus 1:12→Johannes 3:34→1 Koningen 19:4→Lukas 3:3→Lukas 4:18→Handelingen 10:38→Lukas 2:27→
Lukas 4:2— En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.1 Koningen 19:8→Exodus 34:28→Deuteronomium 9:9→Hebreeën 2:18→Hebreeën 4:15→Deuteronomium 9:18→Johannes 4:6→Esther 4:16→
Lukas 4:3— En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.Mattheüs 4:3→Lukas 3:22→
Lukas 4:4— En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.Deuteronomium 8:3→Efeze 6:17→Lukas 4:10→Lukas 4:8→Johannes 10:34→Mattheüs 6:25→Mattheüs 4:4→Mattheüs 6:31→
Lukas 4:5— En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.Markus 4:8→1 Korinthe 15:52→Efeze 6:12→Mattheüs 4:8→Job 20:5→Mattheüs 24:14→2 Korinthe 4:17→1 Korinthe 7:31→
Lukas 4:6— En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;Johannes 12:31→1 Johannes 5:19→Efeze 2:2→Johannes 14:30→Openbaring 13:2→Esther 5:11→Johannes 8:44→Openbaring 12:9→
Lukas 4:7— Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.Jesaja 46:6→Openbaring 22:8→Lukas 17:16→Mattheüs 2:11→Psalmen 72:11→Lukas 8:28→Openbaring 4:10→Openbaring 5:8→
Lukas 4:8— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.Deuteronomium 6:13→Mattheüs 4:10→Deuteronomium 10:20→Lukas 4:4→Mattheüs 16:23→Openbaring 19:10→Jakobus 4:7→Jesaja 2:11→
Lukas 4:9— En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;Mattheüs 4:5→Lukas 4:3→Job 2:6→Mattheüs 8:29→2 Kronieken 3:4→Romeinen 1:4→
Lukas 4:10— Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;Psalmen 91:11→Lukas 4:8→Lukas 4:3→2 Korinthe 11:14→Hebreeën 1:14→
Lukas 4:11— En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.Psalmen 91:12→
Lukas 4:12— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.Deuteronomium 6:16→Psalmen 106:14→Mattheüs 4:7→Psalmen 95:9→Maleachi 3:15→Hebreeën 3:8→1 Korinthe 10:9→
Lukas 4:13— En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.Johannes 14:30→Hebreeën 4:15→Jakobus 4:7→Mattheüs 4:11→
Lukas 4:14— En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.Mattheüs 4:12→Johannes 4:43→Markus 1:28→Mattheüs 9:26→Markus 1:14→Lukas 4:37→Handelingen 10:37→Mattheüs 4:23→
Lukas 4:15— En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.Mattheüs 4:23→Mattheüs 9:8→Markus 1:27→Markus 1:39→Markus 1:45→Mattheüs 9:35→Lukas 4:16→Mattheüs 13:54→
Lukas 4:16— En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.Handelingen 17:2→Lukas 2:39→Lukas 2:51→Mattheüs 2:23→Handelingen 13:14→Lukas 1:26→Lukas 4:21→Mattheüs 13:54→
Lukas 4:17— En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;Jesaja 61:1→Handelingen 13:15→Lukas 20:42→Handelingen 7:42→
Lukas 4:18— De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;Jesaja 61:1→Mattheüs 11:5→Psalmen 146:7→Handelingen 10:38→Lukas 7:22→1 Johannes 2:8→Jesaja 42:16→Jesaja 32:3→
Lukas 4:19— Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.Jesaja 61:2→Jesaja 63:4→Lukas 19:42→2 Korinthe 6:1→Leviticus 25:8→Leviticus 25:50→Numeri 36:4→
Lukas 4:20— En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.Lukas 4:17→Lukas 19:48→Johannes 8:2→Mattheüs 26:55→Lukas 5:3→Mattheüs 13:1→Mattheüs 20:26→Handelingen 16:13→
Lukas 4:21— En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.Johannes 5:39→Mattheüs 13:14→Handelingen 2:29→Johannes 4:25→Handelingen 2:16→Handelingen 3:18→Lukas 10:23→
Lukas 4:22— En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?Johannes 6:42→Psalmen 45:2→Spreuken 10:32→Lukas 21:15→Markus 6:2→Mattheüs 13:54→Spreuken 16:21→Hooglied 5:16→
Lukas 4:23— En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.Markus 6:1→Mattheüs 4:13→2 Korinthe 5:16→Mattheüs 13:54→Johannes 2:3→Mattheüs 11:23→Romeinen 2:21→Johannes 4:28→
Lukas 4:24— En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.Mattheüs 13:57→Johannes 4:44→Markus 6:4→Handelingen 22:3→
Lukas 4:25— Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.1 Koningen 17:1→Jakobus 5:17→1 Koningen 18:1→Jesaja 55:8→Romeinen 9:15→Markus 7:26→Mattheüs 20:15→Lukas 10:21→
Lukas 4:26— En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.1 Koningen 17:9→Mattheüs 11:21→
Lukas 4:27— En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.2 Koningen 5:1→Johannes 17:12→Daniël 4:35→Job 33:13→Job 21:22→Mattheüs 12:4→Job 36:23→1 Koningen 19:19→
Lukas 4:28— En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden.Handelingen 22:21→Lukas 11:53→Handelingen 7:54→2 Kronieken 16:10→Jeremia 37:15→Lukas 6:11→Jeremia 38:6→2 Kronieken 24:20→
Lukas 4:29— En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.Johannes 8:37→Numeri 15:35→Handelingen 7:57→Psalmen 37:32→Johannes 8:59→Handelingen 21:28→Hebreeën 13:12→Handelingen 16:23→
Lukas 4:30— Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.Johannes 10:39→Johannes 8:59→Handelingen 12:18→Johannes 18:6→
Lukas 4:31— En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen.Mattheüs 4:13→Handelingen 17:16→Handelingen 14:6→Lukas 4:23→Handelingen 13:50→Mattheüs 10:23→Handelingen 17:1→Handelingen 20:23→
Lukas 4:32— En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.Lukas 4:36→Mattheüs 7:28→Jeremia 23:28→Markus 1:22→1 Korinthe 14:24→Hebreeën 4:12→Titus 2:15→1 Korinthe 2:4→
Lukas 4:33— En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme,Markus 1:23→
Lukas 4:34— Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.Markus 1:24→Mattheüs 8:29→Jakobus 2:19→Openbaring 3:7→Lukas 4:41→Handelingen 3:14→Lukas 1:35→Hebreeën 2:14→
Lukas 4:35— En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.Lukas 4:41→Mattheüs 8:26→Lukas 4:39→Markus 9:26→Lukas 9:39→Lukas 11:22→Psalmen 50:16→Handelingen 16:17→
Lukas 4:36— En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?Lukas 4:32→Markus 7:37→Markus 1:27→1 Petrus 3:22→Lukas 10:17→Mattheüs 9:33→Mattheüs 12:22→Handelingen 19:12→
Lukas 4:37— En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.Lukas 4:14→Mattheüs 9:26→Jesaja 52:13→Markus 6:14→Mattheüs 4:23→Markus 1:28→Markus 1:45→
Lukas 4:38— En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.Mattheüs 8:14→Markus 1:29→1 Korinthe 9:5→Johannes 11:3→Lukas 7:3→Mattheüs 15:23→Jakobus 5:14→Johannes 11:22→
Lukas 4:39— En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.Lukas 4:35→Lukas 8:24→2 Korinthe 5:14→Lukas 4:41→Lukas 8:2→Psalmen 116:12→
Lukas 4:40— En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.Mattheüs 8:16→Markus 1:32→Markus 5:23→Mattheüs 11:5→Mattheüs 14:13→Markus 6:55→Markus 3:10→Handelingen 19:12→
Lukas 4:41— En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.Markus 1:34→Handelingen 16:17→Markus 3:11→Mattheüs 4:3→Mattheüs 8:29→Lukas 4:34→Johannes 20:31→Jakobus 2:19→
Lukas 4:42— En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.Johannes 4:34→Markus 6:33→Lukas 6:12→Lukas 8:37→Mattheüs 14:13→Johannes 6:24→Lukas 24:29→Markus 1:35→
Lukas 4:43— Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.Markus 1:38→Jesaja 48:16→Johannes 9:4→Johannes 6:38→2 Timotheüs 4:2→Johannes 20:21→Markus 1:14→Jesaja 61:1→
Lukas 4:44— En Hij predikte in de synagogen van Galilea.Mattheüs 4:23→Markus 1:39→Lukas 4:15→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 4 vers 1— En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;
door den Geest geleid in de woestijn;
Grieks in den Geest; namelijk van welken hij tevoren gesproken had.
Hertaald:door den Geest geleid in de woestijn;
Grieks: in de Geest; namelijk de Geest over Wie hij tevoren gesproken had.
Lukas 4 vers 2— En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
veertig dagen verzocht van den duivel;
Doch voornamelijk op het einde, wanneer Hem de Satan op het allerheftigst verzocht heeft, gelijk blijkt uit Matt. 4:2 .
Hertaald:veertig dagen verzocht van den duivel;
Maar vooral aan het einde, toen de satan Hem het allerheftigst verzocht heeft, zoals blijkt uit Matth. 4:2.
at gans niet in die dagen,
Van dit vasten van Christus, mitsgaders van deze verzoekingen, zie de verklaring Mat 4 .
Hertaald:at gans niet in die dagen,
Zie over dit vasten van Christus en over deze verzoekingen de verklaring bij Matth. 4.
Lukas 4 vers 5— En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.
En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg,
Mattheüs verhaalt dit voor de derde verzoeking, Matt. 4:8 , waaruit blijkt dat de Evangelisten zich zozeer niet binden aan de orde als aan de zaak zelve.
Hertaald:En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg,
Mattheüs vertelt dit als de derde verzoeking, Matth. 4:8. Daaruit blijkt dat de evangelisten zich niet zozeer aan de volgorde binden als wel aan de zaak zelf.
ogenblik tijds
Grieks stipje, of puntje des tijds.
Hertaald:ogenblik tijds
Grieks: een stipje of puntje van tijd.
Lukas 4 vers 6— En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
want zij is mij overgegeven,
Hoewel de duivel tegen de waarheid zichzelven dit toeschrijft, als zijnde een leugenaar, Joh. 8:44 , nochtans misbruikt hij dikwijls, door Gods toelating en rechtvaardig oordeel tegen de zonden der mensen, de eer en de rijkdommen der wereld, om de mensen te verleiden, zichzelven gedragende als een overste en god dezer wereld; Joh. 12:31 ; Ef. 6:12 ; 2 Kor. 4:4 .
Hertaald:want zij is mij overgegeven,
Hoewel de duivel dit tegen de waarheid in aan zichzelf toeschrijft, omdat hij een leugenaar is, Joh. 8:44, misbruikt hij toch vaak — door Gods toelating en Zijn rechtvaardig oordeel over de zonden van de mensen — de eer en de rijkdom van de wereld om de mensen te verleiden, terwijl hij zich gedraagt als een overste en god van deze wereld; Joh. 12:31; Ef. 6:12; 2 Kor. 4:4.
Lukas 4 vers 7— Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.
aanbidden, zo zal het alles Uw zijn
Of, voor mij nedervallen; namelijk om mij aan te bidden.
Hertaald:aanbidden, zo zal het alles Uw zijn
Of: voor mij neervallen, namelijk om mij te aanbidden.
Lukas 4 vers 8— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
Ga weg van Mij, satan,
Grieks ga weg achter mij.
Hertaald:Ga weg van Mij, satan,
Grieks: ga weg achter Mij.
Lukas 4 vers 13— En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.
voor een tijd
Want het blijkt dat hij tegen den tijd van zijn lijden Hem wederom heftiglijk aangevallen heeft; Joh. 14:30 .
Hertaald:voor een tijd
Want het blijkt dat hij Hem tegen de tijd van Zijn lijden opnieuw heftig aangevallen heeft; Joh. 14:30.
Lukas 4 vers 14— En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
door de kracht des Geestes,
Grieks in de kracht.
Hertaald:door de kracht des Geestes,
Grieks: in de kracht.
Lukas 4 vers 15— En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.
geprezen
Grieks verheerlijkt.
Hertaald:geprezen
Grieks: verheerlijkt.
Lukas 4 vers 16— En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.
des sabbats in de synagoge;
Grieks der sabbaten.
Hertaald:des sabbats in de synagoge;
Grieks: van de sabbatten.
Lukas 4 vers 17— En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;
gegeven het boek van den profeet Jesája;
Dat is, gelangd, of toegereikt. Zie Hand. 13:15 .
Hertaald:gegeven het boek van den profeet Jesája;
Dat is: aangereikt of overhandigd. Zie Hand. 13:15.
opengedaan had,
Grieks ontvouwd, of ontrold had; gelijk veeltijds de boeken in oude tijden op perkamenten of papieren rollen geschreven werden, Ps. 40:8 ; Hebr. 10:7 ; Openb. 6:14 .
Hertaald:opengedaan had,
Grieks: ontvouwd of ontrold had; want in oude tijden werden de boeken meestal op perkamenten of papieren rollen geschreven, Ps. 40:8; Hebr. 10:7; Openb. 6:14.
de plaats, daar geschreven was;
Hier schijnt Christus twee plaatsen uit Jesaja tezamen gevoegd te hebben; want sommige van deze woorden staan Jes. 61:1 , en sommige Jes. 42:7 .
Hertaald:de plaats, daar geschreven was;
Hier lijkt Christus twee plaatsen uit Jesaja samengevoegd te hebben; want sommige van deze woorden staan in Jes. 61:1 en andere in Jes. 42:7.
Lukas 4 vers 19— Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.
het gezicht,
Grieks het verkrijgen des gezichts.
Hertaald:het gezicht,
Grieks: het verkrijgen van het gezichtsvermogen.
de verslagenen heen te zenden
Of verwondden.
Hertaald:de verslagenen heen te zenden
Of: gewonden.
in vrijheid;
Grieks in loslating.
Hertaald:in vrijheid;
Grieks: in loslating.
het aangename jaar des Heeren
Zo wordt de tijd van de toekomst van den Messias en der predikatie van het Evangelie genaamd, omdat het aangename jubeljaar daarvan een voorbeeld is geweest, op welke alle goederen, die vervreemd waren, tot hun eersten eigenaar kwamen, en alle dienstknechten uit de Israëlieten in vrijheid gesteld werden, Lev. 25:8 , enz.
Hertaald:het aangename jaar des Heeren
Zo wordt de tijd van de komst van de Messias en van de prediking van het Evangelie genoemd, omdat het aangename jubeljaar daarvan een voorafbeelding geweest is. In dat jaar kwamen alle goederen die vervreemd waren weer bij hun eerste eigenaar, en werden alle dienstknechten uit de Israëlieten in vrijheid gesteld, Lev. 25:8, enzovoort.
Lukas 4 vers 20— En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.
den dienaar wedergegeven had,
Namelijk van den overste der synagoge.
Hertaald:den dienaar wedergegeven had,
Namelijk aan de dienaar van de overste van de synagoge.
Lukas 4 vers 21— En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
Heden is deze Schrift in uw oren vervuld
Dat is, gij hoort nu met uwe oren dat heden geschiedt hetgeen in deze profetie tevoren gezegd is.
Hertaald:Heden is deze Schrift in uw oren vervuld
Dat is: u hoort nu met uw eigen oren dat vandaag gebeurt wat in deze profetie tevoren gezegd is.
Lukas 4 vers 22— En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
getuigenis,
Namelijk dat Hij een voortreffelijk leraar was. Zie Marc. 6:2 .
Hertaald:getuigenis,
Namelijk dat Hij een voortreffelijk leraar was. Zie Mark. 6:2.
over de aangename woorden,
Grieks over de woorden der genade, of aangenaamheid. Zie Ps. 45:3 ; Joh. 1:14 .
Hertaald:over de aangename woorden,
Grieks: over de woorden van genade of van aangenaamheid. Zie Ps. 45:3; Joh. 1:14.
Lukas 4 vers 23— En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
dit spreekwoord zeggen
Grieks deze parabel.
Hertaald:dit spreekwoord zeggen
Grieks: deze parabel.
Kapernaüm geschied is,
Waar Christus zijne woonplaats vóór dezen genomen had, en vele wonderen gedaan, Matt. 4:13 , en Matt. 11:23 .
Hertaald:Kapernaüm geschied is,
Waar Christus daarvóór Zijn woonplaats gekozen had en veel wonderen gedaan had, Matth. 4:13 en Matth. 11:23.
Lukas 4 vers 24— En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.
profeet aangenaam is in zijn vaderland
Dat is, leraar van het Woord Gods.
Hertaald:profeet aangenaam is in zijn vaderland
Dat is: een leraar van het Woord van God.
Lukas 4 vers 25— Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
gesloten was,
Dat is, zonder regenen, 1 Kon. 17:1 , 1 Kon. 17:7 .
Hertaald:gesloten was,
Dat is: zonder regen, 1 Kon. 17:1, 1 Kon. 17:7.
Lukas 4 vers 26— En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.
Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was
Dat is, liggende onder het gebied der stad Sidon.
Hertaald:Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was
Dat is: dat onder het gebied van de stad Sidon viel.
Lukas 4 vers 27— En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.
ten tijde van den profeet Elisa;
Of, onder den profeet Eliza.
Hertaald:ten tijde van den profeet Elisa;
Of: onder de profeet Elisa.
Lukas 4 vers 30— Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
doorgegaan zijnde, ging weg
Namelijk hunne ogen door Zijn goddelijke kracht houdende, dat zij Hem niet zagen, of hen wederhoudende, alzo Zijne ure nog niet gekomen was, Joh. 7:30 .
Hertaald:doorgegaan zijnde, ging weg
Namelijk terwijl Hij door Zijn goddelijke kracht hun ogen weerhield zodat zij Hem niet zagen, of terwijl Hij hen tegenhield, aangezien Zijn uur nog niet gekomen was, Joh. 7:30.
Lukas 4 vers 32— En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
met macht
Of, in macht; dat is, van groot aanzien en kracht, Matt. 7:29 .
Hertaald:met macht
Of: in macht; dat is: van groot aanzien en kracht, Matth. 7:29.
Lukas 4 vers 33— En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme,
eens onreinen duivels;
Dat is, die een onreine duivel was.
Hertaald:eens onreinen duivels;
Dat is: die een onreine duivel was.
Lukas 4 vers 34— Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
de Heilige Gods
Dat is, die Zaligmaker, die daartoe van God geheiligd of afgezonderd is, Joh. 10:36 .
Hertaald:de Heilige Gods
Dat is: de Zaligmaker Die daartoe door God geheiligd of afgezonderd is, Joh. 10:36.
Lukas 4 vers 35— En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.
Zwijg stil,
Grieks word gemuilband. Zie de aantekeningen Marc. 1:25 .
Hertaald:Zwijg stil,
Grieks: word gemuilband. Zie de aantekeningen bij Mark. 1:25.
te beschadigen
Of, te kwetsen.
Hertaald:te beschadigen
Of: te kwetsen.
Lukas 4 vers 38— En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.
Simon;
Namelijk Petrus. Zie Matt. 8:14 .
Hertaald:Simon;
Namelijk Petrus. Zie Matth. 8:14.
Lukas 4 vers 39— En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
boven haar,
OF, over haar; namelijk met zijn hoofd over haar buigende, om haar aan te spreken.
Hertaald:boven haar,
Of: over haar; namelijk terwijl Hij Zijn hoofd over haar boog om haar aan te spreken.
Lukas 4 vers 40— En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.
als de zon onderging,
Dat is, als de sabbat over was. Zie Marc. 1:32 .
Hertaald:als de zon onderging,
Dat is: toen de sabbat voorbij was. Zie Mark. 1:32.
Lukas 4 vers 41— En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was
Of, zeggen dat zij wisten dat Hij die Christus was. De reden hiervan zie Marc. 1:25 .
Hertaald:spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was
Of: zeggen dat zij wisten dat Hij de Christus was. Zie de reden hiervan bij Mark. 1:25.
Lukas 4 vers 42— En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.
een woeste plaats;
Dat is, een eenzame plaats, om alleen te zijn.
Hertaald:een woeste plaats;
Dat is: een eenzame plaats, om alleen te zijn.
Lukas 4 vers 43— Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.
het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen;
Grieks het koninkrijk Gods evangeliseren.
Hertaald:het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen;
Grieks: het Koninkrijk van God evangeliseren.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
Heden is deze Schrift in uw oren vervuld — 4:14-30
De verzoeking in de woestijn ligt achter Hem. Nu keert Hij terug naar Galilea en komt Hij in het dorp waar Hij is opgegroeid. Wat volgt is Zijn eerste openbare toespraak, en Hij houdt die niet met eigen woorden maar met die van Jesaja.
Hij leest een profetie die in de eerste persoon geschreven is, sluit het boek, gaat zitten en zegt dat die tekst zojuist is gaan gelden.
Het is sabbat, en Hij doet wat Hij gewoon was: Hij gaat naar de synagoge. Men reikt Hem de rol van Jesaja aan, en Hij staat op om te lezen.
De woorden die Hij leest, staan er in de ik-vorm: “De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd.” Voor iedereen in die ruimte was dat een bekende plaats. De kanttekening merkt op dat Hij twee plaatsen bij Jesaja aan elkaar leest: hoofdstuk 61 en hoofdstuk 42.
Dat woord gezalfd draagt het hele hoofdstuk. Gezalfd worden was in Israël geen eerbetoon maar een aanstelling: profeten, priesters en koningen werden ermee in hun ambt gezet. Wie zegt dat de Geest van de Heere op hem is en dat Híj gezalfd is, zegt dus niet dat hij een vroom mens is. Hij zegt dat hij aangesteld is. En het woord voor gezalfde is in het Hebreeuws Messias en in het Grieks Christus.
Dan valt op waar Hij ophoudt met lezen. Zijn laatste woorden zijn: “om te prediken het aangename jaar des Heeren.” Bij Jesaja loopt de zin daarna door: “en den dag der wraak onzes Gods.” Precies daar sluit Hij het boek. Van beide helften van die zin is er die dag één aan de beurt.
Dat aangename jaar is bovendien een verwijzing die de hoorders konden thuisbrengen. De kanttekening legt uit dat de naam ontleend is aan het jubeljaar: elk vijftigste jaar werd er vrijheid uitgeroepen in het land, kwam bezit terug bij de eerste eigenaar en gingen slaven vrij uit. In Leviticus staat het zo: “en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn.” Hij kondigt dus een jubeljaar aan dat niet over akkers gaat maar over mensen: armen krijgen goed nieuws, gebrokenen worden verbonden, gevangenen horen dat de deur opengaat.
Vervolgens rolt Hij de rol op, geeft die terug en gaat zitten — de houding van iemand die gaat onderwijzen. Aller ogen zijn op Hem gericht. En dan komt de kortste preek van het evangelie: “Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.” De kanttekening vertaalt het onopgesmukt: gij hoort nu met uw oren dat vandaag gebeurt wat in deze profetie tevoren gezegd is.
De eerste reactie is bewondering. De tweede is de vraag die alles bederft: “Is deze niet de Zoon van Jozef?” Zij kennen Hem te goed om Hem te geloven.
Hij antwoordt met twee geschiedenissen uit hun eigen boeken. Er waren veel weduwen in Israël, en Elia werd naar een vrouw in Sarepta gezonden, buiten het land. Er waren veel melaatsen in Israël, en alleen Naäman de Syriër werd gereinigd. De strekking is niet mis te verstaan: God is nooit gebonden geweest aan wie het dichtst bij Hem woonde.
Daarop willen zij Hem van de rots werpen. Zijn eerste preek eindigt in een poging Hem te doden — het slot van Zijn leven staat al aan het begin. Maar het is Zijn uur nog niet, en de laatste zin is opvallend rustig: Hij ging door het midden van hen weg.
Jesaja 61:1 — Een Gezalfde spreekt in de ik-vorm over datzelfde uitroepen.
Lukas 4:18 — Hij leest die woorden hardop voor over Zichzelf.
Lukas 4:19 — En Hij houdt op vóór de dag der wraak; die is nu niet aan de beurt.
Lukas 4:21 — Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
Lukas 4:29 — Zijn eerste preek loopt uit op een poging Hem te doden.
In het Nieuwe Testament: Jesaja 61:1-2; Jesaja 42:7; Leviticus 25:10; 1 Koningen 17:9; 2 Koningen 5:14; Handelingen 10:38
Hoever dit reikt: Dat Hij midden in de zin van Jesaja 61:2 stopt, staat er als zodanig niet bij; het blijkt uit de vergelijking van wat Lukas aanhaalt met wat er bij Jesaja volgt. De gevolgtrekking dat dit met opzet gebeurde, is dus een gevolgtrekking, al ligt zij voor de hand. Dat het aangename jaar naar het jubeljaar verwijst, is de uitleg van de kanttekening bij dit vers; Lukas zelf noemt Leviticus niet.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Lukas 4:1-2.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:8→Mattheüs 4:1→Markus 1:12→Exodus 34:28→Johannes 3:34→1 Koningen 19:4→Lukas 3:3→Lukas 4:18→ — En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste. “En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.”
Vol van de Heilige Geest — en dan geleid in de woestijn om verzocht te worden. Dat zou u niet verwachten.
En toch is het droeviger in een woestijn geleid te worden wanneer u níet met de Geest vervuld bent. En het is droeviger verzocht te worden wanneer de Geest van God niet op u rust.
De verzoeking van onze Heere was er niet een waaraan Hij Zich moedwillig blootstelde; Hij werd door de Geest in de woestijn geleid. De Geest van God mag ons leiden waar wij beproeving te dragen krijgen. Doet Hij dat, dan zijn wij veilig, en wij zullen als overwinnaars uitkomen, zoals onze Meester deed.
Zes weken verzoeking. Wij lezen het verhaal van de verzoeking misschien in zes minuten, maar het duurde bijna zes weken.
Het blijkt niet dat Jezus honger had terwijl Hij vastte; Hij werd in die tijd op wonderbare wijze onderhouden. Na het vasten verwacht men een dieper geestelijk gevoel en meer heilige blijdschap. Maar het meest in het oog springende feit is hier dat Hij naderhand hongerde.
Meen niet dat u het nut van uw godvruchtige oefeningen verloren hebt wanneer u het niet meteen voelt. Misschien is een heilige honger juist het allerbeste wat u na veel gebed overkomen kan. Ik bedoel geen natuurlijke honger, zoals bij onze Heere, maar een gezegend hongeren naar de goddelijke dingen. “Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.”
Lukas 4:3.KruisverwijzingenMattheüs 4:3→Lukas 3:22→ — En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde. “En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.”
Satan trof de hongerende Mens aan en paste zijn verzoeking aan bij Zijn tegenwoordige pijn, bij Zijn bijzondere zwakheid op dat ogenblik.
De duivel vermoedde, en ik meen dat hij wíst, dat Jezus de Zoon van God was. Maar hij begon zijn verzoeking met een indien. Dat siste hij de Zaligmaker in het oor: “Indien Gij Gods Zoon zijt.”
Gelovige, kan men u ertoe brengen aan uw kindschap te twijfelen en te vrezen dat u geen zoon van God bent, dan is satan de slag beginnen te winnen. Zo begint hij het bolwerk van het geloof te bestormen.
Onze Heere wás de Zoon van God, maar Hij leed toen als onze Plaatsvervanger. In die staat was Hij een eenzaam en nederig mens; ik zou Hem bijna een gewoon soldaat in de gelederen willen noemen.
Satan nodigt Hem uit een wonder van een ongepaste soort ten eigen bate te doen. Maar Jezus deed nooit een wonder voor Zichzelf.
Het kan zijn dat de duivel op dit ogenblik sommigen van u beproeft. U bent heel arm, of uw zaak gaat heel scheef, en satan geeft in dat u zichzelf op een ongeoorloofde manier helpen moet. Hij zegt u dat u heel gemakkelijk uit uw moeite kunt komen. U hoeft alleen iets te doen dat weliswaar niet streng genomen goed is, maar dat toch ook weer niet zó verkeerd zou zijn.
Lukas 4:4.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:3→Efeze 6:17→Lukas 4:10→Lukas 4:8→Johannes 10:34→Mattheüs 6:25→Mattheüs 4:4→Mattheüs 6:31→ — En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods. “En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.”
Dat is het zwaard van Christus. Zie hoe snel Hij het uit de schede trok. Wat een scherp tweesnijdend zwaard is dit om tegen satan te gebruiken!
Ook u, gelovige, hebt dit machtige wapen in uw hand; laat niemand het u ontnemen. Geloof in de ingeving van de Schrift.
Juist nu is er een felle aanval op het boek Deuteronomium gaande. Het is heel merkwaardig dat alle teksten die Christus onder de verzoeking gebruikte uit Deuteronomium genomen waren. Het is alsof juist dat de wapenkamer zijn moest waaruit Hij dit ware zwaard koos om de verzoeker mee te overwinnen.
Het is alsof Hij zegt: God kan Mij onderhouden zonder dat Ik de steen in brood verander. God kan Mij door Mijn moeite heen brengen zonder dat Ik iets verkeerds zeg of doe. Ik ben niet van het uiterlijke en zichtbare afhankelijk.
Kunt u zo voelen? Kunt u u de belofte van God toe-eigenen en haar tegen satan aanhalen met de woorden er staat geschreven? Gebruikt u haar zoals Christus deed, dan zult u in de tijd van de verzoeking als overwinnaar uitkomen, evenals Hij.
Lukas 4:5-6.KruisverwijzingenJohannes 12:31→1 Johannes 5:19→Efeze 2:2→Johannes 14:30→Openbaring 13:2→Markus 4:8→1 Korinthe 15:52→Efeze 6:12→ — En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds. En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil; “En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds. En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;”
Nu beproeft hij Hem opnieuw. Er is golf op golf die de Zoon des mensen van Zijn voeten probeert te spoelen.
Twijfelaars hebben gevraagd hoe dat kon gebeuren. Welnu, zij kunnen dat beter vragen aan hem die het deed. Hij weet meer van hen, en zij weten meer van hem, dan ik. Maar híj deed het; daar ben ik zeker van, want hier staat geschreven dat hij Hem al de koninkrijken van de wereld toonde in een ogenblik tijds.
Spreekt hij niet hoogmoedig in de tegenwoordigheid van zijn Heere en Meester? Wat een vermetele hond moet hij geweest zijn om zo te huilen voor het aangezicht van Hem! Eén blik of één woord van Christus had hem kunnen vernietigen, als Hij dat gewild had.
Lukas 4:7-8.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:13→Mattheüs 4:10→Deuteronomium 10:20→Lukas 4:4→Jesaja 46:6→Openbaring 22:8→Lukas 17:16→Mattheüs 2:11→ — Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen. “Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.”
De verzoeking hinderde Hem; zij was Zijn heilige natuur zo vreemd, zij deed Zijn genadige geest zo’n pijn, dat Hij verontwaardigd tot de verzoeker uitriep: ga weg van Mij, satan.
Hier flitste het zwaard opnieuw naar buiten.
Laten wij dan aan niemand anders dan aan God eerbied of aanbidding bewijzen. Het geweten en het gemoed zijn voor God alleen gemaakt; laten wij ons voor Hem neerbuigen. Maar werd ons de hele wereld aangeboden voor één ogenblik afgoderij, laten wij dan niet in de strik van de verzoeker vallen.
Lukas 4:9-11.KruisverwijzingenPsalmen 91:11→Mattheüs 4:5→Lukas 4:3→Job 2:6→Mattheüs 8:29→2 Kronieken 3:4→Romeinen 1:4→Lukas 4:8→ — En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot. “En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.”
Satan brengt Christus nu op heilige grond. Verzoekingen zijn daar gewoonlijk het hevigst. En dan nog wel op de tinne van de tempel: het allerhoogste punt, hoog boven de aarde verheven.
Nu probeert satan de Schrift aan te halen, zoals hij dat kan wanneer het zijn doel dient. Maar hij haalt haar nooit juist aan.
U, jonge broeders die uitgaat om te prediken, past op dat u de duivel niet nadoet. Haal geen deel van een tekst aan, en geef de Schrift niet onjuist weer. Híj deed het echter met opzet, niet bij ongeluk en niet uit vergeetachtigheid; hij liet juist de nodige woorden weg.
Er staat geschreven: “Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.” Satan liet die laatste woorden weg. Het was immers niet de weg van een kind van God om zich van een tinne van de tempel hals over kop in de afgrond te storten.
Lukas 4:12-14.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:16→Johannes 14:30→Mattheüs 4:12→Hebreeën 4:15→Psalmen 106:14→Mattheüs 4:7→Psalmen 95:9→Maleachi 3:15→ — En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken. En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd. En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. “En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken. En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd. En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.”
Doe niets uit vermetelheid. Doe niets wat de HEERE ertoe zou brengen anders te handelen dan naar Zijn vaste wetten, die altijd goed en recht zijn.
Hij had door de verzoeking niets verloren; de kracht van de Geest was nog altijd op Hem.
Let echter op dat woord: voor een tijd. Hebben wij vanavond rust en vrede en worden wij niet verzocht, laten wij ons dan niet veilig wanen. De duivel zal bij een goede gelegenheid terugkomen.
Hij komt ons aanvallen wanneer wij alleen zijn, bedroefd en eenzaam. Hij vindt zelfs gelegenheid wanneer wij in gezelschap zijn, en vooral in gemengd gezelschap; wij worden dan gemakkelijk overbluft en op een dwaalspoor gebracht.
Dikwijls vindt hij een gelegenheid tegen de kinderen van God wanneer wij ziek en zwak zijn. Hij weet dat wij ons niets van hem zouden aantrekken wanneer wij in goede gezondheid verkeren. Maar liggen wij door ziekte en pijn in de put, dan begint hij ons tot wanhoop te verzoeken.
Hetzelfde doet hij wanneer wij arm zijn. Heeft iemand een groot verlies in zijn zaak geleden, dan komt satan naar beneden en fluistert: is dit de manier waarop God met Zijn kinderen omgaat? Het volk van God is er niet beter aan toe dan andere mensen.
En gaat het ons in de wereld juist vóór de wind, dan keert hij het om en zegt hij: vreest Job God om niet? Hij gaat vooruit door zijn godsdienst. U kunt de duivel niet behagen, en u hoeft dat ook niet te willen; hij kan van alles een verzoeking voor u maken.
Ik ga nu iets zeggen dat u verbazen zal. Een andere tijd van grote verzoeking is die waarin wij geestelijk zijn. U weet hoe gemakkelijk het is op de berg van de verheerlijking te zijn en dan aan de voet satan te ontmoeten. Zo verging het onze Heere toen Hij van die berg afkwam.
Hebt u een zware last te dragen, dan zal hij u verzoeken. En wordt die last afgenomen, dan zal hij u erger verzoeken dan ooit.
Wat de verzoeking ook zij, dit heb ik te zeggen: waak. Waak en bid eerst dat wij niet in verzoeking komen. En ga daarna, door de strijd en de overwinning van uw Meester, dapper de strijd in, en verwacht door het geloof in Hem te overwinnen zoals ook Hij overwon.
Lukas 4:14-15.KruisverwijzingenMattheüs 4:12→Mattheüs 9:8→Johannes 4:43→Markus 1:28→Mattheüs 9:26→Markus 1:14→Lukas 4:37→Handelingen 10:37→ — En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen. “En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.”
Hij werd geliefd bij het volk; de mensen kwamen naar Hem toe en hoorden Hem graag. Wie verborgen verzoeking en persoonlijke strijd gekend heeft, is toebereid om openlijke voorspoed te dragen zonder erdoor opgeblazen te worden.
Hebt u voet bij stuk gestaan tegenover satan? Dan zult u weinig geven om de toejuiching of de aanvallen van uw medemensen.
Er ging een wonderlijke kracht van Zijn onderwijs uit: “Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.” Misschien verstonden Zijn hoorders niet wat die kracht was, maar zij verheerlijkten de nieuwe Leraar Die in hun midden gekomen was.
Ach, lieve broeders, had onze Heere Jezus de kracht van de Geest nodig, hoeveel te meer dan u en ik! Wij hebben geen kracht van onszelf, maar Híj was de Zoon van God. Hij was een goddelijk Leraar, en toch ging Hij tot Zijn werk in de kracht van de Geest. Wacht, broeder, tot u die kracht hebt; het heeft geen zin dat u zonder haar uitgaat.
Lukas 4:16-17.KruisverwijzingenJesaja 61:1→Handelingen 17:2→Lukas 2:39→Lukas 2:51→Mattheüs 2:23→Handelingen 13:14→Lukas 1:26→Lukas 4:21→ — En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was; “En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;”
Het is altijd moeilijk voor een jongeman om in zijn eigen geboortestad te gaan preken. Een profeet is niet zonder eer dan in zijn vaderland, en toch kwam Jezus te Nazareth, waar Hij opgevoed was.
Het was de gewoonte in de synagoge delen van de heilige Schrift te lezen, en er dan bij wijze van uitlegging enkele woorden over te zeggen. En dat deed de Zaligmaker.
Toen Hij het boek opengedaan had — dat wil zeggen: de rol met de profetie van Jesaja uitgerold had — vond Hij de plaats. U vindt haar in het eenenzestigste hoofdstuk van Jesaja.
Lukas 4:18-21.KruisverwijzingenJesaja 61:1→Mattheüs 11:5→Psalmen 146:7→Handelingen 10:38→Lukas 7:22→1 Johannes 2:8→Jesaja 42:16→Jesaja 32:3→ — De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. “De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.”
Aller ogen waren op Hem gevestigd. Helaas, hun harten niet. Zij hadden Christus de profetie horen lezen die op Hemzelf zag, maar zij hadden haar boodschap niet aangenomen.
Lukas 4:22.KruisverwijzingenJohannes 6:42→Psalmen 45:2→Spreuken 10:32→Lukas 21:15→Markus 6:2→Mattheüs 13:54→Spreuken 16:21→Hooglied 5:16→ — En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef? “En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?”
Zij bewonderden Zijn manier van spreken. Maar toen Hij aan die leer kwam die de mens vernedert en God verheerlijkt, werd het anders.
Lukas 4:23-26.KruisverwijzingenMattheüs 13:57→Johannes 4:44→1 Koningen 17:1→Jakobus 5:17→1 Koningen 17:9→Markus 6:1→Mattheüs 4:13→Markus 6:4→ — En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland. En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland. Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land. En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was. “En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland. En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland. Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land. En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.”
De jongeman die de plaats een tijd verlaten had en die tijdens zijn afwezigheid grote vermaardheid als leraar en wonderdoener verworven had, was thuisgekomen. Er was natuurlijk veel nieuwsgierigheid om hem te horen.
Zij veronderstelden dat Hij van de stad waarin Hij opgevoed was de voornaamste plaats van Zijn zegeningen maken zou. Zij waren immers Zijn stadgenoten, dus zij hadden zeker enige aanspraak op Hem.
Maar onze Heere wist heel goed dat zij, als zij Zijn onderwijs werkelijk verstonden, er niet mee ingenomen zouden zijn. Hij wist dat de zegeningen die Hij kwam brengen niet waren wat zij begeerden. Daarom handelde Hij meteen eerlijk met hen. Hij zei dat Elia niet naar een weduwe in Israel gezonden werd maar naar Sarepta, en dat Elisa de melaatsen in zijn eigen land niet genas maar Nááman de Syriër.
Lukas 4:27.Kruisverwijzingen2 Koningen 5:1→Johannes 17:12→Daniël 4:35→Job 33:13→Job 21:22→Mattheüs 12:4→Job 36:23→1 Koningen 19:19→ — En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier. “En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.”
Ook hij was een heiden uit een ver land. Hem werd genezing gegeven, maar geen van de melaatsen van Israel.
God zal met Zijn eigen barmhartigheid en genade doen wat Hem behaagt. De vraag die Hij stelt is deze: is het mij niet geoorloofd te doen met het mijne wat ik wil?
Deze leer van de goddelijke soevereiniteit was niet naar de smaak van deze mensen; zij vonden haar niet goed. En ik vrees dat sommigen van u haar ook niet goed vinden. Zij werden heel toornig, zij begonnen met hun tanden te knarsen en te zeggen: deze jongeman moet tot zwijgen gebracht worden; wij zullen zulke leer niet van hem aanhoren.
Lukas 4:28-30.KruisverwijzingenJohannes 10:39→Johannes 8:37→Numeri 15:35→Handelingen 7:57→Psalmen 37:32→Johannes 8:59→Handelingen 21:28→Hebreeën 13:12→ — En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden. En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg. “En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden. En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.”
Tegen het eerste deel van Zijn onderwijs hadden zij geen bezwaar. Maar nu Hij de soevereiniteit van God verhoogt en de zondaar neerlegt, spreekt Hij hun te duidelijk: zij werden met toorn vervuld.
Zij konden Hem toen niet doden. Zijn werk was niet gedaan, en Hij was onsterfelijk totdat het ten volle volbracht was.
Lukas 4:31-32.KruisverwijzingenMattheüs 4:13→Lukas 4:36→Mattheüs 7:28→Handelingen 17:16→Handelingen 14:6→Lukas 4:23→Handelingen 13:50→Mattheüs 10:23→ — En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen. En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht. “En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen. En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.”
God geve dat Zijn Woord vanavond met kracht mag zijn! Amen.
Lukas 4:33-34.KruisverwijzingenMarkus 1:24→Mattheüs 8:29→Jakobus 2:19→Markus 1:23→Openbaring 3:7→Lukas 4:41→Handelingen 3:14→Lukas 1:35→ — En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods. “En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.”
Er zijn tegenwoordig veel mensen die deze boze geest in zich hebben en die ook zeggen: laat ons met rust. Zij willen hun geweten niet verontrust hebben. Zij slapen liever door tot zij wakker worden in een andere wereld, waar hun ontwaken te laat zal zijn om hun nog tot bekering te dienen.
En dan die andere woorden: “Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.” Dat is een oude streek van de duivel: de voortreffelijkheid van de prediker erkennen om de persoonlijke toepassing van de preek te ontlopen.
Er zijn veel mensen die heel tevreden zijn wanneer zij over het Woord dat zij gehoord hebben gezegd hebben: ja, het was allemaal waar, en het was heel goed gezegd. Maar dat is niet het doel van een waar dienaar van het evangelie: eenvoudig uw goedkeurende lof te winnen. Hij wil de duivel uit u uitgeworpen zien. En hij wil uw hart zo geroerd zien dat u de godsdienst niet langer met rust laat maar tot Christus vlucht om u zalig te maken.
Lukas 4:35-36.KruisverwijzingenLukas 4:41→Lukas 4:32→Mattheüs 8:26→Lukas 4:39→Markus 9:26→Lukas 9:39→Lukas 11:22→Psalmen 50:16→ — En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit? “En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?”
Ach, lieve vrienden! Zie eens wat het evangelie doen kan. Het brengt de dief terug, het maakt de hoer kuis, het heft de allerlaagste mensen uit de diepste vernedering op. Dan mogen wij wel zeggen: wat een woord is dit!
De kracht van het evangelie ligt niet in de prediker, maar in de waarheid die hij verkondigt. Wat een woord is dit, dat niet alleen aan de deur van het menselijk hart klopt, maar dat aan zijn gordel de sleutel draagt waarmee het die deur openen kan!
Het nodigt de zondaar niet alleen uit de Zaligmaker te vertrouwen, maar er gaat een kracht mee die het hart liefelijk vrijt totdat de onwillige gewillig wordt. En dan geven zij die God en Zijn grote zaligheid tot nu toe veracht hebben zich blijmoedig aan Hem over.
Christus komt niet alleen tot wie Hem zoeken. In de luister van Zijn genade wordt Hij dikwijls gevonden van hen die Hem niet zochten. Ja, wie riepen laat ons met rust worden juist niet met rust gelaten, want de genade brengt hen onder haar gezegende heerschappij.
Lukas 4:38-39.KruisverwijzingenMattheüs 8:14→Markus 1:29→Lukas 4:35→1 Korinthe 9:5→Lukas 8:24→Johannes 11:3→Lukas 7:3→Mattheüs 15:23→ — En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden. “En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.”
Hier is een beeld van een andere vorm van de ziekte van de zonde. Deze keer is het een hete en brandende koorts.
Er zijn veel mensen die de koorts van de hoogmoed hebben, of de koorts van de eerzucht, en sommigen die de koorts van de onstuimige begeerte hebben.
En toch hebben wij van zo’n genezing als deze nooit gelezen in het leven van de geneesheren van vroeger of van nu. Zij hebben opmerkelijke genezingen tot stand gebracht door de patiënt lang met allerlei middelen te behandelen. Maar Christus stond eenvoudig over de schoonmoeder van Petrus heen en bestrafte de koorts, en meteen week zij.
Lukas 4:40.KruisverwijzingenMattheüs 8:16→Markus 1:32→Markus 5:23→Mattheüs 11:5→Mattheüs 14:13→Markus 6:55→Markus 3:10→Handelingen 19:12→ — En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve. “En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.”
Ach, bij sommigen van u gaat de zon onder! Die grijze haren zijn als de strepen licht aan de kim wanneer de zon daalt. Maar God zij geloofd: Hij Die de geestelijk zieken in de vroege morgen geneest, door kinderen tot Zich te brengen, houdt niet op met werken voordat de zon ondergegaan is.
Och, dat Hij dat nu doen wilde! Nog altijd is Hij machtig om zalig te maken. Och, dat Hij nu Zijn oude kracht wilde tonen en Zijn genezende handen op ieder van u wilde leggen! Wat een roem zou Hij daarmee krijgen! Wat een blijdschap zou er zijn als u allen nu tot God bekeerd werd! En waarom zou het niet gebeuren? Christus is machtig dit te doen; laten wij het dan van Hem vragen in een ernstig, gelovig gebed.
Lukas 4:41.KruisverwijzingenMarkus 1:34→Handelingen 16:17→Markus 3:11→Mattheüs 4:3→Mattheüs 8:29→Lukas 4:34→Johannes 20:31→Jakobus 2:19→ — En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was. “En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.”
Misschien meenden zij dat hun getuigenis Zijn goede naam zou zwartmaken.
Wij zijn in zekere zin blij wanneer slechte mensen op ons aanmerkingen maken, want dat is werkelijk de beste aanbeveling die zij ons geven kunnen. Maar beginnen zij ons te prijzen, dan gaan wij vermoeden dat er iets mis is.
Wij denken dan aan hoe Christus handelde toen de duivelen tot Hem zeiden dat Hij de Christus, de Zoon van God, was. En wij zouden ook graag willen dat zulke lippen zwegen. Wat een gemeen ding is de zonde, dat zij zelfs goede woorden kwaad maakt wanneer zij uit zondige lippen komen!
III. Vs. 1-13.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:3→1 Koningen 19:8→Deuteronomium 6:13→Mattheüs 4:1→Markus 1:12→Exodus 34:28→Johannes 12:31→Mattheüs 4:10→ — En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste. En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde. En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods. En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds. En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil; Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen. En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; In onmiddellijke aansluiting aan de geschiedenis van Jezus’ doop in de eerste afdeling van dit gedeelte van de evangelische geschiedenis volgt nu op het tussen ingevoegde geslachtregister in de 2e afdeling en zich ook aan deze aan de inwendige samenhang nauw aansluitend, in de 3e afdeling de geschiedenis van de verzoeking door de duivel. Lukas zet als een schilder de drie verzoekingen als tableaus naast elkaar, terwijl hij ze met een eenvoudig “en” verbindt en laat op de eerste dadelijk de derde volgen, zodat de tweede eerst het laatst wordt genoemd. Door deze rangschikking treedt eerst het lichamelijke, vervolgens het burgerlijke en ten slotte het godsdienstige leven op de voorgrond. Mattheüs deed daarentegen als een geschiedschrijver en hield zich nauwkeurig aan de tijdsorde, die ook in de drie hoofdpunten van de geschiedkundige ontwikkeling van de zonde in het menselijk geslacht volgens het getal 666 in Openbaring 13: 18 voorkomt.
KruisverwijzingenMattheüs 4:1→Markus 1:12→Johannes 3:34→1 Koningen 19:4→Lukas 3:3→Lukas 4:18→Handelingen 10:38→Lukas 2:27→— En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;
En Jezus, vol van de Heilige Geest, dus niet uit eigen aandrang (menselijke begeerte zou Hem nooit hebben gedreven, dadelijk met leren te beginnen), keerde weer van de Jordaan, waar Hij bij Johannes was geweest (Hoofdstuk 3: 21) en werd door de Geest geleid in de woestijn Quarantania.
Kruisverwijzingen1 Koningen 19:8→Exodus 34:28→Deuteronomium 9:9→Hebreeën 2:18→Hebreeën 4:15→Deuteronomium 9:18→Johannes 4:6→Esther 4:16→— En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
En werd daar veertig dagen verzocht door de duivel a) en at helemaal niet in die dagen en toen deze geëindigd waren, had Hij honger, terwijl Hij in die dagen zelf de pijniging van de honger niet had gevoeld.
Ex. 34: 28. 1 Kon. 19: 8.
De Heere moest niet heengaan in het blij gevoel de Zoon van God, de met de Heilige Geest zonder mate vervulde te zijn, die over de jammer, die de zonde op aarde bereid heeft, kon heenstappen en slechts van boven reddende levensstromen in de zielen had neer te zenden. Hij is in de doop tot Middelaar en Hogepriester van de mensen gewijd, heeft Zich geplaatst onder de last die Hij als het Lam van God moet dragen en moet nu dat werk in Zich verwerken en het Zich eigen maken.
Vrijwillig had Hij Zich aangeboden om alle gerechtigheid te vervullen en de Vader had er Zijn heilig zegel op gedrukt. Maar wat een oneindige onderneming was het dit inderdaad en in waarheid onder de zondige mensen te volbrengen! Tot die aanvang kon Hij onmogelijk komen zonder vooraf nog eens in de stilte voor Zijn Vader tot Zichzelf te komen, het hele gewicht van het werk te overwegen, de strijd vooraf in de Geest door te strijden. Hij wijst ons aan hoe weinig zelfs de volheid van de Geest recht geeft om zich onvoorbereid aan een groot werk te begeven en zich op de ingevingen van het ogenblik te verlaten.
Volgens Lukas en Markus was Jezus gedurende al die tijd onophoudelijk door aanvallen gekweld. Zijn inwendige werkzaamheid, als Hij over het werk, dat Hem te doen stond voor Israël en de gehele wereld, nadacht (in het eerste opzicht vooral op grond van Deuteronomium, waaruit Hij ook in vs. 4, 8 en 12 Zijn wapens tegen de verzoeker ontleende) werd door vreemde influisteringen, die tegenovergesteld waren aan de heilige gedachten, waarmee Hij vervuld was, tegengestaan. Bij Mattheüs is deze duistere werkzaamheid van de vijand, waardoor de laatste verschijning werd voorbereid, niet vermeld.
Het wordt de duivel toegestaan te verzoeken, door allerlei proefnemingen de toegangen op te sporen tot de vaste burcht van de Mensenzoon, zijn ladders aan te leggen en te zien of de burcht ergens zwak verdedigd is en met storm kan worden genomen, of door list overrompeld.
KruisverwijzingenMattheüs 4:3→Lukas 3:22→— En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
En de duivel, die dit tijdpunt, waarop het uitgeputte lichaam zich geheel machteloos voelde, had afgewacht om een beslissende aanval te doen, zei tot Hem: Als Gij Gods Zoon zijt, waartoe Gij toch bij Uw doop uitdrukkelijk bent verklaard (Hoofdstuk 3: 22), zeg tot deze steen, die ik U hier toon, dat hij brood wordt.
KruisverwijzingenDeuteronomium 8:3→Efeze 6:17→Lukas 4:10→Lukas 4:8→Johannes 10:34→Mattheüs 6:25→Mattheüs 4:4→Mattheüs 6:31→— En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
En Jezus antwoordde hem: Er is (Deut. 8: 3) geschreven dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij elk woord van God (de weglating van de woorden dat de mond van God uitgaat moet aan de woorden in Christus mond de pregnanten vorm geven van een vast besloten wil).
Evenals bij de eerste verleiding op aarde de duivel bij Eva het woord van God uitlokte, zo grijpt hij hier het woord van de Vader aan: “Gij zijt Mijn geliefde Zoon” en tornt daaraan. De verzoeking is zeer listig. Hij wil de Heiland niet bewegen tot twijfel aan het woord van God, maar Hem integendeel dringen tot een bewijs dat Hij Zich aan dat woord vasthoudt Welk kwaad zou er ook geweest zijn in datgene waartoe de duivel Hem aanzette, zo schijnt het. Waarom had de Heere Zijn wondermacht, die Hij later voor anderen gebruikte, niet voor Zichzelf mogen aanwenden? De zedenwet gebiedt niet de naaste meer te beminnen dan zichzelf. Maar als Jezus aan deze influistering gehoor had gegeven, had Hij toch de hoofdreden van Zijn aardse leven opgeheven, waaraan Hij Zich uit liefde had onderworpen. Hij zou Zijn staat als Mensenzoon hebben verloochend om Zijn staat als Gods Zoon vóór de tijd te openbaren en had de daad van Zijn menswording enigermate teruggenomen. Nu verklaart de Heere dat Hem nooit in Zijn aardsen loopbaan enige fysische noodzakelijkheid er toebrengen zou op grond van Zijn waardigheid als Zoon de ootmoedige vorm te verloochenen die Hij bij Zijn menswording had aangenomen. Hoewel Hij de Zoon is wil Hij toch gehoorzaam blijven zelfs tot in de zwakheid van de dood.
Bij de eerste mens was geen behoefte en bovendien bestond de terughouding van een uitdrukkelijk verbod van God. Hier is echter een behoefte aanwezig en er staat geen verbod in de weg; zo schijnt de behoefte tevens het volle recht te geven tot bevrediging. Juist op dat punt plaatst het woord van de verzoeker – en zeker sloot het Zoonschap van God, dat voor Jezus bij de doop plechtig was uitgesproken en waarvan het bewustzijn Hem nu ook doordringt, de mogelijkheid van dit wonder in, ja, hoe meer Hij Zich Gods Zoon mocht weten, des te groter scheen ook het recht te zijn om de behoefte van Zijn honger te bevredigen. Maar Jezus weet ook dat Zijn toestand van verzoeking voor Hem Zo weinig ten einde is, dat het integendeel op dit ogenblik eigenlijk aankomt op het goedmaken van de eerste misstap van de mensen, van het verboden genot. Alleen daardoor kan Adams genieten van de verboden vrucht, als ook het morren van Israël over het hemelse manna weer worden goed gemaakt, dat Hij tegenover die vroegere dwaling Zich geheel en al weer in het woord van Gods mond terugplaatst en van deze levendmakende adem, waaraan de mens zijn bestaan te danken heeft, ook de voortduring van zijn bestaan in de wereld verwacht.
Op de bruiloft te Kana doet later de Heere, zonder dat enige smart van het lijden om hulp riep, maar Hij vreugde uit de rijkdom van heilige liefde wilde verspreiden, werkelijk hetzelfde dat Hij hier weigerde en beloofde door zo’n teken: ja, Ik zal de woestijn veranderen in een bloeiend veld, maar op zijn tijd; en de weg daartoe is afzien van zelfzucht en van eigen welzijn, ontlediging van Mijzelf en verloochening tot in de dood.
Arm zijn, hongeren, misschien in de eigenlijke zin van het woord, of op andere wijze in allerlei moeilijke omstandigheden te moeten leven, misschien in een moeilijk beroep, waarin loon en erkenning in geen verhouding staan tot moeite en zelfverloochening die het mee brengt, of in een ongelukkig huwelijk, of in steeds nutteloze strijd te moeten leven, in ellende het leven te moeten voortslepen en zijn krachten tevergeefs te moeten verspillen – dat is geen aangenaam lot. Dat heeft al bij velen de verzoeker aangegrepen en gesproken: moet dat in een eeuwigheid zo voortgaan? Wilt u uithouden wat niet uit te houden is en u met de hemelse Vader troosten? Draag het niet langer, u hebt het lang genoeg gedragen; werp het af; op deze en die manier kunt u zichzelf toch helpen. Het kost u maar één besluit, neem het; maar één woord spreek het; maar één stap doe die – en uw ellende is opeens ten einde; van vertrouwen op God en van geloof kan onder zodanige omstandigheden toch geen mens leven. ” Velen hebben weerstaan, maar velen ook niet, velen hebben gedaan wat zij nooit zullen kunnen rechtvaardigen voor God; zij hebben het verbond met God gebroken en aan de raad van de duivel gehoor gegeven, of hebben door ontevredenheid, bitterheid, klein geloof en weerspannigheid zich van de zegen van het kruis beroofd.
KruisverwijzingenMarkus 4:8→1 Korinthe 15:52→Efeze 6:12→Mattheüs 4:8→Job 20:5→Mattheüs 24:14→2 Korinthe 4:17→1 Korinthe 7:31→— En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.
En toen de duivel Hem geleid had op een hoge berg toonde hij hem al de koninkrijken van de wereld in een ogenblik (1 Kor. 15: 2).
KruisverwijzingenJohannes 12:31→1 Johannes 5:19→Efeze 2:2→Johannes 14:30→Openbaring 13:2→Esther 5:11→Johannes 8:44→Openbaring 12:9→— En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
En de duivel zei tot Hem: Ik zal u al deze macht, de macht over alle rijken van de wereld en de heerlijkheid van die koninkrijken, de opperheerschappij over die alle geven; want zij, de heerlijkheid van de koningen die nu in dezerijken heersen, is mij overgegeven en ik geef ze aan wie ik ook wil (2 Kor. 4: 4. Openbaring 13: 2).
KruisverwijzingenJesaja 46:6→Openbaring 22:8→Lukas 17:16→Mattheüs 2:11→Psalmen 72:11→Lukas 8:28→Openbaring 4:10→Openbaring 5:8→— Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.
Als Gij dan mij huldigt en voor mij zal neervallen en mij aanbidden, dan zal alles het Uwe zijn.
KruisverwijzingenDeuteronomium 6:13→Mattheüs 4:10→Deuteronomium 10:20→Lukas 4:4→Mattheüs 16:23→Openbaring 19:10→Jakobus 4:7→Jesaja 2:11→— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
En Jezus antwoordde: Ga weg van Mij, Satan! Want er is in Deut. 6: 13 geschreven: a) Gij zult de Heere, uw God aanbidden en Hem alleen dienen.
Deut. 10: 20. 1 Sam. 7: 3.
De belofte die de verzoeker de Heere hier doet is evenals de voorwaarde die hij Hem stelt, vaak te grof verklaard, dan dat een zodanige van zo’n slimme geest zou hebben kunnen uitgaan. Maar als mens behoorde Jezus tot het gebied dat aan de satan was overgegeven en kon Hij, zoals het scheen, de opvolging in de wereldheerschappij, waartoe Hij geroepen was, slechts aanvaarden wanneer de satan zelf Hem zijn rijk toedeelde, anders werd het een strijd op dood en leven, waarbij de Heere niets dan smaad en vervolging, armoede en ellende, nood en schade, ja voor Zichzelf zowel als voor Zijn gemeente uitwendige vernietiging en ondergang te wachten had. Tegen die te strijden, die de wereld sinds vier eeuwen in bezit had en over alle helse en menselijke machten gebied voerde, om die ook in bezit te houden, de wereld te veroveren, alleen door het middel van geestelijke inwerking op de zielen, wanneer eerst de een na de ander op de zo langzame weg van inwendige heiligmaking moet worden gewoonten en dan weer de aan elkaar voeging van de gewonnen zielen tot een gemeente, dat een arbeid is van grote moeite en die gedurende duizenden jaren slechts gaandeweg en sober voortgang maakt – dat was toch een veel moeilijkere strijd, dan wanneer een koning met tienduizend een andere met twintigduizend zal tegemoet gaan (Hoofdstuk 14: 31) en zeker een opdracht van die aard als de Griekse sage aan Sisyphus in de onderwereld toeschreef. In werkelijkheid zal dan ook de Heiland, die tegenover de verzoeker van alle uitwendige politieke middelen is beroofd en de in Joh. 18: 36 en Luk. 24: 26 uitgesproken grondstellingen tot oprichting van Zijn rijk heeft verkoren, volgens de aanwijzingen van de Schrift een drieduizend tal van jaren nodig hebben voordat Hij het doel bereikt, dat in 1 Kor. 15: 25 vv. is genoemd. En tot Zijn moeilijke arbeid, waaraan Hij Zich heeft onderworpen, behoort niet alleen wat Hij in de dagen van Zijn vleeswording persoonlijk gedaan en geleden heeft, maar ook wat Hij van de geschiedenis van de apostelen tot het einde van de in de Openbaring medegedeelde toekomst van de hemel moet volbrengen en in de leden van Zijn lichaam, de kerk, moet ondergaan. Hoewel minder omwille van Hem, alhoewel het kruislijden voor ons verstand veel te diep is dan dat wij het in zijn hele zwaarte enigszins zouden kunnen begrijpen, dan toch zeker omwille van de Zijnen had het zeker voor de Heere een verzoeking kunnen zijn. Denk slechts aan het martelaarslijden in de tijd van de apostelen en dan aan de tijd van de anti-christ, als wij nog afzien van de tijden die daar tussen liggen, wat wij hebben vernomen en wat wij uit duistere voorstellingen kunnen opmaken. Zeker aanlokkelijk was het de aanbiedingen van de vrede van de vorst van deze wereld aan te nemen en tot een vergelijk met hem over te gaan onder beding de wereld, wanneer Hij die eens in bezit had, met geestelijke zegen in hemelse goederen te zegenen. Was eenmaal door Zijn zelfontlediging de mogelijkheid van de verzoeking op menselijke wijze ontstaan, dan moest Hij ook voor een verzoeking (maar niet die van binnen ontstond, maar van buiten werd aangebracht) toegankelijk zijn, zoals die ons allen overkomt, om met de wereld en haar vorst te onderhandelen, om ons zelf en anderen zware strijd en zoveel schijnbaar vruchteloze arbeid te besparen. “Alles in de wereld verzwaarde ontzaglijk de vervulling van Christus’ roeping en was wel geschikt om ieder zintuig, dat niet geheel helder was, te verblinden: moet ik niet, zoals het nu eenmaal in de wereld is, wanneer ik het doel wil bereiken, tot heil van de wereld zelf, naar middelen grijpen die ik anders nooit zou hebben aangegrepen?” Wat de Evangelist bewogen heeft de derde verzoeking op de tweede te plaatsen en daarentegen met de tweede van de drie verzoekingen te besluiten, kan niet beslist worden aangewezen. Zeker heeft hij in zo verre daartoe recht, als de tweede en derde verzoeking met elkaar verwant zijn en het hier in het algemeen meer te doen is om de wereldheerschappij, nadat het bij de eerste meer het koningschap over Israël gold. Met het laatste was het ten tijde dat Lukas zijn evangelie schreef eigenlijk gedaan, daarentegen stond het eerste op de voorgrond; daarop vestigt hij dan eerst zijn blik, om ten slotte nog aan het andere te denken. – Men moet niet denken dat de woorden van de satan: “Ik zal u al deze macht en de heerlijkheid van die koninkrijken geven, want zij is mij overgegeven en ik geef ze aan wie ik ook wil” niets dan een renomistische leugen zouden zijn, die alle schijn van werkelijkheid mist. Dit kan daarom niet zijn, omdat door dit aan te nemen de verzoekende kracht van de woorden geheel zou wegvallen. De Schrift stemt ook geheel overeen met de uitspraak van de duivel over zijn rijk, omdat zij steeds vasthoudt dat de tegenpartijder uit het hem overgegeven rijk niet met geweld wordt uitgezet, maar daarover binnen bepaalde grenzen zo lang vrij beslist, totdat hij op de weg van zedelijke beslissing overwonnen zal zijn. Jezus zal dus wat hij van Zijn rijk zegt, toegeven, zoals Hij hem dan ook niet zonder reden zo vaak de vorst van deze wereld heeft genoemd; nog meer, de wijze, waarop hij de hele heerlijkheid van de wereld toont, is het onmiddellijk bewijs dat hij van zijn macht niet te veel zegt. Wij moeten ons dus voorstellen dat Jezus van de wereldmacht van de satan op dit ogenblik een zo overweldigende indruk moest hebben, als later niet weer; maar daarom ook dat Hij zelf ten opzichte van de uitwendige zaken in de wereld onder de macht van deze vorst van de wereld gesteld was. Pas dan als men hierover duidelijke begrippen heeft gevormd wordt men gewaar dat hier de verzoeking haar toppunt bereikt. Men moet hier nog bij nemen dat het overgeven van de wereld, dat aan Jezus wordt toegezegd, zo moet worden begrepen dat Jezus dan naar eigen wil daarmee kon handelen: zo wordt het doel voorgesteld als geheel hetzelfde, dat Jezus Zich als het Zijn heeft gesteld. En wat de aanleiding betreft mag niet worden voorbijgezien dat de duivel een erkenning verlangt, die, wanneer men alleen kijkt naar de verhouding van macht tussen hem en Jezus, niet overdreven schijnt te zijn, in zoverre Jezus toch is ingegaan in de ordening van de wereld die aan de satan is overgegeven en zich aan deze zonder voorbehoud heeft onderworpen. De verhouding tussen wat de duivel voorstelt en wat Jezus ten uitvoer brengt, komt dus zo voor dat het doel van Jezus’ zijn in de wereld onaangeroerd blijft. Hij ontvangt op beide wegen de heerschappij over de rijken van de wereld, alleen aanvaardt Hij deze heerschappij wanneer Hij aan de voorwaarde, door de satan gesteld, voldoet, dadelijk, terwijl die Hem op de weg, die Hij Zich kiest, pas aan het einde van de hele ontwikkeling ten deel wordt. Eindelijk moet men hier nog bij bedenken dat het een algemene menselijke opvatting is, niet alleen van de slechten, maar ook van de beteren, dat in het groot en in het algemeen niemand kan werken, wie niet krachten van de wereld ten dienste staan, dat ten minste de noodzakelijke veronderstelling van zo’n werkzaamheid deze moet zijn dat de grote machten van de wereld niet tegenover zo’n werkzaamheid moeten staan. – Juist op die grondstelling rust bijvoorbeeld begin en einde van een Staatskerk. – Jezus zelf is echter geen ogenblik onbeslist. Hem is het volkomen helder dat de beste bedoelingen en heiligste voornemens niets betekenen, maar integendeel in hun kiem worden bedorven, zodra voor het rijk van de Geest dat Hij wil stichten, macht en geweld en de daarop rustende heerlijkheid als iets zelfstandigs en noodzakelijks (want dat is de zin van de verlangde aanbidding) moet worden erkend. Hij weet het, dat zodra zo’n buigen voor de macht en het geweld van de machten van de wereld heeft plaats gehad, zelfs de Heilige Geest die misstap, die plaats had, niet weer goed kan maken, dus juist daarom alles wat er goeds en schoons tot hiertoe in de wereld was, weer is opgelost en vernietigd, omdat het tot hiertoe nog aan niemand was gegeven, die grond, die hem de verzoeker ten dienste stelt, voor zijn werken in de wereld te kunnen ontberen. Zeker kan het Hem niet verborgen zijn dat, zodra Hij de aangeboden voorwaarde van Zich wijst, Hij niet alleen geen ondersteuning van de kant van de wereldmachten voor Zijn werk had te wachten, maar Hij ook rekenen moest op de sterkste tegenstand van de kant van die macht, waaraan al het uitwendige van de wereld is overgegeven. Jezus kan de grote verlokking van de vorst van de wereld niet afwijzen zonder Zich tegen zijn hele dreigende macht te stellen en daarmee niet alleen voor Zich de zwaarste strijd op Zich te laden, maar ook de verantwoordelijkheid voor alle nood, alle verzoeking en gevaar, die voor de Zijnen uit deze beslissing moet ontstaan, op Zich te nemen. Desalniettemin bedenkt Jezus Zich geen ogenblik, maar houdt de verzoeker het Schriftwoord Deut. 6: 19 voor.
