Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hooglied 8

1 Och, dat Gij mij als een Broeder waart, zuigende de borsten mijner moeder! dat ik U op de straat vond, ik zou U kussen, ook zouden zij mij niet verachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 OchH5414, dat Gij mij als een BroederH251 waart, zuigendeH3243 de borstenH7699 mijner moederH517! dat ik U op de straatH2351 vondH4672, ik zou U kussenH5401, ookH1571 zouden zij mij nietH3808 verachtenH936. Och, dat Gij mij als een Broeder waart, zuigende de borsten mijner moeder! dat ik U op de straat vond, ik zou U kussen, ook zouden zij mij niet verachten.

KJV O that2 thou wert as my brother,3 that sucked5 the breasts6 of my mother!7 when I should find8 thee without,9 I would kiss10 thee; yea, I should not be despised.

1 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 יִתֶּנְךָ֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 כְּאָ֣ח H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 לִ֔י 5 יוֹנֵ֖ק H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 6 שְׁדֵ֣י H7699 borsten, borst breast, pap, teat 7 אִמִּ֑י H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 8 אֶֽמְצָאֲךָ֤ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 9 בַחוּץ֙ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 10 אֶשָׁ֣קְךָ֔ H5401 kuste, kussen, gekust armed (men), rule, kiss, that touched 11 גַּ֖ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 12 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יָב֥וּזוּ H936 veracht, verachten, enenmale contemn, despise, [idiom] utterly 14 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ik zou U leiden, ik zou U brengen in mijner moeders huis, Gij zoudt mij leren; ik zou U van specerijwijn te drinken geven, en van het sap van mijn granaatappelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Ik zou U leidenH5090, ik zou U brengenH935 in mijner moedersH517 huisH1004, Gij zoudt mij lerenH3925; ik zou U van specerijwijnH7544 te drinkenH8248 geven, en van het sapH6071 van mijn granaatappelenH7416. Ik zou U leiden, ik zou U brengen in mijner moeders huis, Gij zoudt mij leren; ik zou U van specerijwijn te drinken geven, en van het sap van mijn granaatappelen.

KJV I would lead1 thee, and bring2 thee into my mother's5 house,4 who would instruct6 me: I would cause thee to drink7 of spiced9 wine8 of the juice10 of my pomegranate.

1 אֶנְהָֽגֲךָ֗ H5090 leiden, geleid, leidde acquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth) 2 אֲבִֽיאֲךָ֛ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 אִמִּ֖י H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 6 תְּלַמְּדֵ֑נִי H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 7 אַשְׁקְךָ֙ H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 8 מִיַּ֣יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 9 הָרֶ֔קַח H7544 specerijwijn spiced 10 מֵעֲסִ֖יס H6071 zoeten wijn, nieuwen wijn, sap juice, new (sweet) wine 11 רִמֹּנִֽי H7416 granaatappelen, granaatappel, granaatappelboom pomegranate
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zijn linkerhandH8040 zij onderH8478 mijn hoofdH7218, en Zijn rechterhandH3225 omhelzeH2263 mij. Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.

KJV His left hand1 should be under my head,3 and his right hand4 should embrace

1 שְׂמֹאלוֹ֙ H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 2 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 3 רֹאשִׁ֔י H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 4 וִֽימִינ֖וֹ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 5 תְּחַבְּקֵֽנִי H2263 omhelzen, omhelsde, omhelze embrace, fold
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve lust!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Ik bezweerH7650 u, gij dochterenH1323 van JeruzalemH3389! dat gij die liefdeH160 niet opwektH5782, noch wakker maaktH5782, totdatH5704 het dezelve lustH2654! Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve lust!

KJV I charge1 you, O daughters3 of Jerusalem,4 that ye stir not up,6 nor awake8 my love,10 until he please.

1 הִשְׁבַּ֥עְתִּי H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 2 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּנ֣וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 תָּעִ֧ירוּ H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 7 וּֽמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 תְּעֹֽרְר֛וּ H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָאַהֲבָ֖ה H160 liefde, liefhad, bemint love 11 עַ֥ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 שֶׁתֶּחְפָּֽץ H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste? Onder den appelboom heb ik u opgewekt, daar heeft u uw moeder met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht, die u gebaard heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WieH4310 is zij, die daar opklimtH5927 uitH4480 de woestijnH4057, en liefelijk leuntH7514 opH5921 haar LiefsteH1730? OnderH8478 den appelboomH8598 heb ik u opgewektH5782, daar heeft u uw moederH517 met smart voortgebrachtH2254, daarH8033 heeft zij u met smart voortgebrachtH2254, die u gebaardH3205 heeft. Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste? Onder den appelboom heb ik u opgewekt, daar heeft u uw moeder met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht, die u gebaard heeft.

KJV Who is this that cometh up3 from the wilderness,5 leaning6 upon her beloved?8 I raised11 thee up under the apple tree:10 there thy mother14 brought thee forth:13 there she brought thee forth16 that bare

1 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 זֹ֗את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 עֹלָה֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַמִּדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 6 מִתְרַפֶּ֖קֶת H7514 liefelijk leunt lean 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 דּוֹדָ֑הּ H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 9 תַּ֤חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 הַתַּפּ֨וּחַ֙ H8598 appelboom, appelen apple (tree). See also H1054 (בֵּית תַּפּוּחַ) 11 עֽוֹרַרְתִּ֔יךָ H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 12 שָׁ֚מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 חִבְּלַ֣תְךָ H2254 verderven, pand, verdorven [idiom] at all, band, bring forth, (deal) corrupt(-ly), destroy, offend, lay to (take a) pledge, spoil, travail, [idiom] very, withhold 14 אִמֶּ֔ךָ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 15 שָׁ֖מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 16 חִבְּלָ֥ה H2254 verderven, pand, verdorven [idiom] at all, band, bring forth, (deal) corrupt(-ly), destroy, offend, lay to (take a) pledge, spoil, travail, [idiom] very, withhold 17 יְלָדַֽתְךָ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 ZetH7760 mij als een zegelH2368 opH5921 Uw hartH3820, als een zegelH2368 opH5921 Uw armH2220; want de liefdeH160 is sterkH5794 als de doodH4194; de ijverH7068 is hardH7186 als het grafH7585; haar kolenH7565 zijn vurigeH784 kolenH7565, vlammenH7957 des HEEREN. Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN.

KJV Set1 me as a seal2 upon thine heart,4 as a seal5 upon thine arm:7 for love11 is strong9 as death;10 jealousy14 is cruel12 as the grave:13 the coals15 thereof are coals16 of fire,17 which hath a most vehement flame.

1 שִׂימֵ֨נִי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 כַֽחוֹתָ֜ם H2368 zegel, zegelen, zegelring seal, signet 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 לִבֶּ֗ךָ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 כַּֽחוֹתָם֙ H2368 zegel, zegelen, zegelring seal, signet 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 זְרוֹעֶ֔ךָ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 עַזָּ֤ה H5794 sterke, sterken, sterk fierce, [phrase] greedy, mighty, power, roughly, strong 10 כַמָּ֨וֶת֙ H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 11 אַהֲבָ֔ה H160 liefde, liefhad, bemint love 12 קָשָׁ֥ה H7186 hard, harde, harden churlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble 13 כִשְׁא֖וֹל H7585 hel, graf, grafs grave, hell, pit 14 קִנְאָ֑ה H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 15 רְשָׁפֶ֕יהָ H7565 kolen, vurige kolen, karbonkel arrow, (burning) coal, burning heat, [phrase] spark, hot thunderbolt 16 רִשְׁפֵּ֕י H7565 kolen, vurige kolen, karbonkel arrow, (burning) coal, burning heat, [phrase] spark, hot thunderbolt 17 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 18 שַׁלְהֶ֥בֶתְ H7957 vlam, vlammen (flaming) flame 19 יָֽה H3050 HEERE, HEEREN, Heere Jah, the Lord, most vehement. Compare names in '-iah,' '-jah.'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 VeleH7227 waterenH4325 zouden deze liefdeH160 niet kunnen uitblussenH3518; ja, de rivierenH5104 zouden ze niet verdrinkenH7857; al gafH5414 iemandH376 alH3605 het goedH1952 van zijn huisH1004 voor deze liefdeH160, men zou hem te enenmaleH936 verachtenH936. Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachten.

KJV Many2 waters1 cannot4 quench5 love,7 neither can the floods8 drown10 it: if a man13 would give12 all the substance16 of his house17 for love,18 it would utterly19 be contemned.

1 מַ֣יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 2 רַבִּ֗ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 3 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יֽוּכְלוּ֙ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 5 לְכַבּ֣וֹת H3518 uitgeblust, uitblussen, blussen go (put) out, quench 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הָֽאַהֲבָ֔ה H160 liefde, liefhad, bemint love 8 וּנְהָר֖וֹת H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יִשְׁטְפ֑וּהָ H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 11 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 12 יִתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 אִ֜ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 ה֤וֹן H1952 goed, Goed, genoeg enough, [phrase] for nought, riches, substance, wealth 17 בֵּיתוֹ֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 18 בָּאַהֲבָ֔ה H160 liefde, liefhad, bemint love 19 בּ֖וֹז H936 veracht, verachten, enenmale contemn, despise, [idiom] utterly 20 יָב֥וּזוּ H936 veracht, verachten, enenmale contemn, despise, [idiom] utterly 21 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Wij hebben een kleine zuster, die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zuster doen in dien dag, als men van haar spreken zal?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Wij hebben een kleineH6996 zusterH269, die nog geenH369 borstenH7699 heeft; watH4100 zullen wij onze zusterH269 doenH6213 in dien dagH3117, als men van haar sprekenH1696 zal? Wij hebben een kleine zuster, die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zuster doen in dien dag, als men van haar spreken zal?

KJV We have a little3 sister,1 and she hath no breasts:4 what shall we do8 for our sister9 in the day10 when she shall be spoken for?

1 אָח֥וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 2 לָ֨נוּ֙ 3 קְטַנָּ֔ה H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 4 וְשָׁדַ֖יִם H7699 borsten, borst breast, pap, teat 5 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 6 לָ֑הּ 7 מַֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 נַּעֲשֶׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 לַאֲחֹתֵ֔נוּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 10 בַּיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 שֶׁיְּדֻבַּר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 12 בָּֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zo zij een muur is, wij zullen een paleis van zilver op haar bouwen; en zo zij een deur is, wij zullen haar rondom bezetten met cederen planken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ZoH518 zij een muurH2346 is, wij zullen een paleisH2918 van zilverH3701 opH5921 haar bouwenH1129; en zoH518 zijH1931 een deurH1817 is, wij zullen haar rondom bezettenH6696 met cederenH730 plankenH3871. Zo zij een muur is, wij zullen een paleis van zilver op haar bouwen; en zo zij een deur is, wij zullen haar rondom bezetten met cederen planken.

KJV If she be a wall,2 we will build4 upon her a palace6 of silver:7 and if she be a door,9 we will inclose11 her with boards13 of cedar.

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 חוֹמָ֣ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 3 הִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 נִבְנֶ֥ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 5 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 טִ֣ירַת H2918 paleis, burchten, burgen (goodly) castle, habitation, palace, row 7 כָּ֑סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 8 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 דֶּ֣לֶת H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 10 הִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 נָצ֥וּר H6696 belegeren, belegerde, belegerden adversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags 12 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 ל֥וּחַ H3871 tafelen, planken, tafel board, plate, table 14 אָֽרֶז H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ik ben een muur en mijn borsten zijn als torens. Toen was ik in Zijn ogen als een, die vrede vindt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 IkH589 ben een muurH2346 en mijn borstenH7699 zijn als torensH4026. Toen was ik in Zijn ogenH5869 als een, die vredeH7965 vindtH4672. Ik ben een muur en mijn borsten zijn als torens. Toen was ik in Zijn ogen als een, die vrede vindt.

KJV I am a wall,2 and my breasts3 like towers:4 then was I in his eyes7 as one that found8 favour.

1 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 חוֹמָ֔ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 3 וְשָׁדַ֖י H7699 borsten, borst breast, pap, teat 4 כַּמִּגְדָּל֑וֹת H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 5 אָ֛ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 6 הָיִ֥יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 בְעֵינָ֖יו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 8 כְּמוֹצְאֵ֥ת H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 9 שָׁלֽוֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Salomo had een wijngaard, te Baal-Hamon; hij gaf dezen wijngaard aan de hoeders, een ieder bracht voor deszelfs vrucht duizend zilverlingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 SalomoH8010 had een wijngaardH3754, te Baal-HamonH1174; hij gafH5414 dezen wijngaardH3754 aan de hoedersH5201, een iederH376 brachtH935 voor deszelfs vruchtH6529 duizendH505 zilverlingenH3701. Salomo had een wijngaard, te Baal-Hamon; hij gaf dezen wijngaard aan de hoeders, een ieder bracht voor deszelfs vrucht duizend zilverlingen.

KJV Solomon3 had a vineyard1 at Baalhamon;4 he let out6 the vineyard8 unto keepers;9 every one10 for the fruit12 thereof was to bring11 a thousand13 pieces of silver.

1 כֶּ֣רֶם H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 2 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לִשְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 4 בְּבַ֣עַל H1174 Baal-hamon Baal-hamon 5 הָמ֔וֹן H1174 Baal-hamon Baal-hamon 6 נָתַ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַכֶּ֖רֶם H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 9 לַנֹּטְרִ֑ים H5201 behouden, hoeders, behoudt bear grudge, keep(-er), reserve 10 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 יָבִ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 בְּפִרְי֖וֹ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 13 אֶ֥לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 14 כָּֽסֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Mijn wijngaard, dien ik heb, is voor mijn aangezicht; de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo! maar tweehonderd zijn voor de hoeders van deszelfs vrucht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Mijn wijngaardH3754, dien ik heb, is voor mijn aangezichtH6440; de duizendH505 zilverlingen zijn voor u, o SalomoH8010! maar tweehonderdH3967 zijn voor de hoedersH5201 van deszelfs vruchtH6529. Mijn wijngaard, dien ik heb, is voor mijn aangezicht; de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo! maar tweehonderd zijn voor de hoeders van deszelfs vrucht.

KJV My vineyard,1 which is mine, is before3 me: thou, O Solomon,6 must have a thousand,4 and those that keep8 the fruit10 thereof two hundred.

1 כָּרְמִ֥י H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 2 שֶׁלִּ֖י 3 לְפָנָ֑י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 הָאֶ֤לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 5 לְךָ֙ 6 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 7 וּמָאתַ֖יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 8 לְנֹטְרִ֥ים H5201 behouden, hoeders, behoudt bear grudge, keep(-er), reserve 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 פִּרְיֽוֹ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 O gij bewoonster der hoven! de metgezellen merken op uw stem; doe ze Mij horen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 O gij bewoonsterH3427 der hovenH1588! de metgezellenH2270 merkenH7181 op uw stemH6963; doe ze Mij horenH8085. O gij bewoonster der hoven! de metgezellen merken op uw stem; doe ze Mij horen.

KJV Thou that dwellest1 in the gardens,2 the companions3 hearken4 to thy voice:5 cause me to hear

1 הַיוֹשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 בַּגַּנִּ֗ים H1588 hof, hofs, hoven garden 3 חֲבֵרִ֛ים H2270 metgezellen, gezel, medegenoten companion, fellow, knit together 4 מַקְשִׁיבִ֥ים H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 5 לְקוֹלֵ֖ךְ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 הַשְׁמִיעִֽינִי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Kom haastelijk, mijn Liefste! en wees Gij gelijk een ree, of gelijk een welp der herten op de bergen der specerijen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Kom haastelijkH1272, mijn LiefsteH1730! en weesH1819 Gij gelijk een reeH6643, ofH176 gelijk een welpH6082 der hertenH354 opH5921 de bergenH2022 der specerijenH1314. Kom haastelijk, mijn Liefste! en wees Gij gelijk een ree, of gelijk een welp der herten op de bergen der specerijen.

KJV Make haste,1 my beloved,2 and be thou like3 to a roe5 or to a young7 hart8 upon the mountains10 of spices.

1 בְּרַ֣ח H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 2 דּוֹדִ֗י H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 3 וּֽדְמֵה H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 4 לְךָ֤ 5 לִצְבִי֙ H6643 ree, sieraad, reeen beautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck) 6 א֚וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 7 לְעֹ֣פֶר H6082 welp, welpen young roe (hart) 8 הָֽאַיָּלִ֔ים H354 hert, herten hart 9 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הָרֵ֥י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 בְשָׂמִֽים H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hooglied 8:1 Zacharia 9:9 Galaten 4:26 Maleachi 3:1 Jesaja 66:11 Jesaja 7:14 Psalmen 102:16 Hagai 2:7 Lukas 2:38
Hooglied 8:2 Hooglied 3:4 Hooglied 7:12 Hooglied 4:10 Galaten 4:26 1 Petrus 1:10 Hooglied 7:9 Spreuken 9:2 Johannes 5:46
Hooglied 8:3 Hooglied 2:6 Deuteronomium 33:27 2 Korinthe 12:9 Jesaja 62:4
Hooglied 8:4 Hooglied 2:7 Hooglied 3:5
Hooglied 8:5 Hooglied 3:6 Hooglied 2:3 Hooglied 3:4 Hooglied 6:10 Jesaja 40:3 1 Petrus 1:21 Efeze 1:12 Psalmen 45:10
Hooglied 8:6 Jesaja 49:16 Hagai 2:23 Spreuken 6:34 Jeremia 22:24 Handelingen 21:13 Numeri 5:14 Deuteronomium 32:21 Exodus 28:29
Hooglied 8:7 Spreuken 6:35 Romeinen 13:8 Mattheüs 7:24 Romeinen 8:28 Spreuken 6:31 Jesaja 43:2
Hooglied 8:8 Ezechiël 16:55 Psalmen 2:8 1 Petrus 2:12 Ezechiël 16:61 Jesaja 60:10 Handelingen 16:9 Efeze 2:19 Romeinen 15:9
Hooglied 8:9 1 Koningen 6:15 Openbaring 21:12 Handelingen 14:27 Jesaja 61:4 Jesaja 60:17 1 Korinthe 3:10 Zacharia 6:12 Handelingen 15:16
Hooglied 8:10 Ezechiël 16:7 Deuteronomium 7:7 Spreuken 3:4 Efeze 1:8 Hooglied 7:7 Hooglied 4:5 Jesaja 60:10 Genesis 6:8
Hooglied 8:11 Prediker 2:4 Jesaja 7:23 Genesis 20:16 Markus 12:1 Lukas 20:9 Hooglied 7:12 Jesaja 5:1 Hooglied 1:6
Hooglied 8:12 Hooglied 1:6 1 Thessalonicenzen 2:19 Romeinen 14:7 Psalmen 72:17 Handelingen 20:28 1 Timotheüs 4:15 1 Korinthe 6:20 1 Timotheüs 5:17
Hooglied 8:13 Hooglied 1:7 Johannes 14:13 Richteren 14:11 Hooglied 7:11 Mattheüs 18:20 Hooglied 6:2 Mattheüs 28:20 Hooglied 5:9
Hooglied 8:14 Hooglied 2:17 Openbaring 22:20 Hooglied 2:9 Openbaring 22:17 Lukas 19:12 Hooglied 4:6 Filippenzen 1:23
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hooglied 8 vers 1

dat Gij mij Hebreeuws, wie zal u mij geven als mijn broeder! Zie de aantekening Deut. 5:29 , en Ps. 14:7 . Dit is een wens der Bruid, of der godzaligen, wensende dien dag te mogen zien en beleven, dat ze Christus haren Bruidegom [geworden zijnde haar broeder naar het vlees] zou mogen aanschouwen, in het vlees geopenbaard zijnde. Hoezeer vele godzaligen in het Oude Testament hiernaar verlangd hebben zie Matt. 13:17 ; Joh. 8:56 ; Hebr. 11:13 .

Hertaald: dat Gij mij Hebreeuws: wie zal U mij geven als mijn broeder! Zie de aantekening bij Deut. 5:29 en Ps. 14:7. Dit is een wens van de Bruid, of van de godzaligen, die de dag wensen te mogen zien en beleven waarop zij Christus, haar Bruidegom — Die naar het vlees haar broeder geworden is — in het vlees geopenbaard zouden mogen aanschouwen. Hoezeer veel godzaligen in het Oude Testament daarnaar verlangd hebben, zie Matth. 13:17, Joh. 8:56 en Hebr. 11:13.

zuigende Geesterlijkerwijze moet men door de moeder verstaan de algemene kerk, het hemelse Jeruzalem, dat onzer aller moeder is; Gal. 4:26 . Christus heeft dezelfde borsten gezogen, die wij gezogen hebben, gelijk Hij de sacramenten des Ouden en des Nieuwen Testaments heeft genoten: de besnijdenis, het paaslam, den doop en het heilige avondmaal, om alzo alle gerechtigheid te volbrengen; Matt. 3:15 .

Hertaald: zuigende Geestelijk moet men onder de moeder de algemene kerk verstaan, het hemelse Jeruzalem, dat de moeder van ons allen is; Gal. 4:26. Christus heeft dezelfde borsten gezogen die wij gezogen hebben, zoals Hij ook de sacramenten van het Oude en het Nieuwe Testament genoten heeft: de besnijdenis, het paaslam, de doop en het heilig avondmaal, om zo alle gerechtigheid te vervullen; Matth. 3:15.

kussen, Kussen is een bewijs van liefde, somtijds ook van eer en gehoorzaamheid. Zie Ps. 2:12 ; Hoogl. 1:2 .

Hertaald: kussen, Kussen is een bewijs van liefde, en soms ook van eer en gehoorzaamheid. Zie Ps. 2:12 en Hoogl. 1:2.

verachten Die personen worden versmaad, die wat doen of geacht worden te doen, hetwelk niet eerlijk nocht betamelijk is, Gen. 38:23 ; 2 Sam. 6:16 ; Jes. 37:22 . Dewijl dan de Bruid, haren Bruidegom op de straat openlijk kussende, dat is openbaarlijk Hem voor de mensen belijdende en bekennende haar Zaligmaker te zijn, niets onbetamelijks doen zou, zo zou zij deshalve van geen godzalige personen met reden veracht of bespot worden. Of men kan deze woord [ ook zouden zij mij niet verachten ] in dezen zin nemen, alsof de Bruid zeide: Mijne vijanden, de ongelovigen mensen, zouden alsdan mijne hoop, die ik heb van de verschijning van den Messias in het vlees, niet meer bespotten gelijk zij plegen te doen, als de beloften Gods wat lang uitblijven, gelijk Ps. 42:11 te zien is, en 2 Petr. 3:4 .

Hertaald: verachten Veracht worden die personen die iets doen, of geacht worden te doen, wat niet eerbaar of gepast is, Gen. 38:23, 2 Sam. 6:16 en Jes. 37:22. De Bruid zou door haar Bruidegom openlijk op straat te kussen niets ongepasts doen — dat is: door Hem openlijk voor de mensen te belijden en te erkennen als haar Zaligmaker. Daarom zou zij door geen godzalig mens met reden veracht of bespot worden. Of men kan deze woorden — ook zouden zij mij niet verachten — zo opvatten alsof de Bruid zei: mijn vijanden, de ongelovige mensen, zouden dan mijn hoop op de verschijning van de Messias in het vlees niet meer bespotten, zoals zij plegen te doen wanneer de beloften van God wat lang uitblijven, zoals te zien is in Ps. 42:11 en 2 Petr. 3:4.

Hooglied 8 vers 2

U leiden, Te weten, met eerbieding en met vreugde; willende Christus, dat is de kennis van Christus, verbreiden in de algemene kerk zo der Joden als der heidenen.

Hertaald: U leiden, Namelijk: met eerbied en met vreugde, terwijl zij Christus — dat is: de kennis van Christus — wil verbreiden in de algemene kerk, zowel van de Joden als van de heidenen.

in mijner moeders Dat is, in de kerk of verzamelingen der gelovigen, die Gods huizen en tempels zijn, 2 Kor. 6:16 ; Gal. 4:26 ; Hebr. 3:6 .

Hertaald: in mijner moeders Dat is: in de kerk of de samenkomsten van de gelovigen, die Gods huizen en tempels zijn, 2 Kor. 6:16, Gal. 4:26 en Hebr. 3:6.

Gij zoudt mij Dit spreekt de kerk tot Christus. Zie Deut. 18:15 ; Jes. 2:2-3 ; Mi. 4:1-2 ; Joh. 1:18 , en Joh. 4:25 , en Joh. 15:15 ; Hebr. 1:1 .

Hertaald: Gij zoudt mij Dit spreekt de kerk tot Christus. Zie Deut. 18:15, Jes. 2:2-3, Micha 4:1-2, Joh. 1:18, Joh. 4:25, Joh. 15:15 en Hebr. 1:1.

ik zou U Dat is, ik zou zulke goede vruchten tot uwe eer voortbrengen, die u zo aangenaam zouden zijn als wijn met specerijen vermengd, of hypocras, of het sap van granaatappelen, iemand wezen kan.

Hertaald: ik zou U Dat is: ik zou zulke goede vruchten tot Uw eer voortbrengen als U zo aangenaam zouden zijn als wijn met specerijen gemengd, of kruidenwijn, of het sap van granaatappels voor iemand kan zijn.

van het sap Deze lieflijke drank is geheel het tegendeel van den beker, waarvan gesproken wordt Openb. 17:2 , Openb. 17:4 .

Hertaald: van het sap Deze lieflijke drank is het volstrekte tegendeel van de beker waarover gesproken wordt in Openb. 17:2 en Openb. 17:4.

Hooglied 8 vers 3

Zijn linkerhand De Bruid, aanmerkende hare zwakheid, bidt den Bruidegom, dat Hij haar wil troosten en ondersteunen, opdat zij rust moge vinden voor hare ziel, Hoogl. 2:6 . Anders: zijne linkerhand is, of ligt, onder mijn hoofd; dat is, Hij draagt middelerwijl zorg voor mij, tonende zijne kracht in mijne zwakheid, Hij ondersteunt mij in mijn grootsten nood, gelijk een getrouw man zijne huisvrouw bijstaat in haar nood en benauwdheid.

Hertaald: Zijn linkerhand De Bruid, die haar zwakheid opmerkt, bidt de Bruidegom haar te troosten en te ondersteunen, opdat zij rust mag vinden voor haar ziel, Hoogl. 2:6. Anders: Zijn linkerhand is, of ligt, onder mijn hoofd — dat is: Hij draagt ondertussen zorg voor mij en toont Zijn kracht in mijn zwakheid; Hij ondersteunt mij in mijn grootste nood, zoals een trouwe man zijn vrouw bijstaat in haar nood en benauwdheid.

Hooglied 8 vers 4

Ik bezweer u, Dat is, ik beveel u een eed. De Bruid, nu gevoelende de genadige vertroostingen van haren Bruidegom, wens dat zij dezelve steeds moge deelachtig zijn en blijven, verbiedende haren vrienden dezelve te ontrusten of te storen. Zie boven Hoogl. 2:7 , en Hoogl. 3:5 ; te ewten door ketterijen, scheuringen of ergernis. Eenigen menen dat de Bruidegom in vs.4 spreekt.

Hertaald: Ik bezweer u, Dat is: ik draag het u onder ede op. Nu de Bruid de genadige vertroostingen van haar Bruidegom voelt, wenst zij daaraan steeds deel te mogen hebben en te blijven houden, en zij verbiedt haar vriendinnen die te verstoren of te storen. Zie hierboven Hoogl. 2:7 en Hoogl. 3:5, namelijk door ketterijen, scheuringen of ergernis. Sommigen menen dat in vers 4 de Bruidegom spreekt.

dat gij die liefde Anders: waarom, of wat zoudt gijlieden die liefde opwekken, of wakkermaken eer het haar lust? Deze vraag betekent zoveel alsof er stond: wekt deze liefde niet op, het zou ulieden en ons tezamen niet bevorderlijk zijn dat gij uwe moeder, de kerk, harteleed zoudt aandoen. Zie dergelijke manier van spreken boven Hoogl. 2:7 , en Hoogl. 3:5 .

Hertaald: dat gij die liefde Anders: waarom, of waartoe zou u die liefde opwekken of wakker maken voordat het haar behaagt? Deze vraag betekent zoveel als: wek deze liefde niet op; het zou u en ons samen niet ten goede komen als u uw moeder, de kerk, hartzeer zou aandoen. Zie een dergelijke manier van spreken hierboven bij Hoogl. 2:7 en Hoogl. 3:5.

Hooglied 8 vers 5

Wie is zij, Dit zijn de woorden van den Bruidegom, zich verwonderende over den opgang van een nieuwe gemeente, in ene plaats waar tevoren gene verzameling der gelovigen geweest was. Of, indien dit zijn de woorden van de oude kerk der gelovigen, gelijk sommigen menen, zo is het ene verwondering van de dochters van Jeruzalem over den aanwas, het sterk onwankelbaar geloof en geduld dezer gemeente, zich leunende, steunende, alleenlijk verlatende op de genadige bescherming van haren Bruidegom. Vergelijk Hoogl. 3:6 .

Hertaald: Wie is zij, Dit zijn de woorden van de Bruidegom, Die Zich verwondert over het opkomen van een nieuwe gemeente op een plaats waar tevoren geen samenkomst van gelovigen geweest was. Of: als dit de woorden van de oude kerk van de gelovigen zijn, zoals sommigen menen, dan is het een verwondering van de dochters van Jeruzalem over de groei, het sterke en onwankelbare geloof en het geduld van deze gemeente, die leunt en steunt en zich alleen verlaat op de genadige bescherming van haar Bruidegom. Vergelijk Hoogl. 3:6.

de woestijn, Men kan hier door de woestijn verstaan de volken dezer wereld, uit welke het volk Gods is verkoren en geroepen; Joh. 15:19 .

Hertaald: de woestijn, Men kan hier onder de woestijn de volken van deze wereld verstaan, waaruit het volk van God verkoren en geroepen is; Joh. 15:19.

liefelijk Anders: zich voegende, of vergezellende tot haren liefste. Het Hebreeuwse woord, dat in den tekst staat, wordt nergens meer gevonden dan hier alleen. Hier wordt te kennen gegeven de zwakheid, die de Bruid bij zichzelve gevoelt, hare sterkte bestaande in Christus haren Bruidegom, aan wien zij met het geloof leunende, versterkt wordt in alle vrees, twijfelmoedigheid, verzoekingen en gevaarlijkheden, als zijnde, door de vereniging met Hem, zijne genaden en weldaden deelachtig gemaakt, want wie den Heere aanhangt, die is een geest met Hem, 1 Kor. 6:17 , die hem volmaakt, bevestigt, sterkt en fondeert; 1 Petr. 5:10 .

Hertaald: liefelijk Anders: zich voegend bij, of zich vergezellend met haar liefste. Het Hebreeuwse woord dat in de tekst staat, komt nergens anders voor dan hier alleen. Hier wordt de zwakheid te kennen gegeven die de Bruid bij zichzelf voelt, terwijl haar sterkte in Christus, haar Bruidegom, ligt. Doordat zij met het geloof op Hem leunt, wordt zij versterkt bij alle vrees, twijfelmoedigheid, verzoeking en gevaar, omdat zij door de vereniging met Hem deel gekregen heeft aan Zijn genade en weldaden. Want wie de HEERE aanhangt, is één geest met Hem, 1 Kor. 6:17, en Hij volmaakt, bevestigt, versterkt en grondvest hem; 1 Petr. 5:10.

Onder Versta hier bij den appelboom den boom der genade, welks schaduw en vruchten de Bruid aangenaam en vermakelijk zijn.

Hertaald: Onder Versta onder de appelboom hier de boom van de genade, waarvan de schaduw en de vruchten voor de Bruid aangenaam en verkwikkend zijn.

heb ik u opgewekt, Dit zijn de woorden der Bruid tot haren Bruidegom, dien zij als uit den slaap opwekt door haar ijverig gebed; gelijk Ps. 44:24 , en Ps. 68:2 , en Ps. 78:65 .

Hertaald: heb ik u opgewekt, Dit zijn de woorden van de Bruid tot haar Bruidegom, Die zij als uit de slaap opwekt door haar vurige gebed, zoals in Ps. 44:24, Ps. 68:2 en Ps. 78:65.

daar heeft u Te weten onder dien appelboom.

Hertaald: daar heeft u Namelijk: onder die appelboom.

uw moeder Of aldus: Daar is uwe moeder van u in arbeid geweest, daar is zij in arbeid geweest, die u gebaard heeft; uwe moeder, dat is de eerste kerk, of verzameling der gelovigen, in welke Christus, bij manier van spreken, geboren is, door het prediken, belijden en het ten uitvoer brengen van zijn Woord, ook door het lijden voor hetzelve.

Hertaald: uw moeder Of zo: daar is uw moeder van u in barensnood geweest, daar is zij in barensnood geweest die u gebaard heeft. Uw moeder, dat is: de eerste kerk of samenkomst van de gelovigen, waarin Christus bij wijze van spreken geboren is door het prediken, het belijden en het uitvoeren van Zijn Woord, en ook door het lijden daarvoor.

met smart Christus in de wereld voort te brengen door de predikatie van het Evangelie, wordt ons hier afgebeeld door de gelijkenis van ene vrouw, zijnde barenssmart; gelijk Gal. 4:19 ; Openb. 12:2 . Gelijk het kinderbaren geschiedt met vele pijnen en zwarigheid, alzo gaat het ook toe als men Christus in de harten en gemoederen der mensen brengende is, opdat zij in Hem geloven. Dit geschiedt niet dan met veel arbeid, zorg en zwarigheid. Zie 2 Kor. 4:8 tot 2 Kor. 4:11 , en 2 Kor. 6:4-5 .

Hertaald: met smart Christus in de wereld voortbrengen door de prediking van het Evangelie wordt ons hier afgebeeld met de vergelijking van een vrouw in barensnood, zoals in Gal. 4:19 en Openb. 12:2. Zoals het baren van kinderen met veel pijn en moeite gepaard gaat, zo gaat het ook toe wanneer men Christus in de harten en gemoederen van de mensen brengt, opdat zij in Hem geloven. Dat gebeurt niet dan met veel arbeid, zorg en moeite. Zie 2 Kor. 4:8 tot 2 Kor. 4:11 en 2 Kor. 6:4-5.

Hooglied 8 vers 6

Zet mij Met deze woorden bidt de Bruid Christus om verzekering en bevestiging zijner liefde tot haar, dat zij als een zegel in en op zijn hart moge verzegeld zijn en blijven. Dit ziet op den borstlap van den hogepriester, in welken gegraveerd waren de namen van de twaalf stammen van Israël, in twaalf edele stenen; Ex. 28:21 , Ex. 28:29 . Ten allen tijde zijn zegels gebruikt geweest tot bevestiging van hetgeen men schrijft of belooft, opdat het niet verbroken worde. Zie Neh. 9:28 ; Jer. 22:24 ; Hag. 2:24 ; Mal. 3:16 ; 2 Tim. 2:19 .

Hertaald: Zet mij Met deze woorden bidt de Bruid Christus om verzekering en bevestiging van Zijn liefde tot haar: dat zij als een zegel in en op Zijn hart verzegeld mag zijn en blijven. Dit ziet op de borstlap van de hogepriester, waarin de namen van de twaalf stammen van Israël in twaalf edelstenen gegraveerd waren; Ex. 28:21 en Ex. 28:29. Ten allen tijde zijn zegels gebruikt om te bevestigen wat men schrijft of belooft, opdat het niet verbroken wordt. Zie Neh. 9:28, Jer. 22:24, Haggaï 2:24, Mal. 3:16 en 2 Tim. 2:19.

op Uw arm; De hogepriester droeg de namen der twaalf stammen, niet alleen op zijn hart, maar ook op zijne schouders, ter gedachtenis van de kinderen Israëls. Zie Jes. 49:16 . Eenigen menen dat door het hart hier betekend wordt de inwendige liefde des Bruidegoms en door den arm het uitwendig bewijs zijner liefde, gelijk Ps. 77:16 , en Ps. 86:11 .

Hertaald: op Uw arm; De hogepriester droeg de namen van de twaalf stammen niet alleen op zijn hart, maar ook op zijn schouders, ter gedachtenis van de kinderen Israëls. Zie Jes. 49:16. Sommigen menen dat met het hart hier de innerlijke liefde van de Bruidegom aangeduid wordt en met de arm het uiterlijke bewijs van Zijn liefde, zoals in Ps. 77:16 en Ps. 86:11.

de liefde Te weten de geestelijke liefde der Bruid tot Christus en desgelijks de liefde van Christus tot zijne kerk en uitverkorenen.

Hertaald: de liefde Namelijk: de geestelijke liefde van de Bruid tot Christus, en evenzo de liefde van Christus tot Zijn kerk en uitverkorenen.

als de dood; De zin is: Gelijk de dood door zijne kracht ook den allersterksten mens overwint, Ps. 89:49 , alzo is de onderlinge liefde tussen ons beiden zeer sterk, en zij kan in ons niet uitgeblust worden door enigen vijand, of tegenspoed, zelfs ook niet door den dood.

Hertaald: als de dood; De betekenis is: zoals de dood door zijn kracht ook de allersterkste mens overwint, Ps. 89:49, zo is de onderlinge liefde tussen ons beiden zeer sterk, en zij kan in ons door geen enkele vijand of tegenspoed uitgeblust worden, zelfs niet door de dood.

de ijver Of, jaloezie. Dit betekent een heftige brandende liefde. Deze liefde of ijver wordt gezegd hard te wezen gelijk het graf, omdat zij alle zwarigheden verslindt en overwint; Gal. 5:24 ; Kol. 3:5 , gelijk de dood en het graf alles verslinden.

Hertaald: de ijver Of: jaloezie. Dit betekent een heftige, brandende liefde. Van deze liefde of ijver wordt gezegd dat zij hard is als het graf, omdat zij alle moeilijkheden verslindt en overwint, Gal. 5:24 en Kol. 3:5, zoals de dood en het graf alles verslinden.

haar kolen Hier wordt gesproken van de brandende kolen der liefde, die het hart ontsteken en niet kunnen uitgeblust worden.

Hertaald: haar kolen Hier wordt gesproken over de brandende kolen van de liefde, die het hart ontsteken en niet geblust kunnen worden.

vlammen Dat is, grote krachtige vlammen, of vlammen, die van den HEERE ontstoken worden. Versta, de vlammen of het vuur der liefde en van den Geest van Christus, hetwelk met recht groot mag genoemd worden vanwege de sterkte zijner liefde en de krachtige werking zijns Geestes in de harten der uitverkorenen.

Hertaald: vlammen Dat is: grote, krachtige vlammen, of vlammen die door de HEERE ontstoken worden. Versta daaronder de vlammen of het vuur van de liefde en van de Geest van Christus, dat terecht groot genoemd mag worden vanwege de sterkte van Zijn liefde en de krachtige werking van Zijn Geest in de harten van de uitverkorenen.

Hooglied 8 vers 7

Vele wateren Bij wateren en stromen worden dikwijls in de Heilige Schrift betekend tegenspoeden, vervolgingen, aanvechtingen, die de Heere Christus om onzentwil heeft uitgestaan, en met welke het geloof, de liefde en het geduld der kinderen Gods geoefend en beproefd worden, gelijk Ps. 42:8 , en Ps. 69:2 ; Jes. 8:7-8 , en Jes. 59:19 ; Dan. 9:26 , en Dan. 11:22 ; Matt. 7:27 . Zie de aantekening 2 Sam. 22:17 . Vergelijk Rom. 8:35-39 .

Hertaald: Vele wateren Met wateren en stromen worden in de Heilige Schrift vaak de tegenspoeden, vervolgingen en aanvechtingen aangeduid die de Heere Christus om onzentwil doorstaan heeft, en waarmee het geloof, de liefde en het geduld van de kinderen van God geoefend en beproefd worden, zoals in Ps. 42:8, Ps. 69:2, Jes. 8:7-8, Jes. 59:19, Dan. 9:26, Dan. 11:22 en Matth. 7:27. Zie de aantekening bij 2 Sam. 22:17. Vergelijk Rom. 8:35-39.

verdrinken; Of, overstelpen, of overzwemmen.

Hertaald: verdrinken; Of: overstelpen, of overspoelen.

men zou hem ten enenmale verachten Hebr. verachtende zouden zij hem verachten; dat is, hij zou ze daarvoor geenszins kunnen krijgen; of men zou zijn goed niet aannemen om hem zijne liefde daarvoor te geven. Of, men zou het ten enenmale versmaden. Gelijk de liefde, die daar is tussen Christus en zijne kerk niet kan gescheiden worden, zijnde tezamen gebonden door den band van den Heiligen Geest, alzo kan ook de liefde en enige andere geestelijke gave voor geen geld gekocht worden, maar het is een vrij geschenk van God, die het geeft wien het hem belieft, Hand. 8:18-20 ; Rom. 9:11-19.

Hertaald: men zou hem ten enenmale verachten Hebreeuws: verachtende zouden zij hem verachten — dat is: hij zou haar daarvoor beslist niet kunnen krijgen; of: men zou zijn bezit niet aannemen om hem er de liefde voor te geven. Of: men zou het volkomen versmaden. Zoals de liefde tussen Christus en Zijn kerk niet gescheiden kan worden, omdat zij samengebonden zijn door de band van de Heilige Geest, zo kan ook de liefde of enige andere geestelijke gave voor geen geld gekocht worden; het is een vrije gave van God, Die haar geeft aan wie Hij wil, Hand. 8:18-20 en Rom. 9:11-19.

Hooglied 8 vers 8

Wij hebben De kerk van het Oude Testament spreekt hier tot Christus van een nieuwe opgaande kerk, die uit de heidenen zou beroepen worden, die dikwijls beloofd was, gelijk Ps. 2:8 , en 72:8; Jes. 11:10 ; welke zij hare zuster noemt, ten aanzien van de enigheid des geloofs. De Joodse kerk wordt de oudste dochter genoemd, omdat zij het eerst geroepen is tot de gemeenschap van het verbond. Zie Rom. 9:4-5 .

Hertaald: Wij hebben De kerk van het Oude Testament spreekt hier tot Christus over een nieuwe, opkomende kerk die uit de heidenen geroepen zou worden en die vaak beloofd was, zoals in Ps. 2:8, Ps. 72:8 en Jes. 11:10. Zij noemt deze kerk haar zuster, met het oog op de eenheid van het geloof. De Joodse kerk wordt de oudste dochter genoemd, omdat zij het eerst geroepen is tot de gemeenschap van het verbond. Zie Rom. 9:4-5.

kleine zuster, Aldus wordt de kerk, uit de heidenen bestaande, genoemd, niet omdat zij klein is ten aanzien van het getal der gelovigen, maar omdat zij later tot de kennis van God in Christus geroepen is; te weten in de volheid des tijds, Ef. 1:10 , en Ef. 2:6 ; want anders heeft deze kleinste of jongste zuster, die zolang onvruchtbaar geweest was, veel meer kinderen gebaard dan de oudste zuster.

Hertaald: kleine zuster, Zo wordt de kerk uit de heidenen genoemd, niet omdat zij klein is wat het aantal gelovigen betreft, maar omdat zij later tot de kennis van God in Christus geroepen is, namelijk in de volheid van de tijd, Ef. 1:10 en Ef. 2:6. Want overigens heeft deze kleinste of jongste zuster, die zo lang onvruchtbaar geweest was, veel meer kinderen gebaard dan de oudste zuster.

die nog geen Dat is, zij is nog niet manbaar: dat is, de tijd is nog niet gekomen dat de heidenen tot Christus zouden gebracht en aan Hem verhuwelijkt worden.

Hertaald: die nog geen Dat is: zij is nog niet huwbaar — dat is: de tijd is nog niet gekomen dat de heidenen tot Christus gebracht en aan Hem uitgehuwelijkt zouden worden.

als men van haar spreken zal Dat is, als hare bekering tot Christus gekomen zal zijn; wat zullen wij dan best doen tot haar hulp, aanwas en bevestiging in de waarheid en het geloof? Dit geeft te kennen en wijst aan het ambt en de liefde der ene particuliere kerk tot de andere, in het mededelen der gaven en in het bidden voor elkander. Zie Hand. 11:19 , Hand. 11:22-23 . Anders: als men tegen haar spreken zal; gelijk Num. 21:5 , de Hebreeuwse letter Beth genomen wordt, waar aldus staat: Het volk sprak tegen God en tegen Mozes; alzo Ps. 119:23 :Vorsten spraken tegen mij. Zo haast als zich een volk tot den Heere bekeert, stellen zich de goddelozen daartegen met woorden en werken.

Hertaald: als men van haar spreken zal Dat is: wanneer haar bekering tot Christus gekomen zal zijn: wat zullen wij dan het beste doen tot haar hulp, groei en bevestiging in de waarheid en het geloof? Dit geeft de taak en de liefde aan van de ene plaatselijke kerk tot de andere, in het meedelen van de gaven en in het bidden voor elkaar. Zie Hand. 11:19 en Hand. 11:22-23. Anders: wanneer men tegen haar spreken zal; zoals in Num. 21:5 de Hebreeuwse letter Beth opgevat wordt, waar staat: het volk sprak tegen God en tegen Mozes; zo ook in Ps. 119:23: vorsten spraken tegen mij. Zodra een volk zich tot de HEERE bekeert, keren de goddelozen zich daartegen met woorden en werken.

Hooglied 8 vers 9

Zo Eenigen nemen deze woorden voor de woorden van Christus; anderen voor de woorden der zusterkerken, wensende haren welstand.

Hertaald: Zo Sommigen houden deze woorden voor woorden van Christus, anderen voor woorden van de zusterkerken, die haar welzijn wensen.

zij een Te weten de kerk uit de heidenen.

Hertaald: zij een Namelijk: de kerk uit de heidenen.

muur is, Dat is, vast en sterk, in het geloof wel gegrond op het fondament van de leer der twaalf stammen Israëls en der apostelen. Zie Openb. 21:14 , Openb. 21:19 .

Hertaald: muur is, Dat is: vast en sterk, in het geloof goed gegrond op het fundament van de leer van de twaalf stammen van Israël en van de apostelen. Zie Openb. 21:14 en Openb. 21:19.

wij zullen Hierbij kan men verstaan de zusterkerken of de joodse kerken; want door de ledematen derzelve heeft de Heere de heidenen beroepen tot de gemeenschap der heiligen, inzonderheid bij name door de apostelen, die allen geboren Joden waren, die gelijk wijze bouwlieden het fondament van dit zilveren paleis gelegd hebben; 1 Kor. 3:10 .

Hertaald: wij zullen Hierbij kan men de zusterkerken of de Joodse kerken verstaan; want door hun leden heeft de HEERE de heidenen geroepen tot de gemeenschap van de heiligen, en in het bijzonder door de apostelen, die allen geboren Joden waren en die als wijze bouwlieden het fundament van dit zilveren paleis gelegd hebben; 1 Kor. 3:10.

een paleis Of, kasteel, of sterke toren, gelijk men pleegt in of aan sterke muren der steden te bouwen.

Hertaald: een paleis Of: kasteel, of sterke toren, zoals men die pleegt te bouwen in of aan de sterke muren van de steden.

van zilver Dit betekent de zuiverheid, schoonheid en duurzaamheid van dit paleis, versierd zijnde met de gave van Gods Woord en Geest, op welke zij gebouwd zou worden tot ene woonstede Gods; Ef. 2:22 .

Hertaald: van zilver Dit betekent de zuiverheid, schoonheid en duurzaamheid van dit paleis, dat versierd is met de gave van Gods Woord en Geest, waarop zij gebouwd zou worden tot een woonplaats van God; Ef. 2:22.

op haar bouwen; Dat is, wij zullen haar meer en meer versterken en versieren, te weten door het woord en de predikatie van het heilige Evangelie.

Hertaald: op haar bouwen; Dat is: wij zullen haar meer en meer versterken en versieren, namelijk door het woord en de prediking van het heilig Evangelie.

zij een deur is, Dat is, staat haar hart open om de predikatie van het goddelijke Woord tot binnen in haar hart te laten komen en dat met vreugde te ontvangen.

Hertaald: zij een deur is, Dat is: staat haar hart open om de prediking van het goddelijke Woord tot binnen in haar hart te laten komen en die met vreugde te ontvangen.

rondom Of, versterken, besluiten, bevrijden. God de Heere belooft, Zach. 2:5 , dat Hij een vurige muur rondom zijne kerk wil zijn.

Hertaald: rondom Of: versterken, insluiten, beveiligen. God de HEERE belooft in Zach. 2:5 dat Hij een vurige muur rondom Zijn kerk wil zijn.

met cederen Dat is, met sterke palissaden en andere vastigheden. Cederhout, en de planken daarvan gemaakt, zijn schoon, sterk, duurzaam en goed van reuk. Van zulk hout was de tempel van Salomo getimmerd; 1 Kon. 6:15 . Door deze cederen planken mag men hier verstaan het Woord der waarheid, waartegen de poorten der hel niets vermogen; Matt. 16:18 , en 2 Kor. 13:8 .

Hertaald: met cederen Dat is: met sterke palissaden en andere versterkingen. Cederhout en de planken die daarvan gemaakt worden, zijn schoon, sterk, duurzaam en welriekend. Van zulk hout was de tempel van Salomo gebouwd; 1 Kon. 6:15. Onder deze cederen planken mag men hier het Woord van de waarheid verstaan, waartegen de poorten van de hel niets vermogen; Matth. 16:18 en 2 Kor. 13:8.

Hooglied 8 vers 10

Ik ben een muur Dat is, ik ben opgewassen en sterk geworden in het geloof en de liefde aan Jezus Christus. Met deze woorden geeft de kleine zuster, als profeterende, te kennen hare bereidwilligheid om aan te nemen en te wassen in de leer van het heilige Evangelie. Anderen nemen dit voor de woorden der Joodse kerk, dankende den Heere Christus voor zijne genade, dat zij ene stad Gods geworden was, of tot de stad Gods was aangenomen. Of, omdat haar geloof sterk was als een muur.

Hertaald: Ik ben een muur Dat is: ik ben opgegroeid en sterk geworden in het geloof in en de liefde tot Jezus Christus. Met deze woorden geeft de kleine zuster als profeterend haar bereidwilligheid te kennen om de leer van het heilig Evangelie aan te nemen en daarin te groeien. Anderen houden dit voor de woorden van de Joodse kerk, die de Heere Christus dankt voor Zijn genade, omdat zij een stad van God geworden was, of tot de stad van God aangenomen was. Of omdat haar geloof sterk was als een muur.

mijn borsten De zin dezer woorden is: Mijne borsten zijn hoog opgewassen, of volwassen, gelijk Ezech. 16:7-8 . Dat is, de kerkedienst is in mij bevestigd, genoegzaam om Christus' kinderen op te voeden, dezelve spijzende met de melk van Gods Woord; 1 Petr. 2:2 . De gelijkenis van torens betekent ook de sterkte, macht en heerlijkheid van de bediening van het heilige Evangelie en de openbare predikatie deszelven uit predikstoelen, of hoge plaatsen, om van allen gehoord te mogen worden. Want het Hebreeuwse woord migdal wordt ook genomen voor een houten predikstoel; Neh. 8:5 .

Hertaald: mijn borsten De betekenis van deze woorden is: mijn borsten zijn hoog opgegroeid of volgroeid, zoals in Ezech. 16:7-8. Dat is: de kerkendienst is in mij bevestigd, en die is toereikend om Christus' kinderen op te voeden en te voeden met de melk van Gods Woord; 1 Petr. 2:2. De vergelijking met torens betekent ook de sterkte, macht en heerlijkheid van de bediening van het heilig Evangelie en van de openbare prediking daarvan vanaf preekstoelen of hoge plaatsen, om door allen gehoord te kunnen worden. Want het Hebreeuwse woord migdal wordt ook genomen voor een houten preekstoel; Neh. 8:5.

Toen was ik Te weten toen ik dit antwoord kreeg van hetwelk vs.9. Dit spreekt de Bruid tot hare speelgenoten.

Hertaald: Toen was ik Namelijk: toen ik het antwoord kreeg waarover vers 9 spreekt. Dit spreekt de Bruid tot haar speelgenoten.

Zijn ogen Te weten in Jezus Christus' ogen. Hiermede wil de Bruid zeggen dat het een onverdiende genade is, die zij van haren Bruidegom ontvangt, dat zij na langdurige zwarigheid en verdriet van Hem getroost wordt. Zie Jes. 54:7-8 , enz. Zie ook Ef. 2:12-13 , enz.

Hertaald: Zijn ogen Namelijk: in de ogen van Jezus Christus. Hiermee wil de Bruid zeggen dat het een onverdiende genade is die zij van haar Bruidegom ontvangt, dat zij na langdurige moeite en verdriet door Hem getroost wordt. Zie Jes. 54:7-8, enzovoort. Zie ook Ef. 2:12-13, enzovoort.

als een, Wij zijn al tezamen vijanden Gods. Rom. 5:10 . Te weten aangezien zijnde in onze verdorvenheid; maar wij gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede met God door onzen Heere Jezus Christus; Rom. 5:1 ; Jes. 32:17 . Het is alsof de Bruid hier zeide: De Bruidegom heeft zich mijn geloof en vlijt laten welgevallen, en Hij is derhalve met mij wel tevreden geweest. Anderen nemen die laatste woroden aldus: Met dit antwoord stelde ik mij gerust en was wel tevreden.

Hertaald: als een, Wij zijn allemaal vijanden van God, Rom. 5:10, namelijk wanneer wij in onze verdorvenheid aangezien worden; maar nu wij door het geloof gerechtvaardigd zijn, hebben wij vrede met God door onze Heere Jezus Christus, Rom. 5:1 en Jes. 32:17. Het is alsof de Bruid hier zei: de Bruidegom heeft Zich mijn geloof en mijn ijver laten welgevallen, en Hij is daarom tevreden over mij geweest. Anderen vatten die laatste woorden zo op: met dit antwoord stelde ik mij gerust en was ik tevreden.

Hooglied 8 vers 11

Sálomo Men kan deze woorden nemen als van Christus gesproken te zijn, of van de Bruid. Indien het de woorden van Christus zijn, zo is het ene gelijkenis tussen Salomo met zijnen wijngaard en tussen Christus met den zijnen. Salomo kon zelf geen acht hebben op zijne wijngaarden, [gelijk ook David niet had kunnen doen; 1 Kron. 27:27 ] maar hij stelde ambtlieden om op dezelve te passen, die hem een jaarlijksen penning daarvoor gaven, en zelf genoten zij enig voordeel voor hunne moeite; maar Christus, die altijd bij zijne kerk is, Matt. 28:20 ; Openb. 2:1 , slaat zelf zijn wijngaard gade, en derhalve komen al de vruchten daarvan Hem alleen toe. Indien dit de woorden der Bruid zijn, zo betekenen zij een grotere zorg en naarstigheid in haar nu dan in vorige tijden, toen zij bekende dat zij den wijnstok, dien zij had, dat is die haar toevertrouwd was, niet genoegzaam gehoed of in acht genomen had; Hoogl. 1:6 . Van de wijngaarden van Salomo, zie Pred. 2:4 .

Hertaald: Sálomo Men kan deze woorden opvatten als gesproken door Christus of door de Bruid. Als het de woorden van Christus zijn, dan is het een vergelijking tussen Salomo met zijn wijngaard en Christus met de Zijne. Salomo kon zelf niet op zijn wijngaarden letten — zoals ook David dat niet had kunnen doen, 1 Kron. 27:27 — maar hij stelde beambten aan om ze te verzorgen, die hem daarvoor een jaarlijkse pacht gaven en zelf enig voordeel voor hun moeite genoten. Maar Christus, Die altijd bij Zijn kerk is, Matth. 28:20 en Openb. 2:1, let Zelf op Zijn wijngaard, en daarom komen alle vruchten daarvan Hem alleen toe. Als dit de woorden van de Bruid zijn, dan geven zij een grotere zorg en ijver in haar te kennen dan in vroeger tijd, toen zij erkende dat zij de wijnstok die zij had — dat is: die haar toevertrouwd was — niet voldoende gehoed of verzorgd had; Hoogl. 1:6. Over de wijngaarden van Salomo, zie Pred. 2:4.

te Baäl-Hamon; Anders: in een vruchtbare plaats. Hebreeuws, een meester of heer der menigte; dat is, een plaats, die vele vruchten draagt, verstaande hierbij òf de wereld, onder de veelheid van welker volkeren Christus de zijnen heeft, Ps. 87:4 , òf de kerk wordt aldus genoemd, ten aanzien van de menigvuldige vruchten, die zij God geeft, of behoorde te geven, zijnde gesteld in een vruchtbare plaats, over welke God zijnen zegen gestort had. Zie Jes. 5:1 .

Hertaald: te Baäl-Hamon; Anders: op een vruchtbare plaats. Hebreeuws: een meester of heer van de menigte — dat is: een plaats die veel vrucht draagt. Versta daaronder óf de wereld, onder de veelheid van wier volken Christus de Zijnen heeft, Ps. 87:4, óf de kerk, die zo genoemd wordt met het oog op de vele vruchten die zij God geeft, of behoorde te geven, omdat zij op een vruchtbare plaats gesteld is waarover God Zijn zegen uitgestort had. Zie Jes. 5:1.

hij gaf dezen Dat is, hij verhuurde, of verpachtte dezen wijngaard aan de pachters of wachters, opdat zij denzelven zouden bouwen, opdat hij vele vruchten zou voortbrengen.

Hertaald: hij gaf dezen Dat is: hij verhuurde of verpachtte deze wijngaard aan de pachters of hoeders, opdat zij die zouden bewerken en hij veel vrucht zou voortbrengen.

de hoeders, Door de hoeders of wachters moet men verstaan de profeten des Ouden en de apostelen mitsgaders hunne navolgers in het Nieuwe Testament; zie Matt. 21:33 ; 1 Kor. 3:9 .

Hertaald: de hoeders, Onder de hoeders of wachters moet men de profeten van het Oude Testament en de apostelen verstaan, en ook hun opvolgers in het Nieuwe Testament; zie Matth. 21:33 en 1 Kor. 3:9.

duizend Duizend zilverlingen [of duizend zilveren sikkels ], hierbij betekenende de grote vruchtbaarheid van dezen wijngaard, die zoveel voor den eigenaar opbracht, behalve het voordeel of de winst van den pachter of van den huurder. Zie ook Jes. 7:23 .

Hertaald: duizend Duizend zilverlingen, of duizend zilveren sikkels, duiden hier op de grote vruchtbaarheid van deze wijngaard, die zoveel voor de eigenaar opbracht, nog afgezien van het voordeel of de winst van de pachter of huurder. Zie ook Jes. 7:23.

zilverlingen Van den prijs of waardij van den zilverling, zie Gen. 20:16 , en Gen. 23:15 .

Hertaald: zilverlingen Over de prijs of de waarde van de zilverling, zie Gen. 20:16 en Gen. 23:15.

Hooglied 8 vers 12

Mijn wijngaard, Dat is, mijne gemeente, gelijk Hoogl. 1:6 ; Jes. 5:1 . Het zijn de woorden van den Bruidegom.

Hertaald: Mijn wijngaard, Dat is: Mijn gemeente, zoals in Hoogl. 1:6 en Jes. 5:1. Het zijn de woorden van de Bruidegom.

dien ik heb, Dat is, die mijne zorg en opzicht bevolen en toevertrouwd is.

Hertaald: dien ik heb, Dat is: die aan Mijn zorg en toezicht opgedragen en toevertrouwd is.

is voor mijn Ik zelf pas er steeds op. Ik zelf draag zorg dat hij wel gebouwd worde: niet doende gelijk Salomo, die het op de wachters liet aankomen. Ik neem zelf mijn wijnberg en mijne schapen aan; Ezech. 34:11-12 , enz.; Joh. 10:14 ; Openb. 2:1 .

Hertaald: is voor mijn Ik let er Zelf voortdurend op. Ik draag er Zelf zorg voor dat hij goed bewerkt wordt, en Ik doe niet zoals Salomo, die het aan de hoeders overliet. Ik neem Mijn wijnberg en Mijn schapen Zelf aan; Ezech. 34:11-12, enzovoort, Joh. 10:14 en Openb. 2:1.

de duizend Alsof Hij zeide: Gij Salomo, zult uw volle pacht hebben te weten duizend zilverlingen, vs.11.

Hertaald: de duizend Alsof Hij zei: u, Salomo, zult uw volle pacht hebben, namelijk duizend zilverlingen, vers 11.

maar tweehonderd Dat is, de arbeiders en opzichters van den wijngaard zullen ook het hunne hebben, elk naar evenredigheid van zijnen arbeid. Zie Matt. 20:1-2 , enz.; 1 Kor. 3:8 . Versta hierbij: Maar mij komen de vruchten van mijnen wijnstok geheel en al toe. Deze eer geven gaarne alle getrouwe kerkedienaars hunnen Heere Christus Jezus; wij mogen planten en natmaken, maar het is God alleen, die den wasdom geeft; 1 Kor. 3:6-7 , en 1 Kor. 15:10 .

Hertaald: maar tweehonderd Dat is: de arbeiders en opzichters van de wijngaard zullen ook het hunne hebben, ieder naar de mate van zijn arbeid. Zie Matth. 20:1-2, enzovoort, en 1 Kor. 3:8. Vul hierbij aan: maar Mij komen de vruchten van Mijn wijnstok geheel en al toe. Deze eer geven alle getrouwe kerkendienaars graag aan hun Heere Jezus Christus; wij mogen planten en begieten, maar het is God alleen Die de wasdom geeft; 1 Kor. 3:6-7 en 1 Kor. 15:10.

Hooglied 8 vers 13

O gij bewoonster Hier spreekt Christus zijne Bruid aan, die in de hoven woont, dat is, die zich onthoudt in die plaatsen, waar kerken geplant zijn, in verscheidene landschappen en steden.

Hertaald: O gij bewoonster Hier spreekt Christus Zijn Bruid aan, die in de hoven woont — dat is: die zich ophoudt op de plaatsen waar kerken geplant zijn, in verschillende streken en steden.

der hoven Of, der gaarden, der luchtingen, der tuinen.

Hertaald: der hoven Of: van de gaarden, van de lusthoven, van de tuinen.

de metgezellen Het schijnt dat men hier door de metgezellen moet verstaan de andere gelovige Christenen, die even dierbaar geloof verkregen hebben, 2 Petr. 1:1 , en de leer der kerken horen en volgen.

Hertaald: de metgezellen Het lijkt dat men hier onder de metgezellen de andere gelovige christenen moet verstaan, die hetzelfde dierbare geloof verkregen hebben, 2 Petr. 1:1, en die de leer van de kerken horen en volgen.

Mij horen Te weten, uwe stem.

Hertaald: Mij horen Namelijk: uw stem.

Hooglied 8 vers 14

Kom haastelijk, Hebreeuws, vlied. In deze betekenis schijnt het hier niet genomen te worden, want de kerk bidt niet dat Christus van haar vliede of wijke; dat is de bede der Gadarenen. Matt. 8:34 ; maar vlied betekent hier: kom zo haastiglijk tot ons, als iemand die gejaagd zijnde is vliedende. De Bruid bidt en begeert dat zij moge zien het einde van het rijk van Christus in deze wereld [daar Hij in zijne ledematen wordt vervolgd en gekweld] en tegelijk hare opneming in de hoge hemelen. Nu regeert Christus in het midden zijner vijanden, Ps. 110:2 , en dat zal alzo voortaan duren, totdat Hij al zijne vijanden onder zijne voeten zal gebracht hebben, en totdat Hij het koninkrijk aan God zijnen Vader zal overgegeven hebben, 1 Kor. 15:24-25 . Naar dezen dag verlangt de Bruid, en wenst dat hij haast moge komen, en dat de Bruidegom haar wil bijstaan, terwijl zij hier beneden in den strijd is. Hoogl. 2:17 , en dat Hij zijn laatste toekomst wil bespoedigen tot hare verlossing. Of, als men immers het woord Barach in zijn eigen betekenis zou willen behouden, namelijk voor vluchten of vlieden, zo moest dit de overzetting en de mening zijn: Vlied, mijn liefste....

Hertaald: Kom haastelijk, Hebreeuws: vlied. In die betekenis lijkt het hier niet genomen te moeten worden, want de kerk bidt niet dat Christus van haar zou vlieden of wijken — dat is de bede van de Gadarenen, Matth. 8:34. Maar vlied betekent hier: kom zo haastig tot ons als iemand die opgejaagd op de vlucht is. De Bruid bidt en verlangt dat zij het einde mag zien van het rijk van Christus in deze wereld, waar Hij in Zijn leden vervolgd en gekweld wordt, en tegelijk haar eigen opneming in de hoge hemelen. Nu regeert Christus in het midden van Zijn vijanden, Ps. 110:2, en dat zal voortaan zo duren totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gebracht zal hebben en totdat Hij het koninkrijk aan God, Zijn Vader, zal hebben overgegeven, 1 Kor. 15:24-25. Naar die dag verlangt de Bruid, en zij wenst dat hij spoedig mag komen, en dat de Bruidegom haar wil bijstaan terwijl zij hier beneden in de strijd is, Hoogl. 2:17, en dat Hij Zijn laatste komst wil bespoedigen tot haar verlossing. Of: als men het woord Barach toch in zijn eigenlijke betekenis zou willen houden, namelijk als vluchten of vlieden, dan zou dit de vertaling en de bedoeling moeten zijn: vlied, mijn Liefste...

Kom haastelijk, naar de bergen der specerijen; dat is, naar de hemelen, die hier genoemd worden de bergen der specerijen, tenaanzien van de hoogte, de vreugde en vermakelijkheid, die eeuwiglijk zal zijn aan de rechterhand Gods; Hoogl. 4:6 , wordt de hemel genoemd een mirreberg en een wierookbergje. Het is zoveel alsof de Bruid hier aldus sprak: Alhoewel het mij zeer lief zou zijn, dat Gij lichamelijk bij mij waart en steeds bleeft, zo beken ik nochtans dat het mij beter is dat Gij in den hemel zijt, om mij vandaar den Trooster, den Heiligen Geest, te zenden, en mij in uws Vaders huis een plaats te bereiden, opdat Gij mij eindelijk tot u neemt in de eeuwige zaligheid; Joh. 14:2 , en Joh. 16:7 .

Hertaald: Kom haastelijk, Naar de bergen van de specerijen — dat is: naar de hemelen, die hier de bergen van de specerijen genoemd worden met het oog op de hoogte, de vreugde en het genot die er eeuwig zullen zijn aan de rechterhand van God. In Hoogl. 4:6 wordt de hemel een mirreberg en een wierookheuvel genoemd. Het is alsof de Bruid hier zo sprak: hoewel het mij zeer lief zou zijn dat U lichamelijk bij mij was en altijd bleef, erken ik toch dat het beter voor mij is dat U in de hemel bent, om mij vandaar de Trooster, de Heilige Geest, te zenden en mij in het huis van Uw Vader een plaats te bereiden, opdat U mij ten slotte tot U neemt in de eeuwige zaligheid; Joh. 14:2 en Joh. 16:7.

een ree, Dat haastelijk heenloopt; dat is, haast u om tot ons te komen. Zie Hoogl. 2:8-9 , Hoogl. 2:17 . Gelijk dit Hooglied begonnen is met verlangen der Bruid naar haren Bruidegom, dat Hij haar kusse met de kussen zijns monds; alzo eindigt het met verlangen naar de tweede komst van Christus, gelijk Hij zijne kerk zal opnemen in de eeuwige vreugde. De Geest en de Bruid zeggen: kom, en wie het hoort, zegge: kom. Christus zelf zegt: Ik kom haastelijk, Amen. Ja kom, Heere Jezus. De genade onzes Heeren Jezus Christus zij met u allen; Openb. 22:17 , Openb. 22:20-21 .

Hertaald: een ree, Een ree die haastig wegloopt — dat is: haast U om tot ons te komen. Zie Hoogl. 2:8-9 en Hoogl. 2:17. Zoals dit Hooglied begonnen is met het verlangen van de Bruid naar haar Bruidegom, dat Hij haar zou kussen met de kussen van Zijn mond, zo eindigt het met het verlangen naar de tweede komst van Christus, wanneer Hij Zijn kerk zal opnemen in de eeuwige vreugde. De Geest en de Bruid zeggen: kom; en wie het hoort, zegge: kom. Christus Zelf zegt: Ik kom haastelijk, Amen. Ja, kom, Heere Jezus. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen; Openb. 22:17 en Openb. 22:20-21.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Baäl-Hamon  — "heer van de menigte" of "heer van overvloed" — mogelijk verwant aan een plaatselijke Baäls-verering

Ligging: Onbekend; de precieze ligging van deze plaats is niet met zekerheid vast te stellen en wordt door uitleggers op zeer uiteenlopende plaatsen in Kanaän gezocht.

Geschiedenis: Hier had koning Salomo een grote wijngaard, die hij aan bewaarders verhuurde tegen een opbrengst van duizend zilverlingen (Hoogl. 8:11) — in het Hooglied gebruikt als beeld waartegenover de bruidegom zijn eigen, kostbaarder "wijngaard" (de bruid zelf) stelt.

Bijbelse betekenis: Zelfs Salomo's rijkste bezit wordt in het Hooglied bewust ondergeschikt gemaakt aan de waarde van de ene, persoonlijk geliefde bruid — "mijn wijngaard, die ik heb, is voor mijn aangezicht" (Hoogl. 8:12) — een treffend beeld van hoe de liefde van Christus voor Zijn Kerk niet in geld of bezit is uit te drukken.

Recente inzichten: De ligging blijft onbekend; sommigen zoeken een plaats bij Baal-Gad onder de Hermon, anderen houden de naam voor een binnen het gedicht zelf sprekende naam zonder aanwijsbare historische locatie.

Hoogl. 8:11-12

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De dochteren van Jeruzalem  — De derde stem in dit lied: een groep die toehoort, vraagt, en ten slotte meezoekt (Hoogl. 1:5)

Naast de bruid en de Bruidegom klinkt in dit boek een derde stem. De bruid spreekt hen voor het eerst aan wanneer zij over zichzelf spreekt: "Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!)" (Hoogl. 1:5). Driemaal legt zij hun een bezwering op om de liefde haar eigen tijd te laten (Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5; Hoogl. 8:4, reeds behandeld). In het vijfde hoofdstuk bezweert zij hen anders: als zij haar Liefste vinden, moeten zij Hem aanzeggen: "Dat ik krank ben van liefde" (Hoogl. 5:8). Daarop stellen zij hun eigen vraag: "Wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, o gij schoonste onder de vrouwen?" (Hoogl. 5:9). Die vraag geeft haar de gelegenheid tot de lofzang waarin zij Hem van het hoofd tot de voeten beschrijft (Hoogl. 5:10-16, reeds behandeld). En dan volgt de wending die deze groep haar plaats geeft: "Waar is uw Liefste heengegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?" (Hoogl. 6:1).

Bijbelse betekenis: Deze stem doet in het lied iets wat de bruid alleen niet kan. Zij vraagt, en door haar vraag komt eruit wat anders binnen zou blijven. Wie zich afvraagt waarom de lofzang op de Bruidegom juist daar staat, vindt het antwoord bij Hoogl. 5:9: er werd naar gevraagd. Zo werkt het ook in de gemeente. Belijden begint vaak bij iemand die vraagt wat het bijzondere is aan Hem. Let daarnaast op de beweging die deze groep maakt. Zij begint als toehoorster, wordt dan vraagster, en eindigt als medezoekster (Hoogl. 6:1). Dat is de weg die het getuigenis van één gelovige met anderen gaan kan: niet overtuigd door een betoog, maar meegenomen door wat zij hoorde. En let ten slotte op de inhoud van de bezwering. De bruid vraagt hun niets te forceren. Ook in geestelijke dingen laat zich de liefde niet opwekken vóór haar tijd; dat is de terughoudendheid die dit boek telkens oplegt.

Typologie: Het Evangelie kent dezelfde beweging van horen naar zelf zoeken. De Samaritaanse vrouw riep de mensen van haar stad, en er staat dat velen in Hem geloofden om haar woord (Joh. 4:39). Later maakten zij haar duidelijk dat hun geloof niet meer op haar woord rustte, want zij hadden Hem nu zelf gehoord (Joh. 4:42). Zo blijft ook hier de vraag van de dochteren van Jeruzalem niet bij het antwoord van een ander staan: zij gaan zelf mee zoeken.

Hoogl. 1:5; Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5; Hoogl. 5:8-9; Hoogl. 5:10-16; Hoogl. 6:1; Hoogl. 8:4; Joh. 4:39; Joh. 4:42

Het leunen op de Liefste  — de laatste keer dat de vraag klinkt wie daar uit de woestijn opkomt (Hoogl. 8:5)

"Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste?" (Hoogl. 8:5). Dezelfde vraag stond eerder in het boek, maar toen ging het over een stoet met wierook en gewapende mannen (Hoogl. 3:6). Hier is alles weggevallen behalve die ene houding: zij leunt. Het vers gaat verder met een terugblik naar de plaats waar het begon, onder de appelboom, en naar de moeder die haar met smart voortbracht (Hoogl. 8:5).

Bijbelse betekenis: De woestijn is in de Schrift de weg tussen de verlossing en het beloofde land, en zij wordt hier niet ontkend. Zij komt eruit op, maar zij komt er wel doorheen. Merk op wat er over haar houding gezegd wordt. Er staat niet dat zij sterk is geworden of dat de weg meeviel; er staat dat zij leunt. Dat is de eenvoudigste beschrijving van geloof die dit boek geeft. En let op het verschil met Hoogl. 3:6. Daar werd zij omringd door zestig helden; hier is er niets meer om haar heen, en dat blijkt genoeg. Wie het einde van de weg zo tekent, zegt tegelijk dat er geen tweede steun nodig is.

Typologie: Asaf zegt hetzelfde met een ander beeld: "Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat" (Ps. 73:23).

Hoogl. 3:6; Hoogl. 8:5; Ps. 73:23

De kracht van de liefde (sterk als de dood)  — het hoogtepunt van het hele boek, en het enige gedeelte waarin de liefde zelf beschreven wordt (Hoogl. 8:6-7)

"Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN" (Hoogl. 8:6). Een zegel was het teken waarmee iemand zijn eigendom en zijn woord bekrachtigde; het werd aan een snoer op de borst of aan de arm gedragen. Zij vraagt dus om een blijvende plaats, op de plek waar men iets draagt dat men niet kwijt wil. Wat volgt zijn drie vergelijkingen: sterk als de dood, hard als het graf, en vlammen die van de HEERE zelf komen. Het tweede vers zegt wat die liefde niet aankan: "Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken" (Hoogl. 8:7). En zij is niet te koop: wie er al het goed van zijn huis voor gaf, zou volstrekt veracht worden.

Bijbelse betekenis: Hier wordt eindelijk gezegd waarover het boek de hele tijd ging. De liefde wordt vergeleken met de twee machten die niemand terugdringt: de dood en het graf. Wat zij vasthoudt, laat zij niet los. Merk op dat het slot van Hoogl. 8:6 de bron noemt. De vlammen heten vlammen des HEEREN, en daarmee is deze liefde niet een menselijk gevoel dat sterk uitvalt maar een vuur van God. Let ook op de twee dingen die haar niet raken. Water blust haar niet, en geld koopt haar niet; de eerste is het beeld van tegenslag en de tweede van berekening. Wie in dit boek de lijn naar Christus volgt, komt hier op zijn diepst: deze liefde is sterk als de dood gebleken toen zij de dood inging.

Typologie: Paulus stelt dezelfde vraag en geeft het antwoord: "Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?" (Rom. 8:35), en hij besluit dat noch dood noch leven dat kan (Rom. 8:38-39). Johannes zegt hoe ver die liefde ging: "zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde" (Joh. 13:1).

Hoogl. 8:6-7; Rom. 8:35; Rom. 8:38-39; Joh. 13:1

De kleine zuster  — de broers overleggen wat zij met een zusje moeten dat nog niet volwassen is (Hoogl. 8:8-10)

"Wij hebben een kleine zuster, die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zuster doen in dien dag, als men van haar spreken zal?" (Hoogl. 8:8). De vraag gaat over de tijd waarin er om haar gevraagd zal worden. Hun antwoord komt in beelden uit de bouw: "Zo zij een muur is, wij zullen een paleis van zilver op haar bouwen; en zo zij een deur is, wij zullen haar rondom bezetten met cederen planken" (Hoogl. 8:9). Een muur houdt tegen, een deur laat door; het gaat dus om haar standvastigheid. Dan spreekt zij zelf, en zij geeft antwoord op hun vraag: "Ik ben een muur" (Hoogl. 8:10). En zij besluit met wat dat haar opleverde: toen was zij in Zijn ogen als een die vrede vindt.

Bijbelse betekenis: Dit is het enige gedeelte in het boek waarin over iemand anders gesproken wordt dan over de twee. Er wordt vooruitgekeken naar een jonger mens die de weg nog moet gaan, en er wordt overlegd hoe zij te beschermen is. Merk op dat de bescherming zich richt naar wat zij zelf is. Is zij een muur, dan wordt er op haar gebouwd; is zij een deur, dan wordt er versterkt. In beide gevallen wordt er iets gedaan en wordt zij niet aan zichzelf overgelaten. Let ten slotte op haar eigen antwoord. Zij spreekt niet over haar gevoel maar over haar standvastigheid, en het slot ligt niet bij wat zij van zichzelf vindt maar bij hoe zij in Zijn ogen was.

Typologie: Jesaja tekent dezelfde zorg voor wie nog klein is: "Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen" (Jes. 40:11).

Hoogl. 8:8-10; Jes. 40:11

De eigen wijngaard  — aan het einde staat de wijngaard er weer, en nu wordt hij wél gehoed (Hoogl. 8:11-12)

"Salomo had een wijngaard, te Baal-Hamon; hij gaf dezen wijngaard aan de hoeders, een ieder bracht voor deszelfs vrucht duizend zilverlingen" (Hoogl. 8:11). Dat is de grote onderneming: verpacht, bewaakt, in geld uitgedrukt. Daartegenover stelt zij het hare: "Mijn wijngaard, dien ik heb, is voor mijn aangezicht" (Hoogl. 8:12). Zij gunt Salomo zijn duizend zilverlingen en de hoeders hun tweehonderd, en zij houdt wat van haar is. In het eerste hoofdstuk had zij hetzelfde woord in de mond genomen, maar toen als een aanklacht tegen zichzelf: haar eigen wijngaard had zij niet gehoed (Hoogl. 1:6).

Bijbelse betekenis: De twee verzen sluiten de boog van het boek. Wat aan het begin verwaarloosd was, staat aan het einde voor haar aangezicht, dus onder haar ogen en in haar zorg. Merk op waarin zij van Salomo verschilt. Hij heeft veel en laat het bewaken door anderen; zij heeft één wijngaard en zorgt er zelf voor. Het boek prijst hier het kleine dat werkelijk van iemand is boven het grote dat op afstand beheerd wordt. Let ten slotte op de vrijmoedigheid waarmee zij spreekt. Zij is niet jaloers op de koning en zij rekent niet met hem af; zij noemt wat van haar is, en dat is genoeg.

Typologie: De Heere Jezus prijst niet de omvang van wat iemand heeft maar de trouw waarmee hij het beheert: over weinig getrouw, over veel gezet (Matt. 25:21).

Hoogl. 8:11-12; Hoogl. 1:6; Matt. 25:21

Het slotverlangen  — het boek eindigt niet bij de vervulling maar bij het verlangen (Hoogl. 8:13-14)

Het voorlaatste vers is van Hem: "O gij bewoonster der hoven! de metgezellen merken op uw stem; doe ze Mij horen" (Hoogl. 8:13). Hij vraagt dus om haar stem te horen, terwijl anderen meeluisteren. Het laatste woord is van haar: "Kom haastelijk, mijn Liefste! en wees Gij gelijk een ree, of gelijk een welp der herten op de bergen der specerijen" (Hoogl. 8:14). Daarmee eindigt het lied. Het beeld van de ree op de bergen stond ook al aan het einde van het tweede hoofdstuk (Hoogl. 2:17).

Bijbelse betekenis: Het boek sluit met een open einde, en dat is geen gebrek. Zij is bij Hem geweest, zij heeft Hem gemist en teruggevonden, zij heeft de sterkste woorden over de liefde gesproken — en toch is het laatste wat zij zegt: kom. Merk op wat dat over de liefde zegt. Zij is niet uitgeblust en niet verzadigd; hoe meer zij ontvangen heeft, hoe sterker het verlangen. Let ook op Hoogl. 8:13. Hij vraagt om haar stem, en de metgezellen luisteren mee; het gebed van de bruid blijft niet binnenskamers. Wie in dit boek de lijn naar Christus volgt, hoort in dit slot de houding van de gemeente tussen Zijn hemelvaart en Zijn wederkomst.

Typologie: De laatste bladzijde van de Bijbel eindigt met dezelfde twee stemmen: "Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!" (Op. 22:20).

Hoogl. 2:17; Hoogl. 8:13-14; Op. 22:20

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Zet mij als een zegel op Uw hart — 8:6-7

Het verbond niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Het lied loopt ten einde. Na alle zoeken en vinden komt de bruid met een laatste bede, en die gaat niet over gevoel maar over vastigheid: zij wil vastgezet worden.

Zij vraagt om als een zegel gedragen te worden, op Zijn hart en Zijn arm — en dat is priestertaal.

De bede luidt: “Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm.”

De kanttekening wijst meteen aan waar dat vandaan komt. Dit ziet op de borstlap van de hogepriester, waarin de namen van de twaalf stammen in twaalf edelstenen gegraveerd waren. En zij voegt eraan toe wat de arm erbij doet: de hogepriester droeg die namen niet alleen aan het hart maar ook op zijn schouders, ter gedachtenis van de kinderen Israëls.

Daarmee vraagt de bruid iets heel bepaalds. Zij vraagt niet om gevoelens. Zij vraagt om de plaats die de stammen bij de hogepriester hadden: gegraveerd en niet geschreven, gedragen aan het hart en aan de schouder, de liefde en de kracht.

En een zegel is er niet om mooi te staan. De kanttekening merkt op dat zegels ten allen tijde gebruikt zijn tot bevestiging van wat men schrijft of belooft, opdat het niet verbroken worde. Wie om een zegel vraagt, vraagt om een verbond dat vaststaat.

Wat er dan volgt over die liefde is het sterkste dat het lied zegt: “want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN.”

De kanttekening legt dat naar beide kanten uit: het gaat om de geestelijke liefde van de bruid tot Christus, en evenzo om de liefde van Christus tot Zijn kerk. De dood overwint de allersterkste mens; zo sterk is deze band, en hij is door geen vijand of tegenspoed uit te blussen — zelfs niet door de dood.

En dan de belofte in de vorm van een onmogelijkheid: “Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken.” De kanttekening merkt op dat wateren en stromen in de Schrift doorgaans staan voor tegenspoed en vervolging. Zij verwijst daarbij naar het slot van Romeinen 8, waar Paulus opsomt wat ons niet scheiden kan van de liefde Gods in Christus Jezus.

Het slot van het vers zegt nog iets over de prijs: al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachten. Zij is niet te koop. Wat zij wel gekost heeft, staat elders: niet zilver of goud, maar bloed.

  1. Exodus 28:21 — De namen van de stammen gegraveerd in twaalf edelstenen.
  2. Exodus 28:29 — De hogepriester draagt ze op zijn hart, en op zijn schouders.
  3. Hooglied 8:6 — Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm.
  4. Jesaja 49:16 — Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd.
  5. Hooglied 8:7 — Vele wateren kunnen deze liefde niet uitblussen.
  6. Romeinen 8:39 — Niets kan ons scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus.

In het Nieuwe Testament: Exodus 28:21; Exodus 28:29; Romeinen 8:35-39; Jesaja 49:16; Efeziers 5:25; 1 Petrus 1:18-19

Hoever dit reikt: Het Hooglied wordt op verschillende wijzen uitgelegd. De kanttekening leest het geheel als het geestelijke huwelijk tussen Christus en Zijn gemeente, en zij legt ook de zegels op hart en arm zo uit; deze post volgt die lezing. Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. Dat de liefde hier wederzijds verstaan wordt, zegt de kanttekening met zoveel woorden.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Hooglied 8

Hooglied 8:6.KruisverwijzingenJesaja 49:16Hagai 2:23Spreuken 6:34Jeremia 22:24Handelingen 21:13Numeri 5:14Deuteronomium 32:21Exodus 28:29
— Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN.
Dit is zeker waar van de liefde van het schepsel. Zij is een machtige, alles bedwingende, onweerstaanbare aandoening. Zelfs de liefde van de vriendschap heeft zich soms sterk als de dood betoond: “Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden.” Er zijn er geweest die bereid waren hun leven voor hun vrienden af te leggen; en de kinderlijke liefde is soms de verschrikkingen van het graf te sterk gebleken.

En het ontbreekt ons ook niet aan pijnlijke bewijzen van het omgekeerde, zoals het in het volgende deel van onze tekst staat: de naijver heeft zich vaak hard als het graf betoond.

Maar het Hooglied is geestelijk, of het heeft geen enkele aanspraak op onze aandacht en zou zijn ingeving ongelooflijk zijn.

Hooglied 8:7.KruisverwijzingenSpreuken 6:35Romeinen 13:8Mattheüs 7:24Romeinen 8:28Spreuken 6:31Jesaja 43:2
— Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachten.
Zo is het wanneer de Geest van God het hart vernieuwd en de liefde van God in de ziel uitgestort heeft. Noch de liefde van Christus tot ons, noch onze liefde tot Hem is te koop. Geen van beide zou geruild kunnen worden voor goud of robijnen of diamanten of het kostelijkste kristal. Als iemand al de have van zijn huis zou aanbieden voor een van die beide vormen van liefde, dan zou het volkomen veracht worden.

Hooglied 8:12.KruisverwijzingenHooglied 1:61 Thessalonicenzen 2:19Romeinen 14:7Psalmen 72:17Handelingen 20:281 Timotheüs 4:151 Korinthe 6:201 Timotheüs 5:17
— Mijn wijngaard, dien ik heb, is voor mijn aangezicht; de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo! maar tweehonderd zijn voor de hoeders van deszelfs vrucht.
De grote Landman heeft Zijn wijngaard genadig aan mij verhuurd, opdat ik hem zou bewaren en bewerken. Hij heeft hem voor de tijd tot mijn eigendom gemaakt.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Luk. 7:38‭ - Aan zijn voeten

Preekaantekeningen

Aan zijn voeten. Luk. 7:38 Oosterlingen houden veel van uiterlijk vertoon en bij hun Godsdienstige verrichtingen wijden zij meer aandacht aan de houding van het lichaam dan wij…

De liefde van Christus heiligt onze liefde

Nabij De Zon

Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt... en bekennen de liefde van Christus, die de kennis te…

Sulammith's bede

Preken

Zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm, want de liefde is sterk als de dood, de ijver is hard als het graf: haar…

Open mijn oren zodat ik Uw stem opnieuw mag horen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" O, gij bewoonster der hoven, de metgezellen merken op uw stem, doe ze mij horen. Hooglied 8:13 Mijn dierbare Heere Jezus herinnert…

Liefde die sterker is als de dood

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" De liefde is sterker als de dood. Hooglied 8:6 Wiens liefde kan dit zijn, die zo machtig is dat Hij de overwinnaar…

Leunende op haar Liefste

Preken

Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en leunt op haar Liefste? Hooglied 8:5 In de verzen, die onmiddellijk aan deze tekst voorafgaan, horen we de Bruid…

Het afscheidswoord van de Bruidegom

Preken

O gij bewoonster der hoven! de metgezellen merken op uw stem; doe ze Mij horen. Hooglied 8:13 Het Hooglied is bijna ten einde; de bruid en de Bruidegom zijn…

Zonder geld en zonder prijs

Preken

Al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem ten enenmale verachten. Hooglied 8:7 Ziehier een algemeen geldende regel: liefde is niet te…

Kom haastelijk!

Preken

Kom haastelijk, mijn Liefste, en wees gij gelijk een ree, of gelijk een welp van de herten op de bergen van de specerijen. Hooglied 8:14 Het "Lied van de liederen"…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content