Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 tot Zijn gezalfdeH4899, tot CoresH3566, wiens rechterhandH3225 Ik vatH2388, om de volkenH1471 voor zijn aangezichtH6440 neder te werpen; en Ik zal de lendenenH4975 der koningenH4428 ontbindenH6605, om voor zijn aangezichtH6440 de deurenH1817 te openenH6605, en de poortenH8179 zullen nietH3808 geslotenH5462 worden:
Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden:
Ook in dit vers
neder werpenH7286
KJV
Thus saith2
the LORD3
to his anointed,4
to Cyrus,5
whose right hand8
I have holden,7
to subdue9
nations11
before10
him; and I will loose14
the loins12
of kings,13
to open15
before16
him the two leaved gates;17
and the gates18
shall not be shut;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Ik zal voor uw aangezichtH6440 gaanH3212, en Ik zal de kromme wegenH1921 rechtH3474 maken; de koperenH5154 deurenH1817 zal Ik verbrekenH7665, en de ijzerenH1270 grendelenH1280 zal Ik in stukken slaanH1438.
Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan.
KJV
I will go3
before2
thee, and make5
the crooked places4
straight:
I will break in pieces8
the gates6
of brass,7
and cut in sunder11
the bars9
of iron:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En Ik zal u gevenH5414 de schattenH214, die in de duisternissenH2822 zijn, en de verborgeneH4565 rijkdommenH4301; opdatH4616 gij moogt wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben, Die u bij uw naamH8034 roeptH7121, de GodH430 van IsraelH3478;
En Ik zal u geven de schatten, die in de duisternissen zijn, en de verborgene rijkdommen; opdat gij moogt weten, dat Ik de HEERE ben, Die u bij uw naam roept, de God van Israel;
KJV
And I will give1
thee the treasures3
of darkness,4
and hidden riches5
of secret places,6
that thou mayest know8
that I, the LORD,11
which call12
thee by thy name,13
am the God14
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
OmH4616 JakobsH3290, Mijns knechtsH5650 wil, en IsraelsH3478, Mijns uitverkorenenH972; ja, Ik riepH7121 u bij uw naamH8034, Ik noemde u toe, hoewel gij Mij nietH3808 kendetH3045.
Om Jakobs, Mijns knechts wil, en Israels, Mijns uitverkorenen; ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel gij Mij niet kendet.
Ook in dit vers
noemde toeH3655
KJV
For Jacob3
my servant's2
sake, and Israel4
mine elect,5
I have even called6
thee by thy name:8
I have surnamed9
thee, though thou hast not known
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Ik ben de HEEREH3068, en niemandH369 meerH5750, buitenH2108 Mij is er geen GodH430; Ik zal u gordenH247, hoewel gij Mij niet kentH3045.
Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God; Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent.
KJV
I am the LORD,2
and there is none else, there is no God7
beside5
me: I girded8
thee, though thou hast not known
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
OpdatH4616 men weteH3045, van den opgangH4217 der zonH8121 en van den ondergangH4628, datH3588 er buitenH1107 Mij nietsH657 is, Ik ben de HEEREH3068, en niemandH369 meerH5750.
Opdat men wete, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is, Ik ben de HEERE, en niemand meer.
KJV
That they may know2
from the rising3
of the sun,4
and from the west,5
that there is none7
beside8
me. I am the LORD,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Ik formeerH3335 het lichtH216, en schepH1254 de duisternisH2822; Ik maakH6213 den vredeH7965 en schepH1254 het kwaadH7451, IkH589, de HEEREH3068, doe alH3605 dezeH428 dingen.
Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
KJV
I form1
the light,2
and create3
darkness:4
I make5
peace,6
and create7
evil:8
I the LORD10
do
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
DruptH7491, gij hemelenH8064! van boven af, en dat de wolkenH7834 vloeienH5140 van gerechtigheid; en de aardeH776 openeH6605 zich, en dat allerlei heilH3468 uitwasseH6509, en gerechtigheid te zamenH3162 uitspruitenH6779; IkH589, de HEEREH3068, heb ze geschapenH1254.
Drupt, gij hemelen! van boven af, en dat de wolken vloeien van gerechtigheid; en de aarde opene zich, en dat allerlei heil uitwasse, en gerechtigheid te zamen uitspruiten; Ik, de HEERE, heb ze geschapen.
Ook in dit vers
gerechtigheidH6664
gerechtigheidH6666
KJV
Drop down,1
ye heavens,2
from above,3
and let the skies4
pour down5
righteousness:6
let the earth8
open,7
and let them bring forth9
salvation,10
and let righteousness11
spring up12
together;13
I the LORD15
have created
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
WeeH1945 dien, die met zijn FormeerderH3335 twistH7378, gelijk een potscherfH2789 metH854 aardenH127 potschervenH2789! Zal ook het leemH2563 tot zijn formeerderH3335 zeggenH559: WatH4100 maaktH6213 gij? of zal uw werkH6467 zeggen: Hij heeft geenH369 handenH3027?
Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook het leem tot zijn formeerder zeggen: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?
KJV
Woe1
unto him that striveth2
with his Maker!4
Let the potsherd5
strive with the potsherds7
of the earth.8
Shall the clay10
say9
to him that fashioneth11
it, What makest13
thou? or thy work,14
He hath no hands?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
WeeH1945 dien, die tot den vaderH1 zegtH559: WatH4100 genereertH3205 gij? en tot de vrouwH802: WatH4100 baartH2342 gij?
Wee dien, die tot den vader zegt: Wat genereert gij? en tot de vrouw: Wat baart gij?
KJV
Woe1
unto him that saith2
unto his father,3
What begettest5
thou? or to the woman,6
What hast thou brought forth?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, de HeiligeH6918 IsraelsH3478, en deszelfs FormeerderH3335: Zij hebben Mij van toekomendeH857 dingen gevraagdH7592; van Mijn kinderenH1121, zoudt gij Mij van het werkH6467 Mijner handenH3027 bevelH6680 geven?
Alzo zegt de HEERE, de Heilige Israels, en deszelfs Formeerder: Zij hebben Mij van toekomende dingen gevraagd; van Mijn kinderen, zoudt gij Mij van het werk Mijner handen bevel geven?
KJV
Thus saith2
the LORD,3
the Holy One4
of Israel,5
and his Maker,6
Ask8
me of things to come7
concerning my sons,10
and concerning the work12
of my hands13
command
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Ik heb de aardeH776 gemaaktH6213, en Ik heb den mensH120 daarop geschapenH1254; Ik ben het! Mijn handenH3027 hebben de hemelenH8064 uitgebreidH5186, en Ik heb alH3605 hun heirH6635 bevelH6680 gegeven.
Ik heb de aarde gemaakt, en Ik heb den mens daarop geschapen; Ik ben het! Mijn handen hebben de hemelen uitgebreid, en Ik heb al hun heir bevel gegeven.
KJV
I have made2
the earth,3
and created6
man4
upon it: I, even my hands,8
have stretched out9
the heavens,10
and all their host12
have I commanded.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
IkH595 heb hem verwektH5782 in gerechtigheidH6664, en alH3605 zijn wegenH1870 zal Ik rechtH3474 maken; hijH1931 zal Mijn stadH5892 bouwenH1129, en hij zal Mijn gevangenenH1546 loslatenH7971, nietH3808 voor prijsH4242, nochH3808 voor geschenkH7810, zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635.
Ik heb hem verwekt in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik recht maken; hij zal Mijn stad bouwen, en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heirscharen.
KJV
I have raised him up2
in righteousness,3
and I will direct6
all his ways:5
he shall build8
my city,9
and he shall let go11
my captives,10
not for price13
nor reward,15
saith16
the LORD17
of hosts.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: De arbeidH3018 der EgyptenarenH4714 en de koophandelH5505 der MorenH3568 en der SabeersH5436, der mannenH582 van grote lengteH4060, zullen totH413 u overkomenH5674, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgenH3212, in boeienH2131 zullen zij overkomenH5674; en zij zullen zich voor u buigenH7812, zij zullen u smekenH6419, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is andersH657 geenH369 God meerH5750.
Alzo zegt de HEERE: De arbeid der Egyptenaren en de koophandel der Moren en der Sabeers, der mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV
Thus saith2
the LORD,3
The labour4
of Egypt,5
and merchandise6
of Ethiopia7
and of the Sabeans,8
men
of stature,10
shall come over12
unto thee, and they shall be thine: they shall come16
after15
thee; in chains17
they shall come over,18
and they shall fall down20
unto thee, they shall make supplication22
unto thee, saying, Surely God25
is in thee; and there is none else, there is no28
God.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
VoorwaarH403, GijH859 zijt een God, Die Zich verborgen houdtH5641, de God IsraelsH3478, de HeilandH3467.
Voorwaar, Gij zijt een God, Die Zich verborgen houdt, de God Israels, de Heiland.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV
Verily1
thou art a God3
that hidest4
thyself, O God5
of Israel,6
the Saviour.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Zij zullen beschaamdH954 en ookH1571 tot schande worden, zij allenH3605; te zamenH3162 zullen zij met schande heengaanH1980, die de afgodenH6736 maken.
Zij zullen beschaamd en ook tot schande worden, zij allen; te zamen zullen zij met schande heengaan, die de afgoden maken.
Ook in dit vers
schandeH3637
schandeH3639
KJV
They shall be ashamed,1
and also confounded,3
all of them: they shall go6
to confusion7
together5
that are makers8
of idols.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Maar IsraelH3478 wordt verlostH3467 door den HEEREH3068, met een eeuwigeH5769 verlossingH8668; gijlieden zult niet beschaamdH954 nochH3808 tot schandeH3637 worden, totH5704 in alle eeuwighedenH5769.
Maar Israel wordt verlost door den HEERE, met een eeuwige verlossing; gijlieden zult niet beschaamd noch tot schande worden, tot in alle eeuwigheden.
KJV
But Israel1
shall be saved2
in the LORD3
with an everlasting5
salvation:4
ye shall not be ashamed7
nor confounded9
world11
without end.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
WantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, Die de hemelenH8064 geschapenH1254 heeft, Die GodH430, Die de aardeH776 geformeerdH3335, en Die ze gemaaktH6213 heeft; HijH1931 heeft ze bevestigdH3559, Hij heeft ze niet geschapenH1254, dat zij ledigH8414 zijn zou, maar heeft ze geformeerdH3335, opdat men daarin wonenH3427 zou: IkH589 ben de HEEREH3068, en niemandH369 meerH5750.
Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer.
KJV
For thus saith3
the LORD4
that created5
the heavens;6
God8
himself that formed9
the earth10
and made11
it; he hath established13
it, he created16
it not in vain,15
he formed18
it to be inhabited:17
I am the LORD;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Ik heb nietH3808 in het verborgeneH5643 gesprokenH1696, in een donkereH2822 plaatsH4725 der aardeH776; Ik heb tot het zaadH2233 van JakobH3290 nietH3808 gezegdH559: ZoektH1245 Mij te vergeefsH8414; Ik ben de HEEREH3068, Die gerechtigheidH6664 spreektH1696, Die rechtmatigeH4339 dingen verkondigtH5046.
Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij te vergeefs; Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.
KJV
I have not spoken3
in secret,2
in a dark6
place4
of the earth:5
I said8
not unto the seed9
of Jacob,10
Seek12
ye me in vain:11
I the LORD14
speak15
righteousness,16
I declare17
things that are right.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
VerzameltH6908 u, en komtH935, treedtH5066 hier toe samenH3162, gijlieden, die van de heidenenH1471 ontkomenH6412 zijt! Zij wetenH3045 niets, die hun houtenH6086 gesneden beeldenH6459 dragenH5375, en een godH410 aanbiddenH6419, die nietH3808 verlossen kanH3467.
Verzamelt u, en komt, treedt hier toe samen, gijlieden, die van de heidenen ontkomen zijt! Zij weten niets, die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden, die niet verlossen kan.
KJV
Assemble1
yourselves and come;2
draw near3
together,4
ye that are escaped5
of the nations:6
they have no knowledge8
that set up9
the wood11
of their graven image,12
and pray13
unto a god15
that cannot save.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
VerkondigtH5046 en treedtH5066 hier toe, ja, beraadslaagtH3289 samenH3162: wieH4310 heeft dat laten horenH8085 van oudsH6924 her? Wie heeft dat van toen af verkondigdH5046? Ben IkH589 het nietH3808, de HEEREH3068? en er is geen God meerH5750 behalve Mij, een rechtvaardigH6662 God, en een HeilandH3467, niemandH369 is er dan Ik.
Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV
Tell1
ye, and bring them near;2
yea, let them take counsel4
together:5
who hath declared7
this from ancient time?9
who hath told11
it from that time? have not I the LORD?14
and there is no God17
else beside18
me; a just20
God19
and a Saviour;21
there is none15
beside
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
WendtH6437 U naarH413 Mij toe, wordt behoudenH3467, alleH3605 gij eindenH657 der aardeH776! wantH3588 IkH589 ben GodH410, en niemandH369 meerH5750.
Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.
KJV
Look1
unto me, and be ye saved,3
all the ends5
of the earth:6
for I am God,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Ik heb gezworenH7650 bij Mijzelven, er is een woordH1697 der gerechtigheidH6666 uit Mijn mondH6310 gegaanH3318, en het zal nietH3808 wederkerenH7725: datH3588 Mij alle knieH1290 zal gebogenH3766 worden, alleH3605 tongH3956 Mij zal zwerenH7650.
Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.
KJV
I have sworn2
by myself, the word6
is gone out3
of my mouth4
in righteousness,5
and shall not return,8
That unto me every knee13
shall bow,11
every tongue16
shall swear.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Men zal van Mij zeggenH559: Gewisselijk, in den HEEREH3068 zijn gerechtighedenH6666 en sterkteH5797; totH5704 Hem zal men komenH935; maar zij zullen beschaamdH954 worden allenH3605, die tegen Hem ontstokenH2734 zijn.
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in den HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn.
KJV
Surely, shall one say,4
in the LORD2
have I righteousness5
and strength:6
even to him shall men come;8
and all that are incensed11
against him shall be ashamed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Maar in den HEEREH3068 zullen gerechtvaardigdH6663 worden en zich beroemenH1984, het ganseH3605 zaadH2233 van IsraelH3478.
Maar in den HEERE zullen gerechtvaardigd worden en zich beroemen, het ganse zaad van Israel.
KJV
In the LORD1
shall all the seed5
of Israel6
be justified,2
and shall glory.
tot
Of, van.
Hertaald:
tot
Of: van.
Zijn gezalfde,
Dat is, tot, of van dien koning, dien God heeft verkoren, gezalfd en verheven tot koning in Perzië en ook in Babylonië, opdat hij de Joden uit de Babylonische gevangenschap verlossen zou.
Hertaald:
Zijn gezalfde,
Dat is: tot of over die koning die God uitverkoren, gezalfd en verheven heeft tot koning in Perzië en ook in Babylonië, opdat hij de Joden uit de Babylonische gevangenschap zou verlossen.
om de volken
De Chaldeën en andere volken.
Hertaald:
om de volken
De Chaldeeën en andere volken.
de lendenen
Dat is, den gordel, waarmede hunne lenden omgord zijn.
Hertaald:
de lendenen
Dat is: de gordel waarmee hun lendenen omgord zijn.
der koningen
Van den koning van Babylonië, mitsgaders andere koningen en vorsten, die hem toegedaan zijn.
Hertaald:
der koningen
Van de koning van Babylonië, en ook van andere koningen en vorsten die zijn bondgenoten zijn.
ontbinden,
Dat is, Ik zal hen krachteloos en onweerbaar maken, benemende hun alle macht en middelen van zich tegen Cores te kunnen stellen. Zie Job 12:18 .
Hertaald:
ontbinden,
Dat is: Ik zal hen krachteloos en weerloos maken door hun alle macht en alle middelen te ontnemen om zich tegen Cores te verzetten. Zie Job 12:18.
voor zijn aangezicht
Dat is, alle steden en vastigheden, inzonderheid de stad Babel, zal hij innemen; zij zullen hem zulks niet kunnen verhinderen.
Hertaald:
voor zijn aangezicht
Dat is: hij zal alle steden en versterkingen innemen, en in het bijzonder de stad Babel; zij zullen hem dat niet kunnen beletten.
Ik zal voor uw aangezicht
Een aanspraak van God aan Cores.
Hertaald:
Ik zal voor uw aangezicht
Een aanspraak van God tot Cores.
de kromme wegen
Hebreeuws, het hoekige, of de krommigheden; dat is, Ik zal door mijne kracht wegnemen alles wat u enigszins in den weg zou mogen liggen of hinderlijk zijn.
Hertaald:
de kromme wegen
Hebreeuws: het hoekige, of de krommingen — dat is: Ik zal door Mijn kracht alles wegnemen wat u ook maar in de weg zou kunnen liggen of hinderlijk zou kunnen zijn.
in stukken slaan
Of, afsnijden, afhouwen.
Hertaald:
in stukken slaan
Of: afsnijden, afhouwen.
de schatten,
Hebreeuws, de schatten der duisternissen; dat is, die in het duistere verborgen liggen.
Hertaald:
de schatten,
Hebreeuws: de schatten van de duisternissen — dat is: die in het donker verborgen liggen.
en de verborgene
Hebreeuws, de schatten der schuilplaatsen; dat is, die in hoeken en gaten verstopt zijn en verborgen liggen.
Hertaald:
en de verborgene
Hebreeuws: de schatten van de schuilplaatsen — dat is: die in hoeken en gaten weggestopt zijn en verborgen liggen.
Die u
Dat is, die u tot dit werk geroepen en verordineerd heb.
Hertaald:
Die u
Dat is: Die u tot dit werk geroepen en bestemd heb.
Om Jakobs,
Dat is, opdat gij de nakomelingen van Jakob uit de gevangenschap verlost, of verlaat, dat zij weder naar hun vaderland keren.
Hertaald:
Om Jakobs,
Dat is: opdat u de nakomelingen van Jakob uit de gevangenschap verlost, of vrijlaat, zodat zij naar hun vaderland terugkeren.
Ik noemde u toe,
Dat is, Ik heb u volkomen gekend, gelijk wij in onze taal zeggen, bij naam en toenaam.
Hertaald:
Ik noemde u toe,
Dat is: Ik heb u volkomen gekend, zoals wij in onze taal zeggen: bij naam en toenaam.
hoewel gij Mij
O, toen gij mij niet kendet. Alzo ook vs.5.
Hertaald:
hoewel gij Mij
Namelijk: toen u Mij niet kende. Zo ook in vers 5.
Ik zal u gorden,
Dat is, Ik zal u sterkte geven in het strijden tegen de Babyloniërs. Zie Jes. 22:21 .
Hertaald:
Ik zal u gorden,
Dat is: Ik zal u kracht geven in de strijd tegen de Babyloniërs. Zie Jes. 22:21.
dat er buiten Mij
Dat is, dat er behalve mij geen God is, noch iets anders buiten mij is of bestaan kan. Want in God zijn wij, wij leven en zweven in Hem. Anders: dat er niemand is, buiten, of behalve mij.
Hertaald:
dat er buiten Mij
Dat is: dat er behalve Mij geen God is en dat er buiten Mij niets anders is of bestaan kan. Want in God zijn wij, in Hem leven en bewegen wij. Anders: dat er niemand is buiten of behalve Mij.
Ik formeer
Dat is, Ik ben het, die den mensen geluk en voorspoed doe overkomen. Licht voor vreugde en welstand. Zie Est. 8:16 , en de aantekening aldaar. Zie ook Job 18:6 ; Ps. 27:1 .
Hertaald:
Ik formeer
Dat is: Ik ben het Die de mensen geluk en voorspoed doe overkomen. Licht staat hier voor vreugde en welstand. Zie Esth. 8:16 met de aantekening daarbij. Zie ook Job 18:6 en Ps. 27:1.
de duisternis;
Dat is, jammer en ellende; zie de aantekening Gen. 15:12 .
Hertaald:
de duisternis;
Dat is: jammer en ellende; zie de aantekening bij Gen. 15:12.
den vrede
Vergelijk Ps. 46:10 .
Hertaald:
den vrede
Vergelijk Ps. 46:10.
het kwaad,
Dat is, de straffen en plagen. Zie Gen. 19:19 ; Am. 3:6 .
Hertaald:
het kwaad,
Dat is: de straffen en plagen. Zie Gen. 19:19 en Amos 3:6.
gij hemelen
Wat God hier den hemel en de aarde beveelt, dat belooft Hij tegelijk zijn volk te geven [eigenlijk te spreken, verstaan de aarde en hemel niet wat God hun beveelt]. God belooft zijn volk dat Hij hen met de vreugde der verlossing uit Babylonië overvloediglijk zegenen en verzadigen zou.
Hertaald:
gij hemelen
Wat God hier de hemel en de aarde beveelt, belooft Hij tegelijk aan Zijn volk te geven — want strikt genomen begrijpen de aarde en de hemel niet wat God hun beveelt. God belooft Zijn volk dat Hij hen overvloedig zou zegenen en verzadigen met de vreugde van de verlossing uit Babylonië.
van gerechtigheid;
De verlossing uit de Babylonische gevangenschap is een werk der gerechtigheid Gods, zo ten aanzien zijner beloften als ten aanzien dat het billijk is, dat het volk Gods verkwikking, de Babyloniërs straf ontvangen; en versta hierbij, de geestelijke verlossing door Christus. En alzo meermalen in het volgende.
Hertaald:
van gerechtigheid;
De verlossing uit de Babylonische gevangenschap is een werk van Gods gerechtigheid, zowel met het oog op Zijn beloften als omdat het billijk is dat het volk van God verkwikking en de Babyloniërs straf ontvangen. Versta daarbij ook de geestelijke verlossing door Christus, en zo ook vaker in het vervolg.
heil uitwasse,
Dat is, verlossing van mijn volk.
Hertaald:
heil uitwasse,
Dat is: verlossing van Mijn volk.
te zamen
Anders: en dat zij, te weten de wolken, heil voortbrengen en zij haar, te weten de aarde, doe uitspruiten met elkander.
Hertaald:
te zamen
Anders: en dat zij — namelijk de wolken — heil voortbrengen en dat zij haar — namelijk de aarde — samen doen uitspruiten.
heb ze geschapen
Of, heb hem, te weten Cores, geschapen; dat is, daartoe geordineerd, te weten om mijn volk uit de gevangenschap te verlossen; of heb het geschapen.
Hertaald:
heb ze geschapen
Of: heb hem — namelijk Cores — geschapen, dat is: daartoe bestemd, namelijk om Mijn volk uit de gevangenschap te verlossen; of: heb het geschapen.
Wee dien,
Hier scheldt en bestraft de Heere degenen, die daar murmureerden, omdat Hij hen zolang in de Babylonische gevangenschap liet blijven, en integendeel hunne vijanden lustig en vrolijk liet zijn. Hij stelt hun voor ogen zijne macht en hoogste vrijheid, die Hij over zijne creaturen heeft. Hij zegt dat zulk hun murmureren is even alsof een potscherf met den pottenbakker wilde twisten, hetwelk niet betaamt; de ene potscherf moge met de andere twisten als met haar gelijke, maar dat een mens, die maar een potscherf is, met God zou twisten, dat betaamt gans niet. De volgende woorden worden aldus overgezet: dat een potscherf met aarde potscherven [twist]; of als [of] een potscherf met aarden potten [twistte].
Hertaald:
Wee dien,
Hier bestraft en berispt de HEERE hen die morden omdat Hij hen zo lang in de Babylonische gevangenschap liet en hun vijanden daarentegen opgewekt en vrolijk liet zijn. Hij houdt hun Zijn macht voor en de hoogste vrijheid die Hij over Zijn schepselen heeft. Hij zegt dat hun morren net zoiets is als wanneer een potscherf met de pottenbakker wilde twisten, wat niet past. De ene potscherf mag met de andere twisten, als met zijn gelijke, maar dat een mens, die niet meer dan een potscherf is, met God zou twisten, past volstrekt niet. De volgende woorden worden zo vertaald: dat een potscherf met aarden potscherven twist; of: alsof een potscherf met aarden potten twistte.
Formeerder
God heeft in den beginne Adam, en ons in hem, altemaal uit de aarde geschapen.
Hertaald:
Formeerder
God heeft in het begin Adam, en ons allen in hem, uit de aarde geschapen.
Hij heeft geen handen?
Te weten om iets wel te maken.
Hertaald:
Hij heeft geen handen?
Namelijk: om iets goed te kunnen maken.
tot de vrouw
Te weten tot zijns vaders vrouw, dat is, tot zijne moeder.
Hertaald:
tot de vrouw
Namelijk: tot de vrouw van zijn vader, dat is: tot zijn moeder.
Zij
Te weten de goddelozen onder het volk en in het algemeen alle ongelovigen. Het zijnde woorden des Heeren.
Hertaald:
Zij
Namelijk: de goddelozen onder het volk en in het algemeen alle ongelovigen. Het zijn de woorden van de HEERE.
hebben Mij
Dit hebben zij gedaan met een onheilige stoutheid en onbeschaamdheid, als willende een proeve hebben van mijn goddelijke wetenschap.
Hertaald:
hebben Mij
Dit hebben zij gedaan met een onheilige brutaliteit en onbeschaamdheid, alsof zij Mijn goddelijke kennis op de proef wilden stellen.
van Mijn kinderen,
Anders aldus: vraagt gij mij van toekomende dingen, van mijne kinderen?
Hertaald:
van Mijn kinderen,
Anders zo: vraagt u Mij naar toekomende dingen, naar Mijn kinderen?
Ik heb de aarde gemaakt,
Alsof God zeide: Het zal mij aan de macht niet ontbreken ulieden uit Babel te verlossen, dewijl Ik die almachtige God ben, die den hemel en de aarde uit niet geschapen heeft.
Hertaald:
Ik heb de aarde gemaakt,
Alsof God zei: het zal Mij niet aan macht ontbreken om u uit Babel te verlossen, want Ik ben die almachtige God Die hemel en aarde uit niets geschapen heeft.
al hun heir
Te weten de zon, maan, sterren. Zie Gen. 2:1 .
Hertaald:
al hun heir
Namelijk: de zon, de maan en de sterren. Zie Gen. 2:1.
hem
Te weten Cores mijnen gezalfde, vs.1.
Hertaald:
hem
Namelijk: Cores, Mijn gezalfde, vers 1.
verwekt
Te weten om mijn volk uit Babel te verlossen.
Hertaald:
verwekt
Namelijk: om Mijn volk uit Babel te verlossen.
al zijn wegen
Te weten die Hij tegen de Babyloniërs trekken zal. De zin is: Ik zal hem in zijne aanslagen geluk en goeden voorspoed geven.
Hertaald:
al zijn wegen
Namelijk: de wegen die hij tegen de Babyloniërs zal gaan. De betekenis is: Ik zal hem in zijn ondernemingen geluk en goede voorspoed geven.
hij zal
Te weten Cores. Zie Dan. 9:25 .
Hertaald:
hij zal
Namelijk: Cores. Zie Dan. 9:25.
Mijn stad bouwen,
Te weten Jeruzalem, dat Ik mij uitverkoren heb om daarin te wonen. Zie Jes. 31:9 .
Hertaald:
Mijn stad bouwen,
Namelijk: Jeruzalem, dat Ik voor Mij uitverkoren heb om daarin te wonen. Zie Jes. 31:9.
Mijn gevangenen
De Joden, die mijn volk zijn, onaangezien zij in Babylonië gevangen zijn. Hebreeuws, mijne gevangenis.
Hertaald:
Mijn gevangenen
De Joden, die Mijn volk zijn, ook al zijn zij in Babylonië gevangen. Hebreeuws: Mijn gevangenis.
loslaten,
Te weten om naar Judea, hun vaderland, te trekken.
Hertaald:
loslaten,
Namelijk: om naar Judea, hun vaderland, te trekken.
niet voor prijs,
Maar vergeefs, uit milddadigheid, om mijnentwil, die hem zulk een voortreffelijke overwinning tegen de Babyloniërs geven zal. Zie Jes. 52:3 .
Hertaald:
niet voor prijs,
Maar om niet, uit vrijgevigheid, om Mijnentwil — want Ik zal hem zo'n voortreffelijke overwinning op de Babyloniërs geven. Zie Jes. 52:3.
De arbeid
Dat is, de rijkdom, dien de Egyptenaars met hun arbeid gewonnen en vergaderd hebben.
Hertaald:
De arbeid
Dat is: de rijkdom die de Egyptenaren met hun arbeid verworven en verzameld hebben.
de koophandel
Dat is, het geld dat zij met koophandel gewonnen hebben.
Hertaald:
de koophandel
Dat is: het geld dat zij met de handel verdiend hebben.
der mannen
Hebreeuws, mannen van maat; dat is grote sterke mannen. Zie Num. 13:32 .
Hertaald:
der mannen
Hebreeuws: mannen van maat — dat is: grote, sterke mannen. Zie Num. 13:32.
tot u overkomen,
O Jeruzalem, dat is, tot u, mijn volk, te weten nadat zij de Christelijke religie zullen hebben aangenomen.
Hertaald:
tot u overkomen,
O Jeruzalem — dat is: tot u, Mijn volk, namelijk nadat zij de christelijke godsdienst aangenomen zullen hebben.
zij zullen de uwe zijn,
Te weten die volken.
Hertaald:
zij zullen de uwe zijn,
Namelijk: die volken.
in boeien
Overwonnenn zijnde niet met zwaard of spies, of met uiterlijk geweld, maar door de kracht der hemelse waarheid, en van den Heiligen Geest in hunne conscientiën overtuigd zijnde.
Hertaald:
in boeien
Omdat zij overwonnen zijn, niet met zwaard of speer of met uiterlijk geweld, maar door de kracht van de hemelse waarheid, en omdat zij door de Heilige Geest in hun geweten overtuigd zijn.
Gewisselijk,
Anders: God is alleen bij u, of in u, o gij stad Gods. Versta hier, vooreerst Jeruzalem, daarna de Christelijke kerk.
Hertaald:
Gewisselijk,
Anders: God is alleen bij u, of in u, o stad van God. Versta daaronder in de eerste plaats Jeruzalem en vervolgens de christelijke kerk.
Voorwaar,
Dit zijn de woorden van den profeet.
Hertaald:
Voorwaar,
Dit zijn de woorden van de profeet.
Die Zich verborgen
Dat is, die onzichtbaar en onbegrijpelijk zijt, en tot welken men niet komen kan, als wonende in een onaankomelijk licht; en die voor de heidenen verborgen hebt gehouden het geheim der verlossing, hetwelk de Messias den Joden en heidenen zou aanbrengen, en voorts die U als verborgen houdt, dewijl Gij uwe kerk laat aanvechten, niet opstaande noch U vertonende tot verlossing derzelve vóór den bestemden tijd.
Hertaald:
Die Zich verborgen
Dat is: Die onzichtbaar en onbegrijpelijk bent, tot Wie men niet komen kan omdat U in een ontoegankelijk licht woont; Die voor de heidenen het geheim verborgen gehouden hebt van de verlossing die de Messias aan Joden en heidenen zou brengen; en Die Zich verder als het ware verborgen houdt, omdat U Uw kerk laat aanvechten en niet opstaat en Zich niet vertoont om haar te verlossen vóór de vastgestelde tijd.
Zij zullen beschaamd
Te weten al de beeldenmakers en de afgodendienaars.
Hertaald:
Zij zullen beschaamd
Namelijk: alle beeldenmakers en afgodendienaars.
de afgoden maken
Hebreeuws dat is, pijnen, smarten, benauwdheden; zulks brengen de afgoden hunnen dienaars aan; vergelijk 1 Sam. 31:9 ; 2 Sam. 5:21 .
Hertaald:
de afgoden maken
Het Hebreeuwse woord betekent pijnen, smarten, benauwdheden; dat is wat de afgoden hun dienaars brengen; vergelijk 1 Sam. 31:9 en 2 Sam. 5:21.
Israël
Dat is, de ware kerk Gods.
Hertaald:
Israël
Dat is: de ware kerk van God.
wordt verlost
Of, is behouden; dat is, zal behouden worden.
Hertaald:
wordt verlost
Of: is behouden — dat is: zal behouden worden.
met
Hebreeuws, met ene verlossing of behouding der eeuwigheden.
Hertaald:
met
Hebreeuws: met een verlossing of behoudenis van de eeuwigheden.
gijlieden
Te weten gij Israëlieten, mijn volk, alle gelovigen, zij zijn Joden of heidenen.
Hertaald:
gijlieden
Namelijk: u, Isra«lieten, Mijn volk, alle gelovigen, of zij nu Joden of heidenen zijn.
tot in alle eeuwigheden
Hebreeuws, tot in eeuwigheden der eeuwigheid.
Hertaald:
tot in alle eeuwigheden
Hebreeuws: tot in eeuwigheden van de eeuwigheid.
dat zij ledig
Hebreeuws, ledigheid, of ijdelheid.
Hertaald:
dat zij ledig
Hebreeuws: ledigheid, of ijdelheid.
opdat men
En inzonderheid mede tot dien einde, opdat Hij zich uit de mensen op aarde ene kerk verzamele, in welke Hij bekend en beleden worde.
Hertaald:
opdat men
En in het bijzonder ook met dit doel: dat Hij Zich uit de mensen op aarde een kerk zou verzamelen, waarin Hij gekend en beleden wordt.
Ik heb niet
Dat is, de beloften, die Ik ulieden gedaan heb, zijn klaar, derhalve hebt gij geen oorzaak om aan dezelve te twijfelen. Anderen menen dat de profeet hier ziet op de verkondiging der wet Gods door Mozes, Exo 19 .
Hertaald:
Ik heb niet
Dat is: de beloften die Ik u gedaan heb zijn duidelijk; daarom hebt u geen reden om eraan te twijfelen. Anderen menen dat de profeet hier doelt op de verkondiging van Gods wet door Mozes, Ex. 19.
Zoekt Mij te vergeefs;
Anders: zoekt mij alsof Ik een nietig ding ware. Hebreeuws, [met] ledigheid, of ijdelheid.
Hertaald:
Zoekt Mij te vergeefs;
Anders: zoekt Mij alsof Ik een nietig ding was. Hebreeuws: met ledigheid, of ijdelheid.
Die gerechtigheid
Gods Woord is een regel van alle gerechtigheid, en al wat Hij zijn volk belooft, gaat zeker en vast.
Hertaald:
Die gerechtigheid
Gods Woord is de regel van alle gerechtigheid, en alles wat Hij Zijn volk belooft staat zeker en vast.
hier toe samen,
Te weten tot de gemeente Gods.
Hertaald:
hier toe samen,
Namelijk: tot de gemeente van God.
gijlieden,
Hebreeuws, gij ontkomenen der heidenen.
Hertaald:
gijlieden,
Hebreeuws: u, ontkomenen van de heidenen.
hun houten
Gelijk in de optochten geschiedt. Hebreeuws, het hout van het gesneden beeld.
Hertaald:
hun houten
Zoals dat bij de processies gebeurt. Hebreeuws: het hout van het gesneden beeld.
Verkondigt
Zegt het elkander aan wat gij van de grote daden des Heeren en van zijne waarheid in zijne beloften bevonden hebt.
Hertaald:
Verkondigt
Zegt elkaar aan wat u van de grote daden van de HEERE en van Zijn trouw in Zijn beloften ondervonden hebt.
treedt
Te weten tot de gemeente Gods.
Hertaald:
treedt
Namelijk: tot de gemeente van God.
beraadslaagt
Te weten hoe gijlieden elkander tot de gemeente Gods zult brengen.
Hertaald:
beraadslaagt
Namelijk: hoe u elkaar tot de gemeente van God zult brengen.
van ouds her?
Te weten van dien tijd af, toen zich de Heere zijner kerk heeft geopenbaard; hetzij dat wij dit nemen van de verkondiging der wet, hetzij dat God met Abraham heeft opgericht, of met onzer aller vader Adam in het paradijs.
Hertaald:
van ouds her?
Namelijk: vanaf de tijd dat de HEERE Zich aan Zijn kerk geopenbaard heeft — of wij dat nu nemen vanaf de verkondiging van de wet, of vanaf het verbond dat God met Abraham opgericht heeft, of vanaf onze aller vader Adam in het paradijs.
dat van toen af
Te weten hetgeen in de voorgaande aantekening is vermeld, en voorts dat Christus den gelovigen de zaligheid zou toebrengen, welke door de verlossing uit de Babylonische gevangenschap is voorgebeeld geweest.
Hertaald:
dat van toen af
Namelijk: wat in de voorgaande aantekening genoemd is, en verder dat Christus de gelovigen de zaligheid zou brengen, die door de verlossing uit de Babylonische gevangenschap afgebeeld is.
Wendt U
Of, ziet mij aan.
Hertaald:
Wendt U
Of: ziet Mij aan.
alle gij einden
Dat is, gijlieden allen, die aan de einden der aarde woont.
Hertaald:
alle gij einden
Dat is: u allen die aan de einden van de aarde woont.
der gerechtigheid
Of, [in] gerechtigheid; dat is in trouw en geloof; dat is, een woord, dat zeker, vast en onfeilbaar is.
Hertaald:
der gerechtigheid
Of: in gerechtigheid — dat is: in trouw en betrouwbaarheid, dus: een woord dat zeker, vast en onfeilbaar is.
het zal niet wederkeren
Dat is, het zal niet wederroepen worden.
Hertaald:
het zal niet wederkeren
Dat is: het zal niet herroepen worden.
Mij
Dat is, tot mijne eer; Rom. 14:11 ; Fil. 2:10 .
Hertaald:
Mij
Dat is: tot Mijn eer; Rom. 14:11 en Filipp. 2:10.
alle knie
De zin is: Alle volken en natiën zullen door den Messias tot de ware kennis Gods beroepen en velen daartoe gebracht worden.
Hertaald:
alle knie
De betekenis is: alle volken en naties zullen door de Messias tot de ware kennis van God geroepen worden, en velen zullen daartoe gebracht worden.
alle tong
Dat is, alle natiën zullen mij kennen en belijden, dat is, God eren en belijden, als men in het gericht oprecht bij zijnen naam zweert.
Hertaald:
alle tong
Dat is: alle volken zullen Mij kennen en belijden — dat is: God eren en belijden, zoals men in het gericht oprecht bij Zijn Naam zweert.
Men zal
Te weten een iegelijk der gelovigen; of aldus: Gewisselijk, in den Heere [zal men zeggen], heb ik gerechtigheid en sterkte.
Hertaald:
Men zal
Namelijk: ieder van de gelovigen. Of zo: zeker, in de HEERE, zal men zeggen, heb ik gerechtigheid en sterkte.
in den HEERE
Dat is, de Heere heeft deze goederen in zichzelven, en Hij geeft ze zijnen uitverkorenen.
Hertaald:
in den HEERE
Dat is: de HEERE heeft deze goederen in Zichzelf en Hij geeft ze aan Zijn uitverkorenen.
gerechtigheden
Of, alle, of volkomen gerechtigheid.
Hertaald:
gerechtigheden
Of: alle, of volkomen gerechtigheid.
sterkte;
Te weten om zijne kerk te bewaren en in de gerechtigheid te behouden.
Hertaald:
sterkte;
Namelijk: om Zijn kerk te bewaren en in de gerechtigheid te behouden.
tot Hem zal men komen;
Of voor Hem; te weten voor zijnen rechterstoel, om te ontvangen loon naar werken; Rom. 14:10-12 .
Hertaald:
tot Hem zal men komen;
Of: voor Hem, namelijk voor Zijn rechterstoel, om loon naar werken te ontvangen; Rom. 14:10-12.
zij zullen beschaamd worden
Te weten alle goddelozen, die tegen Hem murmureren en met toorn ontstoken zijn, of ontstoken worden, of die tegen Hem opstaan.
Hertaald:
zij zullen beschaamd worden
Namelijk: alle goddelozen die tegen Hem morren en in toorn ontstoken zijn of ontstoken worden, of die tegen Hem opstaan.
in den HEERE
Te weten door den Heere Christus, die onze gerechtigheid is voor God.
Hertaald:
in den HEERE
Namelijk: door de Heere Christus, Die onze gerechtigheid voor God is.
het ganse zaad
Al de kinderen Israëls, te weten, de geestelijke kinderen Israëls, dat is, de gelovigen uit de Joden en heidenen. Zie boven Jes. 44:5 .
Hertaald:
het ganse zaad
Alle kinderen van Israël, namelijk de geestelijke kinderen van Israël, dat is: de gelovigen uit de Joden en de heidenen. Zie hierboven Jes. 44:5. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat" (Jes. 45:1). Wat God voor hem doen zal, wordt in beelden van een veldtocht gezegd: de kromme wegen recht maken, de koperen deuren verbreken, de ijzeren grendels stukslaan (Jes. 45:2). Twee keer staat er iets bij dat de zaak begrenst: "ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel gij Mij niet kendet" (Jes. 45:4), en opnieuw: "Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent" (Jes. 45:5). Er staat ook bij met welk doel: opdat men van de opgang van de zon tot de ondergang wete dat er buiten Hem niets is (Jes. 45:6). En dan volgt een vers dat verder reikt dan deze koning: "Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen" (Jes. 45:7). Bijbelse betekenis: Merk eerst op welk woord hier gebruikt wordt. Gezalfde is de titel van koningen en priesters in Israël, en hier krijgt een Perzische vorst hem. Dat zegt niets over zijn geloof, want tweemaal staat erbij dat hij God niet kende; het zegt alles over Wie hem in dienst neemt. Dat is dezelfde lijn als bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:5): apart gezet worden voor een taak is iets anders dan God kennen. Let vervolgens op Jes. 45:7. Dat vers staat in een boodschap aan een Perzische koning, en in die wereld leefde de gedachte van twee machten die elkaar bestrijden, een lichte en een donkere. Daartegenover zegt God dat Hij alleen aan het werk is, ook waar het donker wordt. Het woord dat de Statenvertaling met kwaad vertaalt, staat hier tegenover vrede, en dat wijst op onheil en rampspoed en niet op zonde. Verder gaat het register niet, want verder gaat de tekst ook niet. Wat de Schrift wél uitdrukkelijk zegt, staat in het typologie-veld. Typologie: Jakobus sluit uitdrukkelijk uit dat God tot zonde beweegt: "God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand" (Jak. 1:13). En Johannes zegt van Zijn wezen: "dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is" (1 Joh. 1:5). Die twee woorden houden Jes. 45:7 binnen zijn eigen grenzen. Jes. 45:1-7; Jes. 10:5; Jak. 1:13; 1 Joh. 1:5 Midden in het hoofdstuk staat een uitroep: "Voorwaar, Gij zijt een God, Die Zich verborgen houdt, de God Israels, de Heiland" (Jes. 45:15). Kort daarna zegt God iets dat het tegendeel lijkt: "Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij te vergeefs" (Jes. 45:19). Daartussen staat wat Hij van de schepping zegt: Hij heeft de aarde niet geschapen opdat zij ledig zijn zou, "maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou" (Jes. 45:18). En over Israël: het wordt verlost "met een eeuwige verlossing" (Jes. 45:17). Bijbelse betekenis: Merk op dat beide dingen waar zijn. God houdt Zich verborgen in Zijn wegen: dat een heidense koning de verlosser van Zijn volk wordt, had niemand bedacht. Maar in Zijn spreken verbergt Hij Zich niet; er is geen geheime leer en geen duistere plaats waar men Hem moet zoeken. Let vervolgens op wie het in Jes. 45:15 zegt. Het zijn de vreemdelingen uit het vers ervoor, die erkennen dat God in Israël is. Dat God Zich verbergt wordt hier dus niet als klacht gezegd maar als belijdenis. Let ten slotte op de zin over de aarde (Jes. 45:18). Zij is niet gemaakt om leeg te blijven maar om bewoond te worden. Wie meent dat het met alles op niets uitloopt, spreekt tegen wat God van Zijn eigen werk zegt. Typologie: Paulus houdt beide kanten evenzeer vast. Hij roept uit hoe ondoorzoekelijk Gods oordelen zijn en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen (Rom. 11:33), en hij schrijft in dezelfde brief dat het geloof uit het gehoor is, "en het gehoor door het Woord Gods" (Rom. 10:17). Wat men niet kan doorgronden, is dus niet hetzelfde als wat men niet kan horen. Jes. 45:15-19; Rom. 11:33; Rom. 10:17 De volken die aan de afgoderij ontkomen zijn, worden opgeroepen bijeen te komen (Jes. 45:20). Van hun goden wordt gezegd dat zij gedragen moeten worden en niet verlossen kunnen. Dan volgt de vraag van de rechtszaak: wie heeft dit van ouds af laten horen (Jes. 45:21)? En daarop komt de uitnodiging: "Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer" (Jes. 45:22). Er staat een eed achter: "Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren" (Jes. 45:23). Het gedeelte sluit met wat men van Hem zeggen zal: "in den HEERE zijn gerechtigheden en sterkte" (Jes. 45:24). Bijbelse betekenis: Merk op tot wie dit gezegd wordt. Niet tot Israël maar tot de einden van de aarde, en dat in een boek dat begon met een aanklacht tegen Juda. De kring wordt hier zo ruim getrokken als hij worden kan. Let vervolgens op wat er gevraagd wordt. Er staat één werkwoord: wend u. Er wordt geen prestatie genoemd en geen voorwaarde vooraf; het is een omdraaien naar Iemand toe. Let ten slotte op de eed van Jes. 45:23. God zweert bij Zichzelf, want groter is er niet, en wat Hij zweert is dat alle knie zich buigen zal. Dat gebeurt op twee manieren: vrijwillig door wie zich nu wendt, en onvermijdelijk door wie tegen Hem ontstoken is (Jes. 45:24). Typologie: Paulus haalt deze eed twee keer aan. Bij de opstanding en het oordeel schrijft hij: "voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden" (Rom. 14:11). En in de lofzang op de vernederde en verhoogde Christus wordt de eed op Hem betrokken: "Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie" (Fil. 2:10). Wat God hier van Zichzelf zweert, ziet Paulus in Christus vervuld. Jes. 45:20-25; Rom. 14:11; Fil. 2:10 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het koninkrijk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking Jesaja spreekt in dit hoofdstuk over een heidense koning die God bij name geroepen heeft en die Zijn volk zal laten gaan. Dat God zoiets kan, wordt vervolgens onderbouwd met een reeks uitspraken over wie Hij is — en die uitspraken lopen uit op een eed. God zwoert bij Zichzelf dat alle knie zich voor Hem buigen zal, en Paulus haalt dat woord tweemaal aan: eenmaal over de rechterstoel en eenmaal over de Naam van Jezus. Het hoofdstuk staat vol van dezelfde belijdenis, telkens anders geformuleerd: Ik ben de HEERE, en niemand meer; buiten Mij is er geen God. Er is geen enkele ruimte gelaten voor een tweede. Dat wordt hier gezegd in een gedeelte dat over een Perzisch koning gaat. God noemt hem Zijn gezalfde, vat hem bij de rechterhand, gordt hem al kent hij Hem niet, en gebruikt hem om Zijn gevangenen los te laten. Wie zo over de wereldgeschiedenis beschikt, mag zeggen dat er buiten Hem geen God is. En dan komt aan het eind een uitnodiging die zo ruim is dat men haar bijna niet verwacht in dit boek: “Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.” Er wordt niets gevraagd dan een wending. En het adres is niet Israël maar de einden der aarde. Wat er onmiddellijk op volgt is een eed, en dat is het zwaarste wat God doen kan: “Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.” Er staat bij dat dit woord niet zal wederkeren — het komt niet leeg terug. Dat vers wordt in het Nieuwe Testament tweemaal aangehaald, en de twee plaatsen liggen ver uit elkaar. In Romeinen 14 gebruikt Paulus het om te zeggen dat wij allen voor de rechterstoel van Christus gesteld zullen worden, en hij citeert: voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden. Wat God van Zichzelf zwoer, past hij toe op het oordeel van Christus. En in Filippenzen 2 doet hij het opnieuw, aan het eind van het bekendste gedeelte over de vernedering en verhoging: daarom heeft God Hem uitermate verhoogd en Hem een Naam gegeven boven allen naam. En dan: opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie, en alle tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere zij. Daar staat wat er staat. God zwoer bij Zichzelf dat elke knie zich vóór Hém buigen zou, en Paulus schrijft dat die eed vervuld wordt in de Naam van Jezus. Wie dat naast de belijdenis van dit hoofdstuk legt — Ik ben de HEERE en niemand meer — heeft geen verdere bewijsvoering nodig. In het Nieuwe Testament: Filippenzen 2:9-11; Romeinen 14:10-11; Jesaja 45:1; Handelingen 4:12; Johannes 12:32
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Jezus zegt: "Zie naar Mij en word behouden!" Vrije genade voor zondaars. Ontvang vergeving door te slechts te kijken naar Hem. DE VOLKSPREDIKER HOOFDSTUK 2 Op een ijskoude, sneeuwachtige zondagochtend in januari 1850 was de vijftienjarige Charles Spurgeon vanuit Newmarket bij zijn ouders in Colchester. Het weer was erbarmelijk,… Zie op Mij, en wordt behouden, alle gij einden der aarde, want Ik ben God, er is geen ander. Ik denk soms dat ik nog steeds in duisternis… Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle einden van de aarde! want Ik ben God en niemand meer. Jesaja 45:22 De naties hebben gedurende al deze moeizame… Ik heb tot het zaad van Jacob niet gezegd: zoekt Mij tevergeefs." Jesaja 45:19. God heeft duidelijk geopenbaard dat Hij het gebed zal verhoren van hen die Hem aanroepen,… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Ik heb tot het zaad van Jacob niet gezegd: Zoek Mij tevergeefs. Jesaja 45:19 Wij kunnen veel troost putten uit de overdenking… Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde; want Ik ben God en niemand meer. Jes. 45:22 Dit is een belofte van beloften. Zij ligt… Zelf zal Ik voor u uit gaan, het oneffene zal Ik rechtmaken, bronzen deuren zal Ik openbreken, en ijzeren grendels stukbreken. Jesaja 45: 2 Dit was voor Cyrus… Charles H. Spurgeon was geliefd bij schoorsteenveger en minister Prins der predikers werd honderd vijftig jaar geleden geboren Het originele artikel is gepubliceerd op: 29 juni 1984 Dinsdag… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 45
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Mij zal alle knie gebogen worden — 45:5-7, 20-25
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Leven door te zien
De grote verandering
Zie op Mij
Jes. 45:22 - Het Levenwekkende zien
Nooit tevergeefs
Ik heb tot het zaad van Jacob niet gezegd: Zoek Mij tevergeefs
Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde
Niet durven twijfelen
Geliefd bij schoorsteenveger en minister


Jesaja 45
Jesaja 45:1-4.KruisverwijzingenPsalmen 107:16→Jesaja 40:4→Jesaja 42:6→Jesaja 44:28→Jeremia 50:37→Jesaja 43:1→Jesaja 41:13→Psalmen 73:23→
— Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden: Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan. En Ik zal u geven de schatten, die in de duisternissen zijn, en de verborgene rijkdommen; opdat gij moogt weten, dat Ik de HEERE ben, Die u bij uw naam roept, de God van Israel; Om Jakobs, Mijns knechts wil, en Israels, Mijns uitverkorenen; ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel gij Mij niet kendet.
Lang voor de tijd van Cores’ geboorte werd deze profetie door Jesaja geschreven. Het moet de koning diep getroffen hebben toen hij woorden als deze te lezen kreeg. Zijn eigen naam wordt erin genoemd, met al zijn krijgsdaden en zijn overwinningen: hoe hij zijn vijanden versloeg, hun sterkten innam en de koperen deuren in stukken sloeg. Onze God heeft alle dingen voor Zich tegenwoordig. Voor Hem is er geen toekomst. Alle dingen zijn bij Hem in één eeuwig heden, en daarom vertelt Hij aan Zijn profeten de dingen die zullen zijn.
Een opmerkelijke profetie, uitgegeven lang voor de tijd van Cores, die voorzegde dat hij Babel zou overwinnen en verwoesten. En al wist Cores lange tijd niets van de allerhoogste God, toch werd hij in de hand van de HEERE gebruikt voor wonderlijke doeleinden. Soms kan een mens door God voor grote einden gebruikt zijn zonder dat hij het zelf weet. Maar wanneer hij die ontdekking doet — en hij kán die doen als hij er eens over nadenkt — moet hij zich dan niet eerbiedig neerbuigen voor de Allerhoogste? Moet hij Hem niet aanbidden, die zijn Helper en zijn Vriend geweest is terwijl hij Hem niet eens kende?
Jesaja 45:5-6.KruisverwijzingenJesaja 44:8→Psalmen 18:39→Maleachi 1:11→Jesaja 46:9→Job 12:21→Psalmen 18:32→Jesaja 22:21→Psalmen 46:10→
— Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God; Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent. Opdat men wete, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is, Ik ben de HEERE, en niemand meer.
Het is een wonderlijk onderwerp: de voorzienige regering van God over vorsten en machthebbers die Hem niet kennen. Hoe Hij Cores verwekte ten behoeve van Zijn volk, opdat zij verlost zouden worden; en hoewel Cores het niet wist, was hij toch als een werktuig in de hand van God, bewogen naar de goddelijke wil.
Wie in afgoden geloven, menen dat er vele heren en vele goden kunnen zijn; maar wie een waar navolger van de HEERE is, weet dat er geen andere god naast Hem kan zijn. Hij vervult alle ruimte, en er is geen plaats voor een ander. Er is maar één Schepper, één Onderhouder en één God, die alleen aangebeden moet worden.
Jesaja 45:7.KruisverwijzingenAmos 3:6→Prediker 7:13→Amos 4:13→Nahum 1:8→Jesaja 31:2→Psalmen 75:7→Job 2:10→Handelingen 4:28→
— Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
Dit diende om de Perzische dwaling recht te zetten waarin Cores gevallen was: die van een dubbele godheid, waarbij de ene macht het licht zou scheppen en de andere macht de duisternis. “Nee”, zegt de HEERE, “Ik ben God alleen.” Cores geloofde in twee goden, de ene de god van het licht en de andere de god van de duisternis. Vandaar deze verklaring door de knecht van God, de profeet: dat er geen vorst van de duisternis was die een god zou zijn, maar dat alle dingen gemaakt zijn door de ene allerhoogste God.
Jesaja 45:9-10.KruisverwijzingenRomeinen 9:20→Jesaja 64:8→Jesaja 29:16→Jeremia 50:24→Jesaja 10:15→Spreuken 21:30→Jeremia 18:6→Exodus 9:16→
— Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook het leem tot zijn formeerder zeggen: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen? Wee dien, die tot den vader zegt: Wat genereert gij? en tot de vrouw: Wat baart gij?
“Wee dien, die met zijn Formeerder twist” — zoals er in deze dagen zovelen doen! Mensen die met de tong dapper zijn en het wagen de Allerhoogste aan te klagen en Hem voor hun rechtbank te dagen. Laten zij twisten met hun gelijken; maar wie is hij die in strijd zou komen met de eeuwige God?
Let op de toon die God gebruikt. Hij spreekt als een God en maakt aanspraak op een plaats boven het ondervragen van Zijn schepselen. Deze verzen herinneren ons aan wat de apostel Paulus schreef: maar toch, o mens, wie bent u, die tegen God antwoordt? Zal ook het gemaakte tot degene die het gemaakt heeft zeggen: waarom hebt u mij alzo gemaakt? Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp het ene vat tot eer en het andere tot oneer te maken? God is de grote Souverein over alles, en Hij maakt aanspraak op de plaats van een souverein. Hij doet wat Hij wil, maar Hij wil altijd doen wat recht en billijk is.
Jesaja 45:11-13.KruisverwijzingenJesaja 42:5→Genesis 2:1→Jesaja 43:7→Markus 11:24→Jesaja 44:24→Nehemia 9:6→Jesaja 41:2→Jeremia 31:9→
— Alzo zegt de HEERE, de Heilige Israels, en deszelfs Formeerder: Zij hebben Mij van toekomende dingen gevraagd; van Mijn kinderen, zoudt gij Mij van het werk Mijner handen bevel geven? Ik heb de aarde gemaakt, en Ik heb den mens daarop geschapen; Ik ben het! Mijn handen hebben de hemelen uitgebreid, en Ik heb al hun heir bevel gegeven. Ik heb hem verwekt in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik recht maken; hij zal Mijn stad bouwen, en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heirscharen.
Dat is Cores.
Jesaja 45:14.KruisverwijzingenJesaja 49:23→Zacharia 8:20→Jeremia 16:19→1 Korinthe 14:25→Psalmen 149:8→Jesaja 61:5→Jesaja 10:33→Exodus 11:8→
— Alzo zegt de HEERE: De arbeid der Egyptenaren en de koophandel der Moren en der Sabeers, der mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer.
Geen andere God. De dag zal komen waarin dit alles waar zal zijn, wanneer mensen hun afgoden zullen opgeven en zullen geloven in die ene grote onzienlijke God, de Maker van alle dingen. Voor het ogenblik zien wij dit nog niet.
Jesaja 45:15.KruisverwijzingenJesaja 57:17→Psalmen 44:24→Jesaja 8:17→Jesaja 43:3→Jesaja 12:2→Handelingen 5:31→Jesaja 46:13→Romeinen 11:33→
— Voorwaar, Gij zijt een God, Die Zich verborgen houdt, de God Israels, de Heiland.
Al deze lange en afmattende jaren heeft de mens zijn Maker vergeten of gelasterd, en God heeft stilgezeten en het verdragen in het verheven geduld van Zijn oneindigheid.
Jesaja 45:16-17.KruisverwijzingenRomeinen 10:11→Psalmen 25:3→Jesaja 54:4→1 Petrus 2:6→Jesaja 49:23→Joël 2:26→Romeinen 9:33→Jesaja 26:4→
— Zij zullen beschaamd en ook tot schande worden, zij allen; te zamen zullen zij met schande heengaan, die de afgoden maken. Maar Israel wordt verlost door den HEERE, met een eeuwige verlossing; gijlieden zult niet beschaamd noch tot schande worden, tot in alle eeuwigheden.
Bent u Gods volk, dan hebt u een God over wie u zich nooit hoeft te schamen, en Eén die u niet zal laten beschamen in uw vertrouwen en uw hoop. Wie op valse goden vertrouwen, zullen beschaamd worden; wie op zichzelf rusten, zullen te schande worden. Maar steun op God, o mens, en u zult nooit beschaamd worden, in alle eeuwigheid!
Jesaja 45:18-19.KruisverwijzingenJesaja 42:5→Jesaja 48:16→Psalmen 115:16→Genesis 1:2→Genesis 1:26→Genesis 1:28→Jesaja 45:12→Ezechiël 36:10→
— Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer. Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij te vergeefs; Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.
Hier ligt de heerlijkheid van onze God: dat elk woord van Hem waar is, en dat Hij nooit ergens iets gezegd heeft dat in strijd is met wat Hij in het openbaar tot Zijn volk gesproken heeft. U mag veilig rusten op de God die altijd Dezelfde is, die nooit met Zijn beloften speelt en niets in het verborgen zegt dat in strijd is met Zijn verpande woord. Hij is even waarachtig als Hij souverein is; steun daarom op Hem.
Jesaja 45:20-21.KruisverwijzingenJesaja 43:9→Jesaja 43:11→Jesaja 45:5→Jeremia 10:5→Jesaja 46:1→Jesaja 48:14→Jesaja 44:7→Jesaja 43:3→
— Verzamelt u, en komt, treedt hier toe samen, gijlieden, die van de heidenen ontkomen zijt! Zij weten niets, die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden, die niet verlossen kan. Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.
Hij daagt al de afgoden uit om te bewijzen dat zij ooit een ware profetie hebben uitgesproken, dat zij van oude tijden af over Cores of over wie ook gesproken hebben zodat de profetie letterlijk vervuld werd. Er waren duistere orakels met een dubbele betekenis, waarmee de valse priesters hun vereerders bespotten; maar de ware woorden van God, Zijn oude profetieën, bewezen dat Hij de enige werkelijke en waarachtige God is.
Jesaja 45:22-23.KruisverwijzingenHebreeën 12:2→Johannes 6:40→Filippenzen 2:10→Zacharia 12:10→2 Kronieken 20:12→Micha 7:7→Numeri 21:8→Jesaja 55:11→
— Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer. Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.
God zij geloofd, het zal in de laatste dagen zo zijn. Het zal geschieden dat de waarheid algemeen zal triomferen, en dat de ene God, die de hemel en de aarde gemaakt heeft, door hemel en aarde beide aangebeden zal worden, zonder één wanklank.
Jesaja 45:24-25.KruisverwijzingenJesaja 41:11→Jesaja 41:16→Jesaja 26:4→Jesaja 61:10→Jesaja 44:8→Lukas 13:17→Jeremia 33:16→Lukas 19:27→
— Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in den HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn. Maar in den HEERE zullen gerechtvaardigd worden en zich beroemen, het ganse zaad van Israel.
“Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in den HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn. Maar in den HEERE zullen gerechtvaardigd worden en zich beroemen, het ganse zaad van Israel.” Er zijn twee manieren waarop mensen de knie voor God zullen buigen. Sommigen zullen onwillig buigen wanneer zij het gewicht van Zijn ijzeren roede gevoelen. Anderen zullen blijmoedig voor Hem buigen wanneer zij de kracht van Zijn genade gevoelen. Ik geloof dat deze tekst op die liefelijke en barmhartige wijze verstaan moet worden.
Hier zien wij hoe Gods macht over de mensheid uitgeoefend wordt op de wijze van de genade, al is het ook waar dat Zijn macht zich betoont op de wijze van het gericht jegens wie Zijn barmhartigheid verwerpen. De uitdrukkingen van deze tekst moeten gezien worden als de besluiten, de vastgestelde raadslagen, de beloften en de verklaringen van de God van alle genade. Over deze grote waarheid van God is geen twijfel mogelijk: Christus is niet tevergeefs gestorven, en het Evangelie is niet voor niets in de wereld gezonden. Er zal een volk zijn dat in de Heere Jezus Christus behouden wordt en dat het eeuwige leven genieten zal. Er zal een schare zijn die niemand tellen kan, die voor Jezus zal buigen als Heere en Zaligmaker. Er zal een genoegzaam loon zijn voor de pijn die Hij aan het kruis verdroeg — een loon dat zelfs het oneindige hart van de grote Zoon van God Zelf zal verzadigen.
Vijf dingen liggen in dit gedeelte. Ten eerste: er zal een volk zijn dat de waarheid aangaande God erkent. Ten tweede: dit volk zal die waarheid niet alleen erkennen, maar er ook naar handelen. Ten derde: zij zullen zich gaan schamen over hun vroegere verzet tegen de waarheid aangaande God. Ten vierde: wie het volk van de HEERE zijn, zullen gerechtvaardigd worden — dat wil zeggen: Hij zal hen rechtvaardig verklaren. Ten vijfde: wie door het geloof tot Christus komen en gerechtvaardigd worden, zullen God verheerlijken.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Alzo zegt de HEERE tot Zijnen gezalfde, tot den vroeger (Hoofdstuk 44:28) genoemden, door Hem zelven verwekten (Hoofdstuk 41:25) koning, die ene bijzondere zending in Zijnen dienst had te volbrengen (Dan. 2:1), tot Cores, wiens rechterhand Ik vat als Helper, om de volken voor Zijn aangezicht neer te werpen; en Ik zal de lenden der koningen van Azië tegenover hem ontbinden, den gordel der koningen losmaken, hen ontwapenen, beroven van alle macht, ja van hun koninklijke waardigheid, waarvan de prachtige gordel een der tekenen was, om voor zijn aangezicht de deuren der landen, in welke hij als overwinnaar zal binnentreden, te openen, en de poorten der steden, voor welke hij als veroveraar verschijnt, zullen niet gesloten worden, maar tot zijne binnenlating zich openen.
Ik zal, om baan te maken, voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken, alle moeilijkheden, die u in den weg staan, wegruimen; de koperen deuren van Babylon zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen, waarmee hare 100 poorten gesloten zijn (Dan. 4:27), zal Ik in stukken slaan. 1)
De stad Babel was beroemd om hare 100 koperen poorten. Hierop wijst nu de Heere God door den Profeet. In Babel waren ook onnoemelijk veel schatten verborgen en hierop wijst het volgende vers. De Heere God zou dit alles aan Cyrus geven, wiens politiek niet was die der zelfzucht, gelijk der andere beheersers der wereld. Cyrus was door God beschikt, om de ellendigen te verlossen van hun verdrukkers, om recht en gerechtigheid te doen.
En Ik zal u geven de schatten der stad (Jer. 50:37; 51:13), die in de duisternissen zijn, in vaste onderaardse gewelven bewaard, en de verborgene rijkdommen, zulk enen macht en zulk een krijgsgeluk verleen Ik u, opdat gij moogt weten, dat Ik de HEERE ben, die u bij uwen naam roep, de God van Israël; Dit is duidelijk vervuld bij de overwinning, welke Cyrus behaald heeft op den rijken Croesus, koning van Lydië en op het koninkrijk van Babel, waardoor onnoemelijke schatten in zijne handen vielen.
Om Jakob’s, Mijns knechts wil, en Israël’s, Mijns uitverkorenen (Hoofdstuk 41:8), zal Ik hen door uwe hand verlossen; ja Ik riep u bij uwen naam, gelijk in Hoofdstuk 44:28 voorzeggend geschied is; Ik noemde u toe met erenamen als Mijn herder, Mijn Gezalfde, man Mijns raads (Hoofdstuk 44:28; 45:1; 46:11 hoewel gij Mij niet kendet, 1) daar gij nog lang niet geboren waart (Jer. 1:5).
Beter: toen gij Mij nog niet kendet, d. i. niet, toen gij u nog neerboogt voor valse goden, gelijk sommigen willen, maar toen gij nog niet geboren waart. Tot Jeremia zegt de Heere ook: Eer Ik u in de baarmoeder had geformeerd, heb Ik u gekend, d. i. vóór uwe geboorte. Dit zelfde geldt ook van het slot van vs. 5.
a) Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God (Deut. 4:35, 39; 32:39. (Jes. 37:20; 43:11), dit is de waarheid, welke gij uit alles moet erkennen, wat Ik aan u en door u doe (Ezra 1:2); Ik zal u gorden, u tot krachtige en zegenrijke volvoering van Mijn plan toerusten, hoewel gij Mij niet kent (vs. 4).
Jes. 41:8.
Opdat men wijd en zijn in de wereld, uit de grote gebeurtenissen, die door u geschieden, weet, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is. Ik ben de HEERE en niemand meer 1); Ik ben alles in allen, en buiten Mij vermag niemand iets (Hoofdstuk 44:24).
Dit wordt hier tot Cyrus gezegd, ten einde hij de zonde zijner voorzaten niet mocht navolgen, die niet alleen aan den afgodendienst zich zeer vergaapt, maar ook door het staan naar ene volstrekte macht en de opperheerschappij over anderen, zelfs er op uit waren, om zich als goden van hun onderdanen te doen eren. Cyrus had dus, hoe groot en gevierd hij ook op de wereld worden mocht, te gedenken, dat hij een mens was en bleef, en dat er maar één God ware.
Ik formeer het licht en schep de duisternis 1) in de natuurlijke wereld (Jer. 31:35), Ik maak den vrede en schep a) het kwaad 2) in de mensenwereld (Job 12:14 vv.), Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
Klaagt. 3:38. Amos 3:6.
Waar hier de eenheid Gods en Zijne verwekking van licht en duisternis, van goed en kwaad met zoveel nadruk op den voorgrond wordt gesteld, daar wordt duidelijk gedoeld op de leer van Zoroaster (Zerduscht. ongeveer 800 v. C.), welke de Perzen aanhingen, en die reeds vóór hem in beginsel in de oude godsdienstvoorstellingen van dit volk lag. Zoraster nam een onbegrensd oorspronkelijk wezen aan, waaruit zonder begin door het scheppende woord twee wezens: Ormuzd en Ahriman voortkwamen, de eerste als het reine, oneindige licht, en de schepper van al het goede, de ander de duisternis en schepper van het kwaad, beide in een onafgebroken strijd met elkaar. Onze tekst voert tegen die leer strijd. Door Mani (ongeveer 270 n. C.) is deze dwaling van het Parsismus in de Christelijke kerk doorgedrongen, en vervolgens het Manicheïsme in de Christenheid voort gedrongen door alle tijden heen; maar reeds Jesaja heeft er tegen geijverd, en juist hier, nu de Heere tot den Perzischen koning spreekt. Het schijnt ook, dat Cores, zonder den landsgodsdienst der Perzen te veranderen, wat niet in zijne macht stond, zich van die dwaling heeft gereinigd en vrij gehouden.
De uitdrukking: “Ik schep het kwaad” is geheel iets anders dan: “Ik doe het kwaad. ” God is niet oorzaak van het zedelijk kwaad, want Hij is de volstrekt Heilige, maar Hij regeert het kwaad en straft het en vervult er Zijnen raad mede. Op deze wijze moeten wij echter nooit over onze zonden spreken als zij vóór ons zijn; wel als zij achter ons zijn tot wering van wanhoop. Wee ons als wij zeggen: “laat ons zondigen, het zal toch wel terecht komen. ” Dit zou hetzelfde zijn, alsof men zich in het lichaam sneed en zei: “het zal toch wel genezen. ” Ja het zal wel weer genezen, maar misschien met levenslang verlies van een lichamelijk, of verminking er van, of met ene geknakte gezondheid en in elk geval met smart en pijn, met tijdverlies en geldverlies. Hiermede wordt zo beslist mogelijk gezegd, dat de Heere de oorzaak is niet alleen van voorspoed en zegen, maar ook van de rampspoeden en het kruis des levens, niet alleen van de beproevingen, maar ook van de verzoekingen. De Heere heeft den boom der beproeving, den boom der kennis des goede en des kwaads geplant in den hof van Eden, echter niet opdat de mens zou vallen, maar opdat hij om Gods wille zou staande blijven.
Drupt dan, opdat de raad Mijns heils over Mijn volk worde volbracht, gij hemelen! van boven af den geestelijken zegen in hemelse goederen, die gij in u bevat, even als dauw naar beneden valt, en dat de wolken vloeien van gerechtigheid, Zij mogen als in stromen nederdalen; en de aarde met haren vruchtbaren moederschoot opene zich, en dat allerlei heil uitwasse, en gerechtigheid te zamen uitspruite: Ik de HEERE heb ze geschapen, die volheid van heil en gerechtigheid, die uit vruchtbaarmaking der aarde door de hemelen ontstaat, en bewerk daardoor ene nieuwe schepping. De bedoeling is: God wil van de tijden van Cyrus af ene grotere vereniging tussen hemel en aarde stichten, de ware gerechtigheid van den hemel openbaren, en de aarde of de harten der mensen door Zijnen Geest zo vormen, dat zij die gerechtigheid en het daaraan verbondene heil in geloof moesten aannemen. Het begin der vervulling is omstreeks den tijd der wederkomst uit Babel, maar de volkomen vervulling onder den Messias in het Nieuwe Testament. Wat de zaak aangaat heeft de Vulgata recht, wanneer zij deze plaats onmiddellijk op Christus en de ontvangenis van den Zoon Gods door de maagd Maria overzet: Rorate coeli desuper, et nubes pluant Justum, aperiatur terra et germinet salvatorem et Justitia oriatur simul. “Dauwt, gij hemelen van boven, en dat de wolken den Rechtvaardige regenen, de aarde opene zich en doe den Heiland uitwassen, en gerechtigheid tevens uitspruiten. ” De woorden zijn dan ook genomen voor den dag der boodschap aan Maria en vormen den grondtoon voor de Rorate-missen in de Roomse kerk, die acht dagen vóór ‘t Kerstfeest beginnen. De gerechtigheid toch, die in den hemel woont, moet alle andere gerechtigheid onder het mensdom voortbrengen, want alle goede gaven en volmaakte giften komen van Boven, van den Vader der lichten, die Zijn geest aan de ware bidders zendt, en hun harten opent, om dien te ontvangen, opdat zij vruchten voortbrengen der bekering waardig, aan welke Hij uit genade de zaligheid heeft toegezegd.
Met zulk ene heerlijke toekomst voor zich moest dan ook niemand bevreesd zijn, of over de tegenwoordige ellende morren. Wee dan ook dien, die, gelijk Israël ten opzichte van den Heere, zijnen God doet (Hoofdstuk 40:27; 49:24; 51:13; 58:3) met zijnen Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven, die tegen zijnen Maken opstaat, alsof ‘t nietig schepsel een zijner gelijken voor had. Zal ook het leem tot zijnen formeerder zeggen, wanneer deze een vat maakt: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft gene handen, hij is niet in staat zijn werk te volbrengen, want wie mij ziet, zal niet zeggen, dat ik het kunststuk van enen wijzen meester ben (Jer. 18:1 vv. Rom. 9:20 vv.).
Wee dien, om ene andere gelijkenis te gebruiken, die tot den vader zegt: Wat genereert gij, wanneer gij geen beter lot kunt geven, dan waarin ik mij bevind? en tot de vrouw, wat baart gij kinderen, wanneer het hun niet beter gaat dan mij? De kunstenaar kan het onnutte vat, door zijne handen geformeerd, wanneer het hem gelieft in stukken slaan. Hoe mag het maaksel van den meester rekenschap vragen aangaande, dat, wat hij daarmee denkt aan te vangen? Ondankbaar, onredelijk schepsel! Stuitender en ruwer kan gene taal zijn, dan wanneer het kind tot den vader zegt: “wat teelt gij?” en tot de moeder: “wat baart gij?” Dankbaar moet het ‘t leven als een geschenk van vrije genade aannemen en Hem de volle macht daarover laten, die het gegeven heeft. Dit is ene besliste roepstem der waarheid, die wij reeds uit het Oude Verbond vernemen, en altijd staat het schepsel ook nog in ‘t nieuwe tegen Dien op, onder Wiens almachtige hand wij ons ootmoedig moeten buigen. De Heere wijst hier op Zijne volstrekte Soevereiniteit en op Zijne algenoegzaamheid, om alle ongenoegen en klachten van Zijn volk te onderdrukken, en opdat alle tegenwerpingen tegen de middelen, welke Hij in Zijne voorzienige zorg en genade aanwendt, zullen ophouden.
Alzo zegt de HEERE tot zulke ruwe en vermetele opstandelingen, die om de wegen, langs welke Hij Zijn volk leidt, Hem tot verantwoording willen roepen, de Heilige Israël’s en Zijn Formeerder 1) wiens werk (vs. 9) en wiens zoon (vs. 10) dit volk is: Zij hebben Mij, zo ver is hun schaamteloosheid gegaan, van de toekomende dingen gevraagd; (Hoofdstuk 44:7 zij hebben Mij tot verantwoording willen roepen omtrent het lot van Mijne kinderen; zoudt gij Mij van het werk Mijner handen bevel geven, 2) in plaats van stil aan Mij over te laten, wat Ik met Israël doen zal.
Ook met deze woorden kondigt de Heere Zijne Soevereiniteit en Zijn recht aan, hetwelk Hij op Israël bezit. Hij is de Heilige Israël’s, Wiens doen enkel majesteit is, en die daarom niet ter verantwoording mag worden geroepen over Zijne daden. Hij is tevens degene, die Israël heeft voortgebracht. Israël is het werk Zijner handen.
In het Hebr. Haöthijoth schealoeni al-banai weal-poal jadai thetsawoeni. Beter: Vraagt Mij naar de toekomende dingen, Mijne zonen, en Mijn handenwerk laat dat aan Mijn zorg over. Zo heeft ook de Engelse vertaling. De Heere God wil hier zeggen: Laat wat voorbij is rusten, maar wilt gij de toekomst weten, wat in het vervolg zal geschieden, doe er dan bij Mij onderzoek naar en laat Mij dan de zorg over voor mijne zonen, die Ik verwekt heb en voor Mijn handenwerk, hetwelk Ik geformeerd heb. De Heere snijdt hiermede alle twistvragen af en roept het volk tot Zich, opdat het zich alleen tot Hem wenden zou. In de volgende verzen openbaart de Heere dan ook, wat de toekomst baren zal. Mocht het volk der ballingschap ook al vrezen, dat de veroveringen van Cyrus hen tot nog dieper ellende zouden voeren, die bange vrees zou beschaamd worden, want juist diezelfde Cyrus was de door God bestemde en verkorene, om Zijn volk uit de ellende te verlossen.
Gij hebt genoegzaam zekerheid, dat Ik tot alles, wat Ik wil doen, ook de macht bezit, zo gij het slechts wilt opmerken uit de werken, die reeds aanwezig zijn, namelijk uit de schepping der wereld. Ik (op dit woord moet volgens den grondtekst bijzondere nadruk worden gelegd) heb de aarde gemaakt, en Ik heb den mens daarop geschapen (Gen. 1:1 vv. Jes. 40:28; 40:5; 44:24); Ik ben het! Mijne handen hebben de hemelen uitgebreid, en Ik heb al hun heir bevel gegeven, dat het in ‘t leven treden zou (Hoofdstuk 40:22, 26).
Ik, de almachtige Schepper en Onderhouder der wereld, wil deze Mijne almacht stellen ten dienste van Mijn volk Israël; Ik heb hem, Cores, door wie het uit de gevangenschap zal worden bevrijd (Hoofdstuk 44:28), verwekt in gerechtigheid (Hoofdstuk 42:6), en al zijne wegen zal Ik recht maken, zodat hij ongehinderd tot zijn doel kan voortgaan (vs. 2); hij zal Mijne stad Jeruzalem a) bouwen, en hij zal Mijne gevangenen loslaten, dat zij vrij worden en weer naar hun vaderland mogen terugtrekken, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heirscharen, zo als anders gevangenen voor hun vrijlating, moeten betalen, daar Ik reeds op andere wijze hem schadeloos heb gesteld (Hoofdstuk 52:3; 43:3).
2 Kron. 36:22. Ezra 1:1.
Cyrus door Gods hand en macht gesterkt en door Hem in gerechtigheid verwekt zijnde, zou langs rechtgemaakte wegen des Heren stad bouwen en dat Jeruzalem, dat nu nog woest lag, uit zijn puinhopen doen verrijzen tot den vorigen glans en luister. Hij zou zijn volk rechtvaardigen, der onderdrukten zaak handhaven en hen, die nu nog gevangen waren, op een vrije en edelmoedige wijze, om niet en zonder losgeld en zonder eigenbelang vrij maken en ontslaan. Zo is Christus ook indertijd gezalfd, om de arme gevangene zielen los te maken van onder het juk des Satans, en dat was een ontheffing van een veel erger slaafse dwangmacht, dan die Israël prangde. Het tot op zekere hoogte typische karakter van Cyrus komt steeds duidelijker voor den dag; de woorden hebben dus ook ene eeuwig geldende geestelijke betekenis.
Alzo zegt de HEERE, Zijne rede nu onmiddellijk tot Israël richtende en het de heerlijke uitkomst der wegen, die met Cyrus beginnen, verkondigende: De arbeid der Egyptenaren, wat zij met hunnen handel verwierven, en de koophandel der Moren, wat de Ethiopiërs gewonnen hebben, en der Sabeërs 1) in den staat Meroë (Gen. 10:7), der mannen van grote lengte, (Hoofdstuk 18:2), zullen tot u, Mijn volk overkomen, in uwe volksgemeenschap treden, en zij zullen de uwe zijn met al wat zij bezitten; zij zullen u navolgen, aangetrokken door de heerlijkheid van hetgeen bij u te vinden is; in boeien der geestelijke macht, die gij uitoefent, zullen zij overkomen tot u, en zij zullen zich voor u neerbuigen, om der wille van Hem, die bij u is en Zich aan u verheerlijkt; zij zullen u smeken, zeggende: Neemt ons in uw midden op, want gewis, God is in u, en er is anders geen God (Hoofdstuk 44:6) meer (Ps. 140:11).
Het is opmerkelijk, dat de drie genoemde volken altijd op den voorgrond staan, wanneer er sprake van is dat God aan Zijn volk de erve der heidenen (Ps. 111:6) wil geven (zie Ps. 68:32; 72:10. Jes. 10. Jes. 18:7; 19:16); maar het is ook opmerkelijk, dat het dezelfde volken zijn, die in Hoofdstuk 43:3 aan Cores als losgeld voor Israël worden toegezegd. Geschiedkundig is de voorzegging daardoor vervuld, dat in de eerste eeuwen na Christus in die landen de bloeiendste gemeenten waren, gelijk dan ook daar de leer der Drie-eenheid door Athanasius de overwinning behaalde. Een voorspel der vervulling is echter misschien geweest, dat onder de knechten en maagden, die met het terugkerende volk naar Palestina kwamen (Ezra 2:65), zich vele krijgsgevangenen bevonden, ten minste in Xen. Cyrop. VII 1, 45 wordt bericht, dat Cyrus aan de Egyptenaren, die in den slag met Croesus waren gevangen genomen, bijzondere woonplaatsen aanwees.
Het valt in ‘t oog, dat, wat rechtmatig alleen aan God toekomt, namelijk aanbidding, smeken, hier aan de gemeente des Heren wordt toegekend. De Heere en Zijne gemeente vormen toch inderdaad één onafscheidelijk geheel. Zo wordt in 1 Kor. 12:12 de uitdrukking “Christus” van de gemeente gebruikt in zoverre zij hoofd en leden in zich bevat, en in Openbaring 3:9 wordt de aanbidding eveneens het deel der gemeente.
Ja, wanneer Gods wegen met u dit doel hebben bereikt, dat de volken, die tot hiertoe afgodisch waren, in vrije, ootmoedige aanbidding voor u en uwen God zich buigen, zo zult gij ook over deze wegen in aanbiddende bewondering uitroepen: Voorwaar gij zijt een God, die Zich verborgen houdt, die wonderbaar de geschiedenis der volken bestuurt en op verborgene, voor menselijke ogen ondoorgrondelijke wegen alles tot een heerlijke uitkomst leidt, Gij zijt de God Israël’s, de Heiland. De Heere wordt een verborgen God, of een God, die Zich verbergt, genoemd met betrekking tot de middelen en wegen, waardoor Hij bij de zondige mensen Zijne raadsbesluiten ten uitvoer brengt. Wanneer Hij schijnt te rusten, is Hij bezig de grootste dingen tot stand te brengen; wanneer Hij toornig is en straft, bereidt Hij reeds de verlossing voor; en Hij heeft alles onder de zonde besloten, opdat Hij Zich over allen ontferme. ” Vgl. Deut. 29:29; 32:34. Rom. 11:33 en deze plaatsen in den samenhang. Treffend is het, dat juist datgene, waardoor God geopenbaard wordt, Hem ook tevens weer verbergt. De natuur openbaart Hem, en is tegelijk een sluier, die Zijn wezen bedekt. De natuur zegt dat Hij is, en houdt verborgen hoe Hij is. Ook in de voorzienigheid ontsluiert Hij Zich door hetgeen Hem ontsluiert. Immers Hij redt uit zes benauwdheden en laat de zevende benauwdheid ons overkomen; en of Hij er ons ook uit redden zal, daarvan kunnen wij niets weten, dat kunnen wij enkel geloven. Men kan God niet van nabij zien met de ogen, maar enkel van verre door het geloof. Het is hiermede als met de fresco-schilderstukken, die van nabij gezien enkel verfvlekken schijnen, maar op een afstand de voortreflijkste beelden zijn. Een groot staatsman heeft gezegd; men kan de mensen aan het hof het best verblinden door in niets geheimzinnig te handelen, maar alles zo open en bloot te doen, alsof er niets bijzonders gebeurt; omdat hetgeen men doet alsdan toch door niemand geloofd wordt, terwijl men altijd zeggen zal: Er steekt iets achter. In plaats derhalve van, zo als sommige staatslieden doen, alles uiterst geheim en bedekt te houden, doe men alles open en bloot, en geve men geen erg. Zo doet ook God; Hij handelt zo geheel open, dat niemand Hem ziet. Ook openbaart en bedekt God Zich tegelijk in Christus, opdat Hij zich enkel aan het geloof openbare. Rousseau die uitriep: “Waartoe zoveel mensen en eeuwen tussen God en mij!” zou Christus in persoon niet als God erkend hebben, want God wordt niet gezien, dan nadat Hij door het geloof is aangenomen. En daarom kunnen de Rousseau’s van onzen tijd ook niet Christus als God erkennen, ofschoon Hij als zodanig zonneklaar in de Schrift geopenbaard is. De Godheid van Christus is niet te kennen dan door het geloof, maar die gelooft, die kent Christus in Zijne waarachtige mensheid, en kent Hem als zodanig altijd meer. Wie niet gelooft ziet in de natuur enkel de natuur, niet God, en in de Schrift enkel een geschrift en niet de Heilige Geest. God verbergt zich, opdat men Hem zoeke, en op het gebied van God is zoeken vinden: Wie zoekt, die vindt, zegt de mond der waarheid. Zalig de ziel, die God zoekt, zij zal Hem vinden. Doch hoe weinig zielen zijn er, die God zoeken, hoe velen die de wereldse dingen zoeken, de vermaken der zinnen, de genietingen des vlezes, de bezittingen des tijds. En wat vinden deze laatsten? Niet wat zij zochten, maar (leert het van den Prediker, die alles volop kon genieten, en volop genoot) enkel ijdelheid, enkel ledigheid des harten en kwelling des geestes. Het oog wordt niet verzadigd met te zien, het oor wordt niet vervuld met te horen, en men wordt al deze dingen moede met ene onuitsprekelijke moeheid; maar wie God zoekt, die vindt God, en in Hem ene oneindigheid van altijd hoger leven en altijd hoger vreugde. O zoeken wij dan rusteloos God in de natuur, in het leven, in de Schrift; overal is Hij, en is Hij te vinden, en hebt gij Hem gevonden door Christus en in Christus, dan zult gij tevens ene van die verrassingen, waarin God zoveel behagen heeft, ondervinden, namelijk dat gij allereerst door God gezocht zijt; want geen mens voorkomt God. kan ooit God voorkomen; Hij voorkomt altijd het schepsel. En toch moeten wij God zoeken, en niet zeggen: als God mij zoekt, zal ik wel gevonden worden. Dit ware boos en onbetamelijk. Die zoekt, die zal vinden, derhalve die niet zoekt, zal ook niet vinden. En nu kan God nog wel een derde woord spreken: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten, Ik ben openbaar geworden degenen, die naar mij niet vraagden; maar wij mogen het niet gebruiken om ons niet-zoeken te verontschuldigen. Wij moeten God zoekende zielen zijn, zullen wij God vinden.
Zij zeilen beschaamd en ook tot schande worden, zij allen, die op valse goden hun vertrouwen stellen, te zamen zullen zij met schande heengaan, die de afgoden maken, overtuigd van de dwaasheid hunner handeling (Jes. 44:9 v. 46:2), daar gelijk in vs. 14 en 15 gezegd is, Gods heerlijkheid door Joden en Heidenen erkend zal worden.
Maar Israël, thans het volk in ballingschap en schande, wordt verlost door den HEERE, die het om der zonden wil in dien toestand heeft overgegeven (Hoofdstuk 42:24 vv.), met ene door Hem bewerkte (Hebr. 9:12) eeuwige verlossing, ene, die met hare zalige gevolgen tot in de eeuwigheid reikt, gijlieden zult door deze verlossing in den geest zo volkomen vernieuwd zijn, dat het volk niet weer in zijn vorigen zondigen toestand kan komen, gij zult niet beschaamd, noch tot schande worden tot in alle eeuwigheden.
De verlossing uit Babel zou een beeld zijn van een eeuwige verlossing uit de ellende der zonde en zondeschuld en zondestraf. De Messias zou komen, de Christus Gods, om al zijn volk tot in alle eeuwigheden een zekere en volkomen verlossing te schenken. De eeuwige verlossing zou tevens zijn eeuwige ere en heerlijkheid. Zouden de afgodendienaars, de dienaren der wereld beschaamd worden, wie door den Heere God met een eeuwige verlossing werd verwaardigd, zou niet beschaamd worden, zou tot in eeuwigheid genieten, de vrijheid, waarmee de Zone Gods zou vrijmaken.
Want alzo zegt de HEERE, die de hemelen geschapen heeft Ik ben die God, 1) die de aarde geformeerd en die ze gemaakt heeft, Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig zijn zou in de toekomst, gelijk zij in den beginne was (Gen. 1:2), maar heeft ze geformeerd in een zestal dagen, opdat men daarin wonen zou (Hoofdstuk 40:22; 42:5); Ik ben de HEERE, en niemand meer 2), Ik heb Mij zelven aan hen als den enig waarachtigen God bekend gemaakt, en moet als zodanig eindelijk door alle inwoners der aarde, ook door de heidenen worden erkend (vs. 8, 14).
Hiermede wijst de Heere er op, dat Hij alleen God, de God is, in tegenstelling van de afgoden der Heidenen. Men kan dan ook deze woorden opvatten als niet alleen gesproken tot de Joden, maar ook tot de Heidenen om hen tot het geloof in Hem te brengen. De Heere zegt hier verder, dat Hij de wereld niet een chaos heeft gelaten, maar haar bewoonbaar heeft gemaakt, opdat het verloste volk daarop zou wonen, het geestelijk zaad van Abraham, zowel uit de Joden als uit de Heidenen.
En wat Israël aangaat: Ik heb a) tot dit Mijn volk niet in het verborgene gesproken, maar in het openbaar, niet in ene donkere plaats der aarde, maar van den berg Sinaï en verder door Mijne dienstknechten, de Profeten; Ik heb ook tot het zaad van Jakob niet gezegd, het geen enkel bepaald uitzicht op zegen gevende: Zoekt Mij te vergeefs. Ik heb integendeel plechtig verzekerd. dat Ik Mij in genade hun zou openbaren, en heb in ieder bijzonder geval genadig geantwoord. Zo kon Ik handelen, omdat Ik voor Mijne woorden en profetieën gene weerlegging door de uitkomst had te vrezen. Ik ben de HEERE, die gerechtigheid spreekt, zo dikwijls Ik Mijne stem verhef, die rechtmatige dingen verkondigt; daarom zal Israël zeker eens de vervulling van dat alles zien, wat geprofeteerd werd, en reden hebben om te loven (vs.
.
Deut. 13:11.
De Heidense waarzeggers lieten een stem uit de diepte, uit de duisternis opkomen, zoals ze beweerden, en deden de stem uit de diepte voorkomen als die der afgoden, welke men diende. In tegenstelling daarmee zegt de Heere hier, dat Hij in het openbaar, niet in het verborgen heeft gesproken, dat Zijn stem niet is uit de onderwereld, of uit de diepten der aarde, maar dat Hij Zijn stem ten alle tijden af, in het openbaar heeft doen horen, opdat Zijn volk zou weten wat Hij wilde. Moesten dikwijls de Heidenen teleurgesteld heengaan, dewijl hun priesters beweerden dat de afgod zweeg, het zaad van Jakob had Hem nooit te vergeefs aangeroepen. Op alle hun grote levensvragen had Hij een antwoord gegeven, al wat tot zaligheid nodig was, had Hij geopenbaard. En wat Hij geopenbaard had, was recht en gerechtigheid, de weg des levens en de weg des doods.
Verzamelt u, wanneer die vervulling plaats heeft, en komt, treedt hiertoe zamen, gijlieden, die van de Heidenen ontkomen zijt! die in de laatste gerichten, welke over de heidenen komen, tot het doen vallen hunner valse goden, van den ondergang verschoond blijft, om in het rijk Gods te worden overgeplaatst. a) Zij, die tot hiertoe tot die heidenen behoorden, weten niets van God (1 (Thessalonicenzen. 4:5). Zij, die hun houten gesnedene beelden dragen, en in hunnen nood enen god aanbidden, die niet verlossen kan, dat die zich verzamelen en met elkaar nader treden, om getuigenis te geven, wie dan de ware God is.
Jes. 44:18, 19.
Verkondigt, zo roep Ik hen toe, en treedt hiertoe met bewijzen, die gij moogt hebben (Hoofdstuk 41:22); Ja, beraadslaagt zamen, opdat de een den ander helpe: wie van allen, die goden worden genoemd, heeft dat, wat nu geschied is, den ondergang der heidenen en de verlossing van Israël, laten horen van ouds her? wie heeft dat a) van toen af, toen nog langen tijd moest voorbijgaan, voordat het werkelijk geschiedde, verkondigd? b) Ben Ik het niet, de HEERE, terwijl niemand van uwe heidense goden iets van deze gebeurtenissen wist, of te voren kon verkondigen (Hoofdstuk 41:22 vv.)? en er is, gelijk nu duidelijk gebleken is, geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, die streng naar de eisen Zijner heiligheid handelt, en die misdadig Zijnen toorn opwekken, door zware gerichten verdelgt, maar ook door de gerichten heen Zijne gedachten ter redding volvoert, en redt, die waarlijk willen gered worden. Niemand is er, die alzo handelt, dan Ik, zodat Ik de alleen ware en alleen zaligmakende God ben.
(Jes. 41:22, 26, 27; 43:9, 10. b) vs. 5, 14, 18.
Wendt u daarom, gij die aan het gericht des verderfs zijt ontkomen (vs. 20) naar Mij toe in gelovige onderwerping en in vast vertrouwen; wordt behouden, alle gij einden der aarde, tot welk volk en land op aarde gij ook moogt behoren (Hoofdstuk 52:10), want, gelijk gij nu ziet, Ik ben God, en niemand meer, 1) er is niemand, die in staat zou zijn u te redden.
Israël’s God roept de einden der aarden als bijeen, en tot Zijn volk, allerwegen op de aarde verspreid, zegt Hij, dat zij van de middelen en hun oorzaken zullen afzien, en het oog alleen tot Hem wenden, zo zij wilden behouden zijn. Dit gezegde schijnt echter ook ene verdere betrekking te hebben tot de bekering der Heidenen, die de Binden der aarde bewonen, want het Evangelie is uitgebreid geworden tot de verst afgelegen volken, na de hemelvaart des Heilands.
Ik heb gezworen, tot duidelijke bevestiging, dat het eens zal komen tot dit einddoel der gehele wereldgeschiedenis, dat ik aangewezen heb, bij Mij zelven, die de ware, levende God ben, en zo ook tot volvoering kan laten komen, wat Ik Mij eenmaal voornam, er is een woord der gerechtigheid uit Mijnen mond gegaan, en het zal niet wederkeren, niet teruggetrokken worden (Hoofdstuk 55:11), namelijk, dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren, 1) en daardoor Mij als den waarachtigen God zal erkennen (Deut. 6:13. (Rom. 14:11. Filippenzen 2:10).
Zweren heeft hier de betekenis van belijden, in den zin van, eerbied en onderworpenheid betonen, uitroepen als den enigen Koning. De Heere geeft hier een gezicht op het einde der eeuwen. Hij overziet als met één blik den tijd, die komen zal, totdat er geen tijd meer zal zijn. Dan als der tijden tijd vervuld is, zal ieder, vrijwillig of gedwongen, den Heere belijden als den geheel enigen God, den Heere, die alle macht in hemel en op aarde heeft, die heerst en regeert tot in alle eeuwigheid. De Heere zal het laatste woord hebben.
Men zal, terwijl men Mijn heil erkent en het vrijwillig aanneemt, van Mij zeggen: Gewis in den HEERE en overigens nergens, zijn gerechtigheden en sterkte, gerechtigheid, die van zonden reinigt en het hart heiligt, en sterkte, die de overwinning schenkt over alle vijanden der zaligheid; tot Hem zal men komen; men zal niet eerder rusten, voordat men Hem gevonden heeft, maar zij zullen beschaamd worden a), allen die tegen Hem in onverwinnelijke vijandschap des harten ontstoken zijn.
Jes. 41:11.
Maar dit is het einde van alle geschiedenis, in den HEERE op mystieke wijze met Hem verenigd, zullen gerechtvaardigd worden en zich beroemen het ganse zaad van Israël. 1) Allen, die tot de kinderen der belofte deels door geboorte behoren, deels uit de Heidenen hun zijn toegevoegd (Jer. 4:2), zullen juichen in hunnen God en Heiland, buiten wie er geen is; alle anderen daarentegen zullen vergaan.
Het ganse zaad van Israël is hier niet alleen het ware volk Gods uit de Joden, maar ook uit de Heidenen. Het is het Israël Gods, hetwelk de geestelijke zegeningen van Abraham deelachtig is geworden. Dit Geestelijk zaad zal den Heere, den Drie-enigen God, al de eer van Zijn Naam geven, dewijl het, door Hem gerechtvaardigd en geheiligd en volkomen verlost tot in eeuwigheid, Zijn heil en Zijn zaligheid genieten. Het, in den Heere wijst dan ook op de mystieke vereniging met Hem. God verkrijgt de eer, dewijl dat alles vrije genade en ongehoudene goedertierenheid is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel