Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Johannes 3

1 En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG1161 er wasG1510 een mensG444 uitG1537 de FarizeenG5330, wiens naamG3686 was NicodemusG3530, een oversteG758 der JodenG2453; En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;

KJV There was a man3 of4 the Pharisees,6 named8 Nicodemus,7 a ruler10 of the Jews:

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 7 νικοδημος G3530 Nicodemus Nicodemus 8 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 αρχων G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 DezeG3778 kwamG2064 des nachtsG3571 totG4314 JezusG2424, enG2532 zeideG2036 tot HemG846: RabbiG4461, wij wetenG1492, dat Gij zijt een LeraarG1320 vanG575 GodG2316 gekomenG2064; want niemandG3762 kanG1410 dezeG3778 tekenenG4592 doenG4160, die GijG4771 doet, zoG1437 GodG2316 metG3326 hemG846 nietG3361 isG1510. Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is.

KJV The same1 came2 to3 Jesus5 by night,6 and7 said unto him,9 Rabbi,10 we know11 that12 thou art15 a teacher16 come from13 God:14 for18 no man17 can22 do23 these miracles21 that24 thou25 doest,26 except God31 be with32 him.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 11 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 εληλυθας G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 17 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 18 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 19 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 σημεια G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 22 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 23 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 24 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 25 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 26 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 27 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 28 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 29 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 30 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 32 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 33 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 JezusG2424 antwoorddeG611 enG2532 zeideG2036 tot hemG846: VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: TenzijG3362 dat iemandG5100 wederomG509 geborenG1080 worde, hij kanG1410 het KoninkrijkG932 GodsG2316 niet zienG1492. Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

KJV Jesus3 answered1 and4 said unto him,6 Verily,7 verily,8 I say5 unto thee, Except a man13 be born14 again,15 he cannot17 see the kingdom20 of God.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 8 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 9 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 14 γεννηθη G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 15 ανωθεν G509 tevoren, wederom, lang from above, again, from the beginning (very first), the top 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 18 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Nicodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan, en geboren worden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 NicodemusG3530 zeideG3004 totG4314 HemG846: HoeG4459 kanG1410 een mensG444 geborenG1080 worden, nu oudG1088 zijnde? KanG1410 hijG846 ook andermaalG1208 inG1519 zijner moedersG3384 buikG2836 ingaanG1525, enG2532 geborenG1080 worden? Nicodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan, en geboren worden?

KJV Nicodemus5 saith1 unto2 him,3 How6 can7 a man8 be born9 when he is old?10 can12 he enter21 the second time20 into14 his19 mother's18 womb,16 and22 be born?

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νικοδημος G3530 Nicodemus Nicodemus 6 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 7 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 8 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 γεννηθηναι G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 10 γερων G1088 oud old 11 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 κοιλιαν G2836 buik, lijf, buiken belly, womb 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μητρος G3384 moeder, moeders mother 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 δευτερον G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 21 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 γεννηθηναι G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 JezusG2424 antwoorddeG611: VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: ZoG1437 iemandG5100 niet geborenG1080 wordt uitG1537 waterG5204 enG2532 GeestG4151, hij kanG1410 inG1519 het KoninkrijkG932 GodsG2316 niet ingaanG1525. Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.

KJV Jesus3 answered,1 Verily,4 verily,5 I say6 unto thee, Except a man10 be born11 of12 water13 and14 of the Spirit,15 he cannot16 enter18 into19 the kingdom21 of God.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 5 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 6 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 11 γεννηθη G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 12 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 υδατος G5204 water, wateren, waters water 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 18 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Hetgeen uitG1537 het vleesG4561 geborenG1080 is, dat is vleesG4561; enG2532 hetgeen uitG1537 den GeestG4151 geborenG1080 is, dat is geestG4151. Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.

KJV That which is born2 of3 the flesh5 is flesh;6 and8 that which is born10 of11 the Spirit13 is spirit.

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γεγεννημενον G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 6 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γεγεννημενον G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 14 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 VerwonderG2296 u nietG3361, datG3754 Ik u gezegdG2036 heb: GijliedenG4771 moetG1163 wederomG509 geborenG1080 worden. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.

KJV Marvel2 not1 that3 I said unto thee, Ye must6 be born8 again.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 θαυμασης G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 6 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 7 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 8 γεννηθηναι G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 9 ανωθεν G509 tevoren, wederom, lang from above, again, from the beginning (very first), the top

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De windG4151 blaastG4154, waarheen hij wilG2309, enG2532 gij hoortG191 zijn geluidG5456; maarG235 gij weetG1492 nietG3756, van waar hij komtG2064, enG2532 waar hij heen gaat; alzoG3779 is een iegelijkG3956, die uitG1537 den GeestG4151 geborenG1080 is. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.

KJV The wind2 bloweth5 where3 it listeth,4 and6 thou hearest10 the sound8 thereof,9 but11 canst13 not12 tell whence14 it cometh,15 and16 whither17 it goeth:18 so19 is every one21 that is born23 of24 the Spirit.

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 3 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 4 θελει G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 5 πνει G4154 gewaaid, waaien, blaast blow 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 φωνην G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ακουεις G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 11 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 οιδας G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 14 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 15 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 που G4226 waar where, whither 18 υπαγει G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 19 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 22 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 γεγεννημενος G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 24 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 NicodemusG3530 antwoorddeG611 enG2532 zeideG2036 tot HemG846: HoeG4459 kunnen dezeG3778 dingen geschiedenG1096? Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden?

KJV Nicodemus2 answered1 and3 said unto him,5 How6 can7 these things be?

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 νικοδημος G3530 Nicodemus Nicodemus 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 7 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 8 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israel, en weet gij deze dingen niet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 JezusG2424 antwoorddeG611 enG2532 zeideG2036 tot hemG846: ZijtG1510 gijG4771 een leraarG1320 van IsraelG2474, enG2532 weet gij dezeG3778 dingen nietG3756? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israel, en weet gij deze dingen niet?

KJV Jesus3 answered1 and4 said unto him,6 Art thou7 a master10 of Israel,12 and13 knowest16 not15 these things?

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 γινωσκεις G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 IkG1473 uG4771: Wij sprekenG2980, watG3739 Wij wetenG1492, enG2532 getuigenG3140, watG3739 Wij gezienG3708 hebben; enG2532 gijlieden neemtG2983 Onze getuigenisG3141 nietG3756 aan. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan.

KJV Verily,1 verily,2 I say3 unto thee, We speak8 that5 we do know,7 and9 testify12 that6 we have seen;11 and13 ye receive18 not17 our witness.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 λαλουμεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 εωρακαμεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 12 μαρτυρουμεν G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μαρτυριαν G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 16 ημων G1473 mij, ik I, me 17 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 λαμβανετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Indien Ik ulieden de aardseG1919 dingen gezegdG2036 heb, enG2532 gijG4771 nietG3756 gelooftG4100, hoeG4459 zult gijG4771 gelovenG4100, indien Ik ulieden de hemelseG2032 zou zeggenG2036? Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?

KJV If1 I have told you earthly things,3 and6 ye believe8 not,7 how9 shall ye believe,15 if10 I tell you of heavenly things?

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 επιγεια G1919 aardse, aarde, aards earthly, in earth, terrestrial 4 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 πιστευετε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 9 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 ειπω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 επουρανια G2032 hemelse, hemel, Hemelse celestial, (in) heaven(-ly), high 15 πιστευσετε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 niemandG3762 is opgevarenG305 in den hemelG3772, dan Die uitG1537 den hemelG3772 nedergekomenG2597 is, namelijk de ZoonG5207 des mensenG444, Die in de hemelG3772 is. En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.

KJV And1 no man2 hath ascended up3 to4 heaven,6 but he that came down13 from10 heaven,12 even the Son15 of man17 which5 is in20 heaven.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 3 αναβεβηκεν G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 13 καταβας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 gelijk MozesG3475 de slangG3789 inG1722 de woestijnG2048 verhoogdG5312 heeft, alzoG3779 moetG1163 de ZoonG5207 des mensenG444 verhoogdG5312 worden; En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;

KJV And1 as2 Moses3 lifted up4 the serpent6 in7 the wilderness,9 even so10 must12 the Son14 of man16 be lifted up:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 3 μωσης G3475 Mozes Moses 4 υψωσεν G5312 verhoogd, verhogen, verhoogt exalt, lift up 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οφιν G3789 slang, slangen, Slangen serpent 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 10 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 11 υψωθηναι G5312 verhoogd, verhogen, verhoogt exalt, lift up 12 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 OpdatG2443 een iegelijkG3956, die inG1519 HemG846 gelooftG4100, nietG3361 verderveG622, maarG235 het eeuwigeG166 levenG2222 hebbeG2192. Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

KJV That whosoever2 believeth4 in5 him6 should8 not perish, but9 have10 eternal12 life.

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 αποληται G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 9 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 εχη G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 11 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 12 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 WantG1063 alzoG3779 liefG25 heeftG25 GodG2316 de wereldG2889 gehad, dat Hij Zijn eniggeborenG3439 ZoonG5207 gegevenG1325 heeft, opdatG2443 een iegelijkG3956 die inG1519 HemG846 gelooftG4100, nietG3361 verderveG622, maarG235 het eeuwigeG166 levenG2222 hebbeG2192. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

KJV For2 God5 so1 loved3 the world,7 that8 he gave14 his11 only begotten13 Son,10 that15 whosoever16 believeth18 in19 him20 should22 not21 perish, but23 have24 everlasting26 life.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ηγαπησεν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 8 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μονογενη G3439 eniggeboren, eniggeborene, Eniggeborenen only (begotten, child) 14 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 22 αποληται G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 23 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 24 εχη G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 25 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 26 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantG1063 GodG2316 heeft Zijn ZoonG5207 nietG3756 gezondenG649 inG1519 de wereldG2889, opdatG2443 Hij de wereldG2889 veroordelenG2919 zou, maarG235 opdatG2443 de wereldG2889 doorG1223 HemG846 zou behoudenG4982 worden. Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.

KJV For2 God5 sent3 not1 his8 Son7 into9 the world11 to12 condemn13 the world;15 but16 that17 the world20 through21 him22 might be saved.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 κρινη G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 16 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 σωθη G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κοσμος G2889 wereld, versiersel adorning, world 21 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Die inG1519 HemG846 gelooftG4100, wordt niet veroordeeldG2919, maarG1161 die niet gelooftG4100, is alredeG2235 veroordeeldG2919, dewijlG3754 hij niet heeft geloofdG4100 inG1519 den NaamG3686 des eniggeborenG3439 ZoonsG5207 van GodG2316. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.

KJV He that believeth2 on3 him4 is6 not5 condemned:12 but8 he that believeth10 not9 is condemned already,11 because13 he hath15 not14 believed in16 the name18 of the only begotten20 Son21 of God.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 κρινεται G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 11 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 12 κεκριται G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 πεπιστευκεν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 μονογενους G3439 eniggeboren, eniggeborene, Eniggeborenen only (begotten, child) 21 υιου G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En ditG3778 isG1510 het oordeelG2920, dat het lichtG5457 inG1519 de wereldG2889 gekomenG2064 is, en de mensenG444 hebbenG25 de duisternisG4655 lieverG3123 gehad dan het lichtG5457; want hunG846 werkenG2041 warenG1510 boosG4190. En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.

KJV And2 this1 is the condemnation,5 that6 light8 is come9 into10 the world,12 and13 men16 loved14 darkness19 rather17 than20 light,22 because24 their26 deeds28 were evil.

1 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κρισις G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 9 εληλυθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ηγαπησαν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 17 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 σκοτος G4655 duisternis darkness 20 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 23 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 25 πονηρα G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 26 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 WantG1063 een iegelijkG3956, die kwaadG5337 doet, haatG3404 het lichtG5457, enG2532 komtG2064 totG4314 het lichtG5457 niet, opdatG2443 zijn werkenG2041 niet bestraftG1651 worden. Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.

KJV For2 every one1 that doeth5 evil4 hateth6 the light,8 neither9 cometh11 to12 the light,14 lest his20 deeds19 should be reproved.

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαυλα G5337 boze, kwaad, kwaads evil 5 πρασσων G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts 6 μισει G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 ελεγχθη G1651 bestraft, bestraf, overtuigd convict, convince, tell a fault, rebuke, reprove 18 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 MaarG1161 die de waarheidG225 doetG4160, komtG2064 totG4314 het lichtG5457, opdatG2443 zijn werkenG2041 openbaarG5319 worden, dat zij inG1722 GodG2316 gedaan zijnG1510. Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.

KJV But2 he that doeth3 truth5 cometh6 to7 the light,9 that10 his12 deeds14 may be made manifest,11 that15 they are wrought19 in16 God.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αληθειαν G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 6 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 φανερωθη G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 ειργασμενα G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 NaG3326 dezenG5023 kwamG2064 JezusG2424 enG2532 Zijn discipelenG3101 inG1519 het landG1093 van JudeaG2449, enG2532 onthieldG1304 Zich aldaar metG3326 henG846, enG2532 doopteG907. Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte.

KJV After1 these things came3 Jesus5 and6 his9 disciples8 into10 the land13 of Judaea; and14 there15 he tarried16 with17 them,18 and19 baptized.

1 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 2 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιουδαιαν G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 13 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 16 διετριβεν G1304 doorgebracht, onthielden, verkeerden abide, be, continue, tarry 17 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εβαπτιζεν G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar, en werden gedoopt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En JohannesG2491 doopteG2258 ookG2532 in EnonG137 bij SalimG4530, dewijlG3754 aldaar veleG4183 waterenG5204 waren; en zij kwamen daar, en werden gedooptG907. En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar, en werden gedoopt.

KJV And2 John4 also3 was baptizing5 in6 Aenon7 near8 to Salim,10 because11 there was much13 water12 there:15 and16 they came,17 and18 were baptized.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ιωαννης G2491 Johannes John 5 βαπτιζων G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 αινων G137 Enon Ænon 8 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σαλειμ G4530 Salim Salim 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 υδατα G5204 water, wateren, waters water 13 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 14 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 παρεγινοντο G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εβαπτιζοντο G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 WantG1063 JohannesG2491 wasG1510 nogG3768 niet inG1519 de gevangenisG5438 geworpenG906. Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.

KJV For2 John9 was not yet1 cast4 into5 prison.

1 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 βεβλημενος G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 φυλακην G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιωαννης G2491 Johannes John
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Er reesG1096 danG3767 een vraagG2214 van enigen uitG1537 de discipelenG3101 van JohannesG2491 metG3326 de JodenG2453 overG4012 de reinigingG2512. Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging.

KJV Then2 there arose1 a question3 between8 some of4 John's7 disciples6 and the Jews9 about10 purifying.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ζητησις G2214 vragen, onderzoeking, vraag question 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 ιωαννου G2491 Johannes John 8 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 9 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 10 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 11 καθαρισμου G2512 reiniging, reinigmaking cleansing, + purge, purification(-fying)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 zij kwamen totG4314 JohannesG2491, enG2532 zeidenG2036 totG4314 hemG846: RabbiG4461, Die metG3326 uG4771 wasG1510 over de JordaanG2446, WelkenG3739 gijG4771 getuigenisG3140 gaaft, zieG2396, Die dooptG907, enG2532 zij komenG2064 allenG3956 tot HemG846. En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.

KJV And1 they came2 unto3 John,5 and6 said unto him,8 Rabbi,9 he10 that was with12 thee beyond14 Jordan,16 to whom17 thou13 barest witness,19 behold, the same21 baptizeth,22 and23 all24 men come25 to26 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιωαννην G2491 Johannes John 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 10 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 13 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 14 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ιορδανου G2446 Jordaan Jordan 17 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 19 μεμαρτυρηκας G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 20 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 21 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 βαπτιζει G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 25 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 26 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 27 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 JohannesG2491 antwoorddeG611 enG2532 zeideG2036: Een mensG444 kanG1410 geen dingG3762 aannemenG2983, zoG1437 het hemG846 uitG1537 de hemelG3772 niet gegevenG1325 zij. Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij.

KJV John2 answered1 and3 said, A man7 can6 receive8 nothing,9 except it be given13 him14 from15 heaven.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ιωαννης G2491 Johannes John 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 7 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 λαμβανειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 9 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 δεδομενον G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 GijzelvenG5210 zijt mijn getuigenG3140, datG3754 ik gezegdG2036 heb: IkG1473 benG1510 de ChristusG5547 nietG3756; maarG235 datG3754 ik voor Hem heen uitgezondenG649 benG1510. Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben.

KJV Ye yourselves1 bear4 me witness, that5 I said, I3 am8 not7 the Christ,11 but12 that13 I am15 sent14 before16 him.

1 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 3 μοι G1473 mij, ik I, me 4 μαρτυρειτε G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εγω G1473 mij, ik I, me 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 12 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 απεσταλμενος G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 15 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 17 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Die de bruidG3565 heeftG2192, isG1510 de bruidegomG3566, maarG1161 de vriendG5384 des bruidegomsG3566, die staatG2476 en hemG846 hoortG191, verblijdtG5463 zich met blijdschapG5479 omG1223 de stemG5456 des bruidegomsG3566. ZoG3767 is dan dezeG3778 mijnG1699 blijdschapG5479 vervuldG4137 geworden. Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden.

KJV He that hath2 the bride4 is the bridegroom:5 but8 the friend9 of the bridegroom,11 which1 standeth13 and14 heareth15 him,16 rejoiceth18 greatly17 because19 of the bridegroom's23 voice:21 this24 my29 joy27 therefore25 is fulfilled.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νυμφην G3565 bruid, schoondochter, Bruid bride, daughter in law 5 νυμφιος G3566 Bruidegom, bruidegom, bruidegoms bridegroom 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 φιλος G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 νυμφιου G3566 Bruidegom, bruidegom, bruidegoms bridegroom 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εστηκως G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ακουων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 χαρα G5479 blijdschap, vreugde gladness, X greatly, (X be exceeding) joy(-ful, -fully, -fulness, -ous) 18 χαιρει G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 19 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 φωνην G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 νυμφιου G3566 Bruidegom, bruidegom, bruidegoms bridegroom 24 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 25 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 26 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 χαρα G5479 blijdschap, vreugde gladness, X greatly, (X be exceeding) joy(-ful, -fully, -fulness, -ous) 28 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 εμη G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 30 πεπληρωται G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Hij moet wassen, maar ik minder worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Hij moetG1163 wassenG837, maarG1161 ikG1473 minderG1642 worden. Hij moet wassen, maar ik minder worden.

KJV He1 must2 increase,3 but5 I must decrease.

1 εκεινον G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 2 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 3 αυξανειν G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 4 εμε G1473 mij, ik I, me 5 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 6 ελαττουσθαι G1642 minder decrease, make lower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Die van boven komtG2064, isG1510 boven allenG3956; die uitG1537 de aardeG1093 is voortgekomen die is uitG1537 de aardeG1093, enG2532 spreektG2980 uitG1537 de aardeG1093. Die uitG1537 den hemelG3772 komtG2064, isG1510 boven allenG3956. Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.

KJV He that cometh3 from above2 is above4 all:5 he that is of9 the earth11 is earthly,12 and16 speaketh20 of17 the earth:14 he that cometh25 from22 heaven24 is above26 all.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ανωθεν G509 tevoren, wederom, lang from above, again, from the beginning (very first), the top 3 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 5 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 12 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 20 λαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 21 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 25 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 26 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 27 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 28 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En hetgeenG3739 Hij gezienG3708 enG2532 gehoordG191 heeft, dat getuigtG3140 Hij; enG2532 Zijn getuigenisG3141 neemtG2983 niemandG3762 aan. En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan.

KJV And1 what2 he hath seen3 and4 heard,5 that he testifieth;7 and8 no man12 receiveth13 his11 testimony.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 εωρακεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ηκουσεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 μαρτυρει G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μαρτυριαν G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 13 λαμβανει G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Die Zijn getuigenisG3141 aangenomenG2983 heeft, die heeft verzegeldG4972, datG3754 GodG2316 waarachtigG227 isG1510. Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is.

KJV He that hath received2 his3 testimony5 hath set to his seal6 that7 God9 is true.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαρτυριαν G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 6 εσφραγισεν G4972 verzegeld, Verzegel, verhinderd (set a, set to) seal up, stop 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 αληθης G227 waarachtig, waarachtige, waarachtigen true, truly, truth 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem de Geest niet met mate.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Want Dien GodG2316 gezondenG649 heeft, Die spreektG2980 de woordenG4487 GodsG2316; wantG1063 GodG2316 geeftG1325 Hem de GeestG4151 nietG3756 metG1537 mateG3358. Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem de Geest niet met mate.

KJV For2 he whom1 God5 hath sent3 speaketh10 the words7 of God:9 for12 God17 giveth15 not11 the Spirit19 by13 measure

1 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ρηματα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 λαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 11 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 μετρου G3358 maat, mate measure 15 διδωσιν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 De VaderG3962 heeftG25 den ZoonG5207 liefG25, enG2532 heeft alleG3956 dingen inG1722 Zijn handG5495 gegevenG1325. De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.

KJV The Father2 loveth3 the Son,5 and6 hath given8 all things7 into9 his12 hand.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 3 αγαπα G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 δεδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 χειρι G5495 handen, hand hand 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Die inG1519 den ZoonG5207 gelooftG4100, die heeftG2192 het eeuwigeG166 levenG2222; maar die den ZoonG5207 ongehoorzaamG544 is, die zal het levenG2222 nietG3756 zienG3700, maar de toornG3709 GodsG2316 blijftG3306 op hemG846. Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.

KJV He that believeth2 on3 the Son5 hath6 everlasting8 life:7 and10 he that believeth not11 the Son13 shall not14 see life;16 but17 the wrath19 of God21 abideth22 on23 him.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 6 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 8 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 απειθων G544 ongehoorzaam, ongehoorzamen not believe, disobedient, obey not, unbelieving 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υιω G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 οψεται G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 16 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 17 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οργη G3709 toorn, toorns, gramschap anger, indignation, vengeance, wrath 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 μενει G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 23 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 24 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Johannes 3:1 Johannes 19:39 Lukas 23:13 Johannes 3:10
Johannes 3:2 Handelingen 10:38 Handelingen 2:22 Johannes 3:26 Johannes 9:16 Johannes 5:36 Mattheüs 22:16 Johannes 1:38 Johannes 9:30
Johannes 3:3 2 Korinthe 5:17 Johannes 3:5 1 Johannes 3:9 1 Petrus 1:23 Johannes 1:13 1 Johannes 2:29 1 Johannes 5:1 Titus 3:5
Johannes 3:4 1 Korinthe 2:14 Johannes 3:3 Johannes 4:11 1 Korinthe 1:18 Johannes 6:53 Johannes 6:60
Johannes 3:5 Efeze 5:26 Ezechiël 36:25 Handelingen 2:38 Mattheüs 3:11 1 Johannes 5:6 1 Korinthe 6:11 Titus 3:4 Johannes 3:3
Johannes 3:6 Romeinen 8:4 Galaten 5:16 Ezechiël 36:26 Job 14:4 Job 25:4 Efeze 2:3 2 Korinthe 5:17 Genesis 6:12
Johannes 3:7 Johannes 3:3 Efeze 4:22 Openbaring 21:27 Johannes 5:28 Mattheüs 13:33 1 Petrus 1:22 Romeinen 3:9 Romeinen 9:22
Johannes 3:8 1 Korinthe 2:11 1 Korinthe 12:11 Prediker 11:4 Ezechiël 37:9 Markus 4:26 1 Johannes 3:8 Lukas 6:43 Handelingen 2:2
Johannes 3:9 Johannes 6:60 Johannes 6:52 Lukas 1:34 Jesaja 42:16 Spreuken 4:18 Markus 8:24 Johannes 3:4
Johannes 3:10 Jeremia 31:33 Jeremia 8:8 Ezechiël 36:25 Mattheüs 22:29 Ezechiël 18:31 Ezechiël 37:23 Jesaja 9:16 Ezechiël 11:19
Johannes 3:11 Johannes 7:16 Johannes 1:18 Johannes 12:49 Johannes 5:43 Johannes 8:28 Jesaja 53:1 Jesaja 65:2 Johannes 8:14
Johannes 3:12 1 Petrus 2:1 Hebreeën 5:11 1 Korinthe 3:1 1 Korinthe 2:7 Johannes 3:31 1 Johannes 4:10 Johannes 3:8 Johannes 3:5
Johannes 3:13 Spreuken 30:4 Johannes 6:38 Handelingen 2:34 Johannes 1:18 Efeze 4:9 Johannes 13:3 Romeinen 10:6 Johannes 6:42
Johannes 3:14 Numeri 21:7 Johannes 8:28 Psalmen 22:16 Johannes 12:32 Handelingen 2:23 Lukas 18:31 Mattheüs 26:54 2 Koningen 18:4
Johannes 3:15 1 Johannes 5:11 Johannes 3:16 Johannes 3:36 Hebreeën 7:25 Johannes 6:40 Hebreeën 10:39 Johannes 20:31 Jesaja 45:22
Johannes 3:16 Romeinen 5:8 1 Johannes 4:9 Johannes 3:15 Johannes 11:25 Johannes 6:40 Romeinen 8:32 Johannes 3:36 1 Johannes 4:19
Johannes 3:17 1 Johannes 4:14 Johannes 6:57 Lukas 19:10 Johannes 6:29 Johannes 6:40 Johannes 5:45 Johannes 12:47 Johannes 11:42
Johannes 3:18 Markus 16:16 Romeinen 8:1 Johannes 5:24 1 Johannes 5:10 Johannes 1:18 Johannes 3:36 Johannes 20:31 1 Johannes 5:12
Johannes 3:19 Johannes 1:4 Johannes 8:12 2 Thessalonicenzen 2:12 2 Petrus 3:3 Handelingen 24:21 Johannes 9:39 Jesaja 30:9 Johannes 7:17
Johannes 3:20 Johannes 7:7 Efeze 5:11 Spreuken 15:12 Job 24:13 1 Koningen 22:8 Psalmen 50:17 Amos 5:10 Lukas 11:45
Johannes 3:21 1 Johannes 1:6 Psalmen 139:23 1 Johannes 4:15 2 Petrus 1:5 3 Johannes 1:11 1 Petrus 1:22 Galaten 6:8 Johannes 5:39
Johannes 3:22 Johannes 3:26 Johannes 4:1 Johannes 2:13 Johannes 7:3
Johannes 3:23 Openbaring 1:15 Openbaring 19:6 Markus 1:4 1 Samuël 9:4 Ezechiël 19:10 Openbaring 14:2 Genesis 33:18 Jeremia 51:13
Johannes 3:24 Mattheüs 4:12 Mattheüs 14:3 Markus 6:17 Lukas 3:19 Lukas 9:7
Johannes 3:25 Johannes 2:6 Hebreeën 9:13 Mattheüs 3:11 1 Petrus 3:21 Hebreeën 9:23 Hebreeën 6:2 Hebreeën 9:10 Markus 7:8
Johannes 3:26 Johannes 1:7 Jesaja 45:23 Jakobus 3:14 Johannes 12:19 Johannes 3:2 Numeri 11:26 Johannes 1:26 Mattheüs 23:7
Johannes 3:27 1 Korinthe 4:7 Jakobus 1:17 Mattheüs 21:25 1 Korinthe 2:12 1 Korinthe 15:10 1 Korinthe 12:11 Efeze 1:1 Markus 11:30
Johannes 3:28 Johannes 1:20 Johannes 1:23 Maleachi 3:1 Johannes 1:25 Lukas 1:76 Lukas 3:4 Maleachi 4:4 Mattheüs 3:3
Johannes 3:29 Mattheüs 9:15 Openbaring 21:9 Hooglied 5:1 Efeze 5:25 Openbaring 19:7 Jesaja 54:5 Hosea 2:19 Johannes 17:13
Johannes 3:30 Kolossenzen 1:18 Jesaja 9:7 Psalmen 72:17 Hebreeën 3:2 1 Korinthe 3:5 Daniël 2:44 Openbaring 11:15 Mattheüs 13:31
Johannes 3:31 Johannes 8:23 Mattheüs 28:18 Johannes 6:33 1 Johannes 4:5 Romeinen 9:5 Johannes 1:30 Hebreeën 9:1 Handelingen 10:36
Johannes 3:32 Johannes 3:11 Johannes 1:11 Johannes 15:15 Johannes 8:26 Romeinen 11:2 Jesaja 50:2 Johannes 5:20 Johannes 3:33
Johannes 3:33 2 Korinthe 1:18 Romeinen 3:3 Romeinen 4:18 Titus 1:1 2 Korinthe 1:22 Johannes 6:27 Efeze 1:13 Hebreeën 6:17
Johannes 3:34 Johannes 3:17 Romeinen 8:2 Handelingen 10:38 Johannes 5:26 Lukas 4:18 Johannes 8:40 Openbaring 22:16 Efeze 4:7
Johannes 3:35 Johannes 5:20 Mattheüs 28:18 Mattheüs 11:27 Johannes 5:22 Johannes 17:2 Lukas 10:22 Efeze 1:22 1 Korinthe 15:27
Johannes 3:36 Johannes 3:15 Johannes 5:24 Efeze 5:6 Johannes 1:12 1 Johannes 5:10 Johannes 3:3 1 Thessalonicenzen 5:9 Romeinen 1:17
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Johannes 3 vers 1

een overste der Dat is, een uit den Raad der Joden. Zie Joh. 7:48 , Joh. 7:50 .

Hertaald: een overste der Dat is: een lid van de Raad van de Joden. Zie Joh. 7:48, Joh. 7:50.

Johannes 3 vers 2

des nachts tot Namelijk uit vrees der Joden, en van uit de synagoge geworpen te worden. Zie Joh. 9:22 , en Joh. 12:42 , en Joh. 19:38 .

Hertaald: des nachts tot Namelijk uit vrees voor de Joden en om niet uit de synagoge geworpen te worden. Zie Joh. 9:22, Joh. 12:42 en Joh. 19:38.

Johannes 3 vers 3

antwoordde en Namelijk of op de vraag van Nikodemus van het middel om zalig te worden, die hier niet uitgedrukt is; of op zijne begeerte om dit te weten, hoewel hij zulks nog niet had geopenbaard.

Hertaald: antwoordde en Namelijk óf op de vraag van Nikodemus naar het middel om zalig te worden, die hier niet uitgedrukt is, óf op zijn verlangen om dat te weten, hoewel hij dat nog niet had uitgesproken.

wederom Of, van boven, of opnieuw.

Hertaald: wederom Of: van boven, of opnieuw.

geboren worde, Dat is, door den Heiligen Geest van de aangeboren verdorvenheid verlost, en tot een nieuw geestelijk leven vernieuwd worden. Zie Joh. 1:13 ; Rom. 12:2 .

Hertaald: geboren worde, Dat is: door de Heilige Geest verlost worden van de aangeboren verdorvenheid en vernieuwd worden tot een nieuw geestelijk leven. Zie Joh. 1:13; Rom. 12:2.

niet zien Dat is, in hetzelve niet ingaan, gelijk vs.5, dat is, der eeuwige zaligheid niet deelachtig worden. Zie de aantekeningen vs.36.

Hertaald: niet zien Dat is: daarin niet ingaan, zoals vers 5; dat is: geen deel krijgen aan de eeuwige zaligheid. Zie de aantekeningen bij vers 36.

Johannes 3 vers 5

Voorwaar, voorwaar Grieks Amen, Amen. Zie van dit woord Matt. 6:13 .

Hertaald: Voorwaar, voorwaar Grieks: Amen, amen. Zie over dit woord Matth. 6:13.

water en Geest, Dat is, door de kracht des Heiligen Geestes niet gereinigd wordt van de zonde, gelijk de uiterlijke onreinigheden door water afgewassen worden, Ezech. 36:25 . Zie dergelijke manier van spreken, Matt. 3:11 .

Hertaald: water en Geest, Dat is: door de kracht van de Heilige Geest niet van de zonde gereinigd wordt, zoals de uiterlijke onreinheden met water afgewassen worden, Ezech. 36:25. Zie een soortgelijke manier van spreken in Matth. 3:11.

Johannes 3 vers 6

uit het vlees geboren Dat is, natuurlijkerwijze uit den verdorven mens.

Hertaald: uit het vlees geboren Dat is: op natuurlijke wijze uit de verdorven mens.

vlees; en Dat is, natuurlijk en vleselijk gezind; Gen. 6:3 , Gen. 6:5 .

Hertaald: vlees; en Dat is: natuurlijk en vleselijk gezind; Gen. 6:3, Gen. 6:5.

geest Dat is, geestelijk gezind; Rom. 8:5 .

Hertaald: geest Dat is: geestelijk gezind; Rom. 8:5.

Johannes 3 vers 7

wederom geboren worden Of, opnieuw, of van boven; dat is, door de werking des Heiligen Geestes.

Hertaald: wederom geboren worden Of: opnieuw, of van boven; dat is: door de werking van de Heilige Geest.

Johannes 3 vers 8

De wind Grieks de geest; dat is de wind, gelijk uit het navolgende blijkt.

Hertaald: De wind Grieks: de geest; dat is: de wind, zoals uit het vervolg blijkt.

blaast, waarheen Of, waait.

Hertaald: blaast, waarheen Of: waait.

geluid; maar Grieks stem.

Hertaald: geluid; maar Grieks: stem.

van waar hij Dat is, vanwaar hij gedreven wordt, waar hij zijn begin heeft, of zijn einde neemt.

Hertaald: van waar hij Dat is: vanwaar hij gedreven wordt, waar hij zijn begin heeft of zijn einde neemt.

alzo is een iegelijk, Dat is, des Geestes werkingen wordt gij wel gewaar, maar hoe het toegaat begrijpt gij niet; Pred. 11:5 .

Hertaald: alzo is een iegelijk, Dat is: de werkingen van de Geest merkt u wel op, maar hoe dat toegaat begrijpt u niet; Pred. 11:5.

Johannes 3 vers 10

deze dingen niet? Namelijk die in de profeten zo dikmaals en zo klaar geleerd worden.

Hertaald: deze dingen niet? Namelijk de dingen die in de profeten zo vaak en zo duidelijk geleerd worden.

Johannes 3 vers 11

Wij spreken, wat Namelijk Johannes en Ik.

Hertaald: Wij spreken, wat Namelijk Johannes en Ik.

gijlieden neemt Namelijk gij oversten en Farizeën; Joh. 7:48 .

Hertaald: gijlieden neemt Namelijk u, oversten en farizeeën; Joh. 7:48.

Johannes 3 vers 12

de aardse dingen Dat is, de hemelse dingen door gelijkenis van aardse verklaar.

Hertaald: de aardse dingen Dat is: de hemelse dingen verklaar door middel van een vergelijking met aardse.

zou zeggen? Dat is, zou voorstellen zonder gelijkenis, gelijk ze in zichzelven zijn.

Hertaald: zou zeggen? Dat is: zou voorstellen zonder vergelijking, zoals zij op zichzelf zijn.

Johannes 3 vers 13

opgevaren in den Grieks opgeklommen; dat is, met zijn verstand doorgedrongen tot volmaakte kennis der hemelse zaken, aangaande den raad Gods van de zaligheid der mensen, om die den mensen te openbaren; Rom. 10:6 .

Hertaald: opgevaren in den Grieks: opgeklommen; dat is: met zijn verstand doorgedrongen tot volmaakte kennis van de hemelse dingen, aangaande Gods raad over de zaligheid van de mensen, om die aan de mensen te openbaren; Rom. 10:6.

nedergekomen is, Namelijk toen Hij de menselijke natuur heeft aangenomen, en van den Vader tot een Middelaar in de wereld gezonden is.

Hertaald: nedergekomen is, Namelijk toen Hij de menselijke natuur heeft aangenomen en door de Vader als Middelaar in de wereld gezonden is.

Die in de hemel is Namelijk ten aanzien van Zijn Goddelijke natuur, naar welke Hij hemel en aarde vervult; Kol. 1:17 ; Hebr. 1:3 .

Hertaald: Die in de hemel is Namelijk wat Zijn goddelijke natuur betreft, waarnaar Hij hemel en aarde vervult; Kol. 1:17; Hebr. 1:3.

Johannes 3 vers 14

verhoogd heeft, Dat is, aan een hogen paal opgehangen, om gezien te worden van allen, die van de vurige slangen gebeten waren, opdat zij genezen zouden worden. Zie Num. 21:9 .

Hertaald: verhoogd heeft, Dat is: aan een hoge paal opgehangen, om gezien te worden door allen die door de vurige slangen gebeten waren, opdat zij genezen zouden worden. Zie Num. 21:9.

verhoogd worden Namelijk aan het kruis, gelijk Hij zelf verklaard heeft; Joh. 12:32-33 .

Hertaald: verhoogd worden Namelijk aan het kruis, zoals Hij Zelf verklaard heeft; Joh. 12:32-33.

Johannes 3 vers 15

verderve, maar Of, verloren ga.

Hertaald: verderve, maar Of: verloren ga.

Johannes 3 vers 16

de wereld gehad, Dat is, niet alleen de Joden, maar ook de heidenen in de ganse wereld verstrooid; Joh. 11:51-52 ; 1 Joh. 2:2 . Van deze liefde Gods, zie breder Rom. 5:6 , Rom. 5:8 , en Rom. 8:32 .

Hertaald: de wereld gehad, Dat is: niet alleen de Joden, maar ook de heidenen die over de hele wereld verstrooid zijn; Joh. 11:51-52; 1 Joh. 2:2. Zie over deze liefde van God uitvoeriger Rom. 5:6, Rom. 5:8 en Rom. 8:32.

Johannes 3 vers 17

veroordelen zou, Grieks oordelen; dat is veroordelen of verdoemen.

Hertaald: veroordelen zou, Grieks: oordelen; dat is: veroordelen of verdoemen.

de wereld door Hem Dat is, die uit de wereld in Hem zullen geloven, zowel heidenen als Joden.

Hertaald: de wereld door Hem Dat is: zij die uit de wereld in Hem zullen geloven, zowel heidenen als Joden.

Johannes 3 vers 18

alrede veroordeeld, Namelijk in het gericht Gods, volgens de bedreiging der wet, als die de oorzaak der verdoemenis in zichzelven heeft.

Hertaald: alrede veroordeeld, Namelijk in het gericht van God, volgens de bedreiging van de wet, aangezien hij de oorzaak van de verdoemenis in zichzelf heeft.

Johannes 3 vers 19

het oordeel, dat Dat is, de verdoemenis, of, de oorzaak der verdoemenis.

Hertaald: het oordeel, dat Dat is: de verdoemenis, of de oorzaak van de verdoemenis.

het licht in Dat is, Christus en Zijn Evangelie.

Hertaald: het licht in Dat is: Christus en Zijn Evangelie.

Johannes 3 vers 20

bestraft worden Dat is, ontdekt worden, en hij van dezelve overtuigd.

Hertaald: bestraft worden Dat is: aan het licht gebracht worden, en dat hij daarvan overtuigd wordt.

Johannes 3 vers 21

die de waarheid Dat is, die oprecht handelt.

Hertaald: die de waarheid Dat is: die oprecht handelt.

in God gedaan zijn Grieks in Gode gewrocht zijn; dat is, als in Gods tegenwoordigheid en naar Zijnen wil.

Hertaald: in God gedaan zijn Grieks: in God gewerkt zijn; dat is: als in Gods tegenwoordigheid en naar Zijn wil.

Johannes 3 vers 22

in het land van Dat is, buiten Jeruzalem, in de landpalen van Judea.

Hertaald: in het land van Dat is: buiten Jeruzalem, in het gebied van Judea.

doopte Namelijk door Zijne discipelen. Zie Joh. 4:2 .

Hertaald: doopte Namelijk door Zijn discipelen. Zie Joh. 4:2.

Johannes 3 vers 23

Salim, Eene plaats in den stam van Benjamin, waarvan zie 1 Sam. 9:4 .

Hertaald: Salim, Een plaats in de stam Benjamin; zie daarover 1 Sam. 9:4.

wateren waren; Dat is, beken, of riviertjes, of veel water. Omdat degenen, die van Johannes gedoopt werden, met hun gehele lichamen in het water gingen. Zie Matt. 3:16 ; Hand. 8:38 .

Hertaald: wateren waren; Dat is: beken of riviertjes, of veel water. Dat was nodig omdat zij die door Johannes gedoopt werden met hun hele lichaam het water in gingen. Zie Matth. 3:16; Hand. 8:38.

Johannes 3 vers 25

vraag van enigen Of, geschil.

Hertaald: vraag van enigen Of: geschil.

over de reiniging Namelijk over de vergelijking van de waardigheid van den doop van Johannes met de Joodse reinigingen; of van den doop van Johannes met den doop der discipelen van Christus.

Hertaald: over de reiniging Namelijk over de vergelijking van de waarde van de doop van Johannes met de Joodse reinigingen, of van de doop van Johannes met de doop van de discipelen van Christus.

Johannes 3 vers 26

zij kwamen tot Johannes, Namelijk de discipelen van Johannes.

Hertaald: zij kwamen tot Johannes, Namelijk de discipelen van Johannes.

over de Jordaan, Of, aan de Jordaan; namelijk te Bethabara, Joh. 1:28 .

Hertaald: over de Jordaan, Of: aan de Jordaan; namelijk in Bethabara, Joh. 1:28.

komen allen tot Hem Dat is, zij komen met grote menigte.

Hertaald: komen allen tot Hem Dat is: zij komen in grote menigte.

Johannes 3 vers 27

kan geen ding Dat is, geen ambt wettelijk en met behoorlijken voortgang en vrucht bedienen. Of, iets, namelijk goeds, ontvangen; Hebr. 5:4 ; Jak. 1:17 .

Hertaald: kan geen ding Dat is: geen ambt op wettige wijze en met behoorlijke voortgang en vrucht bedienen. Of: iets, namelijk iets goeds, ontvangen; Hebr. 5:4; Jak. 1:17.

uit de hemel Dat is, van God. Zie Matt. 21:25 .

Hertaald: uit de hemel Dat is: van God. Zie Matth. 21:25.

Johannes 3 vers 29

de vriend des Dat is, ik die de vriend en getrouwe dienaar des bruidegoms ben, de bruid dat is de gemeente, tot Christus haren bruidegom, gebracht heb, die haar nu zelf ontvangt en aanspreekt. Zie 2 Kor. 11:2 ; Ef. 5:25 .

Hertaald: de vriend des Dat is: ik, die de vriend en trouwe dienaar van de Bruidegom ben, heb de bruid — dat is: de gemeente — tot Christus, haar Bruidegom, gebracht; en Hij ontvangt en toespreekt haar nu Zelf. Zie 2 Kor. 11:2; Ef. 5:25.

de stem des bruidegoms Wanneer hij zijne bruid ontvangt en aanspreekt.

Hertaald: de stem des bruidegoms Namelijk wanneer hij zijn bruid ontvangt en toespreekt.

Johannes 3 vers 31

van boven komt, Dat is, uit den hemel, als waarachtig God, gelijk in de volgende woorden verklaard wordt.

Hertaald: van boven komt, Dat is: uit de hemel, als waarachtig God, zoals in de volgende woorden verklaard wordt.

uit de aarde is Dat is, die een bloot mens is, natuurlijkerwijze gesproken, spreekt als een bloot mens, hoewel Hij met Gods Geest begaafd is.

Hertaald: uit de aarde is Dat is: wie slechts mens is, spreekt op natuurlijke wijze als een gewoon mens, ook al is hij met Gods Geest begiftigd.

Johannes 3 vers 32

hetgeen Hij gezien Dat is, waarvan Hij uit zichzelven volkomen en zekere kennis heeft.

Hertaald: hetgeen Hij gezien Dat is: waarvan Hij uit Zichzelf volkomen en zekere kennis heeft.

niemand aan Dat is, zeer weinige, en bijna niemand, in vergelijking van de grote menigte dergenen, die het verwerpen, gelijk uit vs.33 blijkt.

Hertaald: niemand aan Dat is: zeer weinigen, en vrijwel niemand, in vergelijking met de grote menigte van hen die het verwerpen, zoals uit vers 33 blijkt.

Johannes 3 vers 33

verzegeld, dat Dat is, door zijn geloof betuigd en bevestigd dat hij houdt, dat de beloften Gods waarachtig zijn.

Hertaald: verzegeld, dat Dat is: door zijn geloof betuigd en bevestigd dat hij ervoor houdt dat Gods beloften waarachtig zijn.

Johannes 3 vers 34

met mate Grieks uit mate; dat is, niet ten dele, gelijk Zijne dienaren, maar met alle volheid. Zie Ps. 45:8 ; Joh. 1:16 .

Hertaald: met mate Grieks: uit mate; dat is: niet ten dele, zoals bij Zijn dienaars, maar in alle volheid. Zie Ps. 45:8; Joh. 1:16.

Johannes 3 vers 35

in Zijn hand Dat is, Zijne macht onderworpen. Zie Matt. 28:18 .

Hertaald: in Zijn hand Dat is: aan Zijn macht onderworpen. Zie Matth. 28:18.

Johannes 3 vers 36

ongehoorzaam is, Dat is, die naar zijn bevel in Hem niet gelooft, Rom. 1:5 .

Hertaald: ongehoorzaam is, Dat is: die naar Zijn bevel niet in Hem gelooft; Rom. 1:5.

niet zien, maar Dat is, niet genieten, Ps. 34:13 .

Hertaald: niet zien, maar Dat is: niet genieten; Ps. 34:13.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nicodemus  — overwinnaar van het volk

Een Farizeeër en overste der Joden (lid van de Hoge Raad), die 's nachts naar Jezus kwam om met Hem te spreken; Jezus onderwees hem over de wedergeboorte uit water en Geest (Joh. 3:1-21). Later verdedigde hij Jezus in de Hoge Raad (Joh. 7:50-52) en hielp hij bij Jezus' begrafenis, samen met Jozef van Arimathea (Joh. 19:39-42).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Enon bij Salim  — Enon: "bronnen"; Salim: "vrede" (mogelijk verwant aan Salem, reeds bestaand)

Ligging: Een plaats "nabij Salim", gekozen "omdat aldaar vele wateren waren" — vermoedelijk in de Jordaanvallei, hoewel de precieze ligging onder uitleggers omstreden is.

Geschiedenis: Hier doopte Johannes de Doper, in de laatste periode van zijn bediening, terwijl de Heere Jezus elders in Judea eveneens (door Zijn discipelen) doopte — de plaats waar Johannes zijn beroemde woord sprak: "Hij moet wassen, maar ik minder worden" (Joh. 3:22-30).

Bijbelse betekenis: Johannes de Doper toont hier het volmaakte voorbeeld van ware nederigheid in dienst van Christus: geen jaloezie op de groeiende schare rondom Jezus, maar blijdschap dat de Bruidegom nu Zelf gekomen is, terwijl de vriend van de Bruidegom zich gewillig terugtrekt.

Recente inzichten: De ligging blijft onzeker; verschillende locaties in de Jordaanvallei, zowel ten westen als ten oosten van de rivier, zijn voorgesteld.

Joh. 3:22-30

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wedergeboorte  — Grieks: gennethenai anothen, "van boven geboren worden" of "wederom geboren worden" — een nieuwe, geestelijke geboorte, door God Zelf gewerkt

Nicodemus, een overste der Joden en een leraar van Israël, komt des nachts tot Jezus. Het antwoord dat hij krijgt, gaat dwars tegen zijn verwachting in: "Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien" (Joh. 3:3), nader gepreciseerd als geboren worden "uit water en Geest" (Joh. 3:5). Nicodemus verstaat het lichamelijk — kan iemand voor de tweede maal in zijner moeders buik ingaan? — maar Jezus wijst hem op twee onderscheiden orden van bestaan: "Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest" (Joh. 3:6). Een natuurlijke geboorte, hoe vroom de ouders ook zijn, brengt geen geestelijk leven voort. De wind (Joh. 3:8) is het beeld voor de vrijmacht van de Geest: men hoort zijn geluid, maar beheerst noch oorsprong noch richting; zo is ieder die uit de Geest geboren is.

Bijbelse betekenis: "Water en Geest" is geen verwijzing naar de doop als middel dat op zichzelf wedergeboorte bewerkt. Nicodemus was een leraar van Israël en behoorde de belofte te kennen waarin water (reiniging) en Geest (nieuw hart) reeds in het Oude Testament samen genoemd worden als één beeld voor dezelfde inwendige vernieuwing (Ezech. 36:25-27). De wedergeboorte is dus een soevereine, monergistische daad van God de Heilige Geest, niet een menselijke prestatie en niet het gevolg van natuurlijke afkomst — zoals het Evangelie eerder al zei: "niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren" (Joh. 1:13). Zij is de noodzakelijke wortel van een nieuwe natuur en van waarachtig geloof, en gaat aan het geloof vooraf en brengt het voort, niet andersom.

Typologie: Paulus noemt haar "het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes" (Titus 3:5); Petrus: "wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God" (1 Petr. 1:23); Johannes zelf trekt in zijn eerste brief de lijn door naar het geloof: "Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren" (1 Joh. 5:1); en Paulus tekent het resultaat: "indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel" (2 Kor. 5:17), "toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus" (Ef. 2:1,5).

Joh. 3:1-8; Joh. 1:12-13; Ezech. 36:25-27; Titus 3:5; 1 Petr. 1:23; 1 Joh. 5:1; 2 Kor. 5:17; Ef. 2:1,5

Eeuwig leven  — Niet allereerst een kwestie van eindeloze duur, maar van een kwaliteit van leven: gemeenschap met en kennis van God, het leven der toekomende eeuw dat nu al begint

Al in het gesprek met Nicodemus valt het woord: wie in de verhoogde Zoon des mensen gelooft, zal niet verderven, "maar het eeuwige leven hebbe" (Joh. 3:15-16), tegenover wie ongehoorzaam blijft en onder de toorn Gods blijft (Joh. 3:36). Het is een van de dragende thema's van heel het Evangelie: wie gelooft, "heeft" — tegenwoordige tijd — het eeuwige leven al (Joh. 6:47), en zal toch ook ten uitersten dage opgewekt worden (Joh. 6:40). Johannes geeft er zelf een definitie van in het hogepriesterlijk gebed: "dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt" (Joh. 17:3) — geen loutere onsterfelijkheid, maar kennend, persoonlijk leven met God. Het doel van het hele boek wordt er zelfs mee samengevat: "opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam" (Joh. 20:31).

Bijbelse betekenis: Het eeuwige leven is dus reeds én nog niet: het begint nu, in de vereniging met Christus door het geloof, en wordt voleindigd in de lichamelijke opstanding. Het is geen eigenschap die de mens van nature bezit of kan verdienen, maar een gave, gebonden aan de Persoon en het werk van de Zoon.

Typologie: Paulus vat het samen als "de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere" (Rom. 6:23), en Johannes herhaalt in zijn brief: "Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt" (1 Joh. 5:11-13). De voleinding ervan tekent de Openbaring in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar God Zelf bij hen wonen zal (Op. 21:1-4).

Joh. 3:15-16,36; Joh. 6:40,47; Joh. 17:3; Joh. 20:31; Rom. 6:23; 1 Joh. 5:11-13; Op. 21:1-4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Gelijk Mozes de slang verhoogd heeft — 3:1-21

Nicodémus komt 's nachts, een overste der Joden en een leraar in Israël. Hij begint hoffelijk: wij weten dat Gij een Leraar van God gekomen zijt. Wat hij te horen krijgt gaat niet over leren maar over geboren worden.

Om uit te leggen hoe Hij het eeuwige leven geeft, grijpt Christus naar het merkwaardigste voorwerp van de woestijnreis: een koperen slang op een stok.

Het gesprek loopt vast op één punt. Nicodémus kan zich bij wederom geboren worden niets voorstellen: kan een mens ten tweeden male in zijns moeders buik ingaan? En hij krijgt geen verklaring maar een vergelijking: de wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt.

Dan zegt Christus iets wat de leraar in Israël moet kennen, en Hij verwijt hem dat ook: zijt gij een leraar van Israël, en weet gij deze dingen niet?

En dan komt het beeld. “Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden.”

De kanttekening legt eerst uit wat er in Numeri 21 gebeurde: dat is, aan een hoge paal opgehangen, om gezien te worden door allen die door de vurige slangen gebeten waren, opdat zij genezen zouden worden. En bij het verhogen van de Zoon des mensen tekent zij aan: namelijk aan het kruis, zoals Hij zelf verklaard heeft in Johannes 12.

De keus van dat beeld is opmerkelijk. God had het volk slangen gezonden als straf; wat Hij als middel geeft, is een slang van koper. Wie gebeten was moest kijken naar het beeld van datgene wat hem doodde. Er was geen medicijn, geen handeling, geen offer — alleen zien.

En er staat ook een moeten in: alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden. Dat woord komt in Johannes telkens terug rond het kruis.

Daarop volgt het vers dat het bekendste van de Bijbel geworden is: want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft.

Bij dat woord wereld zegt de kanttekening precies wat het opent: niet alleen de Joden, maar ook de heidenen die over de hele wereld verstrooid zijn.

Het slot van het gedeelte gaat over licht en duisternis, en het is nuchter over waarom mensen niet komen: zij hebben de duisternis liever gehad dan het licht, want hun werken waren boos. Niet onwetendheid houdt hen tegen, maar dat licht ontdekt.

  1. Numeri 21:6 — God zendt vurige slangen onder het volk.
  2. Numeri 21:9 — Wie de koperen slang aanzag, bleef leven.
  3. Johannes 3:14 — Alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden.
  4. Johannes 3:16 — Alzo lief heeft God de wereld gehad.
  5. Johannes 12:32-33 — Hij zei dat, betekenende hoedanigen dood Hij sterven zou.
  6. 2 Korinthe 5:21 — Hij zonde gemaakt voor ons, Die geen zonde gekend heeft.

In het Nieuwe Testament: Numeri 21:4-9; Johannes 12:32-33; Johannes 8:28; 2 Korinthe 5:21

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Johannes 3

Johannes 3:1-3

Kruisverwijzingen2 Korinthe 5:17Johannes 3:51 Johannes 3:91 Petrus 1:23Johannes 1:131 Johannes 2:291 Johannes 5:1Titus 3:5
— En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden; Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is. Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

Er moet een nieuwe geboorte zijn, omdat er een nieuwe natuur nodig is om geestelijke dingen te onderscheiden. De natuurlijke mens kan geestelijke dingen niet begrijpen; die moeten geestelijk onderscheiden worden. Daarom is de nieuwe geboorte nodig: opdat er een geest in ons zou zijn die het Koninkrijk van God kan zien en verstaan. Voordat een mens opnieuw geboren is, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.

Nicodemus was heel eerlijk; hij ging zo ver als hij kon gaan. Al had hij nog niet geleerd om in Christus te geloven als zijn Zaligmaker, hij erkende toch dat Christus een Leraar was Die van God gekomen was. Dat leidde hij af uit Zijn wonderen. Er is altijd hoop voor een mens die bereid is te zien wat hij zien kan, en die erkent wat hij ziet.

Misschien was hij overdag erg druk. Het is beter om ‘s nachts tot Jezus te komen dan helemaal niet te komen. Elk uur is Christus gelegen; u mag vanavond nog tot Hem komen. Wanneer ieder ander slaapt, is Jezus nog wakker. Toch wilde Nicodemus zich waarschijnlijk niet overdag aan Christus verbinden. Hij had Hem nog niet beproefd en getoetst, en wilde daarom niet voor een volgeling van Christus doorgaan voordat hij eerst een rustig, persoonlijk gesprek met Hem gehad had. Als overste van de Joden handelde hij wijs door zo behoedzaam te werk te gaan.

Zonder een nieuwe geboorte kan hij het niet zien, hij kan het niet begrijpen, hij kan er niets van weten: het Koninkrijk van God blijft hem verborgen.

Johannes 3:4-5

KruisverwijzingenEfeze 5:26Ezechiël 36:25Handelingen 2:38Mattheüs 3:111 Johannes 5:61 Korinthe 6:11Titus 3:41 Korinthe 2:14
— Nicodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan, en geboren worden? Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.

Eerst zei Jezus dat een mens het Koninkrijk van God niet kan zíen, tenzij hij opnieuw geboren wordt. Nu zegt Hij tegen Nicodemus dat een mens het Koninkrijk niet kan bínnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en Geest. Er moet reiniging zijn: hij moet geboren worden “uit water”. En er moet geestelijk leven zijn: hij moet geboren worden “uit de Geest”, anders kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. Wij menen niet dat hier de doop bedoeld wordt, maar veeleer de reinigende werking van het Woord, die door water wordt afgebeeld.

Nicodemus struikelde over het beeld; hij bleef steken bij de letter van wat Christus zei, en zag de diepere betekenis ervan niet. Onze gezegende Meester leerde veel door gelijkenissen, en gelijkenisonderwijs is het beste onderwijs dat er is. Maar u ziet hoe gemakkelijk het verkeerd begrepen kan worden, hoe mensen het beeld vleselijk kunnen opvatten in plaats van de geestelijke betekenis ervan te verstaan.

Johannes 3:6

KruisverwijzingenRomeinen 8:4Galaten 5:16Ezechiël 36:26Job 14:4Job 25:4Efeze 2:32 Korinthe 5:17Genesis 6:12
— Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.

Wat uit het vlees geboren wordt, is niets meer dan vlees, en het kan nooit meer worden dan vlees. De eerste geboorte brengt niemand verder dan dat. Hoe godvruchtig de ouders ook zijn, wat uit hen geboren wordt, is alleen maar vlees. Wat dat betreft staan de kinderen van de vroomste ouders er precies zo voor als de kinderen van de goddelozen. Willen zij tot Gods kinderen gerekend worden, dan moeten zij eerst opnieuw geboren worden, want wat uit het vlees geboren is, is vlees. Alleen wat uit de Geest geboren is, is geest. Het vlees kan het geestelijke Koninkrijk niet binnengaan, alleen de geest kan dat rijk binnengaan, en daarom is de nieuwe geboorte nodig, opdat die geest in ons geschapen wordt.

Johannes 3:7-8

Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:11Johannes 3:31 Korinthe 12:11Prediker 11:4Efeze 4:22Ezechiël 37:9Markus 4:26Openbaring 21:27
— Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.

Verwonder u niet dat Christus zegt dat wij opnieuw geboren moeten worden. De wind waait waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid, maar u weet niet vanwaar hij komt of waarheen hij gaat. Zo is het ook met ieder die uit de Geest geboren is. Hij ondergaat een geheimzinnige verandering, hij wordt een nieuw mens, hij treedt een nieuw leven binnen dat anderen niet kunnen bevatten. Al horen zij het geluid ervan, zij kunnen niet zeggen vanwaar het leven van deze man komt of waarheen het gaat. Hij is een geestelijk mens geworden, die de natuurlijke mens niet begrijpt.

Het is een geheimenis: u zult het nooit ten volle doorgronden, maar u kunt het wel genieten. Als u opnieuw geboren bent, weet u wat het is; maar u kunt uw tweede geboorte evenmin ontdekken als uw eerste, behalve aan haar gevolgen en uitwerkingen. Moge God ons geven te weten wat het is om opnieuw geboren te worden! Er zijn geleerde godgeleerden die niets van deze nieuwe geboorte afweten, en er zijn eenvoudige, nog jonge christenen die toch de vrucht ervan mogen genieten.

Johannes 3:9-10

KruisverwijzingenJohannes 6:60Johannes 6:52Lukas 1:34Jesaja 42:16Jeremia 31:33Jeremia 8:8Ezechiël 36:25Mattheüs 22:29
— Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israel, en weet gij deze dingen niet?

Hoe kunnen deze dingen gebeuren? vroeg Nicodemus. Hij ontkende niet dat het zo kon zijn, maar hij vroeg hóe het kon. Ach, menigeen heeft diezelfde vraag gesteld! Hoe kan ik vernieuwd worden? Hoe kan ik een nieuw schepsel worden? Alleen Hij Die alle dingen maakt, kan alle dingen nieuw maken. De nieuwe geboorte is een even groot wonder als de schepping zelf. Er moet minstens evenveel aan u gewerkt worden om u een christen te maken, als er gewerkt is om u een mens te maken.

Bent u een leraar van Israël en weet u deze dingen niet? Deze eenvoudige, elementaire waarheden liggen op de allereerste drempel van onze heilige godsdienst; er zijn nog diepere en verhevener geheimenissen dan deze.

Johannes 3:11-12

KruisverwijzingenJohannes 7:16Johannes 1:18Johannes 12:49Johannes 5:43Johannes 8:28Jesaja 53:1Jesaja 65:2Johannes 8:14
— Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan. Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?

Wij spreken wat wij weten, en getuigen wat wij gezien hebben. Christus spreekt met een gezag dat geen menselijk leraar ooit kan bezitten. Maar in zekere zin mag iedere trouwe dienaar van Christus en ieder waar kind van God dit ook zeggen, want wij weten dat er een geestelijk koninkrijk bestaat. Wij hebben het gezien, wij zijn erin binnengegaan. Wij kunnen getuigen dat er een ander leven is. Dat leven gaat zo ver boven het gewone leven van de mens uit als het leven van de mens boven dat van de dieren die vergaan. Wij hebben andere ogen dan deze zichtbare ogen, en andere oren dan de oren van ons vlees. Er is een hoger, beter leven te genieten, ook nu al, en wie in Christus gelooft, heeft dat leven.

Als Ik u de aardse dingen gezegd heb en u niet gelooft, hoe zult u geloven wanneer Ik u de hemelse zeg? Christus zal ons de diepste waarheden van het christelijk geloof niet verder leren, wanneer wij niet eens willen leren wat het eenvoudigst is. Zal een jongen de klassieken onderwezen worden, als hij het spellingboekje niet wil leren? Als mensen niet willen geloven dat er zoiets als de nieuwe geboorte bestaat, zal hun de leer van de vereniging met Christus niet onderwezen kunnen worden. Diezelfde grens geldt voor al die hogere waarheden die daaruit voortvloeien.

Johannes 3:13

KruisverwijzingenSpreuken 30:4Johannes 6:38Handelingen 2:34Johannes 1:18Efeze 4:9Johannes 13:3Romeinen 10:6Johannes 6:42
— En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.

En niemand is opgevaren naar de hemel, dan Hij Die uit de hemel neergedaald is: de Zoon des mensen, Die in de hemel is. Voor Nicodemus moet dit een raadsel geweest zijn dat hij niet kon oplossen. Toch mag ieder kind van God, al is hij pas gisteren bekeerd, verstaan wat Jezus hiermee bedoelde. Christus is het Die alles weet. Hij doorgrondt elk geheimenis; Hij kan alle waarheid leren, want Hij is in de hemel geweest, Hij is neergedaald op de aarde, en Hij is weer teruggekeerd naar de hemel.

Johannes 3:14-15

KruisverwijzingenNumeri 21:71 Johannes 5:11Johannes 3:16Johannes 3:36Johannes 8:28Psalmen 22:16Hebreeën 7:25Johannes 6:40
— En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden. Zo gaat ieder die in Hem gelooft niet verloren, maar heeft hij het eeuwige leven. Wie op Christus gelooft, is opnieuw geboren; wie op Hem vertrouwt, heeft het nieuwe leven. Deze eenvoudige weg van zaligheid is niet in tegenspraak met de weg van zaligheid door de nieuwe geboorte. Het is dezelfde zaak, alleen gezegd in een vorm die wij kunnen bevatten.

Er is leven in het opzien naar Jezus Christus, verhoogd aan het kruis en verhoogd in de prediking van het Evangelie. Zie dan op Hem. Zo zeker als zij die in de woestijn door de slangen gebeten waren, genezen werden zodra zij naar de koperen slang opzagen, zo zeker zal iedere zoon en dochter van Adam behouden worden. Wie met een geloofsblik naar de gekruisigde Zaligmaker ziet, wordt meteen en voor eeuwig behouden.

Johannes 3:16-18

KruisverwijzingenRomeinen 5:81 Johannes 4:9Johannes 3:15Johannes 11:25Johannes 6:40Romeinen 8:32Johannes 3:361 Johannes 4:19
— Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Ieder die in Hem gelooft, gaat niet verloren, maar heeft het eeuwige leven. Deze tekst heeft duizenden zielen behouden. Het sterrenbeeld dat de Grote Beer heet, heeft twee wijzers die het oog van de waarnemer naar de poolster leiden. Dit vers wijst zo duidelijk, zo helder naar Christus, dat velen Hem erdoor gevonden hebben, en geleefd hebben.

Er was voor Christus geen noodzaak om hier te komen om ons te veroordelen, want wij waren al veroordeeld door onze zonde. Waarom kwam Jezus dan? Hij moet gekomen zijn met een boodschap van barmhartigheid, om zaligheid te brengen aan wie verloren waren. Zo is het ook: God zond Hem met dat doel, opdat Hij het eeuwige leven zou geven aan zovelen als in Hem geloven.

Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. Er staat niet dat hij veroordeeld zál worden, hoewel dat ook waar is, maar dat hij al veroordeeld ís. Als u van Christus’ zaligheid gehoord hebt en toch niet in Hem geloofd hebt, is dat al bewijs genoeg van uw veroordeling. Er hoeft geen bewijs van uw boze werken bijgehaald te worden; er hoeft geen dagboek opgehaald te worden om het verslag van uw leven na te lezen. Als u niet in Jezus Christus geloofd hebt, bewijst dat een gebrek aan heiligheid, een gemis aan liefde tot de liefdevolle God. Door dat bewijs bent u al veroordeeld, omdat u niet geloofd hebt in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Johannes 3:19-21

Kruisverwijzingen1 Johannes 1:6Psalmen 139:23Johannes 1:4Johannes 8:122 Thessalonicenzen 2:122 Petrus 3:3Handelingen 24:21Johannes 9:39
— En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden. Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.

En dit is het oordeel: dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht, want hun werken waren boos. De afkeer van Christus wordt veroorzaakt door de liefde tot de zonde. Als de mensen hun zonden niet koesterden, zouden zij de Zaligmaker omhelzen.

Wie kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan het licht komen. Maar wie de waarheid doet, komt tot het licht, opdat van zijn werken openbaar wordt dat zij in God gedaan zijn. Als u niet van zelfonderzoek houdt, is dat een teken dat er iets mis is. Als u niet houdt van het lezen van hartdoorzoekende boeken, of van het luisteren naar een trouwe evangelieprediking, is ook dat een teken dat er iets mis is. Als u niet houdt van het gedeelte van Gods Woord dat u oordeelt en u doet beven, is ook dat een teken dat er iets mis is.

Een zakenman die zijn boeken niet onder ogen durft te zien, heeft daar meestal goede reden toe. Hij sluit ze, omdat zij hém zouden opsluiten als hij er acht op sloeg. Er is geen verdoemelijker teken van iemands toestand dan zijn pogen om het licht te ontwijken. Doorzoek uzelf en zie, kijk en beproef. Maak voor de eeuwigheid ernst; met wat u ook speelt, speel niet met uw ziel.

Johannes 3:22-24

KruisverwijzingenMattheüs 4:12Mattheüs 14:3Johannes 3:26Markus 6:17Johannes 4:1Johannes 2:13Johannes 7:3Openbaring 1:15
— Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte. En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar, en werden gedoopt. Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.

Hierna kwam Jezus met Zijn discipelen in het land Judea, en Hij verbleef daar met hen en doopte. En ook Johannes doopte, in Enon bij Salim, omdat daar veel water was; en de mensen kwamen daar en werden gedoopt. Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen. Zo was hij bezig totdat hij gevangengezet werd; hij wilde geen uur verspillen zolang hij nog de gelegenheid had om goed te doen, en deed het met heel zijn hart. Wij mogen dankbaar zijn dat Gods dienstknechten in deze tijd niet tot zwijgen gebracht worden. Moge de Heere in deze boze dagen menig Johannes de Doper doen opstaan, die getrouw van het Lam Gods getuigt!

Johannes 3:25-29

KruisverwijzingenJohannes 1:7Johannes 1:20Mattheüs 9:15Johannes 2:6Johannes 1:231 Korinthe 4:7Jakobus 1:17Hebreeën 9:13
— Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging. En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem. Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij. Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben. Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden.

Er ontstond dan een geschil tussen enkele discipelen van Johannes en de Joden, over de reiniging. Is dat niet een terugval — van het lezen over het zien op Christus en het liefhebben, naar een twist over reinigingen? Er zijn in de gemeente altijd wel min of meer nutteloze twisten geweest: over de kleding van de predikant, over de manier van de sacramentsbediening, en zo meer. Ook dit was zo’n discussie over reinigingen.

Zij kwamen tot Johannes en zeiden: Rabbi, Hij Die bij u was aan de overzijde van de Jordaan, van Wie u getuigd hebt. Zie, zeiden zij, Hij doopt, en allen komen tot Hem. Zij bedoelden dat Johannes hen aan het verliezen was. Zij voelden namens Johannes een afgunst, omdat zijn invloed leek af te nemen. Johannes zelf was dit gevoel geheel vreemd; hij zag zijn Meester liever groter worden, ook al kostte hem dat zijn eigen verdwijnen.

Johannes antwoordde: een mens kan niets aannemen, tenzij het hem uit de hemel gegeven is. Geen geestelijke kracht, geen kracht om zijn medemensen tot zegen te zijn, dan wat van God komt. Zal ik dan met God twisten, omdat Hij deze man meer kracht geeft dan mij? Zal ik daarover redetwisten? Het is Gods soevereine wil, en Hij doet zoals het Hem behaagt.

U bent zelf mijn getuigen dat ik gezegd heb: ik ben de Christus niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden. Wie de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die erbij staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem van de bruidegom. Zo is dan deze blijdschap van mij vervuld. Zij waren geërgerd, maar Johannes was blij; hij hoorde graag dat het Jezus voorspoedig ging. Ik heb de Bruidegom aangewezen; en van nu af zal het mijn deel zijn om geleidelijk van het toneel te verdwijnen.

Johannes 3:30

KruisverwijzingenKolossenzen 1:18Jesaja 9:7Psalmen 72:17Hebreeën 3:21 Korinthe 3:5Daniël 2:44Openbaring 11:15Mattheüs 13:31
— Hij moet wassen, maar ik minder worden.

Hij moet meer worden, ik minder. Dat gebeurde ook. Dit is het ene lied van Johannes, bijna zijn laatste woorden. Er staan geen preken van hem meer opgetekend; hij moet nu naar de gevangenis, en daar liggen in een stilte die hij nauwelijks kon verdragen. Het was heel zwaar voor Johannes om stil te zijn; hij had een actieve, edele geest, en hij werd, vrezen wij, het slachtoffer van twijfel toen hij opgesloten zat. De frisse lucht van de woestijn paste veel beter bij hem dan de doffe, zware sfeer van een gevangenis. Zoals de morgenster verbleekt wanneer de zon zelf opgaat, zo was het de vreugde van de heraut van Christus. Hij mocht zichzelf verliezen in de allesovertreffende glans van de verschijning van zijn Heere.

Johannes 3:31-34

KruisverwijzingenJohannes 8:23Johannes 3:11Johannes 3:17Mattheüs 28:18Johannes 6:33Johannes 1:11Romeinen 8:21 Johannes 4:5
— Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen. En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan. Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is. Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem de Geest niet met mate.

Wie van boven komt, is boven allen. Wie uit de aarde is voortgekomen, is uit de aarde en spreekt uit de aarde; Wie uit de hemel komt, is boven allen. Hoe goed een mens ook mag zijn, hij is aards; er is vlees en bloed aan hem, verwant aan de aarde. Al behandelt hij hemelse zaken, toch komt de aardsheid van de prediker steeds weer om de hoek kijken. Aan Christus was daar niets van; Hij was boven alles verheven.

En wat Hij gezien en gehoord heeft, dát getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan. Wie Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft bezegeld dat God waarachtig is. Want Hij Die God gezonden heeft, spreekt de woorden van God, want God geeft Hem de Geest niet met mate. De tijding dat alle mensen naar Christus gingen, was Johannes tot vreugde; het feit dat vrijwel niemand zijn getuigenis aannam, deed zijn hart pijn. Er ligt een oneindige geestelijke kracht in de woorden van Christus; het zijn de woorden van God, en de Heilige Geest legt al Zijn kracht in die woorden.

Johannes 3:35-36

KruisverwijzingenJohannes 3:15Johannes 5:24Efeze 5:6Johannes 1:121 Johannes 5:10Johannes 3:3Johannes 5:201 Thessalonicenzen 5:9
— De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.

De Vader heeft de Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem. Zo zijn de laatste woorden van Johannes een donderslag. Zijn stervenswoord bevat het woord dat voor ieder die niet in Christus gelooft het meest ontzagwekkend is: de toorn van God blijft op hem.

Hij zal zelfs niet weten wat geestelijk leven is; hij zal het niet kunnen begrijpen of zich er enige voorstelling van kunnen maken. Zolang hij ongelovig is, is hij blind voor geestelijke dingen. Wat een verschrikkelijk vonnis: hij zal het leven niet zien. God is voortdurend vertoornd op hem, omdat hij zijn eigen God verworpen en de grote zaligheid afgewezen heeft.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Geloof: wat het is en waar het toe leidt

Blog Diversen Geloof Korte Overdenkingen Preken

Wat is geloof? Waar leidt het toe? Een indringende uitleg over vertrouwend rusten op Christus voor tijd en eeuwigheid.

Verheug je in je redding!

Het Kruis

En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Lukas 23:34a Ik heb een brief in mijn zak van een geleerde man met een zekere reputatie;…

Grenzeloze liefde

Preken

Een preek uitgesproken op zondagavond 7 juni 1885, door C.H. Spurgeon, in The Metropolitan Tabernacle Newington. Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren…

God houdt van je

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.…

Behouden in hoop

Preken

Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? Maar indien…

Alverzoening, worden alle mensen gered?

Korte Overdenkingen

Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem. Joh.…

Verjaardagen

Voor kinderen

Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. Johannes 3:36 Ik vind het leuk om verjaardagen te vieren, jij niet? Het is leuk als je kaarten…

Een godsdienst voor het heden

Preken

Geliefden, nu zijn wij kinderen van God. 1 Joh. 3:2 I k zal niet doen alsof ik deze morgen mijn gehele tekst bepreek, ook al is hij maar erg…

Waar het geloof op ziet

De Bekering Geloof

Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Johannes 3:18 Het Woord van God zegt mij dat ik moet geloven, maar wat moet ik dan geloven? Wat moet hetvoorwerp…

1 Joh. 3:20,21‭ - De lagere tribunalen

Preekaantekeningen

Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart en Hij kent alle dingen. "Geliefden! indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid…

1 Joh. 3:14‭ - Liefde het blijk en kenmerk van leven

Preekaantekeningen

Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. 1 Joh. 3:14 De geestelijke dingen, van welke wij spreken, zijn zaken…

1 Joh. 3:3‭ - Reiniging door hoop

Preekaantekeningen

En een ieder, die deze hoop op hem heeft, die reinigt zichzelf, gelijk hij rein is. 1 Joh. 3:3‭ De meeste mensen hebben een hoop, maar de hoop van…

1 Joh. 3:2‭ - Weldra

Preekaantekeningen

Het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als hij zal geopenbaard zijn, wij hem zullen gelijk wezen; want wij zullen hem zien…

De grootste rechtszaak

Voor Iedere Dag

De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde. (Psalm 2:2) Lees verder Efeze 4:17—24. Vandaag stel ik…

Onze verdorvenheid en Gods genade

Voor Iedere Dag

En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer vervloeken vanwege de mens; de gedachtespinsels van…

Stro en koren

Voor Iedere Dag

Wat heeft het stro gemeenschappelijk met het koren? spreekt de HEERE.(Jeremia 23:28) Lees verder Judas 1—4. Waak en bid, als Christelijke kerk en leden van die kerk, dat…

Christus is uw enige hoop

Aan De Voeten Van De Meester

Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, Johannes 3:18 Hoewel mijn geweten mij veroordeelt, overmeestert mijn geloof mijn geweten en geloof ik dat “Hij machtig is om tot het…

Gods liefde

Aan De Voeten Van De Meester

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven…

Wat het geloof uitsluit

Geloof

'Wat sluit dit geloof uit? Ik weet zeker dat daarin geen plaats is om te roemen. ‘Die gelooft, wordt niet veroordeeld.’ (Joh. 3:18) Als er had gestaan: ‘Die…

Opnieuw geboren worden

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" U moet opnieuw geboren worden. Johannes 3 vers 7 Op de bodem van de zaligheid ligt de wedergeboorte. Wij moeten ons…

De Zoon des Mensen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" De Zoon des Mensen. Johannes 3:13 Hoe gedurig gebruikte onze Heer het woord: "Zoon des mensen"! Indien Hij gewild had, had Hij…

Niemand dan Jezus alleen

Preken

Op zondagmorgen 17 februari 1861, hield C. H. Spurgeon de volgende preek in Exeter Hall,  ‘s avonds preekte hij over dezelfde tekst in New Park Street Chapel. “Deze…

Gods liefde

Bank Des Geloofs

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven…

Onverschilligheid

Korte Overdenkingen

Die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem (Johannes 3:36b). Bij velen kan het ongeloof toegeschreven worden aan…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content