Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het zal geschieden, indien gij der stemH6963 des HEERENH3068, uws GodsH430, vlijtiglijkH8085 zult gehoorzamenH8085, waarnemendeH8104 te doenH6213alH3605ZijnH1961gebodenH4687, dieH834ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680, zo zal de HEEREH3068, uw GodH430, u hoogH5945zettenH5414bovenH5921alleH3605volkenH1471 der aardeH776.En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde.
KJVAnd it shall come to pass, if thou shalt hearken3diligently4unto the voice5of the LORD6thy God,7to observe8and to do9all his commandments12which I command15thee this day,16that the LORD18thy God19will set17thee on high20above all nations23of the earth:
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3שָׁמ֤וֹעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4תִּשְׁמַע֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5בְּקוֹל֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לִשְׁמֹ֤רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9לַעֲשׂוֹת֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מִצְוֺתָ֔יוH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept13אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which15מְצַוְּךָ֖H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order16הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17וּנְתָ֨נְךָ֜H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20עֶלְי֔וֹןH5945Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge(Most, on) high(-er, -est), upper(-most)21עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23גּוֹיֵ֥יH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people24הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
2En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En alH3605dezeH428zegeningenH1293 zullen overH5921 u komenH935, en u aantreffenH5381, wanneer gij der stemH6963 des HEERENH3068 uws GodsH430, zult gehoorzaamH8085 zijn.En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn.
KJVAnd all these blessings4shall come1on thee, and overtake6thee, if thou shalt hearken8unto the voice9of the LORD10thy God.
1וּבָ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עָלֶ֛יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַבְּרָכ֥וֹתH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present5הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6וְהִשִּׂיגֻ֑ךָH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8תִשְׁמַ֔עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9בְּק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
3Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3GezegendH1288 zult gijH859 zijn in de stadH5892, en gezegendH1288 zult gijH859 zijn in het veldH7704.Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld.
KJVBlessed1shalt thou be in the city,3and blessed4shalt thou be in the field.
4Gezegend zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, en de vrucht uwer beesten, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4GezegendH1288 zal zijn de vruchtH6529 uws buiksH990, en de vruchtH6529 uws landsH127, en de vruchtH6529 uwer beestenH929, de voortzettingH7698 uwer koeienH504, en de kuddenH6251 van uw klein veeH6629.Gezegend zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, en de vrucht uwer beesten, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.
KJVBlessed1shall be the fruit2of thy body,3and the fruit4of thy ground,5and the fruit6of thy cattle,7the increase8of thy kine,9and the flocks10of thy sheep.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5GezegendH1288 zal zijn uw korfH2935, en uw baktrogH4863.Gezegend zal zijn uw korf, en uw baktrog.
KJVBlessed1shall be thy basket2and thy store.
1בָּר֥וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2טַנְאֲךָ֖H2935korfbasket3וּמִשְׁאַרְתֶּֽךָH4863baktrog, baktroggen, deegklompenkneading trough, store
6Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6GezegendH1288 zult gijH859 zijn in uw ingaanH935, gezegendH1288 zult gijH859 zijn in uw uitgaanH3318.Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.
KJVBlessed1shalt thou be when thou comest in,3and blessed4shalt thou be when thou goest out.
1בָּר֥וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3בְּבֹאֶ֑ךָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4וּבָר֥וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6בְּצֵאתֶֽךָH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
7De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7De HEEREH3068 zal gevenH5414 uw vijandenH341, die tegen u opstaanH6965, geslagenH5062 voor uw aangezichtH6440; door eenH259wegH1870 zullen zij totH413 u uittrekkenH3318, maar door zevenH7651wegenH1870 zullen zij voor uw aangezichtH6440vliedenH5127.De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden.
KJVThe LORD2shall cause1thine enemies4that rise up5against thee to be smitten7before thy face:8they shall come out11against thee one10way,9and flee15before16thee seven13ways.
1יִתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֹיְבֶ֨יךָ֙H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe5הַקָּמִ֣יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)6עָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7נִגָּפִ֖יםH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse8לְפָנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9בְּדֶ֤רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)10אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11יֵצְא֣וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13וּבְשִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14דְרָכִ֖יםH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15יָנ֥וּסוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard16לְפָנֶֽיךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
8De HEERE zal den zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8De HEEREH3068 zal den zegenH1293gebiedenH6680, dat Hij metH854 u zij in uw schurenH618, en in allesH3605, waaraan gij uw handH3027slaatH4916; en Hij zal u zegenenH1288 in het landH776, datH834 u de HEEREH3068, uw GodH430, gevenH5414 zal.De HEERE zal den zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
KJVThe LORD2shall command1the blessing5upon thee in thy storehouses,6and in all that thou settest8thine hand9unto; and he shall bless10thee in the land11which the LORD13thy God14giveth
1יְצַ֨וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אִתְּךָ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַבְּרָכָ֔הH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present6בַּאֲסָמֶ֕יךָH618schurenbarn, storehouse7וּבְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מִשְׁלַ֣חH4916slaat, geslagen, zendingto lay, to put, sending (forth), to set9יָדֶ֑ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10וּבֵ֣רַכְךָ֔H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank11בָּאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16לָֽךְ
9De HEERE zal u Zichzelven tot een heilig volk bevestigen, gelijk als Hij u gezworen heeft, wanneer gij de geboden des HEEREN, uws Gods, zult houden, en in Zijn wegen wandelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9De HEEREH3068 zal u Zichzelven tot een heiligH6918volkH5971bevestigenH6965, gelijk alsH3588 Hij u gezworenH7650 heeft, wanneer gij de gebodenH4687 des HEERENH3068, uws GodsH430, zult houdenH8104, en in Zijn wegenH1870wandelenH1980.De HEERE zal u Zichzelven tot een heilig volk bevestigen, gelijk als Hij u gezworen heeft, wanneer gij de geboden des HEEREN, uws Gods, zult houden, en in Zijn wegen wandelen.
KJVThe LORD2shall establish1thee an holy5people4unto himself, as he hath sworn7unto thee, if thou shalt keep10the commandments12of the LORD13thy God,14and walk15in his ways.
1יְקִֽימְךָ֨H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לוֹ֙4לְעַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5קָד֔וֹשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint6כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נִֽשְׁבַּֽעH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear8לָ֑ךְ9כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10תִשְׁמֹ֗רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִצְוֺת֙H4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept13יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15וְהָלַכְתָּ֖H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl16בִּדְרָכָֽיוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
10En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En alleH3605volkenH5971 der aardeH776 zullen zienH7200, datH3588 de NaamH8034 des HEERENH3068overH5921 u genoemdH7121 is, en zij zullen voor u vrezenH3372.En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen.
KJVAnd all people3of the earth4shall see1that thou art called8by the name6of the LORD;7and they shall be afraid
1וְרָאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עַמֵּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6שֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8נִקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9עָלֶ֑יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וְיָֽרְא֖וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)11מִמֶּֽךָּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
11En de HEERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands; op het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de HEEREH3068 zal u doen overvloeienH3498 aan goedH2896, in de vruchtH6529 uws buiksH990, en in de vruchtH6529 uwer beestenH929, en in de vruchtH6529 uws landsH127; opH5921 het landH127, datH834 de HEEREH3068 uw vaderenH1gezworenH7650 heeft u te zullen gevenH5414.En de HEERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands; op het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.
KJVAnd the LORD2shall make thee plenteous1in goods,3in the fruit4of thy body,5and in the fruit6of thy cattle,7and in the fruit8of thy ground,9in the land11which the LORD14sware13unto thy fathers15to give
1וְהוֹתִֽרְךָ֤H3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לְטוֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)4בִּפְרִ֧יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward5בִטְנְךָ֛H990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb6וּבִפְרִ֥יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward7בְהַמְתְּךָ֖H929beesten, vee, beestbeast, cattle8וּבִפְרִ֣יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward9אַדְמָתֶ֑ךָH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land10עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נִשְׁבַּ֧עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear14יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15לַאֲבֹתֶ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16לָ֥תֶתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17לָֽךְ
12De HEERE zal u opendoen Zijn goeden schat, den hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, en om te zegenen al het werk uwer hand; en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet ontlenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12De HEEREH3068 zal u opendoenH6605 Zijn goedenH2896schatH214, den hemelH8064, om aan uw landH776regenH4306 te gevenH5414 te zijner tijdH6256, en om te zegenenH1288alH3605 het werkH4639 uwer handH3027; en gij zult aan veleH7227volkenH1471lenenH3867, maar gij zult nietH3808ontlenenH3867.De HEERE zal u opendoen Zijn goeden schat, den hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, en om te zegenen al het werk uwer hand; en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet ontlenen.
KJVThe LORD2shall open1unto thee his good6treasure,5the heaven8to give9the rain10unto thy land11in his season,12and to bless13all the work16of thine hand:17and thou shalt lend18unto many20nations,19and thou shalt not borrow.
1יִפְתַּ֣חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לְ֠ךָ4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אוֹצָר֨וֹH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)6הַטּ֜וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַשָּׁמַ֗יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9לָתֵ֤תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10מְטַֽרH4306regen, plasregenrain11אַרְצְךָ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12בְּעִתּ֔וֹH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when13וּלְבָרֵ֕ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank14אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought17יָדֶ֑ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18וְהִלְוִ֨יתָ֙H3867leent, lenen, vervoegenabide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er)19גּוֹיִ֣םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people20רַבִּ֔יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)21וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you22לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23תִלְוֶֽהH3867leent, lenen, vervoegenabide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er)
13En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, en gij zult alleenlijk boven zijn, en niet onder zijn; wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede te houden en te doen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de HEEREH3068 zal u tot een hoofdH7218 maken, en nietH3808 tot een staartH2180, en gij zult alleenlijk boven zijn, en nietH3808 onder zijn; wanneer gij horenH8085 zult naarH413 de gebodenH4687 des HEERENH3068, uws GodsH430, dieH834ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680 te houdenH8104 en te doenH6213;En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, en gij zult alleenlijk boven zijn, en niet onder zijn; wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede te houden en te doen;
KJVAnd the LORD2shall make1thee the head,3and not the tail;5and thou shalt be above only,8and thou shalt not be beneath;11if that thou hearken13unto the commandments15of the LORD16thy God,17which I command20thee this day,21to observe22and to do
1וּנְתָֽנְךָ֨H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לְרֹאשׁ֙H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5לְזָנָ֔בH2180staart, staartentail6וְהָיִ֨יתָ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7רַ֣קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise8לְמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לְמָ֑טָּהH4295beneden, nederwaarts, laagbeneath, down(-ward), less, very low, under(-neath)12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13תִשְׁמַ֞עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15מִצְוֺ֣תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept16יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19אָנֹכִ֧יH595ik, mijI, me, [idiom] which20מְצַוְּךָ֛H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order21הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger22לִשְׁמֹ֥רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)23וְלַעֲשֽׂוֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
14En gij niet afwijken zult van al de woorden, die ik ulieden heden gebiede, ter rechterhand of ter linkerhand, dat gij andere goden nawandelt, om hen te dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En gij nietH3808afwijkenH5493 zult van alH3605 de woordenH1697, dieH834ikH595 ulieden hedenH3117gebiedeH6680, ter rechterhandH3225 of ter linkerhandH8040, dat gij andere godenH430nawandeltH310, om hen te dienenH5647.En gij niet afwijken zult van al de woorden, die ik ulieden heden gebiede, ter rechterhand of ter linkerhand, dat gij andere goden nawandelt, om hen te dienen.
KJVAnd thou shalt not go aside2from any of the words4which I command7thee this day,9to the right hand,10or to the left,11to go12after13other15gods14to serve
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תָס֗וּרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without3מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַדְּבָרִים֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אָנֹכִ֜יH595ik, mijI, me, [idiom] which7מְצַוֶּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order8אֶתְכֶ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10יָמִ֣יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south11וּשְׂמֹ֑אולH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)12לָלֶ֗כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13אַחֲרֵ֛יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with14אֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15אֲחֵרִ֖יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange16לְעָבְדָֽםH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
15Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stemH6963 des HEERENH3068, uws GodsH430, nietH3808 zult gehoorzaamH8085zijnH1961, om waar te nemenH8104, dat gij doetH6213alH3605 Zijn gebodenH4687 en Zijn inzettingenH2708, die ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680; zo zullen alH3605dezeH428vloekenH7045overH5921 u komenH935, en u treffenH5381.Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.
KJVBut it shall come to pass, if thou wilt not hearken4unto the voice5of the LORD6thy God,7to observe8to do9all his commandments12and his statutes13which I command16thee this day;17that all these curses21shall come18upon thee, and overtake
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תִשְׁמַע֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5בְּקוֹל֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לִשְׁמֹ֤רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9לַעֲשׂוֹת֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מִצְוֺתָ֣יוH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept13וְחֻקֹּתָ֔יוH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute14אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which16מְצַוְּךָ֖H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order17הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18וּבָ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19עָלֶ֛יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הַקְּלָל֥וֹתH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)22הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)23וְהִשִּׂיגֽוּךָH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)
16Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt zult gij zijn in het veld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16VervloektH779 zult gijH859 zijn in de stadH5892, en vervloektH779 zult gijH859 zijn in het veldH7704.Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt zult gij zijn in het veld.
KJVCursed1shalt thou be in the city,3and cursed4shalt thou be in the field.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17VervloektH779 zal zijn uw korfH2935, en uw baktrogH4863.Vervloekt zal zijn uw korf, en uw baktrog.
KJVCursed1shall be thy basket2and thy store.
1אָר֥וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2טַנְאֲךָ֖H2935korfbasket3וּמִשְׁאַרְתֶּֽךָH4863baktrog, baktroggen, deegklompenkneading trough, store
18Vervloekt zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18VervloektH779 zal zijn de vruchtH6529 uws buiksH990, en de vruchtH6529 uws landsH127, de voortzettingH7698 uwer koeienH504, en de kuddenH6251 van uw klein veeH6629.Vervloekt zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.
KJVCursed1shall be the fruit2of thy body,3and the fruit4of thy land,5the increase6of thy kine,7and the flocks8of thy sheep.
19Vervloekt zult gij zijn in uw ingaan, en vervloekt zult gij zijn in uw uitgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19VervloektH779 zult gijH859 zijn in uw ingaanH935, en vervloektH779 zult gijH859 zijn in uw uitgaanH3318.Vervloekt zult gij zijn in uw ingaan, en vervloekt zult gij zijn in uw uitgaan.
KJVCursed1shalt thou be when thou comest in,3and cursed4shalt thou be when thou goest out.
1אָר֥וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3בְּבֹאֶ֑ךָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4וְאָר֥וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse5אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6בְּצֵאתֶֽךָH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
20De HEERE zal onder u zenden den vloek, de verstoring en het verderf, in alles, waaraan gij uw hand slaat, dat gij doen zult; totdat gij verdelgd wordt, en totdat gij haastelijk omkomt, vanwege de boosheid uwer werken, waarmede gij Mij verlaten hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20De HEEREH3068 zal onder u zendenH7971 den vloekH3994, de verstoringH4103 en het verderfH4045, in alles, waaraan gij uw handH3027slaatH4916, datH834 gij doenH6213 zult; totdatH5704 gij verdelgdH8045 wordt, en totdatH5704 gij haastelijkH4118omkomtH6, vanwegeH6440 de boosheidH7455 uwer werkenH4611, waarmede gij Mij verlatenH5800 hebt.De HEERE zal onder u zenden den vloek, de verstoring en het verderf, in alles, waaraan gij uw hand slaat, dat gij doen zult; totdat gij verdelgd wordt, en totdat gij haastelijk omkomt, vanwege de boosheid uwer werken, waarmede gij Mij verlaten hebt.
KJVThe LORD2shall send1upon thee cursing,5vexation,7and rebuke,9in all that thou settest11thine hand12unto for to do,14until thou be destroyed,16and until thou perish18quickly;19because20of the wickedness21of thy doings,22whereby thou hast forsaken
1יְשַׁלַּ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בְּ֠ךָ4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַמְּאֵרָ֤הH3994vloek, vervloektcurse6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמְּהוּמָה֙H4103beroerten, gedruis, kwellingdestruction, discomfiture, trouble, tumult, vexation, vexed8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמִּגְעֶ֔רֶתH4045verderfrebuke10בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11מִשְׁלַ֥חH4916slaat, geslagen, zendingto lay, to put, sending (forth), to set12יָדְךָ֖H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14תַּעֲשֶׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הִשָּֽׁמֶדְךָ֤H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly17וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18אֲבָדְךָ֙H6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee19מַהֵ֔רH4118haastelijk, haast, haastendehasteth, hastily, at once, quickly, soon, speedily, suddenly20מִפְּנֵ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21רֹ֥עַH7455boosheid, droefheid, lelijkheid[idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness22מַֽעֲלָלֶ֖יךָH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24עֲזַבְתָּֽנִיH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely
21De HEERE zal u de pestilentie doen aankleven, totdat Hij u verdoe van het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21De HEEREH3068 zal u de pestilentieH1698 doen aanklevenH1692, totdatH5704 Hij u verdoeH3615 van het landH127, waar gijH859 naar toe gaat, om datH834 te ervenH3423.De HEERE zal u de pestilentie doen aankleven, totdat Hij u verdoe van het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
KJVThe LORD2shall make the pestilence5cleave1unto thee, until he have consumed7thee from off the land,10whither thou goest13to possess
1יַדְבֵּ֧קH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בְּךָ֖4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַדָּ֑בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague6עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7כַּלֹּת֣וֹH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste8אֹֽתְךָ֔H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֵעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הָֽאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13בָאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither15לְרִשְׁתָּֽהּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly
22De HEERE zal u slaan met tering, en met koorts, en met vurigheid, en met hitte, en met droogte, en met brandkoren, en met honigdauw, die u vervolgen zullen, totdat gij omkomt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22De HEEREH3068 zal u slaanH5221 met teringH7829, en met koortsH6920, en met vurigheidH1816, en met hitteH2746, en met droogteH2719, en met brandkorenH7711, en met honigdauwH3420, die u vervolgenH7291 zullen, totdatH5704 gij omkomtH6.De HEERE zal u slaan met tering, en met koorts, en met vurigheid, en met hitte, en met droogte, en met brandkoren, en met honigdauw, die u vervolgen zullen, totdat gij omkomt.
KJVThe LORD2shall smite1thee with a consumption,3and with a fever,4and with an inflammation,5and with an extreme burning,6and with the sword,7and with blasting,8and with mildew;9and they shall pursue10thee until thou perish.
1יַכְּכָ֣הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2יְ֠הוָהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בַּשַּׁחֶ֨פֶתH7829teringconsumption4וּבַקַּדַּ֜חַתH6920koortsburning ague, fever5וּבַדַּלֶּ֗קֶתH1816vurigheidinflammation6וּבַֽחַרְחֻר֙H2746hitteextreme burning7וּבַחֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool8וּבַשִּׁדָּפ֖וֹןH7711brandkorenblasted(-ing)9וּבַיֵּרָק֑וֹןH3420honigdauw, bleekheidgreenish, yellow10וּרְדָפ֖וּךָH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)11עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12אָבְדֶֽךָH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
23En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En uw hemelH8064, dieH834bovenH5921 uw hoofdH7218 is, zal koperH5178 zijn, en de aardeH776, dieH834onderH8478 u is, zal ijzerH1270 zijn.En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn.
KJVAnd thy heaven2that is over thy head5shall be brass,6and the earth7that is under thee shall be iron.
1וְהָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2שָׁמֶ֛יךָH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5רֹאשְׁךָ֖H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top6נְחֹ֑שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel7וְהָאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9תַּחְתֶּ֖יךָH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with10בַּרְזֶֽלH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron
24De HEERE, uw God, zal pulver en stof tot regen uws lands geven; van den hemel zal het op u nederdalen, totdat gij verdelgd wordt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24De HEEREH3068, uw God, zal pulverH80 en stofH6083 tot regenH4306 uws landsH776gevenH5414; vanH4480 den hemelH8064 zal het opH5921 u nederdalenH3381, totdatH5704 gij verdelgdH8045 wordt.De HEERE, uw God, zal pulver en stof tot regen uws lands geven; van den hemel zal het op u nederdalen, totdat gij verdelgd wordt.
KJVThe LORD2shall make1the rain4of thy land5powder6and dust:7from heaven9shall it come down10upon thee, until thou be destroyed.
1יִתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מְטַ֥רH4306regen, plasregenrain5אַרְצְךָ֖H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אָבָ֣קH80stof, klein stof, pulver(small) dust, powder7וְעָפָ֑רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַשָּׁמַ֨יִם֙H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)10יֵרֵ֣דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down11עָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13הִשָּׁמְדָֽךְH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly
25De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25De HEEREH3068 zal u geslagenH5062gevenH5414 voor het aangezichtH6440 uwer vijandenH341; door eenH259wegH1870 zult gij totH413 hem uittrekkenH3318, en door zevenH7651wegenH1870 zult gij voor zijnH1961aangezichtH6440vliedenH5127; en gij zult van alleH3605koninkrijkenH4467 der aardeH776beroerdH2189 worden.De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden.
KJVThe LORD2shall cause1thee to be smitten3before4thine enemies:5thou shalt go out8one7way6against them, and flee12seven10ways11before13them: and shalt be removed15into all the kingdoms17of the earth.
1יִתֶּנְךָ֨H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3נִגָּף֮H5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse4לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5אֹיְבֶיךָ֒H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe6בְּדֶ֤רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8תֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10וּבְשִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11דְרָכִ֖יםH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12תָּנ֣וּסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard13לְפָנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14וְהָיִ֣יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לְזַעֲוָ֔הH2189beroering, beroerd[idiom] removed, trouble16לְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17מַמְלְכ֥וֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal18הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
26En uw dood lichaam zal aan alle gevogelte des hemels, en aan de beesten der aarde tot spijze zijn; en niemand zal ze afschrikken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En uw dood lichaamH5038 zal aan alleH3605gevogelteH5775 des hemelsH8064, en aan de beestenH929 der aardeH776 tot spijzeH3978zijnH1961; en niemandH369 zal ze afschrikkenH2729.En uw dood lichaam zal aan alle gevogelte des hemels, en aan de beesten der aarde tot spijze zijn; en niemand zal ze afschrikken.
KJVAnd thy carcase2shall be meat3unto all fowls5of the air,6and unto the beasts7of the earth,8and no man shall fray them away.
1וְהָיְתָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2נִבְלָֽתְךָ֙H5038dood aas, dood lichaam, dode lichaam(dead) body, (dead) carcase, dead of itself, which died, (beast) that (which) dieth of itself3לְמַאֲכָ֔לH3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual4לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5ע֥וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl6הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7וּלְבֶהֱמַ֣תH929beesten, vee, beestbeast, cattle8הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9וְאֵ֖יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10מַחֲרִֽידH2729verschrikken, verschrikte, bevendebe (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble
27De HEERE zal u slaan met zweren van Egypte, en met spenen, en met droge schurft, en met krauwsel, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27De HEEREH3068 zal u slaanH5221 met zwerenH7822 van EgypteH4714, en met spenenH2914, en met droge schurftH1618, en met krauwselH2775, waarvan gij niet zult kunnen genezenH7495 worden.De HEERE zal u slaan met zweren van Egypte, en met spenen, en met droge schurft, en met krauwsel, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden.
KJVThe LORD2will smite1thee with the botch3of Egypt,4and with the emerods,5and with the scab,6and with the itch,7whereof thou canst10not be healed.
1יַכְּכָ֨הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בִּשְׁחִ֤יןH7822zweren, zweer, gezwelboil, botch4מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5וּבַטְּחֹרִ֔יםH2914spenenemerod6וּבַגָּרָ֖בH1618schurftheid, schurftscab, scurvy7וּבֶחָ֑רֶסH2775zon, krauwselitch, sun8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11לְהֵרָפֵֽאH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)
28De HEERE zal u slaan met onzinnigheid, en met blindheid, en met verbaasdheid des harten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28De HEEREH3068 zal u slaanH5221 met onzinnigheidH7697, en met blindheidH5788, en met verbaasdheidH8541 des hartenH3824;De HEERE zal u slaan met onzinnigheid, en met blindheid, en met verbaasdheid des harten;
KJVThe LORD2shall smite1thee with madness,3and blindness,4and astonishment5of heart:
29Dat gij op den middag zult omtasten, gelijk als een blinde omtast in het donkere, en uw wegen niet zult voorspoedig maken; maar gij zult alleenlijk verdrukt en beroofd zijn alle dagen, en er zal geen verlosser zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29DatH834 gij op den middagH6672 zult omtastenH4959, gelijk als een blindeH5787omtastH4959 in het donkereH653, en uw wegenH1870 niet zult voorspoedigH6743 maken; maar gij zult alleenlijk verdruktH6231 en beroofdH1497 zijn alleH3605dagenH3117, en er zal geen verlosserH3467 zijn.Dat gij op den middag zult omtasten, gelijk als een blinde omtast in het donkere, en uw wegen niet zult voorspoedig maken; maar gij zult alleenlijk verdrukt en beroofd zijn alle dagen, en er zal geen verlosser zijn.
KJVAnd thou shalt grope2at noonday,3as the blind6gropeth5in darkness,7and thou shalt not prosper9in thy ways:11and thou shalt be only oppressed14and spoiled15evermore,17and no man shall save
1וְהָיִ֜יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מְמַשֵּׁ֣שׁH4959tasten, betastte, betastfeel, grope, search3בַּֽצָּהֳרַ֗יִםH6672middag, middags, venstermidday, noon(-day, -tide), window4כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יְמַשֵּׁ֤שׁH4959tasten, betastte, betastfeel, grope, search6הָעִוֵּר֙H5787blinden, blind, blindeblind (men, people)7בָּאֲפֵלָ֔הH653donkerheid, dikke, donkeredark, darkness, gloominess, [idiom] thick8וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תַצְלִ֖יחַH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11דְּרָכֶ֑יךָH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12וְהָיִ֜יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)14עָשׁ֧וּקH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)15וְגָז֛וּלH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הַיָּמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)19מוֹשִֽׁיעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
30Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar dien niet gemeen maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Gij zult een vrouwH802ondertrouwenH781, maar een anderH312 zal haar beslapenH7901; een huisH1004 zult gij bouwenH1129, maar daarin nietH3808wonenH3427; een wijngaardH3754 zult gij plantenH5193, maar dien nietH3808gemeenH2490 maken.Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar dien niet gemeen maken.
KJVThou shalt betroth2a wife,1and another4man3shall lie5with her: thou shalt build7an house,6and thou shalt not dwell9therein: thou shalt plant12a vineyard,11and shalt not gather the grapes
1אִשָּׁ֣הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English2תְאָרֵ֗שׂH781ondertrouwd, ondertrouwen, ondertrouwdebetroth, espouse3וְאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אַחֵר֙H312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange5יִשְׁכָּבֶ֔נָּהH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay6בַּ֥יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7תִּבְנֶ֖הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תֵשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10בּ֑וֹ11כֶּ֥רֶםH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)12תִּטַּ֖עH5193planten, geplant, plantfastened, plant(-er)13וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תְחַלְּלֶּֽנּוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound
31Uw os zal voor uw ogen geslacht worden, maar gij zult daarvan niet eten; uw ezel zal van voor uw aangezicht geroofd worden, en tot u niet wederkeren; uw klein vee zal aan uw vijanden gegeven worden, en voor u zal geen verlosser zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Uw osH7794 zal voor uw ogenH5869geslachtH2873 worden, maar gij zult daarvan niet etenH398; uw ezelH2543 zal vanH4480 voor uw aangezichtH6440geroofdH1497 worden, en tot u niet wederkerenH7725; uw klein veeH6629 zal aan uw vijandenH341gegevenH5414 worden, en voor u zal geen verlosserH3467 zijn.Uw os zal voor uw ogen geslacht worden, maar gij zult daarvan niet eten; uw ezel zal van voor uw aangezicht geroofd worden, en tot u niet wederkeren; uw klein vee zal aan uw vijanden gegeven worden, en voor u zal geen verlosser zijn.
