Brief aan zijn ouders — 6 april 1852

BRIEF 17
6 april 1852.
Mijn lieve vader,
Het spijt mij dat iets wat ik in mijn brief schreef u verdriet heeft gedaan. Het was niets van wat u zei dat uw brief droevig maakte; het waren alleen mijn gedachten aan het verlaten van de mensen in ’Beach. Ik dank u heel oprecht voor uw zeer vriendelijke aanbod, en ook voor uw verzekering dat ik volkomen vrij ben te handelen zoals ik meen dat God het van mij vraagt. Ik heb mij werkelijk nooit voorgesteld dat u mij zou dwingen; het misverstand kwam alleen door mijn gebrekkige manier van uitdrukken. En nu vraag ik u met heel mijn hart om vergeving, als ik iets gezegd heb waar ook maar een schaduw van onrecht in lag, of als ik op enige verkeerde manier heb gedacht.
Ik heb al die tijd een plichtsgetrouwe zoon willen zijn voor een liefhebbende ouder; en schiet ik daarin tekort, dan weet ik zeker dat u en mijn lieve moeder het eerder aan zwakheid in mijn doen zullen toeschrijven dan aan gebrek aan liefde. Wat mijn besluit betreft: ik heb er in mijn vorige brief zoveel over gezegd dat meer overbodig zou zijn. Ik geloof werkelijk dat het mijn plicht is te blijven op de plaats waar ik nu sta, in elk geval voor korte tijd. Men heeft mij verzekerd dat er in Waterbeach nog nooit zoveel tranen zijn vergoten als toen ik alleen maar liet doorschemeren dat ik zou kunnen vertrekken.
Sterkere bewijzen van hun genegenheid hadden zij mij niet kunnen geven dan zij gaven. Van allen ging één gebed op: “Heere, houd hem hier!” De heer King verzekert mij dat de mensen predikanten hebben gehad met wie de ene groep heel ingenomen was, terwijl er altijd een partij tegenover stond; maar nu heeft hij, hoewel hij alles goed kan overzien, nog geen enkele stem tegen mij gehoord. De Heere heeft mij gunst gegeven bij de mensen, en ik ben zo jong dat zij veel fouten door de vingers zien; dat is, geloof ik, een van de feiten die hier meespelen.
Het ergste is dat ik op een gevaarlijke plaats sta; de tinne is niet zo veilig als het stille dal. Ik weet dat u bidt dat ik nederig mag blijven, en ik weet dat ik dat zelf ook doe. Och, als de wolken overdrijven zonder regen, hoe bedroefd zal ik dan zijn! Wanneer ik nadacht over de vele moeilijkheden bij de prediking van het Woord, is de leer van de verkiezing mij een grote troost geweest. Ik verlang er werkelijk naar dat mensen behouden worden, en het is mijn troost dat een menigte die niemand tellen kan, door Gods onveranderlijk besluit tot het eeuwige leven verordineerd is. Wij kunnen dus niet tevergeefs arbeiden; wij moeten er enkelen krijgen; het verbond maakt dat zeker.
Ik zal altijd blij zijn met enkele van uw preekschetsen; want al wil ik niet dat zij mij lui maken, toch geven zij wat wenken wanneer een tekst zich niet meteen opent. Het zal u te veel moeite kosten ze uit te schrijven, maar ik twijfel er niet aan dat Archer ze voor mij wil overschrijven… Wat mijn geld betreft: ik heb de laatste tijd heel veel boeken gekocht, want mijn voortdurende werk vraagt erom, en u weet dat de heer L. niet veel boeken zou hebben van het soort dat ik nodig heb. Toch reken ik erop tegen midzomer £15 in kas te hebben, of, met Gods zegen, meer.
Ik denk dat ik (natuurlijk bedoel ik: als God mij voorspoed geeft) genoeg zal kunnen sparen om mijzelf naar het College te sturen; en lukt dat niet, mocht ik dan gaan, wat, zoals u zegt, nog niet erg zeker is, dan zouden vrienden in Cambridge mij helpen als ik het zelf niet kon redden. Heeft —— al de beslissende stap gezet om zich bij de gemeente te voegen? Zo niet, zeg haar dan dat ik ervan bloos dat zij bloost haar Heere te belijden. Vergeet mij niet in ernstig gebed… Mijn allerhartelijkste groeten aan mijn lieve moeder. Ik weet zeker dat zij alle moeders ter wereld kan vertellen dat de gebeden van ouders niet vergeten worden.
U zult wel denken dat God de slechtste het eerst heeft gered; en denkt u dat niet, dan denk ik het wel. Ik geloof dat ik u meer moeite heb gekost dan alle anderen, maar zo was het niet bedoeld; en ik geloof nog altijd dat ik u ook vreugde heb gegeven, en ik hoop dat die moeite, al is ze niet terugbetaald, toch vergoed zal worden door de troost die u ervaart als u ziet dat ik in de waarheid wandel. Doe Emily de groeten van mij… De kleintjes worden zeker al groot; geef hun mijn liefde. Ik hoop dat zij dochters van God zullen zijn.
Ik blijf,
uw liefhebbende zoon,
Charles.
Deel van een brief zonder datum van C. H. Spurgeon aan zijn moeder; het eerste gedeelte ontbreekt: — Ik heb uw gebeden op dit moment dubbel nodig. Ik weet dat ik ze krijg, en ik geloof dat ik de zegen ervan meer dan eens heb gevoeld. Moge de Heere u beiden bezoeken en u dragen in Zijn eeuwige armen! Zorgen hebt u gekend, maar ik geloof dat de vertroostingen u altijd blijmoedig hebben gehouden in de verdrukking; terneergeslagen, maar niet wanhopig.
Loof de Heere, moet ik wel zeggen, dat Hij mij tot Zijn zoon heeft gemaakt; het is uit Zijn eigen soevereine barmhartigheid. Niet één goed ding is uitgebleven. Ik heb de verdorvenheid voelen opkomen, en de oude mens is sterk, maar de genade komt altijd precies op het beslissende ogenblik tussenbeide en redt mij van mijzelf. Moge de Heere mij bewaren! Ik heb geen hoop goed verder te komen, behalve door Zijn kracht. Ik weet dat Zijn almachtige arm algenoegzaam is. Laat iedereen die u maar kunt bereiken voor mij bidden; een gebed is kostbaarder dan goud, het maakt mij rijk.
Hef uw armen op, zoals Mozes; er is een grote strijd, zowel in mij als buiten mij. Jezus doet voorbede; een zoete gedachte voor iemand die juist zo’n Voorspraak nodig heeft. Jehova-Jezus, het schild van Zijn volk, is nabij; een altijd aanwezige Hulp in tijd van nood, niet ver weg. Wij leven in Hem, Hij is rondom ons; wie zal Zijn gunstelingen, Zijn lievelingen, vernietigen? Voor een van mijn preken had ik Joh. 15:9: “Gelijkerwijs de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad; blijft in deze Mijn liefde.” Hier is (1) liefde zonder begin. God is nooit begonnen Jezus lief te hebben.
(2) Liefde zonder grens. God heeft Jezus lief met een onbegrensde liefde. (3) Liefde zonder verandering. God heeft Jezus altijd op dezelfde wijze liefgehad, even zeer. (4) Liefde zonder einde. Wanneer zal God ophouden Jezus lief te hebben? Zo heeft ook Jezus u en mij lief.
“De zwakste heilige zal overwinnen,
al versperren dood en hel de weg.”
Hoe gaat het met alle christenvrienden? Mijn liefde aan de heer Langford, en mijn beste groeten; zeg hem dat ik graag een bijzondere plaats in zijn gebeden wil hebben. Ik wil mij “minder dan niets” voelen, maar dat is iets heel groots om te bereiken. Bedank vader voor zijn brief; moge de Heere van de heerscharen zijn arbeid overvloedig doen slagen! Mijn allerhartelijkste groeten aan uzelf. Ik hoop, als het zo mag zijn, dat het met uw handen goed gaat. Geef de kleintjes een kus en mijn liefde. Mogen zij van Jezus leren! Ik ben blij dat het Archer zo goed gaat; mogen uw tienduizend gebeden voor ons verhoord worden door Hem Die het gebed hoort! Emily is, hoop ik, sterker; vraag haar eens na te denken of zij Jezus met heel haar hart liefheeft.
Ik zou heel graag willen weten waar tante woont. Ik heb het al verscheidene keren gevraagd, maar ik heb het nog steeds niet gehoord. Ik verwacht niet veel brieven van huis. Vader heeft het zo druk, dat ik mij erover verbaas dat ik er nog zoveel krijg. Wilt u iets weten waarover ik niet duidelijk genoeg ben geweest, schrijf en vraag het dan gerust, wanneer u maar wilt. Mijn zaken zijn uw zaken. Ik hoop altijd te doen wat u zou goedkeuren. Nog eens mijn liefde aan allen,
van uw liefhebbende zoon,
Charles.
Uittreksel uit een brief van C. H. Spurgeon aan zijn moeder, november 1852:—
Ik ben er steeds blijer om dat ik nooit naar het College ben gegaan. God laat zoveel zonneschijn op mijn pad vallen, zulke glimlachen van genade, dat ik er geen spijt van kan hebben, al zou ik er al mijn vooruitzichten voor hebben verspeeld. Ik ben mij ervan bewust dat ik mij heb teruggehouden uit liefde tot God en Zijn zaak, en ik ben liever arm in Zijn dienst dan rijk in de mijne. Ik heb alles wat het hart zich maar kan wensen; ja, God geeft meer dan ik begeer. Mijn gemeente is even groot en liefdevol als altijd.
In al de tijd dat ik in Waterbeach ben, heb ik elke sabbat een ander huis als thuis gehad. Tweeënvijftig gezinnen hebben mij zo onderdak gegeven, en ik heb nog zes andere uitnodigingen die ik nog niet heb aangenomen. En dan zeggen dat de mensen niet om mij geven, omdat zij mij zo weinig geven! Ik durf ieder mens onder de hemel te zeggen dat het niet waar is! Zij doen alles wat zij kunnen. Ons jaarfeest is luisterrijk verlopen: zes werden er gedoopt, drommen en drommen mensen stonden langs de rivier, en daarna zat de kapel stampvol, zowel bij de thee als bij de preek.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas