Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In het derdeH7969jaarH8141 van KoresH3566, den koningH4428 van PerzieH6539, werd aan DanielH1840, wiens naamH8034genoemdH7121 werd BeltsazarH1095, een zaakH1697geopenbaardH1540, en die zaakH1697 is de waarheidH571, doch in een gezettenH1419 groten tijdH6635; en hij verstondH995 die zaakH1697, en hij had verstandH998 van het gezichtH4758.In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.
KJVIn the third2year1of Cyrus3king4of Persia5a thing6was revealed7unto Daniel,8whose name11was called10Belteshazzar;12and the thing14was true,13but the time appointed15was long:16and he understood17the thing,19and had understanding20of the vision.
1בִּשְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2שָׁל֗וֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3לְכ֨וֹרֶשׁ֙H3566Kores, CoresCyrus4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5פָּרַ֔סH6539Perzie, PerzenPersia, Persians6דָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7נִגְלָ֣הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8לְדָֽנִיֵּ֔אלH1840DanielDaniel9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10נִקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12בֵּלְטְשַׁאצַּ֑רH1095BeltsazarBelteshazzar13וֶאֱמֶ֤תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity14הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work15וְצָבָ֣אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)16גָד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very17וּבִין֙H995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work20וּבִ֥ינָהH998verstand, verstands, Verstandknowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom21ל֖וֹ22בַּמַּרְאֶֽהH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision
2In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2In dieH1992dagenH3117wasH1961ikH589, DanielH1840, treurendeH56drieH7969wekenH7620 der dagenH3117.In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen.
KJVIn those days1I Daniel4was mourning6three7full9weeks.
1בַּיָּמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָהֵ֑םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4דָֽנִיֵּאל֙H1840DanielDaniel5הָיִ֣יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6מִתְאַבֵּ֔לH56rouw, treuren, treurtlament, mourn7שְׁלֹשָׁ֥הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8שָׁבֻעִ֖יםH7620weken, week, tijdenseven, week9יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
3Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3BegeerlijkeH2532spijzeH3899atH398 ik nietH3808, en vleesH1320 of wijnH3196kwamH935 in mijn mondH6310 niet; ook zalfdeH5480 ik mij gansH5480 niet, totdatH5704 die drieH7969wekenH7620 der dagenH3117vervuldH4390 waren.Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.
KJVI ate4no pleasantbread,1neither came8flesh5nor wine6in my mouth,10neither did I anoint11myself at all,13till three16whole18weeks17were fulfilled.
1לֶ֣חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals2חֲמֻד֞וֹתH2530begeren, begeerd, begeerlijkbeauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing)3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אָכַ֗לְתִּיH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5וּבָשָׂ֥רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin6וָיַ֛יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)7לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8בָ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10פִּ֖יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word11וְס֣וֹךְH5480zalfde, zalf, zalvenanoint (self), [idiom] at all12לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13סָ֑כְתִּיH5480zalfde, zalf, zalvenanoint (self), [idiom] at all14עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15מְלֹ֕אתH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly16שְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)17שָׁבֻעִ֖יםH7620weken, week, tijdenseven, week18יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En op den vier en twintigsten dag der eerste maand, zo was ik aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En op den vierH702 en twintigstenH6242dagH3117 der eersteH7223maandH2320, zo wasH1961ikH589aanH5921 den oeverH3027 der groteH1419rivierH5104, welke is HiddekelH2313.En op den vier en twintigsten dag der eerste maand, zo was ik aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel.
KJVAnd in the four3and twentieth2day1of the first5month,4as I was by the side9of the great11river,10which is Hiddekel;
1וּבְי֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2עֶשְׂרִ֥יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3וְאַרְבָּעָ֖הH702vier, vierhonderd, veertienfour4לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הָרִאשׁ֑וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past6וַאֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7הָיִ֛יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8עַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יַ֧דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10הַנָּהָ֛רH5104rivier, rivieren, stromenflood, river11הַגָּד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13חִדָּֽקֶלH2313HiddekelHiddekel
5En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En ik hiefH5375 mijn ogenH5869 op, en zagH7200, en zietH2009, er was eenH259ManH376 met linnenH906bekleedH3847, en Zijn lendenH4975 waren omgordH2296 met fijn goudH3800 van UfazH210.En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.
KJVThen I lifted up1mine eyes,3and looked,4and behold a certain7man6clothed8in linen,9whose loins10were girded11with fine gold12of Uphaz:
1וָאֶשָּׂ֤אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עֵינַי֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4וָאֵ֔רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see6אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8לָב֣וּשׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear9בַּדִּ֑יםH906linnenlinen10וּמָתְנָ֥יוH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side11חֲגֻרִ֖יםH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side12בְּכֶ֥תֶםH3800goud, fijnste goud((most) fine, pure) gold(-en wedge)13אוּפָֽזH210UfazUphaz
6En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En Zijn lichaamH1472 was gelijk een turkooisH8658, en Zijn aangezichtH6440 gelijk de gedaanteH4758 des bliksemsH1300, en Zijn ogenH5869 gelijk vurigeH784fakkelenH3940, en Zijn armenH2220 en Zijn voetenH4772 gelijk de verfH5869 van gepolijstH7044koperH5178; en de stemH6963 Zijner woordenH1697 was gelijk de stemH6963 ener menigteH1995.En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.
KJVHis body1also was like the beryl,2and his face3as the appearance4of lightning,5and his eyes6as lamps7of fire,8and his arms9and his feet10like in colour11to polished13brass,12and the voice14of his words15like the voice16of a multitude.
7En ik, Daniel, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden, om zich te versteken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En ikH589, DanielH1840, alleen zagH7200 dat gezichtH4759, maar de mannenH582, die bij mij warenH1961, zagenH7200 dat gezichtH4759nietH3808; doch een groteH1419verschrikkingH2731vielH5307opH5921 hen, en zij vlodenH1272, om zich te verstekenH2244.En ik, Daniel, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden, om zich te versteken.
KJVAnd I Daniel3alone saw1the vision:6for the menthat were with me saw12not the vision;14but15a great17quaking16fell18upon them, so that they fled20to hide
1וְרָאִיתִי֩H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3דָנִיֵּ֤אלH1840DanielDaniel4לְבַדִּי֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַמַּרְאָ֔הH4759gezicht, gezichten, gezichtslooking glass, vision7וְהָאֲנָשִׁים֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10עִמִּ֔יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12רָא֖וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמַּרְאָ֑הH4759gezicht, gezichten, gezichtslooking glass, vision15אֲבָ֗לH61Voorwaar, Zekerlijkbut, indeed, nevertheless, verily16חֲרָדָ֤הH2731beving, verschrikking, sidderingcare, [idiom] exceedingly, fear, quaking, trembling17גְדֹלָה֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very18נָפְלָ֣הH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down19עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20וַֽיִּבְרְח֖וּH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot21בְּהֵחָבֵֽאH2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
8Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Ik dan werd alleen overgelatenH7604, en zagH7200ditH2063groteH1419gezichtH4759, en er bleefH7604 in mij geenH3808krachtH3581 overig; en mijn sierlijkheidH1935 werd aanH5921 mij veranderdH2015 in een verdervingH4889, zodat ik geenH3808krachtH3581behieldH6113.Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield.
KJVTherefore I was left alone,2and saw4this great7vision,6and there remained10no strength12in me: for my comeliness13was turned14in me into corruption,16and I retained18no strength.
1וַאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2נִשְׁאַ֣רְתִּיH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest3לְבַדִּ֔יH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4וָֽאֶרְאֶ֗הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַמַּרְאָ֤הH4759gezicht, gezichten, gezichtslooking glass, vision7הַגְּדֹלָה֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very8הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10נִשְׁאַרH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest11בִּ֖י12כֹּ֑חH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth13וְהוֹדִ֗יH1935majesteit, Majesteit, heerlijkheidbeauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty14נֶהְפַּ֤ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)15עָלַי֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16לְמַשְׁחִ֔יתH4889verderve, Mashith, verderfelijken strikcorruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly17וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18עָצַ֖רְתִּיH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)19כֹּֽחַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth
9En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En ik hoordeH8085 de stemH6963 Zijner woordenH1697; en toen ik de stemH6963 Zijner woordenH1697hoordeH8085, zo viel ikH589 in een diepen slaapH7290opH5921 mijn aangezichtH6440, met mijn aangezichtH6440 ter aardeH776.En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.
KJVYet heard1I the voice3of his words:4and when I heard5the voice7of his words,8then was I in a deep sleep11on my face,13and my face14toward the ground.
1וָאֶשְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell4דְּבָרָ֑יוH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5וּכְשָׁמְעִי֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8דְּבָרָ֔יוH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9וַאֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10הָיִ֛יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11נִרְדָּ֥םH7290slaap, hardslapende, slaap gezonken(be fast a-, be in a deep, cast into a dead, that) sleep(-er, -eth)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13פָּנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14וּפָנַ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15אָֽרְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
10En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieen, en de palmen mijner handen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zietH2009, een handH3027roerdeH5060 mij aan, en maakte, dat ik mij bewoogH5128opH5921 mijn knieenH1290, en de palmenH3709 mijner handenH3027.En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieen, en de palmen mijner handen.
KJVAnd, behold, an hand2touched3me, which set5me upon my knees7and upon the palms8of my hands.
1וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see2יָ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3נָ֣גְעָהH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch4בִּ֑י5וַתְּנִיעֵ֥נִיH5128schudden, omzwerven, bewogencontinually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down)6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7בִּרְכַּ֖יH1290knieen, knieknee8וְכַפּ֥וֹתH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon9יָדָֽיH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
11En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En Hij zeideH559totH413 mij: DanielH1840, gij zeer gewensteH2532manH376! merkH995 op de woordenH1697, die IkH595totH413 u sprekenH1696 zal, en staH5975 op uw standplaatsH5977, wantH3588 Ik ben alnu tot u gezondenH7971; en toen Hij dat woordH1697totH413 mij sprakH1696, stondH5975 ik bevendeH7460.En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.
KJVAnd he said1unto me, O Daniel,3a man4greatly beloved,understand6the words7that I speak10unto thee, and stand12upright:for unto thee am I now sent.17And when he had spoken19this word22unto me, I stood14trembling.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלַ֡יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3דָּנִיֵּ֣אלH1840DanielDaniel4אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5חֲ֠מֻדוֹתH2530begeren, begeerd, begeerlijkbeauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing)6הָבֵ֨ןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)7בַּדְּבָרִ֜יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אָנֹכִ֨יH595ik, mijI, me, [idiom] which10דֹבֵ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12וַעֲמֹ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14עָמְדֶ֔ךָH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry15כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16עַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas17שֻׁלַּ֣חְתִּיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)18אֵלֶ֑יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19וּבְדַבְּר֥וֹH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work20עִמִּ֛יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work23הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)24עָמַ֥דְתִּיH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry25מַרְעִֽידH7460beeft, bevende, sidderendetremble
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen zeideH559 Hij totH413 mij: VreesH3372nietH408, DanielH1840! wantH3588vanH4480 den eerstenH7223dagH3117 aan, dat gij uw hartH3820begaaftH5414, om te verstaanH995 en om uzelven te verootmoedigenH6031, voor het aangezichtH6440 uws GodsH430, zijn uw woordenH1697gehoordH8085, en om uwer woordenH1697wilH935 ben IkH589 gekomen.Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.
KJVThen said1he unto me, Fear4not, Daniel:5for from the first9day8that thou didst set11thine heart13to understand,14and to chasten15thyself before16thy God,17thy words19were heard,18and I am come21for thy words.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלַי֮H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than4תִּירָ֣אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)5דָנִיֵּאל֒H1840DanielDaniel6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הָרִאשׁ֗וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11נָתַ֧תָּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לִבְּךָ֛H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom14לְהָבִ֧יןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)15וּלְהִתְעַנּ֛וֹתH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise16לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18נִשְׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness19דְבָרֶ֑יךָH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work20וַאֲנִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who21בָ֖אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way22בִּדְבָרֶֽיךָH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
13Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de koningen van Perzie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Doch de vorstH8269 des koninkrijksH4438 van PerzieH6539stondH5975tegenoverH259 Mij een en twintigH6242dagenH3117; en zietH2009, MichaelH4317, een van de eersteH7223vorstenH8269, kwamH935 om Mij te helpenH5826, en IkH589 werd aldaarH8033gelatenH3498 bij de koningenH4428 van PerzieH6539.Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de koningen van Perzie.
KJVBut the prince1of the kingdom2of Persia3withstood4me one7and twenty6days:8but, lo, Michael,10one11of the chief13princes,12came14to help15me; and I remained17there with19the kings20of Persia.
1וְשַׂ֣רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward2מַלְכ֣וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal3פָּרַ֗סH6539Perzie, PerzenPersia, Persians4עֹמֵ֤דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5לְנֶגְדִּי֙H5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view6עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)7וְאֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see10מִֽיכָאֵ֗לH4317MichaelMichael11אַחַ֛דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12הַשָּׂרִ֥יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward13הָרִאשֹׁנִ֖יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past14בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15לְעָזְרֵ֑נִיH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour16וַאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who17נוֹתַ֣רְתִּיH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest18שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither19אֵ֖צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)20מַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal21פָרָֽסH6539Perzie, PerzenPersia, Persians
14Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Nu ben Ik gekomenH935, om u te doen verstaanH995, hetgeenH834 uw volkH5971bejegenenH7136 zal in het vervolgH319 der dagenH3117, wantH3588 het gezichtH2377 is nogH5750 voor vele dagenH3117.Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.
KJVNow I am come1to make thee understand2what shall befall5thy people6in the latter7days:8for yet the vision11is for many days.
1וּבָ֨אתִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לַהֲבִ֣ינְךָ֔H995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)3אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יִקְרָ֥הH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed6לְעַמְּךָ֖H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7בְּאַחֲרִ֣יתH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward8הַיָּמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10ע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)11חָז֖וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision12לַיָּמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
15En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En toen Hij dezeH428woordenH1697metH5973 mij sprakH1696, sloegH5414 ik mijn aangezichtH6440 ter aardeH776, en ik werd stomH481.En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom.
KJVAnd when he had spoken1such words3unto me, I set5my face6toward the ground,7and I became dumb.
1וּבְדַבְּר֣וֹH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2עִמִּ֔יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3כַּדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5נָתַ֧תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6פָנַ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7אַ֖רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וְנֶאֱלָֽמְתִּיH481stom, verstomd, bindendebind, be dumb, put to silence
16En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeen over mij, zodat ik geen kracht behoude.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En zietH2009, Een, den mensenkinderenH1121 gelijk, raakteH5060 mijn lippenH8193 aan, toen deed ik mijn mondH6310openH6605, en ik sprakH1696, en zeideH559totH413 Dien, Die tegenoverH5048 mij stondH5975: Mijn HeereH113! om des gezichtsH4759 wil kerenH2015 zich mijn weeenH6735overH5921 mij, zodat ik geenH3808krachtH3581behoudeH6113.En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeen over mij, zodat ik geen kracht behoude.
KJVAnd, behold, one like the similitude2of the sons3of men4touched5my lips:7then I opened8my mouth,9and spake,10and said11unto him that stood13before me, O my lord,15by the vision16my sorrows18are turned17upon me, and I have retained21no strength.
1וְהִנֵּ֗הH2009ziet, ziebehold, lo, see2כִּדְמוּת֙H1823gelijkenis, gelijkheidfashion, like (-ness, as), manner, similitude3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person5נֹגֵ֖עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7שְׂפָתָ֑יH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words8וָאֶפְתַּחH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent9פִּ֗יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word10וָאֲדַבְּרָה֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11וָאֹֽמְרָה֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הָעֹמֵ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14לְנֶגְדִּ֔יH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view15אֲדֹנִ֗יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'16בַּמַּרְאָה֙H4759gezicht, gezichten, gezichtslooking glass, vision17נֶהֶפְכ֤וּH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)18צִירַי֙H6735gezant, weeen, gezantenambassador, hinge, messenger, pain, pang, sorrow. Compare H6736 (צִיר)19עָלַ֔יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21עָצַ֖רְתִּיH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)22כֹּֽחַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth
17En hoe kan de knecht van dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hoeH1963kanH3201 de knechtH5650 van dezen mijn HeereH113sprekenH1696metH5973 dien mijn HeereH113? Want wat mijH589aangaatH6258, van nu af bestaatH5975 geen krachtH3581 in mij, en geen ademH5397 is in mij overgeblevenH7604.En hoe kan de knecht van dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven.
KJVFor how1can2the servant3of this my lord4talk6with this my lord?8for as for me, straightway11there remained13no strength15in me, neither is there breath16left
1וְהֵ֣יךְH1963Hoehow2יוּכַ֗לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3עֶ֤בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4אֲדֹנִי֙H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'5זֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6לְדַבֵּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8אֲדֹ֣נִיH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'9זֶ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וַאֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11מֵעַ֨תָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas12לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יַעֲמָדH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14בִּ֣י15כֹ֔חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth16וּנְשָׁמָ֖הH5397adem, geblaas, geestblast, (that) breath(-eth), inspiration, soul, spirit17לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18נִשְׁאֲרָהH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest19בִֽי
18Toen raakte mij wederom aan Een, als in de gedaante van een mens; en Hij versterkte mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen raakteH5060 mij wederomH3254 aan Een, als in de gedaanteH4758 van een mensH120; en Hij versterkteH2388 mij.Toen raakte mij wederom aan Een, als in de gedaante van een mens; en Hij versterkte mij.
KJVThen there came again1and touched2me one like the appearance4of a man,5and he strengthened
1וַיֹּ֧סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2וַיִּגַּעH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch3בִּ֛י4כְּמַרְאֵ֥הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision5אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person6וַֽיְחַזְּקֵֽנִיH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
19En Hij zeide: Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt, en zeide: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En Hij zeideH559: VreesH3372nietH408, gij zeer gewensteH2532manH376! vredeH7965 zij u, wees sterkH2388, ja, wees sterkH2388! En terwijl Hij metH5973 mij sprakH1696, werd ik versterktH2388, en zeideH559: Mijn HeereH113sprekeH1696, wantH3588 Gij hebt mij versterktH2388.En Hij zeide: Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt, en zeide: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt.
KJVAnd said,1O man4greatly beloved,fear3not: peace6be unto thee, be strong,8yea, be strong.9And when he had spoken10unto me, I was strengthened,12and said,13Let my lord15speak;14for thou hast strengthened
1וַיֹּ֜אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3תִּירָ֧אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)4אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5חֲמֻד֛וֹתH2530begeren, begeerd, begeerlijkbeauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing)6שָׁל֥וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly7לָ֖ךְ8חֲזַ֣קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand9וַחֲזָ֑קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand10וּֽבְדַבְּר֤וֹH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11עִמִּי֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12הִתְחַזַּ֔קְתִּיH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand13וָאֹֽמְרָ֛הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14יְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work15אֲדֹנִ֖יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'16כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17חִזַּקְתָּֽנִיH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen zeideH559 Hij: WeetH3045 gij, waaromH4100 dat Ik totH413 u gekomen ben? Doch nuH6258 zal Ik wederkerenH7725 om te strijdenH3898 tegen den vorstH8269 der PerzenH6539; en als IkH589 zal uitgegaanH3318 zijn, zietH2009, zo zal de vorstH8269 van GriekenlandH3120komenH935.Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.
KJVThen said1he, Knowest2thou wherefore I come4unto thee? and now will I return7to fight8with the prince10of Persia:11and when I am gone forth,13lo, the prince15of Grecia16shall come.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הֲיָדַ֨עְתָּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3לָמָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4בָּ֣אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וְעַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas7אָשׁ֔וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8לְהִלָּחֵ֖םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)9עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10שַׂ֣רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward11פָּרָ֑סH6539Perzie, PerzenPersia, Persians12וַאֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13יוֹצֵ֔אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see15שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward16יָוָ֖ןH3120Javan, GriekenlandJavan17בָּֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
21Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michael.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21DochH3588 Ik zal u te kennenH5046 geven, hetgeen getekendH7559 is in het geschriftH3791 der waarheidH571; en er is nietH369eenH259, die zich metH5973 Mij versterktH2388 tegen dezenH428, dan uw vorstH8269MichaelH4317.Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michael.
KJVBut1I will shew2thee that which is noted5in the scripture6of truth:7and there is none9that holdeth10with me in these things, but Michael16your prince.
1אֲבָל֙H61Voorwaar, Zekerlijkbut, indeed, nevertheless, verily2אַגִּ֣ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter3לְךָ֔4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָרָשׁ֥וּםH7559getekendnote6בִּכְתָ֖בH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing7אֱמֶ֑תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity8וְאֵ֨יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9אֶחָ֜דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10מִתְחַזֵּ֤קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand11עִמִּי֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13אֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)14כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet16מִיכָאֵ֖לH4317MichaelMichael17שַׂרְכֶֽםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Daniël 10:1— In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.Daniël 1:21→Daniël 6:28→Daniël 8:26→Daniël 1:7→Daniël 1:17→Ezra 6:14→Jesaja 44:28→Openbaring 19:9→
Daniël 10:2— In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen.Nehemia 1:4→Ezra 9:4→Psalmen 137:1→Romeinen 9:2→Jakobus 4:9→Jeremia 9:1→Psalmen 43:2→Psalmen 42:9→
Daniël 10:3— Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.Mattheüs 6:17→Daniël 6:18→1 Korinthe 9:27→Nahum 2:9→Amos 5:11→Jesaja 24:6→Daniël 11:8→2 Samuël 19:24→
Daniël 10:4— En op den vier en twintigsten dag der eerste maand, zo was ik aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel.Genesis 2:14→Ezechiël 1:3→Daniël 8:2→
Daniël 10:5— En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.Ezechiël 9:2→Daniël 12:6→Jeremia 10:9→Openbaring 1:13→Jozua 5:13→Openbaring 15:6→Zacharia 1:8→Jesaja 11:5→
Daniël 10:6— En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.Openbaring 19:12→Ezechiël 1:24→Ezechiël 1:16→Ezechiël 10:9→Ezechiël 1:14→Mattheüs 17:2→Openbaring 21:20→Lukas 9:29→
Daniël 10:7— En ik, Daniel, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden, om zich te versteken.Handelingen 9:7→Genesis 3:10→Handelingen 22:9→Ezechiël 12:18→2 Koningen 6:17→Hebreeën 12:21→Jeremia 23:24→Jesaja 2:10→
Daniël 10:8— Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield.Daniël 8:27→Daniël 7:28→Habakuk 3:16→Openbaring 1:17→Mattheüs 17:6→Markus 9:6→2 Korinthe 12:7→Daniël 8:7→
Daniël 10:9— En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.Daniël 8:18→Genesis 15:12→Job 4:13→Lukas 9:32→Hooglied 5:2→Genesis 2:21→Job 33:15→Lukas 22:45→
Daniël 10:10— En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieen, en de palmen mijner handen.Jeremia 1:9→Openbaring 1:17→Daniël 8:18→Daniël 10:18→Daniël 10:16→Daniël 9:21→
Daniël 10:11— En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.Ezechiël 2:1→Daniël 8:16→Handelingen 9:6→Daniël 10:19→Psalmen 45:11→Markus 16:8→Hooglied 7:10→Handelingen 26:16→
Daniël 10:12— Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.Handelingen 10:30→Daniël 10:19→Daniël 9:20→Leviticus 16:29→Jesaja 41:10→Daniël 10:2→Daniël 10:11→Jesaja 41:14→
Daniël 10:13— Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de koningen van Perzie.Daniël 12:1→Judas 1:9→Openbaring 12:7→Daniël 10:20→1 Petrus 3:22→Efeze 6:12→Ezra 4:4→Zacharia 3:1→
Daniël 10:14— Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.Daniël 2:28→Daniël 8:26→Habakuk 2:3→Daniël 12:9→Daniël 12:4→Jesaja 2:2→Genesis 49:1→Hosea 3:5→
Daniël 10:15— En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom.Ezechiël 24:27→Lukas 1:20→Daniël 10:9→Daniël 8:18→Ezechiël 33:22→
Daniël 10:16— En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeen over mij, zodat ik geen kracht behoude.Daniël 8:15→Jesaja 6:7→Jeremia 1:9→Daniël 8:17→Daniël 7:28→Daniël 8:27→Daniël 7:15→Daniël 10:8→
Daniël 10:17— En hoe kan de knecht van dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven.Jesaja 6:1→Exodus 24:10→Markus 12:36→Richteren 13:21→Richteren 6:22→Genesis 32:20→Johannes 1:18→Exodus 33:20→
Daniël 10:18— Toen raakte mij wederom aan Een, als in de gedaante van een mens; en Hij versterkte mij.Daniël 10:16→Jesaja 35:3→Daniël 8:18→Lukas 22:43→Efeze 3:16→Handelingen 18:23→2 Korinthe 12:9→Kolossenzen 1:11→
Daniël 10:19— En Hij zeide: Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt, en zeide: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt.Jesaja 35:4→Jozua 1:9→Richteren 6:23→2 Korinthe 12:9→Jozua 1:6→Daniël 10:11→Daniël 9:23→Johannes 14:27→
Daniël 10:20— Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.Daniël 8:21→Daniël 10:13→Daniël 7:6→Jesaja 37:36→Daniël 11:2→Handelingen 12:23→Daniël 8:5→
Daniël 10:21— Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michael.Daniël 10:13→Daniël 12:1→Judas 1:9→Openbaring 12:7→Daniël 12:4→Jesaja 43:8→Daniël 8:26→Handelingen 15:18→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Daniël 10 vers 1— In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.
het derde jaar
Te weten in het derde jaar nadat hij het rijk van Babylonië had ingenomen, gelijk Jesaja voorzegd had, Jes. 45:1 .
Hertaald:het derde jaar
Namelijk in het derde jaar nadat hij het rijk van Babylonië ingenomen had, zoals Jesaja voorzegd had, Jes. 45:1.
Kores,
Hebreeuws, Coresch.
Hertaald:Kores,
Hebreeuws: Koresj.
Beltsazar,
Zie Dan. 1:7 , in de aantekening.
Hertaald:Beltsazar,
Zie de aantekening bij Dan. 1:7.
een zaak geopenbaard,
Of, een woord.
Hertaald:een zaak geopenbaard,
Of: een woord.
doch in een gezetten groten tijd;
Of, doch de bestemde tijd was lang. De zin is: Het zal nog lang aanlopen eer het zal vervuld worden. Zie onder vs.14, namelijk van het derde jaar van Cyrus af tot aan den jongsten dag, gelijk af te nemen is uit Dan. 12:2 . Alhoewel sommigen, dit duidende op de Joodse natie alleen, dezen langen gezetten tijd duiden op het einde van de vervolgingen van Antiochus. Anders: en daar was een groot heirleger. Dan zou de zin wezen: En Daniël zag in dit gezicht een groot heirleger der engelen. Anders: daar zal een grote strijd zijn. Zie de aantekening Job 7:1 , en Job 14:14 ; Jes. 40:2 .
Hertaald:doch in een gezetten groten tijd;
Of: maar de bepaalde tijd was lang. De betekenis is: het zal nog lang duren voordat het vervuld zal worden. Zie vers 14, namelijk vanaf het derde jaar van Kores tot aan de jongste dag, zoals af te leiden is uit Dan. 12:2. Sommigen betrekken dit alleen op het Joodse volk en verstaan deze lange bepaalde tijd van het einde van de vervolgingen van Antiochus. Anders: en er was een groot leger. Dan zou de betekenis zijn dat Daniël in dit gezicht een groot leger van engelen zag. Anders: er zal een grote strijd zijn. Zie de aantekening bij Job 7:1 en Job 14:14; Jes. 40:2.
van het gezicht
In hetwelk hem deze zaak geopenbaard werd. De zin is: Hij verstond zeer wel hetgeen hem in dit gezicht geopenbaard werd.
Hertaald:van het gezicht
Waarin hem deze zaak geopenbaard werd. De betekenis is: hij begreep zeer goed wat hem in dit gezicht geopenbaard werd.
Daniël 10 vers 2— In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen.
was ik, Daniël,
Anders: was ik Daniël treurende geweest; te weten omdat het aangevangen werk van het gebouw des tempels door de vijanden der Joden verhinderd was. Zie Ezra 4:4 .
Hertaald:was ik, Daniël,
Anders: was ik, Daniël, treurende geweest, namelijk omdat het begonnen werk aan de bouw van de tempel door de vijanden van de Joden verhinderd was. Zie Ezra 4:4.
drie weken der dagen
Dat is, drie volle weken. Zie de aantekening Gen. 29:14 . Deze weken worden hier genoemd weken der dagen, om die te onderscheiden van de jaarweken, waarvan te zien boven Dan. 9:24 .
Hertaald:drie weken der dagen
Dat is: drie volle weken. Zie de aantekening bij Gen. 29:14. Deze weken worden hier weken van dagen genoemd om ze te onderscheiden van de jaarweken, waarover Dan. 9:24.
Daniël 10 vers 3— Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.
Begeerlijke spijze at ik niet,
Dat is, ik at geen lekkere spijs, of ik had geen lekkere spijs gegeten. Hebreeuws, spijs, of brood der begeerten.
Hertaald:Begeerlijke spijze at ik niet,
Dat is: ik at geen lekker eten, of: ik had geen lekker eten gegeten. Hebreeuws: spijs of brood van begeerten.
zalfde ik mij gans niet,
Hebreeuws, zalvende zalfde ik mij niet, gelijk dit bij de Oosterse volken zeer gebruikelijk was, voornamelijk als zij vrolijk waren. Zie Ruth 3:3 ; Ps. 23:5 , en Ps. 104:15 .
Hertaald:zalfde ik mij gans niet,
Hebreeuws: zalvende zalfde ik mij niet, zoals bij de oosterse volken zeer gebruikelijk was, vooral wanneer zij vrolijk waren. Zie Ruth 3:3; Ps. 23:5 en Ps. 104:15.
Daniël 10 vers 4— En op den vier en twintigsten dag der eerste maand, zo was ik aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel.
op den vier en twintigsten dag
Namelijk van hetzelfde derde jaar, vs.1.
Hertaald:op den vier en twintigsten dag
Namelijk van datzelfde derde jaar, vers 1.
der eerste maand,
Genoemd Abib, of Nisan, overeenkomende ten dele met onzen Maart, ten dele met onzen April, zijnde bij de Hebreën de eerste maand der lente, ter welker tijd in het Joodse land, alsook in Egypte, men den gerstenoogst placht te hebben, waarom zij ook genoemd werd de maand der eerste vruchten.
Hertaald:der eerste maand,
Abib of Nisan genoemd, die deels met onze maart en deels met onze april overeenkomt; bij de Hebreeën is dat de eerste maand van de lente, waarin men in het Joodse land en ook in Egypte de gersteoogst placht binnen te halen. Daarom werd zij ook de maand van de eerstelingen genoemd.
aan den oever der grote rivier,
Hebreeuws, aan de hand, of aan de zijde.
Hertaald:aan den oever der grote rivier,
Hebreeuws: aan de hand, of aan de zijde.
Hiddekel
Eene rivier in Assyrië, anders Tygris genoemd. Zie Gen. 2:14 .
Hertaald:Hiddekel
Een rivier in Assyrië, ook wel de Tigris genoemd. Zie Gen. 2:14.
Daniël 10 vers 5— En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.
een Man
Te weten Christus, gelijk enigen afnemen uit Dan. 12:6-7 ; Openb. 1:13-15 , en Openb. 10:5 ; die te dien tijde in de gedaante van een man verschenen is.
Hertaald:een Man
Namelijk Christus, zoals sommigen afleiden uit Dan. 12:6-7; Openb. 1:13-15 en Openb. 10:5; Hij is in die tijd in de gedaante van een man verschenen.
met linnen bekleed,
Te weten met kostelijk lijnwaad, gelijk de koningen en priesters plegen te dragen; zie Lev. 6:10 , en Lev. 16:4 .
Hertaald:met linnen bekleed,
Namelijk met kostbaar linnen, zoals koningen en priesters plachten te dragen; zie Lev. 6:10 en Lev. 16:4.
Ufaz
Zie van Ufaz, Jer. 10:9 . Sommigen verstaan door dit goud, de heiligheid, reinheid en heerlijkheid van Christus, waarmede Hij versierd en als omgord is.
Hertaald:Ufaz
Over Ufaz, zie Jer. 10:9. Sommigen verstaan onder dit goud de heiligheid, reinheid en heerlijkheid van Christus, waarmee Hij versierd en als het ware omgord is.
Daniël 10 vers 6— En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.
een turkoois,
Hebreeuws, Tharsis. Anders beryllus thalassius, die [gelijk enigen menen] hemelsblauw is, naar sommiger gevoelen betekenende dat Christus de Heere van den hemel is; 1 Kor. 15:47 .
Hertaald:een turkoois,
Hebreeuws: Tarsis. Anders: beryl van de zee, die volgens sommigen hemelsblauw is, wat naar hun mening betekent dat Christus de Heere uit de hemel is; 1 Kor. 15:47.
gelijk de gedaante des bliksems,
Gelijk de bliksem schijnt van het ene einde der wereld tot het andere, alzo ook Christus de Heere, die overal tegenwoordig is. Vergelijk Matt. 24:27 .
Hertaald:gelijk de gedaante des bliksems,
Zoals de bliksem schijnt van het ene einde van de wereld tot het andere, zo ook Christus de Heere, Die overal tegenwoordig is. Vergelijk Matth. 24:27.
gelijk vurige fakkelen,
Daar is niets zo verborgen of de scherpziende en vurige ogen van Christus dringen er door, vergelijk Openb. 1:14 , en Openb. 19:12 .
Hertaald:gelijk vurige fakkelen,
Er is niets zo verborgen of de scherpziende en vurige ogen van Christus dringen erdoorheen; vergelijk Openb. 1:14 en Openb. 19:12.
Armen . . . voeten
Met zijne armen en handen zijne vijanden verbrekende, en met zijne voeten hen vertredende, gelijk Openb. 1:15 .
Hertaald:Armen . . . voeten
Met Zijn armen en handen verbreekt Hij Zijn vijanden en met Zijn voeten vertrapt Hij hen, zoals Openb. 1:15.
gelijk de kleur van gepolijst koper;
Hebreeuws, gelijk het oog van het gepolijste, of gegladde koper. Oog voor verw is ook Lev. 13:55 ;; Num. 11:7 . Zie ook Ezech. 1:4 . Door het gepolijste of blinkende koper wordt Christus' macht betekend, zijne vijanden verslaande en verpletterende als aarden potten. Vergelijk Ps. 2:9 ; Openb. 1:15 .
Hertaald:gelijk de kleur van gepolijst koper;
Hebreeuws: als het oog van het gepolijste of gladde koper. Oog voor kleur staat ook in Lev. 13:55; Num. 11:7. Zie ook Ezech. 1:4. Door het gepolijste of blinkende koper wordt de macht van Christus aangeduid, waarmee Hij Zijn vijanden verslaat en verbrijzelt als aarden potten. Vergelijk Ps. 2:9; Openb. 1:15.
de stem ener menigte
Of, de stem van een gedruis, of bruisen [der zee, of grote wateren ]. Want het Hebreeuws woord betekent zowel een gedruis, als ene menigte, Openb. 1:15 ; en wordt van Christus gezegd dat zijne stem was als het geruisch van vele wateren; zij wordt wijd en breed gehoord en zij bekeert vele mensen. Vergelijk Ezech. 1:24 .
Hertaald:de stem ener menigte
Of: de stem van een gedruis, of van het bruisen van de zee of van grote wateren. Want het Hebreeuwse woord betekent zowel een gedruis als een menigte (Openb. 1:15); en van Christus wordt gezegd dat Zijn stem was als het geruis van vele wateren: zij wordt wijd en zijd gehoord en zij bekeert veel mensen. Vergelijk Ezech. 1:24.
Daniël 10 vers 7— En ik, Daniel, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden, om zich te versteken.
alleen zag dat gezicht,
God heeft Daniël alleen de ogen geopend. Zulks is ook geschied met Paulus; Hand. 9:7 .
Hertaald:alleen zag dat gezicht,
God heeft alleen Daniël de ogen geopend. Hetzelfde is gebeurd bij Paulus; Hand. 9:7.
een grote verschrikking viel op hen,
Zonder twijfel toen zij die grote stem hoorden.
Hertaald:een grote verschrikking viel op hen,
Ongetwijfeld toen zij die grote stem hoorden.
Daniël 10 vers 8— Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield.
mijn sierlijkheid
De schoonheid van mijn aangezicht. De zin is dat hij door schrik en vrees werd als een dode man, die gene schoonheid heeft, zijnde zijne gedaante geheel veranderd en verdorven.
Hertaald:mijn sierlijkheid
De schoonheid van mijn gezicht. De betekenis is dat hij door schrik en angst werd als een dode, die geen schoonheid heeft, terwijl zijn gestalte geheel veranderd en vervallen was.
Daniël 10 vers 9— En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.
zo viel ik in een diepen slaap
Gelijk boven Dan. 8:18 .
Hertaald:zo viel ik in een diepen slaap
Zoals Dan. 8:18.
Daniël 10 vers 10— En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieen, en de palmen mijner handen.
een hand roerde mij aan,
Te weten de hand van den engel Gabriël. Zie Dan. 8:18 , en Dan. 9:21 .
Hertaald:een hand roerde mij aan,
Namelijk de hand van de engel Gabriël. Zie Dan. 8:18 en Dan. 9:21.
op mijn knieën, en de palmen mijner handen
Hij wil zeggen dat hij zo zwak was, dat hij op zijne voeten niet staan kon, maar dat hij als op handen en voeten kroop of steunde.
Hertaald:op mijn knieën, en de palmen mijner handen
Hij wil zeggen dat hij zo zwak was dat hij niet op zijn voeten kon staan, maar als op handen en voeten kroop of steunde.
Daniël 10 vers 11— En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.
gij zeer gewenste man
Of, gij allergewenste man. Zie boven Dan. 9:23 .
Hertaald:gij zeer gewenste man
Of: u allerbeminde man. Zie Dan. 9:23.
sta op uw standplaats,
Dat is, sta aan, of op uwe plaats waar gij straks gestaan hebt. Zie Neh. 8:8 .
Hertaald:sta op uw standplaats,
Dat is: ga staan op de plaats waar u zojuist gestaan hebt. Zie Neh. 8:8.
sprak,
Of, gesproken had.
Hertaald:sprak,
Of: gesproken had.
Daniël 10 vers 12— Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.
om te verstaan
Of, om aan te merken, gelijk vs.11, namelijk om te verstaan wat gelegenheid het in toekomende tijden met de kerk van God hebben zou, alzo de zeventig weken voleind en den tempel, mitsgaders de stad Jeruzalem, nog niet opgebouwd werden.
Hertaald:om te verstaan
Of: om op te merken, zoals vers 11; namelijk om te begrijpen hoe het in de komende tijden met Gods kerk gesteld zou zijn, aangezien de zeventig weken voleindigd waren en de tempel en de stad Jeruzalem nog niet herbouwd werden.
te verootmoedigen,
Of, te kwellen, namelijk met vasten en treuren. Zie Lev. 16:29 .
Hertaald:te verootmoedigen,
Of: te kwellen, namelijk met vasten en treuren. Zie Lev. 16:29.
zijn uw woorden gehoord,
Dat is, uw gebed verhoord, te weten met hetwelk gij begeerd hebt te verstaan den staat van uw volk. Vergelijk met vs.14.
Hertaald:zijn uw woorden gehoord,
Dat is: uw gebed verhoord, namelijk het gebed waarin u verlangd hebt de toestand van uw volk te begrijpen. Vergelijk vers 14.
om uwer woorden wil
Te weten om u te onderrichten van den toekomenden staat van uw volk, gelijk gij begeerd hebt.
Hertaald:om uwer woorden wil
Namelijk om u te onderrichten over de toekomstige staat van uw volk, zoals u verlangd hebt.
Daniël 10 vers 13— Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de koningen van Perzie.
de vorst des koninkrijks van Perzië
Dat is, naar sommiger gevoelen een kwade engel. Vergelijk Ef. 6:12 . Doch anderen verstaan door dezen vorst Cambyzes, die in het afwezen van zijnen vader het rijk regeerde, terwijl zijn vader Cyrus in andere landen krijg voerde.
Hertaald:de vorst des koninkrijks van Perzië
Dat is volgens sommigen een kwade engel. Vergelijk Ef. 6:12. Maar anderen verstaan onder deze vorst Cambyses, die tijdens de afwezigheid van zijn vader het rijk regeerde terwijl zijn vader Kores in andere landen oorlog voerde.
stond tegenover Mij
Dat is, hij stond tegen mij, en ik heb hem tegenstand gedaan, dewijl hij kwade aanslagen tegen uw volk voorhad, namelijk tot verhindering van den bouw der stad en van den tempel, hetwelk God voor een korten tijd heeft toegelaten, om zijn volk des te meer tot ijver in het gebed op te scherpen en tot rechte boetvaardigheid.
Hertaald:stond tegenover Mij
Dat is: hij stond tegenover mij en ik heb hem weerstand geboden, aangezien hij kwade plannen tegen uw volk had, namelijk om de bouw van de stad en de tempel te verhinderen. God heeft dat een korte tijd toegelaten om Zijn volk des te meer aan te sporen tot ijver in het gebed en tot ware boetvaardigheid.
een en twintig dagen;
Dat is, drie weken lang. Zie boven vs.2,3. De zin is, dat is de oorzaak waarom ik niet eer tot u gekomen ben, gelijk ik gedaan zou hebben indien ik hierdoor niet ware verhinderd geweest.
Hertaald:een en twintig dagen;
Dat is: drie weken lang. Zie hierboven vers 2 en 3. De betekenis is: dat is de reden waarom ik niet eerder bij u gekomen ben, zoals ik gedaan zou hebben als ik hierdoor niet verhinderd was.
Michaël,
Eenigen verstaan door Michael den Heere Christus zelf, die zijne dienaars bijstaat en hun kracht en sterkte geeft. Anderen menen dat Michael de naam van een aartsengel is, betekenende, wie is gelijk God? Daarom houden verscheidenen Michael voor een geschapen engel, omdat hier staat: Een van de eerste vorsten, en verklaren dat aldus: Een van de engelen, die tot vorsten gesteld zijn over de volken, hetwelk op Christus niet past, die het hoofd van de engelen is.
Hertaald:Michaël,
Sommigen verstaan onder Michaël de Heere Christus Zelf, Die Zijn dienaars bijstaat en hun kracht en sterkte geeft. Anderen menen dat Michaël de naam van een aartsengel is, die betekent: wie is als God? Daarom houden verscheidenen Michaël voor een geschapen engel, omdat hier staat: een van de eerste vorsten, en zij verklaren dat zo: een van de engelen die tot vorsten over de volken aangesteld zijn — wat niet op Christus past, Die het Hoofd van de engelen is.
Daniël 10 vers 14— Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.
uw volk bejegenen zal
Dat is, uwen landslieden, den Joden.
Hertaald:uw volk bejegenen zal
Dat is: uw landgenoten, de Joden.
in het vervolg der dagen,
Of, in het laatste der dagen, in toekomende tijden. Zie boven Dan. 2:28 .
Hertaald:in het vervolg der dagen,
Of: in het laatste van de dagen, in de komende tijden. Zie Dan. 2:28.
want het gezicht is nog voor vele dagen
Anders: want daar is nog een gezicht [voorhanden] van dezelfde dagen. [Nog een ] te weten behalve die gezichten, die gij tevoren gezien hebt, Dan 7 , Dan 8 .
Hertaald:want het gezicht is nog voor vele dagen
Anders: want er is nog een gezicht voorhanden over diezelfde dagen — nog een, namelijk naast de gezichten die u tevoren gezien hebt, Dan. 7 en Dan. 8.
Daniël 10 vers 15— En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom.
deze woorden met mij sprak,
Hebreeuws, naar deze woorden; dat is, zo en zo.
Hertaald:deze woorden met mij sprak,
Hebreeuws: naar deze woorden; dat is: op deze wijze.
sloeg ik mijn aangezicht ter aarde,
Hebreeuws, gaf ik.
Hertaald:sloeg ik mijn aangezicht ter aarde,
Hebreeuws: gaf ik.
ik werd stom
Of, ik was stom.
Hertaald:ik werd stom
Of: ik was stom.
Daniël 10 vers 16— En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeen over mij, zodat ik geen kracht behoude.
den mensenkinderen gelijk,
Hebreeuws, naar de gelijkenis der mensenkinderen. Zie van dezen persoon breder boven vs.5, 7.
Hertaald:den mensenkinderen gelijk,
Hebreeuws: naar de gelijkenis van de mensenkinderen. Zie over deze persoon uitvoeriger vers 5 en 7.
Die tegenover mij stond
Versta hierbij: en met mij sprak.
Hertaald:Die tegenover mij stond
Vul hierbij aan: en met mij sprak.
keren zich mijn weeën over mij,
Of, mijne weeën overvallen mij. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk die weeën, bange smarten en pijnen der barende vrouwen. Zie de aantekening 1 Sam. 4:19 . Anders: mijne ingewanden keerden zich in mij om.
Hertaald:keren zich mijn weeën over mij,
Of: mijn weeën overvallen mij. Het Hebreeuwse woord duidt eigenlijk de weeën, bange smarten en pijnen van barende vrouwen aan. Zie de aantekening bij 1 Sam. 4:19. Anders: mijn ingewanden keerden zich in mij om.
Daniël 10 vers 17— En hoe kan de knecht van dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven.
dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere?
Te weten die zo voortreffelijk, heerlijk en aanzienlijk is.
Hertaald:dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere?
Namelijk hij die zo voortreffelijk, heerlijk en aanzienlijk is.
wat mij aangaat,
Hebreeuws aldus, en ik, van nu staat gene kracht in mij.
Hertaald:wat mij aangaat,
Hebreeuws aldus: en ik, van nu af is er geen kracht in mij.
adem is in mij overgebleven
Vergelijk Gen. 7:22 ; Jes. 2:22 ; belangende het woord adem.
Hertaald:adem is in mij overgebleven
Vergelijk Gen. 7:22; Jes. 2:22, wat het woord adem betreft.
Daniël 10 vers 18— Toen raakte mij wederom aan Een, als in de gedaante van een mens; en Hij versterkte mij.
mij wederom aan
Of, nog meer aan. Hebreeuws, en hij voegde er bij, en raakte aan mij.
Hertaald:mij wederom aan
Of: nog eens. Hebreeuws: en hij voegde eraan toe en raakte mij aan.
een,
Dat is, dezelfde engel, die eens mensen gedaante had aangenomen, vs.16.
Hertaald:een,
Dat is: dezelfde engel die de gedaante van een mens had aangenomen, vers 16.
Daniël 10 vers 19— En Hij zeide: Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt, en zeide: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt.
gij zeer gewenste man
Zie boven Dan. 9:23 .
Hertaald:gij zeer gewenste man
Zie Dan. 9:23.
wees sterk,
Of, verman u, ja verman u.
Hertaald:wees sterk,
Of: vat moed, ja vat moed.
werd ik versterkt,
Dat is, ik greep een moed, ik vermande mij.
Hertaald:werd ik versterkt,
Dat is: ik vatte moed, ik vermande mij.
Daniël 10 vers 20— Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.
Weet gij,
Te weten om aan te wijzen wat uw volk zal overkomen, gelijk voorzegd is boven vs.14.
Hertaald:Weet gij,
Namelijk om aan te wijzen wat uw volk zal overkomen, zoals in vers 14 voorzegd is.
om te strijden
Dat is, om het kwade voornemen tegen de kerk Gods tegen te staan.
Hertaald:om te strijden
Dat is: om het kwade voornemen tegen Gods kerk te weerstaan.
den vorst der Perzen;
Zie boven vs.13.
Hertaald:den vorst der Perzen;
Zie hierboven vers 13.
uitgegaan zijn,
Te weten uit Perzië.
Hertaald:uitgegaan zijn,
Namelijk uit Perzië.
de vorst van Griekenland komen
Dat is, naar sommiger gevoelen, een kwade engel. Doch anderen verstaan door dezen vorst Alexander den Grote.
Hertaald:de vorst van Griekenland komen
Dat is volgens sommigen een kwade engel. Maar anderen verstaan onder deze vorst Alexander de Grote.
Daniël 10 vers 21— Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michael.
hetgeen getekend is
Dat is, hetgeen in den onveranderlijken raad Gods besloten is.
Hertaald:hetgeen getekend is
Dat is: wat in de onveranderlijke raad van God besloten is.
niet een,
Geen mens.
Hertaald:niet een,
Geen mens.
die zich met Mij versterkt
Dat is, die mij helpt.
Hertaald:die zich met Mij versterkt
Dat is: die mij helpt.
tegen dezen,
Te weten gouverneurs van Perzië, of in deze [zaak].
Hertaald:tegen dezen,
Namelijk de gouverneurs van Perzië; of: in deze zaak.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De vorst van het koninkrijk van Perzië — een gebedsverhoring die drie weken op zich laat wachten, en de reden die ervoor gegeven wordt (Dan. 10:2-3,12-14)
Daniël treurt drie weken, eet geen begeerlijk voedsel en zalft zich niet (Dan. 10:2-3). Dan verschijnt hem een Man met een verschijning die hem alle kracht ontneemt (Dan. 10:5-8, reeds behandeld in het volgende artikel), en Die zegt: "van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen" (Dan. 10:12). Dan volgt de reden voor het uitstel: "Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen" (Dan. 10:13).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er tussen het gebed en het antwoord ligt. Het antwoord was er al op de eerste dag; wat drie weken duurde, was niet Gods aarzeling maar een strijd die de biddende niet zag. Let vervolgens op wat de tekst hier wel en niet zegt over die vorst van Perzië. Dat er een tegenstand was, en dat Michaël te hulp kwam, staat er. Wie of wat die vorst precies is, legt de tekst niet uit; het register vult dat niet verder in dan met de aanduiding van Ef. 6:12: een strijd die niet tegen vlees en bloed gaat. Let ten slotte op wat dit voor de bidder betekent. Zijn gebed werd niet overgeslagen en niet vertraagd door onwil; er lag iets tussen, buiten zijn gezichtsveld, en toch werkte het gebed van de eerste dag af.
Typologie: Paulus noemt dezelfde strijd met dezelfde soort tegenstanders: "wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld" (Ef. 6:12). En de Hebreeënbrief noemt de engelen "gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen" (Hebr. 1:14) — precies wat Michaël hier doet.
Dan. 10:2-3,5-8,12-14; Ef. 6:12; Hebr. 1:14
De verschijning die alle kracht wegneemt — wat er met Daniël gebeurt zodra hij deze Man ziet, en hoe hij weer overeind komt (Dan. 10:5-9,15-19)
"Er was een Man met linnen bekleed" (Dan. 10:5), "Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen" (Dan. 10:6). De mannen bij Daniël zien niets, "doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden" (Dan. 10:7). Daniël blijft alleen over: "er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving" (Dan. 10:8), en hij valt op zijn aangezicht in een diepe slaap (Dan. 10:9). Het herstel gaat in stappen: eerst een hand die hem beweegt (Dan. 10:10), dan woorden die hem doen opstaan (Dan. 10:11), dan een tweede aanraking die hem sterkt (Dan. 10:16-18), en ten slotte de zegen: "vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk!" (Dan. 10:19).
Bijbelse betekenis: Merk op hoeveel stappen er nodig zijn om deze man weer op zijn benen te krijgen. Niet één woord is genoeg; er zijn een hand, een aanspraak, een aanraking en een zegenspreuk voor nodig, na elkaar. Let vervolgens op wat hem overkomt: sierlijkheid veranderd in verderving. De ontmoeting kost hem zijn kracht voordat zij hem iets brengt. Let ten slotte op wat er niet gebeurt. Er wordt geen verwijt gemaakt van zijn zwakte; integendeel, hij wordt tot tweemaal toe "gij zeer gewenste man" genoemd (Dan. 10:11,19). Zwakheid na zo'n ontmoeting is geen gebrek aan geloof.
Typologie: Johannes maakt op Patmos hetzelfde mee wanneer hij de verheerlijkte Christus ziet: "En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten" (Op. 1:17). Ook daar volgt een aanraking en een woord: "Vrees niet" (Op. 1:17, reeds behandeld). Wie God van nabij ziet, wordt eerst neergeworpen en dan opgericht.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Een Man met linnen bekleed — 10:4-12
De Engel des HEERENniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Daniël is oud en heeft drie weken gerouwd en gevast. Hij staat aan de oever van de Tigris, met enkele mannen bij zich, en heft zijn ogen op.
Er staat een Man aan de rivier, en de beschrijving die volgt keert zeshonderd jaar later bijna woord voor woord terug bij Johannes.
De beschrijving is uitvoerig en heel precies: “er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.” Zijn aangezicht als de gedaante van de bliksem, Zijn ogen als vurige fakkelen, Zijn armen en voeten als gepolijst koper, en Zijn stem als het geluid van een menigte.
De kanttekening laat er geen twijfel over wie hier verschijnt. Bij het woord Man tekent zij aan: te weten Christus, Die in die tijd in de gedaante van een man verschenen is — en zij verwijst daarvoor naar het slot van Daniël en naar het eerste hoofdstuk van Openbaring. Ook bij het linnen kleed zegt zij iets: dat is het gewaad dat koningen en priesters droegen, en zij wijst naar de kleding van de hogepriester op de grote verzoendag.
Dat verband met Openbaring is niet gezocht. Johannes ziet Iemand, de Zoon des mensen gelijk, bekleed met een lang kleed tot de voeten en omgord met een gouden gordel. Zijn ogen zijn als een vlam vuurs, Zijn voeten blinkend koper, Zijn stem als die van vele wateren, en Zijn aangezicht als de zon. Dat is dezelfde verschijning, in dezelfde volgorde.
En de uitwerking is ook dezelfde. Daniël houdt geen kracht over, zijn gedaante verandert, en hij valt op zijn aangezicht ter aarde. Johannes schrijft: toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. Zo gaat het in de Schrift altijd wanneer Iemand zo verschijnt: de mens gaat neer.
En dan gebeurt er beide keren hetzelfde tweede. Er komt een hand. Bij Daniël roert een hand hem aan en zet hem overeind. Bij Johannes legt Hij Zijn rechterhand op hem. En de eerste woorden zijn dezelfde: “Vrees niet.”
De reden die Daniël erbij krijgt, is er een om stil van te worden: van de eerste dag af dat hij zijn hart begaf om te verstaan en zich te verootmoedigen, werden zijn woorden gehoord. En dan: “en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.” Drie weken lang leek er niets te gebeuren. Er was al vanaf dag één iets in beweging gezet.
Er staat nog een klein detail bij dat past bij de hele lijn van de verschijningen: alleen Daniël zag het gezicht. De mannen die bij hem waren zagen niets, maar er viel een grote verschrikking op hen en zij vluchtten. Precies zo verging het de mannen die met Paulus naar Damascus reisden.
Exodus 3:2 — Op beslissende ogenblikken verschijnt Iemand Die God heet.
Ezechiël 1:28 — Ezechiël ziet de gelijkenis der heerlijkheid, en valt op zijn aangezicht.
Daniël 10:5 — Aan de rivier staat een Man met linnen bekleed.
Daniël 10:10 — Daniël bezwijkt, en een hand zet hem overeind: vrees niet.
Openbaring 1:15 — Johannes ziet dezelfde gestalte, tot in de voeten van koper.
Openbaring 1:17 — Hij valt als dood, en dezelfde hand raakt hem aan.
In het Nieuwe Testament: Openbaring 1:13-17; Ezechiël 1:26-28; Leviticus 16:4; Handelingen 9:7; Openbaring 19:12; Mattheüs 24:27
Hoever dit reikt: Dat deze Man Christus is, is de uitleg van de kanttekening; de tekst zelf noemt geen naam en het vervolg van het hoofdstuk spreekt ook over engelen die strijden. Wat vaststaat, is de overeenkomst met wat Johannes ziet en de gelijke uitwerking op wie het ziet. Wat de afzonderlijke onderdelen van de beschrijving betekenen, wordt door de kanttekening voorzichtig ingevuld en niet door de tekst zelf.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Daniël 10:11.KruisverwijzingenEzechiël 2:1→Daniël 8:16→Handelingen 9:6→Daniël 10:19→Psalmen 45:11→Markus 16:8→Hooglied 7:10→Handelingen 26:16→ — En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende. “En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.”
Juist omdat Daniël zeer bemind was bij God, werd hij vroeg beproefd en in staat gesteld staande te blijven. Terwijl hij nog een jongeling was, werd hij naar Babel weggevoerd. Daar weigerde hij van het vlees van de koning te eten en van de wijn van de koning te drinken. Hij stelde het op de proef. Zou hij, als hij zich met gewone kost voedde, niet gezonder en beter zijn dan wanneer hij zich met de spijs van de koning verontreinigde?
Daniël werd vroeg beproefd. En omdat hij een man was die zeer bemind was bij God, doorstond hij de proef. Hij wilde zelfs op een klein punt niet aan het kwade toegeven.
Sta vast, ook in zo’n kleine zaak als wat wij eten en drinken, of in iets wat nog onbelangrijker lijkt dan dat. Wij moeten zeggen: ik kan niet tegen God zondigen. Ik moet vaststaan, ook in de kleinste zaak, in het houden van de wet van de HEERE mijn God.
II. Vs. 1KruisverwijzingenDaniël 1:21→Daniël 6:28→Daniël 8:26→Daniël 1:7→Daniël 1:17→Ezra 6:14→Jesaja 44:28→Openbaring 19:9→ — In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht. -Hoofdst 11:2. In het derde jaar van Cyrus den koning der Perzen, als Israël weer sedert twee jaren, in het vaderland was teruggekeerd, en men in het heilige land begonnen was den tempel weer op te bouwen, de Samaritanen bezig waren het voortzetten van den bouw te verhinderen (Ezra 3:8-4 :5), en Daniël, gelijk het schijnt, met zijne bemoeiingen, om de aanklachten dier tegenstanders te ontzenuwen, niet veel vermocht, had de Profeet, nadat hij drie weken lang gevast en gebeden had, in wakenden toestand een gezicht aan de rivier den Tiger. Het is de Heere zelf, die hem daar verschijnt; bij het gezicht dezer bovenaardse Persoonlijkheid, die in de gehele glorie van goddelijke Majesteit in zijne nabijheid is gekomen, en bij het horen harer stem en woorden stort de Profeet verplet ter aarde, hij vreest, dat hij moet vergaan. Door ene herhaalde bovennatuurlijke versterking wordt hij weer opgericht en langzamerhand in staat gesteld de openbaring aan te horen. Op typische wijze ondervindt hij zelf, wat Gods volk in de dagen, die komen, zal beleven; want ook uit zal door de zware gerichten Gods, die over hen zullen worden uitgestort, ter aarde worden geworpen, maar door die machtigen bijstand van boven weer worden opgericht en met kracht worden toegerust om de verdrukking te doorstaan.
KruisverwijzingenDaniël 1:21→Daniël 6:28→Daniël 8:26→Daniël 1:7→Daniël 1:17→Ezra 6:14→Jesaja 44:28→Openbaring 19:9→— In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.
In het derde jaar van Kores (Cyrus), den koning van Perzië, die van 536-529 v. Chr. regeerde, dus omtrent in het jaar 533, werd aan Daniël, wiens naam genoemd werd Beltsazar, denzelfden Profeet, die bij het begin der ballingschap naar Babel gebracht (Hoofdst. 1:1 vv.), en nu een grijsaard van ongeveer 87 jaren was geworden, ene zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, hoe zwaar het ook den mens valt die te geloven, doch in een gezetten groten tijd 1): en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht, door deze openbaring ging hem een licht op over de openbaring, die hij in Hoofdst. 7 en 8 had ontvangen, zo als hij (Hoofdst. 7:27) gewenst had.
In het Hebr. Wetsaba gadol Beter: en aangaande grote verdrukkingen, of ellenden. Hierdoor wordt aangegeven, waarover het gezicht liep, wat aan Daniël werd geopenbaard omtrent de volgende tijden.
KruisverwijzingenNehemia 1:4→Ezra 9:4→Psalmen 137:1→Romeinen 9:2→Jakobus 4:9→Jeremia 9:1→Psalmen 43:2→Psalmen 42:9→— In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen.
In die dagen, voordat ik deze openbaring ontving, was ik, Daniël, treurende drie weken der dagen drie weken lang.
KruisverwijzingenMattheüs 6:17→Daniël 6:18→1 Korinthe 9:27→Nahum 2:9→Amos 5:11→Jesaja 24:6→Daniël 11:8→2 Samuël 19:24→— Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.
Begeerlijke, kostelijke spijze, gelijk men in vreugdedagen geniet, at ik gedurende dezen tijd niet, vlees of wijn, zo als men op feestdagen drinkt (Gen. 27:25. (Jes. 22:13), kwam in mijnen mond niet, ook zalfde ik mij gans niet, ten teken, dat het mij geheel aan ene vrolijke stemming ontbrak (Matth. 6:17), totdat die drie weken der dagen (in onderscheiding der weken van jaren Hoofdst. 9), welke dadelijk na het feest van de nieuwe maan (1 Sam. 20:5), dus den 3den Nisan begonnen waren, alzo den 23sten vervuld waren 1).
