Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hebreeën 2

1 Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Daarom moetenG1163 wij ons te meer houdenG4337 aan hetgeen van ons gehoordG191 is, opdat wij niet te eniger tijdG4218 doorvloeienG3901. Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.

KJV Therefore1 we ought3 to give the more earnest heed6 to the things which we have heard,8 lest at any time9 we should let them slip.

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 4 περισσοτερως G4057 overvloedig, uitermate exceedingly, out of measure, the more 5 ημας G1473 mij, ik I, me 6 προσεχειν G4337 wacht, begeven, acht (give) attend(-ance, -ance at, -ance to, unto), beware, be given to, give (take) heed (to unto); have regard 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ακουσθεισιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 μηποτε G3379 tijd, Geenszins, mogelijk if peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not 10 παραρρυωμεν G3901 doorvloeien let slip

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 WantG1063 indienG1487 het woordG3056, doorG1223 de engelenG32 gesprokenG2980, vastG949 is geweestG1096, enG2532 alleG3956 overtredingG3847 enG2532 ongehoorzaamheidG3876 rechtvaardigeG1738 vergeldingG3405 ontvangenG2983 heeft; Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;

KJV For2 if1 the word7 spoken6 by4 angels5 was8 stedfast,9 and10 every11 transgression12 and13 disobedience14 received15 a just16 recompence of reward;

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 5 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 6 λαληθεις G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 7 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 9 βεβαιος G949 vast, vasten firm, of force, stedfast, sure 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 παραβασις G3847 overtreding, overtredingen breaking, transgression 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 παρακοη G3876 ongehoorzaamheid disobedience 15 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 16 ενδικον G1738 rechtvaardig, rechtvaardige just 17 μισθαποδοσιαν G3405 vergelding loons, vergelding recompence of reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 HoeG4459 zullen wij ontvliedenG1628, indien wij op zo grote zaligheidG4991 geen acht nemenG272? dewelke, begonnenG746 zijnde verkondigdG2980 te worden door de HeereG2962, aanG1519 ons bevestigdG950 is geworden vanG5259 degenen, die Hem gehoordG191 hebben; Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;

KJV How1 shall we escape,3 if we neglect5 so great4 salvation;6 which7 at the first8 began9 to be spoken10 by11 the Lord,13 and was confirmed19 unto17 us by14 them that heard

1 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 2 ημεις G1473 mij, ik I, me 3 εκφευξομεθα G1628 ontvlieden, ontvloden, ontvlood escape, flee 4 τηλικαυτης G5082 hoewel, zodanige so great, so mighty 5 αμελησαντες G272 Verzuim, acht nemen, achtende make light of, neglect, be negligent, no regard 6 σωτηριας G4991 zaligheid, verlossing, behoudenis deliver, health, salvation, save, saving 7 ητις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 8 αρχην G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 9 λαβουσα G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 10 λαλεισθαι G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 11 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 14 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ακουσαντων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 ημας G1473 mij, ik I, me 19 εβεβαιωθη G950 bevestigd, bevestigen, bevestigde confirm, (e-)stablish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 GodG2316 bovendienG5037 medegetuigendeG4901 door tekenenG4592, en wonderenG5059, enG2532 menigerleiG4164 krachtenG1411 enG2532 bedelingenG3311 des HeiligenG40 GeestesG4151, naarG2596 Zijn wilG2308. God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.

KJV God3 also bearing them witness,1 both5 with signs4 and6 wonders,7 and8 with divers9 miracles,10 and11 gifts14 of the Holy13 Ghost,12 according to15 his own17 will?

1 συνεπιμαρτυρουντος G4901 medegetuigende also bear witness 2 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 4 σημειοις G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 5 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 τερασιν G5059 wonderen, wonderheden wonder 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ποικιλαις G4164 menigerlei, verscheidene, velerlei divers, manifold 10 δυναμεσιν G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 13 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 14 μερισμοις G3311 bedelingen, verdeling dividing asunder, gift 15 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 θελησιν G2308 wil will
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantG1063 Hij heeft aan de engelenG32 nietG3756 onderworpenG5293 de toekomendeG3195 wereldG3625, vanG4012 welkeG3739 wij sprekenG2980. Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.

KJV For2 unto the angels3 hath he4 not1 put in subjection the world6 to come,8 whereof9 we speak.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αγγελοις G32 engel, engelen, engels angel, messenger 4 υπεταξεν G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικουμενην G3625 wereld, aardbodem, aardrijk earth, world 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μελλουσαν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 ης G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 λαλουμεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 iemandG5100 heeft ergensG4225 betuigdG1263, zeggendeG3004: WatG5101 isG1510 de mensG444, datG3754 Gij zijner gedenktG3403, ofG2228 des mensenG444 zoonG5207, datG3754 Gij hemG846 bezoektG1980! Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!

KJV But2 one4 in a certain place3 testified,1 saying,5 What6 is man,8 that9 thou art mindful10 of him?11 or12 the son13 of man,14 that15 thou visitest16 him?

1 διεμαρτυρατο G1263 betuigd, betuig, betuigde charge, testify (unto), witness 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 που G4225 ergens about, a certain place 4 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 μιμνησκη G3403 Gedenkt, gedenkt be mindful, remember 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 14 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 επισκεπτη G1980 bezocht, bezoeken, bezoekt look out, visit 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Gij hebt hemG846 een weinigG1024 minderG1642 gemaakt dan de engelenG32; met heerlijkheidG1391 enG2532 eerG5092 hebt Gij hem gekroondG4737, enG2532 Gij hebt hemG846 gesteldG2525 overG1909 de werkenG2041 Uwer handenG5495; Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;

KJV Thou madest1 him2 a little3 lower than5 the angels;6 thou crownedst10 him11 with glory7 and8 honour,9 and12 didst set13 him14 over15 the works17 of thy hands:

1 ηλαττωσας G1642 minder decrease, make lower 2 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 βραχυ G1024 weinig, kort few words, little (space, while) 4 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 6 αγγελους G32 engel, engelen, engels angel, messenger 7 δοξη G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τιμη G5092 eer, prijs, ere honour, precious, price, some 10 εστεφανωσας G4737 gekroond crown 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 κατεστησας G2525 gesteld, zetten, stellen appoint, be, conduct, make, ordain, set 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 χειρων G5495 handen, hand hand 20 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Alle dingen hebt Gij onderG1722 zijn voetenG4228 onderworpen. WantG1063 daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij nietsG3762 uitgelatenG863, dat hemG846 niet onderworpen zij; doch nu zienG3708 wij nogG3768 niet, dat hem alleG3956 dingen onderworpen zijn; Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;

Ook in dit vers onderworpenG506 onderworpenG5293 onderworpenG5293 onderworpenG5293

KJV Thou hast put2 all things1 in subjection10 under3 his6 feet.5 For8 in7 that he put25 all13 in subjection under him,11 he left15 nothing that is not14 put under17 him.16 But19 now18 we see21 not yet20 all things24 put under him.

1 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 υπεταξας G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto 3 υποκατω G5270 onder under 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υποταξαι G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 15 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ανυποτακτον G506 halsstarrigen, onderworpen, ongehoorzaam disobedient, that is not put under, unruly 18 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 19 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 20 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 21 ορωμεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 22 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 25 υποτεταγμενα G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maar wij zienG991 JezusG2424 met heerlijkheidG1391 en eerG5092 gekroondG4737, Die een weinigG1024 minderG3844 danG1161 de engelenG32 geworden was, vanwege het lijdenG3804 des doodsG2288, opdat Hij door de genadeG5485 GodsG2316 voor allenG3956 den doodG2288 smakenG1089 zou. Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.

KJV But2 we see8 Jesus,9 who1 was made7 a little3 lower than5 the angels6 for10 the suffering12 of death,14 crowned18 with glory15 and16 honour;17 that19 he24 by the grace20 of God21 should taste death25 for22 every man.

1 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 βραχυ G1024 weinig, kort few words, little (space, while) 4 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 6 αγγελους G32 engel, engelen, engels angel, messenger 7 ηλαττωμενον G1642 minder decrease, make lower 8 βλεπομεν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 9 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 παθημα G3804 lijden, lijdens, bewegingen affection, affliction, motion, suffering 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 15 δοξη G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 τιμη G5092 eer, prijs, ere honour, precious, price, some 18 εστεφανωμενον G4737 gekroond crown 19 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 20 χαριτι G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 21 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 23 παντος G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 24 γευσηται G1089 smaken, gesmaakt, eten eat, taste 25 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG1063 het betaamdeG4241 HemG846, om Welken alle dingen zijn, enG2532 doorG1223 Welken alle dingen zijn, dat HijG846, veleG4183 kinderenG5207 totG1519 de heerlijkheidG1391 leidendeG71, den oversten LeidsmanG747 hunner zaligheidG4991 doorG1223 lijdenG3804 zou heiligenG5048. Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.

KJV For2 it became1 him,3 for4 whom5 are all things,7 and8 by9 whom10 are all things,12 in bringing17 many13 sons14 unto15 glory,16 to make25 the captain19 of their22 salvation21 perfect through23 sufferings.

1 επρεπεν G4241 betaamt, betaamde, betamelijk become, comely 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 5 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 14 υιους G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 17 αγαγοντα G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αρχηγον G747 Vorst, oversten Leidsman author, captain, prince 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 σωτηριας G4991 zaligheid, verlossing, behoudenis deliver, health, salvation, save, saving 22 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 24 παθηματων G3804 lijden, lijdens, bewegingen affection, affliction, motion, suffering 25 τελειωσαι G5048 volmaakt, heiligen, voleindigd consecrate, finish, fulfil, make) perfect
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 en Hij, Die heiligtG37, enG2532 zij, die geheiligdG37 worden, zijn allenG3956 uitG1537 eenG1520; omG1223 welkeG3739 oorzaakG156 Hij Zich nietG3756 schaamtG1870 hen broedersG80 te noemenG2564. Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.

KJV For3 both2 he that sanctifieth4 and5 they who are sanctified7 are all10 of8 one:9 for11 which12 cause13 he is15 not14 ashamed to call18 them17 brethren,

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 αγιαζων G37 geheiligd, heiligt, geheiligden hallow, be holy, sanctify 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αγιαζομενοι G37 geheiligd, heiligt, geheiligden hallow, be holy, sanctify 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 ενος G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 10 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 12 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 αιτιαν G156 oorzaak, schuld, zaak accusation, case, cause, crime, fault, (wh-)ere(-fore) 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 επαισχυνεται G1870 geschaamd, schaamt, schamen be ashamed 16 αδελφους G80 broeders, broeder, broederen brother 17 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 καλειν G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 ZeggendeG3004: Ik zal Uw naamG3686 Mijn broederenG80 verkondigenG518; inG1722 het middenG3319 der GemeenteG1577 zal Ik UG4771 lofzingenG5214. Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.

KJV Saying,1 I will declare2 thy name4 unto my brethren,7 in9 the midst10 of the church11 will I sing praise12 unto thee.

1 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 απαγγελω G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αδελφοις G80 broeders, broeder, broederen brother 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 11 εκκλησιας G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 12 υμνησω G5214 lofzang, lofzangen, lofzingen sing a hymn (praise unto) 13 σε G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 wederomG3825: IkG1473 zal Mijn betrouwenG3982 opG1909 HemG846 stellenG2071. EnG2532 wederomG3825: ZieG2400 daar, IkG1473 enG2532 de kinderenG3813, dieG3739 MijG1473 GodG2316 gegevenG1325 heeft. En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.

KJV And1 again,2 I3 will put my trust5 in6 him.7 And8 again,9 Behold I11 and12 the children14 which15 God19 hath given17 me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 εγω G1473 mij, ik I, me 4 εσομαι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 πεποιθως G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 6 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 10 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 εγω G1473 mij, ik I, me 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 15 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 μοι G1473 mij, ik I, me 17 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 OvermitsG1893 danG3767 de kinderenG3813 des vlesesG4561 enG2532 bloedsG129 deelachtig zijn, zo is HijG846 ookG2532 desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdatG2443 HijG846 doorG1223 den doodG2288 te niet doen zou dengene, dieG3778 het geweldG2904 des doodsG2288 hadG2192, dat isG1510, den duivelG1228; Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;

Ook in dit vers deelachtigG2841 deelachtigG3348

KJV Forasmuch1 then2 as the children4 are partakers5 of flesh6 and7 blood,8 he12 also9 himself10 likewise11 took part of the same;14 that15 through16 death18 he might destroy19 him that had23 the power22 of death,25 that is, the devil;

1 επει G1893 anderszins, Anders, overmits because, else, for that (then, -asmuch as), otherwise, seeing that, since, when 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 5 κεκοινωνηκεν G2841 gemeenschap, deelachtig, Deelt mede communicate, distribute, be partaker 6 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 αιματος G129 bloed, bloeds, bloede blood 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 παραπλησιως G3898 likewise 12 μετεσχεν G3348 deelachtig, behoort be partaker, pertain, take part, use 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 19 καταργηση G2673 tenietdoen, buiten werking stellen; vrijmaken abolish, cease, cumber, deliver, destroy, do away, become (make) of no (none, without) effect, fail, loose, bring (come) to nought, put away (down), vanish away, make void 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 κρατος G2904 kracht, macht, sterkte dominion, might(-ily), power, strength 23 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 26 τουτ G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 27 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 28 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 διαβολον G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 verlossenG525 zou al degenen, dieG3778 met vrezeG5401 des doodsG2288, doorG1223 alG3956 hun levenG2198, der dienstbaarheidG1397 onderworpenG1777 warenG1510. En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren.

KJV And1 deliver2 them who4 through7 fear5 of death6 were all8 their lifetime10 subject11 to bondage.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απαλλαξη G525 verlossen, verlost, weken deliver, depart 3 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 5 φοβω G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 6 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 7 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 8 παντος G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ζην G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 11 ενοχοι G1777 schuldig, strafbaar, onderworpen in danger of, guilty of, subject to 12 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 δουλειας G1397 dienstbaarheid bondage
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 WantG1063 waarlijkG1222, Hij neemtG1949 de engelenG32 nietG3756 aan, maarG235 Hij neemtG1949 het zaadG4690 AbrahamsG11 aan. Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan.

KJV For2 verily3 he took5 not1 on9 him the nature of angels;4 but6 he took on him the seed7 of Abraham.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 δηπου G1222 waarlijk verily 4 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 5 επιλαμβανεται G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on) 6 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 7 σπερματος G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 8 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 9 επιλαμβανεται G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Waarom Hij in allesG3956 den broederenG80 moestG3784 gelijk wordenG1096, opdatG2443 Hij een barmhartigG1655 enG2532 een getrouwG4103 HogepriesterG749 zou zijn, in de dingen, die bijG4314 GodG2316 te doen waren, omG1519 de zondenG266 des volksG2992 te verzoenenG2433. Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.

KJV Wherefore1 in3 all things4 it behoved him2 to be made like7 unto his brethren,6 that8 he might be10 a merciful9 and11 faithful12 high priest13 in things pertaining to15 God,17 to18 make reconciliation for20 the sins22 of the people.

1 οθεν G3606 Waaruit, waaruit from thence, (from) whence, where(-by, -fore, -upon) 2 ωφειλεν G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should 3 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αδελφοις G80 broeders, broeder, broederen brother 7 ομοιωθηναι G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 8 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 9 ελεημων G1655 barmhartig, barmhartigen merciful 10 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πιστος G4103 getrouw, getrouwe, gelovigen believe(-ing, -r), faithful(-ly), sure, true 13 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ιλασκεσθαι G2433 genadig, verzoenen, wees be merciful, make reconciliation for 21 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 λαου G2992 volk, volks, volke people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WantG1063 inG1722 hetgeen Hij ZelfG846, verzochtG3985 zijnde, geledenG3958 heeft, kanG1410 Hij dengenen, die verzochtG3985 worden, te hulpG997 komen. Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.

KJV For3 in1 that2 he4 himself5 hath suffered being tempted,6 he is able7 to succour10 them that are tempted.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 πεπονθεν G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex 5 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 πειρασθεις G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 7 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πειραζομενοις G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 10 βοηθησαι G997 help, hulp, geholpen help, succor
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hebreeën 2:1 Hebreeën 1:1 2 Petrus 3:1 Lukas 8:15 2 Petrus 1:15 2 Petrus 1:12 Spreuken 7:1 Deuteronomium 32:46 Spreuken 2:1
Hebreeën 2:2 Handelingen 7:53 Galaten 3:19 Hebreeën 10:28 Deuteronomium 27:26 Hebreeën 10:35 Deuteronomium 17:12 Hebreeën 11:26 Numeri 15:30
Hebreeën 2:3 Lukas 1:2 Hebreeën 5:9 Hebreeën 12:25 Hebreeën 1:2 Handelingen 4:12 Ezechiël 17:15 Romeinen 2:3 Jesaja 62:11
Hebreeën 2:4 1 Korinthe 12:4 Efeze 1:5 Efeze 4:8 Handelingen 19:11 Johannes 4:48 Efeze 1:9 Markus 16:20 Romeinen 15:18
Hebreeën 2:5 Hebreeën 6:5 Openbaring 11:15 2 Petrus 3:13
Hebreeën 2:6 Psalmen 144:3 Psalmen 8:4 Job 7:17 Hebreeën 4:4 Job 25:6 Jesaja 51:12 Job 15:14 Genesis 50:24
Hebreeën 2:7 Psalmen 8:5
Hebreeën 2:8 Psalmen 8:6 1 Korinthe 15:27 Johannes 13:3 Efeze 1:21 Johannes 3:35 Mattheüs 28:18 Daniël 7:14 1 Petrus 3:22
Hebreeën 2:9 Filippenzen 2:7 Handelingen 2:33 Johannes 3:16 Johannes 12:32 Johannes 8:52 Romeinen 8:3 Mattheüs 16:28 Handelingen 3:13
Hebreeën 2:10 Lukas 24:26 Romeinen 11:36 Hebreeën 6:20 Handelingen 5:31 Lukas 24:46 Hebreeën 12:2 Hebreeën 7:28 Hebreeën 5:8
Hebreeën 2:11 Hebreeën 10:10 Johannes 20:17 Hebreeën 13:12 Mattheüs 25:40 Hebreeën 10:14 Mattheüs 28:10 Lukas 9:26 Handelingen 17:28
Hebreeën 2:12 Psalmen 22:22 Psalmen 111:1 Psalmen 40:10 Psalmen 22:25 Johannes 18:20
Hebreeën 2:13 Jesaja 8:17 Jesaja 12:2 Johannes 10:29 Psalmen 18:2 Psalmen 36:7 Genesis 48:9 Genesis 33:5 Mattheüs 27:43
Hebreeën 2:14 2 Timotheüs 1:10 Johannes 1:14 Kolossenzen 2:15 Romeinen 8:3 Hosea 13:14 Jesaja 25:8 1 Korinthe 15:50 Johannes 12:31
Hebreeën 2:15 Romeinen 8:15 2 Timotheüs 1:7 1 Korinthe 15:50 Psalmen 55:4 Job 33:21 2 Korinthe 1:10 Job 18:11 Psalmen 56:13
Hebreeën 2:16 Galaten 3:16 Romeinen 2:25 Romeinen 4:16 Genesis 22:18 Mattheüs 1:1 Hebreeën 6:16 1 Petrus 1:20 Galaten 3:29
Hebreeën 2:17 Hebreeën 4:14 Hebreeën 7:26 Filippenzen 2:7 Hebreeën 2:14 Daniël 9:24 Leviticus 6:30 Jesaja 11:5 Romeinen 5:10
Hebreeën 2:18 Hebreeën 5:2 2 Petrus 2:9 Judas 1:24 Johannes 10:29 Hebreeën 4:15 Openbaring 3:10 Hebreeën 7:25 Filippenzen 3:21
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hebreeën 2 vers 1

moeten wij ons te meer houden Dat is, daar wij nu bewezen hebben hoe voortreffelijk de persoon van Christus is, van wien wij spreken.

Hertaald: moeten wij ons te meer houden Dat is: omdat wij nu bewezen hebben hoe voortreffelijk de Persoon van Christus is over Wie wij spreken.

doorvloeien Dit wordt door sommigen verstaan van het woord, hetwelk wij gehoord hebben, en moeten zorg dragen dat het in ons niet doorvloeit, zoals in vergetelijke toehoorders pleegt te geschieden. Door anderen wordt het verstaan van de personen zelf, die gezegd worden door te vloeien, wanneer zij als water, dat doorvloeit, vergaan of verloren gaan. Zie 2 Sam. 14:14; Ps. 58:8.

Hertaald: doorvloeien Dit wordt door sommigen verstaan van het Woord dat wij gehoord hebben: dat wij zorg moeten dragen dat het niet door ons heen wegvloeit, zoals bij vergeetachtige hoorders gewoonlijk gebeurt. Door anderen wordt het verstaan van de personen zelf, van wie gezegd wordt dat zij wegvloeien wanneer zij als water dat wegvloeit vergaan of verloren gaan. Zie 2 Sam. 14:14; Ps. 58:8.

Hebreeën 2 vers 2

door de engelen gesproken, Waardoor verstaan worden al de openbaringen, die God in het Oude Testament aan de profeten door de engelen heeft gedaan, en bijzonder ook het geven der wet, die wel van God zelf, maar toch door den dienst der engelen gegeven is, gelijk Stefanus getuigt, Hand. 7:53, en Paulus, Gal. 3:19.

Hertaald: door de engelen gesproken, Daaronder worden al de openbaringen verstaan die God in het Oude Testament door de engelen aan de profeten gedaan heeft, en in het bijzonder ook het geven van de wet. Die is wel door God Zelf gegeven, maar toch door de dienst van de engelen, zoals Stefanus betuigt, Hand. 7:53, en Paulus, Gal. 3:19.

rechtvaardige vergelding Grieks rechtvaardige loonvergelding, namelijk der straffen, die daarom over hen zijn gekomen. Zie enige voorbeelden daarvan 1 Kor. 10:5, enz.

Hertaald: rechtvaardige vergelding Grieks: rechtvaardige loonvergelding, namelijk van de straffen die daarom over hen gekomen zijn. Zie enkele voorbeelden daarvan in 1 Kor. 10:5, enzovoort.

Hebreeën 2 vers 3

ontvlieden, Namelijk de rechtvaardige vergelding der straffen.

Hertaald: ontvlieden, Namelijk de rechtvaardige vergelding van de straffen.

zo grote zaligheid Dat is, zo klare en krachtige leer, die ons ter zaligheid roept; waardoor het Evangelie verstaan wordt, hetwelk ook een dienst des Geestes en des levens wordt genoemd, daar de wet een doodslaande letter is, waarvan zie de verklaring op 2 Kor. 3:6-7.

Hertaald: zo grote zaligheid Dat is: zo heldere en krachtige leer, die ons tot de zaligheid roept. Daarmee wordt het Evangelie bedoeld, dat ook een dienst van de Geest en van het leven genoemd wordt, terwijl de wet een dodende letter is; zie daarover de verklaring bij 2 Kor. 3:6-7.

begonnen zijnde Grieks begin genomen hebbende gesproken te worden.

Hertaald: begonnen zijnde Grieks: een begin genomen hebbende om gesproken te worden.

de Heere, aan ons Namelijk Jezus Christus, toen Hij in de dagen Zijns vleesches onder ons heeft gepredikt als een dienaar der besnijdenis.

Hertaald: de Heere, aan ons Namelijk Jezus Christus, toen Hij in de dagen van Zijn vlees onder ons gepredikt heeft als een dienaar van de besnijdenis.

bevestigd is geworden Dat is, meer en meer versterkt.

Hertaald: bevestigd is geworden Dat is: meer en meer versterkt.

van degenen, Hieruit willen sommigen besluiten dat Paulus dezen brief niet zou hebben geschreven, daar hij niet door mensen, maar van Christus zelf het Evangelie gehoord heeft, en tot een apostel is beroepen, 2 Kor. 12:4, enz.; Gal. 1:1, en Gal. 2:6. Doch dit is een zeer zwak bewijs, dewijl de apostelen, door een figuurlijke wijze van spreken, zichzelf dikwijls in de vermaningen insluiten, hoewel zij hun eigenlijk niet aangaan, gelijk in deze drie voorgaande verzen meermalen geschiedt. Zie ook een opmerkelijk voorbeeld 1 Kor. 10:8-9; 1 Petr. 4:3; daarenboven, hoewel Paulus de leer des Evangelies van niemand heeft geleerd dan van Christus, nochtans is hij daarin ook versterkt door Ananias, Hand. 9:17, en door onderlinge handeling met de andere apostelen, gelijk de andere apostelen ook door de handelingen met hem, gelijk hijzelf in het brede getuigt, Gal. 2:2, enz.

Hertaald: van degenen, Hieruit willen sommigen besluiten dat Paulus deze brief niet geschreven zou hebben, omdat hij het Evangelie niet door mensen, maar van Christus Zelf gehoord heeft en omdat hij door Hem tot apostel geroepen is, 2 Kor. 12:4, enzovoort; Gal. 1:1 en Gal. 2:6. Maar dat is een zeer zwak argument, omdat de apostelen zichzelf door een beeldende manier van spreken dikwijls in de aansporingen insluiten, hoewel die eigenlijk niet op hen betrekking hebben; dat gebeurt in deze drie voorgaande verzen meermalen. Zie ook een opmerkelijk voorbeeld in 1 Kor. 10:8-9; 1 Petr. 4:3. Bovendien heeft Paulus de leer van het Evangelie van niemand anders geleerd dan van Christus, maar hij is daarin toch ook versterkt door Ananias, Hand. 9:17, en door onderling overleg met de andere apostelen, zoals de andere apostelen ook door het overleg met hem, zoals hij zelf uitvoerig betuigt, Gal. 2:2, enzovoort.

Hebreeën 2 vers 4

medegetuigende Namelijk met de apostelen en evangelisten, die ons het Evangelie hebben verkondigd. Zie Marc. 16:20.

Hertaald: medegetuigende Namelijk meegetuigend met de apostelen en evangelisten, die ons het Evangelie verkondigd hebben. Zie Mark. 16:20.

Hebreeën 2 vers 5

Want Hij heeft Na het einde der tussengevoegde vermaning komt de apostel weder tot verklaring der leer. Want deze woorden sluiten aan bij het einde van het voorgaande hoofdstuk, waar hij gezegd had, dat God de Vader alles aan de voeten van Christus had onderworpen, en hij gaat alzo voort tot de verklaring van de nederheid en verhoging der mensheid van Christus.

Hertaald: Want Hij heeft Na het einde van de tussengevoegde aansporing komt de apostel weer terug op de verklaring van de leer. Want deze woorden sluiten aan bij het einde van het voorgaande hoofdstuk. Daar had hij gezegd dat God de Vader alles aan de voeten van Christus onderworpen had; en zo gaat hij voort met de verklaring van de vernedering en de verhoging van de mensheid van Christus.

de toekomende wereld, Dat is, van wier toekomst of stand de profeten zoveel hebben gesproken, en waar David van spreekt in de aangetekende plaats, Psa 110, welke wereld toekomende wordt genoemd, ten opzichte van Gods beloften in het Oude Testament, en van de oprichting aller dingen, die door het zitten van Christus ter rechterhand Zijns Vaders, door de gehele wereld is begonnen, en ten uitersten dage zal voleindigd worden.

Hertaald: de toekomende wereld, Dat is: de wereld waarover de profeten zoveel gesproken hebben, en waarover David spreekt in de aangetekende plaats, Psalm 110. Die wereld wordt toekomende genoemd met het oog op Gods beloften in het Oude Testament, en ook op de wederoprichting van alle dingen. Die is door het zitten van Christus aan de rechterhand van Zijn Vader over de hele wereld begonnen en zij zal op de laatste dag voleindigd worden.

Hebreeën 2 vers 6

iemand heeft ergens betuigd, Namelijk die genoeg bekend is, te weten de profeet David, in Psa 8.

Hertaald: iemand heeft ergens betuigd, Namelijk iemand die genoeg bekend is, te weten de profeet David, in Psalm 8.

Wat is de Mens, Deze plaats; Ps. 8:5, menen sommigen dat hier maar door enige toepassing der woorden van den profeet David op Christus wordt geduid, hoewel zij door David in een anderen zin zouden gesproken zijn, gelijk dat dikwijls bij vele schrijvers geschiedt, en waar van een voorbeeld is Rom. 10:6, Rom. 10:18. Want hetgeen van een zaak of persoon gezegd is kan ook wel met waarheid van een ander bij vergelijking gezegd worden; veel meer dan kan zulks door de ingeving des Heiligen Geestes geschieden. Doch daar de apostel deze plaats, als van Christus gesproken, ook verhaalt, 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22, en daaruit daar en ook hier een bewijs neemt van hetgeen hij van Christus wil leren, zo moet zij van David tot dien einde ook noodzakelijk zijn waartoe de apostel die voortbrengt. Want al is het dat David daar ten eersten aanzien schijnt te spreken van den mens en zijn waardigheid in het algemeen boven andere schepselen, nochtans terwijl de eerste mens deze waardigheid door zijne ongehoorzaamheid terstond heeft verloren, en derhalve geen recht daartoe van nature meer heeft; waarom ook veel schepselen zich aan zijn

Hertaald: Wat is de Mens, Sommigen menen dat deze plaats, Ps. 8:5, hier alleen door een toepassing van de woorden van de profeet David op Christus betrokken wordt, hoewel David die in een andere betekenis gesproken zou hebben. Dat gebeurt bij veel schrijvers dikwijls, en een voorbeeld daarvan is Rom. 10:6, Rom. 10:18. Want wat over een bepaalde zaak of persoon gezegd is, kan bij vergelijking ook wel met waarheid over een andere gezegd worden; en hoeveel te meer kan dat door de ingeving van de Heilige Geest gebeuren. Maar omdat de apostel deze plaats ook aanhaalt als over Christus gesproken, 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22, en daaruit daar en ook hier een bewijs neemt van wat hij over Christus wil leren, moet zij door David ook noodzakelijk met dat doel gesproken zijn waartoe de apostel haar aanvoert. David lijkt daar op het eerste gezicht te spreken over de mens en zijn waardigheid in het algemeen boven de andere schepselen. Maar de eerste mens heeft die waardigheid door zijn ongehoorzaamheid meteen verloren, en hij heeft daar dus van nature geen recht meer op. Daarom hebben ook veel schepselen zich aan zijn gehoorzaamheid onttrokken; ja, zij zijn vijanden van hem geworden.

Wat is de Mens, gehoorzaamheid hebben onttrokken, ja vijand van hem zijn geworden; zo heeft de profeet hoger gezien, namelijk op Christus en de wederoprichting der mensen in Christus, die een volkomene autoriteit en macht over alle schepselen groot en klein ontvangen heeft, zelfs over de engelen in den hemel en al het gedierte op aarde; Ef. 1:20-22; Fil. 2:9-10; waarom zelfs de engelen Hem, toen Hij hier in het vlees wandelde, hebben gediend, en de vissen in de zee en andere gedierte Hem als een volkomen Heere zijn onderworpen geweest, gelijk daarvan gedurig voorbeelden in het Evangelie voorkomen. Zie Matt. 8:31, en Matt. 21:2; Luc. 5:6; Joh. 21:6; welke waardigheid ook alle gelovigen in Christus nu weder deelachtig zijn geworden, 1 Kor. 3:22; Ef. 2:6, enz.

Hertaald: Wat is de Mens, Zo heeft de profeet hoger gezien, namelijk op Christus en op de wederoprichting van de mensen in Christus, Die een volkomen gezag en macht over alle schepselen, groot en klein, ontvangen heeft, zelfs over de engelen in de hemel en al het gedierte op de aarde; Ef. 1:20-22; Filipp. 2:9-10. Daarom hebben zelfs de engelen Hem gediend toen Hij hier in het vlees wandelde, en waren de vissen in de zee en andere dieren Hem als een volkomen Heere onderworpen, zoals daarvan telkens voorbeelden in het Evangelie voorkomen. Zie Matth. 8:31 en Matth. 21:2; Luk. 5:6; Joh. 21:6. Aan die waardigheid hebben nu ook alle gelovigen in Christus weer deel gekregen, 1 Kor. 3:22; Ef. 2:6, enzovoort.

gedenkt, Dit woord gedenkt, gelijk ook het volgende bezoekt, of aanmerkt, ziet zowel op den staat der vernedering van Christus, waaruit Hij verhoogd is, als op den ellendigen staat des mensen, waarin hij door de zonde is gevallen, waarin hem God met Zijn ontfermende ogen als aangezien en tot een beteren staat genadig heeft voorgenomen te brengen, gelijk deze wijze van spreken zulks alom medebrengt. Zie Gen. 8:1, en Gen. 21:1; Ezech. 16:4, enz.

Hertaald: gedenkt, Dit woord gedenkt, en ook het volgende bezoekt of aanmerkt, ziet zowel op de staat van de vernedering van Christus, waaruit Hij verhoogd is, als op de ellendige staat van de mens waarin hij door de zonde gevallen is. Daarin heeft God hem met Zijn ontfermende ogen als het ware aangezien en Hij heeft genadig voorgenomen hem tot een betere staat te brengen, zoals deze manier van spreken telkens meebrengt. Zie Gen. 8:1 en Gen. 21:1; Ezech. 16:4, enzovoort.

Hebreeën 2 vers 7

een weinig minder gemaakt Of een weinig tijds; gelijk ook vs.9, wat dit woord beide betekent. En dit wordt van den apostel op de gelovigen en vooral op Christus hun Hoofd geduid, omdat zij hier wel een weinig of een weinig tijds minder zijn dan de engelen, gelijk ook Christus is geweest in Zijn nederigen staat voor de ogen der mensen, maar dat zij door Christus den engelen zullen gelijk worden in de toekomende wereld, Matt. 22:30, en dat Christus, het Hoofd derzelve, ook naar Zijn mensheid, ver boven alle engelen na Zijne hemelvaart is verheven, gelijk de Schrift alom getuigt.

Hertaald: een weinig minder gemaakt Of: een korte tijd; zoals ook in vers 9, want dit woord betekent beide. De apostel betrekt dit op de gelovigen en vooral op Christus, hun Hoofd, omdat zij hier wel een weinig of een korte tijd minder zijn dan de engelen, zoals Christus dat in Zijn nederige staat ook geweest is voor de ogen van de mensen. Maar door Christus zullen zij in de toekomende wereld aan de engelen gelijk worden, Matth. 22:30; en Christus, hun Hoofd, is ook naar Zijn mensheid na Zijn hemelvaart verre boven alle engelen verhoogd, zoals de Schrift telkens betuigt.

Hebreeën 2 vers 8

niets uitgelaten, Zelfs ook dan niet de engelen.

Hertaald: niets uitgelaten, Zelfs de engelen niet.

doch nu zien wij nog niet, Met deze woorden bewijst de apostel, dat deze plaats eerst en vooral van Christus moet verstaan worden, daar in geen ander mens ter wereld dit tot nog toe in alles is vervuld.

Hertaald: doch nu zien wij nog niet, Met deze woorden bewijst de apostel dat deze plaats in de eerste plaats en vooral van Christus verstaan moet worden, omdat dit tot nu toe in geen enkel ander mens ter wereld in alles vervuld is.

Hebreeën 2 vers 9

Maar wij zien Jezus Dat is, wij weten en geloven uit Gods Woord, en ervaren het in de regering Zijner gemeente, dat nu in Jezus Christus dit alles is vervuld, en dat het derhalve ook in Zijn leden te Zijner tijd, naar hunne mate, vervuld zal worden, zoals in vs.10 wordt uitgedrukt.

Hertaald: Maar wij zien Jezus Dat is: wij weten en geloven uit Gods Woord, en wij ervaren het in de regering van Zijn gemeente, dat dit alles nu in Jezus Christus vervuld is, en dat het daarom ook in Zijn leden te Zijner tijd naar hun mate vervuld zal worden, zoals in vers 10 uitgedrukt wordt.

vanwege het lijden des doods, Dat is, omdat Hij den dood moest lijden, of door het lijden des doods. Zie Luc. 24:26.

Hertaald: vanwege het lijden des doods, Dat is: omdat Hij de dood moest lijden, of: door het lijden van de dood. Zie Luk. 24:26.

voor allen den dood Namelijk zijn leden, of broeders, die hij zijner heerlijkheid zou deelachtig maken; gelijk Joh. 10:11; Rom. 8:33-34, enz.

Hertaald: voor allen den dood Namelijk voor al Zijn leden, of broeders, die Hij deel zou geven aan Zijn heerlijkheid; zoals in Joh. 10:11; Rom. 8:33-34, enzovoort.

smaken zou Dat is, lijden, gelijk Christus zelf Zijn lijden bij een drinkbeker vergelijkt, Matt. 20:22, en Matt. 26:39. Zie dergelijke wijze van spreken Matt. 16:28; Marc. 9:1; Luc. 9:27; Joh. 8:52.

Hertaald: smaken zou Dat is: lijden. Zo vergelijkt Christus Zelf Zijn lijden met een beker, Matth. 20:22 en Matth. 26:39. Zie een dergelijke manier van spreken in Matth. 16:28; Mark. 9:1; Luk. 9:27; Joh. 8:52.

Hebreeën 2 vers 10

Hem, Namelijk God den Vader; gelijk Rom. 11:36.

Hertaald: Hem, Namelijk God de Vader, zoals in Rom. 11:36.

kinderen Grieks zonen; waarvan Christus de eerstgeborene wordt genoemd, wiens beeld de anderen moesten gelijkvormig worden; Rom. 8:29.

Hertaald: kinderen Grieks: zonen. Christus wordt de Eerstgeborene daarvan genoemd; aan Zijn beeld moesten de anderen gelijkvormig worden; Rom. 8:29.

tot de heerlijkheid Dat is, tot de gemeenschap der heerlijkheid Zijns Zoons, waar hij in vs.9 van gesproken had.

Hertaald: tot de heerlijkheid Dat is: tot de gemeenschap aan de heerlijkheid van Zijn Zoon, waarover hij in vers 9 gesproken had.

den oversten Leidsman Dat is, auteur of oorzaak en voorganger, gelijk hij hierna, Hebr. 5:9, en Hand. 3:15, hem noemt.

Hertaald: den oversten Leidsman Dat is: de Bewerker, of de Oorzaak en Voorganger, zoals hij Hem hierna in Hebr. 5:9 en in Hand. 3:15 noemt.

heiligen Grieks teleiosai; hetwelk eigenlijk betekent volmaken, somwijlen heiligen, of, inwijden, welke betekenissen op Christus hier kunnen gepast worden. Hoewel het woord heiligen hier gehouden is, omdat Christus dit woord zo van zichzelf verklaart, Joh. 17:19, en vs.11 zulks ook medebrengt. En door dit woord heiligen wordt alhier verstaan, dat de Vader geordineerd heeft dat Christus door Zijn gehoorzaamheid tot den dood des kruises in Zijn heerlijkheid zou ingaan, en ons met Hem daartoe ook bekwaam maken.

Hertaald: heiligen Grieks: teleiōsai. Dat betekent eigenlijk volmaken, en soms heiligen of inwijden; deze betekenissen kunnen hier alle op Christus toegepast worden. Toch is het woord heiligen hier aangehouden, omdat Christus dit woord zo van Zichzelf verklaart, Joh. 17:19, en omdat vers 11 dat ook meebrengt. Met dit woord heiligen wordt hier bedoeld dat de Vader verordend heeft dat Christus door Zijn gehoorzaamheid tot de dood van het kruis in Zijn heerlijkheid zou ingaan, en dat Hij ons met Hem daartoe ook geschikt zou maken.

Hebreeën 2 vers 11

en Hij, Die heiligt, Deze regel is genomen uit de wijze van heiligen in het Oude Testament, waar de hogepriester, en de anderen die hij heiligde, van eenzelfde natuur en oorsprong waren. Waar ook de eerstelingen waren van ééne natuur en oorsprong met de gehele massa, die daardoor geheiligd werden. Zie Rom. 11:16; Hebr. 5:1.

Hertaald: en Hij, Die heiligt, Deze regel is genomen uit de manier van heiligen in het Oude Testament, waar de hogepriester en de anderen die hij heiligde van dezelfde natuur en oorsprong waren. Ook de eerstelingen waren van één natuur en oorsprong met de hele massa, die daardoor geheiligd werd. Zie Rom. 11:16; Hebr. 5:1.

uit één; Het Griekse woord Henos, dat is, een massa, kan òf een Vader, òf, een natuur, betekenen. Doch daar de engelen ook een algemenen Vader, namelijk God, hebben, met de gelovigen, en de apostel hier wil bewijzen, dat Christus met Zijn gelovigen ééne gemeenschap heeft, die Hij met de engelen niet heeft, zo moet het woord een hier noodwendig van de enigheid der natuur worden genomen, gelijk de eerstelingen en de gehele massa van ééne natuur waren.

Hertaald: uit één; Het Griekse woord henos, dat is: één, kan óf één Vader, óf één natuur betekenen. Maar omdat de engelen ook een gemeenschappelijke Vader met de gelovigen hebben, namelijk God, en omdat de apostel hier wil bewijzen dat Christus met Zijn gelovigen een gemeenschap heeft die Hij met de engelen niet heeft, moet het woord één hier noodzakelijk opgevat worden als de eenheid van de natuur, zoals de eerstelingen en de hele massa van één natuur waren.

Hij Zich Namelijk de Zoon Gods, of de leidsman hunner zaligheid.

Hertaald: Hij Zich Namelijk de Zoon van God, of de Leidsman van hun zaligheid.

niet schaamt Dat is, niet verontwaardigt, namelijk, hoewel hij zeer veel waardiger is dan zij zijn.

Hertaald: niet schaamt Dat is: het niet beneden Zich acht, namelijk hoewel Hij veel waardiger is dan zij zijn.

Hebreeën 2 vers 12

Zeggende Namelijk in Psa 22, welke psalm een gedurig verhaal is van de geschiedenis van het lijden van Christus, gelijk die daarom altijd voor het vroegoffer, volgens het opschrift des psalms, tot een verklaring van de betekenende zaak dezer offerande, werd gezongen. En daarom worden bij de evangelisten, wanneer zij handelen van het lijden van Christus, meer plaatsen uit dezen psalm aangehaald, dan uit enig ander hoofdstuk des Ouden Testaments.

Hertaald: Zeggende Namelijk in Psalm 22. Die psalm is een doorlopend verhaal van de geschiedenis van het lijden van Christus; daarom werd hij volgens het opschrift van de psalm altijd voor het morgenoffer gezongen, als een verklaring van de zaak die door dat offer aangeduid werd. Daarom worden bij de evangelisten, wanneer zij over het lijden van Christus handelen, meer plaatsen uit deze psalm aangehaald dan uit enig ander hoofdstuk van het Oude Testament.

Hebreeën 2 vers 13

Ik zal Mijn betrouwen Met deze plaats, genomen uit Ps. 18:3, bewijst de apostel, dat Christus enerlei bewegingen des gemoeds, en die enerlei natuur met de gelovigen deelachtig is.

Hertaald: Ik zal Mijn betrouwen Met deze plaats, genomen uit Ps. 18:3, bewijst de apostel dat Christus dezelfde bewegingen van het gemoed en dezelfde natuur als de gelovigen heeft.

En wederom Zie daar, Deze plaats is genomen uit Jes. 8:18, waar Christus, de ware Emmanuel, den profeet aanspreekt, en in zijn lijden vertroost met zijn en aller kinderen Gods voorbeeld, die dergelijke zwarigheden altijd onderworpen zijn geweest, gelijk dat gehele hoofdstuk van het achtste vers af een profetie van Christus is.

Hertaald: En wederom Deze plaats is genomen uit Jes. 8:18, waar Christus, de ware Immanuel, de profeet aanspreekt en hem in zijn lijden troost met het voorbeeld van zichzelf en van alle kinderen van God, die altijd aan dergelijke moeilijkheden onderworpen geweest zijn; dat hele hoofdstuk is vanaf het achtste vers een profetie over Christus.

die Mij God gegeven heeft Namelijk uit de wereld, om mijzelf voor hen te heiligen. Zie Joh. 17:6.

Hertaald: die Mij God gegeven heeft Namelijk gegeven uit de wereld, om Mijzelf voor hen te heiligen. Zie Joh. 17:6.

Hebreeën 2 vers 14

de kinderen Namelijk waarvan Jesaja spreekt; dat is, de ware gelovigen, die uit God geboren en leden van Christus zijn.

Hertaald: de kinderen Namelijk de kinderen waarover Jesaja spreekt; dat is: de ware gelovigen, die uit God geboren en leden van Christus zijn.

des vleses en bloeds Dat is, bestaan uit vlees en bloed; of, de zwakke menselijke natuur deelachtig zijn; gelijk 1 Kor. 15:50.

Hertaald: des vleses en bloeds Dat is: uit vlees en bloed bestaan; of: deel hebben aan de zwakke menselijke natuur, zoals in 1 Kor. 15:50.

derzelve deelachtig geworden, Dat is, heeft deze in enigheid zijns persoons aangenomen, gelijk hij hierna spreekt vs.16 en Fil. 2:7.

Hertaald: derzelve deelachtig geworden, Dat is: Hij heeft die in de eenheid van Zijn Persoon aangenomen, zoals hij hierna zegt in vers 16 en in Filipp. 2:7.

te niet doen zou dengene, Dat is, zijne macht of tirannie over de kinderen Gods verbreken en wegnemen.

Hertaald: te niet doen zou dengene, Dat is: zijn macht of tirannie over de kinderen van God verbreken en wegnemen.

het geweld des doods had, Namelijk door de zonde, waar hij de mensen toe gebracht had, en waaronder hij die nog hield; om welke zonde de mens den vervloekten dood was onderworpen. Zie Rom. 5:12, en 1 Kor. 15:56.

Hertaald: het geweld des doods had, Namelijk door de zonde, waartoe hij de mensen gebracht had en waaronder hij hen nog hield; om die zonde was de mens aan de vervloekte dood onderworpen. Zie Rom. 5:12 en 1 Kor. 15:56.

den duivel; Namelijk met al zijn engelen, gelijk Christus spreekt Matt. 25:41. Want onder dezen overste worden allen, die onder hem staan, begrepen.

Hertaald: den duivel; Namelijk met al zijn engelen, zoals Christus zegt in Matth. 25:41. Want onder deze vorst zijn allen begrepen die onder hem staan.

Hebreeën 2 vers 15

die met vreze des doods, Dat is, van den eeuwigen en vervloekten dood, welke vrees alle zondige mensen noodwendig bevangt, totdat zij van hun verlossing verzekerd zijn. Zie Luc. 1:74.

Hertaald: die met vreze des doods, Dat is: met vrees voor de eeuwige en vervloekte dood. Die vrees bevangt alle zondige mensen noodzakelijk, totdat zij van hun verlossing verzekerd zijn. Zie Luk. 1:74.

der dienstbaarheid Dat is der knechtelijke vrees, of den geest der dienstbaarheid; gelijk hij spreekt Rom. 8:15.

Hertaald: der dienstbaarheid Dat is: van de knechtelijke vrees, of van de geest van de dienstbaarheid, zoals hij zegt in Rom. 8:15.

Hebreeën 2 vers 16

Hij neemt de engelen Dat is, de Schrift zegt nergens, dat Hij de engelen zou aannemen, maar wel het zaad van Abraham, Gen. 12:3, en Gen. 22:18; gelijk ook zulks inderdaad in Zijne menschwording is gebleken.

Hertaald: Hij neemt de engelen Dat is: de Schrift zegt nergens dat Hij de engelen zou aannemen, maar wel het zaad van Abraham, Gen. 12:3 en Gen. 22:18; zoals dat ook werkelijk in Zijn menswording gebleken is.

Hij neemt het zaad Dat is, de menselijke natuur uit het zaad van Abraham. Want dat enigen het woord aannemen door helpen verklaren is ongerijmd, dewijl de goede engelen geen hulp van node hebben tot hun verlossing, daar zij niet hebben gezondigd.

Hertaald: Hij neemt het zaad Dat is: de menselijke natuur uit het zaad van Abraham. Want dat sommigen het woord aannemen verklaren als helpen, is ongerijmd, omdat de goede engelen geen hulp tot hun verlossing nodig hebben, aangezien zij niet gezondigd hebben.

Hebreeën 2 vers 17

in alles den broederen Namelijk uitgenomen de zonde, gelijk de apostel daarbij voegt; Hebr. 4:15.

Hertaald: in alles den broederen Namelijk in alles, met uitzondering van de zonde, zoals de apostel daaraan toevoegt; Hebr. 4:15.

die bij God Namelijk om den mens met God te verzoenen.

Hertaald: die bij God Namelijk om de mens met God te verzoenen.

Hebreeën 2 vers 18

verzocht zijnde, Namelijk in den staat Zijner vernedering, met allerlei lijden en verdriet.

Hertaald: verzocht zijnde, Namelijk in de staat van Zijn vernedering, met allerlei lijden en verdriet.

kan Hij dengenen, Namelijk te beter, alzo Hij deze ook ervaren heeft, en daarom met meer medelijden tegen hen ontstoken is.

Hertaald: kan Hij dengenen, Namelijk des te beter, omdat Hij die ook zelf ervaren heeft en daarom met meer medelijden voor hen ontstoken is.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

In alles den broederen gelijk geworden — 2:5-18

De brief heeft in het eerste hoofdstuk betoogd dat de Zoon hoger is dan de engelen. Nu komt de tegenhanger, en die is even zorgvuldig opgebouwd: Hij is voor een tijd lager geworden dan zij.

De Zoon is niet ondanks Zijn hoogheid mens geworden, maar juist om ons te kunnen helpen moest Hij worden wat wij zijn.

Het betoog begint bij Psalm 8, waar staat dat de mens een weinig minder gemaakt is dan de engelen en dat alles onder zijn voeten gezet is. En dan de eerlijke vaststelling: nu zien wij nog niet dat hem alle dingen onderworpen zijn.

Waarop de omslag volgt: “Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods.”

De weg loopt dus omlaag vóórdat hij omhoog gaat, en de reden staat erbij: opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.

Daarna komt het woord dat dit hoofdstuk zijn warmte geeft. Hij schaamt Zich niet hen broeders te noemen, en de brief bewijst dat met drie aanhalingen uit het Oude Testament — waaronder Psalm 22, de psalm van het kruis: “Ik zal Uw Naam Mijn broederen verkondigen.”

En dan de kern: “Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden.”

De kanttekening legt beide helften uit. Vlees en bloed deelachtig zijn betekent: deel hebben aan de zwakke menselijke natuur. En van Hem zegt zij: Hij heeft die in de eenheid van Zijn Persoon aangenomen.

Het doel staat er dubbel bij. Opdat Hij door den dood tenietdoen zou dengene die het geweld des doods had, dat is den duivel. En: opdat Hij verlossen zou al degenen die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren. Niet alleen de dood zelf, maar ook de vrees ervoor die een mens jarenlang klein houdt.

Het slot geeft de reden waarom dit móest: “Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn.”

De kanttekening zet daar één grens bij die alles op zijn plaats houdt: in alles — met uitzondering van de zonde, zoals de apostel er verderop aan toevoegt.

En de laatste zin is die van iemand die ervaring heeft: want in hetgeen Hij Zelf verzocht zijnde geleden heeft, kan Hij dengenen die verzocht worden te hulp komen.

  1. Psalm 8:5-7 — Wat is de mens? Gij hebt alles onder zijn voeten gezet.
  2. Hebreeën 2:8 — Nu zien wij nog niet dat hem alle dingen onderworpen zijn.
  3. Hebreeën 2:9 — Maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond.
  4. Psalm 22:23 — Ik zal Uw Naam Mijn broederen verkondigen.
  5. Hebreeën 2:14 — Vlees en bloed deelachtig geworden, om den dood teniet te doen.
  6. Hebreeën 2:17-18 — In alles den broederen gelijk, om te kunnen helpen.

In het Nieuwe Testament: Psalm 8:5-7; Psalm 22:23; Hebreeën 4:15; Filippenzen 2:7-8

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Hebreeën 2

Hebreeën 2:1

KruisverwijzingenHebreeën 1:12 Petrus 3:1Lukas 8:152 Petrus 1:152 Petrus 1:12Spreuken 7:1Deuteronomium 32:46Spreuken 2:1
— Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.

Het is goed acht te geven op wat u nu hoort, maar het is ook belangrijk acht te geven op wat u gehoord hebt. Hoeveel hebben wij niet gehoord, maar vergeten! Hoeveel hebben wij gehoord, dat wij ons nog herinneren, maar niet beoefenen! Laten wij daarom luisteren naar de woorden van de apostel hier: “wij moeten ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.” Het is alsof het ons door de vingers glipt, en wegvloeit met de stroom van de tijd, om meegevoerd te worden naar de oceaan van vergetelheid.

Hebreeën 2:2-3

KruisverwijzingenHandelingen 7:53Lukas 1:2Galaten 3:19Hebreeën 10:28Deuteronomium 27:26Hebreeën 10:35Deuteronomium 17:12Hebreeën 11:26
— Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft; Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;

Zie, broeders, de straf voor het overtreden van het woord dat door engelen gesproken werd, was de dood. Wat moet dan de straf zijn voor het verwaarlozen van de grote zaligheid, gewrocht door de goddelijke Verlosser Zelf? Wie geen ernstig acht geeft op het Evangelie, behandelt de Heere Jezus Christus met minachting, en zal daarvoor rekenschap moeten afleggen wanneer de Koning op de rechterstoel zal zitten. Speel dus niet met die zaligheid, die Christus zoveel gekost heeft, en die Hij u met bloedende handen aanbiedt. En als u er tot nu toe mee gespeeld hebt en het hebt laten glippen, moge u dan nu tot een beter besef gebracht worden. U hoeft niet de moeite te nemen het te verachten, of te weerstaan, of ertegen op te komen; u kunt verloren gaan, gewoon door het te verwaarlozen. Inderdaad, het grootste deel van hen die verloren gaan, gaat verloren doordat zij de grote zaligheid verwaarlozen.

Hebreeën 2:3-4

KruisverwijzingenLukas 1:21 Korinthe 12:4Hebreeën 5:9Hebreeën 12:25Hebreeën 1:2Efeze 1:5Efeze 4:8Handelingen 4:12
— Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben; God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.

Dit Evangelie van ons draagt het zegel van God; Hij heeft Zijn merkteken erop gezet, om de echtheid en het gezag ervan te bevestigen. De wondergaven van de Heilige Geest waren het zegel dat het Evangelie geen menselijke uitvinding was, maar werkelijk de boodschap van God. Gaven van genezing, gaven van talen, gaven van allerlei wonderen, waren Gods plechtige verklaring aan de mens: “dit is het Evangelie; dit is Mijn Evangelie, dat Ik u zend; verwerp het daarom niet.”

Hebreeën 2:5

KruisverwijzingenHebreeën 6:5Openbaring 11:152 Petrus 3:13
— Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.

Wij hebben geen engelen als predikers; wij spreken wel eens van “de serafische leraar,” maar geen seraf is ooit een prediker van het Evangelie van Gods genade geweest; die eer is voorbehouden aan een lagere orde van wezens.

Hebreeën 2:6-8

KruisverwijzingenPsalmen 144:3Psalmen 8:4Job 7:17Psalmen 8:5Psalmen 8:61 Korinthe 15:27Hebreeën 4:4Job 25:6
— Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt! Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen; Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;

God spreekt tot de mensen door mensen. Hij heeft hen gemaakt tot de uitverkoren werktuigen van Zijn wonderlijke werken van genade op aarde. O, wat een plechtige zaak is het, een prediker van het eeuwige Evangelie te zijn! Het is een ambt zo hoog, dat een engel het zou kunnen begeren, maar zo verantwoordelijk, dat zelfs een engel zou beven het op zich te nemen. Broeders, bid voor hen die prediken, niet slechts tot enkelen, maar tot velen van onze medemensen, opdat wij in Gods hand tot zegen mogen zijn voor onze hoorders.

Hebreeën 2:8-9

KruisverwijzingenFilippenzen 2:7Handelingen 2:33Johannes 3:16Psalmen 8:61 Korinthe 15:27Johannes 12:32Johannes 8:52Johannes 13:3
— Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn; Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.

De mens heerst nu nog niet over de wereld. Wilde dieren trotseren hem. Stormen overwinnen hem. Er zijn duizend dingen die zich op dit ogenblik niet aan zijn heerschappij onderwerpen.

Hebreeën 2:9

KruisverwijzingenFilippenzen 2:7Handelingen 2:33Johannes 3:16Johannes 12:32Johannes 8:52Romeinen 8:3Mattheüs 16:28Handelingen 3:13
— Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.

Zo wordt de mens weer teruggebracht naar de plaats waar hij oorspronkelijk stond, wat deze heerschappij betreft.

Hebreeën 2:10

KruisverwijzingenLukas 24:26Romeinen 11:36Hebreeën 6:20Handelingen 5:31Lukas 24:46Hebreeën 12:2Hebreeën 7:28Hebreeën 5:8
— Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.

Christus is het Hoofd over alle dingen. Is het dan niet wonderlijk, dat Hij niet volmaakt kon worden voor dit werk van regeren, of voor het werk van zaligmaken, dan alleen door lijden? Hij daalde neer om te overwinnen. Niet omdat er zonde in Hem was, maar opdat Hij een meelevende Heerser over Zijn volk zou zijn, moest Hij lijden ondergaan zoals dat van Zijn onderdanen. Opdat Hij een machtig Zaligmaker zou zijn, moest Hij Zelf met zwakheid omgeven zijn, opdat Hij “medelijden zou kunnen hebben met de onwetenden en dwalenden.” Broeders en zusters, verwacht u volmaakt te worden zonder lijden? Dat zal bij u nooit zo zijn. De weg van smart, en die weg alleen, leidt naar het land waar geen smart meer is. Wij zullen nooit geschikt zijn voor het hemelse Kanaän, tenzij wij eerst door de woestijn trekken. Er is in ons iets dat dit nodig maakt, en zo moet het dan ook zijn.

Hebreeën 2:11

KruisverwijzingenHebreeën 10:10Johannes 20:17Hebreeën 13:12Mattheüs 25:40Hebreeën 10:14Mattheüs 28:10Lukas 9:26Handelingen 17:28
— Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.

O, deze gezegende nederbuiging van Christus! Wij schamen ons vaak voor onszelf; helaas, wij zijn soms zo laag dat wij ons voor Hem schamen; maar Hij schaamt Zich nooit om ons broeders te noemen.

Hebreeën 2:12

KruisverwijzingenPsalmen 22:22Psalmen 111:1Psalmen 40:10Psalmen 22:25Johannes 18:20
— Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.

Christus, het middelpunt van de hemelse reien, is ook het middelpunt van alle scharen van ware zangers die hier beneden nog zijn.

Hebreeën 2:13

KruisverwijzingenJesaja 8:17Jesaja 12:2Johannes 10:29Psalmen 18:2Psalmen 36:7Genesis 48:9Genesis 33:5Mattheüs 27:43
— En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.

Dit is onze Heere Jezus Christus, Die Zijn vertrouwen op de Vader stelt, overwinnend door het geloof, evenals wij dat doen. O, wat een wonderlijke eenheid is er hier tussen Christus en Zijn volk! Terecht mag de apostel zeggen dat “Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, allen uit een zijn.”

Hebreeën 2:13-14

Kruisverwijzingen2 Timotheüs 1:10Johannes 1:14Jesaja 8:17Kolossenzen 2:15Romeinen 8:3Hosea 13:14Jesaja 12:2Jesaja 25:8
— En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft. Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;

Wij weten wat het is deelgenoten te zijn van vlees en bloed; wij zouden vaak willen dat het niet zo was. Het is het vlees dat ons neertrekt; het is het vlees dat ons duizend smarten brengt. Ik heb een bekeerde ziel, maar een onbekeerd lichaam. Christus heeft mijn ziel genezen, maar Hij heeft mijn lichaam grotendeels nog in gebondenheid gelaten, en daarom moet het nog lijden; maar de Heere zal ook dat verlossen. De verlossing van het lichaam is de aanneming tot kinderen, en die komt op de dag van de opstanding. Maar bedenk: Christus, Die deelgenoot was van de eeuwige Godheid, verwaardigde Zich deelgenoot te worden van vlees en bloed. De Godheid verbonden met stof; de Oneindige een zuigeling; de Eeuwige bereid om te sterven, en werkelijk stervend! O, wonderlijk geheimenis, deze vereniging van Godheid met mensheid in de Persoon van Christus Jezus onze Heere! Waarom werd Hij deelgenoot van vlees en bloed, en stierf Hij aan het kruis?

Hebreeën 2:14

Kruisverwijzingen2 Timotheüs 1:10Johannes 1:14Kolossenzen 2:15Romeinen 8:3Hosea 13:14Jesaja 25:81 Korinthe 15:50Johannes 12:31
— Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;

Opdat Hij, door te sterven, Satans macht zou omverwerpen voor allen die op Hem vertrouwen.

Hebreeën 2:15-18

KruisverwijzingenRomeinen 8:15Hebreeën 5:22 Timotheüs 1:71 Korinthe 15:50Psalmen 55:4Hebreeën 4:14Job 33:212 Korinthe 1:10
— En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren. Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan. Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen. Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.

Ere zij Zijn heilige Naam, tot in alle eeuwigheid! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Angst voor de dood - Oudejaarspreek

Preken

Deze preek werd gepubliceerd op oudejaarsdag 1908, en werd uitgesproken door C.H. Spurgeon op donderdagavond 17 december 1874 in de Metropolitan Tabernacle, Newington. ...en allen te verlossen die…

De dood verslagen

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen. Hebreeën 2:14 Oh kind van God, de…

Volmaakt door lijden

Voor Iedere Dag

Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun…

Marc. 5:6‭ - Hij liep, en Hij liep

Preekaantekeningen

Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad hem. Marc. 5:6 Luk. 15:20. "En als hij nog verre van hem was, zag hem zijn…

Een vreselijke waarschuwing

Voor Iedere Dag

Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen van hen die hier staan, die de dood niet zullen proeven voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in…

Mensen uitverkoren, gevallen engelen verworpen

Voor Iedere Dag

Want waarlijk, Hij nam niet de natuur van een engel aan; maar Hij nam de natuur van het zaad van Abraham aan. Hebreeën 2:16, Engelse vertaling Verder lezen: 2…

Zijn naam, sterke God

Voor Iedere Dag

Sterke God. Jesaja 9:5 Verder lezen: Hebreeën 2:10-18 Groot is de verborgenheid der godzaligheid, want de zinsnede waaruit de tekst is genomen zegt: 'Want een Kind is ons geboren.'…

1 Sam. 30:20‭ - Davids buit

Preekaantekeningen

Dit is Jezus’ buit In David zien wij een beeld van de Heere Jezus — zowel in zijn strijd als in zijn overwinning, ja, in duizend andere opzichten…

Anderen vertroosten

Nabij De Zon

Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen, die verzocht worden, te hulp komen. Hebreeën 2:18 Hoewel onze Heere dus verzoekingen moest lijden, leed…

Macht over de dood

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" …om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen.…

Een les

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen, die verzocht worden, te hulp komen. Hebreeën 2:18 De eenvoudigste les, waarin het Evangelie ons onderwijst,…

Weerstand bieden aan zonde

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Hij zelf heeft, verzocht zijnde, geleden. Hebreeën 2:18 Dit is een algemeen bekende waarheid, maar toch is zij als nectar voor het vermoeide…

Overdenking

Korte Overdenkingen

Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen, die verzocht worden, te hulp komen. Hebreeën 2:18 Misschien verkeert ge juist nu in grote moeite. Ge…

Het medelijden van Christus met Zijn volk

Preken

Want in hetgeen Hijzelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen, die verzocht worden, te hulp komen. Hebreeën 2:18 De eenvoudigste les, waarin het Evangelie ons onderwijst, is…

Waarheid 

Korte Overdenkingen

Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen, die verzocht worden, te hulp komen. Hebreeën 2:18 Als de Heere een goed werk in uw…

Verschrikkelijk!

Korte Overdenkingen

Als je in Christus geen zaligheid vindt, dan zul je haar nergens vinden. Hoe verschrikkelijk zal het voor je zijn, als je de zaligheid zou verspelen, waarvoor Christus…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content