De Vader wil Zijn Zoon door het lijden van de dood tot een Heer en Christus maken, omdat Hij Hem uit de dood opwekt en aan Zijn rechterhand over alles plaatst. De duivel wijst Jezus een gemakkelijkere en geschiktere weg: zonder kruis wil hij Hem de hele wereld geven, alleen voor een voetval, voor een gering eerbewijs. En wie zou de winst er van hebben, als Jezus daaraan gehoor gaf? De duivel zou de winst hebben. Hij zou de man hebben, waarnaar hij nog tot op dit uur met smart zoekt, die hij tot de anti-christ zou kunnen maken, tot de mens van de zonde en tot het kind van het verderf, dat Satans troon bevestigde (2 Thessalonicenzen. 2: 3 vv. ), want daarop lopen al zijn verzoekingen uit, om zijn rijk te bevestigen en afvalligen te maken.
Wanneer Christus – deze is de mening van de duivel bij de gevraagde aanbidding – hem maar een god en vorst van deze wereld (1 Kor. 10: 20) wilde laten blijven en niet de zonde, waarop zijn eigendomsrecht op de wereld zich grondt, wilde dragen en wegdragen, zo wilde hij Hem vrij laten gaan, ja Zijn bondgenoot zijn. Daarvoor zou de duivel niet hebben gevreesd, wanneer de Heiland Zich naar de geest van de tijd had geschikt en Zijn rijk met uitwendige macht en heerlijkheid had opgericht, hij zou dan toch de heer zijn gebleven, die de knechten van de zonde aanbidden.
De gedachte om zich met de geest van de wereld en met de wijze van de vorst van deze wereld te verenigen en met natuurlijke, aardse, vleselijke, door de zonde doortrokken middelen zich snel in het bezit van de uitgebreidste heerschappij te stellen, om die dan geestelijk te gebruiken en uit de hoogte van de troon van de wereldbeheersers, zoals die later te Rome schitterde, met de macht van een koninklijk voorbeeld, ja met koninklijke macht, gerechtigheid, verlichting, kennis, heilzame waarheid te verbreiden en dan uit het aardse rijk een hemels rijk te vormen, de aardse macht tot een geestelijke macht te verheerlijken -waarom zou die gedachte niet als verzoeking door de vorst van deze wereld, tot de heilige, onschuldige ziel van Jezus zijn gebracht? Vragen wij: komt bij onze plannen, uitzichten en fantasiebeelden van de toekomst, wanneer wij, hetgeen wij het ernstigst wensen (deze dit, die iets anders) eenmaal tot een schilderij ontwikkelen en wij ons voorstellen hoe wij zouden zijn en hoe wij zouden doen als die schildering werkelijkheid was, dringt dan de zonde niet in? Neemt dan het vlees geen aandeel daaraan? Wijzen wij dan alles af wat op ijdelheid, op hoogmoed, heerszucht, wat op eergierigheid rust?
De satan toont aan ieder van ons een heerlijkheid van de wereld en aan ieder juist die, waarop hij een bijzonder recht meent te hebben, waartoe hij een bijzondere begeerte heeft: aan de ene geld en goed, aan een ander eer en een hoge plaats of een beroemde naam, aan een ander een aangenaam, rustig en zorgeloos levenslot, aan weer een ander glans, pracht, genot en verstrooiing. Daarbij wijst hij ook nog aan ieder een gemakkelijke weg om tot zijn doel te komen. Wanneer men maar het Christendom geheel ter zijde stelt, het geloof over boord werpt, het geweten verstomt, alles wat men tot hiertoe meende te moeten vrezen als een kindersprookje wil aanzien, dan zal men aan het doel van zijn wensen komen. “Neem afscheid van God en beproef het eens met mij!” zo luidt deze raad. Die naar zo’n raad hebben geluisterd, zijn wel niet meer in Gods huis, maar menigeen is misschien nog tegenwoordig, bij wie het op het punt van de beslissing is, menigeen wiens geloof en wiens eerbied voor Gods gebod nog maar aan een dun draadje hangt, omdat hij aan de verzoeker macht gelaten heeft, over wie het oordeel van de verharding al in aantocht is, omdat hij de Heilige Geest al te lang moedwillig heeft tegengestaan, de waarschuwende stem van zijn geweten te vaak tot zwijgen heeft gebracht, de hand van de ontfermende God, die naar hem greep, al te vaak heeft teruggestoten. Maar nog is het tijd om aan de strikken van de duisternis te ontkomen.
KruisverwijzingenMattheüs 4:5→Lukas 4:3→Job 2:6→Mattheüs 8:29→2 Kronieken 3:4→Romeinen 1:4→— En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;
En, om hier nog te denken aan een verzoeking die lijkt op de zo-even medegedeelde, maar die daaraan voorafging, hij leidde Hem naar Jeruzalem en stelde Hem op de tinne van de tempel en zei tot Hem: Als Gij de Zoon van God bent, werp uzelf van hier neerwaarts:
KruisverwijzingenPsalmen 91:11→Lukas 4:8→Lukas 4:3→2 Korinthe 11:14→Hebreeën 1:14→— Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
Want er is in Ps. 91: 11 geschreven dat Hij Zijn engelen door U, ten opzichte van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
KruisverwijzingenPsalmen 91:12→— En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
En dat zij U op de handen nemen zullen, zodat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
KruisverwijzingenDeuteronomium 6:16→Psalmen 106:14→Mattheüs 4:7→Psalmen 95:9→Maleachi 3:15→Hebreeën 3:8→1 Korinthe 10:9→— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.
En Jezus antwoordde: Er is daarentegen in Deut. 6: 16 gezegd: Gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken.
In het woord van de duivel: “Als Gij Gods Zoon bent, werp Uzelf van hier neerwaarts, ” is wel geen theologisch, maar wel een logisch verband. Wie Gods Zoon is in de volle zin van het woord, die moet van de hemel gekomen zijn; deze hemelse oorsprong ziet men Hem echter niet aan, want Hij is in al het uiterlijke aan de overige mensen gelijk; toch is het geloof in Zijn hemelse oorsprong de noodzakelijke grondsteen voor alles wat Hij in de wereld kan en wil werken en daarom moet dat geloof worden opgewekt. Wanneer nu Jezus Zich van de tinne van de tempels neerliet en goed bewaard beneden kwam, dan was dat een zicht- en tastbaar bewijs van Zijn Zoonschap van God, van Zijn hemelse afkomst en dat was de allerkrachtigste inleiding van Zijn goddelijke werkzaamheid. De duivel probeert hierop zijn raad, die al op zichzelf een heilige schijn heeft, aan te bevelen door een beroep op de goddelijke belofte van de 91ste Psalm. In die belofte is echter ten opzichte van de toegezegde wonderbare bescherming een beperking: “dat zij u bewaren in al uw wegen” en deze beperking besluit in zich dat hij, die zich op de goddelijke bewaring wil verlaten, zeker moet zijn dat de wegen waarvoor hij de bescherming verwacht, werkelijk ook zijn wegen, de hem aangewezen en bevolen wegen zijn en niet misschien andere die hem zijn verboden. De duivel laat die beperking weg en maakt door zo’n verminking het woord tot een hulpmiddel van de verleiding. De hoofdvraag voor Jezus, of de weg, die de verzoeker Hem wijst, de juiste is, beslist deze plaats niet; daarom laat Hij ze op haar plaats. Hij weet echter uit een ander Schriftwoord dat die weg de Hem aangewezene niet is, niet de Zijne en dus die belofte hier niet kan worden toegepast.
Hij laat het woord uit de Psalm wel gelden, maar Hij laat dat schitteren in het licht van een ander tekstwoord, zodat men wel ziet dat de engelen niet geroepen zijn, om de vermetele luchtsprongen van de mensen te beschermen; zij kunnen toch geen twee heren dienen en zo kunnen zij ons dan alleen behoeden wanneer deze hun dienst, die zij betonen, ook een dienen is van God, wanneer zij ons op Gods wegen vinden. Men ziet: evenals niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest, dan kan ook niemand de Schrift juist gebruiken dan door de Heilige Geest.
Toen later Christus in het uitoefenen van Zijn ambt in gevaar geraakte, toen zij Hem van de steilte te Nazareth wilden afstorten, of in de voorhof van de tempel wilden stenigen, of toen het er om te doen was, niet de vleselijk gezinde menigte tot bijgelovige verwondering op te wekken, maar de beangstigde discipelen op de stormachtige zee te redden en te sterken, toen vertrouwde Hij op de bescherming van de dragende engelen en Hij vertrouwde daarop niet tevergeefs. En nadat Hij Zijn genezende wonderen zo veel mogelijk steeds had verborgen nam Hij het eindelijk aan, dat Hem, de Zoon van David, toen Hij op het dier van de vrede Zijn intocht hield, het Hosanna werd toegeroepen, dat Hij niet door het afspringen van de tinne van de tempel wilde veroveren.
De verzoeker heeft de door hem aangehaalde tekst zo veranderd, alsof die op de Zoon van God doelde in de hoogste zin. Ja – met weglating van de woorden “op alle uw wegen”, alsof die bij Hem, de Zoon van God, helemaal niet toe te passen waren – in uitsluitende zin. Nu verandert Jezus de door hem aangehaalde tekst zo, als gold die inzonderheid, ja uitsluitend de duivel, omdat Hij het: “U zult de Heere, uw God niet verzoeken” in het enkelvoud omzet: “U zult enz.” Deze ootmoedige verdediging van Zijn heilige roeping wordt nu als vanzelf tot een allerscherpste aanval op de satan: “U, satan! moet ophouden met de misdaad, die u pleegt, met uw verzoeken van de Heilige van God! Deze is dan ook nu ontmaskerd en moet zijn verdere verzoeking, als degene die hij is, doen plaats hebben zonder dat hij zich langer zou kunnen verbergen. Al het verzoeken van God gaat uit van de twijfel en bestaat in een willekeurig en eigenmachtig middel, om van de twijfel verlost te zijn. In de Hem aangeraden handelwijze nu lag voor Jezus de twijfel of God Hem de erkenning van Zijn Zoonschap van God onder het volk, waarop Hij moest werken, op de gewonen en juiste weg, die over de aarde leidt, zou kunnen verschaffen, of dat niet integendeel God als het ware moet worden geborgen en tot een buitengewoon wonderbaar ingrijpen gelegenheid moet worden gegeven. Zo duidelijk als het echter de Heere voor ogen staat, hoe vrij de weg zou zijn, wanneer Hij de erkenning van Zijn goddelijke waardigheid probeerde te verkrijgen op de baan van de ontwikkeling, die zich streng aan het aardse en natuurlijke aansloot, zo besluit Hij evenwel voor de langzame en moeilijke weg, waarop Hij Zijn goddelijke eer niet als een door aan Zich trekt, maar Zich daarvan in zoverre ontledigt, dat zij in de grootst denkbare smaad wordt gedompeld, opdat Hij ze daarna te zekerder en zegenrijker mocht bezitten; ja aan het kruis nog, als door de mond van de spotters de duivel riep: “Als Gij Gods Zoon zijt, kom af van het kruis!” heeft Hij de gehoorzaamheid aan de Vader en de liefde tot ons, zondaren, de nagels laten zijn die Hem aan het kruis vast hielden. Had Jezus Zich laten verleiden, de tussenkomst van de Almacht te willen tot redding uit eigen gevaar, waarin Hij Zich niet in de dienst van het goede had begeven, dan had Hij God in de noodzakelijkheid gebracht, om Hem of de hulp te weigeren en zo een scheiding tussen Vader en Zoon te bewerken, of, al was het slechts voor een ogenblik, Zijn almacht van Zijn heiligheid af te scheiden, hetgeen een tweespalt in de elementen van Zijn natuur gebracht zou hebben, Zijn wezen vernietigd zou hebben; in beide gevallen was het met Jezus, ja men zou kunnen zeggen, met God gedaan geweest.
Aanzien, eer, lof, wie zou daarvoor niet gevoelig zijn? Er zijn mensen die al hun evenmensen verachten, maar niet hun lof en ere; men zou verwachten dat zij door de lof van zo verachtelijk en door hen werkelijk veracht gepeupel, zich geminacht zouden voelen; maar nee, zij voelen er zich door verheven. Het is zoet vereerd te worden en in het dwarrelend slof te wandelen vindt men zeer schoon, wanneer het slechts plaats heeft onder de lof van de stofbewoners. Ach, hoe ijdel is de mens, hoe groots en hoogmoedig – en zo verootmoedigend als het is, zo vernietigend is het deze vraag nutteloos te doen: ik zou wel willen weten, of behalve die Ene, die alle engelen loven, nog iemand ooit op aarde is geweest of komt die in dit opzicht zonder verwijt door het leven en tot het graf gaat?
Hoe menigeen is er onder ons, die bij de verzoeking van Christus, om Zich van de tinne van de tempel te werpen in vertrouwen op de bescherming van de engelen, zeggen moet: hier is die verzoeking beschreven, die over mij is gekomen en die mij ten val heeft gebracht. Hij meende zich iets te mogen toe-eigenen, achtte zijn vroomheid zo goed gegrondvest, zijn Christelijke grondstellingen zo vast, dat hij niet twijfelde zichzelf geheel in de hand te hebben, zodat hij zich ook vrijer kon bewegen dan hij tot hiertoe gewoon was, of hem tot hiertoe was toegestaan. Hij was van mening dat zaken, die misschien een ander ten verderve konden worden, als het lezen van goddeloze boeken, de omgang met slecht gezelschap, de bereiking van een geoorloofd doel met ongeoorloofde middelen, een lichtzinnig uur, een enkele keer mee doen aan tot hiertoe ontbeerde vrolijkheid, een eerste en enige stap op de steile weg van de zonde, voor hem zonder gevaar was. En nu naderde de verzoeker en bood een hand en zei: “Zou u altijd zo benauwd zijn, altijd elke weg versmaden die niet alledaags is? Zou uw leven zo in stilte voorbijgaan? Zult u alleen dat eeuwig eentonige nooit moe worden? Zullen alle anderen u voorgaan en u slechts moeten toezien, wanneer het leidt tot eer, tot genot of vermaak? Waag het: eenmaal is geen maal. God is lankmoedig en u zult nog altijd zo veel waarde in Zijn ogen hebben, dat Hij niet dadelijk de hand van u zal aftrekken. ” U hebt aan die stem gehoor gegeven en hebt het gewaagd en nadat u de eerste stap gedaan had was er geen ophouden meer, het is in de diepte gegaan en nu misschien ligt u verpletterd -geluk, eer, geloof en vrede, alles is tot puin geworden; in ieder geval hebt u een val gedaan die u nooit meer geheel kunt uitwissen.
KruisverwijzingenJohannes 14:30→Hebreeën 4:15→Jakobus 4:7→Mattheüs 4:11→— En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.
En toen de duivel alle verzoeking beëindigd had, die hij naar Gods raad aan het hoofd van de nieuwe mensheid zou aandoen (Ezechiël. 32: 32. “Re 13: 18”), week hij van Hem voor een tijd, namelijk tot de tweede hoofdaanval in de dagen van het lijden en wel toen door alle verschrikkingen van de dood.
De woorden zouden kunnen betekenen: “tot aan een gunstig ogenblik. ” De satan verwacht dus weer een bijzondere gelegenheid, een evenzo geschikt tijdpunt als dat in vs. 1. vv. Deze zo nadrukkelijk aangekondigde strijd kan slechts die van Gethsemané zijn. “Dit is het uur van de duisternis”, zegt Jezus daar (Hoofdstuk 22: 53) en onmiddellijk te voren had Hij gezegd (Joh. 14: 30): “De overste van deze wereld komt”. Toen vond de satan inderdaad in de ziel van Jezus een aanknopingspunt. Zoals hij in de woestijn het gemoed, dat nog geen levenservaring had, door de hoop op schitterend gevolg en de bekoorlijkheid van genot meende te kunnen verblinden, zo probeerde Hij hem in Gethsemane te overweldigen door het schrikbeeld van de dreigende marteldood. Juist deze zijn de twee machtige hefbomen, waardoor hij de mensen uit de wegen van God uitlicht: lust tot genot, vrees voor smart.
I. Vs. 14-31.KruisverwijzingenMattheüs 11:5→Psalmen 146:7→Handelingen 10:38→Lukas 7:22→1 Johannes 2:8→Jesaja 42:16→Jesaja 32:3→Johannes 6:42→ — En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen. En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was; De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef? En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland. Bij MATTHEUS. 4: 11 is aangegeven welke gebeurtenissen uit het evangelie van Johannes hier moeten worden ingelast, voordat het tot die werkzaamheid van Christus kwam die bij de beide eerste Evangelisten als ook bij Lukas onmiddellijk met de geschiedenis van de verzoeking door de duivel zijn verbonden. Dit is de werkzaamheid van de Heere in Galilea, die gedurende 10 maanden onafgebroken is voortgezet, onderbroken door enkele bezoeken aan Jeruzalem. Na een voorlopig algemeen overzicht over het begin van de werkzaamheid in Galilea en het gevolg daarvan, dat zo gunstig scheen, bericht de Evangelist hoe Jezus Zijn werkzaamheid eerst ten dienste van Zijn vaderstad wilde doen plaats hebben, in een prediking over de beste tekst die de Vader Hem liet vinden, Zich aan de bewoners van Nazareth voorstelde als de Gezalfde van God, die het aangename jaar van de Heere verkondigde en door Zijn aangename woorden bewondering opwekte. Zij verstikten echter snel weer de goede indruk door nietig kritiseren van Zijn afkomst en door kleingeestige gevoeligheid over de wonderen waardoor Hij Kapérnaüm boven hen had voorgetrokken. Toen Jezus hen waarschuwde de zaligheid niet te versmaden zoals de tijdgenoten van Elia en Elia, deed dit hun hoon geheel losbarsten, dat Hij hen met de afvalligen van de oude tijd en Zichzelf daarentegen met die profeten vergeleek. Zich onttrekkend aan hun poging tot moord verhuisde Hij nu naar Kapérnaüm en maakte Hij deze stad voortaan tot Zijn stad.
KruisverwijzingenMattheüs 4:12→Johannes 4:43→Markus 1:28→Mattheüs 9:26→Markus 1:14→Lukas 4:37→Handelingen 10:37→Mattheüs 4:23→— En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
a) En Jezus keerde na het pinksterfeest van het jaar 28 na Christus, waarop Hij Zich te Jeruzalem had bevonden (Joh. 5), weer door de kracht van de Heilige Geest naar Galilea. Die deed Hem ook erkennen dat Hij nu en wel in een bepaald gedeelte van het Joodse land, Zijn zelfstandige werkzaamheid moest openen. En het gerucht van Hem ging dadelijk na Zijn eerste werkzaamheid (MATTHEUS. 4: 23 vv. ) uit van Kapernaüm (vs. 31) door het hele omliggende land.
Joh. 4: 43. Hand. 10: 37.
De drie eerste Evangelisten maken allen in de voorstelling van Jezus leven een grote sprong, als zij op Zijn doop en de verzoeking dadelijk Zijn openbare werkzaamheid in Galilea laten volgen; maar zij geven ook, doordat zij deze werkzaamheid eerst van de tijd dateren, dat Johannes in de gevangenis was gezet (MATTHEUS. 4: 12. Mark. 1: 14 vgl. Luk. 3: 19 vv. ), duidelijk genoeg te kennen dat die niet zo onmiddellijk gevolgd is op die beide nauw samenhangende gebeurtenissen, maar dat er een geruime tijd tussen heeft gelegen. Nadat Jezus Zijn doop had ontvangen en zo tot de Christus van de Heere geworden is en nadat Hij door Zijne drievoudige overwinning over de verzoeking van de duivel de grond gelegd heeft tot Zijn werk als Heiland, willen de Synoptici Hem dadelijk voorstellen in Zijn bijzondere werkzaamheid, zonder de invloed van het aanzijn van de Doper. Daarom moesten zij de hele tijd, waarin zo’n werkzaamheid nog niet mogelijk was, omdat Johannes zijn loop nog niet geëindigd had, ter zijde laten. Zij onderwerpen zich daardoor aan die rangschikking, die de mondelinge prediking van de apostelen van Christus Jezus nu eenmaal had aangenomen; want volgens de uitdrukkelijke getuigenis van Petrus in Hand. 10: 36 vv. was de Evangelische boodschap of de verkondiging van de vrede door Jezus Christus “beginnend van Galilea na de doop, die Johannes predikte”. Wanneer nu Johannes in zijn evangelie, dat hij na de drie eerste geschreven heeft, het er duidelijk op heeft toegelegd de openingen aan te vullen, die zij hebben gelaten, dan hebben wij deze aanvulling duidelijk voor ons in Joh. 1: 19-5: 47 Want in Joh. 1: 15 wordt uitdrukkelijk gelet op de getuigenis van de Doper in MATTHEUS. 3: 11. Mark. 1: 7. Luk. 3: 16, en Joh. 6: 1 vv. grijpt in de Galilese werkzaamheid van Christus en met wederopvatting en verdere uitvoering van de geschiedenis in MATTHEUS. 14: 13 vv. Mark. 6: 30 vv. en Luk. 9: 10 vv. , zodat de Evangelist met de zo bepaalde afscheiding van het vroeger en later ons geen twijfel heeft overgelaten. De hele afdeling Joh 1: 19-5: 47 moet gehouden worden voor aanvulling van de bij de Synoptici gelaten openingen, maar niet alleen de afdeling: Joh. 1: 19-4: 54 (vgl. bij MATTHEUS. 4: 17). Het zal ons integendeel later duidelijk worden dat het in Joh. 5: 1 onbekend gebleven “feest der Joden” nog voor de opening van de Galilese werkzaamheid van Christus valt. Over de beginselen van deze werkzaamheid geeft onze Evangelist in de eerste plaats een algemeen overzicht. Wanneer hij aanheft: “Jezus keerde weer door de kracht van de Geest naar Galilea” dan wijst bij daardoor zonder twijfel terug op Luk. 3: 21 en 4: 1. Daar kwam Jezus uit Nazareth en Galilea tot Johannes aan de Jordaan, om Zich door Hem te laten dopen en hier ging Hij al van hem weg in het volle bezit van de kracht van de Heilige Geest om in de verzoeking de overwinning op de duivel te behalen. Zo keert Hij nu daarheen weer terug, in twee opzichten een ander geworden, dan Hij uit Galilea was gekomen. Hij heeft de uitrusting ontvangen tot Zijn profetisch ambt, maar ook al de ware grond daartoe gelegd, omdat Hij alle valse wegen voor Zijn werk met volle beslistheid heeft afgewezen en Zich alleen op Gods wegen heeft geplaatst. Intussen wil de Evangelist, wanneer hij zo’n verbinding van gedachten volgt, daarmee geenszins ook zeggen dat de zaken chronologisch zo op elkaar gevolgd zouden zijn; integendeel laat hij in vs. 23 Jezus uitdrukkelijk gewagen aan grote dingen, die al door Hem in Kapérnaüm waren geschied en geeft daardoor te kennen dat tussen de gebeurtenissen van doop en verzoeking en het hier bedoelde terugkeren naar Galilea, waaraan het optreden in de Synagoge te Nazareth zich aansloot, een door hem leeg gelatene tussenruimte ligt, die hij volgens de hele bedoeling van zijn evangelie met opzet heeft overgeslagen. “Waar de Evangelisten naar de bedoelingen van hun keuze langere of kortere geschiedkundige delen voorbijgaan, geven zij daarover geen verklaringen en wijzen zij ook de leemten in hun berichten niet nader als zodanige aan, omdat volgens hun plan die ook eigenlijk geen leemten zijn.”
KruisverwijzingenMattheüs 4:23→Mattheüs 9:8→Markus 1:27→Markus 1:39→Markus 1:45→Mattheüs 9:35→Lukas 4:16→Mattheüs 13:54→— En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.
En, wat in de eerste plaats Zijn werkzaamheid als Leraar betreft, Hij onderwees in hun synagogen en werd door allen geprezen (vs. 32, 44).
Vers 14 loopt, zoals men ziet, vs. 15 voor, waarin eerst de eigenlijke oorzaak verklaard wordt van het gerucht dat in vs. 14 wordt genoemd. De door Hem gepredikte leer wekte verwonderlijk opzien en vond eerst bijval. Zijn woord op zichzelf, ook afgezien van de tekenen en wonderen waardoor Hij het bevestigde en waarvan later gesproken zal worden, werkte meteen op velen.
Een synagoge is een plaats van samenkomst, ook huis van het gebed door de Joden genoemd (Ne 10: 39). De Joden hadden na de Babylonische ballingschap zodanige vergaderplaatsen tot gemeenschappelijke godsdienst en tot voorlezing van de wet, zonder offerdienst, in alle steden van het heilige land, ook overal in de verstrooiing, vaak verscheidene (Hand. 9: 2; 13: 5 te Jeruzalem volgens de Talmud zelfs 460 of 480, waaronder de tempelsynagoge de voornaamste, als het ware de normaalsynagoge van het land was) minstens een (Hand. 13: 14; 14: 1; 17: 1, 10). Toch mogen daarmee niet verwisseld worden de plaatsen van het gebeds of oratoriën, meestal buiten de stad aan stromende wateren (Hand. 16: 13), terwijl de synagogen graag op hoger gelegen plaatsen werden opgericht. Behalve de sabbatten en feestdagen vergaderde men daar, ten minste in latere tijd, ook op Maandag en Dinsdag, de beide marktdagen van de week, als de landlieden de vruchten in de stad en hun onenigheden voor de rechtbank brachten (Hoofdstuk 18: 12). Gebed en onderwijs waren hoofddoel en hoofdinhoud van de dienst in de synagogen. Evenals bij de tempeldienst het offer, zo maakte bij de dienst van de synagogen het gebed het voornaamste deel van de godsdienst uit; het had plaats onder leiding van de voorbidder of Sjaliach (tevens secretaris en bode van de synagoge, overeenkomend met de uitdrukking “engel” in Openbaring 2: 1 enz. ), die daarbij voor de heilige kas trad, waarvan later zal worden gesproken, terwijl de vergadering zat. Als de gebeden geëindigd waren, werd staande door een priester of oudste, of een lid van de gemeente voorgelezen en staande door de aanwezigen aangehoord (op grond van de woorden van de Heere in Ex. 33: 19 en), eerst een gedeelte uit de wet (de parasje) en vervolgens een uit de profeten (Hafthare vgl. Hoofdstuk 16: 29. Hand. 13: 15, 27; 15: 21). Op dezelfde manier is in de Lutherse kerk de rangschikking van de epistels en evangeliën gevormd, de epistel komt met de Hafthare, het Evangelie met de Parasje overeen; men keerde hier de orde om, om van het mindere tot het hogere, van het woord van de apostelen tot Christus eigen woord op te klimmen. Zoals het intussen schijnt waren ten tijde van Christus eerst de afdelingen uit de wet vast bepaald en misschien zo, dat de hele pentateuch een cyclus voor 3 ½ jaar vormde en men die dus binnen 7 jaar twee keer las, de afdelingen uit de profeten daarentegen aan de vrije keuze waren overgelaten (nu vormt de afdeling Jes. 61: 1 vv. , waarover in vs. 17 vv. gehandeld wordt, de haphtare voor de grote verzoendag). Aan de voorlezing was een stichtelijke verklaring verbonden, door de voorlezer of een ander lid van de vergadering te houden. Zoals de opperste van de synagoge iemand, die hij daarvoor bekwaam achtte, tot voorlezer kon oproepen, zo gaf hij ook aan hem, die zich daartoe gedrongen gevoelde, toestemming tot een vrije voordracht (Derasja, in het hedendaags Jodenduits Drasje), die dan zittend werd gehouden. Bij Jezus echter is de aanbieding al bij het voorlezen, dat zich openbaarde in Zijn opstaan en bestijgen van de lessenaar (vs. 16) zo overeenkomstig met Zijn eigenaardige meerderheid, als de dadelijke toestemming door de overste en het overreiken van het profetische boek door de dienaar van de synagoge. Deze gewoonte, dat men aan achtenswaardige vreemdelingen graag gelegenheid gaf een vrij woord van vermaning, van lering en van troost te spreken, heeft later de apostelen de prediking van Christus in de synagogen in en buiten Palestina zeer gemakkelijk gemaakt. Na de zegen, die gewoonlijk de priester en bij diens afwezigheid de voorbidder met opheffing van de handen werd gesproken en die de gemeente met haar Amen bevestigde (1 Kor. 14: 16), ging de vergadering uit elkaar. Men moest volgens het voorschrift van de Rabbijnen daarbij geen haast maken, alsof men een onaangename plaats ontvluchtte, of vrolijk was zich van een zware last te hebben ontledigd, integendeel moest ieder de synagoge zo verlaten alsof hij van een koning heenging, aan wiens aan blik hij zich niet graag onttrok. Wat de inrichtingen in het inwendige van de synagogen aangaat, zo was het voornaamste meubilair de tehha (ark, of hechal, tempeltje, of aron kist genaamd), de kast tot bewaring van de heilige rollen van de wet aan die kant van de synagoge, die naar Jeruzalem gericht was. Daarvoor hing het heilige voorhangsel, een nabootsing van het voorhangsel in het allerheilige, zoals zij zelf als een vergoeding van de verbondskist werd aangezien; in veel synagogen was daarnaast nog een tweede kast voor de hafthara-rollen. Verder komt in aanmerking de verhoogde leesstoel of de kansel, van een lessenaar voorzien. (Neh. 8: 4), waarop de voorlezer zat; de schriftgeleerden daarentegen zaten op de katheders, de ere-zitplaatsen, met de rug naar de heilige kast en met het gezicht naar de vergadering gekeerd (MATTHEUS. 23: 6. Jak. 2: 3), terwijl de zitplaatsen van het naar geslachten opgedeelde volk tegenover de kansel en de daarachter zich bevindende heilige kist gekeerd waren. Over hetgeen verder bij de synagoge behoort, de lampen, de muziekinstrumenten, de armenbussen en tafels, spreken wij niet nader, wel willen wij van de beambten en het dienend personeel nog het nodigste vermelden. Aan het hoofd van de synagoge stond een college van oudsten, die onder voorzitting van de overste van de synagoge over orde en tocht waakten, de schuldigen met berisping en uitsluiting bestraften, ook de armenverzorging waarnamen (Hoofdstuk 7: 8 vv. ; 18: 14. Mark. 5: 22. Joh. 16: 2). Zijn medeleden waren zonder twijfel ook medeleden van het plaatselijk sanhedrin, of van het geestelijk ondergericht van hun plaats. Een betrekking, die vroeger een geschikt medelid van het college der oudsten waarnam, namelijk de mond van de gemeente te zijn in het gebed en het lezen van de heilige schriften, werd later aan een bijzonder daartoe aangestelde, bekwame man opgedragen, aan de sjaliach, of voorbidder, waarvan wij reeds boven spraken. Hij moest onberispelijk van leven zijn, ervaren in de Schrift, geoefend in het gebed, van rijpe leeftijd en van een aangename stem, niet rijk, maar vader van een talrijke familie. Vervolgens komt de chassan, of dienaar van de synagoge in aanmerking, die de voorlezer de boeken moest overreiken, voor reiniging van het lokaal zorgen, het openen en sluiten moest, dus overeenkomt met onze koster. Werden in de synagogen kerkelijke straffen als geseling (MATTHEUS. 10: 17. Hand. 22: 19. 2 Kor. 11: 24) uitgesproken, dan moest, zoals het schijnt, de dienaar van de synagogen de executie volbrengen. Nog moeten wij de gabaïm of aalmoezenverzamelaars noemen, die mannen van goede naam, betrouwbare mannen moesten zijn en bovendien de tien betlanim of ledige lieden, die bij elke vergadering tegenwoordig moesten zijn, opdat de synagoge bij de godsdienst nooit leeg zon zijn en die daarvoor betaald werden. Van de synagogen moeten wij wel onderscheiden de leerscholen of academieën (leerhuizen genaamd Uit 5: 22), die vaak in dezelfde lokalen waren, maar in waarde en heiligheid nog boven de synagoge stonden; over zulke wordt verteld in Hoofdstuk 2: 46 vv.
KruisverwijzingenHandelingen 17:2→Lukas 2:39→Lukas 2:51→Mattheüs 2:23→Handelingen 13:14→Lukas 1:26→Lukas 4:21→Mattheüs 13:54→— En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.
a) En Hij kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was (Hoofdstuk 2: 39-52) en ging naar Zijn gewoonte 1) op de dag van de Sabbat in de synagoge en stond na gehouden gebed en na voorlezing van de afdeling uit de 5 boeken van Mozes, op, om, zoals Hij door Zijn opstaan te kennen gaf, een gedeelte uit de profeten te lezen en daaraan een aanspraak vast te knopen.
De uitdrukking naar Zijn gewoonte kan niet gaan over de korte tijd sinds Zijne terugkomst naar Galilea; hier wordt veeleer van Zijn jeugd gesproken en de opmerking staat dus in verband met de woorden: “waar Hij opgevoed was. ” Het bezoek van de synagoge was een zeer belangrijk middel voor de geestelijke en godsdienstige ontwikkeling van Jezus; de kinderen hadden toegang tot deze godsdienst van het 5de of 6de jaar, van het 13de waren zij daartoe verplicht. Toch kan Jezus Zijn juiste kennis van het Oude Testament niet alleen uit de voorlezingen, die Hij geregeld twee keer in de week in de synagoge kon horen, geput hebben; Hij moet wel zelf een exemplaar van de Heilige Schrift hebben bezeten.
Jezus las de woorden niet slechts van de rol, maar sprak ze ook uit de diepte van Zijn inwendig leven.
De mededelingen over de geboorte en de eerste levensdagen van Jezus, met name zoals die in het Lukas-evangelie luiden, stemmen daarin allen overeen dat wij in Jezus de beloofde en laatste Koning van Israël moeten verwachten, daarmee staat het nu op in het oogvallende wijze in tegenstelling, dat het eerste optreden van Jezus in Galilea en met name ook Zijn Zich verwijderd houden van Jeruzalem, zoals dat in de drie eerste Evangeliën te voorschijn treedt, niets van Zijn Koninklijke waardigheid en macht laat zien, maar alles alleen op een profetische roeping wijst. Maar wel staat met de synoptische verhalen van de geboorte en jeugd van Jezus in volkomen overeenstemming het bericht van Johannes, volgens welk Jezus begint in het middelpunt van land en volk, te Jeruzalem, het teken van Zijn Koninklijke volheid van macht voor alle ogen te openbaren: dit teken wordt echter niet begrepen en daardoor wordt de Heere op een andere weg van Zijn leven gewezen. Intussen is het overgaan van Jezus van Zijn Koninklijk handelen tot Zijn profetisch werken volstrekt geen opgeven, ook niet voor een tijd, van Zijn Koninklijke waardigheid; Zijn profetisch werken sluit Zijn volle aanspraak op de Koninklijke macht en waardigheid in. De Oud Testamentische profeten nu heeft het aan de volle en voortdurende gemeenschap met de Heere ontbroken en het woord van hun mond is slechts door een bijzondere inwerking, die wij inspiratie noemen, Gods woord geweest. Gedurende de tijden van het Oude Verbond was de macht van het profetische ambt en woord toch nog niet in de diepste grond van de persoonlijkheid en van de geest doorgedrongen en kon daarom haar volle werking nog niet bereiken. Jezus is daarentegen de eerste profeet in de volle zin van het woord, omdat in Hem alles, waartoe het profetische ambt dient en dat het tot die tijd miste, vervuld en voleindigd is. Jezus is de man van God in alle volheid, want Christus is van God, zegt Paulus (1 Kor. 3: 23; 11: 3). Aan Hem en in Hem is niets buiten God en wel daarom omdat Hij de Zoon van God is. Staat Hij nu met God in zo’n oorspronkelijke, waarachtige en volstrekte vereniging, dan is de taal van Zijn mond Gods woord en de vertolking van Gods wil aan de mensen. Bij Hem is geen bijzondere inspiratie nodig, de adem van Zijn mond is de adem van de Goddelijke Geest. Daarom is het spreken van het Goddelijk woord bij Hem niet gebonden aan tijd en ruimte of enige andere voorwaarde. Omdat Gods woord inwonend in Hem is, sluit Zijn profetische rede zeer juist aan het leven aan en volgt alle vormen en wendingen die het leven met zich brengt; deze gaat ook door alle tonen door, van de zachte ademtocht en de fluistering van het vertrouwelijk gesprek tot aan de donder van Zijn dreigingen, waarvoor de wereld moet sidderen.
KruisverwijzingenJesaja 61:1→Handelingen 13:15→Lukas 20:42→Handelingen 7:42→— En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;
En Hem werd door de dienaar van de synagoge gegeven het boek van de profeet Jesaja. En toen Hij het boek, dat in een perkamenten rol bestond, opengedaan had, vond Hij, die de Heer van de Sabbat was (MATTHEUS. 12: 8) en als zodanig Zich hier al zou openbaren, onder bijzondere leiding van Zijn hemelse Vader, de plaats waar geschreven was (Jes. 61: 1 v. ):
De voor die dag bestemde lezing uit de profeten stond in het boek van Jesaja; maar de Heere nam daaruit een vrije tekst, die Hij niet zocht, maar bij het opslaan vond. Het is een bij vele Christenen zeer beminde wijze om zich iets van de Heere te laten geven, dat zij de Bijbel opslaan en op de spreuk letten die zij dan vinden. Wij kunnen dat wel doen zonder gevaar, als wij van de leiding van de Heilige Geest zo zeker waren als de Heere Christus was; ook is de afdaling van God tot Zijn zwakke kinderen onuitsprekelijk groot. Maar wij mogen het alleen als een vriendelijk toegeven, als een versterking beschouwen, wanneer de Heere op buitengewone wegen ons van Zijn wil verzekert; de beslissing over hetgeen Zijn wil is moeten wij op de zekere weg van de belofte, in gebed en in vlijtig onderzoek van Zijn woord zoeken. vgl. bij Joz. 7. 18.
KruisverwijzingenJesaja 61:1→Mattheüs 11:5→Psalmen 146:7→Handelingen 10:38→Lukas 7:22→1 Johannes 2:8→Jesaja 42:16→Jesaja 32:3→— De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;
De Geest van de Heere is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden om de armen het evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart.
Niemand dan Jezus kan gevangenen vrijmaken. De ware vrijheid komt alleen van Hem. Het is een vrijheid, die rechtvaardig geschonken wordt; want de Zoon die een erfgenaam van alle dingen is, heeft recht om de mensen vrij te maken. De heiligen eren de gerechtigheid van God, die nu hun zaligheid verzekert. Het is een vrijheid, die duur gekocht is. Christus predikt haar door Zijn macht, maar Hij heeft haar met Zijn bloed gekocht, Hij maakt u vrij, maar door Zijn eigen banden. U bent verlost omdat Hij uw last gedragen heeft; U bent bevrijd omdat Hij in uw plaats heeft geleden. Maar hoewel deze vrijheid duur gekocht is geeft Hij ze nochtans om niet; Jezus vraagt niets van ons dan voorbereiding voor deze vrijheid. Hij vindt ons in zak en as en nodigt ons uit om het schone gewaad van de vrijheid aan te nemen; Hij verlost ons juist zoals wij zijn en dat zonder onze medewerking of verdiensten. Wanneer Jezus vrijmaakt dan is de vrijheid voor altoos verzekerd, geen ketenen kunnen u opnieuw binden. Wanneer de Meester tot mij zegt: “Gevangene, Ik heb u verlost, ” dan is het voor altijd volbracht. Satan kan samenspannen om ons weer in slavernij te brengen, maar als de Heere voor ons is, wie zullen wij vrezen? De wereld en haar verleidingen kan beproeven ons te verstrikken, maar Hij, die voor ons is, is almachtiger dan al degenen die tegen ons zijn. De overleggingen van onze eigen arglistige harten mogen ons plagen en vermoeien, maar Hij, die een goed werk in ons begonnen heeft, zal het voortzetten en volmaken tot het einde toe. De vijanden van God en van de mensen mogen hun legers verzamelen en met vereende moed op ons aanstormen, maar wie zal veroordelen, als God vrijspreekt! De adelaar, die naar zijn nest op de rotsen vliegt en zich daarna boven de wolken verheft is niet vrijer dan de ziel, die door Christus verlost is. Als wij niet meer onder de wet zijn, maar van haar vloek zijn verlost, dan moet onze vrijheid zich in onze wandel tonen, hierin dat wij God met dankbaarheid en vreugde dienen. Ik ben Uw knecht, de zoon van Uw dienstmaagd; Gij hebt mijn banden losgemaakt. Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?
KruisverwijzingenJesaja 61:2→Jesaja 63:4→Lukas 19:42→2 Korinthe 6:1→Leviticus 25:8→Leviticus 25:50→Numeri 36:4→— Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.
Om de gevangene de vrijlating te prediken, de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid (vgl. Jes. 42: 7), om te prediken het aangename jaar van de Heere, dat zijn voorbeeld heeft in het jubeljaar. (Lev. 25: 8 vv. ).
In de tekst van deze plaats uit Jesaja zijn uit de Griekse vertaling, de Septuaginta, veel veranderingen gekomen, zoals bijv. het “te genezen, die gebroken zijn van hart. ” Het daarbij gevoegde: “om de verslagenen heen te zenden in vrijheid, ” wordt daarentegen noch in de Hebreeuwse tekst, noch in de Griekse vertaling gevonden, maar is door de Evangelist zelf daarin gevoegd en met de plaats verbonden. Op zeer vrije wijze behandelen de schrijvers van het Nieuwe Testament het Oude. Zeer menselijk naar hun geheugen aanhalend, plaatsen verwisselend, woorden veranderend, leidt toch de hogere Geest van de waarheid, die hen bezielde en leidde, alles zo, dat nergens iets onwaars, verkeerds daaruit voortkomt, integendeel de waarheid zelf zich van een nieuwe kant voordoet en zich dus in haar aard te vollediger openbaart.
De woorden bevatten het volle Evangelie van Christus. Zij schilderen eerst de toestand waarin de Heere ons allen van nature vindt. De zonde heeft ons arm gemaakt aan goederen van de hemels, aan de gerechtigheid, die voor God geldt, aan de deugden en goede werken, waardoor zich de gemeenschap met God openbaart; de zonde heeft ons in het hart gewond, gebroken, verslagen; zij heeft ons onderdrukt en gebonden, heeft ons tot gevangenen en slaven gemaakt, want die de zonde doet is een dienstknecht van de zonde; zij heeft ons blind gemaakt, zo blind dat wij onze eigen verkeerdheid niet eens opmerken en ons voor gezond houden, terwijl wij tot stervens toe ziek zijn; maar ook de geneesheer niet zien, noch willen zien, die alleen ons kan genezen. Aan de arme kan nu zeker niets aangenamers worden aangekondigd dan: uw armoede is geëindigd, verheug u, uw schulden zijn betaald, voor uw toekomst is gezorgd, laat uw zorgen en bekommeringen varen. De gewonde kan geen meer welkom geschenk worden gedaan dan verzachtende, genezende balsem. Voor de gevangene, die jarenlang zon noch sterren gezien heeft en door zijn ketenen werd gewond is er geen meer gewenste bode, dan die hem de zekere tijding brengt: u zult vrij zijn, uw kerkerdeur is open, ga uit! Voor de blinde kan geen weldaad groter zijn dan wanneer hem het gezicht wordt teruggegeven. Deze grootste van alle weldaden heeft Christus ons echter op de aarde van de hemel gebracht. Hij heeft dat kunnen doen, want de Geest van de Heere was met Hem. De Heere zelf had Hem gezalfd en gezonden; met onmiddellijke hemelse krachten was Hij verschenen. En Hij heeft het werkelijk gedaan; de armen zijn door Hem onmetelijk rijk geworden; zij zijn meesters geworden over lichaam en ziel, over wereld, zonde en dood, over hemel en aarde, alles is het hun, maar zij zijn van Christus en Christus is van God. De gewonden zijn door Hem genezen en hersteld; de zonden zijn hun vergeven, hun ziel is genezen, hun geweten tot rust gebracht; zij zijn bij God in genade en er is niets verdoemelijks meer bij degenen die in Christus Jezus zijn. De gevangenen zijn vrij geworden, de banden van hun inwendige mens heeft Hij verbroken door de kracht van Zijn Geest en in hen een nieuwe zin en wil gewerkt, die Zijn eigen, heilige wil is en toch ook de hunne. Het is geen hard moeten meer Hem te volgen in heiligheid en gerechtigheid, maar een vrolijk willen, dat nu pas van harte gaat, waarin zij zich vrij en zalig voelen, want die de Zoon vrij maakt, zijn waarlijk vrij. De blinden zijn door Hem wonderbaar verlicht en zien de Zon der geesten en in haar licht overal licht. Kortom, het aangename jaar van de Heere, het ware, algemene jubeljaar van de mensheid is met Hem aangebroken, waarom Hij terecht verklaart: “Vandaag is deze Schrift in uw oren vervuld”, vandaag is het de eerste dag voor Nazareth van het aangebroken grote jaar van de vrijheid!
KruisverwijzingenLukas 4:17→Lukas 19:48→Johannes 8:2→Mattheüs 26:55→Lukas 5:3→Mattheüs 13:1→Mattheüs 20:26→Handelingen 16:13→— En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.
En toen Hij het boek dichtgedaan had en het aan de dienaar teruggegeven, ging Hij zitten en de ogen van allen in de synagoge waren met scherpe, onderzoekende blikken op Hem gericht, wachtend op wat Hij hen naar aanleiding van ditgelezene te zeggen zou hebben.
KruisverwijzingenJohannes 5:39→Mattheüs 13:14→Handelingen 2:29→Johannes 4:25→Handelingen 2:16→Handelingen 3:18→Lukas 10:23→— En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
En Hij begon tot hen te zeggen en in een langere rede te verklaren: Vandaag is deze schrift in uw oren vervuld “Uit (3: 1” en MATTHEUS. 4: 12 vv. inleiding).
De Heere staat op om de Schrift te lezen en gaat zitten om haar uit te leggen. Dit is echt joods en gebeurt nog vandaag in de synagoge. Men staat, omdat men het eigen Woord van God leest en men gaat zitten, omdat men eigen woorden spreekt. Het lezen van de Schrift in staande houding is een bewijs van eerbied voor de getuigenis van de Heilige Geest. Nu heeft God eerbied voor Zijn eigen woord en toont dit op allerlei manieren. Ook de Heere, die God is, toont het hier en overal. Maar zo volkomen mens en zo geheel Jood was Christus óók, dat Hij, ofschoon Hij de Heere was en Zijn woorden Gods woorden waren, nochtans bij de uitlegging van de Schrift gaat zitten. Hiermee wordt de schriftverklaring beneden de Schrift zelf gesteld.
KruisverwijzingenJohannes 6:42→Psalmen 45:2→Spreuken 10:32→Lukas 21:15→Markus 6:2→Mattheüs 13:54→Spreuken 16:21→Hooglied 5:16→— En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
En zij gaven, toen Hij Zijn rede geëindigd had, Hem allen getuigenis a) en verwonderden zich over de aangename woorden die uit Zijn mond voortkwamen 1) en waarmee Hij de werken van Gods genade aankondigde, die daar zouden geschieden. En zij zeiden, omdat zij een zo veel omvattende diep ingrijpende aankondiging voor ongepast hielden in de mond van een jongen man, die zij van Zijn jeugd kenden: b) Is deze niet de zoon van Jozef.
Dit bericht bewijst hoe Jezus’ persoonlijkheid en Zijn woord ook zonder bijvoeging van wonderen een onweerstaanbare indruk maakte, zolang het gemoed niet door vijandschap en vooroordeel was gesloten (vgl. Joh. 4: 41 vv.
Alles wat Hij zei en deed werkte zo wonderbaar machtig op de gemoederen; Zijn ontferming ademde hun met de heilige schriftwoorden en in de verklaring in overvloed tegemoet, want ook deze kwamen Hem voor als die armen, blinden, geboeiden en verslagenen, waartoe Hij was gezonden.
Ten gevolge van het vertrouwen op de goddelijke macht van Zijn woorden is het ook, dat Jezus Zijn woord niet heeft geschreven, als zo velen onder de Oud-Testamentische profeten dat hebben gedaan. De onmiddellijke indruk van Zijn persoonlijkheid was toch zo machtig, dat Zijn woorden hun, die ze hoorden, in het geheugen moesten blijven en bovendien was Hij zeker dat daarna de Heilige Geest zou komen en Zijn vertrouwden alles indachtig zou maken wat Hij gezegd had. Was dit echter eerst gebeurd, dan was ook de bewaring van Zijn woorden voor alle tijden en plaatsen verzekerd. Bij vele woorden van Jezus hebben wij ook meteen het onmiddellijk gevoel dat, als zulke woorden eerst eenmaal in de mensenwereld gesproken zijn, zij niet weer kunnen verloren gaan.
Tweeërlei weg konden de inwoners van Nazareth inslaan, òf zich aan de goddelijken drang overgeven, die hen bij het aanhoren van Jezus aanspraak tot Hem trok, òf aan de werkzaamheid van het verstand de overhand over de beweging van het hart laten en kritiek uitoefenen om het geloof te ontwijken; zij beslissen voor het laatste.
De gunstige indruk van Jezus rede, die allen overweldigt, was dadelijk op de achtergrond gedrongen door de herinnering aan zijn vermeende afkomst. In kleingeestige vitzucht wil de natuurlijke mens niets laten gelden dan wat groot is, niets dat hem nabij is en door gewoonte toegankelijk of bekend; verwonderd, ziet hij slechts het vreemde aan. Zo doet aan Jezus in de ogen van de Nazareners de meeste schade wat hen het meest had moeten verheugen en verheffen.
KruisverwijzingenMarkus 6:1→Mattheüs 4:13→2 Korinthe 5:16→Mattheüs 13:54→Johannes 2:3→Mattheüs 11:23→Romeinen 2:21→Johannes 4:28→— En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
En Hij erkende hun vraag als een teken van een ongeloof dat in zijn verdere ontwikkeling tot hoon en verwachten moest leiden en zei tot hen: U zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord (MATTHEUS. 27: 42) zeggen: Medicijnmeester! genees Uzelf; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapérnaüm gebeurd is, waar Gij de zoon van de koninklijke hoveling zelfs uit de verte hebt genezen (Joh. 6: 46 vv. ), doe dat ook hier in Uw vaderland en toon ons wat Gij kunt.
Het waren vooral twee gedachten, die als grendels voor de harten van de Nazareners lagen: ten eerste: zij verachtten de Heiland om Zijn nederige gedaante en stelden Hem voor dat Hij toch Zijn verlossingswerk, waarvan zij zeer geringe gedachten hadden, bij Zichzelf moest beginnen; Hij moest Zich helpen van Zijn armoede en in plaats van de timmermansbijl een scepter in de hand nemen; ten tweede: zij ergerden zich, dat Hij onder hen geen wonderen wilde doen als in Kapérnaüm en Zijn vaderstad geen naam wilde maken. Voor de liefde, waarvoor geven zaliger dan ontvangen is (Hand. 20: 35), hadden zij geen gevoel; dat Hij arm werd om hen rijk te maken (2 Kor. 8: 9) begrepen zij niet. Zij beoordeelden de Heere naar zichzelf. Hadden zij de macht gehad, die Hij Zich toeschreef, dan hadden zij zichzelf geholpen aan aardse eer en vleselijke overvloed; zij zouden juist geworden zijn wat de duivel de Heiland wilde maken.
Jezus had Zich, naar aanleiding van Jesaja’s profetie de roeping toegeschreven van een hersteller van de mensheid. Hij had het veelvuldig menselijk lijden geschilderd en de blikken van Zijn toehoorders op Zich gericht, als de geneesheer, die tot hun genezing was gezonden. Daaraan herinnert het aangehaalde spreekwoord en de mening van de Heere is deze: u zult aanleiding vinden en het ook gebruiken, om Mij te zeggen: “Gij, die de mensheid van haar lijden wil verlossen, verlos U van Uw eigen lijden en, opdat wij U als de Verlosser erkennen, verricht dan voor ons hier ook een wonder, zoals die, welke Gij, als men zegt, te Kapérnaüm hebt gedaan. Daarin ligt een ironische twijfel aan de wonderen die men Hem toeschreef.
De eerste prediking van de Heere te Nazareth draagt in zoverre een typisch-symbolisch karakter, als die aan de ene kant dient als voorteken van elke ware prediking van het Evangelie wat inhoud, grond en vorm betreft, aan de andere kant als in een spiegel de klippen zichtbaar maakt, waarop de uitwerking van de prediking gewoonlijk schipbreuk lijdt: aardsgezindheid, vooroordeel en hoogmoed.
KruisverwijzingenMattheüs 13:57→Johannes 4:44→Markus 6:4→Handelingen 22:3→— En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.
En Hij verdedigde Zijn profetisch ambt tegen hen en zei: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland (vgl. MATTHEUS. 13: 57. Joh. 4: 44).
Kruisverwijzingen1 Koningen 17:1→Jakobus 5:17→1 Koningen 18:1→Jesaja 55:8→Romeinen 9:15→Markus 7:26→Mattheüs 20:15→Lukas 10:21→— Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
Maar, wanneer Ik u uit voorbeelden van het Oude Testament bewijs, hoe dit al het geval was ten tijde van de beroemdste profeten van het noordelijke rijk, moet Ik u gelijktijdig doen begrijpen hoe nu ook de zaligheid zich afkeerde van die verachters en zich tot de vreemden keerde. Ik zeg U in de waarheid, geheel zoals de Schrift het ons meedeelt, tot uw waarschuwing: er waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werdover het gehele land (1 Kon. 17: 1, 9; 18: 1 vv. Jak. 5: 17).
Kruisverwijzingen1 Koningen 17:9→Mattheüs 11:21→— En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.
En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw die weduwe was.
Kruisverwijzingen2 Koningen 5:1→Johannes 17:12→Daniël 4:35→Job 33:13→Job 21:22→Mattheüs 12:4→Job 36:23→1 Koningen 19:19→— En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.
En er waren vele melaatsen in Israël ten tijde van de profeet Eliza; en geen van hen werd gereinigd dan Naäman, de Syriër (2 Kon. 5: 14).
Jezus noemt hen juist, wat Hem verhindert hier wonderen te doen, namelijk het feit dat een profeet in zijn vaderland en onder zijn bloedverwanten en in zijn huis niet geacht is; vervolgens rechtvaardigt Hij Zijn terughouden door grote voorbeelden van het Oude Testament, die tonen, hoe al in de oude tijd de Joden de zegen, die hun profeten moesten aanbrengen, verre van zich stootten in de vreemde. De Nazareners moesten de kracht van die voorbeelden voelen, maar zij schenen het volstrekt onverdraaglijk te vinden dat Hij hen vergeleek met de onvatbaren en achtergestelden, ja, met de afgodendienaars onder de Joden van de oude dagen en Zichzelf met die grote profeten. Ook ergerden zij er zich aan, dat Hij geschiedenissen uit het Oude Testament nam, die de heidenen zozeer schenen te begunstigen. Zo gaven zij zich over aan de opwellingen van een toorn waarin zij, zonder het te vermoeden, het oordeel, dat Hij zo-even had uitgesproken, volkomen bevestigden.
KruisverwijzingenHandelingen 22:21→Lukas 11:53→Handelingen 7:54→2 Kronieken 16:10→Jeremia 37:15→Lukas 6:11→Jeremia 38:6→2 Kronieken 24:20→— En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden.
En zij werden allen in de synagoge met woede vervuld toen zij dit hoorden.
De natuurlijke mens wordt boos zodra hij veroordeeld wordt. Dit woord van de Heere was een greep in het diepst van hun ziel geweest. Hun volkstrots was hiermee in de hartader aangetast. Zij voelden ten volle dat Jezus verklaarde, dat God hen en geheel het ongelovig Israël met Zijn zegeningen zou voorbijgaan, om ze aan de heidenen te geven, evenals ten tijde van Elia en Eliza gebeurde en in een oogwenk was al de liefelijkheid van Jezus vergaan en Christus, omhangen met de ergernismantel, stond voor hen, die Christus niet begeerden, maar uitwerpen zouden, met de uitroep: “Kruisig Hem! Kruisig Hem!”
KruisverwijzingenJohannes 8:37→Numeri 15:35→Handelingen 7:57→Psalmen 37:32→Johannes 8:59→Handelingen 21:28→Hebreeën 13:12→Handelingen 16:23→— En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
En toen Hij opstond wierpen zij Hem buiten de stad en leidden Hem op de top van de berg waarop hun stad gebouwd was (zeker niet op de zogenaamde heuvel Sarid = berg der afstorting (Joz. 19: 10. vgl bij MATTHEUS. 2: 23), om Hem van de steilte af te gooien.
KruisverwijzingenJohannes 10:39→Johannes 8:59→Handelingen 12:18→Johannes 18:6→— Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
Maar Hij, die niet het lijden wilde ontvluchten, maar het juiste tijdstip daarvoor afwachtte, ging door het midden van hen door, op het laatste ogenblik gebruik makend van Zijn goddelijke macht (Joh. 18: 6) en ging weg (Joh. 8: 59).
Zo was het altijd, zo zal het altijd zijn: men wil liever verloren gaan dan harde waarheden horen. Merk op de woordenstrijd, waarin beide strijdenden zich overwinnaar noemen, omdat niemand, al heeft hij ongelijk, de minste zijn wil. Hoor al de spot en de smaadredenen van degenen die het Evangelie niet willen geloven en zich vergenoegen moesten met het blotelijk voor zich te verwerpen. Zie de baat van de wereld tegen allen die de blijde boodschap, zoals Jezus te Nazareth, verkondigen. Letten wij echter boven alles op de uitwerking die harde, ofschoon ware woorden voor onszelf teweeg brengen! Is het een vreemde, die zich veroorlooft ons te berispen, een beledigend antwoord is maar al te snel gereed; is het een vriend die ons verraadt, wij betonen hem onze dankbaarheid door wederkerige beschuldigingen; is het een godsdienstleraar die door zijn onderwijs ons kwetst, wij zeggen, zoals de Joden: “Medicijnmeester, genees eerst uzelf!” Zelfs tot het woord van God bestrijden wij, wanneer Zijn redenen voor ons te hard zijn om ze te kunnen horen, nu eens door de duidelijke zin te verdraaien, dan weer door Zijn bedreigingen te beperken en altijd door ons te stellen buiten de rij van hen, op wie Zijn veroordelende uitspraken vallen.
Hij liet Zich door de woedende Nazareners wel heenleiden tot de gemelde steilte, maar op de top van de berg gekomen bedwong Hij de boosheid van Zijn leidslieden door Zijn wonderdoend Alvermogen zodanig, dat zij de handen tegen Hem noch durfden noch konden uitsteken. De woedende menigte stond geheel bedremmeld en daardoor kreeg de Heiland gelegenheid om heen te gaan en naar elders weg te trekken.
Men zou verkeerd doen met uit de manier waarop de Heer hier Zichzelf met andere profeten gelijk stelt, de gevolgtrekking af te leiden, dat Hij Zich hier voor niets hogers dan een profeet verklaart. De voorspelling, die Hij aanhaalt, toont het tegendeel aan en doet zien dat Jezus alleen het onthaal dat Hem trof en de roeping, Hem aangewezen, vergelijken wilde met die van andere Godsmannen. Maar even onbillijk zou het zijn als men deze wending, die Zijn onderwijs nam, hard of onvoorzichtig durft te noemen. Men vergeet niet, wat een liefdeloos oordeel over Zijn persoon en werk voorafgegaan was en hoe hier alles afhangt van de toon en het verband van Zijn rede. Omdat Lukas slechts de hoofdinhoud van de hele toespraak meedeelt, moet men toezien in deze geen voorbarig oordeel te vellen. Veeleer moeten wij de wijsheid van de Geneesmeester roemen, die tot sterke middelen de toevlucht nam om de hoofdkwaal van Zijn tijdgenoten, zinnelijkheid en aardsgezinde verwachtingen in de hartader aan te tasten en liever eigen veiligheid wagen wilde dan de verkeerdheid van de mensen ontzien. Of heeft de Heer die zoveel jaren in Nazareth geleefd had en de zedelijke gesteldheid van haar burgers oplettend had gadegeslagen, niet beter dan wij kunnen oordelen, hoe luid en hoe hoog de toon van Zijn bestraffing mocht klimmen. Het gedrag van de Nazareners toonde maar al te snel, dat Jezus hen in geen te ongunstig licht had geplaatst. Onwillens bevestigen zij Zijn taal en zoals later de vijandige Joden de toespraak van Stéphanus afbraken, zo verhinderen zij de Heere hoogstwaarschijnlijk met Zijn rede voort te gaan. In dolzinnige woede ontstoken, rukken zij Hem van de leerstoel, slepen Hem buiten het bedehuis en de stad, voeren Hem naar de steilte, waarop hun stad gebouwd is en staan gereed Hem te pletter te storten. Maar hier, aan de rand van de afgrond, geeft de Heere hun ongevraagd een teken van Zijn hemelse grootheid. In rustige houding en met zegevierenden blik baant Hij Zich op eenmaal een weg door Zijn hardnekkige tegenstanders en het is alsof hun handen geboeid zijnen hun voeten gekluisterd. Zijn uur was nog niet gekomen en als balling verlaat de Man vrijwillig de berg, waarvan de top de Jongeling zo vaak een verrukte blik op de heerlijke schepping in het rond en verder geslagen had.
Christus probeert de inwoners van Nazareth door deze historieën verscheidene dingen te leren. Eerst leert Hij de vrijheid van Gods onderscheidende genade; dat God niet gehouden was om allen dezelfde hulp en middelen van de genade te geven, die Hij aan sommigen gaf. Dit is een leer die de wereld nooit wilde horen, dat God barmhartig zal zijn die Hij barmhartig wil zijn; wij willen graag God tot onze schuldenaar maken en die van Nazareth dachten dat zij, zo niet meer, ten minste evenveel rechten hadden op Christus wonderwerken, als die van Kapérnaüm. Ten anderen leert Hij hen dat het de schuld van de mensen is, als zij de weldaden van de goddelijke genade niet ontvangen. Als de Israëlieten Elias behoorlijk ontvangen hadden zou hij zowel tot hen als naar Sarepta zijn gezonden. Als de melaatsen in Israël hulp gezocht hadden en tot Eliza waren gekomen, zouden zij genezen zijn geworden; en insgelijks, als u Nazareners Mij ontvangen en geloofd hadden, zou u hetzelfde hebben gezien als die van Kapérnaüm; het is dus door uw ongeloof en versmading van Mij dat Ik u geen wonderwerken kan tonen. Zo zegt men, als God het in de harten van de weduwen of van de melaatsen in Israël gegeven had deze profeten te zoeken, zouden zij ook, de eersten Elias hebben ontvangen en de laatsten tot Eliza zijn gegaan; waarom heeft dan God hun harten niet bewogen? Hierop dient het antwoord: Wie bent u die tegen God twist? Hoe het zij de melaatsen en de weduwen in Israël en de inwoners van Nazareth waren zo verzuimend in datgene te doen, dat zij, uit kracht van de algemene genade, die God aan niemand weigert, konden doen, dat Hij rechtvaardig hun Zijn bijzondere invloed mocht onthouden, terwijl zij Zijn algemene zegenende gaven verzuimden. Eindelijk leerde Hij hen hierdoor dat elk volk dat God vreest en gerechtigheid werkt, Hem aangenaam is. God heeft geen aanzien van dit of dat land, Hij zond Elias om aan een Sidonitische vrouw en Eliza om een Syriër weldadigheid te doen, terwijl Hij de ondankbare en ongehoorzame Israëlieten voorbijging. En dus leerde onze Zaligmaker ook niet duister, dat God, om hun ongeloof, versmading en ongehoorzaamheid, Zijn evangelie tot de heidenen zou zenden en hen, Joden, verwerpen, zoals binnen enkele jaren hierna gebeurde. Geen van al deze dingen was nu de Nazareners aangenaam om te horen: u vraagt Mij, zegt onze Heere, waarom Ik niet zulke dingen hier in Nazareth doe, zoals Ik in Kapérnaüm heb gedaan, maar Ik ben niet tot u gezonden. Waren zij dan niet van de verloren schapen van Israël? Dit zij zo; Christus werd niet meer tot heel Israël gezonden, dan Elia tot al de weduwen in Israël. Hij was wel gezonden om voor hen allen te prediken, maar Hij was alleen tot sommigen gezonden om die bijzondere gunstbewijzen en genadegiften te schenken en deze waren, die Hem niet versmaadden, maar graag aannamen.
KruisverwijzingenMattheüs 4:13→Handelingen 17:16→Handelingen 14:6→Lukas 4:23→Handelingen 13:50→Mattheüs 10:23→Handelingen 17:1→Handelingen 20:23→— En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen.
En Hij keerde Zich van Nazareth nu geheel af (vgl. MATTHEUS. 13: 53 vv. Mark. 6: 1 vv. ) en kwam in Kapérnaüm, een stad van Opper-Galilea) en leerde hen, de bewoners van deze stad, die Hij nu tot de Zijne had gemaakt, op desabbatdagen in hun synagogen, zoals Hij dat oorspronkelijk met Nazareth had willen doen, maar dat wegens hun dadelijk aan het licht gekomen ongeloof niet had kunnen doen.
De bedreiging die in de voorbeelden die Jezus aangehaald en voor hen ligt verbittert hen; “Gij verwerpt ons, dan verwerpen wij U, ” antwoorden zij met de daad. Zij verkrijgen echter in Zijn majestueus doorgaan door hun menigte ten minste enig wonder, waar Hij een ander hen moest weigeren.
Door een stormachtige handeling stootten zij Hem uit de synagoge en daarin lag de excommunicatie; verstootten zij Hem uit de stad en daarin lag de verbanning, de ontneming van het burgerrecht; zij wilden Hem zelfs uit het leven stoten, omdat zij Hem op een hoogte, op de steilte van een berg voerden, om Hem naar beneden te storten. Maar op het beslissend ogenblik ontvouwde de Heere, die Zich tot aan de rand van den afgrond rustig had laten voortleiden, een werking van Zijn persoonlijke majesteit, die meer dan eens in bedenkelijke gevallen Zijn vijanden verlamde en Zijn leven bewaarde. Hij trad midden onder diegenen terug, die Hem voor zich heendreven – zo plotseling, zo rustig, zo gebiedend, dat zij onwillekeurig met vrees een doortocht openlieten.
Bij het eerste optreden van Jezus in Zijn moederstad wordt het duidelijk dat de Joden Hem verwerpen, maar de heidenen Hem aannemen zouden; de laatsten zijn typisch vervat in de weduwe van Sarepta en Naäman de Syriër. Wat de Nazareners Jezus wilden aandoen, voorspelt Zijn laatste lot; daarom zal Hij van de Joden heengaan tot de rechterhand van God en Zijn rijk bij de heidenen oprichten.
Hoe vaak heeft ook u de Heere uit uw hart uitgestoten; en het niet tot Zijn tempel geheiligd, Hem daarin geen altaar opgebouwd! Hoe vaak heeft u Hem uitgesloten uit uw huis! Op die morgen, toen u zonder gebed aan uw dagelijks werk gingt, die middag, toen u zonder lof en dank spijs en drank uit Zijn genadige hand aannam, die avond, toen u zonder tot Hem op te zien, u neerlegde, dat uur, toen u Hem niet beleed, Hem integendeel verloochende, de geest van de hel opnam en voor de Geest van Christus de deuren sloot, toen hebt u Hem uit uw huis gedreven. Hoe vaak heeft u Hem, vooral in de laatste jaren, uit uw stad uitgestoten en uit uw vaderland en in plaats van de Heere het bestuur te laten het voor de kinderen van de afgrond ingeruimd, de staat van een Christelijke in een heidense veranderd! In Zijn naam bent u gedoopt; Zijn weldaden geniet u alle dagen; uw hele vorming en ontwikkeling hebt u aan Hem te danken; en nu moet Hij het horen uit uw mond, uit de mond van honderd duizenden in onze dagen: ik ken die mens niet.
II. Vs. 32-44.KruisverwijzingenMarkus 1:24→Mattheüs 8:29→Lukas 4:36→Jakobus 2:19→Lukas 4:32→Lukas 4:14→Mattheüs 7:28→Markus 1:23→ — En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht. En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods. En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit? En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands. En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden. En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve. En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was. In vs. 14 en 15 had Lukas ons in het algemeen een overzicht gegeven over de manier en de vrucht van Jezus’ werkzaamheid in Galilea, maar meteen in vs. 16-31 aangewezen dat onder dit “Galilea” niet Zijn eigenlijk vaderland Nazareth was begrepen, maar dit integendeel daarvan was uitgesloten. Nadat wij nu met Hem zijn verhuisd naar Kapérnaüm, de stad aan de zee, die het nieuwe vaderland van de Heere was geworden voor de tijd van de Galilese werkzaamheid, neemt de Evangelist de manier en de vrucht van deze werkzaamheid, zoals Hij die boven heeft aangegeven, weer op en stelt ons meteen het beeld van de eerste sabbatdag, die Jezus daar beleefde, in een bericht voor ogen, dat met de eerste evangelisten overeenstemt.
KruisverwijzingenLukas 4:36→Mattheüs 7:28→Jeremia 23:28→Markus 1:22→1 Korinthe 14:24→Hebreeën 4:12→Titus 2:15→1 Korinthe 2:4→— En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
En zij, de bewoners van Kapérnaüm, in wiens synagoge Hij dadelijk op de eerste sabbat na Zijn aankomst predikte, verbaasden zich over Zijn leer; want Zijn woord was met macht (MATTHEUS. 7: 29. “Mr 1: 22”).
KruisverwijzingenMarkus 1:23→— En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme,
En in de synagoge was een mens die een geest van een onreine duivel had 8: 34″) en hij riep uit met grote stem, terwijl de overige aanwezigen elkaar hun verwondering te kennen gaven.
KruisverwijzingenMarkus 1:24→Mattheüs 8:29→Jakobus 2:19→Openbaring 3:7→Lukas 4:41→Handelingen 3:14→Lukas 1:35→Hebreeën 2:14→— Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
En hij zei: Laat af, wat hebben wij, de onreine geesten, met U te doen, gij Jezus Nazarener? Bent Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij bent, namelijk de Heilige van God, de Heiland en Messias van Israël.
Het voor de mensen nog bedekte geheim van Jezus’ afkomst en het doel van Zijn menswording is aan de geestenwereld al bekend, die bijna instinctmatig moet sidderen wanneer zij haar toekomstige overwinnaar ziet.
Wij moeten meer sidderen voor de menigte van geestelijk bezetenen, voor de duizenden Christenen, die in de macht van de duivels en de onreine geesten zijn, dan voor een lichamelijk bezetene, die op de bodem van zijn hart soms zucht en schreit, terwijl de duivel uit hem lastert. De wereld maakt het nu haar god gemakkelijk haar zonder vrees te bezitten; zij is zo zeer één hart en één ziel met hem, dat zij in het geheel niet door hem wordt bestreden noch lastig gevallen en hem daarom wegloochent, in plaats van hem weg te bidden.
KruisverwijzingenLukas 4:41→Mattheüs 8:26→Lukas 4:39→Markus 9:26→Lukas 9:39→Lukas 11:22→Psalmen 50:16→Handelingen 16:17→— En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.
En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil en ga van hem uit. En de duivel hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit zonder hem iets te beschadigen.
KruisverwijzingenLukas 4:32→Markus 7:37→Markus 1:27→1 Petrus 3:22→Lukas 10:17→Mattheüs 9:33→Mattheüs 12:22→Handelingen 19:12→— En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?
En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkaar, zeggend: Wat voor woord is dit, dat Hij met macht en kracht, met een volkomen kracht, die geen uitwerking mist, de onreine geesten gebiedt en zij varen uit, zoals dit geval ons bewijst?
Hoe kon zo’n bezetene in de synagoge toegang verkrijgen? Misschien was zijn ongesteldheid nog niet zo openbaar geworden, als het bij deze gelegenheid gebeurde; de crisis, waarin de ongelukkige verviel, kwam door de tegenovergestelde werkzaamheid van twee krachten, die met elkaar in strijd raakten: die van de boze geest en die van de persoon en het woord van Jezus. Zodra een heilig wezen ingrijpt in de levenskring van de ongelukkige, voelt zich de onreine macht, die hem beheerst, in haar heerschappij bedreigd.
KruisverwijzingenLukas 4:14→Mattheüs 9:26→Jesaja 52:13→Markus 6:14→Mattheüs 4:23→Markus 1:28→Markus 1:45→— En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.
En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen van het omliggende land.
KruisverwijzingenMattheüs 8:14→Markus 1:29→1 Korinthe 9:5→Johannes 11:3→Lukas 7:3→Mattheüs 15:23→Jakobus 5:14→Johannes 11:22→— En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.
En Jezus stond op en ging uit de synagoge naar het huis van Simon, die Hij de vorige dag met drie anderen tot Zijn discipel had geroepen (Hoofdstuk 5: 1 vv. ); en Simon’s schoonmoeder had een grote koorts en zij baden Hem voor haar.
KruisverwijzingenLukas 4:35→Lukas 8:24→2 Korinthe 5:14→Lukas 4:41→Lukas 8:2→Psalmen 116:12→— En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
En hij stond boven haar en boog Zich over haar heen om met haar in geestelijke aanraking te komen (vgl. Hand. 3: 4), bestrafte de koorts, vatte haar hand en richtte haar in de hoogte; en de koorts verliet haar; en zij stond meteen op en diende hen.
Wanneer uit uw familie iemand Jezus; discipel wordt, dan is er een door engelen betreden weg tussen de hemel en uw huis; in het lichamelijke, maar nog meer in het geestelijke, wordt Zijn zegen ondervonden, waar een ziel voor de haar bidt.
KruisverwijzingenMattheüs 8:16→Markus 1:32→Markus 5:23→Mattheüs 11:5→Mattheüs 14:13→Markus 6:55→Markus 3:10→Handelingen 19:12→— En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.
En als de zon onderging, allen die kranken hadden, met verscheidene ziekten bevangen, brachten die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op en genas dezelve.
KruisverwijzingenMarkus 1:34→Handelingen 16:17→Markus 3:11→Mattheüs 4:3→Mattheüs 8:29→Lukas 4:34→Johannes 20:31→Jakobus 2:19→— En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
En er voeren ook duivelen uit van velen, die riepen en zeiden: Gij bent de Christus, de Zoon van God! En Hij bestrafte hen en liet hen spreken, omdat zij wisten dat Hij de Christus was (MATTHEUS. 8: 29).
Zelfs de Joodse legenden leggen getuigenis af van de werkelijkheid van Jezus’ wonderen. “De Zoon van Stada (spotnaam van Jezus) heeft uit Egypte geheime middelen meegebracht in een opening, die Hij in Zijn lichaam had aangebracht” zegt de Talmud. Als de Joden de wonderen hadden kunnen loochenen, was dat zeker eenvoudiger geweest dan ze op die manier te willen verklaren.
KruisverwijzingenJohannes 4:34→Markus 6:33→Lukas 6:12→Lukas 8:37→Mattheüs 14:13→Johannes 6:24→Lukas 24:29→Markus 1:35→— En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.
En toen het dag werd ging Hij uit en trok naar een woeste plaats om Zich door gebed te sterken; en de menigte volgde Petrus en de zijnen, zochten Hem, kwamen bij Hem en hielden Hem op, zodat Hij niet van hen weg zou gaan.
KruisverwijzingenMarkus 1:38→Jesaja 48:16→Johannes 9:4→Johannes 6:38→2 Timotheüs 4:2→Johannes 20:21→Markus 1:14→Jesaja 61:1→— Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.
Maar Hij zei tot hen: Ik moet ook andere steden het evangelie van het koninkrijk van God verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.
KruisverwijzingenMattheüs 4:23→Markus 1:39→Lukas 4:15→— En Hij predikte in de synagogen van Galilea.
En Hij predikte op die reis in de omtrek, die Hij hierop voor enige tijd deed, in de synagogen van Galilea (MATTHEUS. 4: 23-25).
Hier openbaart zich hoe groot de indruk was die de Heere al bij Zijn eerste openlijk optreden in Galilea en de omtrek maakte. Des te merkwaardiger dat Hij van die geestdrift voor Zichzelf geen gebruik maakte, die eerder vermijdt dan bevordert en zo snel Kapernaüm verlaat, waar toch zoveel harten voor Hem kloppen. Ook dit is een bewijs voor de waarheid van Joh. 2: 23-25 , maar ook een proeve van de wijsheid van de Heere in de vorming van Zijn eerste discipelen. Hij wil ze roepen tot zelfverloochening, aan het reizende leven wennen en oprijzende aardse verwachtingen beteugelen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Lukas 4
Lukas 4:1-2.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:8→Mattheüs 4:1→Markus 1:12→Exodus 34:28→Johannes 3:34→1 Koningen 19:4→Lukas 3:3→Lukas 4:18→
— En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
“En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.”
Vol van de Heilige Geest — en dan geleid in de woestijn om verzocht te worden. Dat zou u niet verwachten.
En toch is het droeviger in een woestijn geleid te worden wanneer u níet met de Geest vervuld bent. En het is droeviger verzocht te worden wanneer de Geest van God niet op u rust.
De verzoeking van onze Heere was er niet een waaraan Hij Zich moedwillig blootstelde; Hij werd door de Geest in de woestijn geleid. De Geest van God mag ons leiden waar wij beproeving te dragen krijgen. Doet Hij dat, dan zijn wij veilig, en wij zullen als overwinnaars uitkomen, zoals onze Meester deed.
Zes weken verzoeking. Wij lezen het verhaal van de verzoeking misschien in zes minuten, maar het duurde bijna zes weken.
Het blijkt niet dat Jezus honger had terwijl Hij vastte; Hij werd in die tijd op wonderbare wijze onderhouden. Na het vasten verwacht men een dieper geestelijk gevoel en meer heilige blijdschap. Maar het meest in het oog springende feit is hier dat Hij naderhand hongerde.
Meen niet dat u het nut van uw godvruchtige oefeningen verloren hebt wanneer u het niet meteen voelt. Misschien is een heilige honger juist het allerbeste wat u na veel gebed overkomen kan. Ik bedoel geen natuurlijke honger, zoals bij onze Heere, maar een gezegend hongeren naar de goddelijke dingen. “Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.”
Lukas 4:3.KruisverwijzingenMattheüs 4:3→Lukas 3:22→
— En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
“En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.”
Satan trof de hongerende Mens aan en paste zijn verzoeking aan bij Zijn tegenwoordige pijn, bij Zijn bijzondere zwakheid op dat ogenblik.
De duivel vermoedde, en ik meen dat hij wíst, dat Jezus de Zoon van God was. Maar hij begon zijn verzoeking met een indien. Dat siste hij de Zaligmaker in het oor: “Indien Gij Gods Zoon zijt.”
Gelovige, kan men u ertoe brengen aan uw kindschap te twijfelen en te vrezen dat u geen zoon van God bent, dan is satan de slag beginnen te winnen. Zo begint hij het bolwerk van het geloof te bestormen.
Onze Heere wás de Zoon van God, maar Hij leed toen als onze Plaatsvervanger. In die staat was Hij een eenzaam en nederig mens; ik zou Hem bijna een gewoon soldaat in de gelederen willen noemen.
Satan nodigt Hem uit een wonder van een ongepaste soort ten eigen bate te doen. Maar Jezus deed nooit een wonder voor Zichzelf.
Het kan zijn dat de duivel op dit ogenblik sommigen van u beproeft. U bent heel arm, of uw zaak gaat heel scheef, en satan geeft in dat u zichzelf op een ongeoorloofde manier helpen moet. Hij zegt u dat u heel gemakkelijk uit uw moeite kunt komen. U hoeft alleen iets te doen dat weliswaar niet streng genomen goed is, maar dat toch ook weer niet zó verkeerd zou zijn.
Lukas 4:4.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:3→Efeze 6:17→Lukas 4:10→Lukas 4:8→Johannes 10:34→Mattheüs 6:25→Mattheüs 4:4→Mattheüs 6:31→
— En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
“En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.”
Dat is het zwaard van Christus. Zie hoe snel Hij het uit de schede trok. Wat een scherp tweesnijdend zwaard is dit om tegen satan te gebruiken!
Ook u, gelovige, hebt dit machtige wapen in uw hand; laat niemand het u ontnemen. Geloof in de ingeving van de Schrift.
Juist nu is er een felle aanval op het boek Deuteronomium gaande. Het is heel merkwaardig dat alle teksten die Christus onder de verzoeking gebruikte uit Deuteronomium genomen waren. Het is alsof juist dat de wapenkamer zijn moest waaruit Hij dit ware zwaard koos om de verzoeker mee te overwinnen.
Het is alsof Hij zegt: God kan Mij onderhouden zonder dat Ik de steen in brood verander. God kan Mij door Mijn moeite heen brengen zonder dat Ik iets verkeerds zeg of doe. Ik ben niet van het uiterlijke en zichtbare afhankelijk.
Kunt u zo voelen? Kunt u u de belofte van God toe-eigenen en haar tegen satan aanhalen met de woorden er staat geschreven? Gebruikt u haar zoals Christus deed, dan zult u in de tijd van de verzoeking als overwinnaar uitkomen, evenals Hij.
Lukas 4:5-6.KruisverwijzingenJohannes 12:31→1 Johannes 5:19→Efeze 2:2→Johannes 14:30→Openbaring 13:2→Markus 4:8→1 Korinthe 15:52→Efeze 6:12→
— En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds. En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
“En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds. En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;”
Nu beproeft hij Hem opnieuw. Er is golf op golf die de Zoon des mensen van Zijn voeten probeert te spoelen.
Twijfelaars hebben gevraagd hoe dat kon gebeuren. Welnu, zij kunnen dat beter vragen aan hem die het deed. Hij weet meer van hen, en zij weten meer van hem, dan ik. Maar híj deed het; daar ben ik zeker van, want hier staat geschreven dat hij Hem al de koninkrijken van de wereld toonde in een ogenblik tijds.
Spreekt hij niet hoogmoedig in de tegenwoordigheid van zijn Heere en Meester? Wat een vermetele hond moet hij geweest zijn om zo te huilen voor het aangezicht van Hem! Eén blik of één woord van Christus had hem kunnen vernietigen, als Hij dat gewild had.
Lukas 4:7-8.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:13→Mattheüs 4:10→Deuteronomium 10:20→Lukas 4:4→Jesaja 46:6→Openbaring 22:8→Lukas 17:16→Mattheüs 2:11→
— Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
“Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.”
De verzoeking hinderde Hem; zij was Zijn heilige natuur zo vreemd, zij deed Zijn genadige geest zo’n pijn, dat Hij verontwaardigd tot de verzoeker uitriep: ga weg van Mij, satan.
Hier flitste het zwaard opnieuw naar buiten.
Laten wij dan aan niemand anders dan aan God eerbied of aanbidding bewijzen. Het geweten en het gemoed zijn voor God alleen gemaakt; laten wij ons voor Hem neerbuigen. Maar werd ons de hele wereld aangeboden voor één ogenblik afgoderij, laten wij dan niet in de strik van de verzoeker vallen.
Lukas 4:9-11.KruisverwijzingenPsalmen 91:11→Mattheüs 4:5→Lukas 4:3→Job 2:6→Mattheüs 8:29→2 Kronieken 3:4→Romeinen 1:4→Lukas 4:8→
— En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
“En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.”
Satan brengt Christus nu op heilige grond. Verzoekingen zijn daar gewoonlijk het hevigst. En dan nog wel op de tinne van de tempel: het allerhoogste punt, hoog boven de aarde verheven.
Nu probeert satan de Schrift aan te halen, zoals hij dat kan wanneer het zijn doel dient. Maar hij haalt haar nooit juist aan.
U, jonge broeders die uitgaat om te prediken, past op dat u de duivel niet nadoet. Haal geen deel van een tekst aan, en geef de Schrift niet onjuist weer. Híj deed het echter met opzet, niet bij ongeluk en niet uit vergeetachtigheid; hij liet juist de nodige woorden weg.
Er staat geschreven: “Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.” Satan liet die laatste woorden weg. Het was immers niet de weg van een kind van God om zich van een tinne van de tempel hals over kop in de afgrond te storten.
Lukas 4:12-14.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:16→Johannes 14:30→Mattheüs 4:12→Hebreeën 4:15→Psalmen 106:14→Mattheüs 4:7→Psalmen 95:9→Maleachi 3:15→
— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken. En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd. En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken. En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd. En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.”
Doe niets uit vermetelheid. Doe niets wat de HEERE ertoe zou brengen anders te handelen dan naar Zijn vaste wetten, die altijd goed en recht zijn.
Hij had door de verzoeking niets verloren; de kracht van de Geest was nog altijd op Hem.
Let echter op dat woord: voor een tijd. Hebben wij vanavond rust en vrede en worden wij niet verzocht, laten wij ons dan niet veilig wanen. De duivel zal bij een goede gelegenheid terugkomen.
Hij komt ons aanvallen wanneer wij alleen zijn, bedroefd en eenzaam. Hij vindt zelfs gelegenheid wanneer wij in gezelschap zijn, en vooral in gemengd gezelschap; wij worden dan gemakkelijk overbluft en op een dwaalspoor gebracht.
Dikwijls vindt hij een gelegenheid tegen de kinderen van God wanneer wij ziek en zwak zijn. Hij weet dat wij ons niets van hem zouden aantrekken wanneer wij in goede gezondheid verkeren. Maar liggen wij door ziekte en pijn in de put, dan begint hij ons tot wanhoop te verzoeken.
Hetzelfde doet hij wanneer wij arm zijn. Heeft iemand een groot verlies in zijn zaak geleden, dan komt satan naar beneden en fluistert: is dit de manier waarop God met Zijn kinderen omgaat? Het volk van God is er niet beter aan toe dan andere mensen.
En gaat het ons in de wereld juist vóór de wind, dan keert hij het om en zegt hij: vreest Job God om niet? Hij gaat vooruit door zijn godsdienst. U kunt de duivel niet behagen, en u hoeft dat ook niet te willen; hij kan van alles een verzoeking voor u maken.
Ik ga nu iets zeggen dat u verbazen zal. Een andere tijd van grote verzoeking is die waarin wij geestelijk zijn. U weet hoe gemakkelijk het is op de berg van de verheerlijking te zijn en dan aan de voet satan te ontmoeten. Zo verging het onze Heere toen Hij van die berg afkwam.
Hebt u een zware last te dragen, dan zal hij u verzoeken. En wordt die last afgenomen, dan zal hij u erger verzoeken dan ooit.
Wat de verzoeking ook zij, dit heb ik te zeggen: waak. Waak en bid eerst dat wij niet in verzoeking komen. En ga daarna, door de strijd en de overwinning van uw Meester, dapper de strijd in, en verwacht door het geloof in Hem te overwinnen zoals ook Hij overwon.
Lukas 4:14-15.KruisverwijzingenMattheüs 4:12→Mattheüs 9:8→Johannes 4:43→Markus 1:28→Mattheüs 9:26→Markus 1:14→Lukas 4:37→Handelingen 10:37→
— En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.
“En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.”
Hij werd geliefd bij het volk; de mensen kwamen naar Hem toe en hoorden Hem graag. Wie verborgen verzoeking en persoonlijke strijd gekend heeft, is toebereid om openlijke voorspoed te dragen zonder erdoor opgeblazen te worden.
Hebt u voet bij stuk gestaan tegenover satan? Dan zult u weinig geven om de toejuiching of de aanvallen van uw medemensen.
Er ging een wonderlijke kracht van Zijn onderwijs uit: “Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.” Misschien verstonden Zijn hoorders niet wat die kracht was, maar zij verheerlijkten de nieuwe Leraar Die in hun midden gekomen was.
Ach, lieve broeders, had onze Heere Jezus de kracht van de Geest nodig, hoeveel te meer dan u en ik! Wij hebben geen kracht van onszelf, maar Híj was de Zoon van God. Hij was een goddelijk Leraar, en toch ging Hij tot Zijn werk in de kracht van de Geest. Wacht, broeder, tot u die kracht hebt; het heeft geen zin dat u zonder haar uitgaat.
Lukas 4:16-17.KruisverwijzingenJesaja 61:1→Handelingen 17:2→Lukas 2:39→Lukas 2:51→Mattheüs 2:23→Handelingen 13:14→Lukas 1:26→Lukas 4:21→
— En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;
“En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;”
Het is altijd moeilijk voor een jongeman om in zijn eigen geboortestad te gaan preken. Een profeet is niet zonder eer dan in zijn vaderland, en toch kwam Jezus te Nazareth, waar Hij opgevoed was.
Het was de gewoonte in de synagoge delen van de heilige Schrift te lezen, en er dan bij wijze van uitlegging enkele woorden over te zeggen. En dat deed de Zaligmaker.
Toen Hij het boek opengedaan had — dat wil zeggen: de rol met de profetie van Jesaja uitgerold had — vond Hij de plaats. U vindt haar in het eenenzestigste hoofdstuk van Jesaja.
Lukas 4:18-21.KruisverwijzingenJesaja 61:1→Mattheüs 11:5→Psalmen 146:7→Handelingen 10:38→Lukas 7:22→1 Johannes 2:8→Jesaja 42:16→Jesaja 32:3→
— De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
“De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.”
Aller ogen waren op Hem gevestigd. Helaas, hun harten niet. Zij hadden Christus de profetie horen lezen die op Hemzelf zag, maar zij hadden haar boodschap niet aangenomen.
Lukas 4:22.KruisverwijzingenJohannes 6:42→Psalmen 45:2→Spreuken 10:32→Lukas 21:15→Markus 6:2→Mattheüs 13:54→Spreuken 16:21→Hooglied 5:16→
— En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
“En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?”
Zij bewonderden Zijn manier van spreken. Maar toen Hij aan die leer kwam die de mens vernedert en God verheerlijkt, werd het anders.
Lukas 4:23-26.KruisverwijzingenMattheüs 13:57→Johannes 4:44→1 Koningen 17:1→Jakobus 5:17→1 Koningen 17:9→Markus 6:1→Mattheüs 4:13→Markus 6:4→
— En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland. En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland. Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land. En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.
“En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland. En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland. Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land. En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.”
De jongeman die de plaats een tijd verlaten had en die tijdens zijn afwezigheid grote vermaardheid als leraar en wonderdoener verworven had, was thuisgekomen. Er was natuurlijk veel nieuwsgierigheid om hem te horen.
Zij veronderstelden dat Hij van de stad waarin Hij opgevoed was de voornaamste plaats van Zijn zegeningen maken zou. Zij waren immers Zijn stadgenoten, dus zij hadden zeker enige aanspraak op Hem.
Maar onze Heere wist heel goed dat zij, als zij Zijn onderwijs werkelijk verstonden, er niet mee ingenomen zouden zijn. Hij wist dat de zegeningen die Hij kwam brengen niet waren wat zij begeerden. Daarom handelde Hij meteen eerlijk met hen. Hij zei dat Elia niet naar een weduwe in Israel gezonden werd maar naar Sarepta, en dat Elisa de melaatsen in zijn eigen land niet genas maar Nááman de Syriër.
Lukas 4:27.Kruisverwijzingen2 Koningen 5:1→Johannes 17:12→Daniël 4:35→Job 33:13→Job 21:22→Mattheüs 12:4→Job 36:23→1 Koningen 19:19→
— En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.
“En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.”
Ook hij was een heiden uit een ver land. Hem werd genezing gegeven, maar geen van de melaatsen van Israel.
God zal met Zijn eigen barmhartigheid en genade doen wat Hem behaagt. De vraag die Hij stelt is deze: is het mij niet geoorloofd te doen met het mijne wat ik wil?
Deze leer van de goddelijke soevereiniteit was niet naar de smaak van deze mensen; zij vonden haar niet goed. En ik vrees dat sommigen van u haar ook niet goed vinden. Zij werden heel toornig, zij begonnen met hun tanden te knarsen en te zeggen: deze jongeman moet tot zwijgen gebracht worden; wij zullen zulke leer niet van hem aanhoren.
Lukas 4:28-30.KruisverwijzingenJohannes 10:39→Johannes 8:37→Numeri 15:35→Handelingen 7:57→Psalmen 37:32→Johannes 8:59→Handelingen 21:28→Hebreeën 13:12→
— En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden. En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
“En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden. En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.”
Tegen het eerste deel van Zijn onderwijs hadden zij geen bezwaar. Maar nu Hij de soevereiniteit van God verhoogt en de zondaar neerlegt, spreekt Hij hun te duidelijk: zij werden met toorn vervuld.
Zij konden Hem toen niet doden. Zijn werk was niet gedaan, en Hij was onsterfelijk totdat het ten volle volbracht was.
Lukas 4:31-32.KruisverwijzingenMattheüs 4:13→Lukas 4:36→Mattheüs 7:28→Handelingen 17:16→Handelingen 14:6→Lukas 4:23→Handelingen 13:50→Mattheüs 10:23→
— En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen. En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
“En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen. En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.”
God geve dat Zijn Woord vanavond met kracht mag zijn! Amen.
Lukas 4:33-34.KruisverwijzingenMarkus 1:24→Mattheüs 8:29→Jakobus 2:19→Markus 1:23→Openbaring 3:7→Lukas 4:41→Handelingen 3:14→Lukas 1:35→
— En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
“En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.”
Er zijn tegenwoordig veel mensen die deze boze geest in zich hebben en die ook zeggen: laat ons met rust. Zij willen hun geweten niet verontrust hebben. Zij slapen liever door tot zij wakker worden in een andere wereld, waar hun ontwaken te laat zal zijn om hun nog tot bekering te dienen.
En dan die andere woorden: “Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.” Dat is een oude streek van de duivel: de voortreffelijkheid van de prediker erkennen om de persoonlijke toepassing van de preek te ontlopen.
Er zijn veel mensen die heel tevreden zijn wanneer zij over het Woord dat zij gehoord hebben gezegd hebben: ja, het was allemaal waar, en het was heel goed gezegd. Maar dat is niet het doel van een waar dienaar van het evangelie: eenvoudig uw goedkeurende lof te winnen. Hij wil de duivel uit u uitgeworpen zien. En hij wil uw hart zo geroerd zien dat u de godsdienst niet langer met rust laat maar tot Christus vlucht om u zalig te maken.
Lukas 4:35-36.KruisverwijzingenLukas 4:41→Lukas 4:32→Mattheüs 8:26→Lukas 4:39→Markus 9:26→Lukas 9:39→Lukas 11:22→Psalmen 50:16→
— En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?
“En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?”
Ach, lieve vrienden! Zie eens wat het evangelie doen kan. Het brengt de dief terug, het maakt de hoer kuis, het heft de allerlaagste mensen uit de diepste vernedering op. Dan mogen wij wel zeggen: wat een woord is dit!
De kracht van het evangelie ligt niet in de prediker, maar in de waarheid die hij verkondigt. Wat een woord is dit, dat niet alleen aan de deur van het menselijk hart klopt, maar dat aan zijn gordel de sleutel draagt waarmee het die deur openen kan!
Het nodigt de zondaar niet alleen uit de Zaligmaker te vertrouwen, maar er gaat een kracht mee die het hart liefelijk vrijt totdat de onwillige gewillig wordt. En dan geven zij die God en Zijn grote zaligheid tot nu toe veracht hebben zich blijmoedig aan Hem over.
Christus komt niet alleen tot wie Hem zoeken. In de luister van Zijn genade wordt Hij dikwijls gevonden van hen die Hem niet zochten. Ja, wie riepen laat ons met rust worden juist niet met rust gelaten, want de genade brengt hen onder haar gezegende heerschappij.
Lukas 4:38-39.KruisverwijzingenMattheüs 8:14→Markus 1:29→Lukas 4:35→1 Korinthe 9:5→Lukas 8:24→Johannes 11:3→Lukas 7:3→Mattheüs 15:23→
— En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
“En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.”
Hier is een beeld van een andere vorm van de ziekte van de zonde. Deze keer is het een hete en brandende koorts.
Er zijn veel mensen die de koorts van de hoogmoed hebben, of de koorts van de eerzucht, en sommigen die de koorts van de onstuimige begeerte hebben.
En toch hebben wij van zo’n genezing als deze nooit gelezen in het leven van de geneesheren van vroeger of van nu. Zij hebben opmerkelijke genezingen tot stand gebracht door de patiënt lang met allerlei middelen te behandelen. Maar Christus stond eenvoudig over de schoonmoeder van Petrus heen en bestrafte de koorts, en meteen week zij.
Lukas 4:40.KruisverwijzingenMattheüs 8:16→Markus 1:32→Markus 5:23→Mattheüs 11:5→Mattheüs 14:13→Markus 6:55→Markus 3:10→Handelingen 19:12→
— En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.
“En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.”
Ach, bij sommigen van u gaat de zon onder! Die grijze haren zijn als de strepen licht aan de kim wanneer de zon daalt. Maar God zij geloofd: Hij Die de geestelijk zieken in de vroege morgen geneest, door kinderen tot Zich te brengen, houdt niet op met werken voordat de zon ondergegaan is.
Och, dat Hij dat nu doen wilde! Nog altijd is Hij machtig om zalig te maken. Och, dat Hij nu Zijn oude kracht wilde tonen en Zijn genezende handen op ieder van u wilde leggen! Wat een roem zou Hij daarmee krijgen! Wat een blijdschap zou er zijn als u allen nu tot God bekeerd werd! En waarom zou het niet gebeuren? Christus is machtig dit te doen; laten wij het dan van Hem vragen in een ernstig, gelovig gebed.
Lukas 4:41.KruisverwijzingenMarkus 1:34→Handelingen 16:17→Markus 3:11→Mattheüs 4:3→Mattheüs 8:29→Lukas 4:34→Johannes 20:31→Jakobus 2:19→
— En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
“En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.”
Misschien meenden zij dat hun getuigenis Zijn goede naam zou zwartmaken.
Wij zijn in zekere zin blij wanneer slechte mensen op ons aanmerkingen maken, want dat is werkelijk de beste aanbeveling die zij ons geven kunnen. Maar beginnen zij ons te prijzen, dan gaan wij vermoeden dat er iets mis is.
Wij denken dan aan hoe Christus handelde toen de duivelen tot Hem zeiden dat Hij de Christus, de Zoon van God, was. En wij zouden ook graag willen dat zulke lippen zwegen. Wat een gemeen ding is de zonde, dat zij zelfs goede woorden kwaad maakt wanneer zij uit zondige lippen komen!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-13.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:3→1 Koningen 19:8→Deuteronomium 6:13→Mattheüs 4:1→Markus 1:12→Exodus 34:28→Johannes 12:31→Mattheüs 4:10→
— En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste. En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde. En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods. En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds. En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil; Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen. En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
In onmiddellijke aansluiting aan de geschiedenis van Jezus’ doop in de eerste afdeling van dit gedeelte van de evangelische geschiedenis volgt nu op het tussen ingevoegde geslachtregister in de 2e afdeling en zich ook aan deze aan de inwendige samenhang nauw aansluitend, in de 3e afdeling de geschiedenis van de verzoeking door de duivel. Lukas zet als een schilder de drie verzoekingen als tableaus naast elkaar, terwijl hij ze met een eenvoudig “en” verbindt en laat op de eerste dadelijk de derde volgen, zodat de tweede eerst het laatst wordt genoemd. Door deze rangschikking treedt eerst het lichamelijke, vervolgens het burgerlijke en ten slotte het godsdienstige leven op de voorgrond. Mattheüs deed daarentegen als een geschiedschrijver en hield zich nauwkeurig aan de tijdsorde, die ook in de drie hoofdpunten van de geschiedkundige ontwikkeling van de zonde in het menselijk geslacht volgens het getal 666 in Openbaring 13: 18 voorkomt.
En Jezus, vol van de Heilige Geest, dus niet uit eigen aandrang (menselijke begeerte zou Hem nooit hebben gedreven, dadelijk met leren te beginnen), keerde weer van de Jordaan, waar Hij bij Johannes was geweest (Hoofdstuk 3: 21) en werd door de Geest geleid in de woestijn Quarantania.
En werd daar veertig dagen verzocht door de duivel a) en at helemaal niet in die dagen en toen deze geëindigd waren, had Hij honger, terwijl Hij in die dagen zelf de pijniging van de honger niet had gevoeld.
Ex. 34: 28. 1 Kon. 19: 8.
De Heere moest niet heengaan in het blij gevoel de Zoon van God, de met de Heilige Geest zonder mate vervulde te zijn, die over de jammer, die de zonde op aarde bereid heeft, kon heenstappen en slechts van boven reddende levensstromen in de zielen had neer te zenden. Hij is in de doop tot Middelaar en Hogepriester van de mensen gewijd, heeft Zich geplaatst onder de last die Hij als het Lam van God moet dragen en moet nu dat werk in Zich verwerken en het Zich eigen maken.
Vrijwillig had Hij Zich aangeboden om alle gerechtigheid te vervullen en de Vader had er Zijn heilig zegel op gedrukt. Maar wat een oneindige onderneming was het dit inderdaad en in waarheid onder de zondige mensen te volbrengen! Tot die aanvang kon Hij onmogelijk komen zonder vooraf nog eens in de stilte voor Zijn Vader tot Zichzelf te komen, het hele gewicht van het werk te overwegen, de strijd vooraf in de Geest door te strijden. Hij wijst ons aan hoe weinig zelfs de volheid van de Geest recht geeft om zich onvoorbereid aan een groot werk te begeven en zich op de ingevingen van het ogenblik te verlaten.
Volgens Lukas en Markus was Jezus gedurende al die tijd onophoudelijk door aanvallen gekweld. Zijn inwendige werkzaamheid, als Hij over het werk, dat Hem te doen stond voor Israël en de gehele wereld, nadacht (in het eerste opzicht vooral op grond van Deuteronomium, waaruit Hij ook in vs. 4, 8 en 12 Zijn wapens tegen de verzoeker ontleende) werd door vreemde influisteringen, die tegenovergesteld waren aan de heilige gedachten, waarmee Hij vervuld was, tegengestaan. Bij Mattheüs is deze duistere werkzaamheid van de vijand, waardoor de laatste verschijning werd voorbereid, niet vermeld.
Het wordt de duivel toegestaan te verzoeken, door allerlei proefnemingen de toegangen op te sporen tot de vaste burcht van de Mensenzoon, zijn ladders aan te leggen en te zien of de burcht ergens zwak verdedigd is en met storm kan worden genomen, of door list overrompeld.
En de duivel, die dit tijdpunt, waarop het uitgeputte lichaam zich geheel machteloos voelde, had afgewacht om een beslissende aanval te doen, zei tot Hem: Als Gij Gods Zoon zijt, waartoe Gij toch bij Uw doop uitdrukkelijk bent verklaard (Hoofdstuk 3: 22), zeg tot deze steen, die ik U hier toon, dat hij brood wordt.
En Jezus antwoordde hem: Er is (Deut. 8: 3) geschreven dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij elk woord van God (de weglating van de woorden dat de mond van God uitgaat moet aan de woorden in Christus mond de pregnanten vorm geven van een vast besloten wil).
Evenals bij de eerste verleiding op aarde de duivel bij Eva het woord van God uitlokte, zo grijpt hij hier het woord van de Vader aan: “Gij zijt Mijn geliefde Zoon” en tornt daaraan. De verzoeking is zeer listig. Hij wil de Heiland niet bewegen tot twijfel aan het woord van God, maar Hem integendeel dringen tot een bewijs dat Hij Zich aan dat woord vasthoudt Welk kwaad zou er ook geweest zijn in datgene waartoe de duivel Hem aanzette, zo schijnt het. Waarom had de Heere Zijn wondermacht, die Hij later voor anderen gebruikte, niet voor Zichzelf mogen aanwenden? De zedenwet gebiedt niet de naaste meer te beminnen dan zichzelf. Maar als Jezus aan deze influistering gehoor had gegeven, had Hij toch de hoofdreden van Zijn aardse leven opgeheven, waaraan Hij Zich uit liefde had onderworpen. Hij zou Zijn staat als Mensenzoon hebben verloochend om Zijn staat als Gods Zoon vóór de tijd te openbaren en had de daad van Zijn menswording enigermate teruggenomen. Nu verklaart de Heere dat Hem nooit in Zijn aardsen loopbaan enige fysische noodzakelijkheid er toebrengen zou op grond van Zijn waardigheid als Zoon de ootmoedige vorm te verloochenen die Hij bij Zijn menswording had aangenomen. Hoewel Hij de Zoon is wil Hij toch gehoorzaam blijven zelfs tot in de zwakheid van de dood.
Bij de eerste mens was geen behoefte en bovendien bestond de terughouding van een uitdrukkelijk verbod van God. Hier is echter een behoefte aanwezig en er staat geen verbod in de weg; zo schijnt de behoefte tevens het volle recht te geven tot bevrediging. Juist op dat punt plaatst het woord van de verzoeker – en zeker sloot het Zoonschap van God, dat voor Jezus bij de doop plechtig was uitgesproken en waarvan het bewustzijn Hem nu ook doordringt, de mogelijkheid van dit wonder in, ja, hoe meer Hij Zich Gods Zoon mocht weten, des te groter scheen ook het recht te zijn om de behoefte van Zijn honger te bevredigen. Maar Jezus weet ook dat Zijn toestand van verzoeking voor Hem Zo weinig ten einde is, dat het integendeel op dit ogenblik eigenlijk aankomt op het goedmaken van de eerste misstap van de mensen, van het verboden genot. Alleen daardoor kan Adams genieten van de verboden vrucht, als ook het morren van Israël over het hemelse manna weer worden goed gemaakt, dat Hij tegenover die vroegere dwaling Zich geheel en al weer in het woord van Gods mond terugplaatst en van deze levendmakende adem, waaraan de mens zijn bestaan te danken heeft, ook de voortduring van zijn bestaan in de wereld verwacht.
Op de bruiloft te Kana doet later de Heere, zonder dat enige smart van het lijden om hulp riep, maar Hij vreugde uit de rijkdom van heilige liefde wilde verspreiden, werkelijk hetzelfde dat Hij hier weigerde en beloofde door zo’n teken: ja, Ik zal de woestijn veranderen in een bloeiend veld, maar op zijn tijd; en de weg daartoe is afzien van zelfzucht en van eigen welzijn, ontlediging van Mijzelf en verloochening tot in de dood.
Arm zijn, hongeren, misschien in de eigenlijke zin van het woord, of op andere wijze in allerlei moeilijke omstandigheden te moeten leven, misschien in een moeilijk beroep, waarin loon en erkenning in geen verhouding staan tot moeite en zelfverloochening die het mee brengt, of in een ongelukkig huwelijk, of in steeds nutteloze strijd te moeten leven, in ellende het leven te moeten voortslepen en zijn krachten tevergeefs te moeten verspillen – dat is geen aangenaam lot. Dat heeft al bij velen de verzoeker aangegrepen en gesproken: moet dat in een eeuwigheid zo voortgaan? Wilt u uithouden wat niet uit te houden is en u met de hemelse Vader troosten? Draag het niet langer, u hebt het lang genoeg gedragen; werp het af; op deze en die manier kunt u zichzelf toch helpen. Het kost u maar één besluit, neem het; maar één woord spreek het; maar één stap doe die – en uw ellende is opeens ten einde; van vertrouwen op God en van geloof kan onder zodanige omstandigheden toch geen mens leven. ” Velen hebben weerstaan, maar velen ook niet, velen hebben gedaan wat zij nooit zullen kunnen rechtvaardigen voor God; zij hebben het verbond met God gebroken en aan de raad van de duivel gehoor gegeven, of hebben door ontevredenheid, bitterheid, klein geloof en weerspannigheid zich van de zegen van het kruis beroofd.
En toen de duivel Hem geleid had op een hoge berg toonde hij hem al de koninkrijken van de wereld in een ogenblik (1 Kor. 15: 2).
En de duivel zei tot Hem: Ik zal u al deze macht, de macht over alle rijken van de wereld en de heerlijkheid van die koninkrijken, de opperheerschappij over die alle geven; want zij, de heerlijkheid van de koningen die nu in dezerijken heersen, is mij overgegeven en ik geef ze aan wie ik ook wil (2 Kor. 4: 4. Openbaring 13: 2).
Als Gij dan mij huldigt en voor mij zal neervallen en mij aanbidden, dan zal alles het Uwe zijn.
En Jezus antwoordde: Ga weg van Mij, Satan! Want er is in Deut. 6: 13 geschreven: a) Gij zult de Heere, uw God aanbidden en Hem alleen dienen.
Deut. 10: 20. 1 Sam. 7: 3.
De belofte die de verzoeker de Heere hier doet is evenals de voorwaarde die hij Hem stelt, vaak te grof verklaard, dan dat een zodanige van zo’n slimme geest zou hebben kunnen uitgaan. Maar als mens behoorde Jezus tot het gebied dat aan de satan was overgegeven en kon Hij, zoals het scheen, de opvolging in de wereldheerschappij, waartoe Hij geroepen was, slechts aanvaarden wanneer de satan zelf Hem zijn rijk toedeelde, anders werd het een strijd op dood en leven, waarbij de Heere niets dan smaad en vervolging, armoede en ellende, nood en schade, ja voor Zichzelf zowel als voor Zijn gemeente uitwendige vernietiging en ondergang te wachten had. Tegen die te strijden, die de wereld sinds vier eeuwen in bezit had en over alle helse en menselijke machten gebied voerde, om die ook in bezit te houden, de wereld te veroveren, alleen door het middel van geestelijke inwerking op de zielen, wanneer eerst de een na de ander op de zo langzame weg van inwendige heiligmaking moet worden gewoonten en dan weer de aan elkaar voeging van de gewonnen zielen tot een gemeente, dat een arbeid is van grote moeite en die gedurende duizenden jaren slechts gaandeweg en sober voortgang maakt – dat was toch een veel moeilijkere strijd, dan wanneer een koning met tienduizend een andere met twintigduizend zal tegemoet gaan (Hoofdstuk 14: 31) en zeker een opdracht van die aard als de Griekse sage aan Sisyphus in de onderwereld toeschreef. In werkelijkheid zal dan ook de Heiland, die tegenover de verzoeker van alle uitwendige politieke middelen is beroofd en de in Joh. 18: 36 en Luk. 24: 26 uitgesproken grondstellingen tot oprichting van Zijn rijk heeft verkoren, volgens de aanwijzingen van de Schrift een drieduizend tal van jaren nodig hebben voordat Hij het doel bereikt, dat in 1 Kor. 15: 25 vv. is genoemd. En tot Zijn moeilijke arbeid, waaraan Hij Zich heeft onderworpen, behoort niet alleen wat Hij in de dagen van Zijn vleeswording persoonlijk gedaan en geleden heeft, maar ook wat Hij van de geschiedenis van de apostelen tot het einde van de in de Openbaring medegedeelde toekomst van de hemel moet volbrengen en in de leden van Zijn lichaam, de kerk, moet ondergaan. Hoewel minder omwille van Hem, alhoewel het kruislijden voor ons verstand veel te diep is dan dat wij het in zijn hele zwaarte enigszins zouden kunnen begrijpen, dan toch zeker omwille van de Zijnen had het zeker voor de Heere een verzoeking kunnen zijn. Denk slechts aan het martelaarslijden in de tijd van de apostelen en dan aan de tijd van de anti-christ, als wij nog afzien van de tijden die daar tussen liggen, wat wij hebben vernomen en wat wij uit duistere voorstellingen kunnen opmaken. Zeker aanlokkelijk was het de aanbiedingen van de vrede van de vorst van deze wereld aan te nemen en tot een vergelijk met hem over te gaan onder beding de wereld, wanneer Hij die eens in bezit had, met geestelijke zegen in hemelse goederen te zegenen. Was eenmaal door Zijn zelfontlediging de mogelijkheid van de verzoeking op menselijke wijze ontstaan, dan moest Hij ook voor een verzoeking (maar niet die van binnen ontstond, maar van buiten werd aangebracht) toegankelijk zijn, zoals die ons allen overkomt, om met de wereld en haar vorst te onderhandelen, om ons zelf en anderen zware strijd en zoveel schijnbaar vruchteloze arbeid te besparen. “Alles in de wereld verzwaarde ontzaglijk de vervulling van Christus’ roeping en was wel geschikt om ieder zintuig, dat niet geheel helder was, te verblinden: moet ik niet, zoals het nu eenmaal in de wereld is, wanneer ik het doel wil bereiken, tot heil van de wereld zelf, naar middelen grijpen die ik anders nooit zou hebben aangegrepen?” Wat de Evangelist bewogen heeft de derde verzoeking op de tweede te plaatsen en daarentegen met de tweede van de drie verzoekingen te besluiten, kan niet beslist worden aangewezen. Zeker heeft hij in zo verre daartoe recht, als de tweede en derde verzoeking met elkaar verwant zijn en het hier in het algemeen meer te doen is om de wereldheerschappij, nadat het bij de eerste meer het koningschap over Israël gold. Met het laatste was het ten tijde dat Lukas zijn evangelie schreef eigenlijk gedaan, daarentegen stond het eerste op de voorgrond; daarop vestigt hij dan eerst zijn blik, om ten slotte nog aan het andere te denken. – Men moet niet denken dat de woorden van de satan: “Ik zal u al deze macht en de heerlijkheid van die koninkrijken geven, want zij is mij overgegeven en ik geef ze aan wie ik ook wil” niets dan een renomistische leugen zouden zijn, die alle schijn van werkelijkheid mist. Dit kan daarom niet zijn, omdat door dit aan te nemen de verzoekende kracht van de woorden geheel zou wegvallen. De Schrift stemt ook geheel overeen met de uitspraak van de duivel over zijn rijk, omdat zij steeds vasthoudt dat de tegenpartijder uit het hem overgegeven rijk niet met geweld wordt uitgezet, maar daarover binnen bepaalde grenzen zo lang vrij beslist, totdat hij op de weg van zedelijke beslissing overwonnen zal zijn. Jezus zal dus wat hij van Zijn rijk zegt, toegeven, zoals Hij hem dan ook niet zonder reden zo vaak de vorst van deze wereld heeft genoemd; nog meer, de wijze, waarop hij de hele heerlijkheid van de wereld toont, is het onmiddellijk bewijs dat hij van zijn macht niet te veel zegt. Wij moeten ons dus voorstellen dat Jezus van de wereldmacht van de satan op dit ogenblik een zo overweldigende indruk moest hebben, als later niet weer; maar daarom ook dat Hij zelf ten opzichte van de uitwendige zaken in de wereld onder de macht van deze vorst van de wereld gesteld was. Pas dan als men hierover duidelijke begrippen heeft gevormd wordt men gewaar dat hier de verzoeking haar toppunt bereikt. Men moet hier nog bij nemen dat het overgeven van de wereld, dat aan Jezus wordt toegezegd, zo moet worden begrepen dat Jezus dan naar eigen wil daarmee kon handelen: zo wordt het doel voorgesteld als geheel hetzelfde, dat Jezus Zich als het Zijn heeft gesteld. En wat de aanleiding betreft mag niet worden voorbijgezien dat de duivel een erkenning verlangt, die, wanneer men alleen kijkt naar de verhouding van macht tussen hem en Jezus, niet overdreven schijnt te zijn, in zoverre Jezus toch is ingegaan in de ordening van de wereld die aan de satan is overgegeven en zich aan deze zonder voorbehoud heeft onderworpen. De verhouding tussen wat de duivel voorstelt en wat Jezus ten uitvoer brengt, komt dus zo voor dat het doel van Jezus’ zijn in de wereld onaangeroerd blijft. Hij ontvangt op beide wegen de heerschappij over de rijken van de wereld, alleen aanvaardt Hij deze heerschappij wanneer Hij aan de voorwaarde, door de satan gesteld, voldoet, dadelijk, terwijl die Hem op de weg, die Hij Zich kiest, pas aan het einde van de hele ontwikkeling ten deel wordt. Eindelijk moet men hier nog bij bedenken dat het een algemene menselijke opvatting is, niet alleen van de slechten, maar ook van de beteren, dat in het groot en in het algemeen niemand kan werken, wie niet krachten van de wereld ten dienste staan, dat ten minste de noodzakelijke veronderstelling van zo’n werkzaamheid deze moet zijn dat de grote machten van de wereld niet tegenover zo’n werkzaamheid moeten staan. – Juist op die grondstelling rust bijvoorbeeld begin en einde van een Staatskerk. – Jezus zelf is echter geen ogenblik onbeslist. Hem is het volkomen helder dat de beste bedoelingen en heiligste voornemens niets betekenen, maar integendeel in hun kiem worden bedorven, zodra voor het rijk van de Geest dat Hij wil stichten, macht en geweld en de daarop rustende heerlijkheid als iets zelfstandigs en noodzakelijks (want dat is de zin van de verlangde aanbidding) moet worden erkend. Hij weet het, dat zodra zo’n buigen voor de macht en het geweld van de machten van de wereld heeft plaats gehad, zelfs de Heilige Geest die misstap, die plaats had, niet weer goed kan maken, dus juist daarom alles wat er goeds en schoons tot hiertoe in de wereld was, weer is opgelost en vernietigd, omdat het tot hiertoe nog aan niemand was gegeven, die grond, die hem de verzoeker ten dienste stelt, voor zijn werken in de wereld te kunnen ontberen. Zeker kan het Hem niet verborgen zijn dat, zodra Hij de aangeboden voorwaarde van Zich wijst, Hij niet alleen geen ondersteuning van de kant van de wereldmachten voor Zijn werk had te wachten, maar Hij ook rekenen moest op de sterkste tegenstand van de kant van die macht, waaraan al het uitwendige van de wereld is overgegeven. Jezus kan de grote verlokking van de vorst van de wereld niet afwijzen zonder Zich tegen zijn hele dreigende macht te stellen en daarmee niet alleen voor Zich de zwaarste strijd op Zich te laden, maar ook de verantwoordelijkheid voor alle nood, alle verzoeking en gevaar, die voor de Zijnen uit deze beslissing moet ontstaan, op Zich te nemen. Desalniettemin bedenkt Jezus Zich geen ogenblik, maar houdt de verzoeker het Schriftwoord Deut. 6: 19 voor.
De Vader wil Zijn Zoon door het lijden van de dood tot een Heer en Christus maken, omdat Hij Hem uit de dood opwekt en aan Zijn rechterhand over alles plaatst. De duivel wijst Jezus een gemakkelijkere en geschiktere weg: zonder kruis wil hij Hem de hele wereld geven, alleen voor een voetval, voor een gering eerbewijs. En wie zou de winst er van hebben, als Jezus daaraan gehoor gaf? De duivel zou de winst hebben. Hij zou de man hebben, waarnaar hij nog tot op dit uur met smart zoekt, die hij tot de anti-christ zou kunnen maken, tot de mens van de zonde en tot het kind van het verderf, dat Satans troon bevestigde (2 Thessalonicenzen. 2: 3 vv. ), want daarop lopen al zijn verzoekingen uit, om zijn rijk te bevestigen en afvalligen te maken.
Wanneer Christus – deze is de mening van de duivel bij de gevraagde aanbidding – hem maar een god en vorst van deze wereld (1 Kor. 10: 20) wilde laten blijven en niet de zonde, waarop zijn eigendomsrecht op de wereld zich grondt, wilde dragen en wegdragen, zo wilde hij Hem vrij laten gaan, ja Zijn bondgenoot zijn. Daarvoor zou de duivel niet hebben gevreesd, wanneer de Heiland Zich naar de geest van de tijd had geschikt en Zijn rijk met uitwendige macht en heerlijkheid had opgericht, hij zou dan toch de heer zijn gebleven, die de knechten van de zonde aanbidden.
De gedachte om zich met de geest van de wereld en met de wijze van de vorst van deze wereld te verenigen en met natuurlijke, aardse, vleselijke, door de zonde doortrokken middelen zich snel in het bezit van de uitgebreidste heerschappij te stellen, om die dan geestelijk te gebruiken en uit de hoogte van de troon van de wereldbeheersers, zoals die later te Rome schitterde, met de macht van een koninklijk voorbeeld, ja met koninklijke macht, gerechtigheid, verlichting, kennis, heilzame waarheid te verbreiden en dan uit het aardse rijk een hemels rijk te vormen, de aardse macht tot een geestelijke macht te verheerlijken -waarom zou die gedachte niet als verzoeking door de vorst van deze wereld, tot de heilige, onschuldige ziel van Jezus zijn gebracht? Vragen wij: komt bij onze plannen, uitzichten en fantasiebeelden van de toekomst, wanneer wij, hetgeen wij het ernstigst wensen (deze dit, die iets anders) eenmaal tot een schilderij ontwikkelen en wij ons voorstellen hoe wij zouden zijn en hoe wij zouden doen als die schildering werkelijkheid was, dringt dan de zonde niet in? Neemt dan het vlees geen aandeel daaraan? Wijzen wij dan alles af wat op ijdelheid, op hoogmoed, heerszucht, wat op eergierigheid rust?
De satan toont aan ieder van ons een heerlijkheid van de wereld en aan ieder juist die, waarop hij een bijzonder recht meent te hebben, waartoe hij een bijzondere begeerte heeft: aan de ene geld en goed, aan een ander eer en een hoge plaats of een beroemde naam, aan een ander een aangenaam, rustig en zorgeloos levenslot, aan weer een ander glans, pracht, genot en verstrooiing. Daarbij wijst hij ook nog aan ieder een gemakkelijke weg om tot zijn doel te komen. Wanneer men maar het Christendom geheel ter zijde stelt, het geloof over boord werpt, het geweten verstomt, alles wat men tot hiertoe meende te moeten vrezen als een kindersprookje wil aanzien, dan zal men aan het doel van zijn wensen komen. “Neem afscheid van God en beproef het eens met mij!” zo luidt deze raad. Die naar zo’n raad hebben geluisterd, zijn wel niet meer in Gods huis, maar menigeen is misschien nog tegenwoordig, bij wie het op het punt van de beslissing is, menigeen wiens geloof en wiens eerbied voor Gods gebod nog maar aan een dun draadje hangt, omdat hij aan de verzoeker macht gelaten heeft, over wie het oordeel van de verharding al in aantocht is, omdat hij de Heilige Geest al te lang moedwillig heeft tegengestaan, de waarschuwende stem van zijn geweten te vaak tot zwijgen heeft gebracht, de hand van de ontfermende God, die naar hem greep, al te vaak heeft teruggestoten. Maar nog is het tijd om aan de strikken van de duisternis te ontkomen.
En, om hier nog te denken aan een verzoeking die lijkt op de zo-even medegedeelde, maar die daaraan voorafging, hij leidde Hem naar Jeruzalem en stelde Hem op de tinne van de tempel en zei tot Hem: Als Gij de Zoon van God bent, werp uzelf van hier neerwaarts:
Want er is in Ps. 91: 11 geschreven dat Hij Zijn engelen door U, ten opzichte van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
En dat zij U op de handen nemen zullen, zodat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
En Jezus antwoordde: Er is daarentegen in Deut. 6: 16 gezegd: Gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken.
In het woord van de duivel: “Als Gij Gods Zoon bent, werp Uzelf van hier neerwaarts, ” is wel geen theologisch, maar wel een logisch verband. Wie Gods Zoon is in de volle zin van het woord, die moet van de hemel gekomen zijn; deze hemelse oorsprong ziet men Hem echter niet aan, want Hij is in al het uiterlijke aan de overige mensen gelijk; toch is het geloof in Zijn hemelse oorsprong de noodzakelijke grondsteen voor alles wat Hij in de wereld kan en wil werken en daarom moet dat geloof worden opgewekt. Wanneer nu Jezus Zich van de tinne van de tempels neerliet en goed bewaard beneden kwam, dan was dat een zicht- en tastbaar bewijs van Zijn Zoonschap van God, van Zijn hemelse afkomst en dat was de allerkrachtigste inleiding van Zijn goddelijke werkzaamheid. De duivel probeert hierop zijn raad, die al op zichzelf een heilige schijn heeft, aan te bevelen door een beroep op de goddelijke belofte van de 91ste Psalm. In die belofte is echter ten opzichte van de toegezegde wonderbare bescherming een beperking: “dat zij u bewaren in al uw wegen” en deze beperking besluit in zich dat hij, die zich op de goddelijke bewaring wil verlaten, zeker moet zijn dat de wegen waarvoor hij de bescherming verwacht, werkelijk ook zijn wegen, de hem aangewezen en bevolen wegen zijn en niet misschien andere die hem zijn verboden. De duivel laat die beperking weg en maakt door zo’n verminking het woord tot een hulpmiddel van de verleiding. De hoofdvraag voor Jezus, of de weg, die de verzoeker Hem wijst, de juiste is, beslist deze plaats niet; daarom laat Hij ze op haar plaats. Hij weet echter uit een ander Schriftwoord dat die weg de Hem aangewezene niet is, niet de Zijne en dus die belofte hier niet kan worden toegepast.
Hij laat het woord uit de Psalm wel gelden, maar Hij laat dat schitteren in het licht van een ander tekstwoord, zodat men wel ziet dat de engelen niet geroepen zijn, om de vermetele luchtsprongen van de mensen te beschermen; zij kunnen toch geen twee heren dienen en zo kunnen zij ons dan alleen behoeden wanneer deze hun dienst, die zij betonen, ook een dienen is van God, wanneer zij ons op Gods wegen vinden. Men ziet: evenals niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest, dan kan ook niemand de Schrift juist gebruiken dan door de Heilige Geest.
Toen later Christus in het uitoefenen van Zijn ambt in gevaar geraakte, toen zij Hem van de steilte te Nazareth wilden afstorten, of in de voorhof van de tempel wilden stenigen, of toen het er om te doen was, niet de vleselijk gezinde menigte tot bijgelovige verwondering op te wekken, maar de beangstigde discipelen op de stormachtige zee te redden en te sterken, toen vertrouwde Hij op de bescherming van de dragende engelen en Hij vertrouwde daarop niet tevergeefs. En nadat Hij Zijn genezende wonderen zo veel mogelijk steeds had verborgen nam Hij het eindelijk aan, dat Hem, de Zoon van David, toen Hij op het dier van de vrede Zijn intocht hield, het Hosanna werd toegeroepen, dat Hij niet door het afspringen van de tinne van de tempel wilde veroveren.
De verzoeker heeft de door hem aangehaalde tekst zo veranderd, alsof die op de Zoon van God doelde in de hoogste zin. Ja – met weglating van de woorden “op alle uw wegen”, alsof die bij Hem, de Zoon van God, helemaal niet toe te passen waren – in uitsluitende zin. Nu verandert Jezus de door hem aangehaalde tekst zo, als gold die inzonderheid, ja uitsluitend de duivel, omdat Hij het: “U zult de Heere, uw God niet verzoeken” in het enkelvoud omzet: “U zult enz.” Deze ootmoedige verdediging van Zijn heilige roeping wordt nu als vanzelf tot een allerscherpste aanval op de satan: “U, satan! moet ophouden met de misdaad, die u pleegt, met uw verzoeken van de Heilige van God! Deze is dan ook nu ontmaskerd en moet zijn verdere verzoeking, als degene die hij is, doen plaats hebben zonder dat hij zich langer zou kunnen verbergen. Al het verzoeken van God gaat uit van de twijfel en bestaat in een willekeurig en eigenmachtig middel, om van de twijfel verlost te zijn. In de Hem aangeraden handelwijze nu lag voor Jezus de twijfel of God Hem de erkenning van Zijn Zoonschap van God onder het volk, waarop Hij moest werken, op de gewonen en juiste weg, die over de aarde leidt, zou kunnen verschaffen, of dat niet integendeel God als het ware moet worden geborgen en tot een buitengewoon wonderbaar ingrijpen gelegenheid moet worden gegeven. Zo duidelijk als het echter de Heere voor ogen staat, hoe vrij de weg zou zijn, wanneer Hij de erkenning van Zijn goddelijke waardigheid probeerde te verkrijgen op de baan van de ontwikkeling, die zich streng aan het aardse en natuurlijke aansloot, zo besluit Hij evenwel voor de langzame en moeilijke weg, waarop Hij Zijn goddelijke eer niet als een door aan Zich trekt, maar Zich daarvan in zoverre ontledigt, dat zij in de grootst denkbare smaad wordt gedompeld, opdat Hij ze daarna te zekerder en zegenrijker mocht bezitten; ja aan het kruis nog, als door de mond van de spotters de duivel riep: “Als Gij Gods Zoon zijt, kom af van het kruis!” heeft Hij de gehoorzaamheid aan de Vader en de liefde tot ons, zondaren, de nagels laten zijn die Hem aan het kruis vast hielden. Had Jezus Zich laten verleiden, de tussenkomst van de Almacht te willen tot redding uit eigen gevaar, waarin Hij Zich niet in de dienst van het goede had begeven, dan had Hij God in de noodzakelijkheid gebracht, om Hem of de hulp te weigeren en zo een scheiding tussen Vader en Zoon te bewerken, of, al was het slechts voor een ogenblik, Zijn almacht van Zijn heiligheid af te scheiden, hetgeen een tweespalt in de elementen van Zijn natuur gebracht zou hebben, Zijn wezen vernietigd zou hebben; in beide gevallen was het met Jezus, ja men zou kunnen zeggen, met God gedaan geweest.
Aanzien, eer, lof, wie zou daarvoor niet gevoelig zijn? Er zijn mensen die al hun evenmensen verachten, maar niet hun lof en ere; men zou verwachten dat zij door de lof van zo verachtelijk en door hen werkelijk veracht gepeupel, zich geminacht zouden voelen; maar nee, zij voelen er zich door verheven. Het is zoet vereerd te worden en in het dwarrelend slof te wandelen vindt men zeer schoon, wanneer het slechts plaats heeft onder de lof van de stofbewoners. Ach, hoe ijdel is de mens, hoe groots en hoogmoedig – en zo verootmoedigend als het is, zo vernietigend is het deze vraag nutteloos te doen: ik zou wel willen weten, of behalve die Ene, die alle engelen loven, nog iemand ooit op aarde is geweest of komt die in dit opzicht zonder verwijt door het leven en tot het graf gaat?
Hoe menigeen is er onder ons, die bij de verzoeking van Christus, om Zich van de tinne van de tempel te werpen in vertrouwen op de bescherming van de engelen, zeggen moet: hier is die verzoeking beschreven, die over mij is gekomen en die mij ten val heeft gebracht. Hij meende zich iets te mogen toe-eigenen, achtte zijn vroomheid zo goed gegrondvest, zijn Christelijke grondstellingen zo vast, dat hij niet twijfelde zichzelf geheel in de hand te hebben, zodat hij zich ook vrijer kon bewegen dan hij tot hiertoe gewoon was, of hem tot hiertoe was toegestaan. Hij was van mening dat zaken, die misschien een ander ten verderve konden worden, als het lezen van goddeloze boeken, de omgang met slecht gezelschap, de bereiking van een geoorloofd doel met ongeoorloofde middelen, een lichtzinnig uur, een enkele keer mee doen aan tot hiertoe ontbeerde vrolijkheid, een eerste en enige stap op de steile weg van de zonde, voor hem zonder gevaar was. En nu naderde de verzoeker en bood een hand en zei: “Zou u altijd zo benauwd zijn, altijd elke weg versmaden die niet alledaags is? Zou uw leven zo in stilte voorbijgaan? Zult u alleen dat eeuwig eentonige nooit moe worden? Zullen alle anderen u voorgaan en u slechts moeten toezien, wanneer het leidt tot eer, tot genot of vermaak? Waag het: eenmaal is geen maal. God is lankmoedig en u zult nog altijd zo veel waarde in Zijn ogen hebben, dat Hij niet dadelijk de hand van u zal aftrekken. ” U hebt aan die stem gehoor gegeven en hebt het gewaagd en nadat u de eerste stap gedaan had was er geen ophouden meer, het is in de diepte gegaan en nu misschien ligt u verpletterd -geluk, eer, geloof en vrede, alles is tot puin geworden; in ieder geval hebt u een val gedaan die u nooit meer geheel kunt uitwissen.
En toen de duivel alle verzoeking beëindigd had, die hij naar Gods raad aan het hoofd van de nieuwe mensheid zou aandoen (Ezechiël. 32: 32. “Re 13: 18”), week hij van Hem voor een tijd, namelijk tot de tweede hoofdaanval in de dagen van het lijden en wel toen door alle verschrikkingen van de dood.
De woorden zouden kunnen betekenen: “tot aan een gunstig ogenblik. ” De satan verwacht dus weer een bijzondere gelegenheid, een evenzo geschikt tijdpunt als dat in vs. 1. vv. Deze zo nadrukkelijk aangekondigde strijd kan slechts die van Gethsemané zijn. “Dit is het uur van de duisternis”, zegt Jezus daar (Hoofdstuk 22: 53) en onmiddellijk te voren had Hij gezegd (Joh. 14: 30): “De overste van deze wereld komt”. Toen vond de satan inderdaad in de ziel van Jezus een aanknopingspunt. Zoals hij in de woestijn het gemoed, dat nog geen levenservaring had, door de hoop op schitterend gevolg en de bekoorlijkheid van genot meende te kunnen verblinden, zo probeerde Hij hem in Gethsemane te overweldigen door het schrikbeeld van de dreigende marteldood. Juist deze zijn de twee machtige hefbomen, waardoor hij de mensen uit de wegen van God uitlicht: lust tot genot, vrees voor smart.
I. Vs. 14-31.KruisverwijzingenMattheüs 11:5→Psalmen 146:7→Handelingen 10:38→Lukas 7:22→1 Johannes 2:8→Jesaja 42:16→Jesaja 32:3→Johannes 6:42→
— En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen. En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was; De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef? En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
Bij MATTHEUS. 4: 11 is aangegeven welke gebeurtenissen uit het evangelie van Johannes hier moeten worden ingelast, voordat het tot die werkzaamheid van Christus kwam die bij de beide eerste Evangelisten als ook bij Lukas onmiddellijk met de geschiedenis van de verzoeking door de duivel zijn verbonden. Dit is de werkzaamheid van de Heere in Galilea, die gedurende 10 maanden onafgebroken is voortgezet, onderbroken door enkele bezoeken aan Jeruzalem. Na een voorlopig algemeen overzicht over het begin van de werkzaamheid in Galilea en het gevolg daarvan, dat zo gunstig scheen, bericht de Evangelist hoe Jezus Zijn werkzaamheid eerst ten dienste van Zijn vaderstad wilde doen plaats hebben, in een prediking over de beste tekst die de Vader Hem liet vinden, Zich aan de bewoners van Nazareth voorstelde als de Gezalfde van God, die het aangename jaar van de Heere verkondigde en door Zijn aangename woorden bewondering opwekte. Zij verstikten echter snel weer de goede indruk door nietig kritiseren van Zijn afkomst en door kleingeestige gevoeligheid over de wonderen waardoor Hij Kapérnaüm boven hen had voorgetrokken. Toen Jezus hen waarschuwde de zaligheid niet te versmaden zoals de tijdgenoten van Elia en Elia, deed dit hun hoon geheel losbarsten, dat Hij hen met de afvalligen van de oude tijd en Zichzelf daarentegen met die profeten vergeleek. Zich onttrekkend aan hun poging tot moord verhuisde Hij nu naar Kapérnaüm en maakte Hij deze stad voortaan tot Zijn stad.
a) En Jezus keerde na het pinksterfeest van het jaar 28 na Christus, waarop Hij Zich te Jeruzalem had bevonden (Joh. 5), weer door de kracht van de Heilige Geest naar Galilea. Die deed Hem ook erkennen dat Hij nu en wel in een bepaald gedeelte van het Joodse land, Zijn zelfstandige werkzaamheid moest openen. En het gerucht van Hem ging dadelijk na Zijn eerste werkzaamheid (MATTHEUS. 4: 23 vv. ) uit van Kapernaüm (vs. 31) door het hele omliggende land.
Joh. 4: 43. Hand. 10: 37.
De drie eerste Evangelisten maken allen in de voorstelling van Jezus leven een grote sprong, als zij op Zijn doop en de verzoeking dadelijk Zijn openbare werkzaamheid in Galilea laten volgen; maar zij geven ook, doordat zij deze werkzaamheid eerst van de tijd dateren, dat Johannes in de gevangenis was gezet (MATTHEUS. 4: 12. Mark. 1: 14 vgl. Luk. 3: 19 vv. ), duidelijk genoeg te kennen dat die niet zo onmiddellijk gevolgd is op die beide nauw samenhangende gebeurtenissen, maar dat er een geruime tijd tussen heeft gelegen. Nadat Jezus Zijn doop had ontvangen en zo tot de Christus van de Heere geworden is en nadat Hij door Zijne drievoudige overwinning over de verzoeking van de duivel de grond gelegd heeft tot Zijn werk als Heiland, willen de Synoptici Hem dadelijk voorstellen in Zijn bijzondere werkzaamheid, zonder de invloed van het aanzijn van de Doper. Daarom moesten zij de hele tijd, waarin zo’n werkzaamheid nog niet mogelijk was, omdat Johannes zijn loop nog niet geëindigd had, ter zijde laten. Zij onderwerpen zich daardoor aan die rangschikking, die de mondelinge prediking van de apostelen van Christus Jezus nu eenmaal had aangenomen; want volgens de uitdrukkelijke getuigenis van Petrus in Hand. 10: 36 vv. was de Evangelische boodschap of de verkondiging van de vrede door Jezus Christus “beginnend van Galilea na de doop, die Johannes predikte”. Wanneer nu Johannes in zijn evangelie, dat hij na de drie eerste geschreven heeft, het er duidelijk op heeft toegelegd de openingen aan te vullen, die zij hebben gelaten, dan hebben wij deze aanvulling duidelijk voor ons in Joh. 1: 19-5: 47 Want in Joh. 1: 15 wordt uitdrukkelijk gelet op de getuigenis van de Doper in MATTHEUS. 3: 11. Mark. 1: 7. Luk. 3: 16, en Joh. 6: 1 vv. grijpt in de Galilese werkzaamheid van Christus en met wederopvatting en verdere uitvoering van de geschiedenis in MATTHEUS. 14: 13 vv. Mark. 6: 30 vv. en Luk. 9: 10 vv. , zodat de Evangelist met de zo bepaalde afscheiding van het vroeger en later ons geen twijfel heeft overgelaten. De hele afdeling Joh 1: 19-5: 47 moet gehouden worden voor aanvulling van de bij de Synoptici gelaten openingen, maar niet alleen de afdeling: Joh. 1: 19-4: 54 (vgl. bij MATTHEUS. 4: 17). Het zal ons integendeel later duidelijk worden dat het in Joh. 5: 1 onbekend gebleven “feest der Joden” nog voor de opening van de Galilese werkzaamheid van Christus valt. Over de beginselen van deze werkzaamheid geeft onze Evangelist in de eerste plaats een algemeen overzicht. Wanneer hij aanheft: “Jezus keerde weer door de kracht van de Geest naar Galilea” dan wijst bij daardoor zonder twijfel terug op Luk. 3: 21 en 4: 1. Daar kwam Jezus uit Nazareth en Galilea tot Johannes aan de Jordaan, om Zich door Hem te laten dopen en hier ging Hij al van hem weg in het volle bezit van de kracht van de Heilige Geest om in de verzoeking de overwinning op de duivel te behalen. Zo keert Hij nu daarheen weer terug, in twee opzichten een ander geworden, dan Hij uit Galilea was gekomen. Hij heeft de uitrusting ontvangen tot Zijn profetisch ambt, maar ook al de ware grond daartoe gelegd, omdat Hij alle valse wegen voor Zijn werk met volle beslistheid heeft afgewezen en Zich alleen op Gods wegen heeft geplaatst. Intussen wil de Evangelist, wanneer hij zo’n verbinding van gedachten volgt, daarmee geenszins ook zeggen dat de zaken chronologisch zo op elkaar gevolgd zouden zijn; integendeel laat hij in vs. 23 Jezus uitdrukkelijk gewagen aan grote dingen, die al door Hem in Kapérnaüm waren geschied en geeft daardoor te kennen dat tussen de gebeurtenissen van doop en verzoeking en het hier bedoelde terugkeren naar Galilea, waaraan het optreden in de Synagoge te Nazareth zich aansloot, een door hem leeg gelatene tussenruimte ligt, die hij volgens de hele bedoeling van zijn evangelie met opzet heeft overgeslagen. “Waar de Evangelisten naar de bedoelingen van hun keuze langere of kortere geschiedkundige delen voorbijgaan, geven zij daarover geen verklaringen en wijzen zij ook de leemten in hun berichten niet nader als zodanige aan, omdat volgens hun plan die ook eigenlijk geen leemten zijn.”
En, wat in de eerste plaats Zijn werkzaamheid als Leraar betreft, Hij onderwees in hun synagogen en werd door allen geprezen (vs. 32, 44).
Vers 14 loopt, zoals men ziet, vs. 15 voor, waarin eerst de eigenlijke oorzaak verklaard wordt van het gerucht dat in vs. 14 wordt genoemd. De door Hem gepredikte leer wekte verwonderlijk opzien en vond eerst bijval. Zijn woord op zichzelf, ook afgezien van de tekenen en wonderen waardoor Hij het bevestigde en waarvan later gesproken zal worden, werkte meteen op velen.
Een synagoge is een plaats van samenkomst, ook huis van het gebed door de Joden genoemd (Ne 10: 39). De Joden hadden na de Babylonische ballingschap zodanige vergaderplaatsen tot gemeenschappelijke godsdienst en tot voorlezing van de wet, zonder offerdienst, in alle steden van het heilige land, ook overal in de verstrooiing, vaak verscheidene (Hand. 9: 2; 13: 5 te Jeruzalem volgens de Talmud zelfs 460 of 480, waaronder de tempelsynagoge de voornaamste, als het ware de normaalsynagoge van het land was) minstens een (Hand. 13: 14; 14: 1; 17: 1, 10). Toch mogen daarmee niet verwisseld worden de plaatsen van het gebeds of oratoriën, meestal buiten de stad aan stromende wateren (Hand. 16: 13), terwijl de synagogen graag op hoger gelegen plaatsen werden opgericht. Behalve de sabbatten en feestdagen vergaderde men daar, ten minste in latere tijd, ook op Maandag en Dinsdag, de beide marktdagen van de week, als de landlieden de vruchten in de stad en hun onenigheden voor de rechtbank brachten (Hoofdstuk 18: 12). Gebed en onderwijs waren hoofddoel en hoofdinhoud van de dienst in de synagogen. Evenals bij de tempeldienst het offer, zo maakte bij de dienst van de synagogen het gebed het voornaamste deel van de godsdienst uit; het had plaats onder leiding van de voorbidder of Sjaliach (tevens secretaris en bode van de synagoge, overeenkomend met de uitdrukking “engel” in Openbaring 2: 1 enz. ), die daarbij voor de heilige kas trad, waarvan later zal worden gesproken, terwijl de vergadering zat. Als de gebeden geëindigd waren, werd staande door een priester of oudste, of een lid van de gemeente voorgelezen en staande door de aanwezigen aangehoord (op grond van de woorden van de Heere in Ex. 33: 19 en), eerst een gedeelte uit de wet (de parasje) en vervolgens een uit de profeten (Hafthare vgl. Hoofdstuk 16: 29. Hand. 13: 15, 27; 15: 21). Op dezelfde manier is in de Lutherse kerk de rangschikking van de epistels en evangeliën gevormd, de epistel komt met de Hafthare, het Evangelie met de Parasje overeen; men keerde hier de orde om, om van het mindere tot het hogere, van het woord van de apostelen tot Christus eigen woord op te klimmen. Zoals het intussen schijnt waren ten tijde van Christus eerst de afdelingen uit de wet vast bepaald en misschien zo, dat de hele pentateuch een cyclus voor 3 ½ jaar vormde en men die dus binnen 7 jaar twee keer las, de afdelingen uit de profeten daarentegen aan de vrije keuze waren overgelaten (nu vormt de afdeling Jes. 61: 1 vv. , waarover in vs. 17 vv. gehandeld wordt, de haphtare voor de grote verzoendag). Aan de voorlezing was een stichtelijke verklaring verbonden, door de voorlezer of een ander lid van de vergadering te houden. Zoals de opperste van de synagoge iemand, die hij daarvoor bekwaam achtte, tot voorlezer kon oproepen, zo gaf hij ook aan hem, die zich daartoe gedrongen gevoelde, toestemming tot een vrije voordracht (Derasja, in het hedendaags Jodenduits Drasje), die dan zittend werd gehouden. Bij Jezus echter is de aanbieding al bij het voorlezen, dat zich openbaarde in Zijn opstaan en bestijgen van de lessenaar (vs. 16) zo overeenkomstig met Zijn eigenaardige meerderheid, als de dadelijke toestemming door de overste en het overreiken van het profetische boek door de dienaar van de synagoge. Deze gewoonte, dat men aan achtenswaardige vreemdelingen graag gelegenheid gaf een vrij woord van vermaning, van lering en van troost te spreken, heeft later de apostelen de prediking van Christus in de synagogen in en buiten Palestina zeer gemakkelijk gemaakt. Na de zegen, die gewoonlijk de priester en bij diens afwezigheid de voorbidder met opheffing van de handen werd gesproken en die de gemeente met haar Amen bevestigde (1 Kor. 14: 16), ging de vergadering uit elkaar. Men moest volgens het voorschrift van de Rabbijnen daarbij geen haast maken, alsof men een onaangename plaats ontvluchtte, of vrolijk was zich van een zware last te hebben ontledigd, integendeel moest ieder de synagoge zo verlaten alsof hij van een koning heenging, aan wiens aan blik hij zich niet graag onttrok. Wat de inrichtingen in het inwendige van de synagogen aangaat, zo was het voornaamste meubilair de tehha (ark, of hechal, tempeltje, of aron kist genaamd), de kast tot bewaring van de heilige rollen van de wet aan die kant van de synagoge, die naar Jeruzalem gericht was. Daarvoor hing het heilige voorhangsel, een nabootsing van het voorhangsel in het allerheilige, zoals zij zelf als een vergoeding van de verbondskist werd aangezien; in veel synagogen was daarnaast nog een tweede kast voor de hafthara-rollen. Verder komt in aanmerking de verhoogde leesstoel of de kansel, van een lessenaar voorzien. (Neh. 8: 4), waarop de voorlezer zat; de schriftgeleerden daarentegen zaten op de katheders, de ere-zitplaatsen, met de rug naar de heilige kast en met het gezicht naar de vergadering gekeerd (MATTHEUS. 23: 6. Jak. 2: 3), terwijl de zitplaatsen van het naar geslachten opgedeelde volk tegenover de kansel en de daarachter zich bevindende heilige kist gekeerd waren. Over hetgeen verder bij de synagoge behoort, de lampen, de muziekinstrumenten, de armenbussen en tafels, spreken wij niet nader, wel willen wij van de beambten en het dienend personeel nog het nodigste vermelden. Aan het hoofd van de synagoge stond een college van oudsten, die onder voorzitting van de overste van de synagoge over orde en tocht waakten, de schuldigen met berisping en uitsluiting bestraften, ook de armenverzorging waarnamen (Hoofdstuk 7: 8 vv. ; 18: 14. Mark. 5: 22. Joh. 16: 2). Zijn medeleden waren zonder twijfel ook medeleden van het plaatselijk sanhedrin, of van het geestelijk ondergericht van hun plaats. Een betrekking, die vroeger een geschikt medelid van het college der oudsten waarnam, namelijk de mond van de gemeente te zijn in het gebed en het lezen van de heilige schriften, werd later aan een bijzonder daartoe aangestelde, bekwame man opgedragen, aan de sjaliach, of voorbidder, waarvan wij reeds boven spraken. Hij moest onberispelijk van leven zijn, ervaren in de Schrift, geoefend in het gebed, van rijpe leeftijd en van een aangename stem, niet rijk, maar vader van een talrijke familie. Vervolgens komt de chassan, of dienaar van de synagoge in aanmerking, die de voorlezer de boeken moest overreiken, voor reiniging van het lokaal zorgen, het openen en sluiten moest, dus overeenkomt met onze koster. Werden in de synagogen kerkelijke straffen als geseling (MATTHEUS. 10: 17. Hand. 22: 19. 2 Kor. 11: 24) uitgesproken, dan moest, zoals het schijnt, de dienaar van de synagogen de executie volbrengen. Nog moeten wij de gabaïm of aalmoezenverzamelaars noemen, die mannen van goede naam, betrouwbare mannen moesten zijn en bovendien de tien betlanim of ledige lieden, die bij elke vergadering tegenwoordig moesten zijn, opdat de synagoge bij de godsdienst nooit leeg zon zijn en die daarvoor betaald werden. Van de synagogen moeten wij wel onderscheiden de leerscholen of academieën (leerhuizen genaamd Uit 5: 22), die vaak in dezelfde lokalen waren, maar in waarde en heiligheid nog boven de synagoge stonden; over zulke wordt verteld in Hoofdstuk 2: 46 vv.
a) En Hij kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was (Hoofdstuk 2: 39-52) en ging naar Zijn gewoonte 1) op de dag van de Sabbat in de synagoge en stond na gehouden gebed en na voorlezing van de afdeling uit de 5 boeken van Mozes, op, om, zoals Hij door Zijn opstaan te kennen gaf, een gedeelte uit de profeten te lezen en daaraan een aanspraak vast te knopen.
Matth. 13: 54. Mark. 6: 1. Joh. 4: 43. b) Neh. 8: 5, 6.
De uitdrukking naar Zijn gewoonte kan niet gaan over de korte tijd sinds Zijne terugkomst naar Galilea; hier wordt veeleer van Zijn jeugd gesproken en de opmerking staat dus in verband met de woorden: “waar Hij opgevoed was. ” Het bezoek van de synagoge was een zeer belangrijk middel voor de geestelijke en godsdienstige ontwikkeling van Jezus; de kinderen hadden toegang tot deze godsdienst van het 5de of 6de jaar, van het 13de waren zij daartoe verplicht. Toch kan Jezus Zijn juiste kennis van het Oude Testament niet alleen uit de voorlezingen, die Hij geregeld twee keer in de week in de synagoge kon horen, geput hebben; Hij moet wel zelf een exemplaar van de Heilige Schrift hebben bezeten.
Jezus las de woorden niet slechts van de rol, maar sprak ze ook uit de diepte van Zijn inwendig leven.
De mededelingen over de geboorte en de eerste levensdagen van Jezus, met name zoals die in het Lukas-evangelie luiden, stemmen daarin allen overeen dat wij in Jezus de beloofde en laatste Koning van Israël moeten verwachten, daarmee staat het nu op in het oogvallende wijze in tegenstelling, dat het eerste optreden van Jezus in Galilea en met name ook Zijn Zich verwijderd houden van Jeruzalem, zoals dat in de drie eerste Evangeliën te voorschijn treedt, niets van Zijn Koninklijke waardigheid en macht laat zien, maar alles alleen op een profetische roeping wijst. Maar wel staat met de synoptische verhalen van de geboorte en jeugd van Jezus in volkomen overeenstemming het bericht van Johannes, volgens welk Jezus begint in het middelpunt van land en volk, te Jeruzalem, het teken van Zijn Koninklijke volheid van macht voor alle ogen te openbaren: dit teken wordt echter niet begrepen en daardoor wordt de Heere op een andere weg van Zijn leven gewezen. Intussen is het overgaan van Jezus van Zijn Koninklijk handelen tot Zijn profetisch werken volstrekt geen opgeven, ook niet voor een tijd, van Zijn Koninklijke waardigheid; Zijn profetisch werken sluit Zijn volle aanspraak op de Koninklijke macht en waardigheid in. De Oud Testamentische profeten nu heeft het aan de volle en voortdurende gemeenschap met de Heere ontbroken en het woord van hun mond is slechts door een bijzondere inwerking, die wij inspiratie noemen, Gods woord geweest. Gedurende de tijden van het Oude Verbond was de macht van het profetische ambt en woord toch nog niet in de diepste grond van de persoonlijkheid en van de geest doorgedrongen en kon daarom haar volle werking nog niet bereiken. Jezus is daarentegen de eerste profeet in de volle zin van het woord, omdat in Hem alles, waartoe het profetische ambt dient en dat het tot die tijd miste, vervuld en voleindigd is. Jezus is de man van God in alle volheid, want Christus is van God, zegt Paulus (1 Kor. 3: 23; 11: 3). Aan Hem en in Hem is niets buiten God en wel daarom omdat Hij de Zoon van God is. Staat Hij nu met God in zo’n oorspronkelijke, waarachtige en volstrekte vereniging, dan is de taal van Zijn mond Gods woord en de vertolking van Gods wil aan de mensen. Bij Hem is geen bijzondere inspiratie nodig, de adem van Zijn mond is de adem van de Goddelijke Geest. Daarom is het spreken van het Goddelijk woord bij Hem niet gebonden aan tijd en ruimte of enige andere voorwaarde. Omdat Gods woord inwonend in Hem is, sluit Zijn profetische rede zeer juist aan het leven aan en volgt alle vormen en wendingen die het leven met zich brengt; deze gaat ook door alle tonen door, van de zachte ademtocht en de fluistering van het vertrouwelijk gesprek tot aan de donder van Zijn dreigingen, waarvoor de wereld moet sidderen.
En Hem werd door de dienaar van de synagoge gegeven het boek van de profeet Jesaja. En toen Hij het boek, dat in een perkamenten rol bestond, opengedaan had, vond Hij, die de Heer van de Sabbat was (MATTHEUS. 12: 8) en als zodanig Zich hier al zou openbaren, onder bijzondere leiding van Zijn hemelse Vader, de plaats waar geschreven was (Jes. 61: 1 v. ):
De voor die dag bestemde lezing uit de profeten stond in het boek van Jesaja; maar de Heere nam daaruit een vrije tekst, die Hij niet zocht, maar bij het opslaan vond. Het is een bij vele Christenen zeer beminde wijze om zich iets van de Heere te laten geven, dat zij de Bijbel opslaan en op de spreuk letten die zij dan vinden. Wij kunnen dat wel doen zonder gevaar, als wij van de leiding van de Heilige Geest zo zeker waren als de Heere Christus was; ook is de afdaling van God tot Zijn zwakke kinderen onuitsprekelijk groot. Maar wij mogen het alleen als een vriendelijk toegeven, als een versterking beschouwen, wanneer de Heere op buitengewone wegen ons van Zijn wil verzekert; de beslissing over hetgeen Zijn wil is moeten wij op de zekere weg van de belofte, in gebed en in vlijtig onderzoek van Zijn woord zoeken. vgl. bij Joz. 7. 18.
De Geest van de Heere is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden om de armen het evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart.
Niemand dan Jezus kan gevangenen vrijmaken. De ware vrijheid komt alleen van Hem. Het is een vrijheid, die rechtvaardig geschonken wordt; want de Zoon die een erfgenaam van alle dingen is, heeft recht om de mensen vrij te maken. De heiligen eren de gerechtigheid van God, die nu hun zaligheid verzekert. Het is een vrijheid, die duur gekocht is. Christus predikt haar door Zijn macht, maar Hij heeft haar met Zijn bloed gekocht, Hij maakt u vrij, maar door Zijn eigen banden. U bent verlost omdat Hij uw last gedragen heeft; U bent bevrijd omdat Hij in uw plaats heeft geleden. Maar hoewel deze vrijheid duur gekocht is geeft Hij ze nochtans om niet; Jezus vraagt niets van ons dan voorbereiding voor deze vrijheid. Hij vindt ons in zak en as en nodigt ons uit om het schone gewaad van de vrijheid aan te nemen; Hij verlost ons juist zoals wij zijn en dat zonder onze medewerking of verdiensten. Wanneer Jezus vrijmaakt dan is de vrijheid voor altoos verzekerd, geen ketenen kunnen u opnieuw binden. Wanneer de Meester tot mij zegt: “Gevangene, Ik heb u verlost, ” dan is het voor altijd volbracht. Satan kan samenspannen om ons weer in slavernij te brengen, maar als de Heere voor ons is, wie zullen wij vrezen? De wereld en haar verleidingen kan beproeven ons te verstrikken, maar Hij, die voor ons is, is almachtiger dan al degenen die tegen ons zijn. De overleggingen van onze eigen arglistige harten mogen ons plagen en vermoeien, maar Hij, die een goed werk in ons begonnen heeft, zal het voortzetten en volmaken tot het einde toe. De vijanden van God en van de mensen mogen hun legers verzamelen en met vereende moed op ons aanstormen, maar wie zal veroordelen, als God vrijspreekt! De adelaar, die naar zijn nest op de rotsen vliegt en zich daarna boven de wolken verheft is niet vrijer dan de ziel, die door Christus verlost is. Als wij niet meer onder de wet zijn, maar van haar vloek zijn verlost, dan moet onze vrijheid zich in onze wandel tonen, hierin dat wij God met dankbaarheid en vreugde dienen. Ik ben Uw knecht, de zoon van Uw dienstmaagd; Gij hebt mijn banden losgemaakt. Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?
Om de gevangene de vrijlating te prediken, de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid (vgl. Jes. 42: 7), om te prediken het aangename jaar van de Heere, dat zijn voorbeeld heeft in het jubeljaar. (Lev. 25: 8 vv. ).
In de tekst van deze plaats uit Jesaja zijn uit de Griekse vertaling, de Septuaginta, veel veranderingen gekomen, zoals bijv. het “te genezen, die gebroken zijn van hart. ” Het daarbij gevoegde: “om de verslagenen heen te zenden in vrijheid, ” wordt daarentegen noch in de Hebreeuwse tekst, noch in de Griekse vertaling gevonden, maar is door de Evangelist zelf daarin gevoegd en met de plaats verbonden. Op zeer vrije wijze behandelen de schrijvers van het Nieuwe Testament het Oude. Zeer menselijk naar hun geheugen aanhalend, plaatsen verwisselend, woorden veranderend, leidt toch de hogere Geest van de waarheid, die hen bezielde en leidde, alles zo, dat nergens iets onwaars, verkeerds daaruit voortkomt, integendeel de waarheid zelf zich van een nieuwe kant voordoet en zich dus in haar aard te vollediger openbaart.
De woorden bevatten het volle Evangelie van Christus. Zij schilderen eerst de toestand waarin de Heere ons allen van nature vindt. De zonde heeft ons arm gemaakt aan goederen van de hemels, aan de gerechtigheid, die voor God geldt, aan de deugden en goede werken, waardoor zich de gemeenschap met God openbaart; de zonde heeft ons in het hart gewond, gebroken, verslagen; zij heeft ons onderdrukt en gebonden, heeft ons tot gevangenen en slaven gemaakt, want die de zonde doet is een dienstknecht van de zonde; zij heeft ons blind gemaakt, zo blind dat wij onze eigen verkeerdheid niet eens opmerken en ons voor gezond houden, terwijl wij tot stervens toe ziek zijn; maar ook de geneesheer niet zien, noch willen zien, die alleen ons kan genezen. Aan de arme kan nu zeker niets aangenamers worden aangekondigd dan: uw armoede is geëindigd, verheug u, uw schulden zijn betaald, voor uw toekomst is gezorgd, laat uw zorgen en bekommeringen varen. De gewonde kan geen meer welkom geschenk worden gedaan dan verzachtende, genezende balsem. Voor de gevangene, die jarenlang zon noch sterren gezien heeft en door zijn ketenen werd gewond is er geen meer gewenste bode, dan die hem de zekere tijding brengt: u zult vrij zijn, uw kerkerdeur is open, ga uit! Voor de blinde kan geen weldaad groter zijn dan wanneer hem het gezicht wordt teruggegeven. Deze grootste van alle weldaden heeft Christus ons echter op de aarde van de hemel gebracht. Hij heeft dat kunnen doen, want de Geest van de Heere was met Hem. De Heere zelf had Hem gezalfd en gezonden; met onmiddellijke hemelse krachten was Hij verschenen. En Hij heeft het werkelijk gedaan; de armen zijn door Hem onmetelijk rijk geworden; zij zijn meesters geworden over lichaam en ziel, over wereld, zonde en dood, over hemel en aarde, alles is het hun, maar zij zijn van Christus en Christus is van God. De gewonden zijn door Hem genezen en hersteld; de zonden zijn hun vergeven, hun ziel is genezen, hun geweten tot rust gebracht; zij zijn bij God in genade en er is niets verdoemelijks meer bij degenen die in Christus Jezus zijn. De gevangenen zijn vrij geworden, de banden van hun inwendige mens heeft Hij verbroken door de kracht van Zijn Geest en in hen een nieuwe zin en wil gewerkt, die Zijn eigen, heilige wil is en toch ook de hunne. Het is geen hard moeten meer Hem te volgen in heiligheid en gerechtigheid, maar een vrolijk willen, dat nu pas van harte gaat, waarin zij zich vrij en zalig voelen, want die de Zoon vrij maakt, zijn waarlijk vrij. De blinden zijn door Hem wonderbaar verlicht en zien de Zon der geesten en in haar licht overal licht. Kortom, het aangename jaar van de Heere, het ware, algemene jubeljaar van de mensheid is met Hem aangebroken, waarom Hij terecht verklaart: “Vandaag is deze Schrift in uw oren vervuld”, vandaag is het de eerste dag voor Nazareth van het aangebroken grote jaar van de vrijheid!
En toen Hij het boek dichtgedaan had en het aan de dienaar teruggegeven, ging Hij zitten en de ogen van allen in de synagoge waren met scherpe, onderzoekende blikken op Hem gericht, wachtend op wat Hij hen naar aanleiding van ditgelezene te zeggen zou hebben.
En Hij begon tot hen te zeggen en in een langere rede te verklaren: Vandaag is deze schrift in uw oren vervuld “Uit (3: 1” en MATTHEUS. 4: 12 vv. inleiding).
De Heere staat op om de Schrift te lezen en gaat zitten om haar uit te leggen. Dit is echt joods en gebeurt nog vandaag in de synagoge. Men staat, omdat men het eigen Woord van God leest en men gaat zitten, omdat men eigen woorden spreekt. Het lezen van de Schrift in staande houding is een bewijs van eerbied voor de getuigenis van de Heilige Geest. Nu heeft God eerbied voor Zijn eigen woord en toont dit op allerlei manieren. Ook de Heere, die God is, toont het hier en overal. Maar zo volkomen mens en zo geheel Jood was Christus óók, dat Hij, ofschoon Hij de Heere was en Zijn woorden Gods woorden waren, nochtans bij de uitlegging van de Schrift gaat zitten. Hiermee wordt de schriftverklaring beneden de Schrift zelf gesteld.
En zij gaven, toen Hij Zijn rede geëindigd had, Hem allen getuigenis a) en verwonderden zich over de aangename woorden die uit Zijn mond voortkwamen 1) en waarmee Hij de werken van Gods genade aankondigde, die daar zouden geschieden. En zij zeiden, omdat zij een zo veel omvattende diep ingrijpende aankondiging voor ongepast hielden in de mond van een jongen man, die zij van Zijn jeugd kenden: b) Is deze niet de zoon van Jozef.
Jes. 50: 4. MATTHEUS. 13: 54. Mark. 6: 2. Luk. 2: 47. b) Joh. 6: 42.
Dit bericht bewijst hoe Jezus’ persoonlijkheid en Zijn woord ook zonder bijvoeging van wonderen een onweerstaanbare indruk maakte, zolang het gemoed niet door vijandschap en vooroordeel was gesloten (vgl. Joh. 4: 41 vv.
Alles wat Hij zei en deed werkte zo wonderbaar machtig op de gemoederen; Zijn ontferming ademde hun met de heilige schriftwoorden en in de verklaring in overvloed tegemoet, want ook deze kwamen Hem voor als die armen, blinden, geboeiden en verslagenen, waartoe Hij was gezonden.
Ten gevolge van het vertrouwen op de goddelijke macht van Zijn woorden is het ook, dat Jezus Zijn woord niet heeft geschreven, als zo velen onder de Oud-Testamentische profeten dat hebben gedaan. De onmiddellijke indruk van Zijn persoonlijkheid was toch zo machtig, dat Zijn woorden hun, die ze hoorden, in het geheugen moesten blijven en bovendien was Hij zeker dat daarna de Heilige Geest zou komen en Zijn vertrouwden alles indachtig zou maken wat Hij gezegd had. Was dit echter eerst gebeurd, dan was ook de bewaring van Zijn woorden voor alle tijden en plaatsen verzekerd. Bij vele woorden van Jezus hebben wij ook meteen het onmiddellijk gevoel dat, als zulke woorden eerst eenmaal in de mensenwereld gesproken zijn, zij niet weer kunnen verloren gaan.
Tweeërlei weg konden de inwoners van Nazareth inslaan, òf zich aan de goddelijken drang overgeven, die hen bij het aanhoren van Jezus aanspraak tot Hem trok, òf aan de werkzaamheid van het verstand de overhand over de beweging van het hart laten en kritiek uitoefenen om het geloof te ontwijken; zij beslissen voor het laatste.
De gunstige indruk van Jezus rede, die allen overweldigt, was dadelijk op de achtergrond gedrongen door de herinnering aan zijn vermeende afkomst. In kleingeestige vitzucht wil de natuurlijke mens niets laten gelden dan wat groot is, niets dat hem nabij is en door gewoonte toegankelijk of bekend; verwonderd, ziet hij slechts het vreemde aan. Zo doet aan Jezus in de ogen van de Nazareners de meeste schade wat hen het meest had moeten verheugen en verheffen.
En Hij erkende hun vraag als een teken van een ongeloof dat in zijn verdere ontwikkeling tot hoon en verwachten moest leiden en zei tot hen: U zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord (MATTHEUS. 27: 42) zeggen: Medicijnmeester! genees Uzelf; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapérnaüm gebeurd is, waar Gij de zoon van de koninklijke hoveling zelfs uit de verte hebt genezen (Joh. 6: 46 vv. ), doe dat ook hier in Uw vaderland en toon ons wat Gij kunt.
Het waren vooral twee gedachten, die als grendels voor de harten van de Nazareners lagen: ten eerste: zij verachtten de Heiland om Zijn nederige gedaante en stelden Hem voor dat Hij toch Zijn verlossingswerk, waarvan zij zeer geringe gedachten hadden, bij Zichzelf moest beginnen; Hij moest Zich helpen van Zijn armoede en in plaats van de timmermansbijl een scepter in de hand nemen; ten tweede: zij ergerden zich, dat Hij onder hen geen wonderen wilde doen als in Kapérnaüm en Zijn vaderstad geen naam wilde maken. Voor de liefde, waarvoor geven zaliger dan ontvangen is (Hand. 20: 35), hadden zij geen gevoel; dat Hij arm werd om hen rijk te maken (2 Kor. 8: 9) begrepen zij niet. Zij beoordeelden de Heere naar zichzelf. Hadden zij de macht gehad, die Hij Zich toeschreef, dan hadden zij zichzelf geholpen aan aardse eer en vleselijke overvloed; zij zouden juist geworden zijn wat de duivel de Heiland wilde maken.
Jezus had Zich, naar aanleiding van Jesaja’s profetie de roeping toegeschreven van een hersteller van de mensheid. Hij had het veelvuldig menselijk lijden geschilderd en de blikken van Zijn toehoorders op Zich gericht, als de geneesheer, die tot hun genezing was gezonden. Daaraan herinnert het aangehaalde spreekwoord en de mening van de Heere is deze: u zult aanleiding vinden en het ook gebruiken, om Mij te zeggen: “Gij, die de mensheid van haar lijden wil verlossen, verlos U van Uw eigen lijden en, opdat wij U als de Verlosser erkennen, verricht dan voor ons hier ook een wonder, zoals die, welke Gij, als men zegt, te Kapérnaüm hebt gedaan. Daarin ligt een ironische twijfel aan de wonderen die men Hem toeschreef.
De eerste prediking van de Heere te Nazareth draagt in zoverre een typisch-symbolisch karakter, als die aan de ene kant dient als voorteken van elke ware prediking van het Evangelie wat inhoud, grond en vorm betreft, aan de andere kant als in een spiegel de klippen zichtbaar maakt, waarop de uitwerking van de prediking gewoonlijk schipbreuk lijdt: aardsgezindheid, vooroordeel en hoogmoed.
En Hij verdedigde Zijn profetisch ambt tegen hen en zei: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland (vgl. MATTHEUS. 13: 57. Joh. 4: 44).
Maar, wanneer Ik u uit voorbeelden van het Oude Testament bewijs, hoe dit al het geval was ten tijde van de beroemdste profeten van het noordelijke rijk, moet Ik u gelijktijdig doen begrijpen hoe nu ook de zaligheid zich afkeerde van die verachters en zich tot de vreemden keerde. Ik zeg U in de waarheid, geheel zoals de Schrift het ons meedeelt, tot uw waarschuwing: er waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werdover het gehele land (1 Kon. 17: 1, 9; 18: 1 vv. Jak. 5: 17).
En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw die weduwe was.
En er waren vele melaatsen in Israël ten tijde van de profeet Eliza; en geen van hen werd gereinigd dan Naäman, de Syriër (2 Kon. 5: 14).
Jezus noemt hen juist, wat Hem verhindert hier wonderen te doen, namelijk het feit dat een profeet in zijn vaderland en onder zijn bloedverwanten en in zijn huis niet geacht is; vervolgens rechtvaardigt Hij Zijn terughouden door grote voorbeelden van het Oude Testament, die tonen, hoe al in de oude tijd de Joden de zegen, die hun profeten moesten aanbrengen, verre van zich stootten in de vreemde. De Nazareners moesten de kracht van die voorbeelden voelen, maar zij schenen het volstrekt onverdraaglijk te vinden dat Hij hen vergeleek met de onvatbaren en achtergestelden, ja, met de afgodendienaars onder de Joden van de oude dagen en Zichzelf met die grote profeten. Ook ergerden zij er zich aan, dat Hij geschiedenissen uit het Oude Testament nam, die de heidenen zozeer schenen te begunstigen. Zo gaven zij zich over aan de opwellingen van een toorn waarin zij, zonder het te vermoeden, het oordeel, dat Hij zo-even had uitgesproken, volkomen bevestigden.
En zij werden allen in de synagoge met woede vervuld toen zij dit hoorden.
De natuurlijke mens wordt boos zodra hij veroordeeld wordt. Dit woord van de Heere was een greep in het diepst van hun ziel geweest. Hun volkstrots was hiermee in de hartader aangetast. Zij voelden ten volle dat Jezus verklaarde, dat God hen en geheel het ongelovig Israël met Zijn zegeningen zou voorbijgaan, om ze aan de heidenen te geven, evenals ten tijde van Elia en Eliza gebeurde en in een oogwenk was al de liefelijkheid van Jezus vergaan en Christus, omhangen met de ergernismantel, stond voor hen, die Christus niet begeerden, maar uitwerpen zouden, met de uitroep: “Kruisig Hem! Kruisig Hem!”
En toen Hij opstond wierpen zij Hem buiten de stad en leidden Hem op de top van de berg waarop hun stad gebouwd was (zeker niet op de zogenaamde heuvel Sarid = berg der afstorting (Joz. 19: 10. vgl bij MATTHEUS. 2: 23), om Hem van de steilte af te gooien.
Maar Hij, die niet het lijden wilde ontvluchten, maar het juiste tijdstip daarvoor afwachtte, ging door het midden van hen door, op het laatste ogenblik gebruik makend van Zijn goddelijke macht (Joh. 18: 6) en ging weg (Joh. 8: 59).
Zo was het altijd, zo zal het altijd zijn: men wil liever verloren gaan dan harde waarheden horen. Merk op de woordenstrijd, waarin beide strijdenden zich overwinnaar noemen, omdat niemand, al heeft hij ongelijk, de minste zijn wil. Hoor al de spot en de smaadredenen van degenen die het Evangelie niet willen geloven en zich vergenoegen moesten met het blotelijk voor zich te verwerpen. Zie de baat van de wereld tegen allen die de blijde boodschap, zoals Jezus te Nazareth, verkondigen. Letten wij echter boven alles op de uitwerking die harde, ofschoon ware woorden voor onszelf teweeg brengen! Is het een vreemde, die zich veroorlooft ons te berispen, een beledigend antwoord is maar al te snel gereed; is het een vriend die ons verraadt, wij betonen hem onze dankbaarheid door wederkerige beschuldigingen; is het een godsdienstleraar die door zijn onderwijs ons kwetst, wij zeggen, zoals de Joden: “Medicijnmeester, genees eerst uzelf!” Zelfs tot het woord van God bestrijden wij, wanneer Zijn redenen voor ons te hard zijn om ze te kunnen horen, nu eens door de duidelijke zin te verdraaien, dan weer door Zijn bedreigingen te beperken en altijd door ons te stellen buiten de rij van hen, op wie Zijn veroordelende uitspraken vallen.
Hij liet Zich door de woedende Nazareners wel heenleiden tot de gemelde steilte, maar op de top van de berg gekomen bedwong Hij de boosheid van Zijn leidslieden door Zijn wonderdoend Alvermogen zodanig, dat zij de handen tegen Hem noch durfden noch konden uitsteken. De woedende menigte stond geheel bedremmeld en daardoor kreeg de Heiland gelegenheid om heen te gaan en naar elders weg te trekken.
Men zou verkeerd doen met uit de manier waarop de Heer hier Zichzelf met andere profeten gelijk stelt, de gevolgtrekking af te leiden, dat Hij Zich hier voor niets hogers dan een profeet verklaart. De voorspelling, die Hij aanhaalt, toont het tegendeel aan en doet zien dat Jezus alleen het onthaal dat Hem trof en de roeping, Hem aangewezen, vergelijken wilde met die van andere Godsmannen. Maar even onbillijk zou het zijn als men deze wending, die Zijn onderwijs nam, hard of onvoorzichtig durft te noemen. Men vergeet niet, wat een liefdeloos oordeel over Zijn persoon en werk voorafgegaan was en hoe hier alles afhangt van de toon en het verband van Zijn rede. Omdat Lukas slechts de hoofdinhoud van de hele toespraak meedeelt, moet men toezien in deze geen voorbarig oordeel te vellen. Veeleer moeten wij de wijsheid van de Geneesmeester roemen, die tot sterke middelen de toevlucht nam om de hoofdkwaal van Zijn tijdgenoten, zinnelijkheid en aardsgezinde verwachtingen in de hartader aan te tasten en liever eigen veiligheid wagen wilde dan de verkeerdheid van de mensen ontzien. Of heeft de Heer die zoveel jaren in Nazareth geleefd had en de zedelijke gesteldheid van haar burgers oplettend had gadegeslagen, niet beter dan wij kunnen oordelen, hoe luid en hoe hoog de toon van Zijn bestraffing mocht klimmen. Het gedrag van de Nazareners toonde maar al te snel, dat Jezus hen in geen te ongunstig licht had geplaatst. Onwillens bevestigen zij Zijn taal en zoals later de vijandige Joden de toespraak van Stéphanus afbraken, zo verhinderen zij de Heere hoogstwaarschijnlijk met Zijn rede voort te gaan. In dolzinnige woede ontstoken, rukken zij Hem van de leerstoel, slepen Hem buiten het bedehuis en de stad, voeren Hem naar de steilte, waarop hun stad gebouwd is en staan gereed Hem te pletter te storten. Maar hier, aan de rand van de afgrond, geeft de Heere hun ongevraagd een teken van Zijn hemelse grootheid. In rustige houding en met zegevierenden blik baant Hij Zich op eenmaal een weg door Zijn hardnekkige tegenstanders en het is alsof hun handen geboeid zijnen hun voeten gekluisterd. Zijn uur was nog niet gekomen en als balling verlaat de Man vrijwillig de berg, waarvan de top de Jongeling zo vaak een verrukte blik op de heerlijke schepping in het rond en verder geslagen had.
Christus probeert de inwoners van Nazareth door deze historieën verscheidene dingen te leren. Eerst leert Hij de vrijheid van Gods onderscheidende genade; dat God niet gehouden was om allen dezelfde hulp en middelen van de genade te geven, die Hij aan sommigen gaf. Dit is een leer die de wereld nooit wilde horen, dat God barmhartig zal zijn die Hij barmhartig wil zijn; wij willen graag God tot onze schuldenaar maken en die van Nazareth dachten dat zij, zo niet meer, ten minste evenveel rechten hadden op Christus wonderwerken, als die van Kapérnaüm. Ten anderen leert Hij hen dat het de schuld van de mensen is, als zij de weldaden van de goddelijke genade niet ontvangen. Als de Israëlieten Elias behoorlijk ontvangen hadden zou hij zowel tot hen als naar Sarepta zijn gezonden. Als de melaatsen in Israël hulp gezocht hadden en tot Eliza waren gekomen, zouden zij genezen zijn geworden; en insgelijks, als u Nazareners Mij ontvangen en geloofd hadden, zou u hetzelfde hebben gezien als die van Kapérnaüm; het is dus door uw ongeloof en versmading van Mij dat Ik u geen wonderwerken kan tonen. Zo zegt men, als God het in de harten van de weduwen of van de melaatsen in Israël gegeven had deze profeten te zoeken, zouden zij ook, de eersten Elias hebben ontvangen en de laatsten tot Eliza zijn gegaan; waarom heeft dan God hun harten niet bewogen? Hierop dient het antwoord: Wie bent u die tegen God twist? Hoe het zij de melaatsen en de weduwen in Israël en de inwoners van Nazareth waren zo verzuimend in datgene te doen, dat zij, uit kracht van de algemene genade, die God aan niemand weigert, konden doen, dat Hij rechtvaardig hun Zijn bijzondere invloed mocht onthouden, terwijl zij Zijn algemene zegenende gaven verzuimden. Eindelijk leerde Hij hen hierdoor dat elk volk dat God vreest en gerechtigheid werkt, Hem aangenaam is. God heeft geen aanzien van dit of dat land, Hij zond Elias om aan een Sidonitische vrouw en Eliza om een Syriër weldadigheid te doen, terwijl Hij de ondankbare en ongehoorzame Israëlieten voorbijging. En dus leerde onze Zaligmaker ook niet duister, dat God, om hun ongeloof, versmading en ongehoorzaamheid, Zijn evangelie tot de heidenen zou zenden en hen, Joden, verwerpen, zoals binnen enkele jaren hierna gebeurde. Geen van al deze dingen was nu de Nazareners aangenaam om te horen: u vraagt Mij, zegt onze Heere, waarom Ik niet zulke dingen hier in Nazareth doe, zoals Ik in Kapérnaüm heb gedaan, maar Ik ben niet tot u gezonden. Waren zij dan niet van de verloren schapen van Israël? Dit zij zo; Christus werd niet meer tot heel Israël gezonden, dan Elia tot al de weduwen in Israël. Hij was wel gezonden om voor hen allen te prediken, maar Hij was alleen tot sommigen gezonden om die bijzondere gunstbewijzen en genadegiften te schenken en deze waren, die Hem niet versmaadden, maar graag aannamen.
En Hij keerde Zich van Nazareth nu geheel af (vgl. MATTHEUS. 13: 53 vv. Mark. 6: 1 vv. ) en kwam in Kapérnaüm, een stad van Opper-Galilea) en leerde hen, de bewoners van deze stad, die Hij nu tot de Zijne had gemaakt, op desabbatdagen in hun synagogen, zoals Hij dat oorspronkelijk met Nazareth had willen doen, maar dat wegens hun dadelijk aan het licht gekomen ongeloof niet had kunnen doen.
De bedreiging die in de voorbeelden die Jezus aangehaald en voor hen ligt verbittert hen; “Gij verwerpt ons, dan verwerpen wij U, ” antwoorden zij met de daad. Zij verkrijgen echter in Zijn majestueus doorgaan door hun menigte ten minste enig wonder, waar Hij een ander hen moest weigeren.
Door een stormachtige handeling stootten zij Hem uit de synagoge en daarin lag de excommunicatie; verstootten zij Hem uit de stad en daarin lag de verbanning, de ontneming van het burgerrecht; zij wilden Hem zelfs uit het leven stoten, omdat zij Hem op een hoogte, op de steilte van een berg voerden, om Hem naar beneden te storten. Maar op het beslissend ogenblik ontvouwde de Heere, die Zich tot aan de rand van den afgrond rustig had laten voortleiden, een werking van Zijn persoonlijke majesteit, die meer dan eens in bedenkelijke gevallen Zijn vijanden verlamde en Zijn leven bewaarde. Hij trad midden onder diegenen terug, die Hem voor zich heendreven – zo plotseling, zo rustig, zo gebiedend, dat zij onwillekeurig met vrees een doortocht openlieten.
Bij het eerste optreden van Jezus in Zijn moederstad wordt het duidelijk dat de Joden Hem verwerpen, maar de heidenen Hem aannemen zouden; de laatsten zijn typisch vervat in de weduwe van Sarepta en Naäman de Syriër. Wat de Nazareners Jezus wilden aandoen, voorspelt Zijn laatste lot; daarom zal Hij van de Joden heengaan tot de rechterhand van God en Zijn rijk bij de heidenen oprichten.
Hoe vaak heeft ook u de Heere uit uw hart uitgestoten; en het niet tot Zijn tempel geheiligd, Hem daarin geen altaar opgebouwd! Hoe vaak heeft u Hem uitgesloten uit uw huis! Op die morgen, toen u zonder gebed aan uw dagelijks werk gingt, die middag, toen u zonder lof en dank spijs en drank uit Zijn genadige hand aannam, die avond, toen u zonder tot Hem op te zien, u neerlegde, dat uur, toen u Hem niet beleed, Hem integendeel verloochende, de geest van de hel opnam en voor de Geest van Christus de deuren sloot, toen hebt u Hem uit uw huis gedreven. Hoe vaak heeft u Hem, vooral in de laatste jaren, uit uw stad uitgestoten en uit uw vaderland en in plaats van de Heere het bestuur te laten het voor de kinderen van de afgrond ingeruimd, de staat van een Christelijke in een heidense veranderd! In Zijn naam bent u gedoopt; Zijn weldaden geniet u alle dagen; uw hele vorming en ontwikkeling hebt u aan Hem te danken; en nu moet Hij het horen uit uw mond, uit de mond van honderd duizenden in onze dagen: ik ken die mens niet.
II. Vs. 32-44.KruisverwijzingenMarkus 1:24→Mattheüs 8:29→Lukas 4:36→Jakobus 2:19→Lukas 4:32→Lukas 4:14→Mattheüs 7:28→Markus 1:23→
— En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht. En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods. En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit? En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands. En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden. En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve. En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
In vs. 14 en 15 had Lukas ons in het algemeen een overzicht gegeven over de manier en de vrucht van Jezus’ werkzaamheid in Galilea, maar meteen in vs. 16-31 aangewezen dat onder dit “Galilea” niet Zijn eigenlijk vaderland Nazareth was begrepen, maar dit integendeel daarvan was uitgesloten. Nadat wij nu met Hem zijn verhuisd naar Kapérnaüm, de stad aan de zee, die het nieuwe vaderland van de Heere was geworden voor de tijd van de Galilese werkzaamheid, neemt de Evangelist de manier en de vrucht van deze werkzaamheid, zoals Hij die boven heeft aangegeven, weer op en stelt ons meteen het beeld van de eerste sabbatdag, die Jezus daar beleefde, in een bericht voor ogen, dat met de eerste evangelisten overeenstemt.
En zij, de bewoners van Kapérnaüm, in wiens synagoge Hij dadelijk op de eerste sabbat na Zijn aankomst predikte, verbaasden zich over Zijn leer; want Zijn woord was met macht (MATTHEUS. 7: 29. “Mr 1: 22”).
En in de synagoge was een mens die een geest van een onreine duivel had 8: 34″) en hij riep uit met grote stem, terwijl de overige aanwezigen elkaar hun verwondering te kennen gaven.
En hij zei: Laat af, wat hebben wij, de onreine geesten, met U te doen, gij Jezus Nazarener? Bent Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij bent, namelijk de Heilige van God, de Heiland en Messias van Israël.
Het voor de mensen nog bedekte geheim van Jezus’ afkomst en het doel van Zijn menswording is aan de geestenwereld al bekend, die bijna instinctmatig moet sidderen wanneer zij haar toekomstige overwinnaar ziet.
Wij moeten meer sidderen voor de menigte van geestelijk bezetenen, voor de duizenden Christenen, die in de macht van de duivels en de onreine geesten zijn, dan voor een lichamelijk bezetene, die op de bodem van zijn hart soms zucht en schreit, terwijl de duivel uit hem lastert. De wereld maakt het nu haar god gemakkelijk haar zonder vrees te bezitten; zij is zo zeer één hart en één ziel met hem, dat zij in het geheel niet door hem wordt bestreden noch lastig gevallen en hem daarom wegloochent, in plaats van hem weg te bidden.
En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil en ga van hem uit. En de duivel hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit zonder hem iets te beschadigen.
En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkaar, zeggend: Wat voor woord is dit, dat Hij met macht en kracht, met een volkomen kracht, die geen uitwerking mist, de onreine geesten gebiedt en zij varen uit, zoals dit geval ons bewijst?
Hoe kon zo’n bezetene in de synagoge toegang verkrijgen? Misschien was zijn ongesteldheid nog niet zo openbaar geworden, als het bij deze gelegenheid gebeurde; de crisis, waarin de ongelukkige verviel, kwam door de tegenovergestelde werkzaamheid van twee krachten, die met elkaar in strijd raakten: die van de boze geest en die van de persoon en het woord van Jezus. Zodra een heilig wezen ingrijpt in de levenskring van de ongelukkige, voelt zich de onreine macht, die hem beheerst, in haar heerschappij bedreigd.
En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen van het omliggende land.
En Jezus stond op en ging uit de synagoge naar het huis van Simon, die Hij de vorige dag met drie anderen tot Zijn discipel had geroepen (Hoofdstuk 5: 1 vv. ); en Simon’s schoonmoeder had een grote koorts en zij baden Hem voor haar.
En hij stond boven haar en boog Zich over haar heen om met haar in geestelijke aanraking te komen (vgl. Hand. 3: 4), bestrafte de koorts, vatte haar hand en richtte haar in de hoogte; en de koorts verliet haar; en zij stond meteen op en diende hen.
Wanneer uit uw familie iemand Jezus; discipel wordt, dan is er een door engelen betreden weg tussen de hemel en uw huis; in het lichamelijke, maar nog meer in het geestelijke, wordt Zijn zegen ondervonden, waar een ziel voor de haar bidt.
En als de zon onderging, allen die kranken hadden, met verscheidene ziekten bevangen, brachten die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op en genas dezelve.
En er voeren ook duivelen uit van velen, die riepen en zeiden: Gij bent de Christus, de Zoon van God! En Hij bestrafte hen en liet hen spreken, omdat zij wisten dat Hij de Christus was (MATTHEUS. 8: 29).
Zelfs de Joodse legenden leggen getuigenis af van de werkelijkheid van Jezus’ wonderen. “De Zoon van Stada (spotnaam van Jezus) heeft uit Egypte geheime middelen meegebracht in een opening, die Hij in Zijn lichaam had aangebracht” zegt de Talmud. Als de Joden de wonderen hadden kunnen loochenen, was dat zeker eenvoudiger geweest dan ze op die manier te willen verklaren.
En toen het dag werd ging Hij uit en trok naar een woeste plaats om Zich door gebed te sterken; en de menigte volgde Petrus en de zijnen, zochten Hem, kwamen bij Hem en hielden Hem op, zodat Hij niet van hen weg zou gaan.
Maar Hij zei tot hen: Ik moet ook andere steden het evangelie van het koninkrijk van God verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.
En Hij predikte op die reis in de omtrek, die Hij hierop voor enige tijd deed, in de synagogen van Galilea (MATTHEUS. 4: 23-25).
Hier openbaart zich hoe groot de indruk was die de Heere al bij Zijn eerste openlijk optreden in Galilea en de omtrek maakte. Des te merkwaardiger dat Hij van die geestdrift voor Zichzelf geen gebruik maakte, die eerder vermijdt dan bevordert en zo snel Kapernaüm verlaat, waar toch zoveel harten voor Hem kloppen. Ook dit is een bewijs voor de waarheid van Joh. 2: 23-25 , maar ook een proeve van de wijsheid van de Heere in de vorming van Zijn eerste discipelen. Hij wil ze roepen tot zelfverloochening, aan het reizende leven wennen en oprijzende aardse verwachtingen beteugelen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel