Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 3

1 Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Men zegtH559: Zo een manH376 zijnH1961 huisvrouwH802 verlaatH7971, en zij gaat vanH854 hem, en wordt eens anderen mansH376, zal hij ook tot haar nogH5750 wederkerenH7725? Zou datzelve landH776 nietH3808 grotelijks ontheiligdH2610 worden? GijH859 nu hebt met veelH7227 boeleerdersH7453 gehoereerdH2181, keer nochtans weder tot Mij, spreektH5002 de HEEREH3068. Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.

KJV They say,1 If a man4 put away3 his wife,6 and she go7 from him, and become another11 man's,10 shall he return unto her again?12 shall not that land18 be greatly16 polluted?17 but thou hast played the harlot21 with many23 lovers;22 yet return again24 to me, saith26 the LORD.

1 לֵאמֹ֡ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הֵ֣ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 יְשַׁלַּ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אִשְׁתּוֹ֩ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 7 וְהָלְכָ֨ה H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 8 מֵאִתּ֜וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 וְהָיְתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לְאִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 אַחֵ֗ר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 12 הֲיָשׁ֤וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 אֵלֶ֨יהָ֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 15 הֲל֛וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 חָנ֥וֹף H2610 ontheiligd, bevlekt, huichelaars corrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane 17 תֶּחֱנַ֖ף H2610 ontheiligd, bevlekt, huichelaars corrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane 18 הָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 19 הַהִ֑יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 20 וְאַ֗תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 21 זָנִית֙ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 22 רֵעִ֣ים H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 23 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 24 וְשׁ֥וֹב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 25 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 26 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 27 יְהֹוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 HefH5375 uw ogenH5869 opH5921 naar de hoge plaatsenH8205, en zieH7200 toe, waar zijt gij nietH3808 beslapenH7693? Gij hebt voor hen gezetenH3427 aanH5921 de wegenH1870, als een ArabierH6163 in de woestijnH4057; alzo hebt gij het landH776 ontheiligdH2610 met uw hoererijenH2184 en met uw boosheidH7451. Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.

KJV Lift up1 thine eyes2 unto the high places,4 and see5 where6 thou hast not been lien8 with. In the ways10 hast thou sat11 for them, as the Arabian13 in the wilderness;14 and thou hast polluted15 the land16 with thy whoredoms17 and with thy wickedness.

1 שְׂאִֽי H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 עֵינַ֨יִךְ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 שְׁפָיִ֜ם H8205 hoge plaatsen, hoogte high place, stick out 5 וּרְאִ֗י H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 אֵיפֹה֙ H375 waar what manner, where 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 שֻׁכַּ֔בְתְּ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 דְּרָכִים֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 יָשַׁ֣בְתְּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 לָהֶ֔ם 13 כַּעֲרָבִ֖י H6163 Arabieren, Arabier Arabian 14 בַּמִּדְבָּ֑ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 15 וַתַּחֲנִ֣יפִי H2610 ontheiligd, bevlekt, huichelaars corrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane 16 אֶ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 בִּזְנוּתַ֖יִךְ H2184 hoererij, hoererijen, Hoererij whoredom 18 וּבְרָעָתֵֽךְ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Daarom zijn de regendruppelenH7241 ingehoudenH4513, en er is geenH3808 spade regenH4456 geweestH1961. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofdH2181, gij weigertH3985 schaamroodH3637 te worden. Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.

KJV Therefore the showers2 have been withholden,1 and there hath been no latter rain;3 and thou hadst a whore's8 forehead,6 thou refusedst11 to be ashamed.

1 וַיִּמָּנְע֣וּ H4513 geweerd, onthouden, Bedwing deny, keep (back), refrain, restrain, withhold 2 רְבִבִ֔ים H7241 druppelen, droppelen, regendruppelen shower 3 וּמַלְק֖וֹשׁ H4456 spaden regen, spade regen, spaden regens latter rain 4 ל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 הָיָ֑ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 וּמֵ֨צַח H4696 voorhoofd, voorhoofden brow, forehead, [phrase] impudent 7 אִשָּׁ֤ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 זוֹנָה֙ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 9 הָ֣יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לָ֔ךְ 11 מֵאַ֖נְתְּ H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 12 הִכָּלֵֽם H3637 schande, schaamrood, beschaamd be (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zult gij nietH3808 van nuH6258 af tot Mij roepenH7121: Mijn VaderH1! Gij zijt de leidsmanH441 mijner jeugdH5271! Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!

KJV Wilt thou not from this time cry3 unto me, My father,5 thou art the guide6 of my youth?

1 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 מֵעַ֔תָּה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 3 קָרָ֥את H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 לִ֖י 5 אָבִ֑י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 אַלּ֥וּף H441 vorst, vorsten, leidsman captain, duke, (chief) friend, governor, guide, ox 7 נְעֻרַ֖י H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 8 אָֽתָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zal Hij in eeuwigheidH5769 den toorn behoudenH5201? Zal Hij dien gestadigH5331 bewarenH8104? ZieH2009, gij spreektH1696 en doetH6213 die booshedenH7451, en neemt de overhandH3201. Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.

KJV Will he reserve1 his anger for ever?2 will he keep4 it to the end?5 Behold, thou hast spoken7 and done8 evil things9 as thou couldest.

1 הֲיִנְטֹ֣ר H5201 behouden, hoeders, behoudt bear grudge, keep(-er), reserve 2 לְעוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 3 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 4 יִשְׁמֹ֖ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 5 לָנֶ֑צַח H5331 eeuwigheid, altoos, overwinning alway(-s), constantly, end, ([phrase] n-) ever(more), perpetual, strength, victory 6 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 דִבַּ֛רְתְּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 וַתַּעֲשִׂ֥י H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 הָרָע֖וֹת H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 וַתּוּכָֽל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Voorts zeideH559 de HEEREH3068 totH413 mij, in de dagenH3117 van den koningH4428 JosiaH2977: Hebt gij gezienH7200, watH834 de afgekeerdeH4878 IsraelH3478 gedaanH6213 heeft? ZijH1931 gingH1980 henen opH5921 allenH3605 hogenH1364 bergH2022, en totH413 onderH8478 allenH3605 groenenH7488 boomH6086, en hoereerdeH2181 aldaarH8033. Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.

KJV The LORD2 said1 also unto me in the days4 of Josiah5 the king,6 Hast thou seen7 that which backsliding10 Israel11 hath done?9 she is gone up12 upon every high17 mountain16 and under19 every green22 tree,21 and there hath played the harlot.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 בִּימֵי֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 יֹאשִׁיָּ֣הוּ H2977 Josia Josiah 6 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 הֲֽרָאִ֔יתָ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָשְׂתָ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 מְשֻׁבָ֣ה H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 הֹלְכָ֨ה H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 13 הִ֜יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 17 גָּבֹ֗הַּ H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly 18 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 תַּ֛חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 עֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 22 רַעֲנָ֖ן H7488 groenen, groen, groene green, flourishing 23 וַתִּזְנִי H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 24 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En Ik zeideH559, nadatH310 zij zulks allesH6213 gedaan had: BekeerH7725 u totH413 Mij; maar zij bekeerdeH7725 zich nietH3808. DitH428 zagH7200 de trouwelozeH901, haar zusterH269 JudaH3063. En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.

KJV And I said1 after2 she had done3 all these things, Turn8 thou unto me. But she returned10 not. And her treacherous12 sister13 Judah14 saw

1 וָאֹמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַחֲרֵ֨י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 עֲשׂוֹתָ֧הּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 תָּשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 שָׁ֑בָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 וַתֵּ֛רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 בָּגוֹדָ֥ה H901 trouweloze treacherous 13 אֲחוֹתָ֖הּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 14 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Ik zagH7200, alsH3588 Ik ter oorzakeH182 van allesH3605, waarin de afgekeerdeH4878 IsraelH3478 overspelH5003 bedreven had, haar verlatenH7971, en haar haar scheidbriefH5612 gegevenH5414 had, dat de trouwelozeH898, haar zusterH269 JudaH3063, nietH3808 vreesdeH3372, maar gingH3212 henen, en hoereerdeH2181 zelve ookH1571. En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook.

KJV And I saw,1 when for all the causes5 whereby backsliding8 Israel9 committed adultery7 I had put her away,10 and given11 her a bill13 of divorce;14 yet her treacherous18 sister20 Judah19 feared17 not, but went21 and played the harlot

1 וָאֵ֗רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֹדוֹת֙ H182 oorzake, oorzaken, zaak (be-) cause, concerning, sake 6 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 נִֽאֲפָה֙ H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 8 מְשֻׁבָ֣ה H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away 9 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 שִׁלַּחְתִּ֕יהָ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 וָאֶתֵּ֛ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 סֵ֥פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 14 כְּרִיתֻתֶ֖יהָ H3748 divorce(-ment) 15 אֵלֶ֑יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 וְלֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יָֽרְאָ֜ה H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 18 בֹּֽגֵדָ֤ה H898 trouwelooslijk, trouwelozen, trouweloze deal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very 19 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 20 אֲחוֹתָ֔הּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 21 וַתֵּ֖לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 22 וַתִּ֥זֶן H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 23 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 24 הִֽיא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Ja, het geschiedde, vanwege het geruchtH6963 harer hoererijH2184, dat zij het landH776 ontheiligdeH2610; want zij bedreef overspelH5003 met steenH68 en met houtH6086. Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.

KJV And it came to pass through the lightness2 of her whoredom,3 that she defiled4 the land,6 and committed adultery7 with stones9 and with stocks.

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִקֹּ֣ל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 3 זְנוּתָ֔הּ H2184 hoererij, hoererijen, Hoererij whoredom 4 וַתֶּחֱנַ֖ף H2610 ontheiligd, bevlekt, huichelaars corrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 וַתִּנְאַ֥ף H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָאֶ֖בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָעֵֽץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zelfsH1571 in ditH2063 allesH3605 heeft zich haar trouwelozeH901 zusterH269 JudaH3063 totH413 Mij nietH3808 bekeerdH7725 met haar ganseH3605 hartH3820, maarH3588 valselijkH8267, spreektH5002 de HEEREH3068. En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.

KJV And yet for all this her treacherous7 sister8 Judah9 hath not turned5 unto me with her whole heart,11 but feignedly,14 saith15 the LORD.

1 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 זֹ֗את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 שָׁ֨בָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 אֵלַ֜י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 בָּגוֹדָ֧ה H901 trouweloze treacherous 8 אֲחוֹתָ֛הּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 9 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 10 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 לִבָּ֑הּ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 14 בְּשֶׁ֖קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 15 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Dies de HEEREH3068 totH413 mij zeideH559: De afgekeerdeH4878 IsraelH3478 heeft haar zielH5315 gerechtvaardigdH6663, meer dan de trouwelozeH898 JudaH3063. Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.

