Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Daniël 10

1 In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In het derdeH7969 jaarH8141 van KoresH3566, den koningH4428 van PerzieH6539, werd aan DanielH1840, wiens naamH8034 genoemdH7121 werd BeltsazarH1095, een zaakH1697 geopenbaardH1540, en die zaakH1697 is de waarheidH571, doch in een gezettenH1419 groten tijdH6635; en hij verstondH995 die zaakH1697, en hij had verstandH998 van het gezichtH4758. In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.

KJV In the third2 year1 of Cyrus3 king4 of Persia5 a thing6 was revealed7 unto Daniel,8 whose name11 was called10 Belteshazzar;12 and the thing14 was true,13 but the time appointed15 was long:16 and he understood17 the thing,19 and had understanding20 of the vision.

1 בִּשְׁנַ֣ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 שָׁל֗וֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 לְכ֨וֹרֶשׁ֙ H3566 Kores, Cores Cyrus 4 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 פָּרַ֔ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 6 דָּבָר֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 נִגְלָ֣ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 8 לְדָֽנִיֵּ֔אל H1840 Daniel Daniel 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 נִקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 11 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 בֵּלְטְשַׁאצַּ֑ר H1095 Beltsazar Belteshazzar 13 וֶאֱמֶ֤ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 14 הַדָּבָר֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 15 וְצָבָ֣א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 16 גָד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 17 וּבִין֙ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הַדָּבָ֔ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 20 וּבִ֥ינָה H998 verstand, verstands, Verstand knowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom 21 ל֖וֹ 22 בַּמַּרְאֶֽה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 In dieH1992 dagenH3117 wasH1961 ikH589, DanielH1840, treurendeH56 drieH7969 wekenH7620 der dagenH3117. In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen.

KJV In those days1 I Daniel4 was mourning6 three7 full9 weeks.

1 בַּיָּמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הָהֵ֑ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 דָֽנִיֵּאל֙ H1840 Daniel Daniel 5 הָיִ֣יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 מִתְאַבֵּ֔ל H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 7 שְׁלֹשָׁ֥ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 8 שָׁבֻעִ֖ים H7620 weken, week, tijden seven, week 9 יָמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 BegeerlijkeH2532 spijzeH3899 atH398 ik nietH3808, en vleesH1320 of wijnH3196 kwamH935 in mijn mondH6310 niet; ook zalfdeH5480 ik mij gansH5480 niet, totdatH5704 die drieH7969 wekenH7620 der dagenH3117 vervuldH4390 waren. Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.

KJV I ate4 no pleasant bread,1 neither came8 flesh5 nor wine6 in my mouth,10 neither did I anoint11 myself at all,13 till three16 whole18 weeks17 were fulfilled.

1 לֶ֣חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 2 חֲמֻד֞וֹת H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing) 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 אָכַ֗לְתִּי H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 וּבָשָׂ֥ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 6 וָיַ֛יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 7 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 בָ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 פִּ֖י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 11 וְס֣וֹךְ H5480 zalfde, zalf, zalven anoint (self), [idiom] at all 12 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 סָ֑כְתִּי H5480 zalfde, zalf, zalven anoint (self), [idiom] at all 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 מְלֹ֕את H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 16 שְׁלֹ֥שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 17 שָׁבֻעִ֖ים H7620 weken, week, tijden seven, week 18 יָמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En op den vier en twintigsten dag der eerste maand, zo was ik aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En op den vierH702 en twintigstenH6242 dagH3117 der eersteH7223 maandH2320, zo wasH1961 ikH589 aanH5921 den oeverH3027 der groteH1419 rivierH5104, welke is HiddekelH2313. En op den vier en twintigsten dag der eerste maand, zo was ik aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel.

KJV And in the four3 and twentieth2 day1 of the first5 month,4 as I was by the side9 of the great11 river,10 which is Hiddekel;

1 וּבְי֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 עֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְאַרְבָּעָ֖ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 לַחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 5 הָרִאשׁ֑וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 6 וַאֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 הָיִ֛יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 עַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 יַ֧ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 הַנָּהָ֛ר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 11 הַגָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 12 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 חִדָּֽקֶל H2313 Hiddekel Hiddekel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En ik hiefH5375 mijn ogenH5869 op, en zagH7200, en zietH2009, er was eenH259 ManH376 met linnenH906 bekleedH3847, en Zijn lendenH4975 waren omgordH2296 met fijn goudH3800 van UfazH210. En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.

KJV Then I lifted up1 mine eyes,3 and looked,4 and behold a certain7 man6 clothed8 in linen,9 whose loins10 were girded11 with fine gold12 of Uphaz:

1 וָאֶשָּׂ֤א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עֵינַי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 וָאֵ֔רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 לָב֣וּשׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 9 בַּדִּ֑ים H906 linnen linen 10 וּמָתְנָ֥יו H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side 11 חֲגֻרִ֖ים H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 12 בְּכֶ֥תֶם H3800 goud, fijnste goud ((most) fine, pure) gold(-en wedge) 13 אוּפָֽז H210 Ufaz Uphaz
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En Zijn lichaamH1472 was gelijk een turkooisH8658, en Zijn aangezichtH6440 gelijk de gedaanteH4758 des bliksemsH1300, en Zijn ogenH5869 gelijk vurigeH784 fakkelenH3940, en Zijn armenH2220 en Zijn voetenH4772 gelijk de verfH5869 van gepolijstH7044 koperH5178; en de stemH6963 Zijner woordenH1697 was gelijk de stemH6963 ener menigteH1995. En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.

KJV His body1 also was like the beryl,2 and his face3 as the appearance4 of lightning,5 and his eyes6 as lamps7 of fire,8 and his arms9 and his feet10 like in colour11 to polished13 brass,12 and the voice14 of his words15 like the voice16 of a multitude.

1 וּגְוִיָּת֣וֹ H1472 lichaam, lichamen, dode lichamen (dead) body, carcase, corpse 2 כְתַרְשִׁ֗ישׁ H8658 turkoois, Turkoois, turkoois-steen beryl 3 וּפָנָ֞יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 כְּמַרְאֵ֤ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 5 בָרָק֙ H1300 bliksemen, bliksem, bliksemende bright, glitter(-ing sword), lightning 6 וְעֵינָיו֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 כְּלַפִּ֣ידֵי H3940 fakkelen, fakkel, bliksemen (fire-) brand, (burning) lamp, lightning, torch 8 אֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 וּזְרֹֽעֹתָיו֙ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 10 וּמַרְגְּלֹתָ֔יו H4772 voetdeksel, voeten feet. Compare H4763 (מְרַאֲשָׁה) 11 כְּעֵ֖ין H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 נְחֹ֣שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 13 קָלָ֑ל H7044 gepolijst, glad burnished, polished 14 וְק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 15 דְּבָרָ֖יו H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 16 כְּק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 17 הָמֽוֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En ik, Daniel, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden, om zich te versteken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En ikH589, DanielH1840, alleen zagH7200 dat gezichtH4759, maar de mannenH582, die bij mij warenH1961, zagenH7200 dat gezichtH4759 nietH3808; doch een groteH1419 verschrikkingH2731 vielH5307 opH5921 hen, en zij vlodenH1272, om zich te verstekenH2244. En ik, Daniel, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden, om zich te versteken.

KJV And I Daniel3 alone saw1 the vision:6 for the men that were with me saw12 not the vision;14 but15 a great17 quaking16 fell18 upon them, so that they fled20 to hide

1 וְרָאִיתִי֩ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֲנִ֨י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 דָנִיֵּ֤אל H1840 Daniel Daniel 4 לְבַדִּי֙ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַמַּרְאָ֔ה H4759 gezicht, gezichten, gezichts looking glass, vision 7 וְהָאֲנָשִׁים֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 עִמִּ֔י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 רָא֖וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַמַּרְאָ֑ה H4759 gezicht, gezichten, gezichts looking glass, vision 15 אֲבָ֗ל H61 Voorwaar, Zekerlijk but, indeed, nevertheless, verily 16 חֲרָדָ֤ה H2731 beving, verschrikking, siddering care, [idiom] exceedingly, fear, quaking, trembling 17 גְדֹלָה֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 18 נָפְלָ֣ה H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 19 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 וַֽיִּבְרְח֖וּ H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 21 בְּהֵחָבֵֽא H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ik dan werd alleen overgelatenH7604, en zagH7200 ditH2063 groteH1419 gezichtH4759, en er bleefH7604 in mij geenH3808 krachtH3581 overig; en mijn sierlijkheidH1935 werd aanH5921 mij veranderdH2015 in een verdervingH4889, zodat ik geenH3808 krachtH3581 behieldH6113. Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield.

KJV Therefore I was left alone,2 and saw4 this great7 vision,6 and there remained10 no strength12 in me: for my comeliness13 was turned14 in me into corruption,16 and I retained18 no strength.

1 וַאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 נִשְׁאַ֣רְתִּי H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 3 לְבַדִּ֔י H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 4 וָֽאֶרְאֶ֗ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַמַּרְאָ֤ה H4759 gezicht, gezichten, gezichts looking glass, vision 7 הַגְּדֹלָה֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 9 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 נִשְׁאַר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 11 בִּ֖י 12 כֹּ֑ח H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 13 וְהוֹדִ֗י H1935 majesteit, Majesteit, heerlijkheid beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty 14 נֶהְפַּ֤ךְ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 15 עָלַי֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 לְמַשְׁחִ֔ית H4889 verderve, Mashith, verderfelijken strik corruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly 17 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 עָצַ֖רְתִּי H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 19 כֹּֽחַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En ik hoordeH8085 de stemH6963 Zijner woordenH1697; en toen ik de stemH6963 Zijner woordenH1697 hoordeH8085, zo viel ikH589 in een diepen slaapH7290 opH5921 mijn aangezichtH6440, met mijn aangezichtH6440 ter aardeH776. En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.

KJV Yet heard1 I the voice3 of his words:4 and when I heard5 the voice7 of his words,8 then was I in a deep sleep11 on my face,13 and my face14 toward the ground.

1 וָאֶשְׁמַ֖ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 דְּבָרָ֑יו H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 וּכְשָׁמְעִי֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 8 דְּבָרָ֔יו H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 וַאֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 הָיִ֛יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 נִרְדָּ֥ם H7290 slaap, hardslapende, slaap gezonken (be fast a-, be in a deep, cast into a dead, that) sleep(-er, -eth) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 פָּנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 וּפָנַ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 אָֽרְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieen, en de palmen mijner handen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zietH2009, een handH3027 roerdeH5060 mij aan, en maakte, dat ik mij bewoogH5128 opH5921 mijn knieenH1290, en de palmenH3709 mijner handenH3027. En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieen, en de palmen mijner handen.

KJV And, behold, an hand2 touched3 me, which set5 me upon my knees7 and upon the palms8 of my hands.

1 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 יָ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 נָ֣גְעָה H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 4 בִּ֑י 5 וַתְּנִיעֵ֥נִי H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 בִּרְכַּ֖י H1290 knieen, knie knee 8 וְכַפּ֥וֹת H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 9 יָדָֽי H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En Hij zeideH559 totH413 mij: DanielH1840, gij zeer gewensteH2532 manH376! merkH995 op de woordenH1697, die IkH595 totH413 u sprekenH1696 zal, en staH5975 op uw standplaatsH5977, wantH3588 Ik ben alnu tot u gezondenH7971; en toen Hij dat woordH1697 totH413 mij sprakH1696, stondH5975 ik bevendeH7460. En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.

KJV And he said1 unto me, O Daniel,3 a man4 greatly beloved, understand6 the words7 that I speak10 unto thee, and stand12 upright: for unto thee am I now sent.17 And when he had spoken19 this word22 unto me, I stood14 trembling.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַ֡י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 דָּנִיֵּ֣אל H1840 Daniel Daniel 4 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 חֲ֠מֻדוֹת H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing) 6 הָבֵ֨ן H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 7 בַּדְּבָרִ֜ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 אָנֹכִ֨י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 10 דֹבֵ֤ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 אֵלֶ֨יךָ֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 וַעֲמֹ֣ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 עָמְדֶ֔ךָ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 15 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 עַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 17 שֻׁלַּ֣חְתִּי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 18 אֵלֶ֑יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 וּבְדַבְּר֥וֹ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 20 עִמִּ֛י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 הַדָּבָ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 23 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 24 עָמַ֥דְתִּי H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 25 מַרְעִֽיד H7460 beeft, bevende, sidderende tremble

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen zeideH559 Hij totH413 mij: VreesH3372 nietH408, DanielH1840! wantH3588 vanH4480 den eerstenH7223 dagH3117 aan, dat gij uw hartH3820 begaaftH5414, om te verstaanH995 en om uzelven te verootmoedigenH6031, voor het aangezichtH6440 uws GodsH430, zijn uw woordenH1697 gehoordH8085, en om uwer woordenH1697 wilH935 ben IkH589 gekomen. Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.

KJV Then said1 he unto me, Fear4 not, Daniel:5 for from the first9 day8 that thou didst set11 thine heart13 to understand,14 and to chasten15 thyself before16 thy God,17 thy words19 were heard,18 and I am come21 for thy words.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַי֮ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 4 תִּירָ֣א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 5 דָנִיֵּאל֒ H1840 Daniel Daniel 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 הָרִאשׁ֗וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 נָתַ֧תָּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 לִבְּךָ֛ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 14 לְהָבִ֧ין H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 15 וּלְהִתְעַנּ֛וֹת H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 16 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 17 אֱלֹהֶ֖יךָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 נִשְׁמְע֣וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 19 דְבָרֶ֑יךָ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 20 וַאֲנִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 21 בָ֖אתִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 22 בִּדְבָרֶֽיךָ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de koningen van Perzie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Doch de vorstH8269 des koninkrijksH4438 van PerzieH6539 stondH5975 tegenoverH259 Mij een en twintigH6242 dagenH3117; en zietH2009, MichaelH4317, een van de eersteH7223 vorstenH8269, kwamH935 om Mij te helpenH5826, en IkH589 werd aldaarH8033 gelatenH3498 bij de koningenH4428 van PerzieH6539. Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de koningen van Perzie.

KJV But the prince1 of the kingdom2 of Persia3 withstood4 me one7 and twenty6 days:8 but, lo, Michael,10 one11 of the chief13 princes,12 came14 to help15 me; and I remained17 there with19 the kings20 of Persia.

1 וְשַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 2 מַלְכ֣וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 3 פָּרַ֗ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 4 עֹמֵ֤ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 לְנֶגְדִּי֙ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 6 עֶשְׂרִ֣ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 7 וְאֶחָ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 י֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 וְהִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 10 מִֽיכָאֵ֗ל H4317 Michael Michael 11 אַחַ֛ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 12 הַשָּׂרִ֥ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 13 הָרִאשֹׁנִ֖ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 14 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 לְעָזְרֵ֑נִי H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 16 וַאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 נוֹתַ֣רְתִּי H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 18 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 19 אֵ֖צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 20 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 21 פָרָֽס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Nu ben Ik gekomenH935, om u te doen verstaanH995, hetgeenH834 uw volkH5971 bejegenenH7136 zal in het vervolgH319 der dagenH3117, wantH3588 het gezichtH2377 is nogH5750 voor vele dagenH3117. Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.

KJV Now I am come1 to make thee understand2 what shall befall5 thy people6 in the latter7 days:8 for yet the vision11 is for many days.

1 וּבָ֨אתִי֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 לַהֲבִ֣ינְךָ֔ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 3 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 יִקְרָ֥ה H7136 wedervaren, ontmoet, ontmoeten appoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed 6 לְעַמְּךָ֖ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 בְּאַחֲרִ֣ית H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 8 הַיָּמִ֑ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 ע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 11 חָז֖וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 12 לַיָּמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En toen Hij dezeH428 woordenH1697 metH5973 mij sprakH1696, sloegH5414 ik mijn aangezichtH6440 ter aardeH776, en ik werd stomH481. En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom.

KJV And when he had spoken1 such words3 unto me, I set5 my face6 toward the ground,7 and I became dumb.

1 וּבְדַבְּר֣וֹ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 עִמִּ֔י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 3 כַּדְּבָרִ֖ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 הָאֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 5 נָתַ֧תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 פָנַ֛י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 אַ֖רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 וְנֶאֱלָֽמְתִּי H481 stom, verstomd, bindende bind, be dumb, put to silence
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeen over mij, zodat ik geen kracht behoude.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En zietH2009, Een, den mensenkinderenH1121 gelijk, raakteH5060 mijn lippenH8193 aan, toen deed ik mijn mondH6310 openH6605, en ik sprakH1696, en zeideH559 totH413 Dien, Die tegenoverH5048 mij stondH5975: Mijn HeereH113! om des gezichtsH4759 wil kerenH2015 zich mijn weeenH6735 overH5921 mij, zodat ik geenH3808 krachtH3581 behoudeH6113. En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeen over mij, zodat ik geen kracht behoude.

KJV And, behold, one like the similitude2 of the sons3 of men4 touched5 my lips:7 then I opened8 my mouth,9 and spake,10 and said11 unto him that stood13 before me, O my lord,15 by the vision16 my sorrows18 are turned17 upon me, and I have retained21 no strength.

1 וְהִנֵּ֗ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 כִּדְמוּת֙ H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 נֹגֵ֖עַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 שְׂפָתָ֑י H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 8 וָאֶפְתַּח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 9 פִּ֗י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 וָאֲדַבְּרָה֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 וָאֹֽמְרָה֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 הָעֹמֵ֣ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 14 לְנֶגְדִּ֔י H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 15 אֲדֹנִ֗י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 16 בַּמַּרְאָה֙ H4759 gezicht, gezichten, gezichts looking glass, vision 17 נֶהֶפְכ֤וּ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 18 צִירַי֙ H6735 gezant, weeen, gezanten ambassador, hinge, messenger, pain, pang, sorrow. Compare H6736 (צִיר) 19 עָלַ֔י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 עָצַ֖רְתִּי H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 22 כֹּֽחַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En hoe kan de knecht van dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En hoeH1963 kanH3201 de knechtH5650 van dezen mijn HeereH113 sprekenH1696 metH5973 dien mijn HeereH113? Want wat mijH589 aangaatH6258, van nu af bestaatH5975 geen krachtH3581 in mij, en geen ademH5397 is in mij overgeblevenH7604. En hoe kan de knecht van dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven.

KJV For how1 can2 the servant3 of this my lord4 talk6 with this my lord?8 for as for me, straightway11 there remained13 no strength15 in me, neither is there breath16 left

1 וְהֵ֣יךְ H1963 Hoe how 2 יוּכַ֗ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 3 עֶ֤בֶד H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 4 אֲדֹנִי֙ H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 5 זֶ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 לְדַבֵּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 7 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 אֲדֹ֣נִי H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 9 זֶ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 וַאֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 מֵעַ֨תָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יַעֲמָד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 14 בִּ֣י 15 כֹ֔חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 16 וּנְשָׁמָ֖ה H5397 adem, geblaas, geest blast, (that) breath(-eth), inspiration, soul, spirit 17 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 נִשְׁאֲרָה H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 19 בִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen raakte mij wederom aan Een, als in de gedaante van een mens; en Hij versterkte mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen raakteH5060 mij wederomH3254 aan Een, als in de gedaanteH4758 van een mensH120; en Hij versterkteH2388 mij. Toen raakte mij wederom aan Een, als in de gedaante van een mens; en Hij versterkte mij.

KJV Then there came again1 and touched2 me one like the appearance4 of a man,5 and he strengthened

1 וַיֹּ֧סֶף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 2 וַיִּגַּע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 3 בִּ֛י 4 כְּמַרְאֵ֥ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 5 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 וַֽיְחַזְּקֵֽנִי H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Hij zeide: Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt, en zeide: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Hij zeideH559: VreesH3372 nietH408, gij zeer gewensteH2532 manH376! vredeH7965 zij u, wees sterkH2388, ja, wees sterkH2388! En terwijl Hij metH5973 mij sprakH1696, werd ik versterktH2388, en zeideH559: Mijn HeereH113 sprekeH1696, wantH3588 Gij hebt mij versterktH2388. En Hij zeide: Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt, en zeide: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt.

KJV And said,1 O man4 greatly beloved, fear3 not: peace6 be unto thee, be strong,8 yea, be strong.9 And when he had spoken10 unto me, I was strengthened,12 and said,13 Let my lord15 speak;14 for thou hast strengthened

1 וַיֹּ֜אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 3 תִּירָ֧א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 4 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 חֲמֻד֛וֹת H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing) 6 שָׁל֥וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 7 לָ֖ךְ 8 חֲזַ֣ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 9 וַחֲזָ֑ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 10 וּֽבְדַבְּר֤וֹ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 עִמִּי֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 12 הִתְחַזַּ֔קְתִּי H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 13 וָאֹֽמְרָ֛ה H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 יְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 15 אֲדֹנִ֖י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 16 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 חִזַּקְתָּֽנִי H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen zeideH559 Hij: WeetH3045 gij, waaromH4100 dat Ik totH413 u gekomen ben? Doch nuH6258 zal Ik wederkerenH7725 om te strijdenH3898 tegen den vorstH8269 der PerzenH6539; en als IkH589 zal uitgegaanH3318 zijn, zietH2009, zo zal de vorstH8269 van GriekenlandH3120 komenH935. Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.

KJV Then said1 he, Knowest2 thou wherefore I come4 unto thee? and now will I return7 to fight8 with the prince10 of Persia:11 and when I am gone forth,13 lo, the prince15 of Grecia16 shall come.

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הֲיָדַ֨עְתָּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 לָמָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 בָּ֣אתִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 אֵלֶ֔יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 וְעַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 7 אָשׁ֔וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 לְהִלָּחֵ֖ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 9 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 10 שַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 11 פָּרָ֑ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 12 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 13 יוֹצֵ֔א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 15 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 16 יָוָ֖ן H3120 Javan, Griekenland Javan 17 בָּֽא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michael.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 DochH3588 Ik zal u te kennenH5046 geven, hetgeen getekendH7559 is in het geschriftH3791 der waarheidH571; en er is nietH369 eenH259, die zich metH5973 Mij versterktH2388 tegen dezenH428, dan uw vorstH8269 MichaelH4317. Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michael.

KJV But1 I will shew2 thee that which is noted5 in the scripture6 of truth:7 and there is none9 that holdeth10 with me in these things, but Michael16 your prince.

1 אֲבָל֙ H61 Voorwaar, Zekerlijk but, indeed, nevertheless, verily 2 אַגִּ֣יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 3 לְךָ֔ 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הָרָשׁ֥וּם H7559 getekend note 6 בִּכְתָ֖ב H3791 schrift, geschrift, voorschrift register, scripture, writing 7 אֱמֶ֑ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 8 וְאֵ֨ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 אֶחָ֜ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 מִתְחַזֵּ֤ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 11 עִמִּי֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 אֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 14 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 16 מִיכָאֵ֖ל H4317 Michael Michael 17 שַׂרְכֶֽם H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Daniël 10:1 Daniël 1:21 Daniël 6:28 Daniël 8:26 Daniël 1:7 Daniël 1:17 Ezra 6:14 Jesaja 44:28 Openbaring 19:9
Daniël 10:2 Nehemia 1:4 Ezra 9:4 Psalmen 137:1 Romeinen 9:2 Jakobus 4:9 Jeremia 9:1 Psalmen 43:2 Psalmen 42:9
Daniël 10:3 Mattheüs 6:17 Daniël 6:18 1 Korinthe 9:27 Nahum 2:9 Amos 5:11 Jesaja 24:6 Daniël 11:8 2 Samuël 19:24
Daniël 10:4 Genesis 2:14 Ezechiël 1:3 Daniël 8:2
Daniël 10:5 Ezechiël 9:2 Daniël 12:6 Jeremia 10:9 Openbaring 1:13 Jozua 5:13 Openbaring 15:6 Zacharia 1:8 Jesaja 11:5
Daniël 10:6 Openbaring 19:12 Ezechiël 1:24 Ezechiël 1:16 Ezechiël 10:9 Ezechiël 1:14 Mattheüs 17:2 Openbaring 21:20 Lukas 9:29
Daniël 10:7 Handelingen 9:7 Genesis 3:10 Handelingen 22:9 Ezechiël 12:18 2 Koningen 6:17 Hebreeën 12:21 Jeremia 23:24 Jesaja 2:10
Daniël 10:8 Daniël 8:27 Daniël 7:28 Habakuk 3:16 Openbaring 1:17 Mattheüs 17:6 Markus 9:6 2 Korinthe 12:7 Daniël 8:7
Daniël 10:9 Daniël 8:18 Genesis 15:12 Job 4:13 Lukas 9:32 Hooglied 5:2 Genesis 2:21 Job 33:15 Lukas 22:45
Daniël 10:10 Jeremia 1:9 Openbaring 1:17 Daniël 8:18 Daniël 10:18 Daniël 10:16 Daniël 9:21
Daniël 10:11 Ezechiël 2:1 Daniël 8:16 Handelingen 9:6 Daniël 10:19 Psalmen 45:11 Markus 16:8 Hooglied 7:10 Handelingen 26:16
Daniël 10:12 Handelingen 10:30 Daniël 10:19 Daniël 9:20 Leviticus 16:29 Jesaja 41:10 Daniël 10:2 Daniël 10:11 Jesaja 41:14
Daniël 10:13 Daniël 12:1 Judas 1:9 Openbaring 12:7 Daniël 10:20 1 Petrus 3:22 Efeze 6:12 Ezra 4:4 Zacharia 3:1
Daniël 10:14 Daniël 2:28 Daniël 8:26 Habakuk 2:3 Daniël 12:9 Daniël 12:4 Jesaja 2:2 Genesis 49:1 Hosea 3:5
Daniël 10:15 Ezechiël 24:27 Lukas 1:20 Daniël 10:9 Daniël 8:18 Ezechiël 33:22
Daniël 10:16 Daniël 8:15 Jesaja 6:7 Jeremia 1:9 Daniël 8:17 Daniël 7:28 Daniël 8:27 Daniël 7:15 Daniël 10:8
Daniël 10:17 Jesaja 6:1 Exodus 24:10 Markus 12:36 Richteren 13:21 Richteren 6:22 Genesis 32:20 Johannes 1:18 Exodus 33:20
Daniël 10:18 Daniël 10:16 Jesaja 35:3 Daniël 8:18 Lukas 22:43 Efeze 3:16 Handelingen 18:23 2 Korinthe 12:9 Kolossenzen 1:11
Daniël 10:19 Jesaja 35:4 Jozua 1:9 Richteren 6:23 2 Korinthe 12:9 Jozua 1:6 Daniël 10:11 Daniël 9:23 Johannes 14:27
Daniël 10:20 Daniël 8:21 Daniël 10:13 Daniël 7:6 Jesaja 37:36 Daniël 11:2 Handelingen 12:23 Daniël 8:5
Daniël 10:21 Daniël 10:13 Daniël 12:1 Judas 1:9 Openbaring 12:7 Daniël 12:4 Jesaja 43:8 Daniël 8:26 Handelingen 15:18
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Daniël 10 vers 1

het derde jaar Te weten in het derde jaar nadat hij het rijk van Babylonië had ingenomen, gelijk Jesaja voorzegd had, Jes. 45:1 .

Hertaald: het derde jaar Namelijk in het derde jaar nadat hij het rijk van Babylonië ingenomen had, zoals Jesaja voorzegd had, Jes. 45:1.

Kores, Hebreeuws, Coresch.

Hertaald: Kores, Hebreeuws: Koresj.

Beltsazar, Zie Dan. 1:7 , in de aantekening.

Hertaald: Beltsazar, Zie de aantekening bij Dan. 1:7.

een zaak geopenbaard, Of, een woord.

Hertaald: een zaak geopenbaard, Of: een woord.

doch in een gezetten groten tijd; Of, doch de bestemde tijd was lang. De zin is: Het zal nog lang aanlopen eer het zal vervuld worden. Zie onder vs.14, namelijk van het derde jaar van Cyrus af tot aan den jongsten dag, gelijk af te nemen is uit Dan. 12:2 . Alhoewel sommigen, dit duidende op de Joodse natie alleen, dezen langen gezetten tijd duiden op het einde van de vervolgingen van Antiochus. Anders: en daar was een groot heirleger. Dan zou de zin wezen: En Daniël zag in dit gezicht een groot heirleger der engelen. Anders: daar zal een grote strijd zijn. Zie de aantekening Job 7:1 , en Job 14:14 ; Jes. 40:2 .

Hertaald: doch in een gezetten groten tijd; Of: maar de bepaalde tijd was lang. De betekenis is: het zal nog lang duren voordat het vervuld zal worden. Zie vers 14, namelijk vanaf het derde jaar van Kores tot aan de jongste dag, zoals af te leiden is uit Dan. 12:2. Sommigen betrekken dit alleen op het Joodse volk en verstaan deze lange bepaalde tijd van het einde van de vervolgingen van Antiochus. Anders: en er was een groot leger. Dan zou de betekenis zijn dat Daniël in dit gezicht een groot leger van engelen zag. Anders: er zal een grote strijd zijn. Zie de aantekening bij Job 7:1 en Job 14:14; Jes. 40:2.

van het gezicht In hetwelk hem deze zaak geopenbaard werd. De zin is: Hij verstond zeer wel hetgeen hem in dit gezicht geopenbaard werd.

Hertaald: van het gezicht Waarin hem deze zaak geopenbaard werd. De betekenis is: hij begreep zeer goed wat hem in dit gezicht geopenbaard werd.

Daniël 10 vers 2

was ik, Daniël, Anders: was ik Daniël treurende geweest; te weten omdat het aangevangen werk van het gebouw des tempels door de vijanden der Joden verhinderd was. Zie Ezra 4:4 .

Hertaald: was ik, Daniël, Anders: was ik, Daniël, treurende geweest, namelijk omdat het begonnen werk aan de bouw van de tempel door de vijanden van de Joden verhinderd was. Zie Ezra 4:4.

drie weken der dagen Dat is, drie volle weken. Zie de aantekening Gen. 29:14 . Deze weken worden hier genoemd weken der dagen, om die te onderscheiden van de jaarweken, waarvan te zien boven Dan. 9:24 .

Hertaald: drie weken der dagen Dat is: drie volle weken. Zie de aantekening bij Gen. 29:14. Deze weken worden hier weken van dagen genoemd om ze te onderscheiden van de jaarweken, waarover Dan. 9:24.

Daniël 10 vers 3

Begeerlijke spijze at ik niet, Dat is, ik at geen lekkere spijs, of ik had geen lekkere spijs gegeten. Hebreeuws, spijs, of brood der begeerten.

Hertaald: Begeerlijke spijze at ik niet, Dat is: ik at geen lekker eten, of: ik had geen lekker eten gegeten. Hebreeuws: spijs of brood van begeerten.

zalfde ik mij gans niet, Hebreeuws, zalvende zalfde ik mij niet, gelijk dit bij de Oosterse volken zeer gebruikelijk was, voornamelijk als zij vrolijk waren. Zie Ruth 3:3 ; Ps. 23:5 , en Ps. 104:15 .

Hertaald: zalfde ik mij gans niet, Hebreeuws: zalvende zalfde ik mij niet, zoals bij de oosterse volken zeer gebruikelijk was, vooral wanneer zij vrolijk waren. Zie Ruth 3:3; Ps. 23:5 en Ps. 104:15.

Daniël 10 vers 4

op den vier en twintigsten dag Namelijk van hetzelfde derde jaar, vs.1.

Hertaald: op den vier en twintigsten dag Namelijk van datzelfde derde jaar, vers 1.

der eerste maand, Genoemd Abib, of Nisan, overeenkomende ten dele met onzen Maart, ten dele met onzen April, zijnde bij de Hebreën de eerste maand der lente, ter welker tijd in het Joodse land, alsook in Egypte, men den gerstenoogst placht te hebben, waarom zij ook genoemd werd de maand der eerste vruchten.

Hertaald: der eerste maand, Abib of Nisan genoemd, die deels met onze maart en deels met onze april overeenkomt; bij de Hebreeën is dat de eerste maand van de lente, waarin men in het Joodse land en ook in Egypte de gersteoogst placht binnen te halen. Daarom werd zij ook de maand van de eerstelingen genoemd.

aan den oever der grote rivier, Hebreeuws, aan de hand, of aan de zijde.

Hertaald: aan den oever der grote rivier, Hebreeuws: aan de hand, of aan de zijde.

Hiddekel Eene rivier in Assyrië, anders Tygris genoemd. Zie Gen. 2:14 .

Hertaald: Hiddekel Een rivier in Assyrië, ook wel de Tigris genoemd. Zie Gen. 2:14.

Daniël 10 vers 5

een Man Te weten Christus, gelijk enigen afnemen uit Dan. 12:6-7 ; Openb. 1:13-15 , en Openb. 10:5 ; die te dien tijde in de gedaante van een man verschenen is.

Hertaald: een Man Namelijk Christus, zoals sommigen afleiden uit Dan. 12:6-7; Openb. 1:13-15 en Openb. 10:5; Hij is in die tijd in de gedaante van een man verschenen.

met linnen bekleed, Te weten met kostelijk lijnwaad, gelijk de koningen en priesters plegen te dragen; zie Lev. 6:10 , en Lev. 16:4 .

Hertaald: met linnen bekleed, Namelijk met kostbaar linnen, zoals koningen en priesters plachten te dragen; zie Lev. 6:10 en Lev. 16:4.

Ufaz Zie van Ufaz, Jer. 10:9 . Sommigen verstaan door dit goud, de heiligheid, reinheid en heerlijkheid van Christus, waarmede Hij versierd en als omgord is.

Hertaald: Ufaz Over Ufaz, zie Jer. 10:9. Sommigen verstaan onder dit goud de heiligheid, reinheid en heerlijkheid van Christus, waarmee Hij versierd en als het ware omgord is.

Daniël 10 vers 6

een turkoois, Hebreeuws, Tharsis. Anders beryllus thalassius, die [gelijk enigen menen] hemelsblauw is, naar sommiger gevoelen betekenende dat Christus de Heere van den hemel is; 1 Kor. 15:47 .

Hertaald: een turkoois, Hebreeuws: Tarsis. Anders: beryl van de zee, die volgens sommigen hemelsblauw is, wat naar hun mening betekent dat Christus de Heere uit de hemel is; 1 Kor. 15:47.

gelijk de gedaante des bliksems, Gelijk de bliksem schijnt van het ene einde der wereld tot het andere, alzo ook Christus de Heere, die overal tegenwoordig is. Vergelijk Matt. 24:27 .

Hertaald: gelijk de gedaante des bliksems, Zoals de bliksem schijnt van het ene einde van de wereld tot het andere, zo ook Christus de Heere, Die overal tegenwoordig is. Vergelijk Matth. 24:27.

gelijk vurige fakkelen, Daar is niets zo verborgen of de scherpziende en vurige ogen van Christus dringen er door, vergelijk Openb. 1:14 , en Openb. 19:12 .

Hertaald: gelijk vurige fakkelen, Er is niets zo verborgen of de scherpziende en vurige ogen van Christus dringen erdoorheen; vergelijk Openb. 1:14 en Openb. 19:12.

Armen . . . voeten Met zijne armen en handen zijne vijanden verbrekende, en met zijne voeten hen vertredende, gelijk Openb. 1:15 .

Hertaald: Armen . . . voeten Met Zijn armen en handen verbreekt Hij Zijn vijanden en met Zijn voeten vertrapt Hij hen, zoals Openb. 1:15.

gelijk de kleur van gepolijst koper; Hebreeuws, gelijk het oog van het gepolijste, of gegladde koper. Oog voor verw is ook Lev. 13:55 ;; Num. 11:7 . Zie ook Ezech. 1:4 . Door het gepolijste of blinkende koper wordt Christus' macht betekend, zijne vijanden verslaande en verpletterende als aarden potten. Vergelijk Ps. 2:9 ; Openb. 1:15 .

Hertaald: gelijk de kleur van gepolijst koper; Hebreeuws: als het oog van het gepolijste of gladde koper. Oog voor kleur staat ook in Lev. 13:55; Num. 11:7. Zie ook Ezech. 1:4. Door het gepolijste of blinkende koper wordt de macht van Christus aangeduid, waarmee Hij Zijn vijanden verslaat en verbrijzelt als aarden potten. Vergelijk Ps. 2:9; Openb. 1:15.

de stem ener menigte Of, de stem van een gedruis, of bruisen [der zee, of grote wateren ]. Want het Hebreeuws woord betekent zowel een gedruis, als ene menigte, Openb. 1:15 ; en wordt van Christus gezegd dat zijne stem was als het geruisch van vele wateren; zij wordt wijd en breed gehoord en zij bekeert vele mensen. Vergelijk Ezech. 1:24 .

