Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 30

1 Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Daarna zondH7971 JehizkiaH3169 tot het ganseH3605 IsraelH3478 en JudaH3063, en schreefH3789 ookH1571 brievenH107 tot EfraimH669 en ManasseH4519, dat zij zouden komenH935 tot het huisH1004 des HEERENH3068 te JeruzalemH3389, om den HEEREH3068, den GodH430 IsraelsH3478, paschaH6453 te houdenH6213. Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden.

KJV And Hezekiah sent1 to all Israel5 and Judah,6 and wrote9 letters8 also to Ephraim11 and Manasseh,12 that they should come13 to the house14 of the LORD15 at Jerusalem,16 to keep17 the passover18 unto the LORD19 God20 of Israel.21

1 וַיִּשְׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 יְחִזְקִיָּ֜הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 יִשְׂרָאֵ֣ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וִֽיהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 7 וְגַֽם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 אִגְּרוֹת֙ H107 brieven, brief letter 9 כָּתַב֙ H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 אֶפְרַ֣יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 12 וּמְנַשֶּׁ֔ה H4519 Manasse Manasseh 13 לָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 לְבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 בִּֽירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 17 לַעֲשׂ֣וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 פֶּ֔סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 19 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 21 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Want de koningH4428 had raadH3289 gehouden met zijn overstenH8269 en de ganseH3605 gemeenteH6951 te JeruzalemH3389, om het paschaH6453 te houdenH6213, in de tweedeH8145 maandH2320. Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.

KJV For the king2 had taken counsel,1 and his princes,3 and all the congregation5 in Jerusalem,6 to keep7 the passover8 in the second10 month.9

1 וַיִּוָּעַ֨ץ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 2 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 וְשָׂרָ֛יו H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַקָּהָ֖ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 6 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 הַפֶּ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 9 בַּחֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 10 הַשֵּׁנִֽי H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Want zij hadden het niet kunnen houdenH6213 te dierzelfderH1931 tijdH6256, omdatH3588 de priesterenH3548 zich niet genoegH4078 geheiligdH6942 hadden, en het volkH5971 zich niet verzameldH622 had te JeruzalemH3389. Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.

KJV For they could3 not keep4 it at that time,5 because the priests8 had not sanctified10 themselves sufficiently,12 neither had the people13 gathered themselves together15 to Jerusalem.16

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹ֧א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 יָכְל֛וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 4 לַעֲשֹׂת֖וֹ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 הַהִ֑יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 הַכֹּהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הִתְקַדְּשׁ֣וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 11 לְמַ H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 דַּ֔י H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 13 וְהָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 נֶאֶסְפ֥וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 16 לִֽירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En deze zaakH1697 was rechtH3474 in de ogen des koningsH4428, en in de ogen der ganse gemeenteH6951. En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.

Ook in dit vers ogenH3605 ogenH5869

KJV And the thing2 pleased1 the king4 and all the congregation.7

1 וַיִּישַׁ֥ר H3474 recht, bevallig, beviel direct, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly) 2 הַדָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 וּבְעֵינֵ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַקָּהָֽל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zo steldenH5975 zij zulks, dat men een stemH6963 door gansH3605 IsraelH3478, van Ber-sebaH884 totH5704 Dan, zou laten doorgaanH5674, opdat zij zouden komenH935 om het paschaH6453 den HEEREH3068, den GodH430 IsraelsH3478, te houdenH6213 in JeruzalemH3389; wantH3588 zij hadden het in langH7230 nietH3808 gehouden, gelijk het geschrevenH3789 was. Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was.

KJV So they established1 a decree2 to make proclamation3 throughout all Israel,6 from Beersheba7 even to Dan,10 that they should come11 to keep12 the passover13 unto the LORD14 God15 of Israel16 at Jerusalem:17 for they had not done21 it of a long20 time in such sort as it was written.22

1 וַיַּֽעֲמִ֣ידוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 דָבָ֗ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 לְהַעֲבִ֨יר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 4 ק֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 מִבְּאֵֽר H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 8 שֶׁ֣בַע H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 9 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 דָּ֔ן H1835 Dan Daniel 11 לָב֞וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 פֶּ֛סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 14 לַיהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֱלֹהֵֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 18 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 לָרֹ֛ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 21 עָשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 22 כַּכָּתֽוּב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 De lopersH7323 dan gingenH3212 henen met de brievenH107 van de hand des koningsH4428 en zijner vorstenH8269, door gansH3605 IsraelH3478 en JudaH3063, en naar het gebodH4687 des koningsH4428, zeggendeH559: Gij, kinderenH1121 IsraelsH3478, bekeertH7725 u totH413 den HEEREH3068, den GodH430 van AbrahamH85, IzakH3327 en IsraelH3478, zo zal Hij Zich kerenH7725 totH413 de ontkomenenH6413, die ulieden overgeblevenH7604 zijn uit de hand der koningenH4428 van AssyrieH804. De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie.

Ook in dit vers handH3027 handH3709

KJV So the posts2 went1 with the letters3 from4 the king5 and his princes6 throughout all Israel8 and Judah,9 and according to the commandment10 of the king,11 saying,12 Ye children13 of Israel,14 turn again15 unto the LORD17 God18 of Abraham,19 Isaac,20 and Israel,21 and he will return22 to the remnant25 of you, that are escaped24 out of the hand27 of the kings28 of Assyria.29

1 וַיֵּלְכוּ֩ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 הָרָצִ֨ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 3 בָּֽאִגְּר֜וֹת H107 brieven, brief letter 4 מִיַּ֧ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 וְשָׂרָ֗יו H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 7 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 וִֽיהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 10 וּכְמִצְוַ֥ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 11 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 שׁ֚וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 אֱלֹהֵי֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 19 אַבְרָהָם֙ H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 20 יִצְחָ֣ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 21 וְיִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 22 וְיָשֹׁב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 23 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 24 הַפְּלֵיטָ֔ה H6413 ontkomen, ontkoming, ontkomenen deliverance, (that is) escape(-d), remnant 25 הַנִּשְׁאֶ֣רֶת H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 26 לָכֶ֔ם 27 מִכַּ֖ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 28 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 29 אַשּֽׁוּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En zijt nietH408 als uw vadersH1 en als uw broedersH251, dieH834 tegen den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1, overtredenH4603 hebben; waarom Hij hen tot verwoestingH8047 overgegevenH5414 heeft, gelijk als gijH859 zietH7200. En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet.

KJV And be not ye like your fathers,3 and like your brethren,4 which trespassed6 against the LORD7 God8 of their fathers,9 who therefore gave them up10 to desolation,11 as ye see.14

1 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תִּֽהְי֗וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 כַּאֲבֽוֹתֵיכֶם֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 וְכַ֣אֲחֵיכֶ֔ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 מָעֲל֔וּ H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 7 בַּיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 אֲבוֹתֵיהֶ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 וַיִּתְּנֵ֣ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 לְשַׁמָּ֔ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 12 כַּאֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 אַתֶּ֥ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 14 רֹאִֽים H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 VerhardtH7185 nuH6258 ulieder nekH6203 nietH408, gelijk uw vaderenH1; geeftH5414 den HEEREH3068 de handH3027, en komtH935 tot Zijn heiligdomH4720, hetwelkH834 Hij geheiligdH6942 heeft tot in eeuwigheidH5769, en dientH5647 den HEEREH3068, uw GodH430; zo zal de hitteH2740 Zijns toornsH639 vanH4480 u afkerenH7725. Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.

KJV Now be ye not stiffnecked,3 as your fathers5 were, but yield6 yourselves7 unto the LORD,8 and enter9 into his sanctuary,10 which he hath sanctified12 for ever:13 and serve14 the LORD16 your God,17 that the fierceness20 of his wrath21 may turn away18 from you.

1 עַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 3 תַּקְשׁ֥וּ H7185 hard, verhard, verhardde be cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked)) 4 עָרְפְּכֶ֖ם H6203 nek, hardnekkig, nek toekeren back ((stiff-) neck((-ed) 5 כַּאֲבוֹתֵיכֶ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 תְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 יָ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 לַיהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וּבֹ֤אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 לְמִקְדָּשׁוֹ֙ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 הִקְדִּ֣ישׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 13 לְעוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 14 וְעִבְדוּ֙ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 אֱלֹהֵיכֶ֔ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 וְיָשֹׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 19 מִכֶּ֖ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 20 חֲר֥וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 21 אַפּֽוֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WantH3588 als gij u bekeertH7725 tot den HEEREH3068, zullen uw broederenH251 en uw kinderenH1121 barmhartigheidH7356 vinden voor het aangezichtH6440 dergenen, die hen gevangenH7617 hebben, zodat zij in ditH2063 landH776 zullen wederkomenH7725; wantH3588 de HEEREH3068, uw GodH430, is genadigH2587 en barmhartigH7349, en zal het aangezichtH6440 vanH4480 u nietH3808 afwendenH5493, zoH518 gij u totH413 Hem bekeertH7725. Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert.

