“Ik ben een Roos van Saron.”—Hooglied 2:1
Alle schoonheid die er in de stoffelijke wereld is, bezit Jezus Christus in de geestelijke wereld tienvoudig. Onder de bloemen wordt de roos als de lieflijkste gezien. Maar Jezus is in de tuin van de ziel oneindig mooier dan de roos in de tuinen van de aarde. Hij neemt de eerste plaats in als de schoonste onder tienduizend. Hij is de zon, alle anderen zijn sterren. De hemel en de dag zijn donker vergeleken met Hem, want de Koning in Zijn schoonheid overtreft alles. “Ik ben een Roos van Saron.” Dit was de beste en zeldzaamste van alle rozen. Jezus is niet alleen “de Roos”, Hij is “de Roos van Saron”. Zo noemt Hij Zijn gerechtigheid “goud” en voegt Hij toe: “het goud van Ofir”. Dat is het beste van het beste. Hij is werkelijk lieflijk, en Hij is de allerlieflijkste. Zijn bekoorlijkheid is veelzijdig. De roos is een lust voor het oog, en haar geur is aangenaam en verfrissend. Zo vindt elk zintuig van de ziel passende voldoening in Jezus, of het nu de smaak is of het gevoel, het gehoor, het zicht of de geestelijke reuk. Zelfs de herinnering aan Zijn liefde is lieflijk. Neem de roos van Saron, trek haar blaadje voor blaadje uit elkaar en leg de blaadjes in de pot van de herinnering. Dan zul je merken dat elk blaadje nog lang daarna geurt en het hele huis met zijn parfum vult. Christus voldoet volkomen aan de hoogste smaak van de meest ontwikkelde geest. De grootste liefhebber van parfums is helemaal tevreden met de roos. Als de ziel de hoogste ware smaak heeft bereikt, zal ze nog steeds tevreden zijn met Christus. Ze zal Hem zelfs beter kunnen waarderen. Zelfs de hemel heeft niets wat de roos van Saron overtreft. Welk beeld kan Zijn schoonheid helemaal weergeven? Mensentaal en aardse dingen schieten tekort om over Hem te spreken. De mooiste aardse bekoringen bij elkaar geven maar een zwak beeld van Zijn overvloedige kostbaarheid. Gezegende roos, bloei voor altijd in mijn hart!

