Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Brieven

Brief aan een van zijn ijverigste helpers — Westwood, 24 juni 1884

1 min. lezen

Charles Haddon Spurgeon

BRIEF 217

Westwood, 24 juni 1884.

Het deed mij oprecht verdriet te horen dat u ziek bent geweest. Maar Elia moet wel bezwijken als hij voor de wagen uit rent, en wie zal hem beletten te rennen? Ik verwonder mij niet over uw opwinding en neem het u ook niet kwalijk, maar het stemt mij wel droevig dat het tot zo’n ziekte moest leiden en u in zo’n groot gevaar moest brengen. U bent een prachtige machine, maar u springt uit elkaar als men u onder zo’n hoge druk laat werken. Bij de meesten van onze mensen moet het vuur worden opgepookt, en heel zelden hoeven wij te worden getemperd; maar u, beste ——, bent niet zo sterk als u eruitziet, en u moet voorzichtig zijn.

Hoe het ook zij, wij zullen ons samen verblijden. “De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd.” Vrede zij u. De sycomorevijg werd gekneusd voordat zij zoet werd. Het kneuzen is met zware hand gebeurd, maar de zoetheid is duidelijk op komst. De Heere zegene u en ook de lieve ——. Ik ben u beiden diep dankbaar voor het gulle geschenk dat u mij hebt gezonden; het is het meest persoonlijke geschenk dat ik ooit heb ontvangen. Ik vrees dat het een zwakheid van mij verblijdt, maar het is ongetwijfeld helemaal het mijne. Hartelijk de uwe,

C. H. Spurgeon.

© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas