“En Ik zal om diens wil het zaad van David verootmoedigen; nochtans niet altijd.”—1 Koningen 11:39
In het gezin van de genade is er tucht, en die tucht is streng genoeg om de zonde als iets slechts en bitters te laten ervaren. Salomo werd door zijn buitenlandse vrouwen op een dwaalspoor gebracht, richtte andere goden op en tergde de God van zijn vader zwaar. Daarom werden tien van de twaalf delen van het koninkrijk weggescheurd en tot een eigen, rivaliserend rijk gemaakt. Dit was een zware slag voor het huis van David. Die kwam duidelijk uit de hand van God en trof dat koningshuis als gevolg van een goddeloze levenswandel. De Heere zal Zijn meest geliefde dienaren tuchtigen als zij niet langer volledig gehoorzaam zijn aan Zijn wetten. Misschien rust zo’n tuchtiging juist nu op ons. Laten wij nederig roepen: “Doe mij weten, waarover Gij met mij twist.”
Wat een heerlijke toevoeging is dat: “nochtans niet altijd”! De straf op de zonde is eeuwig, maar de vaderlijke tuchtiging bij een kind van God duurt maar een poos. De ziekte, de armoede, de neerslachtigheid zullen voorbijgaan als ze hun bedoelde werking hebben gehad. Onthoud: wij staan niet onder de wet, maar onder de genade. De roede kan ons pijn doen, maar het zwaard zal ons niet doden. Ons huidige verdriet is bedoeld om ons tot bekering te brengen, zodat wij niet samen met de goddelozen omkomen.

