“Want Gij, Heere HEERE, hebt het gesproken, en met Uw zegen zal het huis van Uw knecht gezegend worden in eeuwigheid.”—2 Samuël 7:29
Dit is een belofte waarop gepleit wordt, en daarom geeft zij ons een dubbele les. Alles wat de Heere God gesproken heeft, moeten wij aannemen als zeker waar, en daarna moeten wij erop pleiten voor de troon.
O, wat is het zoet om te noemen wat onze eigen God gesproken heeft! Wat is het kostbaar om een “daarom” te gebruiken dat uit de belofte voortkomt, zoals David in dit vers doet!
Wij bidden niet omdat wij twijfelen, maar omdat wij geloven. Ongelovig bidden past niet bij kinderen van de Heere. Nee, Heere, wij kunnen niet aan U twijfelen: wij zijn ervan overtuigd dat elk woord van U een vast fundament is voor de stoutste verwachting. Wij komen tot U en zeggen: “Doe, gelijk als Gij gesproken hebt.” Zegen het huis van Uw knecht. Genees onze zieken; red wie aarzelen; breng terug wie dwalen; bevestig wie in Uw vreze leven. Heere, geef ons voedsel en kleding naar Uw Woord. Laat ons werk gelukken; geef vooral succes aan onze pogingen om Uw evangelie in onze buurt bekend te maken. Maak onze dienstknechten tot Uw dienstknechten, onze kinderen tot Uw kinderen. Laat de zegen doorstromen naar komende geslachten, en laat hen, zolang er nog iemand van ons geslacht op aarde is, U trouw blijven. O Heere God, “zegen het huis van Uw knecht.”