Hertaald: de stem ener menigte Of: de stem van een gedruis, of van het bruisen van de zee of van grote wateren. Want het Hebreeuwse woord betekent zowel een gedruis als een menigte (Openb. 1:15); en van Christus wordt gezegd dat Zijn stem was als het geruis van vele wateren: zij wordt wijd en zijd gehoord en zij bekeert veel mensen. Vergelijk Ezech. 1:24.

Daniël 10 vers 7

alleen zag dat gezicht, God heeft Daniël alleen de ogen geopend. Zulks is ook geschied met Paulus; Hand. 9:7 .

Hertaald: alleen zag dat gezicht, God heeft alleen Daniël de ogen geopend. Hetzelfde is gebeurd bij Paulus; Hand. 9:7.

een grote verschrikking viel op hen, Zonder twijfel toen zij die grote stem hoorden.

Hertaald: een grote verschrikking viel op hen, Ongetwijfeld toen zij die grote stem hoorden.

Daniël 10 vers 8

mijn sierlijkheid De schoonheid van mijn aangezicht. De zin is dat hij door schrik en vrees werd als een dode man, die gene schoonheid heeft, zijnde zijne gedaante geheel veranderd en verdorven.

Hertaald: mijn sierlijkheid De schoonheid van mijn gezicht. De betekenis is dat hij door schrik en angst werd als een dode, die geen schoonheid heeft, terwijl zijn gestalte geheel veranderd en vervallen was.

Daniël 10 vers 9

zo viel ik in een diepen slaap Gelijk boven Dan. 8:18 .

Hertaald: zo viel ik in een diepen slaap Zoals Dan. 8:18.

Daniël 10 vers 10

een hand roerde mij aan, Te weten de hand van den engel Gabriël. Zie Dan. 8:18 , en Dan. 9:21 .

Hertaald: een hand roerde mij aan, Namelijk de hand van de engel Gabriël. Zie Dan. 8:18 en Dan. 9:21.

op mijn knieën, en de palmen mijner handen Hij wil zeggen dat hij zo zwak was, dat hij op zijne voeten niet staan kon, maar dat hij als op handen en voeten kroop of steunde.

Hertaald: op mijn knieën, en de palmen mijner handen Hij wil zeggen dat hij zo zwak was dat hij niet op zijn voeten kon staan, maar als op handen en voeten kroop of steunde.

Daniël 10 vers 11

gij zeer gewenste man Of, gij allergewenste man. Zie boven Dan. 9:23 .

Hertaald: gij zeer gewenste man Of: u allerbeminde man. Zie Dan. 9:23.

sta op uw standplaats, Dat is, sta aan, of op uwe plaats waar gij straks gestaan hebt. Zie Neh. 8:8 .

Hertaald: sta op uw standplaats, Dat is: ga staan op de plaats waar u zojuist gestaan hebt. Zie Neh. 8:8.

sprak, Of, gesproken had.

Hertaald: sprak, Of: gesproken had.

Daniël 10 vers 12

om te verstaan Of, om aan te merken, gelijk vs.11, namelijk om te verstaan wat gelegenheid het in toekomende tijden met de kerk van God hebben zou, alzo de zeventig weken voleind en den tempel, mitsgaders de stad Jeruzalem, nog niet opgebouwd werden.

Hertaald: om te verstaan Of: om op te merken, zoals vers 11; namelijk om te begrijpen hoe het in de komende tijden met Gods kerk gesteld zou zijn, aangezien de zeventig weken voleindigd waren en de tempel en de stad Jeruzalem nog niet herbouwd werden.

te verootmoedigen, Of, te kwellen, namelijk met vasten en treuren. Zie Lev. 16:29 .

Hertaald: te verootmoedigen, Of: te kwellen, namelijk met vasten en treuren. Zie Lev. 16:29.

zijn uw woorden gehoord, Dat is, uw gebed verhoord, te weten met hetwelk gij begeerd hebt te verstaan den staat van uw volk. Vergelijk met vs.14.

Hertaald: zijn uw woorden gehoord, Dat is: uw gebed verhoord, namelijk het gebed waarin u verlangd hebt de toestand van uw volk te begrijpen. Vergelijk vers 14.

om uwer woorden wil Te weten om u te onderrichten van den toekomenden staat van uw volk, gelijk gij begeerd hebt.

Hertaald: om uwer woorden wil Namelijk om u te onderrichten over de toekomstige staat van uw volk, zoals u verlangd hebt.

Daniël 10 vers 13

de vorst des koninkrijks van Perzië Dat is, naar sommiger gevoelen een kwade engel. Vergelijk Ef. 6:12 . Doch anderen verstaan door dezen vorst Cambyzes, die in het afwezen van zijnen vader het rijk regeerde, terwijl zijn vader Cyrus in andere landen krijg voerde.

Hertaald: de vorst des koninkrijks van Perzië Dat is volgens sommigen een kwade engel. Vergelijk Ef. 6:12. Maar anderen verstaan onder deze vorst Cambyses, die tijdens de afwezigheid van zijn vader het rijk regeerde terwijl zijn vader Kores in andere landen oorlog voerde.

stond tegenover Mij Dat is, hij stond tegen mij, en ik heb hem tegenstand gedaan, dewijl hij kwade aanslagen tegen uw volk voorhad, namelijk tot verhindering van den bouw der stad en van den tempel, hetwelk God voor een korten tijd heeft toegelaten, om zijn volk des te meer tot ijver in het gebed op te scherpen en tot rechte boetvaardigheid.

Hertaald: stond tegenover Mij Dat is: hij stond tegenover mij en ik heb hem weerstand geboden, aangezien hij kwade plannen tegen uw volk had, namelijk om de bouw van de stad en de tempel te verhinderen. God heeft dat een korte tijd toegelaten om Zijn volk des te meer aan te sporen tot ijver in het gebed en tot ware boetvaardigheid.

een en twintig dagen; Dat is, drie weken lang. Zie boven vs.2,3. De zin is, dat is de oorzaak waarom ik niet eer tot u gekomen ben, gelijk ik gedaan zou hebben indien ik hierdoor niet ware verhinderd geweest.

Hertaald: een en twintig dagen; Dat is: drie weken lang. Zie hierboven vers 2 en 3. De betekenis is: dat is de reden waarom ik niet eerder bij u gekomen ben, zoals ik gedaan zou hebben als ik hierdoor niet verhinderd was.

Michaël, Eenigen verstaan door Michael den Heere Christus zelf, die zijne dienaars bijstaat en hun kracht en sterkte geeft. Anderen menen dat Michael de naam van een aartsengel is, betekenende, wie is gelijk God? Daarom houden verscheidenen Michael voor een geschapen engel, omdat hier staat: Een van de eerste vorsten, en verklaren dat aldus: Een van de engelen, die tot vorsten gesteld zijn over de volken, hetwelk op Christus niet past, die het hoofd van de engelen is.

Hertaald: Michaël, Sommigen verstaan onder Michaël de Heere Christus Zelf, Die Zijn dienaars bijstaat en hun kracht en sterkte geeft. Anderen menen dat Michaël de naam van een aartsengel is, die betekent: wie is als God? Daarom houden verscheidenen Michaël voor een geschapen engel, omdat hier staat: een van de eerste vorsten, en zij verklaren dat zo: een van de engelen die tot vorsten over de volken aangesteld zijn — wat niet op Christus past, Die het Hoofd van de engelen is.

Daniël 10 vers 14

uw volk bejegenen zal Dat is, uwen landslieden, den Joden.

Hertaald: uw volk bejegenen zal Dat is: uw landgenoten, de Joden.

in het vervolg der dagen, Of, in het laatste der dagen, in toekomende tijden. Zie boven Dan. 2:28 .

Hertaald: in het vervolg der dagen, Of: in het laatste van de dagen, in de komende tijden. Zie Dan. 2:28.

want het gezicht is nog voor vele dagen Anders: want daar is nog een gezicht [voorhanden] van dezelfde dagen. [Nog een ] te weten behalve die gezichten, die gij tevoren gezien hebt, Dan 7 , Dan 8 .

Hertaald: want het gezicht is nog voor vele dagen Anders: want er is nog een gezicht voorhanden over diezelfde dagen — nog een, namelijk naast de gezichten die u tevoren gezien hebt, Dan. 7 en Dan. 8.

Daniël 10 vers 15

deze woorden met mij sprak, Hebreeuws, naar deze woorden; dat is, zo en zo.

Hertaald: deze woorden met mij sprak, Hebreeuws: naar deze woorden; dat is: op deze wijze.

sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, Hebreeuws, gaf ik.

Hertaald: sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, Hebreeuws: gaf ik.

ik werd stom Of, ik was stom.

Hertaald: ik werd stom Of: ik was stom.

Daniël 10 vers 16

den mensenkinderen gelijk, Hebreeuws, naar de gelijkenis der mensenkinderen. Zie van dezen persoon breder boven vs.5, 7.

Hertaald: den mensenkinderen gelijk, Hebreeuws: naar de gelijkenis van de mensenkinderen. Zie over deze persoon uitvoeriger vers 5 en 7.

Die tegenover mij stond Versta hierbij: en met mij sprak.

Hertaald: Die tegenover mij stond Vul hierbij aan: en met mij sprak.

keren zich mijn weeën over mij, Of, mijne weeën overvallen mij. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk die weeën, bange smarten en pijnen der barende vrouwen. Zie de aantekening 1 Sam. 4:19 . Anders: mijne ingewanden keerden zich in mij om.

Hertaald: keren zich mijn weeën over mij, Of: mijn weeën overvallen mij. Het Hebreeuwse woord duidt eigenlijk de weeën, bange smarten en pijnen van barende vrouwen aan. Zie de aantekening bij 1 Sam. 4:19. Anders: mijn ingewanden keerden zich in mij om.

Daniël 10 vers 17

dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Te weten die zo voortreffelijk, heerlijk en aanzienlijk is.

Hertaald: dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Namelijk hij die zo voortreffelijk, heerlijk en aanzienlijk is.

wat mij aangaat, Hebreeuws aldus, en ik, van nu staat gene kracht in mij.

Hertaald: wat mij aangaat, Hebreeuws aldus: en ik, van nu af is er geen kracht in mij.

adem is in mij overgebleven Vergelijk Gen. 7:22 ; Jes. 2:22 ; belangende het woord adem.

Hertaald: adem is in mij overgebleven Vergelijk Gen. 7:22; Jes. 2:22, wat het woord adem betreft.

Daniël 10 vers 18

mij wederom aan Of, nog meer aan. Hebreeuws, en hij voegde er bij, en raakte aan mij.

Hertaald: mij wederom aan Of: nog eens. Hebreeuws: en hij voegde eraan toe en raakte mij aan.

een, Dat is, dezelfde engel, die eens mensen gedaante had aangenomen, vs.16.

Hertaald: een, Dat is: dezelfde engel die de gedaante van een mens had aangenomen, vers 16.

Daniël 10 vers 19

gij zeer gewenste man Zie boven Dan. 9:23 .

Hertaald: gij zeer gewenste man Zie Dan. 9:23.

wees sterk, Of, verman u, ja verman u.

Hertaald: wees sterk, Of: vat moed, ja vat moed.

werd ik versterkt, Dat is, ik greep een moed, ik vermande mij.

Hertaald: werd ik versterkt, Dat is: ik vatte moed, ik vermande mij.

Daniël 10 vers 20

Weet gij, Te weten om aan te wijzen wat uw volk zal overkomen, gelijk voorzegd is boven vs.14.

Hertaald: Weet gij, Namelijk om aan te wijzen wat uw volk zal overkomen, zoals in vers 14 voorzegd is.

om te strijden Dat is, om het kwade voornemen tegen de kerk Gods tegen te staan.

Hertaald: om te strijden Dat is: om het kwade voornemen tegen Gods kerk te weerstaan.

den vorst der Perzen; Zie boven vs.13.

Hertaald: den vorst der Perzen; Zie hierboven vers 13.

uitgegaan zijn, Te weten uit Perzië.

Hertaald: uitgegaan zijn, Namelijk uit Perzië.

de vorst van Griekenland komen Dat is, naar sommiger gevoelen, een kwade engel. Doch anderen verstaan door dezen vorst Alexander den Grote.

Hertaald: de vorst van Griekenland komen Dat is volgens sommigen een kwade engel. Maar anderen verstaan onder deze vorst Alexander de Grote.

Daniël 10 vers 21

hetgeen getekend is Dat is, hetgeen in den onveranderlijken raad Gods besloten is.

Hertaald: hetgeen getekend is Dat is: wat in de onveranderlijke raad van God besloten is.

niet een, Geen mens.

Hertaald: niet een, Geen mens.

die zich met Mij versterkt Dat is, die mij helpt.

Hertaald: die zich met Mij versterkt Dat is: die mij helpt.

tegen dezen, Te weten gouverneurs van Perzië, of in deze [zaak].

Hertaald: tegen dezen, Namelijk de gouverneurs van Perzië; of: in deze zaak.

vorst Michaël Zie vs.13.

Hertaald: vorst Michaël Zie vers 13.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De vorst van het koninkrijk van Perzië  — een gebedsverhoring die drie weken op zich laat wachten, en de reden die ervoor gegeven wordt (Dan. 10:2-3,12-14)

Daniël treurt drie weken, eet geen begeerlijk voedsel en zalft zich niet (Dan. 10:2-3). Dan verschijnt hem een Man met een verschijning die hem alle kracht ontneemt (Dan. 10:5-8, reeds behandeld in het volgende artikel), en Die zegt: "van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen" (Dan. 10:12). Dan volgt de reden voor het uitstel: "Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen" (Dan. 10:13).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er tussen het gebed en het antwoord ligt. Het antwoord was er al op de eerste dag; wat drie weken duurde, was niet Gods aarzeling maar een strijd die de biddende niet zag. Let vervolgens op wat de tekst hier wel en niet zegt over die vorst van Perzië. Dat er een tegenstand was, en dat Michaël te hulp kwam, staat er. Wie of wat die vorst precies is, legt de tekst niet uit; het register vult dat niet verder in dan met de aanduiding van Ef. 6:12: een strijd die niet tegen vlees en bloed gaat. Let ten slotte op wat dit voor de bidder betekent. Zijn gebed werd niet overgeslagen en niet vertraagd door onwil; er lag iets tussen, buiten zijn gezichtsveld, en toch werkte het gebed van de eerste dag af.

Typologie: Paulus noemt dezelfde strijd met dezelfde soort tegenstanders: "wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld" (Ef. 6:12). En de Hebreeënbrief noemt de engelen "gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen" (Hebr. 1:14) — precies wat Michaël hier doet.

Dan. 10:2-3,5-8,12-14; Ef. 6:12; Hebr. 1:14

De verschijning die alle kracht wegneemt  — wat er met Daniël gebeurt zodra hij deze Man ziet, en hoe hij weer overeind komt (Dan. 10:5-9,15-19)

"Er was een Man met linnen bekleed" (Dan. 10:5), "Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen" (Dan. 10:6). De mannen bij Daniël zien niets, "doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden" (Dan. 10:7). Daniël blijft alleen over: "er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving" (Dan. 10:8), en hij valt op zijn aangezicht in een diepe slaap (Dan. 10:9). Het herstel gaat in stappen: eerst een hand die hem beweegt (Dan. 10:10), dan woorden die hem doen opstaan (Dan. 10:11), dan een tweede aanraking die hem sterkt (Dan. 10:16-18), en ten slotte de zegen: "vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk!" (Dan. 10:19).

Bijbelse betekenis: Merk op hoeveel stappen er nodig zijn om deze man weer op zijn benen te krijgen. Niet één woord is genoeg; er zijn een hand, een aanspraak, een aanraking en een zegenspreuk voor nodig, na elkaar. Let vervolgens op wat hem overkomt: sierlijkheid veranderd in verderving. De ontmoeting kost hem zijn kracht voordat zij hem iets brengt. Let ten slotte op wat er niet gebeurt. Er wordt geen verwijt gemaakt van zijn zwakte; integendeel, hij wordt tot tweemaal toe "gij zeer gewenste man" genoemd (Dan. 10:11,19). Zwakheid na zo'n ontmoeting is geen gebrek aan geloof.

Typologie: Johannes maakt op Patmos hetzelfde mee wanneer hij de verheerlijkte Christus ziet: "En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten" (Op. 1:17). Ook daar volgt een aanraking en een woord: "Vrees niet" (Op. 1:17, reeds behandeld). Wie God van nabij ziet, wordt eerst neergeworpen en dan opgericht.

Dan. 10:5-11,15-19; Op. 1:17

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Een Man met linnen bekleed — 10:4-12

De Engel des HEEREN niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Daniël is oud en heeft drie weken gerouwd en gevast. Hij staat aan de oever van de Tigris, met enkele mannen bij zich, en heft zijn ogen op.

Er staat een Man aan de rivier, en de beschrijving die volgt keert zeshonderd jaar later bijna woord voor woord terug bij Johannes.

De beschrijving is uitvoerig en heel precies: “er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.” Zijn aangezicht als de gedaante van de bliksem, Zijn ogen als vurige fakkelen, Zijn armen en voeten als gepolijst koper, en Zijn stem als het geluid van een menigte.

De kanttekening laat er geen twijfel over wie hier verschijnt. Bij het woord Man tekent zij aan: te weten Christus, Die in die tijd in de gedaante van een man verschenen is — en zij verwijst daarvoor naar het slot van Daniël en naar het eerste hoofdstuk van Openbaring. Ook bij het linnen kleed zegt zij iets: dat is het gewaad dat koningen en priesters droegen, en zij wijst naar de kleding van de hogepriester op de grote verzoendag.

Dat verband met Openbaring is niet gezocht. Johannes ziet Iemand, de Zoon des mensen gelijk, bekleed met een lang kleed tot de voeten en omgord met een gouden gordel. Zijn ogen zijn als een vlam vuurs, Zijn voeten blinkend koper, Zijn stem als die van vele wateren, en Zijn aangezicht als de zon. Dat is dezelfde verschijning, in dezelfde volgorde.

En de uitwerking is ook dezelfde. Daniël houdt geen kracht over, zijn gedaante verandert, en hij valt op zijn aangezicht ter aarde. Johannes schrijft: toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. Zo gaat het in de Schrift altijd wanneer Iemand zo verschijnt: de mens gaat neer.

En dan gebeurt er beide keren hetzelfde tweede. Er komt een hand. Bij Daniël roert een hand hem aan en zet hem overeind. Bij Johannes legt Hij Zijn rechterhand op hem. En de eerste woorden zijn dezelfde: “Vrees niet.”

De reden die Daniël erbij krijgt, is er een om stil van te worden: van de eerste dag af dat hij zijn hart begaf om te verstaan en zich te verootmoedigen, werden zijn woorden gehoord. En dan: “en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.” Drie weken lang leek er niets te gebeuren. Er was al vanaf dag één iets in beweging gezet.

Er staat nog een klein detail bij dat past bij de hele lijn van de verschijningen: alleen Daniël zag het gezicht. De mannen die bij hem waren zagen niets, maar er viel een grote verschrikking op hen en zij vluchtten. Precies zo verging het de mannen die met Paulus naar Damascus reisden.

  1. Exodus 3:2 — Op beslissende ogenblikken verschijnt Iemand Die God heet.
  2. Ezechiël 1:28 — Ezechiël ziet de gelijkenis der heerlijkheid, en valt op zijn aangezicht.
  3. Daniël 10:5 — Aan de rivier staat een Man met linnen bekleed.
  4. Daniël 10:10 — Daniël bezwijkt, en een hand zet hem overeind: vrees niet.
  5. Openbaring 1:15 — Johannes ziet dezelfde gestalte, tot in de voeten van koper.
  6. Openbaring 1:17 — Hij valt als dood, en dezelfde hand raakt hem aan.

In het Nieuwe Testament: Openbaring 1:13-17; Ezechiël 1:26-28; Leviticus 16:4; Handelingen 9:7; Openbaring 19:12; Mattheüs 24:27

Hoever dit reikt: Dat deze Man Christus is, is de uitleg van de kanttekening; de tekst zelf noemt geen naam en het vervolg van het hoofdstuk spreekt ook over engelen die strijden. Wat vaststaat, is de overeenkomst met wat Johannes ziet en de gelijke uitwerking op wie het ziet. Wat de afzonderlijke onderdelen van de beschrijving betekenen, wordt door de kanttekening voorzichtig ingevuld en niet door de tekst zelf.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Daniël 10

Daniël 10:11.KruisverwijzingenEzechiël 2:1Daniël 8:16Handelingen 9:6Daniël 10:19Psalmen 45:11Markus 16:8Hooglied 7:10Handelingen 26:16
— En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.
“En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.”

Juist omdat Daniël zeer bemind was bij God, werd hij vroeg beproefd en in staat gesteld staande te blijven. Terwijl hij nog een jongeling was, werd hij naar Babel weggevoerd. Daar weigerde hij van het vlees van de koning te eten en van de wijn van de koning te drinken. Hij stelde het op de proef. Zou hij, als hij zich met gewone kost voedde, niet gezonder en beter zijn dan wanneer hij zich met de spijs van de koning verontreinigde?

Daniël werd vroeg beproefd. En omdat hij een man was die zeer bemind was bij God, doorstond hij de proef. Hij wilde zelfs op een klein punt niet aan het kwade toegeven.

Sta vast, ook in zo’n kleine zaak als wat wij eten en drinken, of in iets wat nog onbelangrijker lijkt dan dat. Wij moeten zeggen: ik kan niet tegen God zondigen. Ik moet vaststaan, ook in de kleinste zaak, in het houden van de wet van de HEERE mijn God.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content