“Want Ik leef, en gij zult leven.”—Johannes 14:19
Jezus heeft het leven van wie in Hem geloven net zo zeker gemaakt als Zijn eigen leven. Zo zeker als het Hoofd leeft, zo zeker leven ook de leden. Als Jezus niet uit de dood is opgestaan, dan zijn wij nog dood in onze zonden. Maar Hij is opgestaan, en daarom zijn alle gelovigen in Hem opgestaan. Door Zijn dood zijn onze overtredingen weggenomen en zijn de banden losgemaakt waarmee wij onder het doodvonnis vastzaten. Zijn opstanding bewijst dat wij rechtvaardig verklaard zijn: wij zijn vrijgesproken, en de barmhartigheid zegt: “De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen, gij zult niet sterven.”
Jezus heeft het leven van Zijn volk even eeuwig gemaakt als Zijn eigen leven. Hoe kunnen zij sterven zolang Hij leeft, nu zij één met Hem zijn? Hij sterft niet meer, en de dood heerst niet meer over Hem. Daarom zullen zij ook niet meer terugkeren naar de graven van hun oude zonden, maar zullen zij voor de Heere leven in een nieuw leven. Gelovige, als je onder zware verzoeking bang bent dat je op een dag door de vijand ten val wordt gebracht, laat dit je dan geruststellen. Je zult je geestelijk leven nooit verliezen, want je leven is met Christus verborgen in God. Je twijfelt er niet aan dat jouw Heere onsterfelijk is. Denk dan ook niet dat Hij je zal laten sterven, nu je één met Hem bent. Het bewijs voor jouw leven is Zijn leven, en daarvoor hoef je niet bang te zijn. Rust daarom in je levende Heere.

