Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 10

1 En na dezen stelde de Heere nog andere zeventig, en zond hen heen voor Zijn aangezicht, twee en twee, in iedere stad en plaats, daar Hij komen zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En naG3326 dezenG5023 steldeG322 de HeereG2962 nog andere zeventigG1440, en zondG649 henG846 heen voor Zijn aangezichtG4383, twee en twee, inG1519 iedereG3956 stadG4172 en plaatsG5117, daar HijG846 komenG2064 zou. En na dezen stelde de Heere nog andere zeventig, en zond hen heen voor Zijn aangezicht, twee en twee, in iedere stad en plaats, daar Hij komen zou.

Ook in dit vers tweeG303 tweeG1417

KJV After1 these things the Lord6 appointed4 other8 seventy9 also,7 and10 sent11 them12 two13 and two14 before15 his17 face16 into18 every19 city20 and21 place,22 whither23 he himself25 would24 come.

1 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 ανεδειξεν G322 stelde, wijs appoint, shew 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ετερους G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 9 εβδομηκοντα G1440 zeventig, zeventigen seventy, three score and ten 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ανα G303 twee, geschiede, midden and, apiece, by, each, every (man), in, through 14 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 15 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 16 προσωπου G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 πολιν G4172 stad, steden city 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 23 ου G3757 waar where(-in), whither(-soever) 24 εμελλεν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 25 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 ερχεσθαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hij zeide dan tot hen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Hij zeideG3004 dan totG4314 henG846: De oogstG2326 is wel groot, maarG1161 de arbeidersG2040 zijn weinigeG3641; daarom, bidtG1189 den HeereG2962 des oogstesG2326, dat HijG846 arbeidersG2040 inG1519 Zijn oogstG2326 uitstoteG1544. Hij zeide dan tot hen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.

KJV Therefore2 said he1 unto3 them,4 The harvest7 truly6 is great,8 but10 the labourers11 are few:12 pray ye13 therefore14 the Lord16 of the harvest,18 that19 he would send forth20 labourers21 into22 his25 harvest.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 7 θερισμος G2326 oogst, oogstes, oogsten harvest 8 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 εργαται G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 12 ολιγοι G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 13 δεηθητε G1189 bid, biddende, gebeden beseech, pray (to), make request 14 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θερισμου G2326 oogst, oogstes, oogsten harvest 19 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 20 εκβαλλη G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 21 εργατας G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 22 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θερισμον G2326 oogst, oogstes, oogsten harvest 25 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Gaat henen; ziet, Ik zend u als lammeren in het midden der wolven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Gaat henen; zietG3708, IkG1473 zendG649 uG4771 alsG5613 lammerenG704 inG1722 het middenG3319 der wolvenG3074. Gaat henen; ziet, Ik zend u als lammeren in het midden der wolven.

KJV Go your ways:1 behold, I3 send4 you forth as6 lambs7 among8 wolves.

1 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 εγω G1473 mij, ik I, me 4 αποστελλω G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 5 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 7 αρνας G704 lammeren lamb 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 10 λυκων G3074 wolven, wolf wolf
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Draagt geen buidel, noch male, noch schoenen; en groet niemand op den weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 DraagtG941 geenG3361 buidelG905, noch maleG4082, noch schoenenG5266; enG2532 groetG782 niemandG3367 opG2596 den wegG3598. Draagt geen buidel, noch male, noch schoenen; en groet niemand op den weg.

KJV Carry2 neither1 purse,3 nor4 scrip,5 nor6 shoes:7 and8 salute13 no man9 by10 the way.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 βασταζετε G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 3 βαλαντιον G905 buidel, buidels bag, purse 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 πηραν G4082 male scrip 6 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 7 υποδηματα G5266 schoenen, schoenriem shoe 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 μηδενα G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 10 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 13 ασπασησθε G782 Groet, groeten, groet embrace, greet, salute, take leave
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En in wat huis gij zult ingaan, zegt eerst: Vrede zij dezen huize!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG1161 inG1519 watG3739 huisG3614 gij zult ingaanG1525, zegtG3004 eerstG4412: VredeG1515 zij dezenG5129 huizeG3624! En in wat huis gij zult ingaan, zegt eerst: Vrede zij dezen huize!

KJV And3 into1 whatsoever2 house5 ye enter,6 first7 say,8 Peace9 be to this house.

1 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 2 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 5 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 6 εισερχησθε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 8 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οικω G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 12 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En indien aldaar een zoon des vredes is, zo zal uw vrede op hem rusten; maar indien niet, zo zal uw vrede tot u wederkeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En indien aldaar een zoonG5207 des vredesG1515 isG1510, zo zal uw vredeG1515 opG1909 hemG846 rustenG1879; maarG1161 indien niet, zo zal uw vrede totG1909 uG4771 wederkerenG344. En indien aldaar een zoon des vredes is, zo zal uw vrede op hem rusten; maar indien niet, zo zal uw vrede tot u wederkeren.

KJV And1 if2 the son10 of peace11 be there,5 your peace16 shall rest12 upon13 it:14 if not,20 it shall turn23 to21 you again.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 4 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 ειρηνης G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 12 επαναπαυσεται G1879 rust, rusten rest in (upon) 13 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 19 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 20 μηγε G1490 anders, Anderszins, anderszins (or) else, if (not, otherwise), otherwise 21 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 22 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 23 ανακαμψει G344 wederkeren, keren (re-)turn
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En blijft in datzelve huis, etende en drinkende, hetgeen van hen voorgezet wordt; want de arbeider is zijn loon waardig; gaat niet over van het ene huis in het andere huis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En blijftG3306 in datzelve huisG3614, etendeG2068 en drinkendeG4095, hetgeen van henG846 voorgezet wordt; wantG1063 de arbeiderG2040 is zijn loonG3408 waardigG514; gaat nietG3361 over vanG1537 het ene huisG3614 in het andere huisG3614. En blijft in datzelve huis, etende en drinkende, hetgeen van hen voorgezet wordt; want de arbeider is zijn loon waardig; gaat niet over van het ene huis in het andere huis.

KJV And3 in1 the same2 house5 remain,6 eating7 and8 drinking9 such things as11 they12 give: for14 the labourer16 is worthy13 of his19 hire.18 Go22 not21 from23 house24 to25 house.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 6 μενετε G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 7 εσθιοντες G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 πινοντες G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 αξιος G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 14 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εργατης G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μισθου G3408 loon hire, reward, wages 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 22 μεταβαινετε G3327 overgegaan, Vertrek, gegaan depart, go, pass, remove 23 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 24 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 25 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 26 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En in wat stad gij zult ingaan, en zij u ontvangen, eet hetgeen ulieden voorgezet wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En inG1519 watG3739 stadG4172 gijG4771 zult ingaanG1525, en zij uG4771 ontvangenG1209, eetG2068 hetgeen ulieden voorgezetG3908 wordt. En in wat stad gij zult ingaan, en zij u ontvangen, eet hetgeen ulieden voorgezet wordt.

KJV And1 into2 whatsoever4 city6 ye enter,7 and8 they receive9 you, eat such things11 as are set before13 you:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 3 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 4 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 5 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 6 πολιν G4172 stad, steden city 7 εισερχησθε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 δεχωνται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 10 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εσθιετε G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 παρατιθεμενα G3908 voorgesteld, voorleggen, beveel allege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before 14 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En geneest de kranken, die daarin zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG2532 geneestG2323 de krankenG772, die daarin zijn, enG2532 zegtG3004 tot henG846: Het KoninkrijkG932 GodsG2316 is nabijG1909 uG4771 gekomen. En geneest de kranken, die daarin zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen.

KJV And1 heal2 the sick6 that are therein,4 and7 say8 unto them,5 The kingdom14 of God16 is come nigh10 unto11 you.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 θεραπευετε G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ασθενεις G772 zwak, zwakken, krank more feeble, impotent, sick, without strength, weak(-er, -ness, thing) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ηγγικεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 11 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 13 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar in wat stad gij zult ingaan, en zij u niet ontvangen, uitgaande op haar straten, zo zegt:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 MaarG1161 inG1519 watG3739 stadG4172 gij zult ingaanG1525, en zij u nietG3361 ontvangenG1209, uitgaandeG1831 opG1519 haarG846 stratenG4113, zo zegtG2036: Maar in wat stad gij zult ingaan, en zij u niet ontvangen, uitgaande op haar straten, zo zegt:

KJV But3 into1 whatsoever2 city5 ye enter,6 and7 they receive9 you not,8 go your ways out11 into12 the streets14 of the same,15 and say,

1 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 2 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 5 πολιν G4172 stad, steden city 6 εισερχησθε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 δεχωνται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 10 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εξελθοντες G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πλατειας G4113 straten, straat street 15 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ook het stof, dat uit uw stad aan ons kleeft, schudden wij af op ulieden; nochtans zo weet dit, dat het Koninkrijk Gods nabij u gekomen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 OokG2532 het stofG2868, dat uitG1537 uw stadG4172 aan ons kleeftG2853, schuddenG631 wij af op ulieden; nochtans zo weet ditG3778, dat het KoninkrijkG932 GodsG2316 nabijG1909 uG4771 gekomen is. Ook het stof, dat uit uw stad aan ons kleeft, schudden wij af op ulieden; nochtans zo weet dit, dat het Koninkrijk Gods nabij u gekomen is.

KJV Even1 the very dust3 of7 your city,9 which2 cleaveth5 on us, we do wipe off11 against you: notwithstanding13 be ye sure15 of this, that16 the kingdom21 of God23 is come nigh17 unto18 you.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κονιορτον G2868 stof dust 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κολληθεντα G2853 voegen, aanhangt, hangt cleave, join (self), keep company 6 ημιν G1473 mij, ik I, me 7 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πολεως G4172 stad, steden city 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 απομασσομεθα G631 schudden wipe off 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 14 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 γινωσκετε G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 ηγγικεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 18 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 19 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Ik zeg u, dat het dien van Sodom verdragelijker wezen zal in dien dag, dan dezelve stad.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG1161 Ik zegG3004 uG4771, datG3754 het dienG1565 van SodomG4670 verdragelijkerG414 wezenG1510 zal inG1722 dienG1565 dagG2250, dan dezelve stadG4172. En Ik zeg u, dat het dien van Sodom verdragelijker wezen zal in dien dag, dan dezelve stad.

KJV But2 I say1 unto you, that4 it shall be more tolerable10 in6 that9 day8 for Sodom,5 than12 for that15 city.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 σοδομοις G4670 Sodom, Sodoma Sodom 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 9 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 10 ανεκτοτερον G414 verdragelijker more tolerable 11 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πολει G4172 stad, steden city 15 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaida, want zo in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn, zij zouden eertijds, in zak en as zittende, zich bekeerd hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WeeG3759 uG4771, ChorazinG5523, weeG3759 uG4771, BethsaidaG966, wantG3754 zoG1487 inG1722 TyrusG5184 enG2532 SidonG4605 de krachtenG1411 geschiedG1096 waren, die in uG4771 geschiedG1096 zijn, zij zouden eertijdsG3819, inG1722 zakG4526 enG2532 asG4700 zittendeG2521, zich bekeerdG3340 hebben. Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaida, want zo in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn, zij zouden eertijds, in zak en as zittende, zich bekeerd hebben.

KJV Woe1 unto thee, Chorazin!3 woe4 unto thee, Bethsaida!6 for7 if8 the mighty works15 had been done13 in9 Tyre10 and11 Sidon,12 which14 have been done17 in18 you, they had27 a great while ago20 repented, sitting26 in21 sackcloth23 and24 ashes.

1 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 2 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 3 χωραζιν G5523 Chorazin Chorazin 4 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 5 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 6 βηθσαιδα G966 Bethsaida Bethsaida 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τυρω G5184 Tyrus Tyre 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 σιδωνι G4605 Sidon, Sidonis Sidon 13 εγενοντο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 14 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 16 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 γενομεναι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 20 παλαι G3819 eertijds, lang, voortijds any while, a great while ago, (of) old, in time past 21 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 σακκω G4526 zak, zakken sackcloth 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 σποδω G4700 as ashes 26 καθημεναι G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 27 μετενοησαν G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Doch het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in het oordeel, dan ulieden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Doch het zal TyrusG5184 enG2532 SidonG4605 verdragelijkerG414 zijnG1510 inG1722 het oordeelG2920, danG2228 ulieden. Doch het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in het oordeel, dan ulieden.

KJV But1 it shall be more tolerable5 for Tyre2 and3 Sidon4 at7 the judgment,9 than10 for you.

1 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 2 τυρω G5184 Tyrus Tyre 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 σιδωνι G4605 Sidon, Sidonis Sidon 5 ανεκτοτερον G414 verdragelijker more tolerable 6 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κρισει G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En gij, Kapernaum, die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 gijG4771, KapernaumG2584, die tot den hemelG3772 toe verhoogdG5312 zijt, gij zult tot de helG86 toe nedergestotenG2601 worden. En gij, Kapernaum, die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden.

KJV And1 thou,2 Capernaum,3 which4 art exalted8 to5 heaven,7 shalt be thrust down11 to9 hell.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 3 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 8 υψωθεισα G5312 verhoogd, verhogen, verhoogt exalt, lift up 9 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 10 αδου G86 hel grave, hell 11 καταβιβασθηση G2601 nedergestoten bring (thrust) down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Wie uG4771 hoortG191, die hoortG191 MijG1473; en wie uG4771 verwerptG114, die verwerptG114 Mij; en wie MijG1473 verwerptG114, die verwerptG114 Dengene, Die MijG1473 gezondenG649 heeft. Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.

KJV He that heareth2 you heareth5 me; and6 he that despiseth8 you despiseth11 me; and13 he that despiseth15 me despiseth16 him that sent18 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ακουων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 4 εμου G1473 mij, ik I, me 5 ακουει G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αθετων G114 verwerpt, afslaan, verwerpen cast off, despise, disannul, frustrate, bring to nought, reject 9 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εμε G1473 mij, ik I, me 11 αθετει G114 verwerpt, afslaan, verwerpen cast off, despise, disannul, frustrate, bring to nought, reject 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 εμε G1473 mij, ik I, me 15 αθετων G114 verwerpt, afslaan, verwerpen cast off, despise, disannul, frustrate, bring to nought, reject 16 αθετει G114 verwerpt, afslaan, verwerpen cast off, despise, disannul, frustrate, bring to nought, reject 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αποστειλαντα G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 19 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de zeventigenG1440 zijn wedergekeerdG5290 met blijdschapG5479, zeggendeG3004: HeereG2962, ookG2532 de duivelenG1140 zijn ons onderworpenG5293, inG1722 Uw NaamG3686. En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.

KJV And2 the seventy4 returned again1 with5 joy,6 saying,7 Lord,8 even9 the devils11 are subject12 unto us through14 thy name.

1 υπεστρεψαν G5290 wedergekeerd, keerden wederom, keerden come again, return (again, back again), turn back (again) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εβδομηκοντα G1440 zeventig, zeventigen seventy, three score and ten 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 χαρας G5479 blijdschap, vreugde gladness, X greatly, (X be exceeding) joy(-ful, -fully, -fulness, -ous) 7 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 12 υποτασσεται G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto 13 ημιν G1473 mij, ik I, me 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG1161 Hij zeideG2036 tot hen: Ik zagG2334 den satanG4567, alsG5613 een bliksemG796, uitG1537 den hemelG3772 vallenG4098. En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen.

KJV And2 he said unto them,3 I beheld4 Satan6 as7 lightning8 fall12 from9 heaven.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εθεωρουν G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σαταναν G4567 satan, satanas, satans Satan 7 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 8 αστραπην G796 bliksem, bliksemen, schijnsel lightning, bright shining 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 12 πεσοντα G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 ZietG3708, Ik geveG1325 uG4771 de machtG1849, om op slangenG3789 enG2532 schorpioenenG4651 te tredenG3961, enG2532 overG1909 alleG3956 krachtG1411 des vijandsG2190; enG2532 geen dingG3762 zal uG4771 enigszinsG3364 beschadigenG91. Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen.

KJV Behold, I give2 unto you power5 to tread7 on8 serpents9 and10 scorpions,11 and12 over13 all14 the power16 of the enemy:18 and19 nothing20 shall25 by any means hurt27 you.

1 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 διδωμι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πατειν G3961 vertreden, getreden, treden tread (down, under foot) 8 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 9 οφεων G3789 slang, slangen, Slangen serpent 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 σκορπιων G4651 schorpioenen, schorpioen scorpion 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δυναμιν G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εχθρου G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 21 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 22 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 25 αδικηση G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 27 αδικησει G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Doch verblijdtG5463 u daarin nietG3361, dat de geestenG4151 uG4771 onderworpenG5293 zijn; maarG1161 verblijdtG5463 uG4771 veelG3123 meer, dat uw namenG3686 geschrevenG1125 zijn inG1722 de hemelenG3772. Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.

KJV Notwithstanding1 in2 this rejoice5 not,4 that6 the spirits8 are subject10 unto you; but12 rather13 rejoice,11 because14 your names16 are written18 in19 heaven.

1 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 χαιρετε G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 υποτασσεται G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto 11 χαιρετε G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ονοματα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 18 εγραφη G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Te dier ureG5610 verheugdeG21 Zich JezusG2424 inG1722 den geestG4151, enG2532 zeideG2036: Ik dankG1843 UG4771, VaderG3962! HeereG2962 des hemelsG3772 enG2532 der aardeG1093; dat Gij dezeG3778 dingen voor de wijzenG4680 enG2532 verstandigenG4908 verborgenG613 hebt, enG2532 hebt dezelve den kinderkensG3516 geopenbaardG601; ja, VaderG3962, wantG3754 alzoG3779 is geweestG1096 het welbehagenG2107 voor UG4771. Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.

KJV In1 that2 hour4 Jesus9 rejoiced in5 spirit,7 and10 said, I thank12 thee, O Father,14 Lord15 of heaven17 and18 earth,20 that21 thou hast hid22 these things from24 the wise25 and26 prudent,27 and28 hast revealed29 them30 unto babes:31 even so,32 Father;34 for35 so36 it seemed37 good38 in39 thy sight.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 5 ηγαλλιασατο G21 verheugt, verheugde, verheugen be (exceeding) glad, with exceeding joy, rejoice (greatly) 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 εξομολογουμαι G1843 belijden, belijdende, dank confess, profess, promise 13 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 14 πατερ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 15 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 21 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 22 απεκρυψας G613 verborgen, bedekt, verborg hide 23 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 24 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 25 σοφων G4680 wijzen, wijs, wijze wise 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 συνετων G4908 verstandigen prudent 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 απεκαλυψας G601 geopenbaard, openbaren, ontdekt reveal 30 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 31 νηπιοις G3516 kind, jonge kinderen, kinderen babe, child (+ -ish) 32 ναι G3483 ja even so, surely, truth, verily, yea, yes 33 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 34 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 35 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 36 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 37 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 38 ευδοκια G2107 welbehagen, goedwilligheid, toegenegenheid desire, good pleasure (will), X seem good 39 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 40 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 AlleG3956 dingen zijn MijG1473 vanG5259 Mijn VaderG3962 overgegevenG3860; enG2532 niemandG3762 weet, wie de ZoonG5207 isG1510, dan de VaderG3962; enG2532 wie de VaderG3962 isG1510, dan de ZoonG5207, enG2532 dienG3739 het de ZoonG5207 zal willenG1014 openbarenG601. Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.

KJV All things10 are delivered11 to me of13 my Father:15 and2 no man18 knoweth19 who20 the Son23 is, but the Father;27 and17 who29 the Father32 is, but the Son,36 and28 he to whom38 the Son42 will40 reveal

2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 στραφεις G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 παρεδοθη G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 12 μοι G1473 mij, ik I, me 13 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 16 μου G1473 mij, ik I, me 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 19 γινωσκει G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 20 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 21 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 24 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 25 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 26 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 30 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 31 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 33 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 34 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 35 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 36 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 37 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 38 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 39 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 40 βουληται G1014 wil, willende, wilde be disposed, minded, intend, list, (be, of own) will (-ing) 41 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 42 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 43 αποκαλυψαι G601 geopenbaard, openbaren, ontdekt reveal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 Zich kerendeG4762 naarG2596 de discipelenG3101, zeideG2036 Hij totG4314 hen alleen: ZaligG3107 zijn de ogenG3788, die zienG991, hetgeen gij ziet. En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.

KJV And1 he turned him2 unto3 his disciples,5 and said privately,7 Blessed9 are the eyes11 which4 see13 the things that14 ye see:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 στραφεις G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 7 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 μακαριοι G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οφθαλμοι G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 βλεποντες G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 14 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 βλεπετε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Want Ik zegG3004 uG4771, dat veleG4183 profetenG4396 enG2532 koningenG935 hebben begeerdG2309 te zienG1492, hetgeenG3739 gijG4771 ziet, enG2532 hebben het nietG3756 gezienG3708; enG2532 te horenG191, hetgeenG3739 gij hoortG191, enG2532 hebben het nietG3756 gehoordG191. Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.

KJV For2 I tell1 you, that4 many5 prophets6 and7 kings8 have desired9 to see those things which11 ye see,13 and14 have not15 seen them; and17 to hear18 those things which19 ye hear,20 and21 have23 not22 heard

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 προφηται G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 βασιλεις G935 koning, Koning, koningen king 9 ηθελησαν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 10 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 13 βλεπετε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ακουσαι G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 19 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En zietG3708, een zekerG5100 wetgeleerdeG3544 stondG450 op, HemG846 verzoekendeG1598, enG2532 zeggendeG3004: MeesterG1320, watG5101 doendeG4160 zal ik het eeuwigeG166 levenG2222 beervenG2816? En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?

KJV And,1 behold, a certain4 lawyer3 stood up,5 and8 tempted6 him,7 saying,9 Master,10 what11 shall I do12 to inherit15 eternal14 life?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 νομικος G3544 wetgeleerden, wetgeleerde, wet about the law, lawyer 4 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 ανεστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 6 εκπειραζων G1598 verzoeken, verzoekende tempt 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 11 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 14 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 15 κληρονομησω G2816 beerven, beerft, beerve be heir, (obtain by) inherit(-ance)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG1161 Hij zeideG2036 totG4314 hemG846: WatG5101 is inG1722 de wetG3551 geschrevenG1125? HoeG4459 leestG314 gij? En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?

KJV He said unto4 him,5 What9 is written10 in6 the law?8 how11 readest thou?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 11 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 12 αναγινωσκεις G314 gelezen, leest, lezen read

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En hij, antwoordendeG611, zeideG2036: GijG4771 zult den HeereG2962, uw GodG2316, liefhebbenG25, uitG1537 geheelG3650 uw hartG2588, en uitG1537 geheelG3650 uw zielG5590, en uitG1537 geheelG3650 uw krachtG2479, en uitG1537 geheelG3650 uw verstandG1271; en uw naasteG4139 alsG5613 uzelven. En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.

KJV And2 he answering3 said, Thou shalt love5 the Lord6 thy God8 with10 all11 thy heart,13 and15 with16 all17 thy soul,19 and21 with22 all23 thy strength,25 and27 with28 all29 thy mind;31 and33 thy neighbour35 as37 thyself.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αγαπησεις G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 6 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ψυχης G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 20 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 23 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 24 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ισχυος G2479 sterkte, kracht, krachtelijk ability, might(-ily), power, strength 26 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 29 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 30 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 διανοιας G1271 verstand, gedachten, verstands imagination, mind, understanding 32 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 33 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 34 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour 36 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 37 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 38 σεαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En Hij zeideG2036 tot hem: Gij hebt rechtG3723 geantwoordG611; doeG4160 datG3778, en gij zult levenG2198. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.

KJV And2 he said unto him,3 Thou hast answered5 right:4 this do,7 and8 thou shalt live.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ορθως G3723 recht plain, right(-ly) 5 απεκριθης G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 6 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ζηση G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 MaarG1161 hij, willendeG2309 zichzelvenG1438 rechtvaardigenG1344, zeideG2036 totG4314 JezusG2424: En wieG5101 isG1510 mijn naasteG4139? Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?

KJV But2 he, willing3 to justify4 himself,5 said unto7 Jesus,9 And10 who11 is my neighbour?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 θελων G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 4 δικαιουν G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous 5 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 μου G1473 mij, ik I, me 14 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En JezusG2424, antwoordendeG5274, zeideG2036: Een zekerG5100 mensG444 kwam af van JeruzalemG2419 naarG1519 JerichoG2410, en vielG4045 onder de moordenaarsG3027, welkeG3739, hemG846 ookG2532 uitgetogenG1562, en daartoe zware slagenG4127 gegevenG2007 hebbende, heengingenG565, en lietenG863 hem half doodG2253 liggenG863. En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.

KJV And2 Jesus4 answering1 said, A certain7 man6 went down8 from9 Jerusalem10 to11 Jericho,12 and13 fell among15 thieves,14 which16 stripped18 him19 of his raiment, and17 wounded21 him, and departed,23 leaving24 him half dead.25

1 υπολαβων G5274 acht, antwoordende, nam answer, receive, suppose 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 8 κατεβαινεν G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 9 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 10 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 ιεριχω G2410 Jericho Jericho 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 λησταις G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief 15 περιεπεσεν G4045 valt, vervallende, viel fall among (into) 16 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εκδυσαντες G1562 ontkleed, mantel, uitgetogen strip, take off from, unclothe 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 πληγας G4127 plagen, slagen, plage plague, stripe, wound(-ed) 22 επιθεντες G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 23 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 24 αφεντες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 25 ημιθανη G2253 half dood half dead 26 τυγχανοντα G5177 verkrijgen, voorvalt, bezorgd be, chance, enjoy, little, obtain, X refresh…self, + special

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En bijG1722 gevalG4795 kwam een zekerG5100 priesterG2409 denzelven wegG3598 af, en hem ziendeG1492, ging hijG846 tegenover hem voorbijG492. En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij.

KJV And3 by1 chance2 there came down6 a certain5 priest4 that7 way:9 and11 when he saw him,13 he passed by on the other side.

1 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 2 συγκυριαν G4795 geval chance 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 ιερευς G2409 priester, priesters, priesteren (high) priest 5 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 κατεβαινεν G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 10 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 αντιπαρηλθεν G492 voorbij pass by on the other side

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En desgelijks ookG2532 een LevietG3019, als hij wasG1096 bij die plaatsG5117, kwamG2064 hij, en zagG1492 hem, en ging tegenover hem voorbijG492. En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij.

KJV And2 likewise1 a Levite,4 when he was5 at6 the place,8 came9 and3 looked on him, and passed by on the other side.

1 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 λευιτης G3019 Leviet, Levieten Levite 5 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 9 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 12 αντιπαρηλθεν G492 voorbij pass by on the other side

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 MaarG1161 een zekerG5100 SamaritaanG4541, reizendeG3593, kwamG2064 omtrent hem, en hemG846 ziendeG1492, werd hijG846 met innerlijke ontferming bewogenG4697. Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen.

KJV But2 a certain3 Samaritan,1 as he journeyed,4 came5 where6 he was:7 and8 when he saw him,10 he had compassion

1 σαμαρειτης G4541 Samaritanen, Samaritaan Samaritan 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 οδευων G3593 reizende journey 5 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 6 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εσπλαγχνισθη G4697 ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogen have (be moved with) compassion

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En hij, tot hem gaandeG4334, verbondG2611 zijn wondenG5134, gietendeG2022 daarin olieG1637 en wijnG3631; en hem heffendeG1913 op zijn eigenG2398 beestG2934, voerdeG71 hemG846 inG1519 de herbergG3829 en verzorgdeG1959 hemG846. En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem.

KJV And1 went2 to him, and bound up3 his6 wounds,5 pouring in7 oil8 and9 wine,10 and12 set11 him13 on14 his own16 beast,17 and brought18 him19 to20 an inn,21 and22 took care23 of him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 κατεδησεν G2611 verbond bind up 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τραυματα G5134 wonden wound 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 επιχεων G2022 gietende --to pour upon:--pour in 8 ελαιον G1637 olie oil 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 οινον G3631 wijn, wijns wine 11 επιβιβασας G1913 zetten, heffende set on 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ιδιον G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 17 κτηνος G2934 beesten, beest, lastbeesten beast 18 ηγαγεν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 πανδοχειον G3829 herberg inn 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 επεμεληθη G1959 verzorgde, zorg, zorg dragen take care of 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En des anderen daagsG839 weggaandeG1831, langdeG1544 hij tweeG1417 penningenG1220 uit, en gafG1325 ze den waardG3830, enG2532 zeideG2036 tot hemG846: Draag zorgG1959 voor hemG846: enG2532 zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik uG4771 wedergevenG591, als ik wederkomG1722. En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.

Ook in dit vers koste leggenG4325

KJV And1 on2 the morrow4 when he departed,5 he took out6 two7 pence,8 and gave9 them to the host,11 and12 said unto him,14 Take care15 of him;16 and17 whatsoever20 thou spendest more,21 when I come again,23 I22 will repay27 thee.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 5 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 6 εκβαλων G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 7 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 8 δηναρια G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 9 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πανδοχει G3830 waard host 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 επιμεληθητι G1959 verzorgde, zorg, zorg dragen take care of 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 20 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 21 προσδαπανησης G4325 koste leggen spend more 22 εγω G1473 mij, ik I, me 23 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 24 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 επανερχεσθαι G1880 wederkwam come again, return 26 με G1473 mij, ik I, me 27 αποδωσω G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 28 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 WieG5101 danG3767 van dezeG3778 drieG5140 dunktG1380 uG4771 de naasteG4139 geweestG1096 te zijn desgenen, die onder de moordenaarsG3027 gevallenG1706 was? Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?

KJV Which1 now2 of these three,5 thinkest6 thou, was9 neighbour8 unto him that fell11 among12 the thieves?

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τριων G5140 drie, Drie three 6 δοκει G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 7 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 8 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour 9 γεγονεναι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 εμπεσοντος G1706 vallen, valle, gevallen fall among (into) 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ληστας G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En hij zeideG2036: Die barmhartigheidG1656 aan hemG846 gedaanG4160 heeft. ZoG3767 zeideG2036 dan JezusG2424 tot hem: Ga heen, en doeG4160 gijG4771 desgelijks. En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.

KJV And2 he said, He that shewed5 mercy7 on8 him.9 Then11 said Jesus14 unto him,12 Go,15 and16 do18 thou17 likewise.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ελεος G1656 barmhartigheid, Barmhartigheid (+ tender) mercy 8 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 πορευου G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 19 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En het geschieddeG1096, als zij reisdenG4198, dat HijG846 kwam in een vlekG2968; en een zekereG5100 vrouwG1135, metG1722 nameG3686 MarthaG3136, ontvingG5264 HemG846 in haarG846 huisG3624. En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis.

KJV Now2 it came to pass,1 as3 they6 went,5 that7 he8 entered9 into10 a certain12 village:11 and14 a certain15 woman13 named16 Martha17 received18 him19 into20 her23 house.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 6 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 κωμην G2968 vlek, vlekken town, village 12 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 13 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 16 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 17 μαρθα G3136 Martha Martha 18 υπεδεξατο G5264 ontving, genomen, ontvangen receive 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 23 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En deze had een zusterG79, genaamdG2564 MariaG3137, welkeG3739 ookG2532, zittendeG3869 aan de voetenG4228 van JezusG2424, ZijnG1510 woordG3056 hoordeG191. En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.

KJV And1 she2 had a sister4 called5 Mary,6 which7 also8 sat9 at10 Jesus'14 feet,12 and heard15 his18 word.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τηδε G3592 deze, dit he, she, such, these, thus 3 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 αδελφη G79 zuster, zusters sister 5 καλουμενη G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 6 μαρια G3137 Maria Mary 7 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 παρακαθισασα G3869 zittende sit 10 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 ηκουεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 DochG1161 MarthaG3136 was zeer bezigG4049 met veelG4183 dienensG1248, enG1161 daarbij komendeG2186, zeideG2036 zij: HeereG2962, trektG3199 Gij UG4771 dat nietG3756 aan, dat mijn zusterG79 mijG1473 alleen laat dienenG1247? ZegG2036 dan haarG846, dat zij mijG1473 helpeG4878. Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.

KJV But2 Martha3 was cumbered4 about5 much6 serving,7 and9 came to him,8 and said, Lord,11 dost13 thou not12 care that15 my sister17 hath left21 me to serve22 alone?19 bid her25 therefore24 that26 she help28 me.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μαρθα G3136 Martha Martha 4 περιεσπατο G4049 bezig cumber 5 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 6 πολλην G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 διακονιαν G1248 bediening, dienst, bedienen (ad-)minister(-ing, -tration, -try), office, relief, service(-ing) 8 επιστασα G2186 stond, stonden, aanvallende --assault, come (in, to, unto, upon), be at hand (instant), present, stand (before, by, over) 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 12 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 μελει G3199 Zorgt, bekommeren, bekommert (take) care 14 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αδελφη G79 zuster, zusters sister 18 μου G1473 mij, ik I, me 19 μονην G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 20 με G1473 mij, ik I, me 21 κατελιπεν G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 22 διακονειν G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 23 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 24 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 25 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 27 μοι G1473 mij, ik I, me 28 συναντιλαβηται G4878 helpe, komt, mede hulp help

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot haarG846: MarthaG3136, MarthaG3136, gij bekommertG3309 en ontrustG5182 u overG4012 veleG4183 dingen; En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen;

KJV And2 Jesus6 answered1 and said unto her,4 Martha,7 Martha,8 thou art careful9 and10 troubled11 about12 many things:

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 μαρθα G3136 Martha Martha 8 μαρθα G3136 Martha Martha 9 μεριμνας G3309 bezorgd, bekommert, bezorgen (be, have) care(-ful), take thought 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τυρβαζη G5182 ontrust trouble 12 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 13 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Maar een dingG1520 isG1510 nodigG5532; dochG1161 MariaG3137 heeft het goedeG18 deelG3310 uitgekozenG1586, hetwelk vanG575 haarG846 nietG3756 zal weggenomenG851 worden. Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.

KJV But2 one thing1 is needful:4 and6 Mary5 hath chosen10 that good8 part,9 which11 shall13 not12 be taken away from14 her.

1 ενος G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 χρεια G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 5 μαρια G3137 Maria Mary 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αγαθην G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 9 μεριδα G3310 deel part (X -akers) 10 εξελεξατο G1586 uitverkoren, verkiezen, verkoren make choice, choose (out), chosen 11 ητις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 αφαιρεθησεται G851 hieuw, afdoen, afdoet cut (smite) off, take away 14 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 15 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 10:1 Lukas 9:52 Markus 6:7 Mattheüs 10:1 Lukas 9:1 Lukas 1:76 Handelingen 13:2 Lukas 1:17 Numeri 11:16
Lukas 10:2 Mattheüs 9:36 1 Timotheüs 4:10 1 Timotheüs 4:15 2 Thessalonicenzen 3:1 1 Timotheüs 1:12 1 Korinthe 3:6 Ezechiël 34:2 Jeremia 3:15
Lukas 10:3 Mattheüs 10:16 Johannes 15:20 Handelingen 20:29 Ezechiël 2:3 Handelingen 9:16 Sefanja 3:3 Psalmen 22:12 Psalmen 22:21
Lukas 10:4 Lukas 22:35 2 Koningen 4:29 Lukas 10:4 1 Samuël 21:8 2 Koningen 4:24 Lukas 9:59 Genesis 24:56 Lukas 9:3
Lukas 10:5 1 Samuël 25:6 Mattheüs 10:12 Lukas 19:9 2 Korinthe 5:18 Jesaja 57:19 Handelingen 10:36 Efeze 2:17
Lukas 10:6 2 Korinthe 2:15 Psalmen 35:13 2 Thessalonicenzen 3:16 1 Samuël 25:17 Efeze 5:6 Jesaja 9:6 1 Petrus 1:14 Jakobus 3:18
Lukas 10:7 3 Johannes 1:5 1 Timotheüs 5:17 Deuteronomium 12:12 2 Timotheüs 2:6 Handelingen 16:40 Mattheüs 10:10 Filippenzen 4:17 Galaten 6:6
Lukas 10:8 1 Korinthe 10:27 Lukas 10:10 Mattheüs 10:40 Johannes 13:20 Lukas 9:48
Lukas 10:9 Mattheüs 3:2 Lukas 10:11 Handelingen 28:7 Handelingen 28:31 Markus 4:30 Johannes 3:5 Handelingen 28:28 Lukas 17:20
Lukas 10:10 Lukas 9:5 Handelingen 18:6 Mattheüs 10:14 Handelingen 13:51
Lukas 10:11 Lukas 10:9 Romeinen 10:21 Handelingen 13:46 Handelingen 13:26 Romeinen 10:8 Handelingen 13:51 Markus 6:11 Mattheüs 10:14
Lukas 10:12 Mattheüs 10:15 Mattheüs 11:24 Klaagliederen 4:6 Markus 6:11 Ezechiël 16:48
Lukas 10:13 Jesaja 23:1 Ezechiël 26:1 Joël 3:4 Romeinen 11:8 Daniël 9:3 Handelingen 28:25 Mattheüs 11:20 Jesaja 61:3
Lukas 10:14 Lukas 12:47 Romeinen 2:1 Johannes 15:22 Amos 3:2 Johannes 3:19 Romeinen 2:27
Lukas 10:15 Mattheüs 4:13 Jesaja 14:13 Mattheüs 10:28 Mattheüs 11:23 2 Petrus 2:4 Ezechiël 26:20 Jeremia 51:53 Ezechiël 32:27
Lukas 10:16 Johannes 13:20 1 Thessalonicenzen 4:8 Mattheüs 10:40 Johannes 12:48 Markus 9:37 Lukas 9:48 Mattheüs 18:5 Handelingen 5:4
Lukas 10:17 Markus 16:17 Lukas 10:1 Lukas 9:1 Romeinen 16:20 Lukas 10:9
Lukas 10:18 Jesaja 14:12 Openbaring 9:1 Mattheüs 4:10 Johannes 16:11 Openbaring 12:7 Johannes 12:31 Openbaring 20:2 Hebreeën 2:14
Lukas 10:19 Markus 16:18 Psalmen 91:13 Romeinen 16:20 Handelingen 28:5 Lukas 21:17 Openbaring 11:5 Hebreeën 13:5 Romeinen 8:31
Lukas 10:20 Daniël 12:1 Filippenzen 4:3 Exodus 32:32 Hebreeën 12:23 Openbaring 21:27 Psalmen 69:28 Openbaring 13:8 Openbaring 3:5
Lukas 10:21 2 Korinthe 4:3 1 Korinthe 2:6 Kolossenzen 2:2 Efeze 1:5 Efeze 1:11 Mattheüs 13:11 Jesaja 66:1 Mattheüs 16:17
Lukas 10:22 Johannes 10:15 Johannes 6:44 Johannes 1:18 Mattheüs 11:27 Mattheüs 28:18 2 Korinthe 4:6 Johannes 17:2 Johannes 17:26
Lukas 10:23 Mattheüs 13:16
Lukas 10:24 Johannes 8:56 1 Petrus 1:10 Hebreeën 11:13 Hebreeën 11:39
Lukas 10:25 Lukas 18:18 Mattheüs 22:34 Lukas 7:30 Lukas 11:45 Handelingen 16:30 Mattheüs 19:16 Galaten 3:18
Lukas 10:26 Romeinen 4:14 Galaten 3:21 Romeinen 3:19 Romeinen 10:5 Jesaja 8:20 Galaten 3:12
Lukas 10:27 Mattheüs 22:37 Markus 12:30 Deuteronomium 6:5 Deuteronomium 30:6 Romeinen 13:9 Markus 12:33 Leviticus 19:18 Deuteronomium 10:12
Lukas 10:28 Leviticus 18:5 Ezechiël 20:11 Mattheüs 19:17 Galaten 3:12 Nehemia 9:29 Romeinen 3:19 Lukas 7:43 Romeinen 10:4
Lukas 10:29 Lukas 16:15 Romeinen 10:3 Lukas 10:36 Galaten 3:11 Leviticus 19:34 Jakobus 2:24 Mattheüs 5:43 Romeinen 4:2
Lukas 10:30 Lukas 18:31 Lukas 19:28 Psalmen 88:4 Klaagliederen 2:12 Jeremia 51:52 Ezechiël 30:24
Lukas 10:31 Hosea 5:1 Spreuken 21:13 Prediker 9:11 1 Johannes 3:16 Psalmen 69:20 Hosea 6:9 Jeremia 5:31 Psalmen 142:4
Lukas 10:32 Handelingen 18:17 Spreuken 27:10 Psalmen 109:25 2 Timotheüs 3:2
Lukas 10:33 Spreuken 27:10 Mattheüs 10:5 Exodus 2:6 1 Koningen 8:50 Jeremia 38:7 Lukas 9:52 Lukas 7:13 Jeremia 39:16
Lukas 10:34 Exodus 23:4 Romeinen 12:20 Psalmen 147:3 Genesis 42:27 Spreuken 24:17 Jesaja 1:5 1 Thessalonicenzen 5:15 Lukas 2:7
Lukas 10:35 Lukas 14:13 Romeinen 16:23 Mattheüs 20:2 Spreuken 19:17
Lukas 10:36 Mattheüs 22:42 Lukas 7:42 Mattheüs 21:28 Mattheüs 17:25
Lukas 10:37 1 Johannes 3:16 Micha 6:8 2 Korinthe 8:9 1 Petrus 2:21 Johannes 13:15 Mattheüs 23:23 Lukas 6:32 Efeze 3:18
Lukas 10:38 Johannes 11:1 Johannes 11:19 Handelingen 16:15 Lukas 8:2 Johannes 12:1 2 Johannes 1:10
Lukas 10:39 Lukas 8:35 Handelingen 22:3 Johannes 12:3 Spreuken 8:34 Lukas 2:46 Deuteronomium 33:3 1 Korinthe 7:32
Lukas 10:40 Johannes 6:27 Lukas 12:29 Mattheüs 14:15 Jona 4:1 Mattheüs 16:22 Markus 3:21 Lukas 9:55
Lukas 10:41 Filippenzen 4:6 Mattheüs 6:25 Markus 4:19 Prediker 6:11 Lukas 12:22 Lukas 21:34 Lukas 8:14 1 Korinthe 7:32
Lukas 10:42 Psalmen 27:4 Johannes 5:24 Johannes 10:27 Lukas 18:22 Johannes 17:3 Psalmen 17:15 Psalmen 16:5 Kolossenzen 3:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 10 vers 1

andere zeventig, Namelijk boven de twaalven, die Hij tot apostelen verkoren en tevoren uitgezonden had.

Hertaald: andere zeventig, Namelijk naast de twaalf, die Hij tot apostelen gekozen en tevoren uitgezonden had.

voor Zijn aangezicht, Dat is, voor Hem heen; namelijk om de Joden van Zijne toekomst te waarschuwen en tot aanneming van hem en zijne leer te bereiden.

Hertaald: voor Zijn aangezicht, Dat is: voor Hem uit; namelijk om de Joden op Zijn komst voor te bereiden en hen ertoe te brengen Hem en Zijn leer aan te nemen.

Lukas 10 vers 2

groot, Grieks veel.

Hertaald: groot, Grieks: veel.

arbeiders Dat is, getrouwe leraars.

Hertaald: arbeiders Dat is: trouwe leraars.

uitstote Grieks uitwerpe; dat is, door de kracht des Geestes daartoe willig en bekwaam gemaakt zijnde, uitzende, 2 Kor. 3:5 .

Hertaald: uitstote Grieks: uitwerpe; dat is: uitzende, nadat Hij hen door de kracht van de Geest daartoe gewillig en geschikt gemaakt heeft, 2 Kor. 3:5.

Lukas 10 vers 4

groet niemand op den weg Dat is, houdt u niet op met groeten of aanspraak dergenen, die u ontmoeten, maar haast u op reis. Zie 2 Kon. 4:29 . Anderszins zo weert Christus niet de burgerlijke beleefdheid in het groeten, die Hij zelf tegen Zijne discipelen dikwijls gebruikt heeft.

Hertaald: groet niemand op den weg Dat is: houd u niet op met het groeten van of het aanspreken van hen die u tegenkomen, maar haast u op uw reis. Zie 2 Kon. 4:29. Overigens verbiedt Christus daarmee niet de gewone beleefdheid van het groeten, die Hij Zelf tegenover Zijn discipelen vaak gebruikt heeft.

Lukas 10 vers 5

Vrede zij dezen huize Dat is, geluk en zaligheid. Dit is ene manier van groeten bij de Joden.

Hertaald: Vrede zij dezen huize Dat is: geluk en zaligheid. Dit is een manier van groeten bij de Joden.

Lukas 10 vers 6

een zoon des vredes is, Dat is, die door Gods genade den vrede waardig is, gelijk Matt. 10:11 verklaard wordt. Zo wordt het woord zoon dikwijls genomen. Zie 2 Sam. 12:5 ; Matt. 23:15 ; Ef. 2:3 .

Hertaald: een zoon des vredes is, Dat is: wie door Gods genade de vrede waard is, zoals in Matth. 10:11 verklaard wordt. Zo wordt het woord zoon vaker gebruikt. Zie 2 Sam. 12:5; Matth. 23:15; Ef. 2:3.

Lukas 10 vers 7

gaat niet over Namelijk om meerder gemak of beter onthaal elders te zoeken, alzo gij daar niet lang zult mogen verblijven.

Hertaald: gaat niet over Namelijk om elders meer gemak of een beter onthaal te zoeken, aangezien u daar niet lang zult mogen blijven.

Lukas 10 vers 8

eet hetgeen ulieden voorgezet wordt Dat is, zijt daarmede tevreden.

Hertaald: eet hetgeen ulieden voorgezet wordt Dat is: wees daarmee tevreden.

Lukas 10 vers 11

schudden wij af op ulieden; Grieks vagen wij af. Zie de aantekeningen Matt. 10:14 .

Hertaald: schudden wij af op ulieden; Grieks: vegen wij af. Zie de aantekeningen bij Matth. 10:14.

Lukas 10 vers 12

dien dag, Namelijk des uitersten oordeels, gelijk te zien is vs.14.

Hertaald: dien dag, Namelijk van het laatste oordeel, zoals te zien is in vers 14.

Lukas 10 vers 13

krachten geschied waren, Dat is, krachtige werken of wondertekenen. Hiermede wil Christus te kennen geven dat de hardnekkigheid van deze heidense mensen zo groot niet was als van deze Joden. Zie dergelijke Ezech. 3:6-7 .

Hertaald: krachten geschied waren, Dat is: krachtige werken of wondertekenen. Hiermee wil Christus te kennen geven dat de hardnekkigheid van deze heidense mensen niet zo groot was als die van deze Joden. Zie iets dergelijks in Ezech. 3:6-7.

Lukas 10 vers 15

die tot den hemel toe Zie Matt. 11:23 .

Hertaald: die tot den hemel toe Zie Matth. 11:23.

Lukas 10 vers 17

de zeventigen Namelijk die van Christus uitgezonden waren, vs.1.

Hertaald: de zeventigen Namelijk zij die door Christus uitgezonden waren, vers 1.

Lukas 10 vers 18

als een bliksem, Dat is, snellijk.

Hertaald: als een bliksem, Dat is: snel.

uit den hemel Dat is, uit de lucht, gelijk Matt. 6:26 . Zie Ef. 6:12 .

Hertaald: uit den hemel Dat is: uit de lucht, zoals Matth. 6:26. Zie Ef. 6:12.

vallen Dat is, zijne kracht en heerschappij verliezen. Zie Openb. 12:9 , enz.

Hertaald: vallen Dat is: zijn kracht en heerschappij verliezen. Zie Openb. 12:9, enzovoort.

Lukas 10 vers 19

op slangen en schorpioenen te treden, Zie hiervan Marc. 16:18 .

Hertaald: op slangen en schorpioenen te treden, Zie hierover Mark. 16:18.

des vijands; Dat is, des duivels. Zie Matt. 13:39 ; 1 Petr. 5:8 .

Hertaald: des vijands; Dat is: van de duivel. Zie Matth. 13:39; 1 Petr. 5:8.

beschadigen Grieks verongelijken. Zie ook Openb. 6:6 .

Hertaald: beschadigen Grieks: onrecht doen. Zie ook Openb. 6:6.

Lukas 10 vers 20

niet, Dat is, niet zozeer; namelijk omdat de huichelaars zulks ook somwijlen hebben gedaan. Zie Matt. 7:22-23 .

Hertaald: niet, Dat is: niet zozeer; namelijk omdat de huichelaars dat soms ook gedaan hebben. Zie Matth. 7:22-23.

de geesten u onderworpen zijn; Dat is, de onreine geesten.

Hertaald: de geesten u onderworpen zijn; Dat is: de onreine geesten.

in de hemelen Namelijk in het boek des levens. Zie de verklaring daarvan Fil. 4:3 .

Hertaald: in de hemelen Namelijk in het boek van het leven. Zie de verklaring daarvan bij Filipp. 4:3.

Lukas 10 vers 21

in den geest, Dat is, innerlijk en van harte.

Hertaald: in den geest, Dat is: innerlijk en van harte.

Ik dank U, Vader Grieks ik belijd.

Hertaald: Ik dank U, Vader Grieks: Ik belijd.

wijzen en verstandigen verborgen hebt, Namelijk dezer wereld, 1 Kor. 1:26 .

Hertaald: wijzen en verstandigen verborgen hebt, Namelijk van deze wereld, 1 Kor. 1:26.

kinderkens geopenbaard; Dat is, den verachten en kleinen naar de wereld; of den geringen van verstand en wetenschap, 1 Kor. 1:27 .

Hertaald: kinderkens geopenbaard; Dat is: aan de verachten en kleinen naar de wereld, of aan de geringen van verstand en kennis, 1 Kor. 1:27.

Vader, Namelijk zo hebt Gij gedaan.

Hertaald: Vader, Namelijk: zo hebt U gedaan.

Lukas 10 vers 22

Alle dingen Dat is, de macht over alle dingen in hemel en op aarde. Zie Matt. 28:18 .

Hertaald: Alle dingen Dat is: de macht over alle dingen in de hemel en op de aarde. Zie Matth. 28:18.

openbaren Namelijk door zijn Woord en Geest, 1 Kor. 2:11-12 .

Hertaald: openbaren Namelijk door Zijn Woord en Geest, 1 Kor. 2:11-12.

Lukas 10 vers 23

hetgeen gij ziet Namelijk de Christus of Messias in het vlees nu geopenbaard, en zijn ambt bedienende, Joh. 8:56 ; Hand. 2:25 ; 1 Petr. 1:8 , enz.

Hertaald: hetgeen gij ziet Namelijk de Christus of Messias, Die nu in het vlees geopenbaard is en Zijn ambt bedient, Joh. 8:56; Hand. 2:25; 1 Petr. 1:8, enzovoort.

Lukas 10 vers 24

hebben begeerd te zien, Grieks hebben willen zien.

Hertaald: hebben begeerd te zien, Grieks: hebben willen zien.

Lukas 10 vers 28

leven Namelijk eeuwiglijk, gelijk hij gevraagd had, vs.25. Dit zegt Christus niet dat iemand de wet volkomen kan onderhouden en alzo het eeuwige leven beërven, maar om hem door de wet te brengen tot kennis van zijne onvolmaaktheid; Gal. 3:18 , Gal. 3:24 .

Hertaald: leven Namelijk eeuwig, zoals hij gevraagd had in vers 25. Christus zegt dit niet omdat iemand de wet volkomen zou kunnen onderhouden en zo het eeuwige leven zou kunnen beërven, maar om hem door de wet tot kennis van zijn onvolmaaktheid te brengen; Gal. 3:18, Gal. 3:24.

Lukas 10 vers 29

zichzelven rechtvaardigen, Dat is, zichzelven voor rechtvaardig uitgeven, gelijk Luc. 18:9 .

Hertaald: zichzelven rechtvaardigen, Dat is: zichzelf voor rechtvaardig uitgeven, zoals Luk. 18:9.

Lukas 10 vers 30

kwam af van Jeruzalem Namelijk overmits Jeruzalem omhoog gelegen was op bergen, Ps. 125:1 . Zodat degenen, die naar Jeruzalem reisden, gezegd worden op te gaan, en die vandaar reisden af te komen.

Hertaald: kwam af van Jeruzalem Namelijk omdat Jeruzalem hoog op bergen lag, Ps. 125:1. Daarom wordt van wie naar Jeruzalem reisden gezegd dat zij opgingen, en van wie er vandaan reisden dat zij afkwamen.

moordenaars, Grieks straatschenders, rovers.

Hertaald: moordenaars, Grieks: struikrovers, rovers.

slagen gegeven hebbende, Of, wonden.

Hertaald: slagen gegeven hebbende, Of: wonden.

Lukas 10 vers 31

bij geval Dat is, zonder voorbedachtheid, namelijk ten aanzien van deze mensen. Want anderszins ten aanzien van de voorzienigheid Gods geschiedt er niets bij geval, Matt. 10:29-30 .

Hertaald: bij geval Dat is: zonder opzet, namelijk van de kant van deze mensen. Want overigens gebeurt er met het oog op Gods voorzienigheid niets bij toeval, Matth. 10:29-30.

Lukas 10 vers 33

Samaritaan, Welke Samaritanen anderszins van de Joden voor vijandig gehouden werden, Joh. 4:9 . Waarvan zie de oorzaak Luc. 9:53 .

Hertaald: Samaritaan, Deze Samaritanen werden overigens door de Joden als vijanden beschouwd, Joh. 4:9. Zie de oorzaak daarvan bij Luk. 9:53.

Lukas 10 vers 35

penningen uit, Grieks denariën; waarvan zie de waarde Matt. 18:28 .

Hertaald: penningen uit, Grieks: denarii; zie de waarde daarvan bij Matth. 18:28.

Lukas 10 vers 36

naaste geweest te zijn desgenen, Dat is, die den plicht eens naasten bewezen heeft.

Hertaald: naaste geweest te zijn desgenen, Dat is: wie de plicht van een naaste bewezen heeft.

Lukas 10 vers 38

vlek; Namelijk Bethanië. Zie Joh. 11:1 .

Hertaald: vlek; Namelijk Bethanië. Zie Joh. 11:1.

Lukas 10 vers 39

ook, zittende Namelijk onder andere toehoorders.

Hertaald: ook, zittende Namelijk te midden van andere toehoorders.

Lukas 10 vers 40

met veel dienens, Namelijk om den maaltijd toe te bereiden, gelijk Matt. 8:15 .

Hertaald: met veel dienens, Namelijk om de maaltijd klaar te maken, zoals Matth. 8:15.

dat zij mij helpe Grieks dat zij het met en nevens mij aanneme.

Hertaald: dat zij mij helpe Grieks: dat zij het samen met mij aanpakt.

Lukas 10 vers 42

een ding is nodig; Namelijk het geestelijke vooral te bezorgen, Ps. 57:4 ; Matt. 6:33 .

Hertaald: een ding is nodig; Namelijk om vooral voor het geestelijke te zorgen, Ps. 27:4; Matth. 6:33.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Martha  — meesteres, gebiedster

Een vrouw die Jezus in haar huis ontving; terwijl zij druk was met de bediening, klaagde zij dat haar zuster Maria naast haar niet meehielp, maar aan Jezus' voeten zat te luisteren. Jezus wees haar erop dat Maria "het goede deel" had uitgekozen (Luk. 10:38-42).

Maria (zuster van Martha)  — opstandigheid, of: bitterheid (onzeker)

Zuster van Martha, die aan Jezus' voeten zat om naar Zijn woord te luisteren in plaats van mee te helpen met de huishoudelijke bediening; Jezus prees haar keuze (Luk. 10:38-42). Niet dezelfde persoon als Maria, de moeder van Jezus, of Maria Magdalena.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Barmhartigheid (de naaste)  — Grieks: eleos, "barmhartigheid, ontferming"; het werkwoord dat Lukas gebruikt voor de Samaritaan is splanchnizomai, "met innerlijke ontferming bewogen worden", letterlijk in de ingewanden geraakt

Een wetgeleerde vraagt wat hij doen moet om het eeuwige leven te beërven, en beantwoordt zijn eigen vraag met de twee grote geboden. Dan komt de vraag waar het om gaat: en wie is mijn naaste (Luk. 10:25-29)? Het antwoord is geen omschrijving maar een geschiedenis. Een priester en een Leviet zien de beroofde man en gaan aan de andere zijde voorbij; een Samaritaan wordt met innerlijke ontferming bewogen, verbindt zijn wonden, brengt hem in een herberg en betaalt vooruit (Luk. 10:30-35). Daarop draait Christus de vraag om: wie van deze drie is de naaste geweest? Het antwoord is niet een categorie maar een daad — "die barmhartigheid aan hem gedaan heeft" — en de opdracht luidt: ga heen en doe evenzo (Luk. 10:36-37).

Bijbelse betekenis: De omkering van de vraag is het hele onderwijs. De wetgeleerde wil weten wie hij moet helpen, dat is: waar de grens ligt. Christus vraagt niet wie de naaste is maar wie zich als naaste gedroeg, en daarmee valt de grens weg. Dat de twee die voorbijgingen tempeldienaars waren en de derde een Samaritaan, maakt het scherper: de kennis van de wet lag aan de ene kant en het doen aan de andere. En de barmhartigheid in dit verhaal is niet een gevoel dat men heeft maar iets dat geld en tijd kost, met een belofte om terug te komen.

Typologie: Barmhartigheid is in de Schrift eerst een eigenschap van God en daarna een eis. Hij is de Vader der barmhartigheden en de God aller troost (2 Kor. 1:3). Paulus grondt het heil er rechtstreeks in: God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons levend gemaakt met Christus toen wij dood waren door de misdaden (Ef. 2:4-5). Daarom is de maat van de barmhartigheid die wij bewijzen de barmhartigheid die wij ontvangen hebben: weest barmhartig, gelijk ook uw Vader barmhartig is (Luk. 6:36). Jakobus voegt de keerzijde toe: een oordeel zonder barmhartigheid voor wie geen barmhartigheid gedaan heeft (Jak. 2:13). En Hosea's woord dat God barmhartigheid wil en geen offerande, haalt Christus tweemaal aan (Hos. 6:6; Matt. 9:13; 12:7).

Luk. 6:36; Luk. 10:25-37; Hos. 6:6; Matt. 9:13; Matt. 12:7; 2 Kor. 1:3; Ef. 2:4-5; Jak. 2:13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het beloofde Zaad niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Ik zag den satan als een bliksem uit den hemel vallen — 10:17-24

Zeventig discipelen zijn twee aan twee uitgezonden en komen terug. Zij zijn verrast door wat er gebeurd is: zelfs de duivelen luisterden naar hen. Zijn antwoord gaat over iets veel ouders dan hun reis.

Op hun verslag over duivelen antwoordt Hij met een zin over de val van de satan, en met een belofte over het treden op slangen.

De zeventigen komen met blijdschap terug: “Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.” Zij hadden dat kennelijk niet verwacht.

Hij antwoordt met een zin die uit een andere orde van grootte komt: “Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen.” De kanttekening houdt het nuchter: als een bliksem betekent snel, en vallen betekent hier dat hij zijn kracht en heerschappij verliest. Zij verwijst daarbij naar Openbaring 12, waar de draak neergeworpen wordt.

Wat er in dat ene zinnetje gebeurt, is dat Hij hun kleine ervaring in een grote geschiedenis zet. Zij hebben iets meegemaakt in een paar dorpen; Hij zegt waar dat vandaan komt.

En het vervolg maakt het nog duidelijker: “Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands.” Treden op slangen. Dat is niet zomaar een beeld voor gevaar. Het is het oudste woord van de Schrift over de afloop van de strijd, gesproken tot de slang zelf in de hof: het zaad van de vrouw zal u de kop vermorzelen.

Daar ligt de lijn van dit hoofdstuk. Wat aan Eén beloofd was, komt hier terug als iets wat Hij aan anderen geeft. Zij treden niet op eigen gezag; er staat uitdrukkelijk bij dat het in Zijn Naam gebeurde, en Hij zegt: Ik geve u de macht. Paulus zou het later in dezelfde bewoordingen naar zijn lezers doortrekken: de God des vredes zal de satan haast onder úw voeten verpletteren.

En dan de correctie, die er even nadrukkelijk staat: “Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.” Wat men doet is minder dan wat men is. De kanttekening merkt er droog bij op dat huichelaars zulke dingen ook wel eens gedaan hebben.

Daarop volgt een van de weinige plaatsen waar er staat dat Hij Zich verheugde. En wat Hij dan zegt, ligt in dezelfde lijn: dat de Vader deze dingen voor de wijzen verborgen heeft en aan kinderkens geopenbaard. Wie het inziet, ziet het niet doordat hij het uitgerekend heeft.

Het slot richt zich tot de discipelen alleen: “Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.” Vele profeten en koningen hebben begeerd te zien wat zij zien, en hebben het niet gezien. Zij hadden de belofte; deze mannen zien de vervulling ervan met eigen ogen — en zij hebben het net zelf in handen gehad, in een paar dorpen in Galilea.

  1. Genesis 3:15 — Tot de slang: het zaad der vrouw zal u de kop vermorzelen.
  2. Lukas 10:17 — De zeventigen merken dat zelfs de duivelen luisteren, in Zijn Naam.
  3. Lukas 10:18 — Hij ziet daarin de val van de satan zelf.
  4. Lukas 10:19 — En Hij geeft hun macht om op slangen te treden.
  5. Openbaring 12:9 — De oude slang wordt op de aarde geworpen.
  6. Romeinen 16:20 — God zal de satan haast onder uw voeten verpletteren.

In het Nieuwe Testament: Genesis 3:15; Openbaring 12:9; Romeinen 16:20; Psalm 91:13; 1 Petrus 1:10-12

Hoever dit reikt: Wanneer Hij de satan zag vallen, staat er niet bij; de kanttekening leest het vallen als het verliezen van kracht en heerschappij, en niet als een tijdstip. Dat het treden op slangen naar de belofte in Genesis 3 verwijst, is een gevolgtrekking uit de overeenkomst in beeld. Lukas legt dat verband niet zelf; Paulus doet het in Romeinen 16 wel met dezelfde woorden.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 10

Lukas 10:1.KruisverwijzingenLukas 9:52Markus 6:7Mattheüs 10:1Lukas 9:1Lukas 1:76Handelingen 13:2Lukas 1:17Numeri 11:16
— En na dezen stelde de Heere nog andere zeventig, en zond hen heen voor Zijn aangezicht, twee en twee, in iedere stad en plaats, daar Hij komen zou.
“En na dezen stelde de Heere nog andere zeventig, en zond hen heen voor Zijn aangezicht, twee en twee, in iedere stad en plaats, daar Hij komen zou.”

Zij moesten voor Christus uitgaan en Zijn herauten zijn. Wat een barmhartigheid is het wanneer de prediker weet dat zijn Meester achter hem aan komt, wanneer hij het geluid van de voeten van zijn Meester achter zich horen kan! Wat een moed geeft dat hem. Hij kan zelf maar heel weinig doen. Maar hij weet dat hij de dunne kant van de wig is, die de weg bereidt voor Eén Die alles doen kan.

Lukas 10:2.KruisverwijzingenMattheüs 9:361 Timotheüs 4:101 Timotheüs 4:152 Thessalonicenzen 3:11 Timotheüs 1:121 Korinthe 3:6Ezechiël 34:2Jeremia 3:15
— Hij zeide dan tot hen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.
“Hij zeide dan tot hen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.”

De zeventig waren heel weinig in vergelijking met de velen die nodig waren. Er waren toen veel leeglopers, zoals er nu zijn, maar de arbeiders waren weinige.

Er waren predikers van de farizeeën en de sadduceeën, en die waren geen cent per honderd waard. Maar de ware arbeiders, die voor de zielen waakten en Christus met heel hun hart predikten, waren heel weinigen. Zo is het vandaag ook, en daarom moeten wij om meer arbeiders bidden.

Een goede dienaar begeert altijd meer goede dienaars te zien. In een bedrijf zou elke handelaar blij zijn als wie hetzelfde bedrijf uitoefent naar een andere gemeente verhuisde. Maar in het ambt van een christelijk dienaar geldt: hoe meer, hoe beter.

Lukas 10:3-4.KruisverwijzingenMattheüs 10:16Johannes 15:20Handelingen 20:29Ezechiël 2:3Lukas 22:352 Koningen 4:29Handelingen 9:16Sefanja 3:3
— Gaat henen; ziet, Ik zend u als lammeren in het midden der wolven. Draagt geen buidel, noch male, noch schoenen; en groet niemand op den weg.
“Gaat henen; ziet, Ik zend u als lammeren in het midden der wolven. Draagt geen buidel, noch male, noch schoenen; en groet niemand op den weg.”

Het is alsof Hij zegt: weerloos en onschadelijk, midden onder hen die u zouden verslinden als Ik u niet zond. Het zou roekeloosheid zijn op eigen gezag te gaan; maar Ík zend u, en Wie Zijn lammeren onder de wolven zendt, zal voor hen zorgen.

De lammeren en de schapen zijn heel weerloos. En toch zijn er ten slotte meer schapen in de wereld dan wolven. Het leek erop dat de wolven de schapen spoedig verslinden zouden, maar in menig land zijn de wolven uitgeroeid en worden de schapen nog altijd op prijs gesteld. En zo zal het zijn tot het einde.

Toen Christus de zeventig uitzond, gebood Hij hun geen mondvoorraad mee te nemen, want zij mochten op de vriendelijkheid van het volk vertrouwen. Later, toen Hij op het punt stond Zijn discipelen te verlaten, gebood Hij hun wél een buidel en een male mee te nemen, want zij gingen onder een onvriendelijk volk. Maar bij deze eerste zending wist Hij dat men hun goedgezind was.

De oosterse begroetingen onderweg namen heel veel tijd in beslag; de mensen zeiden elkaar een heleboel fraaie nietigheden. Christelijke dienaars behoren van veel van die langdurige hoffelijkheden van het leven vrijgesteld te worden. Willen wij zielen winnen, dan moeten wij aan het werk gaan als de koeriers van de koning. Die laten zich nergens anders mee in, maar wijden al hun krachten aan de zending waarvoor zij uitgezonden zijn.

Lukas 10:5-6.Kruisverwijzingen1 Samuël 25:62 Korinthe 2:15Psalmen 35:132 Thessalonicenzen 3:16Mattheüs 10:12Lukas 19:92 Korinthe 5:18Jesaja 57:19
— En in wat huis gij zult ingaan, zegt eerst: Vrede zij dezen huize! En indien aldaar een zoon des vredes is, zo zal uw vrede op hem rusten; maar indien niet, zo zal uw vrede tot u wederkeren.
“En in wat huis gij zult ingaan, zegt eerst: Vrede zij dezen huize! En indien aldaar een zoon des vredes is, zo zal uw vrede op hem rusten; maar indien niet, zo zal uw vrede tot u wederkeren.”

De vredegroet gaat dus niet verloren. Wens het goede, en uw goede wens zal u goeddoen, ook al doet zij niemand anders goed. Onze kippen komen thuis om te roesten: zijn het vloeken, dan komen zij op onszelf neer; zijn het zegeningen, dan zullen zij onszelf zowel als anderen zegenen.

Lukas 10:7-8.Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:273 Johannes 1:51 Timotheüs 5:17Deuteronomium 12:122 Timotheüs 2:6Handelingen 16:40Mattheüs 10:10Filippenzen 4:17
— En blijft in datzelve huis, etende en drinkende, hetgeen van hen voorgezet wordt; want de arbeider is zijn loon waardig; gaat niet over van het ene huis in het andere huis. En in wat stad gij zult ingaan, en zij u ontvangen, eet hetgeen ulieden voorgezet wordt.
“En blijft in datzelve huis, etende en drinkende, hetgeen van hen voorgezet wordt; want de arbeider is zijn loon waardig; gaat niet over van het ene huis in het andere huis. En in wat stad gij zult ingaan, en zij u ontvangen, eet hetgeen ulieden voorgezet wordt.”

De Joodse rabbijnen waren op hun rondreizen heel nauwgezet over hun voedsel; men zegt dat het heel moeilijk was een gerecht naar hun smaak te vinden. Het ene was op de ene manier onrein, en het andere haalde het op een andere manier niet.

Maar hier stelt de Meester Zijn gezanten vrij van de aandacht voor die kleinigheden. Zij hadden iets beters te doen dan zich altijd druk te maken over wat zij eten of drinken zouden. Daarom zei Hij tot hen: eet hetgeen u voorgezet wordt.

Lukas 10:9-11.KruisverwijzingenMattheüs 3:2Lukas 10:11Handelingen 28:7Lukas 10:9Lukas 9:5Handelingen 18:6Mattheüs 10:14Handelingen 28:31
— En geneest de kranken, die daarin zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen. Maar in wat stad gij zult ingaan, en zij u niet ontvangen, uitgaande op haar straten, zo zegt: Ook het stof, dat uit uw stad aan ons kleeft, schudden wij af op ulieden; nochtans zo weet dit, dat het Koninkrijk Gods nabij u gekomen is.
“En geneest de kranken, die daarin zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen. Maar in wat stad gij zult ingaan, en zij u niet ontvangen, uitgaande op haar straten, zo zegt: Ook het stof, dat uit uw stad aan ons kleeft, schudden wij af op ulieden; nochtans zo weet dit, dat het Koninkrijk Gods nabij u gekomen is.”

Wij hoeven niet te blijven staan om te redetwisten; dat is onze zaak niet. Wij hebben onze boodschap te brengen. Nemen mensen haar aan, dan zijn wij blij; willen zij haar niet horen, dan wenden wij ons met een zwaar hart af en gaan wij elders heen.

Ons werk is de heerlijke boodschap van barmhartigheid te verkondigen: zaligheid door een stervende Zaligmaker, zaligheid door de grote verzoening. Onze taak is haar te verkondigen en haar dan te laten; de verantwoordelijkheid van het aannemen of verwerpen ligt bij onze hoorders.

Lukas 10:12-16.KruisverwijzingenMattheüs 10:15Jesaja 23:1Johannes 13:201 Thessalonicenzen 4:8Mattheüs 10:40Mattheüs 11:24Ezechiël 26:1Mattheüs 4:13
— En Ik zeg u, dat het dien van Sodom verdragelijker wezen zal in dien dag, dan dezelve stad. Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaida, want zo in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn, zij zouden eertijds, in zak en as zittende, zich bekeerd hebben. Doch het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in het oordeel, dan ulieden. En gij, Kapernaum, die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.
“En Ik zeg u, dat het dien van Sodom verdragelijker wezen zal in dien dag, dan dezelve stad. Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaida, want zo in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn, zij zouden eertijds, in zak en as zittende, zich bekeerd hebben. Doch het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in het oordeel, dan ulieden. En gij, Kapernaum, die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.”

Het evangelie horen en verwerpen is de kroon op alle zonde. Waaraan mensen zich verder ook schuldig maken, hebben zij Christus niet verworpen, dan hebben zij het toppunt van de ongerechtigheid nog niet bereikt.

Brengt de boodschapper zijn boodschap juist over, en zoals zijn Meester haar gebracht wilde hebben, dan draagt het verwerpen ervan dezelfde schuld in zich als het verwerpen van Christus Zelf. En het verwerpen van Christus is het verwerpen van God; dat zegt Jezus ons hier.

Lukas 10:17.KruisverwijzingenMarkus 16:17Lukas 10:1Lukas 9:1Romeinen 16:20Lukas 10:9
— En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.
“En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.”

Niet één van de lammeren was door de wolven verslonden.

Christus had het uitwerpen van duivelen in hun opdracht niet genoemd. Hij zond hen om de zieken te genezen. Het uitwerpen van duivelen was daarin ongetwijfeld begrepen, maar het was niet met zoveel woorden gezegd. En omdat dit iets extra’s was boven de woorden van hun opdracht, waren zij er bijzonder verheugd over.

Lukas 10:18-20.KruisverwijzingenMarkus 16:18Psalmen 91:13Romeinen 16:20Handelingen 28:5Lukas 21:17Openbaring 11:5Hebreeën 13:5Romeinen 8:31
— En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen. Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen. Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.
“En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen. Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen. Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.”

Dat uw namen in de hemelen geschreven zijn is een hoger voorrecht dan meester over de demonen te zijn, of dan op slangen te mogen treden.

Die dag van de wonderen is voorbij, maar de kracht van het evangelie is nog altijd dezelfde geestelijke kracht. Wij werpen nog altijd duivelen uit; nog altijd worden mensen verlost uit de heerschappij van satan.

Lukas 10:21-22.Kruisverwijzingen2 Korinthe 4:31 Korinthe 2:6Johannes 10:15Johannes 6:44Johannes 1:18Kolossenzen 2:2Efeze 1:5Efeze 1:11
— Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U. Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.
“Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U. Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.”

U weet dat Hij de Zoon van God is; u weet dat Hij Jezus van Nazareth is. Maar u kent Hem niet, en u kúnt Hem niet kennen zoals Zijn Vader Hem kent. Hij is in Zijn volheid alleen aan de Vader bekend.

“Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?” Nee, dat kunt u niet. De Zoon van God moet u Zijn Vader openbaren, of u zult Hem nooit kennen.

Lukas 10:23-24.KruisverwijzingenMattheüs 13:16Johannes 8:561 Petrus 1:10Hebreeën 11:13Hebreeën 11:39
— En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet. Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.
“En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet. Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.”

Wat een voorrecht is het te leven in de tijd waarin het volle licht van het evangelie schijnt! Profeten en koningen hebben begeerd te zien wat wij zien, en hebben het niet gezien.

Lukas 10:25-29.KruisverwijzingenMattheüs 22:37Markus 12:30Deuteronomium 6:5Deuteronomium 30:6Romeinen 13:9Markus 12:33Leviticus 19:18Deuteronomium 10:12
— En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij? En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven. Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?
“En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij? En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven. Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?”

Hij wilde zichzelf rechtvaardigen, en daarom stelde hij de vraag die zovelen nog stellen: en wie is mijn naaste?

Lukas 10:30-35.KruisverwijzingenMattheüs 10:5Exodus 23:4Romeinen 12:20Psalmen 147:3Genesis 42:27Spreuken 24:17Jesaja 1:51 Thessalonicenzen 5:15
— En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen. En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij. En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij. Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen. En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem. En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.
“En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen. En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij. En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij. Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen. En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem. En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.”

De Samaritaan is een voorbeeld voor wie de bedroefden helpen willen. Maar wij hebben een hoger voorbeeld: de Heere Jezus Christus.

Jezus predikte hier in het geheel niet over Zichzelf. En toch mogen wij de goedheid van onze Heere ermee toelichten. Dit is een beeld van een edelmoedig mens die zich om de behoeftige bekommert. Maar de edelmoedigste Mens Die ooit geleefd heeft was de Man van Nazareth, en niemand heeft ooit zo voor zieke en lijdende zielen gezorgd als Híj.

De gewonde man kon zichzelf van zijn droeve toestand geen verwijt maken; het was zijn ongeluk en niet zijn schuld. Maar u en ik zijn niet alleen half dood maar geheel dood in zonden en misdaden, en wij hebben veel van onze kwalen over onszelf gebracht.

De rovers die ons uitgeschud hebben zijn onze eigen ongerechtigheden. De wonden die wij dragen zijn door onze eigen zelfmoordende handen toegebracht.

Wij stonden niet tegenover Jezus Christus zoals de arme Jood tegenover de Samaritaan stond, uit louter vooroordeel. Wij waren van nature tegen de gezegende Verlosser gekant. Wij hebben ons van het begin af van Hem afgewend; wij hebben Hem weerstaan en verworpen.

De arme man duwde zijn Samaritaanse vriend niet weg, maar wíj hebben dat met onze Heere gedaan. Wonderlijke liefde bewoog het hart van de Zaligmaker toen Hij ons in al onze ellende vond en Zich over ons boog om ons eruit op te heffen. En dat terwijl Hij wist dat wij Zijn vijanden waren.

Lukas 10:36-37.Kruisverwijzingen1 Johannes 3:16Micha 6:82 Korinthe 8:91 Petrus 2:21Johannes 13:15Mattheüs 23:23Lukas 6:32Mattheüs 22:42
— Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was? En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.
“Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was? En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.”

Och wetgeleerde, waarom zei u niet: de Samaritaan? Natuurlijk gebruikte hij dat woord niet graag. Och nee, wíj noemen ze nooit, die Samaritanen. De Joden hebben geen gemeenschap met de Samaritanen; daarom wilde hij niet eerlijk zeggen: de Samaritaan. Hij maakte er een omweg van en zei: “Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft.”

Onze Heere legt hier een punt uit dat voortkwam uit de vraag: wat doende zal ik het eeuwige leven beërven? Die vraag is wettisch, en het antwoord sluit daarbij aan.

Maar laat het nooit vergeten worden dat wat de wet van ons eíst, het evangelie in ons vóórtbrengt. De wet zegt ons wat wij behoren te zijn, en het is een van de doelen van het evangelie ons tot die staat op te heffen. Daarom is het onderwijs van onze Zaligmaker, hoe uitermate praktisch ook, altijd evangelisch.

Twee doelen worden gediend doordat Hij een hoge maatstaf van plicht opricht. Aan de ene kant doodt Hij de eigengerechtigen die beweren de wet gehouden te hebben, door mensen de onmogelijkheid te doen voelen van een zaligheid door hun eigen werken. En aan de andere kant roept Hij gelovigen weg van alle tevredenheid met de enkele betamelijkheden van het leven en de sleur van de uiterlijke godsdienst. Hij spoort hen aan de hoogste trap van heiligheid te zoeken.

Hier was een wegzending, en hier was ook een opdracht. Jezus zond hem weg: Ik heb u niets meer te zeggen, ga heen. En hier was de opdracht: “Ga heen, en doe gij desgelijks.”

Helaas, ik vrees dat mensen na de meeste preken de wegzending meekrijgen — ga heen — maar de opdracht vergeten: “doe gij desgelijks”. Het is uw voorrecht zowel als uw plicht, o christenen, de behoeftigen bij te staan. En ontdekt u nood, verleen dan naar uw vermogen praktische hulp.

Lukas 10:38-40.KruisverwijzingenLukas 8:35Handelingen 22:3Johannes 12:3Spreuken 8:34Lukas 2:46Deuteronomium 33:3Johannes 6:27Lukas 12:29
— En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde. Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.
“En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde. Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.”

Er waren niet zo heel veel mensen die voor Christus een open huis hielden. Maar Martha deed dat. Het was háár huis.

Maria was vrij om aan de voeten van Jezus te zitten. Het was háár huis niet; zij hoefde niet voor de gastvrijheid te zorgen. Haar zuster was daar heel goed toe in staat. Maria deed er dus goed aan de gelegenheid te baat te nemen om aan de voeten van Jezus te zitten en Zijn woord te horen.

Martha was opgewonden en verontrust; zij was bang dat er met het eten iets mis zou gaan. Zij had te veel aan haar handen en te veel in haar hoofd. Dat bracht haar ertoe haar zuster Maria te verwijten, en te proberen ook de Heere haar te laten verwijten. Er zit een sterke inslag van eigengerechtigheid in de woorden van Martha.

Zij wilde zoveel gereedmaken, zij wilde alles keurig hebben. Zo kwam zij de Meester bijna bekijven. Zij was die dag beslist uit haar humeur; zij was verontrust geraakt.

Lieve vrienden, het is niet verkeerd te arbeiden en te werken en alles te doen wat wij kunnen. Maar het is verkeerd erdoor bezet te raken, er prikkelbaar en bezorgd en gejaagd van te worden. U doet het er niet beter door. U doet waarschijnlijk minder, en u doet het slechter.

Lukas 10:41-42.KruisverwijzingenPsalmen 27:4Johannes 5:24Johannes 10:27Filippenzen 4:6Mattheüs 6:25Lukas 18:22Johannes 17:3Psalmen 17:15
— En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.
“En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.”

Het is alsof Hij zegt: u hebt veel vergeten. Terwijl u naar veel dingen omzag, hebt u het voornaamste vergeten, het enig nodige.

Ik zal haar niet zeggen Mijn onderwijs te verlaten, zei onze Heere, of op te staan van de plaats die zij inneemt. Nee, u mag aan uw werk gaan; zij eert Mij evenzeer als u, zo niet meer.

Dat betekende niet dat Maria volmaakt was, of dat Martha geheel te veroordelen was. Beiden moesten veel van Jezus leren, en Maria was daar het meest mee bezig. En toch deed Martha goede dienst.

Wat ík voor Christus doen kan is weinig. Wat Híj voor mij gedaan heeft is zo verbazend, zo weergaloos, zo onuitsprekelijk en zo heerlijk, dat ik daaraan het grootste deel van mijn aandacht behoor te geven.

Onze godsdienst is niet van de eerste rang als hij enkel kijkt naar ons doen en niet naar het voleindigde en volmaakte werk van Christus.

Martha, Martha, Christus heeft u niet half zo nodig als u Hém nodig hebt. Het is gepast dat u bedenkt hoe u tijd kunt uitsparen om naar het huis van het gebed te gaan. Het is gepast dat u bedenkt hoe u uw kinderen in de vreze van de HEERE opvoeden zult. En hoe u een weinig geld sparen zult voor de armen of voor de gemeente van Christus. Al die dingen zijn goed, en het is goed dat u ze doet. Maar bedenk: Christus heeft méér voor u gedaan.

En zo liet Hij haar daar nog zitten en Zijn gezegende woorden horen. Och, dat ik voor eeuwig met Maria aan de voeten van de Meester zitten mocht — dat zij mijn blijde keus!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Ik mag soms met Martha rondlopen om te doen wat Christus van mij nodig heeft. Maar ik meen dat ik vaker met Maria zou moeten zitten om van Christus te ontvangen wat ik van Hém nodig heb.

Verdiepende artikelen

Martha en Maria

Preken

In deze preek over Martha en Maria uit het Evangelie van Lukas 10:41–42 laat Spurgeon zien dat het enige wat nodig is niet ijverige dienstbaarheid is, maar een…

De oorzaak van het geloof

Geloof

Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Rom. 10:17 Het geloof komt door het gehoor, dat is waar. Maar is het niet…

Goed nieuws voor u

Aan De Voeten Van De Meester

Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen. Lukas 10:33 Ik heb predikanten gekend die zeiden, “Kijk, we moeten…

Zingen in de nacht

Nabij De Zon

Te dier ure verheugde Zich Jezus in de geest. Lukas 10:21 De Heiland was een Man van smarten, maar iedere bedachtzame geest heeft ontdekt dat Hij ten diepste…

Gewapend met heilige moed

Aan De Voeten Van De Meester

En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam. En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een…

Martha en Maria

Preken

Een preek uitgesproken op zondagochtend 24 april 1870, door C. H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een…

Te dier ure verheugde zich Jezus in de Geest

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Te dier ure verheugde zich Jezus in de Geest. Lukas 10:21 De Zaligmaker was een man van smarten, maar iedere nadenkende geest…

De barmhartige Samaritaan

Preken

Doch een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem. Lukas 10:33 De barmhartige Samaritaan is een meesterlijk geschetst beeld van ware weldadigheid. De Samaritaan stond in geen bloedsbetrekking tot de…

De barmhartige Samaritaan

Preken

(EEN PREEK TEN BEHOEVE VAN DE ZIEKENHUIZEN) En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, hem verzoekende, en zeggende: Meester! Wat doende zal ik het eeuwige leven beërven? En…

Doch Martha was zeer bezig met veel dienen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Doch Martha was zeer bezig met veel dienen. Lukas 10:40 Het was niet verkeerd dat ze diende-,dienstbaarheid past iedere christen. ‘Ik…

Ouders die vruchten voortbrengen

Korte Overdenkingen

En gij Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Lukas 10:15 Brengt u als ouders geen vruchten van geloof en…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content