Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
EnG1161 voor het feestG1859 van het paschaG3957, JezusG2424 wetendeG1492, dat Zijn ureG5610 gekomenG2064 was, dat Hij uitG1537 deze wereldG2889 zou overgaanG3327 totG4314 den VaderG3962, alzo Hij de Zijnen, die in de wereldG2889 waren, liefgehadG25 had, zo heeft Hij hen liefgehadG25 totG1519 het eindeG5056.
En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
KJV
Now2
before1
the feast4
of the passover,6
when Jesus9
knew7
that10
his12
hour14
was come11
that15
he should depart16
out of17
this
world19
unto21
the Father,23
having loved24
his own26
which3
were in28
the world,30
he loved33
them34
unto31
the end.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
EnG2532 als het avondmaalG1173 gedaan wasG1096,, toen nu de duivelG1228 inG1519 het hartG2588 van JudasG2455, SimonsG4613 zoon, IskariotG2469, gegevenG906 had, datG2443 hijG846 Hem verradenG3860 zou),
En als het avondmaal gedaan was,, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),
KJV
And1
supper2
being ended,3
the devil5
having now6
put7
into8
the heart10
of Judas11
Iscariot,13
Simon's12
son, to14
betray16
him;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
JezusG2424, wetendeG1492, datG3754 de VaderG3962 Hem alleG3956 dingen inG1519 de handenG5495 gegevenG1325 had, enG2532 datG3754 Hij vanG575 GodG2316 uitgegaanG1831 was, enG2532 totG4314 GodG2316 heengingG5217,
Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging,
KJV
Jesus3
knowing1
that4
the Father9
had given6
all things5
into10
his7
hands,12
and13
that14
he was come17
from15
God,16
and18
went22
to19
God;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
StondG1453 op vanG1537 het avondmaalG1173, enG2532 legdeG5087 Zijn klederenG2440 af, enG2532 nemendeG2983 een linnen doekG3012, omgorddeG1241 ZichzelvenG1438.
Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.
KJV
He riseth1
from2
supper,4
and5
laid aside6
his garments;8
and9
took10
a towel,11
and girded12
himself.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Daarna gootG906 Hij waterG5204 inG1519 het bekkenG3537, enG2532 begonG756 de voetenG4228 der discipelenG3101 te wassenG3538, enG2532 af te drogenG1591 met den linnen doekG3012, waarmede Hij omgordG1241 wasG1510.
Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.
KJV
After that1
he poureth2
water3
into4
a bason,6
and7
began8
to wash9
the disciples'13
feet,11
and14
to wipe15
them with the towel17
wherewith18
he was
girded.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
HijG846 danG3767 kwamG2064 totG4314 SimonG4613 PetrusG4074; enG2532 dieG1565 zeideG3004 tot Hem: HeereG2962, zult GijG4771 mijG1473 de voetenG4228 wassenG3538?
Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?
KJV
Then2
cometh he1
to3
Simon4
Peter:5
and6
Peter9
saith7
unto him,8
Lord,10
dost13
thou11
wash
my
feet?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
JezusG2424 antwoorddeG611 en zeideG2036 tot hemG846: WatG3739 IkG1473 doeG4160, weetG1492 gij nu nietG3756, maar gij zult het naG3326 dezenG5023 verstaanG1097.
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.
KJV
Jesus2
answered1
and3
said
unto him,5
What6
I7
do8
thou9
knowest11
not10
now;12
but14
thou shalt know13
hereafter.15
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: Gij zult mijn voetenG4228 niet wassenG3538 inG1519 der eeuwigheidG165! JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: IndienG1437 Ik u niet wasseG3538, gijG4771 hebtG2192 geen deelG3313 metG3326 MijG1473.
Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.
KJV
Peter3
saith1
unto him,2
Thou shalt6
never10
wash19
my
feet.8
Jesus16
answered13
him,14
If
I wash
thee
not,
thou hast22
no4
part23
with24
me.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
SimonG4613 PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: HeereG2962, nietG3361 alleen mijn voetenG4228, maarG235 ookG2532 de handenG5495 enG2532 het hoofdG2776.
Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.
KJV
Simon3
Peter4
saith1
unto him,2
Lord,5
not6
my
feet8
only,10
but11
also12
my hands14
and15
my head.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
JezusG2424 zeideG3004 tot hemG846: Die gewassenG3068 is, heeftG2192 nietG3756 van nodeG5532, danG2228 de voetenG4228 te wassenG3538, maarG235 isG1510 geheelG3650 reinG2513. EnG2532 gijliedenG4771 zijtG1510 reinG2513, dochG235 niet allenG3956.
Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.
KJV
Jesus4
saith1
to him,2
He that is washed6
needeth8
not7
save10
to wash13
his feet,12
but14
is
clean16
every whit:17
and18
ye
are
clean,20
but22
not23
all.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
WantG1063 Hij wistG1492, wie Hem verradenG3860 zou; daarom zeideG2036 Hij: Gij zijtG1510 niet allenG3956 reinG2513.
Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.
KJV
For2
he knew1
who3
should betray4
him;5
therefore6
said he,
Ye are
not9
all10
clean.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Als Hij danG3767 hun voetenG4228 gewassenG3538, enG2532 Zijn klederenG2440 genomenG2983 had, zat HijG846 wederomG3825 aan, en zeideG2036 tot henG846: VerstaatG1097 gijG4771, watG5101 Ik ulieden gedaanG4160 heb?
Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb?
KJV
So2
after1
he had washed3
their6
feet,5
and7
had taken8
his11
garments,10
and was set down12
again,13
he said
unto them,15
Know ye16
what17
I have done18
to you?
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
GijG4771 heetG5455 MijG1473 MeesterG1320 enG2532 HeereG2962; enG2532 gij zegtG3004 wel, wantG1063 Ik benG1510 het.
Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.
KJV
Ye
call2
me
Master5
and6
Lord:8
and9
ye say11
well;10
for13
so I am.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
IndienG1487 danG3767 IkG1473, de HeereG2962 enG2532 de MeesterG1320, uw voetenG4228 gewassenG3538 heb, zo zijt gijG4771 ookG2532 schuldigG3784, elkanders voetenG4228 te wassenG3538.
Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.
KJV
If1
I3
then,2
your Lord9
and10
Master,12
have washed4
your
feet;7
ye
also13
ought15
to wash17
one another's16
feet.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
WantG1063 Ik heb u een voorbeeldG5262 gegevenG1325, opdatG2443, gelijkerwijsG2531 IkG1473 u gedaan heb, gijlieden ookG2532 doet.
Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.
KJV
For2
I have given3
you
an example,1
that5
ye
should do8
as6
I7
have done12
to you.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Een dienstknechtG1401 is nietG3756 meerderG3187 dan zijn heerG2962, noch een gezantG652 meerderG3187, dan die hemG846 gezondenG3992 heeft.
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.
KJV
Verily,1
verily,2
I say3
unto you,
The servant7
is
not5
greater than
his11
lord;10
neither12
he that is sent13
greater than
he that sent16
him.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Indien gij dezeG3778 dingen weetG1492, zaligG3107 zijtG1510 gij, zo gij dezelve doetG4160.
Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.
KJV
If1
ye know3
these things,
happy4
are ye
if6
ye do7
them.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Ik zegG3004 nietG3756 vanG4012 uG4771 allenG3956: Ik weetG1492, welkeG3739 Ik uitverkorenG1586 heb; maarG235 dit geschiedt, opdatG2443 de SchriftG1124 vervuldG4137 worde: Die metG3326 Mij het broodG740 eetG5176, heeft tegenG1909 Mij zijn verzenenG4418 opgehevenG1869.
Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.
KJV
I speak5
not1
of2
you
all:3
I6
know7
whom8
I have chosen:9
but10
that11
the scripture13
may be fulfilled,14
He that eateth16
bread20
with17
me
hath lifted up21
his26
heel25
against22
me.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
VanG575 nu zegG3004 Ik het ulieden, eerG4253 het geschiedG1096 is, opdatG2443, wanneer het geschiedG1096 zal zijn, gijG4771 gelovenG4100 moogt, dat IkG1473 het ben.
Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben.
KJV
Now1
I tell3
you
before5
it come,7
that,8
when9
it is come to pass,10
ye may believe11
that12
I13
am
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: ZoG1437 Ik iemandG5100 zendeG3992, wie dien ontvangtG2983, die ontvangtG2983 Mij, enG1161 wie MijG1473 ontvangtG2983, die ontvangtG2983 Hem, Die MijG1473 gezondenG3992 heeft.
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zende, wie dien ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.
KJV
Verily,1
verily,2
I say3
unto you,
He that receiveth6
whomsoever7
I send9
receiveth11
me;
and13
he that receiveth15
me
receiveth16
him that sent18
me.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
JezusG2424, dezeG3778 dingen gezegdG2036 hebbende, werd ontroerdG5015 in den geestG4151, enG2532 betuigdeG3140, enG2532 zeideG2036: VoorwaarG281, voorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, dat eenG1520 vanG1537 ulieden MijG1473 zal verradenG3860.
Jezus, deze dingen gezegd hebbende, werd ontroerd in den geest, en betuigde, en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat een van ulieden Mij zal verraden.
KJV
When Jesus4
had
thus
said,
he was troubled5
in spirit,7
and8
testified,9
and10
said,
Verily,12
verily,13
I say2
unto you,
that16
one17
of18
you
shall betray20
me.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
De discipelenG3101 danG3767 zagenG991 opG1519 elkanderG240, twijfelendeG639, vanG4012 wien Hij dat zeideG3004.
De discipelen dan zagen op elkander, twijfelende, van wien Hij dat zeide.
KJV
Then2
the disciples6
looked1
one on another,3
doubting7
of8
whom9
he spake.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
EnG1161 eenG1520 van Zijn discipelenG3101 was aanzittendeG345 inG1722 den schootG2859 van JezusG2424, welkenG3739 JezusG2424 liefhadG25.
En een van Zijn discipelen was aanzittende in den schoot van Jezus, welken Jezus liefhad.
KJV
Now2
there was
leaning3
on8
Jesus'12
bosom10
one4
of his7
disciples,6
whom13
Jesus16
loved.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
SimonG4613 PetrusG4074 danG3767 wenkteG3506 dezenG5129, dat hij vragenG4441 zou, wie hij toch wareG1498, vanG4012 welkenG3739 Hij ditG3778 zeideG3004.
Simon Petrus dan wenkte dezen, dat hij vragen zou, wie hij toch ware, van welken Hij dit zeide.
KJV
Simon4
Peter5
therefore2
beckoned1
to him,
that he should ask6
who7
it should8
be
of10
whom11
he spake.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
EnG1161 deze, vallendeG1968 opG1909 de borstG4738 van JezusG2424, zeideG3004 tot Hem: HeereG2962, wieG5101 isG1510 het?
En deze, vallende op de borst van Jezus, zeide tot Hem: Heere, wie is het?
KJV
He3
then2
lying on1
Jesus'8
breast6
saith9
unto him,10
Lord,11
who12
is it?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
JezusG2424 antwoorddeG611: Deze isG1510 het, dien Ik de beteG5596, als Ik ze ingedoopt heb, geven zal. EnG2532 als Hij de beteG5596 ingedoopt had, gafG1325 Hij ze JudasG2455, SimonsG4613 zoon, IskariotG2469.
Jezus antwoordde: Deze is het, dien Ik de bete, als Ik ze ingedoopt heb, geven zal. En als Hij de bete ingedoopt had, gaf Hij ze Judas, Simons zoon, Iskariot.
Ook in dit vers
ingedooptG911
ingedooptG1686
KJV
Jesus3
answered,1
He4
it is,
to whom6
I shall give11
a sop,10
when I7
have dipped8
it. And12
when he had dipped13
the sop,15
he gave16
it to Judas17
Iscariot,19
the son of Simon.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
EnG2532 naG3326 de beteG5596, toen voerG1525 de satanG4567 inG1519 hem. JezusG2424 danG3767 zeideG3004 tot hem: WatG3739 gij doet, doeG4160 het haastelijkG5032.
En na de bete, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: Wat gij doet, doe het haastelijk.
KJV
And1
after2
the sop4
Satan10
entered6
into7
him.8
Then12
said11
Jesus15
unto him,13
That16
thou doest,17
do18
quickly.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
EnG1161 dit verstondG1097 niemandG3762 dergenen, die aanzatenG345, waartoeG4314 Hij hem dat zeideG2036.
En dit verstond niemand dergenen, die aanzaten, waartoe Hij hem dat zeide.
KJV
Now2
no man3
at the table6
knew4
for what7
intent8
he spake
this
unto him.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Want sommigenG5100 meendenG1380, dewijlG3754 JudasG2455 de beursG1101 hadG2192, dat hemG846 JezusG2424 zeideG3004: KoopG59, hetgeenG3739 wij van nodeG5532 hebbenG2192 totG1519 het feestG1859, ofG2228, dat hij den armenG4434 wat gevenG1325 zou.
Want sommigen meenden, dewijl Judas de beurs had, dat hem Jezus zeide: Koop, hetgeen wij van node hebben tot het feest, of, dat hij den armen wat geven zou.
KJV
For2
some1
of them thought,3
because4
Judas9
had7
the bag,6
that10
Jesus14
had said11
unto him,12
Buy15
those things that16
we have18
need of17
against19
the feast;21
or,22
that25
he should give27
something26
to the poor.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
Hij dan, de beteG5596 genomenG2983 hebbende, ging terstondG2112 uit. EnG1161 het wasG1510 nachtG3571.
Hij dan, de bete genomen hebbende, ging terstond uit. En het was nacht.
KJV
He5
then2
having received1
the sop4
went7
immediately6
out:
and9
it was
night.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
Als hij danG3767 uitgegaanG1831 was, zeideG3004 JezusG2424: Nu is de ZoonG5207 des mensenG444 verheerlijktG1392, enG2532 GodG2316 is inG1722 HemG846 verheerlijktG1392.
Als hij dan uitgegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt.
KJV
Therefore,4
when1
he was gone out,6
Jesus9
said,7
Now10
is11
the Son13
of man15
glorified,19
and16
God18
is glorified
in20
him.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
IndienG1487 GodG2316 in Hem verheerlijktG1392 is, zo zal ookG2532 GodG2316 Hem verheerlijkenG1392 inG1722 ZichzelvenG1438, enG2532 Hij zal Hem terstondG2117 verheerlijkenG1392.
Indien God in Hem verheerlijkt is, zo zal ook God Hem verheerlijken in Zichzelven, en Hij zal Hem terstond verheerlijken.
KJV
If1
God3
be glorified4
in5
him,6
God9
shall10
also7
glorify16
him11
in12
himself,13
and14
shall
straightway
glorify
him.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
KinderkensG5040, nog een kleinenG3397 tijd benG1510 Ik bij uG4771. GijG4771 zult Mij zoekenG2212, en gelijk IkG1473 den JodenG2453 gezegdG2036 heb: Waar IkG1473 heengaG5217, kuntG1410 gijG4771 nietG3756 komenG2064; alzo zegG3004 Ik ulieden nu ook.
Kinderkens, nog een kleinen tijd ben Ik bij u. Gij zult Mij zoeken, en gelijk Ik den Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen; alzo zeg Ik ulieden nu ook.
KJV
Little children,1
yet2
a little while
I am6
with4
you.
Ye shall seek7
me:
and9
as10
I said
unto the Jews,13
Whither15
I8
go,16
ye
cannot19
come;21
so22
now25
I say11
to you.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
Een nieuwG2537 gebodG1785 geefG1325 Ik u, datG2443 gij elkander liefhebtG25; gelijk Ik u liefgehadG25 heb, datG2443 ookG2532 gijG4771 elkanderG240 liefhebtG25.
Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.
KJV
A new2
commandment1
I give3
unto you,
That5
ye love6
one another;7
as8
I have loved9
you,
that11
ye
also12
love14
one another.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
Hieraan zullen zij allenG3956 bekennenG1097, dat gij MijnG1699 discipelenG3101 zijtG1510, zoG1437 gij liefdeG26 hebtG2192 onderG1722 elkanderG240.
Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.
KJV
By1
this
shall3
all4
men know
that5
ye are
my6
disciples,7
if9
ye have11
love10
one to another.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
SimonG4613 PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: HeereG2962, waar gaat Gij heen? JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: Waar Ik heengaG5217, kuntG1410 gij MijG1473 nu nietG3756 volgenG190; maar gij zult MijG1473 namaalsG5305 volgenG190.
Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde hem: Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen; maar gij zult Mij namaals volgen.
KJV
Simon3
Peter4
said1
unto him,2
Lord,5
whither6
goest7
thou? Jesus11
answered8
him,9
Whither12
I go,13
thou canst15
not14
follow18
me
now;17
but20
thou shalt follow21
me
afterwards.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: HeereG2962, waaromG5101 kanG1410 ik UG4771 nu nietG3756 volgenG190? Ik zal mijn levenG5590 voor UG4771 zettenG5087.
Petrus zeide tot Hem: Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten.
KJV
Peter4
said1
unto him,2
Lord,5
why
cannot8
I follow11
thee
now?12
I will lay down18
my
life14
for16
thy sake.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: Zult gijG4771 uw levenG5590 voor MijG1473 zettenG5087? VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: De haanG220 zal niet kraaienG5455, totdat gij MijG1473 driemaalG5151 verloochendG533 zult hebben.
Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.
KJV
Jesus4
answered1
him,2
Wilt thou lay down10
thy
life6
for8
my sake?
Verily,11
verily,12
I say13
unto thee,
The cock17
shall18
not
crow,
till19
thou hast denied21
me
thrice.
voor het feest
Namelijk des avonds vóór Zijn lijden en sterven. Want Christus heeft het pascha gehouden op den rechten tijd; naar de instelling Gods; maar de Joden stelden het toendertijd uit, op den volgenden dag. De reden hiervan zie in de aantekeningen Matt. 26:20 .
Hertaald:
voor het feest
Namelijk op de avond vóór Zijn lijden en sterven. Want Christus heeft het pascha gehouden op de juiste tijd, naar Gods instelling; maar de Joden stelden het toen uit tot de volgende dag. Zie de reden hiervan in de aantekeningen bij Matth. 26:20.
overgaan tot den
Namelijk door Zijn dood, opstanding en hemelvaart.
Hertaald:
overgaan tot den
Namelijk door Zijn dood, opstanding en hemelvaart.
tot het einde
Namelijk van Zijn leven; of zonder ophouden; Joh. 17:12 .
Hertaald:
tot het einde
Namelijk van Zijn leven; of: zonder ophouden; Joh. 17:12.
avondmaal gedaan
Dat is, de maaltijd in welken het paaslam van hen gegeten was, alzo dat zij nog aten aan de tafel, die nog niet afgenomen was, vs.12, na welken Christus daarna Zijn Avondmaal heeft ingesteld en gehouden. Zie Luc. 22:15 , enz. Anderen zetten het over: Als het Avondmaal gehouden werd.
Hertaald:
avondmaal gedaan
Dat is: de maaltijd waarbij zij het paaslam gegeten hadden, zodat zij nog aan tafel zaten die nog niet afgeruimd was (vers 12); daarna heeft Christus Zijn Avondmaal ingesteld en gehouden. Zie Luk. 22:15, enzovoort. Anderen vertalen: toen het avondmaal gehouden werd.
gegeven had, dat
Grieks Geworpen.
Hertaald:
gegeven had, dat
Grieks: geworpen.
in de handen gegeven
Dat is, in Zijne macht gesteld; Matt. 28:18 .
Hertaald:
in de handen gegeven
Dat is: in Zijn macht gesteld; Matth. 28:18.
klederen af,
Namelijk opperklederen, gelijk dit woord dikwijls genomen wordt. Zie Matt. 5:40 , en Luc. 6:29 . Aldus plachten de dienstknechten hunne heren te dienen. Zie Luc. 17:8 .
Hertaald:
klederen af,
Namelijk Zijn bovenkleren, zoals dit woord vaak opgevat wordt. Zie Matth. 5:40 en Luk. 6:29. Zo plachten de dienstknechten hun heren te bedienen. Zie Luk. 17:8.
omgordde Zichzelven
Namelijk om te vaardiger te zijn tot dezen dienst, en met dezen handdoek de voeten te drogen.
Hertaald:
omgordde Zichzelven
Namelijk om vlotter te zijn bij deze dienst en om met deze doek de voeten af te drogen.
goot Hij water
Grieks wierp.
Hertaald:
goot Hij water
Grieks: wierp.
bekken, en begon
Of, wasvat.
Hertaald:
bekken, en begon
Of: waskom.
Gij mij de
Namelijk die mijn Heere en Meester zijt. Hoewel hij dit zegt uit eerbied, zo is daar nochtans onverstand mede gemengd, alzo Christus wil dat wij Hem gehoorzamen, ook als het ons dunkt dat Hij wat vreemds gebiedt.
Hertaald:
Gij mij de
Namelijk U, Die mijn Heere en Meester bent. Hoewel hij dit uit eerbied zegt, is er toch onverstand mee vermengd, aangezien Christus wil dat wij Hem gehoorzamen, ook wanneer het ons toeschijnt dat Hij iets vreemds gebiedt.
Wat Ik doe,
Dat is, waarom Ik zulks doe.
Hertaald:
Wat Ik doe,
Dat is: waarom Ik dit doe.
na dezen verstaan
Namelijk als Ik het u zal verklaard hebben, gelijk Hij doet vs.13,14.
Hertaald:
na dezen verstaan
Namelijk wanneer Ik het u verklaard zal hebben, zoals Hij doet in vers 13 en 14.
in der eeuwigheid
Dat is, nimmermeer zal ik dat toelaten.
Hertaald:
in der eeuwigheid
Dat is: dat zal ik nooit toelaten.
Indien Ik u
Christus neemt gelegenheid van het uiterlijk wassen om te spreken van het geestelijk wassen, of reinigen der zonden, door Zijn bloed en Geest, 1 Kor. 6:11 ; Tit. 3:5 ; 1 Joh. 1:7-8 , gelijk Hij dergelijke gelegenheden meermalen waarneemt.
Hertaald:
Indien Ik u
Christus neemt uit het uiterlijke wassen aanleiding om te spreken over het geestelijke wassen of reinigen van de zonden door Zijn bloed en Geest (1 Kor. 6:11; Tit. 3:5; 1 Joh. 1:7-8), zoals Hij zulke gelegenheden vaker aangrijpt.
Die gewassen is,
Christus leert hier, gelijk degenen, die in de badstoven hun gehele lichaam gewassen hebben, de voeten ook daarna moeten wassen, dat alzo ook Zijne discipelen, inwendig door Zijn bloed en Geest gewassen zijnde, uiterlijk ook hunne gangen en hun doen moeten reinigen.
Hertaald:
Die gewassen is,
Christus leert hier dat, zoals wie in de badhuizen hun hele lichaam gewassen hebben daarna toch nog hun voeten moeten wassen, zo ook Zijn discipelen, die innerlijk door Zijn bloed en Geest gewassen zijn, uiterlijk ook hun gangen en hun doen moeten reinigen.
rein, doch niet
Dat is, gereinigd door mij van de zonde en de heerschappij derzelve; Rom. 6:11-12 .
Hertaald:
rein, doch niet
Dat is: door Mij gereinigd van de zonde en van haar heerschappij; Rom. 6:11-12.
wat Ik ulieden
Dat is, waartoe Ik dit gedaan heb?
Hertaald:
wat Ik ulieden
Dat is: waartoe Ik dit gedaan heb?
ben het
Namelijk in der waarheid.
Hertaald:
ben het
Namelijk in waarheid.
voeten te wassen
Dat is, veel meer allerlei diensten der liefde, in nood zijnde, elkander te betonen, ook die van de geringsten anders plegen gedaan te worden, maar niet om zulks als een sacrament te gebruiken; alzo Christus' oogmerk hier niet is.
Hertaald:
voeten te wassen
Dat is: veel meer nog: elkaar in nood allerlei diensten van liefde bewijzen, ook diensten die anders door de geringsten gedaan plegen te worden — maar niet om dit als een sacrament te gebruiken, aangezien dat hier niet Christus' bedoeling is.
een gezant meerder,
Of, gezondene. Grieks Apostolos.
Hertaald:
een gezant meerder,
Of: gezondene. Grieks: apostolos.
gij deze dingen
Namelijk die Ik u met mijn voorbeeld geleerd heb, als liefde, nederigheid en onderlinge gedienstigheid.
Hertaald:
gij deze dingen
Namelijk de dingen die Ik u met Mijn voorbeeld geleerd heb: liefde, nederigheid en onderlinge dienstbaarheid.
van u allen
Namelijk dat gij allen dat zult nakomen. Want Judas zou het niet doen, gelijk volgt.
Hertaald:
van u allen
Namelijk dat u allen dat zult nakomen. Want Judas zou het niet doen, zoals volgt.
uitverkoren
Namelijk tot de eeuwige zaligheid; Ef. 1:4 .
Hertaald:
uitverkoren
Namelijk tot de eeuwige zaligheid; Ef. 1:4.
die met Mij
Dat is, die dagelijks aan mijne tafel is en met mij omgaat.
Hertaald:
die met Mij
Dat is: die dagelijks aan Mijn tafel zit en met Mij omgaat.
verzenen opgeheven
Dat is, heeft zich vijandelijk tegen mij gesteld. Zie de aantekeningen Ps. 41:10 .
Hertaald:
verzenen opgeheven
Dat is: heeft zich vijandig tegen Mij gekeerd. Zie de aantekeningen bij Ps. 41:10.
dat Ik het ben
Namelijk de ware Messias en Zoon Gods, die alles tevoren weet.
Hertaald:
dat Ik het ben
Namelijk de ware Messias en Zoon van God, Die alles tevoren weet.
in den geest,
Dat is, in zijn gemoed, door overdenking zo van de verraderij van Judas als van de straf, die hem daarom zou overkomen.
Hertaald:
in den geest,
Dat is: in Zijn gemoed, door het overdenken zowel van het verraad van Judas als van de straf die hem daarom zou treffen.
was aanzittende
Grieks was gelegen; namelijk naar de wijze der ouden, die aan de tafel niet zaten als wij, maar lagen op beddekens, op den elleboog, zodat Johannes liggende naast Christus, bekwamelijk zijn hoofd kon neigen naar de borst van Christus.
Hertaald:
was aanzittende
Grieks: was gelegen; namelijk naar de gewoonte van de ouden, die aan tafel niet zaten zoals wij, maar op rustbanken op de elleboog lagen. Zo kon Johannes, die naast Christus lag, gemakkelijk zijn hoofd naar de borst van Christus neigen.
welken Jezus liefhad
Dat is, Johannes, dien de Heere Christus bijzonderlijk liefhad; alzo beschrijft hij ook zichzelven Joh. 21:20 , Joh. 21:24 .
Hertaald:
welken Jezus liefhad
Dat is: Johannes, die de Heere Christus in het bijzonder liefhad; zo beschrijft hij zichzelf ook in Joh. 21:20, Joh. 21:24.
vallende op
Dat is, neigende zijn hoofd naar de borst van Christus, om het in stilte en in het geheim te verstaan wie de verrader zou zijn.
Hertaald:
vallende op
Dat is: zijn hoofd neigend naar de borst van Christus, om in stilte en in het geheim te vernemen wie de verrader zou zijn.
antwoordde
Namelijk stillekens aan Johannes alleen, gelijk blijkt vs.28.
Hertaald:
antwoordde
Namelijk zachtjes en alleen tegen Johannes, zoals blijkt uit vers 28.
na de bete,
Namelijk van Judas ontvangen.
Hertaald:
na de bete,
Namelijk die Judas ontvangen had.
toen voer de
Dat is, nam hem voorts geheel in om zijn verraderij uit te voeren, die hij tevoren door des duivels ingeving beloofd had aan de overpriesters. Zie Luc. 22:3 , en vs.2.
Hertaald:
toen voer de
Dat is: nam hem toen geheel in om zijn verraad uit te voeren, dat hij tevoren door ingeving van de duivel aan de overpriesters beloofd had. Zie Luk. 22:3 en vers 2.
doet, doe het
Dat is, voorhebt te doen. Met deze woorden wil Christus niet gebieden dat Judas in zijne verraderij zou voortgaan, maar geeft daarmede te kennen dat zijne verraderij Hem bekend was, en dat Hij gewillig was zulks te lijden. Zie dergelijke wijze van spreken Openb. 22:11 .
Hertaald:
doet, doe het
Dat is: van plan bent te doen. Met deze woorden wil Christus niet gebieden dat Judas met zijn verraad zou doorgaan, maar Hij geeft daarmee te kennen dat Hij van dat verraad wist en dat Hij bereid was dat te lijden. Zie een soortgelijke manier van spreken in Openb. 22:11.
dewijl Judas
Dat is, het geld ontving, bewaarde en uitgaf, dat Christus, tot Zijn en Zijner discipelen onderhoud, van godzalige vrouwen en anderen gegeven werd; Luc. 8:3 .
Hertaald:
dewijl Judas
Dat is: het geld ontving, bewaarde en uitgaf dat door godvruchtige vrouwen en anderen gegeven werd tot onderhoud van Christus en Zijn discipelen; Luk. 8:3.
tot het feest,
Dat is, tot de kosten om het feest voorts uit te houden.
Hertaald:
tot het feest,
Dat is: voor de kosten om het feest verder uit te houden.
ging terstond uit
Namelijk naar de overpriesters en hoofdmannen, om de verraderij in het werk te stellen.
Hertaald:
ging terstond uit
Namelijk naar de overpriesters en hoofdmannen, om het verraad ten uitvoer te brengen.
Nu is de Zoon
Dat is, nu is de tijd nabij, dat Ik door mijn lijden en sterven den duivel en den dood zal tenietdoen, en daarna in mijne heerlijkheid ingaan.
Hertaald:
Nu is de Zoon
Dat is: nu is de tijd nabij dat Ik door Mijn lijden en sterven de duivel en de dood tenietdoe en daarna in Mijn heerlijkheid inga.
Indien God
Of, overmits.
Hertaald:
Indien God
Of: aangezien.
in Hem verheerlijkt
Dat is, door Hem. Zie hiervan de aantekeningen Joh. 17:1 .
Hertaald:
in Hem verheerlijkt
Dat is: door Hem. Zie hierover de aantekeningen bij Joh. 17:1.
zoeken, en
Dat is, naar mijne tegenwoordigheid verlangen.
Hertaald:
zoeken, en
Dat is: naar Mijn aanwezigheid verlangen.
Waar Ik heenga,
Namelijk in den hemel, waar Ik binnen korten tijd zal opvaren, na mijn dood en opstanding.
Hertaald:
Waar Ik heenga,
Namelijk naar de hemel, waarheen Ik binnen korte tijd zal opvaren, na Mijn dood en opstanding.
zeg Ik ulieden
Namelijk dat gij voor dezen tijd met mij niet kunt daar gaan. Zie Joh. 8:21 , en vs.36.
Hertaald:
zeg Ik ulieden
Namelijk dat u voorlopig niet met Mij daarheen kunt gaan. Zie Joh. 8:21 en vers 36.
nieuw gebod geef
Dat is, nieuwelijks van mij, door mijn leer en voorbeeld mijner bijzondere liefde, verklaard en versterkt, Joh. 15:13 , want hetzelfde gebod is ook in het Oude Testament geweest. Zie 1 Joh. 2:7-8 , en 2Jo..
Hertaald:
nieuw gebod geef
Dat is: opnieuw door Mij verklaard en versterkt, door Mijn leer en het voorbeeld van Mijn bijzondere liefde (Joh. 15:13); want datzelfde gebod bestond ook al in het Oude Testament. Zie 1 Joh. 2:7-8 en 2 Johannes.
Mijn discipelen
Dat is, mijn rechte en ware discipelen, die Ik daarvoor erken.
Hertaald:
Mijn discipelen
Dat is: Mijn echte en ware discipelen, die Ik daarvoor erken.
namaals
Namelijk als gij uw loop en dienst zult volbracht hebben en in het geloof sterker zult zijn.
Hertaald:
namaals
Namelijk wanneer u uw loop en uw dienst voltooid zult hebben en sterker zult zijn in het geloof.
volgen
Namelijk door een gelijken dood in mijne heerlijkheid; Joh. 21:19 .
Hertaald:
volgen
Namelijk door een dergelijke dood, in Mijn heerlijkheid; Joh. 21:19.
kraaien, totdat
Dat is, zijn kraaien dezen nacht niet voleindigd hebben. Zie Matt. 26:34 , en Marc. 14:30 .
Hertaald:
kraaien, totdat
Dat is: zijn kraaien deze nacht niet voltooid heeft. Zie Matth. 26:34 en Mark. 14:30. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Profeet, priester en koning niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt Het is de laatste avond. Er is niemand die het knechtswerk doet, en de voeten zijn stoffig van de weg. Dan staat Hij op van de tafel, legt Zijn klederen af en bindt een linnen doek om. Wat Hij doet is het werk van de minste knecht, en tegelijk het werk dat een priester deed voordat hij naar binnen ging. Johannes zet er drie dingen vóór die de handeling zwaar maken. Zijn ure was gekomen. De duivel had het al in het hart van Judas gegeven. En Hij wist dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had. Juist iemand die dat weet, staat op en pakt het bekken. Petrus verzet zich, en het is te begrijpen. Voeten wassen was het werk dat men niet eens aan een Israëlitische slaaf opdroeg. Hij zegt: “Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid!” En dan komt het antwoord dat de hele scène optilt: “Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.” De kanttekening zegt precies wat daar gebeurt: Christus neemt gelegenheid van het uiterlijke wassen om te spreken van het geestelijke wassen, het reinigen van de zonden door Zijn bloed en Geest. Van dat ogenblik af gaat het gesprek over twee dingen tegelijk. Petrus slaat vervolgens door naar de andere kant — dan ook de handen en het hoofd — en krijgt te horen: “Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” En daar staat een oude inzetting achter. Toen Aäron en zijn zonen tot priester gewijd werden, werden zij éénmaal geheel gewassen; Mozes deed hen naderen en wies hen met water. Daarna hoefde dat nooit meer. Maar er stond een koperen wasvat tussen de tent en het altaar. De bepaling erbij luidde dat zij telkens hun handen en voeten moesten wassen wanneer zij ingingen of naderden om te dienen, opdat zij niet sterven zouden. Eén wassing die niet herhaald werd, en daarna dagelijks alleen handen en voeten. Dat is exact het onderscheid dat Hij hier maakt. Wie de zaal binnenkijkt, ziet dus twee dingen tegelijk gebeuren. Er is een Meester die het werk van de laagste knecht doet, en er is een Priester die de Zijnen wast voordat zij mogen dienen. En Hij doet het met Zijn klederen afgelegd — dezelfde uitdrukking die Johannes even verderop gebruikt wanneer Hij ze weer aandoet en aanzit. Er is nog een zin die er kaal bij staat: “En gijlieden zijt rein, doch niet allen.” Judas heeft de wassing ontvangen, aan zijn voeten, en het heeft hem niet gereinigd. Het teken op zich doet het niet. Het slot geeft er de toepassing bij, en die is opvallend eenvoudig: indien Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig elkanders voeten te wassen. Wat als beeld begon, eindigt als opdracht. In het Nieuwe Testament: Exodus 30:19-21; Leviticus 8:6; Titus 3:5; Hebreeën 10:22; Filippenzen 2:7 Hoever dit reikt: Dat de eenmalige en de dagelijkse wassing van de priesters hier meeklinken, wordt door Johannes niet gezegd. Het rust op de overeenkomst met de inzetting in Exodus 30 en de wijding in Leviticus 8. De kanttekening zelf verklaart het onderscheid met een ander beeld, van iemand die zich geheel gewassen heeft en daarna alleen zijn voeten nog reinigt. Wat vaststaat is dat Hij van het uiterlijke wassen overgaat op het reinigen van de zonden; dat zegt de kanttekening met zoveel woorden.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Spreek tot de Israëlieten en zeg dat zij een rode koe zonder enig gebrek bij u moeten brengen, waaraan geen onvolkomenheid is … U moet die aan de… Zo kwam Hij bij Simon Petrus en die zei tegen Hem: Heere, wilt Ú mij de voeten wassen? (Johannes 13:6) Lees verder Filemon 4—20. De Schotse Baptisten waren… Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het. Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Toen begon Hij de voeten van zijn discipelen te wassen. Johannes 13:5 De Heere Jezus heeft Zijn volk zo lief, dat Hij… Alzo Hij de zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde. Joh. 13:1. Dit feit is in werkelijkheid een belofte, want… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Johannes 13
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Indien Ik u niet wasse — 13:1-17
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Vergeving en reiniging
De voetwassing
Gekomen om te dienen
Voeten wassen
Hij heeft hen liefgehad tot het einde


Johannes 13
Johannes 13:1
KruisverwijzingenJohannes 13:34→Johannes 16:28→Johannes 12:23→Johannes 13:3→Johannes 6:4→1 Johannes 4:19→Hebreeën 6:11→Johannes 17:9→— En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
Dat is een zeer schone beschrijving van Christus’ dood: “Zijn ure was gekomen, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader” — alsof Hij slechts op reis ging, het ene land voor het andere verlatend. Is dit een passende beschrijving van zo’n stormachtige overtocht als die van onze Heere Jezus, Die voor onze zonden aan het kruis van Golgotha stierf? Dan moet het met evenveel recht de dood beschrijven van elk van Gods kinderen. Ook voor ons is er een bestemde tijd om heen te gaan, en bij Christus te zijn, wat verreweg beter is dan hier te blijven.
Denk veel aan de blijvende liefde van Christus: Hij had de Zijnen liefgehad, de Zijnen door verkiezing, de Zijnen door verlossing. Hij beschouwde als reeds volbracht wat nog moest gebeuren. Hij had de Zijnen liefgehad die in de wereld waren, nog niet in de hemel, maar nog te midden van beproeving, nog onvolmaakt, evenals u en ik. Hij had hen liefgehad tot het einde, of tot de volmaaktheid, zoals het ook vertaald zou kunnen worden.
Onze Heere Jezus Christus had een helder vooruitzicht op alles wat Hij te verduren zou hebben. Toekomstige dingen zijn gelukkig voor onze ogen verborgen; wij weten niet eens het ogenblik waarop wij zullen sterven. Het is goed dat het zo is. Maar onze Heere kon Zijn lijden vooruitzien, doordat Hij er alles van wist: “Jezus wist, dat Zijn ure gekomen was.”
Johannes 13:2-4
KruisverwijzingenJohannes 8:42→Handelingen 5:3→Johannes 16:27→Mattheüs 28:18→Johannes 3:35→Johannes 17:2→Mattheüs 11:27→Lukas 12:37→— En als het avondmaal gedaan was,, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou), Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging, Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.
Merk het wonderlijke contrast op dat ons in deze verzen geopenbaard wordt. Onze Heere Jezus Christus had een zeer levendig besef dat Hij van God gekomen was, en tot God zou terugkeren, en dat alle dingen in Zijn hand gegeven waren. Toch verwaardigde Hij Zich, met dat besef van Zijn eigen waardige natuur en positie, Zijn discipelen de voeten te wassen. Al waren er vele jaren verlopen tussen de gebeurtenis en het ogenblik waarop Johannes haar optekende, toch schijnen alle bijzonderheden nog levendig in zijn geheugen te zijn geweest. Hij vermeldt elke afzonderlijke handeling nauwkeurig: Hij stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nam een linnen doek, en gordde Zichzelf.
Johannes 13:2
KruisverwijzingenHandelingen 5:3→Johannes 6:70→Johannes 13:4→Efeze 2:3→Nehemia 2:12→Lukas 22:3→2 Korinthe 8:16→Openbaring 17:17→— En als het avondmaal gedaan was,, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),
Ik neem aan dat dit het paasmaal was. Wat een afschuwelijk voornemen om de satan in het hart van Judas te leggen, zelfs in de tegenwoordigheid van Jezus! Ik hoop dat de duivel niet zo’n voornemen in uw hart of in het mijne zal leggen terwijl wij in dit huis van gebed zijn. Maar geen plaats is heilig genoeg om zijn indringen te weren; hij komt overal binnen.
Johannes 13:3-4
KruisverwijzingenJohannes 8:42→Johannes 16:27→Mattheüs 28:18→Johannes 3:35→Johannes 17:2→Mattheüs 11:27→Lukas 12:37→Lukas 22:27→— Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging, Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.
Let op die woorden: “Jezus, wetende… nam Hij een linnen doek, en gordde Zichzelf.” Had Hij niet geweten hoe groot Hij was, dan zou er in deze handeling geen zulke nederbuiging geweest zijn. Maar Hij wist wie Hij was, en wat de Vader Hem toevertrouwd had: de Vader had Hem alle dingen in de handen gegeven. U zou verwachten dat Hij op een waardige manier zou opstaan, en een purperen mantel en een gouden gordel zou aandoen. Maar in plaats daarvan stond Hij op van de tafel, legde Zijn klederen af, nam een doek, en gordde Zichzelf.
Hij wist dat Hij van God uitgegaan was, en dat Hij tot God zou terugkeren, en Hij verrichtte deze daad op weg naar huis, naar Zijn Vader. O geliefde broeders en zusters, als Christus Zich zo verootmoedigde, hoe nederig behoren wíj dan te zijn! Geen taak mag te gering geacht worden, geen werk voor Zijn dienstknechten mag te vernederend lijken, want Jezus nam een doek, en gordde Zichzelf.
Johannes 13:5
KruisverwijzingenLukas 7:44→2 Koningen 3:11→1 Timotheüs 5:10→Genesis 18:4→Genesis 19:2→Openbaring 1:5→1 Johannes 1:7→Titus 3:3→— Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.
Het bekken dat gewoonlijk in de eetzaal stond voor het wassen van de handen en voeten van de gasten.
U ziet dat Jezus Zijn werk goed doet. Hij laat geen enkel onderdeel ervan achterwege. Hij stelt Zich in de plaats van een slaaf, en vervult de taak van een slaaf zeer grondig. Ik vrees dat wij ons werk voor Hem soms slordig doen. Maar Jezus was niet tevreden met alleen het wassen van de voeten van Zijn discipelen; Hij moest ze ook afdrogen.
Ik loof Hem daarvoor, want dit is een beeld van wat Hij voor ons gedaan heeft. Hij heeft onze voeten gewassen, en herhaalt die genadige daad vaak. De voeten die Jezus wast, zal Hij ook afdrogen; Hij is niet aan Zijn taak begonnen zonder van plan te zijn haar te voltooien.
Johannes 13:5-6
KruisverwijzingenLukas 7:44→2 Koningen 3:11→1 Timotheüs 5:10→Genesis 18:4→Genesis 19:2→Openbaring 1:5→1 Johannes 1:7→Titus 3:3→— Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was. Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?
U moet de nadruk leggen op de voornaamwoorden om de volle kracht van het oorspronkelijke te vatten: “Heere, wast Gíj mijn voeten?” Het contrast ligt tussen Petrus’ Meester en hemzelf.
Johannes 13:6
KruisverwijzingenLukas 5:8→Mattheüs 3:11→Johannes 1:27→— Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?
Het verwondert mij niet dat hij dat zei; zou u niet evenzeer verbaasd geweest zijn, als u er zelf bij was geweest? Petrus had enig flauw besef van wie Christus was. Hij had Hem zo beleden, dat Jezus tegen hem gezegd had: “zalig zijt gij, Simon Bar-jona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” Wetend zoveel van Christus, verwonderde Petrus zich over Zijn daad; hij was zo verbaasd dat hij vroeg: wast U mijn voeten?
Johannes 13:7-8
KruisverwijzingenJohannes 12:16→1 Korinthe 6:11→Hebreeën 10:22→Titus 3:5→Daniël 12:12→Kolossenzen 2:18→Efeze 5:26→Handelingen 22:16→— Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan. Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.
Dat is: nooit, zolang ik leef, zult U zoiets doen. Ik heb deze uitspraak van onze Heere weleens toegepast op beproeving; en het is heel waar dat wat Jezus doet, wij nu niet begrijpen, maar later zullen wij het weten. Toch denk ik niet dat deze zin daarop erg van toepassing is, want er was geen beproeving in het wassen van de voeten. Het is een feit, broeders, hoe vernederend dit ook is om te zeggen: wij begrijpen niet wat Jezus doet; zelfs Zijn eenvoudigste daden zijn een geheimenis voor ons.
“Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.” Onze tijd om te weten, geliefde vrienden, komt nog. Wij hoeven op dit moment niet zo bezorgd te zijn om het te weten; dit is de tijd van de liefde. Ik zou graag mijn hoofd minder vol laten zijn, als mijn hart maar vol mocht zijn. Maar helaas, wij zijn doorgaans zo druk bezig alleen maar hoofdkennis te verwerven!
Johannes 13:8-10
Kruisverwijzingen1 Korinthe 6:11→Hebreeën 10:22→Titus 3:5→Johannes 15:3→Kolossenzen 2:18→Efeze 5:26→Handelingen 22:16→Ezechiël 36:25→— Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij. Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd. Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.
Wij hebben in ons commentaar dikwijls op Petrus’ fouten gewezen; misschien hebben wij daar te veel bij stilgestaan. Laten wij nu Petrus’ voortreffelijkheid opmerken. Ik bewonder zijn nederigheid, dat hij het een te gering ambt achtte voor Christus om zijn voeten te wassen. Het scheen hem een overweldigende nederbuiging van liefde toe, die hij nauwelijks kon toelaten. Ongetwijfeld sprak hij te stellig, toen hij tegen Christus zei: “Gij zult mijn voeten niet wassen.” Toch was zijn beweegreden goed: hij kon zijn Heere niet toestaan zo laag te buigen.
Dat was een groots woord: “was niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd.” Hij bedoelde: Heere, laat mij alle reiniging hebben die ik krijgen kan. Laat mij vrij zijn van alles wat volledige gemeenschap met U in de weg zou staan, want ik verlang ernaar geheel één met U te zijn.
Toen legde onze Zaligmaker zachtmoedig en rustig uit dat er geen behoefte was aan het wassen van zijn hoofd en zijn handen. Zijn hele wezen was al vernieuwd door die ene grote daad van wedergeboorte. Omdat hij al van de zonde gereinigd was door de vrije gave van vergeving, toen hij eerst geloofde, was er geen herhaling van dat geestelijke bad nodig. Alleen de voeten hoefden gewassen te worden — een schoon onderscheid, dat altijd in acht genomen moet worden.
Wie in Christus gelooft, is volkomen vergeven. Hij is als iemand die in het bad gegaan is en zich gewassen heeft. Maar wanneer hij uit het bad stapt en zijn voet op de grond zet, bevuilt hij die vaak. Voordat hij zich aankleedt, moet hij zijn voeten opnieuw wassen. Zo is ook onze toestand als gelovigen in Jezus: wij zijn gewassen in Zijn kostbaar bloed, en zijn witter dan sneeuw. Maar onze voeten raken voortdurend deze bevlekkende aarde, dus moeten zij elke dag gewassen worden. Onze Heere Jezus zei tegen Petrus: “die gewassen is, heeft niet van node dan de voeten te wassen, maar is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen.”
Johannes 13:8
Kruisverwijzingen1 Korinthe 6:11→Hebreeën 10:22→Titus 3:5→Kolossenzen 2:18→Efeze 5:26→Handelingen 22:16→Ezechiël 36:25→Mattheüs 16:22→— Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.
Dat is precies iets voor Petrus. Had Johannes ons niet verteld wie dit zei, dan hadden wij het toch geweten: het was Petrus. Hij had altijd zo’n haast, en sprak zo snel, dat hij vele fouten maakte. Toch was hij altijd zo eerlijk en oprecht, dat zijn Meester zijn fouten vergaf, en hem hielp ze te verbeteren.
Reinigt Christus ons niet, dan behoren wij Hem niet toe. Oefent Hij niet dag aan dag een reinigende invloed op ons uit, dan zijn wij niet van Hem.
Johannes 13:9
KruisverwijzingenPsalmen 51:2→Psalmen 51:7→Hebreeën 10:22→1 Petrus 3:21→Mattheüs 27:24→Jeremia 4:14→Psalmen 26:6→— Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.
Hoe zwaait die slinger heen en weer! Zojuist ging het deze kant op: “Gij zult mijn voeten niet wassen.” Nu gaat het regelrecht naar het andere uiterste: “Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd.” Ga wat rustiger, Petrus, wees wat stiller. Uw Meester weet beter dan uzelf wat goed voor u is.
Johannes 13:10
KruisverwijzingenJohannes 15:3→2 Korinthe 5:17→2 Korinthe 7:1→1 Thessalonicenzen 5:23→Leviticus 17:15→Leviticus 16:28→Numeri 19:19→Numeri 19:12→— Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.
Geliefde vrienden, wanneer wij in Christus geloven, worden wij gewassen in de fontein vol bloed, en zijn wij rein. Maar deze wereld is zo’n zondige plaats, dat wij er geen dag doorheen kunnen wandelen zonder dat er iets van haar modder en stof aan ons blijft kleven. Ach, hoe zeer hebben wij het nodig dat de voetwassing dagelijks aan ons voltrokken wordt! Wij hoeven de eerste grote wassing niet te herhalen, het bad waardoor onze zonden gereinigd werden; toen dat gebeurde, gebeurde het eens en voor altijd.
Christus zei verder tegen Zijn discipelen: “gijlieden zijt rein, doch niet allen.” Zegt Hij dat ook tot ons, op dit ogenblik? Waar zit de zondaar die nog niet door Jezus Christus gewassen is? De Heere ontferme Zich over u, geliefde vrienden! Hoe snel kan Hij de vuilste zondaren wassen! Wie in Jezus gelooft, is gewassen in het kostbare bloed, en is rein.
Johannes 13:11
KruisverwijzingenJohannes 2:25→Johannes 13:26→Mattheüs 26:24→Johannes 6:64→Johannes 13:2→Johannes 17:12→Johannes 13:21→Johannes 13:18→— Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.
Zij waren allen gewassen, wat hun voeten betrof, maar niet allen waren gereinigd in het reddende bad dat de smetten van de zonde wegneemt.
Johannes 13:11-17
KruisverwijzingenJohannes 15:20→1 Korinthe 12:3→Filippenzen 2:11→Lukas 6:40→Mattheüs 7:24→Lukas 11:28→Johannes 13:7→Lukas 6:46→— Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein. Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb? Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het. Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft. Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.
Christus’ daden zijn het voorbeeld voor ons om na te volgen! Ach, mochten wij ze nauwkeuriger volgen! Gezegend zijn zij die, wanneer zij de betekenis van Christus’ voorbeeld begrijpen, het navolgen in hun eigen leven.
Johannes 13:16
KruisverwijzingenJohannes 15:20→Lukas 6:40→Mattheüs 10:24→Johannes 3:5→Johannes 3:3→— Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.
Soms menen wij veel te groot te zijn om iemands voeten te wassen; wij zouden willen zien dat iemand dát aan óns voorstelde, zulke gewichtige mensen als wij zijn! Spreken wij zo, dan is er grote behoefte dat wij vernederd worden. Dat zou de ware weg zijn om in de gelijkenis van Jezus te groeien. Ach, waren wij maar nederiger in ootmoed! Wij zouden hoger in genade staan, als wij dat waren.
Johannes 13:17
KruisverwijzingenMattheüs 7:24→Lukas 11:28→Galaten 5:6→Ezechiël 36:27→Jakobus 1:25→Jakobus 2:20→Exodus 40:16→2 Korinthe 5:14→— Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.
Petrus wilde ze kénnen; Jezus wilde dat wij ze déden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Gedeelte mist in digitale bronnen
Het volgende gedeelte mist in meerdere digitale bronnen van de Bijbelverklaring van Dächsel. Geprobeerd wordt om dit gedeelte later toe te voegen.
En Ik weet, dat Zijn gebod, dat Ik door middel van dat Mij voorgeschreven woord en die getuigenis aan de wereld moet voorstellen, het eeuwige leven is (Hoofdstuk 3: 14 vv. ; 6: 39 v. ; 10: 11). Hetgeen Ik dan spreek, wanneer Ik met vreugde en bij eigen vrije hartelijke deelname Zijn gebod vervul (Ps. 40: 9. Hebr. 10: 5 vv. ), dat spreek Ik, wat het ook zij, zoals Mij de Vader gezegd heeft. Zo ben ik in werkelijkheid degene, van wie de profeet in Jes. 50: 4 vv. getuigt.
De ernstige betekenis van het ongeloof van de Joden, waarvan Johannes tot hiertoe de verborgen oorzaken heeft voorgesteld, blijkt uit de verheven waarde van Hem, tegen wie het gericht is: God zelf verwerpt degene, die Jezus verwerpt.
Ik betuig u op deze dag, dat Ik rein ben van aller bloed. Deze zin heeft deze rede van Jezus, die niet, zoals vele uitleggers aannemen, een Johanneïsche bij elkaar voeging van brokstukken uit vorige reden is, maar een rede, die werkelijk zo is gehouden en tot de discipelen gericht is, om ze in hun geloof te versterken en hen onderricht te geven hoe het Joodse ongeloof niet te verontschuldigen is, maar veroordelingswaardig.
Jezus heeft, toen Hij op aarde wandelde, niet gehaat en vervolgd, geen verterend vuur van de hemel laten vallen over degenen, die Hem verachtten, geen menselijk zwaard tegen Zijn vijanden laten trekken; maar toch heeft Hij Zijn verachters een vuur op het hoofd gelegd, Zijn vijanden een zwaard in het vlees gegeven. Dit brandend vuur en dit snijdend zwaard zijn Zijn woord. Het licht, dat Hij in de wereld heeft gebracht, het licht van Zijn woord en van Zijn waarheid, dat in de duisternis van deze wereld schijnt en de zonde van de wereld ontdekt en de schande van de wereld blootlegt, dat zijn de hel van de wereld reeds lang vóór de jongste dag (Openbaring . 11: 10). Daarom is de zachte mensenvriend Jezus, die toch niets anders wilde dan de wereld zaligmaken, gedurende Zijn omwandelen op aarde reeds de trotse en ongelovige zondaars een doorn in het oog geweest, omdat zij hun duister en boos hart gewaar werden. Zijn woord oordeelt ons. Zijn licht maakt onze duisternis openbaar (Hoofdstuk 3: 19 vv. ). Daarom is voor het kind reeds de tiran Herodes verschrikt, daarom hebben aan de man huichelachtige Farizeeën en hoogmoedige schriftgeleerden en gewetenloze priesters de dood gezworen. Zijn woord heeft hen geoordeeld, dat als gloeiende kolen op hun hoofd lag, het sneed als een tweesnijdend zwaard in hun hart. Daarom is ook heden nog voor zovelen het licht van het Christendom een lastig licht, dat zij liever heden dan morgen zonden willen uitblussen en de zaligmakende prediking van het kruis is een ergernis en een dwaasheid, omdat zij voelen: het evangelie oordeelt ons en brengt de armoede van ons hart, ons zondig leven, onze geheime schande aan het licht voor ons en anderen. Wij oordelen u niet, trotse verachters van Gods woord en van Gods waarheid en geen menselijke rechtbank roept u voor zich; maar u ontloopt daarom uw Rechter niet. Menigeen, die zijn gehele leven de Kerk ontwijkt, omdat hij de Rechter op de kansel vreest, heeft hem in zijn huis staan, die Rechter en hij weet het niet. Het is het woord van God, dat nog misschien vergeten van de schooltijd aan in enige kast, in enige hoek ligt, het woord van God, dat uit die hoek uw zondig leven aanziet als een stomme getuige, die eens vreselijk tegen u zal spreken. En als u hem uit de kast neemt, die stomme rechter en in het vuur werpt, of uw bijbel wegbrengt en verkoopt, evenals Judas Zijn Heiland voor dertig zilverlingen, zie, u bent daarom de rechter niet kwijt; want ook in het hart draagt u hem mee. Het is Gods woord, dat ook daar binnen zijn stem verheft, het woord van God, dat u niet uit uw geweten kunt verwijderen, evenmin als Judas de verrader en dat honderde malen tot u zegt, evenals die onverbiddelijke boetprediker in de woestijn: “het is niet goed wat u gedaan heeft. ” En als u ook deze inwendige rechter tot zwijgen brengt evenals Herodes Johannes, toen hij hem het hoofd liet afslaan, als u uw geweten doodt, ook daardoor bent u van de rechter niet verlost; het woord, dat de Heere tot u gesproken heeft en u veracht heeft, in u en dat u heeft verdoofd, tegen u en dat u heeft weg gespot, dat woord zal u op de jongste dag oordelen, dat zal alles aan het licht brengen, aan het heldere licht van de eeuwigheid.
Dat was dan, naar het bericht van Johannes, de laatste rede van Jezus tot het volk en de oversten. Alles, alles wendt Hij nog aan om hen tot het geloof te bewegen en degenen, die bij zichzelf overtuigd waren, maar nog niet voor Hem durfden uitkomen, in hun geloof te versterken. Hij sprak met blijkbare aandoening en hoge ernst. Zijn woorden getuigen van Zijn vurige zucht om zondaren te behouden en zijn de Redder van de mensen waardig. Met de innigste zelfbewustheid en op de plechtigste manier legt Hij voor het laatst getuigenis af van Zijn Goddelijke zending, van de waarheid van Zijn prediking, van Zijn Goddelijke grootheid, van het heil, dat men hier reeds door Hem kon verkrijgen, van de rampzaligheid, die allen, die Zijn woorden verwierpen, zeker stond te wachten en van het geluk, dat tot in eeuwigheid het deel zou zijn van hen, die in Hem geloofden, om Zijn weldadig doel te bereiken. En nu gaat Hij heen om niet meer tot de menigte te spreken. Hij laat hen nu aan hun eigen nadenken en hun eigen keuze over. Hij had gedaan al wat Hij kon. Zij moesten het nu zelf weten, of zij al dan niet in Hem geloven, of zij al dan niet Zijn woorden aannemen wilden. Ach! de geschiedenis leert ons, dat ook dit laatste woord in zo veel liefde en met zo veel ernst gesproken tot de menigte tevergeefs is geweest. Wij twijfelen er echter niet aan, of het zal op sommigen diepe, blijvende indruk gemaakt en hen nu of later tot het geloof in Hem gebracht, of daarin bevestigd hebben. Moge het ook op ons deze gezegende uitwerking hebben. Aarzelen wij niet langer! Hinken wij niet langer op twee gedachten! Verdelen wij niet langer tussen Christus en de wereld. Erkennen wij Hem voor de Gezant van God, het Beeld van de Vader en het licht van de wereld. Nemen wij Zijn woorden aan. Vestigen wij op Hem ons vertrouwen en proberen wij steeds naar Zijn evangelie te leven. Dan zullen wij niet in duisternis wandelen, noch voor veroordeling te vrezen hebben, maar door Hem zalig worden en het eeuwige leven hebben. Ja wij geloven, o onze Heer en Zaligmaker en wij nemen Uw woord aan. Naar dat woord willen wij leven. Op dat woord willen wij sterven. Heere vermeerder ons het geloof.
Met deze woorden, wellicht bij het vallen van de avond gesproken, verlaat de Heere, naar het schijnt, bij het einde van de maandag de tempel. De hele dag had Hij Zich zegevierend tegenover Zijn vijanden gehandhaafd en als Overwinnaar zegt Hij het strijdperk vaarwel, om morgen terug te keren. Drie stemmen hadden zich met de Zijne verenigd om de natie tot geloof in haar Christus te brengen. De stem van de kinderen in Israël, die Hem toejuichten; van de heidenen, die Hem begroetten; de stem van de Vader, die Hem verheerlijkte; allen hadden zij luid tot Zijn eer gesproken… Helaas – “oren hebbende, hoorden zij niet; ogen hebbende zagen zij niet.”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel