Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna zondH7971JehizkiaH3169 tot het ganseH3605IsraelH3478 en JudaH3063, en schreefH3789ookH1571brievenH107 tot EfraimH669 en ManasseH4519, dat zij zouden komenH935 tot het huisH1004 des HEERENH3068 te JeruzalemH3389, om den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478, paschaH6453 te houdenH6213.Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden.
KJVAnd Hezekiahsent1to all Israel5and Judah,6and wrote9letters8also to Ephraim11and Manasseh,12that they should come13to the house14of the LORD15at Jerusalem,16to keep17the passover18unto the LORD19God20of Israel.21
1וַיִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְחִזְקִיָּ֜הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5יִשְׂרָאֵ֣לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וִֽיהוּדָ֗הH3063JudaJudah7וְגַֽםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8אִגְּרוֹת֙H107brieven, briefletter9כָּתַב֙H3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11אֶפְרַ֣יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites12וּמְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh13לָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16בִּֽירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem17לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18פֶּ֔סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)19לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty21יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Want de koningH4428 had raadH3289 gehouden met zijn overstenH8269 en de ganseH3605gemeenteH6951 te JeruzalemH3389, om het paschaH6453 te houdenH6213, in de tweedeH8145maandH2320.Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.
KJVFor the king2had taken counsel,1and his princes,3and all the congregation5in Jerusalem,6to keep7the passover8in the second10month.9
1וַיִּוָּעַ֨ץH3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3וְשָׂרָ֛יוH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַקָּהָ֖לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude6בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8הַפֶּ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)9בַּחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10הַשֵּׁנִֽיH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
3Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Want zij hadden het niet kunnen houdenH6213 te dierzelfderH1931tijdH6256, omdatH3588 de priesterenH3548 zich niet genoegH4078geheiligdH6942 hadden, en het volkH5971 zich niet verzameldH622 had te JeruzalemH3389.Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.
KJVFor they could3not keep4it at that time,5because the priests8had not sanctified10themselves sufficiently,12neither had the people13gathered themselves together15to Jerusalem.16
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יָכְל֛וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer4לַעֲשֹׂת֖וֹH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6הַהִ֑יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הַכֹּהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הִתְקַדְּשׁ֣וּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly11לְמַH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12דַּ֔יH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when13וְהָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נֶאֶסְפ֥וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw16לִֽירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En deze zaakH1697 was rechtH3474 in de ogen des koningsH4428, en in de ogen der ganse gemeenteH6951.En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.
Ook in dit vers
ogenH3605
ogenH5869
KJVAnd the thing2pleased1the king4and all the congregation.7
5Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zo steldenH5975 zij zulks, dat men een stemH6963 door gansH3605IsraelH3478, van Ber-sebaH884totH5704 Dan, zou laten doorgaanH5674, opdat zij zouden komenH935 om het paschaH6453 den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478, te houdenH6213 in JeruzalemH3389; wantH3588 zij hadden het in langH7230nietH3808 gehouden, gelijk het geschrevenH3789 was.Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was.
KJVSo they established1a decree2to make proclamation3throughout all Israel,6from Beersheba7even to Dan,10that they should come11to keep12the passover13unto the LORD14God15of Israel16at Jerusalem:17for they had not done21it of a long20time in such sort as it was written.22
1וַיַּֽעֲמִ֣ידוּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2דָבָ֗רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3לְהַעֲבִ֨ירH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4ק֤וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7מִבְּאֵֽרH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah8שֶׁ֣בַעH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah9וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10דָּ֔ןH1835DanDaniel11לָב֞וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13פֶּ֛סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)14לַיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֵֽיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem18כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20לָרֹ֛בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)21עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22כַּכָּתֽוּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)
6De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6De lopersH7323 dan gingenH3212 henen met de brievenH107 van de hand des koningsH4428 en zijner vorstenH8269, door gansH3605IsraelH3478 en JudaH3063, en naar het gebodH4687 des koningsH4428, zeggendeH559: Gij, kinderenH1121IsraelsH3478, bekeertH7725 u totH413 den HEEREH3068, den GodH430 van AbrahamH85, IzakH3327 en IsraelH3478, zo zal Hij Zich kerenH7725totH413 de ontkomenenH6413, die ulieden overgeblevenH7604 zijn uit de hand der koningenH4428 van AssyrieH804.De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie.
Ook in dit vers
handH3027
handH3709
KJVSo the posts2went1with the letters3from4the king5and his princes6throughout all Israel8and Judah,9and according to the commandment10of the king,11saying,12Ye children13of Israel,14turn again15unto the LORD17God18of Abraham,19Isaac,20and Israel,21and he will return22to the remnant25of you, that are escaped24out of the hand27of the kings28of Assyria.29
1וַיֵּלְכוּ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2הָרָצִ֨יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post3בָּֽאִגְּר֜וֹתH107brieven, briefletter4מִיַּ֧דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וְשָׂרָ֗יוH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וִֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah10וּכְמִצְוַ֥תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept11הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15שׁ֚וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19אַבְרָהָם֙H85Abraham, Abrahams, zoonAbraham20יִצְחָ֣קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)21וְיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael22וְיָשֹׁב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24הַפְּלֵיטָ֔הH6413ontkomen, ontkoming, ontkomenendeliverance, (that is) escape(-d), remnant25הַנִּשְׁאֶ֣רֶתH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest26לָכֶ֔ם27מִכַּ֖ףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon28מַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal29אַשּֽׁוּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)
7En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En zijt nietH408 als uw vadersH1 en als uw broedersH251, dieH834 tegen den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1, overtredenH4603 hebben; waarom Hij hen tot verwoestingH8047overgegevenH5414 heeft, gelijk als gijH859zietH7200.En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet.
KJVAnd be not ye like your fathers,3and like your brethren,4which trespassed6against the LORD7God8of their fathers,9who therefore gave them up10to desolation,11as ye see.14
1וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּֽהְי֗וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3כַּאֲבֽוֹתֵיכֶם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4וְכַ֣אֲחֵיכֶ֔םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6מָעֲל֔וּH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)7בַּיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9אֲבוֹתֵיהֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10וַיִּתְּנֵ֣םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לְשַׁמָּ֔הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing12כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you14רֹאִֽיםH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
8Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8VerhardtH7185nuH6258 ulieder nekH6203nietH408, gelijk uw vaderenH1; geeftH5414 den HEEREH3068 de handH3027, en komtH935 tot Zijn heiligdomH4720, hetwelkH834 Hij geheiligdH6942 heeft tot in eeuwigheidH5769, en dientH5647 den HEEREH3068, uw GodH430; zo zal de hitteH2740 Zijns toornsH639vanH4480 u afkerenH7725.Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.
KJVNow be ye not stiffnecked,3as your fathers5were, but yield6yourselves7unto the LORD,8and enter9into his sanctuary,10which he hath sanctified12for ever:13and serve14the LORD16your God,17that the fierceness20of his wrath21may turn away18from you.
1עַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3תַּקְשׁ֥וּH7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))4עָרְפְּכֶ֖םH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)5כַּאֲבוֹתֵיכֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6תְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7יָ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8לַיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וּבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10לְמִקְדָּשׁוֹ֙H4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הִקְדִּ֣ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly13לְעוֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)14וְעִבְדוּ֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18וְיָשֹׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw19מִכֶּ֖םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with20חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)21אַפּֽוֹH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
9Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9WantH3588 als gij u bekeertH7725 tot den HEEREH3068, zullen uw broederenH251 en uw kinderenH1121barmhartigheidH7356 vinden voor het aangezichtH6440 dergenen, die hen gevangenH7617 hebben, zodat zij in ditH2063landH776 zullen wederkomenH7725; wantH3588 de HEEREH3068, uw GodH430, is genadigH2587 en barmhartigH7349, en zal het aangezichtH6440vanH4480 u nietH3808afwendenH5493, zoH518 gij u totH413 Hem bekeertH7725.Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert.
KJVFor if ye turn again2unto the LORD,4your brethren5and your children6shall find compassion7before8them that lead them captive,9so that they shall come again10into this land:11for the LORD16your God17is gracious14and merciful,15and will not turn away19his face20from you, if ye return23unto him.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בְשׁוּבְכֶ֞םH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֲחֵיכֶ֨םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6וּבְנֵיכֶ֤םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7לְרַחֲמִים֙H7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb8לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9שֽׁוֹבֵיהֶ֔םH7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away10וְלָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11לָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14חַנּ֤וּןH2587genadig, Genadiggracious15וְרַחוּם֙H7349barmhartig, Barmhartigfull of compassion, merciful16יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יָסִ֤ירH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without20פָּנִים֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21מִכֶּ֔םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with22אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet23תָּשׁ֖וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw24אֵלָֽיוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
10Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Zo gingenH1961 de lopersH7323 door, van stadH5892 tot stadH5892, door het landH776 van EfraimH669 en ManasseH4519, totH5704ZebulonH2074 toe; doch zij belachtenH1961 hen, en bespottenH3932 hen.Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.
KJVSo the posts2passed3from city4to city5through the country6of Ephraim7and Manasseh8even unto Zebulun:10but they laughed them to scorn,12and mocked14them.
1וַיִּֽהְי֨וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הָרָצִ֜יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post3עֹבְרִ֨יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4מֵעִ֧ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5לָעִ֛ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6בְּאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֶפְרַ֥יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites8וּמְנַשֶּׁ֖הH4519ManasseManasseh9וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10זְבֻל֑וּןH2074ZebulonZebulun11וַיִּֽהְיוּ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12מַשְׂחִיקִ֣יםH7832lachen, belacht, spelenderide, have in derision, laugh, make merry, mock(-er), play, rejoice, (laugh to) scorn, be in (make) sport13עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14וּמַלְעִגִ֖יםH3932bespot, bespotten, spottenhave in derision, laugh (to scorn), mock (on), stammering15בָּֽם
11Evenwel verootmoedigden zich sommigen van Aser, en Manasse, en van Zebulon, en kwamen te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Evenwel verootmoedigdenH3665 zich sommigenH582 van AserH836, en ManasseH4519, en van ZebulonH2074, en kwamenH935 te JeruzalemH3389.Evenwel verootmoedigden zich sommigen van Aser, en Manasse, en van Zebulon, en kwamen te Jeruzalem.
KJVNevertheless diversof Asher3and Manasseh4and of Zebulun5humbled6themselves, and came7to Jerusalem.8
1אַךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2אֲנָשִׁ֛יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מֵאָשֵׁ֥רH836AserAsher4וּמְנַשֶּׁ֖הH4519ManasseManasseh5וּמִזְּבֻל֑וּןH2074ZebulonZebulun6נִֽכְנְע֔וּH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue7וַיָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8לִירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Ook was de hand Gods in Juda, hun enerlei hart gevende, dat zij het gebod des konings en der vorsten deden, naar het woord des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12OokH1571wasH1961 de handH3027GodsH430 in JudaH3063, hun enerleiH259hartH3820gevendeH5414, dat zij het gebodH4687 des koningsH4428 en der vorstenH8269dedenH6213, naar het woordH1697 des HEERENH3068.Ook was de hand Gods in Juda, hun enerlei hart gevende, dat zij het gebod des konings en der vorsten deden, naar het woord des HEEREN.
KJVAlso in Judah2the hand4of God5was to give6them one9heart8to do10the commandment11of the king12and of the princes,13by the word14of the LORD.15
13En te Jeruzalem verzamelde zich veel volks, om het feest der ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En te JeruzalemH3389verzameldeH622 zich veelH7227volksH5971, om het feestH2282 der ongezuurdeH4682 broden te houdenH6213, in de tweedeH8145maandH2320, een zeer grote gemeenteH6951.En te Jeruzalem verzamelde zich veel volks, om het feest der ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.
KJVAnd there assembled1at Jerusalem2much4people3to keep5the feast7of unleavened bread8in the second10month,9a very13great12congregation.11
1וַיֵּֽאָסְפ֤וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2יְרוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem3עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4רָ֔בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5לַעֲשׂ֛וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7חַ֥גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity8הַמַּצּ֖וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven9בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10הַשֵּׁנִ֑יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)11קָהָ֖לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude12לָרֹ֥בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)13מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
14En zij maakten zich op, en namen de altaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig weg, hetwelk zij in de beek Kidron wierpen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En zij maaktenH6965 zich op, en namenH5493 de altarenH4196wegH5493, dieH834 te JeruzalemH3389 waren; daartoe namen zij alleH3605rooktuigH6999wegH5493, hetwelk zij in de beekH5158KidronH6939wierpenH7993.En zij maakten zich op, en namen de altaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig weg, hetwelk zij in de beek Kidron wierpen.
KJVAnd they arose1and took away2the altars4that were in Jerusalem,6and all the altars for incense9took they away,10and cast11them into the brook12Kidron.13
1וַיָּקֻ֕מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2וַיָּסִ֨ירוּ֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַֽמִּזְבְּח֔וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar5אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7וְאֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַֽמְקַטְּרוֹת֙H6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)10הֵסִ֔ירוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without11וַיַּשְׁלִ֖יכוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw12לְנַ֥חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley13קִדְרֽוֹןH6939KidronKidron
15Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen slachttenH7819 zij het paschaH6453, op den veertiendenH702 der tweedeH8145maandH2320; en de priestersH3548 en de LevietenH3881 waren beschaamdH3637 geworden, en hadden zich geheiligdH6942, en hadden brandofferenH5930gebrachtH935 in het huisH1004 des HEERENH3068.Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN.
KJVThen they killed1the passover2on the fourteenth3day of the second6month:5and the priests7and the Levites8were ashamed,9and sanctified10themselves, and brought in11the burnt offerings12into the house13of the LORD.14
1וַיִּשְׁחֲט֣וּH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2הַפֶּ֔סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)3בְּאַרְבָּעָ֥הH702vier, vierhonderd, veertienfour4עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)5לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6הַשֵּׁנִ֑יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)7וְהַכֹּהֲנִ֨יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8וְהַלְוִיִּ֤םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite9נִכְלְמוּ֙H3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame10וַיִּֽתְקַדְּשׁ֔וּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly11וַיָּבִ֥יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עֹל֖וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)13בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
16En zij stonden in hun stand, naar hun wijze, naar de wet van Mozes, den man Gods; de priesters sprengden het bloed, dat nemende uit de hand der Levieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En zij stondenH5975 in hun standH5977, naar hun wijzeH4941, naar de wetH8451 van MozesH4872, den manH376GodsH430; de priestersH3548sprengdenH2236 het bloedH1818, dat nemende uit de handH3027 der LevietenH3881.En zij stonden in hun stand, naar hun wijze, naar de wet van Mozes, den man Gods; de priesters sprengden het bloed, dat nemende uit de hand der Levieten.
