De koningin van het Zuiden, of De Ernstige Zoeker

Een preek uitgesproken op zondagochtend 4 oktober 1863, door C. H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington.

Copyright © Het Spurgeon Archief | Portret C.H. Spurgeon

De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden van de aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier! Matt. 12:42

Onze Verlosser heeft in dit hoofdstuk twee soorten mensen terechtgewezen. Hij berispte degenen die het evangelie wel horen, maar niet tot nederigheid en berouw komen. Hij wees hen terecht met het voorbeeld van de Ninevieten, die na slechts één korte en indringende waarschuwing van de profeet Jona in rouwgewaden gingen, zich in diepe vernedering tot God keerden en zo hun stad redden.

Vervolgens richtte Hij zich tot een andere groep: degenen die niet nieuwsgierig genoeg zijn om het evangelie te willen horen, of die er, wanneer zij het horen, geen aandacht aan schenken, alsof het de menselijke gedachte niet waard zou zijn. Eerst berispt Hij degenen die het Woord negeren en verachten, en daarna degenen die zo hardvochtig van hart zijn dat zij weigeren er eerlijk en oprecht naar te luisteren.

Zij worden beschaamd door het voorbeeld van de Koningin van het Zuiden, die vanuit de verste uithoeken van de aarde kwam, aangetrokken door de roem en wijsheid van koning Salomo. Hij verklaart dat haar heilige nieuwsgierigheid, die haar ertoe bracht zo ver te reizen om deel te hebben aan de wijsheid van een mens, ons op de Dag des Oordeels zal veroordelen als wij weigeren te luisteren naar de stem van de Zoon van God en niet op zoek gaan naar de hemelse wijsheid die Hij openbaart.

Zou u zo vriendelijk willen zijn uw Bijbel te openen bij het tiende hoofdstuk van het Eerste Boek der Koningen? Ik zal namelijk voortdurend naar dit historische verslag verwijzen om het gedrag van de koningin uit de oudheid volledig tot zijn recht te laten komen. O, moge de Geest van God sommigen onder u door het voorbeeld van die wijze vrouw van zonde overtuigen!

De drie punten die wij vanmorgen met betrekking tot de koningin van Sheba zullen bespreken, zijn de volgende: ten eerste zullen wij haar prijzen om haar onderzoekende geest; vervolgens zullen wij bezien hoe zij haar onderzoek uitvoerde; en ten slotte zullen wij het resultaat van een zo zorgvuldig uitgevoerd onderzoek bespreken.

I. Allereerst, LATEN WIJ HAAR PRIJZEN OM HAAR ONDERZOEKENDE GEEST. In dat opzicht zal zij in het oordeel beter geoordeeld worden dan de meeste aanwezigen hier.

Zij was een koningin. Koninginnen hebben vele zorgen, talloze taken en verplichtingen, maar zij achtte het noch beneden haar waardigheid om zich te verdiepen in de wijsheid van Salomo, noch een verspilling van kostbare tijd om naar zijn rijk te reizen. Hoe velen voeren het ijdele excuus aan dat zij, bij gebrek aan tijd, geen voldoende aandacht kunnen besteden aan de godsdienst van Jezus Christus: zij hebben een groot gezin, of moeten een zeer moeilijke zaak besturen. Deze vrouw spreekt zulke mensen tegen, want zij verliet haar koninkrijk en legde de staatszaken terzijde om een lange reis te ondernemen, opdat zij naar de koninklijke wijze zou kunnen luisteren.

Hoeveel te meer zouden mensen dan bereid moeten zijn, wanneer het absoluut noodzakelijk was (en ik geloof dat dit nooit het geval is), hun eigen zaken voor een tijdje opzij te zetten, zodat zij de weg naar de verlossing van hun ziel zouden kunnen vinden. “Wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?” En, aan de andere kant, wat zou zijn verlies betekenen, al verloor hij al zijn bezittingen, als hij zijn ziel zou winnen en uiteindelijk werd gered? Niemand van u kan voortaan nog beweren dat u een excuus hebt vanwege tijdgebrek of moeilijke omstandigheden; want als de koningin van het Zuiden naar Salomo kon komen, kunt u ook de leer van Christus bestuderen.

Haar hofhouding was ongetwijfeld al een bron van wijsheid. De heersers van de oosterse rijken zorgden er immers altijd voor dat zij zich omringden met een kring van wijzen, die onder hun bescherming zowel in hun levensonderhoud als in hun eer werden voorzien. Aan het hof van zo’n groot liefhebber van kennis als de koningin van Sheba zal er dan ook zeker een gezelschap van magiërs en wijzen aanwezig zijn geweest. Toch nam zij geen genoegen met wat zij al wist; zij was vastbesloten op zoek te gaan naar die goddelijke wijsheid waarvan zij de faam had gehoord.

Daarmee berispt zij degenen onder u die menen dat zij genoeg weten, die veronderstellen dat hun eigen, zelfverworven inzicht voldoende is zonder aan de voeten van Jezus te zitten. Als u zich inbeeldt dat menselijke wijsheid een toereikend licht kan zijn zonder de helderdere stralen van de openbaring te ontvangen; als u zegt: “Deze dingen zijn voor de eenvoudigen en voor de armen, wij zullen er niet naar luisteren,” dan wordt u terechtgewezen door deze koningin, wier hof vol wijsheid was en die toch alles achterliet om de wijsheid te vinden die God aan Salomo had gegeven.

De wijsheid van Jezus Christus overtreft alle menselijke kennis, zoals de zon het licht van een kaars overtreft. Er is geen vergelijking mogelijk, slechts een groot contrast. Wie niet tot de bron komt die overvloeit van wijsheid, maar vertrouwt op zijn eigen gebroken waterbakken, zal te laat ontwaken om te ontdekken dat hij een dwaas is.

Bedenk ook dat de koningin van zeer ver kwam om de wijsheid van Salomo te horen. De reis vanuit Arabia Felix of uit Abessinië – welk land het ook geweest moge zijn – was lang en gevaarlijk, een veel zwaardere onderneming dan zij in onze tijd zou zijn. Aangezien de reis bovendien op de rug van kamelen werd afgelegd, moet zij zeer veel tijd in beslag hebben genomen. Omdat zij, zoals Mattheüs zegt, “van de einde van de aarde” kwam, waren er ongetwijfeld bergen te beklimmen, misschien zelfs zeeën te bevaren en woestijnen te doorkruisen. Toch kon geen van deze moeilijkheden haar tegenhouden. Zij hoorde van wijsheid, en wijsheid wilde zij verkrijgen. Daarom ondernam zij moedig de reis met haar talrijke gevolg, hoe ver die ook voerde.

Velen krijgen het evangelie tot aan hun deur gebracht, en toch willen zij hun haard niet verlaten om ernaar te luisteren. Er zijn duizenden mensen die slechts de straat hoeven over te steken om het Woord te horen, en toch blijven ze thuis; en er zijn vele anderen die, zelfs als ze wel komen, tijdens de dienst niet opletten, of, als ze al luisteren, er niet oprechter aandacht aan schenken dan aan een oud, afgezaagd verhaal waar men uit beleefdheid naar luistert, maar dat men volstrekt nutteloos acht.

De koningin van Sheba, die ondanks het feit dat zij tot het zwakkere geslacht behoorde door de woestijn trok, zal opstaan om een oordeel te vellen over hen die de grote verlossing negeren en de Verlosser behandelen alsof Jezus’ dood niets voor hen betekent.

Vergeet ook niet dat deze vrouw een vreemdeling was voor Salomo en dat zij reeds een eigen godsdienst had, waarschijnlijk een van de oudere vormen van afgoderij, mogelijk de Sabeïsche zonaanbidding. Toch liet zij zich daardoor niet weerhouden om verder te zoeken naar de waarheid.

Veel mensen zeggen tegenwoordig: “Wilt u dat ik van godsdienst verander?” Het wordt haast als een belediging beschouwd om te veronderstellen dat bijvoorbeeld een rooms-katholiek aandacht zou schenken aan de leer van vrije genade, of dat mensen uit een andere kerk bereid zouden zijn open te luisteren naar iets dat ingaat tegen wat zij van jongs af aan hebben gehoord. “Wilt u dat ik van godsdienst verander?” Ja — als uw godsdienst onwaar is, dan zou ik dat inderdaad wensen.

Als uw godsdienst u niet heeft veranderd, dan is zij haar doel voorbijgeschoten. Een godsdienst die het hart niet vernieuwt en de mens niet heiligt, die zijn vertrouwen niet verlegt en hem niet op Christus leert rusten, die hem niet van binnenuit tot een nieuw mens maakt, zo’n godsdienst is zonder waarde. Hoe eerder men die opgeeft, hoe beter.

Alleen omdat mijn moeder of grootmoeder misschien blind waren, betekent dat dan dat ik dat ook moet blijven, zelfs als ik weer zou kunnen zien? En als zij hun hele leven een zware last hebben gedragen, moet ik die dan ook dragen, simpelweg omdat ik van hen afstam? Een overgeërfde vroomheid heeft weinig waarde als zij geen persoonlijke overtuiging is geworden; maar een erfelijke goddeloosheid is een uiterst rampzalige erfenis – werp die van u af.

Bedenk dat u als individu verantwoordelijk bent voor uzelf. Iedere ziel gaat alleen door de poort van het leven en verlaat deze wereld alleen door de poort van de dood. Daarom moet ieder mens in stille ernst, los van anderen, zoeken naar de waarheid; en wanneer hij die gevonden heeft, moet hij ook persoonlijk de keuze maken om aan de zijde van de Heere te staan. Ja, wij roepen u op om aandacht te schenken aan de dingen van God, ook al bent u anders opgevoed en hebt u zich oprecht aan een andere vorm van religie verbonden. Beproef de geesten of zij uit God zijn. Als uw ziel misleid is, is er nog tijd om dit recht te zetten. Moge God u helpen, opdat u de waarheid mag ontdekken.

Het is opmerkelijk dat deze vrouw, die van ver kwam, een reis ondernam die haar veel kostte. Zij trok met een grote stoet, met kamelen beladen met specerijen, overvloedig goud en kostbare edelstenen. Zij beschouwde de schatten van haar koninkrijk als middelen van waarde, omdat zij haar toegang verschaften tot de aanwezigheid van de bewaarder van de schatkamer van de wijsheid.

Onze Heere Jezus Christus vraagt echter niets anders van de mensen dan hun hart. Hij verkoopt de waarheid aan niemand, maar schenkt deze vrijelijk, zonder geld en zonder prijs. Als de mensen nog steeds weigeren om het aan te nemen, als ze weigeren te luisteren en hun gedachten niet willen richten op goddelijke zaken, zullen zij dan niet volkomen onvergeeflijk zijn wanneer deze heidense koningin opstaat en verklaart dat zij haar robijnen en parels, haar specerijen en kamelen aan koning Salomo heeft gegeven, opdat zij zijn menselijke wijsheid zou mogen aanschouwen?

O, vrienden, al zouden wij het licht van onze ogen en het gebruik van onze ledematen verliezen, dan nog zou het beter zijn blind en kreupel het leven binnen te gaan dan met ogen en ledematen in het hellevuur geworpen te worden. “Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.” En als een mens al alles zou geven voor zijn aardse leven, hoeveel kostbaarder is dan het geestelijke leven! Hoe gering zou de prijs zijn, zelfs al moest men duizend marteldoden sterven om zijn ziel te behouden.

Maar niets van dit alles wordt gevraagd. Het evangelie schenkt aan iedere behoeftige ziel vrijelijk precies datgene wat zij nodig heeft. Het roept: “Gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk!” O, mijn geliefde toehoorders, als u de uitnodiging van het evangelie van Christus hebt afgewezen, dan hebt u reden om te beven bij de gedachte dat de koningin van Sheba zal opstaan om u te oordelen.

Merk op dat deze koningin geen uitnodiging had ontvangen; koning Salomo had haar nooit gevraagd te komen. Zij kwam ongevraagd en onverwacht. U daarentegen bent wél uitgenodigd om te komen. Honderden keren is in dit gebedshuis de stem gehoord die roept: “De Geest en de bruid zeggen: Kom.” Zelfs u, die misschien vreemdelingen bent in dit huis, kunt op elke straathoek van deze stad de uitnodiging van Christus horen. De Bijbel, Gods geschreven uitnodiging, bevindt zich in uw huizen, en u kunt erin lezen wanneer u wilt.

Als u dus, ondanks al deze uitnodigingen, ondanks herhaalde aansporingen en duidelijke onderwijzing, weigert te komen wanneer Gods voorzienigheid het evangelie tot aan uw deur brengt; als u Koning Jezus niet zoekt, dan zult u inderdaad door deze koningin van Sheba veroordeeld worden.

Bedenk dat zij nog maar weinig over Salomo had gehoord, niet meer dan een gerucht over zijn roem. Misschien waren enkele van zijn schepen, die naar Tarsis voeren om goud te halen, door stormen naar de kust van Abessinië gedreven, of misschien volgden zij de route via de Rode Zee naar India, waarbij zij havens in Zuid-Arabië of Abessinië aandeed. Via deze zeelieden hadden haar onderdanen wonderbaarlijke verhalen gehoord over die machtige koning: over zijn troon van goud en ivoor, de grootsheid van zijn legers en de vele strijdwagens, en bovenal over de tempel en zijn God. Uitsluitend op basis van dergelijke geruchten ondernam zij die lange reis.

Maar wij beschikken over een vast en betrouwbaar getuigenis, dat door talloze profeten en dienaren van God is gegeven. Wij bezitten het in dit Boek, geschreven onder goddelijke leiding en bezegeld met eeuwig gezag. Wij weten dat er wijsheid in Christus is; ons geweten getuigt dat Hij geen bedrieger is en dat Zijn evangelie waar en kostbaar is. Wat zijn wij dan voor dwazen – ja, dubbele dwazen – als wij, met de zekerheid dat er zoveel te winnen valt, niettemin terugdeinzen voor deze glorieuze roeping en niet naar Hem gaan die ons wijsheid en eeuwig leven wil schenken?

Men zou verder kunnen uitweiden over de voortreffelijkheid van de onderzoekende geest van deze vrouw, maar wij hebben slechts ruimte om op te merken dat het doel van haar reis verbleekt in vergelijking met datgene waarnaar onze zoektocht is gericht. Wij roepen de onachtzame ziel op om na te denken over de Zoon van God; zij legde die immense afstand af om een mensenzoon te zien, een gewoon mens, die ondanks al zijn wijsheid toch beperkt en feilbaar was. Zij reisde zo ver om iemand te ontmoeten die, hoewel hij wijsheid bezat, daar slechts een klein deel van kon delen.

Wij daarentegen nodigen de zondaar uit om tot Hem te komen die voor ons wijsheid, gerechtigheid, heiliging en verlossing is geworden door God. Wij verkondigen dat alles wat Christus bezit, Hij bereid is te geven; dat Zijn overvloed juist een overvloed voor anderen is, en dat Zijn volheid de bron is waaruit wij allen mogen putten. Zij ging naar een man die wijsheid bezat; wij nodigen u uit tot Hem die de wijsheid zelf is, in volmaakte gedaante.
Spreekt u over het koningschap van Salomo?

Wij nodigen u uit tot een grotere Koning dan hij, de Heere van hemel, aarde en hel. Spreekt u over zijn rijkdom? Wij wijzen u op Hem die onuitsprekelijke rijkdom aan genade en heerlijkheid bezit. Het is waar dat zij wellicht iets aan haar reis heeft overgehouden, maar dat was slechts onzeker; wie echter tot Christus komt, is verzekerd van rijkdom in alles wat ware gelukzaligheid inhoudt.

Nog nooit heeft iemand zich tot onze ware Salomo gewend zonder onmiddellijk verrijkt te worden. Wie ook met lege handen kwam, arm, zwak, naakt en zondig, om de grote verlossing van onze Jezus te ontvangen, is nooit met lege handen weggegaan. U die het Evangelie veracht, die de gebedsplaats binnengaat en verlaat alsof het slechts een gewoonte is: let goed op, opdat deze Koningin van het Zuiden zich niet in het oordeel tegen u opstelt om u te veroordelen.

II. Laten wij, gezien de verdienstelijke lof die deze koningin ten deel valt, eens bekijken HOE ZIJ HET ONDERZOEK HEEFT GELEID.

Merk op dat zij dit persoonlijk deed. Zij stuurde geen gezant om de zaak te onderzoeken, maar ging op eigen initiatief op pad om Salomo persoonlijk te ontmoeten. Was het niet de hertog van Wellington die ooit een van zijn officieren berispte omdat deze zich tegen de Bijbel keerde? Hij vroeg hem of hij die ooit had gelezen, en toen de ander eerlijk toegaf dat dit niet het geval was, liet hij zien hoe verachtelijk het is om kritiek te leveren op iets wat men niet begrijpt. De meeste mensen die bezwaar hebben tegen de godsdienst van Christus hebben deze nooit echt bestudeerd. Ik ben ervan overtuigd dat niemand die een duidelijk en weloverwogen begrip heeft gekregen van de Persoon van de Verlosser en het werk van Zijn genade, daarna nog iets nadeligs over Hem kan zeggen of denken. Mr. Watts heeft gelijk wanneer hij zegt: “Als alle volken Zijn waarde kenden, zou de hele wereld Hem zeker ook liefhebben.”

Het kennen en begrijpen van het karakter, de bediening en het werk van Jezus Christus is de weg naar oprecht geloof en liefde voor Hem; ik kan mij ook niet voorstellen dat er ooit iemand is geweest die Christus oprecht heeft gevraagd wat dat genadige mysterie is dat Hij kwam onderwijzen, zonder een liefdevolle, bemoedigende glimlach van Hem te ontvangen. Wie zich wil bekeren, moet worden als een kind; en wanneer hij wordt als een kind en aan Jezus’ voeten zit, zal hij net zo worden behandeld als alle andere kinderen; hij zal de Meester horen zeggen: “Derzulken is het Koninkrijk Gods.“ Wie oprecht op zoek is naar de Heere Jezus en zich persoonlijk tot Hem wendt in oprecht gebed en nederige smeekbede, zal vrede en goedheid vinden.

Merk vervolgens op dat de koningin zich eerst tot Salomo wendde. Zij begaf zich op weg naar Salomo. De weg tot geloof in onze Heere Jezus Christus is om tot Hem te komen. Sommige mensen willen beginnen met de leer van de uitverkiezing, en zo struikelen zij over dit struikelblok. Anderen willen eerst weten waar uitverkiezing en vrije wil elkaar kruisen, en als zij dat niet begrijpen, keren zij zich vol afkeer af.

Weer anderen zouden graag de moeilijkheden van de Pentateuch willen oplossen, of antwoorden vinden op geologische vragen; maar als zij wijs waren, zouden zij onmiddellijk naar de Meester Zelf gaan. We zien niet dat zij de kamerheren ondervraagt, noch Adoniram die de belastingen inde, noch zelfs de machtige mannen van de koning, de Cherethieten en Pelethieten, maar zij zocht Salomo op; uit zijn eigen mond, onmiddellijk en rechtstreeks van hem, zal zij de antwoorden op haar prangende vragen horen en zijn wijsheid ontdekken.

Arme ziel, wend u tot God in Christus Jezus. De meest directe weg is de beste; er zijn zaken die u zullen verbijsteren, er zijn diepten die te diep voor u zijn, maar wend u tot God in Christus Jezus, tot Hem die aan het kruis hangt, overpeins het mysterie van Zijn groot verzoeningsoffer, en vertrouw daarop, en dan zult u de wijsheid van onze machtige Salomo beginnen te begrijpen. Als u de gehele leer nog niet volledig kunt bevatten, moge de Geest u dan in staat stellen Zijn Persoon te leren kennen; dat zal voldoende zijn.

Let op wat zij deed toen zij een audiëntie bij de koning had verkregen: “Zij kwam bij Salomo en sprak met hem over alles wat zij op haar hart had.“ Dit is de manier om de Heere te leren kennen: vertel Hem alles wat er in uw hart is, uw twijfels, uw angsten, uw hardheid van hart en uw onboetvaardigheid; belijd het allemaal. Wie zichzelf leert kennen, is dicht bij het leren kennen van Christus; en wie alles belijdt wat hij weet over zijn eigen verdorvenheid en verderfelijkheid, zijn zondigheid, zijn noden en zijn hulpeloosheid, zal spoedig een genadig antwoord van vrede ontvangen. Wacht niet omdat uw hart verachtelijk is – het is zelfs nog verachtelijker dan u denkt – maar ga ermee naar Jezus en vertel Hem alles.

Bent u als de bloedvloeiende vrouw? Ik smeek u: vertel Hem de hele waarheid, en Hij zal zeggen: “Uw geloof heeft u behouden.“ Waarom probeert u iets te verbergen voor de Alwetende? Hij kent de verborgen hoeken van uw hart; de diepste, donkerste plekken ervan zijn in Zijn handen. Als u het Hem zou vertellen, zou Hij niet meer weten dan Hij al weet, dus waarom aarzelt u nog? Scheur de sluier van uw hart weg, en u zult barmhartigheid vinden.

Bovendien legde zij Salomo haar moeilijke vragen voor. Ik weet niet precies wat die waren, en eerlijk gezegd doet dat er ook niet echt toe. Joodse rabbijnen hebben een aantal zeer dwaze vragen bedacht waarvan zij beweren dat het haar moeilijke vragen waren. Maar ik weet wel dat, wanneer u tot onze Salomo, tot Christus, komt, uw moeilijke vragen de volgende zullen zijn: “Mijn Heere, hoe kan genade en gerechtigheid samengaan? Hoe kan God zonden vergeven en tegelijkertijd straffen?“

Jezus zal u Zijn gewonde handen en voeten laten zien. Hij zal u vertellen over Zijn grote zoenoffer: hoe God, door middel van het plaatsvervangend offer, ontzagwekkend is in Zijn gerechtigheid en tegelijkertijd grenzeloos in Zijn liefde. Dan zult u Hem vragen: “Hoe kan een zondig schepsel rein zijn in de ogen van een heilige God?” Hij zal tot u spreken over Zijn gerechtigheid, en dan zult u zien hoe een zondige ziel, bekleed met de toegerekende gerechtigheid van de Verlosser, voor de Heere net zo welgevallig is als wanneer zij nooit gezondigd had.

U zult tot Hem zeggen: “Kunt U mij vertellen, Heere Jezus, hoe het komt dat een zwakke ziel, zonder kracht, toch in staat zal zijn om tegen de duivel te strijden en de wereld, het vlees en de duivel te overwinnen?“ Dan zal Jezus antwoorden: “Mijn genade is u genoeg; mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.“ Op deze manier zullen alle moeilijke vragen worden beantwoord. Ja, zelfs als u zich afvraagt wat goddelijke uitverkiezende liefde is, of welke andere vraag u ook tegenkomt in de Bijbel. Als u Hem alles vertelt wat u op het hart ligt en bereid bent om van Hem te leren, is er geen enkele moeilijke vraag die uw ziel kan bedenken die Jezus Christus niet zal beantwoorden.

Deze goede vrouw luisterde, terwijl zij naar de waarheid zocht, aandachtig naar wat Salomo haar vertelde. Er wordt gezegd dat hij haar antwoord gaf op al haar vragen. O, wat een gezegende gemeenschap bestaat er tussen Christus en een verontruste ziel. Als u Hem al uw tekortkomingen vertelt, zal Hij u al Zijn verdiensten bekendmaken; als u Hem uw zwakheid voorlegt, zal Hij u Zijn kracht tonen; als u Hem vertelt hoe ver u van God verwijderd bent, zal Hij u laten zien hoe dicht Hij bij God is; als u Hem laat zien hoe hard uw hart is, zal Hij u vertellen hoe Zijn hart gebroken werd, opdat u zou leven. Wees niet bang: leg Hem uw hart bloot en vertrouw op Hem, en Hij zal u een zoete openbaring schenken.

Nu ze zo ver was gekomen, ging ze verder met het in zich opnemen van alles wat met Salomo te maken had. De koningin van Sheba zag de wijsheid van Salomo en het huis dat hij had gebouwd. Zij zag het huis niet als eerste; zij ging eerst naar Salomo. Een zoekende ziel gaat eerst naar Christus, spreekt haar hart uit, leert de liefde van Jezus kennen en gaat daarna verder om al het andere over Hem te leren.

Voor een zoekende ziel is het dan ook een grote vreugde om het huis te ontdekken dat Christus heeft gebouwd: Zijn roemrijke Kerk, opgericht uit kostbare stenen die met Zijn eigen bloed zijn gekocht; uitgehouwen uit grote rotsblokken. Deze grote zondaars zijn gevormd tot prachtige getuigenissen van Zijn liefde; uitgehouwen uit stenen die uit de steengroeve van de zonde zijn gehaald en, door Zijn genade, zo gevormd dat zij hun plaats voor de eeuwigheid hebben gekregen.

Het is werkelijk iets bijzonders om de Kerk van Christus te leren kennen: haar fundamenten, gelegd in het genadeverbond; haar verheven delen die reiken tot in de hoogste hemelen; de grote Meester die daar regeert, Jezus Christus, het Hoofd dat over alle dingen heerst ter wille van Zijn Kerk; haar ramen waardoor het licht binnenstromen via de sacramenten en de verkondiging van het Woord; haar deuren die de heiligen binnenlaten; haar bronzen poorten en haar sterke grendels die de machten van de hel en alle indringers buiten houden. Er is meer dan genoeg om een ziel jarenlang bezig te houden met het aanschouwen van het huis dat Jezus heeft gebouwd.

Vervolgens merkte zij het voedsel van zijn tafel op: “Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank.“ O, hoe heerlijk is het voor een arme ziel te ontdekken dat Christus, die ons leven is, ook het brood des levens is. “Dit is het brood dat uit de hemel neergedaald is; niet zoals uw vaderen het manna gegeten hebben en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.“ O, het voedsel van Zijn tafel, wat een feestmaal! Het volk heeft inderdaad het voedsel van engelen gegeten, maar de engelen daarboven hebben nooit de verlossende genade en de liefdevolle zelfopoffering geproefd.

Wat een heerlijk voedsel, wat een verzadigend voedsel, wat een overvloedig voedsel, wat een onuitputtelijke en kostbare hoeveelheid! In hetzelfde boek der Koningen leest u hoeveel runderen en weiderunderen, meelbloem en meel, gazellen, reebokken en gemeste vogels koning Salomo dagelijks op zijn tafel moest zetten; maar mijn Heere en Meester legt elke dag de oneindige schatten van Zijn eigen Persoon op Zijn tafel en roept Zijn kinderen bijeen: “Zie, ik heb mijn middagmaal gereedgemaakt; mijn ossen en de gemeste dieren zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed. Kom naar de bruiloft.” Gelukkig is de ziel die weet wat het voedsel op Zijn tafel is.

Vervolgens keek zij naar hoe Zijn dienaren daar zaten. “Al Zijn heiligen zijn in Uw hand, Zíj zitten aan Uw voeten.”  Zie hoe wij aan de voeten van Jezus zitten om te luisteren, zoals Maria dat deed. Ja, hoe Zijn dienaren daar nu in heerlijkheid zitten; ze zijn er in zekere zin allemaal, want Hij heeft ons allen opgewekt in Christus Jezus om ons samen met Hem een plaats te geven in de hemelse gewesten. O, als de ziel ooit zou leren wat het betekent om ‘met Hem in de hemelse gewesten te zitten’, wat het betekent om in de hemel te zijn terwijl wij nog op aarde zijn, dan zal het zitten van de dienaren een wonder zijn.

Daarna zag zij zijn bedienden. Christus heeft overal dienaren en bedienden. Stormen en onweersbuien zijn Zijn dienaren; wolken en duisternis zijn Zijn bedienden. Bedenk dat de almacht overal dienaren heeft. Denk ook aan Zijn dienaren in de hemel: “Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam.” En dan zijn er zijn dienaren hier op aarde, die men zijn schenkers zou kunnen noemen. Dat zijn degenen die Hij uit de mensen heeft geroepen en toegerust om het Woord te verkondigen, die de beker van de verlossing in hun handen nemen en die aan dorstende zielen reiken, en in de Naam van Jezus dienen als zijn bedienden, als goede rentmeesters die uit Zijn schatkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn halen.

Er bestaat een nauwe band tussen trouwe dienaren en Christus. Toen Johannes Christus zag, wandelde Hij tussen de kandelaars, dat wil zeggen, te midden van de gemeenten, maar Hij had de sterren in Zijn rechterhand. Zo zijn zijn dienaren er altijd, en het feit dat zij door de Heere worden onderwezen en erkend, is een bron van verwondering. Gelukkig de ziel die de schoonheid van Christus heeft leren zien in Zijn dienaren.

En dan is er nog hun kleding – dat is werkelijk een onderwerp op zich. Dit is de kleding van al Zijn heiligen: het witte linnen van Christus’ gerechtigheid. Daarbij komen nog de priestergewaden waarmee Hij Zijn volk bekleedt, zodat zij, net als de hogepriester van weleer, als het ware muziek maken wanneer zij lopen, terwijl de klanken van het geloof en de vruchten van goede werken harmonieus samenklinken. “Haar kleding bestaat uit borduurwerk van gouddraad”, zegt de lieflijke psalmist wanneer hij over de Kerk zingt. “In kleurrijk geborduurde kleding wordt zij naar de Koning geleid.” Zo is de kleding van ieder kind van God, en het is geen wonder dat een onderzoekende ziel zoals de koningin van Sheba daarover verbaasd is.

Er bleef nog één ding over, het mooiste van alles, namelijk zijn opgang naar het huis van de Heere, het gigantische viaduct dat van het paleis naar de tempel liep. Ze keek ernaar en zei: “Wel, ik had nooit gedacht dat zo’n vallei overbrugd kon worden. Ik had nooit durven dromen dat twee bergen als deze, die zo ver uit elkaar liggen, ooit zo dicht bij elkaar gebracht zouden kunnen worden.”

Toen zij de koning en zijn koninklijke stoet over het viaduct zag lopen, was haar ziel volkomen verbijsterd. Het lijkt mij alsof ik getuige ben van de opgang van mijn Koning naar het huis van God. Daar stond de berg van onze zondeval en ondergang, en daar de grote berg van Gods liefde, met daartussen een vallei van goddelijke gerechtigheid. Jezus Christus heeft een prachtig viaduct gebouwd. Hij was de eerste die eroverheen liep en daarmee voor ons een nieuwe weg naar het leven opende tussen de mensheid en God. Hijzelf stijgt op naar de hoogten, te midden van het vreugdevolle geluid van trompetten, en opent de poorten van de hemel voor alle gelovigen door deze opgang naar het huis van de God te maken.

U en ik mogen Zijn heilige berg beklimmen, opstijgen naar de zevende hemel en met Christus op Zijn troon zitten, net zoals Hij zegevierde en plaatsnam op de troon van de Vader. O, wat een triomfantelijke opgang naar het huis van de Heere. Ik meen dat de Septuaginta-vertaling luidt: “En zijn dankoffers in het huis van de Heere.” Welnu, dat is hetzelfde, want het offer van onze Verlosser is de weg des levens doorwelke wij opstijgen naar de heilige berg van de Heere.

Zelfs als er niets meer zou zijn dat ons met verwondering zou kunnen vervullen, zou de gedachte aan Zijn ongeëvenaarde offer ons voor altijd met ontzag vervullen. Hij gaf Zijn lichaam over om door pijn gekweld te worden, en Zijn ziel om door verdriet verscheurd te worden; “Die omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.“ De eerstgeboren zonen van het licht verlangen tevergeefs om de diepte van deze liefde te doorgronden; zij kunnen het raadsel, de breedte en de hoogte van deze glorieuze opgang naar het huis van de Heere niet bevatten.

Let wel: zij is hier niet mee begonnen. In feite begon zij met Salomo. Zij begon niet met de tocht naar het huis van God, laat staan met de dienaren en bedienden; zij begon met de koning zelf. Zondaar, begin met Jezus. Laat uw eerste vraag zijn: “Is er balsem in Gilead? Of is er geen geneesheer daar?” Laat uw roep die van de geschrokken gevangenbewaarder zijn: “Wat moet ik doen om zalig te worden” Gehoorzaam, net zoals hij deed, het apostolische gebod: “Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden.”

Moge de Heilige Geest u hiertoe leiden, daarna zal Hij u in alle waarheid leiden. Hij zal de sleutels nemen en kamer na kamer, kast na kast en kist na kist openen, totdat Hij u alle kroonjuwelen heeft getoond, u de regalia van de Koning der koningen heeft geopenbaard en u heeft geleid naar het geheim van het hart van God in Christus Jezus, uw Heere. Wees bereid, net zoals de koningin van Sheba was, om te zoeken; want zo niet, dan zal haar wijsheid in haar zoektocht tegen u opstaan in het oordeel om tegen u te getuigen.

III. In de derde plaats kijken we naar het RESULTAAT VAN HAAR ONDERZOEK.

Het eerste resultaat was een geloofsbelijdenis: “Het was de waarheid, wat ik in mijn land over uw woorden en over uw wijsheid gehoord heb.” Zij zweeg niet en keerde ook niet zonder iets te zeggen terug naar Abessinië, maar nadat zij het had onderzocht en overtuigd was geraakt, kon zij niet anders dan getuigen van de waarheid van het gerucht. Ziel, als u tot Jezus Christus komt en Hem beproeft, zult u, wanneer u vreugde en vrede in het geloof ervaart, bevestigen dat de boodschap werkelijk waar was. Ik heb immers honderden en duizenden mensen gezien die hun hart aan Jezus hebben gegeven, maar ik heb nog nooit iemand gezien die zei teleurgesteld te zijn, noch iemand ontmoet die zei dat Jezus Christus niet voldeed aan de beschrijving die van Hem werd gegeven.

Ik herinner me dat toen mijn ogen Hem voor het eerst aanschouwden, en de last van mijn zwaar belaste schouders gleed en ik vrij was, ik dacht: geen van de predikers die ik ooit had gehoord, had ook maar de helft daarvan gepredikt; zij hadden nog niet eens de helft verteld van de schoonheid van mijn Heere en Meester. Hij is zo goed, zo vrijgevig, zo barmhartig, zo bereid om te vergeven. Het leek mij alsof zij Hem bijna onrecht hadden aangedaan. Zij hebben Zijn beeld ongetwijfeld zo goed mogelijk weergegeven, maar het was slechts een vage weerspiegeling in vergelijking met de ongeëvenaarde schoonheid van Zijn gelaat.

U die Hem hebt gezien, zult hetzelfde zeggen. Vaak keer ik naar huis terug, bedroefd omdat ik mijn Meester niet kan verkondigen zoals ik Hem zelf ken, en wat ik van Hem weet is zo weinig vergeleken met de ongeëvenaarde schoonheid van Zijn genade. Was ik maar in staat om Hem nog beter te leren kennen, zodat ik u meer over Hem zou kunnen vertellen. In plaats van te denken dat uw vertrouwen in Christus een vruchteloze speculatie is geweest, zult u vol vreugde uitroepen: “Zie, nog niet de helft was mij verteld.” Vervolgens sprak zij haar overtuiging uit in Salomon; en o, als u enig geloof hebt en ontdekt hebt dat Hij waarachtig is, spreek dat dan uit; wees geen heimelijke gelovige, maar sta in het openbaar voor uw Heere en Meester.

Vervolgens beleed ze haar ongeloof: “Maar ik geloofde die woorden niet, totdat ik kwam en mijn eigen ogen het zagen. Zie, nog niet de helft was mij verteld. U hebt wat uw wijsheid en welstand betreft het gerucht dat ik gehoord had, overtroffen.“ Ze zei dat ze het niet geloofde totdat zij het met haar eigen ogen had gezien. Zo is het ook met u. Wij moeten uitroepen: “Wie heeft onze prediking geloofd?” Mensen zullen niet zomaar iets geloven op basis van een boodschap, maar zodra u het zelf ervaart, zult u denken: “Hoe heb ik kunnen twijfelen, hoe heb ik ooit ongelovig kunnen zijn?” God zal uw ongeloof vergeven, maar u zult uzelf nooit vergeven. Ik denk dat u zelfs in de hemel zult zeggen: “Hoe kon ik zo dwaas zijn om te twijfelen aan de boodschap die de Allerhoogste mij bracht?” Leidt geloof niet altijd tot een besef van ongeloof? Wanneer we op de juiste wijze hebben geleerd niet te wankelen, ontdekken we dan niet steeds meer hoe verachtelijk het is om te twijfelen aan het woord van de Allerhoogste?

Toen zij dit alles had gedaan, verklaarde zij dat haar verwachtingen waren overtroffen. Daarover zullen wij verder niets meer zeggen en slechts toevoegen dat zij vervolgens een vriendelijk woord sprak tot zijn dienaren: “Gelukkig zijn uw mannen, gelukkig deze dienaren van u, die voortdurend in uw dienst staan en uw wijsheid horen!”

Waarom meende zij dat elke bediende in het hof van Salomo meer aanzien genoot dan zijzelf? Zij was weliswaar een koningin, maar een koningin van een ver land, en zo lijkt zij de gesteldheid van David te hebben overgenomen toen hij zei: “Ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God dan lang te wonen in de tenten van de goddeloosheid.” Het scheen alsof ze zelfs bereid was Sheba, met al zijn specerijen en goud, op te geven, alleen maar om hofdame te worden aan het hof van koning Salomo.

Ik ben er zeker van dat dit geldt voor ieder van ons die ooit bij Jezus is geweest. Hoe intens houden wij van Zijn volk. U houdt niet van Christus als u niet van Zijn kinderen houdt. Zodra het hart aan de Heer des huizes is gegeven, is het ook aan de kinderen van het huis gegeven. Heb Christus lief, en u zult spoedig allen liefhebben die Hem liefhebben. Geliefde vrienden, beschouwt u Gods volk niet als de uitverkorenen van de aarde? Zijn zij niet uw vreugde? Er was een tijd dat u, als zij u kwamen bezoeken, naar de klok keek, uit vrees dat zij te lang over geestelijke zaken zouden spreken. Maar nu mogen zij, zolang zij over uw Meester spreken, de hele nacht blijven als zij dat wensen.

U vindt het nu zo aangenaam om over Zijn Naam te spreken dat u, telkens wanneer u een christen ontmoet, genegenheid voor die persoon voelt. En wanneer hij wordt geminacht en zijn reputatie wordt belasterd, voelt u zich geroepen om voor hem op te komen. Ik weet dat sommigen van u zouden willen dat u altijd in Gods huis kon zijn. Er zijn hier kinderen van God die aanwezig zijn zodra de deuren opengaan. Zij zouden willen dat er zeven zondagen in de week waren, zodat zij altijd de Naam van Jezus konden horen en zich konden verheugen wanneer de predikant de rijke gaven van de Heere aanbiedt en Zijn kinderen uitnodigt om er overvloedig van te drinken.

Vervolgens prees deze goede vrouw de God van Salomo met de volgende prachtige woorden: “Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, door u op de troon van Israël te zetten! Omdat de HEERE Israël voor eeuwig liefheeft, daarom heeft Hij u tot koning aangesteld, om recht en gerechtigheid te doen.” Zij zegende zijn God.

Zij loofde zijn God. Op deze wijze worden ook wij, door de kennis van Christus, in ons hart geleid naar een liefdevolle eenheid met God; en net zoals de liefde van Christus naar Zijn volk uitgaat, zo gaat zij ook uit naar Zijn Vader. U moet opmerken dat zij haar genegenheid voor Hem toonde vanwege Zijn eeuwige liefde voor Zijn volk. Let wel: zij zegt niets over Ethiopië; haar gedachten gaan uit naar Israël, naar het uitverkoren volk. Zij ziet een onderscheidende, uitverkiezende liefde, en zij neemt de eeuwigheid van deze liefde waar – “Omdat de HEERE Israël voor eeuwig liefheeft, daarom heeft Hij u tot koning aangesteld.” O broeders en zusters, dat wij mogen opwassen in de genade, zodat wij de Vader mogen liefhebben omdat Hij Christus juist om deze reden tot de Gezalfde heeft gemaakt, opdat Hij Zijn Kerk door Zijn kostbare bloed zou reinigen van alle zonden.

Opnieuw deed zij wat het duidelijkste bewijs van haar oprechtheid was: zij schonk Salomo geschenken uit haar schatten. “Zij gaf de koning honderdtwintig talent goud en zeer veel specerijen en edelstenen. Zo’n grote hoeveelheid specerijen als die de koningin van Sjeba aan koning Salomo gaf, is er nooit meer gekomen.” Zo geven ook zielen die de schoonheid van Christus kennen Hem alles wat zij hebben. Er zijn geen specerijen zoals die welke voortkomen uit pas bekeerde zielen. Niets verheugt Christus meer dan de liefde van Zijn volk.

Wij beschouwen onze liefde vaak als armzalig en alledaags, maar Hij ziet dat anders. Hij acht ons zo hoog dat Hij het bloed van Zijn hart gaf om ons te verlossen, en nu beschouwt Hij ons als de prijs waard die Hij betaalde. Hij zal nooit menen dat Hij daarbij verloren heeft, en daarom ziet Hij elk greintje van onze liefde als kostbaarder dan de specerijen die zelfs de aartsengelen Hem voor Zijn troon in hun gezangen aanbieden.

Wat doen wij voor Christus? Brengen wij Hem onze talenten van goud? Misschien hebt u er geen honderdtwintig, maar als u er één hebt, breng die dan. Misschien bezit u niet veel specerijen, maar breng wat u hebt: uw stille, oprechte gebeden; uw heilige, standvastige leven; de woorden die u soms voor Christus spreekt; de opvoeding van uw kinderen; het voeden van Zijn armen; het kleden van de naakten; het bezoeken van de zieken; het troosten van de rouwenden; het terugbrengen van de afgedwaalden; het herstellen van de afvalligen; het redden van met bloed gekochte zielen. Al deze dingen zullen zijn als kamelen, beladen met specerijen — een welgevallig geschenk voor de Allerhoogste.

Nadat zij dit had gedaan, schonk Salomo haar op zijn beurt een geschenk, uit zijn koninklijke vrijgevigheid. Zij verloor niets: zij gaf alles wat zij had, en Salomo gaf haar evenveel terug. Want ik durf te stellen dat koning Salomo zich in vrijgevigheid door niemand liet overtreffen, als de edelmoedige en rijke vorst die hij was. Ik zeg u: Jezus Christus zal u nooit iets schuldig blijven. O, het is een grote winst om aan Christus te geven. Wij geven Hem penningen, en Hij geeft ons ponden; wij geven Hem jaren van arbeid, en Hij schenkt ons een eeuwigheid van rust; wij geven Hem dagen van geduldig volharden, en Hij geeft ons eeuwen van vreugdevolle eer; wij geven Hem een weinig lijden, en Hij beloont ons rijkelijk. “Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.”

En naast alles wat Hij ons geeft in het genadeverbond, doet Hij voor ons wat Salomo voor haar deed: Hij schenkt ons alles wat in ons hart leeft, alles wat wij mogen verlangen. Wat een Koning is onze Verlosser, die Zijn volk geen enkele goede wens onvervuld laat! Klop, en er zal voor u worden opengedaan. “Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen”, zegt de Heere “U geschiede naar uw geloof.” “Alles wat u biddend begeert, geloof dat u het ontvangen zult, en het zal u ten deel vallen.” Wat een kostbare beloften — en zij worden gegeven aan allen die met een nederig hart komen, bereid om eerst Christus te ontvangen en daarna al het andere.

Welnu, geliefden, er wordt ons verteld dat deze koningin naar haar vaderland terugkeerde en volgens de overlevering de drijvende kracht zou zijn geweest achter de bekering van het Ethiopische volk. Of dat waar is, weet ik niet. Het is echter opmerkelijk dat er in de tijd van de apostelen een kamerling was, een man met groot gezag onder Candace, de koningin van Ethiopië. Het lijkt erop dat er tot in de dagen van de Verlosser iets van het goddelijke licht in het rijk van deze vrouw bleef schijnen, zodat er in die tijd opnieuw een koningin en een vooraanstaande hoveling waren die de lange reis naar Jeruzalem ondernamen om te aanbidden.

Maar of zij dat nu wel of niet heeft gedaan, ik weet wat u behoort te doen: nu u zelf bij koning Salomo bent gekomen, nadat u Hem zelf hebt gezocht en gevonden, ga dan heen en verspreid Zijn roem; spreek overal over Hem. Het was immers Zijn roem die u hierheen heeft gebracht – verheerlijk die roem, dan zullen anderen komen. Spreek over Hem, wanneer u thuis bent en wanneer u onderweg bent, wanneer u zit en wanneer u staat. Beschouw geen enkele plaats als ongeschikt om over Jezus te spreken. Draag Hem in uw hart terwijl u werkt; draag Hem in uw hart in tijden van vreugde. Draag Zijn Naam als een juweel op uw voorhoofd en schrijf het op de deurposten van uw huis, want Hij is dit waardig.

Zolang de zon opgaat, zal zijn Naam herinnerd worden, alle mensen zullen door Hem gezegend worden – ja, alle volken zullen Hem gezegend noemen. Alle koningen zullen voor Hem buigen; de koningen van Sheba en Seba zullen geschenken brengen, en de hele aarde zal vervuld worden met Zijn heerlijkheid. Amen, ja, amen. De gebeden van David, de zoon van Isaï, zijn ten einde gekomen, en zo zullen ook de onze eindigen, op het moment dat de vervulling werkelijkheid wordt.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content