“En tot den Middelaar des nieuwen testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel.”—Hebreeën 12:24
Lees verder: Hebreeën 9:11-22.
In deze tekst wordt gesproken over “het bloed der besprenging”. Of het bloed van Abel op Kaïn is gekomen, weet ik niet. Maar als dat zo was, dan moet dat zijn afschuw groter hebben gemaakt, als hij Abels bloed werkelijk op zich had. Dit maakt de vreugde voor u echter groter, want het bloed van Jezus heeft voor ons weinig waarde totdat het op ons gesprengd wordt. Het geloof doopt de hysop in het verzoenende bloed en sprenkelt het op de ziel, en de ziel is schoon. Het toepassen van het bloed van Jezus is de ware grond van vreugde en de ware bron van christelijke rust. Het toepassen van het bloed van Abel moet verschrikkelijk zijn geweest, maar het toepassen van het bloed van Jezus is de wortel en grond van alle vreugde. Er is nog iets in deze tekst. De apostel zegt dat wij gekomen zijn tot “het bloed der besprenging”. Hij noemt nog een aantal dingen waartoe wij gekomen zijn. Van het bloed van Abel zou elk redelijk mens zijn weggevlucht. Wie zijn naaste vermoordt, verlangt naar een zo groot mogelijke afstand tussen zichzelf en het beschuldigende lijk. Maar wij zijn gekomen tot het bloed van Jezus. Het is een onderwerp waarin wij ons verheugen als onze overdenkingen ons er steeds dichterbij brengen. Ik vraag u, christelijke vrienden, om er vanmorgen dichterbij te komen dan ooit tevoren. Denk na over de grote waarheid van Zijn plaatsvervangende lijden en sterven. Stel u het lijden van de Verlosser voor. Kijk Hem aan, ga aan de voet van Golgotha zitten, blijf in de buurt van het kruis en keer u nooit af van dit grote schouwspel van genade en ellende. Kom hierheen en wees niet bang. Zondaren, als u nog nooit op Jezus vertrouwd hebt: kijk naar de Verlosser en leef! Kom nu naar Hem.
Ter overdenking
De mens is verloren (Titus 3:3), de mens is vernieuwd (Titus 3:5) en de mens is verlost (Titus 2:14). Hebt u al deze dingen ervaren of alleen het eerste? Preek 407, 1 september 1861

