“… zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid.”—Hebreeën 9:28
Dit is onze hoop. Hij naar Wie wij al hebben opgezien toen Hij eenmaal kwam om de zonden van velen te dragen, zal Zich nog een keer aan de mensen laten zien; dat is op zichzelf al een gelukkig vooruitzicht. Maar die tweede verschijning heeft enkele eigen kenmerken die haar zeer heerlijk maken.
Onze Heere zal de zaak van de zonde hebben afgehandeld. Hij heeft haar zo van Zijn volk weggenomen en de straf ervoor zo grondig gedragen dat Hij bij Zijn tweede komst niets meer met haar te maken zal hebben. Hij zal geen zondeoffer brengen, want Hij zal de zonde volkomen hebben weggedaan.
Onze Heere zal dan de zaligheid van Zijn volk voltooien. Zij zullen definitief en volmaakt behouden zijn en in elk opzicht de volheid van die zaligheid genieten. Hij komt niet om het gevolg van onze overtredingen te dragen, maar om het gevolg van Zijn gehoorzaamheid te brengen; niet om onze veroordeling weg te nemen, maar om onze zaligheid te voltooien.
Zo verschijnt onze Heere alleen aan hen die Hem verwachten. Mensen wier ogen verblind zijn door het eigen ik en de zonde, zullen Hem niet op deze manier zien. Voor hen zal Hij een vreselijke Rechter zijn en niets meer. Wij moeten eerst op Hem zien en daarna Hem verwachten; en in beide gevallen zal onze blik leven zijn.