KJVAnd they stood1in their place3after their manner,4according to the law5of Moses6the man7of God:8the priests9sprinkled10the blood,12which they received of the hand13of the Levites.14
1וַיַּֽעַמְד֤וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3עָמְדָם֙H5977standplaats, stand, stondplace, ([phrase] where) stood, upright4כְּמִשְׁפָּטָ֔םH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong5כְּתוֹרַ֖תH8451wet, wetten, leerlaw6מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9הַכֹּֽהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10זֹרְקִ֣יםH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent13מִיַּ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14הַלְוִיִּֽםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite
17Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden; daarom waren de Levieten over de slachting der paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die den HEERE te heiligen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17WantH3588 een menigteH7227 was in die gemeenteH6951, dieH834 zich nietH3808geheiligdH6942 hadden; daarom waren de LevietenH3881overH5921 de slachtingH7821 der paaslammerenH6453, voor iedereenH3605, die nietH3808reinH2889 was, om die den HEEREH3068 te heiligenH6942.Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden; daarom waren de Levieten over de slachting der paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die den HEERE te heiligen.
KJVFor there were many2in the congregation3that were not sanctified:6therefore the Levites7had the charge of the killing9of the passovers10for every one that was not clean,13to sanctify14them unto the LORD.15
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2רַבַּ֥תH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)3בַּקָּהָ֖לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6הִתְקַדָּ֑שׁוּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly7וְהַלְוִיִּ֞םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9שְׁחִיטַ֣תH7821slachtingkilling10הַפְּסָחִ֗יםH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)11לְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13טָה֔וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)14לְהַקְדִּ֖ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly15לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18WantH3588 een menigteH4768 des volksH5971, velenH7227 van EfraimH669 en ManasseH4519, IssascharH3485 en ZebulonH2074, hadden zich nietH3808gereinigdH2891, maarH3588atenH398 het paschaH6453, nietH3808 gelijk geschrevenH3789 is. DochH3588JehizkiaH3169badH6419 voor hen, zeggendeH559: De HEEREH3068, die goedH2896 is, make verzoeningH3722 voor dien.Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien.
KJVFor a multitude2of the people,3even many4of Ephraim,5and Manasseh,6Issachar,7and Zebulun,8had not9cleansed10themselves, yet did they eat12the passover14otherwise than it was written.16But Hezekiahprayed18for them, saying,21The good23LORD22pardon24every one
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מַרְבִּ֣יתH4768menigte, grootheid, overwinstgreatest part, greatness, increase, multitude3הָעָ֡םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4רַ֠בַּתH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5מֵֽאֶפְרַ֨יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites6וּמְנַשֶּׁ֜הH4519ManasseManasseh7יִשָּׂשכָ֤רH3485IssascharIssachar8וּזְבֻלוּן֙H2074ZebulonZebulun9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הִטֶּהָ֔רוּH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אָכְל֥וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַפֶּ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)15בְּלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16כַכָּת֑וּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)17כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18הִתְפַּלֵּ֨לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication19יְחִזְקִיָּ֤הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)20עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet22יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23הַטּ֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)24יְכַפֵּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)25בְּעַֽדH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Die zijn ganseH3605hartH3824gerichtH3559 heeft, om GodH430 den HEEREH3068, den GodH430 zijner vaderenH1, te zoekenH1875, hoewelH3808 niet naar de reinigheidH2893 des heiligdomsH6944.Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.
KJVThat prepareth3his heart2to seek4God,5the LORD6God7of his fathers,8though he be not cleansed according to the purification10of the sanctuary.11
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2לְבָב֣וֹH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding3הֵכִ֔יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed4לִדְר֛וֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely5הָאֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲבוֹתָ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וְלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10כְּטָהֳרַ֥תH2893reiniging, reinigheid[idiom] is cleansed, cleansing, purification(-fying)11הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
20En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En de HEEREH3068verhoordeH8085JehizkiaH3169, en heeldeH7495 het volkH5971.En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.
KJVAnd the LORD2hearkened1to Hezekiah,and healed5the people.7
1וַיִּשְׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְחִזְקִיָּ֔הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)5וַיִּרְפָּ֖אH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Zo hielden de kinderen Israels, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest der ongezuurde broden, zeven dagen, met grote blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op dag, met sterk luidende instrumenten des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo hieldenH6213 de kinderenH1121IsraelsH3478, die te JeruzalemH3389gevondenH4672 werden, het feestH2282 der ongezuurdeH4682 broden, zevenH7651dagenH3117, met groteH1419blijdschapH8057. De LevietenH3881 nu en de priesterenH3548prezenH1984 den HEEREH3068, dagH3117 op dagH3117, met sterk luidendeH5797instrumentenH3627 des HEERENH3068.Zo hielden de kinderen Israels, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest der ongezuurde broden, zeven dagen, met grote blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op dag, met sterk luidende instrumenten des HEEREN.
KJVAnd the children2of Israel3that were present4at Jerusalem5kept1the feast7of unleavened bread8seven9days10with great12gladness:11and the Levites17and the priests18praised13the LORD14day15by day,16singing with loud20instruments19unto the LORD.21
1וַיַּעֲשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִ֠שְׂרָאֵלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4הַנִּמְצְאִ֨יםH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5בִּירוּשָׁלִַ֜םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7חַ֧גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity8הַמַּצּ֛וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven9שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11בְּשִׂמְחָ֣הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)12גְדוֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13וּֽמְהַלְלִ֣יםH1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine14לַ֠יהוָהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16בְּי֞וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17הַלְוִיִּ֧םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite18וְהַכֹּהֲנִ֛יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer19בִּכְלֵיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever20עֹ֖זH5797sterkte, Sterkte, sterkeboldness, loud, might, power, strength, strong21לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
22En Jehizkia sprak naar het hart van alle Levieten, die verstand hadden in de goede kennis des HEEREN; en zij aten de offeranden des gezetten hoogtijds zeven dagen, offerende dankofferen, en lovende den HEERE, den God hunner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En JehizkiaH3169sprakH1696 naar het hartH3820 van alleH3605LevietenH3881, die verstandH7919 hadden in de goedeH2896kennisH7922 des HEERENH3068; en zij atenH398 de offerandenH2077 des gezetten hoogtijdsH4150zevenH7651dagenH3117, offerendeH2076dankofferenH8002, en lovendeH3034 den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1.En Jehizkia sprak naar het hart van alle Levieten, die verstand hadden in de goede kennis des HEEREN; en zij aten de offeranden des gezetten hoogtijds zeven dagen, offerende dankofferen, en lovende den HEERE, den God hunner vaderen.
KJVAnd Hezekiahspake1comfortably4unto all the Levites6that taught7the good9knowledge8of the LORD:10and they did eat11throughout the feast13seven14days,15offering16peace18offerings,17and making confession19to the LORD20God21of their fathers.22
1וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְחִזְקִיָּ֗הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4לֵב֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite7הַמַּשְׂכִּילִ֥יםH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly8שֵֽׂכֶלH7922verstand, kennis, kloek verstanddiscretion, knowledge, policy, prudence, sense, understanding, wisdom, wise9ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וַיֹּאכְל֤וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַמּוֹעֵד֙H4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)14שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)15הַיָּמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16מְזַבְּחִים֙H2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay17זִבְחֵ֣יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice18שְׁלָמִ֔יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering19וּמִ֨תְוַדִּ֔יםH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)20לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty22אֲבוֹתֵיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23Als nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Als nu de ganseH3605gemeenteH6951raadH3289 gehouden had, om andere zevenH7651dagenH3117 te houdenH6213, hieldenH6213 zij nog zevenH7651dagenH3117 met blijdschapH8057.Als nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.
KJVAnd the whole assembly3took counsel1to keep4other7seven5days:6and they kept8other seven9days10with gladness.11
1וַיִּוָּֽעֲצוּ֙H3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַקָּהָ֔לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude4לַעֲשׂ֕וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אֲחֵרִ֑יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange8וַיַּֽעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9שִׁבְעַתH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11שִׂמְחָֽהH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)
24Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente duizend varren en zeven duizend schapen; en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte geheiligd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24WantH3588JehizkiaH2396, de koningH4428 van JudaH3063, gaf de gemeenteH6951duizendH505varrenH6499 en zevenH7651duizendH505schapenH6629; en de vorstenH8269gavenH7311 de gemeenteH6951duizendH505varrenH6499 en tienH6235duizendH505schapenH6629; de priesterenH3548 nu hadden zich in menigteH7230geheiligdH6942.Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente duizend varren en zeven duizend schapen; en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte geheiligd.
KJVFor Hezekiah2king3of Judah4did give5to the congregation6a thousand7bullocks8and seven9thousand10sheep;11and the princes12gave13to the congregation14a thousand16bullocks15and ten18thousand19sheep:17and a great number22of priests21sanctified20themselves.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2חִזְקִיָּ֣הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יְ֠הוּדָהH3063JudaJudah5הֵרִ֨יםH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms6לַקָּהָ֜לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude7אֶ֣לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8פָּרִים֮H6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox9וְשִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10אֲלָפִ֣יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand11צֹאן֒H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)12וְהַשָּׂרִ֞יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward13הֵרִ֤ימוּH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms14לַקָּהָל֙H6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude15פָּרִ֣יםH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox16אֶ֔לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand17וְצֹ֖אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)18עֲשֶׂ֣רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen19אֲלָפִ֑יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand20וַיִּֽתְקַדְּשׁ֥וּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly21כֹהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer22לָרֹֽבH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
25En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele gemeente dergenen, die uit Israel gekomen waren; ook de vreemdelingen, die uit het land van Israel gekomen waren, en die in Juda woonden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En de ganseH3605gemeenteH6951 van JudaH3063verblijddeH8055 zich, mitsgaders de priesterenH3548 en de LevietenH3881, en de geheleH3605gemeenteH6951 dergenen, die uit IsraelH3478gekomenH935 waren; ook de vreemdelingenH1616, die uit het landH776 van IsraelH3478gekomenH935 waren, en die in JudaH3063woondenH3427.En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele gemeente dergenen, die uit Israel gekomen waren; ook de vreemdelingen, die uit het land van Israel gekomen waren, en die in Juda woonden.
KJVAnd all the congregation3of Judah,4with the priests5and the Levites,6and all the congregation8that came out9of Israel,10and the strangers11that came out12of the land13of Israel,14and that dwelt15in Judah,16rejoiced.1
1וַֽיִּשְׂמְח֣וּH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3קְהַ֣לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude4יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah5וְהַכֹּהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6וְהַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite7וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַקָּהָ֖לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude9הַבָּאִ֣יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10מִיִּשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וְהַגֵּרִ֗יםH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger12הַבָּאִים֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15וְהַיּוֹשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry16בִּיהוּדָֽהH3063JudaJudah
26Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Zo wasH1961 er groteH1419blijdschapH8057 te JeruzalemH3389; wantH3588 van de dagenH3117 van SalomoH8010, den zoonH1121 van DavidH1732, den koningH4428 van IsraelH3478, was desgelijks in JeruzalemH3389nietH3808 geweest.Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.
KJVSo there was great3joy2in Jerusalem:4for since the time6of Solomon7the son8of David9king10of Israel11there was not the like in Jerusalem.14
1וַתְּהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2שִׂמְחָֽהH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)3גְדוֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very4בִּֽירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6מִימֵ֞יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7שְׁלֹמֹ֤הH8010SalomoSolomon8בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9דָּוִיד֙H1732David, DavidsDavid10מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13כָזֹ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus14בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
27Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen stondenH6965 de LevietischeH3881priesterenH3548 op, en zegendenH1288 het volkH5971; en hun stemH6963 werd gehoordH8085; want hun gebedH8605kwamH935 tot Zijn heiligeH6944woningH4583 in den hemelH8064.Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.
KJVThen the priests2the Levites3arose1and blessed4the people:6and their voice8was heard,7and their prayer10came9up to his holy12dwelling place,11even unto heaven.13
1וַיָּקֻ֜מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2הַכֹּהֲנִ֤יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3הַלְוִיִּם֙H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4וַיְבָרֲכ֣וּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וַיִּשָּׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8בְּקוֹלָ֑םH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9וַתָּב֧וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10תְפִלָּתָ֛םH8605gebed, gebeden, gebedsprayer11לִמְע֥וֹןH4583woning, Toevlucht, Vertrekden, dwelling((-) place), habitation12קָדְשׁ֖וֹH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary13לַשָּׁמָֽיִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 30:1— Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden.2 Kronieken 11:16→Exodus 12:3→2 Kronieken 25:7→1 Korinthe 5:7→2 Kronieken 30:10→2 Kronieken 11:13→Hosea 5:4→Hosea 11:8→
2 Kronieken 30:2— Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.Numeri 9:10→Prediker 4:13→2 Kronieken 30:15→1 Kronieken 13:1→Spreuken 11:14→2 Kronieken 30:13→Spreuken 15:22→
2 Kronieken 30:3— Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.2 Kronieken 29:34→Exodus 12:6→Exodus 12:18→2 Kronieken 29:17→
2 Kronieken 30:4— En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.1 Kronieken 13:4→
2 Kronieken 30:5— Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was.Richteren 20:1→2 Kronieken 35:18→Esther 3:12→Leviticus 23:2→2 Kronieken 36:22→Daniël 4:1→Esther 8:8→Daniël 6:8→
2 Kronieken 30:6— De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie.Esther 8:14→Jeremia 51:31→2 Koningen 15:19→Jeremia 4:1→Job 9:25→2 Koningen 15:29→2 Kronieken 28:20→Klaagliederen 5:21→
2 Kronieken 30:7— En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet.2 Kronieken 29:8→Ezechiël 20:13→Zacharia 1:3→
2 Kronieken 30:8— Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.Exodus 32:9→2 Kronieken 29:10→Deuteronomium 10:16→2 Koningen 23:26→Psalmen 78:49→Psalmen 73:17→Jozua 24:15→Romeinen 6:22→
2 Kronieken 30:9— Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert.Micha 7:18→Psalmen 106:46→Exodus 34:6→1 Koningen 8:50→Deuteronomium 30:2→Jesaja 55:7→Leviticus 26:40→Psalmen 86:5→
2 Kronieken 30:10— Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.2 Kronieken 36:16→2 Kronieken 30:6→Esther 3:15→Lukas 16:14→Job 9:25→Lukas 8:53→Nehemia 2:19→Lukas 22:63→
2 Kronieken 30:11— Evenwel verootmoedigden zich sommigen van Aser, en Manasse, en van Zebulon, en kwamen te Jeruzalem.2 Kronieken 30:18→2 Kronieken 30:21→2 Kronieken 30:25→1 Petrus 5:6→Daniël 5:22→Handelingen 17:34→Lukas 14:11→2 Kronieken 33:19→
2 Kronieken 30:12— Ook was de hand Gods in Juda, hun enerlei hart gevende, dat zij het gebod des konings en der vorsten deden, naar het woord des HEEREN.Filippenzen 2:13→Jeremia 32:39→Deuteronomium 4:2→Psalmen 110:3→Ezechiël 36:26→Ezra 7:27→2 Kronieken 29:36→2 Kronieken 29:25→
2 Kronieken 30:13— En te Jeruzalem verzamelde zich veel volks, om het feest der ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.Psalmen 84:7→2 Kronieken 30:2→
2 Kronieken 30:14— En zij maakten zich op, en namen de altaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig weg, hetwelk zij in de beek Kidron wierpen.2 Kronieken 28:24→2 Samuël 15:23→2 Kronieken 29:16→2 Kronieken 15:16→Johannes 18:1→Jesaja 2:18→2 Koningen 23:12→2 Koningen 18:22→
2 Kronieken 30:15— Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN.2 Kronieken 29:34→Ezechiël 16:61→2 Kronieken 29:15→Exodus 19:10→2 Kronieken 30:24→2 Kronieken 31:18→Ezechiël 43:10→2 Kronieken 5:11→
2 Kronieken 30:16— En zij stonden in hun stand, naar hun wijze, naar de wet van Mozes, den man Gods; de priesters sprengden het bloed, dat nemende uit de hand der Levieten.2 Kronieken 35:15→Deuteronomium 33:1→2 Koningen 11:14→2 Kronieken 35:10→Leviticus 1:5→Hebreeën 11:28→
2 Kronieken 30:17— Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden; daarom waren de Levieten over de slachting der paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die den HEERE te heiligen.2 Kronieken 29:34→Exodus 12:6→2 Kronieken 35:3→
2 Kronieken 30:18— Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien.Psalmen 86:5→1 Johannes 5:16→Exodus 12:43→Psalmen 25:8→2 Kronieken 6:21→Psalmen 119:68→Genesis 20:7→2 Kronieken 30:11→
2 Kronieken 30:19— Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.2 Kronieken 19:3→1 Samuël 7:3→Numeri 19:13→Psalmen 10:17→2 Kronieken 20:33→Job 11:13→Leviticus 15:31→Leviticus 22:3→
2 Kronieken 30:20— En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.Jakobus 5:15→Exodus 15:26→Psalmen 103:3→
2 Kronieken 30:21— Zo hielden de kinderen Israels, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest der ongezuurde broden, zeven dagen, met grote blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op dag, met sterk luidende instrumenten des HEEREN.Exodus 12:15→Exodus 13:6→Deuteronomium 12:12→2 Kronieken 20:21→2 Kronieken 29:25→Nehemia 8:10→Psalmen 150:3→2 Kronieken 30:26→
2 Kronieken 30:22— En Jehizkia sprak naar het hart van alle Levieten, die verstand hadden in de goede kennis des HEEREN; en zij aten de offeranden des gezetten hoogtijds zeven dagen, offerende dankofferen, en lovende den HEERE, den God hunner vaderen.2 Kronieken 32:6→Nehemia 9:3→Ezra 10:11→Nehemia 8:7→2 Kronieken 17:9→Filippenzen 3:8→Johannes 17:3→Deuteronomium 33:10→
2 Kronieken 30:23— Als nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.1 Koningen 8:65→2 Kronieken 7:9→
2 Kronieken 30:24— Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente duizend varren en zeven duizend schapen; en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte geheiligd.2 Kronieken 29:34→2 Kronieken 35:7→Efeze 4:8→2 Kronieken 30:3→1 Kronieken 29:3→Ezechiël 45:17→
2 Kronieken 30:25— En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele gemeente dergenen, die uit Israel gekomen waren; ook de vreemdelingen, die uit het land van Israel gekomen waren, en die in Juda woonden.2 Kronieken 30:11→2 Kronieken 30:18→1 Kronieken 16:10→Psalmen 92:4→Psalmen 104:34→Exodus 12:43→
2 Kronieken 30:26— Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.2 Kronieken 7:8→
2 Kronieken 30:27— Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.Deuteronomium 26:15→Psalmen 68:5→Numeri 6:23→2 Kronieken 23:18→1 Koningen 8:30→Deuteronomium 10:8→Jesaja 57:15→Jesaja 66:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 30 vers 1— Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden.
zond Jehizkia
Te weten, boden of gezanten.
Hertaald:zond Jehizkia
Namelijk: boden of gezanten.
ganse Israël en Juda,
Te weten, dat onder zijn gebied stond. Zie boven, 2 Kron. 15:17 , en 2 Kron. 21:2 .
Hertaald:ganse Israël en Juda,
Namelijk: dat onder zijn gezag stond. Zie hierboven 2 Kron. 15:17, en 2 Kron. 21:2.
Efraïm en Manasse,
En de anderen der tien stammen, onder, vs.5, die nog in het land overgebleven waren, en van hem meer door vriendschap genodigd, dan, gelijk de anderen door autoriteit tot dit feest te verschijnen gelast werden.
Hertaald:Efraïm en Manasse,
En de overigen van de tien stammen, hieronder vers 5, die nog in het land overgebleven waren, en door hem meer uit vriendschap uitgenodigd werden om dit feest bij te wonen, dan, zoals de anderen, door gezag daartoe verplicht.
pascha te houden
Zie Lev. 23:5 .
Hertaald:pascha te houden
Zie Lev. 23:5.
2 Kronieken 30 vers 2— Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.
oversten
Dat is, raadsheren.
Hertaald:oversten
Dat is: raadsheren.
ganse gemeente te
Dat is, die de gehele gemeente representeerden als de gecommitteerden der priesters en de vaders der huisgezinnen, die te Jeruzalem woonden. Zie boven, 2 Kron. 19:8 .
Hertaald:ganse gemeente te
Dat is: die de hele gemeente vertegenwoordigden als de gemachtigden van de priesters en de vaders van de huisgezinnen die in Jeruzalem woonden. Zie hierboven 2 Kron. 19:8.
in de tweede maand
De ordinaire tijd van het paasfeest was de veertiende dag der eerste maand; Ex. 12:6 ; Num. 9:5 ; maar als er wettelijke verhindering voorviel, waardoor men het pasen niet kon houden op dien dag, zo moest men hetzelve houden een maand daarna dat is, op den veertienden der tweede maand, Num. 9:11 . Overmits nu de priesters en Levieten in de eerste maand waren bezig geweest met de reiniging des tempels, die zij niet volbrachten dan op den zestienden dag derzelve maand, boven, 2 Kron. 29:17 , zo hadden zij den ordinairen tijd niet kunnen onderhouden, en hebben daarom den extra-ordinairen verkoren, die een maand daarna verscheen.
Hertaald:in de tweede maand
De gewone tijd voor het paasfeest was de veertiende dag van de eerste maand; Ex. 12:6; Num. 9:5; maar als er een wettige belemmering was waardoor men het pascha niet op die dag kon houden, moest men het een maand later houden, dat is: op de veertiende van de tweede maand, Num. 9:11. Omdat de priesters en Levieten in de eerste maand bezig waren geweest met het reinigen van de tempel, wat zij pas op de zestiende dag van die maand voltooiden, hierboven 2 Kron. 29:17, hadden zij de gewone tijd niet kunnen aanhouden en hebben zij daarom de buitengewone tijd gekozen, die een maand later viel.
2 Kronieken 30 vers 3— Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.
te dierzelfder tijd,
Te weten, als zij bezig waren met den tempel te reinigen; welke tijd de ordinaire tijd was om het pasen te houden.
Hertaald:te dierzelfder tijd,
Namelijk: toen zij bezig waren de tempel te reinigen; die tijd was de gewone tijd om het pascha te houden.
omdat de priesteren
Twee oorzaken worden hier nog bij gesteld, om welke het pasen op den ordinairen tijd niet had kunnen gehouden zijn:<i>I.</i> omdat de priesters zelf in den tijd van de reiniging des tempels niet allen geheiligd, of de geheiligde niet ten volle geheiligd waren;<i>II.</i> omdat het volk alstoen van alle plaatsen, boven, vs.1 vermeld, nog niet verzameld was.
Hertaald:omdat de priesteren
Hier worden nog twee redenen genoemd waarom het pascha niet op de gewone tijd gehouden kon worden: I. omdat de priesters zelf in de tijd van de reiniging van de tempel niet allemaal geheiligd waren, of de geheiligden niet volledig geheiligd waren; II. omdat het volk toen nog niet vanuit alle plaatsen, hierboven in vers 1 genoemd, verzameld was.
2 Kronieken 30 vers 5— Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was.
stelden
Of, besloten zij. Hebreeuws, deden het woord, of de zaak slaan.
Hertaald:stelden
Of: besloten zij. Hebreeuws: lieten het woord, of de zaak, doorgaan.
stem
Te weten, der uitroeping, of proclamatie. Alzo Ex. 36:6 . In de plaats van het woord stem wordt uitroeping gesteld, 1 Kon. 22:36 .
Hertaald:stem
Namelijk: van de uitroeping, of proclamatie. Zo ook Ex. 36:6. In plaats van het woord stem wordt uitroeping gebruikt, 1 Kon. 22:36.
van Ber-seba tot Dan,
Dat is, van het zuideinde van het land Kanaän tot het noordeinde. Zie Richt. 20:1 ; 1 Kon. 4:25 .
Hertaald:van Ber-seba tot Dan,
Dat is: van het zuideinde van het land Kanaän tot het noordeinde. Zie Richt. 20:1; 1 Kon. 4:25.
gelijk het
Of, voorgeschreven was, dat is, gelijk de Heere dat in zijn wet verordend en bevolen had; alzo onder, vs.18.
Hertaald:gelijk het
Of: voorgeschreven was, dat is: zoals de HEERE dat in Zijn wet verordend en geboden had; zo ook hieronder vers 18.
2 Kronieken 30 vers 6— De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie.
lopers
Dat is, de posten, of boden; alzo onder, vs.10.
Hertaald:lopers
Dat is: de bodes, of boden; zo ook hieronder vers 10.
Zich keren
God alzo wordt gezegd zich te keren tot de mensen, als Hij hun genadig is, tot hen komende met zijn weldaden, van welke Hij scheen gescheiden te zijn door zijn straffen; Ps. 90:13 ; Zach. 1:3 .
Hertaald:Zich keren
Van God wordt zo gezegd dat Hij Zich tot de mensen keert wanneer Hij hun genadig is en met Zijn weldaden tot hen komt, waarvan Hij door Zijn straffen leek gescheiden te zijn; Ps. 90:13; Zach. 1:3.
Hertaald:ontkomenen,
Hebreeuws: ontkoming. Zo ook 2 Kon. 19:30-31; zie de aantekening.
der koningen
Namelijk, van Phul; 2 Kon. 15:19 ; 1 Kron. 5:26 , en Tiglath-Pileser; 2 Kon. 15:29 , en boven, 2 Kron. 28:20 .
Hertaald:der koningen
Namelijk: van Pul; 2 Kon. 15:19; 1 Kron. 5:26, en Tiglath-Pileser; 2 Kon. 15:29, en hierboven 2 Kron. 28:20.
2 Kronieken 30 vers 7— En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet.
2 Kronieken 30 vers 8— Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.
Verhardt
Zie van deze manier van spreken Ex. 32:9 .
Hertaald:Verhardt
Zie over deze manier van spreken Ex. 32:9.
geeft den HEERE
Dat is, weest hem gehoorzaam en getrouw; bij gelijkenis gesproken, gelijk handgeving bij de mensen alzo gebruikt wordt. Alzo 1 Kron. 29:24 ; Ezra 10:19 ; Jer. 50:15 . Sommigen nemen het in dezen zin: Geeft den HEERE de hand; dat is, geeft Hem de eer van zijn macht.
Hertaald:geeft den HEERE
Dat is: wees Hem gehoorzaam en trouw; op beeldende wijze gezegd, zoals handgift bij mensen zo gebruikt wordt. Zo ook 1 Kron. 29:24; Ezra 10:19; Jer. 50:15. Sommigen nemen het in deze zin: geef de HEERE de hand; dat is: geef Hem de eer van Zijn macht.
Zijn heiligdom,
Dat is, tot zijn tempel, waar zij moesten verschijnen in het voorhof des volks.
Hertaald:Zijn heiligdom,
Dat is: naar Zijn tempel, waar zij moesten verschijnen in het voorhof van het volk.
geheiligd
Zie Lev. 8:10 .
Hertaald:geheiligd
Zie Lev. 8:10.
eeuwigheid,
Zie Gen. 13:15 .
Hertaald:eeuwigheid,
Zie Gen. 13:15.
2 Kronieken 30 vers 9— Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert.
uw broederen
Zie boven op het einde van vs.6.
Hertaald:uw broederen
Zie hierboven aan het einde van vers 6.
barmhartigheid
Hebreeuws, ter barmhartigheid zijn.
Hertaald:barmhartigheid
Hebreeuws: tot barmhartigheid zijn.
2 Kronieken 30 vers 10— Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.
zij belachten hen,
Namelijk, de Israëlieten.
Hertaald:zij belachten hen,
Namelijk: de Israëlieten.
2 Kronieken 30 vers 11— Evenwel verootmoedigden zich sommigen van Aser, en Manasse, en van Zebulon, en kwamen te Jeruzalem.
van Aser,
Dat is, van de stammen van Aser en Manasse, enz.
Hertaald:van Aser,
Dat is: van de stammen Aser en Manasse, enzovoort.
2 Kronieken 30 vers 12— Ook was de hand Gods in Juda, hun enerlei hart gevende, dat zij het gebod des konings en der vorsten deden, naar het woord des HEEREN.
de hand Gods
Dat is, de krachtige werking Gods. De zin is dat God door zijn Geest in hun harten krachtiglijk gewrocht heeft een goede genegenheid om dit godvruchtig bevel des konings te gehoorzamen.
Hertaald:de hand Gods
Dat is: de krachtige werking van God. De betekenis is dat God door Zijn Geest krachtig in hun harten een goede gezindheid heeft gewerkt om dit godvruchtige gebod van de koning te gehoorzamen.
hart gevende,
Dat is, genegenheid, wil, voornemen. Vergelijk 1 Kron. 12:17 ; Jer. 32:39 ; Hand. 4:32 .
Hertaald:hart gevende,
Dat is: gezindheid, wil, voornemen. Vergelijk 1 Kron. 12:17; Jer. 32:39; Hand. 4:32.
het woord
Te weten, door hetwelk geboden was dat men het paasfeest onderhouden zou; Ex. 12:6 ; Lev. 23:5 ; Num. 9:5 .
Hertaald:het woord
Namelijk: waardoor geboden was dat men het paasfeest zou onderhouden; Ex. 12:6; Lev. 23:5; Num. 9:5.
2 Kronieken 30 vers 13— En te Jeruzalem verzamelde zich veel volks, om het feest der ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.
tweede maand,
Zie boven, vs.2.
Hertaald:tweede maand,
Zie hierboven vers 2.
zeer grote
Hebreeuws, in, of tot menigte zeer.
Hertaald:zeer grote
Hebreeuws: in, of tot een zeer grote menigte.
2 Kronieken 30 vers 14— En zij maakten zich op, en namen de altaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig weg, hetwelk zij in de beek Kidron wierpen.
altaren
Versta, de afgodische altaren, die Achaz, tegen het woord Gods, hier en daar op de straten te Jeruzalem opgericht had, om daarop den afgoden beesten te offeren; 2 Kron. 28:24 .
Hertaald:altaren
Versta hieronder de afgodische altaren, die Achaz, tegen het woord van God in, hier en daar op de straten van Jeruzalem had opgericht om daarop dieren aan de afgoden te offeren; 2 Kron. 28:24.
rooktuig
Als rookvaten, pannen, schalen. Anders, rookaltaren; of rookplaatsen.
Hertaald:rooktuig
Zoals rookvaten, pannen, schalen. Anders: rookaltaren; of rookplaatsen.
2 Kronieken 30 vers 15— Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN.
pascha,
Dat is, het paaslam. Zie Ex. 12:21 .
Hertaald:pascha,
Dat is: het paaslam. Zie Ex. 12:21.
de priesters
Namelijk, die zich tevoren niet gereinigd hadden. Zie boven, 2 Kron. 29:34 , en hier vs.3.
Hertaald:de priesters
Namelijk: die zich eerder niet gereinigd hadden. Zie hierboven 2 Kron. 29:34, en hier vers 3.
beschaamd
Te weten, over hun onachtzaamheid, ziende dat de ijver niet alleen van hun metgezellen, maar ook van de gemeente meerder in deze zaak was dan de hunne.
Hertaald:beschaamd
Namelijk: over hun onachtzaamheid, ziende dat de ijver niet alleen van hun collega's, maar ook van de gemeente groter was dan die van henzelf.
geheiligd,
Zie boven, 2 Kron. 29:5 .
Hertaald:geheiligd,
Zie hierboven 2 Kron. 29:5.
2 Kronieken 30 vers 16— En zij stonden in hun stand, naar hun wijze, naar de wet van Mozes, den man Gods; de priesters sprengden het bloed, dat nemende uit de hand der Levieten.
in hun stand,
Dat is, in hun behoorlijke plaatsen, die hun van God verordend waren. Vergelijk onder, 2 Kron. 35:10 .
Hertaald:in hun stand,
Dat is: op hun juiste plaatsen, die hun door God waren toegewezen. Vergelijk hieronder 2 Kron. 35:10.
2 Kronieken 30 vers 17— Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden; daarom waren de Levieten over de slachting der paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die den HEERE te heiligen.
daarom
De zin is, alzo elk vader des huisgezins zijn paaslam in zijn huis moest slachten, Ex. 12:3 , en dat velen daartoe zich niet geheiligd hadden, dat de Levieten dit werk in hun plaats hebben moeten doen.
Hertaald:daarom
De betekenis is dat, omdat elke huisvader zijn eigen paaslam in zijn huis moest slachten, Ex. 12:3, en velen zich daarvoor niet geheiligd hadden, de Levieten dit werk in hun plaats hebben moeten doen.
der paaslammeren,
Hebreeuws, Pesachim; dat is, der voorbijgangen, of der overschreden. Versta, de lammeren, die tot gedachtenis van het voorbijgaan, of overschrijden des engels geslacht werden; Ex. 12:13 .
Hertaald:der paaslammeren,
Hebreeuws: Pesachim; dat is: van de voorbijgangen, of overschrijdingen. Versta hieronder de lammeren die geslacht werden ter herinnering aan het voorbijgaan, of overschrijden, van de engel; Ex. 12:13.
2 Kronieken 30 vers 18— Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien.
niet gelijk
Zie boven, vs.5.
Hertaald:niet gelijk
Zie hierboven vers 5.
make
Hij bidt dat de Heere hun hunne onreinheid vergeve, en dat Hij de geestelijke heiligmaking, door zijnen Geest in hen werke. Anders, verzoene in eeuwigheid allen die zijn hart, enz.
Hertaald:make
Hij bidt dat de HEERE hun onreinheid vergeeft en dat Hij door Zijn Geest de geestelijke heiliging in hen werkt. Anders: verzoene voor eeuwig allen die zijn hart, enzovoort.
2 Kronieken 30 vers 19— Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.
reinigheid
Versta, de ceremoniëele, welke hier onderscheiden wordt van de morele, bestaande in een vast voornemen des harten om God te zoeken.
Hertaald:reinigheid
Versta hieronder de ceremoniële reinheid, die hier onderscheiden wordt van de morele, die bestaat uit een vast voornemen van het hart om God te zoeken.
2 Kronieken 30 vers 20— En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.
heelde het volk
Dat is, Hij vergaf hetzelve zijn zonden, en heiligde door zijn Geest, en strafte niet om zijn ceremoniëele onreinheid. Anderen verstaan dit van de genezing ener lichamelijke krankheid, die God het volk zou toegezonden hebben omdat het zich niet gereinigd had. Vergelijk 1 Kor. 11:30 .
Hertaald:heelde het volk
Dat is: Hij vergaf het volk zijn zonden, heiligde het door Zijn Geest en strafte het niet om zijn ceremoniële onreinheid. Anderen betrekken dit op de genezing van een lichamelijke ziekte, die God het volk zou hebben toegezonden omdat het zich niet gereinigd had. Vergelijk 1 Kor. 11:30.
2 Kronieken 30 vers 21— Zo hielden de kinderen Israels, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest der ongezuurde broden, zeven dagen, met grote blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op dag, met sterk luidende instrumenten des HEEREN.
gevonden werden,
Dat is, voorhanden en tot dit feest gekomen waren.
Hertaald:gevonden werden,
Dat is: aanwezig en voor dit feest gekomen waren.
dag op dag,
Dat is, zolang als het feest duurde. Alzo onder, 2 Kron. 31:1 .
Hertaald:dag op dag,
Dat is: zolang het feest duurde. Zo ook hieronder 2 Kron. 31:1.
met sterk
Hebreeuws, met instrumenten der sterkte; dat is, die een groot geluid gaven, hoedanig is het geklank der trompetten. Anders, [lovende] met instrumenten de kracht des HEEREN.
Hertaald:met sterk
Hebreeuws: met instrumenten van de kracht; dat is: die een luid geluid gaven, zoals het geklank van de trompetten. Anders: [lovende] met instrumenten de kracht van de HEERE.
2 Kronieken 30 vers 22— En Jehizkia sprak naar het hart van alle Levieten, die verstand hadden in de goede kennis des HEEREN; en zij aten de offeranden des gezetten hoogtijds zeven dagen, offerende dankofferen, en lovende den HEERE, den God hunner vaderen.
naar het hart
Dat is, dat hun aangenaam en lief om te horen was. Zie Gen. 34:3 .
Hertaald:naar het hart
Dat is: wat hun aangenaam en fijn was om te horen. Zie Gen. 34:3.
die verstand
Dat is, van de zaken, die tot den dienst des Heeren behoorden. Anders, die de goede kennis des Heeren onderwezen, of die op de goede kennis des Heeren acht gaven.
Hertaald:die verstand
Dat is: van de zaken die tot de dienst van de HEERE behoorden. Anders: die de goede kennis van de HEERE onderwezen, of die op de goede kennis van de HEERE letten.
zij aten
Te weten, die het paasfeest hielden. Hebreeuws, zij aten den gezetten hoogtijd; dat is, de offeranden, die op den feestdag gegeten moesten worden. Alzo 2 Kron. 18:31 , zijn wijnstok en zijn vijgeboom eten, is de vrucht daarvan eten.
Hertaald:zij aten
Namelijk: zij die het paasfeest hielden. Hebreeuws: zij aten het vastgestelde feest; dat is: de offers die op de feestdag gegeten moesten worden. Zo betekent in 2 Kron. 18:31 zijn wijnstok en zijn vijgenboom eten: de vrucht ervan eten.
2 Kronieken 30 vers 24— Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente duizend varren en zeven duizend schapen; en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte geheiligd.
gaf de gemeente
Hebreeuws, hief op voor de gemeente; alzo in het volgende; dat is, gaf, of schonk der gemeente om geofferd te worden; alzo Num. 31:28 ; 2 Kron. 35:7-8 ,. De zin is dat deze beesten van den koning en zijn vorsten der gemeente geschonken worden, tot dankoffers voor dezelve, waarvan zij dan ook hun deel hadden, om dat met vrolijkheid voor den Heere te eten.
Hertaald:gaf de gemeente
Hebreeuws: hief op voor de gemeente; zo ook in het vervolg; dat is: gaf, of schonk aan de gemeente om geofferd te worden; zo ook Num. 31:28; 2 Kron. 35:7-8. De betekenis is dat deze dieren door de koning en zijn vorsten aan de gemeente geschonken werden als dankoffers, waarvan zij dan ook hun deel kregen om dat met vreugde voor de HEERE te eten.
hadden zich
Te weten, omdat zij mochten bekwaam zijn om de voorgemelde beesten den Heere te offeren.
Hertaald:hadden zich
Namelijk: omdat zij geschikt moesten zijn om de eerder genoemde dieren aan de HEERE te offeren.
2 Kronieken 30 vers 25— En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele gemeente dergenen, die uit Israel gekomen waren; ook de vreemdelingen, die uit het land van Israel gekomen waren, en die in Juda woonden.
Israël
Uit de tien stammen. Zie boven, vs.11, 18.
Hertaald:Israël
Uit de tien stammen. Zie hierboven vers 11, 18.
de vreemdelingen,
Die van afkomst geen Israëlieten noch Joden waren, maar evenwel tot den waren God bekeerd en besneden waren, en alzo het volk Gods ingelijfd. Anders hadden zij van het pascha niet mogen eten; Ex. 12:48 .
Hertaald:de vreemdelingen,
Die van afkomst geen Israëlieten of Joden waren, maar toch tot de ware God bekeerd en besneden waren en zo bij het volk van God ingelijfd. Anders hadden zij niet van het pascha mogen eten; Ex. 12:48.
2 Kronieken 30 vers 26— Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.
van de dagen
Welverstaande, die uitgesloten zijnde, dat is, van den tijd van Rehabeam af, in welken Israël zich van Juda afgescheurd en geen zulk paasfeest daarmede gehouden had.
Hertaald:van de dagen
Wel te verstaan: die uitgesloten, dat is: vanaf de tijd van Rehabeam, waarin Israël zich van Juda had afgescheurd en er geen zo'n paasfeest mee gehouden had.
2 Kronieken 30 vers 27— Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.
Levietische
Dat is, afkomstig van Levi.
Hertaald:Levietische
Dat is: afkomstig van Levi.
zegenden
Naar uitwijzen van den last den priesters gegeven; Num. 6:23 .
Hertaald:zegenden
Naar de opdracht die aan de priesters gegeven was; Num. 6:23.
werd gehoord;
Te weten, van God, en dat volgens zijn beloften; Num. 6:27 .
Hertaald:werd gehoord;
Namelijk: door God, en dat overeenkomstig Zijn beloften; Num. 6:27.
tot Zijn heilige woning
Hebreeuws, tot de woning zijner heiligheid; te weten, des Heeren, dat is, tot zijn heilige woning.
Hertaald:tot Zijn heilige woning
Hebreeuws: tot de woning van Zijn heiligheid; namelijk van de HEERE, dat is: tot Zijn heilige woning.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Geeft den HEERE de hand — Hizkia nodigt ook de overgebleven stammen van het noorden uit voor het pascha te Jeruzalem: "Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom" (2 Kron. 30:8)
Hizkia zendt boden door heel Israël en Juda, met brieven tot Efraïm en Manasse, om pascha te houden in Jeruzalem (2 Kron. 30:1). Het feest wordt met instemming van de gemeente een maand uitgesteld, omdat de priesters zich nog niet genoeg geheiligd hadden en het volk niet bijeen was (2 Kron. 30:2-4). Zo gaat er een oproep uit van Ber-séba tot Dan, want in lang was het pascha niet gehouden zoals het geschreven stond (2 Kron. 30:5; het pascha zelf is reeds behandeld bij Pascha, Ex. 12). De brief roept op tot bekering tot de God van Abraham, Izak en Israël, met de belofte dat Hij Zich zal keren tot de ontkomenen die uit de hand van Assyrië zijn overgebleven (2 Kron. 30:6). Zij moeten niet zijn als hun vaderen, die overtreden hebben en tot verwoesting zijn overgegeven (2 Kron. 30:7). Wie zich bekeert, mag rekenen op barmhartigheid, ook voor de weggevoerde broeders en kinderen, want de HEERE is genadig en barmhartig (2 Kron. 30:9). De ontvangst is bitter: de lopers trekken van stad tot stad, en men lacht hen uit en bespot hen (2 Kron. 30:10). Toch verootmoedigen sommigen uit Aser, Manasse en Zebulon zich en komen naar Jeruzalem (2 Kron. 30:11). In Juda zelf werkte de hand Gods, die het volk één hart gaf om te doen wat de koning en de vorsten geboden hadden (2 Kron. 30:12).
Bijbelse betekenis: Deze uitnodiging gaat naar het rijk dat generaties lang de kalveren gediend had en dat inmiddels grotendeels weggevoerd was. Hizkia had het kunnen laten bij zijn eigen land; hij zoekt de rest van de broeders op. Wat hij aanbiedt is niet een verdrag maar een terugkeer, en de grond ervan is niet dat zij het verdienen maar dat God genadig en barmhartig is. Het onthaal is intussen leerzaam voor ieder die met een goede boodschap komt. Men lachte de lopers uit. Toch werd de tocht niet vergeefs, want sommigen verootmoedigden zich; en de Schrift telt die enkelen. Ten slotte staat er iets dat de eer bij de koning weghaalt: dat het in Juda goed ging, kwam doordat de hand Gods hun één hart gaf. Zonder dat blijft de beste oproep een brief.
Typologie: De Heere Jezus schilderde dezelfde onverschilligheid bij de bruiloftsnodiging: "Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap" (Matt. 22:5). En de grond waarop Hizkia's brief pleit, is de Naam die God van Zichzelf uitriep: "HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid" (Ex. 34:6).
2 Kron. 30:1-12; Ex. 12; Matt. 22:5; Ex. 34:6
De HEERE, die goed is, make verzoening — voor de menigte die het pascha at zonder zich naar het voorschrift gereinigd te hebben, bidt Hizkia: "De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien. Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms" (2 Kron. 30:18-19)
Op de veertiende dag van de tweede maand wordt het pascha geslacht (2 Kron. 30:15). Priesters en Levieten waren beschaamd geworden en hadden zich alsnog geheiligd. Zij staan op hun plaats naar de wet van Mozes, en de priesters sprengen het bloed dat zij uit de hand van de Levieten ontvangen (2 Kron. 30:16). Een deel van de gemeente had zich echter niet geheiligd, en daarom slachtten de Levieten de paaslammeren voor allen die niet rein waren (2 Kron. 30:17). Velen uit Efraïm, Manasse, Issaschar en Zebulon aten het pascha niet zoals geschreven is (2 Kron. 30:18). Hizkia bidt dan voor hen, en de grond die hij aanvoert is niet dat het voorschrift onbelangrijk zou zijn, maar dat hun hart op het zoeken van God gericht was (2 Kron. 30:19). De HEERE verhoorde Hizkia en heelde het volk (2 Kron. 30:20). Het feest duurde zeven dagen met grote blijdschap, en de gemeente besloot er nog zeven dagen aan toe te voegen (2 Kron. 30:21-23). Zo groot was de blijdschap te Jeruzalem, dat er sinds de dagen van Salomo niets dergelijks geweest was (2 Kron. 30:26). De priesters zegenden het volk, en hun gebed kwam tot Gods heilige woning in de hemel (2 Kron. 30:27).
Bijbelse betekenis: Deze plaats moet in twee richtingen tegelijk gelezen worden. Zij zegt niet dat de voorschriften er niet toe doen, want de tekst noteert nadrukkelijk dat men at niet gelijk geschreven is; het was een gebrek en het wordt ook zo genoemd. Maar zij zegt evenmin dat God een oprecht hart afwijst omdat de vorm gebrekkig was. Er wordt gebeden om verzoening, en die verzoening wordt gegeven; het gebrek wordt niet weggepraat maar bedekt. Daarin ligt de troost van dit gedeelte voor ieder die het beter wil doen dan hij kan. Tegelijk ligt hier een waarschuwing tegen het misbruik van dat troostwoord. Het geldt mensen van wie gezegd wordt dat zij hun ganse hart gericht hadden om God te zoeken, en niet mensen die de voorschriften laten liggen omdat het toch om het hart gaat. Dat de HEERE het volk daarop heelde, verbindt de zaak bovendien aan meer dan een formaliteit: er was werkelijk iets te helen.
Typologie: Hetzelfde onderscheid tussen wat men ziet en wat God ziet, klonk bij de zalving van David: "want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan" (1 Sam. 16:7). En de psalm noemt het offer dat nooit door een gebrek in de vorm bedorven wordt: "De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten" (Ps. 51:19).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De HEERE make verzoening voor dien — 30:15-20
Het offer en de plaatsvervangingniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Hizkia laat na jaren van afgoderij het pascha weer houden, en hij nodigt ook de stammen van het weggevoerde noorden uit. Zij komen — maar zij komen zoals zij zijn, zonder de reiniging die de wet vraagt.
Een menigte eet het pascha op een manier die niet mag, en de koning bidt of God er verzoening voor wil doen.
**De opzet.** Het feest is een maand te laat, de priesters zijn onvoorbereid, en het volk komt uit stammen die al generaties niet meer in Jeruzalem geweest zijn. Alles wat er misgaan kan, gaat mis.
**Het probleem.** Er staat het onomwonden: velen van Efraïm en Manasse, Issaschar en Zebulon “hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is.” Naar de wet stond daar iets op. Zij aten van het offer met onreine handen.
**Wat de koning doet.** Hij stuurt hen niet weg en hij doet ook niet alsof er niets aan de hand is. Hij bidt: “De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien. Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.”
Daar staat een onderscheid dat de hele plaats draagt, en de kanttekening wijst het aan: het gaat om de ceremoniële reinheid, en die wordt hier onderscheiden van het vaste voornemen van het hart om God te zoeken.
**Het antwoord.** Eén zin, en er staat geen voorwaarde bij: “En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.”
**Waarom dit bij het offer hoort.** Het pascha was het offer waar men niet omheen kon: bloed aan de deurpost, een lam zonder gebrek, en regels over wie eten mocht. En juist bij dat offer wordt hier zichtbaar dat het niet de reinheid van de eter was die redde. Er wordt gebeden om verzoening — en die wordt gegeven.
Dat is het punt waar dit hoofdstuk op uitloopt. Wie later schrijft dat ons Pascha voor ons geslacht is, namelijk Christus, zegt hetzelfde van de andere kant: het lam maakt schoon, en niet andersom. Hier bidt een koning daarom vooruit, en hij krijgt antwoord.
Exodus 12:13 — Het pascha begint met bloed aan de deurpost.
Exodus 12:48 — En met regels over wie ervan eten mag.
2 Kronieken 30:18 — Een menigte eet ervan zonder zich gereinigd te hebben.
2 Kronieken 30:18 — De koning bidt om verzoening in plaats van hen weg te sturen.
2 Kronieken 30:20 — En de HEERE verhoort hem en heelt het volk.
1 Korinthiers 5:7 — Ons Pascha is geslacht: het lam reinigt de eter.
In het Nieuwe Testament: Exodus 12:48; Numeri 9:10-11; 1 Korinthiers 5:7; Hebreeën 9:14; 1 Samuël 16:7; Psalm 51:19
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. Wat hier gebeurt is geen afschaffing van de wet op de reinheid: de tekst noemt de overtreding en zij wordt niet goedgepraat, er wordt om verzoening gebeden. De kanttekening laat open of het helen van het volk vergeving betekent, dan wel het uitblijven van een lichamelijke straf.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
2 Kronieken 30:18-19.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→Psalmen 86:5→1 Johannes 5:16→Exodus 12:43→Psalmen 25:8→2 Kronieken 6:21→Psalmen 119:68→Genesis 20:7→ — Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien. Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms. Het mag ons tot grote vreugde zijn dat wij niet onder de ceremoniële wet dienen en niet binnen de wettische huishouding leven. De wettische huishouding hield het volk een menigte schaduwen en beelden voor, en legde daarom vele regels en gebruiken vast; en die werden bekrachtigd met zo plechtige en verschrikkelijke straffen dat het volk in gestadige vrees leefde te overtreden, en de gehoorzaamheid lastig vond vanwege de zwakheid van zijn vlees en de onbekeerdheid van zijn gemoed.
Wij zijn niet onder de wet, en toch zijn wij niet zonder de wet van Christus. En wat de inzettingen van de doop en het avondmaal des Heeren betreft — het voorrecht van de vrijgemaakten des Heeren, een orde van het huis des Heeren en een tucht van Zijn huisgezin — die mogen door het liefhebbende kind volstrekt niet ter zijde gesteld worden. Wij zijn geen slaven die de zweep vrezen, maar wij zijn zonen die een kinderlijke vrees hebben om onze hemelse Vader te bedroeven.
De regels over het pascha en het rechte houden van dat hoge feest waren duidelijk en bepaald, en die te breken zou een grote belediging van de God van Israël geweest zijn. Deze regels eisten een zekere ceremoniële reinheid van allen die van het paaslam aten, en wie verontreinigd waren werden teruggehouden, zodat zij de offerande des Heeren niet op de bestemde tijd konden brengen. De heilige handeling moest niet in achteloze vormendienst gevierd worden, maar met een zorgvuldig uitzuiveren van het oude zuurdeeg, opdat zij het feest recht zouden houden.
Aangaande het gedachtenismaal des Heeren hebben wij geen voorschrift over het brood of de wijn, en geen bepaling over de houding of de wijze van handelen. Maar wij doen wel enkele wenken met liefdevolle zorg te volgen. Wanneer wij bijvoorbeeld tot deze tafel des Heeren komen, behoort dat niet te gebeuren zonder een voorbereiding van het hart daartoe: Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker (1 Kor. 11:28). Oneerbiedig te komen, of met een verkeerde bedoeling, is zich de veroordeling te verzekeren. Ledig en achteloos te komen is de zegen te verliezen. Wij behoren tot de tafel te naderen met een hart vol nederigheid, dankbaarheid, geloof en verwachting. Wij behoren het brood en de wijn te ontvangen met een oprecht verlangen naar de gemeenschap met Christus, met tedere liefde tot Zijn gezegende Persoon en met grote vreugde in Zijn volbrachte werk. Nemen wij zo niet deel aan het heilige maal, dan zullen wij het hoge doel ervan missen.
II. Vs. 1-27.Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:34→Exodus 32:9→2 Kronieken 29:10→Micha 7:18→Psalmen 106:46→2 Kronieken 36:16→Numeri 9:10→Richteren 20:1→ — Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden. Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand. Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem. En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente. Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was. De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie. En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet. Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren. Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert. Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen. Meteen na de herstelling van de tempel, nog in het eerste jaar van zijn regering, beveelt Hizkia een algemene viering van het Paasfeest, waartoe hij ook de onderdanen van het nog bestaande, maar reeds door grote rampen bezochte rijk van de Tien Stammen uitnodigt. Het moet, omdat de bij de wet bewaarde tijd voorbij was, tot op de tweede maand uitgesteld, en in de vorm van een na-Pasen gehouden worden; ook bevinden er zich slechts ettelijke deelnemers uit het noordelijke rijk bij, terwijl de meerderheid de uitnodiging van de vrome koning uitlacht en bespot; bovendien zijn er onder de deelnemers velen, die zich naar de wet niet gereinigd hebben, en waarvoor om de verschoning van de Heere moet worden gebeden. Maar overigens is het een zeer heerlijk, door een zevendaags nafeest verlengd, feest, waarbij Gods Geest de harten vervulde en de over het volk uitgesproken zegen tot Gods heilige woning in de hemel kwam.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:16→Exodus 12:3→2 Kronieken 25:7→1 Korinthe 5:7→2 Kronieken 30:10→2 Kronieken 11:13→Hosea 5:4→Hosea 11:8→— Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden.
Daarna 1) zond Jehizkia, nog in de tweede helft van de maand Abib, in het jaar 726 vóór Christus tot het ganse Israël in het rijk van de Tien Stammen, waar toen de iets beter dan zijn voorgangers gezinde koning Hosea regeerde (2 Koningen .17: 2), en in zijn eigen land Juda, en schreef ook brieven tot Efraïm en Manasse2), de beide hoofdstammen van het noordelijke rijk, dat zij zouden komen tot het huis van de Heere te Jeruzalem, om de Heere, de God van Israël, Pascha te houden.
Enkele uitleggers, zoals Keil en Caspari, zijn van gevoelen, dat dit Paasfeest gehouden is in het zesde jaar van de regering van Hizkia, dus na de verwoesting van Samaria. Hij zou dan die uitnodiging gezonden hebben tot de overgeblevenen van de Tien stammen, “omdat hij zich als koning van gans Israël beschouwde en in die eigenschap de overblijfselen van de Tien stammen als zijn onderdanen uitnodigde” (Caspari), maar een onoplosbaar raadsel blijft dan het vieren van dit feest in de tweede maand en niet in de eerste. Op de 14de dag toch van de eerste maand was het voorgeschreven en alleen om bijkomende omstandigheden mocht het op de 14de dag van de 2de maand worden gevierd (Num.9: 11). Had Hizkia het dus in het zesde jaar van zijn regering gehouden, dan is er geen ons bekende reden, waarom dit niet op de eigenlijke feestdag is gehouden. Van een man van beproefde waarheid en tedere Godsvrucht is het toch niet te denken, dat hij zonder enige gewichtige reden de dag verplaatst zal hebben, en zo er een reden was geweest, zou deze ongetwijfeld door de heilige Schrijver zijn vermeld. Stellen wij echter vast, dat het Paasfeest gevierd is, meteen na de herstelling van de Tempeldienst, dan hebben wij de oorzaak van de vertraging in de velerlei bezigheden, die met die herstelling gepaard gingen, waardoor het onmogelijk werd, om ook nog op de veertiende van de eerste maand het Paasfeest te vieren. Waarbij nog kwam, dat niet alle Priesters nog geheiligd waren en zich weer tot de Tempeldienst beschikbaar hadden gesteld. Het is daarom, dat de koning van de bepaling (Num.9: 11) gebruik maakt, om wel op dezelfde datum, maar niet in de eerste maand het Paasfeest te houden. En geheel uitstellen wil hij evenmin, omdat hij, en zeer terecht, van de Godgewijde stemming van het volk partij wil trekken, om ook nu tot een doortastende hervorming te komen. Het volk was nu blij, had nu het verbond van de Heere vernieuwd, en als bewijs daarvan stelt hij nu ook voor, om het heerlijk feest van de ongezuurde broden te houden. En dat hij nu ook boden zendt tot de Tien stammen is niet, omdat hij zich als koning wil gedragen van het gehele volk, maar komt uit zijn godvruchtige stemming van het hart voort. Het Paasfeest is het feest van de verlossing, is het feest, waarbij Israël van slavenvolk weer een volk van vrijen werd, weer een zelfstandig volk werd. Welnu, dit geldt niet alleen Juda en Benjamin, maar ook Efraïm en Manasse en de andere stammen. Dat velen straks de boden bespotten is dan ook niet, omdat zij zich onder Hizkia niet weer willen stellen, maar omdat er bij hen een volkomen gebrek is aan ware Godsvrucht, omdat zij geheel en al met de Goddelijke instellingen hadden gebroken, omdat er bij hen was een gehele afwijking van alle eerbied voor God en Zijn dienst. De aanneming spruit voort uit een gevoel van ware Godsvrucht, de verwerping van het aanbod uit een gemis van besef van hun verhouding tot de enige en waarachtige God.