Hoewel hij thans een man van zeer hoge jaren was, en hij kon inbrengen, dat de vermindering van zijn natuurlijke krachten vorderde, dat hij versterkend voedsel gebruikte, alhoewel hij een man van een zeer groot aanzien was, en hij kon zeggen, dat hij smakelijke spijzen gewoon was, en het buiten versterking, zonder zijne gezondheid te benadelen, niet stellen kon, nochthans kon hij, wanneer het geschiedde om de oprechtheid van zijn godsvrucht te getuigen en te bevestigen, zich zelf aldus verloochenen. Dit dient tot beschaming van vele jonge mensen, die wars zijn van de plicht van zelfverloochening. In deze maand en wel in de dagen van 11-21 Nisan viel het Joodse Pascha, het feest der verlossing uit de slavernij van Egypte; maar hoe werd het gevierd? Sedert twee jaren was Israël in zijn land teruggekeerd, maar slechts gedeeltelijk; het grootste gedeelte was in het vreemde land achtergebleven: het vaderland had zijne aantrekkingskracht verloren. Wanneer nu daar alles ene frisse vrolijke vlucht had genomen, zo zou dit velen hebben aangetrokken, maar niets wilde vooruitgaan. In de zevende maand van het jaar van terugkeren (Ezra 1:11) hadden zij in Jeruzalem een altaar gebouwd om Loofhuttenfeest te vieren, en in de tweede maand van het volgende jaar (534 v. Chr.) den grond tot den tempel gelegd. Toen scheen nieuwe geestdrift het volk te hebben aangegrepen (Ezra 3:1 vv. 8 vv.). Doch de Samaritanen verlangden mede aan den tempel te mogen bouwen; toen dit werd afgeslagen, begonnen zij den tempelbouw te verhinderen en zochten bij het Perzische hof te verkrijgen, dat hij verboden werd. Dat gelukte nu wel niet, zolang Cyrus leefde, maar het werk vorderde ook niet veel en de handen des volks werden slap (Ezra 4:1 vv.). Dat was nu genoeg om te treuren voor hem, die zijn volk zo innig lief had. De maand Nisan was daar, en nog kon Israël geen Paasfeest vieren, nog stond de tempel niet, en wie weet, hoe lang het duren zou, eer hij voltooid was. Daarbij komt, dat Daniël zeker met vreugde het verlof voor het volk om uit de ballingschap te keren begroet had, en er God voor dankte, dat hij hem een nieuw, levensvol begin van het bestaan van den Israëlietischen staat had laten beleven, en nu gaat het reeds achteruit, en hij staat aan het einde zijns levens en moet zonder blij uitzicht voor zijn volk in het graf dalen! Die treurige toestand van zijn volk is de oorzaak zijner treurigheid.
KruisverwijzingenGenesis 2:14→Ezechiël 1:3→Daniël 8:2→— En op den vier en twintigsten dag der eerste maand, zo was ik aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel.
En op den vier en twintigsten dag der eerste maand of van Nisan (Ex. 12:2), zo was ik niet in den geest, maar persoonlijk, niet alleen, maar met enige geleiders (vs. 7 aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel, de Tiger (Gen. 2:14).
KruisverwijzingenEzechiël 9:2→Daniël 12:6→Jeremia 10:9→Openbaring 1:13→Jozua 5:13→Openbaring 15:6→Zacharia 1:8→Jesaja 11:5→— En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.
En ik hief, toen ik bemerkte, dat er iets in mijne nabijheid voorviel (Gen. 22:13) mijne ogen op, en zag, en ziet, er was een man 1) met linnen bekleed, in een langen tabbaard van glinsterend witten byssus, en Zijne lenden waren a) omgord met fijn goud van Ufaz 1), met een gouden gordel, ten teken Zijner priesterlijke en vorstelijke waardigheid.
Het is de ere derzulken, die beminden van God zijn, dat hen bekend gemaakt wordt hetgeen voor anderen verborgen is. Christus openbaart zichzelven aan hen, en niet aan de wereld. Het is duidelijk dat hier niemand anders dan de Christus Gods van het N. Testament wordt bedoeld. Hij verschijnt aan hem in dezelfde gedaante, waarin Hij eeuwen daarna verschijnt aan den heiligen Apostel Johannes. Het gewaad van linnen beeldt af zijn Hogepriesterlijke waardigheid. Zijn omgord zijn van de lendenen, Zijn knechtsgestalte en Zijn lichaam wordt beschreven als van Hem, die in de ogen der zijnen dierbaar en innerlijk schoon is, de schoonste der mensenkinderen. Volgens sommigen “Indië, ” anderen houden het voor ene benaming van Ofir
KruisverwijzingenOpenbaring 19:12→Ezechiël 1:24→Ezechiël 1:16→Ezechiël 10:9→Ezechiël 1:14→Mattheüs 17:2→Openbaring 21:20→Lukas 9:29→— En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.
En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, een als goud glinsterende Chrysoliet (Ex. 28:20), welks glans door het linnen gewaad heen schitterde, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijne ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijne armen en Zijne voeten gelijk de verf van gepolijst koper, en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte (Openb. 1:12 vv.) Het gewichtigste in dit Hoofdstuk is de persoon van Hem, die zich aan Daniël openbaart; Zijne verschijning maakt den indruk der hoogste Majesteit, bij welker nabijheid de mens in elkaar moet zinken en die Daniël ook niet kan verdragen; maar met deze Majesteit is het zachtste nederbuigen verbonden en tevens een uitvloeien van kracht, waardoor de menselijke zwakheid wordt in staat gesteld, om Zijne nabijheid te verdragen. Daniël verstout zich niet, dat hij Zijnen naam noemt en het geheim van Zijnen persoon uitspreekt, maar wij vergissen ons zeker niet, wanneer wij Hem erkennen als degene, wiens stem hij reeds aan den oever van Ulai uit de verte had vernomen (Hoofdst. 8:16), die aan het slot van deze laatste voorzegging boven het water der rivier stond en het einde der Goddelijke raadsbesluiten over Zijn volk verkondigde (Hoofdst. 12:6 vv.), als degene, die later als Christus, de Vorst zou komen (Hoofdst. 9:25), als de Engel van wien Jehova gezegd heeft: “Mijn naam is in Hem” (Ex. 23:21). Het was de hoogste trap van de nabijheid Gods en vriendschap van God, tot welken Daniël verheven werd, toen hem dit afschijnsel, dit beeld van Gods heerlijkheid verscheen en hij stelt daarin het grootste gewicht. De opmerkzame lezer zal in de gezichten van Daniël enen voortgang in de nadering des Heeren hebben opgemerkt. Eerst heeft hij een gezicht in den droom, en op zijne bede ontvangt hij, eveneens in den droom, door enen Heilige de verklaring (Hoofdst. 7), vervolgens heeft hij een gezicht, en een heilige zendt enen anderen heilige, om het hem te verklaren (Hoofdst. 8). Na zijne belijdenis en zijn gebed vloog Gabriël op des Heeren bevel tot hem, en openbaarde hem het geheim van den tijd, wanneer Christus, de Vorst zou komen (Hoofdst. 9); nu verschijnt hem de toekomstige Verzoener zelf in apocalyptische heerlijkheid (Hoofdst. 10), en geeft hem de meest volledige oplossingen (Hoofdst. 11) en ten laatste een heerlijk afscheid (Hoofdst. 12). Zo zijn de gezichten en profetieën van Daniël tevens het gewichtigste gedeelte zijner geschiedenis; zij bevatten den voortgang zijner levensgemeenschap met den Heere. In de specialiteit der voorzeggingen gaat de materieële met den formelen voortgang hand in hand. Eerst wordt hij slechts in algemene grondlijnen getekend, die langzamerhand meer bepaald en gedetailleerd worden aangevuld; de beide laatste profetieën, het 9de Hoofdstuk met zijne chronologische en het 11de met zijne historische details zijn verre weg de meest speciale. Aan den pijlsnel voorbij ruisenden Tiger zag hij den ongeschapen Zone Gods zelven, vol majesteit en heerlijkheid. Denzelfde, dien ook Johannes in het midden der zeven kandelaren als Priesterkoning zag wandelen. Het is geen gewone Engel, welke hier geschilderd wordt; de beschrijving is te verheven. Het is de tegenwoordigheid van niemand anders dan van den Almachtige, welke Daniël, zowel als Johannes ter aarde doet storten. Alleen de Zone Gods heeft ene zodanige menselijke gestalte, Hij, die in het Paradijs wandelde tijdens de avondkoelte, met Abraham sprak over Sodoms begenadiging, van aangezicht tot aangezicht zich met Mozes onderhield; Hij, die aan David verscheen (2 Sam. 7:18-29), die Elia op den Horeb in aardbeving, storm en windgesuis voorbij ging, die de Profeten riep en met zijnen Geest toerichtte, deze volheerlijke persoon is dezelfde, die in ontzagwekkende gestalte aan David verschijnt, en later, van deze heerlijkheid ontkleed, een mens werd, Zich aan het kruis liet nagelen, om als priester door de opoffering van zich zelven onze zonde te verzoenen. De schildering van dezen persoon betreft ons van nabij, en verdient met alle opmerkzaamheid gade geslagen te worden. Eigenlijk verschijnt de Heere hier als priester, gelijk bij den aanvang der openbaring, daar Hij vóór zijne wederkomst, nog niet voor aller oog als Koning der wereld en der mensheid is geopenbaard en Zijne vijanden nog tegenstand bieden. Wat van handen en voeten gezegd wordt, duidt wel reeds den koning aan, maar aan het hoofd ontbreekt nog de kroon, en, in stede van purper, draagt Hij nog het door een gouden gordel bijeengehouden sneeuwwitte priestergewaad, het zinnebeeld van onschuld, reinheid en heiligheid. Zijn lichaam, insgelijks ter aanduiding Zijner smetteloze zuiverheid, glanst gelijk het spiegelblanke zilver van Tarsis. Zijn gelaat schittert gelijk de bliksemschicht en vertoont alzo Zijn ontzagwekkende heerlijkheid gelijk die des Vaders ons uit Zijne trekken tegenschittert, waarvan Hij op aarde ook als mens vervuld was, en die eenmaal op den berg der verheerlijking uit hare omsluiering herwaarts straalde, zodat Mattheüs zegt (Matth. 17:2): “En Hij werd voor hen veranderd van gedaante, en Zijn gelaat blonk gelijk de zon, en Zijne klederen werden wit gelijk het licht. Zijne vuurvlammende ogen zijn het zinnebeeld van alwetendheid en haat tegen de zonde. Zijn stemgeluid klinkt als het donderen van den waterval of der onstuimige golfbranding, welke in het nachtelijk uur plechtig en vrees inboezemend het oor van den wandelaar treft, en in de ziel ene heilige stemming, maar ook een gevoel van schrik ontwaken doet. Die stemgalm verzinnelijkt den hartaangrijpenden ernst Zijner uitspraak, en de rechterlijke majesteit, waarmee Hij reeds als mens door het eenvoudig woord: “Ik ben het”, Zijne vangers ter aarde deed storten, en eenmaal, eerst bij Zijne wederkomst én vervolgens duizend jaar later, bij het wereldgericht, Zijnen vijanden hun onherroepelijk vonnis verkondigen zal.
KruisverwijzingenHandelingen 9:7→Genesis 3:10→Handelingen 22:9→Ezechiël 12:18→2 Koningen 6:17→Hebreeën 12:21→Jeremia 23:24→Jesaja 2:10→— En ik, Daniel, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden, om zich te versteken.
En ik, Daniël, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, volksgenoten van hem, die hij waarschijnlijk had gezocht, om hen op te wekken tot terugkeren naar het vaderland, zagen dat gezicht niet; doch ene grote verschrikking viel op hen ten gevolge der hemelse verschijning, waarvan zij iets gevoelden, hoewel zij die niet zagen (1 Sam. 3:4 vv. Hand. 9:7; 22:9), en zij vloden, om zich te versteken. Het is de ere, dergenen, die van den Heere bemind zijn, dat hun bekend is, wat voor anderen verborgen is. Christus openbaart Zich zelven aan deze, maar niet aan de wereld. (Joh. 14:22). Maar hoewel Daniëls geleiders het gezicht niet zagen, waren zij toch met siddering vervuld, zodat zij vloden om zich te verbergen. Menigeen heeft den Geest der dienstbaarheid tot vreze, die nooit den Geest der aanneming ontvangt, bij wien Christus was en nooit anders zal zijn dan ene verschrikking. Dit bevestigde de waarheid van het gezicht, want het had ene werkelijke, machtige en sterke uitwerking op degenen, die bij hem waren. .
KruisverwijzingenDaniël 8:27→Daniël 7:28→Habakuk 3:16→Openbaring 1:17→Mattheüs 17:6→Markus 9:6→2 Korinthe 12:7→Daniël 8:7→— Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield.
Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij gene kracht overig; en a) mijne sierlijkheid mijn glans werd aan mij veranderd in ene verderving mijn gelaat werd doodsbleek; zoverschrikte ik, dat ik gene kracht behield.
Dan. 7:28.
KruisverwijzingenDaniël 8:18→Genesis 15:12→Job 4:13→Lukas 9:32→Hooglied 5:2→Genesis 2:21→Job 33:15→Lukas 22:45→— En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.
En ik hoorde de stem Zijner woorden, hoewel ik nog gene bepaalde woorden kon onderscheiden, en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik bewusteloos neer als in enen diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde (Ezech. 1:28. Openb. 1:17).
KruisverwijzingenJeremia 1:9→Openbaring 1:17→Daniël 8:18→Daniël 10:18→Daniël 10:16→Daniël 9:21→— En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieen, en de palmen mijner handen.
En ziet ene hand, de hand van Hem, wiens gedaante ik gezien, en wiens stem ik gehoord had, roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijne knieën, en de palmen mijner handen, zodat ik, door deze gesteund, mij weer enigzins kon oprichten.
KruisverwijzingenEzechiël 2:1→Daniël 8:16→Handelingen 9:6→Daniël 10:19→Psalmen 45:11→Markus 16:8→Hooglied 7:10→Handelingen 26:16→— En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.
En Hij zei tot mij: Daniël, gij zeer gewenste man(Hoofdst. 9:23)! merk op de woorden, die ik tot u spreken zal, en sta op uws standplaats, richt u geheel en al op, want ik ben als nu tot u gezonden om van aangezicht tot aangezicht met u te spreken; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende, sprakeloos en met nedergeslagene ogen tegen over de verschijning (vs. 15). Kind Gods, aarzelt gij, u dezen naam toe te eigenen? Heeft het ongeloof u doen vergeten, dat ook gij zeer gewenst zijt? Gij, die gekocht zijt door het dierbaar bloed van Christus-als van een onbestraffelijk en onbesmet lam, moet gij niet zeer gewenst zijn? Dat God Zijn eigen, geliefden Zoon voor u overgaf, was het niet, omdat gij zeer gewenst waart? Gij leefdet in zonde en opstand, moet gij niet zeer gewenst zijn geweest bij God, dat Hij zoveel geduld met u heeft gehad? Uit genade werdt gij geroepen en tot den Heiland gebracht, en tot een kind Gods, een erfgenaam des Hemels gemaakt. Is dit alles niet het bewijs ener zeer grote en overvloedige liefde? Sedert heeft uw leven, zij het door smart bemoeilijkt of door genade geoefend, vele bewijzen geleverd, dat gij inderdaad een zeer gewenst man zijt. Heeft de Heere u gekastijd het was niet in toorn; heeft Hij u arm gemaakt, nochthans zijt gij rijk geweest in genade. Hoe onwaardiger gij uzelven voelt, des te duidelijker is het, dat niets dan onbegrijpelijke liefde den Heere Jezus kan bewogen hebben, zulk ene ziel als de uwe te redden. Hoe onwaardiger gij u gevoelt, des te helderder treedt Gods overvloedige liefde te voorschijn, waarmee Hij u heeft uitverkoren, heeft geroepen, en tot een erfgenaam der zaligheid gemaakt. Bestaat er dus zulk ene liefde tussen God en ons, laat ons dan ook den invloed en de heerlijkheid er van gevoelen, en gebruik maken van ons voorrecht. Laat ons den Heere niet naderen alsof wij vreemdelingen waren, alsof Hij ons niet zou willen horen, want wij zijn zeer gewenst door onzen Hemelsen Vader, “Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, hoe zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken?” Vat moed en kom gelovige! want in spijt van de influisteringen des bozen en de twijfelingen van uw eigen hart, zijt gij zeer gewenst.
KruisverwijzingenHandelingen 10:30→Daniël 10:19→Daniël 9:20→Leviticus 16:29→Jesaja 41:10→Daniël 10:2→Daniël 10:11→Jesaja 41:14→— Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.
Toen zei Hij tot mij: Vrees niet, Daniël! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft dat gij uw hand richttet, om te verstaan, en om uzelven te verootmoedigen voor het aangezicht uws Gods, zijn uwe woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben ik gekomen, om u de toekomst te ontsluieren, maar ook om u enigermate tot rust te brengen. Bijna alle uitleggers zien in deze en de (vs. 19 v.) volgende woorden, niets dan bemoeiingen van den Engel, om Daniël te versterken, en zonder twijfel bedoelden zij ook dit. Daniël is toch nog bevende (vs. 11) en nog sprakeloos (vs. 15) en is bevreesd ten gevolge van het aanzien van den Hemelse te sterven (vs. 16 v.). Dit alles nu neemt de Engel met zijne reden langzamerhand van hem weg. Maar zij bevatten tevens nog iets anders; de Engel troost er Daniël mede, dat bij hem ene openbaring omtrent de eerste en meest nabijzijnde toekomst geeft. Daniël was bezorgd over de nabijzijnde toekomst, zelfs over den tegenwoordigen toestand van Israël, omdat de zaak bij de koningen van Perzië slecht stond, ten gevolge der intriges van de Samaritanen; daarvoor had hij gebeden. Nu geeft hem de Engel ene geruststellende verklaring, deze ligt daarin dat de Engel in vs. 13 zegt, dat hij door den bijstand van Michaël de overwinning behaald heeft bij de koningen der Perzen. Met deze is het nu van Godswege ten einde, dat aan het volk van God zal worden vervuld, wat in Hoofdst. 9:25 was beloofd. Daarmee kon Daniël omtrent den nabijzijnden tijd gerust zijn. In vs. 14 vv. verbindt de Engel hieraan nog veel meer, en geeft ene andere reden voor zijne komst op, namelijk om hem ook over den lateren dag en lotgevallen van het volk Gods, die veel verder gaan dan de Perzische koningen, verklaring te geven. Voor het tegenwoordige is alles met de koningen der Perzen in orde gebracht; maar Macedonië zal naar Perzië komen, en hij zal ook dit moeten te gemoet treden, en het zal nog een harde strijd voor hem en Michaël zijn, ook dan het volk Gods te verdedigen. Doch opdat Daniël ook ondanks dit rustig zij, wil en zal hij hem ook hieromtrent verklaring geven, en nu volgt de profetie in Hoofdst. 11:2-12 :4, welke spoedig over het Perzische rijk heenloopt, omdat hiermede reeds de zaak geschikt is, maar des te uitvoeriger handelt over den strijd van het volk Gods met Griekenland en over de toekomst, die nog veel later is. Van den eersten dag, dat wij naar God beginnen te zien in een weg van plicht, is Hij gereed ons te ontmoeten in een weg van genade. Alzo is God gereed de gebeden te horen. De Engel bevestigt, dat hij gedurende de drie weken van Daniëls vasten en bidden is bezig geweest om te waken over de plannen, die er bij het Perzische hof tegen de Joden oprezen. .
KruisverwijzingenDaniël 12:1→Judas 1:9→Openbaring 12:7→Daniël 10:20→1 Petrus 3:22→Efeze 6:12→Ezra 4:4→Zacharia 3:1→— Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de koningen van Perzie.
Doch de vorst des koninkrijks van Perzië stond tegenover mij een en twintig dagen, en ziet, Michaël, een van de eerste van de voornaamste vorsten kwam om mij te helpen, en ik werd aldaar gelaten hij de koningen van Perzië. De 21 dagen komen overeen met de drie weken van Daniëls vasten en bidden vs 2; gelijk zij echter een dag later beginnen, vs. 12, zo eindigen zij ook een dag later vs. 4. Dadelijk op den eersten dag werd Daniëls gebed verhoord en de Engel, die hem een vertroostend antwoord moest geven, werd door God gezonden; om dit te kunnen doen, moest hij echter eerst den aan het volk Gods vijandigen geest van de koningen van Perzië bestrijden en overwinnen, en de zaak van Israël bij hem tot een gewenst einde brengen. Onder dezen vorst van het koninkrijk in Perzië is zonder twijfel een geestelijk wezen te verstaan, en wel de achter de nationale goden van dit rijk staande bovenaardse geestelijke macht, het daemonion van het Perzische rijk, dat naast de koningen der Perzen stond, om bij hen de in het Perzische heiligdom liggende motieven tegen hem te doen gelden en de influisteringen der Samaritanen te ondersteunen. Hem uit die stelling te verdringen en de overhand te verkrijgen, zo dat integendeel hij zelf naast de koningen van Perzië kwam te staan, om hem voortaan ten gunste van Israël te bewegen, was het doel van hem, van wien vs. 1 nader gesproken is. Wanneer nu de Aartsengel Michaël hem te hulpe komt, alzo die onder de verhevene Engelenvorsten, die voor de zaak der gemeente Gods in de onzichtbare geestenwereld tegen de tegenstrevende machten moet strijden Hoofdst. 12:1. gelijk hij ook met den duivel om het lichaam van den stichter des Ouden Verbonds gestreden heeft, Deut. 34:7 zo ligt hierin niet, dat deze Aartsengel den Engel des Heeren in macht en rang overtrof; er in een helpen bedoeld, gelijk ook mensen den Almachtige helpen Zach. 1:15, of krijgslieden hunnen vorst, onder wiens vanen zij strijden, 1 Kron. 12:33 v. en omgekeerd zegt in Hoofdst. 11:1 de Engel des Heeren, dat Hij in het eerste jaar van Darius den Meder Michaël geholpen en gesterkt heeft. Alle ontwikkelingen des mensen ten goede of ten kwade, alle vrijheid van wil in de schepselen en dien ten gevolge ook het laatste gericht Gods berust daarop, dat de Heere Zich zo beperkt, en Zijne Goddelijke almacht terughoudt, om bijna als een gelijke onder gelijken de zedelijke machten der schepselen, de goede en de kwade te beproeven. Deze afdaling bereikt haar toppunt in de menswording en in den kruisdood van Christus, zij is echter ook reeds door het gehele Oude Testament zichtbaar. Het is zeker, dat al treden de Engelen voor de gelovigen en uitverkorenen op. Christus echter altijd hun hoofd blijft. Ja, dewijl hij is het Hoofd der Engelen, daarom gebruikt Hij hun dienst enkel om de zijnen te beschermen.
KruisverwijzingenDaniël 2:28→Daniël 8:26→Habakuk 2:3→Daniël 12:9→Daniël 12:4→Jesaja 2:2→Genesis 49:1→Hosea 3:5→— Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.
Nu ben ik gekomen, om u te doen verstaan hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, in het Messiaanse tijdvak (Hoofdst. 2:28), want het gezicht, dat u heden ten deel valt, is nog voor vele dagen, zal eerst na vele dagen vervuld worden.
KruisverwijzingenEzechiël 24:27→Lukas 1:20→Daniël 10:9→Daniël 8:18→Ezechiël 33:22→— En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom.
En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik nog steeds (vs. 11) mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom, zodat er eerst nog nadere versterking voor mij nodig was, voordat Hij, die met mij sprak, mij het in vs. 14 beloofde bericht kon geven.
KruisverwijzingenDaniël 8:15→Jesaja 6:7→Jeremia 1:9→Daniël 8:17→Daniël 7:28→Daniël 8:27→Daniël 7:15→Daniël 10:8→— En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeen over mij, zodat ik geen kracht behoude.
En ziet, een, den mensenkinderen gelijk, die mij in vs. 5 v. verschenen was, maar nu eerst in Zijne menselijke gedaante door mij werd erkend, raakte mijne lippen aan, om mijne stomheid weg te nemen; toen deed ik mijnen mond open, en ik sprak en zei tot dien, die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijne weeën over mij, keert zij terug, zodat ik gene kracht behoude. Gärtner meent, dat in vs. 11-13 de Engel Gabriël, een gezondene (vs. 12) gesproken heeft, terwijl hij weer bij dit vers aantekent: “Deze ene is Christus, naar wiens beeld wij geschapen zijn. De Engelen zijn van ene andere natuur, en hebben ene gestalte, verschillend van die der mensen; zij zijn als geesten door den Vader geschapen, terwijl de mensen uit ziel en lichaam bestaan, en ook als zodanig in de toekomst bestaan zullen. Alsdan zullen zij ook volkomener wezen zijn dan de Engelen, en nader aan den troon Gods, dewijl zij naar Christus beeld geschapen en ook het loon Zijns lijdens zijn, zonder dat dit der hemelgeesten ijverzucht verwekken kan. Het onderscheid tussen mensen en Engelen duurt tot in alle eeuwigheid. “
KruisverwijzingenJesaja 6:1→Exodus 24:10→Markus 12:36→Richteren 13:21→Richteren 6:22→Genesis 32:20→Johannes 1:18→Exodus 33:20→— En hoe kan de knecht van dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven.
En hoe kan ik, de knecht van dezen mijnen Heere spreken met dien mijnen Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat gene kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven, zodat ik vrezen moet te zullen sterven (17:17).
KruisverwijzingenDaniël 10:16→Jesaja 35:3→Daniël 8:18→Lukas 22:43→Efeze 3:16→Handelingen 18:23→2 Korinthe 12:9→Kolossenzen 1:11→— Toen raakte mij wederom aan Een, als in de gedaante van een mens; en Hij versterkte mij.
Toen raakte mij wederom aan een, als in de gedaante van een mens, dezelfde als in vs. 16, en Hij versterkte mij.
KruisverwijzingenJesaja 35:4→Jozua 1:9→Richteren 6:23→2 Korinthe 12:9→Jozua 1:6→Daniël 10:11→Daniël 9:23→Johannes 14:27→— En Hij zeide: Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt, en zeide: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt.
En Hij zei: Vrees niet, gij zeer gewenste man! Vrede zij u, wees sterk, ja wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt en zei: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt. Met alle menselijke maat en aanzien te boven gaande van de Engelenverschijning was het, dat op Daniël drukkend en beangstigend werkte; daarom maakt de Engel reeds in vs. 16 zijne gedaante meer dan gelijk, en als de Profeet de nodige rust en kalmte om de openbaring te horen, nog niet verkregen heeft, maakt Hij Zich geheel menselijk, zodat deze zich nu bereid verklaart om te horen. Nimmer stelde een tedere moeder haar kind, wanneer het door een of ander voorval bedroefd of bevreesd geworden is zo gerust, dan de Engel hier Daniël gerust stelde. Dezulken, die van God geliefd zijn, hebben geen reden om voor enig kwaad te vrezen. Zij hebben vrede. God spreekt niets dan vrede tot hen, en op de boodschap daarvan behoren zij vrede tot zichzelven te spreken. En die vrede, die vreugde des Heeren zal hun sterkte zijn. Daniël belijdt hier, dat het woord des Heeren hem weer kracht en geest heeft gegeven. En waar hij nu gevoelt dat van den Heere in hem kracht is uitgegaan, daar is hij ook bereid om te vernemen, wat de Heere tot hem zal zeggen. Hij is gesterkt geworden om des Heeren wil te volbrengen.
KruisverwijzingenDaniël 8:21→Daniël 10:13→Daniël 7:6→Jesaja 37:36→Daniël 11:2→Handelingen 12:23→Daniël 8:5→— Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.
Toen zei Hij: Weet gij nog uit hetgeen Ik u vs. 12 vv. zei, waarom dat Ik tot u gekomen ben? doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen, dat hij zijn kwaad voornemen tegen de kerk Gods niet volvoere; en als Ik zal uitgegaan zijnvan het Perzische hof, nadat mijn werk daar geëindigd is met den ondergang van dat rijk, ziet zo zal de vorst van Griekenland komen, en er zal een strijd met dezen vorst nodig worden.
KruisverwijzingenDaniël 10:13→Daniël 12:1→Judas 1:9→Openbaring 12:7→Daniël 12:4→Jesaja 43:8→Daniël 8:26→Handelingen 15:18→— Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michael.
Doch gij moogt u niet laten ontmoedigen, omdat de toekomst van uw volk nog langen tijd ene van verdrukking zal zijn, en gedurende den tijd der Perzische en Griekse regering tot gene vastheid zal komen; Ik zal u te kennen geven hetgeen getekend, geschreven is in het geschrift der waarheid, in het Boek der Goddelijke raadsbesluiten. En er is niet één, die zich met Mij versterkt tegen dezen, tegen den koning van Perzië, dan uw vorst Michaël. Witsius merkt op, dat hier soms Christus bedoeld is, dan weer een geschapen Engel. Wij zien Michaël in den Bijbel niet met mensen verkeren, maar steeds met den duivel en diens scharen, welke hij ten laatste uit de mensheid uitwerpt (Openb. 12). Hij wordt dus met zijne scharen afgevaardigd, om den duivel hier op aarde ene zekere linie niet te laten overschrijden, en het rijk der duisternis zich tot dien graad te laten ontwikkelen, dat het, aan de ene zijde, geheel ongedwongen, voor het gericht rijp worde, en aan den anderen kant niet in staat zij Gods plannen met de mensheid te vernietigen. Gabriël heeft dagelijks met zijne scharen de mensen te beschermen, hun de Goddelijke heilswaarheden nabij te brengen, het werk van den terugkeer tot God door bovenzinnelijke inwerking op de mensen te bevorderen, zonder hen in de uitoefening van hunnen vrijen wil te belemmeren. Het goede uit de wereldrijken voortgekomen heeft God door Zijne Engelen te weeg gebracht. Michaël kampt tegen de duivelen, Gabriël strijdt tegen de mensen, wanneer zij iets kwaads in den zin hebben. Het werk van beide Engelen heeft hetzelfde doel, ieder heeft slechts een anderen vijand tegen te staan. “Gabriël strijdt tegen den koning der Perzen” wil dus zeggen: hij tracht het hart van dezen vorst bij de waarheid te bepalen, zodat hij, ten minste naar zijn geweten, doet wat recht is. Deze inwerking der Engelen is gelijk aan een strijd, dewijl de mensen zo lang mogelijk weerstand bieden en den boze gehoor geven. Beide Engelenvorsten staan elkaar dikwijls met hun legers bij, al naarmate het der goddelijke wijsheid behaagt. De eigenlijke koning dezer beide vorsten is Christus. Alzo zijn de Engelen, als dienaars van Jezus Christus, de uitvoerders van het raadsbesluit Gods. Laat ons van dit hoofdzaak niet scheiden, voordat wij nog eens bedacht hebben, wat gezegd is van Daniëls sierlijkheid, die veranderd is in verderving (vs. 8), als hij den Heilige zag. Hoe majestueus, hoe ontzagwekkend, hoe verpletterend moet het zijn Christus in Zijne heerlijkheid te zien! En wat moet het dan zijn, dat de ziel gevoelen zal na den dood, na van dit lichaam gescheiden te zijn en bij den eersten blik op den Heere Jezus. Hoe majestueus, hoe indrukwekkend ook voor zielen, die waarlijk zijn wedergeboren. Maar wat moet het dan zijn voor hen, die komen uit de diepte des doods, zonder een Borg te hebben, zonder de gerechtigheid des Verlossers en zonder Christus als een voorspraak! Welk ene siddering, welk ene verschrikking moet er in die ziele zijn! Heere Jezus! wees onze gerechtigheid en wil ons vertrouwen zijn door het leven, in den dood, en in den dag des oordeels en voor eeuwig.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Daniël 10
Daniël 10:11.KruisverwijzingenEzechiël 2:1→Daniël 8:16→Handelingen 9:6→Daniël 10:19→Psalmen 45:11→Markus 16:8→Hooglied 7:10→Handelingen 26:16→
— En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.
“En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.”
Juist omdat Daniël zeer bemind was bij God, werd hij vroeg beproefd en in staat gesteld staande te blijven. Terwijl hij nog een jongeling was, werd hij naar Babel weggevoerd. Daar weigerde hij van het vlees van de koning te eten en van de wijn van de koning te drinken. Hij stelde het op de proef. Zou hij, als hij zich met gewone kost voedde, niet gezonder en beter zijn dan wanneer hij zich met de spijs van de koning verontreinigde?
Daniël werd vroeg beproefd. En omdat hij een man was die zeer bemind was bij God, doorstond hij de proef. Hij wilde zelfs op een klein punt niet aan het kwade toegeven.
Sta vast, ook in zo’n kleine zaak als wat wij eten en drinken, of in iets wat nog onbelangrijker lijkt dan dat. Wij moeten zeggen: ik kan niet tegen God zondigen. Ik moet vaststaan, ook in de kleinste zaak, in het houden van de wet van de HEERE mijn God.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1KruisverwijzingenDaniël 1:21→Daniël 6:28→Daniël 8:26→Daniël 1:7→Daniël 1:17→Ezra 6:14→Jesaja 44:28→Openbaring 19:9→
— In het derde jaar van Kores, den koning van Perzie, werd aan Daniel, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.
-Hoofdst 11:2. In het derde jaar van Cyrus den koning der Perzen, als Israël weer sedert twee jaren, in het vaderland was teruggekeerd, en men in het heilige land begonnen was den tempel weer op te bouwen, de Samaritanen bezig waren het voortzetten van den bouw te verhinderen (Ezra 3:8-4 :5), en Daniël, gelijk het schijnt, met zijne bemoeiingen, om de aanklachten dier tegenstanders te ontzenuwen, niet veel vermocht, had de Profeet, nadat hij drie weken lang gevast en gebeden had, in wakenden toestand een gezicht aan de rivier den Tiger. Het is de Heere zelf, die hem daar verschijnt; bij het gezicht dezer bovenaardse Persoonlijkheid, die in de gehele glorie van goddelijke Majesteit in zijne nabijheid is gekomen, en bij het horen harer stem en woorden stort de Profeet verplet ter aarde, hij vreest, dat hij moet vergaan. Door ene herhaalde bovennatuurlijke versterking wordt hij weer opgericht en langzamerhand in staat gesteld de openbaring aan te horen. Op typische wijze ondervindt hij zelf, wat Gods volk in de dagen, die komen, zal beleven; want ook uit zal door de zware gerichten Gods, die over hen zullen worden uitgestort, ter aarde worden geworpen, maar door die machtigen bijstand van boven weer worden opgericht en met kracht worden toegerust om de verdrukking te doorstaan.
In het derde jaar van Kores (Cyrus), den koning van Perzië, die van 536-529 v. Chr. regeerde, dus omtrent in het jaar 533, werd aan Daniël, wiens naam genoemd werd Beltsazar, denzelfden Profeet, die bij het begin der ballingschap naar Babel gebracht (Hoofdst. 1:1 vv.), en nu een grijsaard van ongeveer 87 jaren was geworden, ene zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, hoe zwaar het ook den mens valt die te geloven, doch in een gezetten groten tijd 1): en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht, door deze openbaring ging hem een licht op over de openbaring, die hij in Hoofdst. 7 en 8 had ontvangen, zo als hij (Hoofdst. 7:27) gewenst had.
In het Hebr. Wetsaba gadol Beter: en aangaande grote verdrukkingen, of ellenden. Hierdoor wordt aangegeven, waarover het gezicht liep, wat aan Daniël werd geopenbaard omtrent de volgende tijden.
In die dagen, voordat ik deze openbaring ontving, was ik, Daniël, treurende drie weken der dagen drie weken lang.
Begeerlijke, kostelijke spijze, gelijk men in vreugdedagen geniet, at ik gedurende dezen tijd niet, vlees of wijn, zo als men op feestdagen drinkt (Gen. 27:25. (Jes. 22:13), kwam in mijnen mond niet, ook zalfde ik mij gans niet, ten teken, dat het mij geheel aan ene vrolijke stemming ontbrak (Matth. 6:17), totdat die drie weken der dagen (in onderscheiding der weken van jaren Hoofdst. 9), welke dadelijk na het feest van de nieuwe maan (1 Sam. 20:5), dus den 3den Nisan begonnen waren, alzo den 23sten vervuld waren 1).
Hoewel hij thans een man van zeer hoge jaren was, en hij kon inbrengen, dat de vermindering van zijn natuurlijke krachten vorderde, dat hij versterkend voedsel gebruikte, alhoewel hij een man van een zeer groot aanzien was, en hij kon zeggen, dat hij smakelijke spijzen gewoon was, en het buiten versterking, zonder zijne gezondheid te benadelen, niet stellen kon, nochthans kon hij, wanneer het geschiedde om de oprechtheid van zijn godsvrucht te getuigen en te bevestigen, zich zelf aldus verloochenen. Dit dient tot beschaming van vele jonge mensen, die wars zijn van de plicht van zelfverloochening. In deze maand en wel in de dagen van 11-21 Nisan viel het Joodse Pascha, het feest der verlossing uit de slavernij van Egypte; maar hoe werd het gevierd? Sedert twee jaren was Israël in zijn land teruggekeerd, maar slechts gedeeltelijk; het grootste gedeelte was in het vreemde land achtergebleven: het vaderland had zijne aantrekkingskracht verloren. Wanneer nu daar alles ene frisse vrolijke vlucht had genomen, zo zou dit velen hebben aangetrokken, maar niets wilde vooruitgaan. In de zevende maand van het jaar van terugkeren (Ezra 1:11) hadden zij in Jeruzalem een altaar gebouwd om Loofhuttenfeest te vieren, en in de tweede maand van het volgende jaar (534 v. Chr.) den grond tot den tempel gelegd. Toen scheen nieuwe geestdrift het volk te hebben aangegrepen (Ezra 3:1 vv. 8 vv.). Doch de Samaritanen verlangden mede aan den tempel te mogen bouwen; toen dit werd afgeslagen, begonnen zij den tempelbouw te verhinderen en zochten bij het Perzische hof te verkrijgen, dat hij verboden werd. Dat gelukte nu wel niet, zolang Cyrus leefde, maar het werk vorderde ook niet veel en de handen des volks werden slap (Ezra 4:1 vv.). Dat was nu genoeg om te treuren voor hem, die zijn volk zo innig lief had. De maand Nisan was daar, en nog kon Israël geen Paasfeest vieren, nog stond de tempel niet, en wie weet, hoe lang het duren zou, eer hij voltooid was. Daarbij komt, dat Daniël zeker met vreugde het verlof voor het volk om uit de ballingschap te keren begroet had, en er God voor dankte, dat hij hem een nieuw, levensvol begin van het bestaan van den Israëlietischen staat had laten beleven, en nu gaat het reeds achteruit, en hij staat aan het einde zijns levens en moet zonder blij uitzicht voor zijn volk in het graf dalen! Die treurige toestand van zijn volk is de oorzaak zijner treurigheid.
En op den vier en twintigsten dag der eerste maand of van Nisan (Ex. 12:2), zo was ik niet in den geest, maar persoonlijk, niet alleen, maar met enige geleiders (vs. 7 aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel, de Tiger (Gen. 2:14).
En ik hief, toen ik bemerkte, dat er iets in mijne nabijheid voorviel (Gen. 22:13) mijne ogen op, en zag, en ziet, er was een man 1) met linnen bekleed, in een langen tabbaard van glinsterend witten byssus, en Zijne lenden waren a) omgord met fijn goud van Ufaz 1), met een gouden gordel, ten teken Zijner priesterlijke en vorstelijke waardigheid.
Het is de ere derzulken, die beminden van God zijn, dat hen bekend gemaakt wordt hetgeen voor anderen verborgen is. Christus openbaart zichzelven aan hen, en niet aan de wereld. Het is duidelijk dat hier niemand anders dan de Christus Gods van het N. Testament wordt bedoeld. Hij verschijnt aan hem in dezelfde gedaante, waarin Hij eeuwen daarna verschijnt aan den heiligen Apostel Johannes. Het gewaad van linnen beeldt af zijn Hogepriesterlijke waardigheid. Zijn omgord zijn van de lendenen, Zijn knechtsgestalte en Zijn lichaam wordt beschreven als van Hem, die in de ogen der zijnen dierbaar en innerlijk schoon is, de schoonste der mensenkinderen. Volgens sommigen “Indië, ” anderen houden het voor ene benaming van Ofir
En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, een als goud glinsterende Chrysoliet (Ex. 28:20), welks glans door het linnen gewaad heen schitterde, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijne ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijne armen en Zijne voeten gelijk de verf van gepolijst koper, en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte (Openb. 1:12 vv.) Het gewichtigste in dit Hoofdstuk is de persoon van Hem, die zich aan Daniël openbaart; Zijne verschijning maakt den indruk der hoogste Majesteit, bij welker nabijheid de mens in elkaar moet zinken en die Daniël ook niet kan verdragen; maar met deze Majesteit is het zachtste nederbuigen verbonden en tevens een uitvloeien van kracht, waardoor de menselijke zwakheid wordt in staat gesteld, om Zijne nabijheid te verdragen. Daniël verstout zich niet, dat hij Zijnen naam noemt en het geheim van Zijnen persoon uitspreekt, maar wij vergissen ons zeker niet, wanneer wij Hem erkennen als degene, wiens stem hij reeds aan den oever van Ulai uit de verte had vernomen (Hoofdst. 8:16), die aan het slot van deze laatste voorzegging boven het water der rivier stond en het einde der Goddelijke raadsbesluiten over Zijn volk verkondigde (Hoofdst. 12:6 vv.), als degene, die later als Christus, de Vorst zou komen (Hoofdst. 9:25), als de Engel van wien Jehova gezegd heeft: “Mijn naam is in Hem” (Ex. 23:21). Het was de hoogste trap van de nabijheid Gods en vriendschap van God, tot welken Daniël verheven werd, toen hem dit afschijnsel, dit beeld van Gods heerlijkheid verscheen en hij stelt daarin het grootste gewicht. De opmerkzame lezer zal in de gezichten van Daniël enen voortgang in de nadering des Heeren hebben opgemerkt. Eerst heeft hij een gezicht in den droom, en op zijne bede ontvangt hij, eveneens in den droom, door enen Heilige de verklaring (Hoofdst. 7), vervolgens heeft hij een gezicht, en een heilige zendt enen anderen heilige, om het hem te verklaren (Hoofdst. 8). Na zijne belijdenis en zijn gebed vloog Gabriël op des Heeren bevel tot hem, en openbaarde hem het geheim van den tijd, wanneer Christus, de Vorst zou komen (Hoofdst. 9); nu verschijnt hem de toekomstige Verzoener zelf in apocalyptische heerlijkheid (Hoofdst. 10), en geeft hem de meest volledige oplossingen (Hoofdst. 11) en ten laatste een heerlijk afscheid (Hoofdst. 12). Zo zijn de gezichten en profetieën van Daniël tevens het gewichtigste gedeelte zijner geschiedenis; zij bevatten den voortgang zijner levensgemeenschap met den Heere. In de specialiteit der voorzeggingen gaat de materieële met den formelen voortgang hand in hand. Eerst wordt hij slechts in algemene grondlijnen getekend, die langzamerhand meer bepaald en gedetailleerd worden aangevuld; de beide laatste profetieën, het 9de Hoofdstuk met zijne chronologische en het 11de met zijne historische details zijn verre weg de meest speciale. Aan den pijlsnel voorbij ruisenden Tiger zag hij den ongeschapen Zone Gods zelven, vol majesteit en heerlijkheid. Denzelfde, dien ook Johannes in het midden der zeven kandelaren als Priesterkoning zag wandelen. Het is geen gewone Engel, welke hier geschilderd wordt; de beschrijving is te verheven. Het is de tegenwoordigheid van niemand anders dan van den Almachtige, welke Daniël, zowel als Johannes ter aarde doet storten. Alleen de Zone Gods heeft ene zodanige menselijke gestalte, Hij, die in het Paradijs wandelde tijdens de avondkoelte, met Abraham sprak over Sodoms begenadiging, van aangezicht tot aangezicht zich met Mozes onderhield; Hij, die aan David verscheen (2 Sam. 7:18-29), die Elia op den Horeb in aardbeving, storm en windgesuis voorbij ging, die de Profeten riep en met zijnen Geest toerichtte, deze volheerlijke persoon is dezelfde, die in ontzagwekkende gestalte aan David verschijnt, en later, van deze heerlijkheid ontkleed, een mens werd, Zich aan het kruis liet nagelen, om als priester door de opoffering van zich zelven onze zonde te verzoenen. De schildering van dezen persoon betreft ons van nabij, en verdient met alle opmerkzaamheid gade geslagen te worden. Eigenlijk verschijnt de Heere hier als priester, gelijk bij den aanvang der openbaring, daar Hij vóór zijne wederkomst, nog niet voor aller oog als Koning der wereld en der mensheid is geopenbaard en Zijne vijanden nog tegenstand bieden. Wat van handen en voeten gezegd wordt, duidt wel reeds den koning aan, maar aan het hoofd ontbreekt nog de kroon, en, in stede van purper, draagt Hij nog het door een gouden gordel bijeengehouden sneeuwwitte priestergewaad, het zinnebeeld van onschuld, reinheid en heiligheid. Zijn lichaam, insgelijks ter aanduiding Zijner smetteloze zuiverheid, glanst gelijk het spiegelblanke zilver van Tarsis. Zijn gelaat schittert gelijk de bliksemschicht en vertoont alzo Zijn ontzagwekkende heerlijkheid gelijk die des Vaders ons uit Zijne trekken tegenschittert, waarvan Hij op aarde ook als mens vervuld was, en die eenmaal op den berg der verheerlijking uit hare omsluiering herwaarts straalde, zodat Mattheüs zegt (Matth. 17:2): “En Hij werd voor hen veranderd van gedaante, en Zijn gelaat blonk gelijk de zon, en Zijne klederen werden wit gelijk het licht. Zijne vuurvlammende ogen zijn het zinnebeeld van alwetendheid en haat tegen de zonde. Zijn stemgeluid klinkt als het donderen van den waterval of der onstuimige golfbranding, welke in het nachtelijk uur plechtig en vrees inboezemend het oor van den wandelaar treft, en in de ziel ene heilige stemming, maar ook een gevoel van schrik ontwaken doet. Die stemgalm verzinnelijkt den hartaangrijpenden ernst Zijner uitspraak, en de rechterlijke majesteit, waarmee Hij reeds als mens door het eenvoudig woord: “Ik ben het”, Zijne vangers ter aarde deed storten, en eenmaal, eerst bij Zijne wederkomst én vervolgens duizend jaar later, bij het wereldgericht, Zijnen vijanden hun onherroepelijk vonnis verkondigen zal.
En ik, Daniël, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, volksgenoten van hem, die hij waarschijnlijk had gezocht, om hen op te wekken tot terugkeren naar het vaderland, zagen dat gezicht niet; doch ene grote verschrikking viel op hen ten gevolge der hemelse verschijning, waarvan zij iets gevoelden, hoewel zij die niet zagen (1 Sam. 3:4 vv. Hand. 9:7; 22:9), en zij vloden, om zich te versteken. Het is de ere, dergenen, die van den Heere bemind zijn, dat hun bekend is, wat voor anderen verborgen is. Christus openbaart Zich zelven aan deze, maar niet aan de wereld. (Joh. 14:22). Maar hoewel Daniëls geleiders het gezicht niet zagen, waren zij toch met siddering vervuld, zodat zij vloden om zich te verbergen. Menigeen heeft den Geest der dienstbaarheid tot vreze, die nooit den Geest der aanneming ontvangt, bij wien Christus was en nooit anders zal zijn dan ene verschrikking. Dit bevestigde de waarheid van het gezicht, want het had ene werkelijke, machtige en sterke uitwerking op degenen, die bij hem waren. .
Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij gene kracht overig; en a) mijne sierlijkheid mijn glans werd aan mij veranderd in ene verderving mijn gelaat werd doodsbleek; zoverschrikte ik, dat ik gene kracht behield.
Dan. 7:28.
En ik hoorde de stem Zijner woorden, hoewel ik nog gene bepaalde woorden kon onderscheiden, en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik bewusteloos neer als in enen diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde (Ezech. 1:28. Openb. 1:17).
En ziet ene hand, de hand van Hem, wiens gedaante ik gezien, en wiens stem ik gehoord had, roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijne knieën, en de palmen mijner handen, zodat ik, door deze gesteund, mij weer enigzins kon oprichten.
En Hij zei tot mij: Daniël, gij zeer gewenste man(Hoofdst. 9:23)! merk op de woorden, die ik tot u spreken zal, en sta op uws standplaats, richt u geheel en al op, want ik ben als nu tot u gezonden om van aangezicht tot aangezicht met u te spreken; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende, sprakeloos en met nedergeslagene ogen tegen over de verschijning (vs. 15). Kind Gods, aarzelt gij, u dezen naam toe te eigenen? Heeft het ongeloof u doen vergeten, dat ook gij zeer gewenst zijt? Gij, die gekocht zijt door het dierbaar bloed van Christus-als van een onbestraffelijk en onbesmet lam, moet gij niet zeer gewenst zijn? Dat God Zijn eigen, geliefden Zoon voor u overgaf, was het niet, omdat gij zeer gewenst waart? Gij leefdet in zonde en opstand, moet gij niet zeer gewenst zijn geweest bij God, dat Hij zoveel geduld met u heeft gehad? Uit genade werdt gij geroepen en tot den Heiland gebracht, en tot een kind Gods, een erfgenaam des Hemels gemaakt. Is dit alles niet het bewijs ener zeer grote en overvloedige liefde? Sedert heeft uw leven, zij het door smart bemoeilijkt of door genade geoefend, vele bewijzen geleverd, dat gij inderdaad een zeer gewenst man zijt. Heeft de Heere u gekastijd het was niet in toorn; heeft Hij u arm gemaakt, nochthans zijt gij rijk geweest in genade. Hoe onwaardiger gij uzelven voelt, des te duidelijker is het, dat niets dan onbegrijpelijke liefde den Heere Jezus kan bewogen hebben, zulk ene ziel als de uwe te redden. Hoe onwaardiger gij u gevoelt, des te helderder treedt Gods overvloedige liefde te voorschijn, waarmee Hij u heeft uitverkoren, heeft geroepen, en tot een erfgenaam der zaligheid gemaakt. Bestaat er dus zulk ene liefde tussen God en ons, laat ons dan ook den invloed en de heerlijkheid er van gevoelen, en gebruik maken van ons voorrecht. Laat ons den Heere niet naderen alsof wij vreemdelingen waren, alsof Hij ons niet zou willen horen, want wij zijn zeer gewenst door onzen Hemelsen Vader, “Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, hoe zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken?” Vat moed en kom gelovige! want in spijt van de influisteringen des bozen en de twijfelingen van uw eigen hart, zijt gij zeer gewenst.
Toen zei Hij tot mij: Vrees niet, Daniël! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft dat gij uw hand richttet, om te verstaan, en om uzelven te verootmoedigen voor het aangezicht uws Gods, zijn uwe woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben ik gekomen, om u de toekomst te ontsluieren, maar ook om u enigermate tot rust te brengen. Bijna alle uitleggers zien in deze en de (vs. 19 v.) volgende woorden, niets dan bemoeiingen van den Engel, om Daniël te versterken, en zonder twijfel bedoelden zij ook dit. Daniël is toch nog bevende (vs. 11) en nog sprakeloos (vs. 15) en is bevreesd ten gevolge van het aanzien van den Hemelse te sterven (vs. 16 v.). Dit alles nu neemt de Engel met zijne reden langzamerhand van hem weg. Maar zij bevatten tevens nog iets anders; de Engel troost er Daniël mede, dat bij hem ene openbaring omtrent de eerste en meest nabijzijnde toekomst geeft. Daniël was bezorgd over de nabijzijnde toekomst, zelfs over den tegenwoordigen toestand van Israël, omdat de zaak bij de koningen van Perzië slecht stond, ten gevolge der intriges van de Samaritanen; daarvoor had hij gebeden. Nu geeft hem de Engel ene geruststellende verklaring, deze ligt daarin dat de Engel in vs. 13 zegt, dat hij door den bijstand van Michaël de overwinning behaald heeft bij de koningen der Perzen. Met deze is het nu van Godswege ten einde, dat aan het volk van God zal worden vervuld, wat in Hoofdst. 9:25 was beloofd. Daarmee kon Daniël omtrent den nabijzijnden tijd gerust zijn. In vs. 14 vv. verbindt de Engel hieraan nog veel meer, en geeft ene andere reden voor zijne komst op, namelijk om hem ook over den lateren dag en lotgevallen van het volk Gods, die veel verder gaan dan de Perzische koningen, verklaring te geven. Voor het tegenwoordige is alles met de koningen der Perzen in orde gebracht; maar Macedonië zal naar Perzië komen, en hij zal ook dit moeten te gemoet treden, en het zal nog een harde strijd voor hem en Michaël zijn, ook dan het volk Gods te verdedigen. Doch opdat Daniël ook ondanks dit rustig zij, wil en zal hij hem ook hieromtrent verklaring geven, en nu volgt de profetie in Hoofdst. 11:2-12 :4, welke spoedig over het Perzische rijk heenloopt, omdat hiermede reeds de zaak geschikt is, maar des te uitvoeriger handelt over den strijd van het volk Gods met Griekenland en over de toekomst, die nog veel later is. Van den eersten dag, dat wij naar God beginnen te zien in een weg van plicht, is Hij gereed ons te ontmoeten in een weg van genade. Alzo is God gereed de gebeden te horen. De Engel bevestigt, dat hij gedurende de drie weken van Daniëls vasten en bidden is bezig geweest om te waken over de plannen, die er bij het Perzische hof tegen de Joden oprezen. .
Doch de vorst des koninkrijks van Perzië stond tegenover mij een en twintig dagen, en ziet, Michaël, een van de eerste van de voornaamste vorsten kwam om mij te helpen, en ik werd aldaar gelaten hij de koningen van Perzië. De 21 dagen komen overeen met de drie weken van Daniëls vasten en bidden vs 2; gelijk zij echter een dag later beginnen, vs. 12, zo eindigen zij ook een dag later vs. 4. Dadelijk op den eersten dag werd Daniëls gebed verhoord en de Engel, die hem een vertroostend antwoord moest geven, werd door God gezonden; om dit te kunnen doen, moest hij echter eerst den aan het volk Gods vijandigen geest van de koningen van Perzië bestrijden en overwinnen, en de zaak van Israël bij hem tot een gewenst einde brengen. Onder dezen vorst van het koninkrijk in Perzië is zonder twijfel een geestelijk wezen te verstaan, en wel de achter de nationale goden van dit rijk staande bovenaardse geestelijke macht, het daemonion van het Perzische rijk, dat naast de koningen der Perzen stond, om bij hen de in het Perzische heiligdom liggende motieven tegen hem te doen gelden en de influisteringen der Samaritanen te ondersteunen. Hem uit die stelling te verdringen en de overhand te verkrijgen, zo dat integendeel hij zelf naast de koningen van Perzië kwam te staan, om hem voortaan ten gunste van Israël te bewegen, was het doel van hem, van wien vs. 1 nader gesproken is. Wanneer nu de Aartsengel Michaël hem te hulpe komt, alzo die onder de verhevene Engelenvorsten, die voor de zaak der gemeente Gods in de onzichtbare geestenwereld tegen de tegenstrevende machten moet strijden Hoofdst. 12:1. gelijk hij ook met den duivel om het lichaam van den stichter des Ouden Verbonds gestreden heeft, Deut. 34:7 zo ligt hierin niet, dat deze Aartsengel den Engel des Heeren in macht en rang overtrof; er in een helpen bedoeld, gelijk ook mensen den Almachtige helpen Zach. 1:15, of krijgslieden hunnen vorst, onder wiens vanen zij strijden, 1 Kron. 12:33 v. en omgekeerd zegt in Hoofdst. 11:1 de Engel des Heeren, dat Hij in het eerste jaar van Darius den Meder Michaël geholpen en gesterkt heeft. Alle ontwikkelingen des mensen ten goede of ten kwade, alle vrijheid van wil in de schepselen en dien ten gevolge ook het laatste gericht Gods berust daarop, dat de Heere Zich zo beperkt, en Zijne Goddelijke almacht terughoudt, om bijna als een gelijke onder gelijken de zedelijke machten der schepselen, de goede en de kwade te beproeven. Deze afdaling bereikt haar toppunt in de menswording en in den kruisdood van Christus, zij is echter ook reeds door het gehele Oude Testament zichtbaar. Het is zeker, dat al treden de Engelen voor de gelovigen en uitverkorenen op. Christus echter altijd hun hoofd blijft. Ja, dewijl hij is het Hoofd der Engelen, daarom gebruikt Hij hun dienst enkel om de zijnen te beschermen.
Nu ben ik gekomen, om u te doen verstaan hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, in het Messiaanse tijdvak (Hoofdst. 2:28), want het gezicht, dat u heden ten deel valt, is nog voor vele dagen, zal eerst na vele dagen vervuld worden.
En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik nog steeds (vs. 11) mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom, zodat er eerst nog nadere versterking voor mij nodig was, voordat Hij, die met mij sprak, mij het in vs. 14 beloofde bericht kon geven.
En ziet, een, den mensenkinderen gelijk, die mij in vs. 5 v. verschenen was, maar nu eerst in Zijne menselijke gedaante door mij werd erkend, raakte mijne lippen aan, om mijne stomheid weg te nemen; toen deed ik mijnen mond open, en ik sprak en zei tot dien, die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijne weeën over mij, keert zij terug, zodat ik gene kracht behoude. Gärtner meent, dat in vs. 11-13 de Engel Gabriël, een gezondene (vs. 12) gesproken heeft, terwijl hij weer bij dit vers aantekent: “Deze ene is Christus, naar wiens beeld wij geschapen zijn. De Engelen zijn van ene andere natuur, en hebben ene gestalte, verschillend van die der mensen; zij zijn als geesten door den Vader geschapen, terwijl de mensen uit ziel en lichaam bestaan, en ook als zodanig in de toekomst bestaan zullen. Alsdan zullen zij ook volkomener wezen zijn dan de Engelen, en nader aan den troon Gods, dewijl zij naar Christus beeld geschapen en ook het loon Zijns lijdens zijn, zonder dat dit der hemelgeesten ijverzucht verwekken kan. Het onderscheid tussen mensen en Engelen duurt tot in alle eeuwigheid. “
En hoe kan ik, de knecht van dezen mijnen Heere spreken met dien mijnen Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat gene kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven, zodat ik vrezen moet te zullen sterven (17:17).
Toen raakte mij wederom aan een, als in de gedaante van een mens, dezelfde als in vs. 16, en Hij versterkte mij.
En Hij zei: Vrees niet, gij zeer gewenste man! Vrede zij u, wees sterk, ja wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt en zei: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt. Met alle menselijke maat en aanzien te boven gaande van de Engelenverschijning was het, dat op Daniël drukkend en beangstigend werkte; daarom maakt de Engel reeds in vs. 16 zijne gedaante meer dan gelijk, en als de Profeet de nodige rust en kalmte om de openbaring te horen, nog niet verkregen heeft, maakt Hij Zich geheel menselijk, zodat deze zich nu bereid verklaart om te horen. Nimmer stelde een tedere moeder haar kind, wanneer het door een of ander voorval bedroefd of bevreesd geworden is zo gerust, dan de Engel hier Daniël gerust stelde. Dezulken, die van God geliefd zijn, hebben geen reden om voor enig kwaad te vrezen. Zij hebben vrede. God spreekt niets dan vrede tot hen, en op de boodschap daarvan behoren zij vrede tot zichzelven te spreken. En die vrede, die vreugde des Heeren zal hun sterkte zijn. Daniël belijdt hier, dat het woord des Heeren hem weer kracht en geest heeft gegeven. En waar hij nu gevoelt dat van den Heere in hem kracht is uitgegaan, daar is hij ook bereid om te vernemen, wat de Heere tot hem zal zeggen. Hij is gesterkt geworden om des Heeren wil te volbrengen.
Toen zei Hij: Weet gij nog uit hetgeen Ik u vs. 12 vv. zei, waarom dat Ik tot u gekomen ben? doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen, dat hij zijn kwaad voornemen tegen de kerk Gods niet volvoere; en als Ik zal uitgegaan zijnvan het Perzische hof, nadat mijn werk daar geëindigd is met den ondergang van dat rijk, ziet zo zal de vorst van Griekenland komen, en er zal een strijd met dezen vorst nodig worden.
Doch gij moogt u niet laten ontmoedigen, omdat de toekomst van uw volk nog langen tijd ene van verdrukking zal zijn, en gedurende den tijd der Perzische en Griekse regering tot gene vastheid zal komen; Ik zal u te kennen geven hetgeen getekend, geschreven is in het geschrift der waarheid, in het Boek der Goddelijke raadsbesluiten. En er is niet één, die zich met Mij versterkt tegen dezen, tegen den koning van Perzië, dan uw vorst Michaël. Witsius merkt op, dat hier soms Christus bedoeld is, dan weer een geschapen Engel. Wij zien Michaël in den Bijbel niet met mensen verkeren, maar steeds met den duivel en diens scharen, welke hij ten laatste uit de mensheid uitwerpt (Openb. 12). Hij wordt dus met zijne scharen afgevaardigd, om den duivel hier op aarde ene zekere linie niet te laten overschrijden, en het rijk der duisternis zich tot dien graad te laten ontwikkelen, dat het, aan de ene zijde, geheel ongedwongen, voor het gericht rijp worde, en aan den anderen kant niet in staat zij Gods plannen met de mensheid te vernietigen. Gabriël heeft dagelijks met zijne scharen de mensen te beschermen, hun de Goddelijke heilswaarheden nabij te brengen, het werk van den terugkeer tot God door bovenzinnelijke inwerking op de mensen te bevorderen, zonder hen in de uitoefening van hunnen vrijen wil te belemmeren. Het goede uit de wereldrijken voortgekomen heeft God door Zijne Engelen te weeg gebracht. Michaël kampt tegen de duivelen, Gabriël strijdt tegen de mensen, wanneer zij iets kwaads in den zin hebben. Het werk van beide Engelen heeft hetzelfde doel, ieder heeft slechts een anderen vijand tegen te staan. “Gabriël strijdt tegen den koning der Perzen” wil dus zeggen: hij tracht het hart van dezen vorst bij de waarheid te bepalen, zodat hij, ten minste naar zijn geweten, doet wat recht is. Deze inwerking der Engelen is gelijk aan een strijd, dewijl de mensen zo lang mogelijk weerstand bieden en den boze gehoor geven. Beide Engelenvorsten staan elkaar dikwijls met hun legers bij, al naarmate het der goddelijke wijsheid behaagt. De eigenlijke koning dezer beide vorsten is Christus. Alzo zijn de Engelen, als dienaars van Jezus Christus, de uitvoerders van het raadsbesluit Gods. Laat ons van dit hoofdzaak niet scheiden, voordat wij nog eens bedacht hebben, wat gezegd is van Daniëls sierlijkheid, die veranderd is in verderving (vs. 8), als hij den Heilige zag. Hoe majestueus, hoe ontzagwekkend, hoe verpletterend moet het zijn Christus in Zijne heerlijkheid te zien! En wat moet het dan zijn, dat de ziel gevoelen zal na den dood, na van dit lichaam gescheiden te zijn en bij den eersten blik op den Heere Jezus. Hoe majestueus, hoe indrukwekkend ook voor zielen, die waarlijk zijn wedergeboren. Maar wat moet het dan zijn voor hen, die komen uit de diepte des doods, zonder een Borg te hebben, zonder de gerechtigheid des Verlossers en zonder Christus als een voorspraak! Welk ene siddering, welk ene verschrikking moet er in die ziele zijn! Heere Jezus! wees onze gerechtigheid en wil ons vertrouwen zijn door het leven, in den dood, en in den dag des oordeels en voor eeuwig.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel