“Hij zal voor geen kwaad gerucht vrezen; zijn hart is vast, betrouwende op den HEERE.”—Psalm 112:7
Lees verder: Psalm 42:1-12.
Kunt u God eren als u zich laat meeslepen door schrik en angst zodra u slecht nieuws hoort? Heiligen kunnen Gods hoogste lof zingen in het vuur en Zijn Naam prijzen op een ziekbed, maar dat lukt niet als u zich van de wijs laat brengen. Mens, kan uw gemopper God prijzen? Kunnen uw twijfel en uw angst, alsof er niemand was die u kon helpen, de Allerhoogste groot maken? Kom, ik bid u: wilt u God eren, wees dan dapper. Er was eens een man die erg bezorgd was over het verlies van zijn zaak. Zijn vrouw probeerde hem te troosten, maar dat lukte niet. Omdat ze een wijze vrouw was, zweeg ze tot de volgende morgen. Toen ze die ochtend beneden kwam, zag haar gezicht er zo verdrietig uit dat haar man vroeg: “Wat is er aan de hand?” Met een nog altijd droevig gezicht zei ze dat een droom haar ongerust had gemaakt. “Wat was het dan voor een droom, mijn liefste?” vroeg hij. “Van dromen hoeft men toch niet ongerust te worden?” “O,” zei ze, “ik droomde dat God dood was. Het was zo’n groot verdriet dat alle engelen in de hemel huilden en alle heiligen op aarde bijna hun hart braken.” “Wees niet zo dwaas,” antwoordde haar man, “het was maar een droom.” “O, maar,” zei ze, “alleen al de gedachte!” “Zoiets moet men niet eens denken,” zei hij, “want God kan niet sterven. Hij leeft altijd om Zijn volk te troosten.” Meteen klaarde haar gezicht op. “Zo wilde ik u terechtwijzen,” zei ze, “want u droomde zelf dat God u verlaten had. Nu ziet u hoe ongegrond uw verdriet is. Zolang God leeft, is Zijn volk veilig.”
Ter overdenking
Doet u wel eens alsof God dood is? Als de Zoon van God niet uit de dood was opgestaan, hadden christenen alle reden om doodongelukkig te zijn (Lukas 24:17; Johannes 20:11; 1 Korinthe 15:17-19). Christus was dood, maar Hij is opgestaan en kan niet opnieuw sterven (Romeinen 6:9). Hij leeft tot in alle eeuwigheid (Hebreeën 7:25; Openbaring 1:18). Waarom huilt u dan (Johannes 20:13, 15)? Onze blijdschap om deze grote feiten helpt ons in alle omstandigheden.
Preek 647, 27 augustus 1865