KJV For if ye turn again2 unto the LORD,4 your brethren5 and your children6 shall find compassion7 before8 them that lead them captive,9 so that they shall come again10 into this land:11 for the LORD16 your God17 is gracious14 and merciful,15 and will not turn away19 his face20 from you, if ye return23 unto him.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בְשׁוּבְכֶ֞ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֲחֵיכֶ֨ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 6 וּבְנֵיכֶ֤ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 לְרַחֲמִים֙ H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb 8 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 שֽׁוֹבֵיהֶ֔ם H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 10 וְלָשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 לָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 חַנּ֤וּן H2587 genadig, Genadig gracious 15 וְרַחוּם֙ H7349 barmhartig, Barmhartig full of compassion, merciful 16 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 אֱלֹהֵיכֶ֔ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יָסִ֤יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 20 פָּנִים֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 21 מִכֶּ֔ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 22 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 23 תָּשׁ֖וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 24 אֵלָֽיו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zo gingenH1961 de lopersH7323 door, van stadH5892 tot stadH5892, door het landH776 van EfraimH669 en ManasseH4519, totH5704 ZebulonH2074 toe; doch zij belachtenH1961 hen, en bespottenH3932 hen. Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.

KJV So the posts2 passed3 from city4 to city5 through the country6 of Ephraim7 and Manasseh8 even unto Zebulun:10 but they laughed them to scorn,12 and mocked14 them.

1 וַיִּֽהְי֨וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הָרָצִ֜ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 3 עֹבְרִ֨ים H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 4 מֵעִ֧יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 5 לָעִ֛יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 בְּאֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 אֶפְרַ֥יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 8 וּמְנַשֶּׁ֖ה H4519 Manasse Manasseh 9 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 זְבֻל֑וּן H2074 Zebulon Zebulun 11 וַיִּֽהְיוּ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 מַשְׂחִיקִ֣ים H7832 lachen, belacht, spelen deride, have in derision, laugh, make merry, mock(-er), play, rejoice, (laugh to) scorn, be in (make) sport 13 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 וּמַלְעִגִ֖ים H3932 bespot, bespotten, spotten have in derision, laugh (to scorn), mock (on), stammering 15 בָּֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Evenwel verootmoedigden zich sommigen van Aser, en Manasse, en van Zebulon, en kwamen te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Evenwel verootmoedigdenH3665 zich sommigenH582 van AserH836, en ManasseH4519, en van ZebulonH2074, en kwamenH935 te JeruzalemH3389. Evenwel verootmoedigden zich sommigen van Aser, en Manasse, en van Zebulon, en kwamen te Jeruzalem.

KJV Nevertheless divers of Asher3 and Manasseh4 and of Zebulun5 humbled6 themselves, and came7 to Jerusalem.8

1 אַךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 אֲנָשִׁ֛ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 מֵאָשֵׁ֥ר H836 Aser Asher 4 וּמְנַשֶּׁ֖ה H4519 Manasse Manasseh 5 וּמִזְּבֻל֑וּן H2074 Zebulon Zebulun 6 נִֽכְנְע֔וּ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 7 וַיָּבֹ֖אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 לִירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ook was de hand Gods in Juda, hun enerlei hart gevende, dat zij het gebod des konings en der vorsten deden, naar het woord des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 OokH1571 wasH1961 de handH3027 GodsH430 in JudaH3063, hun enerleiH259 hartH3820 gevendeH5414, dat zij het gebodH4687 des koningsH4428 en der vorstenH8269 dedenH6213, naar het woordH1697 des HEERENH3068. Ook was de hand Gods in Juda, hun enerlei hart gevende, dat zij het gebod des konings en der vorsten deden, naar het woord des HEEREN.

KJV Also in Judah2 the hand4 of God5 was to give6 them one9 heart8 to do10 the commandment11 of the king12 and of the princes,13 by the word14 of the LORD.15

1 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בִּיהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 3 הָֽיְתָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 יַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 הָאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 לָתֵ֥ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 לָהֶ֖ם 8 לֵ֣ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 9 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 לַעֲשׂ֞וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 מִצְוַ֥ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 12 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 וְהַשָּׂרִ֖ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 14 בִּדְבַ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 15 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En te Jeruzalem verzamelde zich veel volks, om het feest der ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En te JeruzalemH3389 verzameldeH622 zich veelH7227 volksH5971, om het feestH2282 der ongezuurdeH4682 broden te houdenH6213, in de tweedeH8145 maandH2320, een zeer grote gemeenteH6951. En te Jeruzalem verzamelde zich veel volks, om het feest der ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.

KJV And there assembled1 at Jerusalem2 much4 people3 to keep5 the feast7 of unleavened bread8 in the second10 month,9 a very13 great12 congregation.11

1 וַיֵּֽאָסְפ֤וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 3 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 רָ֔ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 לַעֲשׂ֛וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 חַ֥ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 8 הַמַּצּ֖וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 9 בַּחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 10 הַשֵּׁנִ֑י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 11 קָהָ֖ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 12 לָרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 13 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En zij maakten zich op, en namen de altaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig weg, hetwelk zij in de beek Kidron wierpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En zij maaktenH6965 zich op, en namenH5493 de altarenH4196 wegH5493, dieH834 te JeruzalemH3389 waren; daartoe namen zij alleH3605 rooktuigH6999 wegH5493, hetwelk zij in de beekH5158 KidronH6939 wierpenH7993. En zij maakten zich op, en namen de altaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig weg, hetwelk zij in de beek Kidron wierpen.

KJV And they arose1 and took away2 the altars4 that were in Jerusalem,6 and all the altars for incense9 took they away,10 and cast11 them into the brook12 Kidron.13

1 וַיָּקֻ֕מוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 וַיָּסִ֨ירוּ֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַֽמִּזְבְּח֔וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 5 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 וְאֵ֤ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַֽמְקַטְּרוֹת֙ H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 10 הֵסִ֔ירוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 11 וַיַּשְׁלִ֖יכוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 12 לְנַ֥חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 13 קִדְרֽוֹן H6939 Kidron Kidron
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Toen slachttenH7819 zij het paschaH6453, op den veertiendenH702 der tweedeH8145 maandH2320; en de priestersH3548 en de LevietenH3881 waren beschaamdH3637 geworden, en hadden zich geheiligdH6942, en hadden brandofferenH5930 gebrachtH935 in het huisH1004 des HEERENH3068. Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN.

KJV Then they killed1 the passover2 on the fourteenth3 day of the second6 month:5 and the priests7 and the Levites8 were ashamed,9 and sanctified10 themselves, and brought in11 the burnt offerings12 into the house13 of the LORD.14

1 וַיִּשְׁחֲט֣וּ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 הַפֶּ֔סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 3 בְּאַרְבָּעָ֥ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 5 לַחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 6 הַשֵּׁנִ֑י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 7 וְהַכֹּהֲנִ֨ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 וְהַלְוִיִּ֤ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 9 נִכְלְמוּ֙ H3637 schande, schaamrood, beschaamd be (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame 10 וַיִּֽתְקַדְּשׁ֔וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 11 וַיָּבִ֥יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עֹל֖וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 13 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En zij stonden in hun stand, naar hun wijze, naar de wet van Mozes, den man Gods; de priesters sprengden het bloed, dat nemende uit de hand der Levieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En zij stondenH5975 in hun standH5977, naar hun wijzeH4941, naar de wetH8451 van MozesH4872, den manH376 GodsH430; de priestersH3548 sprengdenH2236 het bloedH1818, dat nemende uit de handH3027 der LevietenH3881. En zij stonden in hun stand, naar hun wijze, naar de wet van Mozes, den man Gods; de priesters sprengden het bloed, dat nemende uit de hand der Levieten.

