Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 4

1 En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En JezusG2424, volG4134 des HeiligenG40 GeestesG4151, keerde wederomG5290 vanG575 de JordaanG2446, en werd doorG1722 den GeestG4151 geleidG71 in de woestijnG2048; En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;

KJV And2 Jesus1 being full5 of the Holy4 Ghost3 returned6 from7 Jordan,9 and10 was led11 by12 the Spirit14 into15 the wilderness,

1 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 4 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 5 πληρης G4134 vol, volle full 6 υπεστρεψεν G5290 wedergekeerd, keerden wederom, keerden come again, return (again, back again), turn back (again) 7 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιορδανου G2446 Jordaan Jordan 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ηγετο G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ερημον G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En werd veertigG5062 dagenG2250 verzochtG3985 vanG5259 den duivelG1228; enG2532 atG5315 gansG3762 nietG3756 inG1722 dieG1565 dagenG2250, enG2532 als dezelveG846 geeindigdG4931 waren, zo hongerdeG3983 Hem ten laatsteG5305. En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.

KJV Being3 forty2 days1 tempted of4 the devil.6 And7 in11 those14 days13 he did eat9 nothing:8 and15 when they17 were ended,16 he afterward18 hungered.

1 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 2 τεσσαρακοντα G5062 veertig forty 3 πειραζομενος G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 4 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 διαβολου G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εφαγεν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 10 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 14 εκειναις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 συντελεσθεισων G4931 voleindigd, geeindigd, oprichten end, finish, fulfil, make 17 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 υστερον G5305 laatste, namaals afterward, (at the) last (of all) 19 επεινασεν G3983 hongerde, hongerig, hongeren be an hungered
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 de duivelG1228 zeideG2036 tot HemG846: IndienG1487 Gij GodsG2316 ZoonG5207 zijtG1510, zegG2036 tot dezenG5129 steenG3037, dat hij broodG740 wordeG1096. En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.

KJV And1 the devil5 said unto him,3 If6 thou be the Son7 of God,10 command this stone13 that15 it be made16 bread.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 διαβολος G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer 6 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 7 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 λιθω G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 14 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 17 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846, zeggendeG3004: Er is geschrevenG1125, datG3754 de mensG444 bijG1909 broodG740 alleen nietG3756 zal levenG2198, maarG235 bijG1909 alleG3956 woordG4487 GodsG2316. En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 Jesus3 answered2 him,4 saying,6 It is written,7 That8 man15 shall13 not9 live by10 bread11 alone,12 but16 by17 every18 word19 of God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 αρτω G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 12 μονω G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 13 ζησεται G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 16 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 παντι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 19 ρηματι G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 20 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 als Hem de duivelG1228 geleidG321 had op een hogenG5308 bergG3735, toondeG1166 hijG846 Hem alG3956 de koninkrijkenG932 der wereldG3625, in een ogenblikG4743 tijdsG5550. En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.

KJV And1 the devil,5 taking2 him3 up into6 an high8 mountain,7 shewed9 unto him10 all11 the kingdoms13 of the world15 in16 a moment17 of time.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναγαγων G321 afgevaren, voeren, brachten bring (again, forth, up again), depart, launch (forth), lead (up), loose, offer, sail, set forth, take up 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 διαβολος G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 8 υψηλον G5308 hogen, hoge, hoger high(-er, -ly) (esteemed) 9 εδειξεν G1166 tonen, toonde, getoond shew 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 πασας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οικουμενης G3625 wereld, aardbodem, aardrijk earth, world 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 στιγμη G4743 ogenblik moment 18 χρονου G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG2532 de duivelG1228 zeideG2036 tot HemG846: Ik zal UG4771 al dezeG3778 machtG1849, enG2532 de heerlijkheidG1391 derzelver koninkrijken geven; wantG3754 zijG846 is mijG1473 overgegevenG3860, enG2532 ik geefG1325 ze, wien ik ook wilG2309; En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;

Ook in dit vers [koninkrijken]G1325

KJV And1 the devil5 said unto him,3 All11 this power9 will I give7 thee, and12 the glory14 of them:15 for16 that is delivered18 unto me; and19 to20 whomsoever21 I will22 I give23 it.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 διαβολος G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer 6 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 7 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 10 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 απασαν G537 alles all (things), every (one), whole 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 εμοι G1473 mij, ik I, me 18 παραδεδοται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 21 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 22 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 23 διδωμι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 24 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 IndienG1437 GijG4771 danG3767 mijG1473 zult aanbiddenG4352, zo zal het allesG3956 Uw zijnG1510. Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.

KJV If3 thou1 therefore2 wilt worship4 me,5 all9 shall be thine.

1 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 4 προσκυνησης G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 5 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 6 μου G1473 mij, ik I, me 7 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot hemG846: Ga wegG5217 van MijG1473, satanG4567, wantG1063 er is geschrevenG1125: GijG4771 zult den HeereG2962, uw GodG2316, aanbiddenG4352, enG2532 HemG846 alleen dienenG3000. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.

KJV And1 Jesus6 answered2 and said unto him,3 Get thee7 behind8 me, Satan:10 for12 it is written,11 Thou shalt worship13 the Lord14 thy God,16 and18 him19 only20 shalt thou serve.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 8 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 σατανα G4567 satan, satanas, satans Satan 11 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 προσκυνησεις G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 14 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 μονω G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 21 λατρευσεις G3000 dienen, diene, dienende serve, do the service, worship(-per)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En hij leiddeG71 HemG846 naarG1519 JeruzalemG2419, enG2532 steldeG2476 HemG846 op de tinneG4419 des tempelsG2411, enG2532 zeideG2036 tot HemG846: IndienG1487 Gij de ZoonG5207 GodsG2316 zijtG1510, werpG906 Uzelven van hier nederwaartsG2736; En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;

KJV And1 he brought2 him3 to4 Jerusalem,5 and6 set7 him8 on9 a pinnacle11 of the temple,13 and14 said unto him,16 If17 thou be the Son19 of God,22 cast23 thyself24 down26 from hence:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηγαγεν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εστησεν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πτερυγιον G4419 tinne pinnacle 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιερου G2411 tempel, tempels, heilige temple 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 20 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 23 βαλε G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 24 σεαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self) 25 εντευθεν G1782 weg (from) hence, on either side 26 κατω G2736 beneden, nederwaarts, oud beneath, bottom, down, under

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Want er is geschrevenG1125, datG3754 Hij Zijn engelenG32 vanG4012 U bevelenG1781 zal, dat zij UG4771 bewarenG1314 zullen; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;

KJV For2 it is written,1 He shall give7 his6 angels5 charge over8 thee, to keep11 thee:

1 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αγγελοις G32 engel, engelen, engels angel, messenger 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εντελειται G1781 geboden, bevelen, gebood (give) charge, (give) command(-ments), injoin 8 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 διαφυλαξαι G1314 bewaren keep 12 σε G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG2532 datG3754 zij UG4771 opG1909 de handenG5495 nemenG142 zullen, opdat GijG4771 Uw voetG4228 niet te eniger tijdG3379 aanG4314 een steenG3037 stootG4350. En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.

KJV And1 in3 their hands4 they shall bear5 thee up, lest at any time7 thou dash8 thy foot12 against9 a stone.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 χειρων G5495 handen, hand hand 5 αρουσιν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 6 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 7 μηποτε G3379 tijd, Geenszins, mogelijk if peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not 8 προσκοψης G4350 stoot, aangeslagen, aanstoot beat upon, dash, stumble (at) 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ποδα G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 13 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot hemG846: Er is gezegdG2046: GijG4771 zult den HeereG2962, uw GodG2316, nietG3756 verzoekenG1598. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.

KJV And1 Jesus6 answering2 said unto him,4 It is said,7 Thou shalt10 not9 tempt the Lord11 thy God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ειρηται G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 εκπειρασεις G1598 verzoeken, verzoekende tempt 11 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 als de duivelG1228 alleG3956 verzoekingG3986 voleindigdG4931 had, weekG868 hij vanG575 HemG846 voor een tijdG2540. En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.

KJV And1 when the devil6 had ended2 all3 the temptation,4 he departed7 from8 him9 for10 a season.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συντελεσας G4931 voleindigd, geeindigd, oprichten end, finish, fulfil, make 3 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 πειρασμον G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 διαβολος G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer 7 απεστη G868 week, wijken, Houdt depart, draw (fall) away, refrain, withdraw self 8 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 αχρι G891 tot, totdat, zolang als as far as, for, in(-to), till, (even, un-)to, until, while 11 καιρου G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 JezusG2424 keerde wederomG5290, door de krachtG1411 des GeestesG4151, naar GalileaG1056; enG2532 het geruchtG5345 vanG4012 HemG846 ging uit door het gehele omliggende landG4066. En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.

KJV And1 Jesus4 returned2 in5 the power7 of the Spirit9 into10 Galilee:12 and13 there went out15 a fame14 of20 him21 through16 all17 the region round about.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υπεστρεψεν G5290 wedergekeerd, keerden wederom, keerden come again, return (again, back again), turn back (again) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δυναμει G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γαλιλαιαν G1056 Galilea, Galilese Galilee 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 φημη G5345 gerucht fame 15 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 16 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 17 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 περιχωρου G4066 omliggende land, land rondom, omliggenden lands country (round) about, region (that lieth) round about 20 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En Hij leerdeG1321 inG1722 hun synagogenG4864, en werd vanG5259 allenG3956 geprezenG1392. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.

KJV And1 he2 taught3 in4 their7 synagogues,6 being glorified8 of9 all.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 εδιδασκεν G1321 lerende, leerde, leren teach 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 δοξαζομενος G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 9 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 10 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En Hij kwamG2064 te NazarethG3478, daar Hij opgevoedG5142 was, enG2532 ging, naar Zijn gewoonteG1486, op den dagG2250 des sabbatsG4521 in de synagogeG4864; enG2532 stondG450 op omG1519 te lezenG314. En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.

KJV And1 he came2 to3 Nazareth,9 where10 he had been brought up:12 and,13 as15 his18 custom17 was, he went14 into24 the synagogue26 on19 the sabbath23 day,21 and27 stood up28 for to read.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ναζαρετ 8 ναζαρεθ 10 ου G3757 waar where(-in), whither(-soever) 11 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 τεθραμμενος G5142 gespijzigd, gevoed, voedt bring up, feed, nourish 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 15 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ειωθος G1486 gewoon, gewoonte be custom (manner, wont) 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 σαββατων G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 συναγωγην G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 ανεστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 29 αναγνωναι G314 gelezen, leest, lezen read
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En Hem werd gegevenG1929 het boekG975 van den profeetG4396 JesajaG2268; enG2532 als Hij het boekG975 opengedaanG380 had, vondG2147 Hij de plaatsG5117, daar geschrevenG1125 wasG1510; En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;

KJV And1 there was delivered2 unto him3 the book4 of the prophet7 Esaias.5 And8 when he had opened9 the book,11 he found12 the place14 where15 it was written,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επεδοθη G1929 gaven, gegeven deliver unto, give, let (+ (her drive)), offer 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 βιβλιον G975 boek, boeken, boeks bill, book, scroll, writing 5 ησαιου G2268 Jesaja Esaias 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αναπτυξας G380 opengedaan open 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βιβλιον G975 boek, boeken, boeks bill, book, scroll, writing 12 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 15 ου G3757 waar where(-in), whither(-soever) 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 γεγραμμενον G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 De GeestG4151 des HeerenG2962 is op MijG1473, daarom heeft Hij MijG1473 gezalfdG5548; Hij heeft MijG1473 gezondenG649, om den armenG4434 het EvangelieG2097 te verkondigenG2784, om te genezenG2390, dieG3739 gebrokenG4937 zijn van hartG2588; De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;

KJV The Spirit1 of the Lord2 is upon3 me, because6 he hath anointed7 me to preach the gospel9 to the poor;10 he hath sent11 me to heal13 the brokenhearted,15 to preach18 deliverance20 to the captives,19 and21 recovering of sight23 to the blind,22 to set24 at26 liberty27 them that are bruised,

1 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 2 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 3 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 εμε G1473 mij, ik I, me 5 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 7 εχρισεν G5548 gezalfd anoint 8 με G1473 mij, ik I, me 9 ευαγγελιζεσθαι G2097 Evangelie, verkondigd, verkondigen declare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel) 10 πτωχοις G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 11 απεσταλκεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 12 με G1473 mij, ik I, me 13 ιασασθαι G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 συντετριμμενους G4937 gebroken, gekrookte, verbrijzeld break (in pieces), broken to shivers (+ -hearted), bruise 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 καρδιαν G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 18 κηρυξαι G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 19 αιχμαλωτοις G164 gevangenen captive 20 αφεσιν G859 vergeving, loslating, vrijheid deliverance, forgiveness, liberty, remission 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 τυφλοις G5185 blinden, blind, blinde blind 23 αναβλεψιν G309 gezicht recovery of sight 24 αποστειλαι G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 25 τεθραυσμενους G2352 verslagenen bruise 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 αφεσει G859 vergeving, loslating, vrijheid deliverance, forgiveness, liberty, remission
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Om den gevangenenG164 te predikenG2784 loslatingG859, en den blindenG5185 het gezichtG309, om de verslagenenG2352 heen te zendenG649 in vrijheidG859; om te predikenG2784 het aangenameG1184 jaarG1763 des HeerenG2962. Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.

KJV To preach1 the acceptable4 year2 of the Lord.

1 κηρυξαι G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 2 ενιαυτον G1763 jaar, jaars, jaren year 3 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 4 δεκτον G1184 aangenaam, aangename, aangenamen accepted(-table)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En als Hij het boekG975 toegedaanG4428 enG2532 den dienaarG5257 wedergegevenG591 had, zat Hij nederG2523; enG2532 de ogenG3788 van allenG3956 inG1722 de synagogeG4864 warenG1510 op HemG846 geslagenG816. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.

KJV And1 he closed2 the book,4 and he gave it again5 to the minister,7 and sat down.8 And9 the eyes15 of all them10 that were in11 the synagogue13 were fastened17 on him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πτυξας G4428 toegedaan close 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 βιβλιον G975 boek, boeken, boeks bill, book, scroll, writing 5 αποδους G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 υπηρετη G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 8 εκαθισεν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 συναγωγη G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οφθαλμοι G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 16 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ατενιζοντες G816 ogen, houdende, sterk behold earnestly (stedfastly), fasten (eyes), look (earnestly, stedfastly, up stedfastly), set eyes 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG1161 Hij begonG756 totG4314 henG846 te zeggenG3004: HedenG4594 is dezeG3778 SchriftG1124 inG1722 uw orenG3775 vervuldG4137. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.

KJV And2 he began1 to say3 unto4 them,5 This6 day7 is8 this11 scripture10 fulfilled in12 your ears.

1 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 8 πεπληρωται G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γραφη G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 11 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ωσιν G3775 oren, oor ear 15 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 zij gavenG3140 HemG846 allenG3956 getuigenisG3140, enG2532 verwonderdenG2296 zich overG1909 de aangenameG5485 woordenG3056, die uitG1537 Zijn mondG4750 voortkwamenG1607; enG2532 zeidenG3004: IsG1510 dezeG3778 nietG3756 de ZoonG5207 van JozefG2501? En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?

KJV And1 all2 bare3 him4 witness, and5 wondered6 at7 the gracious11 words9 which8 proceeded13 out of14 his17 mouth.16 And18 they said,19 Is not20 this21 Joseph's25 son?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 εμαρτυρουν G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εθαυμαζον G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λογοις G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 χαριτος G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εκπορευομενοις G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 23 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 25 ιωσηφ G2501 Jozef Joseph
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 Hij zeideG2036 totG4314 hen: GijG4771 zult zonder twijfelG3843 tot MijG1473 ditG3778 spreekwoordG3850 zeggenG2046: MedicijnmeesterG2395, geneesG2323 Uzelven; al wat wij gehoordG191 hebben, dat in KapernaumG2584 geschiedG1096 is, doeG4160 dat ookG2532 hier inG1722 Uw vaderlandG3968. En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.

KJV And1 he said unto3 them,4 Ye will6 surely5 say unto me this proverb,9 Physician,11 heal12 thyself:13 whatsoever14 we have heard15 done16 in17 Capernaum,19 do20 also21 here22 in23 thy country.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 παντως G3843 ganselijk, Ganselijk, gans by all means, altogether, at all, needs, no doubt, in (no) wise, surely 6 ερειτε G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 7 μοι G1473 mij, ik I, me 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 10 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 ιατρε G2395 medicijnmeester, medicijnmeesters, Medicijnmeester physician 12 θεραπευσον G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 13 σεαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self) 14 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 15 ηκουσαμεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 16 γενομενα G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum 20 ποιησον G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 23 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 24 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πατριδι G3968 vaderland (own) country 26 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG1161 HijG846 zeideG2036: VoorwaarG281 Ik zegG3004 uG4771, datG3754 geen profeetG4396 aangenaamG1184 isG1510 inG1722 zijn vaderlandG3968. En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.

KJV And2 he said, Verily3 I say1 unto you,6 No7 prophet8 is accepted9 in11 his own14 country.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 4 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 8 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 9 δεκτος G1184 aangenaam, aangename, aangenamen accepted(-table) 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πατριδι G3968 vaderland (own) country 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 MaarG1161 Ik zegG3004 uG4771 in der waarheidG225: Er warenG1510 veleG4183 weduwenG5503 in IsraelG2474 in de dagenG2250 van EliasG2243, toen de hemelG3772 drieG1909 jarenG2094 en zesG1803 maandenG3376 geslotenG2808 was, zodat er groteG3173 hongersnoodG3042 werdG1096 over het geheleG3956 landG1093. Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.

KJV But3 I tell4 you of1 a truth,2 many6 widows7 were in9 Israel15 in13 the days11 of Elias,12 when16 the heaven19 was shut up17 three22 years21 and23 six25 months,24 when26 great29 famine28 was27 throughout20 all31 the land;

1 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 2 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 πολλαι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 χηραι G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow 8 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 12 ηλιου G2243 Elias, Elia Elias 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 16 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 17 εκλεισθη G2808 gesloten, sluit, sluiten shut (up) 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ουρανος G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 20 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 21 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 22 τρια G5140 drie, Drie three 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 μηνας G3376 maanden, maand month 25 εξ G1803 zes, Zes six 26 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 27 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 28 λιμος G3042 honger, hongersnood, hongersnoden dearth, famine, hunger 29 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 30 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 31 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 32 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 totG4314 geenG3361 van haarG846 werd EliasG2243 gezondenG3992, dan naarG1519 SareptaG4558 SidonisG4605, totG4314 een vrouwG1135, die weduweG5503 was. En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.

KJV But1 unto2 none3 of them4 was5 Elias6 sent, save unto9 Sarepta,10 a city of Sidon,12 unto13 a woman14 that was a widow.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 3 ουδεμιαν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 επεμφθη G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 6 ηλιας G2243 Elias, Elia Elias 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 σαρεπτα G4558 Sarepta Sarepta 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σιδωνος G4605 Sidon, Sidonis Sidon 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 15 χηραν G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG2532 er warenG1510 veleG4183 melaatsenG3015 inG1722 IsraelG2474, ten tijdeG1909 van den profeetG4396 ElisaG1666; enG2532 geenG3361 van henG846 werd gereinigdG2511, dan NaamanG3497, de SyrierG4948. En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.

KJV And1 many2 lepers3 were in9 Israel11 in the time5 of Eliseus6 the prophet;8 and12 none13 of them14 was cleansed,15 saving Naaman18 the Syrian.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 3 λεπροι G3015 melaatse, melaatsen leper 4 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 ελισσαιου G1666 Elisa Elissæus 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εκαθαρισθη G2511 gereinigd, reinigen, reinigt (make) clean(-se), purge, purify 16 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 17 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 18 νεεμαν G3497 Naaman Naaman 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 συρος G4948 Syrier Syrian
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 zij werden allenG3956 in de synagogeG4864 metG1722 toornG2372 vervuldG4130, als zij ditG3778 hoordenG191. En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden.

KJV And1 all they3 in5 the synagogue,7 when they heard8 these things, were filled2 with wrath,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επλησθησαν G4130 vervuld, vulden, gevuld accomplish, full (…come), furnish 3 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 θυμου G2372 toorn, toorns, toornigheid fierceness, indignation, wrath 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 συναγωγη G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 8 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG2532 opstaandeG450, wierpenG1544 zij HemG846 uit, buitenG1854 de stadG4172, enG2532 leiddenG71 HemG846 op den topG3790 des bergsG3735, op denwelken hun stadG4172 gebouwdG3618 was, omG1519 Hem van de steilte af te werpen. En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.

Ook in dit vers steilte werpenG2630

KJV And1 rose up,2 and thrust3 him4 out of5 the city,7 and8 led9 him10 unto11 the brow13 of the hill15 whereon16 their20 city19 was built,21 that22 they might cast24 him25 down headlong.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ανασταντες G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 3 εξεβαλον G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πολεως G4172 stad, steden city 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ηγαγον G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οφρυος G3790 top brow 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ορους G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 16 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πολις G4172 stad, steden city 20 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 ωκοδομητο G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 22 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 23 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 κατακρημνισαι G2630 steilte werpen cast down headlong 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 MaarG1161 HijG846, doorG1223 het middenG3319 van henG846 doorgegaanG1330 zijnde, ging wegG4198. Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.

KJV But2 he1 passing3 through4 the midst5 of them6 went his way,

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 διελθων G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 4 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 5 μεσου G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 επορευετο G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En Hij kwam af te KapernaumG2584, een stadG4172 van GalileaG1056, enG2532 leerdeG1321 henG846 op de sabbatdagenG4521. En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen.

KJV And1 came down2 to3 Capernaum,4 a city5 of Galilee,7 and8 taught10 them11 on12 the sabbath days.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 κατηλθεν G2718 afgekomen, afkomt, afkwam come (down), depart, descend, go down, land 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum 5 πολιν G4172 stad, steden city 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σαββασιν G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG2532 zij versloegenG1605 zich overG1909 Zijn leerG1322, wantG3754 Zijn woordG3056 wasG1510 metG1722 machtG1849. En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.

KJV And1 they were astonished2 at3 his6 doctrine:5 for7 his13 word12 was with8 power.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξεπλησσοντο G1605 verslagen, ontzetten, versloegen amaze, astonish 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 διδαχη G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 10 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG2532 inG1722 de synagogeG4864 wasG1510 een mensG444, hebbendeG2192 een geestG4151 eens onreinenG169 duivelsG1140; enG2532 hij riepG349 uit met groteG3173 stemmeG5456, En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme,

KJV And1 in2 the synagogue4 there was a man,6 which had7 a spirit8 of an unclean10 devil,9 and11 cried out12 with a loud14 voice,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 συναγωγη G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 5 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 9 δαιμονιου G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 10 ακαθαρτου G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ανεκραξεν G349 riep, roepende, schreeuwden cry out 13 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 14 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 ZeggendeG3004: Laat af, watG5101 hebben wij met U te doen, Gij JezusG2424 NazarenerG3479? Zijt Gij gekomenG2064, om ons te verdervenG622? IkG1473 kenG1492 U, wieG5101 Gij zijtG1510, namelijk de HeiligeG40 GodsG2316. Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.

KJV Saying,1 Let us alone;2 what3 have we to do with thee,5 thou Jesus7 of Nazareth?8 art thou come9 to destroy10 us? I know12 thee who14 thou art; the Holy One17 of God.

1 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 εα G1436 let alone 3 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 4 ημιν G1473 mij, ik I, me 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ναζαρηνε G3479 Nazarener of Nazareth 9 ηλθες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 απολεσαι G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 11 ημας G1473 mij, ik I, me 12 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 13 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 14 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αγιος G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En JezusG2424 bestrafteG2008 hemG846, zeggendeG3004: Zwijg stilG5392, en ga van hem uitG1537. En de duivelG1140, hemG846 inG1519 het middenG3319 geworpenG4496 hebbende, voerG1831 vanG575 hem uit, zonder hem ietsG3367 te beschadigenG984. En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.

KJV And1 Jesus5 rebuked2 him,3 saying,6 Hold thy peace,7 and8 come9 out of10 him.11 And12 when the devil16 had thrown13 him14 in17 the midst,19 he came20 out of21 him,22 and hurt24 him25 not.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επετιμησεν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 φιμωθητι G5392 Zwijg stil, muilbanden, mond gestopt muzzle 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εξελθε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 10 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ριψαν G4496 geworpen, wierpen, verstrooid cast (down, out), scatter abroad, throw 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δαιμονιον G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μεσον G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 20 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 21 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 μηδεν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 24 βλαψαν G984 beschadigen, schaden hurt 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En er kwam een verbaasdheidG2285 overG1909 allenG3956; enG2532 zij spraken samenG4814 totG4314 elkanderG240, zeggendeG3004: WatG5101 woordG3056 is ditG3778, dat Hij metG1722 machtG1849 enG2532 krachtG1411 den onreinenG169 geestenG4151 gebiedtG2004, enG2532 zij varenG1831 uit? En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?

KJV And1 they were2 all4 amazed,3 and6 spake7 among8 themselves,9 saying,10 What11 a word13 is this!14 for15 with16 authority17 and18 power19 he commandeth20 the unclean22 spirits,23 and24 they come out.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 θαμβος G2285 verbaasdheid X amazed, + astonished, wonder 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 συνελαλουν G4814 gesproken, samensprekende, sprak commune (confer, talk) with, speak among 8 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 9 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 10 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 14 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 δυναμει G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 20 επιτασσει G2004 gebiedt, gebood, beval charge, command, injoin 21 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ακαθαρτοις G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 23 πνευμασιν G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 εξερχονται G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 EnG2532 het geruchtG2279 vanG4012 HemG846 ging uit inG1519 alleG3956 plaatsenG5117 des omliggenden landsG4066. En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.

KJV And1 the fame3 of4 him5 went out2 into6 every7 place8 of the country round about.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξεπορευετο G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 3 ηχος G2279 geklank, geluid, gerucht fame, sound 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 περιχωρου G4066 omliggende land, land rondom, omliggenden lands country (round) about, region (that lieth) round about
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En Jezus, opgestaanG450 zijnde uitG1537 de synagogeG4864, ging inG1519 het huisG3614 vanG4012 SimonG4613; en SimonsG4613 vrouws moederG3994 wasG1510 met een groteG3173 koortsG4446 bevangenG4912, en zij badenG2065 Hem voor haar. En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.

KJV And2 he arose1 out of3 the synagogue,5 and entered6 into7 Simon's10 house.9 And13 Simon's15 wife's mother12 was taken with17 a great19 fever;18 and20 they besought21 him22 for23 her.

1 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συναγωγης G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 6 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 10 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πενθερα G3994 schoonmoeder, vrouws moeder mother in law, wife's mother 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 συνεχομενη G4912 bevangen, gedrongen, benauwen constrain, hold, keep in, press, lie sick of, stop, be in a strait, straiten, be taken with, throng 18 πυρετω G4446 koorts, koortsen fever 19 μεγαλω G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ηρωτησαν G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 22 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 24 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En staandeG2186 boven haarG846, bestrafteG2008 Hij de koortsG4446, en de koorts verlietG863 haar; en zij van stondeG3916 aan opstaandeG450, diendeG1247 henlieden. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.

KJV And1 he stood2 over3 her,4 and rebuked5 the fever;7 and8 it left9 her:10 and immediately11 she arose13 and12 ministered14 unto them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επιστας G2186 stond, stonden, aanvallende --assault, come (in, to, unto, upon), be at hand (instant), present, stand (before, by, over) 3 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 4 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 επετιμησεν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πυρετω G4446 koorts, koortsen fever 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 10 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 παραχρημα G3916 terstond, stonde forthwith, immediately, presently, straightway, soon 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 αναστασα G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 14 διηκονει G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 EnG1161 als de zonG2246 ondergingG1416, brachtenG71 allenG3956, die krankenG770 haddenG2192, met verscheidenen ziektenG3554 bevangen, die totG4314 Hem, enG1161 Hij legdeG2007 eenG1520 iegelijkG1538 van hen de handenG5495 op, en genasG2323 dezelve. En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.

Ook in dit vers [bevangen]G846 verscheideneG4164

KJV Now2 when the sun4 was setting,1 all5 they that6 had7 any sick8 with divers10 diseases9 brought11 them12 unto13 him;14 and16 he laid22 his hands21 on every18 one17 of them,19 and healed23 them.

1 δυνοντος G1416 onderging set 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ηλιου G2246 zon + east, sun 5 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 7 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 ασθενουντας G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 9 νοσοις G3554 ziekten, ziekte disease, infirmity, sickness 10 ποικιλαις G4164 menigerlei, verscheidene, velerlei divers, manifold 11 ηγαγον G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 ενι G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 18 εκαστω G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 19 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 χειρας G5495 handen, hand hand 22 επιθεις G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 23 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 24 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En er voerenG1831 ookG2532 duivelenG1140 uit van velenG4183, roependeG2896 en zeggendeG3004: GijG4771 zijtG1510 de ChristusG5547, de ZoneG5207 GodsG2316! En hen bestraffendeG2008, lietG1439 HijG846 die nietG3756 sprekenG2980, omdatG3754 zij wistenG1492, dat HijG846 de ChristusG5547 wasG1510. En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.

KJV And2 devils4 also3 came1 out of5 many,6 crying out,7 and8 saying,9 Thou11 art Christ14 the Son16 of God.18 And19 he rebuking20 them suffered22 them23 not21 to speak:24 for10 they knew26 that he29 was Christ.

1 εξηρχετο G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 κραζοντα G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 λεγοντα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 12 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 επιτιμων G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 21 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 εια G1439 laten, liet, lieten commit, leave, let (alone), suffer 23 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 λαλειν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 25 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 26 ηδεισαν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 27 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 29 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 30 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 En als het dagG2250 werdG1096, ging Hij uit, en trokG4198 naarG1519 een woesteG2048 plaatsG5117; en de scharenG3793 zochtenG2212 HemG846, en kwamenG2064 tot bij HemG846, en hieldenG2722 Hem op, dat Hij vanG575 hen nietG3361 zou weggaanG4198. En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.

KJV And2 when it was1 day,3 he departed4 and went5 into6 a desert7 place:8 and9 the people11 sought12 him,13 and14 came15 unto16 him,17 and18 stayed19 him,20 that he should not22 depart23 from24 them.

1 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 4 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 5 επορευθη G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 ερημον G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 8 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 12 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 κατειχον G2722 behouden, behoudt, houden have, hold (fast), keep (in memory), let, X make toward, possess, retain, seize on, stay, take, withhold 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 23 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 24 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 25 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 MaarG1161 Hij zeideG2036 totG4314 henG846: IkG1473 moetG1163 ookG2532 anderen stedenG4172 het EvangelieG2097 van het KoninkrijkG932 GodsG2316 verkondigenG2097; wantG3754 daartoe ben Ik uitgezondenG649. Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.

KJV And2 he said unto4 them,5 I must13 preach11 the kingdom15 of God17 to other9 cities10 also:7 for6 therefore19 am I sent.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ετεραις G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 10 πολεσιν G4172 stad, steden city 11 ευαγγελισασθαι G2097 Evangelie, verkondigd, verkondigen declare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel) 12 με G1473 mij, ik I, me 13 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 21 απεσταλμαι G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En Hij predikte in de synagogen van Galilea.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 EnG2532 Hij predikteG2258 inG1722 de synagogenG4864 van GalileaG1056. En Hij predikte in de synagogen van Galilea.

KJV And1 he preached3 in4 the synagogues6 of Galilee.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 κηρυσσων G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 4:1 Mattheüs 4:1 Markus 1:12 Johannes 3:34 1 Koningen 19:4 Lukas 3:3 Lukas 4:18 Handelingen 10:38 Lukas 2:27
Lukas 4:2 1 Koningen 19:8 Exodus 34:28 Deuteronomium 9:9 Hebreeën 2:18 Hebreeën 4:15 Deuteronomium 9:18 Johannes 4:6 Esther 4:16
Lukas 4:3 Mattheüs 4:3 Lukas 3:22
Lukas 4:4 Deuteronomium 8:3 Efeze 6:17 Lukas 4:10 Lukas 4:8 Johannes 10:34 Mattheüs 6:25 Mattheüs 4:4 Mattheüs 6:31
Lukas 4:5 Markus 4:8 1 Korinthe 15:52 Efeze 6:12 Mattheüs 4:8 Job 20:5 Mattheüs 24:14 2 Korinthe 4:17 1 Korinthe 7:31
Lukas 4:6 Johannes 12:31 1 Johannes 5:19 Efeze 2:2 Johannes 14:30 Openbaring 13:2 Esther 5:11 Johannes 8:44 Openbaring 12:9
Lukas 4:7 Jesaja 46:6 Openbaring 22:8 Lukas 17:16 Mattheüs 2:11 Psalmen 72:11 Lukas 8:28 Openbaring 4:10 Openbaring 5:8
Lukas 4:8 Deuteronomium 6:13 Mattheüs 4:10 Deuteronomium 10:20 Lukas 4:4 Mattheüs 16:23 Openbaring 19:10 Jakobus 4:7 Jesaja 2:11
Lukas 4:9 Mattheüs 4:5 Lukas 4:3 Job 2:6 Mattheüs 8:29 2 Kronieken 3:4 Romeinen 1:4
Lukas 4:10 Psalmen 91:11 Lukas 4:8 Lukas 4:3 2 Korinthe 11:14 Hebreeën 1:14
Lukas 4:11 Psalmen 91:12
Lukas 4:12 Deuteronomium 6:16 Psalmen 106:14 Mattheüs 4:7 Psalmen 95:9 Maleachi 3:15 Hebreeën 3:8 1 Korinthe 10:9
Lukas 4:13 Johannes 14:30 Hebreeën 4:15 Jakobus 4:7 Mattheüs 4:11
Lukas 4:14 Mattheüs 4:12 Johannes 4:43 Markus 1:28 Mattheüs 9:26 Markus 1:14 Lukas 4:37 Handelingen 10:37 Mattheüs 4:23
Lukas 4:15 Mattheüs 4:23 Mattheüs 9:8 Markus 1:27 Markus 1:39 Markus 1:45 Mattheüs 9:35 Lukas 4:16 Mattheüs 13:54
Lukas 4:16 Handelingen 17:2 Lukas 2:39 Lukas 2:51 Mattheüs 2:23 Handelingen 13:14 Lukas 1:26 Lukas 4:21 Mattheüs 13:54
Lukas 4:17 Jesaja 61:1 Handelingen 13:15 Lukas 20:42 Handelingen 7:42
Lukas 4:18 Jesaja 61:1 Mattheüs 11:5 Psalmen 146:7 Handelingen 10:38 Lukas 7:22 1 Johannes 2:8 Jesaja 42:16 Jesaja 32:3
Lukas 4:19 Jesaja 61:2 Jesaja 63:4 Lukas 19:42 2 Korinthe 6:1 Leviticus 25:8 Leviticus 25:50 Numeri 36:4
Lukas 4:20 Lukas 4:17 Lukas 19:48 Johannes 8:2 Mattheüs 26:55 Lukas 5:3 Mattheüs 13:1 Mattheüs 20:26 Handelingen 16:13
Lukas 4:21 Johannes 5:39 Mattheüs 13:14 Handelingen 2:29 Johannes 4:25 Handelingen 2:16 Handelingen 3:18 Lukas 10:23
Lukas 4:22 Johannes 6:42 Psalmen 45:2 Spreuken 10:32 Lukas 21:15 Markus 6:2 Mattheüs 13:54 Spreuken 16:21 Hooglied 5:16
Lukas 4:23 Markus 6:1 Mattheüs 4:13 2 Korinthe 5:16 Mattheüs 13:54 Johannes 2:3 Mattheüs 11:23 Romeinen 2:21 Johannes 4:28
Lukas 4:24 Mattheüs 13:57 Johannes 4:44 Markus 6:4 Handelingen 22:3
Lukas 4:25 1 Koningen 17:1 Jakobus 5:17 1 Koningen 18:1 Jesaja 55:8 Romeinen 9:15 Markus 7:26 Mattheüs 20:15 Lukas 10:21
Lukas 4:26 1 Koningen 17:9 Mattheüs 11:21
Lukas 4:27 2 Koningen 5:1 Johannes 17:12 Daniël 4:35 Job 33:13 Job 21:22 Mattheüs 12:4 Job 36:23 1 Koningen 19:19
Lukas 4:28 Handelingen 22:21 Lukas 11:53 Handelingen 7:54 2 Kronieken 16:10 Jeremia 37:15 Lukas 6:11 Jeremia 38:6 2 Kronieken 24:20
Lukas 4:29 Johannes 8:37 Numeri 15:35 Handelingen 7:57 Psalmen 37:32 Johannes 8:59 Handelingen 21:28 Hebreeën 13:12 Handelingen 16:23
Lukas 4:30 Johannes 10:39 Johannes 8:59 Handelingen 12:18 Johannes 18:6
Lukas 4:31 Mattheüs 4:13 Handelingen 17:16 Handelingen 14:6 Lukas 4:23 Handelingen 13:50 Mattheüs 10:23 Handelingen 17:1 Handelingen 20:23
Lukas 4:32 Lukas 4:36 Mattheüs 7:28 Jeremia 23:28 Markus 1:22 1 Korinthe 14:24 Hebreeën 4:12 Titus 2:15 1 Korinthe 2:4
Lukas 4:33 Markus 1:23
Lukas 4:34 Markus 1:24 Mattheüs 8:29 Jakobus 2:19 Openbaring 3:7 Lukas 4:41 Handelingen 3:14 Lukas 1:35 Hebreeën 2:14
Lukas 4:35 Lukas 4:41 Mattheüs 8:26 Lukas 4:39 Markus 9:26 Lukas 9:39 Lukas 11:22 Psalmen 50:16 Handelingen 16:17
Lukas 4:36 Lukas 4:32 Markus 7:37 Markus 1:27 1 Petrus 3:22 Lukas 10:17 Mattheüs 9:33 Mattheüs 12:22 Handelingen 19:12
Lukas 4:37 Lukas 4:14 Mattheüs 9:26 Jesaja 52:13 Markus 6:14 Mattheüs 4:23 Markus 1:28 Markus 1:45
Lukas 4:38 Mattheüs 8:14 Markus 1:29 1 Korinthe 9:5 Johannes 11:3 Lukas 7:3 Mattheüs 15:23 Jakobus 5:14 Johannes 11:22
Lukas 4:39 Lukas 4:35 Lukas 8:24 2 Korinthe 5:14 Lukas 4:41 Lukas 8:2 Psalmen 116:12
Lukas 4:40 Mattheüs 8:16 Markus 1:32 Markus 5:23 Mattheüs 11:5 Mattheüs 14:13 Markus 6:55 Markus 3:10 Handelingen 19:12
Lukas 4:41 Markus 1:34 Handelingen 16:17 Markus 3:11 Mattheüs 4:3 Mattheüs 8:29 Lukas 4:34 Johannes 20:31 Jakobus 2:19
Lukas 4:42 Johannes 4:34 Markus 6:33 Lukas 6:12 Lukas 8:37 Mattheüs 14:13 Johannes 6:24 Lukas 24:29 Markus 1:35
Lukas 4:43 Markus 1:38 Jesaja 48:16 Johannes 9:4 Johannes 6:38 2 Timotheüs 4:2 Johannes 20:21 Markus 1:14 Jesaja 61:1
Lukas 4:44 Mattheüs 4:23 Markus 1:39 Lukas 4:15
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 4 vers 1

door den Geest geleid in de woestijn; Grieks in den Geest; namelijk van welken hij tevoren gesproken had.

Hertaald: door den Geest geleid in de woestijn; Grieks: in de Geest; namelijk de Geest over Wie hij tevoren gesproken had.

Lukas 4 vers 2

veertig dagen verzocht van den duivel; Doch voornamelijk op het einde, wanneer Hem de Satan op het allerheftigst verzocht heeft, gelijk blijkt uit Matt. 4:2 .

Hertaald: veertig dagen verzocht van den duivel; Maar vooral aan het einde, toen de satan Hem het allerheftigst verzocht heeft, zoals blijkt uit Matth. 4:2.

at gans niet in die dagen, Van dit vasten van Christus, mitsgaders van deze verzoekingen, zie de verklaring Mat 4 .

Hertaald: at gans niet in die dagen, Zie over dit vasten van Christus en over deze verzoekingen de verklaring bij Matth. 4.

Lukas 4 vers 5

En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, Mattheüs verhaalt dit voor de derde verzoeking, Matt. 4:8 , waaruit blijkt dat de Evangelisten zich zozeer niet binden aan de orde als aan de zaak zelve.

Hertaald: En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, Mattheüs vertelt dit als de derde verzoeking, Matth. 4:8. Daaruit blijkt dat de evangelisten zich niet zozeer aan de volgorde binden als wel aan de zaak zelf.

ogenblik tijds Grieks stipje, of puntje des tijds.

Hertaald: ogenblik tijds Grieks: een stipje of puntje van tijd.

Lukas 4 vers 6

want zij is mij overgegeven, Hoewel de duivel tegen de waarheid zichzelven dit toeschrijft, als zijnde een leugenaar, Joh. 8:44 , nochtans misbruikt hij dikwijls, door Gods toelating en rechtvaardig oordeel tegen de zonden der mensen, de eer en de rijkdommen der wereld, om de mensen te verleiden, zichzelven gedragende als een overste en god dezer wereld; Joh. 12:31 ; Ef. 6:12 ; 2 Kor. 4:4 .

Hertaald: want zij is mij overgegeven, Hoewel de duivel dit tegen de waarheid in aan zichzelf toeschrijft, omdat hij een leugenaar is, Joh. 8:44, misbruikt hij toch vaak — door Gods toelating en Zijn rechtvaardig oordeel over de zonden van de mensen — de eer en de rijkdom van de wereld om de mensen te verleiden, terwijl hij zich gedraagt als een overste en god van deze wereld; Joh. 12:31; Ef. 6:12; 2 Kor. 4:4.

Lukas 4 vers 7

aanbidden, zo zal het alles Uw zijn Of, voor mij nedervallen; namelijk om mij aan te bidden.

Hertaald: aanbidden, zo zal het alles Uw zijn Of: voor mij neervallen, namelijk om mij te aanbidden.

Lukas 4 vers 8

Ga weg van Mij, satan, Grieks ga weg achter mij.

Hertaald: Ga weg van Mij, satan, Grieks: ga weg achter Mij.

Lukas 4 vers 13

voor een tijd Want het blijkt dat hij tegen den tijd van zijn lijden Hem wederom heftiglijk aangevallen heeft; Joh. 14:30 .

Hertaald: voor een tijd Want het blijkt dat hij Hem tegen de tijd van Zijn lijden opnieuw heftig aangevallen heeft; Joh. 14:30.

Lukas 4 vers 14

door de kracht des Geestes, Grieks in de kracht.

Hertaald: door de kracht des Geestes, Grieks: in de kracht.

Lukas 4 vers 15

geprezen Grieks verheerlijkt.

Hertaald: geprezen Grieks: verheerlijkt.

Lukas 4 vers 16

des sabbats in de synagoge; Grieks der sabbaten.

Hertaald: des sabbats in de synagoge; Grieks: van de sabbatten.

Lukas 4 vers 17

gegeven het boek van den profeet Jesája; Dat is, gelangd, of toegereikt. Zie Hand. 13:15 .

Hertaald: gegeven het boek van den profeet Jesája; Dat is: aangereikt of overhandigd. Zie Hand. 13:15.

opengedaan had, Grieks ontvouwd, of ontrold had; gelijk veeltijds de boeken in oude tijden op perkamenten of papieren rollen geschreven werden, Ps. 40:8 ; Hebr. 10:7 ; Openb. 6:14 .

Hertaald: opengedaan had, Grieks: ontvouwd of ontrold had; want in oude tijden werden de boeken meestal op perkamenten of papieren rollen geschreven, Ps. 40:8; Hebr. 10:7; Openb. 6:14.

de plaats, daar geschreven was; Hier schijnt Christus twee plaatsen uit Jesaja tezamen gevoegd te hebben; want sommige van deze woorden staan Jes. 61:1 , en sommige Jes. 42:7 .

Hertaald: de plaats, daar geschreven was; Hier lijkt Christus twee plaatsen uit Jesaja samengevoegd te hebben; want sommige van deze woorden staan in Jes. 61:1 en andere in Jes. 42:7.

Lukas 4 vers 19

het gezicht, Grieks het verkrijgen des gezichts.

Hertaald: het gezicht, Grieks: het verkrijgen van het gezichtsvermogen.

de verslagenen heen te zenden Of verwondden.

Hertaald: de verslagenen heen te zenden Of: gewonden.

in vrijheid; Grieks in loslating.

Hertaald: in vrijheid; Grieks: in loslating.

het aangename jaar des Heeren Zo wordt de tijd van de toekomst van den Messias en der predikatie van het Evangelie genaamd, omdat het aangename jubeljaar daarvan een voorbeeld is geweest, op welke alle goederen, die vervreemd waren, tot hun eersten eigenaar kwamen, en alle dienstknechten uit de Israëlieten in vrijheid gesteld werden, Lev. 25:8 , enz.

Hertaald: het aangename jaar des Heeren Zo wordt de tijd van de komst van de Messias en van de prediking van het Evangelie genoemd, omdat het aangename jubeljaar daarvan een voorafbeelding geweest is. In dat jaar kwamen alle goederen die vervreemd waren weer bij hun eerste eigenaar, en werden alle dienstknechten uit de Israëlieten in vrijheid gesteld, Lev. 25:8, enzovoort.

Lukas 4 vers 20

den dienaar wedergegeven had, Namelijk van den overste der synagoge.

Hertaald: den dienaar wedergegeven had, Namelijk aan de dienaar van de overste van de synagoge.

Lukas 4 vers 21

Heden is deze Schrift in uw oren vervuld Dat is, gij hoort nu met uwe oren dat heden geschiedt hetgeen in deze profetie tevoren gezegd is.

Hertaald: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld Dat is: u hoort nu met uw eigen oren dat vandaag gebeurt wat in deze profetie tevoren gezegd is.

Lukas 4 vers 22

getuigenis, Namelijk dat Hij een voortreffelijk leraar was. Zie Marc. 6:2 .

Hertaald: getuigenis, Namelijk dat Hij een voortreffelijk leraar was. Zie Mark. 6:2.

over de aangename woorden, Grieks over de woorden der genade, of aangenaamheid. Zie Ps. 45:3 ; Joh. 1:14 .

Hertaald: over de aangename woorden, Grieks: over de woorden van genade of van aangenaamheid. Zie Ps. 45:3; Joh. 1:14.

Lukas 4 vers 23

dit spreekwoord zeggen Grieks deze parabel.

Hertaald: dit spreekwoord zeggen Grieks: deze parabel.

Kapernaüm geschied is, Waar Christus zijne woonplaats vóór dezen genomen had, en vele wonderen gedaan, Matt. 4:13 , en Matt. 11:23 .

Hertaald: Kapernaüm geschied is, Waar Christus daarvóór Zijn woonplaats gekozen had en veel wonderen gedaan had, Matth. 4:13 en Matth. 11:23.

Lukas 4 vers 24

profeet aangenaam is in zijn vaderland Dat is, leraar van het Woord Gods.

Hertaald: profeet aangenaam is in zijn vaderland Dat is: een leraar van het Woord van God.

Lukas 4 vers 25

gesloten was, Dat is, zonder regenen, 1 Kon. 17:1 , 1 Kon. 17:7 .

Hertaald: gesloten was, Dat is: zonder regen, 1 Kon. 17:1, 1 Kon. 17:7.

Lukas 4 vers 26

Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was Dat is, liggende onder het gebied der stad Sidon.

Hertaald: Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was Dat is: dat onder het gebied van de stad Sidon viel.

Lukas 4 vers 27

ten tijde van den profeet Elisa; Of, onder den profeet Eliza.

Hertaald: ten tijde van den profeet Elisa; Of: onder de profeet Elisa.

Lukas 4 vers 30

doorgegaan zijnde, ging weg Namelijk hunne ogen door Zijn goddelijke kracht houdende, dat zij Hem niet zagen, of hen wederhoudende, alzo Zijne ure nog niet gekomen was, Joh. 7:30 .

Hertaald: doorgegaan zijnde, ging weg Namelijk terwijl Hij door Zijn goddelijke kracht hun ogen weerhield zodat zij Hem niet zagen, of terwijl Hij hen tegenhield, aangezien Zijn uur nog niet gekomen was, Joh. 7:30.

Lukas 4 vers 32

met macht Of, in macht; dat is, van groot aanzien en kracht, Matt. 7:29 .

Hertaald: met macht Of: in macht; dat is: van groot aanzien en kracht, Matth. 7:29.

Lukas 4 vers 33

eens onreinen duivels; Dat is, die een onreine duivel was.

Hertaald: eens onreinen duivels; Dat is: die een onreine duivel was.

Lukas 4 vers 34

de Heilige Gods Dat is, die Zaligmaker, die daartoe van God geheiligd of afgezonderd is, Joh. 10:36 .

Hertaald: de Heilige Gods Dat is: de Zaligmaker Die daartoe door God geheiligd of afgezonderd is, Joh. 10:36.

Lukas 4 vers 35

Zwijg stil, Grieks word gemuilband. Zie de aantekeningen Marc. 1:25 .

Hertaald: Zwijg stil, Grieks: word gemuilband. Zie de aantekeningen bij Mark. 1:25.

te beschadigen Of, te kwetsen.

Hertaald: te beschadigen Of: te kwetsen.

Lukas 4 vers 38

Simon; Namelijk Petrus. Zie Matt. 8:14 .

Hertaald: Simon; Namelijk Petrus. Zie Matth. 8:14.

Lukas 4 vers 39

boven haar, OF, over haar; namelijk met zijn hoofd over haar buigende, om haar aan te spreken.

Hertaald: boven haar, Of: over haar; namelijk terwijl Hij Zijn hoofd over haar boog om haar aan te spreken.

Lukas 4 vers 40

als de zon onderging, Dat is, als de sabbat over was. Zie Marc. 1:32 .

Hertaald: als de zon onderging, Dat is: toen de sabbat voorbij was. Zie Mark. 1:32.

Lukas 4 vers 41

spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was Of, zeggen dat zij wisten dat Hij die Christus was. De reden hiervan zie Marc. 1:25 .

Hertaald: spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was Of: zeggen dat zij wisten dat Hij de Christus was. Zie de reden hiervan bij Mark. 1:25.

Lukas 4 vers 42

een woeste plaats; Dat is, een eenzame plaats, om alleen te zijn.

Hertaald: een woeste plaats; Dat is: een eenzame plaats, om alleen te zijn.

Lukas 4 vers 43

het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; Grieks het koninkrijk Gods evangeliseren.

Hertaald: het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; Grieks: het Koninkrijk van God evangeliseren.

uitgezonden Namelijk van God den Vader.

Hertaald: uitgezonden Namelijk door God de Vader.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Heden is deze Schrift in uw oren vervuld — 4:14-30

De verzoeking in de woestijn ligt achter Hem. Nu keert Hij terug naar Galilea en komt Hij in het dorp waar Hij is opgegroeid. Wat volgt is Zijn eerste openbare toespraak, en Hij houdt die niet met eigen woorden maar met die van Jesaja.

Hij leest een profetie die in de eerste persoon geschreven is, sluit het boek, gaat zitten en zegt dat die tekst zojuist is gaan gelden.

Het is sabbat, en Hij doet wat Hij gewoon was: Hij gaat naar de synagoge. Men reikt Hem de rol van Jesaja aan, en Hij staat op om te lezen.

De woorden die Hij leest, staan er in de ik-vorm: “De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd.” Voor iedereen in die ruimte was dat een bekende plaats. De kanttekening merkt op dat Hij twee plaatsen bij Jesaja aan elkaar leest: hoofdstuk 61 en hoofdstuk 42.

Dat woord gezalfd draagt het hele hoofdstuk. Gezalfd worden was in Israël geen eerbetoon maar een aanstelling: profeten, priesters en koningen werden ermee in hun ambt gezet. Wie zegt dat de Geest van de Heere op hem is en dat Híj gezalfd is, zegt dus niet dat hij een vroom mens is. Hij zegt dat hij aangesteld is. En het woord voor gezalfde is in het Hebreeuws Messias en in het Grieks Christus.

Dan valt op waar Hij ophoudt met lezen. Zijn laatste woorden zijn: “om te prediken het aangename jaar des Heeren.” Bij Jesaja loopt de zin daarna door: “en den dag der wraak onzes Gods.” Precies daar sluit Hij het boek. Van beide helften van die zin is er die dag één aan de beurt.

Dat aangename jaar is bovendien een verwijzing die de hoorders konden thuisbrengen. De kanttekening legt uit dat de naam ontleend is aan het jubeljaar: elk vijftigste jaar werd er vrijheid uitgeroepen in het land, kwam bezit terug bij de eerste eigenaar en gingen slaven vrij uit. In Leviticus staat het zo: “en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn.” Hij kondigt dus een jubeljaar aan dat niet over akkers gaat maar over mensen: armen krijgen goed nieuws, gebrokenen worden verbonden, gevangenen horen dat de deur opengaat.

Vervolgens rolt Hij de rol op, geeft die terug en gaat zitten — de houding van iemand die gaat onderwijzen. Aller ogen zijn op Hem gericht. En dan komt de kortste preek van het evangelie: “Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.” De kanttekening vertaalt het onopgesmukt: gij hoort nu met uw oren dat vandaag gebeurt wat in deze profetie tevoren gezegd is.

De eerste reactie is bewondering. De tweede is de vraag die alles bederft: “Is deze niet de Zoon van Jozef?” Zij kennen Hem te goed om Hem te geloven.

Hij antwoordt met twee geschiedenissen uit hun eigen boeken. Er waren veel weduwen in Israël, en Elia werd naar een vrouw in Sarepta gezonden, buiten het land. Er waren veel melaatsen in Israël, en alleen Naäman de Syriër werd gereinigd. De strekking is niet mis te verstaan: God is nooit gebonden geweest aan wie het dichtst bij Hem woonde.

Daarop willen zij Hem van de rots werpen. Zijn eerste preek eindigt in een poging Hem te doden — het slot van Zijn leven staat al aan het begin. Maar het is Zijn uur nog niet, en de laatste zin is opvallend rustig: Hij ging door het midden van hen weg.

  1. Leviticus 25:10 — Elk vijftigste jaar: vrijheid uitgeroepen, bezit terug, slaven vrij.
  2. Jesaja 61:1 — Een Gezalfde spreekt in de ik-vorm over datzelfde uitroepen.
  3. Lukas 4:18 — Hij leest die woorden hardop voor over Zichzelf.
  4. Lukas 4:19 — En Hij houdt op vóór de dag der wraak; die is nu niet aan de beurt.
  5. Lukas 4:21 — Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
  6. Lukas 4:29 — Zijn eerste preek loopt uit op een poging Hem te doden.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 61:1-2; Jesaja 42:7; Leviticus 25:10; 1 Koningen 17:9; 2 Koningen 5:14; Handelingen 10:38

Hoever dit reikt: Dat Hij midden in de zin van Jesaja 61:2 stopt, staat er als zodanig niet bij; het blijkt uit de vergelijking van wat Lukas aanhaalt met wat er bij Jesaja volgt. De gevolgtrekking dat dit met opzet gebeurde, is dus een gevolgtrekking, al ligt zij voor de hand. Dat het aangename jaar naar het jubeljaar verwijst, is de uitleg van de kanttekening bij dit vers; Lukas zelf noemt Leviticus niet.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 4

Lukas 4:1-2.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:8Mattheüs 4:1Markus 1:12Exodus 34:28Johannes 3:341 Koningen 19:4Lukas 3:3Lukas 4:18
— En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
“En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.”

Vol van de Heilige Geest — en dan geleid in de woestijn om verzocht te worden. Dat zou u niet verwachten.

En toch is het droeviger in een woestijn geleid te worden wanneer u níet met de Geest vervuld bent. En het is droeviger verzocht te worden wanneer de Geest van God niet op u rust.

De verzoeking van onze Heere was er niet een waaraan Hij Zich moedwillig blootstelde; Hij werd door de Geest in de woestijn geleid. De Geest van God mag ons leiden waar wij beproeving te dragen krijgen. Doet Hij dat, dan zijn wij veilig, en wij zullen als overwinnaars uitkomen, zoals onze Meester deed.

Zes weken verzoeking. Wij lezen het verhaal van de verzoeking misschien in zes minuten, maar het duurde bijna zes weken.

Het blijkt niet dat Jezus honger had terwijl Hij vastte; Hij werd in die tijd op wonderbare wijze onderhouden. Na het vasten verwacht men een dieper geestelijk gevoel en meer heilige blijdschap. Maar het meest in het oog springende feit is hier dat Hij naderhand hongerde.

Meen niet dat u het nut van uw godvruchtige oefeningen verloren hebt wanneer u het niet meteen voelt. Misschien is een heilige honger juist het allerbeste wat u na veel gebed overkomen kan. Ik bedoel geen natuurlijke honger, zoals bij onze Heere, maar een gezegend hongeren naar de goddelijke dingen. “Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.”

Lukas 4:3.KruisverwijzingenMattheüs 4:3Lukas 3:22
— En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
“En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.”

Satan trof de hongerende Mens aan en paste zijn verzoeking aan bij Zijn tegenwoordige pijn, bij Zijn bijzondere zwakheid op dat ogenblik.

De duivel vermoedde, en ik meen dat hij wíst, dat Jezus de Zoon van God was. Maar hij begon zijn verzoeking met een indien. Dat siste hij de Zaligmaker in het oor: “Indien Gij Gods Zoon zijt.”

Gelovige, kan men u ertoe brengen aan uw kindschap te twijfelen en te vrezen dat u geen zoon van God bent, dan is satan de slag beginnen te winnen. Zo begint hij het bolwerk van het geloof te bestormen.

Onze Heere wás de Zoon van God, maar Hij leed toen als onze Plaatsvervanger. In die staat was Hij een eenzaam en nederig mens; ik zou Hem bijna een gewoon soldaat in de gelederen willen noemen.

Satan nodigt Hem uit een wonder van een ongepaste soort ten eigen bate te doen. Maar Jezus deed nooit een wonder voor Zichzelf.

Het kan zijn dat de duivel op dit ogenblik sommigen van u beproeft. U bent heel arm, of uw zaak gaat heel scheef, en satan geeft in dat u zichzelf op een ongeoorloofde manier helpen moet. Hij zegt u dat u heel gemakkelijk uit uw moeite kunt komen. U hoeft alleen iets te doen dat weliswaar niet streng genomen goed is, maar dat toch ook weer niet zó verkeerd zou zijn.

Lukas 4:4.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:3Efeze 6:17Lukas 4:10Lukas 4:8Johannes 10:34Mattheüs 6:25Mattheüs 4:4Mattheüs 6:31
— En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
“En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.”

Dat is het zwaard van Christus. Zie hoe snel Hij het uit de schede trok. Wat een scherp tweesnijdend zwaard is dit om tegen satan te gebruiken!

Ook u, gelovige, hebt dit machtige wapen in uw hand; laat niemand het u ontnemen. Geloof in de ingeving van de Schrift.

Juist nu is er een felle aanval op het boek Deuteronomium gaande. Het is heel merkwaardig dat alle teksten die Christus onder de verzoeking gebruikte uit Deuteronomium genomen waren. Het is alsof juist dat de wapenkamer zijn moest waaruit Hij dit ware zwaard koos om de verzoeker mee te overwinnen.

Het is alsof Hij zegt: God kan Mij onderhouden zonder dat Ik de steen in brood verander. God kan Mij door Mijn moeite heen brengen zonder dat Ik iets verkeerds zeg of doe. Ik ben niet van het uiterlijke en zichtbare afhankelijk.

Kunt u zo voelen? Kunt u u de belofte van God toe-eigenen en haar tegen satan aanhalen met de woorden er staat geschreven? Gebruikt u haar zoals Christus deed, dan zult u in de tijd van de verzoeking als overwinnaar uitkomen, evenals Hij.

Lukas 4:5-6.KruisverwijzingenJohannes 12:311 Johannes 5:19Efeze 2:2Johannes 14:30Openbaring 13:2Markus 4:81 Korinthe 15:52Efeze 6:12
— En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds. En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
“En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds. En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;”

Nu beproeft hij Hem opnieuw. Er is golf op golf die de Zoon des mensen van Zijn voeten probeert te spoelen.

Twijfelaars hebben gevraagd hoe dat kon gebeuren. Welnu, zij kunnen dat beter vragen aan hem die het deed. Hij weet meer van hen, en zij weten meer van hem, dan ik. Maar híj deed het; daar ben ik zeker van, want hier staat geschreven dat hij Hem al de koninkrijken van de wereld toonde in een ogenblik tijds.

Spreekt hij niet hoogmoedig in de tegenwoordigheid van zijn Heere en Meester? Wat een vermetele hond moet hij geweest zijn om zo te huilen voor het aangezicht van Hem! Eén blik of één woord van Christus had hem kunnen vernietigen, als Hij dat gewild had.

Lukas 4:7-8.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:13Mattheüs 4:10Deuteronomium 10:20Lukas 4:4Jesaja 46:6Openbaring 22:8Lukas 17:16Mattheüs 2:11
— Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
“Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.”

De verzoeking hinderde Hem; zij was Zijn heilige natuur zo vreemd, zij deed Zijn genadige geest zo’n pijn, dat Hij verontwaardigd tot de verzoeker uitriep: ga weg van Mij, satan.

Hier flitste het zwaard opnieuw naar buiten.

Laten wij dan aan niemand anders dan aan God eerbied of aanbidding bewijzen. Het geweten en het gemoed zijn voor God alleen gemaakt; laten wij ons voor Hem neerbuigen. Maar werd ons de hele wereld aangeboden voor één ogenblik afgoderij, laten wij dan niet in de strik van de verzoeker vallen.

Lukas 4:9-11.KruisverwijzingenPsalmen 91:11Mattheüs 4:5Lukas 4:3Job 2:6Mattheüs 8:292 Kronieken 3:4Romeinen 1:4Lukas 4:8
— En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
“En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts; Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.”

Satan brengt Christus nu op heilige grond. Verzoekingen zijn daar gewoonlijk het hevigst. En dan nog wel op de tinne van de tempel: het allerhoogste punt, hoog boven de aarde verheven.

Nu probeert satan de Schrift aan te halen, zoals hij dat kan wanneer het zijn doel dient. Maar hij haalt haar nooit juist aan.

U, jonge broeders die uitgaat om te prediken, past op dat u de duivel niet nadoet. Haal geen deel van een tekst aan, en geef de Schrift niet onjuist weer. Híj deed het echter met opzet, niet bij ongeluk en niet uit vergeetachtigheid; hij liet juist de nodige woorden weg.

Er staat geschreven: “Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.” Satan liet die laatste woorden weg. Het was immers niet de weg van een kind van God om zich van een tinne van de tempel hals over kop in de afgrond te storten.

Lukas 4:12-14.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:16Johannes 14:30Mattheüs 4:12Hebreeën 4:15Psalmen 106:14Mattheüs 4:7Psalmen 95:9Maleachi 3:15
— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken. En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd. En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken. En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd. En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.”

Doe niets uit vermetelheid. Doe niets wat de HEERE ertoe zou brengen anders te handelen dan naar Zijn vaste wetten, die altijd goed en recht zijn.

Hij had door de verzoeking niets verloren; de kracht van de Geest was nog altijd op Hem.

Let echter op dat woord: voor een tijd. Hebben wij vanavond rust en vrede en worden wij niet verzocht, laten wij ons dan niet veilig wanen. De duivel zal bij een goede gelegenheid terugkomen.

Hij komt ons aanvallen wanneer wij alleen zijn, bedroefd en eenzaam. Hij vindt zelfs gelegenheid wanneer wij in gezelschap zijn, en vooral in gemengd gezelschap; wij worden dan gemakkelijk overbluft en op een dwaalspoor gebracht.

Dikwijls vindt hij een gelegenheid tegen de kinderen van God wanneer wij ziek en zwak zijn. Hij weet dat wij ons niets van hem zouden aantrekken wanneer wij in goede gezondheid verkeren. Maar liggen wij door ziekte en pijn in de put, dan begint hij ons tot wanhoop te verzoeken.

Hetzelfde doet hij wanneer wij arm zijn. Heeft iemand een groot verlies in zijn zaak geleden, dan komt satan naar beneden en fluistert: is dit de manier waarop God met Zijn kinderen omgaat? Het volk van God is er niet beter aan toe dan andere mensen.

En gaat het ons in de wereld juist vóór de wind, dan keert hij het om en zegt hij: vreest Job God om niet? Hij gaat vooruit door zijn godsdienst. U kunt de duivel niet behagen, en u hoeft dat ook niet te willen; hij kan van alles een verzoeking voor u maken.

Ik ga nu iets zeggen dat u verbazen zal. Een andere tijd van grote verzoeking is die waarin wij geestelijk zijn. U weet hoe gemakkelijk het is op de berg van de verheerlijking te zijn en dan aan de voet satan te ontmoeten. Zo verging het onze Heere toen Hij van die berg afkwam.

Hebt u een zware last te dragen, dan zal hij u verzoeken. En wordt die last afgenomen, dan zal hij u erger verzoeken dan ooit.

Wat de verzoeking ook zij, dit heb ik te zeggen: waak. Waak en bid eerst dat wij niet in verzoeking komen. En ga daarna, door de strijd en de overwinning van uw Meester, dapper de strijd in, en verwacht door het geloof in Hem te overwinnen zoals ook Hij overwon.

Lukas 4:14-15.KruisverwijzingenMattheüs 4:12Mattheüs 9:8Johannes 4:43Markus 1:28Mattheüs 9:26Markus 1:14Lukas 4:37Handelingen 10:37
— En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.
“En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.”

Hij werd geliefd bij het volk; de mensen kwamen naar Hem toe en hoorden Hem graag. Wie verborgen verzoeking en persoonlijke strijd gekend heeft, is toebereid om openlijke voorspoed te dragen zonder erdoor opgeblazen te worden.

Hebt u voet bij stuk gestaan tegenover satan? Dan zult u weinig geven om de toejuiching of de aanvallen van uw medemensen.

Er ging een wonderlijke kracht van Zijn onderwijs uit: “Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.” Misschien verstonden Zijn hoorders niet wat die kracht was, maar zij verheerlijkten de nieuwe Leraar Die in hun midden gekomen was.

Ach, lieve broeders, had onze Heere Jezus de kracht van de Geest nodig, hoeveel te meer dan u en ik! Wij hebben geen kracht van onszelf, maar Híj was de Zoon van God. Hij was een goddelijk Leraar, en toch ging Hij tot Zijn werk in de kracht van de Geest. Wacht, broeder, tot u die kracht hebt; het heeft geen zin dat u zonder haar uitgaat.

Lukas 4:16-17.KruisverwijzingenJesaja 61:1Handelingen 17:2Lukas 2:39Lukas 2:51Mattheüs 2:23Handelingen 13:14Lukas 1:26Lukas 4:21
— En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;
“En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was;”

Het is altijd moeilijk voor een jongeman om in zijn eigen geboortestad te gaan preken. Een profeet is niet zonder eer dan in zijn vaderland, en toch kwam Jezus te Nazareth, waar Hij opgevoed was.

Het was de gewoonte in de synagoge delen van de heilige Schrift te lezen, en er dan bij wijze van uitlegging enkele woorden over te zeggen. En dat deed de Zaligmaker.

Toen Hij het boek opengedaan had — dat wil zeggen: de rol met de profetie van Jesaja uitgerold had — vond Hij de plaats. U vindt haar in het eenenzestigste hoofdstuk van Jesaja.

Lukas 4:18-21.KruisverwijzingenJesaja 61:1Mattheüs 11:5Psalmen 146:7Handelingen 10:38Lukas 7:221 Johannes 2:8Jesaja 42:16Jesaja 32:3
— De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
“De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.”

Aller ogen waren op Hem gevestigd. Helaas, hun harten niet. Zij hadden Christus de profetie horen lezen die op Hemzelf zag, maar zij hadden haar boodschap niet aangenomen.

Lukas 4:22.KruisverwijzingenJohannes 6:42Psalmen 45:2Spreuken 10:32Lukas 21:15Markus 6:2Mattheüs 13:54Spreuken 16:21Hooglied 5:16
— En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
“En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?”

Zij bewonderden Zijn manier van spreken. Maar toen Hij aan die leer kwam die de mens vernedert en God verheerlijkt, werd het anders.

Lukas 4:23-26.KruisverwijzingenMattheüs 13:57Johannes 4:441 Koningen 17:1Jakobus 5:171 Koningen 17:9Markus 6:1Mattheüs 4:13Markus 6:4
— En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland. En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland. Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land. En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.
“En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland. En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland. Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land. En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.”

De jongeman die de plaats een tijd verlaten had en die tijdens zijn afwezigheid grote vermaardheid als leraar en wonderdoener verworven had, was thuisgekomen. Er was natuurlijk veel nieuwsgierigheid om hem te horen.

Zij veronderstelden dat Hij van de stad waarin Hij opgevoed was de voornaamste plaats van Zijn zegeningen maken zou. Zij waren immers Zijn stadgenoten, dus zij hadden zeker enige aanspraak op Hem.

Maar onze Heere wist heel goed dat zij, als zij Zijn onderwijs werkelijk verstonden, er niet mee ingenomen zouden zijn. Hij wist dat de zegeningen die Hij kwam brengen niet waren wat zij begeerden. Daarom handelde Hij meteen eerlijk met hen. Hij zei dat Elia niet naar een weduwe in Israel gezonden werd maar naar Sarepta, en dat Elisa de melaatsen in zijn eigen land niet genas maar Nááman de Syriër.

Lukas 4:27.Kruisverwijzingen2 Koningen 5:1Johannes 17:12Daniël 4:35Job 33:13Job 21:22Mattheüs 12:4Job 36:231 Koningen 19:19
— En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.
“En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.”

Ook hij was een heiden uit een ver land. Hem werd genezing gegeven, maar geen van de melaatsen van Israel.

God zal met Zijn eigen barmhartigheid en genade doen wat Hem behaagt. De vraag die Hij stelt is deze: is het mij niet geoorloofd te doen met het mijne wat ik wil?

Deze leer van de goddelijke soevereiniteit was niet naar de smaak van deze mensen; zij vonden haar niet goed. En ik vrees dat sommigen van u haar ook niet goed vinden. Zij werden heel toornig, zij begonnen met hun tanden te knarsen en te zeggen: deze jongeman moet tot zwijgen gebracht worden; wij zullen zulke leer niet van hem aanhoren.

Lukas 4:28-30.KruisverwijzingenJohannes 10:39Johannes 8:37Numeri 15:35Handelingen 7:57Psalmen 37:32Johannes 8:59Handelingen 21:28Hebreeën 13:12
— En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden. En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
“En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden. En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.”

Tegen het eerste deel van Zijn onderwijs hadden zij geen bezwaar. Maar nu Hij de soevereiniteit van God verhoogt en de zondaar neerlegt, spreekt Hij hun te duidelijk: zij werden met toorn vervuld.

Zij konden Hem toen niet doden. Zijn werk was niet gedaan, en Hij was onsterfelijk totdat het ten volle volbracht was.

Lukas 4:31-32.KruisverwijzingenMattheüs 4:13Lukas 4:36Mattheüs 7:28Handelingen 17:16Handelingen 14:6Lukas 4:23Handelingen 13:50Mattheüs 10:23
— En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen. En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
“En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen. En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.”

God geve dat Zijn Woord vanavond met kracht mag zijn! Amen.

Lukas 4:33-34.KruisverwijzingenMarkus 1:24Mattheüs 8:29Jakobus 2:19Markus 1:23Openbaring 3:7Lukas 4:41Handelingen 3:14Lukas 1:35
— En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
“En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.”

Er zijn tegenwoordig veel mensen die deze boze geest in zich hebben en die ook zeggen: laat ons met rust. Zij willen hun geweten niet verontrust hebben. Zij slapen liever door tot zij wakker worden in een andere wereld, waar hun ontwaken te laat zal zijn om hun nog tot bekering te dienen.

En dan die andere woorden: “Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.” Dat is een oude streek van de duivel: de voortreffelijkheid van de prediker erkennen om de persoonlijke toepassing van de preek te ontlopen.

Er zijn veel mensen die heel tevreden zijn wanneer zij over het Woord dat zij gehoord hebben gezegd hebben: ja, het was allemaal waar, en het was heel goed gezegd. Maar dat is niet het doel van een waar dienaar van het evangelie: eenvoudig uw goedkeurende lof te winnen. Hij wil de duivel uit u uitgeworpen zien. En hij wil uw hart zo geroerd zien dat u de godsdienst niet langer met rust laat maar tot Christus vlucht om u zalig te maken.

Lukas 4:35-36.KruisverwijzingenLukas 4:41Lukas 4:32Mattheüs 8:26Lukas 4:39Markus 9:26Lukas 9:39Lukas 11:22Psalmen 50:16
— En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?
“En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?”

Ach, lieve vrienden! Zie eens wat het evangelie doen kan. Het brengt de dief terug, het maakt de hoer kuis, het heft de allerlaagste mensen uit de diepste vernedering op. Dan mogen wij wel zeggen: wat een woord is dit!

De kracht van het evangelie ligt niet in de prediker, maar in de waarheid die hij verkondigt. Wat een woord is dit, dat niet alleen aan de deur van het menselijk hart klopt, maar dat aan zijn gordel de sleutel draagt waarmee het die deur openen kan!

Het nodigt de zondaar niet alleen uit de Zaligmaker te vertrouwen, maar er gaat een kracht mee die het hart liefelijk vrijt totdat de onwillige gewillig wordt. En dan geven zij die God en Zijn grote zaligheid tot nu toe veracht hebben zich blijmoedig aan Hem over.

Christus komt niet alleen tot wie Hem zoeken. In de luister van Zijn genade wordt Hij dikwijls gevonden van hen die Hem niet zochten. Ja, wie riepen laat ons met rust worden juist niet met rust gelaten, want de genade brengt hen onder haar gezegende heerschappij.

Lukas 4:38-39.KruisverwijzingenMattheüs 8:14Markus 1:29Lukas 4:351 Korinthe 9:5Lukas 8:24Johannes 11:3Lukas 7:3Mattheüs 15:23
— En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
“En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.”

Hier is een beeld van een andere vorm van de ziekte van de zonde. Deze keer is het een hete en brandende koorts.

Er zijn veel mensen die de koorts van de hoogmoed hebben, of de koorts van de eerzucht, en sommigen die de koorts van de onstuimige begeerte hebben.

En toch hebben wij van zo’n genezing als deze nooit gelezen in het leven van de geneesheren van vroeger of van nu. Zij hebben opmerkelijke genezingen tot stand gebracht door de patiënt lang met allerlei middelen te behandelen. Maar Christus stond eenvoudig over de schoonmoeder van Petrus heen en bestrafte de koorts, en meteen week zij.

Lukas 4:40.KruisverwijzingenMattheüs 8:16Markus 1:32Markus 5:23Mattheüs 11:5Mattheüs 14:13Markus 6:55Markus 3:10Handelingen 19:12
— En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.
“En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.”

Ach, bij sommigen van u gaat de zon onder! Die grijze haren zijn als de strepen licht aan de kim wanneer de zon daalt. Maar God zij geloofd: Hij Die de geestelijk zieken in de vroege morgen geneest, door kinderen tot Zich te brengen, houdt niet op met werken voordat de zon ondergegaan is.

Och, dat Hij dat nu doen wilde! Nog altijd is Hij machtig om zalig te maken. Och, dat Hij nu Zijn oude kracht wilde tonen en Zijn genezende handen op ieder van u wilde leggen! Wat een roem zou Hij daarmee krijgen! Wat een blijdschap zou er zijn als u allen nu tot God bekeerd werd! En waarom zou het niet gebeuren? Christus is machtig dit te doen; laten wij het dan van Hem vragen in een ernstig, gelovig gebed.

Lukas 4:41.KruisverwijzingenMarkus 1:34Handelingen 16:17Markus 3:11Mattheüs 4:3Mattheüs 8:29Lukas 4:34Johannes 20:31Jakobus 2:19
— En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
“En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.”

Misschien meenden zij dat hun getuigenis Zijn goede naam zou zwartmaken.

Wij zijn in zekere zin blij wanneer slechte mensen op ons aanmerkingen maken, want dat is werkelijk de beste aanbeveling die zij ons geven kunnen. Maar beginnen zij ons te prijzen, dan gaan wij vermoeden dat er iets mis is.

Wij denken dan aan hoe Christus handelde toen de duivelen tot Hem zeiden dat Hij de Christus, de Zoon van God, was. En wij zouden ook graag willen dat zulke lippen zwegen. Wat een gemeen ding is de zonde, dat zij zelfs goede woorden kwaad maakt wanneer zij uit zondige lippen komen!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content