KJVThine ox1shall be slain2before thine eyes,3and thou shalt not eat5thereof: thine ass7shall be violently taken away8from before thy face,9and shall not be restored11to thee: thy sheep13shall be given14unto thine enemies,15and thou shalt have none to rescue
1שׁוֹרְךָ֞H7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))2טָב֣וּחַH2873geslacht, slachten, slachtkill, (make) slaughter, slay3לְעֵינֶ֗יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תֹאכַל֮H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6מִמֶּנּוּ֒H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7חֲמֹֽרְךָ֙H2543ezel, ezelen, ezels(he) ass8גָּז֣וּלH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear9מִלְּפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12לָ֑ךְ13צֹֽאנְךָ֙H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)14נְתֻנ֣וֹתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לְאֹיְבֶ֔יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe16וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)17לְךָ֖18מוֹשִֽׁיעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
32Uw zonen en uw dochteren zullen aan een ander volk gegeven worden, dat het uw ogen aanzien, en naar hen bezwijken den gansen dag; maar het zal in het vermogen uwer hand niet zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Uw zonenH1121 en uw dochterenH1323 zullen aan een anderH312volkH5971gegevenH5414 worden, dat het uw ogenH5869aanzienH7200, en naarH413 hen bezwijkenH3616 den gansenH3605dagH3117; maar het zal in het vermogenH410 uwer handH3027nietH369 zijn.Uw zonen en uw dochteren zullen aan een ander volk gegeven worden, dat het uw ogen aanzien, en naar hen bezwijken den gansen dag; maar het zal in het vermogen uwer hand niet zijn.
KJVThy sons1and thy daughters2shall be given3unto another5people,4and thine eyes6shall look,7and fail8with longing for them all the day11long: and there shall be no might13in thine hand.
1בָּנֶ֨יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2וּבְנֹתֶ֜יךָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3נְתֻנִ֨יםH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לְעַ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אַחֵר֙H312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange6וְעֵינֶ֣יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7רֹא֔וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8וְכָל֥וֹתH3616bezwijkenfail9אֲלֵיהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13לְאֵ֖לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'14יָדֶֽךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
33De vrucht van uw land en al uw arbeid zal een volk eten, dat gij niet gekend hebt; en gij zult alle dagen alleenlijk verdrukt en gepletterd zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33De vruchtH6529 van uw landH127 en alH3605 uw arbeidH3018 zal een volkH5971etenH398, datH834 gij nietH3808gekendH3045 hebt; en gij zult alleH3605dagenH3117 alleenlijk verdruktH6231 en gepletterdH7533zijnH1961.De vrucht van uw land en al uw arbeid zal een volk eten, dat gij niet gekend hebt; en gij zult alle dagen alleenlijk verdrukt en gepletterd zijn.
KJVThe fruit1of thy land,2and all thy labours,4shall a nation6which thou knowest9not eat up;5and thou shalt be only oppressed12and crushed13alway:
1פְּרִ֤יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward2אַדְמָֽתְךָ֙H127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4יְגִ֣יעֲךָ֔H3018arbeidlabour, work5יֹאכַ֥לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6עַ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יָדָ֑עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10וְהָיִ֗יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11רַ֛קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise12עָשׁ֥וּקH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)13וְרָצ֖וּץH7533onderdrukt, gebroken, stukken gestotenbreak, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַיָּמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
34En gij zult onzinnig zijn, vanwege het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En gij zult onzinnigH7696zijnH1961, vanwege het gezichtH4758 uwer ogenH5869, datH834 gij zienH7200 zult.En gij zult onzinnig zijn, vanwege het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
KJVSo that thou shalt be mad2for the sight3of thine eyes4which thou shalt see.
1וְהָיִ֖יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מְשֻׁגָּ֑עH7696onzinnig, onzinnige, razen(be, play the) mad (man)3מִמַּרְאֵ֥הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision4עֵינֶ֖יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6תִּרְאֶֽהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
35De HEERE zal u slaan met boze zweren, aan de knieen en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35De HEEREH3068 zal u slaanH5221 met bozeH7451zwerenH7822, aan de knieenH1290 en aan de benenH7785, waarvan gij niet zult kunnen genezenH7495 worden, van uw voetzoolH3709 af tot aan uw schedelH6936.De HEERE zal u slaan met boze zweren, aan de knieen en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel.
KJVThe LORD2shall smite1thee in the knees,6and in the legs,8with a sore4botch3that cannot11be healed,12from the sole13of thy foot14unto the top of thy head.
1יַכְּכָ֨הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בִּשְׁחִ֣יןH7822zweren, zweer, gezwelboil, botch4רָ֗עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַבִּרְכַּ֨יִם֙H1290knieen, knieknee7וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַשֹּׁקַ֔יִםH7785benen, schouder, schenkelenhip, leg, shoulder, thigh9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer12לְהֵרָפֵ֑אH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)13מִכַּ֥ףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon14רַגְלְךָ֖H7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time15וְעַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16קָדְקֳדֶֽךָH6936schedel, hoofdschedelcrown (of the head), pate, scalp, top of the head
36De HEERE zal u, mitsgaders uw koning, dien gij over u zult gesteld hebben, doen gaan tot een volk, dat gij niet gekend hebt, noch uw vaderen; en aldaar zult gij dienen andere goden, hout en steen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36De HEEREH3068 zal u, mitsgaders uw koningH4428, dienH834 gij overH5921 u zult gesteldH6965 hebben, doen gaanH3212totH413 een volkH1471, datH834 gij nietH3808gekendH3045 hebt, noch uw vaderenH1; en aldaarH8033 zult gij dienenH5647 andere godenH430, houtH6086 en steenH68.De HEERE zal u, mitsgaders uw koning, dien gij over u zult gesteld hebben, doen gaan tot een volk, dat gij niet gekend hebt, noch uw vaderen; en aldaar zult gij dienen andere goden, hout en steen.
KJVThe LORD2shall bring1thee, and thy king5which thou shalt set7over thee, unto a nation10which neither thou nor thy fathers15have known;13and there shalt thou serve16other19gods,18wood20and stone.
1יוֹלֵ֨ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֹֽתְךָ֗H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מַלְכְּךָ֙H4428koning, konings, koningenking, royal6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7תָּקִ֣יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)8עָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10גּ֕וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יָדַ֖עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15וַאֲבֹתֶ֑יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16וְעָבַ֥דְתָּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,17שָּׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither18אֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19אֲחֵרִ֖יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange20עֵ֥ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood21וָאָֽבֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
37En gij zult zijn tot een schrik, tot een spreekwoord en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En gij zult zijnH1961 tot een schrikH8047, tot een spreekwoordH4912 en tot een spotredeH8148, onder alH3605 de volkenH5971, waarheen u de HEEREH3068leidenH5090 zal.En gij zult zijn tot een schrik, tot een spreekwoord en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal.
KJVAnd thou shalt become an astonishment,2a proverb,3and a byword,4among all nations6whither the LORD9shall lead
1וְהָיִ֣יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְשַׁמָּ֔הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing3לְמָשָׁ֖לH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb4וְלִשְׁנִינָ֑הH8148spotredebyword, taunt5בְּכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָֽעַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יְנַהֶגְךָ֥H5090leiden, geleid, leiddeacquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth)9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
38Gij zult veel zaads op den akker uitbrengen, maar gij zult weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Gij zult veelH7227zaadsH2233 op den akkerH7704uitbrengenH3318, maar gij zult weinigH4592inzamelenH622; wantH3588 de sprinkhaanH697 zal het verterenH2628.Gij zult veel zaads op den akker uitbrengen, maar gij zult weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren.
KJVThou shalt carry3much2seed1outinto the field,4and shalt gather6but little5in;for the locust9shall consume
1זֶ֥רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time2רַ֖בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)3תּוֹצִ֣יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4הַשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5וּמְעַ֣טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very6תֶּאֱסֹ֔ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8יַחְסְלֶ֖נּוּH2628verterenconsume9הָאַרְבֶּֽהH697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust
39Wijngaarden zult gij planten, en bouwen, maar gij zult geen wijn drinken, noch iets vergaderen; want de worm zal het afeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39WijngaardenH3754 zult gij plantenH5193, en bouwenH5647, maar gij zult geen wijnH3196drinkenH8354, nochH3808 iets vergaderenH103; wantH3588 de wormH8438 zal het afetenH398.Wijngaarden zult gij planten, en bouwen, maar gij zult geen wijn drinken, noch iets vergaderen; want de worm zal het afeten.
KJVThou shalt plant2vineyards,1and dress3them, but shalt neither drink6of the wine,4nor gather8the grapes; for the worms11shall eat
1כְּרָמִ֥יםH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)2תִּטַּ֖עH5193planten, geplant, plantfastened, plant(-er)3וְעָבָ֑דְתָּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,4וְיַ֤יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תִשְׁתֶּה֙H8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)7וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תֶאֱגֹ֔רH103vergadert, vergaderengather9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10תֹאכְלֶ֖נּוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11הַתֹּלָֽעַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm
40Olijfbomen zult gij hebben in al uw landpalen, maar gij zult u met olie niet zalven; want uw olijfboom zal zijn vrucht afwerpen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40OlijfbomenH2132 zult gij hebben in alH3605 uw landpalenH1366, maar gij zult u met olieH8081nietH3808zalvenH5480; wantH3588 uw olijfboomH2132 zal zijnH1961 vrucht afwerpenH5394.Olijfbomen zult gij hebben in al uw landpalen, maar gij zult u met olie niet zalven; want uw olijfboom zal zijn vrucht afwerpen.
KJVThou shalt have olive trees1throughout all thy coasts,5but thou shalt not anoint8thyself with the oil;6for thine olive11shall cast
1זֵיתִ֛יםH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet2יִהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3לְךָ֖4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5גְּבוּלֶ֑ךָH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space6וְשֶׁ֨מֶן֙H8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תָס֔וּךְH5480zalfde, zalf, zalvenanoint (self), [idiom] at all9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10יִשַּׁ֖לH5394Trek, afwerpen, schietcast (out), drive, loose, put off (out), slip11זֵיתֶֽךָH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet
41Zonen en dochteren zult gij gewinnen, maar zij zullen voor u niet zijn; want zij zullen in gevangenis gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41ZonenH1121 en dochterenH1323 zult gij gewinnenH3205, maar zij zullen voor u nietH3808 zijn; wantH3588 zij zullen in gevangenisH7628gaanH3212.Zonen en dochteren zult gij gewinnen, maar zij zullen voor u niet zijn; want zij zullen in gevangenis gaan.
KJVThou shalt beget3sons1and daughters,2but thou shalt not enjoy them; for they shall go8into captivity.
1בָּנִ֥יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2וּבָנ֖וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3תּוֹלִ֑ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לָ֔ךְ7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8יֵלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9בַּשֶּֽׁבִיH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken
42Al uw geboomte, en de vrucht uws lands zal het boos gewormte erfelijk bezitten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42AlH3605 uw geboomteH6086, en de vruchtH6529 uws landsH127 zal het boos gewormteH6767erfelijkH3423 bezitten.Al uw geboomte, en de vrucht uws lands zal het boos gewormte erfelijk bezitten.
KJVAll thy trees2and fruit3of thy land4shall the locust6consume.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עֵצְךָ֖H6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood3וּפְרִ֣יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward4אַדְמָתֶ֑ךָH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land5יְיָרֵ֖שׁH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly6הַצְּלָצַֽלH6767cimbalen, gewormte, schaduwachtigcymbal, locust, shadowing, spear
43De vreemdeling, die in het midden van u is, zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag nederdalen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43De vreemdelingH1616, dieH834 in het middenH7130 van u is, zal hoogH4605, hoogH4605bovenH5921 u opklimmenH5927; en gijH859 zult laagH4295, laagH4295nederdalenH3381.De vreemdeling, die in het midden van u is, zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag nederdalen.
KJVThe stranger1that is within3thee shall get up4above thee very6high;7and thou shalt come down9very10low.
1הַגֵּר֙H1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3בְּקִרְבְּךָ֔H7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self4יַעֲלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5עָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מַ֣עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very7מָּ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very8וְאַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9תֵרֵ֖דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down10מַ֥טָּהH4295beneden, nederwaarts, laagbeneath, down(-ward), less, very low, under(-neath)11מָּֽטָּהH4295beneden, nederwaarts, laagbeneath, down(-ward), less, very low, under(-neath)
44Hij zal u lenen, maar gij zult hem niet lenen; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Hij zal u lenenH3867, maar gijH859 zult hem nietH3808lenenH3867; hijH1931 zal tot een hoofdH7218zijnH1961, en gijH859 zult tot een staartH2180zijnH1961.Hij zal u lenen, maar gij zult hem niet lenen; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn.
KJVHe shall lend2to thee, and thou shalt not lend5to him: he shall be the head,8and thou shalt be the tail.
1ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2יַלְוְךָ֔H3867leent, lenen, vervoegenabide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er)3וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תַלְוֶ֑נּוּH3867leent, lenen, vervoegenabide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er)6ה֚וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לְרֹ֔אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10תִּֽהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לְזָנָֽבH2180staart, staartentail
45En al deze vloeken zullen over u komen, en u vervolgen, en u treffen, totdat gij verdelgd wordt; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn, om te houden Zijn geboden en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45En alH3605dezeH428vloekenH7045 zullen overH5921 u komenH935, en u vervolgenH7291, en u treffenH5381, totdatH5704 gij verdelgdH8045 wordt; omdatH3588 gij der stemH6963 des HEERENH3068, uws GodsH430, nietH3808gehoorzaamH8085 zult geweest zijn, om te houdenH8104 Zijn geboden en Zijn inzettingenH2708, die Hij u geboden heeft.En al deze vloeken zullen over u komen, en u vervolgen, en u treffen, totdat gij verdelgd wordt; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn, om te houden Zijn geboden en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
Ook in dit vers
gebodenH4687
gebodenH6680
KJVMoreover all these curses4shall come1upon thee, and shall pursue6thee, and overtake7thee, till thou be destroyed;9because thou hearkenedst12not unto the voice13of the LORD14thy God,15to keep16his commandments17and his statutes18which he commanded
1וּבָ֨אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עָלֶ֜יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַקְּלָל֣וֹתH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)5הָאֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6וּרְדָפ֨וּךָ֙H7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)7וְהִשִּׂיג֔וּךָH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)8עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9הִשָּֽׁמְדָ֑ךְH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12שָׁמַ֗עְתָּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13בְּקוֹל֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell14יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16לִשְׁמֹ֛רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)17מִצְוֺתָ֥יוH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept18וְחֻקֹּתָ֖יוH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20צִוָּֽךְH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
46En zij zullen onder u tot een teken, en tot een wonder zijn, ja, onder uw zaad tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46En zij zullen onder u tot een tekenH226, en tot een wonderH4159 zijn, ja, onder uw zaadH2233totH5704 in eeuwigheidH5769.En zij zullen onder u tot een teken, en tot een wonder zijn, ja, onder uw zaad tot in eeuwigheid.
KJVAnd they shall be upon thee for a sign3and for a wonder,4and upon thy seed5for6ever.
1וְהָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְךָ֔3לְא֖וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token4וּלְמוֹפֵ֑תH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)5וּֽבְזַרְעֲךָ֖H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time6עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
47Omdat gij den HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid des harten, vanwege de veelheid van alles;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47Omdat gij den HEEREH3068, uw GodH430, nietH3808gediendH5647 zult hebben met vrolijkheidH8057 en goedheidH2898 des hartenH3824, vanwege de veelheidH7230 van allesH3605;Omdat gij den HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid des harten, vanwege de veelheid van alles;
KJVBecause thou servedst4not the LORD6thy God7with joyfulness,8and with gladness9of heart,10for the abundance
1תַּ֗חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4עָבַ֨דְתָּ֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8בְּשִׂמְחָ֖הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)9וּבְט֣וּבH2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with10לֵבָ֑בH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding11מֵרֹ֖בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)12כֹּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
48Zo zult gij uw vijanden, die de HEERE onder u zenden zal, dienen, in honger en in dorst, en in naaktheid, en in gebrek van alles; en Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, totdat Hij u verdelge.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48Zo zult gij uw vijandenH341, dieH834 de HEEREH3068 onder u zendenH7971 zal, dienenH5647, in hongerH7458 en in dorstH6772, en in naaktheidH5903, en in gebrekH2640 van allesH3605; en Hij zal een ijzerenH1270jukH5923opH5921 uw halsH6677leggenH5414, totdatH5704 Hij u verdelgeH8045.Zo zult gij uw vijanden, die de HEERE onder u zenden zal, dienen, in honger en in dorst, en in naaktheid, en in gebrek van alles; en Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, totdat Hij u verdelge.
KJVTherefore shalt thou serve1thine enemies3which the LORD6shall send5against thee, in hunger,8and in thirst,9and in nakedness,10and in want11of all things: and he shall put13a yoke14of iron15upon thy neck,17until he have destroyed
1וְעָבַדְתָּ֣H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֹיְבֶ֗יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יְשַׁלְּחֶ֤נּוּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בָּ֔ךְ8בְּרָעָ֧בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger9וּבְצָמָ֛אH6772dorst, dorstigthirst(-y)10וּבְעֵירֹ֖םH5903naakt, naakte, naaktheidnaked(-ness)11וּבְחֹ֣סֶרH2640gebrekin want of12כֹּ֑לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13וְנָתַ֞ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14עֹ֤לH5923juk, juks, maaktet jukyoke15בַּרְזֶל֙H1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17צַוָּארֶ֔ךָH6677hals, halzen, buithalzenneck18עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet19הִשְׁמִיד֖וֹH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly20אֹתָֽךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
49De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, gelijk als een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49De HEEREH3068 zal tegenH5921 u een volkH1471verheffenH5375 van verreH7350, van het eindeH7097 der aardeH776, gelijk als een arendH5404vliegtH1675; een volkH1471, welks spraakH3956 gij nietH3808 zult verstaanH8085;De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, gelijk als een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan;
KJVThe LORD2shall bring1a nation4against thee from far,5from the end6of the earth,7as swift as the eagle10flieth;9a nation11whose tongue15thou shalt not understand;
1יִשָּׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2יְהוָה֩H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3עָלֶ֨יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4גּ֤וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5מֵרָחוֹק֙H7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come6מִקְצֵ֣הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)7הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9יִדְאֶ֖הH1675snel vliegen, vliegt, vloog snellijkfly10הַנָּ֑שֶׁרH5404arend, arenden, arendseagle11גּ֕וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תִשְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness15לְשֹׁנֽוֹH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge
50Een volk, stijf van aangezicht, dat het aangezicht des ouden niet zal aannemen, noch den jonge genadig zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50Een volkH1471, stijfH5794 van aangezichtH6440, datH834 het aangezichtH6440 des oudenH2205nietH3808 zal aannemenH5375, nochH3808 den jongeH5288genadigH2603 zijn.Een volk, stijf van aangezicht, dat het aangezicht des ouden niet zal aannemen, noch den jonge genadig zijn.
KJVA nation1of fierce2countenance,3which shall not regard6the person7of the old,8nor shew favour11to the young:
1גּ֖וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people2עַ֣זH5794sterke, sterken, sterkfierce, [phrase] greedy, mighty, power, roughly, strong3פָּנִ֑יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִשָּׂ֤אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield7פָנִים֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8לְזָקֵ֔ןH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator9וְנַ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יָחֹֽןH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very
51En het zal de vrucht uwer beesten, en de vrucht uws lands opeten, totdat gij verdelgd zult zijn; hetwelk u geen koren, most noch olie, voortzetting uwer koeien noch kudden van uw klein vee zal overig laten, totdat Hij u verdoe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51En het zal de vruchtH6529 uwer beestenH929, en de vruchtH6529 uws landsH127opetenH398, totdatH5704 gij verdelgdH8045 zult zijn; hetwelkH834 u geen korenH1715, mostH8492 noch olieH3323, voortzettingH7698 uwer koeienH504nochH3808kuddenH6251 van uw klein veeH6629 zal overig latenH7604, totdatH5704 Hij u verdoeH6.En het zal de vrucht uwer beesten, en de vrucht uws lands opeten, totdat gij verdelgd zult zijn; hetwelk u geen koren, most noch olie, voortzetting uwer koeien noch kudden van uw klein vee zal overig laten, totdat Hij u verdoe.
KJVAnd he shall eat1the fruit2of thy cattle,3and the fruit4of thy land,5until thou be destroyed:7which also shall not leave10thee either corn,12wine,13or oil,14or the increase15of thy kine,16or flocks17of thy sheep,18until he have destroyed
1וְ֠אָכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2פְּרִ֨יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward3בְהֶמְתְּךָ֥H929beesten, vee, beestbeast, cattle4וּפְרִֽיH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward5אַדְמָתְךָ֮H127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land6עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7הִשָּֽׁמְדָךְ֒H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יַשְׁאִ֜ירH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest11לְךָ֗12דָּגָן֙H1715koren, koorn, korenscorn (floor), wheat13תִּיר֣וֹשׁH8492most(new, sweet) wine14וְיִצְהָ֔רH3323olie, olietakken[phrase] anointed oil15שְׁגַ֥רH7698voortzetting, vruchtthat cometh of, increase16אֲלָפֶ֖יךָH504koeien, ossen, duizendfamily, kine, oxen17וְעַשְׁתְּרֹ֣תH6251kuddenflock18צֹאנֶ֑ךָH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)19עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet20הַאֲבִיד֖וֹH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee21אֹתָֽךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
52En het zal u beangstigen in al uw poorten, totdat uw hoge en vaste muren nedervallen, op welke gij vertrouwdet in uw ganse land; ja, het zal u beangstigen in al uw poorten, in uw ganse land, dat u de HEERE, uw God, gegeven heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52En het zal u beangstigenH6887 in alH3605 uw poortenH8179, totdatH5704 uw hogeH1364 en vasteH1219murenH2346nedervallenH3381, op welkeH834gijH859vertrouwdetH982 in uw ganseH3605landH776; ja, het zal u beangstigenH6887 in alH3605 uw poortenH8179, in uw ganseH3605landH776, datH834 u de HEEREH3068, uw GodH430, gegevenH5414 heeft.En het zal u beangstigen in al uw poorten, totdat uw hoge en vaste muren nedervallen, op welke gij vertrouwdet in uw ganse land; ja, het zal u beangstigen in al uw poorten, in uw ganse land, dat u de HEERE, uw God, gegeven heeft.
KJVAnd he shall besiege1thee in all thy gates,4until thy high8and fenced9walls7come down,6whereinthou trustedst,12throughout all thy land:15and he shall besiege16thee in all thy gates19throughout all thy land,21which the LORD24thy God25hath given
1וְהֵצַ֨רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex2לְךָ֜3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4שְׁעָרֶ֗יךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)5עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6רֶ֤דֶתH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7חֹמֹתֶ֨יךָ֙H2346muur, muren, muurswall, walled8הַגְּבֹה֣וֹתH1364hogen, hoge, hooghaughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly9וְהַבְּצֻר֔וֹתH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12בֹּטֵ֥חַH982vertrouwt, vertrouwen, vertrouwbe bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust13בָּהֵ֖ן14בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אַרְצֶ֑ךָH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16וְהֵצַ֤רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex17לְךָ֙18בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19שְׁעָרֶ֔יךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)20בְּכָ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21אַרְצְךָ֔H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world22אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23נָתַ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield24יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)25אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty26לָֽךְ
53En gij zult eten de vrucht uws buiks, het vlees uwer zonen en uwer dochteren, die u de HEERE, uw God, gegeven zal hebben; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijanden u zullen benauwen
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53En gij zult etenH398 de vruchtH6529 uws buiksH990, het vleesH1320 uwer zonenH1121 en uwer dochterenH1323, dieH834 u de HEEREH3068, uw GodH430, gegevenH5414 zal hebben; in de belegeringH4692 en in de benauwingH4689, waarmede uw vijandenH341 u zullen benauwenH6693En gij zult eten de vrucht uws buiks, het vlees uwer zonen en uwer dochteren, die u de HEERE, uw God, gegeven zal hebben; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijanden u zullen benauwen
KJVAnd thou shalt eat1the fruit2of thine own body,3the flesh4of thy sons5and of thy daughters,6which the LORD10thy God11hath given8thee, in the siege,12and in the straitness,13wherewith thine enemies17shall distress
1וְאָכַלְתָּ֣H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2פְרִֽיH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward3בִטְנְךָ֗H990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb4בְּשַׂ֤רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin5בָּנֶ֨יךָ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וּבְנֹתֶ֔יךָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נָֽתַןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לְךָ֖10יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12בְּמָצוֹר֙H4692belegering, vaste, bolwerkbesieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower13וּבְמָצ֔וֹקH4689benauwing, angst, benauwdanguish, distress, straitness14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יָצִ֥יקH6693benauwen, beangstigen, benauwersconstrain, distress, lie sore, (op-) press(-or), straiten16לְךָ֖17אֹיְבֶֽךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
54Aangaande den man, die teder onder u, en die zeer wellustig geweest is, zijn oog zal kwaad zijn tegen zijn broeder en tegen de huisvrouw zijns schoots, en tegen zijn overige zonen, die hij overgehouden zal hebben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54Aangaande den manH376, die tederH7390 onder u, en die zeerH3966wellustigH6028 geweest is, zijn oogH5869 zal kwaadH3415 zijn tegen zijn broederH251 en tegen de huisvrouwH802 zijns schootsH2436, en tegen zijn overigeH3499zonenH1121, dieH834 hij overgehoudenH3498 zal hebben;Aangaande den man, die teder onder u, en die zeer wellustig geweest is, zijn oog zal kwaad zijn tegen zijn broeder en tegen de huisvrouw zijns schoots, en tegen zijn overige zonen, die hij overgehouden zal hebben;
KJVSo that the man1that is tender2among you, and very5delicate,4his eye7shall be eviltoward his brother,8and toward the wife9of his bosom,10and toward the remnant11of his children12which he shall leave:
1הָאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2הָרַ֣ךְH7390teder, tedere, tederenfaint((-hearted), soft, tender ((-hearted), one), weak3בְּךָ֔4וְהֶעָנֹ֖גH6028wellustige, wellustigdelicate5מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well6תֵּרַ֨עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse7עֵינ֤וֹH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8בְאָחִיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9וּבְאֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10חֵיק֔וֹH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within11וּבְיֶ֥תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with12בָּנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יוֹתִֽירH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
55Dat hij niet aan een van die zal geven van het vlees zijner zonen, die hij eten zal, omdat hij voor zich niets heeft overgehouden; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u in al uw poorten zal benauwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55Dat hij niet aan eenH259 van die zal gevenH5414 van het vleesH1320 zijner zonenH1121, dieH834 hij etenH398 zal, omdat hij voor zich niets heeft overgehoudenH7604; in de belegeringH4692 en in de benauwingH4689, waarmede uw vijandH341 u in alH3605 uw poortenH8179 zal benauwenH6693.Dat hij niet aan een van die zal geven van het vlees zijner zonen, die hij eten zal, omdat hij voor zich niets heeft overgehouden; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u in al uw poorten zal benauwen.
KJVSo that he will not give1to any2of them of the flesh4of his children5whom he shall eat:7because he hath nothing left9him in the siege,12and in the straitness,13wherewith thine enemies17shall distress15thee in all thy gates.
1מִתֵּ֣תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לְאַחַ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3מֵהֶ֗ם4מִבְּשַׂ֤רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin5בָּנָיו֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יֹאכֵ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8מִבְּלִ֥יH1097iemand, alsof, onwetendecorruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without9הִשְׁאִֽירH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest10ל֖וֹ11כֹּ֑לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12בְּמָצוֹר֙H4692belegering, vaste, bolwerkbesieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower13וּבְמָצ֔וֹקH4689benauwing, angst, benauwdanguish, distress, straitness14אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יָצִ֥יקH6693benauwen, beangstigen, benauwersconstrain, distress, lie sore, (op-) press(-or), straiten16לְךָ֛17אֹיִבְךָ֖H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe18בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19שְׁעָרֶֽיךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)
56Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn tegen den man haars schoots, en tegen haar zoon, en tegen haar dochter;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
56Aangaande de tedereH7390 en wellustigeH6028 vrouw onder u, dieH834nietH3808verzochtH5254 heeft haar voetzoolH3709opH5921 de aardeH776 te zettenH3322, omdat zij zich wellustigH6026 en tederH7391 hield; haar oogH5869 zal kwaadH3415 zijn tegen den manH376 haars schootsH2436, en tegen haar zoonH1121, en tegen haar dochterH1323;Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn tegen den man haars schoots, en tegen haar zoon, en tegen haar dochter;
KJVThe tender1and delicate3woman among you, which would not adventure6to set9the sole7of her foot8upon the ground11for delicateness12and tenderness,13her eye15shall be eviltoward the husband16of her bosom,17and toward her son,18and toward her daughter,
1הָרַכָּ֨הH7390teder, tedere, tederenfaint((-hearted), soft, tender ((-hearted), one), weak2בְךָ֜3וְהָעֲנֻגָּ֗הH6028wellustige, wellustigdelicate4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6נִסְּתָ֤הH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try7כַףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon8רַגְלָהּ֙H7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time9הַצֵּ֣גH3322stelden, gesteld, steldeestablish, leave, make, present, put, set, stay10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מֵהִתְעַנֵּ֖גH6026verlustigen, lustig, verlustendelicate(-ness), (have) delight (self), sport self13וּמֵרֹ֑ךְH7391tedertenderness14תֵּרַ֤עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse15עֵינָהּ֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16בְּאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17חֵיקָ֔הּH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within18וּבִבְנָ֖הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19וּבְבִתָּֽהּH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
57En dat om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal zijn, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal hen eten in het verborgene, vermits gebrek van alles; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u zal benauwen in uw poorten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
57En dat om haar nageboorteH7988, dieH834 van tussenH996 haar voetenH7272uitgegaanH3318 zal zijn, en om haar zonenH1121, dieH834 zij gebaardH3205 zal hebben; wantH3588 zij zal hen etenH398 in het verborgeneH5643, vermits gebrekH2640 van allesH3605; in de belegeringH4692 en in de benauwingH4689, waarmede uw vijandH341 u zal benauwenH6693 in uw poortenH8179.En dat om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal zijn, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal hen eten in het verborgene, vermits gebrek van alles; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u zal benauwen in uw poorten.
KJVAnd toward her young one1that cometh out2from between her feet,4and toward her children5which she shall bear:7for she shall eat9them for want10of all things secretly12in the siege13and straitness,14wherewith thine enemy18shall distress16thee in thy gates.
1וּֽבְשִׁלְיָתָ֞הּH7988nageboorteyoung one2הַיּוֹצֵ֣תH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3מִבֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within4רַגְלֶ֗יהָH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time5וּבְבָנֶ֨יהָ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7תֵּלֵ֔דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9תֹאכְלֵ֥םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10בְּחֹֽסֶרH2640gebrekin want of11כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12בַּסָּ֑תֶרH5643verborgene, schuilplaats, verborgenbackbiting, covering, covert, [idiom] disguise(-th), hiding place, privily, protection, secret(-ly, place)13בְּמָצוֹר֙H4692belegering, vaste, bolwerkbesieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower14וּבְמָצ֔וֹקH4689benauwing, angst, benauwdanguish, distress, straitness15אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16יָצִ֥יקH6693benauwen, beangstigen, benauwersconstrain, distress, lie sore, (op-) press(-or), straiten17לְךָ֛18אֹיִבְךָ֖H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe19בִּשְׁעָרֶֽיךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)
58Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden dezer wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen dezen heerlijken en vreselijken Naam den HEERE uw God;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
58IndienH518 gij nietH3808 zult waarnemenH8104 te doenH6213alH3605 de woordenH1697 dezer wetH8451, die in dit boekH5612geschrevenH3789 zijn, om te vrezenH3372 dezen heerlijkenH3513 en vreselijkenH3372NaamH8034 den HEEREH3068 uw GodH430;Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden dezer wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen dezen heerlijken en vreselijken Naam den HEERE uw God;
KJVIf thou wilt not observe3to do4all the words7of this law8that are written10in this book,11that thou mayest fear13this glorious16and fearful17name,15THE LORD20THY GOD;
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִשְׁמֹ֜רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)4לַעֲשׂ֗וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7דִּבְרֵי֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8הַתּוֹרָ֣הH8451wet, wetten, leerlaw9הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10הַכְּתוּבִ֖יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)11בַּסֵּ֣פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll12הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13לְ֠יִרְאָהH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַשֵּׁ֞םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report16הַנִּכְבָּ֤דH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop17וְהַנּוֹרָא֙H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)18הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)19אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
59Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, mitsgaders de plagen van uw zaad; het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse krankten zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
59Zo zal de HEEREH3068 uw plagenH4347wonderlijkH6381 maken, mitsgaders de plagenH4347 van uw zaadH2233; het zullen groteH1419 en gewisseH539plagenH4347, en bozeH7451 en gewisseH539kranktenH2483 zijn.Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, mitsgaders de plagen van uw zaad; het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse krankten zijn.
KJVThen the LORD2will make1thy plagues4wonderful,and the plagues6of thy seed,7even great9plagues,8and of long continuance,10and sore12sicknesses,11and of long continuance.
1וְהִפְלָ֤אH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַכֹּ֣תְךָ֔H4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)5וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מַכּ֣וֹתH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)7זַרְעֶ֑ךָH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time8מַכּ֤וֹתH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)9גְּדֹלוֹת֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very10וְנֶ֣אֱמָנ֔וֹתH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right11וָחֳלָיִ֥םH2483krankheid, krankheden, krankdisease, grief, (is) sick(-ness)12רָעִ֖יםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13וְנֶאֱמָנִֽיםH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right
60En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, voor dewelke gij gevreesd hebt, en zij zullen u aanhangen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
60En Hij zal op u doen kerenH7725alleH3605kwalenH4064 van EgypteH4714, voorH6440dewelkeH834 gij gevreesdH3025 hebt, en zij zullen u aanhangenH1692.En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, voor dewelke gij gevreesd hebt, en zij zullen u aanhangen.
KJVMoreover he will bring1upon thee all the diseases5of Egypt,6which thou wast afraid8of;9and they shall cleave
1וְהֵשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2בְּךָ֗3אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מַדְוֵ֣הH4064kwalen, ziektendisease6מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יָגֹ֖רְתָּH3025gevreesd, schroom, schroomdebe afraid, fear9מִפְּנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וְדָבְק֖וּH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take11בָּֽךְ
61Ook alle krankte, en alle plage, die in het boek dezer wet niet geschreven is, zal de HEERE over u doen komen, totdat gij verdelgd wordt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
61OokH1571 alle krankteH2483, en alleH3605plageH4347, dieH834 in het boekH5612 dezer wetH8451nietH3808geschrevenH3789 is, zal de HEEREH3068overH5921 u doen komenH5927, totdatH5704 gij verdelgdH8045 wordt.Ook alle krankte, en alle plage, die in het boek dezer wet niet geschreven is, zal de HEERE over u doen komen, totdat gij verdelgd wordt.
KJVAlso every sickness,3and every plague,5which is not written8in the book9of this law,10them will the LORD13bring12upon thee, until thou be destroyed.
1גַּ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3חֳלִי֙H2483krankheid, krankheden, krankdisease, grief, (is) sick(-ness)4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מַכָּ֔הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)6אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8כָת֔וּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)9בְּסֵ֖פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll10הַתּוֹרָ֣הH8451wet, wetten, leerlaw11הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus12יַעְלֵ֤םH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14עָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הִשָּׁמְדָֽךְH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly
62En gij zult met weinige mensen overgelaten worden, in plaats dat gij geweest zijt als de sterren des hemels in menigte; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam geweest zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
62En gij zult met weinigeH4592mensenH4962overgelatenH7604 worden, in plaatsH834 dat gij geweestH1961 zijt als de sterrenH3556 des hemelsH8064 in menigteH7230; omdatH3588 gij der stemH6963 des HEERENH3068, uws GodsH430, nietH3808gehoorzaamH8085 geweest zijt.En gij zult met weinige mensen overgelaten worden, in plaats dat gij geweest zijt als de sterren des hemels in menigte; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam geweest zijt.
KJVAnd ye shall be left1few3in number,2whereas5ye were as the stars7of heaven8for multitude;9because thou wouldest not obey12the voice13of the LORD14thy God.
1וְנִשְׁאַרְתֶּם֙H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest2בִּמְתֵ֣יH4962lieden, mannen, mensen[phrase] few, [idiom] friends, men, persons, [idiom] small3מְעָ֔טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very4תַּ֚חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הֱיִיתֶ֔םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7כְּכוֹכְבֵ֥יH3556sterren, sterstar(-gazer)8הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9לָרֹ֑בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12שָׁמַ֔עְתָּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13בְּק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell14יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
63En het zal geschieden, gelijk als de HEERE Zich over ulieden verblijdde, u goed doende en u vermenigvuldigende, alzo zal Zich de HEERE over u verblijden, u verdoende en u verdelgende; en gij zult uitgerukt worden uit het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
63En het zal geschiedenH1961, gelijk als de HEEREH3068 Zich overH5921 ulieden verblijddeH7797, u goedH3190 doende en u vermenigvuldigendeH7235, alzoH3651 zal Zich de HEEREH3068overH5921 u verblijdenH7797, u verdoende en u verdelgendeH8045; en gij zult uitgeruktH5255 worden uit het landH127, waar gijH859 naar toe gaat, om datH834 te ervenH3423.En het zal geschieden, gelijk als de HEERE Zich over ulieden verblijdde, u goed doende en u vermenigvuldigende, alzo zal Zich de HEERE over u verblijden, u verdoende en u verdelgende; en gij zult uitgerukt worden uit het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
Ook in dit vers
erdoendeH6
KJVAnd it shall come to pass, that as the LORD4rejoiced3over you to do you good,6and to multiply8you; so the LORD12will rejoice11over you to destroy14you, and to bring you to nought;16and ye shall be plucked18from off the land20whither thou goest23to possess
1וְ֠הָיָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3שָׂ֨שׂH7797vrolijk, verblijden, Wees vrolijkbe glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice4יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עֲלֵיכֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6לְהֵיטִ֣יבH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)7אֶתְכֶם֮H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8וּלְהַרְבּ֣וֹתH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very9אֶתְכֶם֒H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11יָשִׂ֤ישׂH7797vrolijk, verblijden, Wees vrolijkbe glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13עֲלֵיכֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14לְהַאֲבִ֥ידH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee15אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16וּלְהַשְׁמִ֣ידH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly17אֶתְכֶ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18וְנִסַּחְתֶּם֙H5255uitgerukt, afrukken, uitrukkendestroy, pluck, root19מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20הָֽאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land21אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you23בָאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way24שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither25לְרִשְׁתָּֽהּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly
64En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
64En de HEEREH3068 zal u verstrooienH6327 onder alleH3605volkenH5971, van het ene eindeH7097 der aarde tot aan het andere eindeH7097 der aarde; en aldaarH8033 zult gij andere godenH430dienenH5647, dieH834 gij nietH3808gekendH3045 hebt, noch uw vadersH1, houtH6086 en steenH68.En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.
Ook in dit vers
aardeH312
aardeH776
KJVAnd the LORD2shall scatter1thee among all people,4from the one end5of the earth6even unto the other;8and there thou shalt serve10other13gods,12which neither thou nor thy fathers18have known,16even wood19and stone.
1וֶהֱפִֽיצְךָ֤H6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָ֣עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5מִקְצֵ֥הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)6הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8קְצֵ֣הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)9הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10וְעָבַ֨דְתָּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,11שָּׁ֜םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither12אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13אֲחֵרִ֗יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange14אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יָדַ֛עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot17אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you18וַאֲבֹתֶ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'19עֵ֥ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood20וָאָֽבֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
65Daartoe zult gij onder dezelve volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der ogen, en mattigheid der ziel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
65Daartoe zult gij onder dezelveH1992volkenH1471nietH3808stilH7280zijnH1961, en uw voetzoolH3709 zal geenH3808rustH4494 hebben; want de HEEREH3068 zal u aldaarH8033 een bevendH7268hartH3820gevenH5414, en bezwijkingH3631 der ogenH5869, en mattigheidH1671 der zielH5315.Daartoe zult gij onder dezelve volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der ogen, en mattigheid der ziel.
KJVAnd among these2nations1shalt thou find no ease,4neither shall the sole8of thy foot9have rest:7but the LORD11shall give10thee there a trembling15heart,14and failing16of eyes,17and sorrow18of mind:
1וּבַגּוֹיִ֤םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people2הָהֵם֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תַרְגִּ֔יעַH7280klieft, ogenblik, gekliefdbreak, divide, find ease, be a moment, (cause, give, make to) rest, make suddenly5וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7מָנ֖וֹחַH4494rust, rustplaats(place of) rest8לְכַףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon9רַגְלֶ֑ךָH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time10וְנָתַן֩H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12לְךָ֥13שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom15רַגָּ֔זH7268bevendtrembling16וְכִלְי֥וֹןH3631bezwijking, verdelgingconsumption, failing17עֵינַ֖יִםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)18וְדַֽאֲב֥וֹןH1671mattigheidsorrow19נָֽפֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
66En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
66En uw levenH2416 zal tegenoverH5048 u hangenH8511; en gij zult nachtH3915 en dagH3119schrikkenH6342, en gij zult van uw levenH2416nietH3808zekerH539zijnH1961.En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.
KJVAnd thy life2shall hang3in doubt before5thee; and thou shalt fear6day8and night,7and shalt have none assurance10of thy life:
1וְהָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2חַיֶּ֔יךָH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3תְּלֻאִ֥יםH8511hangen, opgehangenbe bent, hang (in doubt)4לְךָ֖5מִנֶּ֑גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view6וּפָֽחַדְתָּ֙H6342vervaard, vrezen, schrikkenbe afraid, stand in awe, (be in) fear, make to shake7לַ֣יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8וְיוֹמָ֔םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תַאֲמִ֖יןH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right11בְּחַיֶּֽיךָH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
67Des morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware; en des avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware; vermits den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vermits het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
67Des morgensH1242 zult gij zeggenH559: Och, dat het avondH6153wareH5414; en des avondsH6153 zult gij zeggenH559: Och, dat het morgenH1242wareH5414; vermits den schrikH6343 uws hartenH3824, waarmede gij zult verschriktH6342 zijn, en vermits het gezichtH4758 uwer ogenH5869, datH834 gij zienH7200 zult.Des morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware; en des avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware; vermits den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vermits het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
Ook in dit vers
OchH4310
KJVIn the morning1thou shalt say,2Would God it were4even!5and at even6thou shalt say,7Would God it were9morning!10for the fear11of thine heart12wherewith thou shalt fear,14and for the sight15of thine eyes16which thou shalt see.
1בַּבֹּ֤קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow2תֹּאמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3מִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God4יִתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5עֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night6וּבָעֶ֥רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night7תֹּאמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8מִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God9יִתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10בֹּ֑קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow11מִפַּ֤חַדH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror12לְבָֽבְךָ֙H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14תִּפְחָ֔דH6342vervaard, vrezen, schrikkenbe afraid, stand in awe, (be in) fear, make to shake15וּמִמַּרְאֵ֥הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision16עֵינֶ֖יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18תִּרְאֶֽהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
68En de HEERE zal u naar Egypte doen wederkeren in schepen, door een weg, waarvan ik u gezegd heb: Gij zult dien niet meer zien; en aldaar zult gij u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar er zal geen koper zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
68En de HEEREH3068 zal u naar EgypteH4714 doen wederkerenH7725 in schepenH591, door een wegH1870, waarvan ik u gezegdH559 heb: Gij zult dienH834 niet meerH5750zienH7200; en aldaarH8033 zult gij u aan uw vijandenH341willen verkopenH4376 tot dienstknechtenH5650 en tot dienstmaagdenH8198; maar er zal geen koperH7069 zijn.En de HEERE zal u naar Egypte doen wederkeren in schepen, door een weg, waarvan ik u gezegd heb: Gij zult dien niet meer zien; en aldaar zult gij u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar er zal geen koper zijn.
KJVAnd the LORD2shall bring1thee into Egypt3againwith ships,4by the way5whereof I spake7unto thee, Thou shalt see12it no more again:10and there ye shall be sold13unto your enemies15for bondmen16and bondwomen,17and no man shall buy
1וֶֽהֱשִֽׁיבְךָ֨H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3מִצְרַיִם֮H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4בָּאֳנִיּוֹת֒H591schepen, schipship(-men)5בַּדֶּ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אָמַ֣רְתִּֽיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לְךָ֔9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תֹסִ֥יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield11ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)12לִרְאֹתָ֑הּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13וְהִתְמַכַּרְתֶּ֨םH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)14שָׁ֧םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither15לְאֹיְבֶ֛יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe16לַעֲבָדִ֥יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant17וְלִשְׁפָח֖וֹתH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant18וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)19קֹנֶֽהH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 28:1— En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde.Exodus 23:22→Leviticus 26:3→Exodus 15:26→Jesaja 1:19→Deuteronomium 7:12→Deuteronomium 11:13→Lukas 11:28→Johannes 15:14→
Deuteronomium 28:2— En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn.Zacharia 1:6→Deuteronomium 28:15→Deuteronomium 28:45→1 Timotheüs 4:8→
Deuteronomium 28:3— Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld.Genesis 39:5→Jesaja 65:21→Psalmen 144:12→Zacharia 8:3→Hagai 2:19→Psalmen 107:36→Genesis 26:12→Amos 9:13→
Deuteronomium 28:4— Gezegend zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, en de vrucht uwer beesten, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.Genesis 49:25→Deuteronomium 7:13→Spreuken 10:22→1 Timotheüs 4:8→Leviticus 26:9→Psalmen 107:38→Genesis 22:17→Psalmen 128:3→
Deuteronomium 28:6— Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.Psalmen 121:8→Deuteronomium 31:2→2 Kronieken 1:10→2 Samuël 3:25→Numeri 27:17→
Deuteronomium 28:7— De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden.2 Samuël 22:38→Deuteronomium 28:25→Leviticus 26:7→2 Kronieken 20:22→1 Samuël 7:3→2 Kronieken 31:20→2 Kronieken 14:2→Jozua 8:22→
Deuteronomium 28:8— De HEERE zal den zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.Deuteronomium 15:10→Leviticus 25:21→Spreuken 3:9→Psalmen 133:3→Leviticus 26:10→Lukas 12:18→Maleachi 3:10→Leviticus 26:4→
Deuteronomium 28:9— De HEERE zal u Zichzelven tot een heilig volk bevestigen, gelijk als Hij u gezworen heeft, wanneer gij de geboden des HEEREN, uws Gods, zult houden, en in Zijn wegen wandelen.Exodus 19:5→Deuteronomium 13:17→Deuteronomium 26:18→Deuteronomium 7:6→1 Petrus 5:10→Jesaja 1:26→Deuteronomium 7:8→Genesis 17:7→
Deuteronomium 28:10— En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen.2 Kronieken 7:14→Deuteronomium 11:25→Numeri 6:27→1 Samuël 18:12→Exodus 12:33→1 Samuël 18:28→Maleachi 3:12→Jesaja 63:19→
Deuteronomium 28:11— En de HEERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands; op het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.Deuteronomium 30:9→Spreuken 10:22→Deuteronomium 28:4→Psalmen 132:11→Leviticus 26:9→Job 19:17→
Deuteronomium 28:12— De HEERE zal u opendoen Zijn goeden schat, den hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, en om te zegenen al het werk uwer hand; en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet ontlenen.Deuteronomium 15:6→Deuteronomium 14:29→Deuteronomium 11:14→Leviticus 26:4→Joël 2:23→Psalmen 65:9→Spreuken 22:7→Deuteronomium 15:10→
Deuteronomium 28:13— En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, en gij zult alleenlijk boven zijn, en niet onder zijn; wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede te houden en te doen;Deuteronomium 28:1→Deuteronomium 4:6→Jesaja 9:14→
Deuteronomium 28:14— En gij niet afwijken zult van al de woorden, die ik ulieden heden gebiede, ter rechterhand of ter linkerhand, dat gij andere goden nawandelt, om hen te dienen.Deuteronomium 5:32→Deuteronomium 11:16→Spreuken 4:26→Jozua 23:6→Jesaja 30:21→2 Koningen 22:2→Deuteronomium 11:26→
Deuteronomium 28:15— Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.Maleachi 2:2→Deuteronomium 28:2→Jozua 23:15→Klaagliederen 2:17→Galaten 3:10→Romeinen 2:8→Deuteronomium 29:20→Deuteronomium 27:15→
Deuteronomium 28:16— Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt zult gij zijn in het veld.Maleachi 3:9→Jeremia 14:18→Jeremia 26:6→Klaagliederen 4:1→Deuteronomium 28:3→Joël 1:4→Jeremia 44:22→Klaagliederen 2:11→
Deuteronomium 28:17— Vervloekt zal zijn uw korf, en uw baktrog.Deuteronomium 28:5→Lukas 16:25→Maleachi 2:2→Spreuken 1:32→Psalmen 69:22→Zacharia 5:3→Hagai 1:6→
Deuteronomium 28:18— Vervloekt zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.Deuteronomium 28:4→Maleachi 2:3→Job 18:16→Leviticus 26:26→Deuteronomium 28:16→Psalmen 109:9→Lukas 23:29→Klaagliederen 2:11→
Deuteronomium 28:19— Vervloekt zult gij zijn in uw ingaan, en vervloekt zult gij zijn in uw uitgaan.Deuteronomium 28:6→2 Kronieken 15:5→Richteren 5:6→
Deuteronomium 28:20— De HEERE zal onder u zenden den vloek, de verstoring en het verderf, in alles, waaraan gij uw hand slaat, dat gij doen zult; totdat gij verdelgd wordt, en totdat gij haastelijk omkomt, vanwege de boosheid uwer werken, waarmede gij Mij verlaten hebt.Jesaja 66:15→Maleachi 2:2→Jesaja 51:20→Deuteronomium 4:26→Jesaja 30:17→Jozua 23:16→Leviticus 26:31→Zacharia 14:12→
Deuteronomium 28:21— De HEERE zal u de pestilentie doen aankleven, totdat Hij u verdoe van het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.Leviticus 26:25→Jeremia 24:10→Numeri 14:12→Numeri 25:9→Mattheüs 26:7→Jeremia 21:6→Jeremia 16:4→Jeremia 15:2→
Deuteronomium 28:22— De HEERE zal u slaan met tering, en met koorts, en met vurigheid, en met hitte, en met droogte, en met brandkoren, en met honigdauw, die u vervolgen zullen, totdat gij omkomt.Leviticus 26:16→Amos 4:9→1 Koningen 8:37→Hagai 2:17→2 Kronieken 6:28→Jeremia 14:12→
Deuteronomium 28:23— En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn.Leviticus 26:19→1 Koningen 18:2→Amos 4:7→1 Koningen 17:1→Jeremia 14:1→
Deuteronomium 28:24— De HEERE, uw God, zal pulver en stof tot regen uws lands geven; van den hemel zal het op u nederdalen, totdat gij verdelgd wordt.Deuteronomium 28:12→Amos 4:11→Job 18:15→Jesaja 5:24→Genesis 19:24→
Deuteronomium 28:25— De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden.Jesaja 30:17→Ezechiël 23:46→Deuteronomium 28:7→Jeremia 24:9→Leviticus 26:17→Deuteronomium 32:30→Lukas 21:24→Jeremia 29:18→
Deuteronomium 28:26— En uw dood lichaam zal aan alle gevogelte des hemels, en aan de beesten der aarde tot spijze zijn; en niemand zal ze afschrikken.Jeremia 16:4→Jeremia 34:20→Jeremia 7:33→Jeremia 19:7→Ezechiël 39:17→Jeremia 8:1→Jesaja 34:3→1 Samuël 17:44→
Deuteronomium 28:27— De HEERE zal u slaan met zweren van Egypte, en met spenen, en met droge schurft, en met krauwsel, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden.1 Samuël 5:6→Leviticus 21:20→Exodus 9:9→Exodus 15:26→Deuteronomium 28:35→Leviticus 13:2→1 Samuël 5:12→1 Samuël 5:9→
Deuteronomium 28:28— De HEERE zal u slaan met onzinnigheid, en met blindheid, en met verbaasdheid des harten;Psalmen 60:3→Jesaja 19:11→Jesaja 6:9→1 Samuël 16:14→Handelingen 13:41→Jesaja 43:19→Ezechiël 4:17→2 Thessalonicenzen 2:9→
Deuteronomium 28:29— Dat gij op den middag zult omtasten, gelijk als een blinde omtast in het donkere, en uw wegen niet zult voorspoedig maken; maar gij zult alleenlijk verdrukt en beroofd zijn alle dagen, en er zal geen verlosser zijn.Jesaja 59:10→Job 5:14→Richteren 13:1→Richteren 4:2→Richteren 3:14→Psalmen 106:40→Richteren 10:8→Richteren 6:1→
Deuteronomium 28:30— Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar dien niet gemeen maken.Amos 5:11→Jeremia 8:10→Job 31:10→Micha 6:15→Klaagliederen 5:2→Deuteronomium 20:6→Sefanja 1:13→Jeremia 12:13→
Deuteronomium 28:31— Uw os zal voor uw ogen geslacht worden, maar gij zult daarvan niet eten; uw ezel zal van voor uw aangezicht geroofd worden, en tot u niet wederkeren; uw klein vee zal aan uw vijanden gegeven worden, en voor u zal geen verlosser zijn.Job 1:14→Richteren 6:1→
Deuteronomium 28:32— Uw zonen en uw dochteren zullen aan een ander volk gegeven worden, dat het uw ogen aanzien, en naar hen bezwijken den gansen dag; maar het zal in het vermogen uwer hand niet zijn.Deuteronomium 28:41→2 Kronieken 29:9→Joël 3:6→Jeremia 15:7→Amos 5:27→Micha 4:10→Klaagliederen 2:11→Jesaja 38:14→
Deuteronomium 28:33— De vrucht van uw land en al uw arbeid zal een volk eten, dat gij niet gekend hebt; en gij zult alle dagen alleenlijk verdrukt en gepletterd zijn.Jeremia 5:17→Jesaja 1:7→Jeremia 4:17→Leviticus 26:16→Jeremia 8:16→Deuteronomium 28:51→Deuteronomium 28:29→Jeremia 5:15→
Deuteronomium 28:34— En gij zult onzinnig zijn, vanwege het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.Jeremia 25:15→Deuteronomium 28:28→Jesaja 33:14→Openbaring 16:10→Deuteronomium 28:68→
Deuteronomium 28:35— De HEERE zal u slaan met boze zweren, aan de knieen en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel.Deuteronomium 28:27→Jesaja 3:24→Jesaja 3:17→Job 2:6→Jesaja 1:6→
Deuteronomium 28:36— De HEERE zal u, mitsgaders uw koning, dien gij over u zult gesteld hebben, doen gaan tot een volk, dat gij niet gekend hebt, noch uw vaderen; en aldaar zult gij dienen andere goden, hout en steen.Deuteronomium 4:28→Jeremia 16:13→2 Koningen 25:11→2 Kronieken 36:20→2 Kronieken 36:6→2 Kronieken 36:17→Deuteronomium 28:64→2 Kronieken 33:11→
Deuteronomium 28:37— En gij zult zijn tot een schrik, tot een spreekwoord en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal.1 Koningen 9:7→Jeremia 24:9→Jeremia 25:9→2 Kronieken 7:20→Zacharia 8:13→Deuteronomium 29:22→Deuteronomium 28:28→Psalmen 44:13→
Deuteronomium 28:38— Gij zult veel zaads op den akker uitbrengen, maar gij zult weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren.Hagai 1:6→Micha 6:15→Joël 1:4→Joël 2:25→Amos 7:1→Joël 2:3→Amos 4:9→Jesaja 5:10→
Deuteronomium 28:39— Wijngaarden zult gij planten, en bouwen, maar gij zult geen wijn drinken, noch iets vergaderen; want de worm zal het afeten.Jona 4:7→Joël 2:2→Joël 1:4→Jesaja 17:10→Jesaja 5:10→
Deuteronomium 28:40— Olijfbomen zult gij hebben in al uw landpalen, maar gij zult u met olie niet zalven; want uw olijfboom zal zijn vrucht afwerpen.Micha 6:15→Psalmen 23:5→Psalmen 104:15→
Deuteronomium 28:41— Zonen en dochteren zult gij gewinnen, maar zij zullen voor u niet zijn; want zij zullen in gevangenis gaan.Deuteronomium 28:32→Klaagliederen 1:5→2 Koningen 24:14→
Deuteronomium 28:42— Al uw geboomte, en de vrucht uws lands zal het boos gewormte erfelijk bezitten.Amos 7:1→Deuteronomium 28:38→
Deuteronomium 28:43— De vreemdeling, die in het midden van u is, zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag nederdalen.Deuteronomium 28:13→Richteren 15:11→1 Samuël 13:19→Richteren 2:3→2 Koningen 17:20→Richteren 4:2→2 Koningen 17:23→2 Koningen 24:14→
Deuteronomium 28:44— Hij zal u lenen, maar gij zult hem niet lenen; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn.Deuteronomium 28:12→Klaagliederen 1:5→
Deuteronomium 28:45— En al deze vloeken zullen over u komen, en u vervolgen, en u treffen, totdat gij verdelgd wordt; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn, om te houden Zijn geboden en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.Deuteronomium 28:15→Ezechiël 14:21→Jeremia 7:22→Psalmen 119:21→Spreuken 13:21→Jesaja 65:14→Deuteronomium 11:27→Leviticus 26:28→
Deuteronomium 28:46— En zij zullen onder u tot een teken, en tot een wonder zijn, ja, onder uw zaad tot in eeuwigheid.Jesaja 8:18→Ezechiël 14:8→1 Korinthe 10:11→Deuteronomium 29:28→Deuteronomium 28:37→Jeremia 19:8→Jeremia 25:18→Ezechiël 36:20→
Deuteronomium 28:47— Omdat gij den HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid des harten, vanwege de veelheid van alles;Deuteronomium 12:7→Nehemia 9:35→1 Timotheüs 6:17→Deuteronomium 32:13→Deuteronomium 16:11→
Deuteronomium 28:48— Zo zult gij uw vijanden, die de HEERE onder u zenden zal, dienen, in honger en in dorst, en in naaktheid, en in gebrek van alles; en Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, totdat Hij u verdelge.Jeremia 28:13→Jeremia 27:12→Mattheüs 11:29→Ezechiël 17:12→Jeremia 44:17→Ezechiël 17:3→Ezechiël 4:16→2 Kronieken 12:8→
Deuteronomium 28:49— De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, gelijk als een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan;Klaagliederen 4:19→Hosea 8:1→Jeremia 48:40→Jesaja 5:26→Jeremia 49:22→Ezechiël 17:12→Ezechiël 17:3→Jeremia 5:15→
Deuteronomium 28:50— Een volk, stijf van aangezicht, dat het aangezicht des ouden niet zal aannemen, noch den jonge genadig zijn.Jesaja 47:6→2 Kronieken 36:17→Daniël 8:23→Spreuken 7:13→Lukas 19:44→Daniël 7:7→Prediker 8:1→Hosea 13:16→
Deuteronomium 28:51— En het zal de vrucht uwer beesten, en de vrucht uws lands opeten, totdat gij verdelgd zult zijn; hetwelk u geen koren, most noch olie, voortzetting uwer koeien noch kudden van uw klein vee zal overig laten, totdat Hij u verdoe.Deuteronomium 28:33→Jesaja 62:8→Jesaja 1:7→Jeremia 17:3→Ezechiël 12:19→Jeremia 15:13→Habakuk 3:16→Leviticus 26:26→
Deuteronomium 28:52— En het zal u beangstigen in al uw poorten, totdat uw hoge en vaste muren nedervallen, op welke gij vertrouwdet in uw ganse land; ja, het zal u beangstigen in al uw poorten, in uw ganse land, dat u de HEERE, uw God, gegeven heeft.Lukas 21:20→2 Koningen 18:13→Lukas 19:43→Jeremia 52:4→Zacharia 14:2→Zacharia 12:2→Ezechiël 4:1→Mattheüs 22:7→
Deuteronomium 28:53— En gij zult eten de vrucht uws buiks, het vlees uwer zonen en uwer dochteren, die u de HEERE, uw God, gegeven zal hebben; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijanden u zullen benauwenKlaagliederen 2:20→Jeremia 19:9→Leviticus 26:29→Klaagliederen 4:10→2 Koningen 6:28→Deuteronomium 28:57→Ezechiël 5:10→Deuteronomium 28:55→
Deuteronomium 28:54— Aangaande den man, die teder onder u, en die zeer wellustig geweest is, zijn oog zal kwaad zijn tegen zijn broeder en tegen de huisvrouw zijns schoots, en tegen zijn overige zonen, die hij overgehouden zal hebben;Deuteronomium 15:9→Deuteronomium 13:6→Jesaja 49:15→Mattheüs 7:9→Spreuken 28:22→Lukas 11:11→Psalmen 103:13→Micha 7:5→
Deuteronomium 28:55— Dat hij niet aan een van die zal geven van het vlees zijner zonen, die hij eten zal, omdat hij voor zich niets heeft overgehouden; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u in al uw poorten zal benauwen.Jeremia 34:2→Jeremia 5:10→Jeremia 52:6→
Deuteronomium 28:56— Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn tegen den man haars schoots, en tegen haar zoon, en tegen haar dochter;Deuteronomium 28:54→Jesaja 3:16→Klaagliederen 4:3→
Deuteronomium 28:57— En dat om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal zijn, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal hen eten in het verborgene, vermits gebrek van alles; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u zal benauwen in uw poorten.Genesis 49:10→Jesaja 49:15→
Deuteronomium 28:58— Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden dezer wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen dezen heerlijken en vreselijken Naam den HEERE uw God;Jesaja 42:8→Hebreeën 12:28→Nehemia 9:5→Exodus 20:2→Psalmen 50:7→Jesaja 41:10→Jeremia 7:9→Deuteronomium 28:15→
Deuteronomium 28:59— Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, mitsgaders de plagen van uw zaad; het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse krankten zijn.1 Koningen 16:3→Deuteronomium 32:22→Klaagliederen 1:12→1 Koningen 9:7→Deuteronomium 29:20→Klaagliederen 4:12→Hosea 3:4→Deuteronomium 31:17→
Deuteronomium 28:60— En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, voor dewelke gij gevreesd hebt, en zij zullen u aanhangen.Deuteronomium 7:15→Deuteronomium 28:27→Exodus 15:26→
Deuteronomium 28:61— Ook alle krankte, en alle plage, die in het boek dezer wet niet geschreven is, zal de HEERE over u doen komen, totdat gij verdelgd wordt.Deuteronomium 4:25→
Deuteronomium 28:62— En gij zult met weinige mensen overgelaten worden, in plaats dat gij geweest zijt als de sterren des hemels in menigte; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam geweest zijt.Nehemia 9:23→Deuteronomium 4:27→Deuteronomium 10:22→2 Koningen 24:14→Nehemia 7:4→Jeremia 42:2→Jesaja 1:9→Leviticus 26:22→
Deuteronomium 28:63— En het zal geschieden, gelijk als de HEERE Zich over ulieden verblijdde, u goed doende en u vermenigvuldigende, alzo zal Zich de HEERE over u verblijden, u verdoende en u verdelgende; en gij zult uitgerukt worden uit het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.Spreuken 1:26→Jeremia 32:41→Deuteronomium 30:9→Sefanja 3:17→Ezechiël 5:13→Jesaja 1:24→Jeremia 12:14→Jeremia 42:10→
Deuteronomium 28:64— En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.Leviticus 26:33→Deuteronomium 4:27→Jeremia 16:13→Nehemia 1:8→Deuteronomium 28:36→Lukas 21:24→Jeremia 50:17→Ezechiël 11:16→
Deuteronomium 28:65— Daartoe zult gij onder dezelve volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der ogen, en mattigheid der ziel.Leviticus 26:36→Leviticus 26:16→Amos 9:4→Hosea 11:10→Jesaja 51:17→Mattheüs 24:8→Habakuk 3:16→Ezechiël 20:32→
Deuteronomium 28:66— En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.Klaagliederen 1:13→Deuteronomium 28:67→Openbaring 6:15→Hebreeën 10:27→
Deuteronomium 28:67— Des morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware; en des avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware; vermits den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vermits het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.Deuteronomium 28:34→Job 7:3→Openbaring 9:6→
Deuteronomium 28:68— En de HEERE zal u naar Egypte doen wederkeren in schepen, door een weg, waarvan ik u gezegd heb: Gij zult dien niet meer zien; en aldaar zult gij u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar er zal geen koper zijn.Hosea 9:3→Jeremia 43:7→Jeremia 44:12→Hosea 8:13→Deuteronomium 17:16→Exodus 20:2→Joël 3:3→Esther 7:4→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 28 vers 1— En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde.
Deuteronomium 28 vers 5— Gezegend zal zijn uw korf, en uw baktrog.
korf,
Te weten, waarin gij uw brood of landvruchten placht te leggen, die zal nimmer ledig zijn. Zie boven, Deut. 26:2, Deut. 26:10.
Hertaald:korf,
Namelijk: de korf waarin u uw brood of veldvruchten placht te leggen; die zal nooit leeg zijn. Zie hierboven, Deut. 26:2, Deut. 26:10.
baktrog
Dat is, gij zult deeg en brood genoeg hebben.
Hertaald:baktrog
Dat is: u zult deeg en brood genoeg hebben.
Deuteronomium 28 vers 6— Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.
uw ingaan,
Dat is, binnenshuis en buitenshuis, in al uw doen, handel en wandel. Alzo onder, vs.19. Vergelijk Num. 27:17, en onder, Deut. 31:2.
Hertaald:uw ingaan,
Dat is: binnenshuis en buitenshuis, in al uw doen en laten. Zo ook hieronder, vers 19. Vergelijk Num. 27:17, en hieronder, Deut. 31:2.
Deuteronomium 28 vers 7— De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden.
Hertaald:geslagen voor uw aangezicht;
Vergelijk hierboven, Deut. 1:8; zo ook hieronder, vers 25.
Deuteronomium 28 vers 8— De HEERE zal den zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
den zegen
Hebreeuws, den zegen met u gebieden
Hertaald:den zegen
Hebreeuws: de zegen met u gebieden.
gebieden,
Zie Lev. 25:21.
Hertaald:gebieden,
Zie Lev. 25:21.
en in alles,
Hebreeuws, en in allen aanslag, of, alle uitsteking uwer hand.
Hertaald:en in alles,
Hebreeuws: en in alle aanslag, of: alle uitstrekking van uw hand.
Deuteronomium 28 vers 9— De HEERE zal u Zichzelven tot een heilig volk bevestigen, gelijk als Hij u gezworen heeft, wanneer gij de geboden des HEEREN, uws Gods, zult houden, en in Zijn wegen wandelen.
Deuteronomium 28 vers 10— En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen.
dat de Naam des HEEREN
Of, dat de naam des HEEREN over u uitgeroepen is, of, dat gij naar den naam des Heeren genoemd zijt. Vergelijk Gen. 48:6, Gen. 48:16.
Hertaald:dat de Naam des HEEREN
Of: dat de Naam van de HEERE over u uitgeroepen is, of: dat u naar de Naam van de HEERE genoemd bent. Vergelijk Gen. 48:6, Gen. 48:16.
Deuteronomium 28 vers 12— De HEERE zal u opendoen Zijn goeden schat, den hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, en om te zegenen al het werk uwer hand; en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet ontlenen.
hemel,
Dat is, de lucht [als zijne schatkamer] alzo regeren, dat u de tijdige regen vandaar afkome.
Hertaald:hemel,
Dat is: de lucht — als Zijn schatkamer — zo regeren dat de regen u op tijd vandaar toekomt.
Deuteronomium 28 vers 13— En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, en gij zult alleenlijk boven zijn, en niet onder zijn; wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede te houden en te doen;
tot een hoofd maken,
Dat gij in aanzien, eer en macht den voortocht zult hebben, gelijk de volgende woorden mede verklaren. Een manier van spreken, die gekomen is van de plaats en achting dezer leden in de beesten. Vergelijk Jes. 9:13-14, en Jes. 19:15.
Hertaald:tot een hoofd maken,
Zodat u in aanzien, eer en macht de voorrang zult hebben, zoals de volgende woorden ook verklaren. Een manier van spreken die ontleend is aan de plaats en de waardering van deze lichaamsdelen bij de dieren. Vergelijk Jes. 9:13-14, en Jes. 19:15.
boven zijn,
Dat is, overwinnen, en niet onderliggen.
Hertaald:boven zijn,
Dat is: overwinnen en niet onderliggen.
Deuteronomium 28 vers 20— De HEERE zal onder u zenden den vloek, de verstoring en het verderf, in alles, waaraan gij uw hand slaat, dat gij doen zult; totdat gij verdelgd wordt, en totdat gij haastelijk omkomt, vanwege de boosheid uwer werken, waarmede gij Mij verlaten hebt.
de verstoring en het verderf,
De zin is, dat al uw aanslagen verstoord en bedorven, of verhinderd en teruggezet zullen worden.
Hertaald:de verstoring en het verderf,
De bedoeling is dat al uw ondernemingen verstoord en bedorven, of verhinderd en teruggezet zullen worden.
Deuteronomium 28 vers 21— De HEERE zal u de pestilentie doen aankleven, totdat Hij u verdoe van het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
Hij u verdoe
Te weten, de HEERE. Vergelijk onder, vs.48.
Hertaald:Hij u verdoe
Namelijk: de HEERE. Vergelijk hieronder, vers 48.
Deuteronomium 28 vers 22— De HEERE zal u slaan met tering, en met koorts, en met vurigheid, en met hitte, en met droogte, en met brandkoren, en met honigdauw, die u vervolgen zullen, totdat gij omkomt.
vurigheid,
Of, ontsteking; dat is, met vurige of hete gezwellen.
Hertaald:vurigheid,
Of: ontsteking; dat is: met vurige of hete gezwellen.
hitte,
Ontsteking der lucht. Sommigen verstaan het van inwendigen brand des lichaams, waarop gedurige dorst volgt.
Hertaald:hitte,
Verhitting van de lucht. Sommigen vatten het op als een inwendige brand van het lichaam, waarop een aanhoudende dorst volgt.
droogte,
Dat het in langen tijd niet regent. Zie 1 Kon. 17:1, 1 Kon. 17:7; Hag. 1:10-11. Anders, zwaard
Hertaald:droogte,
Dat het lange tijd niet regent. Zie 1 Kon. 17:1, 1 Kon. 17:7; Hag. 1:10-11. Anders: zwaard.
brandkoren,
Een plaag in het gewas, wanneer het door langdurige droogte en hitte, of door een dorren oostenwind verzengt en verdort. Sommigen verstaan door deze twee woorden enige ziekten, als brandzucht en geelzucht.
Hertaald:brandkoren,
Een plaag in het gewas, wanneer het door langdurige droogte en hitte, of door een dorre oostenwind verzengt en verdort. Sommigen verstaan onder deze twee woorden bepaalde ziekten, zoals brandzucht en geelzucht.
honigdauw,
Of, meeldauw; een andere plaag in het koren, wanneer het door te veel vocht vervuilt en verrot. Zie van deze plaag 1 Kon. 8:37; 2 Kron. 6:28; Am. 4:9; Hag. 2:18.
Hertaald:honigdauw,
Of: meeldauw; een andere plaag in het koren, wanneer het door te veel vocht bederft en verrot. Zie over deze plaag 1 Kon. 8:37; 2 Kron. 6:28; Am. 4:9; Hag. 2:18.
Deuteronomium 28 vers 23— En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn.
hemel,
Dat is, de lucht.
Hertaald:hemel,
Dat is: de lucht.
koper zijn,
Zie Lev. 26:19.
Hertaald:koper zijn,
Zie Lev. 26:19.
Deuteronomium 28 vers 24— De HEERE, uw God, zal pulver en stof tot regen uws lands geven; van den hemel zal het op u nederdalen, totdat gij verdelgd wordt.
pulver en stof
Anders, den regen des lands tot pulver en stof maken; dat is, de regen zal tot bevochtiging des aardrijks onnut en ondienstig zijn.
Hertaald:pulver en stof
Anders: de regen van het land tot poeder en stof maken; dat is: de regen zal om de aarde te bevochtigen onbruikbaar en nutteloos zijn.
van den hemel zal het op u nederdalen
Het stof, door den wind opgedreven zijnde, zal van boven weder op u nedervallen, alsof het op u regende, en dat zal uw regen zijn.
Hertaald:van den hemel zal het op u nederdalen
Het stof dat door de wind opgejaagd wordt, zal van boven weer op u neervallen alsof het op u regende, en dat zal uw regen zijn.
Deuteronomium 28 vers 25— De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden.
geslagen geven
Zie boven, vs.7.
Hertaald:geslagen geven
Zie hierboven, vers 7.
hem uittrekken,
Den vijand.
Hertaald:hem uittrekken,
Voor de vijand.
beroerd worden
Dat is, gij zult in gestadige onrust zijn vanwege buitenlands geweld, of, gij zult onder de omliggende koninkrijken heen en weder gedreven worden. Zie 2 Kron. 29:8; Jer. 15:4, en Jer. 24:9, en Jer. 29:18, en Jer. 34:17.
Hertaald:beroerd worden
Dat is: u zult voortdurend in onrust zijn vanwege geweld van buitenaf, of: u zult onder de omliggende koninkrijken heen en weer gedreven worden. Zie 2 Kron. 29:8; Jer. 15:4, en Jer. 24:9, en Jer. 29:18, en Jer. 34:17.
Deuteronomium 28 vers 27— De HEERE zal u slaan met zweren van Egypte, en met spenen, en met droge schurft, en met krauwsel, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden.
zweren van Egypte,
Die God mensen en beesten in gans Egypteland toeschikte; Ex. 9:9.
Hertaald:zweren van Egypte,
Die God in heel Egypteland over mensen en dieren bracht; Ex. 9:9.
krauwsel,
Of, jeuksel.
Hertaald:krauwsel,
Of: jeuk.
Deuteronomium 28 vers 28— De HEERE zal u slaan met onzinnigheid, en met blindheid, en met verbaasdheid des harten;
verbaasdheid des harten;
Of, bottigheid, plompigheid, bedwelmdheid. Vergelijk Job 5:13-14.
Hertaald:verbaasdheid des harten;
Of: botheid, plompheid, verdoving. Vergelijk Job 5:13-14.
Deuteronomium 28 vers 30— Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar dien niet gemeen maken.
gemeen maken
Dat is, geen vruchten daarvan voor u mogen genieten. Zie boven, Deut. 20:6, en vergelijk Deut. 22:9.
Hertaald:gemeen maken
Dat is: er geen vruchten van voor uzelf mogen genieten. Zie hierboven, Deut. 20:6, en vergelijk Deut. 22:9.
Deuteronomium 28 vers 32— Uw zonen en uw dochteren zullen aan een ander volk gegeven worden, dat het uw ogen aanzien, en naar hen bezwijken den gansen dag; maar het zal in het vermogen uwer hand niet zijn.
naar hen bezwijken
Versta, van omzien en verlangen naar de zonen en dochters zullen uw ogen versmachten.
Hertaald:naar hen bezwijken
Versta: van het omzien naar en het verlangen naar de zonen en dochters zullen uw ogen versmachten.
het zal in het vermogen
Gij zult de macht niet hebben om die te verlossen, of weder te krijgen. Anders, er zal geen sterkte in uw hand zijn.
Hertaald:het zal in het vermogen
U zult de macht niet hebben om hen te verlossen of terug te krijgen. Anders: er zal geen kracht in uw hand zijn.
Deuteronomium 28 vers 33— De vrucht van uw land en al uw arbeid zal een volk eten, dat gij niet gekend hebt; en gij zult alle dagen alleenlijk verdrukt en gepletterd zijn.
al uw arbeid
Zie Job 20:18-19.
Hertaald:al uw arbeid
Zie Job 20:18-19.
Deuteronomium 28 vers 34— En gij zult onzinnig zijn, vanwege het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
vanwege het gezicht uwer ogen,
Dat is, vanwege de dingen, die gij met uw ogen zult moeten aanzien; alzo onder, vs.67.
Hertaald:vanwege het gezicht uwer ogen,
Dat is: vanwege de dingen die u met uw ogen zult moeten aanzien; zo ook hieronder, vers 67.
Deuteronomium 28 vers 37— En gij zult zijn tot een schrik, tot een spreekwoord en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal.
schrik,
Dat de volken zich over uw plagen en ellenden ontzetten zullen. Anders, tot verwoesting
Hertaald:schrik,
Zodat de volken zich over uw plagen en ellenden zullen ontzetten. Anders: tot verwoesting.
spotrede,
Of, fabel, schim.
Hertaald:spotrede,
Of: fabel, spotlied.
Deuteronomium 28 vers 42— Al uw geboomte, en de vrucht uws lands zal het boos gewormte erfelijk bezitten.
het boos gewormte
Anders, de vlam, slag, drop; een plaag in het geboomte en de landvruchten, veroorzaakt door dampen, die van boven [inzonderheid in de hondsdagen] verdroogd en verhit worden, en de bomen en vruchten verzengen, verdorren en verderven.
Hertaald:het boos gewormte
Anders: de vlam, de slag, de druppel; een plaag in het geboomte en de veldvruchten, veroorzaakt door dampen die van boven — vooral in de hondsdagen — verdroogd en verhit worden en de bomen en vruchten verzengen, verdorren en verderven.
Deuteronomium 28 vers 43— De vreemdeling, die in het midden van u is, zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag nederdalen.
hoog, hoog boven u opklimmen;
Dat is, zeer hoog, en in hoogheid boven u toenemende en voortgaande, gelijk gij in zonden voortgaat.
Hertaald:hoog, hoog boven u opklimmen;
Dat is: zeer hoog, en in hoogheid boven u toenemend en voortgaand, zoals u in de zonden voortgaat.
Deuteronomium 28 vers 44— Hij zal u lenen, maar gij zult hem niet lenen; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn.
tot een hoofd zijn,
Zie boven, vs.13.
Hertaald:tot een hoofd zijn,
Zie hierboven, vers 13.
Deuteronomium 28 vers 46— En zij zullen onder u tot een teken, en tot een wonder zijn, ja, onder uw zaad tot in eeuwigheid.
zij zullen onder u
Te weten, deze vloeken.
Hertaald:zij zullen onder u
Namelijk: deze vloeken.
Deuteronomium 28 vers 47— Omdat gij den HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid des harten, vanwege de veelheid van alles;
Omdat gij den HEERE,
Of, voor, inplaats dat gij den HEERE niet hebt willen dienen in voorspoed, zo zult gij vreemde volken moeten dienen in grote ellende; gelijk in vs.48 gedreigd wordt.
Hertaald:Omdat gij den HEERE,
Of: in plaats dat u de HEERE niet hebt willen dienen in voorspoed, zult u vreemde volken moeten dienen in grote ellende, zoals in vers 48 gedreigd wordt.
vrolijkheid en goedheid des harten,
Met lust en gewilligheid.
Hertaald:vrolijkheid en goedheid des harten,
Met lust en gewilligheid.
veelheid van alles;
Of, overvloed; waardoor gij weelderig en dartel zult worden. Zie onder, Deut. 31:20, en Deut. 32:15. De vervulling, zie Neh. 9:25-26, en elders.
Hertaald:veelheid van alles;
Of: overvloed, waardoor u weelderig en uitgelaten zou worden. Zie hieronder, Deut. 31:20, en Deut. 32:15. Voor de vervulling, zie Neh. 9:25-26, en elders.
Deuteronomium 28 vers 48— Zo zult gij uw vijanden, die de HEERE onder u zenden zal, dienen, in honger en in dorst, en in naaktheid, en in gebrek van alles; en Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, totdat Hij u verdelge.
ijzeren juk op uw hals leggen,
Een manier van spreken genomen van het juk der beesten, dat van hout placht te zijn; daartegen dreigt God dat Hij zijn volk een ijzeren juk zal opleggen, dat is, een harde, zware, zeer lastige en langdurige dienstbaarheid; alzo Jer. 28:13-14.
Hertaald:ijzeren juk op uw hals leggen,
Een manier van spreken die ontleend is aan het juk van de dieren, dat gewoonlijk van hout was; daartegenover dreigt God dat Hij Zijn volk een ijzeren juk zal opleggen, dat is: een harde, zware, uiterst drukkende en langdurige dienstbaarheid; zo ook Jer. 28:13-14.
Deuteronomium 28 vers 49— De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, gelijk als een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan;
gelijk als een arend vliegt;
Zo haastig en onvoorziens zal het u overkomen, als een arend pleegt te vliegen.
Hertaald:gelijk als een arend vliegt;
Zo snel en onverwacht zal het u overkomen als een arend pleegt te vliegen.
verstaan;
Hebreeuws, horen. Zie Gen. 11:7.
Hertaald:verstaan;
Hebreeuws: horen. Zie Gen. 11:7.
Deuteronomium 28 vers 50— Een volk, stijf van aangezicht, dat het aangezicht des ouden niet zal aannemen, noch den jonge genadig zijn.
stijf van aangezicht,
Dat is, Hebreeuws eigenlijk sterk, onbeschaamd, hard, onbewegelijk, dat niemand zal ontzien of verschonen, over niemand bewogen worden, hij zij oud of jong; gelijk in het volgende verklaard wordt. Alzo Dan. 8:23.
Hertaald:stijf van aangezicht,
Dat is, Hebreeuws eigenlijk: sterk, onbeschaamd, hard, onbewogen — die niemand zal ontzien of sparen en met niemand medelijden zal hebben, oud of jong, zoals in het vervolg verklaard wordt. Zo ook Dan. 8:23.
aangezicht des ouden
Vergelijk boven, Deut. 1:17.
Hertaald:aangezicht des ouden
Vergelijk hierboven, Deut. 1:17.
Deuteronomium 28 vers 51— En het zal de vrucht uwer beesten, en de vrucht uws lands opeten, totdat gij verdelgd zult zijn; hetwelk u geen koren, most noch olie, voortzetting uwer koeien noch kudden van uw klein vee zal overig laten, totdat Hij u verdoe.
het zal de vrucht uwer beesten,
Te weten, het volk, waarvan in het voorgaande gesproken is.
Hertaald:het zal de vrucht uwer beesten,
Namelijk: het volk waarover in het voorgaande gesproken is.
hetwelk u geen koren,
Volk.
Hertaald:hetwelk u geen koren,
Het volk.
Hij u verdoe
Namelijk de Heere.
Hertaald:Hij u verdoe
Namelijk: de HEERE.
Deuteronomium 28 vers 52— En het zal u beangstigen in al uw poorten, totdat uw hoge en vaste muren nedervallen, op welke gij vertrouwdet in uw ganse land; ja, het zal u beangstigen in al uw poorten, in uw ganse land, dat u de HEERE, uw God, gegeven heeft.
beangstigen
Of, belegeren
Hertaald:beangstigen
Of: belegeren.
poorten,
Dat is, steden, en zo in het volgende.
Hertaald:poorten,
Dat is: steden; en zo ook in het vervolg.
Deuteronomium 28 vers 54— Aangaande den man, die teder onder u, en die zeer wellustig geweest is, zijn oog zal kwaad zijn tegen zijn broeder en tegen de huisvrouw zijns schoots, en tegen zijn overige zonen, die hij overgehouden zal hebben;
wellustig geweest is,
Delicaat, lekker, dartel.
Hertaald:wellustig geweest is,
Verwend, kieskeurig, uitgelaten.
zal kwaad zijn
Dat is, zijn oog zal onvriendelijk, nijdig, afgunstig zijn; gelijk ook onder, vs.56. Zie boven, Deut. 15:9.
Hertaald:zal kwaad zijn
Dat is: zijn oog zal onvriendelijk, nijdig en afgunstig zijn; zo ook hieronder, vers 56. Zie hierboven, Deut. 15:9.
Deuteronomium 28 vers 57— En dat om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal zijn, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal hen eten in het verborgene, vermits gebrek van alles; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u zal benauwen in uw poorten.
om haar nageboorte,
Dat is, om haar nieuwgeboren kindje, mitsgaders de gevolgde nageboorte, die deze delicate vrouw haar man, enz. zal misgunnen en zelve in het verborgen, door een gruwelijk oordeel Gods, eten. Zie 2 Kon. 6:28.
Hertaald:om haar nageboorte,
Dat is: om haar pasgeboren kindje en de nageboorte die daarop volgde, die deze verwende vrouw haar man en de anderen zal misgunnen en die zij door een gruwelijk oordeel van God in het verborgen zelf zal eten. Zie 2 Kon. 6:28.
zonen,
Die ouder en groter waren.
Hertaald:zonen,
Die ouder en groter waren.
Deuteronomium 28 vers 58— Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden dezer wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen dezen heerlijken en vreselijken Naam den HEERE uw God;
Naam, den HEERE, uw God;
Vergelijk Gen. 2:4; Lev. 24:11; 2 Sam. 6:2, den naam des HEEREN; dat is, de HEERE zelf, wien alleen deze naam JHWH toekomt, te weten, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, als zijnde de enige ware God, in wezen, eigenschappen, heerlijkheid, werkingen, enz.
Hertaald:Naam, den HEERE, uw God;
Vergelijk Gen. 2:4; Lev. 24:11; 2 Sam. 6:2, de Naam van de HEERE; dat is: de HEERE Zelf, aan Wie alleen deze Naam JHWH toekomt, namelijk de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, als zijnde de enige ware God in wezen, eigenschappen, heerlijkheid, werken, enzovoort.
Deuteronomium 28 vers 59— Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, mitsgaders de plagen van uw zaad; het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse krankten zijn.
wonderlijk maken,
Zo grote, vreemde en verschrikkelijke plagen zal Hij u toezenden, dat ieder zich daarover zal verwonderen.
Hertaald:wonderlijk maken,
Zulke grote, vreemde en verschrikkelijke plagen zal Hij u toezenden, dat ieder zich daarover verwonderen zal.
gewisse plagen,
Hebreeuws, getrouwe; dat is, die zekerlijk treffen en lang beklijven zullen.
Hertaald:gewisse plagen,
Hebreeuws: getrouwe; dat is: die zeker treffen en lang zullen aanhouden.
Deuteronomium 28 vers 60— En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, voor dewelke gij gevreesd hebt, en zij zullen u aanhangen.
op u doen keren
De vreemde, kwade ziekten, waarmede God de Egyptenaars geplaagd heeft, zal Hij alsdan op u leggen. Zie Ex. 8:9. Vergelijk boven, Deut. 7:15.
Hertaald:op u doen keren
De vreemde, kwade ziekten waarmee God de Egyptenaren geplaagd heeft, zal Hij dan op u leggen. Zie Ex. 8:9. Vergelijk hierboven, Deut. 7:15.
Deuteronomium 28 vers 61— Ook alle krankte, en alle plage, die in het boek dezer wet niet geschreven is, zal de HEERE over u doen komen, totdat gij verdelgd wordt.
alle krankte,
Dat is, allerlei.
Hertaald:alle krankte,
Dat is: allerlei.
Deuteronomium 28 vers 62— En gij zult met weinige mensen overgelaten worden, in plaats dat gij geweest zijt als de sterren des hemels in menigte; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam geweest zijt.
weinige mensen
Hebreeuws, in, of, met mensen, of, lieden der weinigheid. Vergelijk Gen. 34:30, en Num. 9:20. Zie ook Jes. 1:9.
Hertaald:weinige mensen
Hebreeuws: in, of: met mensen, of: lieden van de weinigheid. Vergelijk Gen. 34:30, en Num. 9:20. Zie ook Jes. 1:9.
Deuteronomium 28 vers 64— En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.
van het ene einde der aarde
Hebreeuws, van het einde der wereld tot het einde, enz.
Hertaald:van het ene einde der aarde
Hebreeuws: van het einde van de wereld tot het einde, enzovoort.
Deuteronomium 28 vers 65— Daartoe zult gij onder dezelve volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der ogen, en mattigheid der ziel.
mattigheid der ziel
Of, flauwigheid, treurigheid.
Hertaald:mattigheid der ziel
Of: flauwte, treurigheid.
Deuteronomium 28 vers 66— En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.
tegenover u hangen;
Deze manier van spreken wordt verklaard door de volgende woorden: Gij zult uw leven niet zeker zijn. Gelijk wanneer iets aan een dunnen draad voor onze ogen alzo hangt, dat men altijd vreest, het zal nu of dan moeten vallen.
Hertaald:tegenover u hangen;
Deze manier van spreken wordt verklaard door de volgende woorden: u zult van uw leven niet zeker zijn. Zoals wanneer iets aan een dunne draad voor onze ogen hangt, zodat men steeds vreest dat het vroeg of laat zal vallen.
uw leven niet zeker zijn
Hebreeuws, uw leven niet geloven, of, vertrouwen.
Hertaald:uw leven niet zeker zijn
Hebreeuws: uw leven niet geloven, of: niet vertrouwen.
Deuteronomium 28 vers 67— Des morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware; en des avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware; vermits den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vermits het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
Och, dat het avond ware;
Hebreeuws, wie zal den avond geven? Idem, wie zal den morgen geven? Zie en vergelijk deze manier van spreken met boven, Deut. 5:29.
Hertaald:Och, dat het avond ware;
Hebreeuws: wie zal de avond geven? En ook: wie zal de morgen geven? Zie en vergelijk deze manier van spreken met hierboven, Deut. 5:29.
het gezicht uwer ogen,
Zie boven, vs.34.
Hertaald:het gezicht uwer ogen,
Zie hierboven, vers 34.
Deuteronomium 28 vers 68— En de HEERE zal u naar Egypte doen wederkeren in schepen, door een weg, waarvan ik u gezegd heb: Gij zult dien niet meer zien; en aldaar zult gij u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar er zal geen koper zijn.
door een weg,
Versta, die naar Egypteland leidt.
Hertaald:door een weg,
Versta: de weg die naar Egypteland leidt.
dien niet meer zien;
Of, dat [land], te weten van Egypte. Zie boven, Deut. 17:16, alsof de HEERE zeide: Ik zal u weder derwaarts voeren, vanwaar Ik u weggevoerd had, met belofte van eeuwige vrijheid op conditie van gehoorzaamheid. Zie Jer 44, en Hos. 8:13, en Hos. 8:6.
Hertaald:dien niet meer zien;
Of: dat land, namelijk Egypte. Zie hierboven, Deut. 17:16, alsof de HEERE zei: Ik zal u weer daarheen voeren waarvandaan Ik u had weggevoerd, met de belofte van eeuwige vrijheid op voorwaarde van gehoorzaamheid. Zie Jer. 44, en Hos. 8:13, en Hos. 8:6.
maar er zal geen koper zijn
Dat is, gij zult zóó veracht en gehaat zijn, dat u niemand zal begeren te kopen, om voor slaaf te gebruiken.
Hertaald:maar er zal geen koper zijn
Dat is: u zult zo veracht en gehaat zijn dat niemand u zal willen kopen om als slaaf te gebruiken.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De zegen en de vloek (Gerizim en Ebal) — Mozes legt het volk twee wegen voor, en laat die bij de intocht op twee bergen uitroepen (Deut. 11:26-29)
Midden in zijn rede zet Mozes het volk voor een keus: "Ziet, ik stel ulieden heden voor, zegen en vloek" (Deut. 11:26). De zegen geldt wanneer zij naar de geboden van de HEERE horen, de vloek wanneer zij niet horen en achter andere goden aan gaan (Deut. 11:27-28). Daarbij komt een opdracht voor de dag van de intocht: dan zal de zegen uitgesproken worden op de berg Gerizim en de vloek op de berg Ebal (Deut. 11:29). In Deut. 27 wordt die plechtigheid geregeld, met zes stammen op Gerizim om te zegenen en zes op Ebal voor de vloek (Deut. 27:12-13). En in Deut. 28 worden beide breed uitgeschreven: de zegeningen bij gehoorzaamheid (Deut. 28:1-14) en de vloeken bij ongehoorzaamheid, veel uitvoeriger dan de zegeningen (Deut. 28:15-68).
Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op. Het eerste is de vorm: geen dreigement en geen aanbod alleen, maar beide tegelijk voorgelegd, zodat het volk weet waaraan het toe is. Het tweede is de plaats. De twee bergen liggen tegenover elkaar in het hart van het land, en het volk staat er middenin; het woord wordt dus niet ergens voorgelezen, maar over hen heen uitgeroepen zodra zij binnen zijn. Het derde is de lengte. Dat de vloeken vier keer zoveel ruimte krijgen als de zegeningen is geen willekeur, maar past bij wat het boek van de mens verwacht. En juist daar ligt de vraag die Deuteronomium zelf niet oplost: wie zal in dit alles blijven?
Typologie: Paulus geeft het antwoord, en hij haalt daarvoor het slot van de vloeklijst aan: "zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen" (Gal. 3:10). Dan volgt de ontknoping in één zin: "Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons" (Gal. 3:13). De beide bergen blijven dus staan, maar wie de vloek droeg is bekend.
I. Vs. 1-68.KruisverwijzingenExodus 23:22→Leviticus 26:3→Exodus 15:26→Jesaja 1:19→Deuteronomium 7:12→Deuteronomium 11:13→Zacharia 1:6→Genesis 39:5→ — En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde. En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn. Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld. Gezegend zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, en de vrucht uwer beesten, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee. Gezegend zal zijn uw korf, en uw baktrog. Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan. De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden. De HEERE zal den zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal. De HEERE zal u Zichzelven tot een heilig volk bevestigen, gelijk als Hij u gezworen heeft, wanneer gij de geboden des HEEREN, uws Gods, zult houden, en in Zijn wegen wandelen. En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen. Om de betekenis van de zegen, die Israël van de Gerizîm, als ook van de vloek, die het op de Ebal moet uitroepen, onder het gehele volk nadrukkelijk in te prenten, ontvouwt Mozes hierop de zegen van de gehoorzaamheid aan de wet en de vloek van de wetsovertreding uitvoerig, en voegt daarbij de wetprediking, die de inhoud van zijn tweede rede uitmaakte (hoofdstuk 4:44-26:9) en nog een uiting over de beloften en dreigingen, bij de wet gevoegd (Ex.20:5), volgens de strekking, hem door de Heere vroeger in de mond gelegd (Ex.23:20-33 Leviticus. 26:3 vv. ).
KruisverwijzingenExodus 23:22→Leviticus 26:3→Exodus 15:26→Jesaja 1:19→Deuteronomium 7:12→Deuteronomium 11:13→Lukas 11:28→Johannes 15:14→— En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde.
En het zal geschieden, indien gij de stem van de HEERE, uw God, vlijtig zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebied, zo zal de HEERE, uw God, u, zoals ik u reeds vroeger (hoofdstuk 16:19) gezegd heb, hoog zetten boven alle volken van de aarde.
KruisverwijzingenZacharia 1:6→Deuteronomium 28:15→Deuteronomium 28:45→1 Timotheüs 4:8→— En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn.
En al deze zegeningen, die ik u hier uiteen zal zetten, zullen over u komen, en u aantreffen,
want bereid zijn zij reeds, en zij wachten maar om overvloedig over uuitgestort te kunnen worden, en dit zullen zij voorzeker, wanneer gij de stem van de HEERE, uws God, zult gehoorzaam zijn, onder dit beding en dan ook alleen, en om deze reden ben ik verplicht er herhaaldelijk op terug te komen (vs.9,15).
Hun werd beloofd, dat de Voorzienigheid Gods hen in al hun zaken voorspoedig zou maken. Deze zegeningen worden gezegd hen te zullen aantreffen (of zoals de Engelse vertaling geeft: hen te zullen overvallen). Dezen, welke God zijn genadige zegen waardig acht, zijn soms gereed, om de zegen als te ontvluchten, of ze af te wijzen en te denken, dat die niet voor hen is, wanneer ze in hun eigen onwaardigheid worden ingeleid. Doch de zegen van de Heere zal hen desalniettemin navolgen, vinden, en hen door Gods bijzondere gunst overvallen en in de schoot geworpen worden in tegenstelling van anderen die gretig, doch tevergeefs, daarnaar zoeken. Dus zal op de grote oordeelsdag de zegen de rechtvaardige overkomen, die zullen zeggen: Heere! wanneer, hebben wij u hongerig gezien, en gespijzigd? (Matth.25:37)
KruisverwijzingenGenesis 39:5→Jesaja 65:21→Psalmen 144:12→Zacharia 8:3→Hagai 2:19→Psalmen 107:36→Genesis 26:12→Amos 9:13→— Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld.
Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld, waar gij u maar beweegt.
KruisverwijzingenGenesis 49:25→Deuteronomium 7:13→Spreuken 10:22→1 Timotheüs 4:8→Leviticus 26:9→Psalmen 107:38→Genesis 22:17→Psalmen 128:3→— Gezegend zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, en de vrucht uwer beesten, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.
Gezegend zal zijn de vrucht van uw buik, en de vrucht van uw land, en de vrucht van uw beesten, de voortzetting van uw koeien, en de kudden van uw klein vee, dus in uw gehele bezit. Hoofdstuk 7:13 vv. Ex.23:26
— Gezegend zal zijn uw korf, en uw baktrog.
Gezegend zal zijn uw korf, 1) en uw baktrog, zodat gij nimmer aan hongersnood ten prooi zult zijn.
In de korf werden de vruchten bewaard; in de baktrog de spijzen bereid.
“Voorraadschuur.” Het zou vermoeiend zijn alle nutteloze en spitsvindige Joodse verklaringen van deze zegeningen op te sommen. De Jeruzalemse Targum wil, dat met het woord “korf” de korf van de eerstelingen bedoeld wordt, maar ons oog moet verre van eenvoudig zijn, als wij zulke redeneringen begeren. Het is hier duidelijk genoeg voor de eenvoudige bijbellezer, dat én “korf” én “baktrog” benamingen van hetzelfde begrip, (d.i. een verzamelplaats) zijn. Met dezelfde uitleg-ziekte wordt het “in- en uitgaan” (zie vs.6 ) in verband gebracht met het bezoeken van de synagoge of school.
KruisverwijzingenPsalmen 121:8→Deuteronomium 31:2→2 Kronieken 1:10→2 Samuël 3:25→Numeri 27:17→— Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.
Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan, in alles wat gij binnens- of buitenshuis onderneemt.
Kruisverwijzingen2 Samuël 22:38→Deuteronomium 28:25→Leviticus 26:7→2 Kronieken 20:22→1 Samuël 7:3→2 Kronieken 31:20→2 Kronieken 14:2→Jozua 8:22→— De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden.
De HEERE zal, als gij ten strijde uittrekt, geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht, en hen geheel in uw macht overleveren; door één weg zullen zij, als een welgeordend leger, tot u uittrekken, maar door zeven, d.i. door vele, wegen zullen zij, in woeste vaart uiteenstuivend, voor uw aangezicht vluchten (Richteren. 7:21 vv.).
KruisverwijzingenDeuteronomium 15:10→Leviticus 25:21→Spreuken 3:9→Psalmen 133:3→Leviticus 26:10→Lukas 12:18→Maleachi 3:10→Leviticus 26:4→— De HEERE zal den zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
De HEERE zal de zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat, in al uw arbeid; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
KruisverwijzingenExodus 19:5→Deuteronomium 13:17→Deuteronomium 26:18→Deuteronomium 7:6→1 Petrus 5:10→Jesaja 1:26→Deuteronomium 7:8→Genesis 17:7→— De HEERE zal u Zichzelven tot een heilig volk bevestigen, gelijk als Hij u gezworen heeft, wanneer gij de geboden des HEEREN, uws Gods, zult houden, en in Zijn wegen wandelen.
De HEERE zal u, zoals hetgeen gij innerlijk zijn moet volgens uw roeping (Ex.19:5), ook uiterlijk maken en Zichzelf tot een heilig volk bevestigen, zoals Hij gezworen heeft in uw vaderen, a) wanneer gij de geboden van de HEERE, uw God, zult houden en in zijn wegen wandelen.
Genesis 22:6 vv.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 7:14→Deuteronomium 11:25→Numeri 6:27→1 Samuël 18:12→Exodus 12:33→1 Samuël 18:28→Maleachi 3:12→Jesaja 63:19→— En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen.
En alle volken van de aarde zullen zien, aan datgene wat Hij van u maakt, tot prijs van Zijn heerlijkheid, dat de naam van de HEERE 1) over u genoemd is, dat gij werkelijk Zijn eigendomsvolk zijt, en zij zullen voor u, die onmiddellijk onder Zijn bescherming staat, vrezen.
Onder de Naam van de Heere hebben wij ook hier te verstaan, de openbaring van Zijn heerlijk en heilig Wezen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 30:9→Spreuken 10:22→Deuteronomium 28:4→Psalmen 132:11→Leviticus 26:9→Job 19:17→— En de HEERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands; op het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.
En de HEERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht van uw buik, en in de vrucht van uw beesten, en in de vrucht van uw land, op het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.
KruisverwijzingenDeuteronomium 15:6→Deuteronomium 14:29→Deuteronomium 11:14→Leviticus 26:4→Joël 2:23→Psalmen 65:9→Spreuken 22:7→Deuteronomium 15:10→— De HEERE zal u opendoen Zijn goeden schat, den hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, en om te zegenen al het werk uwer hand; en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet ontlenen.
De HEERE zal u, om u deze overvloed te verschaffen, opendoen zijn goede schat, de hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, a) en om te zegenen al het werk van uw hand, uw landbouw. En gij zult, door de groteovervloed van alle tijdelijke goederen, aan vele volken lenen, b)maar gij zult niet ontlenen.
(Deuteronomium. 11:14 b) Deuteronomium. 15:6 In het Hebr. hjml alw hleml (Lema’elah welo lemattah). LXX epanw kai ouk upokatw, d.i. er bovenop en niet naar beneden. Dit is duidelijk. Het tweede lid van vs.13 is verklaring of bevestiging van het eerste lid. De Heere belooft hier dat als Israël Zijn geboden en instellingen zal onderhouden het steeds meer in aanzien zal komen, steeds meer er bovenop zal komen en niet achteruitgaan.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:1→Deuteronomium 4:6→Jesaja 9:14→— En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, en gij zult alleenlijk boven zijn, en niet onder zijn; wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede te houden en te doen;
En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, gij zult in de rij van de volken de eerste, niet de laatste zijn, a) en gij zult alleen boven zijn, en niet onder 1) zijn, wanneer gij horen zult naar de geboden van de HEERE, uw God, die ik u heden gebied te houden en te doen.
Jesaja. 9:14 vv.
Het is geen vloek zonder, of om een geringe oorzaak. God zoekt geen twist tegen ons, want hoedanige eer zou Hij toch verkrijgen door te willen twisten met een gedreven blad en een droge stoppel?. De beste adel is van boven. Kon Israël misschien niet in de oudheid met de overige volken wedijveren, welnu, de Heere, de God der eeuwen gaat een verbond met hen aan, en laat hun vrijelijk meedelen in het Zijne. En zodra de Israëlieten ook van hun kant het verbond ongeschonden bewaarden, is hun adel de voornaamste geweest, hebben zij boven de volkeren gezweefd, omdat die adel zijn oorsprong in God had.
KruisverwijzingenDeuteronomium 5:32→Deuteronomium 11:16→Spreuken 4:26→Jozua 23:6→Jesaja 30:21→2 Koningen 22:2→Deuteronomium 11:26→— En gij niet afwijken zult van al de woorden, die ik ulieden heden gebiede, ter rechterhand of ter linkerhand, dat gij andere goden nawandelt, om hen te dienen.
En gij niet afwijken zult van al de woorden, die ik u heden gebied ter rechter- of ter linkerhand, a) en vooral niet wijkt van het hoofd- en grondgebod, dat gij andere goden nawandelt, om hen te dienen. b)
(Deuteronomium. 5:32; 17:11 b) Deuteronomium. 6:14; 11:28 De gehele weeklacht, namelijk de zo in het oog vallende macht en bloei van het heidendom in vergelijking met het geringe aantal aanbidders van de Heere, die nog niet eens een enkel van alle landen op aarde het hunne konden noemen, schijnt zeker een sprekend tegenbewijs te zijn van alles, wat Mozes hier zegt; maar de wetgeving van het Oude Verbond moet de wonderbaarlijke zekerheid, waaruit zij ontsproten en waardoor zij gedragen is, dat er in de gemeenschap met de heilige God leven en kracht, maar daarbuiten slechts ondergang en dood is, niet minder ook nog aan haar einde, ja, daar nog wel het sterkst uitdrukken en (het volk) inprenten.
De zegen wordt hier wederom vóór de vloek gesteld; “het is het Evangelie van het Oude Verbond, dat ons onder het beeld van aardse zegen, de hemelse zegen, belooft.
KruisverwijzingenMaleachi 2:2→Deuteronomium 28:2→Jozua 23:15→Klaagliederen 2:17→Galaten 3:10→Romeinen 2:8→Deuteronomium 29:20→Deuteronomium 27:15→— Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.
Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem van de HEERE, uw God, a) niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al zijn geboden en zijninzstellingen, die ik heden gebied; zo zullen al deze vloeken over u komen en u treffen, 1) zodat juist het tegendeel plaatsvindt van de zegeningen, die ik u opgenoemd heb.
Leviticus. 26:14 Klaagl.2:17 Dan.9:11,13 Mal.2:2 De mondige mens wordt hier een grondregel gegeven in vs.2 en vs. 15, waardoor hij zichzelf oordeelt en veroordeelt. “Het is de horoscoop voor tijd en eeuwigheid.” Wat wil men nog meer weten van deze goddelijke openbaring? “O mens, gij bekommert u om de toekomst, gij ondervraagt gesternte en kalender; stel u dit hoofdstuk voor ogen; het zal u geluk en zegen geven, als gij God gehoorzaamt, en in tegenovergesteld geval, ongeluk en vloek.”. Zoals van de zegeningen gesproken wordt, dat zij de mens zullen overkomen en treffen, zo wordt dit ook van de vloek gezegd. Zegen en vloek staan vlak tegenover elkaar.
KruisverwijzingenMaleachi 3:9→Jeremia 14:18→Jeremia 26:6→Klaagliederen 4:1→Deuteronomium 28:3→Joël 1:4→Jeremia 44:22→Klaagliederen 2:11→— Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt zult gij zijn in het veld.
Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt zult gij zijn in het veld.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:5→Lukas 16:25→Maleachi 2:2→Spreuken 1:32→Psalmen 69:22→Zacharia 5:3→Hagai 1:6→— Vervloekt zal zijn uw korf, en uw baktrog.
Vervloekt zal zijn uw korf, voorraadschuur en uw baktrog.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:4→Maleachi 2:3→Job 18:16→Leviticus 26:26→Deuteronomium 28:16→Psalmen 109:9→Lukas 23:29→Klaagliederen 2:11→— Vervloekt zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.
Vervloekt zal zijn de vrucht van uw buik en de vrucht van uw land, de voortzetting van uw koeien, en de kudden van uw klein vee.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:6→2 Kronieken 15:5→Richteren 5:6→— Vervloekt zult gij zijn in uw ingaan, en vervloekt zult gij zijn in uw uitgaan.
Vervloekt zult gij zijn in uw ingaan, en vervloekt zult gij zijn in uw uitgaan.
KruisverwijzingenJesaja 66:15→Maleachi 2:2→Jesaja 51:20→Deuteronomium 4:26→Jesaja 30:17→Jozua 23:16→Leviticus 26:31→Zacharia 14:12→— De HEERE zal onder u zenden den vloek, de verstoring en het verderf, in alles, waaraan gij uw hand slaat, dat gij doen zult; totdat gij verdelgd wordt, en totdat gij haastelijk omkomt, vanwege de boosheid uwer werken, waarmede gij Mij verlaten hebt.
De HEERE zal, in plaats dat zegen en eendracht onder u zij (vs.8), onder u zenden de vloek, de verstoring en het verderf, in alles, waaraan gij uw hand slaat, dat gij doen zult, totdat gij verdelgd wordt, en totdat gij haastig omkomt, vanwege de boosheid van uw werken, waarmee gij Mij verlaten hebt. Na de inleiding in vs.15 welke aan die in vs.1 en 2 beantwoordt, stelt Mozes tegenover de zegenbeloften (vs.4-8) vloekbedreigingen, die evenals die, zo veel omvattend mogelijk zijn en waar het niets minder geldt dan de volkomen uitbetaling van de zondebetaling. Nu weet Mozes evenwel, in de verlichting van de Heilige Geest, zo goed als wij, dat de betaling van de zonde de dood is; maar diens voorlopers zijn een talloze menigte van lichamelijke smarten en noodlottige ziekten. Een heel leger van dezen wordt in het volgende over Israël bezworen, in toenemende uitgebreidheid en vreselijkheid. Evenwel heeft Mozes niet opnieuw, zoals in Leviticus. 26:14 vv. te doen met de ongehoorzaamheid en weerstrevigheid van het volk in haar trapsgewijs voortschrijden, maar hij heeft de afval in het algemeen meer in het oog, en stelt daarom niet plaag na plaag met trapsgewijze opklimming voor ogen, maar veeleer vat hij alle plagen in één bundel samen. Uit deze bundel neemt hij, als uit een pijlkoker, zijn pijlen en werpt die in vijfvoudige aanval (vs.21-26; 27-34; 35-45; 46-57; 58-68) naar Israël. Al de zware bezoekingen, die de latere geschiedenis ons verhaalt, dat óf in de oudheid, óf in de middeleeuwen dit volk getroffen hebben, ja, zelfs hun huidige verhouding onder de volkeren, alles is in dit hoofdstuk voorzien en voorzegd. Dit hoofdstuk is, zoals Luther terecht zegt, evenzeer het langste als het gemakkelijkste; er is niet veel uit te leggen, waar de geschiedenis zelf uitlegger geworden is.
KruisverwijzingenLeviticus 26:25→Jeremia 24:10→Numeri 14:12→Numeri 25:9→Mattheüs 26:7→Jeremia 21:6→Jeremia 16:4→Jeremia 15:2→— De HEERE zal u de pestilentie doen aankleven, totdat Hij u verdoe van het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
De HEERE zal u de pest 1) doen aankleven, totdat Hij u verdoe van het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
De pest (Hebreeuws deber, d.i. verderving) is een, in Egypte inheemse ziekte, die zich onder zekere omstandigheden, ook over andere landen, nl. Palestina en Syrië verbreidt, en voor deze daarom epidemisch (aanstekend) wordt, en zijn grond vindt in een door Miasma (aanstekingsstof in de lucht) ontstane vergiftiging van het bloed. Prüner in zijn geschrift “ziekten van het Oosten” kenschetst haar als een kwaal, wiens wet het is, geen regel te hebben, en dat reeds in gewoon spraakgebruik de gepersonifieerde trouweloosheid, doortraptheid en boosaardigheid betekent. Hij onderscheidt twee hoofdsoorten; de ene lijkt in haar loop op de boosaardige koorts; de andere op de typhus. Als een algehele verstoring van de lichaamskracht kondigt zich de pest al dadelijk aan door een met hevige koorts verbonden zwakte, neergedruktheid en onuitsprekelijke angst. Op een lichte huivering volgt hevige hoofdpijn aan het voorhoofd, inwendig brandende hitte, duizeligheid, zucht tot slapen of gehele slapeloosheid, beklemming van de borst, toenemende onpasselijkheid, vervolgens een eerst slijmig, dan zwart, gallig, dikwijls bloederig, braken met hevig wringen gepaard, buikloop, pijn in de rug en de ledematen. De ogen, eerst glanzend en vochtig, worden star, dof en in de hoeken met bloed belopen. Het gehoor en de tong wordt zwaar, de verdoving klimt; stille deliriën (tekenen van waanzin) en trekkingen worden waargenomen; het gelaat is jammerlijk verdraaid. De dood komt meestal snel, binnen 24 uur. Wanneer echter het gestel van de zieke de eerste schok weerstaat, dan komen gewoonlijk op de derde dag de pestbuilen te voorschijn, een of meer in getal, en de karbonkels of pestblazen op verscheidene uitwendige delen en later dikwijls nog brandzweren op schouders, schenkels, rug, hals en dijen. Bij het verschijnen van de pestzweren, en het wijken van de koorts ten gevolge van een kritisch (beslissend) zweten op de derde dag, bestaat er hoop op genezing; als namelijk de pestzweren niet wegtrekken of brandig worden, maar doorbreken en etteren (2 Koningen. 20:1 vv. Jesaja. 38:9 vv. ). Zonder pestbuilen geneest niemand; maar zelfs, als zij niet kwaadaardig zijn, is de zieke gedurende 40 dagen niet buiten gevaar. Na het eerste uitbreken van de ziekte is besmetting en dood bijna in één ogenblik; later heeft de zieke gewoonlijk nog drie dagen; langzamerhand begint nu de sterkte van de smetstof te minderen en meerdere zieken komen ervan op.
KruisverwijzingenLeviticus 26:16→Amos 4:9→1 Koningen 8:37→Hagai 2:17→2 Kronieken 6:28→Jeremia 14:12→— De HEERE zal u slaan met tering, en met koorts, en met vurigheid, en met hitte, en met droogte, en met brandkoren, en met honigdauw, die u vervolgen zullen, totdat gij omkomt.
De HEERE zal u slaan met tering a) en met koorts,
hete koortsen, en met vurigheid, typheuse koortsen, en met hitte, afwisselende koorts, en met1) droogte, c) en met brandkoren, 2) (Duitse vertaling = giftige lucht), en met honingdauw, het verwelken van het koren, die u vervolgen zullen totdat gij omkomt.
(Leviticus. 26:16 b) (Matth.8:14 Joh.4:52 c) 1 Kon.17:7
Deze vertaling rust op de lezing Choreb; als men deze vertaling vasthoudt, zou er met “droogte” reeds een begin gemaakt worden met de hovenplagen. Een andere lezing daarentegen heeft Chereb =” zwaard;” zodat er tussen de vier plagen van de mensen en de twee van de veldvruchten het verbranden van de aren en het “geel worden” door verzengende winden, voor het korrels krijgen van de halmen) midden in de oorlog werd geplaatst als een overgangsplaag, die de landman en zijn vruchten gelijk vernielt. Het laat zich niet bepalen, welke de juiste lezing is (Deuteronomium. 2:17)
Onder brandkoren heeft men te verstaan die plaag, waardoor het koren verbrandt of verdort veroorzaakt door de Kadiem, een oostenwind, komende uit de overjordaanse woestijnen. Met honingdauw, het geel worden van de bladeren, zodat de halmen geen aren voortbrachten. Wij hebben hier zeven plagen als bewijs, dat zij werkelijk door God werden toegezonden.
KruisverwijzingenLeviticus 26:19→1 Koningen 18:2→Amos 4:7→1 Koningen 17:1→Jeremia 14:1→— En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn.
En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn, zodat die geen regen zal geven, en deze, onbewerkbaar als zij is, geen vruchten zal opleveren (Leviticus. 26:19).
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:12→Amos 4:11→Job 18:15→Jesaja 5:24→Genesis 19:24→— De HEERE, uw God, zal pulver en stof tot regen uws lands geven; van den hemel zal het op u nederdalen, totdat gij verdelgd wordt.
De HEERE, uw God, zal in zulke tijden van aanhoudende droogte pulver en stof tot regen van uw landsgeven, 1) dat u uw toestand nog onverdragelijker maakt, door de hitte nog te vermeerderen en de in te ademen lucht te bezwangeren, van de hemel zal het op u neerdalen, totdat gij verdelgd wordt, want daarop komen alle plagen neer.
Volgens Robinson wordt de lucht in Palestina bij grote hitte dikwijls vervuld met stof en zand, wanneer de z.g. Sirocco waait, zodat zij dan niet zelden lijkt op de gloed van een brandende oven.
KruisverwijzingenJesaja 30:17→Ezechiël 23:46→Deuteronomium 28:7→Jeremia 24:9→Leviticus 26:17→Deuteronomium 32:30→Lukas 21:24→Jeremia 29:18→— De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden.
De HEERE zal u, in tegenstelling tot vs.7, verslagen geven voor het aangezicht van uw vijanden; a) door één weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vluchten; en gij zult van alle koninkrijken van de aarde aangeraakt worden, woordelijk: tot heen- en weerbeweging, zoveel alstot een speelbal, voor alle koninkrijken van de aarde (Jeremia. 15:4; 24:9; 29:18; 34:17)
Leviticus. 26:17
KruisverwijzingenJeremia 16:4→Jeremia 34:20→Jeremia 7:33→Jeremia 19:7→Ezechiël 39:17→Jeremia 8:1→Jesaja 34:3→1 Samuël 17:44→— En uw dood lichaam zal aan alle gevogelte des hemels, en aan de beesten der aarde tot spijze zijn; en niemand zal ze afschrikken.
En uw dood lichaam zal, in plaats van in een eervol graf bijgezet te worden, aan al het gevogelte van de hemel, en aan de beesten van de aarde tot spijze zijn; en niemand zal ze afschrikken, niemand zal uw lijk in bescherming nemen tegen hun vraatzucht (1 Kon.14:11 Jer.16:4 Ezech.29:5 ).
Kruisverwijzingen1 Samuël 5:6→Leviticus 21:20→Exodus 9:9→Exodus 15:26→Deuteronomium 28:35→Leviticus 13:2→1 Samuël 5:12→1 Samuël 5:9→— De HEERE zal u slaan met zweren van Egypte, en met spenen, en met droge schurft, en met krauwsel, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden.
De HEERE zal u slaan met zweren 1) van Egypte, met de Egyptische melaatsheid, de zogenaamde Elephantiasis, a) en met spenen, speenvormige zweren aan de achterdelen, Hoemorrhoische b) knobbels, en met droge schurft en met krauwsel, 2) waarvan gij niet zult kunnen genezen worden.
Zie Le 13.3 b) 1 Samuel. 5:6,9,12
De knobbelmelaatsheid is eigenlijk een Egyptische ziekte (daarom: “zweren van Egypte). Zij begint evenals de witte, maar onderscheidt zich door knobbels-eerst door grootte van een erwt, dan van een kippenei-in het gezicht en aan de leden, waartussen het vlees wegzinkt. De pijn is niet hevig, ook vertoont zich maar weinig uitslag; maar tegen het einde van de ziekte ontstaan vele etterzweren, welke de gewrichten los maken, zodat het ene lid na het andere afvalt. Het gezicht is ook hier opgezwollen en blinkend, de blik wild, strak, de ogen bolrond en druipen. Onverzadelijke vraatzucht en wellustige prikkelingen zijn ook aan deze soort van ziekte eigen. De zinnen verstompen; langzamerhand neemt de stem af; droefgeestigheid, vreselijke dromen, sterk opzwellen en hard worden van de voeten, waardoor zij als olifantsvoeten worden (vandaar de naam Elephantiasis) en een schilferachtige, gespleten huid krijgen, zijn aan deze ziekte eigen. Ook deze ziekte heeft een aangegeven duur, dikwijls meer dan 20 jaar, waarop de dood soms plotseling verrast ten gevolge een zwakke koorts of van gruwelijke verstikking.
Een ziekte, na verwant aan de vorige, en welke een geweldige jeuk veroorzaakt.
KruisverwijzingenPsalmen 60:3→Jesaja 19:11→Jesaja 6:9→1 Samuël 16:14→Handelingen 13:41→Jesaja 43:19→Ezechiël 4:17→2 Thessalonicenzen 2:9→— De HEERE zal u slaan met onzinnigheid, en met blindheid, en met verbaasdheid des harten;
De HEERE zal u slaan met onzinnigheid en met blindheid naar de geest, en met verbaasdheid van hart, verstandsverbijstering.
KruisverwijzingenJesaja 59:10→Job 5:14→Richteren 13:1→Richteren 4:2→Richteren 3:14→Psalmen 106:40→Richteren 10:8→Richteren 6:1→— Dat gij op den middag zult omtasten, gelijk als een blinde omtast in het donkere, en uw wegen niet zult voorspoedig maken; maar gij zult alleenlijk verdrukt en beroofd zijn alle dagen, en er zal geen verlosser zijn.
Dat gij op de middag zult om u heen tasten, zoals een blinde omtast in het donkere, dat gij radeloos zult zijn in verhoudingen, die onder andere omstandigheden helder waren, evenals een lichamelijk blinde zelfs op de helderste dag in het onzekere rondtast, en uw wegen niet zult voorspoedig maken, omdat gij in uw radeloosheid geen middelen zult vinden; maar gij zult alleen door vreemden verdrukt en beroofd zijn alle dagen, en er zal geen verlosser zijn 1) om u te helpen.
Naast de lichaamsplagen ook plagen van de geest; naast het geslagen worden aan het lichaam, ook het geslagen worden aan de geest. Op allerlei terrein zal Israël, vanwege zijn godverlating en godverzaking de geduchte straffen van God ondervinden.
Hier is het minder aan eigenlijke waanzin en krankzinnigheid te denken, als veeleer aan een uit de hoogste angst, zorg en moeite voortspruitende geestesverwarring. (Vgl. vs.34. De nood en de kwelling zouden zo’n hoogte bereiken, dat hun hoofd en zinnen zouden vergaan van radeloosheid; zoals men dat altijd ondervindt als men in grote gevaren beroofd wordt van de nodige tegenwoordigheid van geest.
KruisverwijzingenAmos 5:11→Jeremia 8:10→Job 31:10→Micha 6:15→Klaagliederen 5:2→Deuteronomium 20:6→Sefanja 1:13→Jeremia 12:13→— Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar dien niet gemeen maken.
Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander man zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar die niet algemeen maken, gij zult hem niet in eigen vruchtgebruik hebben (hoofdstuk 20:5-7). Men denkt hier slechts aan de verdukkingen, die de Israëlieten ten tijde van de Richteren, toen zij slechts heimelijk enigszins konden oogsten, geleden hebben en vooral naderhand, nadat Israël onder alle volken verstrooid was en zijn bezitting voor fanatieke naam-Christenen moest verbergen.
KruisverwijzingenJob 1:14→Richteren 6:1→— Uw os zal voor uw ogen geslacht worden, maar gij zult daarvan niet eten; uw ezel zal van voor uw aangezicht geroofd worden, en tot u niet wederkeren; uw klein vee zal aan uw vijanden gegeven worden, en voor u zal geen verlosser zijn.
Uw os zal voor uw ogen geslacht worden, maar gij zult daarvan niet eten, uw ezel zal van voor uw aangezicht geroofd worden, en tot u niet terugkeren, uw klein vee zal aan uw vijanden gegeven worden, en voor u zal geen verlosser zijn.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:41→2 Kronieken 29:9→Joël 3:6→Jeremia 15:7→Amos 5:27→Micha 4:10→Klaagliederen 2:11→Jesaja 38:14→— Uw zonen en uw dochteren zullen aan een ander volk gegeven worden, dat het uw ogen aanzien, en naar hen bezwijken den gansen dag; maar het zal in het vermogen uwer hand niet zijn.
Uw zonen en uw dochters zullen aan een ander volk tot slaven en slavinnen gegeven worden, dat het uw ogen aanzien, hoe zij onbarmhartig voortgesleurd worden, en gij zult naar hen, naar hun terugkeer uit de vreemde smachten en van verlangen bezwijken de hele dag, maar het zal in het vermogen van uw hand niet zijn, 1) ook maar het minste tot hun verlossing toe te brengen.
Letterlijk: maar uw hand zal u niet tot een God zijn, d.i. gij zult aan die toestand niet het minste kunnen veranderen, alle hulp zal u ontbreken.
KruisverwijzingenJeremia 5:17→Jesaja 1:7→Jeremia 4:17→Leviticus 26:16→Jeremia 8:16→Deuteronomium 28:51→Deuteronomium 28:29→Jeremia 5:15→— De vrucht van uw land en al uw arbeid zal een volk eten, dat gij niet gekend hebt; en gij zult alle dagen alleenlijk verdrukt en gepletterd zijn.
De vrucht van uw land en al uw arbeid, die gij met moeite verkregen hebt, zal een volk eten, dat gij niet gekend hebt; en gij zult alle dagen alleen door dat volk, als vergelding voor die vrucht, verdrukt en verpletterd zijn.
KruisverwijzingenJeremia 25:15→Deuteronomium 28:28→Jesaja 33:14→Openbaring 16:10→Deuteronomium 28:68→— En gij zult onzinnig zijn, vanwege het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
En gij zult onzinnig zijn vanwege het gezicht van uw ogen, door de aanschouwing van zoveel jammer en harteleed, dat gij zien zult.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:27→Jesaja 3:24→Jesaja 3:17→Job 2:6→Jesaja 1:6→— De HEERE zal u slaan met boze zweren, aan de knieen en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel.
De HEERE zal u slaan met boze zweren aan de knieën en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel. Hier wordt zeker de gewrichtenmelaatsheid, een bastaardsoort van de knobbelmelaatsheid bedoeld (vs.27); hier richt zich de woede van de ziekte op de gewrichten en vooral op die van de voeten. Toch heeft Mozes niet zozeer met de ziekte, als zodanig te doen, maar meer met haar gevolgen en werking. Zij maakte het door haar aangetaste gaan en staan onmogelijk en sloot hem naar de wet uit van de gemeenschap met het Verbondsvolk: en dat is het dan ook eigenlijk, waarom het hem te doen is. Israël zal van alle levenskracht beroofd en door God verworpen worden, de melaatsheid is daarbij meer het beeld en de gelijkenis of de concrete vorm, waarin hij zijn gedachte uitspreekt. Dit blijkt hetn duidelijkst uit het toevoegsel “van de voetzool af tot aan de hoofdschedel;” want bij gewrichtenmelaatsheid blijven de overige lichaamsdelen meestal in een tamelijk gezonde toestand en de zieken kunnen na het afvallen van de zieke ledematen weer tot een zekere hoogte genezen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:28→Jeremia 16:13→2 Koningen 25:11→2 Kronieken 36:20→2 Kronieken 36:6→2 Kronieken 36:17→Deuteronomium 28:64→2 Kronieken 33:11→— De HEERE zal u, mitsgaders uw koning, dien gij over u zult gesteld hebben, doen gaan tot een volk, dat gij niet gekend hebt, noch uw vaderen; en aldaar zult gij dienen andere goden, hout en steen.
De HEERE zal u, bovendien uw koning, die gij over u zult gesteld hebben, a) en onder wiens beschutting gij meende u tegenover uw vijanden te kunnen staande houden, doch die het juist daartoe gebracht heeft, dat gij uwhemelse Koning verworpen hebt, en door hem verstoten zijt,
doen gaan tot een volk, dat gij niet gekend hebt, vanwege zijn nietigheid, noch uw vaderen, en aldaar zult gij tot straf daarvoor, dat gij de Heere niet hebt willendienen, dienen andere goden, hout en steen, dat ook door uw verdrukkers gediend wordt (hoofdstuk 4:28).
(Deuteronomium. 17:14 b) 1 Samuel. 8:19 vv.; 1 Kon.12:26 vv.; 2 Koningen. 21:9 vv. Hier blijkt weer zo duidelijk, hoe Mozes de profeet van het Oude Verbond is geweest. Hij ziet honderdtallen van jaren vooruit niet alleen, maar voorspelt het precies zoals het in later eeuwen geschied is.
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:7→Jeremia 24:9→Jeremia 25:9→2 Kronieken 7:20→Zacharia 8:13→Deuteronomium 29:22→Deuteronomium 28:28→Psalmen 44:13→— En gij zult zijn tot een schrik, tot een spreekwoord en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal.
En gij zult, terwijl gij geroepen was om het hoogste te zijn onder alle volken op aarde, en algemeen als een heilig volk gevreesd te worden, zijn tot een schrik, tot een spreekwoord, en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal (1 Kon.9:7 Jer.24:9 ).
KruisverwijzingenHagai 1:6→Micha 6:15→Joël 1:4→Joël 2:25→Amos 7:1→Joël 2:3→Amos 4:9→Jesaja 5:10→— Gij zult veel zaads op den akker uitbrengen, maar gij zult weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren.
a) Gij zult veel zaad op de akker uitstrooien, maar gij zult in de oogsttijd weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren.
Micha 6:15 Hagg.1:6
KruisverwijzingenJona 4:7→Joël 2:2→Joël 1:4→Jesaja 17:10→Jesaja 5:10→— Wijngaarden zult gij planten, en bouwen, maar gij zult geen wijn drinken, noch iets vergaderen; want de worm zal het afeten.
Wijngaarden zult gij planten, en bouwen, maar gij zult geen wijn drinken, noch iets, daargelaten het persen, een enkel druifje voor dagelijkse verfrissing vergaderen; want de worm, de wijngaardkever, die daarin zo verderfelijk is, zal het opeten.
KruisverwijzingenMicha 6:15→Psalmen 23:5→Psalmen 104:15→— Olijfbomen zult gij hebben in al uw landpalen, maar gij zult u met olie niet zalven; want uw olijfboom zal zijn vrucht afwerpen.
Olijfbomen zult gij hebben in heel uw gebied, maar gij zult u met olie niet zalven; want uw olijfboom zal zijn vrucht afwerpen, voordat die tot rijpte gekomen is, en als gij komt, zult gij niets dan bladeren vinden (Joël 1:10).
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:32→Klaagliederen 1:5→2 Koningen 24:14→— Zonen en dochteren zult gij gewinnen, maar zij zullen voor u niet zijn; want zij zullen in gevangenis gaan.
Zonen en dochters zult gij gewinnen, maar zij zullen voor u niet zijn, gij zult ze met moeite opkweken, maar gij zult daarvoor niet beloond worden; want zij zullen in gevangenis gaan, weggerukt zijnde voor uw ogen.
KruisverwijzingenAmos 7:1→Deuteronomium 28:38→— Al uw geboomte, en de vrucht uws lands zal het boos gewormte erfelijk bezitten.
Al uw geboomte, en de vrucht van uw land zal het boos gewormte erfelijk bezitten, en gij zult er u niet van kunnen ontslaan, om van het land van uw erfenis vrucht te plukken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:13→Richteren 15:11→1 Samuël 13:19→Richteren 2:3→2 Koningen 17:20→Richteren 4:2→2 Koningen 17:23→2 Koningen 24:14→— De vreemdeling, die in het midden van u is, zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag nederdalen.
De vreemdeling, die in het midden van u is, en niet door die plagen getroffen wordt, zoals gij voorheen in Egypte onaangetast bleef, a) zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag neerdalen.
Ex.9:6,26
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:12→Klaagliederen 1:5→— Hij zal u lenen, maar gij zult hem niet lenen; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn.
Hij, de vreemdeling, zal u lenen, maar gij zult hem niet lenen, omdat hij het niet nodig heeft, en gij hiertoe niet in staat zal zijn; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn, het geringste van alle volkeren.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:15→Ezechiël 14:21→Jeremia 7:22→Psalmen 119:21→Spreuken 13:21→Jesaja 65:14→Deuteronomium 11:27→Leviticus 26:28→— En al deze vloeken zullen over u komen, en u vervolgen, en u treffen, totdat gij verdelgd wordt; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn, om te houden Zijn geboden en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
En al deze vloeken, waarvan ik gesproken heb, zullen over u komen, en u vervolgen, zoals een vijand, die niet ophoudt voordat hij u ingehaald heeft, en u treffen, totdat gij verdelgd wordt, omdat gij de stem van de HEERE, uw God niet gehoorzaam zult geweest zijn, om te houden zijn geboden en zijn instellingen, die Hij u geboden heeft.
KruisverwijzingenJesaja 8:18→Ezechiël 14:8→1 Korinthe 10:11→Deuteronomium 29:28→Deuteronomium 28:37→Jeremia 19:8→Jeremia 25:18→Ezechiël 36:20→— En zij zullen onder u tot een teken, en tot een wonder zijn, ja, onder uw zaad tot in eeuwigheid.
En zij zullen onder u tot een teken en tot een wonder zijn, ja, onder uw nageslacht tot in eeuwigheid, en zij, deze vloeken, die u treffen, zullen u en uw zaad tot een teken zijn tot in eeuwigheid, want zij zullen u door hun uitgebreidheid en vreselijkheid op in het oog vallende wijze het bovennatuurlijke ingrijpen van God in uw lotsbestemming doen erkennen;
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:7→Nehemia 9:35→1 Timotheüs 6:17→Deuteronomium 32:13→Deuteronomium 16:11→— Omdat gij den HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid des harten, vanwege de veelheid van alles;
Omdat gij de HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid van hart, terwijl gij hiertoe toch alle reden hadt vanwege de veelheid van alles, daar gij aan alles overvloed had; maar juist deze overvloed van de u door de Heere geschonken goederen heeft u overmoedig gemaakt, en uw hart tegen hem verhard (Deuteronomium. 6:11 vv.; 8:7 vv.; 31:20; 32:15 Nehemiah. 9:26 vv. ). Wel is Israël in voor- en tegenspoed een teken voor de wereld geweest. Bij een volk zo beweeglijk van hartstochten als de baren van de zee, wordt het dienen van God of van de zonde het best opgemerkt. Wat hier voorzegd is, is geschied, wat vervolgens voorzegd is, zal geschieden. Nog is het volk van Israël tot een teken van Gods openbaring voor de wereld, nog staat het daar als een levende hinderpaal voor ongeloof en godsverzaking. Nee, “geen teken kan gegeven worden, dat gelijk is aan de verwoesting van het joodse volk, het aanhouden van de ballingschap uit hun land, en hun ellendig wedervaren in alle andere landen. De gehele wereld kan duidelijk zien, dat de God van hun vaderen hen heeft verworpen, want zij hebben geen tekens of kenmerken van Zijn oude en gewone gunstbewijzen; terwijl ontelbare littekens van Zijn geduchte verontwaardiging tegen hun vaderen nog ongeheeld blijven aan hun kinderen, na het voorbijgaan van meerdere geslachten, dan die in het beloofde land voorspoed genoten hebben.
KruisverwijzingenJeremia 28:13→Jeremia 27:12→Mattheüs 11:29→Ezechiël 17:12→Jeremia 44:17→Ezechiël 17:3→Ezechiël 4:16→2 Kronieken 12:8→— Zo zult gij uw vijanden, die de HEERE onder u zenden zal, dienen, in honger en in dorst, en in naaktheid, en in gebrek van alles; en Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, totdat Hij u verdelge.
Zo zult gij, omdat gij de Heere niet hebt willen dienen, om verder in het volle bezit van Zijn genadegaven te leven, uw vijanden, die de HEERE tot voltrekking van Zijn strafgericht onder u zenden zal, dienen, met een dienst harder dan de dienst van de Heere, in honger en in dorst, en in naaktheid, en in gebrek van alles; en Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, omdat gij de Heere, uw God, een ijzeren nek hebt toegekeerd, totdat Hij u verdelgt (Jesaja 8:6). “Als men God niet dienen wil, moet men, als een slaaf van zijn lusten, de zonde, de wereld en de duivel dienen, en dat alles met een versmachtende geest, die er toch geen rust en genoegen onder heeft, en erbij moet komen.” Het is een ellendige dienst om (evenals de verloren zoon bij de zwijnen) de wereld te dienen.
KruisverwijzingenKlaagliederen 4:19→Hosea 8:1→Jeremia 48:40→Jesaja 5:26→Jeremia 49:22→Ezechiël 17:12→Ezechiël 17:3→Jeremia 5:15→— De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, gelijk als een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan;
De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde van de aarde, een volk dat snel en geweldig op u aanstormt, zoals een arend vliegt, 1) die met geweldige vaart op zijn prooi neerschiet en zijn klauwen daarin slaat, een volk, eindelijk, wiens spraak gij niet zult verstaan; 2)
“Hier worden duidelijk de Romeinen bedoeld;” zij kwamen van verre, hetgeen van de Chaldeeën zozeer niet kan gezegd worden. De forsheid van de krijgslieden wordt met die van een arend vergeleken; wie denkt hier wederom niet aan de geharde, alles trotserende krijgsdrommen van de Romeinen; en bovendien “weet ieder, dat de Romeinen de Arend in hun vaandels gevoerd hebben; op dezelfde manier beschrijft Homerus de aanstormende Achilles.”.
De profeet Jesaja (hoofdstuk 5:26; 28:11; 33:19) schildert de Assyriërs als een volk, wiens taal onverstaanbaar is. Met dit volk wordt hier de gehele wereldmacht bedoeld, welke Israël vanwege zijn zonden zou onderdrukken.
KruisverwijzingenJesaja 47:6→2 Kronieken 36:17→Daniël 8:23→Spreuken 7:13→Lukas 19:44→Daniël 7:7→Prediker 8:1→Hosea 13:16→— Een volk, stijf van aangezicht, dat het aangezicht des ouden niet zal aannemen, noch den jonge genadig zijn.
Een volk stijf van aangezicht, wreed van uiterlijk en hard van hart, en dat daarom het aangezicht van de oude niet zal aannemen, noch de jonge genadig zijn.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:33→Jesaja 62:8→Jesaja 1:7→Jeremia 17:3→Ezechiël 12:19→Jeremia 15:13→Habakuk 3:16→Leviticus 26:26→— En het zal de vrucht uwer beesten, en de vrucht uws lands opeten, totdat gij verdelgd zult zijn; hetwelk u geen koren, most noch olie, voortzetting uwer koeien noch kudden van uw klein vee zal overig laten, totdat Hij u verdoe.
En het zal de vrucht van uw beesten en de vrucht van uw land opeten, totdat gij verdelgd zult zijn, dat u geen koren, most, noch olie, voortzetting van uw koeien, noch kudden van uw klein vee zal over laten, totdat Hij u verdoe.
KruisverwijzingenLukas 21:20→2 Koningen 18:13→Lukas 19:43→Jeremia 52:4→Zacharia 14:2→Zacharia 12:2→Ezechiël 4:1→Mattheüs 22:7→— En het zal u beangstigen in al uw poorten, totdat uw hoge en vaste muren nedervallen, op welke gij vertrouwdet in uw ganse land; ja, het zal u beangstigen in al uw poorten, in uw ganse land, dat u de HEERE, uw God, gegeven heeft.
En het zal u beangstigen in al uw poorten, totdat uw hoge en vaste muren neervallen, waarop gij vertrouwde in uw gehele land, ja, het zal u beangstigen in al uw poorten, in uw gehele land, datzelfde land, dat u de HEERE, uw God, gegeven heeft. Deze voorspellingen kunnen én op de Chaldeeën én op de Romeinen toegepast worden, maar niet het minst op de laatsten. Zie Jesaja. 5:26 vv.; 33:19 Jer.5:15; 6:22; 48:40; 49:22 Klaagl.5:12 Ezech.17:3,7 Hab.1:6 vv.
KruisverwijzingenKlaagliederen 2:20→Jeremia 19:9→Leviticus 26:29→Klaagliederen 4:10→2 Koningen 6:28→Deuteronomium 28:57→Ezechiël 5:10→Deuteronomium 28:55→— En gij zult eten de vrucht uws buiks, het vlees uwer zonen en uwer dochteren, die u de HEERE, uw God, gegeven zal hebben; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijanden u zullen benauwen
En a) gij zult eten de vrucht van uw buik, het vlees van uw zonen en van uw dochters, die u de HEERE, uw God, gegeven zal hebben; in de belegering en in de benauwing, waarmee uw vijanden u zullen benauwen.
Leviticus. 26:29; 2 Koningen. 6:29 Klaagl.4:10
KruisverwijzingenDeuteronomium 15:9→Deuteronomium 13:6→Jesaja 49:15→Mattheüs 7:9→Spreuken 28:22→Lukas 11:11→Psalmen 103:13→Micha 7:5→— Aangaande den man, die teder onder u, en die zeer wellustig geweest is, zijn oog zal kwaad zijn tegen zijn broeder en tegen de huisvrouw zijns schoots, en tegen zijn overige zonen, die hij overgehouden zal hebben;
Aangaande de man, die teder onder u, en die zeer wellustig geweest is, zodat hij slechts de uitgezochtste gerechten genoot, zijn oog zal kwaad zijn, hij zal afgunstig zijn, tegen zijn broeder, en tegen de vrouw van zijn schoot, en tegen zijn overige zonen, die hij overgehouden zal hebben, die tot dusverre gespaard zijn.
KruisverwijzingenJeremia 34:2→Jeremia 5:10→Jeremia 52:6→— Dat hij niet aan een van die zal geven van het vlees zijner zonen, die hij eten zal, omdat hij voor zich niets heeft overgehouden; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u in al uw poorten zal benauwen.
Dat hij niet aan een van die zal geven van het vlees van zijn zonen, die hij eten zal, maar het voor zich alleen behouden, omdat hij voor zich niets heeft overgehouden 1) van al zijn goederen, in de belegering en in de benauwing, waarmee u uw vijanden in al uw poorten zal benauwen.
Zo hoog zal de hongersnood klimmen, dat de man niets zal overhouden, om aan de zijnen te geven en hij zijn kinderen en zijn vrouw nog zal misgunnen het vlees van zijn eigen bloed.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:54→Jesaja 3:16→Klaagliederen 4:3→— Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn tegen den man haars schoots, en tegen haar zoon, en tegen haar dochter;
Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die in haar weelderigheid en wellust niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, maar die zich, als zij uitging in gemakkelijke draagstoelen, of door zacht voortstappende ezels liet dragen, en zich thuis wellustig in zachte kussens neervleide, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn, scheel zien, tegen de man van haar schoot, en tegen haar zoon en tegen haardochter, zij zal afgunstig tegen hen zijn.
KruisverwijzingenGenesis 49:10→Jesaja 49:15→— En dat om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal zijn, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal hen eten in het verborgene, vermits gebrek van alles; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u zal benauwen in uw poorten.
En dat1) om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal zijn, bij haar verlossing, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal, gedurende de belegering, hen, eerst de nageboorte en vervolgens de pas geboren kinderen zelf, eten in het verborgene, om niet, zelfs niet aan haar allernaaste betrekkingen, iets mee te delen, omdat gebrek aan alles, in de belegering en in de benauwing, waarmee uw vijand u zal benauwen in uw poorten.
En dat. Beter nog: En dat wel, om daarmee te wijzen op het ontzettende van de zaak.
Hoe van dit alles zich reeds een beginsel vertoonde ten tijde van de Syriërs in Samaria, hoe reeds de vervulling plaatshad bij de belegering van Jeruzalem door de Chaldeërs, vergelijk daarover de aangevoerde plaatsen bij Leviticus. 26:26; 2 Koningen. 6:28 Klaagl.2:20; 4:10. Op het verschrikkelijkst evenwel werden Mozes’ woorden tot daadzakelijke werkelijkheid bij de belegering van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Chr. Josephus schrijft van de uitgebreidheid van de toenmalige nood. Om een kleine bete brood hebben de beste vrienden dikwijls gehouwen en gestoten. De kinderen trokken de ouders, vader en moeder dikwijls hun kinderen de spijze uit de mond. Broeders noch zusters erbarmden zich daar over elkaar. Een schepel koren koste vele guldens. Velen hebben van grote honger koemest, anderen zadelriemen of het leer van de schilden afgeknaagd en gegeten. Enige werden dood gevonden met hooi in de mond. Sommigen hadden beproefd in geheime gemakken met vuil en mest hun honger te stillen, en er is zo’n geweldige menigte van de honger gestorven, dat Ananias, Eleazars zoon, welke gedurende de belegering naar Titus gevlucht was, aantoonde, dat 150.000 lijken in de stad gevonden en begraven zijn. Op een andere plaats zegt hij: Er was een voorname vrouw uit het overjordaanse, die uit vrees naar Jeruzalem gevlucht was. Toen nu de stad zo fel benauwd werd, heeft zij haar jongste kind, door honger gedreven, geslacht in de wieg, de helft gebraden en opgegeten, terwijl zij de andere helft aan de haar bedreigende krijgslieden voorzette.
KruisverwijzingenJesaja 42:8→Hebreeën 12:28→Nehemia 9:5→Exodus 20:2→Psalmen 50:7→Jesaja 41:10→Jeremia 7:9→Deuteronomium 28:15→— Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden dezer wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen dezen heerlijken en vreselijken Naam den HEERE uw God;
Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden van deze wet, die in dit boek (de Pentateuch, vooral van Exodus tot het einde van de wetprediking) geschreven zijn, om te vrezen deze heerlijke en vreselijke Naam, 1)de HEERE, uw God, en aan de profeten te gehoorzamen, die de Heere, als mij, uit u en uw broeders zal verwekken (hoofdstuk 18:15 vv.).
Daarop moest het streven van Israëls volk gericht zijn. Dit gevolg moest het onderhouden van de geboden van de Heere hebben. Niet om zichzelfs wille, maar opdat Israël de Heere zou vrezen en de openbaring van Zijn hoogheilige Naam zou hoog houden. Opdat God de eer van Zijn werk zou krijgen.
Kruisverwijzingen1 Koningen 16:3→Deuteronomium 32:22→Klaagliederen 1:12→1 Koningen 9:7→Deuteronomium 29:20→Klaagliederen 4:12→Hosea 3:4→Deuteronomium 31:17→— Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, mitsgaders de plagen van uw zaad; het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse krankten zijn.
Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, u op nog zwaarder en onverdraaglijker wijze bezoeken, bovendien de plagen van uw zaad, het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse ziekten zijn.
KruisverwijzingenDeuteronomium 7:15→Deuteronomium 28:27→Exodus 15:26→— En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, voor dewelke gij gevreesd hebt, en zij zullen u aanhangen.
En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, waarvan gij gevreesd hebt, en alle gevaarlijke, gruwelijke ziekten, die daar thuis zijn, zij zullen u aanhangen, terwijl zij anders verre van u gebleven zouden zijn (Ex.15:26; 23:25).
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:25→— Ook alle krankte, en alle plage, die in het boek dezer wet niet geschreven is, zal de HEERE over u doen komen, totdat gij verdelgd wordt.
En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, waarvan gij gevreesd hebt, en alle gevaarlijke, gruwelijke ziekten, die daar thuis zijn, zij zullen u aanhangen, terwijl zij anders verre van u gebleven zouden zijn (Ex.15:26; 23:25).
KruisverwijzingenNehemia 9:23→Deuteronomium 4:27→Deuteronomium 10:22→2 Koningen 24:14→Nehemia 7:4→Jeremia 42:2→Jesaja 1:9→Leviticus 26:22→— En gij zult met weinige mensen overgelaten worden, in plaats dat gij geweest zijt als de sterren des hemels in menigte; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam geweest zijt.
Ook alle ziekte, en elke plaag, die in het boek van deze wet 1) niet geschreven is, want aan de Heere staan om u te tuchtigen nog geheel andere middelen ten dienste, dan waarmee Hij Egypte kastijdde, zal de HEERE over u doenkomen, totdat gij verdelgd wordt.
Boek van deze wet, d.w.z. in de wetten, welke de Heere gedurende die veertig jaar het volk had gegeven. God wil Israël nog eens vermanen, om al zijn instellingen trouw te houden en op te volgen.
Wij moeten in aanmerking nemen, dat de verschillende plagen, vooral die van de ziekten, grootendeels een gevolg waren van bijzondere zonden, waaronder wellust en onreinheid een grote rol spelen. Wie de zonden van Egypte niet losliet, nam tevens (niets is rechtvaardiger) de straffen mee over. Hiertegen waakte Mozes op Gods bevel het allernauwkeurigst. Israël moest in zijn gehele volksbestaan een reine tempel van Jehovah zijn, die niet alleen woonde in hun tempel, met handen gemaakt.
En gij zult, omdat gij zelf de kiem van de ontbinding in u opgenomen hebt, en de wortel van uw zelfstandige volksbestaan geschonden en uitgerukt hebt, met weinigemensen overgelaten worden, in plaats dat gij geweest zijt als dea) sterren van de hemel in menigte; omdat gij de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam geweest zijt.
Deuteronomium. 10:22
KruisverwijzingenSpreuken 1:26→Jeremia 32:41→Deuteronomium 30:9→Sefanja 3:17→Ezechiël 5:13→Jesaja 1:24→Jeremia 12:14→Jeremia 42:10→— En het zal geschieden, gelijk als de HEERE Zich over ulieden verblijdde, u goed doende en u vermenigvuldigende, alzo zal Zich de HEERE over u verblijden, u verdoende en u verdelgende; en gij zult uitgerukt worden uit het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
En het zal geschieden, a) zoals de HEERE zich over u verblijdde, 1) u goed doende en u vermenigvuldigende, alzo zal zich de HEERE over u verblijden, u verdoende en u verdelgende; en gij zult uitgerukt worden uit het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
Jesaja. 1:24
Het ligt in het begrip van al Gods handelingen, dat het met volkomen vreugde gebeurt.
De Heere kan zich wel tot in Zijn hart bedroeven, als Hij de boosheid ziet de overhand nemen; het mag zijn, dat Hij geen welgevallen heeft in de dood van de zondaar, maar dat hij zich bekeert en leeft (hoofdstuk 30:7), en Hij moge zich verheugen als Hij van een zondaar, die zich, bekeert, wél kan doen-maar tegen de smart, welke Hem aan die kant aangebracht wordt, moet aan de andere kant de vreugde opgewogen kunnen worden. Smart het Hem Zich niet door Zijn genade te kunnen verheerlijken, dan moet Hij Zich verheugen, als Hij Zich door Zijn heiligheid kan verheerlijken.
KruisverwijzingenLeviticus 26:33→Deuteronomium 4:27→Jeremia 16:13→Nehemia 1:8→Deuteronomium 28:36→Lukas 21:24→Jeremia 50:17→Ezechiël 11:16→— En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.
En de HEERE zal u verstrooien a) onder alle volken, van het ene einde van de aarde tot aan het andere einde van de aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.
Deuteronomium. 4:27 Nehemiah. 1:8
KruisverwijzingenLeviticus 26:36→Leviticus 26:16→Amos 9:4→Hosea 11:10→Jesaja 51:17→Mattheüs 24:8→Habakuk 3:16→Ezechiël 20:32→— Daartoe zult gij onder dezelve volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der ogen, en mattigheid der ziel.
Daartoe zult gij onder deze volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking van de ogennaar de verlossing, en matheid van ziel, droefgeestigheid en neerslachtigheid.
KruisverwijzingenKlaagliederen 1:13→Deuteronomium 28:67→Openbaring 6:15→Hebreeën 10:27→— En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.
En uw leven zal tegenover u hangen, het zal zweven aan een zijden draad, en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:34→Job 7:3→Openbaring 9:6→— Des morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware; en des avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware; vermits den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vermits het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
‘s Morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware! en ’ s avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware! omdat de schrik van uw hart, waarmee gij zult verschrikt zijn, en omdat het gezicht van uw ogen, dat gij zien zult; zulke verschrikkelijke dingen zult gij beleven en ondervinden, dat gij in de smart zijnde moet uitroepen: Och, was dit ogenblik voorbij; en deze beker van mijn lippen genomen, hoewel gij toch het bewustzijn omdraagt, dat de toekomst niets helderder, niets minder smartvol is.
KruisverwijzingenHosea 9:3→Jeremia 43:7→Jeremia 44:12→Hosea 8:13→Deuteronomium 17:16→Exodus 20:2→Joël 3:3→Esther 7:4→— En de HEERE zal u naar Egypte doen wederkeren in schepen, door een weg, waarvan ik u gezegd heb: Gij zult dien niet meer zien; en aldaar zult gij u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar er zal geen koper zijn.
En de HEERE zal u naar Egypte, een land van de slavernij en dienstbaarheid, doen terugkeren in schepen, 1) zodat ontvluchten onmogelijk is; door een weg, waarvan ik u gezegd heb, met het oog op de mogelijkheid, dat gij mijn geboden onderhieldt: Gij zult die niet meer zien; en aldaar zult gij, door ellende en kommer verteerd, u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar zozeer zult gij in verachting zijn, dat men u niet zal willen hebben, maar er zal geen koper zijn.
In schepen. Deze uitdrukking dient, om aan te duiden, dat ontvluchting onmogelijk was. De volgende uitdrukking: door een weg, waarvan ik u gezegd heb: gij zult die niet meer zien, moet dienen tot versterking van het voorgaande, om het zekere ervan aan te duiden. Israël is toch niet op schepen uit Egypte ontvlucht, maar, wil de Heere zeggen, zo zeker als gij, indien gij mijn geboden gehoorzaamt, Egypte niet weer zult zien, zo zeker zult gij eenmaal weer in slavernij komen, indien gij mijn geboden ongehoorzaam zijt.
Van vers 58 hebben wij Israëls lot voor ons sedert de verwoesting van de tweede tempel tot aan onze tijd. Titus zond na de verovering van Jeruzalem 17.000 volwassen Joden voor zware arbeid naar Egypte; en die nog geen 17 jaar oud waren liet hij publiek verkopen. Ook onder Hadrianus werden talloze Joden voor een spotprijs verkocht bij Rachels graf. Bij hopen konden zij geen eigenaar vinden, zozeer waren zij in minachting. Gewagen wij dan van die verschrikkelijke tijden, die het vroegere volk van God in de middeleeuwen heeft moeten doorworstelen en van zijn tegenwoordige toestand, wanneer het vaderland noch volksbestaan heeft, en trots alle rechten, die het geniet, het gevoel van verstoting door zijn God in zich omdraagt, zodat het met alle kracht zich vastklemt aan de God van deze wereld, dan hebben wij de vervulling van het goddelijk woord in handtastelijke zaken voor ons.
En zo men alleen het oog slaat op de verstrooiing van de Joden en enige van de daarmee gepaard gaande omstandigheden-hoe hun stad vernield werd-hun tempel, die vroeger hun vast toevluchtsoord uitmaakte, tot de grond toe geslecht en overgeploegd werd als een veld-hoe hun land verwoest en zij zelf in menigte vermoord werden-hoe zij door het zwaard, de honger en de pest vielen, hoe een overschot bleef, maar beroofd, vervolgd, en in slavernij gevoerd werd-uit hun eigen land verdreven, niet naar een schuilplaats in het gebergte, waar zij, in veiligheid hadden kunnen wonen, maar verspreid onder alle volken, en overgelaten aan de genade van een wereld, die hen overal haatte en verdrukte-in stukken geslagen als een wrak in de storm en over de aarde verspreid, zoals zijn overblijfselen over het water; en hoe zij in plaats van te verdwijnen of zich te vermengen met de volken, een volkomen onderscheiden volk blijven-overal dezelfde smaad, dezelfde bespotting en verdrukking ondervindende-geen rustplaats kunnende vinden zonder een vijand aan te treffen, die hen spoedig van daar drijft-zich vermenigvuldigende te midden van al hun ellende-hun vijanden overlevende, -zonder te veranderen, het verdwijnen van verscheidene volken, en de beroeringen van allen aanschouwende-van hun zilver en van hun goud beroofd, schoon hun hart nog daaraan hangt als het struikelblok van hun overtredingen-dikwijls zelfs van hun kinderen beroofd-benauwd en verjaagd, doch altijd eenstemmig en onveranderd-gestadig verdrukt, doch nimmer verbroken- zwak en vreesachtig, treurig en bedroefd-dikwijls onzinnig door de aanblik vn hunr diepe ellende-gedurig op de lippen van de spotters-de smaad en aanfluiting van alle volken, en altijd gebleven, zoals zij tot op de huidige dag zijn, de enige bijnaam, die aan de gehele wereld gemeen is; -hoe verwijdert elk van deze daadzaken uit haar aard alle denkbeeld van gissingen, en hoe kon een sterveling, een honderd achtereenvolgende geslachten overziende, enige van deze wonderen hebben voorspeld, die nu in latere dagen aan het licht zijn gebracht? “Deze openbaring is een zichtbaar blijk van Gods macht en voorwetenschap….zij vormt een onbestijgbare verschansing aan de drempel van het ongeloof, die door geen menselijke list geslecht en door geen aanvallen overmeesterd kan worden.”
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 28
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-68.KruisverwijzingenExodus 23:22→Leviticus 26:3→Exodus 15:26→Jesaja 1:19→Deuteronomium 7:12→Deuteronomium 11:13→Zacharia 1:6→Genesis 39:5→
— En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde. En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn. Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld. Gezegend zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, en de vrucht uwer beesten, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee. Gezegend zal zijn uw korf, en uw baktrog. Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan. De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden. De HEERE zal den zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal. De HEERE zal u Zichzelven tot een heilig volk bevestigen, gelijk als Hij u gezworen heeft, wanneer gij de geboden des HEEREN, uws Gods, zult houden, en in Zijn wegen wandelen. En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen.
Om de betekenis van de zegen, die Israël van de Gerizîm, als ook van de vloek, die het op de Ebal moet uitroepen, onder het gehele volk nadrukkelijk in te prenten, ontvouwt Mozes hierop de zegen van de gehoorzaamheid aan de wet en de vloek van de wetsovertreding uitvoerig, en voegt daarbij de wetprediking, die de inhoud van zijn tweede rede uitmaakte (hoofdstuk 4:44-26:9) en nog een uiting over de beloften en dreigingen, bij de wet gevoegd (Ex.20:5), volgens de strekking, hem door de Heere vroeger in de mond gelegd (Ex.23:20-33 Leviticus. 26:3 vv. ).
En het zal geschieden, indien gij de stem van de HEERE, uw God, vlijtig zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebied, zo zal de HEERE, uw God, u, zoals ik u reeds vroeger (hoofdstuk 16:19) gezegd heb, hoog zetten boven alle volken van de aarde.
En al deze zegeningen, die ik u hier uiteen zal zetten, zullen over u komen, en u aantreffen,
want bereid zijn zij reeds, en zij wachten maar om overvloedig over uuitgestort te kunnen worden, en dit zullen zij voorzeker, wanneer gij de stem van de HEERE, uws God, zult gehoorzaam zijn, onder dit beding en dan ook alleen, en om deze reden ben ik verplicht er herhaaldelijk op terug te komen (vs.9,15).
Hun werd beloofd, dat de Voorzienigheid Gods hen in al hun zaken voorspoedig zou maken. Deze zegeningen worden gezegd hen te zullen aantreffen (of zoals de Engelse vertaling geeft: hen te zullen overvallen). Dezen, welke God zijn genadige zegen waardig acht, zijn soms gereed, om de zegen als te ontvluchten, of ze af te wijzen en te denken, dat die niet voor hen is, wanneer ze in hun eigen onwaardigheid worden ingeleid. Doch de zegen van de Heere zal hen desalniettemin navolgen, vinden, en hen door Gods bijzondere gunst overvallen en in de schoot geworpen worden in tegenstelling van anderen die gretig, doch tevergeefs, daarnaar zoeken. Dus zal op de grote oordeelsdag de zegen de rechtvaardige overkomen, die zullen zeggen: Heere! wanneer, hebben wij u hongerig gezien, en gespijzigd? (Matth.25:37)
Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld, waar gij u maar beweegt.
Gezegend zal zijn de vrucht van uw buik, en de vrucht van uw land, en de vrucht van uw beesten, de voortzetting van uw koeien, en de kudden van uw klein vee, dus in uw gehele bezit. Hoofdstuk 7:13 vv. Ex.23:26
Gezegend zal zijn uw korf, 1) en uw baktrog, zodat gij nimmer aan hongersnood ten prooi zult zijn.
In de korf werden de vruchten bewaard; in de baktrog de spijzen bereid.
“Voorraadschuur.” Het zou vermoeiend zijn alle nutteloze en spitsvindige Joodse verklaringen van deze zegeningen op te sommen. De Jeruzalemse Targum wil, dat met het woord “korf” de korf van de eerstelingen bedoeld wordt, maar ons oog moet verre van eenvoudig zijn, als wij zulke redeneringen begeren. Het is hier duidelijk genoeg voor de eenvoudige bijbellezer, dat én “korf” én “baktrog” benamingen van hetzelfde begrip, (d.i. een verzamelplaats) zijn. Met dezelfde uitleg-ziekte wordt het “in- en uitgaan” (zie vs.6 ) in verband gebracht met het bezoeken van de synagoge of school.
Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan, in alles wat gij binnens- of buitenshuis onderneemt.
De HEERE zal, als gij ten strijde uittrekt, geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht, en hen geheel in uw macht overleveren; door één weg zullen zij, als een welgeordend leger, tot u uittrekken, maar door zeven, d.i. door vele, wegen zullen zij, in woeste vaart uiteenstuivend, voor uw aangezicht vluchten (Richteren. 7:21 vv.).
De HEERE zal de zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat, in al uw arbeid; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
De HEERE zal u, zoals hetgeen gij innerlijk zijn moet volgens uw roeping (Ex.19:5), ook uiterlijk maken en Zichzelf tot een heilig volk bevestigen, zoals Hij gezworen heeft in uw vaderen, a) wanneer gij de geboden van de HEERE, uw God, zult houden en in zijn wegen wandelen.
Genesis 22:6 vv.
En alle volken van de aarde zullen zien, aan datgene wat Hij van u maakt, tot prijs van Zijn heerlijkheid, dat de naam van de HEERE 1) over u genoemd is, dat gij werkelijk Zijn eigendomsvolk zijt, en zij zullen voor u, die onmiddellijk onder Zijn bescherming staat, vrezen.
Onder de Naam van de Heere hebben wij ook hier te verstaan, de openbaring van Zijn heerlijk en heilig Wezen.
En de HEERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht van uw buik, en in de vrucht van uw beesten, en in de vrucht van uw land, op het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.
De HEERE zal u, om u deze overvloed te verschaffen, opendoen zijn goede schat, de hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, a) en om te zegenen al het werk van uw hand, uw landbouw. En gij zult, door de groteovervloed van alle tijdelijke goederen, aan vele volken lenen, b)maar gij zult niet ontlenen.
(Deuteronomium. 11:14 b) Deuteronomium. 15:6 In het Hebr. hjml alw hleml (Lema’elah welo lemattah). LXX epanw kai ouk upokatw, d.i. er bovenop en niet naar beneden. Dit is duidelijk. Het tweede lid van vs.13 is verklaring of bevestiging van het eerste lid. De Heere belooft hier dat als Israël Zijn geboden en instellingen zal onderhouden het steeds meer in aanzien zal komen, steeds meer er bovenop zal komen en niet achteruitgaan.
En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, gij zult in de rij van de volken de eerste, niet de laatste zijn, a) en gij zult alleen boven zijn, en niet onder 1) zijn, wanneer gij horen zult naar de geboden van de HEERE, uw God, die ik u heden gebied te houden en te doen.
Jesaja. 9:14 vv.
Het is geen vloek zonder, of om een geringe oorzaak. God zoekt geen twist tegen ons, want hoedanige eer zou Hij toch verkrijgen door te willen twisten met een gedreven blad en een droge stoppel?. De beste adel is van boven. Kon Israël misschien niet in de oudheid met de overige volken wedijveren, welnu, de Heere, de God der eeuwen gaat een verbond met hen aan, en laat hun vrijelijk meedelen in het Zijne. En zodra de Israëlieten ook van hun kant het verbond ongeschonden bewaarden, is hun adel de voornaamste geweest, hebben zij boven de volkeren gezweefd, omdat die adel zijn oorsprong in God had.
En gij niet afwijken zult van al de woorden, die ik u heden gebied ter rechter- of ter linkerhand, a) en vooral niet wijkt van het hoofd- en grondgebod, dat gij andere goden nawandelt, om hen te dienen. b)
(Deuteronomium. 5:32; 17:11 b) Deuteronomium. 6:14; 11:28 De gehele weeklacht, namelijk de zo in het oog vallende macht en bloei van het heidendom in vergelijking met het geringe aantal aanbidders van de Heere, die nog niet eens een enkel van alle landen op aarde het hunne konden noemen, schijnt zeker een sprekend tegenbewijs te zijn van alles, wat Mozes hier zegt; maar de wetgeving van het Oude Verbond moet de wonderbaarlijke zekerheid, waaruit zij ontsproten en waardoor zij gedragen is, dat er in de gemeenschap met de heilige God leven en kracht, maar daarbuiten slechts ondergang en dood is, niet minder ook nog aan haar einde, ja, daar nog wel het sterkst uitdrukken en (het volk) inprenten.
De zegen wordt hier wederom vóór de vloek gesteld; “het is het Evangelie van het Oude Verbond, dat ons onder het beeld van aardse zegen, de hemelse zegen, belooft.
Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem van de HEERE, uw God, a) niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al zijn geboden en zijninzstellingen, die ik heden gebied; zo zullen al deze vloeken over u komen en u treffen, 1) zodat juist het tegendeel plaatsvindt van de zegeningen, die ik u opgenoemd heb.
Leviticus. 26:14 Klaagl.2:17 Dan.9:11,13 Mal.2:2 De mondige mens wordt hier een grondregel gegeven in vs.2 en vs. 15, waardoor hij zichzelf oordeelt en veroordeelt. “Het is de horoscoop voor tijd en eeuwigheid.” Wat wil men nog meer weten van deze goddelijke openbaring? “O mens, gij bekommert u om de toekomst, gij ondervraagt gesternte en kalender; stel u dit hoofdstuk voor ogen; het zal u geluk en zegen geven, als gij God gehoorzaamt, en in tegenovergesteld geval, ongeluk en vloek.”. Zoals van de zegeningen gesproken wordt, dat zij de mens zullen overkomen en treffen, zo wordt dit ook van de vloek gezegd. Zegen en vloek staan vlak tegenover elkaar.
Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt zult gij zijn in het veld.
Vervloekt zal zijn uw korf, voorraadschuur en uw baktrog.
Vervloekt zal zijn de vrucht van uw buik en de vrucht van uw land, de voortzetting van uw koeien, en de kudden van uw klein vee.
Vervloekt zult gij zijn in uw ingaan, en vervloekt zult gij zijn in uw uitgaan.
De HEERE zal, in plaats dat zegen en eendracht onder u zij (vs.8), onder u zenden de vloek, de verstoring en het verderf, in alles, waaraan gij uw hand slaat, dat gij doen zult, totdat gij verdelgd wordt, en totdat gij haastig omkomt, vanwege de boosheid van uw werken, waarmee gij Mij verlaten hebt. Na de inleiding in vs.15 welke aan die in vs.1 en 2 beantwoordt, stelt Mozes tegenover de zegenbeloften (vs.4-8) vloekbedreigingen, die evenals die, zo veel omvattend mogelijk zijn en waar het niets minder geldt dan de volkomen uitbetaling van de zondebetaling. Nu weet Mozes evenwel, in de verlichting van de Heilige Geest, zo goed als wij, dat de betaling van de zonde de dood is; maar diens voorlopers zijn een talloze menigte van lichamelijke smarten en noodlottige ziekten. Een heel leger van dezen wordt in het volgende over Israël bezworen, in toenemende uitgebreidheid en vreselijkheid. Evenwel heeft Mozes niet opnieuw, zoals in Leviticus. 26:14 vv. te doen met de ongehoorzaamheid en weerstrevigheid van het volk in haar trapsgewijs voortschrijden, maar hij heeft de afval in het algemeen meer in het oog, en stelt daarom niet plaag na plaag met trapsgewijze opklimming voor ogen, maar veeleer vat hij alle plagen in één bundel samen. Uit deze bundel neemt hij, als uit een pijlkoker, zijn pijlen en werpt die in vijfvoudige aanval (vs.21-26; 27-34; 35-45; 46-57; 58-68) naar Israël. Al de zware bezoekingen, die de latere geschiedenis ons verhaalt, dat óf in de oudheid, óf in de middeleeuwen dit volk getroffen hebben, ja, zelfs hun huidige verhouding onder de volkeren, alles is in dit hoofdstuk voorzien en voorzegd. Dit hoofdstuk is, zoals Luther terecht zegt, evenzeer het langste als het gemakkelijkste; er is niet veel uit te leggen, waar de geschiedenis zelf uitlegger geworden is.
De HEERE zal u de pest 1) doen aankleven, totdat Hij u verdoe van het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
De pest (Hebreeuws deber, d.i. verderving) is een, in Egypte inheemse ziekte, die zich onder zekere omstandigheden, ook over andere landen, nl. Palestina en Syrië verbreidt, en voor deze daarom epidemisch (aanstekend) wordt, en zijn grond vindt in een door Miasma (aanstekingsstof in de lucht) ontstane vergiftiging van het bloed. Prüner in zijn geschrift “ziekten van het Oosten” kenschetst haar als een kwaal, wiens wet het is, geen regel te hebben, en dat reeds in gewoon spraakgebruik de gepersonifieerde trouweloosheid, doortraptheid en boosaardigheid betekent. Hij onderscheidt twee hoofdsoorten; de ene lijkt in haar loop op de boosaardige koorts; de andere op de typhus. Als een algehele verstoring van de lichaamskracht kondigt zich de pest al dadelijk aan door een met hevige koorts verbonden zwakte, neergedruktheid en onuitsprekelijke angst. Op een lichte huivering volgt hevige hoofdpijn aan het voorhoofd, inwendig brandende hitte, duizeligheid, zucht tot slapen of gehele slapeloosheid, beklemming van de borst, toenemende onpasselijkheid, vervolgens een eerst slijmig, dan zwart, gallig, dikwijls bloederig, braken met hevig wringen gepaard, buikloop, pijn in de rug en de ledematen. De ogen, eerst glanzend en vochtig, worden star, dof en in de hoeken met bloed belopen. Het gehoor en de tong wordt zwaar, de verdoving klimt; stille deliriën (tekenen van waanzin) en trekkingen worden waargenomen; het gelaat is jammerlijk verdraaid. De dood komt meestal snel, binnen 24 uur. Wanneer echter het gestel van de zieke de eerste schok weerstaat, dan komen gewoonlijk op de derde dag de pestbuilen te voorschijn, een of meer in getal, en de karbonkels of pestblazen op verscheidene uitwendige delen en later dikwijls nog brandzweren op schouders, schenkels, rug, hals en dijen. Bij het verschijnen van de pestzweren, en het wijken van de koorts ten gevolge van een kritisch (beslissend) zweten op de derde dag, bestaat er hoop op genezing; als namelijk de pestzweren niet wegtrekken of brandig worden, maar doorbreken en etteren (2 Koningen. 20:1 vv. Jesaja. 38:9 vv. ). Zonder pestbuilen geneest niemand; maar zelfs, als zij niet kwaadaardig zijn, is de zieke gedurende 40 dagen niet buiten gevaar. Na het eerste uitbreken van de ziekte is besmetting en dood bijna in één ogenblik; later heeft de zieke gewoonlijk nog drie dagen; langzamerhand begint nu de sterkte van de smetstof te minderen en meerdere zieken komen ervan op.
De HEERE zal u slaan met tering a) en met koorts,
hete koortsen, en met vurigheid, typheuse koortsen, en met hitte, afwisselende koorts, en met1) droogte, c) en met brandkoren, 2) (Duitse vertaling = giftige lucht), en met honingdauw, het verwelken van het koren, die u vervolgen zullen totdat gij omkomt.
(Leviticus. 26:16 b) (Matth.8:14 Joh.4:52 c) 1 Kon.17:7
Deze vertaling rust op de lezing Choreb; als men deze vertaling vasthoudt, zou er met “droogte” reeds een begin gemaakt worden met de hovenplagen. Een andere lezing daarentegen heeft Chereb =” zwaard;” zodat er tussen de vier plagen van de mensen en de twee van de veldvruchten het verbranden van de aren en het “geel worden” door verzengende winden, voor het korrels krijgen van de halmen) midden in de oorlog werd geplaatst als een overgangsplaag, die de landman en zijn vruchten gelijk vernielt. Het laat zich niet bepalen, welke de juiste lezing is (Deuteronomium. 2:17)
Onder brandkoren heeft men te verstaan die plaag, waardoor het koren verbrandt of verdort veroorzaakt door de Kadiem, een oostenwind, komende uit de overjordaanse woestijnen. Met honingdauw, het geel worden van de bladeren, zodat de halmen geen aren voortbrachten. Wij hebben hier zeven plagen als bewijs, dat zij werkelijk door God werden toegezonden.
En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn, zodat die geen regen zal geven, en deze, onbewerkbaar als zij is, geen vruchten zal opleveren (Leviticus. 26:19).
De HEERE, uw God, zal in zulke tijden van aanhoudende droogte pulver en stof tot regen van uw landsgeven, 1) dat u uw toestand nog onverdragelijker maakt, door de hitte nog te vermeerderen en de in te ademen lucht te bezwangeren, van de hemel zal het op u neerdalen, totdat gij verdelgd wordt, want daarop komen alle plagen neer.
Volgens Robinson wordt de lucht in Palestina bij grote hitte dikwijls vervuld met stof en zand, wanneer de z.g. Sirocco waait, zodat zij dan niet zelden lijkt op de gloed van een brandende oven.
De HEERE zal u, in tegenstelling tot vs.7, verslagen geven voor het aangezicht van uw vijanden; a) door één weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vluchten; en gij zult van alle koninkrijken van de aarde aangeraakt worden, woordelijk: tot heen- en weerbeweging, zoveel alstot een speelbal, voor alle koninkrijken van de aarde (Jeremia. 15:4; 24:9; 29:18; 34:17)
Leviticus. 26:17
En uw dood lichaam zal, in plaats van in een eervol graf bijgezet te worden, aan al het gevogelte van de hemel, en aan de beesten van de aarde tot spijze zijn; en niemand zal ze afschrikken, niemand zal uw lijk in bescherming nemen tegen hun vraatzucht (1 Kon.14:11 Jer.16:4 Ezech.29:5 ).
De HEERE zal u slaan met zweren 1) van Egypte, met de Egyptische melaatsheid, de zogenaamde Elephantiasis, a) en met spenen, speenvormige zweren aan de achterdelen, Hoemorrhoische b) knobbels, en met droge schurft en met krauwsel, 2) waarvan gij niet zult kunnen genezen worden.
Zie Le 13.3 b) 1 Samuel. 5:6,9,12
De knobbelmelaatsheid is eigenlijk een Egyptische ziekte (daarom: “zweren van Egypte). Zij begint evenals de witte, maar onderscheidt zich door knobbels-eerst door grootte van een erwt, dan van een kippenei-in het gezicht en aan de leden, waartussen het vlees wegzinkt. De pijn is niet hevig, ook vertoont zich maar weinig uitslag; maar tegen het einde van de ziekte ontstaan vele etterzweren, welke de gewrichten los maken, zodat het ene lid na het andere afvalt. Het gezicht is ook hier opgezwollen en blinkend, de blik wild, strak, de ogen bolrond en druipen. Onverzadelijke vraatzucht en wellustige prikkelingen zijn ook aan deze soort van ziekte eigen. De zinnen verstompen; langzamerhand neemt de stem af; droefgeestigheid, vreselijke dromen, sterk opzwellen en hard worden van de voeten, waardoor zij als olifantsvoeten worden (vandaar de naam Elephantiasis) en een schilferachtige, gespleten huid krijgen, zijn aan deze ziekte eigen. Ook deze ziekte heeft een aangegeven duur, dikwijls meer dan 20 jaar, waarop de dood soms plotseling verrast ten gevolge een zwakke koorts of van gruwelijke verstikking.
Een ziekte, na verwant aan de vorige, en welke een geweldige jeuk veroorzaakt.
De HEERE zal u slaan met onzinnigheid en met blindheid naar de geest, en met verbaasdheid van hart, verstandsverbijstering.
Dat gij op de middag zult om u heen tasten, zoals een blinde omtast in het donkere, dat gij radeloos zult zijn in verhoudingen, die onder andere omstandigheden helder waren, evenals een lichamelijk blinde zelfs op de helderste dag in het onzekere rondtast, en uw wegen niet zult voorspoedig maken, omdat gij in uw radeloosheid geen middelen zult vinden; maar gij zult alleen door vreemden verdrukt en beroofd zijn alle dagen, en er zal geen verlosser zijn 1) om u te helpen.
Naast de lichaamsplagen ook plagen van de geest; naast het geslagen worden aan het lichaam, ook het geslagen worden aan de geest. Op allerlei terrein zal Israël, vanwege zijn godverlating en godverzaking de geduchte straffen van God ondervinden.
Hier is het minder aan eigenlijke waanzin en krankzinnigheid te denken, als veeleer aan een uit de hoogste angst, zorg en moeite voortspruitende geestesverwarring. (Vgl. vs.34. De nood en de kwelling zouden zo’n hoogte bereiken, dat hun hoofd en zinnen zouden vergaan van radeloosheid; zoals men dat altijd ondervindt als men in grote gevaren beroofd wordt van de nodige tegenwoordigheid van geest.
Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander man zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar die niet algemeen maken, gij zult hem niet in eigen vruchtgebruik hebben (hoofdstuk 20:5-7). Men denkt hier slechts aan de verdukkingen, die de Israëlieten ten tijde van de Richteren, toen zij slechts heimelijk enigszins konden oogsten, geleden hebben en vooral naderhand, nadat Israël onder alle volken verstrooid was en zijn bezitting voor fanatieke naam-Christenen moest verbergen.
Uw os zal voor uw ogen geslacht worden, maar gij zult daarvan niet eten, uw ezel zal van voor uw aangezicht geroofd worden, en tot u niet terugkeren, uw klein vee zal aan uw vijanden gegeven worden, en voor u zal geen verlosser zijn.
Uw zonen en uw dochters zullen aan een ander volk tot slaven en slavinnen gegeven worden, dat het uw ogen aanzien, hoe zij onbarmhartig voortgesleurd worden, en gij zult naar hen, naar hun terugkeer uit de vreemde smachten en van verlangen bezwijken de hele dag, maar het zal in het vermogen van uw hand niet zijn, 1) ook maar het minste tot hun verlossing toe te brengen.
Letterlijk: maar uw hand zal u niet tot een God zijn, d.i. gij zult aan die toestand niet het minste kunnen veranderen, alle hulp zal u ontbreken.
De vrucht van uw land en al uw arbeid, die gij met moeite verkregen hebt, zal een volk eten, dat gij niet gekend hebt; en gij zult alle dagen alleen door dat volk, als vergelding voor die vrucht, verdrukt en verpletterd zijn.
En gij zult onzinnig zijn vanwege het gezicht van uw ogen, door de aanschouwing van zoveel jammer en harteleed, dat gij zien zult.
De HEERE zal u slaan met boze zweren aan de knieën en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel. Hier wordt zeker de gewrichtenmelaatsheid, een bastaardsoort van de knobbelmelaatsheid bedoeld (vs.27); hier richt zich de woede van de ziekte op de gewrichten en vooral op die van de voeten. Toch heeft Mozes niet zozeer met de ziekte, als zodanig te doen, maar meer met haar gevolgen en werking. Zij maakte het door haar aangetaste gaan en staan onmogelijk en sloot hem naar de wet uit van de gemeenschap met het Verbondsvolk: en dat is het dan ook eigenlijk, waarom het hem te doen is. Israël zal van alle levenskracht beroofd en door God verworpen worden, de melaatsheid is daarbij meer het beeld en de gelijkenis of de concrete vorm, waarin hij zijn gedachte uitspreekt. Dit blijkt hetn duidelijkst uit het toevoegsel “van de voetzool af tot aan de hoofdschedel;” want bij gewrichtenmelaatsheid blijven de overige lichaamsdelen meestal in een tamelijk gezonde toestand en de zieken kunnen na het afvallen van de zieke ledematen weer tot een zekere hoogte genezen.
De HEERE zal u, bovendien uw koning, die gij over u zult gesteld hebben, a) en onder wiens beschutting gij meende u tegenover uw vijanden te kunnen staande houden, doch die het juist daartoe gebracht heeft, dat gij uwhemelse Koning verworpen hebt, en door hem verstoten zijt,
doen gaan tot een volk, dat gij niet gekend hebt, vanwege zijn nietigheid, noch uw vaderen, en aldaar zult gij tot straf daarvoor, dat gij de Heere niet hebt willendienen, dienen andere goden, hout en steen, dat ook door uw verdrukkers gediend wordt (hoofdstuk 4:28).
(Deuteronomium. 17:14 b) 1 Samuel. 8:19 vv.; 1 Kon.12:26 vv.; 2 Koningen. 21:9 vv. Hier blijkt weer zo duidelijk, hoe Mozes de profeet van het Oude Verbond is geweest. Hij ziet honderdtallen van jaren vooruit niet alleen, maar voorspelt het precies zoals het in later eeuwen geschied is.
En gij zult, terwijl gij geroepen was om het hoogste te zijn onder alle volken op aarde, en algemeen als een heilig volk gevreesd te worden, zijn tot een schrik, tot een spreekwoord, en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal (1 Kon.9:7 Jer.24:9 ).
a) Gij zult veel zaad op de akker uitstrooien, maar gij zult in de oogsttijd weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren.
Micha 6:15 Hagg.1:6
Wijngaarden zult gij planten, en bouwen, maar gij zult geen wijn drinken, noch iets, daargelaten het persen, een enkel druifje voor dagelijkse verfrissing vergaderen; want de worm, de wijngaardkever, die daarin zo verderfelijk is, zal het opeten.
Olijfbomen zult gij hebben in heel uw gebied, maar gij zult u met olie niet zalven; want uw olijfboom zal zijn vrucht afwerpen, voordat die tot rijpte gekomen is, en als gij komt, zult gij niets dan bladeren vinden (Joël 1:10).
Zonen en dochters zult gij gewinnen, maar zij zullen voor u niet zijn, gij zult ze met moeite opkweken, maar gij zult daarvoor niet beloond worden; want zij zullen in gevangenis gaan, weggerukt zijnde voor uw ogen.
Al uw geboomte, en de vrucht van uw land zal het boos gewormte erfelijk bezitten, en gij zult er u niet van kunnen ontslaan, om van het land van uw erfenis vrucht te plukken.
De vreemdeling, die in het midden van u is, en niet door die plagen getroffen wordt, zoals gij voorheen in Egypte onaangetast bleef, a) zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag neerdalen.
Ex.9:6,26
Hij, de vreemdeling, zal u lenen, maar gij zult hem niet lenen, omdat hij het niet nodig heeft, en gij hiertoe niet in staat zal zijn; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn, het geringste van alle volkeren.
En al deze vloeken, waarvan ik gesproken heb, zullen over u komen, en u vervolgen, zoals een vijand, die niet ophoudt voordat hij u ingehaald heeft, en u treffen, totdat gij verdelgd wordt, omdat gij de stem van de HEERE, uw God niet gehoorzaam zult geweest zijn, om te houden zijn geboden en zijn instellingen, die Hij u geboden heeft.
En zij zullen onder u tot een teken en tot een wonder zijn, ja, onder uw nageslacht tot in eeuwigheid, en zij, deze vloeken, die u treffen, zullen u en uw zaad tot een teken zijn tot in eeuwigheid, want zij zullen u door hun uitgebreidheid en vreselijkheid op in het oog vallende wijze het bovennatuurlijke ingrijpen van God in uw lotsbestemming doen erkennen;
Omdat gij de HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid van hart, terwijl gij hiertoe toch alle reden hadt vanwege de veelheid van alles, daar gij aan alles overvloed had; maar juist deze overvloed van de u door de Heere geschonken goederen heeft u overmoedig gemaakt, en uw hart tegen hem verhard (Deuteronomium. 6:11 vv.; 8:7 vv.; 31:20; 32:15 Nehemiah. 9:26 vv. ). Wel is Israël in voor- en tegenspoed een teken voor de wereld geweest. Bij een volk zo beweeglijk van hartstochten als de baren van de zee, wordt het dienen van God of van de zonde het best opgemerkt. Wat hier voorzegd is, is geschied, wat vervolgens voorzegd is, zal geschieden. Nog is het volk van Israël tot een teken van Gods openbaring voor de wereld, nog staat het daar als een levende hinderpaal voor ongeloof en godsverzaking. Nee, “geen teken kan gegeven worden, dat gelijk is aan de verwoesting van het joodse volk, het aanhouden van de ballingschap uit hun land, en hun ellendig wedervaren in alle andere landen. De gehele wereld kan duidelijk zien, dat de God van hun vaderen hen heeft verworpen, want zij hebben geen tekens of kenmerken van Zijn oude en gewone gunstbewijzen; terwijl ontelbare littekens van Zijn geduchte verontwaardiging tegen hun vaderen nog ongeheeld blijven aan hun kinderen, na het voorbijgaan van meerdere geslachten, dan die in het beloofde land voorspoed genoten hebben.
Zo zult gij, omdat gij de Heere niet hebt willen dienen, om verder in het volle bezit van Zijn genadegaven te leven, uw vijanden, die de HEERE tot voltrekking van Zijn strafgericht onder u zenden zal, dienen, met een dienst harder dan de dienst van de Heere, in honger en in dorst, en in naaktheid, en in gebrek van alles; en Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, omdat gij de Heere, uw God, een ijzeren nek hebt toegekeerd, totdat Hij u verdelgt (Jesaja 8:6). “Als men God niet dienen wil, moet men, als een slaaf van zijn lusten, de zonde, de wereld en de duivel dienen, en dat alles met een versmachtende geest, die er toch geen rust en genoegen onder heeft, en erbij moet komen.” Het is een ellendige dienst om (evenals de verloren zoon bij de zwijnen) de wereld te dienen.
De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde van de aarde, een volk dat snel en geweldig op u aanstormt, zoals een arend vliegt, 1) die met geweldige vaart op zijn prooi neerschiet en zijn klauwen daarin slaat, een volk, eindelijk, wiens spraak gij niet zult verstaan; 2)
“Hier worden duidelijk de Romeinen bedoeld;” zij kwamen van verre, hetgeen van de Chaldeeën zozeer niet kan gezegd worden. De forsheid van de krijgslieden wordt met die van een arend vergeleken; wie denkt hier wederom niet aan de geharde, alles trotserende krijgsdrommen van de Romeinen; en bovendien “weet ieder, dat de Romeinen de Arend in hun vaandels gevoerd hebben; op dezelfde manier beschrijft Homerus de aanstormende Achilles.”.
De profeet Jesaja (hoofdstuk 5:26; 28:11; 33:19) schildert de Assyriërs als een volk, wiens taal onverstaanbaar is. Met dit volk wordt hier de gehele wereldmacht bedoeld, welke Israël vanwege zijn zonden zou onderdrukken.
Een volk stijf van aangezicht, wreed van uiterlijk en hard van hart, en dat daarom het aangezicht van de oude niet zal aannemen, noch de jonge genadig zijn.
En het zal de vrucht van uw beesten en de vrucht van uw land opeten, totdat gij verdelgd zult zijn, dat u geen koren, most, noch olie, voortzetting van uw koeien, noch kudden van uw klein vee zal over laten, totdat Hij u verdoe.
En het zal u beangstigen in al uw poorten, totdat uw hoge en vaste muren neervallen, waarop gij vertrouwde in uw gehele land, ja, het zal u beangstigen in al uw poorten, in uw gehele land, datzelfde land, dat u de HEERE, uw God, gegeven heeft. Deze voorspellingen kunnen én op de Chaldeeën én op de Romeinen toegepast worden, maar niet het minst op de laatsten. Zie Jesaja. 5:26 vv.; 33:19 Jer.5:15; 6:22; 48:40; 49:22 Klaagl.5:12 Ezech.17:3,7 Hab.1:6 vv.
En a) gij zult eten de vrucht van uw buik, het vlees van uw zonen en van uw dochters, die u de HEERE, uw God, gegeven zal hebben; in de belegering en in de benauwing, waarmee uw vijanden u zullen benauwen.
Leviticus. 26:29; 2 Koningen. 6:29 Klaagl.4:10
Aangaande de man, die teder onder u, en die zeer wellustig geweest is, zodat hij slechts de uitgezochtste gerechten genoot, zijn oog zal kwaad zijn, hij zal afgunstig zijn, tegen zijn broeder, en tegen de vrouw van zijn schoot, en tegen zijn overige zonen, die hij overgehouden zal hebben, die tot dusverre gespaard zijn.
Dat hij niet aan een van die zal geven van het vlees van zijn zonen, die hij eten zal, maar het voor zich alleen behouden, omdat hij voor zich niets heeft overgehouden 1) van al zijn goederen, in de belegering en in de benauwing, waarmee u uw vijanden in al uw poorten zal benauwen.
Zo hoog zal de hongersnood klimmen, dat de man niets zal overhouden, om aan de zijnen te geven en hij zijn kinderen en zijn vrouw nog zal misgunnen het vlees van zijn eigen bloed.
Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die in haar weelderigheid en wellust niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, maar die zich, als zij uitging in gemakkelijke draagstoelen, of door zacht voortstappende ezels liet dragen, en zich thuis wellustig in zachte kussens neervleide, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn, scheel zien, tegen de man van haar schoot, en tegen haar zoon en tegen haardochter, zij zal afgunstig tegen hen zijn.
En dat1) om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal zijn, bij haar verlossing, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal, gedurende de belegering, hen, eerst de nageboorte en vervolgens de pas geboren kinderen zelf, eten in het verborgene, om niet, zelfs niet aan haar allernaaste betrekkingen, iets mee te delen, omdat gebrek aan alles, in de belegering en in de benauwing, waarmee uw vijand u zal benauwen in uw poorten.
En dat. Beter nog: En dat wel, om daarmee te wijzen op het ontzettende van de zaak.
Hoe van dit alles zich reeds een beginsel vertoonde ten tijde van de Syriërs in Samaria, hoe reeds de vervulling plaatshad bij de belegering van Jeruzalem door de Chaldeërs, vergelijk daarover de aangevoerde plaatsen bij Leviticus. 26:26; 2 Koningen. 6:28 Klaagl.2:20; 4:10. Op het verschrikkelijkst evenwel werden Mozes’ woorden tot daadzakelijke werkelijkheid bij de belegering van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Chr. Josephus schrijft van de uitgebreidheid van de toenmalige nood. Om een kleine bete brood hebben de beste vrienden dikwijls gehouwen en gestoten. De kinderen trokken de ouders, vader en moeder dikwijls hun kinderen de spijze uit de mond. Broeders noch zusters erbarmden zich daar over elkaar. Een schepel koren koste vele guldens. Velen hebben van grote honger koemest, anderen zadelriemen of het leer van de schilden afgeknaagd en gegeten. Enige werden dood gevonden met hooi in de mond. Sommigen hadden beproefd in geheime gemakken met vuil en mest hun honger te stillen, en er is zo’n geweldige menigte van de honger gestorven, dat Ananias, Eleazars zoon, welke gedurende de belegering naar Titus gevlucht was, aantoonde, dat 150.000 lijken in de stad gevonden en begraven zijn. Op een andere plaats zegt hij: Er was een voorname vrouw uit het overjordaanse, die uit vrees naar Jeruzalem gevlucht was. Toen nu de stad zo fel benauwd werd, heeft zij haar jongste kind, door honger gedreven, geslacht in de wieg, de helft gebraden en opgegeten, terwijl zij de andere helft aan de haar bedreigende krijgslieden voorzette.
Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden van deze wet, die in dit boek (de Pentateuch, vooral van Exodus tot het einde van de wetprediking) geschreven zijn, om te vrezen deze heerlijke en vreselijke Naam, 1)de HEERE, uw God, en aan de profeten te gehoorzamen, die de Heere, als mij, uit u en uw broeders zal verwekken (hoofdstuk 18:15 vv.).
Daarop moest het streven van Israëls volk gericht zijn. Dit gevolg moest het onderhouden van de geboden van de Heere hebben. Niet om zichzelfs wille, maar opdat Israël de Heere zou vrezen en de openbaring van Zijn hoogheilige Naam zou hoog houden. Opdat God de eer van Zijn werk zou krijgen.
Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, u op nog zwaarder en onverdraaglijker wijze bezoeken, bovendien de plagen van uw zaad, het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse ziekten zijn.
En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, waarvan gij gevreesd hebt, en alle gevaarlijke, gruwelijke ziekten, die daar thuis zijn, zij zullen u aanhangen, terwijl zij anders verre van u gebleven zouden zijn (Ex.15:26; 23:25).
En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, waarvan gij gevreesd hebt, en alle gevaarlijke, gruwelijke ziekten, die daar thuis zijn, zij zullen u aanhangen, terwijl zij anders verre van u gebleven zouden zijn (Ex.15:26; 23:25).
Ook alle ziekte, en elke plaag, die in het boek van deze wet 1) niet geschreven is, want aan de Heere staan om u te tuchtigen nog geheel andere middelen ten dienste, dan waarmee Hij Egypte kastijdde, zal de HEERE over u doenkomen, totdat gij verdelgd wordt.
Boek van deze wet, d.w.z. in de wetten, welke de Heere gedurende die veertig jaar het volk had gegeven. God wil Israël nog eens vermanen, om al zijn instellingen trouw te houden en op te volgen.
Wij moeten in aanmerking nemen, dat de verschillende plagen, vooral die van de ziekten, grootendeels een gevolg waren van bijzondere zonden, waaronder wellust en onreinheid een grote rol spelen. Wie de zonden van Egypte niet losliet, nam tevens (niets is rechtvaardiger) de straffen mee over. Hiertegen waakte Mozes op Gods bevel het allernauwkeurigst. Israël moest in zijn gehele volksbestaan een reine tempel van Jehovah zijn, die niet alleen woonde in hun tempel, met handen gemaakt.
En gij zult, omdat gij zelf de kiem van de ontbinding in u opgenomen hebt, en de wortel van uw zelfstandige volksbestaan geschonden en uitgerukt hebt, met weinigemensen overgelaten worden, in plaats dat gij geweest zijt als dea) sterren van de hemel in menigte; omdat gij de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam geweest zijt.
Deuteronomium. 10:22
En het zal geschieden, a) zoals de HEERE zich over u verblijdde, 1) u goed doende en u vermenigvuldigende, alzo zal zich de HEERE over u verblijden, u verdoende en u verdelgende; en gij zult uitgerukt worden uit het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
Jesaja. 1:24
Het ligt in het begrip van al Gods handelingen, dat het met volkomen vreugde gebeurt.
De Heere kan zich wel tot in Zijn hart bedroeven, als Hij de boosheid ziet de overhand nemen; het mag zijn, dat Hij geen welgevallen heeft in de dood van de zondaar, maar dat hij zich bekeert en leeft (hoofdstuk 30:7), en Hij moge zich verheugen als Hij van een zondaar, die zich, bekeert, wél kan doen-maar tegen de smart, welke Hem aan die kant aangebracht wordt, moet aan de andere kant de vreugde opgewogen kunnen worden. Smart het Hem Zich niet door Zijn genade te kunnen verheerlijken, dan moet Hij Zich verheugen, als Hij Zich door Zijn heiligheid kan verheerlijken.
En de HEERE zal u verstrooien a) onder alle volken, van het ene einde van de aarde tot aan het andere einde van de aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.
Deuteronomium. 4:27 Nehemiah. 1:8
Daartoe zult gij onder deze volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking van de ogennaar de verlossing, en matheid van ziel, droefgeestigheid en neerslachtigheid.
En uw leven zal tegenover u hangen, het zal zweven aan een zijden draad, en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.
‘s Morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware! en ’ s avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware! omdat de schrik van uw hart, waarmee gij zult verschrikt zijn, en omdat het gezicht van uw ogen, dat gij zien zult; zulke verschrikkelijke dingen zult gij beleven en ondervinden, dat gij in de smart zijnde moet uitroepen: Och, was dit ogenblik voorbij; en deze beker van mijn lippen genomen, hoewel gij toch het bewustzijn omdraagt, dat de toekomst niets helderder, niets minder smartvol is.
En de HEERE zal u naar Egypte, een land van de slavernij en dienstbaarheid, doen terugkeren in schepen, 1) zodat ontvluchten onmogelijk is; door een weg, waarvan ik u gezegd heb, met het oog op de mogelijkheid, dat gij mijn geboden onderhieldt: Gij zult die niet meer zien; en aldaar zult gij, door ellende en kommer verteerd, u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar zozeer zult gij in verachting zijn, dat men u niet zal willen hebben, maar er zal geen koper zijn.
In schepen. Deze uitdrukking dient, om aan te duiden, dat ontvluchting onmogelijk was. De volgende uitdrukking: door een weg, waarvan ik u gezegd heb: gij zult die niet meer zien, moet dienen tot versterking van het voorgaande, om het zekere ervan aan te duiden. Israël is toch niet op schepen uit Egypte ontvlucht, maar, wil de Heere zeggen, zo zeker als gij, indien gij mijn geboden gehoorzaamt, Egypte niet weer zult zien, zo zeker zult gij eenmaal weer in slavernij komen, indien gij mijn geboden ongehoorzaam zijt.
Van vers 58 hebben wij Israëls lot voor ons sedert de verwoesting van de tweede tempel tot aan onze tijd. Titus zond na de verovering van Jeruzalem 17.000 volwassen Joden voor zware arbeid naar Egypte; en die nog geen 17 jaar oud waren liet hij publiek verkopen. Ook onder Hadrianus werden talloze Joden voor een spotprijs verkocht bij Rachels graf. Bij hopen konden zij geen eigenaar vinden, zozeer waren zij in minachting. Gewagen wij dan van die verschrikkelijke tijden, die het vroegere volk van God in de middeleeuwen heeft moeten doorworstelen en van zijn tegenwoordige toestand, wanneer het vaderland noch volksbestaan heeft, en trots alle rechten, die het geniet, het gevoel van verstoting door zijn God in zich omdraagt, zodat het met alle kracht zich vastklemt aan de God van deze wereld, dan hebben wij de vervulling van het goddelijk woord in handtastelijke zaken voor ons.
En zo men alleen het oog slaat op de verstrooiing van de Joden en enige van de daarmee gepaard gaande omstandigheden-hoe hun stad vernield werd-hun tempel, die vroeger hun vast toevluchtsoord uitmaakte, tot de grond toe geslecht en overgeploegd werd als een veld-hoe hun land verwoest en zij zelf in menigte vermoord werden-hoe zij door het zwaard, de honger en de pest vielen, hoe een overschot bleef, maar beroofd, vervolgd, en in slavernij gevoerd werd-uit hun eigen land verdreven, niet naar een schuilplaats in het gebergte, waar zij, in veiligheid hadden kunnen wonen, maar verspreid onder alle volken, en overgelaten aan de genade van een wereld, die hen overal haatte en verdrukte-in stukken geslagen als een wrak in de storm en over de aarde verspreid, zoals zijn overblijfselen over het water; en hoe zij in plaats van te verdwijnen of zich te vermengen met de volken, een volkomen onderscheiden volk blijven-overal dezelfde smaad, dezelfde bespotting en verdrukking ondervindende-geen rustplaats kunnende vinden zonder een vijand aan te treffen, die hen spoedig van daar drijft-zich vermenigvuldigende te midden van al hun ellende-hun vijanden overlevende, -zonder te veranderen, het verdwijnen van verscheidene volken, en de beroeringen van allen aanschouwende-van hun zilver en van hun goud beroofd, schoon hun hart nog daaraan hangt als het struikelblok van hun overtredingen-dikwijls zelfs van hun kinderen beroofd-benauwd en verjaagd, doch altijd eenstemmig en onveranderd-gestadig verdrukt, doch nimmer verbroken- zwak en vreesachtig, treurig en bedroefd-dikwijls onzinnig door de aanblik vn hunr diepe ellende-gedurig op de lippen van de spotters-de smaad en aanfluiting van alle volken, en altijd gebleven, zoals zij tot op de huidige dag zijn, de enige bijnaam, die aan de gehele wereld gemeen is; -hoe verwijdert elk van deze daadzaken uit haar aard alle denkbeeld van gissingen, en hoe kon een sterveling, een honderd achtereenvolgende geslachten overziende, enige van deze wonderen hebben voorspeld, die nu in latere dagen aan het licht zijn gebracht? “Deze openbaring is een zichtbaar blijk van Gods macht en voorwetenschap….zij vormt een onbestijgbare verschansing aan de drempel van het ongeloof, die door geen menselijke list geslecht en door geen aanvallen overmeesterd kan worden.”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel