“… maar de vromen zullen het goede beerven.”—Spreuken 28:10
Het boek Spreuken is ook een boek vol beloften. Beloften zouden spreekwoorden moeten zijn onder Gods volk. Deze belofte is opmerkelijk. We denken meestal dat onze goede dingen nog op ons wachten, maar hier staat dat we ze nu al bezitten. Alle boosheid en sluwheid van onze vijanden kan ons niet ten val brengen: zij zullen vallen in de kuil die ze zelf gegraven hebben. Ons erfdeel is zo zeker voor ons vastgelegd dat niemand ons ervan kan afhouden. Niemand kan ons ook zo van de weg afbrengen dat we het mislopen. Maar wat hebben we nu al? We hebben een rustig geweten door het kostbare bloed van Jezus. We hebben de liefde van God die onveranderlijk op ons rust. We hebben kracht bij God in het gebed, op elk moment van nood. We hebben Gods voorzienigheid die over ons waakt, Gods engelen die ons dienen en, boven alles, Gods Geest Die in ons woont. Kortom: alles is van ons. “Hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.” Jezus is van ons. Ja, de drie-enige God is van ons. Halleluja! Laten we niet kniezen en klagen, niet krenterig zijn en ons niet afsloven, want we hebben het goede al in bezit. Laten we leven van onze God en ons de hele dag in Hem verheugen. Help ons, o Heilige Geest!

