Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Men zegtH559: Zo een manH376zijnH1961huisvrouwH802verlaatH7971, en zij gaat vanH854 hem, en wordt eens anderen mansH376, zal hij ook tot haar nogH5750wederkerenH7725? Zou datzelve landH776nietH3808 grotelijks ontheiligdH2610 worden? GijH859 nu hebt met veelH7227boeleerdersH7453gehoereerdH2181, keer nochtans weder tot Mij, spreektH5002 de HEEREH3068.Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
KJVThey say,1If a man4put away3his wife,6and she go7from him, and become another11man's,10shall he return unto her again?12shall not that land18be greatly16polluted?17but thou hast played the harlot21with many23lovers;22yet return again24to me, saith26the LORD.
1לֵאמֹ֡רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הֵ֣ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3יְשַׁלַּ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אִשְׁתּוֹ֩H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7וְהָלְכָ֨הH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl8מֵאִתּ֜וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9וְהָיְתָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לְאִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אַחֵ֗רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange12הֲיָשׁ֤וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֵלֶ֨יהָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)15הֲל֛וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16חָנ֥וֹףH2610ontheiligd, bevlekt, huichelaarscorrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane17תֶּחֱנַ֖ףH2610ontheiligd, bevlekt, huichelaarscorrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane18הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19הַהִ֑יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who20וְאַ֗תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you21זָנִית֙H2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish22רֵעִ֣יםH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other23רַבִּ֔יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)24וְשׁ֥וֹבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw25אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)26נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith27יְהֹוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
2Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2HefH5375 uw ogenH5869opH5921 naar de hoge plaatsenH8205, en zieH7200 toe, waar zijt gij nietH3808beslapenH7693? Gij hebt voor hen gezetenH3427aanH5921 de wegenH1870, als een ArabierH6163 in de woestijnH4057; alzo hebt gij het landH776ontheiligdH2610 met uw hoererijenH2184 en met uw boosheidH7451.Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.
KJVLift up1thine eyes2unto the high places,4and see5where6thou hast not been lien8with. In the ways10hast thou sat11for them, as the Arabian13in the wilderness;14and thou hast polluted15the land16with thy whoredoms17and with thy wickedness.
1שְׂאִֽיH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2עֵינַ֨יִךְH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4שְׁפָיִ֜םH8205hoge plaatsen, hoogtehigh place, stick out5וּרְאִ֗יH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6אֵיפֹה֙H375waarwhat manner, where7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8שֻׁכַּ֔בְתְּH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10דְּרָכִים֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11יָשַׁ֣בְתְּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12לָהֶ֔ם13כַּעֲרָבִ֖יH6163Arabieren, ArabierArabian14בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness15וַתַּחֲנִ֣יפִיH2610ontheiligd, bevlekt, huichelaarscorrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane16אֶ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17בִּזְנוּתַ֖יִךְH2184hoererij, hoererijen, Hoererijwhoredom18וּבְרָעָתֵֽךְH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarom zijn de regendruppelenH7241ingehoudenH4513, en er is geenH3808spade regenH4456geweestH1961. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofdH2181, gij weigertH3985schaamroodH3637 te worden.Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
KJVTherefore the showers2have been withholden,1and there hath been no latter rain;3and thou hadst a whore's8forehead,6thou refusedst11to be ashamed.
1וַיִּמָּנְע֣וּH4513geweerd, onthouden, Bedwingdeny, keep (back), refrain, restrain, withhold2רְבִבִ֔יםH7241druppelen, droppelen, regendruppelenshower3וּמַלְק֖וֹשׁH4456spaden regen, spade regen, spaden regenslatter rain4ל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5הָיָ֑הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6וּמֵ֨צַחH4696voorhoofd, voorhoofdenbrow, forehead, [phrase] impudent7אִשָּׁ֤הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8זוֹנָה֙H2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish9הָ֣יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לָ֔ךְ11מֵאַ֖נְתְּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly12הִכָּלֵֽםH3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame
4Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zult gij nietH3808 van nuH6258 af tot Mij roepenH7121: Mijn VaderH1! Gij zijt de leidsmanH441 mijner jeugdH5271!Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!
KJVWilt thou not from this time cry3unto me, My father,5thou art the guide6of my youth?
1הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2מֵעַ֔תָּהH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas3קָרָ֥אתH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4לִ֖י5אָבִ֑יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6אַלּ֥וּףH441vorst, vorsten, leidsmancaptain, duke, (chief) friend, governor, guide, ox7נְעֻרַ֖יH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth8אָֽתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you
5Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zal Hij in eeuwigheidH5769 den toorn behoudenH5201? Zal Hij dien gestadigH5331bewarenH8104? ZieH2009, gij spreektH1696 en doetH6213 die booshedenH7451, en neemt de overhandH3201.Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
KJVWill he reserve1his anger for ever?2will he keep4it to the end?5Behold, thou hast spoken7and done8evil things9as thou couldest.
1הֲיִנְטֹ֣רH5201behouden, hoeders, behoudtbear grudge, keep(-er), reserve2לְעוֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4יִשְׁמֹ֖רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)5לָנֶ֑צַחH5331eeuwigheid, altoos, overwinningalway(-s), constantly, end, ([phrase] n-) ever(more), perpetual, strength, victory6הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see7דִבַּ֛רְתְּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8וַתַּעֲשִׂ֥יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9הָרָע֖וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10וַתּוּכָֽלH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer
6Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Voorts zeideH559 de HEEREH3068totH413 mij, in de dagenH3117 van den koningH4428JosiaH2977: Hebt gij gezienH7200, watH834 de afgekeerdeH4878IsraelH3478gedaanH6213 heeft? ZijH1931gingH1980 henen opH5921allenH3605hogenH1364bergH2022, en totH413onderH8478allenH3605groenenH7488boomH6086, en hoereerdeH2181aldaarH8033.Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.
KJVThe LORD2said1also unto me in the days4of Josiah5the king,6Hast thou seen7that which backsliding10Israel11hath done?9she is gone up12upon every high17mountain16and under19every green22tree,21and there hath played the harlot.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלַ֗יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּימֵי֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5יֹאשִׁיָּ֣הוּH2977JosiaJosiah6הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7הֲֽרָאִ֔יתָH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָשְׂתָ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10מְשֻׁבָ֣הH4878afgekeerde, afkering, afkeringenbacksliding, turning away11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12הֹלְכָ֨הH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl13הִ֜יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion17גָּבֹ֗הַּH1364hogen, hoge, hooghaughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly18וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19תַּ֛חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21עֵ֥ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood22רַעֲנָ֖ןH7488groenen, groen, groenegreen, flourishing23וַתִּזְנִיH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish24שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
7En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Ik zeideH559, nadatH310 zij zulks allesH6213 gedaan had: BekeerH7725 u totH413 Mij; maar zij bekeerdeH7725 zich nietH3808. DitH428zagH7200 de trouwelozeH901, haar zusterH269JudaH3063.En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
KJVAnd I said1after2she had done3all these things, Turn8thou unto me. But she returned10not. And her treacherous12sister13Judah14saw
1וָאֹמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַחֲרֵ֨יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3עֲשׂוֹתָ֧הּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7אֵלַ֥יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8תָּשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10שָׁ֑בָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11וַתֵּ֛רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12בָּגוֹדָ֥הH901trouwelozetreacherous13אֲחוֹתָ֖הּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together14יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
8En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En Ik zagH7200, alsH3588 Ik ter oorzakeH182 van allesH3605, waarin de afgekeerdeH4878IsraelH3478overspelH5003 bedreven had, haar verlatenH7971, en haar haar scheidbriefH5612gegevenH5414 had, dat de trouwelozeH898, haar zusterH269JudaH3063, nietH3808vreesdeH3372, maar gingH3212 henen, en hoereerdeH2181 zelve ookH1571.En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook.
KJVAnd I saw,1when for all the causes5whereby backsliding8Israel9committed adultery7I had put her away,10and given11her a bill13of divorce;14yet her treacherous18sister20Judah19feared17not, but went21and played the harlot
1וָאֵ֗רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֹדוֹת֙H182oorzake, oorzaken, zaak(be-) cause, concerning, sake6אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נִֽאֲפָה֙H5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock8מְשֻׁבָ֣הH4878afgekeerde, afkering, afkeringenbacksliding, turning away9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10שִׁלַּחְתִּ֕יהָH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11וָאֶתֵּ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13סֵ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll14כְּרִיתֻתֶ֖יהָH3748divorce(-ment)15אֵלֶ֑יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16וְלֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יָֽרְאָ֜הH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)18בֹּֽגֵדָ֤הH898trouwelooslijk, trouwelozen, trouwelozedeal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very19יְהוּדָה֙H3063JudaJudah20אֲחוֹתָ֔הּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together21וַתֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak22וַתִּ֥זֶןH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish23גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea24הִֽיאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
9Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Ja, het geschiedde, vanwege het geruchtH6963 harer hoererijH2184, dat zij het landH776ontheiligdeH2610; want zij bedreef overspelH5003 met steenH68 en met houtH6086.Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
KJVAnd it came to pass through the lightness2of her whoredom,3that she defiled4the land,6and committed adultery7with stones9and with stocks.
1וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִקֹּ֣לH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell3זְנוּתָ֔הּH2184hoererij, hoererijen, Hoererijwhoredom4וַתֶּחֱנַ֖ףH2610ontheiligd, bevlekt, huichelaarscorrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וַתִּנְאַ֥ףH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָאֶ֖בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָעֵֽץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
10En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zelfsH1571 in ditH2063allesH3605 heeft zich haar trouwelozeH901zusterH269JudaH3063totH413 Mij nietH3808bekeerdH7725 met haar ganseH3605hartH3820, maarH3588valselijkH8267, spreektH5002 de HEEREH3068.En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.
KJVAnd yet for all this her treacherous7sister8Judah9hath not turned5unto me with her whole heart,11but feignedly,14saith15the LORD.
1וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3זֹ֗אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5שָׁ֨בָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אֵלַ֜יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בָּגוֹדָ֧הH901trouwelozetreacherous8אֲחוֹתָ֛הּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together9יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah10בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11לִבָּ֑הּH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet14בְּשֶׁ֖קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully15נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
11Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Dies de HEEREH3068totH413 mij zeideH559: De afgekeerdeH4878IsraelH3478 heeft haar zielH5315gerechtvaardigdH6663, meer dan de trouwelozeH898JudaH3063.Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
KJVAnd the LORD2said1unto me, The backsliding6Israel7hath justified4herself5more than treacherous8Judah.
12Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Gij henen, en roepH7121dezeH428woordenH1697 uit tegen het noordenH6828, en zegH559: BekeerH7725 u, gij afgekeerdeH4878IsraelH3478! spreektH5002 de HEEREH3068, zo zal Ik Mijn toornH6440 op ulieden nietH3808 doen vallenH5307; wantH3588 Ik ben goedertierenH2623, spreektH5002 de HEEREH3068. Ik zal den toorn nietH3808 in eeuwigheidH5769behoudenH5201.Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
KJVGo1and proclaim2these words4toward the north,6and say,7Return,8thou backsliding9Israel,10saith11the LORD;12and I will not cause mine anger15to fall14upon you: for I am merciful,18saith20the LORD,21and I will not keep23anger for ever.
1הָלֹ֡ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl2וְקָֽרָאתָ֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַדְּבָרִ֨יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הָאֵ֜לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6צָפ֗וֹנָהH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)7וְ֠אָמַרְתָּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8שׁ֣וּבָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9מְשֻׁבָ֤הH4878afgekeerde, afkering, afkeringenbacksliding, turning away10יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13לֽוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14אַפִּ֥ילH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down15פָּנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16בָּכֶ֑ם17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18חָסִ֤ידH2623gunstgenoten, goedertierene, gunstgenootgodly (man), good, holy (one), merciful, saint, (un-) godly19אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith21יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23אֶטּ֖וֹרH5201behouden, hoeders, behoudtbear grudge, keep(-er), reserve24לְעוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
13Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alleen kenH3045 uw ongerechtigheidH5771, datH3588 gij tegen den HEEREH3068, uw GodH430, hebt overtredenH6586, en uw wegenH1870verstrooidH6340 hebt tot de vreemdenH2114, onderH8478allenH3605groenenH7488boomH6086, maar gij zijt Mijner stemH6963nietH3808gehoorzaamH8085 geweest, spreektH5002 de HEEREH3068.Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
KJVOnly acknowledge2thine iniquity,3that thou hast transgressed7against the LORD5thy God,6and hast scattered8thy ways10to the strangers11under every green15tree,14and ye have not obeyed18my voice,16saith19the LORD.
1אַ֚ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2דְּעִ֣יH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3עֲוֺנֵ֔ךְH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin4כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5בַּיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהַ֖יִךְH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7פָּשָׁ֑עַתְּH6586overtreden, overtreders, vielenoffend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or)8וַתְּפַזְּרִ֨יH6340verstrooid, strooit, uitstrooitdisperse, scatter (abroad)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10דְּרָכַ֜יִךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11לַזָּרִ֗יםH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)12תַּ֚חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14עֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood15רַעֲנָ֔ןH7488groenen, groen, groenegreen, flourishing16וּבְקוֹלִ֥יH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell17לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18שְׁמַעְתֶּ֖םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness19נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith20יְהֹוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14BekeertH7725 u, gij afkerigeH7726kinderenH1121! spreektH5002 de HEEREH3068, wantH3588IkH595 heb u getrouwdH1166, en Ik zal u aannemenH3947, een uit een stadH5892, en tweeH8147 uit een geslachtH4940, en zal u brengenH935 te SionH6726.Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
KJVTurn,1O backsliding3children,2saith4the LORD;5for I am married8unto you: and I will take10you one12of a city,13and two14of a family,15and I will bring16you to Zion:
1שׁ֣וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2בָנִ֤יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שׁוֹבָבִים֙H7726afkerige, afkerigbacksliding, frowardly, turn away (from margin)4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which8בָּעַ֣לְתִּיH1166getrouwd, getrouwde, Manhave dominion (over), be husband, marry(-ried, [idiom] wife)9בָכֶ֑ם10וְלָקַחְתִּ֨יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11אֶתְכֶ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13מֵעִ֗ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14וּשְׁנַ֨יִם֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15מִמִּשְׁפָּחָ֔הH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)16וְהֵבֵאתִ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18צִיּֽוֹןH6726Sion, SionsZion
15En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En Ik zal ulieden herdersH7462gevenH5414 naar Mijn hartH3820; die zullen u weidenH7462 met wetenschapH1844 en verstandH7919.En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
KJVAnd I will give1you pastors3according to mine heart,4which shall feed5you with knowledge7and understanding.
1וְנָתַתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָכֶ֛ם3רֹעִ֖יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste4כְּלִבִּ֑יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5וְרָע֥וּH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste6אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7דֵּעָ֥הH1844kennis, wetenschap, gevoelenknowledge8וְהַשְׂכֵּֽילH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly
16En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigdH7235 en vruchtbaarH6509 zult geworden zijnH1961 in het landH776, in dieH1992dagenH3117, spreektH5002 de HEEREH3068, zullen zij nietH3808meerH5750zeggenH559: De arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068, ook zal zij in het hartH3820nietH3808opkomenH5927; en zij zullen aanH5921 haar niet gedenkenH2142, en haar nietH3808bezoekenH6485, en zij zal niet weder gemaaktH6213 worden.En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
KJVAnd it shall come to pass, when ye be multiplied3and increased4in the land,5in those days,6saith8the LORD,9they shall say11no more, The ark13of the covenant14of the LORD:15neither shall it come17to mind:19neither shall they remember21it; neither shall they visit24it; neither shall that be done
1וְהָיָ֡הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תִרְבּוּ֩H7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very4וּפְרִיתֶ֨םH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase5בָּאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6בַּיָּמִ֤יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הָהֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יֹ֣אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12ע֗וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)13אֲרוֹן֙H727ark, kistark, chest, coffin14בְּרִיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league15יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יַעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19לֵ֑בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom20וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יִזְכְּרוּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well22בוֹ֙23וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24יִפְקֹ֔דוּH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want25וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without26יֵעָשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use27עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
17Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Te dier tijdH6256 zullen zijH1931JeruzalemH3389noemenH7121, des HEERENH3068troonH3678; en alH3605 de heidenenH1471 zullen totH413 haar vergaderdH6960 worden, om des HEERENH3068NaamsH8034 wil, te JeruzalemH3389; en zij zullen nietH3808meerH5750wandelenH3212 naar het goeddunkenH8307 van hun boosH7451hartH3820.Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
KJVAt that time1they shall call3Jerusalem4the throne5of the LORD;6and all the nations10shall be gathered7unto it, to the name11of the LORD,12to Jerusalem:13neither shall they walk15any more after17the imagination18of their evil20heart.
1בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when2הַהִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3יִקְרְא֤וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4לִירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5כִּסֵּ֣אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְנִקְוּ֨וּH6960verwacht, verwachten, wachtgather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon)8אֵלֶ֧יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9כָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַגּוֹיִ֛םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11לְשֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13לִירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem14וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יֵלְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)17אַחֲרֵ֕יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with18שְׁרִר֖וּתH8307goeddunkenimagination, lust19לִבָּ֥םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom20הָרָֽעH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
18In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18In die dagenH3117 zal het huisH1004 van JudaH3063gaanH3212 tot het huisH1004 van IsraelH3478; en zijH1992 zullen te zamenH3162komenH935 uit het landH776 van het noordenH6828, in het landH776, datH834 Ik uw vaderenH1 ten erveH5157 gegeven heb.In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
KJVIn those days1the house4of Judah5shall walk3with the house7of Israel,8and they shall come9together10out of the land11of the north12to the land14that I have given for an inheritance16unto your fathers.
1בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָהֵ֔מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3יֵלְכ֥וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וְיָבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10יַחְדָּו֙H3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal11מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12צָפ֔וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הָאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16הִנְחַ֖לְתִּיH5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אֲבוֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
19Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19IkH595zeideH559 wel: HoeH349 zal Ik u onder de kinderenH1121zettenH7896, en u gevenH5414 het gewensteH2532landH776, de sierlijkeH6643erfenisH5159 van de heirscharenH6635 der heidenenH1471? Maar Ik zeideH559: Gij zult tot Mij roepenH7121: Mijn VaderH1! en gij zult van achterH310 Mij nietH3808afkerenH7725.Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.
KJVBut I said,2How shall I put4thee among the children,5and give6thee a pleasant9land,8a goodly11heritage10of the hosts12of nations?13and I said,14Thou shalt call16me, My father;15and shalt not turn away20from me.
1וְאָנֹכִ֣יH595ik, mijI, me, [idiom] which2אָמַ֗רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֵ֚יךְH349hoehow, what4אֲשִׁיתֵ֣ךְH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take5בַּבָּנִ֔יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וְאֶתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לָךְ֙8אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9חֶמְדָּ֔הH2532gewenste, kostelijke, begeerlijkdesire, goodly, pleasant, precious10נַחֲלַ֥תH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)11צְבִ֖יH6643ree, sieraad, reeenbeautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck)12צִבְא֣וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)13גּוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14וָאֹמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15אָבִי֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16תִּקְרְאִיH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say17לִ֔יH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say18וּמֵאַחֲרַ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20תָשֽׁוּבִיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
20Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20WaarlijkH403, gelijk een vrouwH802trouwelooslijkH898 scheidt van haar vriendH7453, alzoH3651 hebt gijlieden trouwelooslijkH898 tegen Mij gehandeld, gij huisH1004IsraelsH3478! spreektH5002 de HEEREH3068.Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE.
KJVSurely1as a wife3treacherously2departeth from her husband,4so have ye dealt treacherously6with me, O house8of Israel,9saith10the LORD.
21Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Er is een stemH6963gehoordH8085opH5921 de hoge plaatsenH8205, een geweenH1065 en smekingenH8469 der kinderenH1121IsraelsH3478, omdatH3588 zij hun wegH1870verkeerdH5753, en den HEEREH3068, hun GodH430, vergetenH7911 hebben.Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.
KJVA voice1was heard4upon the high places,3weeping5and supplications6of the children7of Israel:8for they have perverted10their way,12and they have forgotten13the LORD15their God.
1ק֚וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3שְׁפָיִ֣יםH8205hoge plaatsen, hoogtehigh place, stick out4נִשְׁמָ֔עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5בְּכִ֥יH1065geween, wenen, weningoverflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept6תַחֲנוּנֵ֖יH8469smekingen, gebedenintreaty, supplication7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10הֶעֱוּוּ֙H5753verkeerd, verkeerdelijk, kromdo amiss, bow down, make crooked, commit iniquity, pervert, (do) perverse(-ly), trouble, [idiom] turn, do wickedly, do wrong11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12דַּרְכָּ֔םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13שָׁכְח֖וּH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יְהֹוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֵיהֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
22Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Keert weder, gij afkerigeH7726kinderenH1121! Ik zal uw afkeringenH4878genezenH7495. ZieH2005, hier zijn wij, wij komenH857 tot U, wantH3588GijH859 zijt de HEEREH3068, onze GodH430!Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
KJVReturn,1ye backsliding3children,2and I will heal4your backslidings.5Behold, we come7unto thee; for thou art the LORD11our God.
1שׁ֚וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2בָּנִ֣יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שׁוֹבָבִ֔יםH7726afkerige, afkerigbacksliding, frowardly, turn away (from margin)4אֶרְפָּ֖הH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)5מְשׁוּבֹֽתֵיכֶ֑םH4878afgekeerde, afkering, afkeringenbacksliding, turning away6הִנְנוּ֙H2005ziet, ziebehold, if, lo, though7אָתָ֣נוּH857komen, komt, Komt(be-, things to) come (upon), bring8לָ֔ךְ9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11יְהֹוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֱלֹהֵֽינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
23Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23WaarlijkH403, tevergeefsH8267 verwacht men het van de heuvelenH1389 en de menigteH1995 der bergenH2022; waarlijkH403, in den HEEREH3068, onzen GodH430, is IsraelsH3478heilH8668!Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil!
KJVTruly1in vain2is salvation hoped for from the hills,3and from the multitude4of mountains:5truly6in the LORD7our God8is the salvation9of Israel.
24Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Want de schaamteH1322 heeft den arbeidH3018 onzer vaderenH1opgegetenH398, van onze jeugdH5271 aan; hun schapenH6629 en hun runderenH1241, hun zonenH1121 en hun dochterenH1323.Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.
KJVFor shame1hath devoured2the labour4of our fathers5from our youth;6their flocks8and their herds,10their sons12and their daughters.
1וְהַבֹּ֗שֶׁתH1322schaamte, beschaamdheid, beschamingashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)2אָֽכְלָ֛הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְגִ֥יעַH3018arbeidlabour, work5אֲבוֹתֵ֖ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6מִנְּעוּרֵ֑ינוּH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8צֹאנָם֙H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּקָרָ֔םH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּנֵיהֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בְּנוֹתֵיהֶֽםH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
25Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Wij liggenH7901 in onze schaamteH1322, en onze schandeH3639overdektH3680 ons, wantH3588 wij hebben tegen den HEEREH3068, onzen GodH430, gezondigdH2398, wij en onze vaderenH1, van onze jeugdH5271 aan totH5704 op dezenH2088dagH3117; en wij zijn der stemH6963 des HEERENH3068, onzes GodsH430, nietH3808gehoorzaamH8085 geweest.Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.
KJVWe lie down1in our shame,2and our confusion4covereth3us: for we have sinned8against the LORD6our God,7we and our fathers,10from our youth11even unto this day,13and have not obeyed16the voice17of the LORD18our God.
1נִשְׁכְּבָ֣הH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2בְּבָשְׁתֵּ֗נוּH1322schaamte, beschaamdheid, beschamingashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)3וּֽתְכַסֵּנוּ֮H3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)4כְּלִמָּתֵנוּ֒H3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame5כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6לַיהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵ֜ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8חָטָ֗אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass9אֲנַ֨חְנוּ֙H587wijourselves, us, we10וַאֲבוֹתֵ֔ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11מִנְּעוּרֵ֖ינוּH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth12וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16שָׁמַ֔עְנוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness17בְּק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell18יְהֹוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֱלֹהֵֽינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 3:1— Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.Deuteronomium 24:1→Jeremia 2:20→Jeremia 4:1→Ezechiël 16:26→Jeremia 3:9→Jeremia 8:4→Jeremia 2:23→Hosea 14:1→
Jeremia 3:2— Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.Jeremia 2:7→Ezechiël 16:24→Genesis 38:14→Jeremia 3:1→Jeremia 2:20→Deuteronomium 12:2→Jeremia 3:21→Jeremia 7:29→
Jeremia 3:3— Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.Jeremia 14:4→Leviticus 26:19→Jeremia 5:24→Jesaja 5:6→Jeremia 14:22→Deuteronomium 28:23→Amos 4:7→Joël 1:16→
Jeremia 3:4— Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!Jeremia 3:19→Jeremia 2:2→Psalmen 71:17→Spreuken 2:17→Jeremia 31:9→Hosea 2:15→Spreuken 1:4→Maleachi 2:14→
Jeremia 3:5— Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.Jesaja 57:16→Jeremia 3:12→Jesaja 64:9→Psalmen 85:5→Micha 7:3→Sefanja 3:1→Micha 2:1→Ezechiël 22:6→
Jeremia 3:6— Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.Ezechiël 20:28→Jeremia 17:2→Ezechiël 23:11→Jeremia 7:24→Ezechiël 16:24→1 Koningen 14:23→2 Koningen 17:7→Ezechiël 16:31→
Jeremia 3:7— En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.Ezechiël 16:46→Ezechiël 23:2→2 Koningen 17:13→Hosea 6:1→2 Kronieken 30:6→Jeremia 3:8→Hosea 14:1→
Jeremia 3:8— En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook.Deuteronomium 24:1→Jesaja 50:1→Jeremia 3:1→2 Koningen 18:9→Ezechiël 23:9→Ezechiël 23:11→Hosea 3:4→Hosea 9:15→
Jeremia 3:9— Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.Jeremia 2:27→Jeremia 3:2→Jesaja 57:6→Jeremia 10:8→Jeremia 2:7→Habakuk 2:19→Ezechiël 23:10→Hosea 4:12→
Jeremia 3:10— En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.Hosea 7:14→Psalmen 66:3→Jeremia 12:2→Jesaja 10:6→Psalmen 78:36→2 Kronieken 34:33→Psalmen 18:44→
Jeremia 3:11— Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.Ezechiël 16:51→Ezechiël 23:11→Ezechiël 16:47→Hosea 4:16→Hosea 11:7→Jeremia 3:8→Jeremia 3:22→
Jeremia 3:12— Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.Psalmen 86:15→Ezechiël 33:11→Jeremia 33:26→Psalmen 86:5→Jeremia 3:5→Jeremia 3:22→Jeremia 31:20→Jeremia 3:18→
Jeremia 3:13— Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.Jeremia 2:25→Deuteronomium 30:1→Jeremia 3:6→Deuteronomium 12:2→Jeremia 3:25→Jeremia 3:2→Lukas 15:18→Jeremia 2:20→
Jeremia 3:14— Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.Hosea 2:19→Jesaja 54:5→Jeremia 31:32→Jesaja 6:13→Jesaja 11:11→Jesaja 17:6→Jeremia 3:1→Jesaja 10:22→
Jeremia 3:15— En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.Jeremia 23:4→Handelingen 20:28→Ezechiël 34:23→Efeze 4:11→Johannes 21:15→Ezechiël 37:24→1 Samuël 13:14→1 Korinthe 3:1→
Jeremia 3:16— En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.Jesaja 65:17→Zacharia 10:7→Hebreeën 10:8→Mattheüs 3:9→Ezechiël 36:8→Jeremia 30:19→Sefanja 3:11→Jesaja 60:22→
Jeremia 3:17— Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.Jeremia 17:12→Ezechiël 43:7→Jeremia 11:8→Genesis 8:21→Jesaja 49:18→Ezechiël 1:26→Micha 4:1→Romeinen 1:21→
Jeremia 3:18— In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.Amos 9:15→Hosea 1:11→Jeremia 50:4→Jeremia 31:8→Jeremia 16:15→Jeremia 3:12→Jeremia 23:8→Jesaja 11:11→
Jeremia 3:19— Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.Jeremia 3:4→Jesaja 63:16→Daniël 11:16→Galaten 4:5→Galaten 3:26→Mattheüs 6:8→1 Johannes 3:1→Efeze 1:5→
Jeremia 3:20— Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE.Jeremia 5:11→Jesaja 48:8→Maleachi 2:11→Hosea 3:1→Jeremia 3:1→Hosea 5:7→Hosea 6:7→Jeremia 3:8→
Jeremia 3:21— Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.Jesaja 15:2→Jeremia 2:32→Jeremia 31:9→Jeremia 3:2→Jesaja 17:10→2 Korinthe 7:10→Jeremia 50:4→Ezechiël 7:16→
Jeremia 3:22— Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!Hosea 14:4→Hosea 6:1→Hosea 3:5→Jeremia 33:6→Hooglied 1:4→Zacharia 13:9→Jesaja 27:8→Hosea 14:8→
Jeremia 3:23— Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil!Psalmen 3:8→Psalmen 121:1→Jesaja 12:2→Jeremia 17:14→Jesaja 43:11→Jesaja 46:7→Jesaja 45:20→Psalmen 37:39→
Jeremia 3:24— Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.Hosea 9:10→Ezechiël 16:61→Jeremia 11:13→Hosea 2:8→Hosea 10:6→Ezechiël 16:63→
Jeremia 3:25— Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.Jeremia 22:21→Klaagliederen 5:7→Deuteronomium 31:17→Jesaja 50:11→Nehemia 9:32→Klaagliederen 5:16→Jeremia 6:26→Ezechiël 36:32→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 3 vers 1— Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
zegt
Hebreeuws, om te zeggen, of zeggende; dat is, men zegt gemeenlijk, om zo te zeggen, bij manier van spreken, genomen dat, enz.
Hertaald:zegt
Hebreeuws: om te zeggen, of: zeggend — dat is: men zegt gewoonlijk, om zo te zeggen, bij wijze van spreken, aangenomen dat, enzovoort.
hij ook tot haar
Dat is, zal de eerste man haar ook weder mogen nemen?
Hertaald:hij ook tot haar
Dat is: zal de eerste man haar dan ook weer mogen nemen?
keer nochtans
De Heere wil zeggen dat Hij evenwel zijn volk in genade zal op en aannemen, zo zij zich van al deze gruwelen en verbondbrekingen oprecht zullen bekeren.
Hertaald:keer nochtans
De HEERE wil zeggen dat Hij Zijn volk toch in genade zal aannemen, wanneer zij zich oprecht van al deze gruwelen en verbondsbreuken bekeren.
Jeremia 3 vers 2— Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.
beslapen?
Dat is, daar zijn gene hoogten, of gij hebt er afgoderij op bedreven.
Hertaald:beslapen?
Dat is: er zijn geen hoogten of u hebt er afgoderij op bedreven.
hen gezeten
Om de boeleerders te wachten, als een gemene onbeschaamde hoer; vergelijk Gen. 38:14 ; Ezech. 16:24-25 .
Hertaald:hen gezeten
Om de boeleerders op te wachten, als een gewone, onbeschaamde hoer; vergelijk Gen. 38:14 en Ezech. 16:24-25.
Arabier
Gelijk de straatschenders en rovers wachten op de voorbijgangers in woeste plaatsen.
Hertaald:Arabier
Zoals de struikrovers en rovers op woeste plaatsen op de voorbijgangers wachten.
Jeremia 3 vers 3— Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
Hertaald:hoerenvoorhoofd,
Hebreeuws: van een vrouw, van een hoer; zoals vaker.
weigert
Dat is, gij wilt u niet schamen, dat gij immers behoort te doen als gij mijne landplagen gevoelt.
Hertaald:weigert
Dat is: u wilt zich niet schamen, wat u toch behoort te doen wanneer u Mijn landplagen voelt.
Jeremia 3 vers 4— Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!
tot Mij roepen
Hebreeuws, roept gij niet tot mij, of, noemt gij mij niet, enz. alsof God zeide: Zult gij dan nu nog tot mij niet wederkeren? Bekeer u nog van nu af.
Hertaald:tot Mij roepen
Hebreeuws: roept u niet tot Mij, of: noemt u Mij niet, enzovoort. Alsof God zei: zult u dan nu nog niet tot Mij terugkeren? Bekeer u dan toch van nu af aan.
leidsman
Die mij van eerst aan met onderwijs, raad en daad hebt geleid en gestierd, als een goed man zijne vrouw; vergelijk Spr. 2:17 .
Hertaald:leidsman
Die mij vanaf het begin met onderwijs, raad en daad geleid en gestuurd hebt, zoals een goed man zijn vrouw; vergelijk Spr. 2:17.
Jeremia 3 vers 5— Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
behouden?
Vergelijk onder vs.12; Ps. 103:9 ; idem Lev. 19:18 ; Nah. 1:2 ; in welke plaatsen het woord toorn, tot klaarheid van den zin, verstaan wordt. Dit kan men nog nemen als de woorden van het volk, die God hun voorschrijft om hem daarmede boetvaardiglijk te bejegenen; of als Gods, of des profeten woorden, verklarende dat God zijn toorn zal afwenden zo zij zich bekeren.
Hertaald:behouden?
Vergelijk hieronder vers 12, Ps. 103:9, en ook Lev. 19:18 en Nah. 1:2; op die plaatsen wordt het woord toorn erbij gedacht om de zin duidelijk te maken. Men kan dit nog opvatten als de woorden van het volk, die God hun voorschrijft om Hem daarmee boetvaardig tegemoet te treden; of als woorden van God of van de profeet, die verklaren dat God Zijn toorn zal afwenden wanneer zij zich bekeren.
Zie,
Dit zijn Gods woorden tot Israël.
Hertaald:Zie,
Dit zijn Gods woorden tot Israël.
boosheden,
Die boven verhaald zijn.
Hertaald:boosheden,
Die hierboven genoemd zijn.
neemt de overhand
Dat is, gij dringt met uwe boosheid hardnekkiglijk door. Alsof God zeide: Maar het is tevergeefs, dat Ik u tot bekering roep, gij vraagt er toch niet naar, gij gaat niet dan te moedwilliger in uwe boosheid.
Hertaald:neemt de overhand
Dat is: u zet met uw boosheid hardnekkig door. Alsof God zei: maar het is tevergeefs dat Ik u tot bekering roep; u vraagt er toch niet naar, u gaat des te moedwilliger door in uw boosheid.
Jeremia 3 vers 6— Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.
Josia
Als de tien stammen van Israël naar Assyrië al waren weggevoerd.
Hertaald:Josia
Toen de tien stammen van Israël al naar Assyrië weggevoerd waren.
afgekeerde
Hebreeuws eigenlijk, afkerigheid. Anders: afkerige; in het vrouwelijk geslacht, passende op den volgenden tekst, waar Israël bij ene hoer vergeleken wordt.
Hertaald:afgekeerde
Hebreeuws eigenlijk: afkerigheid. Anders: afkerige, in het vrouwelijk, passend bij het vervolg, waar Israël met een hoer vergeleken wordt.
Jeremia 3 vers 7— En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
trouweloze,
Alzo noemt God die van den stam van Juda, vanwege de afgoderij, waarmede zij den geestelijken band en trouw van het huwelijk, dat tussen God en hen was, evenzeer verbroken hadden als de andere tien stammen Israëls, die allen bloedverwanten van Juda waren, als zijnde allen tezamen afkomstig van den patriarch Jakob; daarom worden zij zusters genoemd. Vergelijk Ezech. 16:46 , en Ezech. 23:2 , Ezech. 23:4 , en alzo in het volgende.
Hertaald:trouweloze,
Zo noemt God hen van de stam van Juda, vanwege de afgoderij waarmee zij de geestelijke band en trouw van het huwelijk tussen God en hen even zeer verbroken hadden als de andere tien stammen van Israël, die allen bloedverwanten van Juda waren omdat zij allen samen van de aartsvader Jakob afstamden. Daarom worden zij zusters genoemd. Vergelijk Ezech. 16:46 en Ezech. 23:2 en Ezech. 23:4, en zo ook in het vervolg.
Jeremia 3 vers 8— En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook.
scheidbrief
Haar overgevende in de hand der Assyriërs, die de tien stammen, als van Gods aangezicht en uit zijn land, gevankelijk hebben weggevoerd.
Hertaald:scheidbrief
Terwijl Hij haar overgaf in de hand van de Assyriërs, die de tien stammen als het ware van Gods aangezicht en uit Zijn land in gevangenschap hebben weggevoerd.
vreesde,
Zich niet ontzag, of niet schroomde het boze voorbeeld van Israël na te volgen, niettegenstaande zij al die straffen, die Israël waren overkomen, als voor ogen gezien had. Vergelijk onder Jer. 44:10 , en Spr. 28:14 .
Hertaald:vreesde,
Zij ontzag zich niet en schroomde niet om het slechte voorbeeld van Israël na te volgen, hoewel zij al die straffen die Israël overkomen waren als het ware voor ogen gezien had. Vergelijk hieronder Jer. 44:10 en Spr. 28:14.
Jeremia 3 vers 9— Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
gerucht
Hebreeuws, stem; dat men ook zo kan nemen dat het ene roepende zonde geweest is, gelijk de Schriftuur elders spreekt; vergelijk Gen. 4:10 , met de aantekening. Anders: lichtvaardigheid.
Hertaald:gerucht
Hebreeuws: stem. Men kan dat ook zo opvatten dat het een roepende zonde geweest is, zoals de Schrift elders spreekt; vergelijk Gen. 4:10 met de aantekening. Anders: lichtvaardigheid.
zij het land
Dit duiden sommigen nog op Israël, uit vergelijking van vs.10.
Hertaald:zij het land
Sommigen betrekken dit nog op Israël, op grond van een vergelijking met vers 10.
steen
Dat is, stenen of houten afgoden. Alzo Ezech. 20:32 ; zie aldaar.
Hertaald:steen
Dat is: stenen of houten afgoden. Zo ook in Ezech. 20:32; zie daar.
Jeremia 3 vers 10— En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.
in alle dezen
Of, om, of door, dit alles; dat is, hoewel zij dit alles gezien had, dat tevoren van Israël verhaald is.
Hertaald:in alle dezen
Of: om, of door dit alles — dat is: hoewel zij dit alles gezien had wat tevoren over Israël verhaald is.
valselijk,
Hebreeuws, in, of met valsheid; dat is bedriegelijk, huichelachtig.
Hertaald:valselijk,
Hebreeuws: in of met valsheid — dat is: bedrieglijk, huichelachtig.
Jeremia 3 vers 11— Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
ziel
Dat is, zichzelve, haar persoon, gelijk dikwijls. Zie Gen. 12:5 . De zin is: Israël mag zich des roemen, dat zij het zo slim nog niet gemaakt heeft als Juda. Zie Ezech. 16:51-52 , en Ezech. 33:11 .
Hertaald:ziel
Dat is: zichzelf, haar persoon, zoals vaker. Zie Gen. 12:5. De betekenis is: Israël mag zich erop beroemen dat zij het nog niet zo bont gemaakt heeft als Juda. Zie Ezech. 16:51-52 en Ezech. 33:11.
Jeremia 3 vers 12— Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
noorden,
Naar Assyrië en Medië toe, waar de tien stammen waren heengevoerd; 2 Kon. 17:6 .
Hertaald:noorden,
Naar Assyrië en Medië toe, waarheen de tien stammen weggevoerd waren; 2 Kon. 17:6.
toorn
Hebreeuws, aangezicht; dat is mijn toorn, of mijn toornig aangezicht, waardoor Gods strenge straffen verstaan worden. Zie Ps. 21:10 , onder Jer. 4:26 ; Lev. 17:10 . Anders: mijn aangezicht tegen u niet nederslaan, of nederwerpen; dat is, Ik zal u met geen toornig of stuurs gelaat aanzien, [vergelijk Gen. 4:5-6 ] maar u gunst en genade bewijzen.
Hertaald:toorn
Hebreeuws: aangezicht — dat is: Mijn toorn, of Mijn toornig aangezicht, waaronder Gods strenge straffen verstaan worden. Zie Ps. 21:10, hieronder Jer. 4:26, en Lev. 17:10. Anders: Ik zal Mijn aangezicht tegen u niet neerslaan of neerwerpen — dat is: Ik zal u niet met een toornig of stuurs gezicht aanzien (vergelijk Gen. 4:5-6), maar u gunst en genade bewijzen.
goedertieren,
Zie 2 Kron. 6:41 .
Hertaald:goedertieren,
Zie 2 Kron. 6:41.
den toorn
Zie boven vs.5.
Hertaald:den toorn
Zie hierboven vers 5.
Jeremia 3 vers 13— Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
ken uw
Of, weet, erken.
Hertaald:ken uw
Of: weet, erken.
overtreden,
Zie boven Jer. 2:8 .
Hertaald:overtreden,
Zie hierboven Jer. 2:8.
verstrooid
Dat is, zijt als een lichte onbeschaamde hoer hier en daar heen en weer gelopen, om afgoderij met vreemde afgoden te bedrijven, gelijk boven vs.2, 6; zie ook Ezech. 16:24 , enz., en Ezech. 23:5-7 , enz.
Hertaald:verstrooid
Dat is: u bent als een lichtzinnige, onbeschaamde hoer hier en daar heen en weer gelopen om afgoderij met vreemde afgoden te bedrijven, zoals hierboven in vers 2 en 6; zie ook Ezech. 16:24, enzovoort, en Ezech. 23:5-7, enzovoort.
Jeremia 3 vers 14— Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
getrouwd,
Hebbende het mannelijk recht over of aan u.
Hertaald:getrouwd,
Terwijl Ik het echtelijk recht over u heb.
een uit een stad,
Ik zal een overblijfsel in genade behouden en brengen tot de gemeenschap mijner kerk, door Zion afgebeeld; zie 1 Kron. 9:3 , en Rom. 11:5 ; dewijl dit voornamelijk ziet op den tijd des Heeren Christus en van het Nieuwe Testament.
Hertaald:een uit een stad,
Ik zal een overblijfsel in genade behouden en tot de gemeenschap van Mijn kerk brengen, die door Sion afgebeeld wordt; zie 1 Kron. 9:3 en Rom. 11:5, want dit ziet vooral op de tijd van de Heere Christus en van het Nieuwe Testament.
Jeremia 3 vers 15— En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
herders
Dat is, leraars, predikaten. Zie breder deze belofte onder Jer 23 , en Eze 34 ; vergelijk 1 Sam. 13:14 ; Ef. 4:11 .
Hertaald:herders
Dat is: leraars, predikers. Zie deze belofte uitvoeriger in Jer. 23 en Ezech. 34; vergelijk 1 Sam. 13:14 en Ef. 4:11.
Jeremia 3 vers 16— En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
vermenigvuldigd
Door de predikatie van het Evangelie, gelijk geschied is bij den tijd des Heeren Christus en van zijne apostelen; zie enig begin hiervan Hand. 1:15 ; 1 Kor. 15:6 , en daarna Hand. 2:41 , en Hand. 4:4 , enz.
Hertaald:vermenigvuldigd
Door de prediking van het Evangelie, zoals gebeurd is in de tijd van de Heere Christus en van Zijn apostelen; zie het begin daarvan in Hand. 1:15 en 1 Kor. 15:6, en daarna Hand. 2:41 en Hand. 4:4, enzovoort.
ark des verbonds
Dat is, de ceremoniën van het Oude Testament [waaronder de ark mede het voornaamste stuk was] zullen ophouden, als zijnde schaduwen en voorbeelden op den Messias, Jezus Christus, die alsdan gekomen zijnde alles zal volbrengen en maken dat zijne kerk God dient in geest en waarheid in alle plaatsen. Zie Joh. 4:21 , Joh. 4:23 ; 1 Tim. 2:8 , enz.
Hertaald:ark des verbonds
Dat is: de ceremoniën van het Oude Testament — waarvan de ark het voornaamste onderdeel was — zullen ophouden, omdat het schaduwen en voorafbeeldingen van de Messias waren. Wanneer Jezus Christus dan gekomen is, zal Hij alles vervullen en maken dat Zijn kerk God op alle plaatsen dient in geest en waarheid. Zie Joh. 4:21 en Joh. 4:23, en 1 Tim. 2:8, enzovoort.
opkomen;
Dit wordt door de volgende woorden verklaard. Vergelijk Jes. 65:17 , en onder Jer. 7:31 .
Hertaald:opkomen;
Dit wordt door de volgende woorden verklaard. Vergelijk Jes. 65:17 en hieronder Jer. 7:31.
niet gedenken,
Niet zoals tevoren, en ten gebruike van den godsdienst. Vergelijk onder Jer. 16:14 .
Hertaald:niet gedenken,
Niet zoals tevoren, en niet voor het gebruik bij de godsdienst. Vergelijk hieronder Jer. 16:14.
gemaakt
Of, vermaakt worden; of [dat, of zulks alles] zal er niet meer geschieden, of gedaan worden. Anders: zij zal niet meer groot gemaakt, dat is hoog geacht en geroemd worden, omdat de Zoon Gods in het vlees zal geopenbaard zijn, gelijk het woord maken alzo bij sommigen ook genomen wordt; Deut. 32:6 ; 1 Sam. 12:6 , en elders.
Hertaald:gemaakt
Of: hersteld worden; of: dat alles zal niet meer gebeuren of gedaan worden. Anders: zij zal niet meer groot gemaakt, dat is: hoog geacht en geroemd worden, omdat de Zoon van God in het vlees geopenbaard zal zijn; zo wordt het woord maken door sommigen ook opgevat in Deut. 32:6, 1 Sam. 12:6 en elders.
Jeremia 3 vers 17— Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
om des HEEREN
Of, tot den naam des HEEREN; dat is tot den Heere zelf, die in het vlees en aan zijne kerk, als bij naam, zal zijn geopenbaard.
Hertaald:om des HEEREN
Of: tot de Naam van de HEERE — dat is: tot de HEERE Zelf, Die in het vlees en aan Zijn kerk als het ware bij name geopenbaard zal zijn.
goeddunken
Of, inbeelding, beschouwing, gedachte; anders: hardigheid; alzo Deut. 29:19 ; Ps. 81:13 ; onder Jer. 7:24 , en Jer. 9:14 , en Jer. 11:8 , en Jer. 18:12 , enz.
Hertaald:goeddunken
Of: inbeelding, opvatting, gedachte. Anders: hardheid; zo ook in Deut. 29:19, Ps. 81:13, en hieronder Jer. 7:24, Jer. 9:14, Jer. 11:8 en Jer. 18:12, enzovoort.
Jeremia 3 vers 18— In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
gaan tot het huis
Zie boven vs.14, die tevoren van elkander gescheiden, oneens en vijanden waren, zullen in goeden vrede, door enen geest des geloofs, als leden van een lichaam onder een hoofd Jezus Christus, tezamen hier in Gods kerk en hierna in het hemelse Kanaän, Gods erfenis bezitten; vergelijk Jes. 11:13 ; Ezech. 37:16 , enz.; Hebr. 11:14-15 , en Hebr. 12:22 , en onder Jer. 50:4 .
Hertaald:gaan tot het huis
Zie hierboven vers 14. Zij die tevoren van elkaar gescheiden, verdeeld en vijandig waren, zullen in goede vrede en door één geest van het geloof, als leden van één lichaam onder één Hoofd Jezus Christus, samen Gods erfenis bezitten: hier in Gods kerk en hierna in het hemelse Kanaän. Vergelijk Jes. 11:13, Ezech. 37:16, enzovoort, Hebr. 11:14-15 en Hebr. 12:22, en hieronder Jer. 50:4.
noorden,
Dat is, van hunne gevangenis; zijnde dit een beeld der geestelijke gevangenis en verlossing uit dezelve door Christus.
Hertaald:noorden,
Dat is: uit hun gevangenschap; dit is een beeld van de geestelijke gevangenschap en van de verlossing daaruit door Christus.
ten erve
Of, heb doen erven, erfelijk bezitten.
Hertaald:ten erve
Of: heb doen erven, erfelijk bezitten.
Jeremia 3 vers 19— Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.
Ik zeide wel
Dat is, Ik dacht, als terstond wederom; menselijkerwijze van God, als bij zichzelven aldus denkende en beraadslagende, gesproken, om de onwaardigheid van dit volk [waarvan wijders vs.20], en de grootheid zijner genade uit te drukken; alsof God zeide: Maar hoe zal Ik daartoe komen, dat Ik van zulk boos volk mij ene kerk maak, en hen tot mijne kinderen en erfgenamen van het hemelse en heerlijke Kanaän met de menigte d er heidenen, aanneem? Waarop God als bij zichzelven aldus antwoordt: Ik zal maken door mijnen Geest der bekering en des kindschaps, dat zij zich bekeren, [gelijk volgt] en in geloof tot mij roepen: Abba, en van mij niet afwijken; zie Jer. 32:40 ; Rom. 8:15 . Sommigen nemen dit vers als een vervolg van de voorgaande belofte, en stellen het aldus: Ook zeide Ik, of want Ik zeide, hoe zal Ik, enz., verwonderenderwijze; en in het volgende: Ook zeide Ik, gij zult tot mij roepen, enz.
Hertaald:Ik zeide wel
Dat is: Ik dacht — en zo ook meteen daarna. Op menselijke wijze van God gesproken, alsof Hij zo bij Zichzelf dacht en overlegde, om de onwaardigheid van dit volk (waarover verder vers 20) en de grootheid van Zijn genade uit te drukken. Alsof God zei: maar hoe zal Ik ertoe komen dat Ik Mij uit zo'n boos volk een kerk maak en hen tot Mijn kinderen en tot erfgenamen van het hemelse en heerlijke Kanaän aanneem, samen met de menigte van de heidenen? Waarop God als het ware bij Zichzelf antwoordt: Ik zal door Mijn Geest van de bekering en van het kindschap maken dat zij zich bekeren, zoals volgt, en dat zij in geloof tot Mij roepen: Abba, en niet van Mij afwijken; zie Jer. 32:40 en Rom. 8:15. Sommigen vatten dit vers op als een vervolg op de voorgaande belofte en stellen het zo: ook zei Ik, of: want Ik zei, hoe zal Ik, enzovoort — bij wijze van verwondering; en in het vervolg: ook zei Ik, u zult tot Mij roepen, enzovoort.
gewenste
Hebreeuws, land der begeerte, van den wens; zie Ps. 106:24 .
Hertaald:gewenste
Hebreeuws: land van de begeerte, van de wens; zie Ps. 106:24.
sierlijke
Hebreeuws, erfenis des sieraads. Aldus was Kanaän genoemd, zijnde een voorbeeld van het hemelse Kanaän; zie Ezech. 20:6 ; Dan. 8:9 , en Dan. 11:16 , Dan. 11:41 , Dan. 11:45 .
Hertaald:sierlijke
Hebreeuws: erfenis van het sieraad. Zo werd Kanaän genoemd, dat een voorafbeelding van het hemelse Kanaän was; zie Ezech. 20:6, Dan. 8:9 en Dan. 11:16, Dan. 11:41 en Dan. 11:45.
tot Mij roepen
Of, mij noemen.
Hertaald:tot Mij roepen
Of: Mij noemen.
Jeremia 3 vers 20— Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE.
vriend,
Of, metgezel; dat is, man; vergelijk Hos. 3:1 .
Hertaald:vriend,
Of: metgezel — dat is: man; vergelijk Hos. 3:1.
Jeremia 3 vers 21— Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.
is een stem
Dat is, daar zal gehoord worden. Hier begint ene profetie en beschrijving van de bekering der Israëlieten.
Hertaald:is een stem
Dat is: daar zal gehoord worden. Hier begint een profetie en beschrijving van de bekering van de Isra«lieten.
en smekingen
Of, een geween der smekingen.
Hertaald:en smekingen
Of: een geween van smekingen.
Jeremia 3 vers 22— Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
Keert weder,
Dit is Gods stem.
Hertaald:Keert weder,
Dit is Gods stem.
Zie, hier
Dit is het antwoord der wenende en smekende boetvaardige Israëlieten.
Hertaald:Zie, hier
Dit is het antwoord van de wenende en smekende, boetvaardige Isra«lieten.
Jeremia 3 vers 24— Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.
schaamte
Dat is, de afgod Baäl, dies wij ons wel mogen schamen, want hij is een vuile en schandelijke afgod en heeft ons beschaamd en te schande gemaakt. Alzo onder Jer. 11:13 ; Hos. 9:10 .
Hertaald:schaamte
Dat is: de afgod Baäl, over wie wij ons wel mogen schamen, want hij is een vuile en schandelijke afgod en hij heeft ons beschaamd en te schande gemaakt. Zo ook hieronder Jer. 11:13 en Hos. 9:10.
arbeid
Dat is, hetgeen zij met arbeid verkregen hadden, gelijk in het volgende verklaard wordt.
Hertaald:arbeid
Dat is: wat zij met arbeid verkregen hadden, zoals in het vervolg verklaard wordt.
opgegeten,
Dat is, verteerd, zo vanwege de kostbaarheid der afgoderij als de rechtvaardige plagen, die hun daarom zijn overkomen.
Hertaald:opgegeten,
Dat is: verteerd, zowel vanwege de kostbaarheid van de afgoderij als vanwege de rechtvaardige plagen die hun daarom overkomen zijn.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wederkering — de oproep die in Jeremia telkens met hetzelfde woord gedaan wordt, en de belofte die eraan vastzit (Jer. 3:12-14,22)
"Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren" (Jer. 3:12). Er staat bij wat daarbij hoort: "Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden" (Jer. 3:13). De oproep wordt herhaald en met een verhouding onderbouwd: "Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion" (Jer. 3:14). En dan komt de zin waarin oproep en belofte in elkaar overgaan: "Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen" (Jer. 3:22). Het antwoord van het volk staat er meteen achter: "Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!"
Bijbelse betekenis: Wat bekering is, staat elders in het register uitgelegd (reeds behandeld bij Deut. 30:6); hier gaat het om wat Jeremia eraan toevoegt. Merk op dat de oproep gericht is tot een volk dat al afgekeerd héét. God spreekt niet tot wie nog twijfelt maar tot wie al weg is. Let vervolgens op wat er in Jer. 3:13 gevraagd wordt: alleen ken uw ongerechtigheid. Dat is weinig en het is alles; er wordt geen prestatie gevraagd maar erkenning. Let ten slotte op het woord genezen in Jer. 3:22. De afkering wordt hier behandeld als een kwaal en niet alleen als een misdaad. Wie zich bekeert, moet dus niet eerst zelf beter worden; de genezing is wat beloofd wordt, en niet wat vooraf geëist wordt.
Typologie: Hetzelfde staat in de gelijkenis van de verloren zoon, waar de vader hem tegemoet loopt terwijl hij nog ver weg is (Luk. 15:20). En Paulus zegt waar de omkeer vandaan komt: het is de goedertierenheid Gods die tot bekering leidt (reeds behandeld bij Rom. 2:4).
Jer. 3:12-14,22; Deut. 30:6; Luk. 15:20; Rom. 2:4
Herders naar Gods hart — de belofte van leiding die weidt met wetenschap en verstand (Jer. 3:15)
"En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand" (Jer. 3:15). Het woord herder wordt in dit boek voor de leiders van het volk gebruikt, en die leiding is juist aangeklaagd: "de herders overtraden tegen Mij" (Jer. 2:8). De belofte staat dus tegenover de werkelijkheid van dat ogenblik. Wat zulke herders doen wordt met twee woorden gezegd: zij weiden, en zij doen dat met kennis en verstand.
Bijbelse betekenis: Merk op wie de herders geeft. Er staat: Ik zal geven. Goede leiding wordt hier niet gekweekt of gekozen maar geschonken; dat is een gebed waard en geen vanzelfsprekendheid. Let vervolgens op de maatstaf: naar Mijn hart. Niet naar de smaak van het volk, en niet naar wat een herder zelf voor ogen heeft. Let ten slotte op het woord weiden. Een herder houdt geen toespraak maar brengt de kudde bij het voer; wetenschap en verstand staan hier in dienst van de maag van de schapen en niet van de naam van de herder. In Jer. 23 komt de keerzijde uitgebreid aan de orde, bij de herders die de schapen verstrooien.
Typologie: De Heere Jezus vervult deze belofte in eigen persoon en noemt Zich de goede Herder (reeds behandeld bij Joh. 10:11). En Petrus geeft de maat door aan de oudsten: weid de kudde Gods, niet om vuil gewin maar met een volvaardig gemoed (reeds behandeld bij 1 Petr. 5:2).
Jer. 3:15; Jer. 2:8; Joh. 10:11; 1 Petr. 5:2
De ark die niet meer gemist wordt — een belofte waarin het heiligste voorwerp van Israël overbodig heet (Jer. 3:16-17)
"En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen" (Jer. 3:16). Er staat bij dat men haar niet zal gedenken, niet zal missen en niet opnieuw zal maken. En het vers erna zegt wat ervoor in de plaats komt: "Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil" (Jer. 3:17).
Bijbelse betekenis: De ark was de kist met het verzoendeksel, de plaats waar God tussen de cherubs woonde en waar eens per jaar bloed gesprengd werd (reeds behandeld bij Ex. 25:22). Dat juist dát voorwerp niet gemist zal worden, is een van de opvallendste beloften van het boek. Merk op waarom het niet gemist wordt. Niet omdat men het vergeten is, maar omdat er iets grotere komt: de stad zelf heet dan Gods troon, en de volken komen erheen. Wat één kist in één vertrek was, wordt dan een plaats waar allen komen. Let ten slotte op wat dit zegt over voorwerpen in de eredienst. De ark was door God Zelf voorgeschreven, en toch is zij niet het einddoel. Wie aan het middel meer waarde hecht dan aan Wie erachter staat, houdt uiteindelijk het middel over.
Typologie: De Hebreeënbrief zegt hetzelfde over de hele tabernakeldienst: de wet had "een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld zelf der zaken" (Hebr. 10:1). En Johannes ziet in de nieuwe stad geen tempel meer, "want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam" (Op. 21:22).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenambt
Herders naar Mijn hart — 3:12-19
Jeremia moet naar het noorden roepen, naar het rijk dat al weggevoerd is. God noemt Israël daar een afkerige vrouw en zegt tegelijk dat Hij goedertieren is en Zijn toorn niet in eeuwigheid houdt.
Midden in de aanklacht belooft God herders naar Zijn hart, en een tijd waarin men de ark niet eens meer zal missen.
De oproep is opmerkelijk kort in eisen: erken slechts uw ongerechtigheid. Meer wordt er niet gevraagd om terug te mogen komen.
En dan de belofte: Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
Dat woord naar Mijn hart is eerder gevallen, toen Samuël tegen Saul zei dat de HEERE Zich een man naar Zijn hart gezocht had. Zo staan koningschap en herderschap hier bij elkaar; in Israël was dat ook één beeld.
Wat er dan volgt, is voor een Israëliet bijna ondenkbaar. Zij zullen niet meer zeggen: de ark des verbonds des HEEREN. Zij zal niet in het hart opkomen, men zal aan haar niet gedenken, en zij zal niet gemist worden.
De ark is het heiligste voorwerp dat het volk bezat, de plaats waar God tussen de cherubs woonde. Dat men haar niet zal missen, kan maar één ding betekenen: er komt iets waarbij zelfs de ark niet gemist wordt.
En de reden staat er meteen bij: te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen: des HEEREN troon. Niet meer één kist in één kamer, maar een hele stad — en daarheen zullen alle heidenen vergaderd worden.
De herders naar Gods hart komen in Ezechiël uit op één Herder, en Christus noemt Zich in Johannes 10 de goede Herder. En de belofte dat de ark niet gemist wordt, komt uit in wat Johannes ziet: in de stad zag hij geen tempel, want de Heere God de Almachtige is haar tempel, en het Lam.
1 Samuël 13:14 — De HEERE heeft Zich een man naar Zijn hart gezocht.
Jeremia 3:15 — Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart.
Jeremia 3:16 — De ark zal niet gemist worden.
Ezechiël 34:23 — Ik zal één Herder over hen verwekken.
Johannes 10:11 — Ik ben de goede Herder.
Openbaring 21:22 — Ik zag geen tempel in haar, want de Heere God en het Lam is haar tempel.
In het Nieuwe Testament: Johannes 10:11-16; Ezechiël 34:23; Openbaring 21:22; Handelingen 20:28
Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt deze verzen niet met name aan. De lijn loopt over het herdersbeeld, dat de profeten aan de beloofde Herder verbinden en dat Christus op Zichzelf toepast.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 3:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 24:1→Jeremia 2:20→Jeremia 4:1→Ezechiël 16:26→Jeremia 3:9→Jeremia 8:4→Jeremia 2:23→Hosea 14:1→ — Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE. God Zelf lijkt hier voor een onmogelijkheid te staan. Zijn volk was van Hem weggegaan, zij hadden ontrouw tegenover Hem gehandeld, zij hadden zich bij andere goden gevoegd. Het geval was uitermate moeilijk. Als de HEERE dit volk weer terugneemt, zal dat er dan niet uitzien als een aanmoediging tot de zonde? Dat is juist de vraag die telkens weer opgeworpen wordt. Als God grote zondaars vrijelijk vergeeft, zal dat er dan niet op lijken dat Hij de zonde te lichtvaardig behandelt? Zal het vrije heil, door het geloof in Jezus, niet tot zonde leiden? De wereld zegt dat het zo zal zijn, en zelfs de Schrift lijkt de vraag te stellen: “Als een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij nog tot haar wederkeren? Zou niet datzelve land ganselijk ontheiligd worden?” En toch was Juda erger geweest dan de vrouw die hier beschreven wordt.
Hier lag een verschrikkelijke diepte van zonde, een ontzettende grootheid van boosheid. En wat een luister van goddelijke liefde wordt hier geopenbaard! Ik verwonder mij er niet over dat de vraag gesteld wordt: “Hoe kan God zo handelen en toch rechtvaardig zijn?” Hij kán het doen en toch rechtvaardig zijn, zoals wij u vaak hebben aangewezen; maar het blijft een zeer groot wonder van genade.
Jeremia 3:2-3.KruisverwijzingenJeremia 14:4→Leviticus 26:19→Jeremia 5:24→Jesaja 5:6→Jeremia 14:22→Deuteronomium 28:23→Amos 4:7→Joël 1:16→ — Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid. Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden. Dit was heel sterke, ruwe taal, maar och, hoe waar was zij! Het volk was van God afgedwaald in allerlei onreinheid en bevlekking; en zelfs toen God hen tuchtigde door de regens terug te houden totdat de hongersnood hen bedreigde, keerden zij zich niet tot Hem. Zij leken een voorhoofd van diamant te hebben; zij konden niet beschaamd gemaakt worden. Er zijn misschien mensen van die soort in deze vergadering. Zo ja, laten zij letten op wat God zegt.
Jeremia 3:4.KruisverwijzingenJeremia 3:19→Jeremia 2:2→Psalmen 71:17→Spreuken 2:17→Jeremia 31:9→Hosea 2:15→Spreuken 1:4→Maleachi 2:14→ — Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd! Wilt u niet terugkomen? U wordt uitgenodigd tot de HEERE terug te keren, ondanks uw afdwaling, uw verkeerdheid, uw gruwelijke ongerechtigheid. Wilt u niet de betere dagen gedenken, toen God de Leidsman van uw jeugd was? U was niet altijd wat u nu bent. Wilt u van deze tijd af niet tot de HEERE roepen: “Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd”?
Jeremia 3:5.KruisverwijzingenJesaja 57:16→Jeremia 3:12→Jesaja 64:9→Psalmen 85:5→Micha 7:3→Sefanja 3:1→Micha 2:1→Ezechiël 22:6→ — Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand. Nee, dat zal Hij niet doen. Niemand is zo traag tot toorn als onze God, en niemand is zo bereid daarvan af te zien als Hij. Hij is een God die vaardig is te vergeven, die wacht om te vergeven, die een welbehagen heeft in barmhartigheid. De zonde kan zo vuil zijn dat ik bij het lezen bijna bloos, zoals u het misschien bij het horen doet. En toch, hoe zwart zij ook is, God kan haar in de grootheid van Zijn barmhartigheid geheel wegdoen.
U bent in de zonde zo ver gegaan als u kon gaan; alleen gebrek aan macht heeft u ervan weerhouden nog erger te zijn dan u bent. En toch is dit het soort mensen tot wie God in barmhartigheid spreekt, terwijl Hij hen uitnodigt tot Hem terug te keren.
Jeremia 3:6-7.KruisverwijzingenEzechiël 16:46→Ezechiël 20:28→Jeremia 17:2→Ezechiël 23:11→Jeremia 7:24→Ezechiël 16:24→1 Koningen 14:23→2 Koningen 17:7→ — Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar. En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda. Zij bouwden tempels voor valse goden op elke berg en in elk bos. Wat een diepte van barmhartigheid dat God zo’n bevlekte gebiedt tot Hem terug te keren: “En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij.”
Dat maakte de zonde van Juda nog erger dan die van Israël: zij zag deze grote ongerechtigheid in een ander, en toch ging zij heen en bedreef haar zelf. Sommigen zijn door de straf van anderen niet van de zonde terug te houden, maar zij lopen in het vuur waarin anderen verbrand zijn, en zo verzwaren zij hun zonde.
Jeremia 3:8-9.KruisverwijzingenDeuteronomium 24:1→Jeremia 2:27→Jeremia 3:2→Jesaja 57:6→Jesaja 50:1→Jeremia 3:1→Jeremia 10:8→Jeremia 2:7→ — En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook. Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout. Zij bogen zich voor afgoden van hout of steen. Dat wil zeggen: zij gaf haar hart aan valse goden en diende stenen en stokken. En hoe moet het de levende God vertoornen te zien dat mensen zich van Hem afkeren om blokken hout en steen te dienen in Zijn plaats! En dan in het bijzonder een volk dat over de levende God onderwezen is: zo’n volk bedrijft de grofste daad van ontrouw tegen Hem en is tot de laatste graad wederspannig.
Jeremia 3:10-11.KruisverwijzingenHosea 7:14→Ezechiël 16:51→Ezechiël 23:11→Ezechiël 16:47→Hosea 4:16→Hosea 11:7→Psalmen 66:3→Jeremia 12:2→ — En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE. Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda. De ene zondigde openlijk en hield daarin vol. De andere veinsde zich te bekeren en deed het niet, en die geveinsde bekering was in Gods ogen hatelijker dan zelfs de vermetele en openlijke zonde van Israël.
Wat moeten de volgende woorden dan zijn? Moeten zij niet luiden: “U hebt Mij zo slecht behandeld dat Ik nooit meer iets met u te doen wil hebben; de gewone welvoeglijkheid alleen al eist dat Ik u voor altijd buiten alle hoop stel”? Nee. Hoor deze woorden, en wees verbaasd.
Jeremia 3:12.KruisverwijzingenPsalmen 86:15→Ezechiël 33:11→Jeremia 33:26→Psalmen 86:5→Jeremia 3:5→Jeremia 3:22→Jeremia 31:20→Jeremia 3:18→ — Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden. De onmetelijke barmhartigheid van deze genaderijke woorden! Hoe diep en zwart de zonde ook is, en hoe schrikkelijk de beschrijving ervan — hoe helder is de onmetelijke liefde die belooft die zonde weg te doen! Zij vergeet en vergeeft haar eens en voor altijd.
De belediging was vuil. Zij is van de soort die het hart van de eer van een mens doorsteekt. Het is een belediging die een mens nauwelijks ooit vergeven zal. Maar God gebiedt Zijn dwalende Israël terug te komen, en roept barmhartigheid uit — vrije barmhartigheid — zelfs voor zulke grove overtreders.
Jeremia 3:13.KruisverwijzingenJeremia 2:25→Deuteronomium 30:1→Jeremia 3:6→Deuteronomium 12:2→Jeremia 3:25→Jeremia 3:2→Lukas 15:18→Jeremia 2:20→ — Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE. Beken dat bedroevende feit; erken dat u zo gezondigd hebt. Giet in het oor van God de volle belijdenis van uw schuld uit. Hij kan om niets minder vragen dan dit; en zeker kunt u daar niet tegen opzien. Hebt u Hem zo behandeld, kom dan en beken het met uw hoofd aan Zijn boezem. Hij is bereid u te ontvangen, ook al bent u de grootste zondaar die er buiten de hel te vinden is. Het is alles wat Hij van u vraagt: beken dat u verkeerd gedaan hebt. “Alleen ken uw ongerechtigheid.”
Het was onder de bomen dat zij hun altaren oprichtten om hun valse goden te dienen. Zo maakten zij de bossen, die vol schoonheid en zoet van gezang hadden moeten zijn, tot plaatsen van afgodendienst, waardoor God vertoornd werd. Maar Hij zegt: “Beken het alleen. Kom en beklaag het. Erken dat u schuldig geweest bent, en Ik zal de zonde wegdoen.”
Jeremia 3:14.KruisverwijzingenHosea 2:19→Jesaja 54:5→Jeremia 31:32→Jesaja 6:13→Jesaja 11:11→Jesaja 17:6→Jeremia 3:1→Jesaja 10:22→ — Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion. Er staat hier een gemengd beeld, maar er is geen gemengde zin: kinderen, en toch met Hem gehuwd. De band was dubbel: zij waren geboren én ondertrouwd. God bekommert zich weinig om de regels van de menselijke redekunst en de vormelijke welsprekendheid. Als Zijn bedoeling maar volkomen duidelijk gemaakt kan worden, breekt Hij vrijelijk door alle regels heen die wij met recht voor ons spreken maken. “Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd.”
“Een uit een stad, en twee uit een geslacht” — en het woord “geslacht” werd in die tijden in een heel ruime zin gebruikt en omvatte misschien een van de twaalf stammen in haar geheel.
Jeremia 3:15.KruisverwijzingenJeremia 23:4→Handelingen 20:28→Ezechiël 34:23→Efeze 4:11→Johannes 21:15→Ezechiël 37:24→1 Samuël 13:14→1 Korinthe 3:1→ — En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand. Wanneer God eenmaal begint mensen te vergeven, komt er geen einde aan. Hij gaat voort hen te zegenen met alles wat zij nodig hebben. De afgedwaalden zullen bij hun terugkeer niet buiten de kooi gelaten worden maar herders krijgen die over hen waken; en zij zullen niet aan een dorre weide overgelaten worden maar geweid worden met wetenschap en verstand.
Dat is uitgelezen voedsel voor de hongerige ziel! Wetenschap is goed, maar verstand is beter. Kennen kan van weinig nut zijn als wij niet ook de innerlijke en diepere kennis erbij hebben en verstáán wat wij kennen. Deze herders zullen u weiden met wetenschap en verstand: zij zullen niet alleen onderwijzen, maar zo onderwijzen dat u niet anders kán dan leren.
Jeremia 3:16.KruisverwijzingenJesaja 65:17→Zacharia 10:7→Hebreeën 10:8→Mattheüs 3:9→Ezechiël 36:8→Jeremia 30:19→Sefanja 3:11→Jesaja 60:22→ — En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden. U weet dat zij aan de oude ceremoniële godsdienst gewend waren, die vol uitwendige gebruiken en vormen was. God zegt dat wanneer Hij Zijn dwalend volk tot Zich terugbrengt, zij met al dat louter uitwendige afgedaan zullen hebben. Zij zullen komen om God te dienen in geest en in waarheid, en om met Hem gemeenschap te hebben zonder het middel van de ark van het verbond of van een aardse priester. Zij zullen voor Zijn aangezicht wandelen in de vreugde van hun geest. En let erop: dit zijn dezelfde mensen die in dit hoofdstuk beschreven worden als degenen die het huis van God bevlekt hebben en tot hun volslagen schande van Hem afgedwaald zijn.
Het ceremoniële trekt zich terug in de schemerige achtergrond wanneer het geestelijke in volle kracht staat. Zij zijn voor zichzelf tot God gekomen en hebben die ark niet meer nodig. Wie in deze tijd dicht bij God wandelen, maken weinig op van het uitwendige. Wat God gebiedt, gehoorzamen zij; maar hun vertrouwen ligt in Hém. Ware godsdienst is geen vorm maar een leven en een ziel. Dicht bij God leven is de hoofdzaak, het werkelijk wezenlijke.
Evangelische bekering, wanneer zij vergeving met zich meebrengt, geeft doorgaans weinig om louter wettelijke plechtigheden. Wij hebben het teken niet nodig wanneer wij de zaak zelf ontvangen.
Jeremia 3:17.KruisverwijzingenJeremia 17:12→Ezechiël 43:7→Jeremia 11:8→Genesis 8:21→Jesaja 49:18→Ezechiël 1:26→Micha 4:1→Romeinen 1:21→ — Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart. Juist die stad die als een hoer geworden was en vol gruwelen, zal de troon van de HEERE genoemd worden. Ik geloof dat dit nog letterlijk vervuld moet worden in Jeruzalem zelf, en ook geestelijk in de kerk. Dan zal zij niet achter de volken blijven maar hun hoofd worden, en in alle zegen voor de mensheid de leiding nemen.
Jeremia 3:18.KruisverwijzingenAmos 9:15→Hosea 1:11→Jeremia 50:4→Jeremia 31:8→Jeremia 16:15→Jeremia 3:12→Jeremia 23:8→Jesaja 11:11→ — In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb. Er is geen twisten meer wanneer de genade binnenkomt. Israël en Juda vochten in de oude dagen tegen elkaar; maar wanneer zij beiden van de vergevende genade smaken, zullen zij elkaar liefhebben. Niets verenigt mensen zoals de genade van God. Twee mensen die door dezelfde Zaligmaker vergeven zijn, behoren elkaar lief te hebben — en zij zullen het doen.
Jeremia 3:19.KruisverwijzingenJeremia 3:4→Jesaja 63:16→Daniël 11:16→Galaten 4:5→Galaten 3:26→Mattheüs 6:8→1 Johannes 3:1→Efeze 1:5→ — Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren. Toen God dit alles gezegd had, lijkt Hij tot een stilstand gekomen te zijn, en zelfs in Zijn eigen hart lijkt de vraag op te komen hoe Hij deze heel zondige mensen als Zijn kinderen kan behandelen. Is het mogelijk? Kán het gedaan worden? Deze volken, die zich met onuitsprekelijke vuilheid bevlekt en verontreinigd hebben — kunnen zij onder de kinderen gezet worden, de kinderen van God?
God wist het karakter te veranderen en het hart te veranderen, zodat deze bevlekten, die het verst afgedwaald waren, tot Hem zouden terugkomen en onder Zijn heiligste, trouwste en gehoorzaamste kinderen zouden komen. Och, of Zijn genade dat wonder opnieuw in ons midden werken wilde! Bedenk wat Hij deed voor Saulus van Tarsen, die alles overtreffende vervolger, hoe Hij hem tot de allermoedigste van Zijn apostelen maakte. En Hij kan op dit ogenblik wie de uitgelezen lijfwacht van de duivel vormen zo veranderen dat zij soldaten van het kruis worden, het naast bij Christus, de grote Veldheer.
Wanneer God ons de geest van kinderen geeft, wordt het Hem gemakkelijk ons onder de kinderen te zetten. Waar de natuur van kinderen door de goddelijke wedergeboorte gegeven is, mogen de rechten van kinderen wel door de aanneming gegeven worden. “Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader!”
Dat tweede deel van de zegen houd ik altijd voor misschien het rijkste van de twee. De volharding van de heiligen tot het einde is het snoer van kroonjuwelen dat in het kistje van het verbond gevonden wordt: “en gij zult van achter Mij niet afkeren”. Als het ooit gebeuren kon dat schapen van Christus afvielen, dan zou mijn wankele, zwakke ziel tienduizend keer per dag vallen. Maar Hij die het goede werk begonnen heeft, heeft belooft het voort te zetten. Daar ligt onze veiligheid en onze rust.
Jeremia 3:20-21.KruisverwijzingenJeremia 5:11→Jesaja 48:8→Jesaja 15:2→Jeremia 2:32→Jeremia 31:9→Jeremia 3:2→Jesaja 17:10→2 Korinthe 7:10→ — Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE. Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben. Hoort u het? Hoort u Gods belofte en Zijn gebod: “Bekeert u, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen”? Nu het antwoord. God geve dat het in uw hart moge opwellen.
Dit is de ergste van alle misdaden: dat een vrouw ontrouw wordt aan haar huwelijksbeloften en zich afkeert van de man die zij verplicht is lief te hebben. Zeer zelden roept een man een ontrouwe vrouw terug. Maar God haat in Zijn oneindige barmhartigheid het verstoten; Hij kan de scheiding niet verdragen. Hij houdt nog vast aan het voorwerp van Zijn liefde en klaagt daarom met een zoete trouw van liefde over de ontrouw van Israël.
En terwijl Hij dat doet, wordt er een stem gehoord op de hoge plaatsen: een geween en gebeden van de kinderen van Israël, omdat zij hun weg verkeerd hebben en de HEERE hun God vergeten. Wat bleef er dan voor hen over dan droefheid? Zij stonden op hun hoogten en offerden aan hun nieuwe goden, en in plaats van vreugde en heilige psalmen en lofliederen riepen zij als de priesters van Baäl, en sneden en pijnigden zich zelf. God hoorde het: geween en gebeden — niet tót Hem, want zij hadden hun weg verkeerd. Hun droefheid kwam niet van Hem, want zij hadden de HEERE hun God vergeten. En toch had die droefheid iets hoopvols: zij vonden geen vreugde in hun nieuwe goden en trokken geen troost uit hun afdwalingen.
Het waren de plaatsen waar zij de altaren voor de valse goden gebouwd hadden. Hoe aangenaam is het geween van Zijn afgedwaald volk in de oren van God! De gelukkige God wil niet dat mensen bedroefd zijn, maar Hij is verheugd dat zij bedroefd zijn over de zonde. Nu zij hun afdwalingen en hun boosheid beginnen te bejammeren, zullen zij tot hun God terugkomen.
Jeremia 3:22.KruisverwijzingenHosea 14:4→Hosea 6:1→Hosea 3:5→Jeremia 33:6→Hooglied 1:4→Zacharia 13:9→Jesaja 27:8→Hosea 14:8→ — Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God! Och, de wonderlijke barmhartigheid van God! Hij behandelt de zonde als een ziekte. Dat was een grote gedachte van Gods zijde: dat Hij de zonde niet zozeer als een moedwillige daad en misdaad zou aanzien, maar als een kwaal van het gemoed en de ziel. “Ik zal uw afkeringen genezen.” En zie het zoete antwoord dat Israël hierop geeft. Zo komen zij tot Hem terug en vinden het heil dat zij nodig hebben. Wij verlaten alle valse vertrouwens; wij laten onze aardse vreugden varen. Och, of dat antwoord uit ieder afgedwaald hart mocht komen dat hier vanavond is, en of er een herstelling mocht komen van de zwerver tot zijn God!
Jeremia 3:23-24.KruisverwijzingenPsalmen 3:8→Psalmen 121:1→Hosea 9:10→Jesaja 12:2→Jeremia 17:14→Jesaja 43:11→Jesaja 46:7→Jesaja 45:20→ — Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil! Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren. Zij hebben geen voordeel gehad van het dienen van afgoden; zij hebben er onder geleden. Zie, zij probeerden het van hun hoogten te krijgen. Zij hieven hun stem op tot hun goden, maar zij leerden er alleen rouwen en wenen. “Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen.”
Jeremia 3:25.KruisverwijzingenJeremia 22:21→Klaagliederen 5:7→Deuteronomium 31:17→Jesaja 50:11→Nehemia 9:32→Klaagliederen 5:16→Jeremia 6:26→Ezechiël 36:32→ — Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest. Daar ziet u de bekering die de HEERE van Zijn volk eiste; en waar zo’n bekering is, daar zijn zeker ook aanneming en zaligheid. Moge zo’n bekering het deel worden van alle zwervers die nu naar mijn woorden horen. God geve ons die bekering, en behoude ons om Zijn barmhartigheid.
IV. Vs. 1-5.KruisverwijzingenJeremia 14:4→Leviticus 26:19→Jeremia 5:24→Jesaja 5:6→Jeremia 14:22→Deuteronomium 28:23→Deuteronomium 24:1→Amos 4:7→ — Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE. Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid. Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden. Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd! Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand. Nog staat tegen alle gewone regelen der wet in, en alleen volgens den maatstaf der Goddelijke barmhartigheid, de wederopname in de bondsbetrekking met God, en daarmee de weg tot redding van het verderf voor het volk open. Israël is echter te zeer in afgoderij verzonken dan dat het lust zou hebben, om zich tot die verbondsbetrekking ernstig te bekeren; het is veel te veel in het bedrog der zonde verstrikt, dan dat niet altijd weer zijn boze aard zou te voorschijn komen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 24:1→Jeremia 2:20→Jeremia 4:1→Ezechiël 16:26→Jeremia 3:9→Jeremia 8:4→Jeremia 2:23→Hosea 14:1→— Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
Men zegt: 1) Zo een man zijne huisvrouw verlaat, haar wegzendt met enen scheidbrief, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook, wanneer ook die andere man haar moede wordt en haar wegzendt, tot haar nog wederkeren 2), Zou, naar de wet in Deut. 24:1-4, datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden, wanneer die eerste man haar weer aannam? Gij nu, o Israël! dat Ik Mij ter vrouwe had genomen, zonder dat ik u ooit een scheidbrief zou gegeven, of uit die huwelijksverbintenis zou ontslagen hebben (Jes. 50:1) hebt met vele boeleerders gehoereerd. Gij hebt u aan den dienst van alle mogelijke afgoden overgegeven en daardoor het wettelijk onmogelijk gemaakt, dat Ik u weer zou aannemen, zelfs wanneer gij uwe boeleerders verliet. Keer nochtans weer tot Mij, spreekt de HEERE in Zijne grondeloze barmhartigheid, die uwe wederopname, welke wettelijk onmogelijk is, toch mogelijk maakt.
Het vers begint met het woord “zeggende. ” Verschillend zijn de verklaringen hier van. Ons komt het waarschijnlijkst voor, dat hier het gewone “toen geschiedde het woord des Heeren tot mij” is uitgelaten, of dat wij daarvan hier ene verkorte spreekwijze hebben, zodat het “men zegt” beter te nemen ware: “De HEERE zegt. ” .
KruisverwijzingenJeremia 2:7→Ezechiël 16:24→Genesis 38:14→Jeremia 3:1→Jeremia 2:20→Deuteronomium 12:2→Jeremia 3:21→Jeremia 7:29→— Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.
Dit ziet op het verbond in Deut. 24:1-4, waar de Heere God verbiedt, dat de man zijn vrouw, van wie hij eenmaal wettig gescheiden is, weer trouwe, b. v na den dood van een andere, waar of wanneer dan ook. Zo hij dit deed zou hij des Heeren wet met voeten treden en daarom het land verontreinigen. Israël, het nakroost van Abraham, heeft den Heere verlaten, had zijn wettigen Man verlaten. Het is daarom dat Hij door dit voorbeeld Zijn volk waarschuwt, dat de Heere zijn volk heeft verworpen, en het aan de ellende der ballingschap zal prijs geven.
Doch hoe is het! Volgt gij werkelijk deze roeping van Mijne barmhartigheid, en komt gij tot Mij, dat Ik u weer tot vrouw aanneme? Of is het misschien, dat gij even als tevoren met vele boeleerders hoereert, en nu wilt, dat Ik uwe handelwijze zal goedkeuren en u voor Mijne vrouw, zal erkennen? Hef uwe ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen, waar bedreeft gij gene hoererij? Is er ene enkele hoogte, waarop gij u niet met de afgoden hebt afgegeven? Gij hebt voor hen, voor uwe boeleerders (Gen. 38:14) gezeten aan de wegen met ene begeerte, als een Arabier in de woestijn naar reizigers loert, die hij wil beroven; alzo hebt gij het land ontheiligd met uwe hoererijen en met uwe boosheid. 1)
Zij was ene gemene hoer door de afgoderij geworden; gene zo dwaze godheid was er opgericht in de ganse nabuurschap, of de Joden wilden ze aanstonds hebben. Waar was een hoogte in het ganse land, of zij hadden er een afgod op gehad? Merkt hier dat het goed is in de bekering, droevige aanmerkingen te maken op bijzonder zondige bedrijven, waaraan wij schuldig zijn geweest en op de verscheidene plaatsen en gezelschappen, waar dezelve bedreven zijn, opdat wij God de eer mogen geven en ons zelf beschamen, door ene bijzondere belijdenis er van.
KruisverwijzingenJeremia 14:4→Leviticus 26:19→Jeremia 5:24→Jesaja 5:6→Jeremia 14:22→Deuteronomium 28:23→Amos 4:7→Joël 1:16→— Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
Daarom zijn ook volgens de bedreiging in Deut. 11:16; vv. de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen (Lev. 26:5). geweest. Gij laat u door zulk ene kastijding niet bewegen, om uwe zonden te erkennen en u van harte tot Mij te bekeren. Maar gij hebt een hoeren-voorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
KruisverwijzingenJeremia 3:19→Jeremia 2:2→Psalmen 71:17→Spreuken 2:17→Jeremia 31:9→Hosea 2:15→Spreuken 1:4→Maleachi 2:14→— Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!
Zult gij niet van nu af tot Mij roepen, als stondt gij in de beste verhouding tot Mij, en als ware Ik jegens u eveneens goed gezind: Mijn vader! Gij, die mij tot Uw volk hebt gemaakt, Gij zijt de leidsman mijner jeugd, wien ik mij dadelijk bij het begin mijner wording als gade heb overgegeven (Spr. 2:17. Hos. 8:3).
KruisverwijzingenJesaja 57:16→Jeremia 3:12→Jesaja 64:9→Psalmen 85:5→Micha 7:3→Sefanja 3:1→Micha 2:1→Ezechiël 22:6→— Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
Gij zegt, nu Ik u rechtvaardig bezoek: zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? zal Hij dien gestadig bewaren? Gij spreekt en handelt, alsof de schuld van Israëls ongeluk alleen aan Jehova’s hardnekkig toornen lag. Zie, gij spreekt alzo tot Mij en blijft met uw hart verre van Mij, en gij doet die boosheden, die Ik genoemd heb, en die zonde neemt de overhand; gij zet toch uwen bozen wil door (2 Kron. 34:33).
Deze rede schijnt tijdens ene grote onvruchtbaarheid (gelijk Jer. 14:1-6) te zijn uitgesproken en wel onder Josia, toen het volk vooral sinds de vernieuwing van het verbond met den Heere, die in het achttiende regeringsjaar van dien vromen koning plaats had (2 Kon. 23:3), zich als vroom aanstelde. De Heere God wijst op de tuchtigingen, op de straffen door het inhouden van den regen. En waar nu het volk klaagt en God van onrechtvaardigheid aanklaagt, daar wijst de Heere op het feit, dat zij Hem wel hun Vader, wel den leidsman hunner jeugd noemen, maar in hun boosheid volharden. Het ene strijdt met het ander. Zou de Heere genadig zijn, zal de Heere Zijne Vaderlijke goedheid en ontferming betonen, dan zal, ja dan kan dit alleen in den weg van hartelijk terugkeren tot Hem, den levenden God, en in dien van een verlaten van de afgoden. VERMANING TOT BEKERING. BELOFTE VAN GODS GENADE. Thans volgt het tweede deel der afdeling, die met Hoofdst. 2 begint en tot aan het einde van Hoofdst. 6 voortgaat. Het beeld van den volslagen afval van het rijk van Juda, dat in het eerste deel ontwikkeld is, waarmee zich ten tijde van Josia trotsheid en huichelarij verenigd hebben, om het des te onbuigzamer en strafbaarder te maken, wordt hier door nog fijnere en scherpere tekening van de werkelijke gesteldheid des volks zo tot in bijzonderheden uitgewerkt, dat de gelijkenis onmiskenbaar is. Door zulk ene dringende, insnijdende boetprediking wordt het uiterste beproefd, namelijk kennis van zonde en omkering tot God te bewerken, of deze nog voor den tegenwoordigen tijd ware te verwachten.
I. Vs. 6-25.KruisverwijzingenJeremia 23:4→Handelingen 20:28→Ezechiël 34:23→Psalmen 86:15→Efeze 4:11→Deuteronomium 24:1→Jeremia 2:27→Ezechiël 33:11→ — Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar. En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda. En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook. Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout. En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE. Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda. Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden. Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE. Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion. En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand. De lage trap, waarop Juda gekomen is, wordt in het licht gesteld door ene vergelijking met den afval van Israël, dat nu reeds lang de straf ondergaat, Juda heeft de straf gezien, even als het de zonde van het broedervolk gezien heeft, en weet waarom het zo zwaar bezocht is geworden. Toch doet het, in plaats van zich te laten waarschuwen dezelfde zonde in dezelfde, ja zelfs nog ergere mate, en het voegt daarbij de huichelarij, die voor gene straf vreest. Israël, het afvallige, kan nu nog vroom genoemd worden bij Juda, het verstokte Israël is nog meer nabij de genade, waardoor het eindelijk tot bekering komt, dan Juda. Daarom ontvangt de Profeet ook werkelijk den last, om zich met zijn roepen tot bekering en genade des Heeren tot het huis van Israël te wenden en daarin den nieuwen tijd der zaligheid te verkondigen, gelijk die nog eens het volk wacht. Juda zal echter op die wijze aan den toekomstigen zegen deel hebben, dat het ook door de verbanning naar het noorden heen moet en daar met Israël moet verenigd worden, om gezamenlijk naar het vaderland terug te keren. De tijd dezer bekering van beiden zal komen, hoe weinig ook de toestanden, gelijk ze nu zijn, dien laten verwachten. De Profeet ontvangt zelfs het woord, waarmee de Heere en Zijn volk zich weer met elkaar verloven.
KruisverwijzingenEzechiël 20:28→Jeremia 17:2→Ezechiël 23:11→Jeremia 7:24→Ezechiël 16:24→1 Koningen 14:23→2 Koningen 17:7→Ezechiël 16:31→— Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.
Voorts zei de HEERE tot mij in de dagen van den koning Josia, onder dezelfde omstandigheden, als bij Hoofdst. 2:1 genoemd zijn: Hebt gij gezien, niet in persoonlijk aanschouwen, want reeds is er bijna ene eeuw voorbijgegaan, maar in geestelijk medebeleven der geschiedenis van dien vroegeren tijd, wat de afgekeerde Israël gedaan heeft? die Ahola, welke in Ezech. 23 tegenover hare zuster Aholiba gesteld wordt, namelijk het noordelijk rijk der tien stammen, dat dadelijk van zijne wording onder Jerobeam I is overgegaan tot een stelselmatigen er nooit afgebrokenen afval van Mij tot aan den ondergang in de Assyrische ballingschap toe. Zij ging henen op allen hogen berg en tot onder allen groenen boom, die in haar gebied was, en hoereerde (2 Kon. 17:9 vv.) aldaar in de dienst van vreemde goden (Exod. 34:16).
KruisverwijzingenEzechiël 16:46→Ezechiël 23:2→2 Koningen 17:13→Hosea 6:1→2 Kronieken 30:6→Jeremia 3:8→Hosea 14:1→— En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
En Ik zei, nadat zij zulks alles gedaan had, en zij toen reeds de straf der verwerping voor Mijn aangezicht had verdiend, door de profeten, die Ik in Mijne grote lankmoedigheid en barmhartigheid tot hen zond, door Elia, Eliza, Hosea, Amos en Jona: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet, en veroorzaakte, dat alzo het gericht der verwerping toch over haar kwam (2 Kon. 18:6-18). Dit zag de trouweloze, want dien naam moet Ik haar geven, even als aan Israël dien van de afkeerde (vs. 6), hare zuster Juda.
KruisverwijzingenDeuteronomium 24:1→Jesaja 50:1→Jeremia 3:1→2 Koningen 18:9→Ezechiël 23:9→Ezechiël 23:11→Hosea 3:4→Hosea 9:15→— En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook.
En ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israël overspel bedreven had, haar verlaten en haar haren scheidbrief gegeven had, zodat zij uit Mijn huis, het heilige land (Deut. 24:1), was weggezonden naar Assyrië, dat de trouweloze, hare zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen en hoereerde zelf ook. 1) Alsof zij het gevolg van de handelwijze harer zuster niet gezien had, ging zij denzelfden weg op en bedreef zij hoererij (2 (Kon. 17:19) op alle hoge bergen en onder alle groene bomen (Hoofdst. 2:20).
Merk hier, dat de trouweloosheid van zulken, die voorgeven God aan te kleven, zowel voor afval zal gerekend worden, als diegenen, die openlijk van Hem afvallen. Juda zag wat Israël deed, en wat daarvan kwam, en moest zich hebben laten waarschuwen. Want Israëls gevangenis was geschied tot Juda’s vermaning, maar zij had het bedoelde einde niet bereikt. Juda vreesde niet, maar achtte zich veilig, omdat zij Levieten tot hare priesters had en zonen van David tot hare koningen. Merk hier, dat het een bewijs is van grote domheid en zorgeloosheid, wanneer wij door Gods oordelen over anderen niet tot een heilige vreze worden opgewekt.
KruisverwijzingenJeremia 2:27→Jeremia 3:2→Jesaja 57:6→Jeremia 10:8→Jeremia 2:7→Habakuk 2:19→Ezechiël 23:10→Hosea 4:12→— Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
Ja, het geschiedde vanwege het gerucht harer hoererij, die overal is opgetreden en alom bekend is geworden, dat zij het land ontheiligde (Hoofdst. 2:7); want zij bedreef overspel met steen en hout, dienende de afgoden (Hoofdst. 2:27).
KruisverwijzingenHosea 7:14→Psalmen 66:3→Jeremia 12:2→Jesaja 10:6→Psalmen 78:36→2 Kronieken 34:33→Psalmen 18:44→— En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.
En zelfs in dit alles, hoewel die echtbreuk tot op het ergste geworden is, gelijk de toestanden onder Manasse en Ammon bewijzen (2 Kon. 21), heeft zich hare trouweloze zuster Juda, de zuster van het afvallige Israël, tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, daar zij toch moest weten, welk einde het nemen zou, maar valselijk, schijnbaar heeft het zich onder Josia bekeerd; het is op leugen en bedrog uitgelopen, spreekt de HEERE. Voor de van God vervreemden is er gene ervaring meer, zij willen er gene opdoen, zij willen niets leren; zij zijn van den beginne af tegen alle ervaring en kunnen niet eens het woord horen en dulden.
KruisverwijzingenEzechiël 16:51→Ezechiël 23:11→Ezechiël 16:47→Hosea 4:16→Hosea 11:7→Jeremia 3:8→Jeremia 3:22→— Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
Dies de HEERE tot mij zei, van al wat Hij in deze rede mij te kennen gegeven had, de slotsom trekkende: De afgekeerde Israël heeft, hoe erg zij het ook in haren tijd gemaakt heeft, hare ziel gerechtvaardigd meer dan de trouweloze Juda; zij is hij haar vergeleken nog niet zo erg, want Juda had meerdere genademiddelen, had den tempel en het wettige koningschap in haar midden, en bovendien een sterk voorbeeld tot waarschuwing voor, zich; toch heeft zij het veel erger gemaakt (Ezech. 16:51 vv.). De zwaarte der zonde moet worden afgemeten naar de grootheid van het ongeloof; want waar het ongeloof groter is daar is ook de zonde zwaarder, en het ongeloof is te groter, naarmate de prediking duidelijker en de kennis groter is. Wat zal dan onze verontschuldiging zijn, nu wij zo duidelijk het woord van God hebben vernomen! nu wij de blindheid der Joden hebben gezien en door vele voorbeelden zijn gewaarschuwd.
KruisverwijzingenPsalmen 86:15→Ezechiël 33:11→Jeremia 33:26→Psalmen 86:5→Jeremia 3:5→Jeremia 3:22→Jeremia 31:20→Jeremia 3:18→— Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
Ga dan henen, omdat daar uw woord nog eer opene oren en ontvankelijke harten zal vinden, dan hier in Juda, en roep deze woorden uit tegen het noorden, tegen Assyrië waarheen de tien stammen nu reeds sedert ene eeuw in ballingschap zijn weggevoerd, en zeg: Bekeer u van uwe vroegere zonden tot Mijnen dienst, als van den enigen, waarachtigen God, gij afgekeerde Israël? 1) spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijnen toorn op ulieden niet doen vallen, dat Ik u voortaan nog zo toornig zou aanzien als weleer; want Ik ben a) goedertieren, spreekt de HEERE; Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden (9 (Kron. 30:9).
Ps. 86:15; 103:8, 9; 145:17.
De Heere spreekt hier niet tot Juda, maar om Juda tot jaloersheid te verwekken tot het rijk der tien stammen, hetwelk reeds in ballingschap, in ellende zuchtte. De Heere roept hier dat in ballingschap verkerend volk tot bekering en belooft het, indien ‘t zich tot Hem bekeert, zijn zonde en schuld belijdt, weer volkomene aanneming en de rijkste zegeningen. Als het zich bekeert, al zijn het dan ook slechts enkelen (vs. 14), zal de Heere het weer brengen tot Zion, zal het delen in de gunste zijns Gods, en ervaren, dat Hij, de Heere, den toorn niet tot in eeuwigheid behoudt. Waar de Heere met Zijn toorn heeft gedreigd, ja Zijn toorn heeft geopenbaard, daar wil Hij nu in de heerlijkste toezeggingen Zijne liefde openbaren.
KruisverwijzingenJeremia 2:25→Deuteronomium 30:1→Jeremia 3:6→Deuteronomium 12:2→Jeremia 3:25→Jeremia 3:2→Lukas 15:18→Jeremia 2:20→— Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
Deze voorwaarde alleen moet Ik stellen: ken uwe ongerechtigheid, 1) dat gij tegen den HEERE, uwen God, hebt overtreden, en uwe wegen verstrooid hebt tot de vreemden, nu tot deze dan tot gene afgoden u wendende, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem, die menigmaal en op menigerlei wijze u tot bekering riep, niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
Dit is de grote eis Gods, Israël moest zijne ongerechtigheid kennen, d. i. erkennen. Israël moest erkennen, dat het tegen den Heere vertreden had, dat dit zijne ongerechtigheid was, dat het den Heere had verlaten, trouwbreuk had gepleegd, het verbond had verbroken. Dat erkennen zou leiden tot belijden van schuld, ja er onafscheidelijk mede verbonden zijn. Want hij, die zijne ongerechtigheid voor zijn God erkent, ligt als berouwhebbend zondaar aan Zijne voeten. Kennis van zaligheid eerst na kennis van zonde.
KruisverwijzingenHosea 2:19→Jesaja 54:5→Jeremia 31:32→Jesaja 6:13→Jesaja 11:11→Jesaja 17:6→Jeremia 3:1→Jesaja 10:22→— Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE met al de kracht Zijner barmhartigheid en liefde: want Ik heb u getrouwd en Mijn recht als man ten opzichte van het volk Mijns eigendoms nooit overgegeven. Bekeert u, en Ik zal u aannemen, enen uit ene stad en twee uit een geslacht en zal u brengen in het middenpunt des heiligen lands, te Zion (Jes. 36:10); al zijn de terugkerenden nog zo weinig, zo zal toch het volk in zijne stammen, geslachten en families (Exod. 6:14) bewaard worden. De Heere had gezegd, dat Hij ene scheidbrief had gegeven (vs. 8), d. i. het openlijk betuigd had met dit volk gene verdere verbintenis te willen hebben; want de ballingschap was ene scheiding gelijk. Nu zegt Hij: “Ik ben uwe gade; want al ben Ik zo zwaar door u beledigd, daar gij de aan Mij beloofde trouw hebt verbroken zo blijf Ik toch vast in Mijn besluit, dat Ik uw gade ben. ” . Juist daarop grondt de Heere Zijne belofte van zegen, dat Hij de gemaal van Israël is en nooit heeft opgehouden, noch ophouden zal het te zijn. De Heere Jezus is door een huwelijksverbond met Zijn volk verenigd. In liefde ondertrouwde Hij Zijne gemeente als ene reine maand, lang voordat zij onder het slavenjuk kwam. Vol brandende liefde werkte Hij, gelijk Jakob voor Rachel, totdat haar gehele koopschat betaald was, en nu, nadat Hij haar door Zijnen Geest gezocht, en gebracht heeft tot Zijne kennis en liefde, nu wacht Hij het volheerlijke tijdstip, dat hun wederkerige zaligheid zal voltooid worden aan het bruiloftsmaal des Lams.
Hoe volkomen is de onvergelijkelijke goedheid van dezen God die zo mild is in vergeven! Er moge zich slechts één uit ene stad, en twee uit enen stam bekeren, toch wil Hij een nieuw begin met hen te Zion maken. Nog altijd ziet de mens gaarne op de menigte en hij blijft terug, omdat de meesten terugblijven. Hier komt echter het woord der genade tot de weinigen. Gods armen zijn ook voor die enkelen open, die uit de menigte uitgaan, en Hij voert ze naar Zion en Zijn rijk. Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Onmetelijk is de genade en vriendelijkheid des Heeren, die na een ontzaglijk groot getal van overtredingen nog berouw vraagt. God biedt ons Zijne genade, ja, Hij smeekt en bidt, dat wij toch tot Hem komen, zo wil Hij berouw aannemen tegenover de zonde. (J. ARND).
KruisverwijzingenJeremia 23:4→Handelingen 20:28→Ezechiël 34:23→Efeze 4:11→Johannes 21:15→Ezechiël 37:24→1 Samuël 13:14→1 Korinthe 3:1→— En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
En Ik zal ulieden a) herders, 1) bestuurders (Hoofdst. 10:21), geven naar Mijn hart, zo als David zulk een herder was (1 (Sam. 13:14. (Hand. 13:22), die zullen u weiden met wetenschap en verstand, even als Salomo dat in den goeden tijd zijner regering gedaan heeft (2 Kron. 1:10 vv. vgl. Jer. 23:5).
Jer. 23:4. Ezech. 34:23. Efez. 4:11.
Onder de herders zijn niet de profeten en priesters te verstaan, maar de burgerlijke Overheid, de regenten, vorsten, koningen (vgl. 2:8 en
. Dit bewijst niet alleen de parallelplaats (Hoofdst. 23:14), maar ook reeds het “naar Mijn hart, ” hetwelk duidelijk op 1 Sam. 13:14 terugslaat: waar David als een man getekend wordt, welken de Heere Zich naar Zijn hart gezocht had en tot vorst over Zijn volk had gesteld. Welker dingen kort begrip hierop uitkomt, dat de Messias, die dingen tegenwoordig vertonende, welke door de Arke en de andere ceremoniën afgeschaduwd waren, alle heiligheid der Arke en dergelijke voorbeelden, en metterdaad en uit het gemoed der gelovigen zou wegnemen.
KruisverwijzingenJesaja 65:17→Zacharia 10:7→Hebreeën 10:8→Mattheüs 3:9→Ezechiël 36:8→Jeremia 30:19→Sefanja 3:11→Jesaja 60:22→— En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
En het zal geschieden, wanneer gij, daar er bij het terugkeren slechts weinigen van waren, vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn, hetgeen door spoedige vermeerdering en onder een gelukkig bestuur zeker het geval zal zijn (Hoofdst. 23:3 vv. Jes. 49:19 vv. 54:1 vv), in het land uwer erve, in die dagen, wanneer Mijn rijk tot zijne volle openbaring komt, spreekt de HEERE, alsdan zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, alsof men nog langer zulk een zinnebeeldig teken van Mijne genadige tegenwoordigheid nodig had, ook zal zij in het hert niet opkomen, en zij zullen aan haar niet gedenken en haar niet bezoeken, en zij zal niet weer gemaakt worden, zij zal geen voorwerp der begeerte meer zijn, omdat zij geen voorwerp van behoefte meer is, men zal haar niet missen, ja haar geheel vergeten.
KruisverwijzingenJeremia 17:12→Ezechiël 43:7→Jeremia 11:8→Genesis 8:21→Jesaja 49:18→Ezechiël 1:26→Micha 4:1→Romeinen 1:21→— Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
Geheel nieuwe omstandigheden zijn in de plaats der oude getreden, die deze geheel en al op den achtergrond dringen (2 Kor. 5:17. Hebr. 8:13). Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen des HEEREN troon, 1) zodat wat vroeger de arke des verbonds was voor die heilige stad (1 Sam. 4:4. 1 Kron. 28:2 nu deze is voor de landen der aarde, en al de Heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN naams wil, die daar wordt gepredikt en aangeroepen, namelijk te Jeruzalem, als van waar de zegen der wereld moet uitgaan (Jes. 2:2 vv. Micha 4:1 vv.), en zij zullen, ten bewijze dat zij niet slechts uiterlijk, maar met hun ganse hart het rijk van God zijn toegedaan, niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart; zij zullen dus van gelijke gezindheid als het bekeerde Israël zijn (vs. 22 vv.).
Dat is ene grote belofte, die tot zelfs de laatste tijden van het Nieuwe Verbond omvat. Er zijn hier vier punten in het oog te houden: 1. De opheffing van het slechts typische heiligdom, waar de Geest des Heeren slechts in de wet, maar niet in de gemeente was, en daarom de verbondsark, waarin de stenen wettafelen lagen, de plaats der wetsopenbaring Gods was (Exod. 25:22.) Alleen boven de arke was toen het verzoendeksel, de troon Gods. 2) Heiliging van de ganse gemeente des Heeren, want dit is bedoeld, wanneer Jeruzalem genoemd wordt de troon Gods (vgl. (Ezech. 48:35): “want van Zion zal de wet uitgaan en het woord des Heeren van Jeruzalem” (Jes 2:3), namelijk door den Heiligen Geest. 3) De bekering der heidenen tot den Heere, die in Jeruzalem woont (vgl. (Jes. 60:11). 4) Het rijk Gods, waarin de mensen niet meer zullen wandelen naar het goeddunken van hun ondeugend hart, zal in Jeruzalem uit bekeerde Israëlieten en heidenen worden vergaderd (Jes. 60:21 1). In het vorige vers heeft de Heere God gezegd, dat Israël niet meer zou zeggen: de Arke des Verbonds des Heeren. Hier zegt de Heere, dat voortaan Jeruzalem door des Heeren trouw gered zou worden. Terecht merkt Hengstenberg aan: “wij hebben hier de aankondiging van een gehele vernietiging van den vroegeren vorm van het Rijk Gods voor ons, maar zulk een vernietiging der vorm, welke tegelijk de hoogste voleindiging van het wezen is, een vernietigen als die van den zaadkorrel, welke slechts sterft, om veel vrucht voort te brengen, van het vlees, hetwelk verderflijk gezaaid, opgewekt wordt in onverderflijkheid. ” Jeruzalem zou dus de plaats innemen van de Arke des Verbonds. Jeruzalem zou de woonplaats, en vertegenwoordigster van den God van Israël zijn. Men weet dat in den tweeden tempel, indien van Zerubbabel, de Arke des Verbonds werd gemist.
KruisverwijzingenAmos 9:15→Hosea 1:11→Jeremia 50:4→Jeremia 31:8→Jeremia 16:15→Jeremia 3:12→Jeremia 23:8→Jesaja 11:11→— In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
In die dagen der grote verandering, van welke in vs. 14 sprake was, zal het huis van Juda, dat van Mij verlaten zal geweest zijn (vs. 8) maar ook weer tot Mij is teruggekeerd, gaan tot het huis van Israël, en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, waarheen zij verstoten zijn (vs. 18. Hoofdst. 16:15; 31:8) in het land, dat Ik uwen vaderen ten erve gegeven heb (Hoofdst. 30 en 31. Ezech. 37:15 vv. Hos. 1:10 vv.) De Profeet gaat uit van ene vergelijking van het tegenwoordige Juda met Israël, dat in zekeren zin reeds tot het verledene behoort, en deze vergelijking valt ten gunste van Israël uit; daardoor wordt ene voorspelling uitgelokt, die aan Israël den hoogsten lichamelijken en geestelijken zegen voor ogen stelt. Hieraan knopen zich twee vragen vast. Daar de verwezenlijking van dezen zegen aan de voorwaarde van Israëls bekering verbonden is, zo verheft zich de vraag: zal deze bekering plaats vinden? en wanneer? Kan toch het profetisch oog tot in onafzienbare tijden geen moment van godsdienstige en staatkundige verheffing bij de tien stammen waarnemen, gelijk zij dan ook inderdaad tot op des tegenwoordigen dag verdwenen zijn (2 Kon. 17:23) Alzo is het voor den laatsten tijd bewaard, om de verlorene tien stammen weer aan het licht te brengen en tevens in het licht van kennis en zegen te plaatsen. Nu ontstond de andere vraag: “zal dan Israël alleen en niet Juda dat licht van kennis en zaligheid mede deelachtig worden?” Wij kunnen het antwoord op die vraag reeds van vs. 14 of tussen de regels lezen; de Profeet geeft het echter in vs. 18 v. nog met uitdrukkelijke woorden.
KruisverwijzingenJeremia 3:4→Jesaja 63:16→Daniël 11:16→Galaten 4:5→Galaten 3:26→Mattheüs 6:8→1 Johannes 3:1→Efeze 1:5→— Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.
Ik zei wel tot het verenigd huis van Juda en Israël, belovende wat ik vroeger (vs. 16) aan de weinige terugkerende Israëlieten toezegde: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten? 1) Welk deel zal Ik als Vader u, Mijnen kinderen toewijzen? en u geven het gewenste (Zach. 7:14) land (Ps. 106:24), de sierlijke erfenis van de heirscharen der Heidenen, namelijk Kanaän, dat al het heerlijke, hetwelk de Heidenen hebben, ver te boven gaat? Maar Ik zei, bij den zegen van uiterlijke welvaart ook dien van inwendigen zegen voegende: Gij zult tot Mij roepen in der daad en waarheid, en niet meer in huichelachtige schijnheiligheid (vs. 4): Mijn vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren. 2)
Niet alsof God Zijn gunst met tegenzin toonde. Neen, alhoewel Hij traag is tot toorn, zo is Hij toch gereed in barmhartigheid. Maar dit geeft te kennen, dat wij Zijne gunst ten uiterste onwaardig zijn, dat wij geen reden hebben om dezelve te verwachten, dat er niets in ons is om dezelve te verdienen en wij geen aanspraak daarop kunnen maken. En dat Hij zelf uitdenkt, hoe zulks te doen op zodanige wijze, dat Zijne ere, de ere Zijner rechtvaardigheid en heiligheid in de regering der wereld bewaard blijve.
De Heere God belooft hier den Geest der aanneming tot kinderen. Hij zelf beantwoordt alle de tegenwerpingen aan de onwaardigheid van Israël ontleend, opdat zij aldus en niet anders zouden opgelost worden. Hij zou hen doen roepen, Hij zou hun de vrijmoedigheid des geloofs geven, opdat zij Hem weer als hun Vader, als hun Bonds-God zouden aanroepen.
KruisverwijzingenJeremia 5:11→Jesaja 48:8→Maleachi 2:11→Hosea 3:1→Jeremia 3:1→Hosea 5:7→Hosea 6:7→Jeremia 3:8→— Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE.
Maar waarlijk tussen deze toekomst en de tegenwoordige toestanden is nog een hemelsbreed onderscheid en ene grote kloof; want zo als het nu is, moet Ik zeggen: gelijk ene wellustige vrouw trouweloos scheidt van haren vriend, gelijk zij haren wettigen man, wien zij hare liefde heeft beloofd, verlaat, om nu aan dezen, dan aan genen boeleerder te hangen, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israëls, spreekt de HEERE.
KruisverwijzingenJesaja 15:2→Jeremia 2:32→Jeremia 31:9→Jeremia 3:2→Jesaja 17:10→2 Korinthe 7:10→Jeremia 50:4→Ezechiël 7:16→— Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.
Doch men zal nog eenmaal tot nadenken komen en tot berouwvolle erkentenis van die zonde, en hoe zwaarder de zonde was, des te dieper zal ook het leed van het boetvaardige volk zijn. Er is ene stem gehoord op de hoge plaatsen, die nu nog de schouwplaatsen der misdaad zijn (vs. 6 en (Hoofdst. 2:20), een geween en smekingen der kinderen Israëls, omdat zij hunnen weg verkeerd en den HEERE, hunnen God, a) vergeten hebben.
Jer. 2:32.
KruisverwijzingenHosea 14:4→Hosea 6:1→Hosea 3:5→Jeremia 33:6→Hooglied 1:4→Zacharia 13:9→Jesaja 27:8→Hosea 14:8→— Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
Dan zal de oproeping tot bekering (vs. 14) hare uitwerking hebben en met al de kracht van Mijne vriendelijkheid en drang zal op nieuw worden gehoord, wat reeds in Hos. 11:2 vv. Israël toegeroepen is: Keert weer, gij afkerige kinderen! Ik zal, als uwe heelmeester (Exod. 15:26) uwe afkeringen, uwe ongehoorzaamheid genezen. En zij, de uitnodiging volgende met ware zelfveroordeling en oprecht berouw, zullen antwoorden: Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
KruisverwijzingenPsalmen 3:8→Psalmen 121:1→Jesaja 12:2→Jeremia 17:14→Jesaja 43:11→Jesaja 46:7→Jesaja 45:20→Psalmen 37:39→— Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil!
Waarlijk, a) te vergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigten der bergen met de afgoden, die wij daar hebben aangebeden, en van wie wij ons heil hebben gewacht: waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israël heil! 1) (Ps. 121:1).
Ps. 3:9.
In den Heere onzen God, is Israëls verlossing. Hij is de Heere en hij alleen kan behouden. Hij kan behouden, wanneer alle andere hulpe en helpers feilen. En Hij is onze God, en zal op Zijn eigen tijd en wijze verlossing voor ons uitwerken. Dit is zeer toepasselijk op de grote verlossing van de zonde, welke Jezus Christus voor ons uitwist; dit is de verlossing des Heeren, Zijne grote verlossing.
KruisverwijzingenHosea 9:10→Ezechiël 16:61→Jeremia 11:13→Hosea 2:8→Hosea 10:6→Ezechiël 16:63→— Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.
Want de schaamte heeft de arbeid onzer vaderen in het stichten van dien afgodendienst opgegeten, van onze deugd aan; ons schandelijk misdrijf heeft ons nederlagen berokkend, waarbij ons vermogen en ons bloed schandelijk zijn verloren gegaan. Hun schapen en hun runderen, die zij den afgoden offerden, hun zonen, die zij ter ere van Moloch slachtten, en hun dochteren, die zij ter ere van Astarte prijs gaven (Deut. 16:21), hebben zij te vergeefs overgegeven.
KruisverwijzingenJeremia 22:21→Klaagliederen 5:7→Deuteronomium 31:17→Jesaja 50:11→Nehemia 9:32→Klaagliederen 5:16→Jeremia 6:26→Ezechiël 36:32→— Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.
Wij liggen in onze schaamte en onze schande overdekt ons, nu wij tot rechte erkentenis van de nietigheid der afgoden zijn gekomen; wij zien nu hoe schandelijk wij met die afgoderij hebben gehandeld, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan, van het begin van ons volksbestaan af, tot op dezen dag, nu wij eerst tot volle erkentenis zijn gekomen; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest, 1) hoe dikwijls Hij ons ook van den weg des verderfs wilde terugroepen.
Deze uitdrukkingen zijn ontleend aan degenen, die zich op den grond nederwierpen, en zich met stof en asse overdekken, wegens bitterheid en benauwdheid des harten. (ENG. GODGEL.). Als ene erfenis, die de Apostelen, ons Christenen uit de heidenen, wilden achterlaten, hebben wij de leer over Israëls toekomst in Rom. 11:11 v. aan te zien; het is, omdat de Heilige Geest het had voorzien en ons heeft willen waarschuwen voor de valse gelijkstelling van de heidensch-Christelijke kerk met Israël, welke zo vroegtijdig plaats vond, de mening der Roomse kerk en hare anticipatie beheerst, en ook in de Lutherse kerk indrong. Ene opwekking tot ootmoed, ene waarschuwing voor gedachten van eigen verstand en voor de miskenning van Israëls toekomst vinden wij hier. Wat Luther aangaat, deze onderwierp zich in zijne mening eerst aan het woord der Schrift (vgl. Jes 37:21), doch later werd hij afgeleid door zijne ervaringen (hij had gehoord van een terugkeren van Christenen tot het Jodendom); nu zoekt hij met het woord der Schrift terecht te komen, zo goed als het kan. Uit Rom. 11 volgt de bekering der Joden geenszins, schrijft hij, Paulus bedoelt iets geheel iets anders; hij zegt echter niet wat dit is. Ene diepe smart zal door Israël gaan, wanneer het zich eens bekeert, dat het het verbond van zijnen God zo lang heeft vergeten en de liefde zo lang veracht heeft van dien God, die het altijd bemind heeft. Dat zal aan zijn geloof ene bijzondere levenskracht en aan Zijne liefde ene bijzondere innigheid geven; het zal geschieden, zo als in Zach. 12:10 geschreven staat. Dit is niet de belijdenis van Juda, maar van de boetvaardigen uit Israël. Hiermede wekt de Heere Juda op tot berouw en bekering. Hij wil daarmee Juda tot jaloersheid verwekken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Niets verenigt mensen zoals de genade van God. Twee mensen die door dezelfde Zaligmaker vergeven zijn, behoren elkaar lief te hebben — en zij zullen het doen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 3
Jeremia 3:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 24:1→Jeremia 2:20→Jeremia 4:1→Ezechiël 16:26→Jeremia 3:9→Jeremia 8:4→Jeremia 2:23→Hosea 14:1→
— Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
God Zelf lijkt hier voor een onmogelijkheid te staan. Zijn volk was van Hem weggegaan, zij hadden ontrouw tegenover Hem gehandeld, zij hadden zich bij andere goden gevoegd. Het geval was uitermate moeilijk. Als de HEERE dit volk weer terugneemt, zal dat er dan niet uitzien als een aanmoediging tot de zonde? Dat is juist de vraag die telkens weer opgeworpen wordt. Als God grote zondaars vrijelijk vergeeft, zal dat er dan niet op lijken dat Hij de zonde te lichtvaardig behandelt? Zal het vrije heil, door het geloof in Jezus, niet tot zonde leiden? De wereld zegt dat het zo zal zijn, en zelfs de Schrift lijkt de vraag te stellen: “Als een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij nog tot haar wederkeren? Zou niet datzelve land ganselijk ontheiligd worden?” En toch was Juda erger geweest dan de vrouw die hier beschreven wordt.
Hier lag een verschrikkelijke diepte van zonde, een ontzettende grootheid van boosheid. En wat een luister van goddelijke liefde wordt hier geopenbaard! Ik verwonder mij er niet over dat de vraag gesteld wordt: “Hoe kan God zo handelen en toch rechtvaardig zijn?” Hij kán het doen en toch rechtvaardig zijn, zoals wij u vaak hebben aangewezen; maar het blijft een zeer groot wonder van genade.
Jeremia 3:2-3.KruisverwijzingenJeremia 14:4→Leviticus 26:19→Jeremia 5:24→Jesaja 5:6→Jeremia 14:22→Deuteronomium 28:23→Amos 4:7→Joël 1:16→
— Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid. Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
Dit was heel sterke, ruwe taal, maar och, hoe waar was zij! Het volk was van God afgedwaald in allerlei onreinheid en bevlekking; en zelfs toen God hen tuchtigde door de regens terug te houden totdat de hongersnood hen bedreigde, keerden zij zich niet tot Hem. Zij leken een voorhoofd van diamant te hebben; zij konden niet beschaamd gemaakt worden. Er zijn misschien mensen van die soort in deze vergadering. Zo ja, laten zij letten op wat God zegt.
Jeremia 3:4.KruisverwijzingenJeremia 3:19→Jeremia 2:2→Psalmen 71:17→Spreuken 2:17→Jeremia 31:9→Hosea 2:15→Spreuken 1:4→Maleachi 2:14→
— Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!
Wilt u niet terugkomen? U wordt uitgenodigd tot de HEERE terug te keren, ondanks uw afdwaling, uw verkeerdheid, uw gruwelijke ongerechtigheid. Wilt u niet de betere dagen gedenken, toen God de Leidsman van uw jeugd was? U was niet altijd wat u nu bent. Wilt u van deze tijd af niet tot de HEERE roepen: “Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd”?
Jeremia 3:5.KruisverwijzingenJesaja 57:16→Jeremia 3:12→Jesaja 64:9→Psalmen 85:5→Micha 7:3→Sefanja 3:1→Micha 2:1→Ezechiël 22:6→
— Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
Nee, dat zal Hij niet doen. Niemand is zo traag tot toorn als onze God, en niemand is zo bereid daarvan af te zien als Hij. Hij is een God die vaardig is te vergeven, die wacht om te vergeven, die een welbehagen heeft in barmhartigheid. De zonde kan zo vuil zijn dat ik bij het lezen bijna bloos, zoals u het misschien bij het horen doet. En toch, hoe zwart zij ook is, God kan haar in de grootheid van Zijn barmhartigheid geheel wegdoen.
U bent in de zonde zo ver gegaan als u kon gaan; alleen gebrek aan macht heeft u ervan weerhouden nog erger te zijn dan u bent. En toch is dit het soort mensen tot wie God in barmhartigheid spreekt, terwijl Hij hen uitnodigt tot Hem terug te keren.
Jeremia 3:6-7.KruisverwijzingenEzechiël 16:46→Ezechiël 20:28→Jeremia 17:2→Ezechiël 23:11→Jeremia 7:24→Ezechiël 16:24→1 Koningen 14:23→2 Koningen 17:7→
— Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar. En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
Zij bouwden tempels voor valse goden op elke berg en in elk bos. Wat een diepte van barmhartigheid dat God zo’n bevlekte gebiedt tot Hem terug te keren: “En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij.”
Dat maakte de zonde van Juda nog erger dan die van Israël: zij zag deze grote ongerechtigheid in een ander, en toch ging zij heen en bedreef haar zelf. Sommigen zijn door de straf van anderen niet van de zonde terug te houden, maar zij lopen in het vuur waarin anderen verbrand zijn, en zo verzwaren zij hun zonde.
Jeremia 3:8-9.KruisverwijzingenDeuteronomium 24:1→Jeremia 2:27→Jeremia 3:2→Jesaja 57:6→Jesaja 50:1→Jeremia 3:1→Jeremia 10:8→Jeremia 2:7→
— En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook. Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
Zij bogen zich voor afgoden van hout of steen. Dat wil zeggen: zij gaf haar hart aan valse goden en diende stenen en stokken. En hoe moet het de levende God vertoornen te zien dat mensen zich van Hem afkeren om blokken hout en steen te dienen in Zijn plaats! En dan in het bijzonder een volk dat over de levende God onderwezen is: zo’n volk bedrijft de grofste daad van ontrouw tegen Hem en is tot de laatste graad wederspannig.
Jeremia 3:10-11.KruisverwijzingenHosea 7:14→Ezechiël 16:51→Ezechiël 23:11→Ezechiël 16:47→Hosea 4:16→Hosea 11:7→Psalmen 66:3→Jeremia 12:2→
— En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE. Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
De ene zondigde openlijk en hield daarin vol. De andere veinsde zich te bekeren en deed het niet, en die geveinsde bekering was in Gods ogen hatelijker dan zelfs de vermetele en openlijke zonde van Israël.
Wat moeten de volgende woorden dan zijn? Moeten zij niet luiden: “U hebt Mij zo slecht behandeld dat Ik nooit meer iets met u te doen wil hebben; de gewone welvoeglijkheid alleen al eist dat Ik u voor altijd buiten alle hoop stel”? Nee. Hoor deze woorden, en wees verbaasd.
Jeremia 3:12.KruisverwijzingenPsalmen 86:15→Ezechiël 33:11→Jeremia 33:26→Psalmen 86:5→Jeremia 3:5→Jeremia 3:22→Jeremia 31:20→Jeremia 3:18→
— Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
De onmetelijke barmhartigheid van deze genaderijke woorden! Hoe diep en zwart de zonde ook is, en hoe schrikkelijk de beschrijving ervan — hoe helder is de onmetelijke liefde die belooft die zonde weg te doen! Zij vergeet en vergeeft haar eens en voor altijd.
De belediging was vuil. Zij is van de soort die het hart van de eer van een mens doorsteekt. Het is een belediging die een mens nauwelijks ooit vergeven zal. Maar God gebiedt Zijn dwalende Israël terug te komen, en roept barmhartigheid uit — vrije barmhartigheid — zelfs voor zulke grove overtreders.
Jeremia 3:13.KruisverwijzingenJeremia 2:25→Deuteronomium 30:1→Jeremia 3:6→Deuteronomium 12:2→Jeremia 3:25→Jeremia 3:2→Lukas 15:18→Jeremia 2:20→
— Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
Beken dat bedroevende feit; erken dat u zo gezondigd hebt. Giet in het oor van God de volle belijdenis van uw schuld uit. Hij kan om niets minder vragen dan dit; en zeker kunt u daar niet tegen opzien. Hebt u Hem zo behandeld, kom dan en beken het met uw hoofd aan Zijn boezem. Hij is bereid u te ontvangen, ook al bent u de grootste zondaar die er buiten de hel te vinden is. Het is alles wat Hij van u vraagt: beken dat u verkeerd gedaan hebt. “Alleen ken uw ongerechtigheid.”
Het was onder de bomen dat zij hun altaren oprichtten om hun valse goden te dienen. Zo maakten zij de bossen, die vol schoonheid en zoet van gezang hadden moeten zijn, tot plaatsen van afgodendienst, waardoor God vertoornd werd. Maar Hij zegt: “Beken het alleen. Kom en beklaag het. Erken dat u schuldig geweest bent, en Ik zal de zonde wegdoen.”
Jeremia 3:14.KruisverwijzingenHosea 2:19→Jesaja 54:5→Jeremia 31:32→Jesaja 6:13→Jesaja 11:11→Jesaja 17:6→Jeremia 3:1→Jesaja 10:22→
— Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
Er staat hier een gemengd beeld, maar er is geen gemengde zin: kinderen, en toch met Hem gehuwd. De band was dubbel: zij waren geboren én ondertrouwd. God bekommert zich weinig om de regels van de menselijke redekunst en de vormelijke welsprekendheid. Als Zijn bedoeling maar volkomen duidelijk gemaakt kan worden, breekt Hij vrijelijk door alle regels heen die wij met recht voor ons spreken maken. “Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd.”
“Een uit een stad, en twee uit een geslacht” — en het woord “geslacht” werd in die tijden in een heel ruime zin gebruikt en omvatte misschien een van de twaalf stammen in haar geheel.
Jeremia 3:15.KruisverwijzingenJeremia 23:4→Handelingen 20:28→Ezechiël 34:23→Efeze 4:11→Johannes 21:15→Ezechiël 37:24→1 Samuël 13:14→1 Korinthe 3:1→
— En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
Wanneer God eenmaal begint mensen te vergeven, komt er geen einde aan. Hij gaat voort hen te zegenen met alles wat zij nodig hebben. De afgedwaalden zullen bij hun terugkeer niet buiten de kooi gelaten worden maar herders krijgen die over hen waken; en zij zullen niet aan een dorre weide overgelaten worden maar geweid worden met wetenschap en verstand.
Dat is uitgelezen voedsel voor de hongerige ziel! Wetenschap is goed, maar verstand is beter. Kennen kan van weinig nut zijn als wij niet ook de innerlijke en diepere kennis erbij hebben en verstáán wat wij kennen. Deze herders zullen u weiden met wetenschap en verstand: zij zullen niet alleen onderwijzen, maar zo onderwijzen dat u niet anders kán dan leren.
Jeremia 3:16.KruisverwijzingenJesaja 65:17→Zacharia 10:7→Hebreeën 10:8→Mattheüs 3:9→Ezechiël 36:8→Jeremia 30:19→Sefanja 3:11→Jesaja 60:22→
— En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
U weet dat zij aan de oude ceremoniële godsdienst gewend waren, die vol uitwendige gebruiken en vormen was. God zegt dat wanneer Hij Zijn dwalend volk tot Zich terugbrengt, zij met al dat louter uitwendige afgedaan zullen hebben. Zij zullen komen om God te dienen in geest en in waarheid, en om met Hem gemeenschap te hebben zonder het middel van de ark van het verbond of van een aardse priester. Zij zullen voor Zijn aangezicht wandelen in de vreugde van hun geest. En let erop: dit zijn dezelfde mensen die in dit hoofdstuk beschreven worden als degenen die het huis van God bevlekt hebben en tot hun volslagen schande van Hem afgedwaald zijn.
Het ceremoniële trekt zich terug in de schemerige achtergrond wanneer het geestelijke in volle kracht staat. Zij zijn voor zichzelf tot God gekomen en hebben die ark niet meer nodig. Wie in deze tijd dicht bij God wandelen, maken weinig op van het uitwendige. Wat God gebiedt, gehoorzamen zij; maar hun vertrouwen ligt in Hém. Ware godsdienst is geen vorm maar een leven en een ziel. Dicht bij God leven is de hoofdzaak, het werkelijk wezenlijke.
Evangelische bekering, wanneer zij vergeving met zich meebrengt, geeft doorgaans weinig om louter wettelijke plechtigheden. Wij hebben het teken niet nodig wanneer wij de zaak zelf ontvangen.
Jeremia 3:17.KruisverwijzingenJeremia 17:12→Ezechiël 43:7→Jeremia 11:8→Genesis 8:21→Jesaja 49:18→Ezechiël 1:26→Micha 4:1→Romeinen 1:21→
— Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
Juist die stad die als een hoer geworden was en vol gruwelen, zal de troon van de HEERE genoemd worden. Ik geloof dat dit nog letterlijk vervuld moet worden in Jeruzalem zelf, en ook geestelijk in de kerk. Dan zal zij niet achter de volken blijven maar hun hoofd worden, en in alle zegen voor de mensheid de leiding nemen.
Jeremia 3:18.KruisverwijzingenAmos 9:15→Hosea 1:11→Jeremia 50:4→Jeremia 31:8→Jeremia 16:15→Jeremia 3:12→Jeremia 23:8→Jesaja 11:11→
— In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
Er is geen twisten meer wanneer de genade binnenkomt. Israël en Juda vochten in de oude dagen tegen elkaar; maar wanneer zij beiden van de vergevende genade smaken, zullen zij elkaar liefhebben. Niets verenigt mensen zoals de genade van God. Twee mensen die door dezelfde Zaligmaker vergeven zijn, behoren elkaar lief te hebben — en zij zullen het doen.
Jeremia 3:19.KruisverwijzingenJeremia 3:4→Jesaja 63:16→Daniël 11:16→Galaten 4:5→Galaten 3:26→Mattheüs 6:8→1 Johannes 3:1→Efeze 1:5→
— Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.
Toen God dit alles gezegd had, lijkt Hij tot een stilstand gekomen te zijn, en zelfs in Zijn eigen hart lijkt de vraag op te komen hoe Hij deze heel zondige mensen als Zijn kinderen kan behandelen. Is het mogelijk? Kán het gedaan worden? Deze volken, die zich met onuitsprekelijke vuilheid bevlekt en verontreinigd hebben — kunnen zij onder de kinderen gezet worden, de kinderen van God?
God wist het karakter te veranderen en het hart te veranderen, zodat deze bevlekten, die het verst afgedwaald waren, tot Hem zouden terugkomen en onder Zijn heiligste, trouwste en gehoorzaamste kinderen zouden komen. Och, of Zijn genade dat wonder opnieuw in ons midden werken wilde! Bedenk wat Hij deed voor Saulus van Tarsen, die alles overtreffende vervolger, hoe Hij hem tot de allermoedigste van Zijn apostelen maakte. En Hij kan op dit ogenblik wie de uitgelezen lijfwacht van de duivel vormen zo veranderen dat zij soldaten van het kruis worden, het naast bij Christus, de grote Veldheer.
Wanneer God ons de geest van kinderen geeft, wordt het Hem gemakkelijk ons onder de kinderen te zetten. Waar de natuur van kinderen door de goddelijke wedergeboorte gegeven is, mogen de rechten van kinderen wel door de aanneming gegeven worden. “Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader!”
Dat tweede deel van de zegen houd ik altijd voor misschien het rijkste van de twee. De volharding van de heiligen tot het einde is het snoer van kroonjuwelen dat in het kistje van het verbond gevonden wordt: “en gij zult van achter Mij niet afkeren”. Als het ooit gebeuren kon dat schapen van Christus afvielen, dan zou mijn wankele, zwakke ziel tienduizend keer per dag vallen. Maar Hij die het goede werk begonnen heeft, heeft belooft het voort te zetten. Daar ligt onze veiligheid en onze rust.
Jeremia 3:20-21.KruisverwijzingenJeremia 5:11→Jesaja 48:8→Jesaja 15:2→Jeremia 2:32→Jeremia 31:9→Jeremia 3:2→Jesaja 17:10→2 Korinthe 7:10→
— Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE. Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.
Hoort u het? Hoort u Gods belofte en Zijn gebod: “Bekeert u, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen”? Nu het antwoord. God geve dat het in uw hart moge opwellen.
Dit is de ergste van alle misdaden: dat een vrouw ontrouw wordt aan haar huwelijksbeloften en zich afkeert van de man die zij verplicht is lief te hebben. Zeer zelden roept een man een ontrouwe vrouw terug. Maar God haat in Zijn oneindige barmhartigheid het verstoten; Hij kan de scheiding niet verdragen. Hij houdt nog vast aan het voorwerp van Zijn liefde en klaagt daarom met een zoete trouw van liefde over de ontrouw van Israël.
En terwijl Hij dat doet, wordt er een stem gehoord op de hoge plaatsen: een geween en gebeden van de kinderen van Israël, omdat zij hun weg verkeerd hebben en de HEERE hun God vergeten. Wat bleef er dan voor hen over dan droefheid? Zij stonden op hun hoogten en offerden aan hun nieuwe goden, en in plaats van vreugde en heilige psalmen en lofliederen riepen zij als de priesters van Baäl, en sneden en pijnigden zich zelf. God hoorde het: geween en gebeden — niet tót Hem, want zij hadden hun weg verkeerd. Hun droefheid kwam niet van Hem, want zij hadden de HEERE hun God vergeten. En toch had die droefheid iets hoopvols: zij vonden geen vreugde in hun nieuwe goden en trokken geen troost uit hun afdwalingen.
Het waren de plaatsen waar zij de altaren voor de valse goden gebouwd hadden. Hoe aangenaam is het geween van Zijn afgedwaald volk in de oren van God! De gelukkige God wil niet dat mensen bedroefd zijn, maar Hij is verheugd dat zij bedroefd zijn over de zonde. Nu zij hun afdwalingen en hun boosheid beginnen te bejammeren, zullen zij tot hun God terugkomen.
Jeremia 3:22.KruisverwijzingenHosea 14:4→Hosea 6:1→Hosea 3:5→Jeremia 33:6→Hooglied 1:4→Zacharia 13:9→Jesaja 27:8→Hosea 14:8→
— Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
Och, de wonderlijke barmhartigheid van God! Hij behandelt de zonde als een ziekte. Dat was een grote gedachte van Gods zijde: dat Hij de zonde niet zozeer als een moedwillige daad en misdaad zou aanzien, maar als een kwaal van het gemoed en de ziel. “Ik zal uw afkeringen genezen.” En zie het zoete antwoord dat Israël hierop geeft. Zo komen zij tot Hem terug en vinden het heil dat zij nodig hebben. Wij verlaten alle valse vertrouwens; wij laten onze aardse vreugden varen. Och, of dat antwoord uit ieder afgedwaald hart mocht komen dat hier vanavond is, en of er een herstelling mocht komen van de zwerver tot zijn God!
Jeremia 3:23-24.KruisverwijzingenPsalmen 3:8→Psalmen 121:1→Hosea 9:10→Jesaja 12:2→Jeremia 17:14→Jesaja 43:11→Jesaja 46:7→Jesaja 45:20→
— Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil! Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.
Zij hebben geen voordeel gehad van het dienen van afgoden; zij hebben er onder geleden. Zie, zij probeerden het van hun hoogten te krijgen. Zij hieven hun stem op tot hun goden, maar zij leerden er alleen rouwen en wenen. “Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen.”
Jeremia 3:25.KruisverwijzingenJeremia 22:21→Klaagliederen 5:7→Deuteronomium 31:17→Jesaja 50:11→Nehemia 9:32→Klaagliederen 5:16→Jeremia 6:26→Ezechiël 36:32→
— Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.
Daar ziet u de bekering die de HEERE van Zijn volk eiste; en waar zo’n bekering is, daar zijn zeker ook aanneming en zaligheid. Moge zo’n bekering het deel worden van alle zwervers die nu naar mijn woorden horen. God geve ons die bekering, en behoude ons om Zijn barmhartigheid.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-5.KruisverwijzingenJeremia 14:4→Leviticus 26:19→Jeremia 5:24→Jesaja 5:6→Jeremia 14:22→Deuteronomium 28:23→Deuteronomium 24:1→Amos 4:7→
— Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE. Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid. Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden. Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd! Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
Nog staat tegen alle gewone regelen der wet in, en alleen volgens den maatstaf der Goddelijke barmhartigheid, de wederopname in de bondsbetrekking met God, en daarmee de weg tot redding van het verderf voor het volk open. Israël is echter te zeer in afgoderij verzonken dan dat het lust zou hebben, om zich tot die verbondsbetrekking ernstig te bekeren; het is veel te veel in het bedrog der zonde verstrikt, dan dat niet altijd weer zijn boze aard zou te voorschijn komen.
Men zegt: 1) Zo een man zijne huisvrouw verlaat, haar wegzendt met enen scheidbrief, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook, wanneer ook die andere man haar moede wordt en haar wegzendt, tot haar nog wederkeren 2), Zou, naar de wet in Deut. 24:1-4, datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden, wanneer die eerste man haar weer aannam? Gij nu, o Israël! dat Ik Mij ter vrouwe had genomen, zonder dat ik u ooit een scheidbrief zou gegeven, of uit die huwelijksverbintenis zou ontslagen hebben (Jes. 50:1) hebt met vele boeleerders gehoereerd. Gij hebt u aan den dienst van alle mogelijke afgoden overgegeven en daardoor het wettelijk onmogelijk gemaakt, dat Ik u weer zou aannemen, zelfs wanneer gij uwe boeleerders verliet. Keer nochtans weer tot Mij, spreekt de HEERE in Zijne grondeloze barmhartigheid, die uwe wederopname, welke wettelijk onmogelijk is, toch mogelijk maakt.
Het vers begint met het woord “zeggende. ” Verschillend zijn de verklaringen hier van. Ons komt het waarschijnlijkst voor, dat hier het gewone “toen geschiedde het woord des Heeren tot mij” is uitgelaten, of dat wij daarvan hier ene verkorte spreekwijze hebben, zodat het “men zegt” beter te nemen ware: “De HEERE zegt. ” .
Dit ziet op het verbond in Deut. 24:1-4, waar de Heere God verbiedt, dat de man zijn vrouw, van wie hij eenmaal wettig gescheiden is, weer trouwe, b. v na den dood van een andere, waar of wanneer dan ook. Zo hij dit deed zou hij des Heeren wet met voeten treden en daarom het land verontreinigen. Israël, het nakroost van Abraham, heeft den Heere verlaten, had zijn wettigen Man verlaten. Het is daarom dat Hij door dit voorbeeld Zijn volk waarschuwt, dat de Heere zijn volk heeft verworpen, en het aan de ellende der ballingschap zal prijs geven.
Doch hoe is het! Volgt gij werkelijk deze roeping van Mijne barmhartigheid, en komt gij tot Mij, dat Ik u weer tot vrouw aanneme? Of is het misschien, dat gij even als tevoren met vele boeleerders hoereert, en nu wilt, dat Ik uwe handelwijze zal goedkeuren en u voor Mijne vrouw, zal erkennen? Hef uwe ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen, waar bedreeft gij gene hoererij? Is er ene enkele hoogte, waarop gij u niet met de afgoden hebt afgegeven? Gij hebt voor hen, voor uwe boeleerders (Gen. 38:14) gezeten aan de wegen met ene begeerte, als een Arabier in de woestijn naar reizigers loert, die hij wil beroven; alzo hebt gij het land ontheiligd met uwe hoererijen en met uwe boosheid. 1)
Zij was ene gemene hoer door de afgoderij geworden; gene zo dwaze godheid was er opgericht in de ganse nabuurschap, of de Joden wilden ze aanstonds hebben. Waar was een hoogte in het ganse land, of zij hadden er een afgod op gehad? Merkt hier dat het goed is in de bekering, droevige aanmerkingen te maken op bijzonder zondige bedrijven, waaraan wij schuldig zijn geweest en op de verscheidene plaatsen en gezelschappen, waar dezelve bedreven zijn, opdat wij God de eer mogen geven en ons zelf beschamen, door ene bijzondere belijdenis er van.
Daarom zijn ook volgens de bedreiging in Deut. 11:16; vv. de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen (Lev. 26:5). geweest. Gij laat u door zulk ene kastijding niet bewegen, om uwe zonden te erkennen en u van harte tot Mij te bekeren. Maar gij hebt een hoeren-voorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
Zult gij niet van nu af tot Mij roepen, als stondt gij in de beste verhouding tot Mij, en als ware Ik jegens u eveneens goed gezind: Mijn vader! Gij, die mij tot Uw volk hebt gemaakt, Gij zijt de leidsman mijner jeugd, wien ik mij dadelijk bij het begin mijner wording als gade heb overgegeven (Spr. 2:17. Hos. 8:3).
Gij zegt, nu Ik u rechtvaardig bezoek: zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? zal Hij dien gestadig bewaren? Gij spreekt en handelt, alsof de schuld van Israëls ongeluk alleen aan Jehova’s hardnekkig toornen lag. Zie, gij spreekt alzo tot Mij en blijft met uw hart verre van Mij, en gij doet die boosheden, die Ik genoemd heb, en die zonde neemt de overhand; gij zet toch uwen bozen wil door (2 Kron. 34:33).
Deze rede schijnt tijdens ene grote onvruchtbaarheid (gelijk Jer. 14:1-6) te zijn uitgesproken en wel onder Josia, toen het volk vooral sinds de vernieuwing van het verbond met den Heere, die in het achttiende regeringsjaar van dien vromen koning plaats had (2 Kon. 23:3), zich als vroom aanstelde. De Heere God wijst op de tuchtigingen, op de straffen door het inhouden van den regen. En waar nu het volk klaagt en God van onrechtvaardigheid aanklaagt, daar wijst de Heere op het feit, dat zij Hem wel hun Vader, wel den leidsman hunner jeugd noemen, maar in hun boosheid volharden. Het ene strijdt met het ander. Zou de Heere genadig zijn, zal de Heere Zijne Vaderlijke goedheid en ontferming betonen, dan zal, ja dan kan dit alleen in den weg van hartelijk terugkeren tot Hem, den levenden God, en in dien van een verlaten van de afgoden. VERMANING TOT BEKERING. BELOFTE VAN GODS GENADE. Thans volgt het tweede deel der afdeling, die met Hoofdst. 2 begint en tot aan het einde van Hoofdst. 6 voortgaat. Het beeld van den volslagen afval van het rijk van Juda, dat in het eerste deel ontwikkeld is, waarmee zich ten tijde van Josia trotsheid en huichelarij verenigd hebben, om het des te onbuigzamer en strafbaarder te maken, wordt hier door nog fijnere en scherpere tekening van de werkelijke gesteldheid des volks zo tot in bijzonderheden uitgewerkt, dat de gelijkenis onmiskenbaar is. Door zulk ene dringende, insnijdende boetprediking wordt het uiterste beproefd, namelijk kennis van zonde en omkering tot God te bewerken, of deze nog voor den tegenwoordigen tijd ware te verwachten.
I. Vs. 6-25.KruisverwijzingenJeremia 23:4→Handelingen 20:28→Ezechiël 34:23→Psalmen 86:15→Efeze 4:11→Deuteronomium 24:1→Jeremia 2:27→Ezechiël 33:11→
— Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar. En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda. En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook. Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout. En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE. Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda. Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden. Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE. Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion. En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
De lage trap, waarop Juda gekomen is, wordt in het licht gesteld door ene vergelijking met den afval van Israël, dat nu reeds lang de straf ondergaat, Juda heeft de straf gezien, even als het de zonde van het broedervolk gezien heeft, en weet waarom het zo zwaar bezocht is geworden. Toch doet het, in plaats van zich te laten waarschuwen dezelfde zonde in dezelfde, ja zelfs nog ergere mate, en het voegt daarbij de huichelarij, die voor gene straf vreest. Israël, het afvallige, kan nu nog vroom genoemd worden bij Juda, het verstokte Israël is nog meer nabij de genade, waardoor het eindelijk tot bekering komt, dan Juda. Daarom ontvangt de Profeet ook werkelijk den last, om zich met zijn roepen tot bekering en genade des Heeren tot het huis van Israël te wenden en daarin den nieuwen tijd der zaligheid te verkondigen, gelijk die nog eens het volk wacht. Juda zal echter op die wijze aan den toekomstigen zegen deel hebben, dat het ook door de verbanning naar het noorden heen moet en daar met Israël moet verenigd worden, om gezamenlijk naar het vaderland terug te keren. De tijd dezer bekering van beiden zal komen, hoe weinig ook de toestanden, gelijk ze nu zijn, dien laten verwachten. De Profeet ontvangt zelfs het woord, waarmee de Heere en Zijn volk zich weer met elkaar verloven.
Voorts zei de HEERE tot mij in de dagen van den koning Josia, onder dezelfde omstandigheden, als bij Hoofdst. 2:1 genoemd zijn: Hebt gij gezien, niet in persoonlijk aanschouwen, want reeds is er bijna ene eeuw voorbijgegaan, maar in geestelijk medebeleven der geschiedenis van dien vroegeren tijd, wat de afgekeerde Israël gedaan heeft? die Ahola, welke in Ezech. 23 tegenover hare zuster Aholiba gesteld wordt, namelijk het noordelijk rijk der tien stammen, dat dadelijk van zijne wording onder Jerobeam I is overgegaan tot een stelselmatigen er nooit afgebrokenen afval van Mij tot aan den ondergang in de Assyrische ballingschap toe. Zij ging henen op allen hogen berg en tot onder allen groenen boom, die in haar gebied was, en hoereerde (2 Kon. 17:9 vv.) aldaar in de dienst van vreemde goden (Exod. 34:16).
En Ik zei, nadat zij zulks alles gedaan had, en zij toen reeds de straf der verwerping voor Mijn aangezicht had verdiend, door de profeten, die Ik in Mijne grote lankmoedigheid en barmhartigheid tot hen zond, door Elia, Eliza, Hosea, Amos en Jona: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet, en veroorzaakte, dat alzo het gericht der verwerping toch over haar kwam (2 Kon. 18:6-18). Dit zag de trouweloze, want dien naam moet Ik haar geven, even als aan Israël dien van de afkeerde (vs. 6), hare zuster Juda.
En ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israël overspel bedreven had, haar verlaten en haar haren scheidbrief gegeven had, zodat zij uit Mijn huis, het heilige land (Deut. 24:1), was weggezonden naar Assyrië, dat de trouweloze, hare zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen en hoereerde zelf ook. 1) Alsof zij het gevolg van de handelwijze harer zuster niet gezien had, ging zij denzelfden weg op en bedreef zij hoererij (2 (Kon. 17:19) op alle hoge bergen en onder alle groene bomen (Hoofdst. 2:20).
Merk hier, dat de trouweloosheid van zulken, die voorgeven God aan te kleven, zowel voor afval zal gerekend worden, als diegenen, die openlijk van Hem afvallen. Juda zag wat Israël deed, en wat daarvan kwam, en moest zich hebben laten waarschuwen. Want Israëls gevangenis was geschied tot Juda’s vermaning, maar zij had het bedoelde einde niet bereikt. Juda vreesde niet, maar achtte zich veilig, omdat zij Levieten tot hare priesters had en zonen van David tot hare koningen. Merk hier, dat het een bewijs is van grote domheid en zorgeloosheid, wanneer wij door Gods oordelen over anderen niet tot een heilige vreze worden opgewekt.
Ja, het geschiedde vanwege het gerucht harer hoererij, die overal is opgetreden en alom bekend is geworden, dat zij het land ontheiligde (Hoofdst. 2:7); want zij bedreef overspel met steen en hout, dienende de afgoden (Hoofdst. 2:27).
En zelfs in dit alles, hoewel die echtbreuk tot op het ergste geworden is, gelijk de toestanden onder Manasse en Ammon bewijzen (2 Kon. 21), heeft zich hare trouweloze zuster Juda, de zuster van het afvallige Israël, tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, daar zij toch moest weten, welk einde het nemen zou, maar valselijk, schijnbaar heeft het zich onder Josia bekeerd; het is op leugen en bedrog uitgelopen, spreekt de HEERE. Voor de van God vervreemden is er gene ervaring meer, zij willen er gene opdoen, zij willen niets leren; zij zijn van den beginne af tegen alle ervaring en kunnen niet eens het woord horen en dulden.
Dies de HEERE tot mij zei, van al wat Hij in deze rede mij te kennen gegeven had, de slotsom trekkende: De afgekeerde Israël heeft, hoe erg zij het ook in haren tijd gemaakt heeft, hare ziel gerechtvaardigd meer dan de trouweloze Juda; zij is hij haar vergeleken nog niet zo erg, want Juda had meerdere genademiddelen, had den tempel en het wettige koningschap in haar midden, en bovendien een sterk voorbeeld tot waarschuwing voor, zich; toch heeft zij het veel erger gemaakt (Ezech. 16:51 vv.). De zwaarte der zonde moet worden afgemeten naar de grootheid van het ongeloof; want waar het ongeloof groter is daar is ook de zonde zwaarder, en het ongeloof is te groter, naarmate de prediking duidelijker en de kennis groter is. Wat zal dan onze verontschuldiging zijn, nu wij zo duidelijk het woord van God hebben vernomen! nu wij de blindheid der Joden hebben gezien en door vele voorbeelden zijn gewaarschuwd.
Ga dan henen, omdat daar uw woord nog eer opene oren en ontvankelijke harten zal vinden, dan hier in Juda, en roep deze woorden uit tegen het noorden, tegen Assyrië waarheen de tien stammen nu reeds sedert ene eeuw in ballingschap zijn weggevoerd, en zeg: Bekeer u van uwe vroegere zonden tot Mijnen dienst, als van den enigen, waarachtigen God, gij afgekeerde Israël? 1) spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijnen toorn op ulieden niet doen vallen, dat Ik u voortaan nog zo toornig zou aanzien als weleer; want Ik ben a) goedertieren, spreekt de HEERE; Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden (9 (Kron. 30:9).
Ps. 86:15; 103:8, 9; 145:17.
De Heere spreekt hier niet tot Juda, maar om Juda tot jaloersheid te verwekken tot het rijk der tien stammen, hetwelk reeds in ballingschap, in ellende zuchtte. De Heere roept hier dat in ballingschap verkerend volk tot bekering en belooft het, indien ‘t zich tot Hem bekeert, zijn zonde en schuld belijdt, weer volkomene aanneming en de rijkste zegeningen. Als het zich bekeert, al zijn het dan ook slechts enkelen (vs. 14), zal de Heere het weer brengen tot Zion, zal het delen in de gunste zijns Gods, en ervaren, dat Hij, de Heere, den toorn niet tot in eeuwigheid behoudt. Waar de Heere met Zijn toorn heeft gedreigd, ja Zijn toorn heeft geopenbaard, daar wil Hij nu in de heerlijkste toezeggingen Zijne liefde openbaren.
Deze voorwaarde alleen moet Ik stellen: ken uwe ongerechtigheid, 1) dat gij tegen den HEERE, uwen God, hebt overtreden, en uwe wegen verstrooid hebt tot de vreemden, nu tot deze dan tot gene afgoden u wendende, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem, die menigmaal en op menigerlei wijze u tot bekering riep, niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
Dit is de grote eis Gods, Israël moest zijne ongerechtigheid kennen, d. i. erkennen. Israël moest erkennen, dat het tegen den Heere vertreden had, dat dit zijne ongerechtigheid was, dat het den Heere had verlaten, trouwbreuk had gepleegd, het verbond had verbroken. Dat erkennen zou leiden tot belijden van schuld, ja er onafscheidelijk mede verbonden zijn. Want hij, die zijne ongerechtigheid voor zijn God erkent, ligt als berouwhebbend zondaar aan Zijne voeten. Kennis van zaligheid eerst na kennis van zonde.
Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE met al de kracht Zijner barmhartigheid en liefde: want Ik heb u getrouwd en Mijn recht als man ten opzichte van het volk Mijns eigendoms nooit overgegeven. Bekeert u, en Ik zal u aannemen, enen uit ene stad en twee uit een geslacht en zal u brengen in het middenpunt des heiligen lands, te Zion (Jes. 36:10); al zijn de terugkerenden nog zo weinig, zo zal toch het volk in zijne stammen, geslachten en families (Exod. 6:14) bewaard worden. De Heere had gezegd, dat Hij ene scheidbrief had gegeven (vs. 8), d. i. het openlijk betuigd had met dit volk gene verdere verbintenis te willen hebben; want de ballingschap was ene scheiding gelijk. Nu zegt Hij: “Ik ben uwe gade; want al ben Ik zo zwaar door u beledigd, daar gij de aan Mij beloofde trouw hebt verbroken zo blijf Ik toch vast in Mijn besluit, dat Ik uw gade ben. ” . Juist daarop grondt de Heere Zijne belofte van zegen, dat Hij de gemaal van Israël is en nooit heeft opgehouden, noch ophouden zal het te zijn. De Heere Jezus is door een huwelijksverbond met Zijn volk verenigd. In liefde ondertrouwde Hij Zijne gemeente als ene reine maand, lang voordat zij onder het slavenjuk kwam. Vol brandende liefde werkte Hij, gelijk Jakob voor Rachel, totdat haar gehele koopschat betaald was, en nu, nadat Hij haar door Zijnen Geest gezocht, en gebracht heeft tot Zijne kennis en liefde, nu wacht Hij het volheerlijke tijdstip, dat hun wederkerige zaligheid zal voltooid worden aan het bruiloftsmaal des Lams.
Hoe volkomen is de onvergelijkelijke goedheid van dezen God die zo mild is in vergeven! Er moge zich slechts één uit ene stad, en twee uit enen stam bekeren, toch wil Hij een nieuw begin met hen te Zion maken. Nog altijd ziet de mens gaarne op de menigte en hij blijft terug, omdat de meesten terugblijven. Hier komt echter het woord der genade tot de weinigen. Gods armen zijn ook voor die enkelen open, die uit de menigte uitgaan, en Hij voert ze naar Zion en Zijn rijk. Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Onmetelijk is de genade en vriendelijkheid des Heeren, die na een ontzaglijk groot getal van overtredingen nog berouw vraagt. God biedt ons Zijne genade, ja, Hij smeekt en bidt, dat wij toch tot Hem komen, zo wil Hij berouw aannemen tegenover de zonde. (J. ARND).
En Ik zal ulieden a) herders, 1) bestuurders (Hoofdst. 10:21), geven naar Mijn hart, zo als David zulk een herder was (1 (Sam. 13:14. (Hand. 13:22), die zullen u weiden met wetenschap en verstand, even als Salomo dat in den goeden tijd zijner regering gedaan heeft (2 Kron. 1:10 vv. vgl. Jer. 23:5).
Jer. 23:4. Ezech. 34:23. Efez. 4:11.
Onder de herders zijn niet de profeten en priesters te verstaan, maar de burgerlijke Overheid, de regenten, vorsten, koningen (vgl. 2:8 en
. Dit bewijst niet alleen de parallelplaats (Hoofdst. 23:14), maar ook reeds het “naar Mijn hart, ” hetwelk duidelijk op 1 Sam. 13:14 terugslaat: waar David als een man getekend wordt, welken de Heere Zich naar Zijn hart gezocht had en tot vorst over Zijn volk had gesteld. Welker dingen kort begrip hierop uitkomt, dat de Messias, die dingen tegenwoordig vertonende, welke door de Arke en de andere ceremoniën afgeschaduwd waren, alle heiligheid der Arke en dergelijke voorbeelden, en metterdaad en uit het gemoed der gelovigen zou wegnemen.
En het zal geschieden, wanneer gij, daar er bij het terugkeren slechts weinigen van waren, vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn, hetgeen door spoedige vermeerdering en onder een gelukkig bestuur zeker het geval zal zijn (Hoofdst. 23:3 vv. Jes. 49:19 vv. 54:1 vv), in het land uwer erve, in die dagen, wanneer Mijn rijk tot zijne volle openbaring komt, spreekt de HEERE, alsdan zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, alsof men nog langer zulk een zinnebeeldig teken van Mijne genadige tegenwoordigheid nodig had, ook zal zij in het hert niet opkomen, en zij zullen aan haar niet gedenken en haar niet bezoeken, en zij zal niet weer gemaakt worden, zij zal geen voorwerp der begeerte meer zijn, omdat zij geen voorwerp van behoefte meer is, men zal haar niet missen, ja haar geheel vergeten.
Geheel nieuwe omstandigheden zijn in de plaats der oude getreden, die deze geheel en al op den achtergrond dringen (2 Kor. 5:17. Hebr. 8:13). Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen des HEEREN troon, 1) zodat wat vroeger de arke des verbonds was voor die heilige stad (1 Sam. 4:4. 1 Kron. 28:2 nu deze is voor de landen der aarde, en al de Heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN naams wil, die daar wordt gepredikt en aangeroepen, namelijk te Jeruzalem, als van waar de zegen der wereld moet uitgaan (Jes. 2:2 vv. Micha 4:1 vv.), en zij zullen, ten bewijze dat zij niet slechts uiterlijk, maar met hun ganse hart het rijk van God zijn toegedaan, niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart; zij zullen dus van gelijke gezindheid als het bekeerde Israël zijn (vs. 22 vv.).
Dat is ene grote belofte, die tot zelfs de laatste tijden van het Nieuwe Verbond omvat. Er zijn hier vier punten in het oog te houden: 1. De opheffing van het slechts typische heiligdom, waar de Geest des Heeren slechts in de wet, maar niet in de gemeente was, en daarom de verbondsark, waarin de stenen wettafelen lagen, de plaats der wetsopenbaring Gods was (Exod. 25:22.) Alleen boven de arke was toen het verzoendeksel, de troon Gods. 2) Heiliging van de ganse gemeente des Heeren, want dit is bedoeld, wanneer Jeruzalem genoemd wordt de troon Gods (vgl. (Ezech. 48:35): “want van Zion zal de wet uitgaan en het woord des Heeren van Jeruzalem” (Jes 2:3), namelijk door den Heiligen Geest. 3) De bekering der heidenen tot den Heere, die in Jeruzalem woont (vgl. (Jes. 60:11). 4) Het rijk Gods, waarin de mensen niet meer zullen wandelen naar het goeddunken van hun ondeugend hart, zal in Jeruzalem uit bekeerde Israëlieten en heidenen worden vergaderd (Jes. 60:21 1). In het vorige vers heeft de Heere God gezegd, dat Israël niet meer zou zeggen: de Arke des Verbonds des Heeren. Hier zegt de Heere, dat voortaan Jeruzalem door des Heeren trouw gered zou worden. Terecht merkt Hengstenberg aan: “wij hebben hier de aankondiging van een gehele vernietiging van den vroegeren vorm van het Rijk Gods voor ons, maar zulk een vernietiging der vorm, welke tegelijk de hoogste voleindiging van het wezen is, een vernietigen als die van den zaadkorrel, welke slechts sterft, om veel vrucht voort te brengen, van het vlees, hetwelk verderflijk gezaaid, opgewekt wordt in onverderflijkheid. ” Jeruzalem zou dus de plaats innemen van de Arke des Verbonds. Jeruzalem zou de woonplaats, en vertegenwoordigster van den God van Israël zijn. Men weet dat in den tweeden tempel, indien van Zerubbabel, de Arke des Verbonds werd gemist.
In die dagen der grote verandering, van welke in vs. 14 sprake was, zal het huis van Juda, dat van Mij verlaten zal geweest zijn (vs. 8) maar ook weer tot Mij is teruggekeerd, gaan tot het huis van Israël, en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, waarheen zij verstoten zijn (vs. 18. Hoofdst. 16:15; 31:8) in het land, dat Ik uwen vaderen ten erve gegeven heb (Hoofdst. 30 en 31. Ezech. 37:15 vv. Hos. 1:10 vv.) De Profeet gaat uit van ene vergelijking van het tegenwoordige Juda met Israël, dat in zekeren zin reeds tot het verledene behoort, en deze vergelijking valt ten gunste van Israël uit; daardoor wordt ene voorspelling uitgelokt, die aan Israël den hoogsten lichamelijken en geestelijken zegen voor ogen stelt. Hieraan knopen zich twee vragen vast. Daar de verwezenlijking van dezen zegen aan de voorwaarde van Israëls bekering verbonden is, zo verheft zich de vraag: zal deze bekering plaats vinden? en wanneer? Kan toch het profetisch oog tot in onafzienbare tijden geen moment van godsdienstige en staatkundige verheffing bij de tien stammen waarnemen, gelijk zij dan ook inderdaad tot op des tegenwoordigen dag verdwenen zijn (2 Kon. 17:23) Alzo is het voor den laatsten tijd bewaard, om de verlorene tien stammen weer aan het licht te brengen en tevens in het licht van kennis en zegen te plaatsen. Nu ontstond de andere vraag: “zal dan Israël alleen en niet Juda dat licht van kennis en zaligheid mede deelachtig worden?” Wij kunnen het antwoord op die vraag reeds van vs. 14 of tussen de regels lezen; de Profeet geeft het echter in vs. 18 v. nog met uitdrukkelijke woorden.
Ik zei wel tot het verenigd huis van Juda en Israël, belovende wat ik vroeger (vs. 16) aan de weinige terugkerende Israëlieten toezegde: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten? 1) Welk deel zal Ik als Vader u, Mijnen kinderen toewijzen? en u geven het gewenste (Zach. 7:14) land (Ps. 106:24), de sierlijke erfenis van de heirscharen der Heidenen, namelijk Kanaän, dat al het heerlijke, hetwelk de Heidenen hebben, ver te boven gaat? Maar Ik zei, bij den zegen van uiterlijke welvaart ook dien van inwendigen zegen voegende: Gij zult tot Mij roepen in der daad en waarheid, en niet meer in huichelachtige schijnheiligheid (vs. 4): Mijn vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren. 2)
Niet alsof God Zijn gunst met tegenzin toonde. Neen, alhoewel Hij traag is tot toorn, zo is Hij toch gereed in barmhartigheid. Maar dit geeft te kennen, dat wij Zijne gunst ten uiterste onwaardig zijn, dat wij geen reden hebben om dezelve te verwachten, dat er niets in ons is om dezelve te verdienen en wij geen aanspraak daarop kunnen maken. En dat Hij zelf uitdenkt, hoe zulks te doen op zodanige wijze, dat Zijne ere, de ere Zijner rechtvaardigheid en heiligheid in de regering der wereld bewaard blijve.
De Heere God belooft hier den Geest der aanneming tot kinderen. Hij zelf beantwoordt alle de tegenwerpingen aan de onwaardigheid van Israël ontleend, opdat zij aldus en niet anders zouden opgelost worden. Hij zou hen doen roepen, Hij zou hun de vrijmoedigheid des geloofs geven, opdat zij Hem weer als hun Vader, als hun Bonds-God zouden aanroepen.
Maar waarlijk tussen deze toekomst en de tegenwoordige toestanden is nog een hemelsbreed onderscheid en ene grote kloof; want zo als het nu is, moet Ik zeggen: gelijk ene wellustige vrouw trouweloos scheidt van haren vriend, gelijk zij haren wettigen man, wien zij hare liefde heeft beloofd, verlaat, om nu aan dezen, dan aan genen boeleerder te hangen, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israëls, spreekt de HEERE.
Doch men zal nog eenmaal tot nadenken komen en tot berouwvolle erkentenis van die zonde, en hoe zwaarder de zonde was, des te dieper zal ook het leed van het boetvaardige volk zijn. Er is ene stem gehoord op de hoge plaatsen, die nu nog de schouwplaatsen der misdaad zijn (vs. 6 en (Hoofdst. 2:20), een geween en smekingen der kinderen Israëls, omdat zij hunnen weg verkeerd en den HEERE, hunnen God, a) vergeten hebben.
Jer. 2:32.
Dan zal de oproeping tot bekering (vs. 14) hare uitwerking hebben en met al de kracht van Mijne vriendelijkheid en drang zal op nieuw worden gehoord, wat reeds in Hos. 11:2 vv. Israël toegeroepen is: Keert weer, gij afkerige kinderen! Ik zal, als uwe heelmeester (Exod. 15:26) uwe afkeringen, uwe ongehoorzaamheid genezen. En zij, de uitnodiging volgende met ware zelfveroordeling en oprecht berouw, zullen antwoorden: Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
Waarlijk, a) te vergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigten der bergen met de afgoden, die wij daar hebben aangebeden, en van wie wij ons heil hebben gewacht: waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israël heil! 1) (Ps. 121:1).
Ps. 3:9.
In den Heere onzen God, is Israëls verlossing. Hij is de Heere en hij alleen kan behouden. Hij kan behouden, wanneer alle andere hulpe en helpers feilen. En Hij is onze God, en zal op Zijn eigen tijd en wijze verlossing voor ons uitwerken. Dit is zeer toepasselijk op de grote verlossing van de zonde, welke Jezus Christus voor ons uitwist; dit is de verlossing des Heeren, Zijne grote verlossing.
Want de schaamte heeft de arbeid onzer vaderen in het stichten van dien afgodendienst opgegeten, van onze deugd aan; ons schandelijk misdrijf heeft ons nederlagen berokkend, waarbij ons vermogen en ons bloed schandelijk zijn verloren gegaan. Hun schapen en hun runderen, die zij den afgoden offerden, hun zonen, die zij ter ere van Moloch slachtten, en hun dochteren, die zij ter ere van Astarte prijs gaven (Deut. 16:21), hebben zij te vergeefs overgegeven.
Wij liggen in onze schaamte en onze schande overdekt ons, nu wij tot rechte erkentenis van de nietigheid der afgoden zijn gekomen; wij zien nu hoe schandelijk wij met die afgoderij hebben gehandeld, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan, van het begin van ons volksbestaan af, tot op dezen dag, nu wij eerst tot volle erkentenis zijn gekomen; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest, 1) hoe dikwijls Hij ons ook van den weg des verderfs wilde terugroepen.
Deze uitdrukkingen zijn ontleend aan degenen, die zich op den grond nederwierpen, en zich met stof en asse overdekken, wegens bitterheid en benauwdheid des harten. (ENG. GODGEL.). Als ene erfenis, die de Apostelen, ons Christenen uit de heidenen, wilden achterlaten, hebben wij de leer over Israëls toekomst in Rom. 11:11 v. aan te zien; het is, omdat de Heilige Geest het had voorzien en ons heeft willen waarschuwen voor de valse gelijkstelling van de heidensch-Christelijke kerk met Israël, welke zo vroegtijdig plaats vond, de mening der Roomse kerk en hare anticipatie beheerst, en ook in de Lutherse kerk indrong. Ene opwekking tot ootmoed, ene waarschuwing voor gedachten van eigen verstand en voor de miskenning van Israëls toekomst vinden wij hier. Wat Luther aangaat, deze onderwierp zich in zijne mening eerst aan het woord der Schrift (vgl. Jes 37:21), doch later werd hij afgeleid door zijne ervaringen (hij had gehoord van een terugkeren van Christenen tot het Jodendom); nu zoekt hij met het woord der Schrift terecht te komen, zo goed als het kan. Uit Rom. 11 volgt de bekering der Joden geenszins, schrijft hij, Paulus bedoelt iets geheel iets anders; hij zegt echter niet wat dit is. Ene diepe smart zal door Israël gaan, wanneer het zich eens bekeert, dat het het verbond van zijnen God zo lang heeft vergeten en de liefde zo lang veracht heeft van dien God, die het altijd bemind heeft. Dat zal aan zijn geloof ene bijzondere levenskracht en aan Zijne liefde ene bijzondere innigheid geven; het zal geschieden, zo als in Zach. 12:10 geschreven staat. Dit is niet de belijdenis van Juda, maar van de boetvaardigen uit Israël. Hiermede wekt de Heere Juda op tot berouw en bekering. Hij wil daarmee Juda tot jaloersheid verwekken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel