Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Johannes 13

1 En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG1161 voor het feestG1859 van het paschaG3957, JezusG2424 wetendeG1492, dat Zijn ureG5610 gekomenG2064 was, dat Hij uitG1537 deze wereldG2889 zou overgaanG3327 totG4314 den VaderG3962, alzo Hij de Zijnen, die in de wereldG2889 waren, liefgehadG25 had, zo heeft Hij hen liefgehadG25 totG1519 het eindeG5056. En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.

KJV Now2 before1 the feast4 of the passover,6 when Jesus9 knew7 that10 his12 hour14 was come11 that15 he should depart16 out of17 this world19 unto21 the Father,23 having loved24 his own26 which3 were in28 the world,30 he loved33 them34 unto31 the end.

1 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εορτης G1859 feest, feestdag feast, holyday 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 7 ειδως G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 εληλυθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 μεταβη G3327 overgegaan, Vertrek, gegaan depart, go, pass, remove 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 20 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 21 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 22 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 24 αγαπησας G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 25 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ιδιους G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 27 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 29 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world 31 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 32 τελος G5056 einde, Einde, tol + continual, custom, end(-ing), finally, uttermost 33 ηγαπησεν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 34 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En als het avondmaal gedaan was,, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 als het avondmaalG1173 gedaan wasG1096,, toen nu de duivelG1228 inG1519 het hartG2588 van JudasG2455, SimonsG4613 zoon, IskariotG2469, gegevenG906 had, datG2443 hijG846 Hem verradenG3860 zou), En als het avondmaal gedaan was,, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),

KJV And1 supper2 being ended,3 the devil5 having now6 put7 into8 the heart10 of Judas11 Iscariot,13 Simon's12 son, to14 betray16 him;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 δειπνου G1173 avondmaal, maaltijden, avondmaals feast, supper 3 γενομενου G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 διαβολου G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer 6 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 7 βεβληκοτος G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καρδιαν G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 11 ιουδα G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 12 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 13 ισκαριωτου G2469 Iskariot Iscariot 14 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 παραδω G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 JezusG2424, wetendeG1492, datG3754 de VaderG3962 Hem alleG3956 dingen inG1519 de handenG5495 gegevenG1325 had, enG2532 datG3754 Hij vanG575 GodG2316 uitgegaanG1831 was, enG2532 totG4314 GodG2316 heengingG5217, Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging,

KJV Jesus3 knowing1 that4 the Father9 had given6 all things5 into10 his7 hands,12 and13 that14 he was come17 from15 God,16 and18 went22 to19 God;

1 ειδως G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 δεδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 χειρας G5495 handen, hand hand 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 υπαγει G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 StondG1453 op vanG1537 het avondmaalG1173, enG2532 legdeG5087 Zijn klederenG2440 af, enG2532 nemendeG2983 een linnen doekG3012, omgorddeG1241 ZichzelvenG1438. Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.

KJV He riseth1 from2 supper,4 and5 laid aside6 his garments;8 and9 took10 a towel,11 and girded12 himself.

1 εγειρεται G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 2 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δειπνου G1173 avondmaal, maaltijden, avondmaals feast, supper 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 τιθησιν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 11 λεντιον G3012 linnen doek towel 12 διεζωσεν G1241 omgordde, omgord gird 13 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Daarna gootG906 Hij waterG5204 inG1519 het bekkenG3537, enG2532 begonG756 de voetenG4228 der discipelenG3101 te wassenG3538, enG2532 af te drogenG1591 met den linnen doekG3012, waarmede Hij omgordG1241 wasG1510. Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.

KJV After that1 he poureth2 water3 into4 a bason,6 and7 began8 to wash9 the disciples'13 feet,11 and14 to wipe15 them with the towel17 wherewith18 he was girded.

1 ειτα G1534 daarna, vervolgens after that(-ward), furthermore, then 2 βαλλει G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 3 υδωρ G5204 water, wateren, waters water 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 νιπτηρα G3537 bekken bason 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 9 νιπτειν G3538 wassen, gewassen, wies wash 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εκμασσειν G1591 afgedroogd, drogen, droogde wipe 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λεντιω G3012 linnen doek towel 18 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 διεζωσμενος G1241 omgordde, omgord gird
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 HijG846 danG3767 kwamG2064 totG4314 SimonG4613 PetrusG4074; enG2532 dieG1565 zeideG3004 tot Hem: HeereG2962, zult GijG4771 mijG1473 de voetenG4228 wassenG3538? Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?

KJV Then2 cometh he1 to3 Simon4 Peter:5 and6 Peter9 saith7 unto him,8 Lord,10 dost13 thou11 wash my feet?

1 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 σιμωνα G4613 Simon, Simons Simon 5 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 10 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 11 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 νιπτεις G3538 wassen, gewassen, wies wash 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 JezusG2424 antwoorddeG611 en zeideG2036 tot hemG846: WatG3739 IkG1473 doeG4160, weetG1492 gij nu nietG3756, maar gij zult het naG3326 dezenG5023 verstaanG1097. Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.

KJV Jesus2 answered1 and3 said unto him,5 What6 I7 do8 thou9 knowest11 not10 now;12 but14 thou shalt know13 hereafter.15

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 οιδας G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 12 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present 13 γνωση G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 16 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: Gij zult mijn voetenG4228 niet wassenG3538 inG1519 der eeuwigheidG165! JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: IndienG1437 Ik u niet wasseG3538, gijG4771 hebtG2192 geen deelG3313 metG3326 MijG1473. Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.

KJV Peter3 saith1 unto him,2 Thou shalt6 never10 wash19 my feet.8 Jesus16 answered13 him,14 If I wash thee not, thou hast22 no4 part23 with24 me.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 νιψης G3538 wassen, gewassen, wies wash 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 13 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 17 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 18 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 19 νιψω G3538 wassen, gewassen, wies wash 20 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 21 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 23 μερος G3313 deel, dele, delen behalf, course, coast, craft, particular (+ -ly), part (+ -ly), piece, portion, respect, side, some sort(-what) 24 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 25 εμου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 SimonG4613 PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: HeereG2962, nietG3361 alleen mijn voetenG4228, maarG235 ookG2532 de handenG5495 enG2532 het hoofdG2776. Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.

KJV Simon3 Peter4 saith1 unto him,2 Lord,5 not6 my feet8 only,10 but11 also12 my hands14 and15 my head.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 11 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χειρας G5495 handen, hand hand 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 JezusG2424 zeideG3004 tot hemG846: Die gewassenG3068 is, heeftG2192 nietG3756 van nodeG5532, danG2228 de voetenG4228 te wassenG3538, maarG235 isG1510 geheelG3650 reinG2513. EnG2532 gijliedenG4771 zijtG1510 reinG2513, dochG235 niet allenG3956. Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.

KJV Jesus4 saith1 to him,2 He that is washed6 needeth8 not7 save10 to wash13 his feet,12 but14 is clean16 every whit:17 and18 ye are clean,20 but22 not23 all.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λελουμενος G3068 gewassen, wies wash 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 9 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 13 νιψασθαι G3538 wassen, gewassen, wies wash 14 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 καθαρος G2513 rein, zuiver, reinen clean, clear, pure 17 ολος G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 20 καθαροι G2513 rein, zuiver, reinen clean, clear, pure 21 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 23 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 24 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 Hij wistG1492, wie Hem verradenG3860 zou; daarom zeideG2036 Hij: Gij zijtG1510 niet allenG3956 reinG2513. Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.

KJV For2 he knew1 who3 should betray4 him;5 therefore6 said he, Ye are not9 all10 clean.

1 ηδει G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παραδιδοντα G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 10 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 καθαροι G2513 rein, zuiver, reinen clean, clear, pure 12 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Als Hij danG3767 hun voetenG4228 gewassenG3538, enG2532 Zijn klederenG2440 genomenG2983 had, zat HijG846 wederomG3825 aan, en zeideG2036 tot henG846: VerstaatG1097 gijG4771, watG5101 Ik ulieden gedaanG4160 heb? Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb?

KJV So2 after1 he had washed3 their6 feet,5 and7 had taken8 his11 garments,10 and was set down12 again,13 he said unto them,15 Know ye16 what17 I have done18 to you?

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ενιψεν G3538 wassen, gewassen, wies wash 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 αναπεσων G377 neder zitten, gevallen, nederzitten lean, sit down (to meat) 13 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 γινωσκετε G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 17 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 18 πεποιηκα G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 19 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 GijG4771 heetG5455 MijG1473 MeesterG1320 enG2532 HeereG2962; enG2532 gij zegtG3004 wel, wantG1063 Ik benG1510 het. Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.

KJV Ye call2 me Master5 and6 Lord:8 and9 ye say11 well;10 for13 so I am.

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 φωνειτε G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 3 με G1473 mij, ik I, me 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 11 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 IndienG1487 danG3767 IkG1473, de HeereG2962 enG2532 de MeesterG1320, uw voetenG4228 gewassenG3538 heb, zo zijt gijG4771 ookG2532 schuldigG3784, elkanders voetenG4228 te wassenG3538. Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.

KJV If1 I3 then,2 your Lord9 and10 Master,12 have washed4 your feet;7 ye also13 ought15 to wash17 one another's16 feet.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εγω G1473 mij, ik I, me 4 ενιψα G3538 wassen, gewassen, wies wash 5 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 15 οφειλετε G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should 16 αλληλων G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 17 νιπτειν G3538 wassen, gewassen, wies wash 18 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WantG1063 Ik heb u een voorbeeldG5262 gegevenG1325, opdatG2443, gelijkerwijsG2531 IkG1473 u gedaan heb, gijlieden ookG2532 doet. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.

KJV For2 I have given3 you an example,1 that5 ye should do8 as6 I7 have done12 to you.

1 υποδειγμα G5262 voorbeeld, voorbeeldingen en-(ex-)ample, pattern 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εδωκα G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 εποιησα G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 12 ποιητε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Een dienstknechtG1401 is nietG3756 meerderG3187 dan zijn heerG2962, noch een gezantG652 meerderG3187, dan die hemG846 gezondenG3992 heeft. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.

KJV Verily,1 verily,2 I say3 unto you, The servant7 is not5 greater than his11 lord;10 neither12 he that is sent13 greater than he that sent16 him.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 8 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 13 αποστολος G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 14 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πεμψαντος G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Indien gij dezeG3778 dingen weetG1492, zaligG3107 zijtG1510 gij, zo gij dezelve doetG4160. Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.

KJV If1 ye know3 these things, happy4 are ye if6 ye do7 them.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 μακαριοι G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 5 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 7 ποιητε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ik zegG3004 nietG3756 vanG4012 uG4771 allenG3956: Ik weetG1492, welkeG3739 Ik uitverkorenG1586 heb; maarG235 dit geschiedt, opdatG2443 de SchriftG1124 vervuldG4137 worde: Die metG3326 Mij het broodG740 eetG5176, heeft tegenG1909 Mij zijn verzenenG4418 opgehevenG1869. Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.

KJV I speak5 not1 of2 you all:3 I6 know7 whom8 I have chosen:9 but10 that11 the scripture13 may be fulfilled,14 He that eateth16 bread20 with17 me hath lifted up21 his26 heel25 against22 me.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 3 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 5 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 εγω G1473 mij, ik I, me 7 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 εξελεξαμην G1586 uitverkoren, verkiezen, verkoren make choice, choose (out), chosen 10 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γραφη G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 14 πληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 τρωγων G5176 eet, etende eat 17 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 εμου G1473 mij, ik I, me 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 21 επηρεν G1869 opheffende, verheft, verhieven exalt self, poise (lift, take) up 22 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 23 εμε G1473 mij, ik I, me 24 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πτερναν G4418 verzenen heel 26 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 VanG575 nu zegG3004 Ik het ulieden, eerG4253 het geschiedG1096 is, opdatG2443, wanneer het geschiedG1096 zal zijn, gijG4771 gelovenG4100 moogt, dat IkG1473 het ben. Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben.

KJV Now1 I tell3 you before5 it come,7 that,8 when9 it is come to pass,10 ye may believe11 that12 I13 am

1 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 2 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 9 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 10 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 πιστευσητε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 εγω G1473 mij, ik I, me 14 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zende, wie dien ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: ZoG1437 Ik iemandG5100 zendeG3992, wie dien ontvangtG2983, die ontvangtG2983 Mij, enG1161 wie MijG1473 ontvangtG2983, die ontvangtG2983 Hem, Die MijG1473 gezondenG3992 heeft. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zende, wie dien ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.

KJV Verily,1 verily,2 I say3 unto you, He that receiveth6 whomsoever7 I send9 receiveth11 me; and13 he that receiveth15 me receiveth16 him that sent18 me.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λαμβανων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 7 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 8 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 9 πεμψω G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 10 εμε G1473 mij, ik I, me 11 λαμβανει G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 εμε G1473 mij, ik I, me 15 λαμβανων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 16 λαμβανει G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πεμψαντα G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 19 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Jezus, deze dingen gezegd hebbende, werd ontroerd in den geest, en betuigde, en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat een van ulieden Mij zal verraden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 JezusG2424, dezeG3778 dingen gezegdG2036 hebbende, werd ontroerdG5015 in den geestG4151, enG2532 betuigdeG3140, enG2532 zeideG2036: VoorwaarG281, voorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, dat eenG1520 vanG1537 ulieden MijG1473 zal verradenG3860. Jezus, deze dingen gezegd hebbende, werd ontroerd in den geest, en betuigde, en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat een van ulieden Mij zal verraden.

KJV When Jesus4 had thus said, he was troubled5 in spirit,7 and8 testified,9 and10 said, Verily,12 verily,13 I say2 unto you, that16 one17 of18 you shall betray20 me.

1 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εταραχθη G5015 ontroerd, beroerd, beroerde trouble 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εμαρτυρησεν G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 13 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 14 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 18 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 20 παραδωσει G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 21 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 De discipelen dan zagen op elkander, twijfelende, van wien Hij dat zeide.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 De discipelenG3101 danG3767 zagenG991 opG1519 elkanderG240, twijfelendeG639, vanG4012 wien Hij dat zeideG3004. De discipelen dan zagen op elkander, twijfelende, van wien Hij dat zeide.

KJV Then2 the disciples6 looked1 one on another,3 doubting7 of8 whom9 he spake.

1 εβλεπον G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 απορουμενοι G639 twijfel, twijfelende, twijfeling (stand in) doubt, be perplexed 8 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 9 τινος G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En een van Zijn discipelen was aanzittende in den schoot van Jezus, welken Jezus liefhad.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG1161 eenG1520 van Zijn discipelenG3101 was aanzittendeG345 inG1722 den schootG2859 van JezusG2424, welkenG3739 JezusG2424 liefhadG25. En een van Zijn discipelen was aanzittende in den schoot van Jezus, welken Jezus liefhad.

KJV Now2 there was leaning3 on8 Jesus'12 bosom10 one4 of his7 disciples,6 whom13 Jesus16 loved.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανακειμενος G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 4 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κολπω G2859 schoot, inham bosom, creek 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 ηγαπα G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Simon Petrus dan wenkte dezen, dat hij vragen zou, wie hij toch ware, van welken Hij dit zeide.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 SimonG4613 PetrusG4074 danG3767 wenkteG3506 dezenG5129, dat hij vragenG4441 zou, wie hij toch wareG1498, vanG4012 welkenG3739 Hij ditG3778 zeideG3004. Simon Petrus dan wenkte dezen, dat hij vragen zou, wie hij toch ware, van welken Hij dit zeide.

KJV Simon4 Peter5 therefore2 beckoned1 to him, that he should ask6 who7 it should8 be of10 whom11 he spake.

1 νευει G3506 gewenkt, wenkte beckon 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 πυθεσθαι G4441 vraagde, vraagden, onderzoeken ask, demand, enquire, understand 7 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 9 ειη G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 11 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En deze, vallende op de borst van Jezus, zeide tot Hem: Heere, wie is het?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG1161 deze, vallendeG1968 opG1909 de borstG4738 van JezusG2424, zeideG3004 tot Hem: HeereG2962, wieG5101 isG1510 het? En deze, vallende op de borst van Jezus, zeide tot Hem: Heere, wie is het?

KJV He3 then2 lying on1 Jesus'8 breast6 saith9 unto him,10 Lord,11 who12 is it?

1 επιπεσων G1968 viel, gevallen, vallende fall into (on, upon) lie on, press upon 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 στηθος G4738 borst, borsten breast 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 12 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Jezus antwoordde: Deze is het, dien Ik de bete, als Ik ze ingedoopt heb, geven zal. En als Hij de bete ingedoopt had, gaf Hij ze Judas, Simons zoon, Iskariot.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 JezusG2424 antwoorddeG611: Deze isG1510 het, dien Ik de beteG5596, als Ik ze ingedoopt heb, geven zal. EnG2532 als Hij de beteG5596 ingedoopt had, gafG1325 Hij ze JudasG2455, SimonsG4613 zoon, IskariotG2469. Jezus antwoordde: Deze is het, dien Ik de bete, als Ik ze ingedoopt heb, geven zal. En als Hij de bete ingedoopt had, gaf Hij ze Judas, Simons zoon, Iskariot.

Ook in dit vers ingedooptG911 ingedooptG1686

KJV Jesus3 answered,1 He4 it is, to whom6 I shall give11 a sop,10 when I7 have dipped8 it. And12 when he had dipped13 the sop,15 he gave16 it to Judas17 Iscariot,19 the son of Simon.

1 αποκρινεται G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 βαψας G911 dope, geverfd, ingedoopt dip 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ψωμιον G5596 bete sop 11 επιδωσω G1929 gaven, gegeven deliver unto, give, let (+ (her drive)), offer 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εμβαψας G1686 indoopt, ingedoopt dip 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ψωμιον G5596 bete sop 16 διδωσιν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 17 ιουδα G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 18 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 19 ισκαριωτη G2469 Iskariot Iscariot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En na de bete, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: Wat gij doet, doe het haastelijk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG2532 naG3326 de beteG5596, toen voerG1525 de satanG4567 inG1519 hem. JezusG2424 danG3767 zeideG3004 tot hem: WatG3739 gij doet, doeG4160 het haastelijkG5032. En na de bete, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: Wat gij doet, doe het haastelijk.

KJV And1 after2 the sop4 Satan10 entered6 into7 him.8 Then12 said11 Jesus15 unto him,13 That16 thou doest,17 do18 quickly.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ψωμιον G5596 bete sop 5 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 6 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 εκεινον G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σατανας G4567 satan, satanas, satans Satan 11 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 16 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 18 ποιησον G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 19 ταχιον G5032 haast, eerder, haastelijk out (run), quickly, shortly, sooner
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En dit verstond niemand dergenen, die aanzaten, waartoe Hij hem dat zeide.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG1161 dit verstondG1097 niemandG3762 dergenen, die aanzatenG345, waartoeG4314 Hij hem dat zeideG2036. En dit verstond niemand dergenen, die aanzaten, waartoe Hij hem dat zeide.

KJV Now2 no man3 at the table6 knew4 for what7 intent8 he spake this unto him.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 4 εγνω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανακειμενων G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Want sommigen meenden, dewijl Judas de beurs had, dat hem Jezus zeide: Koop, hetgeen wij van node hebben tot het feest, of, dat hij den armen wat geven zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Want sommigenG5100 meendenG1380, dewijlG3754 JudasG2455 de beursG1101 hadG2192, dat hemG846 JezusG2424 zeideG3004: KoopG59, hetgeenG3739 wij van nodeG5532 hebbenG2192 totG1519 het feestG1859, ofG2228, dat hij den armenG4434 wat gevenG1325 zou. Want sommigen meenden, dewijl Judas de beurs had, dat hem Jezus zeide: Koop, hetgeen wij van node hebben tot het feest, of, dat hij den armen wat geven zou.

KJV For2 some1 of them thought,3 because4 Judas9 had7 the bag,6 that10 Jesus14 had said11 unto him,12 Buy15 those things that16 we have18 need of17 against19 the feast;21 or,22 that25 he should give27 something26 to the poor.

1 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εδοκουν G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 4 επει G1893 anderszins, Anders, overmits because, else, for that (then, -asmuch as), otherwise, seeing that, since, when 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 γλωσσοκομον G1101 beurs bag 7 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 αγορασον G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 16 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 18 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 εορτην G1859 feest, feestdag feast, holyday 22 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 23 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 πτωχοις G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 25 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 26 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 27 δω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Hij dan, de bete genomen hebbende, ging terstond uit. En het was nacht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Hij dan, de beteG5596 genomenG2983 hebbende, ging terstondG2112 uit. EnG1161 het wasG1510 nachtG3571. Hij dan, de bete genomen hebbende, ging terstond uit. En het was nacht.

KJV He5 then2 having received1 the sop4 went7 immediately6 out: and9 it was night.

1 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ψωμιον G5596 bete sop 5 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 7 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 νυξ G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Als hij dan uitgegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Als hij danG3767 uitgegaanG1831 was, zeideG3004 JezusG2424: Nu is de ZoonG5207 des mensenG444 verheerlijktG1392, enG2532 GodG2316 is inG1722 HemG846 verheerlijktG1392. Als hij dan uitgegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt.

KJV Therefore,4 when1 he was gone out,6 Jesus9 said,7 Now10 is11 the Son13 of man15 glorified,19 and16 God18 is glorified in20 him.

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 4 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 6 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 11 εδοξασθη G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 19 εδοξασθη G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Indien God in Hem verheerlijkt is, zo zal ook God Hem verheerlijken in Zichzelven, en Hij zal Hem terstond verheerlijken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 IndienG1487 GodG2316 in Hem verheerlijktG1392 is, zo zal ookG2532 GodG2316 Hem verheerlijkenG1392 inG1722 ZichzelvenG1438, enG2532 Hij zal Hem terstondG2117 verheerlijkenG1392. Indien God in Hem verheerlijkt is, zo zal ook God Hem verheerlijken in Zichzelven, en Hij zal Hem terstond verheerlijken.

KJV If1 God3 be glorified4 in5 him,6 God9 shall10 also7 glorify16 him11 in12 himself,13 and14 shall straightway glorify him.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 4 εδοξασθη G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 δοξασει G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ευθυς G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 16 δοξασει G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Kinderkens, nog een kleinen tijd ben Ik bij u. Gij zult Mij zoeken, en gelijk Ik den Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen; alzo zeg Ik ulieden nu ook.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 KinderkensG5040, nog een kleinenG3397 tijd benG1510 Ik bij uG4771. GijG4771 zult Mij zoekenG2212, en gelijk IkG1473 den JodenG2453 gezegdG2036 heb: Waar IkG1473 heengaG5217, kuntG1410 gijG4771 nietG3756 komenG2064; alzo zegG3004 Ik ulieden nu ook. Kinderkens, nog een kleinen tijd ben Ik bij u. Gij zult Mij zoeken, en gelijk Ik den Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen; alzo zeg Ik ulieden nu ook.

KJV Little children,1 yet2 a little while I am6 with4 you. Ye shall seek7 me: and9 as10 I said unto the Jews,13 Whither15 I8 go,16 ye cannot19 come;21 so22 now25 I say11 to you.

1 τεκνια G5040 kinderkens, Kinderkens little children 2 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 3 μικρον G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 4 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 5 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ζητησετε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 8 με G1473 mij, ik I, me 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 11 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιουδαιοις G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 16 υπαγω G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 17 εγω G1473 mij, ik I, me 18 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 19 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 21 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 24 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 25 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Een nieuwG2537 gebodG1785 geefG1325 Ik u, datG2443 gij elkander liefhebtG25; gelijk Ik u liefgehadG25 heb, datG2443 ookG2532 gijG4771 elkanderG240 liefhebtG25. Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.

KJV A new2 commandment1 I give3 unto you, That5 ye love6 one another;7 as8 I have loved9 you, that11 ye also12 love14 one another.

1 εντολην G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 2 καινην G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 3 διδωμι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 αγαπατε G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 7 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 8 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 9 ηγαπησα G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 10 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 14 αγαπατε G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 15 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Hieraan zullen zij allenG3956 bekennenG1097, dat gij MijnG1699 discipelenG3101 zijtG1510, zoG1437 gij liefdeG26 hebtG2192 onderG1722 elkanderG240. Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.

KJV By1 this shall3 all4 men know that5 ye are my6 disciples,7 if9 ye have11 love10 one to another.12

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 γνωσονται G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 4 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 εμοι G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 7 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 10 αγαπην G26 liefde, liefdemaaltijden, liefhebben (feast of) charity(-ably), dear, love 11 εχητε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 αλληλοις G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde hem: Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen; maar gij zult Mij namaals volgen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 SimonG4613 PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: HeereG2962, waar gaat Gij heen? JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: Waar Ik heengaG5217, kuntG1410 gij MijG1473 nu nietG3756 volgenG190; maar gij zult MijG1473 namaalsG5305 volgenG190. Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde hem: Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen; maar gij zult Mij namaals volgen.

KJV Simon3 Peter4 said1 unto him,2 Lord,5 whither6 goest7 thou? Jesus11 answered8 him,9 Whither12 I go,13 thou canst15 not14 follow18 me now;17 but20 thou shalt follow21 me afterwards.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 που G4226 waar where, whither 7 υπαγεις G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 8 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 12 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 13 υπαγω G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 δυνασαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 16 μοι G1473 mij, ik I, me 17 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 18 ακολουθησαι G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 19 υστερον G5305 laatste, namaals afterward, (at the) last (of all) 20 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 21 ακολουθησεις G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 22 μοι G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Petrus zeide tot Hem: Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: HeereG2962, waaromG5101 kanG1410 ik UG4771 nu nietG3756 volgenG190? Ik zal mijn levenG5590 voor UG4771 zettenG5087. Petrus zeide tot Hem: Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten.

KJV Peter4 said1 unto him,2 Lord,5 why cannot8 I follow11 thee now?12 I will lay down18 my life14 for16 thy sake.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 δυναμαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 10 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ακολουθησαι G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 12 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 15 μου G1473 mij, ik I, me 16 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 θησω G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: Zult gijG4771 uw levenG5590 voor MijG1473 zettenG5087? VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: De haanG220 zal niet kraaienG5455, totdat gij MijG1473 driemaalG5151 verloochendG533 zult hebben. Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.

KJV Jesus4 answered1 him,2 Wilt thou lay down10 thy life6 for8 my sake? Verily,11 verily,12 I say13 unto thee, The cock17 shall18 not crow, till19 thou hast denied21 me thrice.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 9 εμου G1473 mij, ik I, me 10 θησεις G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 11 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 12 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 13 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 αλεκτωρ G220 haan cock 18 φωνησει G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 19 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 20 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 21 απαρνηση G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 22 με G1473 mij, ik I, me 23 τρις G5151 driemaal, Driemaal, drie maal three times, thrice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Johannes 13:1 Johannes 13:34 Johannes 16:28 Johannes 12:23 Johannes 13:3 Johannes 6:4 1 Johannes 4:19 Hebreeën 6:11 Johannes 17:9
Johannes 13:2 Handelingen 5:3 Johannes 6:70 Johannes 13:4 Efeze 2:3 Nehemia 2:12 Lukas 22:3 2 Korinthe 8:16 Openbaring 17:17
Johannes 13:3 Johannes 8:42 Johannes 16:27 Mattheüs 28:18 Johannes 3:35 Johannes 17:2 Mattheüs 11:27 Handelingen 2:36 Efeze 1:21
Johannes 13:4 Lukas 12:37 Lukas 22:27 2 Korinthe 8:9 Lukas 17:7 Filippenzen 2:6
Johannes 13:5 Lukas 7:44 2 Koningen 3:11 1 Timotheüs 5:10 Genesis 18:4 Genesis 19:2 Openbaring 1:5 1 Johannes 1:7 Titus 3:3
Johannes 13:6 Lukas 5:8 Mattheüs 3:11 Johannes 1:27
Johannes 13:7 Johannes 12:16 Daniël 12:12 Johannes 14:26 Daniël 12:8 Jakobus 5:7 Johannes 13:10 Johannes 13:36 Habakuk 2:1
Johannes 13:8 1 Korinthe 6:11 Hebreeën 10:22 Titus 3:5 Kolossenzen 2:18 Efeze 5:26 Handelingen 22:16 Ezechiël 36:25 Mattheüs 16:22
Johannes 13:9 Psalmen 51:2 Psalmen 51:7 Hebreeën 10:22 1 Petrus 3:21 Mattheüs 27:24 Jeremia 4:14 Psalmen 26:6
Johannes 13:10 Johannes 15:3 2 Korinthe 5:17 2 Korinthe 7:1 1 Thessalonicenzen 5:23 Leviticus 17:15 Leviticus 16:28 Numeri 19:19 Numeri 19:12
Johannes 13:11 Johannes 2:25 Johannes 13:26 Mattheüs 26:24 Johannes 6:64 Johannes 13:2 Johannes 17:12 Johannes 13:21 Johannes 13:18
Johannes 13:12 Johannes 13:7 Johannes 13:4 Ezechiël 24:24 Markus 4:13 Ezechiël 24:19 Mattheüs 13:51
Johannes 13:13 1 Korinthe 12:3 Filippenzen 2:11 Lukas 6:46 Johannes 11:28 1 Korinthe 8:6 Filippenzen 3:8 Mattheüs 7:21 2 Petrus 1:14
Johannes 13:14 1 Petrus 5:5 Lukas 22:26 Markus 10:43 2 Korinthe 8:9 Filippenzen 2:2 Hebreeën 12:2 Romeinen 12:16 Mattheüs 20:26
Johannes 13:15 Mattheüs 11:29 1 Petrus 3:17 1 Johannes 2:6 Romeinen 15:5 1 Petrus 2:21 Efeze 5:2
Johannes 13:16 Johannes 15:20 Lukas 6:40 Mattheüs 10:24 Johannes 3:5 Johannes 3:3
Johannes 13:17 Mattheüs 7:24 Lukas 11:28 Galaten 5:6 Ezechiël 36:27 Jakobus 1:25 Jakobus 2:20 Exodus 40:16 2 Korinthe 5:14
Johannes 13:18 Psalmen 41:9 Mattheüs 26:23 Johannes 17:12 Markus 14:20 Johannes 13:26 Johannes 13:10 Johannes 6:70 Johannes 15:16
Johannes 13:19 Johannes 14:29 Johannes 16:4 Mattheüs 24:25 Jesaja 43:10 Johannes 8:23 Maleachi 3:1 Johannes 1:15 Johannes 8:58
Johannes 13:20 Lukas 10:16 Lukas 9:48 Markus 9:37 Mattheüs 25:40 Galaten 4:14 Mattheüs 10:40 1 Thessalonicenzen 4:8 Johannes 12:44
Johannes 13:21 Mattheüs 26:21 Johannes 12:27 Markus 14:18 Johannes 11:33 Lukas 22:21 Johannes 13:18 2 Korinthe 2:12 Johannes 11:35
Johannes 13:22 Lukas 22:23 Markus 14:19 Mattheüs 26:22 Genesis 42:1
Johannes 13:23 Johannes 20:2 Johannes 21:7 Johannes 19:26 Johannes 21:20 Johannes 1:18 Johannes 11:3 Johannes 13:25 2 Samuël 12:3
Johannes 13:24 Lukas 1:22 Handelingen 13:16 Handelingen 12:17 Lukas 5:7 Handelingen 21:40
Johannes 13:25 Johannes 21:20 Genesis 44:4 Esther 7:5
Johannes 13:26 Mattheüs 26:23 Lukas 22:21 Markus 14:19 Johannes 6:70 Johannes 12:4 Johannes 13:30
Johannes 13:27 Lukas 22:3 Johannes 13:2 Handelingen 5:3 Markus 6:25 1 Koningen 18:27 Spreuken 1:16 Prediker 9:3 Jeremia 2:24
Johannes 13:29 Johannes 12:5 Galaten 2:10 Johannes 13:1 Handelingen 20:34 Efeze 4:28
Johannes 13:30 Lukas 22:53 Spreuken 4:16 Job 24:13 Jesaja 59:7 Romeinen 3:15
Johannes 13:31 Johannes 7:39 Johannes 14:13 1 Petrus 4:11 Lukas 2:10 Filippenzen 2:11 1 Petrus 1:21 Efeze 3:10 2 Korinthe 3:18
Johannes 13:32 Johannes 17:1 Johannes 12:23 Openbaring 22:1 Hebreeën 1:2 1 Petrus 3:22 Openbaring 22:13 Jesaja 53:10 Openbaring 3:21
Johannes 13:33 Johannes 7:33 1 Johannes 2:1 Johannes 14:4 1 Johannes 4:4 Johannes 14:19 1 Johannes 5:21 Johannes 8:21 Johannes 16:16
Johannes 13:34 Leviticus 19:18 Efeze 5:2 1 Petrus 1:22 Galaten 6:2 1 Korinthe 12:26 1 Johannes 2:7 1 Johannes 3:23 Johannes 15:17
Johannes 13:35 1 Johannes 4:20 1 Johannes 3:10 Johannes 17:21 1 Johannes 2:5 1 Johannes 2:10 Handelingen 5:12 Handelingen 4:32 Genesis 13:7
Johannes 13:36 2 Petrus 1:14 Johannes 21:18 Johannes 13:33 Johannes 14:2 Johannes 16:17 Johannes 21:21 Johannes 14:4
Johannes 13:37 Handelingen 20:24 Lukas 22:31 Mattheüs 26:31 Handelingen 21:13 Markus 14:27 Johannes 21:15
Johannes 13:38 Markus 14:30 Spreuken 16:18 Markus 14:66 Spreuken 29:23 1 Korinthe 10:12 Lukas 22:34 Spreuken 28:26 Johannes 18:16
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Johannes 13 vers 1

voor het feest Namelijk des avonds vóór Zijn lijden en sterven. Want Christus heeft het pascha gehouden op den rechten tijd; naar de instelling Gods; maar de Joden stelden het toendertijd uit, op den volgenden dag. De reden hiervan zie in de aantekeningen Matt. 26:20 .

Hertaald: voor het feest Namelijk op de avond vóór Zijn lijden en sterven. Want Christus heeft het pascha gehouden op de juiste tijd, naar Gods instelling; maar de Joden stelden het toen uit tot de volgende dag. Zie de reden hiervan in de aantekeningen bij Matth. 26:20.

overgaan tot den Namelijk door Zijn dood, opstanding en hemelvaart.

Hertaald: overgaan tot den Namelijk door Zijn dood, opstanding en hemelvaart.

tot het einde Namelijk van Zijn leven; of zonder ophouden; Joh. 17:12 .

Hertaald: tot het einde Namelijk van Zijn leven; of: zonder ophouden; Joh. 17:12.

Johannes 13 vers 2

avondmaal gedaan Dat is, de maaltijd in welken het paaslam van hen gegeten was, alzo dat zij nog aten aan de tafel, die nog niet afgenomen was, vs.12, na welken Christus daarna Zijn Avondmaal heeft ingesteld en gehouden. Zie Luc. 22:15 , enz. Anderen zetten het over: Als het Avondmaal gehouden werd.

Hertaald: avondmaal gedaan Dat is: de maaltijd waarbij zij het paaslam gegeten hadden, zodat zij nog aan tafel zaten die nog niet afgeruimd was (vers 12); daarna heeft Christus Zijn Avondmaal ingesteld en gehouden. Zie Luk. 22:15, enzovoort. Anderen vertalen: toen het avondmaal gehouden werd.

gegeven had, dat Grieks Geworpen.

Hertaald: gegeven had, dat Grieks: geworpen.

Johannes 13 vers 3

in de handen gegeven Dat is, in Zijne macht gesteld; Matt. 28:18 .

Hertaald: in de handen gegeven Dat is: in Zijn macht gesteld; Matth. 28:18.

Johannes 13 vers 4

klederen af, Namelijk opperklederen, gelijk dit woord dikwijls genomen wordt. Zie Matt. 5:40 , en Luc. 6:29 . Aldus plachten de dienstknechten hunne heren te dienen. Zie Luc. 17:8 .

Hertaald: klederen af, Namelijk Zijn bovenkleren, zoals dit woord vaak opgevat wordt. Zie Matth. 5:40 en Luk. 6:29. Zo plachten de dienstknechten hun heren te bedienen. Zie Luk. 17:8.

omgordde Zichzelven Namelijk om te vaardiger te zijn tot dezen dienst, en met dezen handdoek de voeten te drogen.

Hertaald: omgordde Zichzelven Namelijk om vlotter te zijn bij deze dienst en om met deze doek de voeten af te drogen.

Johannes 13 vers 5

goot Hij water Grieks wierp.

Hertaald: goot Hij water Grieks: wierp.

bekken, en begon Of, wasvat.

Hertaald: bekken, en begon Of: waskom.

Johannes 13 vers 6

Gij mij de Namelijk die mijn Heere en Meester zijt. Hoewel hij dit zegt uit eerbied, zo is daar nochtans onverstand mede gemengd, alzo Christus wil dat wij Hem gehoorzamen, ook als het ons dunkt dat Hij wat vreemds gebiedt.

Hertaald: Gij mij de Namelijk U, Die mijn Heere en Meester bent. Hoewel hij dit uit eerbied zegt, is er toch onverstand mee vermengd, aangezien Christus wil dat wij Hem gehoorzamen, ook wanneer het ons toeschijnt dat Hij iets vreemds gebiedt.

Johannes 13 vers 7

Wat Ik doe, Dat is, waarom Ik zulks doe.

Hertaald: Wat Ik doe, Dat is: waarom Ik dit doe.

na dezen verstaan Namelijk als Ik het u zal verklaard hebben, gelijk Hij doet vs.13,14.

Hertaald: na dezen verstaan Namelijk wanneer Ik het u verklaard zal hebben, zoals Hij doet in vers 13 en 14.

Johannes 13 vers 8

in der eeuwigheid Dat is, nimmermeer zal ik dat toelaten.

Hertaald: in der eeuwigheid Dat is: dat zal ik nooit toelaten.

Indien Ik u Christus neemt gelegenheid van het uiterlijk wassen om te spreken van het geestelijk wassen, of reinigen der zonden, door Zijn bloed en Geest, 1 Kor. 6:11 ; Tit. 3:5 ; 1 Joh. 1:7-8 , gelijk Hij dergelijke gelegenheden meermalen waarneemt.

Hertaald: Indien Ik u Christus neemt uit het uiterlijke wassen aanleiding om te spreken over het geestelijke wassen of reinigen van de zonden door Zijn bloed en Geest (1 Kor. 6:11; Tit. 3:5; 1 Joh. 1:7-8), zoals Hij zulke gelegenheden vaker aangrijpt.

Johannes 13 vers 10

Die gewassen is, Christus leert hier, gelijk degenen, die in de badstoven hun gehele lichaam gewassen hebben, de voeten ook daarna moeten wassen, dat alzo ook Zijne discipelen, inwendig door Zijn bloed en Geest gewassen zijnde, uiterlijk ook hunne gangen en hun doen moeten reinigen.

Hertaald: Die gewassen is, Christus leert hier dat, zoals wie in de badhuizen hun hele lichaam gewassen hebben daarna toch nog hun voeten moeten wassen, zo ook Zijn discipelen, die innerlijk door Zijn bloed en Geest gewassen zijn, uiterlijk ook hun gangen en hun doen moeten reinigen.

rein, doch niet Dat is, gereinigd door mij van de zonde en de heerschappij derzelve; Rom. 6:11-12 .

Hertaald: rein, doch niet Dat is: door Mij gereinigd van de zonde en van haar heerschappij; Rom. 6:11-12.

Johannes 13 vers 12

wat Ik ulieden Dat is, waartoe Ik dit gedaan heb?

Hertaald: wat Ik ulieden Dat is: waartoe Ik dit gedaan heb?

Johannes 13 vers 13

ben het Namelijk in der waarheid.

Hertaald: ben het Namelijk in waarheid.

Johannes 13 vers 14

voeten te wassen Dat is, veel meer allerlei diensten der liefde, in nood zijnde, elkander te betonen, ook die van de geringsten anders plegen gedaan te worden, maar niet om zulks als een sacrament te gebruiken; alzo Christus' oogmerk hier niet is.

Hertaald: voeten te wassen Dat is: veel meer nog: elkaar in nood allerlei diensten van liefde bewijzen, ook diensten die anders door de geringsten gedaan plegen te worden — maar niet om dit als een sacrament te gebruiken, aangezien dat hier niet Christus' bedoeling is.

Johannes 13 vers 16

een gezant meerder, Of, gezondene. Grieks Apostolos.

Hertaald: een gezant meerder, Of: gezondene. Grieks: apostolos.

Johannes 13 vers 17

gij deze dingen Namelijk die Ik u met mijn voorbeeld geleerd heb, als liefde, nederigheid en onderlinge gedienstigheid.

Hertaald: gij deze dingen Namelijk de dingen die Ik u met Mijn voorbeeld geleerd heb: liefde, nederigheid en onderlinge dienstbaarheid.

Johannes 13 vers 18

van u allen Namelijk dat gij allen dat zult nakomen. Want Judas zou het niet doen, gelijk volgt.

Hertaald: van u allen Namelijk dat u allen dat zult nakomen. Want Judas zou het niet doen, zoals volgt.

uitverkoren Namelijk tot de eeuwige zaligheid; Ef. 1:4 .

Hertaald: uitverkoren Namelijk tot de eeuwige zaligheid; Ef. 1:4.

die met Mij Dat is, die dagelijks aan mijne tafel is en met mij omgaat.

Hertaald: die met Mij Dat is: die dagelijks aan Mijn tafel zit en met Mij omgaat.

verzenen opgeheven Dat is, heeft zich vijandelijk tegen mij gesteld. Zie de aantekeningen Ps. 41:10 .

Hertaald: verzenen opgeheven Dat is: heeft zich vijandig tegen Mij gekeerd. Zie de aantekeningen bij Ps. 41:10.

Johannes 13 vers 19

dat Ik het ben Namelijk de ware Messias en Zoon Gods, die alles tevoren weet.

Hertaald: dat Ik het ben Namelijk de ware Messias en Zoon van God, Die alles tevoren weet.

Johannes 13 vers 21

in den geest, Dat is, in zijn gemoed, door overdenking zo van de verraderij van Judas als van de straf, die hem daarom zou overkomen.

Hertaald: in den geest, Dat is: in Zijn gemoed, door het overdenken zowel van het verraad van Judas als van de straf die hem daarom zou treffen.

Johannes 13 vers 23

was aanzittende Grieks was gelegen; namelijk naar de wijze der ouden, die aan de tafel niet zaten als wij, maar lagen op beddekens, op den elleboog, zodat Johannes liggende naast Christus, bekwamelijk zijn hoofd kon neigen naar de borst van Christus.

Hertaald: was aanzittende Grieks: was gelegen; namelijk naar de gewoonte van de ouden, die aan tafel niet zaten zoals wij, maar op rustbanken op de elleboog lagen. Zo kon Johannes, die naast Christus lag, gemakkelijk zijn hoofd naar de borst van Christus neigen.

welken Jezus liefhad Dat is, Johannes, dien de Heere Christus bijzonderlijk liefhad; alzo beschrijft hij ook zichzelven Joh. 21:20 , Joh. 21:24 .

Hertaald: welken Jezus liefhad Dat is: Johannes, die de Heere Christus in het bijzonder liefhad; zo beschrijft hij zichzelf ook in Joh. 21:20, Joh. 21:24.

Johannes 13 vers 25

vallende op Dat is, neigende zijn hoofd naar de borst van Christus, om het in stilte en in het geheim te verstaan wie de verrader zou zijn.

Hertaald: vallende op Dat is: zijn hoofd neigend naar de borst van Christus, om in stilte en in het geheim te vernemen wie de verrader zou zijn.

Johannes 13 vers 26

antwoordde Namelijk stillekens aan Johannes alleen, gelijk blijkt vs.28.

Hertaald: antwoordde Namelijk zachtjes en alleen tegen Johannes, zoals blijkt uit vers 28.

Johannes 13 vers 27

na de bete, Namelijk van Judas ontvangen.

Hertaald: na de bete, Namelijk die Judas ontvangen had.

toen voer de Dat is, nam hem voorts geheel in om zijn verraderij uit te voeren, die hij tevoren door des duivels ingeving beloofd had aan de overpriesters. Zie Luc. 22:3 , en vs.2.

Hertaald: toen voer de Dat is: nam hem toen geheel in om zijn verraad uit te voeren, dat hij tevoren door ingeving van de duivel aan de overpriesters beloofd had. Zie Luk. 22:3 en vers 2.

doet, doe het Dat is, voorhebt te doen. Met deze woorden wil Christus niet gebieden dat Judas in zijne verraderij zou voortgaan, maar geeft daarmede te kennen dat zijne verraderij Hem bekend was, en dat Hij gewillig was zulks te lijden. Zie dergelijke wijze van spreken Openb. 22:11 .

Hertaald: doet, doe het Dat is: van plan bent te doen. Met deze woorden wil Christus niet gebieden dat Judas met zijn verraad zou doorgaan, maar Hij geeft daarmee te kennen dat Hij van dat verraad wist en dat Hij bereid was dat te lijden. Zie een soortgelijke manier van spreken in Openb. 22:11.

Johannes 13 vers 29

dewijl Judas Dat is, het geld ontving, bewaarde en uitgaf, dat Christus, tot Zijn en Zijner discipelen onderhoud, van godzalige vrouwen en anderen gegeven werd; Luc. 8:3 .

Hertaald: dewijl Judas Dat is: het geld ontving, bewaarde en uitgaf dat door godvruchtige vrouwen en anderen gegeven werd tot onderhoud van Christus en Zijn discipelen; Luk. 8:3.

tot het feest, Dat is, tot de kosten om het feest voorts uit te houden.

Hertaald: tot het feest, Dat is: voor de kosten om het feest verder uit te houden.

Johannes 13 vers 30

ging terstond uit Namelijk naar de overpriesters en hoofdmannen, om de verraderij in het werk te stellen.

Hertaald: ging terstond uit Namelijk naar de overpriesters en hoofdmannen, om het verraad ten uitvoer te brengen.

Johannes 13 vers 31

Nu is de Zoon Dat is, nu is de tijd nabij, dat Ik door mijn lijden en sterven den duivel en den dood zal tenietdoen, en daarna in mijne heerlijkheid ingaan.

Hertaald: Nu is de Zoon Dat is: nu is de tijd nabij dat Ik door Mijn lijden en sterven de duivel en de dood tenietdoe en daarna in Mijn heerlijkheid inga.

Johannes 13 vers 32

Indien God Of, overmits.

Hertaald: Indien God Of: aangezien.

in Hem verheerlijkt Dat is, door Hem. Zie hiervan de aantekeningen Joh. 17:1 .

Hertaald: in Hem verheerlijkt Dat is: door Hem. Zie hierover de aantekeningen bij Joh. 17:1.

Johannes 13 vers 33

zoeken, en Dat is, naar mijne tegenwoordigheid verlangen.

Hertaald: zoeken, en Dat is: naar Mijn aanwezigheid verlangen.

Waar Ik heenga, Namelijk in den hemel, waar Ik binnen korten tijd zal opvaren, na mijn dood en opstanding.

Hertaald: Waar Ik heenga, Namelijk naar de hemel, waarheen Ik binnen korte tijd zal opvaren, na Mijn dood en opstanding.

zeg Ik ulieden Namelijk dat gij voor dezen tijd met mij niet kunt daar gaan. Zie Joh. 8:21 , en vs.36.

Hertaald: zeg Ik ulieden Namelijk dat u voorlopig niet met Mij daarheen kunt gaan. Zie Joh. 8:21 en vers 36.

Johannes 13 vers 34

nieuw gebod geef Dat is, nieuwelijks van mij, door mijn leer en voorbeeld mijner bijzondere liefde, verklaard en versterkt, Joh. 15:13 , want hetzelfde gebod is ook in het Oude Testament geweest. Zie 1 Joh. 2:7-8 , en 2Jo..

Hertaald: nieuw gebod geef Dat is: opnieuw door Mij verklaard en versterkt, door Mijn leer en het voorbeeld van Mijn bijzondere liefde (Joh. 15:13); want datzelfde gebod bestond ook al in het Oude Testament. Zie 1 Joh. 2:7-8 en 2 Johannes.

Johannes 13 vers 35

Mijn discipelen Dat is, mijn rechte en ware discipelen, die Ik daarvoor erken.

Hertaald: Mijn discipelen Dat is: Mijn echte en ware discipelen, die Ik daarvoor erken.

Johannes 13 vers 36

namaals Namelijk als gij uw loop en dienst zult volbracht hebben en in het geloof sterker zult zijn.

Hertaald: namaals Namelijk wanneer u uw loop en uw dienst voltooid zult hebben en sterker zult zijn in het geloof.

volgen Namelijk door een gelijken dood in mijne heerlijkheid; Joh. 21:19 .

Hertaald: volgen Namelijk door een dergelijke dood, in Mijn heerlijkheid; Joh. 21:19.

Johannes 13 vers 38

kraaien, totdat Dat is, zijn kraaien dezen nacht niet voleindigd hebben. Zie Matt. 26:34 , en Marc. 14:30 .

Hertaald: kraaien, totdat Dat is: zijn kraaien deze nacht niet voltooid heeft. Zie Matth. 26:34 en Mark. 14:30.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

Indien Ik u niet wasse — 13:1-17

Het is de laatste avond. Er is niemand die het knechtswerk doet, en de voeten zijn stoffig van de weg. Dan staat Hij op van de tafel, legt Zijn klederen af en bindt een linnen doek om.

Wat Hij doet is het werk van de minste knecht, en tegelijk het werk dat een priester deed voordat hij naar binnen ging.

Johannes zet er drie dingen vóór die de handeling zwaar maken. Zijn ure was gekomen. De duivel had het al in het hart van Judas gegeven. En Hij wist dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had.

Juist iemand die dat weet, staat op en pakt het bekken.

Petrus verzet zich, en het is te begrijpen. Voeten wassen was het werk dat men niet eens aan een Israëlitische slaaf opdroeg. Hij zegt: “Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid!” En dan komt het antwoord dat de hele scène optilt: “Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.”

De kanttekening zegt precies wat daar gebeurt: Christus neemt gelegenheid van het uiterlijke wassen om te spreken van het geestelijke wassen, het reinigen van de zonden door Zijn bloed en Geest. Van dat ogenblik af gaat het gesprek over twee dingen tegelijk.

Petrus slaat vervolgens door naar de andere kant — dan ook de handen en het hoofd — en krijgt te horen: “Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.”

En daar staat een oude inzetting achter. Toen Aäron en zijn zonen tot priester gewijd werden, werden zij éénmaal geheel gewassen; Mozes deed hen naderen en wies hen met water. Daarna hoefde dat nooit meer. Maar er stond een koperen wasvat tussen de tent en het altaar. De bepaling erbij luidde dat zij telkens hun handen en voeten moesten wassen wanneer zij ingingen of naderden om te dienen, opdat zij niet sterven zouden.

Eén wassing die niet herhaald werd, en daarna dagelijks alleen handen en voeten. Dat is exact het onderscheid dat Hij hier maakt.

Wie de zaal binnenkijkt, ziet dus twee dingen tegelijk gebeuren. Er is een Meester die het werk van de laagste knecht doet, en er is een Priester die de Zijnen wast voordat zij mogen dienen. En Hij doet het met Zijn klederen afgelegd — dezelfde uitdrukking die Johannes even verderop gebruikt wanneer Hij ze weer aandoet en aanzit.

Er is nog een zin die er kaal bij staat: “En gijlieden zijt rein, doch niet allen.” Judas heeft de wassing ontvangen, aan zijn voeten, en het heeft hem niet gereinigd. Het teken op zich doet het niet.

Het slot geeft er de toepassing bij, en die is opvallend eenvoudig: indien Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig elkanders voeten te wassen. Wat als beeld begon, eindigt als opdracht.

  1. Leviticus 8:6 — Bij de wijding worden Aäron en zijn zonen eenmaal geheel gewassen.
  2. Exodus 30:19 — Daarna telkens alleen handen en voeten, vóór zij binnengaan.
  3. Johannes 13:5 — Hij legt Zijn klederen af en wast de voeten van de Zijnen.
  4. Johannes 13:8 — Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.
  5. Johannes 13:10 — Wie gewassen is, hoeft alleen de voeten nog: één wassing, dan onderhoud.
  6. Hebreeën 10:22 — Het lichaam gewassen met rein water, om te naderen.

In het Nieuwe Testament: Exodus 30:19-21; Leviticus 8:6; Titus 3:5; Hebreeën 10:22; Filippenzen 2:7

Hoever dit reikt: Dat de eenmalige en de dagelijkse wassing van de priesters hier meeklinken, wordt door Johannes niet gezegd. Het rust op de overeenkomst met de inzetting in Exodus 30 en de wijding in Leviticus 8. De kanttekening zelf verklaart het onderscheid met een ander beeld, van iemand die zich geheel gewassen heeft en daarna alleen zijn voeten nog reinigt. Wat vaststaat is dat Hij van het uiterlijke wassen overgaat op het reinigen van de zonden; dat zegt de kanttekening met zoveel woorden.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Johannes 13

Johannes 13:1

KruisverwijzingenJohannes 13:34Johannes 16:28Johannes 12:23Johannes 13:3Johannes 6:41 Johannes 4:19Hebreeën 6:11Johannes 17:9
— En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.

Dat is een zeer schone beschrijving van Christus’ dood: “Zijn ure was gekomen, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader” — alsof Hij slechts op reis ging, het ene land voor het andere verlatend. Is dit een passende beschrijving van zo’n stormachtige overtocht als die van onze Heere Jezus, Die voor onze zonden aan het kruis van Golgotha stierf? Dan moet het met evenveel recht de dood beschrijven van elk van Gods kinderen. Ook voor ons is er een bestemde tijd om heen te gaan, en bij Christus te zijn, wat verreweg beter is dan hier te blijven.

Denk veel aan de blijvende liefde van Christus: Hij had de Zijnen liefgehad, de Zijnen door verkiezing, de Zijnen door verlossing. Hij beschouwde als reeds volbracht wat nog moest gebeuren. Hij had de Zijnen liefgehad die in de wereld waren, nog niet in de hemel, maar nog te midden van beproeving, nog onvolmaakt, evenals u en ik. Hij had hen liefgehad tot het einde, of tot de volmaaktheid, zoals het ook vertaald zou kunnen worden.

Onze Heere Jezus Christus had een helder vooruitzicht op alles wat Hij te verduren zou hebben. Toekomstige dingen zijn gelukkig voor onze ogen verborgen; wij weten niet eens het ogenblik waarop wij zullen sterven. Het is goed dat het zo is. Maar onze Heere kon Zijn lijden vooruitzien, doordat Hij er alles van wist: “Jezus wist, dat Zijn ure gekomen was.”

Johannes 13:2-4

KruisverwijzingenJohannes 8:42Handelingen 5:3Johannes 16:27Mattheüs 28:18Johannes 3:35Johannes 17:2Mattheüs 11:27Lukas 12:37
— En als het avondmaal gedaan was,, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou), Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging, Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.

Merk het wonderlijke contrast op dat ons in deze verzen geopenbaard wordt. Onze Heere Jezus Christus had een zeer levendig besef dat Hij van God gekomen was, en tot God zou terugkeren, en dat alle dingen in Zijn hand gegeven waren. Toch verwaardigde Hij Zich, met dat besef van Zijn eigen waardige natuur en positie, Zijn discipelen de voeten te wassen. Al waren er vele jaren verlopen tussen de gebeurtenis en het ogenblik waarop Johannes haar optekende, toch schijnen alle bijzonderheden nog levendig in zijn geheugen te zijn geweest. Hij vermeldt elke afzonderlijke handeling nauwkeurig: Hij stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nam een linnen doek, en gordde Zichzelf.

Johannes 13:2

KruisverwijzingenHandelingen 5:3Johannes 6:70Johannes 13:4Efeze 2:3Nehemia 2:12Lukas 22:32 Korinthe 8:16Openbaring 17:17
— En als het avondmaal gedaan was,, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),

Ik neem aan dat dit het paasmaal was. Wat een afschuwelijk voornemen om de satan in het hart van Judas te leggen, zelfs in de tegenwoordigheid van Jezus! Ik hoop dat de duivel niet zo’n voornemen in uw hart of in het mijne zal leggen terwijl wij in dit huis van gebed zijn. Maar geen plaats is heilig genoeg om zijn indringen te weren; hij komt overal binnen.

Johannes 13:3-4

KruisverwijzingenJohannes 8:42Johannes 16:27Mattheüs 28:18Johannes 3:35Johannes 17:2Mattheüs 11:27Lukas 12:37Lukas 22:27
— Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging, Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.

Let op die woorden: “Jezus, wetende… nam Hij een linnen doek, en gordde Zichzelf.” Had Hij niet geweten hoe groot Hij was, dan zou er in deze handeling geen zulke nederbuiging geweest zijn. Maar Hij wist wie Hij was, en wat de Vader Hem toevertrouwd had: de Vader had Hem alle dingen in de handen gegeven. U zou verwachten dat Hij op een waardige manier zou opstaan, en een purperen mantel en een gouden gordel zou aandoen. Maar in plaats daarvan stond Hij op van de tafel, legde Zijn klederen af, nam een doek, en gordde Zichzelf.

Hij wist dat Hij van God uitgegaan was, en dat Hij tot God zou terugkeren, en Hij verrichtte deze daad op weg naar huis, naar Zijn Vader. O geliefde broeders en zusters, als Christus Zich zo verootmoedigde, hoe nederig behoren wíj dan te zijn! Geen taak mag te gering geacht worden, geen werk voor Zijn dienstknechten mag te vernederend lijken, want Jezus nam een doek, en gordde Zichzelf.

Johannes 13:5

KruisverwijzingenLukas 7:442 Koningen 3:111 Timotheüs 5:10Genesis 18:4Genesis 19:2Openbaring 1:51 Johannes 1:7Titus 3:3
— Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.

Het bekken dat gewoonlijk in de eetzaal stond voor het wassen van de handen en voeten van de gasten.

U ziet dat Jezus Zijn werk goed doet. Hij laat geen enkel onderdeel ervan achterwege. Hij stelt Zich in de plaats van een slaaf, en vervult de taak van een slaaf zeer grondig. Ik vrees dat wij ons werk voor Hem soms slordig doen. Maar Jezus was niet tevreden met alleen het wassen van de voeten van Zijn discipelen; Hij moest ze ook afdrogen.

Ik loof Hem daarvoor, want dit is een beeld van wat Hij voor ons gedaan heeft. Hij heeft onze voeten gewassen, en herhaalt die genadige daad vaak. De voeten die Jezus wast, zal Hij ook afdrogen; Hij is niet aan Zijn taak begonnen zonder van plan te zijn haar te voltooien.

Johannes 13:5-6

KruisverwijzingenLukas 7:442 Koningen 3:111 Timotheüs 5:10Genesis 18:4Genesis 19:2Openbaring 1:51 Johannes 1:7Titus 3:3
— Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was. Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?

U moet de nadruk leggen op de voornaamwoorden om de volle kracht van het oorspronkelijke te vatten: “Heere, wast Gíj mijn voeten?” Het contrast ligt tussen Petrus’ Meester en hemzelf.

Johannes 13:6

KruisverwijzingenLukas 5:8Mattheüs 3:11Johannes 1:27
— Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?

Het verwondert mij niet dat hij dat zei; zou u niet evenzeer verbaasd geweest zijn, als u er zelf bij was geweest? Petrus had enig flauw besef van wie Christus was. Hij had Hem zo beleden, dat Jezus tegen hem gezegd had: “zalig zijt gij, Simon Bar-jona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” Wetend zoveel van Christus, verwonderde Petrus zich over Zijn daad; hij was zo verbaasd dat hij vroeg: wast U mijn voeten?

Johannes 13:7-8

KruisverwijzingenJohannes 12:161 Korinthe 6:11Hebreeën 10:22Titus 3:5Daniël 12:12Kolossenzen 2:18Efeze 5:26Handelingen 22:16
— Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan. Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.

Dat is: nooit, zolang ik leef, zult U zoiets doen. Ik heb deze uitspraak van onze Heere weleens toegepast op beproeving; en het is heel waar dat wat Jezus doet, wij nu niet begrijpen, maar later zullen wij het weten. Toch denk ik niet dat deze zin daarop erg van toepassing is, want er was geen beproeving in het wassen van de voeten. Het is een feit, broeders, hoe vernederend dit ook is om te zeggen: wij begrijpen niet wat Jezus doet; zelfs Zijn eenvoudigste daden zijn een geheimenis voor ons.

“Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.” Onze tijd om te weten, geliefde vrienden, komt nog. Wij hoeven op dit moment niet zo bezorgd te zijn om het te weten; dit is de tijd van de liefde. Ik zou graag mijn hoofd minder vol laten zijn, als mijn hart maar vol mocht zijn. Maar helaas, wij zijn doorgaans zo druk bezig alleen maar hoofdkennis te verwerven!

Johannes 13:8-10

Kruisverwijzingen1 Korinthe 6:11Hebreeën 10:22Titus 3:5Johannes 15:3Kolossenzen 2:18Efeze 5:26Handelingen 22:16Ezechiël 36:25
— Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij. Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd. Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.

Wij hebben in ons commentaar dikwijls op Petrus’ fouten gewezen; misschien hebben wij daar te veel bij stilgestaan. Laten wij nu Petrus’ voortreffelijkheid opmerken. Ik bewonder zijn nederigheid, dat hij het een te gering ambt achtte voor Christus om zijn voeten te wassen. Het scheen hem een overweldigende nederbuiging van liefde toe, die hij nauwelijks kon toelaten. Ongetwijfeld sprak hij te stellig, toen hij tegen Christus zei: “Gij zult mijn voeten niet wassen.” Toch was zijn beweegreden goed: hij kon zijn Heere niet toestaan zo laag te buigen.

Dat was een groots woord: “was niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd.” Hij bedoelde: Heere, laat mij alle reiniging hebben die ik krijgen kan. Laat mij vrij zijn van alles wat volledige gemeenschap met U in de weg zou staan, want ik verlang ernaar geheel één met U te zijn.

Toen legde onze Zaligmaker zachtmoedig en rustig uit dat er geen behoefte was aan het wassen van zijn hoofd en zijn handen. Zijn hele wezen was al vernieuwd door die ene grote daad van wedergeboorte. Omdat hij al van de zonde gereinigd was door de vrije gave van vergeving, toen hij eerst geloofde, was er geen herhaling van dat geestelijke bad nodig. Alleen de voeten hoefden gewassen te worden — een schoon onderscheid, dat altijd in acht genomen moet worden.

Wie in Christus gelooft, is volkomen vergeven. Hij is als iemand die in het bad gegaan is en zich gewassen heeft. Maar wanneer hij uit het bad stapt en zijn voet op de grond zet, bevuilt hij die vaak. Voordat hij zich aankleedt, moet hij zijn voeten opnieuw wassen. Zo is ook onze toestand als gelovigen in Jezus: wij zijn gewassen in Zijn kostbaar bloed, en zijn witter dan sneeuw. Maar onze voeten raken voortdurend deze bevlekkende aarde, dus moeten zij elke dag gewassen worden. Onze Heere Jezus zei tegen Petrus: “die gewassen is, heeft niet van node dan de voeten te wassen, maar is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen.”

Johannes 13:8

Kruisverwijzingen1 Korinthe 6:11Hebreeën 10:22Titus 3:5Kolossenzen 2:18Efeze 5:26Handelingen 22:16Ezechiël 36:25Mattheüs 16:22
— Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.

Dat is precies iets voor Petrus. Had Johannes ons niet verteld wie dit zei, dan hadden wij het toch geweten: het was Petrus. Hij had altijd zo’n haast, en sprak zo snel, dat hij vele fouten maakte. Toch was hij altijd zo eerlijk en oprecht, dat zijn Meester zijn fouten vergaf, en hem hielp ze te verbeteren.

Reinigt Christus ons niet, dan behoren wij Hem niet toe. Oefent Hij niet dag aan dag een reinigende invloed op ons uit, dan zijn wij niet van Hem.

Johannes 13:9

KruisverwijzingenPsalmen 51:2Psalmen 51:7Hebreeën 10:221 Petrus 3:21Mattheüs 27:24Jeremia 4:14Psalmen 26:6
— Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.

Hoe zwaait die slinger heen en weer! Zojuist ging het deze kant op: “Gij zult mijn voeten niet wassen.” Nu gaat het regelrecht naar het andere uiterste: “Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd.” Ga wat rustiger, Petrus, wees wat stiller. Uw Meester weet beter dan uzelf wat goed voor u is.

Johannes 13:10

KruisverwijzingenJohannes 15:32 Korinthe 5:172 Korinthe 7:11 Thessalonicenzen 5:23Leviticus 17:15Leviticus 16:28Numeri 19:19Numeri 19:12
— Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.

Geliefde vrienden, wanneer wij in Christus geloven, worden wij gewassen in de fontein vol bloed, en zijn wij rein. Maar deze wereld is zo’n zondige plaats, dat wij er geen dag doorheen kunnen wandelen zonder dat er iets van haar modder en stof aan ons blijft kleven. Ach, hoe zeer hebben wij het nodig dat de voetwassing dagelijks aan ons voltrokken wordt! Wij hoeven de eerste grote wassing niet te herhalen, het bad waardoor onze zonden gereinigd werden; toen dat gebeurde, gebeurde het eens en voor altijd.

Christus zei verder tegen Zijn discipelen: “gijlieden zijt rein, doch niet allen.” Zegt Hij dat ook tot ons, op dit ogenblik? Waar zit de zondaar die nog niet door Jezus Christus gewassen is? De Heere ontferme Zich over u, geliefde vrienden! Hoe snel kan Hij de vuilste zondaren wassen! Wie in Jezus gelooft, is gewassen in het kostbare bloed, en is rein.

Johannes 13:11

KruisverwijzingenJohannes 2:25Johannes 13:26Mattheüs 26:24Johannes 6:64Johannes 13:2Johannes 17:12Johannes 13:21Johannes 13:18
— Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.

Zij waren allen gewassen, wat hun voeten betrof, maar niet allen waren gereinigd in het reddende bad dat de smetten van de zonde wegneemt.

Johannes 13:11-17

KruisverwijzingenJohannes 15:201 Korinthe 12:3Filippenzen 2:11Lukas 6:40Mattheüs 7:24Lukas 11:28Johannes 13:7Lukas 6:46
— Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein. Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb? Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het. Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft. Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.

Christus’ daden zijn het voorbeeld voor ons om na te volgen! Ach, mochten wij ze nauwkeuriger volgen! Gezegend zijn zij die, wanneer zij de betekenis van Christus’ voorbeeld begrijpen, het navolgen in hun eigen leven.

Johannes 13:16

KruisverwijzingenJohannes 15:20Lukas 6:40Mattheüs 10:24Johannes 3:5Johannes 3:3
— Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.

Soms menen wij veel te groot te zijn om iemands voeten te wassen; wij zouden willen zien dat iemand dát aan óns voorstelde, zulke gewichtige mensen als wij zijn! Spreken wij zo, dan is er grote behoefte dat wij vernederd worden. Dat zou de ware weg zijn om in de gelijkenis van Jezus te groeien. Ach, waren wij maar nederiger in ootmoed! Wij zouden hoger in genade staan, als wij dat waren.

Johannes 13:17

KruisverwijzingenMattheüs 7:24Lukas 11:28Galaten 5:6Ezechiël 36:27Jakobus 1:25Jakobus 2:20Exodus 40:162 Korinthe 5:14
— Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.

Petrus wilde ze kénnen; Jezus wilde dat wij ze déden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content