“Dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage.”—Deuteronomium 29:18
Lees verder: 2 Petrus 2:4-9.
Vraag het maar aan Noach, nu hij vanuit de ark naar buiten kijkt: veroorzaakt de zonde bitterheid? Als antwoord wijst hij naar de drijvende lijken van ontelbare duizenden die door de zonde gestorven zijn. Vraag het aan Abraham: veroorzaakt de zonde bitterheid? Hij wijst naar de rook van Sodom en Gomorra, de steden die God vanwege hun goddeloosheid verwoest heeft. Vraag het aan Mozes, en hij zal u herinneren aan Korach, Dathan en Abiram, die levend door de aarde verzwolgen werden. Ga naar Paulus, en hij zal niet met zoete woordjes spreken over de moderne misleiders die mensen laten geloven dat de zonde niet gestraft zal worden. “Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen; hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?” (Hebreeën 10:28-29). Luister naar Jakobus, Judas of Petrus, en u zult hen horen spreken over ketenen van duisternis en vlammend vuur. Hoor Johannes als hij schrijft over de toorn van God als een wijnpersbak waaruit het bloed stroomt tot aan de tomen van de paarden. Laat de Verlosser Zelf tot u spreken. Hij roept uit: “En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn.” Hij is de Auteur van de woorden: “Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.” Hij is het Die spreekt over “de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.” De Bijbel vertelt u niet — en o, dat u het mag horen als Gods eigen stem tot u! — dat de zonde zal eindigen in genoegen en blijdschap, maar dat Gods toorn op u zal blijven als u zich niet bekeert van uw zonde; dat de ziel die gezondigd heeft zal sterven; dat Gods vloek op de goddelozen is, en dat een eeuwigdurende straf het deel is van wie geen verdriet over zijn zonde heeft en verhard is.
Ter overdenking
Een leven van vermaak en zonde, dat geen ruimte laat voor de Heere Jezus Christus, kan een tijdje leuk lijken, maar het zal allemaal eindigen in eeuwigdurende tranen (Prediker 11:8-9; Lukas 12:19-21; 16:19,25). De wijze houdt rekening met de eeuwigheid (Prediker 12:1; Hebreeën 11:24-26).
Preek 723, 2 december 1866