KJV And they stood1 in their place3 after their manner,4 according to the law5 of Moses6 the man7 of God:8 the priests9 sprinkled10 the blood,12 which they received of the hand13 of the Levites.14

1 וַיַּֽעַמְד֤וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 עָמְדָם֙ H5977 standplaats, stand, stond place, ([phrase] where) stood, upright 4 כְּמִשְׁפָּטָ֔ם H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 5 כְּתוֹרַ֖ת H8451 wet, wetten, leer law 6 מֹשֶׁ֣ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 7 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 הַכֹּֽהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 10 זֹרְקִ֣ים H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַדָּ֔ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 13 מִיַּ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 הַלְוִיִּֽם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden; daarom waren de Levieten over de slachting der paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die den HEERE te heiligen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantH3588 een menigteH7227 was in die gemeenteH6951, dieH834 zich nietH3808 geheiligdH6942 hadden; daarom waren de LevietenH3881 overH5921 de slachtingH7821 der paaslammerenH6453, voor iedereenH3605, die nietH3808 reinH2889 was, om die den HEEREH3068 te heiligenH6942. Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden; daarom waren de Levieten over de slachting der paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die den HEERE te heiligen.

KJV For there were many2 in the congregation3 that were not sanctified:6 therefore the Levites7 had the charge of the killing9 of the passovers10 for every one that was not clean,13 to sanctify14 them unto the LORD.15

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 רַבַּ֥ת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 3 בַּקָּהָ֖ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 הִתְקַדָּ֑שׁוּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 7 וְהַלְוִיִּ֞ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 שְׁחִיטַ֣ת H7821 slachting killing 10 הַפְּסָחִ֗ים H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 11 לְכֹל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 טָה֔וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 14 לְהַקְדִּ֖ישׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 15 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WantH3588 een menigteH4768 des volksH5971, velenH7227 van EfraimH669 en ManasseH4519, IssascharH3485 en ZebulonH2074, hadden zich nietH3808 gereinigdH2891, maarH3588 atenH398 het paschaH6453, nietH3808 gelijk geschrevenH3789 is. DochH3588 JehizkiaH3169 badH6419 voor hen, zeggendeH559: De HEEREH3068, die goedH2896 is, make verzoeningH3722 voor dien. Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien.

KJV For a multitude2 of the people,3 even many4 of Ephraim,5 and Manasseh,6 Issachar,7 and Zebulun,8 had not9 cleansed10 themselves, yet did they eat12 the passover14 otherwise than it was written.16 But Hezekiah prayed18 for them, saying,21 The good23 LORD22 pardon24 every one

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מַרְבִּ֣ית H4768 menigte, grootheid, overwinst greatest part, greatness, increase, multitude 3 הָעָ֡ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 רַ֠בַּת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 מֵֽאֶפְרַ֨יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 6 וּמְנַשֶּׁ֜ה H4519 Manasse Manasseh 7 יִשָּׂשכָ֤ר H3485 Issaschar Issachar 8 וּזְבֻלוּן֙ H2074 Zebulon Zebulun 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הִטֶּהָ֔רוּ H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 11 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 אָכְל֥וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַפֶּ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 15 בְּלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 כַכָּת֑וּב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 17 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 הִתְפַּלֵּ֨ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 19 יְחִזְקִיָּ֤הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 20 עֲלֵיהֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 22 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 23 הַטּ֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 24 יְכַפֵּ֥ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 25 בְּעַֽד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Die zijn ganseH3605 hartH3824 gerichtH3559 heeft, om GodH430 den HEEREH3068, den GodH430 zijner vaderenH1, te zoekenH1875, hoewelH3808 niet naar de reinigheidH2893 des heiligdomsH6944. Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.

KJV That prepareth3 his heart2 to seek4 God,5 the LORD6 God7 of his fathers,8 though he be not cleansed according to the purification10 of the sanctuary.11

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 לְבָב֣וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 3 הֵכִ֔ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 4 לִדְר֛וֹשׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 5 הָאֱלֹהִ֥ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 אֲבוֹתָ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 וְלֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 כְּטָהֳרַ֥ת H2893 reiniging, reinigheid [idiom] is cleansed, cleansing, purification(-fying) 11 הַקֹּֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de HEEREH3068 verhoordeH8085 JehizkiaH3169, en heeldeH7495 het volkH5971. En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.

KJV And the LORD2 hearkened1 to Hezekiah, and healed5 the people.7

1 וַיִּשְׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְחִזְקִיָּ֔הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 5 וַיִּרְפָּ֖א H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zo hielden de kinderen Israels, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest der ongezuurde broden, zeven dagen, met grote blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op dag, met sterk luidende instrumenten des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Zo hieldenH6213 de kinderenH1121 IsraelsH3478, die te JeruzalemH3389 gevondenH4672 werden, het feestH2282 der ongezuurdeH4682 broden, zevenH7651 dagenH3117, met groteH1419 blijdschapH8057. De LevietenH3881 nu en de priesterenH3548 prezenH1984 den HEEREH3068, dagH3117 op dagH3117, met sterk luidendeH5797 instrumentenH3627 des HEERENH3068. Zo hielden de kinderen Israels, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest der ongezuurde broden, zeven dagen, met grote blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op dag, met sterk luidende instrumenten des HEEREN.

KJV And the children2 of Israel3 that were present4 at Jerusalem5 kept1 the feast7 of unleavened bread8 seven9 days10 with great12 gladness:11 and the Levites17 and the priests18 praised13 the LORD14 day15 by day,16 singing with loud20 instruments19 unto the LORD.21

1 וַיַּעֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִ֠שְׂרָאֵל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 הַנִּמְצְאִ֨ים H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 5 בִּירוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 חַ֧ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 8 הַמַּצּ֛וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 9 שִׁבְעַ֥ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 10 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 בְּשִׂמְחָ֣ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 12 גְדוֹלָ֑ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 וּֽמְהַלְלִ֣ים H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 14 לַ֠יהוָה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 בְּי֞וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 הַלְוִיִּ֧ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 18 וְהַכֹּהֲנִ֛ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 19 בִּכְלֵי H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 20 עֹ֖ז H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 21 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Jehizkia sprak naar het hart van alle Levieten, die verstand hadden in de goede kennis des HEEREN; en zij aten de offeranden des gezetten hoogtijds zeven dagen, offerende dankofferen, en lovende den HEERE, den God hunner vaderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En JehizkiaH3169 sprakH1696 naar het hartH3820 van alleH3605 LevietenH3881, die verstandH7919 hadden in de goedeH2896 kennisH7922 des HEERENH3068; en zij atenH398 de offerandenH2077 des gezetten hoogtijdsH4150 zevenH7651 dagenH3117, offerendeH2076 dankofferenH8002, en lovendeH3034 den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1. En Jehizkia sprak naar het hart van alle Levieten, die verstand hadden in de goede kennis des HEEREN; en zij aten de offeranden des gezetten hoogtijds zeven dagen, offerende dankofferen, en lovende den HEERE, den God hunner vaderen.

KJV And Hezekiah spake1 comfortably4 unto all the Levites6 that taught7 the good9 knowledge8 of the LORD:10 and they did eat11 throughout the feast13 seven14 days,15 offering16 peace18 offerings,17 and making confession19 to the LORD20 God21 of their fathers.22

1 וַיְדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְחִזְקִיָּ֗הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 לֵב֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 7 הַמַּשְׂכִּילִ֥ים H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 8 שֵֽׂכֶל H7922 verstand, kennis, kloek verstand discretion, knowledge, policy, prudence, sense, understanding, wisdom, wise 9 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 10 לַיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 וַיֹּאכְל֤וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַמּוֹעֵד֙ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 14 שִׁבְעַ֣ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 15 הַיָּמִ֔ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 מְזַבְּחִים֙ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 17 זִבְחֵ֣י H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 18 שְׁלָמִ֔ים H8002 dankofferen, dankoffer, dankoffers peace offering 19 וּמִ֨תְוַדִּ֔ים H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 20 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 22 אֲבוֹתֵיהֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Als nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Als nu de ganseH3605 gemeenteH6951 raadH3289 gehouden had, om andere zevenH7651 dagenH3117 te houdenH6213, hieldenH6213 zij nog zevenH7651 dagenH3117 met blijdschapH8057. Als nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.

KJV And the whole assembly3 took counsel1 to keep4 other7 seven5 days:6 and they kept8 other seven9 days10 with gladness.11

1 וַיִּוָּֽעֲצוּ֙ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הַקָּהָ֔ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 4 לַעֲשׂ֕וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 שִׁבְעַ֥ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 6 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 אֲחֵרִ֑ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 8 וַיַּֽעֲשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 שִׁבְעַת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 10 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 שִׂמְחָֽה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente duizend varren en zeven duizend schapen; en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte geheiligd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 WantH3588 JehizkiaH2396, de koningH4428 van JudaH3063, gaf de gemeenteH6951 duizendH505 varrenH6499 en zevenH7651 duizendH505 schapenH6629; en de vorstenH8269 gavenH7311 de gemeenteH6951 duizendH505 varrenH6499 en tienH6235 duizendH505 schapenH6629; de priesterenH3548 nu hadden zich in menigteH7230 geheiligdH6942. Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente duizend varren en zeven duizend schapen; en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte geheiligd.

KJV For Hezekiah2 king3 of Judah4 did give5 to the congregation6 a thousand7 bullocks8 and seven9 thousand10 sheep;11 and the princes12 gave13 to the congregation14 a thousand16 bullocks15 and ten18 thousand19 sheep:17 and a great number22 of priests21 sanctified20 themselves.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 חִזְקִיָּ֣הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 3 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 יְ֠הוּדָה H3063 Juda Judah 5 הֵרִ֨ים H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 6 לַקָּהָ֜ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 7 אֶ֣לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 8 פָּרִים֮ H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 9 וְשִׁבְעַ֣ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 10 אֲלָפִ֣ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 צֹאן֒ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 12 וְהַשָּׂרִ֞ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 13 הֵרִ֤ימוּ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 14 לַקָּהָל֙ H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 15 פָּרִ֣ים H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 16 אֶ֔לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 17 וְצֹ֖אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 18 עֲשֶׂ֣רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 19 אֲלָפִ֑ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 20 וַיִּֽתְקַדְּשׁ֥וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 21 כֹהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 22 לָרֹֽב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele gemeente dergenen, die uit Israel gekomen waren; ook de vreemdelingen, die uit het land van Israel gekomen waren, en die in Juda woonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En de ganseH3605 gemeenteH6951 van JudaH3063 verblijddeH8055 zich, mitsgaders de priesterenH3548 en de LevietenH3881, en de geheleH3605 gemeenteH6951 dergenen, die uit IsraelH3478 gekomenH935 waren; ook de vreemdelingenH1616, die uit het landH776 van IsraelH3478 gekomenH935 waren, en die in JudaH3063 woondenH3427. En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele gemeente dergenen, die uit Israel gekomen waren; ook de vreemdelingen, die uit het land van Israel gekomen waren, en die in Juda woonden.

KJV And all the congregation3 of Judah,4 with the priests5 and the Levites,6 and all the congregation8 that came out9 of Israel,10 and the strangers11 that came out12 of the land13 of Israel,14 and that dwelt15 in Judah,16 rejoiced.1

1 וַֽיִּשְׂמְח֣וּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 קְהַ֣ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 4 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 5 וְהַכֹּהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 וְהַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 7 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הַקָּהָ֖ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 9 הַבָּאִ֣ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 מִיִּשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 וְהַגֵּרִ֗ים H1616 vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelings alien, sojourner, stranger 12 הַבָּאִים֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 וְהַיּוֹשְׁבִ֖ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 16 בִּיהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Zo wasH1961 er groteH1419 blijdschapH8057 te JeruzalemH3389; wantH3588 van de dagenH3117 van SalomoH8010, den zoonH1121 van DavidH1732, den koningH4428 van IsraelH3478, was desgelijks in JeruzalemH3389 nietH3808 geweest. Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.

KJV So there was great3 joy2 in Jerusalem:4 for since the time6 of Solomon7 the son8 of David9 king10 of Israel11 there was not the like in Jerusalem.14

1 וַתְּהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 שִׂמְחָֽה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 3 גְדוֹלָ֖ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 4 בִּֽירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 מִימֵ֞י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 שְׁלֹמֹ֤ה H8010 Salomo Solomon 8 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 דָּוִיד֙ H1732 David, Davids David 10 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 כָזֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 14 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Toen stondenH6965 de LevietischeH3881 priesterenH3548 op, en zegendenH1288 het volkH5971; en hun stemH6963 werd gehoordH8085; want hun gebedH8605 kwamH935 tot Zijn heiligeH6944 woningH4583 in den hemelH8064. Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.

KJV Then the priests2 the Levites3 arose1 and blessed4 the people:6 and their voice8 was heard,7 and their prayer10 came9 up to his holy12 dwelling place,11 even unto heaven.13

1 וַיָּקֻ֜מוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 הַכֹּהֲנִ֤ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 הַלְוִיִּם֙ H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 וַיְבָרֲכ֣וּ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 וַיִּשָּׁמַ֖ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 בְּקוֹלָ֑ם H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 וַתָּב֧וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 תְפִלָּתָ֛ם H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 11 לִמְע֥וֹן H4583 woning, Toevlucht, Vertrek den, dwelling((-) place), habitation 12 קָדְשׁ֖וֹ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 13 לַשָּׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 30:1 2 Kronieken 11:16 Exodus 12:3 2 Kronieken 25:7 1 Korinthe 5:7 2 Kronieken 30:10 2 Kronieken 11:13 Hosea 5:4 Hosea 11:8
2 Kronieken 30:2 Numeri 9:10 Prediker 4:13 2 Kronieken 30:15 1 Kronieken 13:1 Spreuken 11:14 2 Kronieken 30:13 Spreuken 15:22
2 Kronieken 30:3 2 Kronieken 29:34 Exodus 12:6 Exodus 12:18 2 Kronieken 29:17
2 Kronieken 30:4 1 Kronieken 13:4
2 Kronieken 30:5 Richteren 20:1 2 Kronieken 35:18 Esther 3:12 Leviticus 23:2 2 Kronieken 36:22 Daniël 4:1 Esther 8:8 Daniël 6:8
2 Kronieken 30:6 Esther 8:14 Jeremia 51:31 2 Koningen 15:19 Jeremia 4:1 Job 9:25 2 Koningen 15:29 2 Kronieken 28:20 Klaagliederen 5:21
2 Kronieken 30:7 2 Kronieken 29:8 Ezechiël 20:13 Zacharia 1:3
2 Kronieken 30:8 Exodus 32:9 2 Kronieken 29:10 Deuteronomium 10:16 2 Koningen 23:26 Psalmen 78:49 Psalmen 73:17 Jozua 24:15 Romeinen 6:22
2 Kronieken 30:9 Micha 7:18 Psalmen 106:46 Exodus 34:6 1 Koningen 8:50 Deuteronomium 30:2 Jesaja 55:7 Leviticus 26:40 Psalmen 86:5
2 Kronieken 30:10 2 Kronieken 36:16 2 Kronieken 30:6 Esther 3:15 Lukas 16:14 Job 9:25 Lukas 8:53 Nehemia 2:19 Lukas 22:63
2 Kronieken 30:11 2 Kronieken 30:18 2 Kronieken 30:21 2 Kronieken 30:25 1 Petrus 5:6 Daniël 5:22 Handelingen 17:34 Lukas 14:11 2 Kronieken 33:19
2 Kronieken 30:12 Filippenzen 2:13 Jeremia 32:39 Deuteronomium 4:2 Psalmen 110:3 Ezechiël 36:26 Ezra 7:27 2 Kronieken 29:36 2 Kronieken 29:25
2 Kronieken 30:13 Psalmen 84:7 2 Kronieken 30:2
2 Kronieken 30:14 2 Kronieken 28:24 2 Samuël 15:23 2 Kronieken 29:16 2 Kronieken 15:16 Johannes 18:1 Jesaja 2:18 2 Koningen 23:12 2 Koningen 18:22
2 Kronieken 30:15 2 Kronieken 29:34 Ezechiël 16:61 2 Kronieken 29:15 Exodus 19:10 2 Kronieken 30:24 2 Kronieken 31:18 Ezechiël 43:10 2 Kronieken 5:11
2 Kronieken 30:16 2 Kronieken 35:15 Deuteronomium 33:1 2 Koningen 11:14 2 Kronieken 35:10 Leviticus 1:5 Hebreeën 11:28
2 Kronieken 30:17 2 Kronieken 29:34 Exodus 12:6 2 Kronieken 35:3
2 Kronieken 30:18 Psalmen 86:5 1 Johannes 5:16 Exodus 12:43 Psalmen 25:8 2 Kronieken 6:21 Psalmen 119:68 Genesis 20:7 2 Kronieken 30:11
2 Kronieken 30:19 2 Kronieken 19:3 1 Samuël 7:3 Numeri 19:13 Psalmen 10:17 2 Kronieken 20:33 Job 11:13 Leviticus 15:31 Leviticus 22:3
2 Kronieken 30:20 Jakobus 5:15 Exodus 15:26 Psalmen 103:3
2 Kronieken 30:21 Exodus 12:15 Exodus 13:6 Deuteronomium 12:12 2 Kronieken 20:21 2 Kronieken 29:25 Nehemia 8:10 Psalmen 150:3 2 Kronieken 30:26
2 Kronieken 30:22 2 Kronieken 32:6 Nehemia 9:3 Ezra 10:11 Nehemia 8:7 2 Kronieken 17:9 Filippenzen 3:8 Johannes 17:3 Deuteronomium 33:10
2 Kronieken 30:23 1 Koningen 8:65 2 Kronieken 7:9
2 Kronieken 30:24 2 Kronieken 29:34 2 Kronieken 35:7 Efeze 4:8 2 Kronieken 30:3 1 Kronieken 29:3 Ezechiël 45:17
2 Kronieken 30:25 2 Kronieken 30:11 2 Kronieken 30:18 1 Kronieken 16:10 Psalmen 92:4 Psalmen 104:34 Exodus 12:43
2 Kronieken 30:26 2 Kronieken 7:8
2 Kronieken 30:27 Deuteronomium 26:15 Psalmen 68:5 Numeri 6:23 2 Kronieken 23:18 1 Koningen 8:30 Deuteronomium 10:8 Jesaja 57:15 Jesaja 66:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 30 vers 1

zond Jehizkia Te weten, boden of gezanten.

Hertaald: zond Jehizkia Namelijk: boden of gezanten.

ganse Israël en Juda, Te weten, dat onder zijn gebied stond. Zie boven, 2 Kron. 15:17 , en 2 Kron. 21:2 .

Hertaald: ganse Israël en Juda, Namelijk: dat onder zijn gezag stond. Zie hierboven 2 Kron. 15:17, en 2 Kron. 21:2.

Efraïm en Manasse, En de anderen der tien stammen, onder, vs.5, die nog in het land overgebleven waren, en van hem meer door vriendschap genodigd, dan, gelijk de anderen door autoriteit tot dit feest te verschijnen gelast werden.

Hertaald: Efraïm en Manasse, En de overigen van de tien stammen, hieronder vers 5, die nog in het land overgebleven waren, en door hem meer uit vriendschap uitgenodigd werden om dit feest bij te wonen, dan, zoals de anderen, door gezag daartoe verplicht.

pascha te houden Zie Lev. 23:5 .

Hertaald: pascha te houden Zie Lev. 23:5.

2 Kronieken 30 vers 2

oversten Dat is, raadsheren.

Hertaald: oversten Dat is: raadsheren.

ganse gemeente te Dat is, die de gehele gemeente representeerden als de gecommitteerden der priesters en de vaders der huisgezinnen, die te Jeruzalem woonden. Zie boven, 2 Kron. 19:8 .

Hertaald: ganse gemeente te Dat is: die de hele gemeente vertegenwoordigden als de gemachtigden van de priesters en de vaders van de huisgezinnen die in Jeruzalem woonden. Zie hierboven 2 Kron. 19:8.

in de tweede maand De ordinaire tijd van het paasfeest was de veertiende dag der eerste maand; Ex. 12:6 ; Num. 9:5 ; maar als er wettelijke verhindering voorviel, waardoor men het pasen niet kon houden op dien dag, zo moest men hetzelve houden een maand daarna dat is, op den veertienden der tweede maand, Num. 9:11 . Overmits nu de priesters en Levieten in de eerste maand waren bezig geweest met de reiniging des tempels, die zij niet volbrachten dan op den zestienden dag derzelve maand, boven, 2 Kron. 29:17 , zo hadden zij den ordinairen tijd niet kunnen onderhouden, en hebben daarom den extra-ordinairen verkoren, die een maand daarna verscheen.

Hertaald: in de tweede maand De gewone tijd voor het paasfeest was de veertiende dag van de eerste maand; Ex. 12:6; Num. 9:5; maar als er een wettige belemmering was waardoor men het pascha niet op die dag kon houden, moest men het een maand later houden, dat is: op de veertiende van de tweede maand, Num. 9:11. Omdat de priesters en Levieten in de eerste maand bezig waren geweest met het reinigen van de tempel, wat zij pas op de zestiende dag van die maand voltooiden, hierboven 2 Kron. 29:17, hadden zij de gewone tijd niet kunnen aanhouden en hebben zij daarom de buitengewone tijd gekozen, die een maand later viel.

2 Kronieken 30 vers 3

te dierzelfder tijd, Te weten, als zij bezig waren met den tempel te reinigen; welke tijd de ordinaire tijd was om het pasen te houden.

Hertaald: te dierzelfder tijd, Namelijk: toen zij bezig waren de tempel te reinigen; die tijd was de gewone tijd om het pascha te houden.

omdat de priesteren Twee oorzaken worden hier nog bij gesteld, om welke het pasen op den ordinairen tijd niet had kunnen gehouden zijn:<i>I.</i> omdat de priesters zelf in den tijd van de reiniging des tempels niet allen geheiligd, of de geheiligde niet ten volle geheiligd waren;<i>II.</i> omdat het volk alstoen van alle plaatsen, boven, vs.1 vermeld, nog niet verzameld was.

Hertaald: omdat de priesteren Hier worden nog twee redenen genoemd waarom het pascha niet op de gewone tijd gehouden kon worden: I. omdat de priesters zelf in de tijd van de reiniging van de tempel niet allemaal geheiligd waren, of de geheiligden niet volledig geheiligd waren; II. omdat het volk toen nog niet vanuit alle plaatsen, hierboven in vers 1 genoemd, verzameld was.

2 Kronieken 30 vers 5

stelden Of, besloten zij. Hebreeuws, deden het woord, of de zaak slaan.

Hertaald: stelden Of: besloten zij. Hebreeuws: lieten het woord, of de zaak, doorgaan.

stem Te weten, der uitroeping, of proclamatie. Alzo Ex. 36:6 . In de plaats van het woord stem wordt uitroeping gesteld, 1 Kon. 22:36 .

Hertaald: stem Namelijk: van de uitroeping, of proclamatie. Zo ook Ex. 36:6. In plaats van het woord stem wordt uitroeping gebruikt, 1 Kon. 22:36.

van Ber-seba tot Dan, Dat is, van het zuideinde van het land Kanaän tot het noordeinde. Zie Richt. 20:1 ; 1 Kon. 4:25 .

Hertaald: van Ber-seba tot Dan, Dat is: van het zuideinde van het land Kanaän tot het noordeinde. Zie Richt. 20:1; 1 Kon. 4:25.

gelijk het Of, voorgeschreven was, dat is, gelijk de Heere dat in zijn wet verordend en bevolen had; alzo onder, vs.18.

Hertaald: gelijk het Of: voorgeschreven was, dat is: zoals de HEERE dat in Zijn wet verordend en geboden had; zo ook hieronder vers 18.

2 Kronieken 30 vers 6

lopers Dat is, de posten, of boden; alzo onder, vs.10.

Hertaald: lopers Dat is: de bodes, of boden; zo ook hieronder vers 10.

Zich keren God alzo wordt gezegd zich te keren tot de mensen, als Hij hun genadig is, tot hen komende met zijn weldaden, van welke Hij scheen gescheiden te zijn door zijn straffen; Ps. 90:13 ; Zach. 1:3 .

Hertaald: Zich keren Van God wordt zo gezegd dat Hij Zich tot de mensen keert wanneer Hij hun genadig is en met Zijn weldaden tot hen komt, waarvan Hij door Zijn straffen leek gescheiden te zijn; Ps. 90:13; Zach. 1:3.

ontkomenen, Hebreeuws, ontkoming. Alzo 2 Kon. 19:30-31 ; zie de aantekening.

Hertaald: ontkomenen, Hebreeuws: ontkoming. Zo ook 2 Kon. 19:30-31; zie de aantekening.

der koningen Namelijk, van Phul; 2 Kon. 15:19 ; 1 Kron. 5:26 , en Tiglath-Pileser; 2 Kon. 15:29 , en boven, 2 Kron. 28:20 .

Hertaald: der koningen Namelijk: van Pul; 2 Kon. 15:19; 1 Kron. 5:26, en Tiglath-Pileser; 2 Kon. 15:29, en hierboven 2 Kron. 28:20.

2 Kronieken 30 vers 7

tot verwoesting Vergelijk boven, 2 Kron. 29:8 .

Hertaald: tot verwoesting Vergelijk hierboven 2 Kron. 29:8.

2 Kronieken 30 vers 8

Verhardt Zie van deze manier van spreken Ex. 32:9 .

Hertaald: Verhardt Zie over deze manier van spreken Ex. 32:9.

geeft den HEERE Dat is, weest hem gehoorzaam en getrouw; bij gelijkenis gesproken, gelijk handgeving bij de mensen alzo gebruikt wordt. Alzo 1 Kron. 29:24 ; Ezra 10:19 ; Jer. 50:15 . Sommigen nemen het in dezen zin: Geeft den HEERE de hand; dat is, geeft Hem de eer van zijn macht.

Hertaald: geeft den HEERE Dat is: wees Hem gehoorzaam en trouw; op beeldende wijze gezegd, zoals handgift bij mensen zo gebruikt wordt. Zo ook 1 Kron. 29:24; Ezra 10:19; Jer. 50:15. Sommigen nemen het in deze zin: geef de HEERE de hand; dat is: geef Hem de eer van Zijn macht.

Zijn heiligdom, Dat is, tot zijn tempel, waar zij moesten verschijnen in het voorhof des volks.

Hertaald: Zijn heiligdom, Dat is: naar Zijn tempel, waar zij moesten verschijnen in het voorhof van het volk.

geheiligd Zie Lev. 8:10 .

Hertaald: geheiligd Zie Lev. 8:10.

eeuwigheid, Zie Gen. 13:15 .

Hertaald: eeuwigheid, Zie Gen. 13:15.

2 Kronieken 30 vers 9

uw broederen Zie boven op het einde van vs.6.

Hertaald: uw broederen Zie hierboven aan het einde van vers 6.

barmhartigheid Hebreeuws, ter barmhartigheid zijn.

Hertaald: barmhartigheid Hebreeuws: tot barmhartigheid zijn.

2 Kronieken 30 vers 10

zij belachten hen, Namelijk, de Israëlieten.

Hertaald: zij belachten hen, Namelijk: de Israëlieten.

2 Kronieken 30 vers 11

van Aser, Dat is, van de stammen van Aser en Manasse, enz.

Hertaald: van Aser, Dat is: van de stammen Aser en Manasse, enzovoort.

2 Kronieken 30 vers 12

de hand Gods Dat is, de krachtige werking Gods. De zin is dat God door zijn Geest in hun harten krachtiglijk gewrocht heeft een goede genegenheid om dit godvruchtig bevel des konings te gehoorzamen.

Hertaald: de hand Gods Dat is: de krachtige werking van God. De betekenis is dat God door Zijn Geest krachtig in hun harten een goede gezindheid heeft gewerkt om dit godvruchtige gebod van de koning te gehoorzamen.

hart gevende, Dat is, genegenheid, wil, voornemen. Vergelijk 1 Kron. 12:17 ; Jer. 32:39 ; Hand. 4:32 .

Hertaald: hart gevende, Dat is: gezindheid, wil, voornemen. Vergelijk 1 Kron. 12:17; Jer. 32:39; Hand. 4:32.

het woord Te weten, door hetwelk geboden was dat men het paasfeest onderhouden zou; Ex. 12:6 ; Lev. 23:5 ; Num. 9:5 .

Hertaald: het woord Namelijk: waardoor geboden was dat men het paasfeest zou onderhouden; Ex. 12:6; Lev. 23:5; Num. 9:5.

2 Kronieken 30 vers 13

tweede maand, Zie boven, vs.2.

Hertaald: tweede maand, Zie hierboven vers 2.

zeer grote Hebreeuws, in, of tot menigte zeer.

Hertaald: zeer grote Hebreeuws: in, of tot een zeer grote menigte.

2 Kronieken 30 vers 14

altaren Versta, de afgodische altaren, die Achaz, tegen het woord Gods, hier en daar op de straten te Jeruzalem opgericht had, om daarop den afgoden beesten te offeren; 2 Kron. 28:24 .

Hertaald: altaren Versta hieronder de afgodische altaren, die Achaz, tegen het woord van God in, hier en daar op de straten van Jeruzalem had opgericht om daarop dieren aan de afgoden te offeren; 2 Kron. 28:24.

rooktuig Als rookvaten, pannen, schalen. Anders, rookaltaren; of rookplaatsen.

Hertaald: rooktuig Zoals rookvaten, pannen, schalen. Anders: rookaltaren; of rookplaatsen.

2 Kronieken 30 vers 15

pascha, Dat is, het paaslam. Zie Ex. 12:21 .

Hertaald: pascha, Dat is: het paaslam. Zie Ex. 12:21.

de priesters Namelijk, die zich tevoren niet gereinigd hadden. Zie boven, 2 Kron. 29:34 , en hier vs.3.

Hertaald: de priesters Namelijk: die zich eerder niet gereinigd hadden. Zie hierboven 2 Kron. 29:34, en hier vers 3.

beschaamd Te weten, over hun onachtzaamheid, ziende dat de ijver niet alleen van hun metgezellen, maar ook van de gemeente meerder in deze zaak was dan de hunne.

Hertaald: beschaamd Namelijk: over hun onachtzaamheid, ziende dat de ijver niet alleen van hun collega's, maar ook van de gemeente groter was dan die van henzelf.

geheiligd, Zie boven, 2 Kron. 29:5 .

Hertaald: geheiligd, Zie hierboven 2 Kron. 29:5.

2 Kronieken 30 vers 16

in hun stand, Dat is, in hun behoorlijke plaatsen, die hun van God verordend waren. Vergelijk onder, 2 Kron. 35:10 .

Hertaald: in hun stand, Dat is: op hun juiste plaatsen, die hun door God waren toegewezen. Vergelijk hieronder 2 Kron. 35:10.

2 Kronieken 30 vers 17

daarom De zin is, alzo elk vader des huisgezins zijn paaslam in zijn huis moest slachten, Ex. 12:3 , en dat velen daartoe zich niet geheiligd hadden, dat de Levieten dit werk in hun plaats hebben moeten doen.

Hertaald: daarom De betekenis is dat, omdat elke huisvader zijn eigen paaslam in zijn huis moest slachten, Ex. 12:3, en velen zich daarvoor niet geheiligd hadden, de Levieten dit werk in hun plaats hebben moeten doen.

der paaslammeren, Hebreeuws, Pesachim; dat is, der voorbijgangen, of der overschreden. Versta, de lammeren, die tot gedachtenis van het voorbijgaan, of overschrijden des engels geslacht werden; Ex. 12:13 .

Hertaald: der paaslammeren, Hebreeuws: Pesachim; dat is: van de voorbijgangen, of overschrijdingen. Versta hieronder de lammeren die geslacht werden ter herinnering aan het voorbijgaan, of overschrijden, van de engel; Ex. 12:13.

2 Kronieken 30 vers 18

niet gelijk Zie boven, vs.5.

Hertaald: niet gelijk Zie hierboven vers 5.

make Hij bidt dat de Heere hun hunne onreinheid vergeve, en dat Hij de geestelijke heiligmaking, door zijnen Geest in hen werke. Anders, verzoene in eeuwigheid allen die zijn hart, enz.

Hertaald: make Hij bidt dat de HEERE hun onreinheid vergeeft en dat Hij door Zijn Geest de geestelijke heiliging in hen werkt. Anders: verzoene voor eeuwig allen die zijn hart, enzovoort.

2 Kronieken 30 vers 19

gericht heeft, Zie boven, 2 Kron. 19:3 .

Hertaald: gericht heeft, Zie hierboven 2 Kron. 19:3.

reinigheid Versta, de ceremoniëele, welke hier onderscheiden wordt van de morele, bestaande in een vast voornemen des harten om God te zoeken.

Hertaald: reinigheid Versta hieronder de ceremoniële reinheid, die hier onderscheiden wordt van de morele, die bestaat uit een vast voornemen van het hart om God te zoeken.

2 Kronieken 30 vers 20

heelde het volk Dat is, Hij vergaf hetzelve zijn zonden, en heiligde door zijn Geest, en strafte niet om zijn ceremoniëele onreinheid. Anderen verstaan dit van de genezing ener lichamelijke krankheid, die God het volk zou toegezonden hebben omdat het zich niet gereinigd had. Vergelijk 1 Kor. 11:30 .

Hertaald: heelde het volk Dat is: Hij vergaf het volk zijn zonden, heiligde het door Zijn Geest en strafte het niet om zijn ceremoniële onreinheid. Anderen betrekken dit op de genezing van een lichamelijke ziekte, die God het volk zou hebben toegezonden omdat het zich niet gereinigd had. Vergelijk 1 Kor. 11:30.

2 Kronieken 30 vers 21

gevonden werden, Dat is, voorhanden en tot dit feest gekomen waren.

Hertaald: gevonden werden, Dat is: aanwezig en voor dit feest gekomen waren.

dag op dag, Dat is, zolang als het feest duurde. Alzo onder, 2 Kron. 31:1 .

Hertaald: dag op dag, Dat is: zolang het feest duurde. Zo ook hieronder 2 Kron. 31:1.

met sterk Hebreeuws, met instrumenten der sterkte; dat is, die een groot geluid gaven, hoedanig is het geklank der trompetten. Anders, [lovende] met instrumenten de kracht des HEEREN.

Hertaald: met sterk Hebreeuws: met instrumenten van de kracht; dat is: die een luid geluid gaven, zoals het geklank van de trompetten. Anders: [lovende] met instrumenten de kracht van de HEERE.

2 Kronieken 30 vers 22

naar het hart Dat is, dat hun aangenaam en lief om te horen was. Zie Gen. 34:3 .

Hertaald: naar het hart Dat is: wat hun aangenaam en fijn was om te horen. Zie Gen. 34:3.

die verstand Dat is, van de zaken, die tot den dienst des Heeren behoorden. Anders, die de goede kennis des Heeren onderwezen, of die op de goede kennis des Heeren acht gaven.

Hertaald: die verstand Dat is: van de zaken die tot de dienst van de HEERE behoorden. Anders: die de goede kennis van de HEERE onderwezen, of die op de goede kennis van de HEERE letten.

zij aten Te weten, die het paasfeest hielden. Hebreeuws, zij aten den gezetten hoogtijd; dat is, de offeranden, die op den feestdag gegeten moesten worden. Alzo 2 Kron. 18:31 , zijn wijnstok en zijn vijgeboom eten, is de vrucht daarvan eten.

Hertaald: zij aten Namelijk: zij die het paasfeest hielden. Hebreeuws: zij aten het vastgestelde feest; dat is: de offers die op de feestdag gegeten moesten worden. Zo betekent in 2 Kron. 18:31 zijn wijnstok en zijn vijgenboom eten: de vrucht ervan eten.

2 Kronieken 30 vers 24

gaf de gemeente Hebreeuws, hief op voor de gemeente; alzo in het volgende; dat is, gaf, of schonk der gemeente om geofferd te worden; alzo Num. 31:28 ; 2 Kron. 35:7-8 ,. De zin is dat deze beesten van den koning en zijn vorsten der gemeente geschonken worden, tot dankoffers voor dezelve, waarvan zij dan ook hun deel hadden, om dat met vrolijkheid voor den Heere te eten.

Hertaald: gaf de gemeente Hebreeuws: hief op voor de gemeente; zo ook in het vervolg; dat is: gaf, of schonk aan de gemeente om geofferd te worden; zo ook Num. 31:28; 2 Kron. 35:7-8. De betekenis is dat deze dieren door de koning en zijn vorsten aan de gemeente geschonken werden als dankoffers, waarvan zij dan ook hun deel kregen om dat met vreugde voor de HEERE te eten.

hadden zich Te weten, omdat zij mochten bekwaam zijn om de voorgemelde beesten den Heere te offeren.

Hertaald: hadden zich Namelijk: omdat zij geschikt moesten zijn om de eerder genoemde dieren aan de HEERE te offeren.

2 Kronieken 30 vers 25

Israël Uit de tien stammen. Zie boven, vs.11, 18.

Hertaald: Israël Uit de tien stammen. Zie hierboven vers 11, 18.

de vreemdelingen, Die van afkomst geen Israëlieten noch Joden waren, maar evenwel tot den waren God bekeerd en besneden waren, en alzo het volk Gods ingelijfd. Anders hadden zij van het pascha niet mogen eten; Ex. 12:48 .

Hertaald: de vreemdelingen, Die van afkomst geen Israëlieten of Joden waren, maar toch tot de ware God bekeerd en besneden waren en zo bij het volk van God ingelijfd. Anders hadden zij niet van het pascha mogen eten; Ex. 12:48.

2 Kronieken 30 vers 26

van de dagen Welverstaande, die uitgesloten zijnde, dat is, van den tijd van Rehabeam af, in welken Israël zich van Juda afgescheurd en geen zulk paasfeest daarmede gehouden had.

Hertaald: van de dagen Wel te verstaan: die uitgesloten, dat is: vanaf de tijd van Rehabeam, waarin Israël zich van Juda had afgescheurd en er geen zo'n paasfeest mee gehouden had.

2 Kronieken 30 vers 27

Levietische Dat is, afkomstig van Levi.

Hertaald: Levietische Dat is: afkomstig van Levi.

zegenden Naar uitwijzen van den last den priesters gegeven; Num. 6:23 .

Hertaald: zegenden Naar de opdracht die aan de priesters gegeven was; Num. 6:23.

werd gehoord; Te weten, van God, en dat volgens zijn beloften; Num. 6:27 .

Hertaald: werd gehoord; Namelijk: door God, en dat overeenkomstig Zijn beloften; Num. 6:27.

tot Zijn heilige woning Hebreeuws, tot de woning zijner heiligheid; te weten, des Heeren, dat is, tot zijn heilige woning.

Hertaald: tot Zijn heilige woning Hebreeuws: tot de woning van Zijn heiligheid; namelijk van de HEERE, dat is: tot Zijn heilige woning.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jehizkia (zoon van Sallum)  — de HEERE is mijn sterkte

Een hoofd van Efraïm, die zich tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12). Niet te verwarren met koning Hizkia van Juda.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Geeft den HEERE de hand  — Hizkia nodigt ook de overgebleven stammen van het noorden uit voor het pascha te Jeruzalem: "Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom" (2 Kron. 30:8)

Hizkia zendt boden door heel Israël en Juda, met brieven tot Efraïm en Manasse, om pascha te houden in Jeruzalem (2 Kron. 30:1). Het feest wordt met instemming van de gemeente een maand uitgesteld, omdat de priesters zich nog niet genoeg geheiligd hadden en het volk niet bijeen was (2 Kron. 30:2-4). Zo gaat er een oproep uit van Ber-séba tot Dan, want in lang was het pascha niet gehouden zoals het geschreven stond (2 Kron. 30:5; het pascha zelf is reeds behandeld bij Pascha, Ex. 12). De brief roept op tot bekering tot de God van Abraham, Izak en Israël, met de belofte dat Hij Zich zal keren tot de ontkomenen die uit de hand van Assyrië zijn overgebleven (2 Kron. 30:6). Zij moeten niet zijn als hun vaderen, die overtreden hebben en tot verwoesting zijn overgegeven (2 Kron. 30:7). Wie zich bekeert, mag rekenen op barmhartigheid, ook voor de weggevoerde broeders en kinderen, want de HEERE is genadig en barmhartig (2 Kron. 30:9). De ontvangst is bitter: de lopers trekken van stad tot stad, en men lacht hen uit en bespot hen (2 Kron. 30:10). Toch verootmoedigen sommigen uit Aser, Manasse en Zebulon zich en komen naar Jeruzalem (2 Kron. 30:11). In Juda zelf werkte de hand Gods, die het volk één hart gaf om te doen wat de koning en de vorsten geboden hadden (2 Kron. 30:12).

Bijbelse betekenis: Deze uitnodiging gaat naar het rijk dat generaties lang de kalveren gediend had en dat inmiddels grotendeels weggevoerd was. Hizkia had het kunnen laten bij zijn eigen land; hij zoekt de rest van de broeders op. Wat hij aanbiedt is niet een verdrag maar een terugkeer, en de grond ervan is niet dat zij het verdienen maar dat God genadig en barmhartig is. Het onthaal is intussen leerzaam voor ieder die met een goede boodschap komt. Men lachte de lopers uit. Toch werd de tocht niet vergeefs, want sommigen verootmoedigden zich; en de Schrift telt die enkelen. Ten slotte staat er iets dat de eer bij de koning weghaalt: dat het in Juda goed ging, kwam doordat de hand Gods hun één hart gaf. Zonder dat blijft de beste oproep een brief.

Typologie: De Heere Jezus schilderde dezelfde onverschilligheid bij de bruiloftsnodiging: "Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap" (Matt. 22:5). En de grond waarop Hizkia's brief pleit, is de Naam die God van Zichzelf uitriep: "HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid" (Ex. 34:6).

2 Kron. 30:1-12; Ex. 12; Matt. 22:5; Ex. 34:6

De HEERE, die goed is, make verzoening  — voor de menigte die het pascha at zonder zich naar het voorschrift gereinigd te hebben, bidt Hizkia: "De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien. Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms" (2 Kron. 30:18-19)

Op de veertiende dag van de tweede maand wordt het pascha geslacht (2 Kron. 30:15). Priesters en Levieten waren beschaamd geworden en hadden zich alsnog geheiligd. Zij staan op hun plaats naar de wet van Mozes, en de priesters sprengen het bloed dat zij uit de hand van de Levieten ontvangen (2 Kron. 30:16). Een deel van de gemeente had zich echter niet geheiligd, en daarom slachtten de Levieten de paaslammeren voor allen die niet rein waren (2 Kron. 30:17). Velen uit Efraïm, Manasse, Issaschar en Zebulon aten het pascha niet zoals geschreven is (2 Kron. 30:18). Hizkia bidt dan voor hen, en de grond die hij aanvoert is niet dat het voorschrift onbelangrijk zou zijn, maar dat hun hart op het zoeken van God gericht was (2 Kron. 30:19). De HEERE verhoorde Hizkia en heelde het volk (2 Kron. 30:20). Het feest duurde zeven dagen met grote blijdschap, en de gemeente besloot er nog zeven dagen aan toe te voegen (2 Kron. 30:21-23). Zo groot was de blijdschap te Jeruzalem, dat er sinds de dagen van Salomo niets dergelijks geweest was (2 Kron. 30:26). De priesters zegenden het volk, en hun gebed kwam tot Gods heilige woning in de hemel (2 Kron. 30:27).

Bijbelse betekenis: Deze plaats moet in twee richtingen tegelijk gelezen worden. Zij zegt niet dat de voorschriften er niet toe doen, want de tekst noteert nadrukkelijk dat men at niet gelijk geschreven is; het was een gebrek en het wordt ook zo genoemd. Maar zij zegt evenmin dat God een oprecht hart afwijst omdat de vorm gebrekkig was. Er wordt gebeden om verzoening, en die verzoening wordt gegeven; het gebrek wordt niet weggepraat maar bedekt. Daarin ligt de troost van dit gedeelte voor ieder die het beter wil doen dan hij kan. Tegelijk ligt hier een waarschuwing tegen het misbruik van dat troostwoord. Het geldt mensen van wie gezegd wordt dat zij hun ganse hart gericht hadden om God te zoeken, en niet mensen die de voorschriften laten liggen omdat het toch om het hart gaat. Dat de HEERE het volk daarop heelde, verbindt de zaak bovendien aan meer dan een formaliteit: er was werkelijk iets te helen.

Typologie: Hetzelfde onderscheid tussen wat men ziet en wat God ziet, klonk bij de zalving van David: "want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan" (1 Sam. 16:7). En de psalm noemt het offer dat nooit door een gebrek in de vorm bedorven wordt: "De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten" (Ps. 51:19).

2 Kron. 30:15-27; 1 Sam. 16:7; Ps. 51:19

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De HEERE make verzoening voor dien — 30:15-20

Het offer en de plaatsvervanging niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Hizkia laat na jaren van afgoderij het pascha weer houden, en hij nodigt ook de stammen van het weggevoerde noorden uit. Zij komen — maar zij komen zoals zij zijn, zonder de reiniging die de wet vraagt.

Een menigte eet het pascha op een manier die niet mag, en de koning bidt of God er verzoening voor wil doen.

**De opzet.** Het feest is een maand te laat, de priesters zijn onvoorbereid, en het volk komt uit stammen die al generaties niet meer in Jeruzalem geweest zijn. Alles wat er misgaan kan, gaat mis.

**Het probleem.** Er staat het onomwonden: velen van Efraïm en Manasse, Issaschar en Zebulon “hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is.” Naar de wet stond daar iets op. Zij aten van het offer met onreine handen.

**Wat de koning doet.** Hij stuurt hen niet weg en hij doet ook niet alsof er niets aan de hand is. Hij bidt: “De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien. Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.”

Daar staat een onderscheid dat de hele plaats draagt, en de kanttekening wijst het aan: het gaat om de ceremoniële reinheid, en die wordt hier onderscheiden van het vaste voornemen van het hart om God te zoeken.

**Het antwoord.** Eén zin, en er staat geen voorwaarde bij: “En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.”

**Waarom dit bij het offer hoort.** Het pascha was het offer waar men niet omheen kon: bloed aan de deurpost, een lam zonder gebrek, en regels over wie eten mocht. En juist bij dat offer wordt hier zichtbaar dat het niet de reinheid van de eter was die redde. Er wordt gebeden om verzoening — en die wordt gegeven.

Dat is het punt waar dit hoofdstuk op uitloopt. Wie later schrijft dat ons Pascha voor ons geslacht is, namelijk Christus, zegt hetzelfde van de andere kant: het lam maakt schoon, en niet andersom. Hier bidt een koning daarom vooruit, en hij krijgt antwoord.

  1. Exodus 12:13 — Het pascha begint met bloed aan de deurpost.
  2. Exodus 12:48 — En met regels over wie ervan eten mag.
  3. 2 Kronieken 30:18 — Een menigte eet ervan zonder zich gereinigd te hebben.
  4. 2 Kronieken 30:18 — De koning bidt om verzoening in plaats van hen weg te sturen.
  5. 2 Kronieken 30:20 — En de HEERE verhoort hem en heelt het volk.
  6. 1 Korinthiers 5:7 — Ons Pascha is geslacht: het lam reinigt de eter.

In het Nieuwe Testament: Exodus 12:48; Numeri 9:10-11; 1 Korinthiers 5:7; Hebreeën 9:14; 1 Samuël 16:7; Psalm 51:19

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. Wat hier gebeurt is geen afschaffing van de wet op de reinheid: de tekst noemt de overtreding en zij wordt niet goedgepraat, er wordt om verzoening gebeden. De kanttekening laat open of het helen van het volk vergeving betekent, dan wel het uitblijven van een lichamelijke straf.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

2 Kronieken 30

2 Kronieken 30:18-19.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3Psalmen 86:51 Johannes 5:16Exodus 12:43Psalmen 25:82 Kronieken 6:21Psalmen 119:68Genesis 20:7
— Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien. Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.
Het mag ons tot grote vreugde zijn dat wij niet onder de ceremoniële wet dienen en niet binnen de wettische huishouding leven. De wettische huishouding hield het volk een menigte schaduwen en beelden voor, en legde daarom vele regels en gebruiken vast; en die werden bekrachtigd met zo plechtige en verschrikkelijke straffen dat het volk in gestadige vrees leefde te overtreden, en de gehoorzaamheid lastig vond vanwege de zwakheid van zijn vlees en de onbekeerdheid van zijn gemoed.

Wij zijn niet onder de wet, en toch zijn wij niet zonder de wet van Christus. En wat de inzettingen van de doop en het avondmaal des Heeren betreft — het voorrecht van de vrijgemaakten des Heeren, een orde van het huis des Heeren en een tucht van Zijn huisgezin — die mogen door het liefhebbende kind volstrekt niet ter zijde gesteld worden. Wij zijn geen slaven die de zweep vrezen, maar wij zijn zonen die een kinderlijke vrees hebben om onze hemelse Vader te bedroeven.

De regels over het pascha en het rechte houden van dat hoge feest waren duidelijk en bepaald, en die te breken zou een grote belediging van de God van Israël geweest zijn. Deze regels eisten een zekere ceremoniële reinheid van allen die van het paaslam aten, en wie verontreinigd waren werden teruggehouden, zodat zij de offerande des Heeren niet op de bestemde tijd konden brengen. De heilige handeling moest niet in achteloze vormendienst gevierd worden, maar met een zorgvuldig uitzuiveren van het oude zuurdeeg, opdat zij het feest recht zouden houden.

Aangaande het gedachtenismaal des Heeren hebben wij geen voorschrift over het brood of de wijn, en geen bepaling over de houding of de wijze van handelen. Maar wij doen wel enkele wenken met liefdevolle zorg te volgen. Wanneer wij bijvoorbeeld tot deze tafel des Heeren komen, behoort dat niet te gebeuren zonder een voorbereiding van het hart daartoe: Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker (1 Kor. 11:28). Oneerbiedig te komen, of met een verkeerde bedoeling, is zich de veroordeling te verzekeren. Ledig en achteloos te komen is de zegen te verliezen. Wij behoren tot de tafel te naderen met een hart vol nederigheid, dankbaarheid, geloof en verwachting. Wij behoren het brood en de wijn te ontvangen met een oprecht verlangen naar de gemeenschap met Christus, met tedere liefde tot Zijn gezegende Persoon en met grote vreugde in Zijn volbrachte werk. Nemen wij zo niet deel aan het heilige maal, dan zullen wij het hoge doel ervan missen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Ter overdenking

Toen haar man haar vroeg, bij haar terugkeer uit het huis van God eerder dan gewoonlijk: “Vrouw, is de preek helemaal uit?” — toen zei de Schotse vrouw: “Nee, Donald. Zij is helemaal geségd, maar er is nog niet eens een begin gemaakt met het dóen ervan.”

Er lag wijsheid in dat kernachtige woord — een wijsheid die wij maar al te vaak vergeten. Het bidden is het einddoel van het prediken. Hervorming, bekering, wedergeboorte — dát zijn de einddoelen van de bediening; en een heilig leven behoort de vrucht te zijn van onze eerbiedige eredienst.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content