KruisverwijzingenNumeri 9:10→Prediker 4:13→2 Kronieken 30:15→1 Kronieken 13:1→Spreuken 11:14→2 Kronieken 30:13→Spreuken 15:22→— Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.
Efraïm en Manasse als beide hoofdstammen worden hier genoemd in de plaats van het gehele rijk van de Tien stammen.
Want de koning had raad gehouden met zijn oversten, en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het Pascha te houden in de tweede maand, zoals dit in tijd van nood bij uitzondering veroorloofd was (Num 9: 6 vv.).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:34→Exodus 12:6→Exodus 12:18→2 Kronieken 29:17→— Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.
Want zij hadden het niet kunnen houden in die tijd, in de voor het feest eigenlijk bestemde eerste maand (Exod.12: 1 vv.), omdat de priesters zich niet genoeg geheiligd hadden 1), om de op hun rustende werkzaamheden naar behoren te kunnen verrichten, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem, want bij de reiniging van de tempels in Hoofdstuk 21) stonden slechts de oversten van de stad Jeruzalem de koning terzijde.
Deze opgave van redenen, waarom het Pascha niet in de eerste maand kon gehouden worden, sluit zich geheel aan, aan het feit van de herstelling van Tempel- en eredienst (2 Kronieken 29: 34).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 13:4→— En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.
En deze zaak was juist in de ogen van de koning en in de ogen van de ganse gemeente, dat men het feest op het latere tijdstip stelde, in plaats van het tot het volgende jaar te verschuiven.
KruisverwijzingenRichteren 20:1→2 Kronieken 35:18→Esther 3:12→Leviticus 23:2→2 Kronieken 36:22→Daniël 4:1→Esther 8:8→Daniël 6:8→— Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was.
Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israël, van Ber-séba, de uiterste zuidergrens, tot Dan, de uiterste noordergrens, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen, om het Pascha de Heere, de God van Israël, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang, sinds de scheuring van het rijk namelijk (vs. 26), niet gehouden, onder deelneming van het gehele Israël, zoals het beschreven was in de wet, die eist, dat het feest door het gezamenlijke volk moet worden gehouden (Exod.12: 14; 23: 17).
KruisverwijzingenEsther 8:14→Jeremia 51:31→2 Koningen 15:19→Jeremia 4:1→Job 9:25→2 Koningen 15:29→2 Kronieken 28:20→Klaagliederen 5:21→— De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie.
De lopers dan, de soldaten van de koninklijke lijfwacht (1 (Samuel 22: 17), gingen heen met de brieven van de hand van de koning, en zijn vorsten, door gans Israël en Juda, en naar het gebod van de koning, zeggende, terwijl zij aan de schriftelijke uitnodiging nog mondeling vermanende woorden moesten: U kinderen van Israël, bekeert u tot de Heere, de God van Abraham, Izaak en van Israël, zo zal Hij zich keren tot de ontkomenen, die jullie overgebleven zijn uit de hand van de koningen van Assyrië 1).
Onder Pekah, de zoon van Remalia, had Tiglath-Pilezer een groot gedeelte van Israël gevankelijk weggevoerd. Hizkia wijst de overgeblevenen daarop en maant hen tot bekering. Uit wat hij verder zegt blijkt zo zonneklaar, dat hij niet een staatkundige daad bedoelt, maar een godsdienstige. Bekering stelt hij in het laten van de afgoden- en beeldendienst en in een komen tot het Heiligdom (vs. 8).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:8→Ezechiël 20:13→Zacharia 1:3→— En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet.
En wees niet als uw vaderen, en als uw broeders, die tegen de Heere, de God van hun vaderen, overtreden hebben, waarom Hij hen tot verwoesting overgeven heeft, zoals u ziet (Hoofdstuk 29: 8).
KruisverwijzingenExodus 32:9→2 Kronieken 29:10→Deuteronomium 10:16→2 Koningen 23:26→Psalmen 78:49→Psalmen 73:17→Jozua 24:15→Romeinen 6:22→— Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.
Verhard nu jullie hart niet, zoals uw vaderen, die van het huis van de Heere en Zijn dienst zich afgewend hebben; geef de Heere de hand 1), beloof Hem, dat u zich weer aan Hem zult onderwerpen en voortaan gehoorzaam zult zijn, en kom tot Zijn heiligdom, dat Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dien de Heere, uw God; zo zal de hitte van Zijn toorn van u afkeren.
Geef de Heere de hand is hier gezegd in de zin van, de Heere weer trouw beloven, met de Heere weer het verbond vernieuwen, door de afgoden te laten varen en de dienst van de Heere alleen te kiezen. Bij de verbondmaking werd de rechterhand van de ene in de rechterhand van de andere gelegd (dextram jungere dextrae). Hizkia wilde daarom de Tien stammen terugvoeren tot de dienst bij Jeruzalems tempel, waar alleen de Heere God naar Zijn instellingen werd vereerd. Van een lokken, om zich onder zijn koninklijke heerschappij te zetten, is hier geen spoor te vinden.
KruisverwijzingenMicha 7:18→Psalmen 106:46→Exodus 34:6→1 Koningen 8:50→Deuteronomium 30:2→Jesaja 55:7→Leviticus 26:40→Psalmen 86:5→— Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert.
Want als u zich bekeert tot de Heere, zullen uw broeders en uw kinderen, die in ballingschap naar Assyrië; weggevoerd zijn, barmhartigheid vinden voor het aangezicht van degenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen terugkomen; want de Heere, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, als u zich tot Hem bekeert 1).
Deze verzekering van Hizkia grondt zich op het gebed van Salomo (2 Kronieken 6: 24,25) en op de openbaring van God aan Mozes (Exod.34: 6). Wanneer toch Israël gehoor gaf aan Hizkia’s roepstem, dan zouden de overgeblevenen komen tot het heiligdom te Jeruzalem en de Heere zou hen genadig zijn. In het komen zouden zij tonen, dat zij het in ernst met hun bekering meenden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:16→2 Kronieken 30:6→Esther 3:15→Lukas 16:14→Job 9:25→Lukas 8:53→Nehemia 2:19→Lukas 22:63→— Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.
Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraïm en Manasse, tot Zebulon toe; maar zij, de overige bewoners van die delen van het land, belachten hen, en bespotten hen 1).
De verdelging van het koninkrijk van de Tien stammen was nu voorhanden, want slechts twee…drie jaren na deze tijd werd Samaria door de koning van Assyrië belegerd en veroverd en zijn de Tien stammen gevankelijk weggevoerd. Nochtans gaf God hun de genade, om niet alleen een koning op de troon van zijn land te zien, die hun de uitvoering van hun Godsdienst te Jeruzalem wel wilde toelaten, maar ook een op de troon van Jeruzalem, die hun een vriendelijke uitnodiging liet toekomen, om tot Gods heiligdom op te komen en een plechtig Pascha te vieren. Hadden zij deze aanbieding in het algemeen aangenomen, het moest hun ondergang voorgekomen hebben, terwijl nu deze verachting en versmading hun schuld verzwaarde en hun onheil verhaastte.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 30:18→2 Kronieken 30:21→2 Kronieken 30:25→1 Petrus 5:6→Daniël 5:22→Handelingen 17:34→Lukas 14:11→2 Kronieken 33:19→— Evenwel verootmoedigden zich sommigen van Aser, en Manasse, en van Zebulon, en kwamen te Jeruzalem.
Evenwel verootmoedigden zich sommigen 1) van Aser, en Manasse, en van Zebulon, in wie Gods oordelen over Israël bekering en geloof gewerkt hadden, en kwamen te Jeruzalem.
Niettemin waren er enige weinigen, die deze uitnodiging aannamen. Deze uitnodiging, die voor sommigen een reuk van de dood ten dode was, verstrekte aan anderen tot een reuke van het leven ten leven. In de ergste tijden heeft God altijd nog een gering overschot van ware aanbidders behouden.
KruisverwijzingenFilippenzen 2:13→Jeremia 32:39→Deuteronomium 4:2→Psalmen 110:3→Ezechiël 36:26→Ezra 7:27→2 Kronieken 29:36→2 Kronieken 29:25→— Ook was de hand Gods in Juda, hun enerlei hart gevende, dat zij het gebod des konings en der vorsten deden, naar het woord des HEEREN.
Ook was de hand van God, ook werkte Zijn Geest aan de harten in Juda, hun enerlei hart gevend, dat zij het gebod van de koning en van de vorsten deden (vs. 2 vv.), Terwijl zij erkenden dat dit was naar het woord van de Heere.
KruisverwijzingenPsalmen 84:7→2 Kronieken 30:2→— En te Jeruzalem verzamelde zich veel volks, om het feest der ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.
En te Jeruzalem verzamelde zich veel volk, om het feest van de ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:24→2 Samuël 15:23→2 Kronieken 29:16→2 Kronieken 15:16→Johannes 18:1→Jesaja 2:18→2 Koningen 23:12→2 Koningen 18:22→— En zij maakten zich op, en namen de altaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig weg, hetwelk zij in de beek Kidron wierpen.
En zij maakten zich op, vóórdat zij het feest van de ongezuurde broden hielden, om de stad te zuiveren van alle zuurdeeg van de afgoden, en namen de door Achaz opgerichte (Hoofdstuk 28: 24) brandofferaltaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig, reukaltaren, weg, dat zij in de beek Kidron wierpen (Hoofdstuk 29: 16);
Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:34→Ezechiël 16:61→2 Kronieken 29:15→Exodus 19:10→2 Kronieken 30:24→2 Kronieken 31:18→Ezechiël 43:10→2 Kronieken 5:11→— Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN.
Toen slachtten zij het Pascha op de veertiende van de tweede maand (vs. 2); en de priesters en de Levieten, die bij de tempelreiniging in de eerste maand zich in spijt van de vermaning van de koning nalatig betoond hadden (Hoofdstuk 29: 34), waren, toen zij de ijver van het volk zagen, beschaamd geworden over hun verzuim, en hadden zich geheiligd, en hadden brandoffers gebracht in het huis van de Heere.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:15→Deuteronomium 33:1→2 Koningen 11:14→2 Kronieken 35:10→Leviticus 1:5→Hebreeën 11:28→— En zij stonden in hun stand, naar hun wijze, naar de wet van Mozes, den man Gods; de priesters sprengden het bloed, dat nemende uit de hand der Levieten.
En zij stonden in hun stand, op hun plaats, naar hun wijze, overeenkomstig de hun voorgeschreven orde, naar de wet van Mozes, de man van God; de priesters sprengden het bloed van de Paaslammeren, die geslacht werden (vs. 15), dat nemende uit de hand van de Levieten, die het hun overreikten. Deze slachting van de lammeren door de Levieten en de aanbieding van het bloed was een afwijking van het gewone gebruik, volgens hetwelk de huisvaders zelf beide bezorgden (Num.9: 5), maar het was een afwijking, die voortvloeide uit de omstandigheden (vgl. vs. 17 en 18).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:34→Exodus 12:6→2 Kronieken 35:3→— Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden; daarom waren de Levieten over de slachting der paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die den HEERE te heiligen.
Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden, deels wegens de kortheid van tijd, deels uit voorbijzien van de eenmaal in gebruik geraakte wet; daarom waren de Levieten over de slachting van de Paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die de Heere te heiligen 1), door besprenging met het offerbloed van hun lammeren.
Dit vers verklaart, hoe het kwam, dat de Levieten voor hen, die zich niet geheiligd hadden, de slachting van het Pascha verrichtten d.i. het bloed bij het slachten opvingen en de Priesters toereikten. Hadden de Levitisch onreinen het gedaan, dan was het verzoenende offerbloed verontreinigd geworden. Het eten van het Paaslam, of het deelnemen aan het Paasmaal was weliswaar in de Wet ook slechts de reinen veroorloofd, maar was toch niet een zo heilige, d.i. zo nauw met de, bij het altaar, voor zijn volk, tegenwoordige God in verbinding brengende handeling, dat onder zekere omstandigheden niet ook niet-reinen daartoe konden worden toegelaten. Hier nu liet men dit toe, want Hizkia had voor hen gebeden, dat God deze overtreding van het gebod mocht vergeven.
KruisverwijzingenPsalmen 86:5→1 Johannes 5:16→Exodus 12:43→Psalmen 25:8→2 Kronieken 6:21→Psalmen 119:68→Genesis 20:7→2 Kronieken 30:11→— Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien.
Want een menigte volk, velen van Efraïm, en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het Pascha, in deze onreine toestand, dus niet zoals geschreven is, omdat slechts Levitisch reine personen van het vlees van het dankoffer eten mogen (Lev.7: 21 Num.9: 6). Maar Jehizkia bad voor hen, dat de Heere hun zodanige overtreding van de ceremoniële wet omwille van de tijdsomstandigheden niet als zonde aanrekenen zou, zeggende, van de genadige verhoring van zijn bede in het harte verzekerd: De Heere, die goed is, maakt verzoening voor die.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→1 Samuël 7:3→Numeri 19:13→Psalmen 10:17→2 Kronieken 20:33→Job 11:13→Leviticus 15:31→Leviticus 22:3→— Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.
Die zijn ganse hart gericht heeft, om God, de Heere, de God van zijn vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinheid van het heiligdom1), de Levitische reinheid.
God ziet het hart aan; wanneer dit oprecht is voor God, vraagt Hij niet maar uitwendige reinheid, die volgens de wet heilig is.
Hizkia spreekt hier de overtuiging uit, dat het in de eerste plaats aankomt op de overtuiging van het hart. Het was de begeerte van die mannen, om de Heere, de God van de vaderen, te zoeken. Zij waren daartoe uit het rijk van de Tien stammen overgekomen, maar hun ontbrak nu de tijd, om zich volgens de Wet te heiligen. Het was dus, en dit moet wèl in het oog gehouden worden, geen moedwil, geen onachtzaamheid, geen verachten daarom van de Wet, omtrent het Pascha, maar het was hun door de omstandigheden onmogelijk geworden. Aan Juda zou het niet toegestaan zijn. Aan Juda zou het tot zonde zijn toegerekend, omdat Juda de tijd ertoe had gehad, maar dit was bij deze Israëlieten niet het geval. De Heere ziet op het hart, dit weet Hizkia bij zijn diep ingeleide kennis van Gods Wezen, en daarom neemt hij vrijmoedigheid niet alleen, om die Levitisch onreinen toe te laten, maar ook om van de Heere te vragen, Zijn toorn niet te openbaren. En de uitkomst leert, dat de koning goed gezien heeft.
KruisverwijzingenJakobus 5:15→Exodus 15:26→Psalmen 103:3→— En de HEERE verhoorde Jehizkia, en heelde het volk.
En de Heere verhoorde Jehizkia, en heelde 1) het volk, wendde de straf, in Lev.15: 31 toegezegd, aan allen die onrein van het heilige vlees genieten zouden, van hen af, zodat niemand de dood stierf.
Heelde, niet van lichamelijke kwalen, maar van geestelijke. Hier is van een helen van de ziel sprake, zoals Psalm 41: 5 Jer.3: 22 Hos.14: 5
KruisverwijzingenExodus 12:15→Exodus 13:6→Deuteronomium 12:12→2 Kronieken 20:21→2 Kronieken 29:25→Nehemia 8:10→Psalmen 150:3→2 Kronieken 30:26→— Zo hielden de kinderen Israels, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest der ongezuurde broden, zeven dagen, met grote blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op dag, met sterk luidende instrumenten des HEEREN.
Zo hielden de kinderen van Israël, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest van de ongezuurde broden zeven dagen, met grote blijdschap; de Levieten nu, en de priesters prezen de Heere, dag op dag, zeven dagen, met sterk luidende instrumenten van de Heere 1), met de snaar-instrumenten, die men gewoon was bij de lofzangen te bespelen en met trompetgeschal.
Letterlijk: Met instrumenten van de macht van de Heere, d.i. met de snaar-instrumenten en de trompetten, om op bijzondere wijze de macht en heerlijkheid van de Heere te roemen en te prijzen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:6→Nehemia 9:3→Ezra 10:11→Nehemia 8:7→2 Kronieken 17:9→Filippenzen 3:8→Johannes 17:3→Deuteronomium 33:10→— En Jehizkia sprak naar het hart van alle Levieten, die verstand hadden in de goede kennis des HEEREN; en zij aten de offeranden des gezetten hoogtijds zeven dagen, offerende dankofferen, en lovende den HEERE, den God hunner vaderen.
En Jehizkia sprak bemoedigende, opwekkende woorden naar het hart aller Levieten, die verstand hadden in de goede kennis van de Heere1), die door hun spel en goede kennis van de heilige muziek uitmuntten: en zij aten, niet alleen de Priesters en Levieten, maar alle feestvierenden, de offeranden van de gezette hoogtijd van het Paasfeest zeven dagen, offerende dankoffers, en lovende de Heere, de God van hun vaderen.
Hiermee wordt bedoeld, dat Hizkia zijn koninklijke en hoge goedkeuring uitsprak over de wijze, waarop de Levieten zich van hun ambt hadden gekweten. De Levieten hadden hem nog meer terzijde gestaan dan de priesters. Bij de Levieten had hij meer een geopend oor en een gewillig hart gevonden, om de dienst van de Heere te herstellen en de afgoderij uit te roeien. Is het wonder, dat zij bovenal hun blijde stemming uitspraken in het heerlijk snarenspel, wat zij hadden aangeheven?
Kruisverwijzingen1 Koningen 8:65→2 Kronieken 7:9→— Als nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.
Toen nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden tot een nafeest, als een soort van hervormingsfeest, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:34→2 Kronieken 35:7→Efeze 4:8→2 Kronieken 30:3→1 Kronieken 29:3→Ezechiël 45:17→— Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente duizend varren en zeven duizend schapen; en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte geheiligd.
Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente, om haar tot dit nafeest in staat te stellen, een vrijwillige gave van duizend varren, en zeven duizend schapen, en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesters nu hadden zich in menigte geheiligd, en nu kwam de ongeriefelijkheid niet meer voor, dat de krachten van de priesters tot het slachten van de talrijke offers ontoereikend waren (Hoofdstuk 29: 34; 30: 3).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 30:11→2 Kronieken 30:18→1 Kronieken 16:10→Psalmen 92:4→Psalmen 104:34→Exodus 12:43→— En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele gemeente dergenen, die uit Israel gekomen waren; ook de vreemdelingen, die uit het land van Israel gekomen waren, en die in Juda woonden.
En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesters en de Levieten, en de gehele gemeente van degenen, die uit Israël gekomen waren, ook de vreemdelingen, die van de dagen van Rehabeam af, uit het land van Israël gekomen waren, en die in Juda woonden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 7:8→— Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.
Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, de zoon van David, de koning van Israël, was vanwege de scheuring van het rijk onder zijn zoon Rehabeam desgelijks in Jeruzalem niet geweest 1); maar dit feest leek met betrekking tot de duur, de rijkdom van de offeranden, de menigte van de deelnemers en de blijde stemming van het volks op het door Salomo ingestelde feest bij de inwijding van de tempel (Hoofdstuk 7: 8 vv.).
Hieruit op zichzelf is niet op te maken, dat van af Salomo er geen Paasfeest was gevierd. Deze woorden wijzen uitdrukkelijk op het feit, dat, zoals men bij de tempelinwijding twee maal zeven dagen te Jeruzalem had vertoefd, om feest te vieren, dit nu ook geschiedde èn vanwege de grote menigte van offeranden, èn als bewijs van de grote blijdschap van het volk in de dienst van de Heere. Men voelde zich nog weer eens één, zoals uit vs. 25 duidelijk is op te maken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 26:15→Psalmen 68:5→Numeri 6:23→2 Kronieken 23:18→1 Koningen 8:30→Deuteronomium 10:8→Jesaja 57:15→Jesaja 66:1→— Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.
Toen stonden de Levitische priesters op, traden, toen de godsdienstoefening geëindigd was, op hun plaats, en zegenden, op de Num.6: 22 vv. voorgeschreven wijze, het volk; en hun stem werd gehoord, want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in de hemel 1).
Dit kon opgemaakt worden uit de goddelijke zegen, die de feestvierenden te beurt viel, waar zij zich zo verblijdden over de dienst bij Gods heilige tempel, maar ook hieruit, dat de Heere straks op verrassende wijze uitkomst gaf, toen Assyrië Juda gans en al dreigde te vernielen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Ter overdenking
Toen haar man haar vroeg, bij haar terugkeer uit het huis van God eerder dan gewoonlijk: “Vrouw, is de preek helemaal uit?” — toen zei de Schotse vrouw: “Nee, Donald. Zij is helemaal geségd, maar er is nog niet eens een begin gemaakt met het dóen ervan.”
Er lag wijsheid in dat kernachtige woord — een wijsheid die wij maar al te vaak vergeten. Het bidden is het einddoel van het prediken. Hervorming, bekering, wedergeboorte — dát zijn de einddoelen van de bediening; en een heilig leven behoort de vrucht te zijn van onze eerbiedige eredienst.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 30
2 Kronieken 30:18-19.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→Psalmen 86:5→1 Johannes 5:16→Exodus 12:43→Psalmen 25:8→2 Kronieken 6:21→Psalmen 119:68→Genesis 20:7→
— Want een menigte des volks, velen van Efraim en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkia bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien. Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.
Het mag ons tot grote vreugde zijn dat wij niet onder de ceremoniële wet dienen en niet binnen de wettische huishouding leven. De wettische huishouding hield het volk een menigte schaduwen en beelden voor, en legde daarom vele regels en gebruiken vast; en die werden bekrachtigd met zo plechtige en verschrikkelijke straffen dat het volk in gestadige vrees leefde te overtreden, en de gehoorzaamheid lastig vond vanwege de zwakheid van zijn vlees en de onbekeerdheid van zijn gemoed.
Wij zijn niet onder de wet, en toch zijn wij niet zonder de wet van Christus. En wat de inzettingen van de doop en het avondmaal des Heeren betreft — het voorrecht van de vrijgemaakten des Heeren, een orde van het huis des Heeren en een tucht van Zijn huisgezin — die mogen door het liefhebbende kind volstrekt niet ter zijde gesteld worden. Wij zijn geen slaven die de zweep vrezen, maar wij zijn zonen die een kinderlijke vrees hebben om onze hemelse Vader te bedroeven.
De regels over het pascha en het rechte houden van dat hoge feest waren duidelijk en bepaald, en die te breken zou een grote belediging van de God van Israël geweest zijn. Deze regels eisten een zekere ceremoniële reinheid van allen die van het paaslam aten, en wie verontreinigd waren werden teruggehouden, zodat zij de offerande des Heeren niet op de bestemde tijd konden brengen. De heilige handeling moest niet in achteloze vormendienst gevierd worden, maar met een zorgvuldig uitzuiveren van het oude zuurdeeg, opdat zij het feest recht zouden houden.
Aangaande het gedachtenismaal des Heeren hebben wij geen voorschrift over het brood of de wijn, en geen bepaling over de houding of de wijze van handelen. Maar wij doen wel enkele wenken met liefdevolle zorg te volgen. Wanneer wij bijvoorbeeld tot deze tafel des Heeren komen, behoort dat niet te gebeuren zonder een voorbereiding van het hart daartoe: Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker (1 Kor. 11:28). Oneerbiedig te komen, of met een verkeerde bedoeling, is zich de veroordeling te verzekeren. Ledig en achteloos te komen is de zegen te verliezen. Wij behoren tot de tafel te naderen met een hart vol nederigheid, dankbaarheid, geloof en verwachting. Wij behoren het brood en de wijn te ontvangen met een oprecht verlangen naar de gemeenschap met Christus, met tedere liefde tot Zijn gezegende Persoon en met grote vreugde in Zijn volbrachte werk. Nemen wij zo niet deel aan het heilige maal, dan zullen wij het hoge doel ervan missen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-27.Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:34→Exodus 32:9→2 Kronieken 29:10→Micha 7:18→Psalmen 106:46→2 Kronieken 36:16→Numeri 9:10→Richteren 20:1→
— Daarna zond Jehizkia tot het ganse Israel en Juda, en schreef ook brieven tot Efraim en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israels, pascha te houden. Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand. Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem. En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente. Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israel, van Ber-seba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israels, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was. De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israel en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israels, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israel, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrie. En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet. Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren. Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert. Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraim en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.
Meteen na de herstelling van de tempel, nog in het eerste jaar van zijn regering, beveelt Hizkia een algemene viering van het Paasfeest, waartoe hij ook de onderdanen van het nog bestaande, maar reeds door grote rampen bezochte rijk van de Tien Stammen uitnodigt. Het moet, omdat de bij de wet bewaarde tijd voorbij was, tot op de tweede maand uitgesteld, en in de vorm van een na-Pasen gehouden worden; ook bevinden er zich slechts ettelijke deelnemers uit het noordelijke rijk bij, terwijl de meerderheid de uitnodiging van de vrome koning uitlacht en bespot; bovendien zijn er onder de deelnemers velen, die zich naar de wet niet gereinigd hebben, en waarvoor om de verschoning van de Heere moet worden gebeden. Maar overigens is het een zeer heerlijk, door een zevendaags nafeest verlengd, feest, waarbij Gods Geest de harten vervulde en de over het volk uitgesproken zegen tot Gods heilige woning in de hemel kwam.
Daarna 1) zond Jehizkia, nog in de tweede helft van de maand Abib, in het jaar 726 vóór Christus tot het ganse Israël in het rijk van de Tien Stammen, waar toen de iets beter dan zijn voorgangers gezinde koning Hosea regeerde (2 Koningen .17: 2), en in zijn eigen land Juda, en schreef ook brieven tot Efraïm en Manasse2), de beide hoofdstammen van het noordelijke rijk, dat zij zouden komen tot het huis van de Heere te Jeruzalem, om de Heere, de God van Israël, Pascha te houden.
Enkele uitleggers, zoals Keil en Caspari, zijn van gevoelen, dat dit Paasfeest gehouden is in het zesde jaar van de regering van Hizkia, dus na de verwoesting van Samaria. Hij zou dan die uitnodiging gezonden hebben tot de overgeblevenen van de Tien stammen, “omdat hij zich als koning van gans Israël beschouwde en in die eigenschap de overblijfselen van de Tien stammen als zijn onderdanen uitnodigde” (Caspari), maar een onoplosbaar raadsel blijft dan het vieren van dit feest in de tweede maand en niet in de eerste. Op de 14de dag toch van de eerste maand was het voorgeschreven en alleen om bijkomende omstandigheden mocht het op de 14de dag van de 2de maand worden gevierd (Num.9: 11). Had Hizkia het dus in het zesde jaar van zijn regering gehouden, dan is er geen ons bekende reden, waarom dit niet op de eigenlijke feestdag is gehouden. Van een man van beproefde waarheid en tedere Godsvrucht is het toch niet te denken, dat hij zonder enige gewichtige reden de dag verplaatst zal hebben, en zo er een reden was geweest, zou deze ongetwijfeld door de heilige Schrijver zijn vermeld. Stellen wij echter vast, dat het Paasfeest gevierd is, meteen na de herstelling van de Tempeldienst, dan hebben wij de oorzaak van de vertraging in de velerlei bezigheden, die met die herstelling gepaard gingen, waardoor het onmogelijk werd, om ook nog op de veertiende van de eerste maand het Paasfeest te vieren. Waarbij nog kwam, dat niet alle Priesters nog geheiligd waren en zich weer tot de Tempeldienst beschikbaar hadden gesteld. Het is daarom, dat de koning van de bepaling (Num.9: 11) gebruik maakt, om wel op dezelfde datum, maar niet in de eerste maand het Paasfeest te houden. En geheel uitstellen wil hij evenmin, omdat hij, en zeer terecht, van de Godgewijde stemming van het volk partij wil trekken, om ook nu tot een doortastende hervorming te komen. Het volk was nu blij, had nu het verbond van de Heere vernieuwd, en als bewijs daarvan stelt hij nu ook voor, om het heerlijk feest van de ongezuurde broden te houden. En dat hij nu ook boden zendt tot de Tien stammen is niet, omdat hij zich als koning wil gedragen van het gehele volk, maar komt uit zijn godvruchtige stemming van het hart voort. Het Paasfeest is het feest van de verlossing, is het feest, waarbij Israël van slavenvolk weer een volk van vrijen werd, weer een zelfstandig volk werd. Welnu, dit geldt niet alleen Juda en Benjamin, maar ook Efraïm en Manasse en de andere stammen. Dat velen straks de boden bespotten is dan ook niet, omdat zij zich onder Hizkia niet weer willen stellen, maar omdat er bij hen een volkomen gebrek is aan ware Godsvrucht, omdat zij geheel en al met de Goddelijke instellingen hadden gebroken, omdat er bij hen was een gehele afwijking van alle eerbied voor God en Zijn dienst. De aanneming spruit voort uit een gevoel van ware Godsvrucht, de verwerping van het aanbod uit een gemis van besef van hun verhouding tot de enige en waarachtige God.
Efraïm en Manasse als beide hoofdstammen worden hier genoemd in de plaats van het gehele rijk van de Tien stammen.
Want de koning had raad gehouden met zijn oversten, en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het Pascha te houden in de tweede maand, zoals dit in tijd van nood bij uitzondering veroorloofd was (Num 9: 6 vv.).
Want zij hadden het niet kunnen houden in die tijd, in de voor het feest eigenlijk bestemde eerste maand (Exod.12: 1 vv.), omdat de priesters zich niet genoeg geheiligd hadden 1), om de op hun rustende werkzaamheden naar behoren te kunnen verrichten, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem, want bij de reiniging van de tempels in Hoofdstuk 21) stonden slechts de oversten van de stad Jeruzalem de koning terzijde.
Deze opgave van redenen, waarom het Pascha niet in de eerste maand kon gehouden worden, sluit zich geheel aan, aan het feit van de herstelling van Tempel- en eredienst (2 Kronieken 29: 34).
En deze zaak was juist in de ogen van de koning en in de ogen van de ganse gemeente, dat men het feest op het latere tijdstip stelde, in plaats van het tot het volgende jaar te verschuiven.
Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israël, van Ber-séba, de uiterste zuidergrens, tot Dan, de uiterste noordergrens, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen, om het Pascha de Heere, de God van Israël, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang, sinds de scheuring van het rijk namelijk (vs. 26), niet gehouden, onder deelneming van het gehele Israël, zoals het beschreven was in de wet, die eist, dat het feest door het gezamenlijke volk moet worden gehouden (Exod.12: 14; 23: 17).
De lopers dan, de soldaten van de koninklijke lijfwacht (1 (Samuel 22: 17), gingen heen met de brieven van de hand van de koning, en zijn vorsten, door gans Israël en Juda, en naar het gebod van de koning, zeggende, terwijl zij aan de schriftelijke uitnodiging nog mondeling vermanende woorden moesten: U kinderen van Israël, bekeert u tot de Heere, de God van Abraham, Izaak en van Israël, zo zal Hij zich keren tot de ontkomenen, die jullie overgebleven zijn uit de hand van de koningen van Assyrië 1).
Onder Pekah, de zoon van Remalia, had Tiglath-Pilezer een groot gedeelte van Israël gevankelijk weggevoerd. Hizkia wijst de overgeblevenen daarop en maant hen tot bekering. Uit wat hij verder zegt blijkt zo zonneklaar, dat hij niet een staatkundige daad bedoelt, maar een godsdienstige. Bekering stelt hij in het laten van de afgoden- en beeldendienst en in een komen tot het Heiligdom (vs. 8).
En wees niet als uw vaderen, en als uw broeders, die tegen de Heere, de God van hun vaderen, overtreden hebben, waarom Hij hen tot verwoesting overgeven heeft, zoals u ziet (Hoofdstuk 29: 8).
Verhard nu jullie hart niet, zoals uw vaderen, die van het huis van de Heere en Zijn dienst zich afgewend hebben; geef de Heere de hand 1), beloof Hem, dat u zich weer aan Hem zult onderwerpen en voortaan gehoorzaam zult zijn, en kom tot Zijn heiligdom, dat Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dien de Heere, uw God; zo zal de hitte van Zijn toorn van u afkeren.
Geef de Heere de hand is hier gezegd in de zin van, de Heere weer trouw beloven, met de Heere weer het verbond vernieuwen, door de afgoden te laten varen en de dienst van de Heere alleen te kiezen. Bij de verbondmaking werd de rechterhand van de ene in de rechterhand van de andere gelegd (dextram jungere dextrae). Hizkia wilde daarom de Tien stammen terugvoeren tot de dienst bij Jeruzalems tempel, waar alleen de Heere God naar Zijn instellingen werd vereerd. Van een lokken, om zich onder zijn koninklijke heerschappij te zetten, is hier geen spoor te vinden.
Want als u zich bekeert tot de Heere, zullen uw broeders en uw kinderen, die in ballingschap naar Assyrië; weggevoerd zijn, barmhartigheid vinden voor het aangezicht van degenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen terugkomen; want de Heere, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, als u zich tot Hem bekeert 1).
Deze verzekering van Hizkia grondt zich op het gebed van Salomo (2 Kronieken 6: 24,25) en op de openbaring van God aan Mozes (Exod.34: 6). Wanneer toch Israël gehoor gaf aan Hizkia’s roepstem, dan zouden de overgeblevenen komen tot het heiligdom te Jeruzalem en de Heere zou hen genadig zijn. In het komen zouden zij tonen, dat zij het in ernst met hun bekering meenden.
Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraïm en Manasse, tot Zebulon toe; maar zij, de overige bewoners van die delen van het land, belachten hen, en bespotten hen 1).
De verdelging van het koninkrijk van de Tien stammen was nu voorhanden, want slechts twee…drie jaren na deze tijd werd Samaria door de koning van Assyrië belegerd en veroverd en zijn de Tien stammen gevankelijk weggevoerd. Nochtans gaf God hun de genade, om niet alleen een koning op de troon van zijn land te zien, die hun de uitvoering van hun Godsdienst te Jeruzalem wel wilde toelaten, maar ook een op de troon van Jeruzalem, die hun een vriendelijke uitnodiging liet toekomen, om tot Gods heiligdom op te komen en een plechtig Pascha te vieren. Hadden zij deze aanbieding in het algemeen aangenomen, het moest hun ondergang voorgekomen hebben, terwijl nu deze verachting en versmading hun schuld verzwaarde en hun onheil verhaastte.
Evenwel verootmoedigden zich sommigen 1) van Aser, en Manasse, en van Zebulon, in wie Gods oordelen over Israël bekering en geloof gewerkt hadden, en kwamen te Jeruzalem.
Niettemin waren er enige weinigen, die deze uitnodiging aannamen. Deze uitnodiging, die voor sommigen een reuk van de dood ten dode was, verstrekte aan anderen tot een reuke van het leven ten leven. In de ergste tijden heeft God altijd nog een gering overschot van ware aanbidders behouden.
Ook was de hand van God, ook werkte Zijn Geest aan de harten in Juda, hun enerlei hart gevend, dat zij het gebod van de koning en van de vorsten deden (vs. 2 vv.), Terwijl zij erkenden dat dit was naar het woord van de Heere.
En te Jeruzalem verzamelde zich veel volk, om het feest van de ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.
En zij maakten zich op, vóórdat zij het feest van de ongezuurde broden hielden, om de stad te zuiveren van alle zuurdeeg van de afgoden, en namen de door Achaz opgerichte (Hoofdstuk 28: 24) brandofferaltaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig, reukaltaren, weg, dat zij in de beek Kidron wierpen (Hoofdstuk 29: 16);
Toen slachtten zij het Pascha op de veertiende van de tweede maand (vs. 2); en de priesters en de Levieten, die bij de tempelreiniging in de eerste maand zich in spijt van de vermaning van de koning nalatig betoond hadden (Hoofdstuk 29: 34), waren, toen zij de ijver van het volk zagen, beschaamd geworden over hun verzuim, en hadden zich geheiligd, en hadden brandoffers gebracht in het huis van de Heere.
En zij stonden in hun stand, op hun plaats, naar hun wijze, overeenkomstig de hun voorgeschreven orde, naar de wet van Mozes, de man van God; de priesters sprengden het bloed van de Paaslammeren, die geslacht werden (vs. 15), dat nemende uit de hand van de Levieten, die het hun overreikten. Deze slachting van de lammeren door de Levieten en de aanbieding van het bloed was een afwijking van het gewone gebruik, volgens hetwelk de huisvaders zelf beide bezorgden (Num.9: 5), maar het was een afwijking, die voortvloeide uit de omstandigheden (vgl. vs. 17 en 18).
Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden, deels wegens de kortheid van tijd, deels uit voorbijzien van de eenmaal in gebruik geraakte wet; daarom waren de Levieten over de slachting van de Paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die de Heere te heiligen 1), door besprenging met het offerbloed van hun lammeren.
Dit vers verklaart, hoe het kwam, dat de Levieten voor hen, die zich niet geheiligd hadden, de slachting van het Pascha verrichtten d.i. het bloed bij het slachten opvingen en de Priesters toereikten. Hadden de Levitisch onreinen het gedaan, dan was het verzoenende offerbloed verontreinigd geworden. Het eten van het Paaslam, of het deelnemen aan het Paasmaal was weliswaar in de Wet ook slechts de reinen veroorloofd, maar was toch niet een zo heilige, d.i. zo nauw met de, bij het altaar, voor zijn volk, tegenwoordige God in verbinding brengende handeling, dat onder zekere omstandigheden niet ook niet-reinen daartoe konden worden toegelaten. Hier nu liet men dit toe, want Hizkia had voor hen gebeden, dat God deze overtreding van het gebod mocht vergeven.
Want een menigte volk, velen van Efraïm, en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het Pascha, in deze onreine toestand, dus niet zoals geschreven is, omdat slechts Levitisch reine personen van het vlees van het dankoffer eten mogen (Lev.7: 21 Num.9: 6). Maar Jehizkia bad voor hen, dat de Heere hun zodanige overtreding van de ceremoniële wet omwille van de tijdsomstandigheden niet als zonde aanrekenen zou, zeggende, van de genadige verhoring van zijn bede in het harte verzekerd: De Heere, die goed is, maakt verzoening voor die.
Die zijn ganse hart gericht heeft, om God, de Heere, de God van zijn vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinheid van het heiligdom1), de Levitische reinheid.
God ziet het hart aan; wanneer dit oprecht is voor God, vraagt Hij niet maar uitwendige reinheid, die volgens de wet heilig is.
Hizkia spreekt hier de overtuiging uit, dat het in de eerste plaats aankomt op de overtuiging van het hart. Het was de begeerte van die mannen, om de Heere, de God van de vaderen, te zoeken. Zij waren daartoe uit het rijk van de Tien stammen overgekomen, maar hun ontbrak nu de tijd, om zich volgens de Wet te heiligen. Het was dus, en dit moet wèl in het oog gehouden worden, geen moedwil, geen onachtzaamheid, geen verachten daarom van de Wet, omtrent het Pascha, maar het was hun door de omstandigheden onmogelijk geworden. Aan Juda zou het niet toegestaan zijn. Aan Juda zou het tot zonde zijn toegerekend, omdat Juda de tijd ertoe had gehad, maar dit was bij deze Israëlieten niet het geval. De Heere ziet op het hart, dit weet Hizkia bij zijn diep ingeleide kennis van Gods Wezen, en daarom neemt hij vrijmoedigheid niet alleen, om die Levitisch onreinen toe te laten, maar ook om van de Heere te vragen, Zijn toorn niet te openbaren. En de uitkomst leert, dat de koning goed gezien heeft.
En de Heere verhoorde Jehizkia, en heelde 1) het volk, wendde de straf, in Lev.15: 31 toegezegd, aan allen die onrein van het heilige vlees genieten zouden, van hen af, zodat niemand de dood stierf.
Heelde, niet van lichamelijke kwalen, maar van geestelijke. Hier is van een helen van de ziel sprake, zoals Psalm 41: 5 Jer.3: 22 Hos.14: 5
Zo hielden de kinderen van Israël, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest van de ongezuurde broden zeven dagen, met grote blijdschap; de Levieten nu, en de priesters prezen de Heere, dag op dag, zeven dagen, met sterk luidende instrumenten van de Heere 1), met de snaar-instrumenten, die men gewoon was bij de lofzangen te bespelen en met trompetgeschal.
Letterlijk: Met instrumenten van de macht van de Heere, d.i. met de snaar-instrumenten en de trompetten, om op bijzondere wijze de macht en heerlijkheid van de Heere te roemen en te prijzen.
En Jehizkia sprak bemoedigende, opwekkende woorden naar het hart aller Levieten, die verstand hadden in de goede kennis van de Heere1), die door hun spel en goede kennis van de heilige muziek uitmuntten: en zij aten, niet alleen de Priesters en Levieten, maar alle feestvierenden, de offeranden van de gezette hoogtijd van het Paasfeest zeven dagen, offerende dankoffers, en lovende de Heere, de God van hun vaderen.
Hiermee wordt bedoeld, dat Hizkia zijn koninklijke en hoge goedkeuring uitsprak over de wijze, waarop de Levieten zich van hun ambt hadden gekweten. De Levieten hadden hem nog meer terzijde gestaan dan de priesters. Bij de Levieten had hij meer een geopend oor en een gewillig hart gevonden, om de dienst van de Heere te herstellen en de afgoderij uit te roeien. Is het wonder, dat zij bovenal hun blijde stemming uitspraken in het heerlijk snarenspel, wat zij hadden aangeheven?
Toen nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden tot een nafeest, als een soort van hervormingsfeest, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.
Want Jehizkia, de koning van Juda, gaf de gemeente, om haar tot dit nafeest in staat te stellen, een vrijwillige gave van duizend varren, en zeven duizend schapen, en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesters nu hadden zich in menigte geheiligd, en nu kwam de ongeriefelijkheid niet meer voor, dat de krachten van de priesters tot het slachten van de talrijke offers ontoereikend waren (Hoofdstuk 29: 34; 30: 3).
En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesters en de Levieten, en de gehele gemeente van degenen, die uit Israël gekomen waren, ook de vreemdelingen, die van de dagen van Rehabeam af, uit het land van Israël gekomen waren, en die in Juda woonden.
Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Salomo, de zoon van David, de koning van Israël, was vanwege de scheuring van het rijk onder zijn zoon Rehabeam desgelijks in Jeruzalem niet geweest 1); maar dit feest leek met betrekking tot de duur, de rijkdom van de offeranden, de menigte van de deelnemers en de blijde stemming van het volks op het door Salomo ingestelde feest bij de inwijding van de tempel (Hoofdstuk 7: 8 vv.).
Hieruit op zichzelf is niet op te maken, dat van af Salomo er geen Paasfeest was gevierd. Deze woorden wijzen uitdrukkelijk op het feit, dat, zoals men bij de tempelinwijding twee maal zeven dagen te Jeruzalem had vertoefd, om feest te vieren, dit nu ook geschiedde èn vanwege de grote menigte van offeranden, èn als bewijs van de grote blijdschap van het volk in de dienst van de Heere. Men voelde zich nog weer eens één, zoals uit vs. 25 duidelijk is op te maken.
Toen stonden de Levitische priesters op, traden, toen de godsdienstoefening geëindigd was, op hun plaats, en zegenden, op de Num.6: 22 vv. voorgeschreven wijze, het volk; en hun stem werd gehoord, want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in de hemel 1).
Dit kon opgemaakt worden uit de goddelijke zegen, die de feestvierenden te beurt viel, waar zij zich zo verblijdden over de dienst bij Gods heilige tempel, maar ook hieruit, dat de Heere straks op verrassende wijze uitkomst gaf, toen Assyrië Juda gans en al dreigde te vernielen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel