Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
IkH589 ben een RoosH2261 van SaronH8289, een LelieH7799 der dalenH6010.
Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen.
KJV
I am the rose2
of Sharon,3
and the lily4
of the valleys.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Gelijk een lelieH7799 onder de doornenH2336, alzoH3651 is Mijn vriendinH7474 onder de dochterenH1323.
Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.
KJV
As the lily1
among thorns,3
so is my love5
among the daughters.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Als een appelboomH8598 onder de bomenH6086 des woudsH3293, zoH3651 is mijn LiefsteH1730 onder de zonenH1121; ik heb groten lustH2530 in Zijn schaduwH6738, en zitH3427 er onder, en Zijn vruchtH6529 is mijn gehemelteH2441 zoetH4966.
Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen; ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er onder, en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.
KJV
As the apple tree1
among the trees2
of the wood,3
so is my beloved5
among the sons.7
I sat10
down under his shadow8
with great delight,9
and his fruit11
was sweet12
to my taste.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Hij voertH935 mij in het wijnhuisH3196, en de liefdeH160 is Zijn banierH1714 overH5921 mij.
Hij voert mij in het wijnhuis, en de liefde is Zijn banier over mij.
KJV
He brought1
me to the banqueting4
house,3
and his banner5
over me was love.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
OndersteuntH5564 gijlieden mij met de flessenH809, versterktH7502 mij met de appelenH8598, wantH3588 ik ben krankH2470 van liefdeH160.
Ondersteunt gijlieden mij met de flessen, versterkt mij met de appelen, want ik ben krank van liefde.
KJV
Stay1
me with flagons,2
comfort3
me with apples:4
for I am sick6
of love.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Zijn linkerhandH8040 zij onderH8478 mijn hoofdH7218, en Zijn rechterhandH3225 omhelzeH2263 mij.
Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.
KJV
His left hand1
is under my head,3
and his right hand4
doth embrace
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Ik bezweerH7650 u, gij, dochterenH1323 van JeruzalemH3389! die bij de reeenH6643, of bij de hindenH355 des veldsH7704 zijt, dat gij die liefdeH160 niet opwektH5782, noch wakker maaktH5782, totdatH5704 het dezelve lusteH2654!
Ik bezweer u, gij, dochteren van Jeruzalem! die bij de reeen, of bij de hinden des velds zijt, dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve luste!
KJV
I charge1
you, O ye daughters3
of Jerusalem,4
by the roes,5
and6
by the hinds7
of the field,8
that ye stir not up,10
nor awake12
my love,14
till he please.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
DatH2088 is de stemH6963 mijns LiefstenH1730, zietH2009 Hem, Hij komtH935, springendeH1801 opH5921 de bergenH2022, huppelendeH7092 opH5921 de heuvelenH1389!
Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen!
KJV
The voice1
of my beloved!2
behold, he cometh5
leaping6
upon the mountains,8
skipping9
upon the hills.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Mijn LiefsteH1730 is gelijk een reeH6643, ofH176 een welpH6082 der hertenH354; zietH2009, Hij staatH5975 achterH310 onzen muurH3796, kijkendeH7688 uitH4480 de vensterenH2474, blinkendeH6692 uitH4480 de tralienH2762.
Mijn Liefste is gelijk een ree, of een welp der herten; ziet, Hij staat achter onzen muur, kijkende uit de vensteren, blinkende uit de tralien.
KJV
My beloved2
is like1
a roe3
or a young5
hart:6
behold, he standeth9
behind10
our wall,11
he looketh forth12
at the windows,14
shewing15
himself through the lattice.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Mijn LiefsteH1730 antwoordtH6030, en zegtH559 tot mij: StaH6965 op, Mijn vriendinH7474, Mijn schoneH3303, en komH3212!
Mijn Liefste antwoordt, en zegt tot mij: Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom!
KJV
My beloved2
spake,1
and said3
unto me, Rise up,5
my love,7
my fair one,8
and come away.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
WantH3588 zieH2009, de winterH5638 is voorbijH5674, de plasregenH1653 is over, hij is overgegaanH1980;
Want zie, de winter is voorbij, de plasregen is over, hij is overgegaan;
KJV
For, lo, the winter3
is past,4
the rain5
is over6
and gone;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De bloemenH5339 worden gezienH7200 in het landH776, de zangtijdH6256 genaaktH5060, en de stemH6963 der tortelduifH8449 wordt gehoordH8085 in ons landH776.
De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd genaakt, en de stem der tortelduif wordt gehoord in ons land.
KJV
The flowers1
appear2
on the earth;3
the time4
of the singing
of birds is come,6
and the voice7
of the turtle8
is heard9
in our land;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
De vijgeboomH8384 brengtH2590 zijn jonge vijgjesH6291 voortH2590, en de wijnstokkenH1612 gevenH5414 reukH7381 met hun jonge druifjesH5563. StaH6965 op, Mijn vriendinH7474! Mijn schoneH3303, en komH3212!
De vijgeboom brengt zijn jonge vijgjes voort, en de wijnstokken geven reuk met hun jonge druifjes. Sta op, Mijn vriendin! Mijn schone, en kom!
KJV
The fig tree1
putteth forth2
her green figs,3
and the vines4
with the tender grape5
give6
a good smell.7
Arise,8
my love,10
my fair one,11
and come away.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Mijn duiveH3123, zijnde in de klovenH2288 der steenrotsenH5553, in het verborgeneH5643 ener steile plaatsH4095, toonH7200 Mij uw gedaanteH4758, doe Mij uw stemH6963 horenH8085; wantH3588 uw stemH6963 is zoetH6156, en uw gedaanteH4758 is liefelijkH5000.
Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.
KJV
O my dove,1
that art in the clefts2
of the rock,3
in the secret4
places of the stairs,5
let me see6
thy countenance,8
let me hear9
thy voice;11
for sweet14
is thy voice,13
and thy countenance15
is comely.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
VangtH270 gijlieden ons de vossenH7776, de kleineH6996 vossenH7776, die de wijngaardenH3754 verdervenH2254, want onze wijngaardenH3754 hebben jonge druifjesH5563.
Vangt gijlieden ons de vossen, de kleine vossen, die de wijngaarden verderven, want onze wijngaarden hebben jonge druifjes.
KJV
Take1
us the foxes,3
the little5
foxes,4
that spoil6
the vines:7
for our vines8
have tender grapes.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Mijn LiefsteH1730 is mijn, en ikH589 ben Zijn, Die weidtH7462 onder de lelienH7799,
Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn, Die weidt onder de lelien,
KJV
My beloved1
is mine, and I am his: he feedeth5
among the lilies.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
TotdatH5704 de dagH3117 aankomtH6315, en de schaduwenH6752 vliedenH5127; keer om, mijn LiefsteH1730! wordt Gij gelijk een reeH6643, ofH176 een welpH6082 der hertenH354, opH5921 de bergenH2022 van BetherH1336.
Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether.
KJV
Until the day3
break,2
and the shadows5
flee away,4
turn,6
my beloved,9
and be thou like7
a roe10
or a young12
hart13
upon the mountains15
of Bether.
ben
Hier spreekt de Bruidegom weder, zo sommigen menen; maar anderen menen dat het de woorden der Bruid zijn.
Hertaald:
ben
Hier spreekt volgens sommigen weer de Bruidegom; anderen menen dat het de woorden van de Bruid zijn.
een Roos
De roos is de edelste onder de bloemen en haar reuk verkwikt de hersenen. Bij de rozen van Saron, dat is die te Saron wassen, worden verstaan uitnemend schone rozen; gelijk bij de leliën der dalen, dat is die in de dalen wassen, worden verstaan schone welriekende leliën. Salomo is zo schoon niet versierd geweest als een van deze, Matt. 6:29 ; maar overmits hier gesproken wordt van de roos, wassende in de velden van Saron, en van de leliën in de dalen, maar niet van zulke, die in betuinde of besloten hoven wassen; zo schijnt het dat hiermede wordt te kennen gegeven dat de kerk van Christus verdrukking onderworpen is, gelijk de bloemen des velds van een ieder, die daar voorbijgaat, lichtelijk afgeplukt en van de beesten vertreden en afgebeten worden. Deze zin blijkt de rechte te zijn uit vs.2.
Hertaald:
een Roos
De roos is de edelste onder de bloemen en haar geur verkwikt de hersenen. Onder de rozen van Saron, dat is die in Saron groeien, worden uitnemend schone rozen verstaan, zoals onder de leliën van de dalen, dat is die in de dalen groeien, schone welriekende leliën verstaan worden. Salomo is niet zo schoon versierd geweest als één van deze, Matth. 6:29. Maar omdat hier gesproken wordt over de roos die in de velden van Saron groeit en over de leliën in de dalen, en niet over bloemen die in omheinde of besloten tuinen groeien, lijkt het erop dat hiermee te kennen gegeven wordt dat de kerk van Christus aan verdrukking onderworpen is, zoals de bloemen van het veld door iedere voorbijganger gemakkelijk geplukt worden en door de dieren vertrapt en afgebeten. Dat dit de juiste betekenis is blijkt uit vers 2.
Saron,
Saron is een lustige, schone landstreek, strekkende van Cesarea tot Joppe, niet ver van de Middellandse zee. Aldus wordt ook genoemd ene stad aldaar gelegen. Zie breder van Saron, 1 Kron. 5:16 ; Jes. 33:9 , en Jes. 35:3 , en Jes. 65:10 ; Hand. 9:35 .
Hertaald:
Saron,
Saron is een aangename, mooie landstreek die zich uitstrekt van Cesarea tot Joppe, niet ver van de Middellandse Zee. Zo heet ook een stad die daar ligt. Zie uitvoeriger over Saron 1 Kron. 5:16, Jes. 33:9, Jes. 35:3, Jes. 65:10 en Hand. 9:35.
Gelijk
De zin is: Zozeer als de lelie [vergeleken zijnde met de doornen] dezelve in schoonheid en heerlijkheid ver overtreft; alzo overtreft mijne liefste alle andere dochters, bij dezelve vergeleken zijnde; dat is, de ware kerk vergeleken zijnde bij andere vergaderingen, gaat dezelve alle in voortreffelijkheid ver teboven.
Hertaald:
Gelijk
De betekenis is: zoals de lelie, wanneer zij met de doornen vergeleken wordt, die in schoonheid en heerlijkheid ver overtreft, zo overtreft mijn liefste alle andere dochters wanneer zij daarmee vergeleken wordt — dat is: de ware kerk gaat, vergeleken met andere vergaderingen, die alle in voortreffelijkheid ver te boven.
de doornen,
De bozen en goddelozen worden in de Schrift [en ook, naar veler gevoelen, in deze plaats] doornen genoemd, eensdeels ten aanzien hunner onvruchtbaarheid in het voortbrengen van goede vruchten; anderdeels vanwege hun stekelige boosheden tegen de kinderen Gods; zie Num. 33:35 ; Spr. 22:5 ; Ezech. 28:24 .
Hertaald:
de doornen,
De bozen en goddelozen worden in de Schrift doornen genoemd, en volgens velen ook op deze plaats: enerzijds met het oog op hun onvruchtbaarheid in het voortbrengen van goede vruchten, anderzijds vanwege hun stekelige boosheid tegen de kinderen van God. Zie Num. 33:35, Spr. 22:5 en Ezech. 28:24.
dochteren
Dochteren worden in de Heilige Schrift genoemd de verzamelingen der mensen, somtijds der goeden, als: de dochter Zions; dat is de gemeente Gods; Jes. 37:22 ; somtijds der kwaden, als: de dochter Babels; Ps. 137:8 , de dochter Edoms; Klaagl. 4:21 .
Hertaald:
dochteren
In de Heilige Schrift worden vergaderingen van mensen dochters genoemd, soms van de goeden, zoals: de dochter Sions, dat is de gemeente van God, Jes. 37:22; soms van de kwaden, zoals: de dochter Babels, Ps. 137:8, en de dochter Edoms, Klaagl. 4:21.
Als een appelboom
Dit zijn nu wederom de woorden der Bruid. Onze Heere Jezus Christus wordt dikwijls bij een boom vergeleken, gelijk Openb. 2:7 , en Openb. 22:2 . Hier bij een appelboom. Gelijk hij alle wilde bomen verre tebovengaat; alzo, zegt hier de Bruid, overtreft ook Christus, mijn liefste, alle mensen, die van nature maar als wilde bomen zijn. En gelijk een appelboom, met zijn brede en lage takken, goede schaduw en schuiling geeft tegen de hitte en lieflijke vrucht voortbrengt tot verkwikking van den mens, alzo vind ik ook schaduw, bescherming en verkwikking onder de vleugels zijner genade, zo tegen de toorn Gods alsook in de hitte der vervolging. Alzo dat ik wens en poog altijd daaronder te schuilen.
Hertaald:
Als een appelboom
Dit zijn nu weer de woorden van de Bruid. Onze Heere Jezus Christus wordt vaak met een boom vergeleken, zoals in Openb. 2:7 en Openb. 22:2. Hier met een appelboom. Zoals die alle wilde bomen ver overtreft, zo overtreft ook Christus, mijn liefste, alle mensen, die van nature niet meer zijn dan wilde bomen, zegt de Bruid hier. En zoals een appelboom met zijn brede, lage takken goede schaduw en beschutting geeft tegen de hitte en aangename vrucht voortbrengt tot verkwikking van de mens, zo vind ook ik schaduw, bescherming en verkwikking onder de vleugels van Zijn genade, zowel tegen de toorn van God als in de hitte van de vervolging. Daarom wens en probeer ik daar altijd onder te schuilen.
de bomen
Dat is, die in het woud, of in het wild wassen. Buiten Christus zijn alle mensen wilde ongehavende bomen, Rom. 11:17 , Rom. 11:24 , die derhalve òf gene, òf kwade, òf zure, òf vruchten van onaangenamen smaak voortbrengen; tenzij dat zij door het geloof van Christus worden ingegriffeld, zo kunnen zij geen goede vruchten voortbrengen; Matt. 7:18 ; Joh. 15:4 .
Hertaald:
de bomen
Dat is: de bomen die in het bos of in het wild groeien. Buiten Christus zijn alle mensen wilde, ongesnoeide bomen, Rom. 11:17 en Rom. 11:24, die daarom geen vruchten voortbrengen, of slechte, of zure, of vruchten met een onaangename smaak. Tenzij zij door het geloof in Christus worden ingeent, kunnen zij geen goede vruchten voortbrengen; Matth. 7:18 en Joh. 15:4.
onder de zonen;
Te weten, van Adam, of der mensen; of zonen; dat is, jongelingen. Dezen allen overtreft Christus ver; Ps. 45:3 .
Hertaald:
onder de zonen;
Namelijk: van Adam, of van de mensen; of zonen — dat is: jongemannen. Christus overtreft hen allen verreweg; Ps. 45:3.
in Zijn schaduw,
Te weten, onder des appelbooms schaduw, dat is onder zijne bescherming. Gelijk de bomen, ons beschaduwende, bevrijden van den brand en de hitte der zon, alzo bevrijdt ons Christus voor de hitte van den toorn Gods en de vervolgingen der boze wereld. Zie Ps. 121:5-7 ; Jes. 25:4 . Zie ook de aantekening Ps. 91:1 .
Hertaald:
in Zijn schaduw,
Namelijk: onder de schaduw van de appelboom, dat is onder Zijn bescherming. Zoals de bomen ons met hun schaduw beschermen tegen de brand en de hitte van de zon, zo beschermt Christus ons tegen de hitte van Gods toorn en tegen de vervolgingen van de boze wereld. Zie Ps. 121:5-7 en Jes. 25:4. Zie ook de aantekening bij Ps. 91:1.
Zijn vrucht
Dit is nog een weldaad, die de Bruid verkrijgt door Christus; te weten, dat zij niet alleen van het kwaad verlost is, maar dat zij ook zijn lieflijke vruchten deelachtig wordt, als van zijn dood, verrijzenis, hemelvaart en andere weldaden. Anderen verstaan hier door de vruchten de vertroostingen van Christus, die het hart der gelovigen zoet zijn.
Hertaald:
Zijn vrucht
Dit is nog een weldaad die de Bruid door Christus verkrijgt: dat zij niet alleen van het kwaad verlost is, maar ook deel krijgt aan Zijn lieflijke vruchten, zoals Zijn dood, opstanding, hemelvaart en andere weldaden. Anderen verstaan hier onder de vruchten de vertroostingen van Christus, die het hart van de gelovigen zoet zijn.
Hij voert
Of, Hij voerde.
Hertaald:
Hij voert
Of: Hij voerde.
in het wijnhuis,
Hebreeuws, in het huis van den wijn; dat is, in het huis der vreugde en der blijdschap, die wij door de kracht en werking van den Heiligen Geest in onze harten ontvangen, 2 Kor. 1:5 . Behalve dat de wijn den dorst verslaat, zo maakt hij ook het hart vrolijk, Ps. 104:15 , en hij doet het zijne droefenis vergeten. Zie Spr. 31:6-7 . Tot dit huis der vreugde worden alle kinderen Gods genodigd; Spr. 1:20 ; zie ook Spr. 9:1 , enz.
Hertaald:
in het wijnhuis,
Hebreeuws: in het huis van de wijn — dat is: in het huis van de vreugde en de blijdschap die wij door de kracht en werking van de Heilige Geest in ons hart ontvangen, 2 Kor. 1:5. Behalve dat de wijn de dorst lest, maakt hij ook het hart vrolijk, Ps. 104:15, en doet hij het zijn droefheid vergeten. Zie Spr. 31:6-7. Tot dit huis van de vreugde worden alle kinderen van God genodigd; Spr. 1:20. Zie ook Spr. 9:1, enzovoort.
de liefde
Versta hier de liefde, waarmede Christus ons liefheeft en bemint, Ef. 5:2 . Daarom lezen enigen de laatste woorden van vs.4 aldus: Zijne banier is liefde over mij, of te mijwaarts. Zie 2 Thess. 2:16 , en Rom. 5:5 .
Hertaald:
de liefde
Versta hier de liefde waarmee Christus ons liefheeft en bemint, Ef. 5:2. Daarom lezen sommigen de laatste woorden van vers 4 zo: Zijn banier over mij is liefde, of: liefde jegens mij. Zie 2 Thess. 2:16 en Rom. 5:5.
is Zijn banier
Gelijk de soldaten van elkander onderscheiden worden door banieren of vaandels; alzo worden de ware ledematen der gemeente van Jezus Christus onderkend en onderscheiden van de huichelaars, door den Geest der aanneming en zijne vruchten, Rom. 8:14 ; 1 Joh. 3:24 . De banier betekent ook beschutting en bescherming tegen al de geestelijke vijanden, den duivel, den dood en de verdoemenis.
Hertaald:
is Zijn banier
Zoals de soldaten van elkaar onderscheiden worden door banieren of vaandels, zo worden de ware leden van de gemeente van Jezus Christus herkend en van de huichelaars onderscheiden door de Geest van de aanneming en Zijn vruchten, Rom. 8:14 en 1 Joh. 3:24. De banier betekent ook beschutting en bescherming tegen alle geestelijke vijanden: de duivel, de dood en de verdoemenis.
Ondersteunt
De kerk spreekt hier tot de vrienden des Bruidegoms, die zijn de rechte leraars, Joh. 3:29 ; biddende dat zij haar versterken met den troost van het heilig Evangelie, eer zij bezwijke van verlangen.
Hertaald:
Ondersteunt
De kerk spreekt hier tot de vrienden van de Bruidegom, dat zijn de rechte leraars, Joh. 3:29, en zij vraagt hun haar met de troost van het heilig Evangelie te versterken voordat zij van verlangen bezwijkt.
met de flessen,
Dat is met wijn, die in de flessen is, gelijk Hos. 3:1 ; Luc. 22:20 ; dat is met de Heilige Schrift, in welke Christus zijn wijn en melk, dat is, al zijne beloften en geestelijke vertroostingen besloten heeft. Zie Ps. 94:19 , en Ps. 119:92 .
Hertaald:
met de flessen,
Dat is: met wijn die in de flessen is, zoals in Hos. 3:1 en Luk. 22:20 — dat is: met de Heilige Schrift, waarin Christus Zijn wijn en melk, dat is al Zijn beloften en geestelijke vertroostingen, besloten heeft. Zie Ps. 94:19 en Ps. 119:92.
versterkt
Of, onderstrooit mij appelen; te weten, opdat ik door den reuk derzelve verkwikt worde, waartoe de oranjeappelen en citroenen inzonderheid zeer dienstig en bekwaam zijn. Hierbij worden verstaan de troostelijke leringen der Heilige Schrift, aangaande de genade en verdiensten van Christus.
Hertaald:
versterkt
Of: bestrooi mij met appels, namelijk opdat ik door de geur daarvan verkwikt word, waartoe sinaasappels en citroenen bijzonder geschikt zijn. Daarmee worden de troostrijke leringen van de Heilige Schrift bedoeld over de genade en de verdiensten van Christus.
ik ben krank
Dat is, ik ben flauw en amechtig door het gedurig verlangen naar de vertroostingen mijns Bruidegoms en de tekenen zijner genade; zie Ps. 42:2 ; Ps. 63:2 ; Hoogl. 3:1-2 , en Hoogl. 5:6 , Hoogl. 5:8 . Het is God, die al onze krankheden geneest; Ps. 103:3 .
Hertaald:
ik ben krank
Dat is: ik ben flauw en uitgeput door het voortdurende verlangen naar de vertroostingen van mijn Bruidegom en naar de tekenen van Zijn genade. Zie Ps. 42:2, Ps. 63:2, Hoogl. 3:1-2, Hoogl. 5:6 en Hoogl. 5:8. Het is God Die al onze ziekten geneest; Ps. 103:3.
linkerhand
De gemeente wenst en verwacht de genadige en goedertierene hulp, die de Bruidegom haar in den nood zou bewijzen, haar troostende door den Heiligen Geest en zijn Woord. Zie Hoogl. 8:3 ; Ef. 5:29 .
Hertaald:
linkerhand
De gemeente wenst en verwacht de genadige en goedertieren hulp die de Bruidegom haar in de nood zou bewijzen, door haar te troosten met de Heilige Geest en Zijn Woord. Zie Hoogl. 8:3 en Ef. 5:29.
onder mijn hoofd,
Te weten gelijk een peluw, om op te rusten. Door de zonde wordt het ganse hoofd krank en het hart mat; Jes. 1:5 . Maar door de vertroostingen des Heiligen Geestes worden onze conscientiën versterkt, en onze zonden [oorzaken onzer ellenden] vergeven. Zie Rom. 14:17 ; 1 Joh. 2:12 , en 1 Joh. 3:24 .
Hertaald:
onder mijn hoofd,
Namelijk: als een kussen om op te rusten. Door de zonde wordt het hele hoofd ziek en het hart mat; Jes. 1:5. Maar door de vertroostingen van de Heilige Geest wordt ons geweten versterkt en worden onze zonden — de oorzaak van onze ellende — vergeven. Zie Rom. 14:17, 1 Joh. 2:12 en 1 Joh. 3:24.
omhelze mij
Dit is een uitwendig teken van liefde. Zie Gen. 29:13 , en Gen. 48:10 .
Hertaald:
omhelze mij
Dit is een uiterlijk teken van liefde. Zie Gen. 29:13 en Gen. 48:10.
Ik bezweer u,
Dit nemen sommigen als woorden des Bruidegoms, anderen als woorden der Bruid. De zin is: Ik vermaan en betuig u op het hoogste.
Hertaald:
Ik bezweer u,
Sommigen vatten dit op als woorden van de Bruidegom, anderen als woorden van de Bruid. De betekenis is: ik vermaan en betuig u ten sterkste.
gij, dochteren
Dat is: O gij speelgenoten. Zie Hoogl. 3:5 , en Hoogl. 8:4 .
Hertaald:
gij, dochteren
Dat is: o, u gezellinnen. Zie Hoogl. 3:5 en Hoogl. 8:4.
die bij de reeën,
Anders: Ik bezweer u bij de reeën, enz.; dat is, zo lief als u de reeën en de hinden zijn, dat gij die liefde niet opwekt; dat is, dat gij de rust des Bruidegoms, of der Bruid, dat is de gemeente, niet verstoort; te weten door ketterij, scheuring, of met ergernis te geven.
Hertaald:
die bij de reeën,
Anders: ik bezweer u bij de reeën, enzovoort — dat is: zo lief als de reeën en de hinden u zijn, zo zeer vraag ik u die liefde niet op te wekken, dat is de rust van de Bruidegom of van de Bruid, dat is de gemeente, niet te verstoren, namelijk door ketterij, scheuring of door aanstoot te geven.
de hinden
Hinden zijn wijfjes der herten.
Hertaald:
de hinden
Hinden zijn de wijfjes van de herten.
totdat het
Dat is, nimmermeer derzelver rust stoort.
Hertaald:
totdat het
Dat is: verstoor hun rust nooit.
Dat is
Te weten de stem, die ik daar hoor. Dit spreekt de Bruid. Zij wil zeggen: Dat is zijne onderwijzing, die ik daar hoor. Zie Joh. 10:3-4 , en Joh. 18:37 ; Hand. 13:46-47 ; Hebr. 3:7 .
Hertaald:
Dat is
Namelijk: de stem die ik daar hoor. Dit spreekt de Bruid. Zij wil zeggen: dat is Zijn onderwijs dat ik daar hoor. Zie Joh. 10:3-4, Joh. 18:37, Hand. 13:46-47 en Hebr. 3:7.
Hij komt,
Te weten tot mijn hulp en bijstand, gelijk Jes. 35:4 ; Joh. 14:23 ; Openb. 22:20 .
Hertaald:
Hij komt,
Namelijk: tot mijn hulp en bijstand, zoals in Jes. 35:4, Joh. 14:23 en Openb. 22:20.
springende
Eene gelijkenis, genomen van de snelle reeën en hinden, bij welke de Bruidegom wordt vergeleken, vs.9, om aan te wijzen de vrijwilligheid van Christus in het helpen en redden zijner Bruid.
Hertaald:
springende
Een vergelijking, ontleend aan de snelle reeën en hinden, waarmee de Bruidegom in vers 9 vergeleken wordt, om de bereidwilligheid van Christus aan te wijzen in het helpen en redden van Zijn Bruid.
achter onzen muur,
Versta hier den vurigen muur der kerk, dat is, de bewaring en beschutting, die God zijne kerk bewijst door zijn heilige engelen. Zie 2 Kon. 6:17 ; Ps. 34:8 ; Zach. 2:5 . Als hier staat onzen muur, daarmede wordt te kennen gegeven dat deze muur is een bolwerk, dat de kerk eigen is en haar alleen toekomt. Anderen verstaan die woorden: Hij staat achter onzen muur, aldus, dat zij betekenen een nadere gemeenschap met Christus dan toen Hij nog ver af was, komende al springende op de bergen, vs.8, maar evenwel zo na nog niet, of daar was nog een muur tussenbeiden. Zodat hier aangewezen worden te trappen, waarmede Christus zijne liefde jegens zijne kerk is bewijzende, niet gelijkelijk, maar naardat Hij acht ons goed te wezen.
Hertaald:
achter onzen muur,
Versta hier de vurige muur van de kerk, dat is de bewaring en beschutting die God Zijn kerk bewijst door Zijn heilige engelen. Zie 2 Kon. 6:17, Ps. 34:8 en Zach. 2:5. Doordat er staat onze muur, wordt te kennen gegeven dat deze muur een bolwerk is dat de kerk eigen is en dat alleen haar toekomt. Anderen verstaan de woorden Hij staat achter onze muur zo, dat zij een nauwere gemeenschap met Christus aanduiden dan toen Hij nog ver weg was en al springend over de bergen kwam, vers 8 — maar toch nog niet zo nabij, want er was nog een muur tussen. Zo worden hier trappen of graden aangewezen waarin Christus Zijn liefde jegens Zijn kerk bewijst: niet altijd op gelijke wijze, maar naardat Hij het goed voor ons acht.
kijkende
Dit is een gelijkenis, genomen van een wachter, die op een toren de wacht houdt. Zie 2 Kon. 9:17 ; Ezech. 33:2 . De Heere Christus is de rechte wachter en hoeder van Israël, die nimmermeer slaapt nocht sluimert; Ps. 121:4 . Hij ziet en bespot al de raadslagen der goddelozen tegen zijne kerk; Ps. 2:4 .
Hertaald:
kijkende
Dit is een vergelijking, ontleend aan een wachter die op een toren de wacht houdt. Zie 2 Kon. 9:17 en Ezech. 33:2. De Heere Christus is de rechte wachter en hoeder van Israël, Die nooit slaapt of sluimert; Ps. 121:4. Hij ziet en bespot alle raadslagen van de goddelozen tegen Zijn kerk; Ps. 2:4.
blinkende
Of, glinsterende als ene bloem; dat is, zichzelve als een bloem vertonende; te weten lieflijk en aangenaam. Het is vast hetzelfde, dat straks gezegd is. De wederhaling dient tot versterking en bevestiging van het voorzeide.
Hertaald:
blinkende
Of: glinsterend als een bloem — dat is: Zichzelf vertonend als een bloem, namelijk lieflijk en aangenaam. Het is vrijwel hetzelfde als wat zojuist gezegd is; de herhaling dient tot versterking en bevestiging van het voorgaande.
de traliën
Meermalen worden de traliën en vensters bijeengevoegd, gelijk Richt. 5:29 ; Spr. 7:6 , en elders.
Hertaald:
de traliën
Traliewerk en vensters worden meermalen samen genoemd, zoals in Richt. 5:29, Spr. 7:6 en elders.
Mijn Liefste
Met deze woorden geeft de Bruid te kennen de oorzaak van de snelle komst haars Bruidegoms, te weten om haar door zijnen Geest en zijn Woord te roepen uit haar bedroefden staat tot een beteren.
Hertaald:
Mijn Liefste
Met deze woorden geeft de Bruid de oorzaak aan van de snelle komst van haar Bruidegom, namelijk om haar door Zijn Geest en Zijn Woord uit haar bedroefde staat tot een betere te roepen.
kom
Hebreeuws, komt u. Alzo ook vs.13. Zie de aantekening Gen. 12:1 . En kom herwaarts, te weten om mij te dienen.
Hertaald:
kom
Hebreeuws: kom u. Zo ook in vers 13. Zie de aantekening bij Gen. 12:1. En kom hierheen, namelijk om Mij te dienen.
de winter
Dat is, de tijd van de verdrukking der gemeente. Vergelijk Zach. 14:8 .
Hertaald:
de winter
Dat is: de tijd van de verdrukking van de gemeente. Vergelijk Zach. 14:8.
de plasregen
Dat is, de tijd der beproeving in tegenspoed is door Christus verlicht. Zie Jes. 4:6 , en Jes. 32:2 ; Matt. 7:27 .
Hertaald:
de plasregen
Dat is: de tijd van de beproeving in tegenspoed is door Christus verlicht. Zie Jes. 4:6, Jes. 32:2 en Matth. 7:27.
hij is overgegaan;
Of, hij is heengegaan.
Hertaald:
hij is overgegaan;
Of: hij is heengegaan.
worden gezien
Of, vertonen zich. Dit is ene beschrijving der lente; geestelijk verstaan zijnde betekent het de wederoprichting der kerk, nadat de zwarigheden verdwenen zijn. Zie Ps. 72:16 ; Jes. 27:6 ; Hos. 14:4-6 .
Hertaald:
worden gezien
Of: vertonen zich. Dit is een beschrijving van de lente; geestelijk verstaan betekent het de heroprichting van de kerk nadat de moeiten verdwenen zijn. Zie Ps. 72:16, Jes. 27:6 en Hos. 14:4-6.
de zangtijd
Of, de tijd des gezangs, of de tijd van kwinkeleren; dat is, de lente, of de meitijd, wanneer de vogels zingen; dat is, de gelovigen beginnen te verkwikken en van vreugde te zingen. Anders: de snoeitijd.
Hertaald:
de zangtijd
Of: de tijd van het gezang, of de tijd van het kwinkeleren — dat is: de lente of de meitijd, wanneer de vogels zingen; dat is: de gelovigen beginnen op te leven en van vreugde te zingen. Anders: de snoeitijd.
De vijgeboom
Dat is, de mensen, die tevoren als dorre bomen waren, beginnen nu geestelijkerwijze te bloeien door mijne genade; de gemeente, die tevoren woest gelegen hebben, geven nu beginselen van schone vruchten door de kracht van mijn Geest en Woord, en zij geven van zich een lieflijken reuk, 2 Kor. 2:15 . Zie de gelijkenis van den vijgeboom, Matt. 24:32 ; Luc. 13:6 .
Hertaald:
De vijgeboom
Dat is: de mensen die tevoren als dorre bomen waren, beginnen nu op geestelijke wijze te bloeien door Mijn genade; de gemeenten die tevoren woest lagen, geven nu de eerste tekenen van schone vruchten door de kracht van Mijn Geest en Woord, en zij verspreiden een lieflijke geur, 2 Kor. 2:15. Zie de gelijkenis van de vijgenboom, Matth. 24:32 en Luk. 13:6.
jonge vijgjes
Of, onrijpe vijgen. Het Hebreeuwse woord, dat hier gebruikt wordt, vindt men alleen hier.
Hertaald:
jonge vijgjes
Of: onrijpe vijgen. Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt komt alleen hier voor.
de wijnstokken
Door de wijnstokken worden hier de particuliere kerken verstaan, gelijk Jes. 5:1 ; Hos. 9:10 .
Hertaald:
de wijnstokken
Onder de wijnstokken worden hier de plaatselijke kerken verstaan, zoals in Jes. 5:1 en Hos. 9:10.
geven reuk
Te weten, een treffelijken reuk, gelijk Hoogl. 7:13 .
Hertaald:
geven reuk
Namelijk: een voortreffelijke geur, zoals in Hoogl. 7:13.
druifjes
Of, tedere, kleine, groene, onrijpe druiven. Het Hebreeuwse woord is hier alleen en onder, vs.15, en Hoogl. 7:12 .
Hertaald:
druifjes
Of: tere, kleine, groene, onrijpe druiven. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor, en hieronder in vers 15 en in Hoogl. 7:12.
kom
Gelijk boven, vs.10.
Hertaald:
kom
Zoals hierboven in vers 10.
Mijn duive,
Aldus wordt de gemeente van Christus genoemd vanwege hare kuisheid en eenvoudigheid. Zie Matt. 10:16 , en boven, Hoogl. 1:15 .
Hertaald:
Mijn duive,
Zo wordt de gemeente van Christus genoemd vanwege haar kuisheid en eenvoud. Zie Matth. 10:16 en hierboven Hoogl. 1:15.
zijnde
Daar schuilende uit vrees der vijanden. Zie Jer. 48:28 . Anders: die u onthoudt in de scheuren der steenrotsen; beschaamd zijnde vanwege de mismaaktheid uwer zonden.
Hertaald:
zijnde
Terwijl zij daar schuilt uit vrees voor de vijanden. Zie Jer. 48:28. Anders: die zich ophoudt in de spleten van de rotsen, beschaamd vanwege de mismaaktheid van uw zonden.
in het verborgene
Die u in onbewoonde plaatsen, in holen en spelonken, vanwege de vervolging verbergt; gelijk 1 Kon. 18:4 ; Ps. 55:7-8 , en Ps. 68:14 ; Openb. 12:6 . Sommigen zetten het over, een verborgen trap, duidende zulks op den Heere Christus, die de trap en ladder is naar den hemel; Gen. 28:12 ; Joh. 1:52 .
Hertaald:
in het verborgene
U die zich vanwege de vervolging verbergt op onbewoonde plaatsen, in holen en spelonken, zoals in 1 Kon. 18:4, Ps. 55:7-8, Ps. 68:14 en Openb. 12:6. Sommigen vertalen het met: een verborgen trap, en betrekken dat op de Heere Christus, Die de trap en de ladder naar de hemel is; Gen. 28:12 en Joh. 1:52.
toon Mij
Dat is, kom tot mij, wandel voor mij oprechtelijk, gelijk Gen. 17:1 ; Rom. 12:1 ; Ef. 5:27 . Te weten, nadat gij door mijn Geest en bloed zult gereinigd zijn.
Hertaald:
toon Mij
Dat is: kom tot Mij, wandel oprecht voor Mijn aangezicht, zoals in Gen. 17:1, Rom. 12:1 en Ef. 5:27; namelijk nadat u door Mijn Geest en bloed gereinigd zult zijn.
uw stem horen;
Dat is, uwe gebeden en lofzangen. Zie Ps. 5:4 , en Ps. 28:2 , en Ps. 42:5 , en Ps. 50:15 , en elders.
Hertaald:
uw stem horen;
Dat is: uw gebeden en lofzangen. Zie Ps. 5:4, Ps. 28:2, Ps. 42:5, Ps. 50:15 en elders.
is zoet,
Dat is, zij is mij aangenaam, te weten als zij uit een waar geloof spruitende is.
Hertaald:
is zoet,
Dat is: zij is Mij aangenaam, namelijk wanneer zij uit een waar geloof voortkomt.
Vangt
Dit zijn de woorden des Bruidegoms tot zijne metgezellen, dat is, Christus tot de leraars of herders der kerk en tot de Christelijke overheden. En vangen is hier te zeggen dat de leraars der vossen loze en boze leringen moeten tegenstaan en wederleggen, en dat de overheden die moeten tonen.
Hertaald:
Vangt
Dit zijn de woorden van de Bruidegom tot Zijn metgezellen, dat is van Christus tot de leraars of herders van de kerk en tot de christelijke overheden. Vangen betekent hier dat de leraars de listige en boze leringen van de vossen moeten weerstaan en weerleggen, en dat de overheden die moeten beteugelen.
de vossen,
De vossen bederven de wijngaarden met het afeten der druiven. Alzo bederven en vernielen de valse leraars, ketters en bedriegelijke regeerders de ware religie en kerk Gods. Zij worden bij vossen vergeleken, hier en Ezech. 13:4 ; Luc. 13:32 ; eensdeels vanwege hunne bedriegelijkheid; 2 Kor. 11:13 ; anderdeels vanwege hunne schadelijkheid, dewijl hun woord verteert als een kanker; 2 Tim. 2:17 . Zie dergelijke beschrijvingen en waarschuwingen, Jer. 12:10 ; Ef. 4:14 ; Tit. 1:10-11 ; Hebr. 13:9 ; 2 Petr. 2:1 , 2 Petr. 2:12 .
Hertaald:
de vossen,
De vossen bederven de wijngaarden doordat zij de druiven afeten. Zo bederven en vernielen de valse leraars, ketters en bedrieglijke regeerders de ware godsdienst en de kerk van God. Zij worden hier met vossen vergeleken, en ook in Ezech. 13:4 en Luk. 13:32; enerzijds vanwege hun bedrieglijkheid, 2 Kor. 11:13, anderzijds vanwege hun schadelijkheid, omdat hun woord voortwoekert als een kanker, 2 Tim. 2:17. Zie soortgelijke beschrijvingen en waarschuwingen in Jer. 12:10, Ef. 4:14, Tit. 1:10-11, Hebr. 13:9, 2 Petr. 2:1 en 2 Petr. 2:12.
jonge druifjes
Of, kleine, tedere.
Hertaald:
jonge druifjes
Of: kleine, tere.
Mijn Liefste
Dit zijn de woorden der Bruid, gelijk Hoogl. 6:2 , en Hoogl. 7:10 . De zin is: Hij is mijn Herder, en ik ben de kudde zijner schapen, daarom kan mij niets ontbreken. Zie Ps. 23:1 ; 1 Joh. 4:13 .
Hertaald:
Mijn Liefste
Dit zijn de woorden van de Bruid, zoals in Hoogl. 6:2 en Hoogl. 7:10. De betekenis is: Hij is mijn Herder en ik ben de kudde van Zijn schapen, daarom kan mij niets ontbreken. Zie Ps. 23:1 en 1 Joh. 4:13.
Die weidt
De zin is: Hij weidt zijne kudde, niet alleen op een gezonde, maar ook op een genoegelijke weide, zo lieflijk en genoegelijk, alsof zij vol leliën stond. Verstaande hierbij de weide van het goddelijke Woord, hetwelk zoet is als honig en honigraten; en in het gezelschap der godzaligen, die als leliën onder de doornen zijn.
Hertaald:
Die weidt
De betekenis is: Hij weidt Zijn kudde niet alleen op een gezonde, maar ook op een aangename weide, zo lieflijk en genoeglijk alsof zij vol leliën stond. Versta daarbij de weide van het goddelijke Woord, dat zoet is als honing en honingraat, en het gezelschap van de godzaligen, die als leliën onder de doornen zijn.
de dag
Dat is de tijd der wetenschap, heiligheid, des troostes, vredes en der geestelijke blijdschap. Zie Rom. 13:12-13 , en 1 Thess. 5:5 ; 2 Petr. 1:19 .
Hertaald:
de dag
Dat is: de tijd van de kennis, de heiligheid, de troost, de vrede en de geestelijke blijdschap. Zie Rom. 13:12-13, 1 Thess. 5:5 en 2 Petr. 1:19.
aankomt,
Hebreeuws, aanblaze. Aldus spreken de Hebreën, omdat de dag gemeenlijk met enige koelte opgaat.
Hertaald:
aankomt,
Hebreeuws: aanblaast. Zo spreken de Hebreeën, omdat de dag gewoonlijk met enige koelte aanbreekt.
de schaduwen
Dat is, al hetgeen nog onvolmaakt is.
Hertaald:
de schaduwen
Dat is: alles wat nog onvolmaakt is.
keer om,
Te weten tot mij; het zijn de woorden der Bruid tot haren Bruidegom, hem biddende en aanroepende, dat Hij haar wil bijstaan in haar nood en zwarigheden.
Hertaald:
keer om,
Namelijk: tot mij. Het zijn de woorden van de Bruid tot haar Bruidegom, waarin zij Hem bidt en aanroept dat Hij haar wil bijstaan in haar nood en moeiten.
wordt Gij
Te weten in snelligheid, om mij te helpen; zie vs.8.
Hertaald:
wordt Gij
Namelijk: in snelheid, om mij te helpen; zie vers 8.
Bether
Of, Bitrons, of der scheiding. Dit zijn de bergen Gileads, die door de Jordaan van Judea afgescheiden worden. Deze bergen waren vol wild en zeer bekwaam tot de jacht. Zie de aantekening 2 Sam. 2:29 .
Hertaald:
Bether
Of: Bitrons, of: van de scheiding. Dit zijn de bergen van Gilead, die door de Jordaan van Judea gescheiden worden. Deze bergen waren vol wild en zeer geschikt voor de jacht. Zie de aantekening bij 2 Sam. 2:29. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Ligging: De vruchtbare kustvlakte van Kanaän, tussen de berg Karmel in het noorden en Joppe in het zuiden. Geschiedenis: In het Hooglied noemt de bruid zichzelf "een Roos van Saron, een Lelie der dalen" (Hoogl. 2:1) — een beeld ontleend aan de befaamde vruchtbaarheid en bloemenpracht van deze kustvlakte. Elders in de Schrift wordt Saron geroemd als uitstekend weidegebied voor vee (1 Kron. 27:29) en, in de profetieën, als beeld van herstelde overvloed na het oordeel (Jes. 33:9; 35:2; 65:10). Bijbelse betekenis: De "Roos van Saron" is door de eeuwen heen, ook in de christelijke uitlegtraditie, een geliefd zinnebeeld geworden van de schoonheid en volheid van de Heere Jezus Christus Zelf — al is dat een toepassing van latere uitleggers, en niet de letterlijke, oorspronkelijke betekenis van de tekst, waarin de bruid van zichzelf spreekt. Recente inzichten: Nog altijd bekend als de vruchtbare Saronvlakte, tegenwoordig een van de dichtstbevolkte en meest intensief bebouwde streken van Israël, tussen Tel Aviv en Haifa. 1 Kron. 27:29; Hoogl. 2:1; Jes. 33:9; 35:2; 65:10 © Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Naast de bruid en de Bruidegom klinkt in dit boek een derde stem. De bruid spreekt hen voor het eerst aan wanneer zij over zichzelf spreekt: "Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!)" (Hoogl. 1:5). Driemaal legt zij hun een bezwering op om de liefde haar eigen tijd te laten (Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5; Hoogl. 8:4, reeds behandeld). In het vijfde hoofdstuk bezweert zij hen anders: als zij haar Liefste vinden, moeten zij Hem aanzeggen: "Dat ik krank ben van liefde" (Hoogl. 5:8). Daarop stellen zij hun eigen vraag: "Wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, o gij schoonste onder de vrouwen?" (Hoogl. 5:9). Die vraag geeft haar de gelegenheid tot de lofzang waarin zij Hem van het hoofd tot de voeten beschrijft (Hoogl. 5:10-16, reeds behandeld). En dan volgt de wending die deze groep haar plaats geeft: "Waar is uw Liefste heengegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?" (Hoogl. 6:1). Bijbelse betekenis: Deze stem doet in het lied iets wat de bruid alleen niet kan. Zij vraagt, en door haar vraag komt eruit wat anders binnen zou blijven. Wie zich afvraagt waarom de lofzang op de Bruidegom juist daar staat, vindt het antwoord bij Hoogl. 5:9: er werd naar gevraagd. Zo werkt het ook in de gemeente. Belijden begint vaak bij iemand die vraagt wat het bijzondere is aan Hem. Let daarnaast op de beweging die deze groep maakt. Zij begint als toehoorster, wordt dan vraagster, en eindigt als medezoekster (Hoogl. 6:1). Dat is de weg die het getuigenis van één gelovige met anderen gaan kan: niet overtuigd door een betoog, maar meegenomen door wat zij hoorde. En let ten slotte op de inhoud van de bezwering. De bruid vraagt hun niets te forceren. Ook in geestelijke dingen laat zich de liefde niet opwekken vóór haar tijd; dat is de terughoudendheid die dit boek telkens oplegt. Typologie: Het Evangelie kent dezelfde beweging van horen naar zelf zoeken. De Samaritaanse vrouw riep de mensen van haar stad, en er staat dat velen in Hem geloofden om haar woord (Joh. 4:39). Later maakten zij haar duidelijk dat hun geloof niet meer op haar woord rustte, want zij hadden Hem nu zelf gehoord (Joh. 4:42). Zo blijft ook hier de vraag van de dochteren van Jeruzalem niet bij het antwoord van een ander staan: zij gaan zelf mee zoeken. Hoogl. 1:5; Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5; Hoogl. 5:8-9; Hoogl. 5:10-16; Hoogl. 6:1; Hoogl. 8:4; Joh. 4:39; Joh. 4:42 "Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen" (Hoogl. 2:1). De Statenvertaling schrijft Roos en Lelie met een hoofdletter en legt het woord daarmee in de mond van de Bruidegom. Het antwoord in het volgende vers past daarbij: "Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren" (Hoogl. 2:2). Dan spreekt de bruid, en zij gebruikt hetzelfde soort beeld terug: "Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen" (Hoogl. 2:3). Zij zegt erbij wat zij daar doet: zij heeft grote lust in Zijn schaduw, zit eronder, en Zijn vrucht is haar zoet. Bijbelse betekenis: Saron was een vlakte en de dalen zijn laag; de beelden zijn dus niet uit de hoogte gekozen maar van de grond. Merk daarnaast op hoe de twee vergelijkingen elkaar spiegelen. Zij is een lelie tussen doornen, Hij een vruchtboom tussen wilde bomen; beiden vallen op door wat zij zijn en niet door waar zij staan. Let ten slotte op Hoogl. 2:3. Er staat niet dat zij Zijn schaduw bewondert maar dat zij eronder gaat zitten. Dat is het verschil tussen beschouwen en genieten, en dit boek kiest telkens het tweede. Typologie: Jesaja tekent dezelfde vreugde van God over Zijn volk: "gelijk de bruidegom vrolijk is over de bruid, alzo zal uw God over u vrolijk zijn" (Jes. 62:5). Hoogl. 2:1-3; Jes. 62:5 "Hij voert mij in het wijnhuis, en de liefde is Zijn banier over mij" (Hoogl. 2:4). Een banier is het veldteken waaronder een leger staat; wie eronder loopt, is zichtbaar van hem. Zij wordt dus niet alleen binnengebracht maar ook openlijk aan Hem verbonden. Wat dat met haar doet, staat in het volgende vers: "Ondersteunt gijlieden mij met de flessen, versterkt mij met de appelen, want ik ben krank van liefde" (Hoogl. 2:5). Zij vraagt om ondersteuning omdat de vreugde haar te sterk is. Het gedeelte sluit met de rust die daarop volgt (Hoogl. 2:6). Bijbelse betekenis: Het beeld van de banier is het zwaarste van dit gedeelte. Zij hoeft haar plaats niet te verdedigen en zij hoeft niet uit te leggen waarom zij daar mag zijn; er hangt een teken boven haar, en dat is niet haar eigen liefde maar de Zijne. Merk op dat zij ondersteund moet worden. Dit boek kent geen liefde die de mens onaangedaan laat, en "krank van liefde" is daarvan de sterkste vorm. Let ten slotte op de volgorde. Zij wordt eerst binnengevoerd en daarna wordt zij zwak; het is de ontvangst die haar overweldigt, en niet haar eigen inspanning die haar uitput. Typologie: Paulus bidt dat de gemeente zou kunnen begrijpen wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat (Ef. 3:18-19). Hoogl. 2:4-6; Ef. 3:18-19 "Ik bezweer u, gij, dochteren van Jeruzalem! die bij de reeen, of bij de hinden des velds zijt, dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve luste!" (Hoogl. 2:7). De bruid spreekt hier niet tot de bruidegom maar tot de meisjes om haar heen. Dezelfde woorden staan een hoofdstuk verder bijna letterlijk (Hoogl. 3:5), en zij keren later in het boek nog een keer terug. De reeën en hinden in de bezwering zijn schuwe dieren, die wegspringen zodra men ze opjaagt. Bijbelse betekenis: Er wordt gewaarschuwd tegen het forceren van iets wat alleen vanzelf goed komt. Liefde die opgewekt en wakker gemaakt wordt voordat haar tijd er is, wordt niet sterker maar bedorven. Dat is nuchtere raad voor jonge mensen, en het is opmerkelijk dat zij midden in een liefdeslied staat: juist wie de liefde prijst, zegt hier dat zij niet gehaast mag worden. Merk op dat het driemaal gezegd wordt. Wat in dit boek herhaald wordt, is met nadruk gezegd. En let op wie er aangesproken worden. Niet de bruidegom en niet de bruid maar de omstanders; het zijn vaak anderen die drijven. Typologie: Prediker zegt in het algemeen wat hier van de liefde geldt: "Alles heeft een bestemden tijd" (Pred. 3:1). Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5; Pred. 3:1 "Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen!" (Hoogl. 2:8). Zij hoort Hem eerder dan zij Hem ziet. Hij staat achter de muur en kijkt door de vensters naar binnen (Hoogl. 2:9). Dan volgt Zijn woord: "Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom!" (Hoogl. 2:10). De reden is het seizoen: "Want zie, de winter is voorbij, de plasregen is over, hij is overgegaan" (Hoogl. 2:11). De bloemen worden gezien, de zangtijd nadert en de stem van de tortelduif wordt gehoord (Hoogl. 2:12). En dan wordt de oproep herhaald, woord voor woord (Hoogl. 2:13). Bijbelse betekenis: Het gedeelte staat vol beweging: Hij komt, springt, staat, kijkt, spreekt. De liefde wacht hier niet af maar zoekt op. Merk op dat de roep tweemaal klinkt, aan het begin en aan het eind van hetzelfde gedeelte; wat daartussen staat, is de reden waarom zij mag opstaan. Het is niet de kracht van de bruid die veranderd is maar het seizoen. Let ook op de muur en de vensters (Hoogl. 2:9). Er is nog iets tussen hen, en toch is Hij dichtbij en kijkt Hij naar binnen. Dat is in dit boek een bekende stand van zaken: geen volle aanschouwing, wel Zijn nabijheid. Typologie: De verhoogde Christus staat in Openbaring in dezelfde houding voor een deur: "Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop" (Op. 3:20). Hoogl. 2:8-13; Op. 3:20 "Vangt gijlieden ons de vossen, de kleine vossen, die de wijngaarden verderven, want onze wijngaarden hebben jonge druifjes" (Hoogl. 2:15). Het woord kleine staat er met nadruk. Niet een wild zwijn maar een vos, en dan nog de jonge; het gaat om schade die men niet ziet aankomen. En de reden dat het juist nu ernstig is, staat erbij: de wijngaarden hebben jonge druifjes, dus de oogst is er nog niet en is nog kwetsbaar. Bijbelse betekenis: Wat een verhouding kapotmaakt, is zelden groot. Het zijn de kleine vossen: een woord dat niet uitgesproken wordt, een gewoonte die insluipt, een verwijdering die niemand benoemt. Merk op dat er gevraagd wordt ze te vángen, dus er wordt handelend opgetreden en niet afgewacht. Let ook op het tijdstip. Juist wanneer er jonge druifjes zijn — wanneer het goed gaat en er iets groeit — moet er gelet worden; in de winter valt er niets te verderven. Dat maakt dit vers tot een waarschuwing voor tijden van bloei en niet alleen voor tijden van nood. Typologie: Paulus gebruikt dezelfde verhouding tussen klein en groot voor de gemeente: "Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg" (Gal. 5:9). Hoogl. 2:15; Gal. 5:9 "Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn, Die weidt onder de lelien" (Hoogl. 2:16). De zin bestaat uit twee helften die elkaars spiegelbeeld zijn. Zij begint bij wat zij heeft en eindigt bij wat zij is; het bezit staat voorop en de overgave erachter. Dezelfde woorden komen later in het boek in omgekeerde volgorde terug (Hoogl. 6:3), en daar begint zij bij Hem. Het vers erna houdt de spanning vast: "Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden" (Hoogl. 2:17). Zolang is het nog niet volle dag. Bijbelse betekenis: Dit vers wordt vaak aangehaald als de kortste vorm van het verbond. Jeremia zegt het met dezelfde tweeslag: "Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn" (Jer. 31:33). Twee kanten die elkaar toebehoren. Merk op dat er niets bij staat over gevoel of over verdienste; er staat een verhouding, en die blijft ook staan wanneer de bruid Hem even niet vindt, zoals in het volgende hoofdstuk gebeurt (Hoogl. 3:1). Let ten slotte op Hoogl. 2:17. De schaduwen zijn er nog. Wie dit vers als zijn belijdenis uitspreekt, doet dat in een tijd waarin nog niet alles helder is, en juist daarom is het een belijdenis en geen waarneming. Typologie: Hosea hoort God die verhouding beloven met woorden uit de trouwbelofte: "Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid" (Hos. 2:18). En het laatste hoofdstuk van de Bijbel laat beide kanten samen spreken: "En de Geest en de Bruid zeggen: Kom!" (Op. 22:17). Hoogl. 2:16-17; Hoogl. 3:1; Hoogl. 6:3; Jer. 31:33; Hos. 2:18; Op. 22:17 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het verbond niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Een bruiloftslied, opgenomen in de Heilige Schrift. Het spreekt onbeschroomd over liefde tussen man en vrouw, en de kerk heeft er van oudsher meer in gehoord dan dat alleen. De bruid zegt in één regel wat het verbond is: wederzijds toebehoren. De kanttekening begint al bij de titel. Het Lied der liederen betekent, zeggen zij, een zeer schoon en bovenmate voortreffelijk lied. En bij de vermelding van Salomo tekenen zij aan: onder Salomo wordt dan Jezus Christus verstaan, van Wie Salomo een voorbeeld geweest is in koninklijke hoogheid en heerlijkheid, en ook in wijsheid en in het onderwijzen van het volk. Het hart van dit hoofdstuk is één zin: mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn. Twee kanten, en beide even stellig. Dat is precies de vorm waarin God door heel de Schrift Zijn verbond uitspreekt: Ik zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn. De beeldspraak van het huwelijk voor de verhouding tussen God en Zijn volk is niet met Hooglied begonnen en niet ermee geëindigd. Jesaja zegt dat de Maker de man is van Israël. Hosea moet die verhouding met zijn eigen leven uitbeelden. En Paulus haalt Genesis 2 aan over man en vrouw, en voegt eraan toe dat hij spreekt ziende op Christus en op de gemeente. De Schrift sluit met een bruiloft. De bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid. Men moet hier ingehouden lezen. Het lied is werkelijk een lied over huwelijksliefde, en wie er versregel voor versregel leerstukken uit haalt, doet de tekst geweld aan. Maar dat de liefde tussen bruidegom en bruid in de Schrift het beeld is van Christus en Zijn gemeente, staat er met zoveel woorden — en dan is dit boek geen vreemde eend maar het lied dat erbij hoort. In het Nieuwe Testament: Efeze 5:25-32; Openbaring 19:7-9; 2 Korinthe 11:2; Johannes 3:29 Hoever dit reikt: Niveau 3. Hooglied is allereerst een lied over huwelijksliefde. Dat het huwelijk in de Schrift beeld is van Christus en Zijn gemeente staat vast (Efeze 5); het uitleggen van elk beeld afzonderlijk gaat verder dan de tekst draagt.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Jezus stelt Zijn volk hoog. Hij betaalde het hartebloed voor hun verlossing, en voor wie geloven is Hij dierbaar. Hoe verrukkelijk is het te gevoelen dat het nu niet de banier van de oorlog is maar de banier van de liefde die boven ons hoofd wappert, want tussen ons en onze God is het alles vrede! Beluister deze preek op Spotify Een preek uitgesproken door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington, op zondagavond 11 September 1887. Mijn Liefste is mijn, en ik ben… Uw gedaante is bekoorlijk. Hooglied 2:14 Wanneer de Bijbel zegt dat Jezus “bekoorlijk” is, betekent dit dat Hij in álle opzichten volmaakt en bewonderenswaardig is. Hoe je Hem… Ik ben een roos van Saron, een lelie van de dalen. Hoogl. 2:1 Hier hebben wij de Bruidegom, die zijn eigen lof spreekt en dit is iets, dat… En zij kwam te Jeruzulem met een zeer zwaar heir met kamelen, dragende specerijen en zeer veel goud en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo en sprak… Jonathan nu en David maakten een verbond, terijl hij hem lief had als zijn ziel. 1 Sam 18:3 En Jonathan voer voort met David te doen zweren, omdat… Als een appelboom onder de bomen van het woud, zo is mijn liefste onder de zonen. Hooglied 2:3a Als de dichter van het Hooglied over een appelboom spreekt,… Als een lelie tussen de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren. Hooglied 2:2 We zullen deze keer niet in een zinloze discussie stappen. Het is voor ons… Ik ben een roos van Saron, een lelie der dalen. Hooglied 2:1 De tijd van de bloemen is weer aangebroken en het is zeker goed, dat we ons oor… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Zijn vrucht is zoet voor mijn gehemelte. Hooglied 2 vers 3 Om duidelijk te maken wat het geloof is, gebruikt de… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Vang voor ons de vossen, de kleine vossen die de wijngaarden te gronde richten. Hooglied 2:15 Een kleine doorn kan veel… Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn, Die weidt onder de leliën. Hooglied 2:16 Als er ergens een vers in de Bijbel staat dat tot blijdschap stemt… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Sta op, Mijn vriendin, Mijn allermooiste, en kom! Hooglied 2:10 Luister! Ik hoor de stem van mijn Liefste! Hij spreekt tot… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Mijn liefste… Hooglied 2 vers 8 Van vroeger af aan werd deze naam door de Kerk al aan Jezus als de… De wijnstokken geven reuk met hun jonge druifjes. Hooglied 2:13 Van alle bomen is de wijnstok wel de minst nuttige, tenzij hij vrucht draagt. Het weinige hout, dat… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijne, Die weidt onder de leliën, totdat de dag aankomt en de schaduwen vlieden;… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Ik ben een roos van Saron. Hooglied 2:1 Hoeveel schoonheid er ook in de stoffelijke wereld mag zijn, Jezus bezit dat… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd genaakt, en de stem van de tortelduif wordt gehoord in ons land. Hooglied 2:12… Mijn liefste antwoordt en zegt tot mij: sta op, mijn vriendin, mijn schone en kom. "Want zie, de winter is voorbij, de plasregen is over, hij is overgegaan." De bloemen worden gezien… Bij de reeën en bij de hinden des velds. Hooglied 2:7 De Bruid was in het volle genot van de omgang met haar Geliefde. Haar vreugde was zo… Totdat de dag aankomt en de schaduwen vlieden; keer om, mijn liefste, word gij gelijk een ree of een welp van de herten op de bergen van Bether Hooglied 2:17 De… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Hooglied 2
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Plaatsen
Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn — 2:1-17
Wat betekenen de niveaus?
Spurgeon Citaten
Verdiepende artikelen
Mijn liefste is mijn
Bekoorlijk in schande en heerlijkheid
Hoogl. 2:1 - De roos en de Lelie
1 Kon. 10:2 - Hartsgemeenschap
1 Sam. 18:3 - Trouw, gewaarborgd door liefde
De appelboom in het woud
De lelie tussen de doornen
De roos en de lelie
Zijn vrucht is zoet voor mijn gehemelte
Vossen die de wijngaarden te gronde richten
Een vers dat stemt tot blijdschap
Sta op, Mijn vriendin, Mijn allermooiste
Mijn Liefste is van mij en ik ben van Hem
De jonge druifjes
Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijne, Die weidt onder de leliën
Ik ben een roos van Saron
De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd genaakt
Een lente sermoen
De reeën en de hinden
Uit de duisternis tot het licht


Hooglied 2
Hooglied 2:3.KruisverwijzingenHooglied 8:5→Hebreeën 1:1→Jesaja 25:4→Jesaja 32:2→Ezechiël 47:12→Psalmen 91:1→Psalmen 57:1→Genesis 3:22→
— Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen; ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er onder, en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.
Voor Hem is er niemand als zij; voor haar is er niemand als Hij. Er wordt geen koraal en geen robijn genoemd om met Hem vergeleken te worden. Niets kan aan Hem gelijk zijn. Er staan andere bomen in het bos, maar Hij is de enige die vrucht draagt, wier vruchten heerlijk zijn voor onze smaak. Laten wij opkomen en van Zijn volle takken plukken!
Hooglied 2:4.KruisverwijzingenHooglied 1:4→Hooglied 1:1→Openbaring 3:20→Jesaja 11:10→Psalmen 84:10→Psalmen 20:5→Hooglied 5:1→Romeinen 5:8→
— Hij voert mij in het wijnhuis, en de liefde is Zijn banier over mij.
Wij weten wat dit betekent. Wij zijn nu niet in de gevangenis gebracht en niet naar de plaats van de arbeid, maar in het wijnhuis. Dan behoren wij ons ook waardig te gedragen aan de plaats die wij bekleden: zijn wij in een wijnhuis, dan behoren wij te feesten.
Hooglied 2:16-17.KruisverwijzingenHooglied 6:3→Hooglied 7:10→Hooglied 4:6→Hooglied 4:5→1 Korinthe 3:21→Hooglied 7:13→Hooglied 2:1→Galaten 2:20→
— Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn, Die weidt onder de lelien, Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether.
Elk jaar van mijn leven heeft even goed een winter gehad als een zomer, en elke dag zijn nacht. Ik heb tot hiertoe heldere dagen gezien en zware regens, en zachte briesën gevoeld en felle winden.
Ik beken, en ik spreek daarmee voor veel van mijn broeders en zusters, dat wij — al is het wezen in ons, zoals in de olijfboom en de eik — toch onze bladeren verliezen, en dat het sap in ons niet in alle jaargetijden met gelijke kracht vloeit. Wij hebben onze dalen zo goed als onze hoogten.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Sulamith, na een wijle stilzwijgen, gedurende hetwelk zij peinst over hare zaligheid en de liefde des konings en over het raadsel, waarom de koning juist op haar, op het eenvoudig landmeisje, wier wensen en neigingen zo weinig bij de haar thans omgevende pracht passen, zijne liefde heeft gevestigd, en terwijl zij de menigvuldige sierlijke planten van het park beschouwt: Ik ben slechts ene geringe, nederige en in ‘t verborgen bloeiende, zij het tevens lieflijke geurige roos. (beter: korenbloem); gelijk de narcissen en tulpen ginds in mijn land in de vlakte van Saron 1), ene lelie der dalen (Matth. 6: 28), zo als die in de valleien van ons land bij duizenden bloeien; ik kan mij zelf alzo niet vergelijken bij de schoonheden van uw hof en bij de andere vrouwen en pas ook weinig in al deze heerlijkheid.
Er zijn drie vlakten van Saron, alle evenzeer door rijkdom van bloemen uitstekend. 1. De bekende vlakte Saron aan de kust van de Middellandse zee tussen Cesarea en Joppe (Hand. 9:
; 2. ene vlakte aan deze zijde van den Jordaan (1 Kronieken 5: 16); 3. ene vlakte tussen den berg Thabor en het meer Gennesareth. Hier wordt wel de laatste bedoeld, daar zij in de nabijheid van Sunem is gelegen.
Het Hebr. Synyan of Syosynana (waarvan de vrouwennaam: Suzanna, Luther: roos) is ene in Palestina veelvuldig voorkomende en ook zonder kweking groeiende welriekende bloem, met zesbladige, klokvormige, aan de spits omgebogen kroon van sneeuwwitte kleur, lilium can didum (Matth. 6: 28). Op alle plaatsen, waar zij in de Heilige Schrift voorkomt, past het best de bij ons als sierplant gekweekte bloem, de witte lelie.
In het volgende vers zou ook om die reden de roos niet passen, omdat de doornen hier als een beeld van wat lelijk en lastig is dienen moeten, terwijl zij juist de roos als versiering dienen. Sulamith denkt nederig van zich zelf, want bij des Konings schoonheid verdwijnt de hare, maar toch niet te nederig, want door des konings gunst ziet zij zich, de bloem des velds, de roos van het dal, hoog verhoogd.
Gelijk nu Salomo zijne geliefde uit enen nederigen stand opheft, en dat uit zuivere liefde en aangetrokken door hare schoonheid en beminnelijkheid, evenzo heeft de Heere aan de in ellende en armoede verzonken menscheid ene verhoging geschonken, waarvoor gene andere oorzaak ten gronde ligt dan Zijne liefde, Zijne vrije persoonlijke toegenegenheid tot ons geslacht, dat Hij tot Zijne goddelijke heerlijkheid en zaligheid geenszins van node had; want: “Niets, niets heeft U gedreven. Tot ons in onze ellend. Dat Gij U ons woudt geven. Dan liefde zonder end. ‘t Was uit Uw welbehagen, Dat Gij op aarde kwaamt, En onze smart en plagen, gewillig op U naamt.”
Salomo, op deze kinderlijke bescheidene belijdenis met des te groter lofspraak antwoordend: Gelijk ene lelie midden onder degemene, onooglijke doornen, 1) alzo is mijne vriendin onder de dochteren; 2) onder alle overige vrouwen staat zij als mijne enig uitverkorene daar (Hoofdstuk 6: 9).
Sulamith heeft zich zelf vergeleken bij de roos, of de korenbloem van Saron en bij de lelie der dalen, om daarmee hare nederige gestalte tegenover den koning aan te duiden. De koning echter herinnert, dat zij een lelie is onder de doornen, om daarmee aan te duiden, hoe lieflijk en heerlijk zij is in zijne ogen. Want toch hoe lieflijk prijkt de witte lelie te midden van hare doornachtige omgeving. Al wat haar omringt is ten dode opgeschreven, om straks gemaaid, ten vure gedoemd te worden, maar zij zelf zal dan juist in al haar schoonheid pronken. Meer nog, zij heeft het reeds vroeger gezegd, dat het niet ontbroken had aan verdrukkingen, zo ook geven de doornen de vijanden aan, die haar omringen. Maar ziet, eenmaal zal al wat niet-lelie is weggemaaid worden, en zij zelf zal heerlijk prijken. Dan juist zal al hare schoonheid te meer uitkomen.
Hoe dierbaar de vromen ook bij God en Christus zijn, zij blijven toch aan velerlei smaadheden en gevaren onderworpen, en moeten verwachten, dat de doornen van verdriet en vernieling hen kwellen en steken in deze wereld. De genade in de ziele is als een lelie onder de doornen, maar het verderf door de begeerlijkheden ingekankerd is als een doorn in het vlees.
Sulamith, in lofspraak van hare wederkerige liefde met hem wedijverend: Als een appelboom met zoete vruchten (Joël 1: 12 ), onder de wilde bomen des wouds, zo is ook mij mijn liefste onder de zonen, alle mannen des lands. Ik heb groten lust in zijne verkwikkende, verfrissende schaduw, en zit er onder, en zijne vrucht is mijn gehemelte zoet. Als een appelboom. Het woord hier door “appelboom” vertaald, betekent waarschijnlijk den citroenboom. Appelbomen zijn schaars in Egypte en Palestina en de vrucht er van onsmakelijk. De citroen daarentegen is een zeer schone boom, die ene aanmerkelijke hoogte bereikt. Hij vervult de lucht met lieflijke geuren, biedt ene verkwikkende schaduw aan, terwijl zijn donker groen gebladert met rijke gulden vruchten er tussen in hem een zeer lieflijk aanzien geeft. De vrucht zelf is van een zeer aangenamen smaak en het sap er van bij uitnemendheid verfrissend.
Christus Jezus is voor alle gelovigen, in elke omstandigheid des levens, de boom, die onder zijne schaduw verkwikking en vertroosting biedt, maar die ook met de vrucht zijner gerechtigheid en waarheid het zieleleven voedt en onderhoudt. Als een ziele onder de overtuiging van zonde en onder den schrik der wet nergens geen uitkomst ziet, maar de Heilige Geest haar doet zoeken de schaduw van Christus gerechtigheid, zal zij ervaren, dat zij alles heeft en geniet, om tot vrede en tot rust te komen.
Hij voert mij, heeft mij gevoerd in het wijnhuis, 1) juister: wijnvertrek, wijnzaal van zijn paleis, waar hij met zijne aanzienlijken gastmalen placht te houden, d.i. hij heeft met de bewijzen van zijne innige liefde mij zo overstelpt, dat ik er gans dronken van geworden ben,en de liefde is zijne beschuttende en vertroostende banier, die hij over mij 2) wuift, wanneer hij bij mij is. “Uw liefdegloed Sterkt mijn gemoed, Als gij mij wilt aanschouwen. ‘t Onrustig hart Vergeet de smart, Als ‘t zich U mag betrouwen. (Zielebruidegom. vv. 2. van A. Drese). ‘k Mag bij Hem in het wijnhuis zijn. Daar laaft Hij mij met zoeten wijn, Die voortstroomt uit Zijn wonden. En daar, terwijl ‘k mijzelf vergeet, Is dit het enigst dat ik weet: Hij stierf voor mijne zonden.” Opdat men niet zou denken, dat er in zijne gemeenschap zo maar een sober bestaan was, gaat de Bruid nu ook over, om onder een andere vergelijking te vertonen, dat zij boven het noodzakelijke, ook bij Hem vond enen allerrijkelijksten overvloed van verkwikkelijke genade. Zo toont zij het toppunt van geluk, waartoe des Heeren volk in Zijne gemeenschap hier in dezen tijd al wordt opgevoerd. En in de samenvoeging met het vorige, dat de gelovige gebruikmaking van den Heere Jezus de weg is tot gevoelige en verkwikkelijke genietingen.
Hiermede verklaart de Bruid, dat bij al wat haar bekommeren mag en beangst maken, bij al wat haar bestrijdt, zij een veilige toevlucht heeft. En die veilige toevlucht is de Banier van haar Bruidegom. Een Banier, die niet alleen liefde tot opschrift heeft, maar die de liefde van haar Koning zelf is.
Ondersteunt gijlieden mij, o dochters van Jeruzalem 1) met de flessen, 2) (Hos. 3: 1 3.1); versterkt mij, laaft mij met de zoete appelen, want ik ben ziek van liefde. (Hoofdstuk 5: 8);
Tot deze, niet tot haren geliefde richt Sulamith hare bede om versterking in de machtige aangrijping en verschijning van haar van liefde gloeiend hart; want de grondtekst heeft duidelijk de 2 pers. meerv.
In het Hebr. Baäschischoth. Beter: met druivenkoeken, met in den vorm van koeken geperste druiven. In het tweede lid wordt van appelen gesproken. Beide moesten dienen tot opwekking en versterking. De Bruid is ziek van liefde, zoals zij in het laatste gedeelte van dit vers uitspreekt. Zij had zulk een hoge mate van liefde voor haar Bruidegom, dat hare kracht er door als bezweek en zij behoefte gevoelde aan wat versterken kon. Ongetwijfeld worden door deze versterkende middelen het Woord en de Sacramenten bedoeld, de genademiddelen der Kerk, al wat haar in hare liefde tot den Heere kan bevestigen.
Want zijne linkerhand zij onder mijn hoofd, en zijne rechterhand omhelze mij, 2) aan deze zijne overstelpende liefdebewijzen heb ik de grootste behoefte. (Hoofdstuk 8: 3).
Hiermede spreekt de Bruid het uit, dat zij, ja behoefte gevoelt aan de versterkende middelen, die zij in vs. 5 heeft opgegeven, maar dat zij toch de allermeeste behoefte heeft aan de zalige omhelzing van haar Bruidegom, aan de mededeling van zijn eigen volle persoonlijkheid. Zo ook op geestelijk gebied. Woord en Sacrament, gebed en al wat de Heere geeft, dient om het geloof te versterken, maar het oefent geen invloed uit, zo Hij niet zelf door Zijn H. Geest de kracht van dit alles in de ziele uitstort. Ook hier geldt het niet in de eerste plaats de genadegaven, maar den Heere zelf, in Zijne volle ontferming en mededelende werkingen Zijns Geestes. 7. Ik Sulamith 1) bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem, (Hoofdstuk 2: 3 ) die bij de bevallige, lieflijke reeën (juister: gazellen), of bij de hinden des velds, de zinnebeelden van tedere innige liefde zijt, 1) dat gij die liefde, de verterende vlam der liefde, die mij ziek maakt, niet moedwillig en voorbarig opwekt, noch wakker maakt, doet ontgloeien, totdat het haar luste, God den rechten tijd en de rechte gezindheid beschikt om te ontwaken en dan als ene heilige vlam op te stijgen.
Ongetwijfeld spreekt hier nog steeds Sulamith, die ook vs. 5 de hofvrouwen reeds heeft toegesproken en haar hare liefdekrankheid heeft beleden. Even duidelijk komen deze zelfde woorden in Hoofdstuk 3: 5 en 5: 8 uit haren mond. -In deze woorden, die zich als refrein dikwijls herhalen, ligt echter de hoofdleer van het gehele lied kostelijk uitgesproken, namelijk dat de Godsvlam van ware liefde door God zelven, die de eeuwige liefde is, uit Wien alle ware liefde voortvloeit, moet worden ontstoken, dat in deze, gelijk in Gods eigene liefde, vrijheid en noodzakelijkheid op het nauwste verbonden zijn, dat zij op natuurlijke wijze, onbewust, in onbelemmerde vrijheid moet ontstaan, maar dan ook met goddelijke noodzakelijkheid moet groeien; en daarentegen dat het gevaarlijk, ja verderfelijk is, dezen verterenden gloed opzettelijk door uiterlijke, kunstmatige middelen te doen ontbranden; want ware liefde geeft zaligheid, maar de valse vleselijke liefde stort in het eeuwig verderf. Bijzonder schoon echter is het, dat deze diepe waarheid in den mond gelegd wordt van Sulamith, die hier als voorbeeld verschijnt van ware vrouwelijke gezindheid en ware, kuise, reine vrouwenliefde. In de reinheid en heiligheid harer liefde is Sulamith bovenal een voorbeeld (type) van de heilige vurige liefde der kerk tot haren hemelsen Bruidegom.
In het dagelijks leven zweert men bij die voorwerpen, die juist het onderwerp van het gesprek uitmaken, of die den sprekenden bijzonder dierbaar zijn. Gelijk alzo de krijgsman zweert bij het zwaard, alzo hier Sulamith bij de lieflijke gazellen waar zij van de liefde spreekt.
De woordjes die en zijt zijn ter nadere verklaring door de Staten-Overzetters er bijgevoegd. In den grondtekst staat: Ik bezweer u bij de reeën of bij de hinden des velds, en terecht tekent Henry aan: “Zij bezweert haar bij de reeën en bij de hinden des velds, bij alles wat in hare ogen beminnelijk en voor hare zielen dierbaar is, om zich stille te houden.” Onder de liefde hebben wij te verstaan, die enige liefde, waarvan zij ziek was, d.i. de liefde van de Bruid en den Bruidegom onderling. Die liefde bezweert ze niet te storen, aan dien toestand niet een einde te maken, totdat het haar lust, totdat het ogenblik daar is, dat de Bruidegom zich in de volheid Zijner liefde openbare. Al haar verwachting is van Hem, die haar heeft liefgehad. Hij heeft haar liefde ingestort. Hij ook alleen kan die liefde volkomen beantwoorden. 8. B. Tussen de tweede akte (vs. 8-Hoofdstuk 3: 5) en de eerste moet men denken aan een langer verstreken tijdruimte. Het heimwee naar hare landelijke geboorteplaats heeft eindelijk bij Sulamith gezegepraald, en zij is uit de vreemde koninklijke heerlijkheid naar huis teruggekeerd. Hier in hare ouderlijke woning te Sunem in den stam van Issaschar, in de nabijheid van het gebergte Gilboa en van den kleinen Hermon, kan zij zich nu wel is waar weer geheel aan het gewone vroegere vrije leven op de bergen met hare kudden, en aan het ganse vrolijke dwalen in veld en woud en wijngaard overgeven, maar de liefde tot haren heerlijken bruidegom, naar wien zij ziek is, verslindt alle andere belangen: des daags en des nachts in hare dromen ligt hij haar nabij aan het harte en zij gevoelt welke verandering de liefde reeds in haar heeft bewerkt, en hoe zij niet meer zonder hem kan leven. Vol verlangen ziet zij uit naar zijn komst, want zij gevoelt het, Hij moet het eerst weer tot haar komen. Hij moet zich weer opmaken om haar te zoeken, opdat zij vrijmoedigheid hebbe zich weer aan Hem te geven. Zij hoopt, zij verlangt. En deze hoop wordt niet beschaamd. Hij komt.
Sulamith alleen, bij het vernemen van een geruis in hare nabijheid: Hoor! Dat is de stem mijns langgewensten liefsten!Terwijl zij zich de eerste komst van haren geliefde in haar land en zijn eersten groet aan haar herinnert: Ziet hem, hij komt, springende als de gazellen, op de jacht, voor hem vluchtend op over de bergen, huppelende op over de heuvelen. 1)
Hiermede wordt aangeduid niet alleen de bereidwilligheid, maar ook het spoedige van des Heeren komen tot Zijne Bruid. Sulamith hoort zijne stem, maar ook haar oog ziet hem komen over de bergen, springende over de heuvelen. Waar zij naar Hem verlangde en Hem niet had, daar openbaarde Hij de volheid Zijne liefde, om haar weer op te zoeken en haar te dringen, zich volkomen aan hem over te geven. Hij is niet alleen degene, die begint, maar die ook voortzet, maar die ook voleindigt. Maar merkt dan ook op, hoe zij het hier uitspreekt, dat zij een geestelijk oor heeft ontvangen en een geestelijk oog, om Zijn stem te horen en Hem in Zijne schoonheid en beminnelijkheid te zien. Mijne schapen horen Mijne stem en zij volgen mij, zegt de Heere, in de gelijkenis van den goeden Herder. Hier wordt het evenzeer geopenbaard.
Ja, mijn liefste is vol aanminnigheid en aanzienlijkheidgelijk ene ree, ene edele gazelle, of een welp der herten. Reeds zie ik hem daar uit de verte ijlend naderen. Ziet hem daar, hij komt, hij staat reeds achter onzen muur van het huis, kijkende met zijne lieflijke gedaante uit de vensteren, blinkende uit de traliën, ziende door de traliën, die het venster besluiten (Richteren 5: 28 ) namelijk in het binnenste van het huis. In de Sacramenten is Christus nabij ons, maar het is achter het bedeksel dezer uitwendige tekenen: en door deze schaduwbeelden en kleine openingen Zijner volmaakte liefde, laat Hij ons de flikkeringen Zijner onuitdrukkelijke genade toestralen, terwijl Hij onze verlangens uitlokt, om Hem eerlang te zien, gelijk Hij is.
Mijn liefste antwoordt, en zegt 1) tot mij: Sta op, mijne vriendin, mijne schone, en kom uit het huis tot mij.
De liefde des Heeren Jezus neemt inderdaad allerlei vormen en gedaanten aan. Soms openbaart Hij zich als een Vriend, soms als een Broeder, soms als een Bruidegom, soms als een Echtvriend. Niet alleen vertoont zich de Bruidegom, zodat zijne Sulamith hem kon zien in zijne schoonheid en heerlijkheid, maar hij nodigt haar uit met de liefste namen en de lieflijkste schilderingen. Hij noemt haar zijne vriendin, zijne schone. Hij zegt het haar, dat de winter voorbij is, dat het nu de tijd is, om te genieten. Duidelijk is hier het zaligmakend werk der genade te herkennen. Zeker, alleen het gezicht van Jezus schoonheid moest de ziele dringen, zich aan Hem te geven, maar hoe dikwijls huivert de gelovige nog. Daarom voegt Hij het woord en de overtuiging in het Evangelie er bij, opdat het zou worden verstaan, dat st waarlijk de gepaste Zaligmaker is. En waar de Kerk, ziende op haar eigen gebrek, op hare melaatsheid, op hare zwarte gedaante van wege de zonde en schuld, geen vrijmoedigheid zou hebben, om tot Hem te gaan, daar noemt Hij haar Zijn schone, Zijne vriendin.
Want zie, de koude winter is voorbij, delangdurige, droevige plasregen is over, hij is overgegaan; daarom ontvlied het huis en kom tot mij.
De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd, (woordelijk: de tijd der vrolijke liederen), de lente genaakt, is gekomen en de stem der tortelduif, die uit warmere landen tot ons teruggekeerd is, wordt weer gehoord in ons land (Jer. 8: 7).
De vijgeboom brengt zijn jonge vijgjes voort, (juister: kruidt zich) maakt zijne vruchten zoet en welriekend, namelijk de kleine najaarsvijgen, die hij in den herfst voortbrengt, maar die tot in de lente rijpen en enen welriekenden geur aannemen, en de wijnstokken staan in bloei en geven reuk met hun jonge druifjes. 1) Daarom sta op, mijne vriendin, mijne schone, en kom in de vrije natuur tot mij.
Dit alles is beeld van de lente, die voor den droeven winter plaats maakt. Zonder Christus is het voor de Kerk in het algemeen en voor den gelovige in het bijzonder winter, dorre winter, maar in en door Christus is de winter van zonde en ellende vervangen door de lente van verlossing en vertroosting.
Gij mijne duive! zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgen ener steile plaats 1) gij, lieflijke, die hier ontrukt aan het werelds verkeer, in het verborgene tussen steile bergengten woont, kom uit tot mij en toon mij uwe heerlijke gedaante, laat mij in vrolijke liederen uwe stem horen; a) want uwe stem is zoet, en uwe gedaante is lieflijk.
Hoogl. 5: 13,14.
Salomo kan tot deze beeldspraak geleid zijn door de rots- en bergachtige omgeving met hare menigte van duiven, van Sulamiths woonplaats; tevens kon Sulamith zelf, achter de venstertraliën verborgen en slechts ten halve zichtbaar, wel bij ene duif in ene spleet vergeleken worden. In het Oosten, waar de lente plotseling invalt, waar, als de regentijd voorbij is, de natuur ontwaakt en dikwijls op enen morgen plotseling ene geheel andere wereld vertoont, is deze schildering trek voor trek naar waarheid.
Daar breken de nieuwe bladeren door eer de oude zijn afgevallen, van daar dat de meeste bomen niet eerst botten. Gelijk hier Salomo de in de rotsspleet verscholen duif Sulamith voor de eerste maal zag en hare liefde verwierf, zo kwam de hemelse Bruidegom Christus na den langen wintertijd der zonde en godverzaking uit Zijne heerlijkheid in nederigheid en armoede, geboren uit de maagd, om Zich de in misdaden verzonken mensheid tot Zijne bruid te verwerven. Met zachte, vriendelijke bruidegomstem lokt Hij de verborgene, verachte en nederige, maar nog eenvoudige duivenzielen Zijner eerste discipelen en van vrouwen als Martha, Maria en Magdalena enz. tot Zich, dat zij uit de diepte van zondengevoel, uit het juk der voorvaderlijke inzettingen en van de zwaar drukkende Mozaïsche wet uitkwamen tot het licht der verrezen zon haars hemelsen Bruidegoms, tot de lentewarmte van het genaderijke Evangelie. En zij hoorden de tedere stem: “Komt herwaarts tot Mij, gij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u ruste geven,” en verzamelden zich om Hem en zongen Hem lofliederen. En gelijk Hem toen voor ‘t eerst, Zich zelven vergetend, de liefde zocht van hen, die hongerden en dorstten, alzo spreekt Hij nog tot de ziel, die Hem nog niet kent: “Sta op, mijne vriendin, mijne schone, en kom,” d.i. sta op uit de afgodische ijdelheden der wereld, sta op uit het vergankelijke, gij die nog vermoeid en beladen zijt, dewijl gij u nog bezorgd maakt om het wereldse. Kom over het wereldse henen, tot Mij, die de wereld heb overwonnen. Kom nader tot Mij in het heerlijk sieraad des onvergankelijken levens, als ene duive, zachtmoedig en deemoedig, geheel vervuld met hemelse genade. Sta op uit de doden, sta op uit de banden, waardoor gij zijt omgeven en in de duisternis rondtast. Laat de banden der boosheid los. Kom, want de strik is reeds verbroken. De maagd heeft gebaard, een Zoon is uit de Maagd geboren. Kom getroost tot Mij, want door de traliën kunt gij Mij niet zien. Van aangezicht tot aangezicht zult gij in Mijne armen de zoetigheden der liefde drinken.
Er is zulk een kontrast tussen de zwakheid en de vreesachtigheid van de duif, en de steile, sterke schuilplaats in het reusachtig rotsgevaarte! Daar zit gij veilig. Geen brandende straal der middagzon, geen koude, ruwe windvlaag, geen stortregen van den donderstorm, geen aanval van het roofgedierte, die haar kan bereiken. In hare eigene lieflijke taal prijst zij haren Schepper, gereed om, als zij haar loflied heeft geëindigd, hare vleugelen uit te slaan en henen te vliegen. Beminde des Heeren Jezus, dit is voor u. Broos en zwak en hulpeloos gelijk gij zijt, zijt gij evenwel veilig met ene veiligheid, verre boven uwe gedachten, en welke gij meer behoordet te bedenken, opdat uw geloof en vertrouwen gesterkt en uwe dankbaarheid vermeerderd wierde.
En ik stond op, en onwederstaanbaar door hem aangetrokken, kwam ik tot hem uit en zong hem, het wijngaardlied, dat ik als wijngaarderin zo dikwijls in onze wijngaarden placht te zingen: Vangt gijlieden ons de
vossen, de kleine vossen, die de wijngaarden verderven; want onze wijngaarden hebben jonge druifjes.
Ezech. 13: 4. Luk. 13: 32. Wijngaardverdervers worden de vossen geheten, niet omdat zij het op de rijpe druiven zelf gemunt hebben, maar omdat zij door hun gangen en holen de muren der wijnbergen ondermijnen en de wijngaarden aan hun wortelen beschadigen, en ook wel aan de wijnstokken en jonge loten knagen. Van daar de noodzakelijkheid om in het voorjaar, in den tijd van den wijngaardbloei, de wijnbergen tegen deze ongenodigde gasten te beschermen; en dit te meer, daar juist het voorjaar de tijd is waarin de jonge vossen uit hun holen te voorschijn komen. Wij hebben hier ongetwijfeld een oud Hebreeuws wijngaardeniers volkslied, dat ten tijde van Salomo algemeen bekend was en in de lente placht gezongen te worden. “Het hangt noch met het voorgaande noch met het volgende zamen; het is een verschrikkingslied, zo als men jachten oogst-, krijgs- en visschersliederen heeft.” Maar hierdoor, dat het liedje, zij het toevallig, zij het door ene kleine, op het ogenblik door Sulamith opzettelijk gemaakte verandering, met dezelfde woorden sluit als Salomo’s toespraak verkrijgt het onwillekeurig ene geestige toepassing op de liefde des konings, gelijk die zich uit zijnen groet uitspreekt. “De wijnberg in jeugdigen welriekenden bloei, dat is hun wederkerige liefde, en de kleine vossen, die dezen wijnberg konden verderven, zijn een beeld van de kleine en grote wederwaardigheden, die aan de liefde in haren bloeitijd knagen en haar dreigen te verstoren.” Zo geeft Sulamith door het zingen van het lied aan den koning te kennen, dat zij zijne genegenheid beantwoord, en duidt zij door de herhaling zijner eigene woorden aan, dat haar wijnberg voortaan voor hem zal bloeien.
Onder de kleine vossen hebben wij ongetwijfeld te verstaan, al wat de gemeenschap tussen Christus en Zijne gelovigen kan bederven en verdonkeren. Niet ten onrechte worden bij die kleine vossen vergeleken de ketterijen en dwaalleringen, maar ook de zonden en zwakheden. Sulamith gevoelt dit zeer goed en daarom, terwijl zij dit lied zingt, roept zij het uit, om die kleine vossen te vangen, terwijl zij er ogenblikkelijk op laat volgen: Mijn liefste is mijn en ik ben de zijne, waarmee zij het duidelijk uitspreekt, hoe zij verzekerd is, dat niets, niets haar zal kunnen scheiden van de liefde van haar Bruidegom.
Mijn liefste is mijn, en ik ben zijne, het is geschied, wat mijne ziel niet durfde hopen, noch verwachten; hij heeft mij opgezocht, ik ben de zijne, zodat gene macht ons meer zal kunnen scheiden; ja ik ben de zijne, van hem, die weidt onder de lelies (Hoofdstuk 1: 7 ), die, waar hij ook zij, steeds lieflijkheid en vreugde verspreidt. Dit woord, uit het bewustzijn van het tegenwoordige, door Sulamith in het genot van ‘s konings liefde uitgesproken, is in waarheid de rechte uitdrukking voor de liefde, die twee harten tot één maakt, en die zich op het hoogste geopenbaard heeft, waar de Heere Zijnen troon verliet en Zijne Bruid, Zijne kerk in innigste liefde met Zich verenigde, zodat Hij haar zelfs Zijn lichaam en Zijn bloed in het Sakrament te eten en te drinken geeft, en daarin het woord in den diepsten zin zijne vervulling verkrijgt: “Daarom zal een mens zijnen vader en zijne moeder verlaten, en zal zijne vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees zijn.” (Efeze. 5: 31). -Weg met u dan, zegt nu de kerk, de Bruid, gij schadelijke vossen, die mij listiglijk van Christus wilt scheiden. Want ik blijve mijnen Bruidegom Christus getrouw, dat ik geen ander buiten hem beminne, en Hij blijft mij getrouw, dat Hij geen nevens mij bemint. Het is het onuitputtelijk voorrecht van alle ware gelovigen, dat Christus hun toebehoort en dat zij Zijn eigendom en Hij hun Meester, Broeder en Vriend en Bruidegom en Man is. In Hem leven zij en van Hem ontvangen zij alle volheid van genade. Alle de weldaden van Zijn Middelaarschap en alle de goederen des heilrijken verbonds behoren met en nevens alle geestelijke en hemelse aan hen, aan hen in volle eigendom toe, zodat al hun geluk, al hun zaligheid in Hem alleen gelegen is. Het is ook het ontwijfelbaar kenmerk van alle gelovigen, dat zij aan Christus toebehoren, want zij zijn het, die zich aan Hem hebben overgegeven.
O, laat mij uwe nabijheid niet missen, haast u tot mij, a) totdat de dag aankomt 1), en de schaduwen vlieden: keer om, uit uwe verwijdering tot mij, mijn liefste! Word gij gelijk ene ree, of een vluchtend welp der herten, op de bergen van Bether, 2) de ons scheidende bergen.
Hoogl. 4: 6.
Gelijk Sulamith, zo smacht de Kerk altijd door naar den eindelijken terugkeer haars hemelsen Bruidegoms, dat Hij haar uit de eenzaamheid der woestijn ter bruiloft in het hemels Jeruzalem af hale. De Geliefde is lichamelijk van ons gescheiden, toen Hij na Zijne opstanding ten hemel voer. Eenmaal echter zal Hij wederkeren, als Hij aan het einde der wereld, na de opwekking van aller mensen lichamen ten gerichte zal geopenbaard worden. Om deze openbaring bidden, naar haar verlangen alle begenadigde zielen. Dan zal Christus, gelijk ene ree of een jeugdig hert verschijnen over de bergen der scheiding; want in dezelfde menschengestalte, welke hij van Zijne Kerk genomen heeft, toch Hij in nederigheid werd geboren, zal Hij wederkomen. Dan zal Hij boven alle bergtoppen, die zich in de kerk in het huis Gods verheffen, verheven zijn.
In het Hebr. hwpyv de (Ad schèjafoeach). Beter: totdat de dag koel worde, d.i. aan den avond. De Bruid roept hier den Bruidegom toe, om spoedig, zo spoedig mogelijk, terug te keren, als hij denkt heen te gaan. Zij spreekt daarmee uit, dat zij Zijne gemeenschap, Zijnen omgang niet kan ontberen. Zij weet, dat Hij haar heeft opgezocht, dat Hij haar tot Zijn Bruid heeft uitverkoren, maar zij voelt ook behoefte, om dit met de welsprekendste woorden te kennen te geven. De bergen van Bether zijn de bergen van scheiding. In het Hooglied komen én de bergen van Bether voor én de bergen der specerijen. Onder de bergen van Bether worden verstaan de gedurige scheidingen tussen Christus en Zijne gelovigen. Dit is hier aan deze zijde des grafs gedurig de ervaring. De bergen der specerijen zijn de bergen der volmaakte en volkomene zaligheid. Hier aan deze zijde des grafs bekleden de bergen van Bether een grote plaats van wege de zonde en de zwakheid des geloofs. Hiernamaals zal het altijd zijn een genieten op de bergen der specerijen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel