Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 11

1 En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeG1096, toen Hij inG1722 een zekereG5100 plaatsG5117 was biddendeG4336, alsG5613 Hij ophieldG3973, dat een van Zijn discipelenG3101 totG4314 HemG846 zeideG2036: HeereG2962, leerG1321 ons biddenG4336, gelijk ookG2532 JohannesG2491 zijn discipelenG3101 geleerdG1321 heeft. En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.

KJV And1 it came to pass,2 that, as3 he6 was praying10 in7 a certain9 place,8 when11 he ceased,12 one14 of his17 disciples16 said unto18 him,19 Lord,20 teach21 us to pray,23 as24 John26 also25 taught27 his30 disciples.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τοπω G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 9 τινι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 10 προσευχομενον G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 11 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 12 επαυσατο G3973 hielden, opgehouden, ophouden cease, leave, refrain 13 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 21 διδαξον G1321 lerende, leerde, leren teach 22 ημας G1473 mij, ik I, me 23 προσευχεσθαι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 24 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 ιωαννης G2491 Johannes John 27 εδιδαξεν G1321 lerende, leerde, leren teach 28 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 30 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En Hij zeideG2036 totG1909 hen: Wanneer gijG4771 bidtG4336, zo zegtG3004: Onze VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 zijt! Uw NaamG3686 worde geheiligdG37. Uw KoninkrijkG932 komeG2064. Uw wilG2307 geschiedeG1096, gelijkG5613 inG1722 den hemelG3772, alzo ookG2532 op de aardeG1093. En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

KJV And2 he said unto them,3 When4 ye pray,5 say,1 Our Father7 which9 art in10 heaven,12 Hallowed be13 thy name.15 Thy kingdom19 come.17 Thy will23 be done,21 as25 in26 heaven,27 so28 in29 earth.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 5 προσευχησθε G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 6 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 πατερ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 ημων G1473 mij, ik I, me 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 13 αγιασθητω G37 geheiligd, heiligt, geheiligden hallow, be holy, sanctify 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ελθετω G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 20 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 21 γενηθητω G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 24 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 25 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 30 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Geef ons elken dag ons dagelijks brood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 GeefG1325 ons elken dagG2250 ons dagelijksG1967 broodG740. Geef ons elken dag ons dagelijks brood.

KJV Give6 us day9 by day10 our daily5 bread.

1 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 3 ημων G1473 mij, ik I, me 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 επιουσιον G1967 dagelijks daily 6 διδου G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 ημιν G1473 mij, ik I, me 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 10 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 vergeefG863 ons onze zondenG266; wantG1063 ookG2532 wij vergevenG863 aan een iegelijkG3956, die ons schuldigG3784 is. EnG2532 leidG1533 ons nietG3361 inG1519 verzoekingG3986, maarG235 verlosG4506 ons vanG575 den bozeG4190. En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

KJV And1 forgive2 us our sins;5 for8 we9 also7 forgive10 every one11 that is indebted12 to us. And14 lead16 us not15 into18 temptation;19 but20 deliver21 us from23 evil.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αφες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 3 ημιν G1473 mij, ik I, me 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 6 ημων G1473 mij, ik I, me 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 αφιεμεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 11 παντι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 οφειλοντι G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should 13 ημιν G1473 mij, ik I, me 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 εισενεγκης G1533 leid, brengen, brengt bring (in), lead into 17 ημας G1473 mij, ik I, me 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 πειρασμον G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try 20 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 21 ρυσαι G4506 verlost, verlossen, verlos deliver(-er) 22 ημας G1473 mij, ik I, me 23 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πονηρου G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 Hij zeideG2036 totG4314 henG846: WieG5101 vanG1537 uG4771 zal een vriendG5384 hebbenG2192, enG2532 zal ter middernachtG3317 totG4314 hemG846 gaan, enG2532 tot hemG846 zeggenG2036: VriendG5384! leenG5531 mijG1473 drieG5140 brodenG740; En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;

KJV And1 he said unto3 them,4 Which5 of6 you shall have8 a friend,9 and10 shall go11 unto12 him13 at midnight,14 and15 say unto him,17 Friend,18 lend19 me three21 loaves;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εξει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 9 φιλον G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 πορευσεται G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 μεσονυκτιου G3317 middernacht midnight 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ειπη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 φιλε G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 19 χρησον G5531 leen lend 20 μοι G1473 mij, ik I, me 21 τρεις G5140 drie, Drie three 22 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 OvermitsG1894 mijn vriendG5384 vanG1537 de reisG3598 totG4314 mijG1473 gekomen is, enG2532 ik hebG2192 nietG3756, datG3739 ik hemG846 voorzetteG3908; Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette;

KJV For1 a friend2 of mine in5 his journey6 is come4 to7 me, and9 I have11 nothing10 to set before13 him?

1 επειδη G1894 nademaal, Nademaal, Overmits after that, because, for (that, -asmuch as), seeing, since 2 φιλος G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 3 μου G1473 mij, ik I, me 4 παρεγενετο G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 5 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 οδου G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 με G1473 mij, ik I, me 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 παραθησω G3908 voorgesteld, voorleggen, beveel allege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En dat die van binnenG2081, antwoordendeG611, zou zeggenG2036: Doe mijG1473 geen moeiteG2873 aan; de deurG2374 is nu geslotenG2808, enG2532 mijn kinderenG3813 zijn metG3326 mijG1473 inG1519 de slaapkamerG2845; ikG1473 kanG1410 niet opstaanG450, om uG4771 te gevenG1325. En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.

KJV And he1 from within2 shall answer3 and say, Trouble7 me not:5 the door11 is12 now9 shut, and13 my children15 are with17 me in19 bed;21 I cannot23 rise25 and give26 thee.

1 κακεινος G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 2 εσωθεν G2081 binnen, binnenste, inwendige inward(-ly), (from) within, without 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 μοι G1473 mij, ik I, me 7 κοπους G2873 arbeid, moeite labour, + trouble, weariness 8 παρεχε G3930 Betoon, bewezen, biedt bring, do, give, keep, minister, offer, shew, + trouble 9 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θυρα G2374 deur, deuren, Deur door, gate 12 κεκλεισται G2808 gesloten, sluit, sluiten shut (up) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 16 μου G1473 mij, ik I, me 17 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 εμου G1473 mij, ik I, me 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κοιτην G2845 bed, bevrucht, slaapkamer bed, chambering, X conceive 22 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 23 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 δυναμαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 25 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 26 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 27 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ik zegG3004 ulieden: HoewelG1499 hij nietG3756 zou opstaan enG2532 hem gevenG1325, omdat hijG846 zijn vriendG5384 is, nochtans omG1223 zijner onbeschaamdheidG335 wil, zal hij opstaan, en hemG846 gevenG1325 zoveelG3745 als hij er behoeftG5535. Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.

Ook in dit vers opstaanG450 opstaanG1453

KJV I say1 unto you, Though he will19 not5 rise and give6 him,7 because9 he is his12 friend,13 yet15 because14 of his18 importunity17 he will rise8 and give20 him21 as many as22 he needeth.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 φιλον G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 14 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 15 γε G1065 toch, immers and besides, doubtless, at least, yet 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αναιδειαν G335 onbeschaamdheid importunity 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 εγερθεις G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 20 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 21 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 οσων G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 23 χρηζει G5535 behoeft, behoeven, mogen (have) need

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Ik zegG3004 ulieden: BidtG154, enG2532 u zal gegevenG1325 worden; zoektG2212, enG2532 gij zult vindenG2147; kloptG2925, enG2532 uG4771 zal opengedaanG455 worden. En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

KJV And1 I say3 unto you, Ask,4 and5 it shall be given6 you; seek,8 and9 ye shall find;10 knock,11 and12 it shall be opened13 unto you.

1 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αιτειτε G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ευρησετε G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 11 κρουετε G2925 klopt, klop, kloppen knock 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ανοιγησεται G455 geopend, open, openen open 14 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG1063 een iegelijkG3956, die bidtG154, die ontvangtG2983; enG2532 die zoektG2212, die vindtG2147; enG2532 die kloptG2925, dien zal opengedaanG455 worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.

KJV For2 every one1 that asketh4 receiveth;5 and6 he that seeketh8 findeth;9 and10 to him that knocketh12 it shall be opened.

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αιτων G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 5 λαμβανει G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ζητων G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 9 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κρουοντι G2925 klopt, klop, kloppen knock 13 ανοιγησεται G455 geopend, open, openen open
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En watG5101 vaderG3962 onder uG4771, dien de zoonG5207 om broodG740 bidtG154, zal hem een steenG3037 geven, ofG1487 ookG2532 om een visG2486, zal hemG846 voor een visG2486 een slangG3789 geven? En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven?

KJV If2 a son8 shall ask6 bread9 of any of you that is a father,5 will he give12 him13 a stone?11 or if he ask a fish,16 will he21 for18 a fish19 give10 him22 a serpent?

1 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 6 αιτησει G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 12 επιδωσει G1929 gaven, gegeven deliver unto, give, let (+ (her drive)), offer 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ιχθυν G2486 vissen, vis fish 17 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 18 αντι G473 in plaats van, voor, tegenover for, in the room of 19 ιχθυος G2486 vissen, vis fish 20 οφιν G3789 slang, slangen, Slangen serpent 21 επιδωσει G1929 gaven, gegeven deliver unto, give, let (+ (her drive)), offer 22 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 OfG2228 zoG1437 hij ookG2532 om een eiG5609 zou biddenG154, zal hij hem een schorpioenG4651 geven? Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?

KJV Or1 if3 he shall ask4 an egg,5 will he offer6 him8 a scorpion?

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 4 αιτηση G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 5 ωον G5609 ei egg 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 επιδωσει G1929 gaven, gegeven deliver unto, give, let (+ (her drive)), offer 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 σκορπιον G4651 schorpioenen, schorpioen scorpion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 IndienG1487 danG3767 gijG4771, die boosG4190 zijt, weetG1492 uw kinderenG5043 goedeG18 gavenG1390 te gevenG1325, hoeveelG4214 te meer zal de hemelseG1537 VaderG3962 den HeiligenG40 GeestG4151 gevenG1325 dengenen, die HemG846 biddenG154? Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?

KJV If1 ye then,2 being5 evil,4 know6 how to give9 good7 gifts8 unto your children:11 how much13 more14 shall20 your heavenly19 Father16 give the Holy22 Spirit21 to them that ask24 him?

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 4 πονηροι G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 5 υπαρχοντες G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 6 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 7 αγαθα G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 8 δοματα G1390 gaven, gave gift 9 διδοναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 τεκνοις G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ποσω G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 14 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 20 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 21 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 22 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 23 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 αιτουσιν G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En HijG846 wierpG2258 een duivelG1140 uit, en die was stomG2974. En het geschieddeG1096, als de duivelG1140 uitgevarenG1831 was, dat de stommeG2974 sprakG2980; en de scharenG3793 verwonderdenG2296 zich. En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.

KJV And1 he was casting out3 a devil,4 and5 it6 was dumb.8 And10 it came to pass,9 when the devil12 was gone out,13 the dumb16 spake;14 and17 the people20 wondered.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 εκβαλλων G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 4 δαιμονιον G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 κωφον G2974 stom, doven, stomme deaf, dumb, speechless 9 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δαιμονιου G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 13 εξελθοντος G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 14 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 κωφος G2974 stom, doven, stomme deaf, dumb, speechless 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εθαυμασαν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 19 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar sommigen van hen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door Beelzebul, den overste der duivelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 MaarG1161 sommigenG5100 van hen zeidenG2036: Hij werptG1544 de duivelenG1140 uitG1537 doorG1722 BeelzebulG954, den oversteG758 der duivelenG1140. Maar sommigen van hen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door Beelzebul, den overste der duivelen.

KJV But2 some1 of3 them4 said, He casteth out11 devils10 through6 Beelzebub7 the chief8 of the devils.

1 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 βεελζεβουλ G954 Beelzebul Beelzebub 8 αρχοντι G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δαιμονιων G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 11 εκβαλλει G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En anderen, Hem verzoekende, begeerden van Hem een teken uit den hemel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG1161 anderen, Hem verzoekendeG3985, begeerdenG2212 van HemG846 een tekenG4592 uitG1537 den hemelG3772. En anderen, Hem verzoekende, begeerden van Hem een teken uit den hemel.

KJV And2 others,1 tempting3 him, sought7 of5 him6 a sign4 from8 heaven.

1 ετεροι G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πειραζοντες G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 4 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 5 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar Hij, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een huis, tegen zichzelf verdeeld zijnde, valt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 MaarG1161 Hij, kennendeG1492 hunG846 gedachtenG1270, zeideG2036 tot henG846: Een iederG3956 koninkrijkG932, dat tegenG1909 zichzelf verdeeldG1266 is, wordt verwoestG2049; en een huisG3624, tegenG1909 zichzelf verdeeld zijnde, valtG4098. Maar Hij, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een huis, tegen zichzelf verdeeld zijnde, valt.

Ook in dit vers zichzelfG1438 zichzelfG3624

KJV But2 he,1 knowing3 their4 thoughts,6 said unto them,8 Every9 kingdom10 divided13 against11 itself12 is brought to desolation;14 and15 a house16 divided against17 a house18 falleth.

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειδως G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 διανοηματα G1270 gedachten thought 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 11 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 εαυτην G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 13 διαμερισθεισα G1266 verdeeld, verdeelden, deelt cloven, divide, part 14 ερημουται G2049 verwoest, woest (bring to, make) desolate(-ion), come to nought 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 17 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 19 πιπτει G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Indien nu ook de satan tegen zichzelven verdeeld is, hoe zal zijn rijk bestaan? Dewijl gij zegt, dat Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 IndienG1487 nuG1161 ookG2532 de satanG4567 tegenG1909 zichzelvenG1438 verdeeldG1266 is, hoeG4459 zal zijn rijkG932 bestaanG2476? DewijlG3754 gij zegtG3004, dat IkG1473 doorG1722 BeelzebulG954 de duivelenG1140 uitwerpG1544. Indien nu ook de satan tegen zichzelven verdeeld is, hoe zal zijn rijk bestaan? Dewijl gij zegt, dat Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp.

KJV If2 Satan5 also be divided8 against6 himself,7 how9 shall10 his13 kingdom12 stand? because14 ye say15 that I cast out18 devils21 through16 Beelzebub.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σατανας G4567 satan, satanas, satans Satan 6 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 διεμερισθη G1266 verdeeld, verdeelden, deelt cloven, divide, part 9 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 10 σταθησεται G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 βεελζεβουλ G954 Beelzebul Beelzebub 18 εκβαλλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 19 με G1473 mij, ik I, me 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En indien Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze uw zonen uit? Daarom zullen dezen uw rechters zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG1161 indienG1487 IkG1473 door BeelzebulG954 de duivelenG1140 uitwerpG1544, door wien werpenG1544 ze uw zonenG5207 uit? Daarom zullen dezenG846 uw rechtersG2923 zijnG1510. En indien Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze uw zonen uit? Daarom zullen dezen uw rechters zijn.

KJV And2 if1 I3 by4 Beelzebub5 cast out6 devils,8 by12 whom13 do14 your sons10 cast them out? therefore15 shall they19 be your judges.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγω G1473 mij, ik I, me 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 βεελζεβουλ G954 Beelzebul Beelzebub 6 εκβαλλω G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 14 εκβαλλουσιν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 κριται G2923 rechter, Rechter, rechters judge 18 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 19 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar indien Ik door den vinger Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Maar indien Ik doorG1722 den vingerG1147 GodsG2316 de duivelenG1140 uitwerpG1544, zo is dan het KoninkrijkG932 GodsG2316 totG1909 uG4771 gekomen. Maar indien Ik door den vinger Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.

KJV But2 if1 I with3 the finger4 of God5 cast out6 devils,8 no doubt9 the kingdom14 of God16 is come10 upon11 you.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 δακτυλω G1147 vinger, vingeren, vingers finger 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 εκβαλλω G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 9 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 10 εφθασεν G5348 voorkomen (already) attain, come, prevent 11 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 13 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Wanneer een sterkeG2478 gewapendeG2528 zijn hofG1438 bewaartG5442, zo is al wat hijG846 heeft inG1722 vredeG1515. Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede.

KJV When1 a strong man3 armed4 keepeth5 his8 palace,7 his14 goods are in9 peace:

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ισχυρος G2478 sterke, sterken, sterker boisterous, mighty(-ier), powerful, strong(-er, man), valiant 4 καθωπλισμενος G2528 gewapende arm 5 φυλασση G5442 bewaren, bewaard, onderhouden beward, keep (self), observe, save 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 αυλην G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υπαρχοντα G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Maar als een daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, daar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Maar als een daarover komtG1904, die sterkerG2478 is danG1161 hij, en hem overwintG3528, die neemtG142 zijn gehele wapenrustingG3833, daar hij opG1909 vertrouwdeG3982, en deeltG1239 zijn roofG4661 uit. Maar als een daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, daar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit.

KJV But2 when1 a stronger4 than he5 shall come upon him,6 and overcome7 him,8 he taketh12 from him11 all his armour10 wherein13 he trusted,15 and16 divideth20 his19 spoils.

1 επαν G1875 when 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ισχυροτερος G2478 sterke, sterken, sterker boisterous, mighty(-ier), powerful, strong(-er, man), valiant 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 επελθων G1904 komen, kome, komt come (in, upon) 7 νικηση G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πανοπλιαν G3833 wapenrusting all (whole) armour 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 αιρει G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 13 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 επεποιθει G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 σκυλα G4661 roof spoil 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 διαδιδωσιν G1239 deel, deelde, deelt (make) distribute(-ion), divide, give
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Wie metG3326 Mij nietG3361 is, die is tegenG2596 Mij; enG2532 wie metG3326 Mij nietG3361 vergadertG4863, die verstrooitG4650. Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit.

KJV He that is not2 with4 me is against6 me: and9 he that gathereth12 not11 with13 me scattereth.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 5 εμου G1473 mij, ik I, me 6 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 7 εμου G1473 mij, ik I, me 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 συναγων G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 13 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 14 εμου G1473 mij, ik I, me 15 σκορπιζει G4650 verstrooit, gestrooid, verstrooid disperse abroad, scatter (abroad)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Wanneer de onreine geest van den mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Wanneer de onreineG169 geestG4151 vanG575 den mensG444 uitgevarenG1831 is, zo gaat hij doorG1223 dorreG504 plaatsenG5117, zoekendeG2212 rustG372; enG2532 die nietG3361 vindendeG2147, zegtG3004 hij: Ik zal wederkerenG5290 inG1519 mijn huisG3624, daar ikG1473 uitgevarenG1831 ben. Wanneer de onreine geest van den mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben.

KJV When1 the unclean3 spirit4 is gone5 out of6 a man,8 he walketh9 through10 dry11 places,12 seeking13 rest;14 and15 finding17 none,16 he saith,18 I will return19 unto20 my house22 whence24 I came out.

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ακαθαρτον G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 4 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 5 εξελθη G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 6 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 διερχεται G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 10 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 ανυδρων G504 dorre, waterloze dry, without water 12 τοπων G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 13 ζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 14 αναπαυσιν G372 rust rest 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 ευρισκον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 18 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 υποστρεψω G5290 wedergekeerd, keerden wederom, keerden come again, return (again, back again), turn back (again) 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 23 μου G1473 mij, ik I, me 24 οθεν G3606 Waaruit, waaruit from thence, (from) whence, where(-by, -fore, -upon) 25 εξηλθον G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 komendeG2064, vindtG2147 hij het met bezemen gekeerdG4563 enG2532 versierdG2885. En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd.

KJV And1 when he cometh,2 he findeth3 it swept4 and5 garnished.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 4 σεσαρωμενον G4563 bezemen gekeerd, gekeerd sweep 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 κεκοσμημενον G2885 versierd, versieren, bereidden adorn, garnish, trim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven anderen geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Dan gaat hij heen, enG2532 neemtG3880 met zich zevenG2033 anderen geestenG4151, bozerG4191 dan hij zelfG1438 is, enG2532 ingegaanG1525 zijnde, wonenG2730 zij aldaar; enG2532 het laatsteG2078 van dienG1565 mensG444 wordt ergerG5501 dan het eersteG4413. Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven anderen geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste.

KJV Then1 goeth he,2 and3 taketh4 to him seven5 other6 spirits7 more wicked than himself;9 and10 they enter in,11 and dwell12 there:13 and14 the last17 state of that20 man19 is15 worse21 than the first.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 πορευεται G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 παραλαμβανει G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 5 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 6 ετερα G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 7 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 πονηροτερα G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 9 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εισελθοντα G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 12 κατοικει G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 13 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 16 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εσχατα G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 20 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 21 χειρονα G5501 erger, ergere, ergers sorer, worse 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πρωτων G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En het geschiedde, als Hij deze dingen sprak, dat een zekere vrouw, de stem verheffende uit de schare, tot Hem zeide: Zalig is de buik, die U gedragen heeft, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En het geschieddeG1096, als Hij dezeG3778 dingen sprakG3004, dat een zekereG5100 vrouwG1135, de stemG5456 verheffendeG1869 uitG1537 de schareG3793, tot HemG846 zeideG2036: ZaligG3107 is de buikG2836, die U gedragenG941 heeft, en de borstenG3149, die Gij hebt gezogenG2337. En het geschiedde, als Hij deze dingen sprak, dat een zekere vrouw, de stem verheffende uit de schare, tot Hem zeide: Zalig is de buik, die U gedragen heeft, en de borsten, die Gij hebt gezogen.

KJV And2 it came to pass,1 as3 he6 spake5 these things, a certain9 woman10 of12 the company14 lifted up8 her voice,11 and said unto him,16 Blessed17 is the womb19 that bare21 thee, and23 the paps24 which25 thou hast sucked.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 επαρασα G1869 opheffende, verheft, verhieven exalt self, poise (lift, take) up 9 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 10 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 11 φωνην G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 12 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 15 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 μακαρια G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 κοιλια G2836 buik, lijf, buiken belly, womb 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 βαστασασα G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 22 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 μαστοι G3149 borsten pap 25 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 26 εθηλασας G2337 zogenden, gezogen, gezoogd (give) suck(-ling)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 MaarG1161 HijG846 zeideG2036: Ja, zaligG3107 zijn degenen, die het WoordG3056 GodsG2316 horenG191, en hetzelveG846 bewarenG5442. Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.

KJV But2 he1 said, Yea rather,4 blessed5 are they that hear7 the word9 of God,11 and12 keep13 it.

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 μενουνγε G3304 ja zeker, veeleer nay but, yea doubtless (rather, verily) 5 μακαριοι G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 φυλασσοντες G5442 bewaren, bewaard, onderhouden beward, keep (self), observe, save 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En als de scharen dicht bijeenvergaderden, begon Hij te zeggen: Dit is een boos geslacht; het verzoekt een teken, en hetzelve zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En als de scharenG3793 dicht bijeenvergaderdenG1865, begonG756 Hij te zeggenG3004: DitG3778 isG1510 een boosG4190 geslachtG1074; het verzoektG1934 een tekenG4592, en hetzelveG846 zal geen tekenG4592 gegevenG1325 worden, danG1161 het tekenG4592 van JonasG2495, den profeetG4396. En als de scharen dicht bijeenvergaderden, begon Hij te zeggen: Dit is een boos geslacht; het verzoekt een teken, en hetzelve zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet.

KJV And2 when the people3 were gathered thick together,4 he began5 to say,6 This9 is an evil10 generation:8 they seek13 a sign;12 and14 there shall17 no16 sign15 be given it,18 but the sign22 of Jonas23 the prophet.

1 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οχλων G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 4 επαθροιζομενων G1865 bijeenvergaderden gather thick together 5 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 6 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γενεα G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 9 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 πονηρα G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 13 επιζητει G1934 verzoekt, zoeken, zoek desire, enquire, seek (after, for) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 20 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 23 ιωνα G2495 Jonas, Jona Jonas 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Want gelijk Jonas den Ninevieten een teken geweest is, alzo zal ook de Zoon des mensen zijn dezen geslachte.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 WantG1063 gelijk JonasG2495 den NinevietenG3536 een tekenG4592 geweestG1096 isG1510, alzoG3779 zal ookG2532 de ZoonG5207 des mensenG444 zijn dezenG5026 geslachteG1074. Want gelijk Jonas den Ninevieten een teken geweest is, alzo zal ook de Zoon des mensen zijn dezen geslachte.

KJV For2 as1 Jonas4 was3 a sign5 unto the Ninevites,7 so8 shall also10 the Son12 of man14 be to this generation.

1 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 ιωνας G2495 Jonas, Jona Jonas 5 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 νινευιταις G3536 Nineve, Ninevieten of Nineve, Ninevite 8 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 9 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γενεα G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 17 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met de mannen van dit geslacht, en zal ze veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 De koninginG938 van het ZuidenG3558 zal opstaanG1453 inG1722 het oordeelG2920 metG1537 de mannenG435 van ditG3778 geslachtG1074, enG2532 zal ze veroordelenG2632; wantG3754 zijG846 is gekomenG2064 van de eindenG4009 der aardeG1093, om te horenG191 de wijsheidG4678 van SalomoG4672; enG2532 zietG3708, meer dan SalomoG4672 is hier. De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met de mannen van dit geslacht, en zal ze veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier.

KJV The queen1 of the south2 shall rise up3 in4 the judgment6 with7 the men9 of this generation,11 and13 condemn14 them:15 for16 she came17 from18 the utmost parts20 of the earth22 to hear23 the wisdom25 of Solomon;26 and,27 behold, a greater than Solomon30 is here.

1 βασιλισσα G938 koningin queen 2 νοτου G3558 Zuiden, zuiden, zuidenwind south (wind) 3 εγερθησεται G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κρισει G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 7 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ανδρων G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γενεας G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 12 ταυτης G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 κατακρινει G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn 15 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 18 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 περατων G4009 einde, einden end, ut-(ter-)most participle 21 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 23 ακουσαι G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 24 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 σοφιαν G4678 wijsheid, Wijsheid wisdom 26 σολομωντος G4672 Salomo, Salomon Solomon 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 29 πλειον G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 30 σολομωντος G4672 Salomo, Salomon Solomon 31 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 De mannen van Nineve, zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 De mannenG435 van NineveG3535, zullen opstaanG450 in het oordeelG2920 met ditG3778 geslachtG1074, enG2532 zullen hetzelve veroordelenG2632; wantG3754 zijG846 hebben zich bekeerdG3340 op de predikingG2782 van JonasG2495; enG2532 zietG3708, meer dan JonasG2495 is hier! De mannen van Nineve, zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!

KJV The men1 of Nineve2 shall rise up3 in4 the judgment6 with7 this generation,9 and11 shall condemn12 it:13 for14 they repented15 at16 the preaching18 of Jonas;19 and,20 behold, a greater than Jonas23 is here.

1 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 2 νινευι G3535 Nineve Nineve 3 αναστησονται G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κρισει G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 7 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γενεας G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 10 ταυτης G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 κατακρινουσιν G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn 13 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 μετενοησαν G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 κηρυγμα G2782 prediking preaching 19 ιωνα G2495 Jonas, Jona Jonas 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 22 πλειον G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 23 ιωνα G2495 Jonas, Jona Jonas 24 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En niemand, die een kaars ontsteekt, zet die in het verborgen, noch onder een koornmaat, maar op een kandelaar, opdat degenen, die inkomen, het licht zien mogen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG1161 niemandG3762, die een kaarsG3088 ontsteektG681, zetG5087 die inG1519 het verborgenG2926, noch onderG5259 een koornmaatG3426, maar op een kandelaarG3087, opdatG2443 degenen, die inkomenG1531, het lichtG5338 zienG991 mogen. En niemand, die een kaars ontsteekt, zet die in het verborgen, noch onder een koornmaat, maar op een kandelaar, opdat degenen, die inkomen, het licht zien mogen.

KJV No man,1 when he hath lighted4 a candle,3 putteth7 it in5 a secret place, neither8 under9 a bushel,11 but12 on13 a candlestick,15 that16 they which10 come in18 may see21 the light.

1 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λυχνον G3088 kaars, Kaars, kaarsen candle, light 4 αψας G681 ontsteekt, ontstoken kindle, light 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 κρυπτον G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 7 τιθησιν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 8 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 9 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μοδιον G3426 koornmaat bushel 12 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λυχνιαν G3087 kandelaar, kandelaren candlestick 16 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εισπορευομενοι G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 φεγγος G5338 schijnsel, licht light 21 βλεπωσιν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 De kaars des lichaams is het oog: wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele lichaam duister.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 De kaarsG3088 des lichaamsG4983 isG1510 het oogG3788: wanneer dan uw oogG3788 eenvoudigG573 isG1510, zo is ookG2532 uw gehele lichaamG4983 verlichtG5460; maarG1161 zo het boosG4190 is, zo is ookG2532 uw gehele lichaamG4983 duisterG4652. De kaars des lichaams is het oog: wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele lichaam duister.

KJV The light2 of the body4 is the eye:7 therefore9 when22 thine eye11 is single,13 thy whole16 body18 also15 is full of light;20 but23 when8 thine eye is evil,24 thy body28 also26 is full of darkness.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 λυχνος G3088 kaars, Kaars, kaarsen candle, light 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σωματος G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 8 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 9 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 απλους G573 eenvoudig single 14 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 19 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 20 φωτεινον G5460 verlicht, luchtige bright, full of light 21 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 επαν G1875 when 23 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 24 πονηρος G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 25 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 29 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 30 σκοτεινον G4652 duister dark, full of darkness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Zie dan toe, dat niet het licht, hetwelk in u is, duisternis zij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 ZieG4648 danG3767 toe, dat nietG3361 het lichtG5457, hetwelk inG1722 uG4771 is, duisternisG4655 zij. Zie dan toe, dat niet het licht, hetwelk in u is, duisternis zij.

KJV Take heed1 therefore2 that the light5 which4 is in7 thee be not3 darkness.

1 σκοπει G4648 Zie, aanmerken, merkt consider, take heed, look at (on), mark 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 9 σκοτος G4655 duisternis darkness 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Indien dan uw lichaam geheel verlicht is, niet hebbende enig deel, dat duister is, zo zal het geheel verlicht zijn, gelijk wanneer de kaars met het schijnsel u verlicht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 IndienG1487 danG3767 uw lichaamG4983 geheelG3650 verlicht is, nietG3361 hebbendeG2192 enigG5100 deelG3313, dat duisterG4652 isG1510, zo zal het geheelG3650 verlicht zijn, gelijkG5613 wanneer de kaarsG3088 met het schijnselG796 uG4771 verlicht. Indien dan uw lichaam geheel verlicht is, niet hebbende enig deel, dat duister is, zo zal het geheel verlicht zijn, gelijk wanneer de kaars met het schijnsel u verlicht.

Ook in dit vers verlichtG5460 verlichtG5460 verlichtG5461

KJV If1 thy whole6 body4 therefore2 be full of light,7 having9 no8 part11 dark,12 the whole15 shall be full of light,14 as16 when17 the bright shining21 of a candle19 doth give22 thee light.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 7 φωτεινον G5460 verlicht, luchtige bright, full of light 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 εχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 11 μερος G3313 deel, dele, delen behalf, course, coast, craft, particular (+ -ly), part (+ -ly), piece, portion, respect, side, some sort(-what) 12 σκοτεινον G4652 duister dark, full of darkness 13 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 φωτεινον G5460 verlicht, luchtige bright, full of light 15 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 16 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 17 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 λυχνος G3088 kaars, Kaars, kaarsen candle, light 20 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αστραπη G796 bliksem, bliksemen, schijnsel lightning, bright shining 22 φωτιζη G5461 verlicht, licht brengen, licht gebracht enlighten, illuminate, (bring to, give) light, make to see 23 σε G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Als Hij nuG1161 dit sprakG2980, badG2065 HemG846 een zekerG5100 FarizeerG5330, dat Hij bijG1722 hem het middagmaalG709 wilde eten; enG1161 ingegaanG1525 zijnde, zat Hij aan. Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan.

KJV And2 as1 he spake,4 a certain8 Pharisee7 besought5 him6 to9 dine10 with11 him:12 and14 he went in,13 and sat down to meat.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λαλησαι G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 5 ηρωτα G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 φαρισαιος G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 8 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 9 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 10 αριστηση G709 middagmaal dine 11 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 ανεπεσεν G377 neder zitten, gevallen, nederzitten lean, sit down (to meat)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En de Farizeer, dat ziende, verwonderde zich, dat Hij niet eerst, voor het middagmaal, Zich gewassen had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 EnG1161 de FarizeerG5330, dat ziendeG1492, verwonderdeG2296 zich, datG3754 Hij nietG3756 eerstG4412, voor het middagmaalG712, Zich gewassenG907 had. En de Farizeer, dat ziende, verwonderde zich, dat Hij niet eerst, voor het middagmaal, Zich gewassen had.

KJV And2 when the Pharisee3 saw it, he marvelled5 that6 he had9 not7 first8 washed before10 dinner.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 φαρισαιος G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 4 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 εθαυμασεν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 9 εβαπτισθη G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 10 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αριστου G712 middagmaal dinner

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En de Heere zeide tot hem: Nu gij Farizeen, gij reinigt het buitenste des drinkbekers en des schotels; maar het binnenste van u is vol van roof en boosheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En de HeereG2962 zeideG2036 totG4314 hemG846: NuG1161 gijG4771 FarizeenG5330, gij reinigtG2511 het buitensteG1855 des drinkbekersG4221 en des schotelsG4094; maarG1161 het binnensteG2081 van uG4771 is volG1073 van roofG724 en boosheidG4189. En de Heere zeide tot hem: Nu gij Farizeen, gij reinigt het buitenste des drinkbekers en des schotels; maar het binnenste van u is vol van roof en boosheid.

KJV And2 the Lord4 said unto5 him,6 Now7 do18 ye Pharisees10 make clean the outside12 of the cup14 and15 the platter;17 but20 your inward part21 is full23 of ravening24 and25 wickedness.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 8 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εξωθεν G1855 buiten, buitenste, uiterlijk out(-side, -ward, - wardly), (from) without 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ποτηριου G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πινακος G4094 schotel, schotels charger, platter 18 καθαριζετε G2511 gereinigd, reinigen, reinigt (make) clean(-se), purge, purify 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 21 εσωθεν G2081 binnen, binnenste, inwendige inward(-ly), (from) within, without 22 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 23 γεμει G1073 vol be full 24 αρπαγης G724 roof, roving extortion, ravening, spoiling 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 πονηριας G4189 boosheid, boosheden iniquity, wickedness

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Gij onverstandigen! Die het buitenste heeft gemaakt, heeft Hij ook niet het binnenste gemaakt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Gij onverstandigenG878! Die het buitensteG1855 heeft gemaakt, heeft Hij ookG2532 nietG3756 het binnensteG2081 gemaaktG4160? Gij onverstandigen! Die het buitenste heeft gemaakt, heeft Hij ook niet het binnenste gemaakt?

KJV Ye fools,1 did4 not2 he that made10 that which3 is without6 make that which5 is within9 also?

1 αφρονες G878 onwijs, dwaas, onwijzen fool(-ish), unwise 2 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εξωθεν G1855 buiten, buitenste, uiterlijk out(-side, -ward, - wardly), (from) without 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εσωθεν G2081 binnen, binnenste, inwendige inward(-ly), (from) within, without 10 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Doch geeft tot aalmoes, hetgeen daarin is; en ziet, alles is u rein.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Doch geeftG1325 tot aalmoesG1654, hetgeen daarin is; enG2532 zietG3708, allesG3956 isG1510 uG4771 reinG2513. Doch geeft tot aalmoes, hetgeen daarin is; en ziet, alles is u rein.

KJV But rather1 give4 alms5 of such things as ye have;3 and,6 behold, all things8 are clean9 unto you.

1 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 2 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ενοντα G1751 such things as … have 4 δοτε G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 5 ελεημοσυνην G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 καθαρα G2513 rein, zuiver, reinen clean, clear, pure 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Maar wee u, Farizeen, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 MaarG235 weeG3759 uG4771, FarizeenG5330, wantG3754 gij vertientG586 munteG2238, enG2532 ruiteG4076, enG2532 alleG3956 moeskruidG3001, enG2532 gij gaat voorbijG3928 het oordeelG2920 enG2532 de liefdeG26 GodsG2316. DitG3778 moestG1163 men doenG4160, en het andere nietG3361 nalatenG863. Maar wee u, Farizeen, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten.

KJV But1 woe2 unto you, Pharisees!5 for6 ye tithe7 mint9 and10 rue12 and13 all manner14 of herbs,15 and16 pass over17 judgment19 and20 the love22 of God:24 these ought ye26 to have done,27 and not29 to leave30 the other28 undone.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φαρισαιοις G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 αποδεκατουτε G586 vertient, tienden, tienden nemen (give, pay, take) tithe 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ηδυοσμον G2238 munte mint 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πηγανον G4076 ruite rue 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 λαχανον G3001 moeskruiden, moeskruid herb 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 παρερχεσθε G3928 voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaan come (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 κρισιν G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 αγαπην G26 liefde, liefdemaaltijden, liefhebben (feast of) charity(-ably), dear, love 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 25 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 26 εδει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 27 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 28 κακεινα G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 29 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 30 αφιεναι G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Wee u, Farizeen, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 WeeG3759 uG4771, FarizeenG5330, wantG3754 gij bemintG25 het voorgestoelteG4410 inG1722 de synagogenG4864, enG2532 de begroetingenG783 opG1722 de marktenG58. Wee u, Farizeen, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten.

KJV Woe1 unto you, Pharisees!4 for5 ye love6 the uppermost seats8 in9 the synagogues,11 and12 greetings14 in15 the markets.

1 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαρισαιοις G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 αγαπατε G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πρωτοκαθεδριαν G4410 voorgestoelten, voorgestoelte chief (highest, uppermost) seat 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ασπασμους G783 groetenis, begroetingen, gegroet greeting, salutation 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αγοραις G58 markten, markt market(-place), street
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt gelijk de graven, die niet openbaar zijn, en de mensen, die daarover wandelen, weten het niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 WeeG3759 u, gijG4771 SchriftgeleerdenG1122 enG2532 FarizeenG5330, gij geveinsdenG5273, wantG3754 gij zijtG1510 gelijkG5613 de gravenG3419, die niet openbaarG82 zijn, enG2532 de mensenG444, die daarover wandelenG4043, wetenG1492 het nietG3756. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt gelijk de graven, die niet openbaar zijn, en de mensen, die daarover wandelen, weten het niet.

KJV Woe1 unto you, scribes3 and4 Pharisees,5 hypocrites!6 for7 ye are as9 graves11 which10 appear not,13 and14 the men16 that walk18 over19 them are21 not20 aware

1 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 6 υποκριται G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μνημεια G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αδηλα G82 onzeker, openbaar appear not, uncertain 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 περιπατουντες G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 19 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 οιδασιν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En een van de wetgeleerden, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! als Gij deze dingen zegt, zo doet Gij ook ons smaadheid aan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 En een van de wetgeleerdenG3544, antwoordendeG611, zeideG3004 tot HemG846: MeesterG1320! als Gij dezeG3778 dingen zegtG3004, zo doet Gij ookG2532 ons smaadheidG5195 aan. En een van de wetgeleerden, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! als Gij deze dingen zegt, zo doet Gij ook ons smaadheid aan.

KJV Then2 answered1 one3 of the lawyers,5 and said6 unto him,7 Master,8 thus saying10 thou reproachest13 us also.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νομικων G3544 wetgeleerden, wetgeleerde, wet about the law, lawyer 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 9 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ημας G1473 mij, ik I, me 13 υβριζεις G5195 smaadheid, smaadheid aangedaan, smadelijk behandeld use despitefully, reproach, entreat shamefully (spitefully)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Doch Hij zeide: Wee ook u, wetgeleerden! want gij belast de mensen met lasten, zwaar om te dragen, en zelven raakt gij die lasten niet aan met een van uw vingeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 DochG1161 Hij zeideG2036: WeeG3759 ookG2532 u, wetgeleerdenG3544! wantG3754 gij belastG5412 de mensenG444 met lastenG5413, zwaar om te dragen, en zelvenG846 raaktG4379 gijG4771 die lastenG5413 nietG3756 aan met eenG1520 van uw vingerenG1147. Doch Hij zeide: Wee ook u, wetgeleerden! want gij belast de mensen met lasten, zwaar om te dragen, en zelven raakt gij die lasten niet aan met een van uw vingeren.

Ook in dit vers zwaar dragenG1419

KJV And2 he said, Woe8 unto you also,4 ye lawyers!7 for9 ye lade10 men12 with burdens13 grievous to be borne,14 and15 ye yourselves16 touch22 not21 the burdens24 with one17 of your fingers.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 νομικοις G3544 wetgeleerden, wetgeleerde, wet about the law, lawyer 8 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 φορτιζετε G5412 belast lade, by heavy laden 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανθρωπους G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 φορτια G5413 lasten, last, pak burden 14 δυσβαστακτα G1419 kwalijk dragen, zwaar dragen grievous to be borne 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ενι G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 δακτυλων G1147 vinger, vingeren, vingers finger 20 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 21 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 προσψαυετε G4379 raakt touch 23 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 φορτιοις G5413 lasten, last, pak burden

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Wee u, want gij bouwt de graven der profeten, en uw vaders hebben dezelve gedood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 WeeG3759 u, wantG3754 gij bouwtG3618 de gravenG3419 der profetenG4396, enG1161 uw vadersG3962 hebben dezelveG846 gedoodG615. Wee u, want gij bouwt de graven der profeten, en uw vaders hebben dezelve gedood.

KJV Woe1 unto you! for3 ye build4 the sepulchres6 of the prophets,8 and10 your fathers11 killed13 them.

1 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 οικοδομειτε G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μνημεια G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 απεκτειναν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 14 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Zo getuigt gij dan, dat gij mede behagen hebt aan de werken uwer vaderen; want zij hebben ze gedood, en gij bouwt hun graven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 Zo getuigtG3140 gij danG1161, dat gij mede behagenG4909 hebt aan de werkenG2041 uwer vaderenG3962; wantG3754 zijG846 hebben ze gedoodG615, en gijG4771 bouwtG3618 hunG846 gravenG3419. Zo getuigt gij dan, dat gij mede behagen hebt aan de werken uwer vaderen; want zij hebben ze gedood, en gij bouwt hun graven.

KJV Truly1 ye bear witness2 that3 ye allow4 the deeds6 of your fathers:8 for10 they11 indeed12 killed13 them,14 and16 ye build17 their18 sepulchres.

1 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 2 μαρτυρειτε G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 συνευδοκειτε G4909 mede welbehagen, tevreden, mede behagen allow, assent, be pleased, have pleasure 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εργοις G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατερων G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 13 απεκτειναν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 14 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 οικοδομειτε G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 18 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 μνημεια G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Waarom ook de wijsheid Gods zegt: Ik zal profeten en apostelen tot hen zenden, en van die zullen zij sommigen doden, en sommigen zullen zij uitjagen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 Waarom ookG2532 de wijsheidG4678 GodsG2316 zegtG2036: Ik zal profetenG4396 enG2532 apostelenG652 totG1519 henG846 zendenG649, enG2532 vanG1537 dieG3778 zullen zijG846 sommigen dodenG615, enG2532 sommigen zullen zij uitjagenG1559; Waarom ook de wijsheid Gods zegt: Ik zal profeten en apostelen tot hen zenden, en van die zullen zij sommigen doden, en sommigen zullen zij uitjagen;

KJV Therefore1 also3 said the wisdom5 of God,7 I will send9 them11 prophets12 and13 apostles,14 and15 some of16 them17 they shall slay18 and19 persecute:

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σοφια G4678 wijsheid, Wijsheid wisdom 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αποστελω G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 προφητας G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αποστολους G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 αποκτενουσιν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εκδιωξουσιν G1559 uitjagen, vervolgd persecute

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 OpdatG2443 van ditG3778 geslachtG1074 afgeeistG1567 worde het bloedG129 van alG3956 de profetenG4396, dat vergotenG1632 is vanG575 de grondleggingG2602 der wereldG2889 af. Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af.

KJV That1 the blood4 of all5 the prophets,7 which3 was shed9 from10 the foundation11 of the world,12 may be required2 of13 this generation;

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 εκζητηθη G1567 afgeeist, zoeken, ondervraagd en- (re-)quire, seek after (carefully, diligently) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 5 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εκχυνομενον G1632 goot, uitgestort, vergoten gush (pour) out, run greedily (out), shed (abroad, forth), spill 10 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 11 καταβολης G2602 grondlegging conceive, foundation 12 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γενεας G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 16 ταυτης G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 Van het bloed van Abel, tot het bloed van Zacharia, die gedood is tussen het altaar en het huis Gods; ja, zeg Ik u, het zal afgeeist worden van dit geslacht!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 Van het bloedG129 van AbelG6, tot het bloedG129 van ZachariaG2197, die gedoodG622 is tussen het altaarG2379 enG2532 het huisG3624 Gods; ja, zegG3004 Ik uG4771, het zal afgeeistG1567 worden vanG575 ditG3778 geslachtG1074! Van het bloed van Abel, tot het bloed van Zacharia, die gedood is tussen het altaar en het huis Gods; ja, zeg Ik u, het zal afgeeist worden van dit geslacht!

KJV From1 the blood3 of Abel4 unto5 the blood7 of Zacharias,8 which2 perished10 between11 the altar13 and14 the temple:16 verily17 I say18 unto you, It shall be required20 of21 this generation.

1 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 2 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αιματος G129 bloed, bloeds, bloede blood 4 αβελ G6 Abel, Abels Abel 5 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αιματος G129 bloed, bloeds, bloede blood 8 ζαχαριου G2197 Zacharias, Zacharia Zacharias 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 απολομενου G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 11 μεταξυ G3342 tussen; ondertussen between, mean while, next 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θυσιαστηριου G2379 altaar, altaars, altaren altar 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 οικου G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 17 ναι G3483 ja even so, surely, truth, verily, yea, yes 18 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 20 εκζητηθησεται G1567 afgeeist, zoeken, ondervraagd en- (re-)quire, seek after (carefully, diligently) 21 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 γενεας G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 24 ταυτης G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt den sleutel der kennis weggenomen; gijzelven zijt niet ingegaan, en die ingingen, hebt gij verhinderd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 WeeG3759 u, gij wetgeleerdenG3544, wantG3754 gij hebt den sleutelG2807 der kennisG1108 weggenomenG142; gijzelven zijt nietG3756 ingegaanG1525, enG2532 die ingingenG1525, hebt gij verhinderdG2967. Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt den sleutel der kennis weggenomen; gijzelven zijt niet ingegaan, en die ingingen, hebt gij verhinderd.

Ook in dit vers zelvenG846

KJV Woe1 unto you, lawyers!4 for5 ye have taken away6 the key8 of knowledge:10 ye entered13 not12 in16 yourselves,11 and14 them that were entering in ye hindered.

1 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νομικοις G3544 wetgeleerden, wetgeleerde, wet about the law, lawyer 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ηρατε G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κλειδα G2807 sleutel, sleutelen, sleutels key 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γνωσεως G1108 kennis, wetenschap, verstand knowledge, science 11 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 εισηλθετε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εισερχομενους G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 17 εκωλυσατε G2967 verhindert, verhinderd, verboden forbid, hinder, keep from, let, not suffer, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 En als Hij deze dingen tot hen zeide, begonnen de Schriftgeleerden en Farizeen hard aan te houden, en Hem van vele dingen te doen spreken;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 En als Hij dezeG3778 dingen totG4314 henG846 zeideG3004, begonnenG756 de SchriftgeleerdenG1122 en FarizeenG5330 hardG1171 aan te houdenG1758, en HemG846 vanG4012 veleG4119 dingen te doen sprekenG653; En als Hij deze dingen tot hen zeide, begonnen de Schriftgeleerden en Farizeen hard aan te houden, en Hem van vele dingen te doen spreken;

KJV And2 as he3 said1 these things unto5 them,6 the scribes9 and10 the Pharisees12 began7 to urge14 him vehemently,13 and15 to provoke16 him17 to speak of18 many things:

1 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 13 δεινως G1171 hard, zware grievously, vehemently 14 ενεχειν G1758 bevangen, houden, legde entangle with, have a quarrel against, urge 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αποστοματιζειν G653 spreken provoke to speak 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 19 πλειονων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 Hem lagen leggende, en zoekende iets uit Zijn mond te bejagen, opdat zij Hem beschuldigen mochten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 HemG846 lagen leggendeG1748, enG2532 zoekendeG2212 ietsG5100 uitG1537 Zijn mondG4750 te bejagenG2340, opdatG2443 zij Hem beschuldigenG2723 mochten. Hem lagen leggende, en zoekende iets uit Zijn mond te bejagen, opdat zij Hem beschuldigen mochten.

KJV Laying wait for1 him,2 and3 seeking4 to catch5 something6 out of7 his10 mouth,9 that11 they might accuse12 him.

1 ενεδρευοντες G1748 lagen, lagen leggende, leggen lay wait for 2 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ζητουντες G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 5 θηρευσαι G2340 bejagen catch 6 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 7 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 κατηγορησωσιν G2723 beschuldigen, beschuldigd, beschuldigden accuse, object 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 11:1 Lukas 22:39 Lukas 9:18 Psalmen 10:17 Judas 1:20 Lukas 9:28 Lukas 6:12 Romeinen 8:26 Jakobus 4:2
Lukas 11:2 Prediker 5:2 Mattheüs 6:6 2 Kronieken 20:6 Psalmen 11:4 Lukas 10:9 Jesaja 63:16 Daniël 2:44 Psalmen 108:5
Lukas 11:3 Mattheüs 6:34 Spreuken 30:8 Mattheüs 6:11 Exodus 16:15 Johannes 6:27 Jesaja 33:16
Lukas 11:4 Mattheüs 26:41 Mattheüs 6:12 1 Korinthe 10:13 Mattheüs 18:35 Lukas 22:46 Lukas 8:13 Hosea 14:2 Daniël 9:19
Lukas 11:5 Lukas 18:1
Lukas 11:7 Lukas 13:25 Galaten 6:17 Lukas 7:6 Mattheüs 25:10
Lukas 11:8 Lukas 18:1 Kolossenzen 4:12 Mattheüs 15:22 Romeinen 15:30 Genesis 32:26 2 Korinthe 12:8 Kolossenzen 2:1
Lukas 11:9 Markus 11:24 Johannes 16:23 Mattheüs 21:22 Johannes 15:16 Johannes 15:7 1 Johannes 5:14 Johannes 14:13 1 Johannes 3:22
Lukas 11:10 Jakobus 5:11 Psalmen 31:22 Klaagliederen 3:8 Lukas 18:1 Jona 2:2 Klaagliederen 3:54 Klaagliederen 3:18 Jakobus 4:3
Lukas 11:11 Mattheüs 7:9 Jesaja 49:15
Lukas 11:12 Ezechiël 2:6 Lukas 10:19 Openbaring 9:10
Lukas 11:13 Mattheüs 7:11 Johannes 4:10 Ezechiël 36:27 Hebreeën 12:9 Romeinen 8:32 Romeinen 7:18 Romeinen 5:9 Spreuken 1:23
Lukas 11:14 Mattheüs 9:32 Markus 7:32 Mattheüs 12:22
Lukas 11:15 Mattheüs 9:34 Johannes 8:52 Johannes 8:48 Markus 3:22 Johannes 7:20 Mattheüs 12:24 Lukas 11:18 Mattheüs 10:25
Lukas 11:16 Mattheüs 12:38 Mattheüs 16:1 Johannes 6:30 Markus 8:11 1 Korinthe 1:22
Lukas 11:17 Mattheüs 9:4 Mattheüs 12:25 2 Kronieken 10:16 Openbaring 2:23 Markus 3:23 Jesaja 19:2 Jesaja 9:20 2 Kronieken 13:16
Lukas 11:18 Mattheüs 12:26 Mattheüs 4:10 Jakobus 3:5 Mattheüs 12:31 Lukas 11:15
Lukas 11:19 Lukas 9:49 Job 15:6 Lukas 19:22 Romeinen 3:19 Mattheüs 12:41 Lukas 11:31 Mattheüs 12:27
Lukas 11:20 Exodus 8:19 Lukas 10:9 Daniël 2:44 Mattheüs 12:28 Handelingen 20:25 2 Thessalonicenzen 1:5 Handelingen 28:23 Mattheüs 3:2
Lukas 11:21 Markus 3:27 Mattheüs 12:29
Lukas 11:22 Jesaja 49:24 Jesaja 53:12 1 Johannes 3:8 Genesis 3:15 Jesaja 63:1 Jesaja 27:1 1 Johannes 4:4 Kolossenzen 2:15
Lukas 11:23 Mattheüs 12:30 Lukas 9:50 Markus 9:40 Openbaring 3:15
Lukas 11:24 Mattheüs 12:43 Psalmen 63:1 1 Petrus 5:8 Job 1:7 Job 2:2 Markus 9:25 Jesaja 44:3 Efeze 2:2
Lukas 11:25 Judas 1:8 2 Thessalonicenzen 2:9 Psalmen 81:11 2 Petrus 2:10 Mattheüs 12:44 Psalmen 36:3 2 Kronieken 24:17 Psalmen 125:5
Lukas 11:26 2 Petrus 2:20 Johannes 5:14 Hebreeën 6:4 Mattheüs 23:15 Sefanja 1:6 Mattheüs 12:45 Hebreeën 10:26 1 Johannes 5:16
Lukas 11:27 Lukas 1:48 Lukas 23:29 Lukas 1:42 Lukas 1:28
Lukas 11:28 Lukas 6:47 Lukas 8:21 Jesaja 48:17 Jakobus 1:21 Mattheüs 7:21 Psalmen 112:1 Johannes 13:17 Psalmen 1:1
Lukas 11:29 Lukas 11:16 Lukas 12:1 Mattheüs 12:38 Markus 8:11 Mattheüs 23:34 Johannes 8:44 Handelingen 7:51 Johannes 2:18
Lukas 11:30 Jona 1:17 Lukas 24:46 Mattheüs 12:40 Jona 3:2 Jona 2:10
Lukas 11:31 2 Kronieken 9:1 1 Koningen 10:1 Romeinen 2:27 Hebreeën 11:7 Jesaja 9:6 Jeremia 3:11 Lukas 3:22 Mattheüs 12:42
Lukas 11:32 Jona 4:9 Lukas 11:31 Jona 3:5 Jona 1:2 Hebreeën 7:26
Lukas 11:33 Markus 4:21 Mattheüs 5:15 Lukas 8:16 Filippenzen 2:15 Johannes 12:46 Mattheüs 10:27 Johannes 11:9
Lukas 11:34 Mattheüs 6:22 2 Korinthe 11:3 2 Korinthe 4:4 Jesaja 29:10 Efeze 6:5 Jesaja 6:10 Spreuken 28:22 Psalmen 119:18
Lukas 11:35 Spreuken 16:25 2 Petrus 1:9 Romeinen 1:22 1 Korinthe 3:18 2 Petrus 2:18 Jeremia 8:8 1 Korinthe 1:19 Spreuken 26:12
Lukas 11:36 Spreuken 6:23 2 Korinthe 4:6 Jakobus 1:25 2 Petrus 3:18 2 Timotheüs 3:15 Mattheüs 13:11 Efeze 4:14 Hosea 6:3
Lukas 11:37 Lukas 7:36 Lukas 14:1 1 Korinthe 9:19
Lukas 11:38 Mattheüs 15:2 Johannes 3:25 Markus 7:2
Lukas 11:39 Genesis 6:5 Titus 1:15 Ezechiël 22:25 Mattheüs 23:25 Handelingen 8:21 Psalmen 22:13 2 Kronieken 31:20 Lukas 7:13
Lukas 11:40 Lukas 12:20 1 Korinthe 15:36 Spreuken 1:22 Lukas 24:25 Psalmen 75:4 Mattheüs 23:26 Genesis 1:26 Genesis 2:7
Lukas 11:41 Lukas 12:33 Lukas 16:9 Titus 1:15 Spreuken 19:17 2 Korinthe 8:7 Daniël 4:27 Spreuken 14:31 Jakobus 1:27
Lukas 11:42 Mattheüs 23:23 Lukas 18:12 Micha 6:8 Mattheüs 23:27 Deuteronomium 10:12 Maleachi 3:8 1 Samuël 15:22 Spreuken 21:3
Lukas 11:43 Lukas 20:46 Markus 12:38 Filippenzen 2:3 Romeinen 12:10 Jakobus 2:2 Lukas 14:7 Mattheüs 23:6 3 Johannes 1:9
Lukas 11:44 Psalmen 5:9 Numeri 19:16 Mattheüs 23:27 Hosea 9:8 Handelingen 23:3
Lukas 11:45 Jeremia 6:10 Jeremia 20:8 Lukas 11:52 Mattheüs 22:35 Johannes 7:48 Lukas 11:46 Amos 7:10 Johannes 9:40
Lukas 11:46 Mattheüs 23:2 Galaten 6:13 Jesaja 58:6 Jesaja 10:1 Lukas 11:52 Lukas 11:45
Lukas 11:47 Mattheüs 23:29 1 Thessalonicenzen 2:15 Handelingen 7:51
Lukas 11:48 2 Kronieken 36:16 Job 15:6 Mattheüs 23:31 Handelingen 7:51 Psalmen 64:8 Jozua 24:22 Jakobus 5:10 Mattheüs 21:35
Lukas 11:49 1 Korinthe 1:30 Kolossenzen 2:3 1 Korinthe 1:24 Spreuken 1:2 Handelingen 22:4 Spreuken 9:1 Handelingen 9:1 Handelingen 7:57
Lukas 11:50 Jeremia 7:29 2 Koningen 24:4 Openbaring 18:20 Numeri 35:33 Genesis 9:5 Exodus 20:5 Jesaja 26:21 Jeremia 51:56
Lukas 11:51 Hebreeën 11:4 1 Johannes 3:12 Mattheüs 23:35 2 Kronieken 24:20 Jeremia 7:28 Zacharia 1:1 Hebreeën 12:24 Genesis 4:8
Lukas 11:52 Mattheüs 23:13 Maleachi 2:7 Johannes 7:47 Handelingen 4:17 Lukas 11:45 Handelingen 5:40 Johannes 9:24 Lukas 19:39
Lukas 11:53 Lukas 20:27 Lukas 20:20 Psalmen 22:12 Jeremia 18:18 Jesaja 9:12 Jeremia 20:10 1 Korinthe 13:5
Lukas 11:54 Markus 12:13 Mattheüs 22:15 Lukas 20:20 Mattheüs 22:35 Mattheüs 22:18 Psalmen 56:5 Psalmen 37:32 Markus 3:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 11 vers 1

leer ons bidden, Dat is, geef ons een voorschrift des gebeds, hetwelk wij mogen gebruiken, en naar hetwelk wij onze gebeden mogen richten.

Hertaald: leer ons bidden, Dat is: geef ons een voorschrift voor het gebed dat wij mogen gebruiken, en waarnaar wij onze gebeden mogen richten.

Lukas 11 vers 2

Onze Vader, Zie der verklaring van dit gebed bij Matt. 6:9 , enz.

Hertaald: Onze Vader, Zie de verklaring van dit gebed bij Matth. 6:9, enzovoort.

Lukas 11 vers 3

elken dag Of, van dag tot dag, of alle dagen.

Hertaald: elken dag Of: van dag tot dag, of: alle dagen.

dagelijks brood Of, genoegzaam; zie Matt. 6:11 .

Hertaald: dagelijks brood Of: voldoende; zie Matth. 6:11.

Lukas 11 vers 5

ter middernacht Dat is zelfs ter ongelegenster tijd.

Hertaald: ter middernacht Dat is: zelfs op de meest ongelegen tijd.

Lukas 11 vers 6

van de reis tot mij gekomen is, Grieks van den weg.

Hertaald: van de reis tot mij gekomen is, Grieks: van de weg.

Lukas 11 vers 7

in de slaapkamer; Of, te bed.

Hertaald: in de slaapkamer; Of: in bed.

Lukas 11 vers 8

onbeschaamdheid wil, Dat is, ter wille van zijn moeilijk en ontijdig aanhouden, hetwelk wel somwijlen onaangenaam is bij de mensen, maar niet bij God, Luc. 18:1 ; 1 Thess. 5:17 .

Hertaald: onbeschaamdheid wil, Dat is: vanwege zijn lastige en ontijdige aandringen, dat bij de mensen soms onaangenaam is, maar niet bij God, Luk. 18:1; 1 Thess. 5:17.

zoveel als hij er behoeft Namelijk broden.

Hertaald: zoveel als hij er behoeft Namelijk broden.

Lukas 11 vers 9

Bidt, Zie hiervan de verklaring Matt. 7:8 .

Hertaald: Bidt, Zie hierover de verklaring bij Matth. 7:8.

Lukas 11 vers 13

hemelse Vader Grieks die uit den hemel is.

Hertaald: hemelse Vader Grieks: Die uit de hemel is.

Lukas 11 vers 14

was stom Dat is, maakte den bezeten mens stom en ook blind, gelijk te zien is Matt. 12:22 .

Hertaald: was stom Dat is: hij maakte de bezeten man stom en ook blind, zoals te zien is in Matth. 12:22.

Lukas 11 vers 15

Beëlzebul, Anders, Beëlzebub. Zie daarvan Matt. 10:25 .

Hertaald: Beëlzebul, Anders: Beëlzebub. Zie daarover Matth. 10:25.

Lukas 11 vers 16

begeerden van Hem Grieks zochten.

Hertaald: begeerden van Hem Grieks: zochten.

uit den hemel Zie Matt. 16:1 .

Hertaald: uit den hemel Zie Matth. 16:1.

Lukas 11 vers 17

gedachten, Of, overleggingen.

Hertaald: gedachten, Of: overleggingen.

een huis, Grieks huis tegen huis; dat is tegen zichzelven; gelijk te zien is Matt. 12:25 .

Hertaald: een huis, Grieks: huis tegen huis; dat is: tegen zichzelf, zoals te zien is in Matth. 12:25.

Lukas 11 vers 19

zonen uit? Zie Matt. 12:27 .

Hertaald: zonen uit? Zie Matth. 12:27.

rechters zijn Dat is, met hun doen en getuigenis u veroordelen.

Hertaald: rechters zijn Dat is: zij zullen u met hun doen en hun getuigenis veroordelen.

Lukas 11 vers 20

den vinger Gods de duivelen uitwerp, Dat is, door de kracht of Geest Gods, gelijk er staat Matt. 12:28 . Dergelijke manier van spreken zie Ex. 8:19 .

Hertaald: den vinger Gods de duivelen uitwerp, Dat is: door de kracht of de Geest van God, zoals er staat in Matth. 12:28. Zie een soortgelijke manier van spreken in Ex. 8:19.

Lukas 11 vers 21

hof bewaart, Of, paleis.

Hertaald: hof bewaart, Of: paleis.

al wat hij heeft Of, al zijne goederen.

Hertaald: al wat hij heeft Of: al zijn goederen.

vrede Dat is, in rust en zekerheid.

Hertaald: vrede Dat is: in rust en veiligheid.

Lukas 11 vers 22

roof uit Mattheüs zegt vaten; dat is huisraad.

Hertaald: roof uit Mattheüs zegt: vaten; dat is: huisraad.

Lukas 11 vers 23

met Mij niet is, Namelijk om Gods eer en de zaligheid der mensen te bevorderen; zie Marc. 9:40 .

Hertaald: met Mij niet is, Namelijk om Gods eer en de zaligheid van de mensen te bevorderen; zie Mark. 9:40.

Lukas 11 vers 24

Wanneer de onreine geest Zie hiervan de verklaring Matt. 12:43 , enz.

Hertaald: Wanneer de onreine geest Zie hierover de verklaring bij Matth. 12:43, enzovoort.

dorre plaatsen, Grieks waterloze, droge.

Hertaald: dorre plaatsen, Grieks: waterloze, droge.

Lukas 11 vers 25

met bezemen gekeerd en versierd Of, geveegd.

Hertaald: met bezemen gekeerd en versierd Of: geveegd.

Lukas 11 vers 28

Ja, zalig zijn degenen, Christus ontkent hier niet dat zijne moeder zalig is, maar leert dat hare en andere zaligheid niet voortkomt uit vleselijke geboorte, maar door het gehoor van het woord Gods met waar geloof aangenomen.

Hertaald: Ja, zalig zijn degenen, Christus ontkent hier niet dat Zijn moeder zalig is, maar Hij leert dat haar zaligheid en die van anderen niet voortkomt uit de vleselijke geboorte, maar door het horen van het Woord van God, dat met waar geloof aangenomen wordt.

Lukas 11 vers 30

gelijk Jonas den Ninevieten een teken geweest is, Zie hiervan de verklaring van Christus zelven, Matt. 12:40 .

Hertaald: gelijk Jonas den Ninevieten een teken geweest is, Zie hierover de verklaring van Christus Zelf, Matth. 12:40.

Lukas 11 vers 31

veroordelen; Namelijk door haar voorbeeld.

Hertaald: veroordelen; Namelijk door haar voorbeeld.

van de einden der aarde, Grieks uit.

Hertaald: van de einden der aarde, Grieks: uit.

meer dan Sálomo is hier Dat is, een die voortreffelijker is dan Salomo, zo van persoon als van ambt.

Hertaald: meer dan Sálomo is hier Dat is: Iemand Die voortreffelijker is dan Salomo, zowel wat Zijn persoon als wat Zijn ambt betreft.

Lukas 11 vers 33

het licht zien mogen Grieks het schijnsel.

Hertaald: het licht zien mogen Grieks: het schijnsel.

Lukas 11 vers 34

verlicht; Of, luchtig; zie Matt. 6:22 .

Hertaald: verlicht; Of: helder; zie Matth. 6:22.

Lukas 11 vers 35

Zie dan toe, Of, ziet dan, of niet het licht, hetwelk in u is, duisternis zij.

Hertaald: Zie dan toe, Of: zie dan toe dat het licht dat in u is geen duisternis is.

Lukas 11 vers 36

geheel verlicht zijn, Namelijk wat van u gedaan wordt, of voortkomt.

Hertaald: geheel verlicht zijn, Namelijk alles wat door u gedaan wordt of van u uitgaat.

Lukas 11 vers 37

bad Hem een zeker Farizeër, Grieks vraagde Hem.

Hertaald: bad Hem een zeker Farizeër, Grieks: vroeg Hem.

Lukas 11 vers 38

gewassen had Grieks gedoopt ware. Zie Marc. 7:4 .

Hertaald: gewassen had Grieks: gedoopt was. Zie Mark. 7:4.

Lukas 11 vers 39

het binnenste van u is vol van roof en boosheid Hetwelk verstaan kan worden, òf van de harten der Farizeën, òf van hunne schotels: gelijk uitgedrukt staat Matt. 23:25 .

Hertaald: het binnenste van u is vol van roof en boosheid Dat kan opgevat worden van de harten van de Farizeeën, of van hun schotels, zoals uitgedrukt staat in Matth. 23:25.

Lukas 11 vers 41

daarin is; Namelijk in den schotel, of hetgeen gij hebt, gelijk Luc. 19:8 , of hetgeen in u is; dat is, verandert uwe onrechtvaardigheid in gerechtigheid en weldadigheid tegen de armen; gelijk Dan. 4:27 .

Hertaald: daarin is; Namelijk in de schotel, of: wat u hebt, zoals Luk. 19:8, of: wat in u is. Dat is: verander uw onrechtvaardigheid in gerechtigheid en weldadigheid tegenover de armen, zoals Dan. 4:27.

alles is u rein Dat is, dan zult gij de spijs en drank met goede conscientie en dankzegging gebruiken mogen, 1 Tim. 4:4 ; Tit. 1:15 . Anders, zal u rein zijn.

Hertaald: alles is u rein Dat is: dan zult u de spijs en drank met een goed geweten en met dankzegging mogen gebruiken, 1 Tim. 4:4; Tit. 1:15. Anders: zal het u rein zijn.

Lukas 11 vers 42

vertient munte, Zie Matt. 23:23 .

Hertaald: vertient munte, Zie Matth. 23:23.

alle moeskruid, Dat is, allerlei.

Hertaald: alle moeskruid, Dat is: allerlei.

het oordeel en de liefde Gods Dat is, gerechtigheid en billijkheid tegen uwe naaste.

Hertaald: het oordeel en de liefde Gods Dat is: gerechtigheid en billijkheid tegenover uw naaste.

Lukas 11 vers 43

het voorgestoelte in de synagogen, Of, voorste zitting.

Hertaald: het voorgestoelte in de synagogen, Of: de voorste zitplaats.

Lukas 11 vers 44

niet openbaar zijn, Of verborgen, namelijk in de aarde.

Hertaald: niet openbaar zijn, Of: verborgen, namelijk in de aarde.

weten het niet Of, kennen ze niet.

Hertaald: weten het niet Of: kennen ze niet.

Lukas 11 vers 45

wetgeleerden, De schriftgeleerden waren ook wel wetgeleerden; dan het schijnt dat onder dezelven enigen waren, die in wetenschap uitstaken, en die dezen naam bijzonder voerden.

Hertaald: wetgeleerden, De schriftgeleerden waren ook wel wetgeleerden. Maar het lijkt erop dat er onder hen enkelen waren die in kennis uitmuntten en die deze naam in het bijzonder droegen.

Lukas 11 vers 48

dat gij mede behagen hebt Grieks en gij hebt mede behagen.

Hertaald: dat gij mede behagen hebt Grieks: en u hebt er mede behagen in.

bouwt hun graven Dat is, als gij hunne graven opbouwt, zo toont gij daarmede dat gij rechte kinderen zijt dergenen, die de profeten hebben gedood, Matt. 23:31 . En hoewel gij daarmede wilt schijnen uwer vaderen daad te misprijzen, zo blijkt nochtans uit den haat en de wreedheid, die gij bewijst tegen de rechtzinnige leraars, dat gij daarin uwen vaderen gelijk zijt; en zo gij in dien tijd geleefd hadt, dat gij hetzelfde ook aan de profeten zoudt hebben gedaan.

Hertaald: bouwt hun graven Dat is: wanneer u hun graven opbouwt, toont u daarmee dat u echte kinderen bent van hen die de profeten gedood hebben, Matth. 23:31. En hoewel u daarmee de schijn wilt wekken dat u de daad van uw vaderen afkeurt, blijkt toch uit de haat en de wreedheid die u tegenover de rechtzinnige leraars betoont dat u daarin aan uw vaderen gelijk bent — en dat u, als u in die tijd geleefd had, hetzelfde ook aan de profeten gedaan zou hebben.

Lukas 11 vers 49

zegt ook Of, heeft gezegd.

Hertaald: zegt ook Of: heeft gezegd.

de wijsheid Gods Dit spreekt Christus van zichzelven, alzo hij de eeuwige wijsheid des Vaders is, Spr. 8:1 , Spr. 8:22 ; 1 Kor. 1:24 , gelijk blijkt uit Matt. 23:34 .

Hertaald: de wijsheid Gods Dit zegt Christus over Zichzelf, aangezien Hij de eeuwige wijsheid van de Vader is, Spr. 8:1, Spr. 8:22; 1 Kor. 1:24, zoals blijkt uit Matth. 23:34.

Lukas 11 vers 50

dit geslacht afgeëist worde Zie Matt. 23:35 .

Hertaald: dit geslacht afgeëist worde Zie Matth. 23:35.

Lukas 11 vers 51

Zacharia, Van dezen Zacharia zie Matt. 23:35 .

Hertaald: Zacharia, Zie over deze Zacharia Matth. 23:35.

het huis Gods ; Dat is, de tempel, gelijk verklaard wordt Matt. 23:35 .

Hertaald: het huis Gods ; Dat is: de tempel, zoals verklaard wordt in Matth. 23:35.

Lukas 11 vers 52

den sleutel der kennis weggenomen; Deze sleutel is de rechte verklaring van Gods Woord, waardoor den mensen de ingang tot den hemel geopend wordt, welke geweerd zijnde, zo wordt deze ingang als toegesloten. Zie Matt. 23:13 .

Hertaald: den sleutel der kennis weggenomen; Deze sleutel is de juiste verklaring van Gods Woord, waardoor voor de mensen de ingang tot de hemel geopend wordt. Wanneer die verklaring geweerd wordt, is die ingang als het ware gesloten. Zie Matth. 23:13.

Lukas 11 vers 53

hard aan te houden, Of, heftiglijk op Hem toeleggen.

Hertaald: hard aan te houden, Of: heftig op Hem aan te dringen.

te doen spreken; Grieks uit den mond de woorden te halen.

Hertaald: te doen spreken; Grieks: Hem de woorden uit de mond te halen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Aanhoudend gebed  — Het volhardend, herhaald bidden; Lukas gebruikt in Luk. 11:8 het woord anaideia, "onbeschaamdheid" — het aandringen dat zich niet laat afwijzen

Lukas wijdt twee gelijkenissen aan dit ene punt, en beide staan alleen bij hem. De eerste volgt onmiddellijk op het Onze Vader: iemand klopt te middernacht bij een vriend aan om drie broden, en krijgt ze niet om de vriendschap maar "om zijner onbeschaamdheid wil" (Luk. 11:5-8). Daarop volgt de belofte: bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Daarbij staat de vergelijking van de aardse vader die zijn kind geen steen voor brood geeft, en de slotsom dat de hemelse Vader de Heilige Geest zal geven aan wie Hem bidden (Luk. 11:9-13). De tweede gelijkenis wordt uitdrukkelijk ingeleid met haar bedoeling: dat men altijd bidden moet en niet vertragen. Een weduwe blijft bij een onrechtvaardige rechter aandringen tot hij haar recht doet, en het besluit is een vraag: zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen (Luk. 18:1-8)?

Bijbelse betekenis: Beide gelijkenissen werken met een tegenstelling en niet met een vergelijking: God is níet als de onwillige vriend en níet als de onrechtvaardige rechter. Juist daarin ligt het argument — als zelfs zulke mensen door aandringen bewogen worden, hoeveel te meer een Vader. Het aanhouden verandert dus niet Gods gezindheid maar vormt de bidder. En let op wat in Luk. 11:13 belóofd wordt: niet alles wat men vraagt, maar de Heilige Geest — de gave die de bidder zelf niet zou hebben bedacht.

Typologie: De apostelen nemen dit onverkort over: bidt zonder ophouden (1 Thess. 5:17), en volhardt in het gebed, wakende daarin met dankzegging (Kol. 4:2). Paulus voegt eraan toe wie het volhouden mogelijk maakt: de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen, omdat wij niet weten wat wij bidden zullen (Rom. 8:26). En Christus, die deze gelijkenissen sprak, leeft altijd om voor ons te bidden (Hebr. 7:25). Het aanhoudend gebed rust dus niet op de kracht van de bidder maar op een Voorbidder die niet ophoudt.

Luk. 11:5-13; Luk. 18:1-8; Rom. 8:26; Kol. 4:2; 1 Thess. 5:17; Hebr. 7:25

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Meer dan Salomo is hier — 11:20-23, 29-32

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Hij heeft een stomme duivel uitgeworpen en de schare is verdeeld: sommigen zeggen dat Hij het door Beëlzebul doet, anderen vragen om een teken uit de hemel. Zijn antwoord bestaat uit twee delen, en beide gaan over wie Hij is.

Hij vergelijkt Zichzelf met twee mannen uit het Oude Testament en zegt beide keren dat er hier meer is.

**De sterke en de sterkere.** Eerst het beeld: een gewapende man bewaakt zijn hof en alles is in vrede — totdat er iemand komt die sterker is, hem overwint, zijn wapenrusting afneemt en zijn buit uitdeelt.

Dat is geen gelijkenis over inbraak maar over gezag. En de sleutel staat ervoor: “Maar indien Ik door den vinger Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.”

**Het teken dat gevraagd wordt.** Zij willen bewijs uit de hemel. Hij geeft er één, en het is een man in een vis: gelijk Jona de Ninevieten een teken geweest is, zo zal ook de Zoon des mensen zijn.

**De twee vergelijkingen.** En dan komen er twee namen achter elkaar, met dezelfde afsluiting.

De koningin van het Zuiden kwam van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen. En dan: “en ziet, meer dan Salomo is hier.”

De mannen van Nineve bekeerden zich op de prediking van Jona. En dan: “en ziet, meer dan Jonas is hier!”

**Waarom dit bij de ambten hoort.** Salomo is de koning met wijsheid; Jona is de profeet met een boodschap. In dit register lopen die twee als afzonderlijke lijnen door de Schrift: er komt een Koning uit Davids huis, en er komt een Profeet als Mozes naar Wie men horen moet.

Hier staat Iemand Die van beide zegt dat er meer is dan dat. Niet: net zo iemand. Meer.

**Het scherpst is wie het hoorden.** Een heidense koningin reisde maanden voor wijsheid, en een heidense stad bekeerde zich op één prediking. Zij worden hier als aanklagers opgeroepen tegen mensen die alles bij de hand hadden en om nog een teken vroegen.

  1. 1 Koningen 10:1 — De koningin van Scheba reist van ver om Salomo's wijsheid te horen.
  2. Jona 3:5 — Nineve bekeert zich op de prediking van één profeet.
  3. Lukas 11:20 — Door de vinger Gods worden hier duivelen uitgeworpen.
  4. Lukas 11:22 — De sterkere komt, ontwapent de sterke en deelt de buit uit.
  5. Lukas 11:31 — Meer dan Salomo is hier.
  6. Lukas 11:32 — En meer dan Jona is hier.

In het Nieuwe Testament: 1 Koningen 10:1-9; Jona 3:5; Deuteronomium 18:15; Mattheüs 12:40; 2 Samuël 7:12; Jesaja 11:2

Hoever dit reikt: Christus haalt hier Salomo en Jona zelf aan en zegt van beide dat er meer is; daarop rust het niveau. Wat het teken van Jona precies inhoudt, wordt bij Lukas niet uitgewerkt — Mattheüs verbindt het uitdrukkelijk met de drie dagen in het graf. Deze post gaat niet verder dan wat hier staat.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 11

Lukas 11:1.KruisverwijzingenLukas 22:39Lukas 9:18Psalmen 10:17Judas 1:20Lukas 9:28Lukas 6:12Romeinen 8:26Jakobus 4:2
— En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.
“En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.”

Het scheen deze discipel toe dat hij niet wist hoe hij bidden moest, nadat hij Christus had horen bidden. Het gebed van Jezus stond zo oneindig ver boven alles wat hij ooit bereikt had, dat hij zei: Heere, leer ons bidden.

En alsof hij voelde dat hij een grond nodig had om zo’n gewijd onderwijs te vragen, voegde hij eraan toe: gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.

Wij moeten allen voelen dat wij, als wij recht bidden zullen, door God geleerd moeten worden, door Zijn Heilige Geest. Wij zijn vol zwakheden, en is er een tijd waarop onze zwakheden het meest gevoeld worden, dan is het wanneer wij ons tot het gebed zetten. Maar “desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort”.

Laten wij dan dit gebed tot onze grote Leraar uitademen: Heere, leer ons bidden.

Lukas 11:2.KruisverwijzingenPrediker 5:2Mattheüs 6:62 Kronieken 20:6Psalmen 11:4Lukas 10:9Jesaja 63:16Daniël 2:44Psalmen 108:5
— En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
“En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.”

Wanneer wij in het gebed tot God komen, denken wij licht het eerst aan onze eigen noden. Maar kwamen wij zoals het behoort, in de geest van het kindschap, waarlijk zeggende: “Onze Vader, Die in de hemelen zijt!” — dan zouden wij ons gebed zó beginnen: “Uw Naam worde geheiligd.” Mogen alle mensen Uw heilige Naam eren en aanbidden.

Uw Koninkrijk kome. Wij zijn er niet mee tevreden dat U iets minder dan Koning zou zijn; de begeerte van ons hart is: regeer, genadige God, over ons en over alle mensen.

Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde. Uw wil geschiede, en niet de onze.

Lukas 11:3.KruisverwijzingenMattheüs 6:34Spreuken 30:8Mattheüs 6:11Exodus 16:15Johannes 6:27Jesaja 33:16
— Geef ons elken dag ons dagelijks brood.
“Geef ons elken dag ons dagelijks brood.”

Geef ons, o Heere, wat wij werkelijk nodig hebben; niet wat weelde zou zijn, maar wat noodzaak is. Geef ons, naar de behoefte van elke dag, wat wij dan werkelijk nodig hebben: ons dagelijks brood.

Wij hebben geen grond om in tijdelijke zaken veel meer te vragen dan dit. Zij zijn alle in deze bede begrepen, voor zover zij nodig zijn. Maar God heeft ons geen onbeperkte volmacht gegeven om rijkdom of eer te vragen, of iets anders van die gevaarlijke dingen. Er is geen kwaad in het vragen om brood, en dat zal Hij ons geven.

Lukas 11:4.KruisverwijzingenMattheüs 26:41Mattheüs 6:121 Korinthe 10:13Mattheüs 18:35Lukas 22:46Lukas 8:13Hosea 14:2Daniël 9:19
— En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
“En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.”

Ook wij moeten deze bede bidden. Ik meen niet dat onze Zaligmaker ooit een tijd voorzien heeft waarin Zijn discipelen op aarde niet meer zouden hoeven te bidden: vergeef ons onze zonden.

En dan: Heere, beproef en toets ons niet meer dan volstrekt nodig is, want wij vallen zo licht. Leid ons niet in verzoeking. Maar moeten wij verzocht worden, moet er door onze beproeving een goed doel gediend worden, laat het dan zo zijn. Maar o Heere, verlos ons van de boze — en vooral van de boze zelf. Laat ons in het uur van de verzoeking niet in zijn handen vallen.

Lukas 11:5-7.KruisverwijzingenLukas 18:1Lukas 13:25Galaten 6:17Lukas 7:6Mattheüs 25:10
— En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden; Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette; En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.
“En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden; Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette; En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.”

Deze man verkeerde in een droeve toestand. Zijn vriend was afgemat en hongerig, en hij was gewillig genoeg om hem te onthalen, maar hij had niets om hem voor te zetten. Zo handelt hij heel verstandig: hij gaat naar een vriend en vraagt hem drie broden te lenen.

En als de man buiten blijft kloppen, als hij niet weggaat zonder het brood dat hij voor zijn vriend hebben wil — wat zal er dan gebeuren?

Lukas 11:8.KruisverwijzingenLukas 18:1Kolossenzen 4:12Mattheüs 15:22Romeinen 15:30Genesis 32:262 Korinthe 12:8Kolossenzen 2:1
— Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.
“Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.”

Zie de kracht van het aanhoudende gebed. En u, geliefden, kunt alles krijgen wat u werkelijk nodig hebt, voor uzelf of voor anderen, als u er maar op de juiste wijze om vraagt.

Roept u elk vermogen van uw wezen op? Besluit u te pleiten, en te pleiten, en telkens weer opnieuw te pleiten, en nooit nee als antwoord te nemen? Dan zal de begeerte van uw hart u gegeven worden.

Lukas 11:9-10.KruisverwijzingenMarkus 11:24Johannes 16:23Mattheüs 21:22Johannes 15:16Johannes 15:71 Johannes 5:14Johannes 14:131 Johannes 3:22
— En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
“En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.”

Maar schijnt het bidden bij God niets uit te richten, zoek dan. En vindt u een tijdlang niets, kom dan dichterbij en klop.

Er zijn verschillende manieren van bidden, en elk daarvan past bij een bepaalde toestand waarin u verkeren kunt. Gebruik dus die manier waartoe de Heilige Geest u leidt, en gebruik alle manieren tot u overwint.

Lukas 11:11-13.KruisverwijzingenMattheüs 7:11Johannes 4:10Mattheüs 7:9Jesaja 49:15Ezechiël 36:27Hebreeën 12:9Romeinen 8:32Romeinen 7:18
— En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven? Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?
“En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven? Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?”

Er waren in die dagen veel stenen die er verbazend veel uitzagen als het brood dat men in het oosten gebruikte. Maar zou een vader zijn zoon bespotten door hem zo’n steen te geven om zijn tanden op te breken, in plaats van brood dat hij eten kon? Nooit.

Hebt u de Heilige Geest, dan hebt u in wezen alle goede gaven. Want de Geest is het onderpand van de liefde van God en de waarborg van de vreugden die komen zullen. En Hij brengt alles mee wat voor u nodig en goed is.

Lukas 11:14.KruisverwijzingenMattheüs 9:32Markus 7:32Mattheüs 12:22
— En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.
“En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.”

Deze arme man kon het onderwijs van de Zaligmaker dus niet gehoorzamen. Hij kón niet bidden, want hij stond onder de invloed van een stomme duivel. Hoevelen van dat slag zijn er nog in de wereld! Zij kunnen niet met God spreken, zij hebben nooit leren bidden, want zij zijn van een stomme duivel bezeten.

Wanneer de duivel door Christus uit mensen gedreven wordt, beginnen zij spoedig te bidden. Dat korte zinnetje — zie, hij bidt — was het teken van een nieuwe geboorte in Saulus van Tarsen.

De HEERE geve dat sommigen hier, die van een stomme geest bezeten geweest zijn, genadig tot bidden geleid mogen worden! Bedenk, lieve vriend, dat God uw gebed hoort de eerste keer dat u Hem aanroept. Er is een tekst die zegt: “eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen”.

Lukas 11:15-16.KruisverwijzingenMattheüs 9:34Johannes 8:52Johannes 8:48Markus 3:22Johannes 7:20Mattheüs 12:24Lukas 11:18Mattheüs 10:25
— Maar sommigen van hen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door Beelzebul, den overste der duivelen. En anderen, Hem verzoekende, begeerden van Hem een teken uit den hemel.
“Maar sommigen van hen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door Beelzebul, den overste der duivelen. En anderen, Hem verzoekende, begeerden van Hem een teken uit den hemel.”

Men zou nauwelijks gedacht hebben dat zij zo ver zouden gaan. Maar wanneer mensen Christus haten, is er niets dat zij niet tegen Hem zeggen zullen.

Het is geen reden tot verbazing wanneer er grote ketterijen opkomen, want die zijn de natuurlijke vrucht van de vijandschap van de mens tegen Christus en Zijn waarheid. Mensen in zo’n gemoedsgesteldheid zullen van alles zeggen; zij zullen gedachten uiten waarvan u zich niet had kunnen voorstellen dat zij in een menselijk brein opkwamen. Het is de vijandschap van het hart tegen Christus die deze godslastering van de tong voortbrengt.

Zij konden geen vuiler leugen uitspreken dan deze. En hebben zij de Heere Jezus Christus zo belasterd, dan hoeven wij ons niet te verbazen als men kwaad van óns spreekt.

En toch hadden zij een heel treffend teken in de stomme duivel die uit de man geworpen werd; wat duidelijker teken hadden zij kunnen krijgen? Het is alsof zij zeggen: dit werk doet U van beneden; doe nu eens iets dat werkelijk van boven is. Zij moeten geweten hebben dat het uitwerpen van de duivel uit de hemel was, want satan zou satan nooit uitwerpen.

Lukas 11:17-18.KruisverwijzingenMattheüs 9:4Mattheüs 12:26Mattheüs 12:252 Kronieken 10:16Openbaring 2:23Markus 3:23Jesaja 19:2Jesaja 9:20
— Maar Hij, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een huis, tegen zichzelf verdeeld zijnde, valt. Indien nu ook de satan tegen zichzelven verdeeld is, hoe zal zijn rijk bestaan? Dewijl gij zegt, dat Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp.
“Maar Hij, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een huis, tegen zichzelf verdeeld zijnde, valt. Indien nu ook de satan tegen zichzelven verdeeld is, hoe zal zijn rijk bestaan? Dewijl gij zegt, dat Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp.”

Werpt satan satan uit, dan zou zijn koninkrijk spoedig een einde nemen.

Let erop hoe kalm de Zaligmaker deze spotters en vitters tegemoet trad. Er is geen spoor van toorn in Zijn woorden. Zij zeiden het ergste wat zij over Hem en Zijn werk zeggen konden. En toch sloot Hij op de koelste manier die er is hun mond in het zwijgen van de schaamte.

God geve ons genade om kalm en sterk te zijn, ook wanneer wij het felst aangevallen worden! Het is wanneer wij ons haasten en ons opwinden dat wij zwak worden.

Het is een troost voor ons te weten dat de dwaling heel kwetsbaar is; er is altijd een zwakke plek aan. In dit geval liet Christus haar toe haar angel tegen zichzelf te keren.

Lukas 11:19-23.KruisverwijzingenMattheüs 12:30Exodus 8:19Markus 3:27Mattheüs 12:29Lukas 9:50Lukas 9:49Jesaja 49:24Jesaja 53:12
— En indien Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze uw zonen uit? Daarom zullen dezen uw rechters zijn. Maar indien Ik door den vinger Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen. Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede. Maar als een daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, daar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit. Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit.
“En indien Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze uw zonen uit? Daarom zullen dezen uw rechters zijn. Maar indien Ik door den vinger Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen. Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede. Maar als een daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, daar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit. Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit.”

Sommige van deze mannen hadden zonen die werkelijk duivelen uitwierpen, omdat zij discipelen van Christus waren. Anderen gaven voor het te doen als bezweerders, en maakten aanspraak op een macht die zij niet bezaten. In beide gevallen was het betoog goed tegenover de tegenwerpers.

Christus had geen verbond met de machten van de duisternis gesloten. Hij wierp de demonen niet uit met hulp van de duivel; het was ongerijmd dat te denken. Hij bestreed hen en wierp hen uit door Zijn eigen goddelijke, almachtige kracht.

Lukas 11:24-26.KruisverwijzingenMattheüs 12:43Psalmen 63:11 Petrus 5:8Job 1:7Job 2:2Judas 1:82 Thessalonicenzen 2:9Psalmen 81:11
— Wanneer de onreine geest van den mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben. En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd. Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven anderen geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste.
“Wanneer de onreine geest van den mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben. En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd. Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven anderen geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste.”

Een huis dat leeg is en met bezemen gekeerd, maar waar Christus niet woont, is nog altijd een woning voor de duivel. Een enkel schoonmaken is niet genoeg; er moet een nieuwe Bewoner intrekken.

Lukas 11:29-32.Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:1Lukas 11:16Lukas 12:1Mattheüs 12:38Markus 8:11Jona 1:171 Koningen 10:1Mattheüs 23:34
— En als de scharen dicht bijeenvergaderden, begon Hij te zeggen: Dit is een boos geslacht; het verzoekt een teken, en hetzelve zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet. Want gelijk Jonas den Ninevieten een teken geweest is, alzo zal ook de Zoon des mensen zijn dezen geslachte. De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met de mannen van dit geslacht, en zal ze veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier. De mannen van Nineve, zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!
“En als de scharen dicht bijeenvergaderden, begon Hij te zeggen: Dit is een boos geslacht; het verzoekt een teken, en hetzelve zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet. Want gelijk Jonas den Ninevieten een teken geweest is, alzo zal ook de Zoon des mensen zijn dezen geslachte. De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met de mannen van dit geslacht, en zal ze veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier. De mannen van Nineve, zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!”

Er zijn tekenen gegeven die geen geloof werkten in wie ze zagen. Er is geen noodzakelijk verband tussen het zien van tekenen en het geloven van wat die tekenen aanwijzen.

Israel zag in de woestijn grote wonderen door de HEERE hun God gewrocht, en toch kwamen zij om in ongeloof. Farao is een nog opmerkelijker voorbeeld.

Wat een tekenen en wonderen wrocht God in de velden van Zoan! Hoe werd de Nijl rood van bloed, en heel Egypte met weeklacht vervuld! De HEERE veranderde het stof van het land in luizen en de as in plagen. Hij bracht kikvorsen in hun kamers, en sprinkhanen verslonden hun akkers. Hij verduisterde de hemel op de middag en overstroomde hen met hagel en regen zoals het land nooit gezien had. Een zware ziekte viel op hun vee en de dood op hun eerstgeborenen.

En toch verzachtten al de wonderen die God wrocht het hart van Farao niet. Al beefde hij een tijdlang, hij verstaalde zich tegen de God van Israel.

Geloven wij Mozes en de profeten niet? Geloven wij niet in Jezus Christus, met de getuigenissen die al voor ons liggen? Dan zouden wij ook niet geloven als er iemand uit de doden opstond, of al werden alle plagen van Egypte tienvoudig over ons herhaald. Er is geen noodzakelijk verband tussen het zien van wonderen en het geloven in God.

Lukas 11:37-38.KruisverwijzingenLukas 7:36Lukas 14:1Mattheüs 15:2Johannes 3:25Markus 7:21 Korinthe 9:19
— Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan. En de Farizeer, dat ziende, verwonderde zich, dat Hij niet eerst, voor het middagmaal, Zich gewassen had.
“Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan. En de Farizeer, dat ziende, verwonderde zich, dat Hij niet eerst, voor het middagmaal, Zich gewassen had.”

Het was voor de omstanders dikwijls een voorwerp van verwondering dat Christus onder tollenaars en zondaars ging. Maar is het geen groter wonder dat Hij onder farizeeën ging?

Nodigden zij Hem bij zich aan huis, dan was dat gewoonlijk omdat zij hoopten Hem in Zijn woorden te verstrikken. En toch is de neerbuiging van onze Meester zo groot dat Hij telkens weer inging en aanzat.

De farizeeër verwonderde zich, niet omdat de handen van Christus wassing nodig hadden, maar omdat het de gewoonte van de farizeeën was vóór het eten te wassen. En onze Heere brak met hun gewoonten zoals Hij dat gewoon was te doen, want Hij gaf niets om hun eigen bedenksels.

Lukas 11:39-41.KruisverwijzingenLukas 12:33Lukas 12:20Lukas 16:91 Korinthe 15:36Spreuken 19:172 Korinthe 8:7Daniël 4:27Spreuken 14:31
— En de Heere zeide tot hem: Nu gij Farizeen, gij reinigt het buitenste des drinkbekers en des schotels; maar het binnenste van u is vol van roof en boosheid. Gij onverstandigen! Die het buitenste heeft gemaakt, heeft Hij ook niet het binnenste gemaakt? Doch geeft tot aalmoes, hetgeen daarin is; en ziet, alles is u rein.
“En de Heere zeide tot hem: Nu gij Farizeen, gij reinigt het buitenste des drinkbekers en des schotels; maar het binnenste van u is vol van roof en boosheid. Gij onverstandigen! Die het buitenste heeft gemaakt, heeft Hij ook niet het binnenste gemaakt? Doch geeft tot aalmoes, hetgeen daarin is; en ziet, alles is u rein.”

Het is alsof Hij zegt: het ene heeft evenzeer wassing nodig als het andere. U bent zo zorgvuldig voor uw handen; wilt u niet zorgvuldiger zijn voor uw hart?

En dan: bent u vol liefde tot uw medemensen, en maakt u er een gewoonte van hen te helpen? Dan hebt u uw hart van de zelfzucht gereinigd, en dan hebt u zich werkelijk gewassen.

Lukas 11:42-44.KruisverwijzingenMattheüs 23:23Lukas 18:12Lukas 20:46Micha 6:8Markus 12:38Mattheüs 23:27Deuteronomium 10:12Maleachi 3:8
— Maar wee u, Farizeen, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten. Wee u, Farizeen, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt gelijk de graven, die niet openbaar zijn, en de mensen, die daarover wandelen, weten het niet.
“Maar wee u, Farizeen, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten. Wee u, Farizeen, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt gelijk de graven, die niet openbaar zijn, en de mensen, die daarover wandelen, weten het niet.”

Hoevelen zijn er in deze dagen die heel nauwgezet zijn in heel kleine dingen, maar heel zorgeloos in grote dingen! Zij zouden de regel van hun kerkgenootschap of hun partij voor geen goud schenden, maar de wet van God telt bij hen weinig.

Zij hadden er ook een welgevallen aan Rabbi genoemd te worden, geleerde leraars van de wet. Elke titel die hen groot deed schijnen was hun heel zoet.

Niemand dan Christus wist hoe laag zij waren. Zij waren schoon om te zien, maar Hij wist dat zij op een schandelijke wijze huichelachtig waren, en daarom stelde Hij hen aan de kaak.

Ach lieve vrienden, het grote punt is genade in het hart te hebben, het goddelijke licht binnen in de ziel. En hebben wij dat niet, dan is een schone belijdenis ijdel, en is alles ijdel wat van de mens komt. Zullen wij zalig worden, dan moeten wij de genade hebben die van God alleen komt.

Lukas 11:45-46.KruisverwijzingenJeremia 6:10Jeremia 20:8Lukas 11:52Mattheüs 22:35Johannes 7:48Lukas 11:46Amos 7:10Johannes 9:40
— En een van de wetgeleerden, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! als Gij deze dingen zegt, zo doet Gij ook ons smaadheid aan. Doch Hij zeide: Wee ook u, wetgeleerden! want gij belast de mensen met lasten, zwaar om te dragen, en zelven raakt gij die lasten niet aan met een van uw vingeren.
“En een van de wetgeleerden, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! als Gij deze dingen zegt, zo doet Gij ook ons smaadheid aan. Doch Hij zeide: Wee ook u, wetgeleerden! want gij belast de mensen met lasten, zwaar om te dragen, en zelven raakt gij die lasten niet aan met een van uw vingeren.”

Er was tussen de schriftgeleerden en farizeeën en de wetgeleerden geen groot verschil, zoals deze man kennelijk bemerkte, en zoals ook onze Heere spoedig bevestigde.

Hun voorschriften over zedelijke en ceremoniële onderhoudingen waren als geweldige takkenbossen of verpletterende lasten, samengebonden tot een gewicht dat voor niemand te dragen was. Veel van die regels waren op zichzelf al zwaar genoeg; maar bij elkaar vormden zij een juk dat het volk noch hun vaderen dragen kon.

De schriftgeleerden, de farizeeën en de wetgeleerden stapelden die grote last op hen. Maar zij hielpen hen die last niet dragen, en zij boden ook niet aan er iets van weg te nemen.

Lukas 11:47-48.KruisverwijzingenMattheüs 23:291 Thessalonicenzen 2:15Handelingen 7:512 Kronieken 36:16Job 15:6Mattheüs 23:31Psalmen 64:8Jozua 24:22
— Wee u, want gij bouwt de graven der profeten, en uw vaders hebben dezelve gedood. Zo getuigt gij dan, dat gij mede behagen hebt aan de werken uwer vaderen; want zij hebben ze gedood, en gij bouwt hun graven.
“Wee u, want gij bouwt de graven der profeten, en uw vaders hebben dezelve gedood. Zo getuigt gij dan, dat gij mede behagen hebt aan de werken uwer vaderen; want zij hebben ze gedood, en gij bouwt hun graven.”

Zij gaven voor zoveel achting voor de heilige mannen van het verleden te hebben. Zij konden hen niet in persoon eren, en dus richtten zij hun gedenktekenen op en versierden zij hun rustplaatsen met tekenen van eerbied.

Uit hun eigen mond veroordeelde onze Heere deze huichelaars. Het is alsof Jezus tot hen zegt: u belijdt de zonen te zijn van de moordenaars van de profeten. Die erkenning draagt veel meer in zich dan u zich voorstelt. U bent hun zonen, niet alleen naar de geboorte maar ook naar de gelijkenis; u bent waarachtige kinderen van hen die de profeten doodden. Had u in hun dagen geleefd, dan zou u de misdaden bedreven hebben die u nu voorgeeft te veroordelen.

Lukas 11:49-51.Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:30Kolossenzen 2:3Hebreeën 11:41 Johannes 3:12Mattheüs 23:352 Kronieken 24:20Jeremia 7:28Zacharia 1:1
— Waarom ook de wijsheid Gods zegt: Ik zal profeten en apostelen tot hen zenden, en van die zullen zij sommigen doden, en sommigen zullen zij uitjagen; Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af. Van het bloed van Abel, tot het bloed van Zacharia, die gedood is tussen het altaar en het huis Gods; ja, zeg Ik u, het zal afgeeist worden van dit geslacht!
“Waarom ook de wijsheid Gods zegt: Ik zal profeten en apostelen tot hen zenden, en van die zullen zij sommigen doden, en sommigen zullen zij uitjagen; Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af. Van het bloed van Abel, tot het bloed van Zacharia, die gedood is tussen het altaar en het huis Gods; ja, zeg Ik u, het zal afgeeist worden van dit geslacht!”

De verwoesting van Jeruzalem was verschrikkelijker dan iets wat de wereld ooit aanschouwd heeft, ervoor of erna. Zelfs Titus scheen in zijn wrede werk de hand van een wrekend God te zien. Waarlijk, het bloed van de martelaren werd ruimschoots gewroken toen de hele stad een waar bloedveld werd.

Het was voordat dat geslacht voorbijgegaan was dat Jeruzalem belegerd en verwoest werd. Er was een voldoende tussentijd voor de volle verkondiging van het evangelie door de apostelen en evangelisten van de vroege christelijke gemeente. En er was tijd voor het uitvergaderen van hen die de gekruisigde Christus als hun ware Messias erkenden. Toen kwam het ontzettende einde, dat de Zaligmaker voorzag en voorzei.

Lukas 11:52.KruisverwijzingenMattheüs 23:13Maleachi 2:7Johannes 7:47Handelingen 4:17Lukas 11:45Handelingen 5:40Johannes 9:24Lukas 19:39
— Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt den sleutel der kennis weggenomen; gijzelven zijt niet ingegaan, en die ingingen, hebt gij verhinderd.
“Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt den sleutel der kennis weggenomen; gijzelven zijt niet ingegaan, en die ingingen, hebt gij verhinderd.”

Dit wee-roepen lijkt op dat over de huichelachtige schriftgeleerden en farizeeën, en het was een verschrikkelijke aanklacht om tegen hen in te brengen door Hem Die hun hart lezen kon.

Zij hadden mensen in het Koninkrijk moeten helpen; in plaats daarvan hinderden zij wie ingingen. Zijn er tegenwoordig geen valse leraars die struikelstenen in plaats van opstapstenen leggen op de weg van wie het Koninkrijk der hemelen ingaan?

Lukas 11:53-54.KruisverwijzingenMarkus 12:13Mattheüs 22:15Mattheüs 22:35Mattheüs 22:18Psalmen 56:5Psalmen 37:32Markus 3:2Lukas 20:27
— En als Hij deze dingen tot hen zeide, begonnen de Schriftgeleerden en Farizeen hard aan te houden, en Hem van vele dingen te doen spreken; Hem lagen leggende, en zoekende iets uit Zijn mond te bejagen, opdat zij Hem beschuldigen mochten.
“En als Hij deze dingen tot hen zeide, begonnen de Schriftgeleerden en Farizeen hard aan te houden, en Hem van vele dingen te doen spreken; Hem lagen leggende, en zoekende iets uit Zijn mond te bejagen, opdat zij Hem beschuldigen mochten.”

Zo bewezen zij de waarheid van de beschuldigingen die Hij tegen hen ingebracht had. Maar al hun aanslagen en vallen waren tevergeefs, tot het uur gekomen was dat Zijn grote offer op Golgotha gebracht zou worden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Bid en je zult ontvangen

Voor Iedere Dag

Let op, het geluid van het hulpgeroep van de dochter van mijn volk, uit een zeer ver land: Is de HEERE dan niet in Sion, of is haar…

Veeleer zijn zij zalig die het Woord van God horen en het bewaren

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Het gebeurde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de menigte haar stem verhief en tegen Hem zei: Zalig…

Blijf in het licht

Met Spurgeon Het Jaar Door

Indien dan uw lichaam geheel verlicht is, niet hebbende enig deel dat duister is, zo zal het geheel verlicht zijn. Lukas 11:36 Alles wat u verlangt, hoopt, vreest en nastreeft, moet…

Een kwalijke aard

Met Spurgeon Het Jaar Door

Indien dan uw lichaam geheel verlicht is, niet hebbende enig deel dat duister is, zo zal het geheel verlicht zijn. Lukas 11:36 We hebben het licht nodig zodat het over…

Wandelen in het licht

Met Spurgeon Het Jaar Door

De kaars des lichaams is het oog; wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele…

Zo is ook uw gehele lichaam verlicht

Met Spurgeon Het Jaar Door

De kaars des lichaams is het oog; wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele…

Het licht van het heerlijk Evangelie

Met Spurgeon Het Jaar Door

En niemand die een kaars ontsteekt, zet die in het verborgene noch onder een korenmaat, maar op een kandelaar, opdat degenen die inkomen, het licht zien mogen. Lukas 11:33 De krachtige daden…

Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Lukas 11:4 Wat ons in gebed geleerd wordt te zoeken…

Satan uitgedreven door de sterkere

Preken

Een preek uitgesproken op zondagochtend 3 augustus 1890, door C. H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content