KJV And the LORD2 said1 unto me, The backsliding6 Israel7 hath justified4 herself5 more than treacherous8 Judah.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 צִדְּקָ֥ה H6663 rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigen cleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness) 5 נַפְשָׁ֖הּ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 6 מְשֻׁבָ֣ה H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away 7 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 מִבֹּגֵדָ֖ה H898 trouwelooslijk, trouwelozen, trouweloze deal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very 9 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Gij henen, en roepH7121 dezeH428 woordenH1697 uit tegen het noordenH6828, en zegH559: BekeerH7725 u, gij afgekeerdeH4878 IsraelH3478! spreektH5002 de HEEREH3068, zo zal Ik Mijn toornH6440 op ulieden nietH3808 doen vallenH5307; wantH3588 Ik ben goedertierenH2623, spreektH5002 de HEEREH3068. Ik zal den toorn nietH3808 in eeuwigheidH5769 behoudenH5201. Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.

KJV Go1 and proclaim2 these words4 toward the north,6 and say,7 Return,8 thou backsliding9 Israel,10 saith11 the LORD;12 and I will not cause mine anger15 to fall14 upon you: for I am merciful,18 saith20 the LORD,21 and I will not keep23 anger for ever.

1 הָלֹ֡ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 וְקָֽרָאתָ֩ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַדְּבָרִ֨ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 הָאֵ֜לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 6 צָפ֗וֹנָה H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 7 וְ֠אָמַרְתָּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 שׁ֣וּבָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 מְשֻׁבָ֤ה H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away 10 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 לֽוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 אַפִּ֥יל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 15 פָּנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 בָּכֶ֑ם 17 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 חָסִ֤יד H2623 gunstgenoten, goedertierene, gunstgenoot godly (man), good, holy (one), merciful, saint, (un-) godly 19 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 20 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 21 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 23 אֶטּ֖וֹר H5201 behouden, hoeders, behoudt bear grudge, keep(-er), reserve 24 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Alleen kenH3045 uw ongerechtigheidH5771, datH3588 gij tegen den HEEREH3068, uw GodH430, hebt overtredenH6586, en uw wegenH1870 verstrooidH6340 hebt tot de vreemdenH2114, onderH8478 allenH3605 groenenH7488 boomH6086, maar gij zijt Mijner stemH6963 nietH3808 gehoorzaamH8085 geweest, spreektH5002 de HEEREH3068. Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.

KJV Only acknowledge2 thine iniquity,3 that thou hast transgressed7 against the LORD5 thy God,6 and hast scattered8 thy ways10 to the strangers11 under every green15 tree,14 and ye have not obeyed18 my voice,16 saith19 the LORD.

1 אַ֚ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 דְּעִ֣י H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 עֲוֺנֵ֔ךְ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 4 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 בַּיהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֱלֹהַ֖יִךְ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 פָּשָׁ֑עַתְּ H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 8 וַתְּפַזְּרִ֨י H6340 verstrooid, strooit, uitstrooit disperse, scatter (abroad) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 דְּרָכַ֜יִךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 לַזָּרִ֗ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 12 תַּ֚חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 15 רַעֲנָ֔ן H7488 groenen, groen, groene green, flourishing 16 וּבְקוֹלִ֥י H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 17 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 שְׁמַעְתֶּ֖ם H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 19 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 20 יְהֹוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 BekeertH7725 u, gij afkerigeH7726 kinderenH1121! spreektH5002 de HEEREH3068, wantH3588 IkH595 heb u getrouwdH1166, en Ik zal u aannemenH3947, een uit een stadH5892, en tweeH8147 uit een geslachtH4940, en zal u brengenH935 te SionH6726. Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.

KJV Turn,1 O backsliding3 children,2 saith4 the LORD;5 for I am married8 unto you: and I will take10 you one12 of a city,13 and two14 of a family,15 and I will bring16 you to Zion:

1 שׁ֣וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 בָנִ֤ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 שׁוֹבָבִים֙ H7726 afkerige, afkerig backsliding, frowardly, turn away (from margin) 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 8 בָּעַ֣לְתִּי H1166 getrouwd, getrouwde, Man have dominion (over), be husband, marry(-ried, [idiom] wife) 9 בָכֶ֑ם 10 וְלָקַחְתִּ֨י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 אֶתְכֶ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אֶחָ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 13 מֵעִ֗יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 וּשְׁנַ֨יִם֙ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 15 מִמִּשְׁפָּחָ֔ה H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 16 וְהֵבֵאתִ֥י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 צִיּֽוֹן H6726 Sion, Sions Zion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En Ik zal ulieden herdersH7462 gevenH5414 naar Mijn hartH3820; die zullen u weidenH7462 met wetenschapH1844 en verstandH7919. En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.

KJV And I will give1 you pastors3 according to mine heart,4 which shall feed5 you with knowledge7 and understanding.

1 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לָכֶ֛ם 3 רֹעִ֖ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 כְּלִבִּ֑י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 וְרָע֥וּ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 6 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 דֵּעָ֥ה H1844 kennis, wetenschap, gevoelen knowledge 8 וְהַשְׂכֵּֽיל H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigdH7235 en vruchtbaarH6509 zult geworden zijnH1961 in het landH776, in dieH1992 dagenH3117, spreektH5002 de HEEREH3068, zullen zij nietH3808 meerH5750 zeggenH559: De arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068, ook zal zij in het hartH3820 nietH3808 opkomenH5927; en zij zullen aanH5921 haar niet gedenkenH2142, en haar nietH3808 bezoekenH6485, en zij zal niet weder gemaaktH6213 worden. En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.

KJV And it shall come to pass, when ye be multiplied3 and increased4 in the land,5 in those days,6 saith8 the LORD,9 they shall say11 no more, The ark13 of the covenant14 of the LORD:15 neither shall it come17 to mind:19 neither shall they remember21 it; neither shall they visit24 it; neither shall that be done

1 וְהָיָ֡ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 תִרְבּוּ֩ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 4 וּפְרִיתֶ֨ם H6509 vruchtbaar, vruchtbare, gewassen bear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase 5 בָּאָ֜רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 בַּיָּמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 הָהֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יֹ֣אמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 ע֗וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 אֲרוֹן֙ H727 ark, kist ark, chest, coffin 14 בְּרִית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 15 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יַעֲלֶ֖ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 לֵ֑ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 20 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 יִזְכְּרוּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 22 בוֹ֙ 23 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 24 יִפְקֹ֔דוּ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 25 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 26 יֵעָשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 27 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Te dier tijdH6256 zullen zijH1931 JeruzalemH3389 noemenH7121, des HEERENH3068 troonH3678; en alH3605 de heidenenH1471 zullen totH413 haar vergaderdH6960 worden, om des HEERENH3068 NaamsH8034 wil, te JeruzalemH3389; en zij zullen nietH3808 meerH5750 wandelenH3212 naar het goeddunkenH8307 van hun boosH7451 hartH3820. Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.

KJV At that time1 they shall call3 Jerusalem4 the throne5 of the LORD;6 and all the nations10 shall be gathered7 unto it, to the name11 of the LORD,12 to Jerusalem:13 neither shall they walk15 any more after17 the imagination18 of their evil20 heart.

1 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הַהִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יִקְרְא֤וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 לִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 כִּסֵּ֣א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְנִקְוּ֨וּ H6960 verwacht, verwachten, wacht gather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon) 8 אֵלֶ֧יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 כָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַגּוֹיִ֛ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 לְשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 לִירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יֵלְכ֣וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 17 אַחֲרֵ֕י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 18 שְׁרִר֖וּת H8307 goeddunken imagination, lust 19 לִבָּ֥ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 20 הָרָֽע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 In die dagenH3117 zal het huisH1004 van JudaH3063 gaanH3212 tot het huisH1004 van IsraelH3478; en zijH1992 zullen te zamenH3162 komenH935 uit het landH776 van het noordenH6828, in het landH776, datH834 Ik uw vaderenH1 ten erveH5157 gegeven heb. In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.

KJV In those days1 the house4 of Judah5 shall walk3 with the house7 of Israel,8 and they shall come9 together10 out of the land11 of the north12 to the land14 that I have given for an inheritance16 unto your fathers.

1 בַּיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הָהֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 יֵלְכ֥וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 וְיָבֹ֤אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 יַחְדָּו֙ H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 11 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 צָפ֔וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 הָאָ֕רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 הִנְחַ֖לְתִּי H5157 erven, erfelijk, erve divide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion) 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 אֲבוֹתֵיכֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 IkH595 zeideH559 wel: HoeH349 zal Ik u onder de kinderenH1121 zettenH7896, en u gevenH5414 het gewensteH2532 landH776, de sierlijkeH6643 erfenisH5159 van de heirscharenH6635 der heidenenH1471? Maar Ik zeideH559: Gij zult tot Mij roepenH7121: Mijn VaderH1! en gij zult van achterH310 Mij nietH3808 afkerenH7725. Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.

KJV But I said,2 How shall I put4 thee among the children,5 and give6 thee a pleasant9 land,8 a goodly11 heritage10 of the hosts12 of nations?13 and I said,14 Thou shalt call16 me, My father;15 and shalt not turn away20 from me.

1 וְאָנֹכִ֣י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 2 אָמַ֗רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֵ֚יךְ H349 hoe how, what 4 אֲשִׁיתֵ֣ךְ H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 5 בַּבָּנִ֔ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 וְאֶתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 לָךְ֙ 8 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 חֶמְדָּ֔ה H2532 gewenste, kostelijke, begeerlijk desire, goodly, pleasant, precious 10 נַחֲלַ֥ת H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 11 צְבִ֖י H6643 ree, sieraad, reeen beautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck) 12 צִבְא֣וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 13 גּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 וָאֹמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 אָבִי֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 16 תִּקְרְאִי H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 17 לִ֔י H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 18 וּמֵאַחֲרַ֖י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 תָשֽׁוּבִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 WaarlijkH403, gelijk een vrouwH802 trouwelooslijkH898 scheidt van haar vriendH7453, alzoH3651 hebt gijlieden trouwelooslijkH898 tegen Mij gehandeld, gij huisH1004 IsraelsH3478! spreektH5002 de HEEREH3068. Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE.

KJV Surely1 as a wife3 treacherously2 departeth from her husband,4 so have ye dealt treacherously6 with me, O house8 of Israel,9 saith10 the LORD.

1 אָכֵ֛ן H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 2 בָּגְדָ֥ה H898 trouwelooslijk, trouwelozen, trouweloze deal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very 3 אִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 מֵרֵעָ֑הּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 5 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 6 בְּגַדְתֶּ֥ם H898 trouwelooslijk, trouwelozen, trouweloze deal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very 7 בִּ֛י 8 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 11 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Er is een stemH6963 gehoordH8085 opH5921 de hoge plaatsenH8205, een geweenH1065 en smekingenH8469 der kinderenH1121 IsraelsH3478, omdatH3588 zij hun wegH1870 verkeerdH5753, en den HEEREH3068, hun GodH430, vergetenH7911 hebben. Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.

KJV A voice1 was heard4 upon the high places,3 weeping5 and supplications6 of the children7 of Israel:8 for they have perverted10 their way,12 and they have forgotten13 the LORD15 their God.

1 ק֚וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 שְׁפָיִ֣ים H8205 hoge plaatsen, hoogte high place, stick out 4 נִשְׁמָ֔ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 בְּכִ֥י H1065 geween, wenen, wening overflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept 6 תַחֲנוּנֵ֖י H8469 smekingen, gebeden intreaty, supplication 7 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 הֶעֱוּוּ֙ H5753 verkeerd, verkeerdelijk, krom do amiss, bow down, make crooked, commit iniquity, pervert, (do) perverse(-ly), trouble, [idiom] turn, do wickedly, do wrong 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 דַּרְכָּ֔ם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 13 שָׁכְח֖וּ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 יְהֹוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֱלֹהֵיהֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Keert weder, gij afkerigeH7726 kinderenH1121! Ik zal uw afkeringenH4878 genezenH7495. ZieH2005, hier zijn wij, wij komenH857 tot U, wantH3588 GijH859 zijt de HEEREH3068, onze GodH430! Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!

KJV Return,1 ye backsliding3 children,2 and I will heal4 your backslidings.5 Behold, we come7 unto thee; for thou art the LORD11 our God.

1 שׁ֚וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 בָּנִ֣ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 שׁוֹבָבִ֔ים H7726 afkerige, afkerig backsliding, frowardly, turn away (from margin) 4 אֶרְפָּ֖ה H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 5 מְשׁוּבֹֽתֵיכֶ֑ם H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away 6 הִנְנוּ֙ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 7 אָתָ֣נוּ H857 komen, komt, Komt (be-, things to) come (upon), bring 8 לָ֔ךְ 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 11 יְהֹוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֱלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 WaarlijkH403, tevergeefsH8267 verwacht men het van de heuvelenH1389 en de menigteH1995 der bergenH2022; waarlijkH403, in den HEEREH3068, onzen GodH430, is IsraelsH3478 heilH8668! Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil!

KJV Truly1 in vain2 is salvation hoped for from the hills,3 and from the multitude4 of mountains:5 truly6 in the LORD7 our God8 is the salvation9 of Israel.

1 אָכֵ֥ן H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 2 לַשֶּׁ֛קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 3 מִגְּבָע֖וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 4 הָמ֣וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 5 הָרִ֑ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 אָכֵן֙ H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 7 בַּיהֹוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֱלֹהֵ֔ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 תְּשׁוּעַ֖ת H8668 heil, verlossing, overwinning deliverance, help, safety, salvation, victory 10 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Want de schaamteH1322 heeft den arbeidH3018 onzer vaderenH1 opgegetenH398, van onze jeugdH5271 aan; hun schapenH6629 en hun runderenH1241, hun zonenH1121 en hun dochterenH1323. Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.

KJV For shame1 hath devoured2 the labour4 of our fathers5 from our youth;6 their flocks8 and their herds,10 their sons12 and their daughters.

1 וְהַבֹּ֗שֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 2 אָֽכְלָ֛ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יְגִ֥יעַ H3018 arbeid labour, work 5 אֲבוֹתֵ֖ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 מִנְּעוּרֵ֑ינוּ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 צֹאנָם֙ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בְּקָרָ֔ם H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בְּנֵיהֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 בְּנוֹתֵיהֶֽם H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Wij liggenH7901 in onze schaamteH1322, en onze schandeH3639 overdektH3680 ons, wantH3588 wij hebben tegen den HEEREH3068, onzen GodH430, gezondigdH2398, wij en onze vaderenH1, van onze jeugdH5271 aan totH5704 op dezenH2088 dagH3117; en wij zijn der stemH6963 des HEERENH3068, onzes GodsH430, nietH3808 gehoorzaamH8085 geweest. Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.

KJV We lie down1 in our shame,2 and our confusion4 covereth3 us: for we have sinned8 against the LORD6 our God,7 we and our fathers,10 from our youth11 even unto this day,13 and have not obeyed16 the voice17 of the LORD18 our God.

1 נִשְׁכְּבָ֣ה H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 בְּבָשְׁתֵּ֗נוּ H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 3 וּֽתְכַסֵּנוּ֮ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 4 כְּלִמָּתֵנוּ֒ H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 5 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 לַיהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹהֵ֜ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 חָטָ֗אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 9 אֲנַ֨חְנוּ֙ H587 wij ourselves, us, we 10 וַאֲבוֹתֵ֔ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 מִנְּעוּרֵ֖ינוּ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 12 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 שָׁמַ֔עְנוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 17 בְּק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 18 יְהֹוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 אֱלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 3:1 Deuteronomium 24:1 Jeremia 2:20 Jeremia 4:1 Ezechiël 16:26 Jeremia 3:9 Jeremia 8:4 Jeremia 2:23 Hosea 14:1
Jeremia 3:2 Jeremia 2:7 Ezechiël 16:24 Genesis 38:14 Jeremia 3:1 Jeremia 2:20 Deuteronomium 12:2 Jeremia 3:21 Jeremia 7:29
Jeremia 3:3 Jeremia 14:4 Leviticus 26:19 Jeremia 5:24 Jesaja 5:6 Jeremia 14:22 Deuteronomium 28:23 Amos 4:7 Joël 1:16
Jeremia 3:4 Jeremia 3:19 Jeremia 2:2 Psalmen 71:17 Spreuken 2:17 Jeremia 31:9 Hosea 2:15 Spreuken 1:4 Maleachi 2:14
Jeremia 3:5 Jesaja 57:16 Jeremia 3:12 Jesaja 64:9 Psalmen 85:5 Micha 7:3 Sefanja 3:1 Micha 2:1 Ezechiël 22:6
Jeremia 3:6 Ezechiël 20:28 Jeremia 17:2 Ezechiël 23:11 Jeremia 7:24 Ezechiël 16:24 1 Koningen 14:23 2 Koningen 17:7 Ezechiël 16:31
Jeremia 3:7 Ezechiël 16:46 Ezechiël 23:2 2 Koningen 17:13 Hosea 6:1 2 Kronieken 30:6 Jeremia 3:8 Hosea 14:1
Jeremia 3:8 Deuteronomium 24:1 Jesaja 50:1 Jeremia 3:1 2 Koningen 18:9 Ezechiël 23:9 Ezechiël 23:11 Hosea 3:4 Hosea 9:15
Jeremia 3:9 Jeremia 2:27 Jeremia 3:2 Jesaja 57:6 Jeremia 10:8 Jeremia 2:7 Habakuk 2:19 Ezechiël 23:10 Hosea 4:12
Jeremia 3:10 Hosea 7:14 Psalmen 66:3 Jeremia 12:2 Jesaja 10:6 Psalmen 78:36 2 Kronieken 34:33 Psalmen 18:44
Jeremia 3:11 Ezechiël 16:51 Ezechiël 23:11 Ezechiël 16:47 Hosea 4:16 Hosea 11:7 Jeremia 3:8 Jeremia 3:22
Jeremia 3:12 Psalmen 86:15 Ezechiël 33:11 Jeremia 33:26 Psalmen 86:5 Jeremia 3:5 Jeremia 3:22 Jeremia 31:20 Jeremia 3:18
Jeremia 3:13 Jeremia 2:25 Deuteronomium 30:1 Jeremia 3:6 Deuteronomium 12:2 Jeremia 3:25 Jeremia 3:2 Lukas 15:18 Jeremia 2:20
Jeremia 3:14 Hosea 2:19 Jesaja 54:5 Jeremia 31:32 Jesaja 6:13 Jesaja 11:11 Jesaja 17:6 Jeremia 3:1 Jesaja 10:22
Jeremia 3:15 Jeremia 23:4 Handelingen 20:28 Ezechiël 34:23 Efeze 4:11 Johannes 21:15 Ezechiël 37:24 1 Samuël 13:14 1 Korinthe 3:1
Jeremia 3:16 Jesaja 65:17 Zacharia 10:7 Hebreeën 10:8 Mattheüs 3:9 Ezechiël 36:8 Jeremia 30:19 Sefanja 3:11 Jesaja 60:22
Jeremia 3:17 Jeremia 17:12 Ezechiël 43:7 Jeremia 11:8 Genesis 8:21 Jesaja 49:18 Ezechiël 1:26 Micha 4:1 Romeinen 1:21
Jeremia 3:18 Amos 9:15 Hosea 1:11 Jeremia 50:4 Jeremia 31:8 Jeremia 16:15 Jeremia 3:12 Jeremia 23:8 Jesaja 11:11
Jeremia 3:19 Jeremia 3:4 Jesaja 63:16 Daniël 11:16 Galaten 4:5 Galaten 3:26 Mattheüs 6:8 1 Johannes 3:1 Efeze 1:5
Jeremia 3:20 Jeremia 5:11 Jesaja 48:8 Maleachi 2:11 Hosea 3:1 Jeremia 3:1 Hosea 5:7 Hosea 6:7 Jeremia 3:8
Jeremia 3:21 Jesaja 15:2 Jeremia 2:32 Jeremia 31:9 Jeremia 3:2 Jesaja 17:10 2 Korinthe 7:10 Jeremia 50:4 Ezechiël 7:16
Jeremia 3:22 Hosea 14:4 Hosea 6:1 Hosea 3:5 Jeremia 33:6 Hooglied 1:4 Zacharia 13:9 Jesaja 27:8 Hosea 14:8
Jeremia 3:23 Psalmen 3:8 Psalmen 121:1 Jesaja 12:2 Jeremia 17:14 Jesaja 43:11 Jesaja 46:7 Jesaja 45:20 Psalmen 37:39
Jeremia 3:24 Hosea 9:10 Ezechiël 16:61 Jeremia 11:13 Hosea 2:8 Hosea 10:6 Ezechiël 16:63
Jeremia 3:25 Jeremia 22:21 Klaagliederen 5:7 Deuteronomium 31:17 Jesaja 50:11 Nehemia 9:32 Klaagliederen 5:16 Jeremia 6:26 Ezechiël 36:32
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 3 vers 1

zegt Hebreeuws, om te zeggen, of zeggende; dat is, men zegt gemeenlijk, om zo te zeggen, bij manier van spreken, genomen dat, enz.

Hertaald: zegt Hebreeuws: om te zeggen, of: zeggend — dat is: men zegt gewoonlijk, om zo te zeggen, bij wijze van spreken, aangenomen dat, enzovoort.

hij ook tot haar Dat is, zal de eerste man haar ook weder mogen nemen?

Hertaald: hij ook tot haar Dat is: zal de eerste man haar dan ook weer mogen nemen?

datzelve Waarin zulke gruwel mocht gebeuren; zie hiervan Deut. 24:4 .

Hertaald: datzelve Waarin zo'n gruwel zou mogen gebeuren; zie hierover Deut. 24:4.

grotelijks Hebreeuws, ontheiligd zijnde ontheiligd zijn.

Hertaald: grotelijks Hebreeuws: ontheiligd zijnde ontheiligd zijn.

boeleerders Hebreeuws, gezellen, vrienden.

Hertaald: boeleerders Hebreeuws: gezellen, vrienden.

keer nochtans De Heere wil zeggen dat Hij evenwel zijn volk in genade zal op en aannemen, zo zij zich van al deze gruwelen en verbondbrekingen oprecht zullen bekeren.

Hertaald: keer nochtans De HEERE wil zeggen dat Hij Zijn volk toch in genade zal aannemen, wanneer zij zich oprecht van al deze gruwelen en verbondsbreuken bekeren.

Jeremia 3 vers 2

beslapen? Dat is, daar zijn gene hoogten, of gij hebt er afgoderij op bedreven.

Hertaald: beslapen? Dat is: er zijn geen hoogten of u hebt er afgoderij op bedreven.

hen gezeten Om de boeleerders te wachten, als een gemene onbeschaamde hoer; vergelijk Gen. 38:14 ; Ezech. 16:24-25 .

Hertaald: hen gezeten Om de boeleerders op te wachten, als een gewone, onbeschaamde hoer; vergelijk Gen. 38:14 en Ezech. 16:24-25.

Arabier Gelijk de straatschenders en rovers wachten op de voorbijgangers in woeste plaatsen.

Hertaald: Arabier Zoals de struikrovers en rovers op woeste plaatsen op de voorbijgangers wachten.

Jeremia 3 vers 3

regendruppelen Of, regenvlagen, regenbuien.

Hertaald: regendruppelen Of: regenvlagen, regenbuien.

ingehouden, Te weten van mij, volgens mijne dreigementen; Lev. 26:19 ; Deut. 28:23-24 .

Hertaald: ingehouden, Namelijk: door Mij, volgens Mijn dreigementen; Lev. 26:19 en Deut. 28:23-24.

spade Zie Deut. 11:14 .

Hertaald: spade Zie Deut. 11:14.

hoerenvoorhoofd, Hebreeuws, ener vrouw ener hoer; gelijk dikwijls.

Hertaald: hoerenvoorhoofd, Hebreeuws: van een vrouw, van een hoer; zoals vaker.

weigert Dat is, gij wilt u niet schamen, dat gij immers behoort te doen als gij mijne landplagen gevoelt.

Hertaald: weigert Dat is: u wilt zich niet schamen, wat u toch behoort te doen wanneer u Mijn landplagen voelt.

Jeremia 3 vers 4

tot Mij roepen Hebreeuws, roept gij niet tot mij, of, noemt gij mij niet, enz. alsof God zeide: Zult gij dan nu nog tot mij niet wederkeren? Bekeer u nog van nu af.

Hertaald: tot Mij roepen Hebreeuws: roept u niet tot Mij, of: noemt u Mij niet, enzovoort. Alsof God zei: zult u dan nu nog niet tot Mij terugkeren? Bekeer u dan toch van nu af aan.

leidsman Die mij van eerst aan met onderwijs, raad en daad hebt geleid en gestierd, als een goed man zijne vrouw; vergelijk Spr. 2:17 .

Hertaald: leidsman Die mij vanaf het begin met onderwijs, raad en daad geleid en gestuurd hebt, zoals een goed man zijn vrouw; vergelijk Spr. 2:17.

Jeremia 3 vers 5

behouden? Vergelijk onder vs.12; Ps. 103:9 ; idem Lev. 19:18 ; Nah. 1:2 ; in welke plaatsen het woord toorn, tot klaarheid van den zin, verstaan wordt. Dit kan men nog nemen als de woorden van het volk, die God hun voorschrijft om hem daarmede boetvaardiglijk te bejegenen; of als Gods, of des profeten woorden, verklarende dat God zijn toorn zal afwenden zo zij zich bekeren.

Hertaald: behouden? Vergelijk hieronder vers 12, Ps. 103:9, en ook Lev. 19:18 en Nah. 1:2; op die plaatsen wordt het woord toorn erbij gedacht om de zin duidelijk te maken. Men kan dit nog opvatten als de woorden van het volk, die God hun voorschrijft om Hem daarmee boetvaardig tegemoet te treden; of als woorden van God of van de profeet, die verklaren dat God Zijn toorn zal afwenden wanneer zij zich bekeren.

Zie, Dit zijn Gods woorden tot Israël.

Hertaald: Zie, Dit zijn Gods woorden tot Israël.

boosheden, Die boven verhaald zijn.

Hertaald: boosheden, Die hierboven genoemd zijn.

neemt de overhand Dat is, gij dringt met uwe boosheid hardnekkiglijk door. Alsof God zeide: Maar het is tevergeefs, dat Ik u tot bekering roep, gij vraagt er toch niet naar, gij gaat niet dan te moedwilliger in uwe boosheid.

Hertaald: neemt de overhand Dat is: u zet met uw boosheid hardnekkig door. Alsof God zei: maar het is tevergeefs dat Ik u tot bekering roep; u vraagt er toch niet naar, u gaat des te moedwilliger door in uw boosheid.

Jeremia 3 vers 6

Josia Als de tien stammen van Israël naar Assyrië al waren weggevoerd.

Hertaald: Josia Toen de tien stammen van Israël al naar Assyrië weggevoerd waren.

afgekeerde Hebreeuws eigenlijk, afkerigheid. Anders: afkerige; in het vrouwelijk geslacht, passende op den volgenden tekst, waar Israël bij ene hoer vergeleken wordt.

Hertaald: afgekeerde Hebreeuws eigenlijk: afkerigheid. Anders: afkerige, in het vrouwelijk, passend bij het vervolg, waar Israël met een hoer vergeleken wordt.

Jeremia 3 vers 7

trouweloze, Alzo noemt God die van den stam van Juda, vanwege de afgoderij, waarmede zij den geestelijken band en trouw van het huwelijk, dat tussen God en hen was, evenzeer verbroken hadden als de andere tien stammen Israëls, die allen bloedverwanten van Juda waren, als zijnde allen tezamen afkomstig van den patriarch Jakob; daarom worden zij zusters genoemd. Vergelijk Ezech. 16:46 , en Ezech. 23:2 , Ezech. 23:4 , en alzo in het volgende.

Hertaald: trouweloze, Zo noemt God hen van de stam van Juda, vanwege de afgoderij waarmee zij de geestelijke band en trouw van het huwelijk tussen God en hen even zeer verbroken hadden als de andere tien stammen van Israël, die allen bloedverwanten van Juda waren omdat zij allen samen van de aartsvader Jakob afstamden. Daarom worden zij zusters genoemd. Vergelijk Ezech. 16:46 en Ezech. 23:2 en Ezech. 23:4, en zo ook in het vervolg.

Jeremia 3 vers 8

scheidbrief Haar overgevende in de hand der Assyriërs, die de tien stammen, als van Gods aangezicht en uit zijn land, gevankelijk hebben weggevoerd.

Hertaald: scheidbrief Terwijl Hij haar overgaf in de hand van de Assyriërs, die de tien stammen als het ware van Gods aangezicht en uit Zijn land in gevangenschap hebben weggevoerd.

vreesde, Zich niet ontzag, of niet schroomde het boze voorbeeld van Israël na te volgen, niettegenstaande zij al die straffen, die Israël waren overkomen, als voor ogen gezien had. Vergelijk onder Jer. 44:10 , en Spr. 28:14 .

Hertaald: vreesde, Zij ontzag zich niet en schroomde niet om het slechte voorbeeld van Israël na te volgen, hoewel zij al die straffen die Israël overkomen waren als het ware voor ogen gezien had. Vergelijk hieronder Jer. 44:10 en Spr. 28:14.

Jeremia 3 vers 9

gerucht Hebreeuws, stem; dat men ook zo kan nemen dat het ene roepende zonde geweest is, gelijk de Schriftuur elders spreekt; vergelijk Gen. 4:10 , met de aantekening. Anders: lichtvaardigheid.

Hertaald: gerucht Hebreeuws: stem. Men kan dat ook zo opvatten dat het een roepende zonde geweest is, zoals de Schrift elders spreekt; vergelijk Gen. 4:10 met de aantekening. Anders: lichtvaardigheid.

zij het land Dit duiden sommigen nog op Israël, uit vergelijking van vs.10.

Hertaald: zij het land Sommigen betrekken dit nog op Israël, op grond van een vergelijking met vers 10.

steen Dat is, stenen of houten afgoden. Alzo Ezech. 20:32 ; zie aldaar.

Hertaald: steen Dat is: stenen of houten afgoden. Zo ook in Ezech. 20:32; zie daar.

Jeremia 3 vers 10

in alle dezen Of, om, of door, dit alles; dat is, hoewel zij dit alles gezien had, dat tevoren van Israël verhaald is.

Hertaald: in alle dezen Of: om, of door dit alles — dat is: hoewel zij dit alles gezien had wat tevoren over Israël verhaald is.

valselijk, Hebreeuws, in, of met valsheid; dat is bedriegelijk, huichelachtig.

Hertaald: valselijk, Hebreeuws: in of met valsheid — dat is: bedrieglijk, huichelachtig.

Jeremia 3 vers 11

ziel Dat is, zichzelve, haar persoon, gelijk dikwijls. Zie Gen. 12:5 . De zin is: Israël mag zich des roemen, dat zij het zo slim nog niet gemaakt heeft als Juda. Zie Ezech. 16:51-52 , en Ezech. 33:11 .

Hertaald: ziel Dat is: zichzelf, haar persoon, zoals vaker. Zie Gen. 12:5. De betekenis is: Israël mag zich erop beroemen dat zij het nog niet zo bont gemaakt heeft als Juda. Zie Ezech. 16:51-52 en Ezech. 33:11.

Jeremia 3 vers 12

noorden, Naar Assyrië en Medië toe, waar de tien stammen waren heengevoerd; 2 Kon. 17:6 .

Hertaald: noorden, Naar Assyrië en Medië toe, waarheen de tien stammen weggevoerd waren; 2 Kon. 17:6.

toorn Hebreeuws, aangezicht; dat is mijn toorn, of mijn toornig aangezicht, waardoor Gods strenge straffen verstaan worden. Zie Ps. 21:10 , onder Jer. 4:26 ; Lev. 17:10 . Anders: mijn aangezicht tegen u niet nederslaan, of nederwerpen; dat is, Ik zal u met geen toornig of stuurs gelaat aanzien, [vergelijk Gen. 4:5-6 ] maar u gunst en genade bewijzen.

Hertaald: toorn Hebreeuws: aangezicht — dat is: Mijn toorn, of Mijn toornig aangezicht, waaronder Gods strenge straffen verstaan worden. Zie Ps. 21:10, hieronder Jer. 4:26, en Lev. 17:10. Anders: Ik zal Mijn aangezicht tegen u niet neerslaan of neerwerpen — dat is: Ik zal u niet met een toornig of stuurs gezicht aanzien (vergelijk Gen. 4:5-6), maar u gunst en genade bewijzen.

goedertieren, Zie 2 Kron. 6:41 .

Hertaald: goedertieren, Zie 2 Kron. 6:41.

den toorn Zie boven vs.5.

Hertaald: den toorn Zie hierboven vers 5.

Jeremia 3 vers 13

ken uw Of, weet, erken.

Hertaald: ken uw Of: weet, erken.

overtreden, Zie boven Jer. 2:8 .

Hertaald: overtreden, Zie hierboven Jer. 2:8.

verstrooid Dat is, zijt als een lichte onbeschaamde hoer hier en daar heen en weer gelopen, om afgoderij met vreemde afgoden te bedrijven, gelijk boven vs.2, 6; zie ook Ezech. 16:24 , enz., en Ezech. 23:5-7 , enz.

Hertaald: verstrooid Dat is: u bent als een lichtzinnige, onbeschaamde hoer hier en daar heen en weer gelopen om afgoderij met vreemde afgoden te bedrijven, zoals hierboven in vers 2 en 6; zie ook Ezech. 16:24, enzovoort, en Ezech. 23:5-7, enzovoort.

Jeremia 3 vers 14

getrouwd, Hebbende het mannelijk recht over of aan u.

Hertaald: getrouwd, Terwijl Ik het echtelijk recht over u heb.

een uit een stad, Ik zal een overblijfsel in genade behouden en brengen tot de gemeenschap mijner kerk, door Zion afgebeeld; zie 1 Kron. 9:3 , en Rom. 11:5 ; dewijl dit voornamelijk ziet op den tijd des Heeren Christus en van het Nieuwe Testament.

Hertaald: een uit een stad, Ik zal een overblijfsel in genade behouden en tot de gemeenschap van Mijn kerk brengen, die door Sion afgebeeld wordt; zie 1 Kron. 9:3 en Rom. 11:5, want dit ziet vooral op de tijd van de Heere Christus en van het Nieuwe Testament.

Jeremia 3 vers 15

herders Dat is, leraars, predikaten. Zie breder deze belofte onder Jer 23 , en Eze 34 ; vergelijk 1 Sam. 13:14 ; Ef. 4:11 .

Hertaald: herders Dat is: leraars, predikers. Zie deze belofte uitvoeriger in Jer. 23 en Ezech. 34; vergelijk 1 Sam. 13:14 en Ef. 4:11.

Jeremia 3 vers 16

vermenigvuldigd Door de predikatie van het Evangelie, gelijk geschied is bij den tijd des Heeren Christus en van zijne apostelen; zie enig begin hiervan Hand. 1:15 ; 1 Kor. 15:6 , en daarna Hand. 2:41 , en Hand. 4:4 , enz.

Hertaald: vermenigvuldigd Door de prediking van het Evangelie, zoals gebeurd is in de tijd van de Heere Christus en van Zijn apostelen; zie het begin daarvan in Hand. 1:15 en 1 Kor. 15:6, en daarna Hand. 2:41 en Hand. 4:4, enzovoort.

ark des verbonds Dat is, de ceremoniën van het Oude Testament [waaronder de ark mede het voornaamste stuk was] zullen ophouden, als zijnde schaduwen en voorbeelden op den Messias, Jezus Christus, die alsdan gekomen zijnde alles zal volbrengen en maken dat zijne kerk God dient in geest en waarheid in alle plaatsen. Zie Joh. 4:21 , Joh. 4:23 ; 1 Tim. 2:8 , enz.

Hertaald: ark des verbonds Dat is: de ceremoniën van het Oude Testament — waarvan de ark het voornaamste onderdeel was — zullen ophouden, omdat het schaduwen en voorafbeeldingen van de Messias waren. Wanneer Jezus Christus dan gekomen is, zal Hij alles vervullen en maken dat Zijn kerk God op alle plaatsen dient in geest en waarheid. Zie Joh. 4:21 en Joh. 4:23, en 1 Tim. 2:8, enzovoort.

opkomen; Dit wordt door de volgende woorden verklaard. Vergelijk Jes. 65:17 , en onder Jer. 7:31 .

Hertaald: opkomen; Dit wordt door de volgende woorden verklaard. Vergelijk Jes. 65:17 en hieronder Jer. 7:31.

niet gedenken, Niet zoals tevoren, en ten gebruike van den godsdienst. Vergelijk onder Jer. 16:14 .

Hertaald: niet gedenken, Niet zoals tevoren, en niet voor het gebruik bij de godsdienst. Vergelijk hieronder Jer. 16:14.

gemaakt Of, vermaakt worden; of [dat, of zulks alles] zal er niet meer geschieden, of gedaan worden. Anders: zij zal niet meer groot gemaakt, dat is hoog geacht en geroemd worden, omdat de Zoon Gods in het vlees zal geopenbaard zijn, gelijk het woord maken alzo bij sommigen ook genomen wordt; Deut. 32:6 ; 1 Sam. 12:6 , en elders.

Hertaald: gemaakt Of: hersteld worden; of: dat alles zal niet meer gebeuren of gedaan worden. Anders: zij zal niet meer groot gemaakt, dat is: hoog geacht en geroemd worden, omdat de Zoon van God in het vlees geopenbaard zal zijn; zo wordt het woord maken door sommigen ook opgevat in Deut. 32:6, 1 Sam. 12:6 en elders.

Jeremia 3 vers 17

om des HEEREN Of, tot den naam des HEEREN; dat is tot den Heere zelf, die in het vlees en aan zijne kerk, als bij naam, zal zijn geopenbaard.

Hertaald: om des HEEREN Of: tot de Naam van de HEERE — dat is: tot de HEERE Zelf, Die in het vlees en aan Zijn kerk als het ware bij name geopenbaard zal zijn.

goeddunken Of, inbeelding, beschouwing, gedachte; anders: hardigheid; alzo Deut. 29:19 ; Ps. 81:13 ; onder Jer. 7:24 , en Jer. 9:14 , en Jer. 11:8 , en Jer. 18:12 , enz.

Hertaald: goeddunken Of: inbeelding, opvatting, gedachte. Anders: hardheid; zo ook in Deut. 29:19, Ps. 81:13, en hieronder Jer. 7:24, Jer. 9:14, Jer. 11:8 en Jer. 18:12, enzovoort.

Jeremia 3 vers 18

gaan tot het huis Zie boven vs.14, die tevoren van elkander gescheiden, oneens en vijanden waren, zullen in goeden vrede, door enen geest des geloofs, als leden van een lichaam onder een hoofd Jezus Christus, tezamen hier in Gods kerk en hierna in het hemelse Kanaän, Gods erfenis bezitten; vergelijk Jes. 11:13 ; Ezech. 37:16 , enz.; Hebr. 11:14-15 , en Hebr. 12:22 , en onder Jer. 50:4 .

Hertaald: gaan tot het huis Zie hierboven vers 14. Zij die tevoren van elkaar gescheiden, verdeeld en vijandig waren, zullen in goede vrede en door één geest van het geloof, als leden van één lichaam onder één Hoofd Jezus Christus, samen Gods erfenis bezitten: hier in Gods kerk en hierna in het hemelse Kanaän. Vergelijk Jes. 11:13, Ezech. 37:16, enzovoort, Hebr. 11:14-15 en Hebr. 12:22, en hieronder Jer. 50:4.

noorden, Dat is, van hunne gevangenis; zijnde dit een beeld der geestelijke gevangenis en verlossing uit dezelve door Christus.

Hertaald: noorden, Dat is: uit hun gevangenschap; dit is een beeld van de geestelijke gevangenschap en van de verlossing daaruit door Christus.

ten erve Of, heb doen erven, erfelijk bezitten.

Hertaald: ten erve Of: heb doen erven, erfelijk bezitten.

Jeremia 3 vers 19

Ik zeide wel Dat is, Ik dacht, als terstond wederom; menselijkerwijze van God, als bij zichzelven aldus denkende en beraadslagende, gesproken, om de onwaardigheid van dit volk [waarvan wijders vs.20], en de grootheid zijner genade uit te drukken; alsof God zeide: Maar hoe zal Ik daartoe komen, dat Ik van zulk boos volk mij ene kerk maak, en hen tot mijne kinderen en erfgenamen van het hemelse en heerlijke Kanaän met de menigte d er heidenen, aanneem? Waarop God als bij zichzelven aldus antwoordt: Ik zal maken door mijnen Geest der bekering en des kindschaps, dat zij zich bekeren, [gelijk volgt] en in geloof tot mij roepen: Abba, en van mij niet afwijken; zie Jer. 32:40 ; Rom. 8:15 . Sommigen nemen dit vers als een vervolg van de voorgaande belofte, en stellen het aldus: Ook zeide Ik, of want Ik zeide, hoe zal Ik, enz., verwonderenderwijze; en in het volgende: Ook zeide Ik, gij zult tot mij roepen, enz.

Hertaald: Ik zeide wel Dat is: Ik dacht — en zo ook meteen daarna. Op menselijke wijze van God gesproken, alsof Hij zo bij Zichzelf dacht en overlegde, om de onwaardigheid van dit volk (waarover verder vers 20) en de grootheid van Zijn genade uit te drukken. Alsof God zei: maar hoe zal Ik ertoe komen dat Ik Mij uit zo'n boos volk een kerk maak en hen tot Mijn kinderen en tot erfgenamen van het hemelse en heerlijke Kanaän aanneem, samen met de menigte van de heidenen? Waarop God als het ware bij Zichzelf antwoordt: Ik zal door Mijn Geest van de bekering en van het kindschap maken dat zij zich bekeren, zoals volgt, en dat zij in geloof tot Mij roepen: Abba, en niet van Mij afwijken; zie Jer. 32:40 en Rom. 8:15. Sommigen vatten dit vers op als een vervolg op de voorgaande belofte en stellen het zo: ook zei Ik, of: want Ik zei, hoe zal Ik, enzovoort — bij wijze van verwondering; en in het vervolg: ook zei Ik, u zult tot Mij roepen, enzovoort.

gewenste Hebreeuws, land der begeerte, van den wens; zie Ps. 106:24 .

Hertaald: gewenste Hebreeuws: land van de begeerte, van de wens; zie Ps. 106:24.

sierlijke Hebreeuws, erfenis des sieraads. Aldus was Kanaän genoemd, zijnde een voorbeeld van het hemelse Kanaän; zie Ezech. 20:6 ; Dan. 8:9 , en Dan. 11:16 , Dan. 11:41 , Dan. 11:45 .

Hertaald: sierlijke Hebreeuws: erfenis van het sieraad. Zo werd Kanaän genoemd, dat een voorafbeelding van het hemelse Kanaän was; zie Ezech. 20:6, Dan. 8:9 en Dan. 11:16, Dan. 11:41 en Dan. 11:45.

tot Mij roepen Of, mij noemen.

Hertaald: tot Mij roepen Of: Mij noemen.

Jeremia 3 vers 20

vriend, Of, metgezel; dat is, man; vergelijk Hos. 3:1 .

Hertaald: vriend, Of: metgezel — dat is: man; vergelijk Hos. 3:1.

Jeremia 3 vers 21

is een stem Dat is, daar zal gehoord worden. Hier begint ene profetie en beschrijving van de bekering der Israëlieten.

Hertaald: is een stem Dat is: daar zal gehoord worden. Hier begint een profetie en beschrijving van de bekering van de Isra«lieten.

en smekingen Of, een geween der smekingen.

Hertaald: en smekingen Of: een geween van smekingen.

Jeremia 3 vers 22

Keert weder, Dit is Gods stem.

Hertaald: Keert weder, Dit is Gods stem.

Zie, hier Dit is het antwoord der wenende en smekende boetvaardige Israëlieten.

Hertaald: Zie, hier Dit is het antwoord van de wenende en smekende, boetvaardige Isra«lieten.

Jeremia 3 vers 24

schaamte Dat is, de afgod Baäl, dies wij ons wel mogen schamen, want hij is een vuile en schandelijke afgod en heeft ons beschaamd en te schande gemaakt. Alzo onder Jer. 11:13 ; Hos. 9:10 .

Hertaald: schaamte Dat is: de afgod Baäl, over wie wij ons wel mogen schamen, want hij is een vuile en schandelijke afgod en hij heeft ons beschaamd en te schande gemaakt. Zo ook hieronder Jer. 11:13 en Hos. 9:10.

arbeid Dat is, hetgeen zij met arbeid verkregen hadden, gelijk in het volgende verklaard wordt.

Hertaald: arbeid Dat is: wat zij met arbeid verkregen hadden, zoals in het vervolg verklaard wordt.

opgegeten, Dat is, verteerd, zo vanwege de kostbaarheid der afgoderij als de rechtvaardige plagen, die hun daarom zijn overkomen.

Hertaald: opgegeten, Dat is: verteerd, zowel vanwege de kostbaarheid van de afgoderij als vanwege de rechtvaardige plagen die hun daarom overkomen zijn.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wederkering  — de oproep die in Jeremia telkens met hetzelfde woord gedaan wordt, en de belofte die eraan vastzit (Jer. 3:12-14,22)

"Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren" (Jer. 3:12). Er staat bij wat daarbij hoort: "Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden" (Jer. 3:13). De oproep wordt herhaald en met een verhouding onderbouwd: "Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion" (Jer. 3:14). En dan komt de zin waarin oproep en belofte in elkaar overgaan: "Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen" (Jer. 3:22). Het antwoord van het volk staat er meteen achter: "Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!"

Bijbelse betekenis: Wat bekering is, staat elders in het register uitgelegd (reeds behandeld bij Deut. 30:6); hier gaat het om wat Jeremia eraan toevoegt. Merk op dat de oproep gericht is tot een volk dat al afgekeerd héét. God spreekt niet tot wie nog twijfelt maar tot wie al weg is. Let vervolgens op wat er in Jer. 3:13 gevraagd wordt: alleen ken uw ongerechtigheid. Dat is weinig en het is alles; er wordt geen prestatie gevraagd maar erkenning. Let ten slotte op het woord genezen in Jer. 3:22. De afkering wordt hier behandeld als een kwaal en niet alleen als een misdaad. Wie zich bekeert, moet dus niet eerst zelf beter worden; de genezing is wat beloofd wordt, en niet wat vooraf geëist wordt.

Typologie: Hetzelfde staat in de gelijkenis van de verloren zoon, waar de vader hem tegemoet loopt terwijl hij nog ver weg is (Luk. 15:20). En Paulus zegt waar de omkeer vandaan komt: het is de goedertierenheid Gods die tot bekering leidt (reeds behandeld bij Rom. 2:4).

Jer. 3:12-14,22; Deut. 30:6; Luk. 15:20; Rom. 2:4

Herders naar Gods hart  — de belofte van leiding die weidt met wetenschap en verstand (Jer. 3:15)

"En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand" (Jer. 3:15). Het woord herder wordt in dit boek voor de leiders van het volk gebruikt, en die leiding is juist aangeklaagd: "de herders overtraden tegen Mij" (Jer. 2:8). De belofte staat dus tegenover de werkelijkheid van dat ogenblik. Wat zulke herders doen wordt met twee woorden gezegd: zij weiden, en zij doen dat met kennis en verstand.

Bijbelse betekenis: Merk op wie de herders geeft. Er staat: Ik zal geven. Goede leiding wordt hier niet gekweekt of gekozen maar geschonken; dat is een gebed waard en geen vanzelfsprekendheid. Let vervolgens op de maatstaf: naar Mijn hart. Niet naar de smaak van het volk, en niet naar wat een herder zelf voor ogen heeft. Let ten slotte op het woord weiden. Een herder houdt geen toespraak maar brengt de kudde bij het voer; wetenschap en verstand staan hier in dienst van de maag van de schapen en niet van de naam van de herder. In Jer. 23 komt de keerzijde uitgebreid aan de orde, bij de herders die de schapen verstrooien.

Typologie: De Heere Jezus vervult deze belofte in eigen persoon en noemt Zich de goede Herder (reeds behandeld bij Joh. 10:11). En Petrus geeft de maat door aan de oudsten: weid de kudde Gods, niet om vuil gewin maar met een volvaardig gemoed (reeds behandeld bij 1 Petr. 5:2).

Jer. 3:15; Jer. 2:8; Joh. 10:11; 1 Petr. 5:2

De ark die niet meer gemist wordt  — een belofte waarin het heiligste voorwerp van Israël overbodig heet (Jer. 3:16-17)

"En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen" (Jer. 3:16). Er staat bij dat men haar niet zal gedenken, niet zal missen en niet opnieuw zal maken. En het vers erna zegt wat ervoor in de plaats komt: "Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil" (Jer. 3:17).

Bijbelse betekenis: De ark was de kist met het verzoendeksel, de plaats waar God tussen de cherubs woonde en waar eens per jaar bloed gesprengd werd (reeds behandeld bij Ex. 25:22). Dat juist dát voorwerp niet gemist zal worden, is een van de opvallendste beloften van het boek. Merk op waarom het niet gemist wordt. Niet omdat men het vergeten is, maar omdat er iets grotere komt: de stad zelf heet dan Gods troon, en de volken komen erheen. Wat één kist in één vertrek was, wordt dan een plaats waar allen komen. Let ten slotte op wat dit zegt over voorwerpen in de eredienst. De ark was door God Zelf voorgeschreven, en toch is zij niet het einddoel. Wie aan het middel meer waarde hecht dan aan Wie erachter staat, houdt uiteindelijk het middel over.

Typologie: De Hebreeënbrief zegt hetzelfde over de hele tabernakeldienst: de wet had "een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld zelf der zaken" (Hebr. 10:1). En Johannes ziet in de nieuwe stad geen tempel meer, "want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam" (Op. 21:22).

Jer. 3:16-17; Ex. 25:22; Hebr. 10:1; Op. 21:22

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

Herders naar Mijn hart — 3:12-19

Jeremia moet naar het noorden roepen, naar het rijk dat al weggevoerd is. God noemt Israël daar een afkerige vrouw en zegt tegelijk dat Hij goedertieren is en Zijn toorn niet in eeuwigheid houdt.

Midden in de aanklacht belooft God herders naar Zijn hart, en een tijd waarin men de ark niet eens meer zal missen.

De oproep is opmerkelijk kort in eisen: erken slechts uw ongerechtigheid. Meer wordt er niet gevraagd om terug te mogen komen.

En dan de belofte: Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.

Dat woord naar Mijn hart is eerder gevallen, toen Samuël tegen Saul zei dat de HEERE Zich een man naar Zijn hart gezocht had. Zo staan koningschap en herderschap hier bij elkaar; in Israël was dat ook één beeld.

Wat er dan volgt, is voor een Israëliet bijna ondenkbaar. Zij zullen niet meer zeggen: de ark des verbonds des HEEREN. Zij zal niet in het hart opkomen, men zal aan haar niet gedenken, en zij zal niet gemist worden.

De ark is het heiligste voorwerp dat het volk bezat, de plaats waar God tussen de cherubs woonde. Dat men haar niet zal missen, kan maar één ding betekenen: er komt iets waarbij zelfs de ark niet gemist wordt.

En de reden staat er meteen bij: te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen: des HEEREN troon. Niet meer één kist in één kamer, maar een hele stad — en daarheen zullen alle heidenen vergaderd worden.

De herders naar Gods hart komen in Ezechiël uit op één Herder, en Christus noemt Zich in Johannes 10 de goede Herder. En de belofte dat de ark niet gemist wordt, komt uit in wat Johannes ziet: in de stad zag hij geen tempel, want de Heere God de Almachtige is haar tempel, en het Lam.

  1. 1 Samuël 13:14 — De HEERE heeft Zich een man naar Zijn hart gezocht.
  2. Jeremia 3:15 — Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart.
  3. Jeremia 3:16 — De ark zal niet gemist worden.
  4. Ezechiël 34:23 — Ik zal één Herder over hen verwekken.
  5. Johannes 10:11 — Ik ben de goede Herder.
  6. Openbaring 21:22 — Ik zag geen tempel in haar, want de Heere God en het Lam is haar tempel.

In het Nieuwe Testament: Johannes 10:11-16; Ezechiël 34:23; Openbaring 21:22; Handelingen 20:28

Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt deze verzen niet met name aan. De lijn loopt over het herdersbeeld, dat de profeten aan de beloofde Herder verbinden en dat Christus op Zichzelf toepast.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 3

Jeremia 3:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 24:1Jeremia 2:20Jeremia 4:1Ezechiël 16:26Jeremia 3:9Jeremia 8:4Jeremia 2:23Hosea 14:1
— Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
God Zelf lijkt hier voor een onmogelijkheid te staan. Zijn volk was van Hem weggegaan, zij hadden ontrouw tegenover Hem gehandeld, zij hadden zich bij andere goden gevoegd. Het geval was uitermate moeilijk. Als de HEERE dit volk weer terugneemt, zal dat er dan niet uitzien als een aanmoediging tot de zonde? Dat is juist de vraag die telkens weer opgeworpen wordt. Als God grote zondaars vrijelijk vergeeft, zal dat er dan niet op lijken dat Hij de zonde te lichtvaardig behandelt? Zal het vrije heil, door het geloof in Jezus, niet tot zonde leiden? De wereld zegt dat het zo zal zijn, en zelfs de Schrift lijkt de vraag te stellen: “Als een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij nog tot haar wederkeren? Zou niet datzelve land ganselijk ontheiligd worden?” En toch was Juda erger geweest dan de vrouw die hier beschreven wordt.

Hier lag een verschrikkelijke diepte van zonde, een ontzettende grootheid van boosheid. En wat een luister van goddelijke liefde wordt hier geopenbaard! Ik verwonder mij er niet over dat de vraag gesteld wordt: “Hoe kan God zo handelen en toch rechtvaardig zijn?” Hij kán het doen en toch rechtvaardig zijn, zoals wij u vaak hebben aangewezen; maar het blijft een zeer groot wonder van genade.

Jeremia 3:2-3.KruisverwijzingenJeremia 14:4Leviticus 26:19Jeremia 5:24Jesaja 5:6Jeremia 14:22Deuteronomium 28:23Amos 4:7Joël 1:16
— Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid. Daarom zijn de regendruppelen ingehouden, en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
Dit was heel sterke, ruwe taal, maar och, hoe waar was zij! Het volk was van God afgedwaald in allerlei onreinheid en bevlekking; en zelfs toen God hen tuchtigde door de regens terug te houden totdat de hongersnood hen bedreigde, keerden zij zich niet tot Hem. Zij leken een voorhoofd van diamant te hebben; zij konden niet beschaamd gemaakt worden. Er zijn misschien mensen van die soort in deze vergadering. Zo ja, laten zij letten op wat God zegt.

Jeremia 3:4.KruisverwijzingenJeremia 3:19Jeremia 2:2Psalmen 71:17Spreuken 2:17Jeremia 31:9Hosea 2:15Spreuken 1:4Maleachi 2:14
— Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd!
Wilt u niet terugkomen? U wordt uitgenodigd tot de HEERE terug te keren, ondanks uw afdwaling, uw verkeerdheid, uw gruwelijke ongerechtigheid. Wilt u niet de betere dagen gedenken, toen God de Leidsman van uw jeugd was? U was niet altijd wat u nu bent. Wilt u van deze tijd af niet tot de HEERE roepen: “Mijn Vader! Gij zijt de leidsman mijner jeugd”?

Jeremia 3:5.KruisverwijzingenJesaja 57:16Jeremia 3:12Jesaja 64:9Psalmen 85:5Micha 7:3Sefanja 3:1Micha 2:1Ezechiël 22:6
— Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
Nee, dat zal Hij niet doen. Niemand is zo traag tot toorn als onze God, en niemand is zo bereid daarvan af te zien als Hij. Hij is een God die vaardig is te vergeven, die wacht om te vergeven, die een welbehagen heeft in barmhartigheid. De zonde kan zo vuil zijn dat ik bij het lezen bijna bloos, zoals u het misschien bij het horen doet. En toch, hoe zwart zij ook is, God kan haar in de grootheid van Zijn barmhartigheid geheel wegdoen.

U bent in de zonde zo ver gegaan als u kon gaan; alleen gebrek aan macht heeft u ervan weerhouden nog erger te zijn dan u bent. En toch is dit het soort mensen tot wie God in barmhartigheid spreekt, terwijl Hij hen uitnodigt tot Hem terug te keren.

Jeremia 3:6-7.KruisverwijzingenEzechiël 16:46Ezechiël 20:28Jeremia 17:2Ezechiël 23:11Jeremia 7:24Ezechiël 16:241 Koningen 14:232 Koningen 17:7
— Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar. En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
Zij bouwden tempels voor valse goden op elke berg en in elk bos. Wat een diepte van barmhartigheid dat God zo’n bevlekte gebiedt tot Hem terug te keren: “En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij.”

Dat maakte de zonde van Juda nog erger dan die van Israël: zij zag deze grote ongerechtigheid in een ander, en toch ging zij heen en bedreef haar zelf. Sommigen zijn door de straf van anderen niet van de zonde terug te houden, maar zij lopen in het vuur waarin anderen verbrand zijn, en zo verzwaren zij hun zonde.

Jeremia 3:8-9.KruisverwijzingenDeuteronomium 24:1Jeremia 2:27Jeremia 3:2Jesaja 57:6Jesaja 50:1Jeremia 3:1Jeremia 10:8Jeremia 2:7
— En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles, waarin de afgekeerde Israel overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging henen, en hoereerde zelve ook. Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
Zij bogen zich voor afgoden van hout of steen. Dat wil zeggen: zij gaf haar hart aan valse goden en diende stenen en stokken. En hoe moet het de levende God vertoornen te zien dat mensen zich van Hem afkeren om blokken hout en steen te dienen in Zijn plaats! En dan in het bijzonder een volk dat over de levende God onderwezen is: zo’n volk bedrijft de grofste daad van ontrouw tegen Hem en is tot de laatste graad wederspannig.

Jeremia 3:10-11.KruisverwijzingenHosea 7:14Ezechiël 16:51Ezechiël 23:11Ezechiël 16:47Hosea 4:16Hosea 11:7Psalmen 66:3Jeremia 12:2
— En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE. Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israel heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
De ene zondigde openlijk en hield daarin vol. De andere veinsde zich te bekeren en deed het niet, en die geveinsde bekering was in Gods ogen hatelijker dan zelfs de vermetele en openlijke zonde van Israël.

Wat moeten de volgende woorden dan zijn? Moeten zij niet luiden: “U hebt Mij zo slecht behandeld dat Ik nooit meer iets met u te doen wil hebben; de gewone welvoeglijkheid alleen al eist dat Ik u voor altijd buiten alle hoop stel”? Nee. Hoor deze woorden, en wees verbaasd.

Jeremia 3:12.KruisverwijzingenPsalmen 86:15Ezechiël 33:11Jeremia 33:26Psalmen 86:5Jeremia 3:5Jeremia 3:22Jeremia 31:20Jeremia 3:18
— Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
De onmetelijke barmhartigheid van deze genaderijke woorden! Hoe diep en zwart de zonde ook is, en hoe schrikkelijk de beschrijving ervan — hoe helder is de onmetelijke liefde die belooft die zonde weg te doen! Zij vergeet en vergeeft haar eens en voor altijd.

De belediging was vuil. Zij is van de soort die het hart van de eer van een mens doorsteekt. Het is een belediging die een mens nauwelijks ooit vergeven zal. Maar God gebiedt Zijn dwalende Israël terug te komen, en roept barmhartigheid uit — vrije barmhartigheid — zelfs voor zulke grove overtreders.

Jeremia 3:13.KruisverwijzingenJeremia 2:25Deuteronomium 30:1Jeremia 3:6Deuteronomium 12:2Jeremia 3:25Jeremia 3:2Lukas 15:18Jeremia 2:20
— Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
Beken dat bedroevende feit; erken dat u zo gezondigd hebt. Giet in het oor van God de volle belijdenis van uw schuld uit. Hij kan om niets minder vragen dan dit; en zeker kunt u daar niet tegen opzien. Hebt u Hem zo behandeld, kom dan en beken het met uw hoofd aan Zijn boezem. Hij is bereid u te ontvangen, ook al bent u de grootste zondaar die er buiten de hel te vinden is. Het is alles wat Hij van u vraagt: beken dat u verkeerd gedaan hebt. “Alleen ken uw ongerechtigheid.”

Het was onder de bomen dat zij hun altaren oprichtten om hun valse goden te dienen. Zo maakten zij de bossen, die vol schoonheid en zoet van gezang hadden moeten zijn, tot plaatsen van afgodendienst, waardoor God vertoornd werd. Maar Hij zegt: “Beken het alleen. Kom en beklaag het. Erken dat u schuldig geweest bent, en Ik zal de zonde wegdoen.”

Jeremia 3:14.KruisverwijzingenHosea 2:19Jesaja 54:5Jeremia 31:32Jesaja 6:13Jesaja 11:11Jesaja 17:6Jeremia 3:1Jesaja 10:22
— Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
Er staat hier een gemengd beeld, maar er is geen gemengde zin: kinderen, en toch met Hem gehuwd. De band was dubbel: zij waren geboren én ondertrouwd. God bekommert zich weinig om de regels van de menselijke redekunst en de vormelijke welsprekendheid. Als Zijn bedoeling maar volkomen duidelijk gemaakt kan worden, breekt Hij vrijelijk door alle regels heen die wij met recht voor ons spreken maken. “Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd.”

“Een uit een stad, en twee uit een geslacht” — en het woord “geslacht” werd in die tijden in een heel ruime zin gebruikt en omvatte misschien een van de twaalf stammen in haar geheel.

Jeremia 3:15.KruisverwijzingenJeremia 23:4Handelingen 20:28Ezechiël 34:23Efeze 4:11Johannes 21:15Ezechiël 37:241 Samuël 13:141 Korinthe 3:1
— En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
Wanneer God eenmaal begint mensen te vergeven, komt er geen einde aan. Hij gaat voort hen te zegenen met alles wat zij nodig hebben. De afgedwaalden zullen bij hun terugkeer niet buiten de kooi gelaten worden maar herders krijgen die over hen waken; en zij zullen niet aan een dorre weide overgelaten worden maar geweid worden met wetenschap en verstand.

Dat is uitgelezen voedsel voor de hongerige ziel! Wetenschap is goed, maar verstand is beter. Kennen kan van weinig nut zijn als wij niet ook de innerlijke en diepere kennis erbij hebben en verstáán wat wij kennen. Deze herders zullen u weiden met wetenschap en verstand: zij zullen niet alleen onderwijzen, maar zo onderwijzen dat u niet anders kán dan leren.

Jeremia 3:16.KruisverwijzingenJesaja 65:17Zacharia 10:7Hebreeën 10:8Mattheüs 3:9Ezechiël 36:8Jeremia 30:19Sefanja 3:11Jesaja 60:22
— En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
U weet dat zij aan de oude ceremoniële godsdienst gewend waren, die vol uitwendige gebruiken en vormen was. God zegt dat wanneer Hij Zijn dwalend volk tot Zich terugbrengt, zij met al dat louter uitwendige afgedaan zullen hebben. Zij zullen komen om God te dienen in geest en in waarheid, en om met Hem gemeenschap te hebben zonder het middel van de ark van het verbond of van een aardse priester. Zij zullen voor Zijn aangezicht wandelen in de vreugde van hun geest. En let erop: dit zijn dezelfde mensen die in dit hoofdstuk beschreven worden als degenen die het huis van God bevlekt hebben en tot hun volslagen schande van Hem afgedwaald zijn.

Het ceremoniële trekt zich terug in de schemerige achtergrond wanneer het geestelijke in volle kracht staat. Zij zijn voor zichzelf tot God gekomen en hebben die ark niet meer nodig. Wie in deze tijd dicht bij God wandelen, maken weinig op van het uitwendige. Wat God gebiedt, gehoorzamen zij; maar hun vertrouwen ligt in Hém. Ware godsdienst is geen vorm maar een leven en een ziel. Dicht bij God leven is de hoofdzaak, het werkelijk wezenlijke.

Evangelische bekering, wanneer zij vergeving met zich meebrengt, geeft doorgaans weinig om louter wettelijke plechtigheden. Wij hebben het teken niet nodig wanneer wij de zaak zelf ontvangen.

Jeremia 3:17.KruisverwijzingenJeremia 17:12Ezechiël 43:7Jeremia 11:8Genesis 8:21Jesaja 49:18Ezechiël 1:26Micha 4:1Romeinen 1:21
— Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
Juist die stad die als een hoer geworden was en vol gruwelen, zal de troon van de HEERE genoemd worden. Ik geloof dat dit nog letterlijk vervuld moet worden in Jeruzalem zelf, en ook geestelijk in de kerk. Dan zal zij niet achter de volken blijven maar hun hoofd worden, en in alle zegen voor de mensheid de leiding nemen.

Jeremia 3:18.KruisverwijzingenAmos 9:15Hosea 1:11Jeremia 50:4Jeremia 31:8Jeremia 16:15Jeremia 3:12Jeremia 23:8Jesaja 11:11
— In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
Er is geen twisten meer wanneer de genade binnenkomt. Israël en Juda vochten in de oude dagen tegen elkaar; maar wanneer zij beiden van de vergevende genade smaken, zullen zij elkaar liefhebben. Niets verenigt mensen zoals de genade van God. Twee mensen die door dezelfde Zaligmaker vergeven zijn, behoren elkaar lief te hebben — en zij zullen het doen.

Jeremia 3:19.KruisverwijzingenJeremia 3:4Jesaja 63:16Daniël 11:16Galaten 4:5Galaten 3:26Mattheüs 6:81 Johannes 3:1Efeze 1:5
— Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.
Toen God dit alles gezegd had, lijkt Hij tot een stilstand gekomen te zijn, en zelfs in Zijn eigen hart lijkt de vraag op te komen hoe Hij deze heel zondige mensen als Zijn kinderen kan behandelen. Is het mogelijk? Kán het gedaan worden? Deze volken, die zich met onuitsprekelijke vuilheid bevlekt en verontreinigd hebben — kunnen zij onder de kinderen gezet worden, de kinderen van God?

God wist het karakter te veranderen en het hart te veranderen, zodat deze bevlekten, die het verst afgedwaald waren, tot Hem zouden terugkomen en onder Zijn heiligste, trouwste en gehoorzaamste kinderen zouden komen. Och, of Zijn genade dat wonder opnieuw in ons midden werken wilde! Bedenk wat Hij deed voor Saulus van Tarsen, die alles overtreffende vervolger, hoe Hij hem tot de allermoedigste van Zijn apostelen maakte. En Hij kan op dit ogenblik wie de uitgelezen lijfwacht van de duivel vormen zo veranderen dat zij soldaten van het kruis worden, het naast bij Christus, de grote Veldheer.

Wanneer God ons de geest van kinderen geeft, wordt het Hem gemakkelijk ons onder de kinderen te zetten. Waar de natuur van kinderen door de goddelijke wedergeboorte gegeven is, mogen de rechten van kinderen wel door de aanneming gegeven worden. “Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader!”

Dat tweede deel van de zegen houd ik altijd voor misschien het rijkste van de twee. De volharding van de heiligen tot het einde is het snoer van kroonjuwelen dat in het kistje van het verbond gevonden wordt: “en gij zult van achter Mij niet afkeren”. Als het ooit gebeuren kon dat schapen van Christus afvielen, dan zou mijn wankele, zwakke ziel tienduizend keer per dag vallen. Maar Hij die het goede werk begonnen heeft, heeft belooft het voort te zetten. Daar ligt onze veiligheid en onze rust.

Jeremia 3:20-21.KruisverwijzingenJeremia 5:11Jesaja 48:8Jesaja 15:2Jeremia 2:32Jeremia 31:9Jeremia 3:2Jesaja 17:102 Korinthe 7:10
— Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israels! spreekt de HEERE. Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israels, omdat zij hun weg verkeerd, en den HEERE, hun God, vergeten hebben.
Hoort u het? Hoort u Gods belofte en Zijn gebod: “Bekeert u, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen”? Nu het antwoord. God geve dat het in uw hart moge opwellen.

Dit is de ergste van alle misdaden: dat een vrouw ontrouw wordt aan haar huwelijksbeloften en zich afkeert van de man die zij verplicht is lief te hebben. Zeer zelden roept een man een ontrouwe vrouw terug. Maar God haat in Zijn oneindige barmhartigheid het verstoten; Hij kan de scheiding niet verdragen. Hij houdt nog vast aan het voorwerp van Zijn liefde en klaagt daarom met een zoete trouw van liefde over de ontrouw van Israël.

En terwijl Hij dat doet, wordt er een stem gehoord op de hoge plaatsen: een geween en gebeden van de kinderen van Israël, omdat zij hun weg verkeerd hebben en de HEERE hun God vergeten. Wat bleef er dan voor hen over dan droefheid? Zij stonden op hun hoogten en offerden aan hun nieuwe goden, en in plaats van vreugde en heilige psalmen en lofliederen riepen zij als de priesters van Baäl, en sneden en pijnigden zich zelf. God hoorde het: geween en gebeden — niet tót Hem, want zij hadden hun weg verkeerd. Hun droefheid kwam niet van Hem, want zij hadden de HEERE hun God vergeten. En toch had die droefheid iets hoopvols: zij vonden geen vreugde in hun nieuwe goden en trokken geen troost uit hun afdwalingen.

Het waren de plaatsen waar zij de altaren voor de valse goden gebouwd hadden. Hoe aangenaam is het geween van Zijn afgedwaald volk in de oren van God! De gelukkige God wil niet dat mensen bedroefd zijn, maar Hij is verheugd dat zij bedroefd zijn over de zonde. Nu zij hun afdwalingen en hun boosheid beginnen te bejammeren, zullen zij tot hun God terugkomen.

Jeremia 3:22.KruisverwijzingenHosea 14:4Hosea 6:1Hosea 3:5Jeremia 33:6Hooglied 1:4Zacharia 13:9Jesaja 27:8Hosea 14:8
— Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
Och, de wonderlijke barmhartigheid van God! Hij behandelt de zonde als een ziekte. Dat was een grote gedachte van Gods zijde: dat Hij de zonde niet zozeer als een moedwillige daad en misdaad zou aanzien, maar als een kwaal van het gemoed en de ziel. “Ik zal uw afkeringen genezen.” En zie het zoete antwoord dat Israël hierop geeft. Zo komen zij tot Hem terug en vinden het heil dat zij nodig hebben. Wij verlaten alle valse vertrouwens; wij laten onze aardse vreugden varen. Och, of dat antwoord uit ieder afgedwaald hart mocht komen dat hier vanavond is, en of er een herstelling mocht komen van de zwerver tot zijn God!

Jeremia 3:23-24.KruisverwijzingenPsalmen 3:8Psalmen 121:1Hosea 9:10Jesaja 12:2Jeremia 17:14Jesaja 43:11Jesaja 46:7Jesaja 45:20
— Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil! Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochteren.
Zij hebben geen voordeel gehad van het dienen van afgoden; zij hebben er onder geleden. Zie, zij probeerden het van hun hoogten te krijgen. Zij hieven hun stem op tot hun goden, maar zij leerden er alleen rouwen en wenen. “Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen.”

Jeremia 3:25.KruisverwijzingenJeremia 22:21Klaagliederen 5:7Deuteronomium 31:17Jesaja 50:11Nehemia 9:32Klaagliederen 5:16Jeremia 6:26Ezechiël 36:32
— Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.
Daar ziet u de bekering die de HEERE van Zijn volk eiste; en waar zo’n bekering is, daar zijn zeker ook aanneming en zaligheid. Moge zo’n bekering het deel worden van alle zwervers die nu naar mijn woorden horen. God geve ons die bekering, en behoude ons om Zijn barmhartigheid.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Niets verenigt mensen zoals de genade van God. Twee mensen die door dezelfde Zaligmaker vergeven zijn, behoren elkaar lief te hebben — en zij zullen het doen.

Verdiepende artikelen

Kom dichter bij Jezus

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Wij komen tot U, want U bent de HEERE, onze God. Jeremia 3:22 Kom.” Zo’n klein woord, maar met een diepe betekenis. Komen betekent dat je iets achter…

Kom tot Jezus

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Wij komen tot U, want U bent de HEERE, onze God. Jeremia 3:22 Weet je nog wat God tegen je heeft gezegt? Hij heeft gezegd dat Hij God…

Keer terug naar je vorige Man

Voor Iedere Dag

Zij zegt immers: Ik ga achter mijn minnaars aan… Daarom, zie, Ik ga uw weg met dorens omheinen… zodat zij haar paden niet zal kunnen vinden. Zij zal…

Jer. 3:19‭ - Ondervraging en uitroeping

Preekaantekeningen

Ik zei wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten? en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen van de Heidenen? Maar Ik…

Jer. 3:12-22 Keert weder! Keert weder! 

Preekaantekeningen

"Bekeer u, gij afgekeerde Israel, spreekt de Heere. Jer. 3:12 "Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de Heere.Jer. 3:14 "Keert weer, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen…

Overvloedige genade

Aan De Voeten Van De Meester

Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben Hosea 14:4 Dit onderwerp nodigt afvalligen uit om terug te keren. Ja, deze tekst is inderdaad voor afvalligen geschreven, “Ik zal hun afkerigheid…

Onveranderlijke liefde

Aan De Voeten Van De Meester

En Mij harer kinderen niet ontferme, omdat zij kinderen der hoererijen zijn. Want hunlieder moeder hoereert, die henlieden ontvangen heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijn boelen…

Het huwelijksverbond van de Bruidegom

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Keer terug, afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd. Jeremia 3:14 De Heere Jezus is door een huwelijksverbond…

De huwelijksrelatie

Preken

Een preek uitgesproken door C.H. Spurgeon in de Metropolitan Tabernacle, Newington, 1867. Metropolitan Tabernacle Pulpit preek nr. 762 Keer terug, afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content